CConstaterende datHorst aan de Maas
Koppel je AI →
Document · PDF

04f Zienswijzenrapport geanonimiseerd

Gemeenteraad 20 april 2021, gemeente Horst aan de MaasBij agendapunt: Voorstel tot het gewijzigd vaststellen van het Paraplubestemmingsplan Parapluplan internationale werknemers Horst aan de Maas 2021.16.749 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Parapluplan Internationale werknemers Horst aan de Maas 2021

Zienswijzenrapport Geanonimiseerd

Cluster Ruimte Team Omgeving, april 2021

Bezoekadres: Wilhelminaplein 6, Horst

Postbus 6005 / 5960 AA Horst

T 077 – 477 97 77

F 077 – 477 97 50

Pag. 2 van 49

INLEIDING De gemeente Horst aan de Maas heeft een paraplubestemmingsplan in procedure gebracht. Op 18 juni 2019 heeft de gemeenteraad het beleid short stay en long stay arbeidsmigranten 2019 vastgesteld. Het paraplubestemmingsplan heeft als doel om het beleid short en long stay arbeidsmigranten 2019 planologischjuridisch te verankeren en onwenselijke ruimtelijke ontwikkelingen te voorkomen. Het ontwerpbestemmingsplan heeft op grond van het bepaalde in artikel 3.8 van de Wet ruimtelijke ordening gedurende zes weken voor een ieder ter inzage gelegen met ingang van 12 december. De periode waarbinnen zienswijzen konden worden ingediend eindigde op 22 januari 2020. Naar aanleiding van de ter inzage ligging zijn zienswijzen ingediend door:

1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11

naam Reclamant 1 Reclamant 2 Reclamant 3 Reclamant 4 Reclamant 5 Reclamant 6 Reclamant 7 Reclamant 8 Reclamant 9 Reclamant 10 Reclamant 11

adres

postcode

plaats

ontvangst

Ontvankelijkheid De zienswijze van bovenstaande reclamanten zijn binnen de termijn van ter inzage legging bij de raad ingekomen dan wel tijdig aan dit bestuursorgaan verzonden.

Indeling van deze nota Hieronder zijn de ingediende zienswijzen samengevat en direct aansluitend, per onderdeel, (in cursief) beantwoord (deel I). Per zienswijze is afgesloten met een conclusie, waarin ook de consequenties voor het bestemmingsplan zijn aangegeven. Tenslotte staat in de conclusie (deel II) het voorstel aan de raad hoe met de zienswijzen rekening gehouden zou kunnen worden bij vaststelling van het bestemmingsplan.

Pag. 3 van 49

I SAMENVATTING VAN DE INGEDIENDE ZIENSWIJZEN Reclamant 1 Samenvatting thema 1: Het overnemen van vigerende bestemmingsplanregels omtrent de huisvesting van arbeidsmigranten op het recreatieterrein. Reclamant stelt dat er geen grondige motivering ten grondslag ligt aan het wegbestemmen van de mogelijkheden tot het huisvesten van arbeidsmigranten op bestaande recreatieterreinen. Reactie gemeente: Het overgangsrecht regelt dat gebruik dat reeds bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het nieuwe bestemmingsplan en hiermee strijdig is, onder voorwaarden mag worden voortgezet voor de duur van het nieuwe bestemmingsplan. Het overgangsrecht geldt in beginsel alleen voor de duur van het nieuwe bestemmingsplan. Alleen onder bijzondere omstandigheden kan een tweede keer van het overgangsrecht gebruik gemaakt worden. In beginsel geldt het overgangsrecht dus voor een periode van maximaal 10 jaar. Middels het huidige beleid is beoogd geen nieuwe huisvesting op recreatieterreinen toe te staan maar kan het bestaand gebruik doorgang vinden. Derhalve is er voor gekozen dit positief te bestemmen middels een extra toevoeging in de regels van het bestemmingsplan (artikel 7). Conclusie De zienswijze is gegrond. Er is derhalve een extra artikel toegevoegd aan het bestemmingsplan die de huidige legale situaties positief bestemd om het bestaand recht hierin zijn plek te geven.

Reclamant 2 Samenvatting thema 1: Het schrappen van beide werkgelegenheidsgebieden die zijn opgenomen in Californië. Reclamant stelt dat artikel 6 van de planregels ziet op grootschalige arbeidsmigrantenhuisvesting nabij werkgelegenheidsgebieden en dat twee van deze gebieden zijn gelegen in Californië. Reactie gemeente: Conform het collegeprogramma zoeken we voor ons aandeel in de regionale opgave naar mogelijkheden voor grootschalige huisvesting aan de rand van of nabij werkgelegenheidsgebieden. Dit om de afstand woon- en werkverkeer te beperken, waardoor minder vervoersbewegingen tot stand komen. Het gebied Californië I en II betreffen werkgelegenheidsgebieden, waarbij sprake is en zal zijn van de inzet van arbeidsmigranten. De aanduidingen op de kaart zijn dan ook terecht opgenomen. Vrijkomende agrarische bebouwing (artikel 6 van de planregels) mag worden ingezet voor tijdelijke huisvesting van arbeidsmigranten in de (voormalige) bedrijfswoning mits deze bebouwing niet wordt uitgebreid en indien deze bebouwing gelegen is nabij werkgelegenheidsgebieden. Doordat er sprake is van huisvesting in enkel de (voormalige) bedrijfswoning met hieraan de gekoppelde SNF-norm (met minimale aantal oppervlakten per bewoner) kan er op deze locaties geen grootschalige huisvesting ontstaan.

Pag. 4 van 49

Daarnaast toetst het College op de cumulatie van effecten waardoor een afstandsvoorwaarde niet noodzakelijk wordt geacht en handteren wij hier maatwerk. Het is immers mogelijk dat een aanvraag aan de afstandscriteria voldoet maar door de cumulatie van effecten het niet wenselijk is om medewerking te verlenen. Het aanstellen van een beheerder voor de huisvestingslocatie vloeit voort uit de te vragen exploitatievergunning en is derhalve niet opgenomen in het bestemmingsplan. Conclusie De zienswijze is ongegrond.

Samenvatting thema 2: De voorwaarde ‘huisvesting arbeidsmigranten die (grotendeels) werkzaam zijn binnen de gemeente’ opnemen in de planregels. In het nu nog vigerende paraplubestemmingsplan is het een voorwaarde om arbeidsmigranten te mogen huisvesten dat het moet gaan om huisvesting van arbeidsmigranten die (grotendeels) binnen de gemeente Horst aan de Maas werkzaam zijn (artikel 3.1.c, 4.1.d en 5.1.d). Die beperking wordt nu losgelaten. Dat geldt ook voor de beperking van artikel 6.1.e met betrekking tot huisvesting van arbeidsmigranten bij agrarische bedrijven. In deze bepaling staat in het huidige paraplubestemmingsplan dat de arbeidsmigranten op het bestaande bedrijf werkzaam moeten zijn. Ook die bepaling is niet terug te vinden in het nieuwe parapluplan. Reclamant vraagt tevens om de verkeersveiligheid te borgen door middel van het aandragen van een extra voorwaarde in de vorm van een verkeersveiligheidsonderzoek. Met de koppeling van maatregelen die genomen moeten worden dat deze genomen worden voor ingebruikname vergunning. Reactie gemeente: In het Europees recht geldt als uitgangspunt het vrij verkeer van Unieburgers, dat geen onderscheid naar nationaliteit toestaat. Het vrije verkeer van werknemers is een fundamenteel onderdeel van de EU-wetgeving (artikel 45 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie).

EU-burgers hebben het recht om werk te zoeken in een ander EU-land en in dat land te wonen als ze er werken. Op basis van bovenstaande is het niet mogelijk de werknemers te binden aan de gemeente waarbinnen deze werkzaam zijn. Bij een aanvraag om omgevingsvergunning moet initiatiefnemer aantonen dat o.a. de verkeersveiligheid niet onevenredig wordt aangetast. Dit kan door bijvoorbeeld een verkeersveiligheidsonderzoek, maar dat zal niet in alle gevallen noodzakelijk zijn. Dit is maatwerk op basis van casuïstiek. Indien wij als gemeente een verkeersveiligheidsonderzoek nodig achten, dan zullen wij de aanvrager daarom vragen. Het opnemen van een specifieke voorwaarde op dit punt achten wij daarom niet noodzakelijk. Conclusie De zienswijze is ongegrond. Samenvatting thema 3: Het opnemen van het keurmerk Stichting Normering Flexwonen in artikel 3 Huisvesting arbeidsmigranten in woningen in de kern Reclamant vraagt om ook aan artikel 3, het keurmerk Stichting Normering Flexwonen op te nemen.

Pag. 5 van 49

Reactie gemeente: Kleinschalige huisvesting in de bestaande woonomgeving is op basis van het beleid teruggebracht van 10 personen per woning naar maximaal 4 personen per woning. Dit kan plaatsvinden in reguliere woningen in de woonwijken van de kernen. Het gaat hier om een beperkt aantal personen die gelijk te scharen zijn aan een gezinshuishouden. Doordat men zich moet inschrijven in het BRP is beoogd te sturen op long stay in de kernen. Het keurmerk Stichting Normering Flexwonen kenmerkt zich door het tijdelijke karakter van woonoplossingen. Derhalve is er niet gekozen voor het opnemen van het SNF-keurmerk in de woningen in de kern. Conclusie De zienswijze is ongegrond. Samenvatting thema 4: Afstandsvoorwaarden bij het huisvesten van arbeidsmigranten in woningen in het buitengebied Reclamant verzoekt om in plaats van de 200 meter afstandsvoorwaarde een verhoudingsvoorwaarden op te nemen met de verhouding van 5% arbeidsmigranten afgezet op 95% ‘gewone’ inwoners in een straal van 0,5 kilometer. Reactie gemeente: De afstand locaties met een woonbestemming waar arbeidsmigranten worden gehuisvest dient minimaal 200 meter te bedragen op basis van het vastgestelde bestemmingsplan buitengebied d.d. 19 december 2017. In het beleid 2019 is deze voorwaarde ongewijzigd gebleven. . Een afstandsvoorwaarde is bovendien een duidelijke norm die redelijk eenvoudig beoordeeld kan worden.

Dit dient tevens de rechtszekerheid. Wij zien geen reden om hiervan af te wijken. Deze voorwaarden blijft daarom tevens ongewijzigd in het voorliggende paraplubestemmingsplan. Conclusie De zienswijze is ongegrond. Samenvatting thema 5: Huisvesting arbeidsmigranten bij agrarische bedrijven Reclamant verzoekt om op te nemen dat er 24/7 een beheerder op locatie aanwezig moet zijn alsmede een afstandsvoorwaarde van 2000 meter tussen de mogelijkheden om te huisvesten tussen de verschillende locaties met een agrarische bestemming. De provinciale Beleidsnotitie Huisvesting Arbeidsmigranten sluit nieuwbouw uit, tenzij er sprake is van transformatie van bestaande bebouwing. Deze eis is niet geborgd in de planregels. Tevens geeft reclamant aan dat de behoefte van deze grootschalige huisvesting niet is gemotiveerd alsmede het maximum van 80 arbeidsmigranten. De raad heeft tevens niet gemotiveerd waarom de ontwikkeling niet binnen bestaand stedelijk gebied kan plaatsvinden en er ontbreekt onderzoek hiertoe. Reactie gemeente: Er is bij de agrarische bedrijven niet gekozen voor een afstandscriterium, maar om het aantonen van een noodzaak dat er arbeidsmigranten ingezet moeten worden. Het merendeel van de agrarische bedrijven is al gevestigd op een bestaande locatie. Door dan toch afstandscriteria op te nemen, zal een deel hiervan niet meer

Pag. 6 van 49

het bedrijf ter plekke kunnen uitoefenen als de noodzaak tot inzet van arbeidsmigranten wel aanwezig is en men niet kan voorzien in huisvesting. Conform de beleidsnotitie van de provincie is er specifiek voor de huisvesting van arbeidsmigranten bij agrarische bedrijven niets opgenomen. Er wordt weliswaar gesproken over het niet toestaan van nieuwbouw, maar dan in het kader van de reguliere woningvoorraad. In casu is er geen spraken van regulier wonen. Daarnaast is bij de vaststelling van het bestemmingsplan bovenstaande komen te vervallen en is er gekozen voor de systematiek van huisvesting op basis van seizoensbehoefte in plaats van piekbehoefte. Derhalve is er meer grip op aantallen. Ook worden de mogelijkheden voor het huisvesten van arbeidsmigranten op basis van het bestemmingsplan 2014 ingeperkt waardoor er geen sprake is van het mogelijk maken van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. In het beleid 2019 is onderbouwd waarom voor short stay wordt gekozen voor huisvesting buiten de kernen. Dit geldt ook voor short stay arbeidsmigranten voor de agrarische sector. Daar waar sprake is van tijdelijk verblijf, wat wel kan inhouden dat dit voor meerdere jaren is, zal minder sprake zijn van het leren van de taal, het meedoen aan het verenigingsleven en het op overige wijze participeren in de maatschappij.

Grote aantallen short stay arbeidsmigranten in kernen zijn dan ook minder gewenst, vanwege de impact op de woon- en leefsituatie. Dit wil niet zeggen dat tijdelijke arbeidsmigranten niet in de kernen kunnen wonen. Indien sprake is van een woonsituatie die vergelijkbaar is met een reguliere huishouding van maximaal vier personen en een parkeerbehoefte van maximaal 2 auto’s, willen we dit in het in het voorliggend plan toestaan. Ook voor gezinnen die hier tijdelijk verblijven blijft het daardoor mogelijk om te wonen in reguliere woningen in de kernen. Het aanstellen van een beheerder voor de huisvestingslocatie vloeit voort uit de verplicht van de aan te vragen exploitatievergunning en is derhalve niet opgenomen in het bestemmingsplan. Zonder exploitatievergunning kan de huisvestingslocatie niet in gebruik worden genomen. Conclusie De zienswijze is ongegrond.

Pag. 7 van 49

Reclamant 3 Samenvatting thema 1: onaanvaardbare invulling van het paraplubestemmingsplan die niet voldoende ziet op de huidige ontwikkelingen en huidige actualiteit. Reclamant stelt dat er geen adequate vertaal slag van het beleid heeft plaatsgevonden en ziet het bestemmingsplan niet voldoende op de huidige ontwikkelingen en huidige actualiteit. Reactie gemeente: Het paraplubestemmingsplan wat nu voorligt, heeft betrekking op de juridisering van het beleid huisvesting arbeidsmigranten 2019. Het betreft een juridische vertaling van de beleidsuitgangspunten in dat beleid, wat destijds door de Raad is vastgesteld. In het beleid 2019 zijn niet de actuele ontwikkelingen meegenomen, zoals het rapport van de adviescommissie Roemer. Het parapluplan omvat dan dus ook niet deze aanbevelingen. We voorzien, onder andere op basis van de aanbevelingen van de commissie Roemer als ook het rapport van Decisio en Companen, een actualisatie van het beleid huisvesting arbeidsmigranten. In de actualisatie wordt geanticipeerd op de huidige ontwikkelingen die u in uw zienswijze beschrijft, en de implicaties daarvan op de regelgeving rondom huisvesting. Deze actualisatie zal vervolgens worden opgenomen in nieuw beleid en toepasbare regelgeving. Conclusie De zienswijze is ongegrond.

Reclamant 4 Samenvatting thema 1: Tijdelijke vergunning De behoefte aan huisvesting van internationale werknemers blijft structureel bij reclamant. Daarbij is het de vraag wat er dan na 10 jaar met gebouwen ten behoeve van de huisvesting zou moeten gebeuren? En hoe ondernemers na 10 jaar moeten voorzien in hun behoefte om Internationale werknemers te huisvesten? De gestelde verwachting in het beleid komt daarmee niet overeen de te verwachte situatie volgens de ondernemers zelf. Reclamanten verzoeken om het tijdelijkheidsvereiste in artikel 5.1 sub a en 6.1 sub b te schrappen. Reactie gemeente: Uitgangspunt is dat in alle gevallen deze huisvesting op een oneigenlijke plaats tijdelijk zal zijn. Aangezien de verwachting is dat binnen 5 tot 10 jaar in grote mate gebruik zal worden gemaakt van robotisering, wordt verwacht dat vele voorzieningen die nu gecreëerd worden dan overbodig zijn. Om te voorkomen dat er in het buitengebied en op bedrijventerreinen woonvoorzieningen leeg komen te staan dan wel oneigenlijk gebruikt worden, worden alleen maar tijdelijke vergunningen voor maximaal 10 jaar verleend. Wij gaan bij tijdelijke vergunningen nog steeds uit van kwalitatieve en duurzame woonvoorzieningen. In de praktijk blijkt dat dit zeker mogelijk is, ook al is sprake van een tijdelijke instandhouding.

Mochten de technologische, economische of demografische ontwikkelingen geheel anders verlopen dan nu voorzien, zal er over ca. 8 jaar na vaststelling van het beleid een heroverweging van het uitgangspunt van de tijdelijke vergunningen kunnen plaatsvinden en nieuw beleid worden geformuleerd. Een deel van de arbeidsmigranten zal ook op de toekomstige arbeidsmarkt inzetbaar zijn, waarbij zij naar verwachting ook inzetbaar zullen zijn op hoger geschoolde arbeid. Zij kunnen hier

Pag. 8 van 49

een werkcarrière en hun toekomst opbouwen en zullen gebruik moeten kunnen maken van de reguliere huisvestingsmogelijkheden. Dit vraagt wel om flankerend beleid in het kader van voldoende reguliere huisvesting. In aanvulling op bovenstaande is er in de aanloop naar het beleid in 2019 gebruik gemaakt diverse onderzoeken zoals de quickscan van Etil en het economisch adviesbureau Buck Consultants International (BCI). Deze voorspelt dat de robotisering in Nederland versneld doorgevoerd zal worden. Conclusie De zienswijze is ongegrond. Samenvatting thema 2: Bedrijfseconomische noodzaak Reclamant vraagt om de bepaling aangaande de bedrijfseconomische noodzaak te verduidelijken. Reactie gemeente: De bepaling omtrent het maximaal aantal te huisvesten personen bij een agrarisch bedrijf die aangetoond diende te worden op basis van bedrijfseconomische noodzaak met een maximum van 80 personen is komen te vervallen. Omdat het niet wenselijk is om te huisvesten op basis van de piekbehoefte is er voor gekozen om te huisvesten op basis van seizoensbehoefte: het gemiddeld aantal internationale werknemers die het bedrijf nodig acht ten aanzien van zijn bedrijfsvoering, jaarrond en niet zijnde de piekbehoefte.

Deze seizoensbehoefte wordt door de initiatiefnemer onderbouwd in de aanvraag en vergezeld van een accountantsverklaring waarin wordt getoetst of het initiatief past binnen afzet en omzet van het betreffende bedrijf. Het is tevens mogelijk om in het laagseizoen huisvesting in te zetten voor derden of andere sectoren (bijvoorbeeld de logistiek). Conclusie De zienswijze is ongegrond. Samenvatting thema 3: Hoofdvestiging in relatie tot nevenvestiging Reclamanten merken op dat het in voorkomende gevallen lastig kan zijn om te bepalen wanneer nu sprake is van een hoofdvestiging of een nevenvestiging. Reclamanten vragen zich af hoe dit onderscheid gemaakt gaat worden. Hierbij kan niet zonder meer worden uitgegaan van de gegevens uit het Handelsregister. Reclamanten stellen zich de vraag waarom in beginsel uitsluitend ter plaatse van de hoofdvestiging huisvesting is toegestaan en slechts bij uitzondering op de nevenvestiging. Reactie gemeente: Wat is beoogd is het tegen gaan van het op afstand realiseren van huisvesting zonder toeziend oog van de agrariër. Om die reden is in beginsel hoofdvestiging van toepassing en alleen onderbouwd kan het mogelijk zijn dat ook bij een nevenvestiging sprake kan zijn van huisvesting. Initiatiefnemers dienen te onderbouwen dat een locatie in functioneel opzicht een hoofdvestiging betreft. Conclusie De zienswijze is ongegrond.

Pag. 9 van 49

Samenvatting thema 4: Woonunits Reclamant stelt dat woonunits/chalets eveneens moeten voldoen aan diverse keurmerken, waardoor ook in dit kader sprake is van kwalitatief goede huisvesting. Reclamanten verzoeken u dan ook om artikel 5.1 sub c hierop aan te passen, zodat huisvesting van internationale werknemers in woonunits/chalets mogelijk blijft. Reactie gemeente: Er moet sprake zijn van kwalitatief goede huisvesting middels het SNF-keurmerk. De mogelijkheid blijft om kwalitatief goede chalets, woonunits te plaatsen om deze in te zetten voor de huisvesting van arbeidsmigranten zoals reclamant stelt. Derhalve is artikel 5.1 lid c hierop aangepast. Conclusie De zienswijze is gegrond. Samenvatting thema 5: Omliggende functies Bepaald is dat een goed woon- en leefklimaat verzekerd dient te zijn ter plaatse van zowel de huisvesting als de omliggende functies. In dit kader is onduidelijk wat wordt verstaan onder omliggende functies en waaraan dus moet worden getoetst in een aanvraag. Reclamanten verzoeken om hierover duidelijkheid te verschaffen. Reactie gemeente: Het gaat hierbij om het volgende. De huisvestingslocatie wordt omgeven door andere percelen. Deze omliggende percelen hebben op grond van het bestemmingsplan een bepaalde bestemming. Het goede woonen leefklimaat behorende bij deze bestemmingen moet verzekerd zijn.

Samenvatting thema 6: Definitie agrarisch bedrijfsgebouw In artikel 5 van de planregels wordt gesproken over bedrijfsgebouwen. Hiervoor is echter geen definitie opgenomen in de planregels. Reclamanten verzoeken dit alsnog te doen ter voorkoming van onnodige discussies. Reactie gemeente: De onderstaande definitie zal worden opgenomen in de begripsbepalingen in het bestemmingsplan. Bedrijfsgebouw: Een gebouw, dat dient voor de uitoefening van een bedrijf. Deze definitiebepaling vloeit voort uit het vigerende bestemmingsplan buitengebied. Conclusie De zienswijze is gegrond. Samenvatting thema 7: Definitie bestaande vrijkomende agrarische gebouwen Allereerst dient zich de vraag aan waarom enkel vrijkomende agrarische gebouwen nabij werkgelegenheidsgebieden ingezet kunnen worden voor de huisvesting van Internationale werknemers. Dit dient naar de mening van reclamanten ook op andere vrijkomende agrarische locaties mogelijk te zijn. Voorts wordt in artikel 6.1 sub c als voorwaarde gesteld dat huisvesting uitsluitend is toegestaan binnen de bestaande

Pag. 10 van 49

(voormalige) bedrijfswoning. Allereerst verdient het opmerking dat een hoofdgebouw (zoals vermeld in artikel 1.8 voornoemd) niet per definitie een bedrijfswoning hoeft te zijn (zie ook de definitie van hoofdgebouw in artikel 1.19). Reclamanten verzoeken dan ook om artikel 6.1 sub c hierop aan te passen. Tenslotte is het de vraag of het gewenst is om enkel huisvesting van arbeidsmigranten in hoofdgebouwen toe te staan. Reactie gemeente: Er is juist beoogd de huisvesting enkel in de voormalige bedrijfswoning te laten plaatsvinden en niet in bijvoorbeeld voormalige stallen. Vrijkomende agrarische bebouwing mag worden ingezet voor tijdelijke huisvesting van arbeidsmigranten mits deze bebouwing niet wordt uitgebreid en indien deze bebouwing gelegen is nabij werkgelegenheidsgebieden. Er moet sprake zijn van integrale kwaliteitsverbetering. Gebouwen die niet worden ingezet voor de tijdelijke huisvesting, zullen bijvoorbeeld gesaneerd moeten worden dan wel de locatie moet landschappelijk worden ingepast. Conclusie De zienswijze is ongegrond. Samenvatting thema 8: Adequate omgevingsdialoog Reclamanten verzoeken een praktische en goed begrijpende omschrijving op te nemen aangaande de te voeren omgevingsdialoog. Reclamant geeft tevens aan dat enkel het informeren van belanghebbende afdoende is en deze niet meegenomen hoeven te worden in de planvorming.

Reactie gemeente: Een omgevingsdialoog/omgevingsgesprek dient te worden gevoerd bij een vergunningaanvraag of bestemmingsplanwijziging tussen aanvrager en omgeving over het voorgenomen plan. Het doel is om samen te kijken naar de plannen elkaar mee te nemen en de beweegredenen te motiveren. Een omgevingsgesprek is goed gevoerd als beide partijen gelijkwaardig aan elkaar een inbreng hebben kunnen leveren aan het plan. Het gemeentelijk beleid ‘Richtlijnen Omgevingsgesprek’ is hiervoor het uitgangspunt. Conclusie De zienswijze is ongegrond. Samenvatting thema 9: Vrijstellingsmogelijkheid In de planregels van het thans voorliggende ontwerpbestemmingsplan is een Vrijstellingsmogelijkheid ten aanzien van bebouwing buiten het bouwblok niet opgenomen. Reclamanten verzoeken u dit alsnog te doen conform beleid Arbeidsmigranten. Reactie gemeente: Het mogelijk maken om huisvesting buiten het bouwblok te realiseren is niet als afwijkingsmogelijkheid meegenomen in de planvorming. De situering van de huisvestingsmogelijkheid is maatwerk. Indien het passender is om deze buiten het bouwblok op te richten kan dit middels de tijdelijke ontheffing op basis van voorliggend plan in combinatie met de toets aan het beleid. Hiervoor hoeft geen aparte afwijkingsmogelijkheid te worden opgenomen.

Pag. 11 van 49

Conclusie De zienswijze is ongegrond. Samenvatting thema 10: Algemene gebruiksregels Reclamant vraagt wanneer er sprake is van grootschalige huisvesting van arbeidsmigranten en wanneer er dus sprake Is van een overtreding van artikel 9 sub c. Reactie gemeente: Indien er sprake is van grootschalige huisvestingslocaties zoals omschreven in het beleid 2019. Op basis van het beleid mogen maximaal twee grootschalige woongebouwen nieuw worden gebouwd op of nabij werkgelegenheidsgebieden met een maximum van 400 personen per locatie. Conclusie De zienswijze is ongegrond. Samenvatting thema 11: Overgangsrecht Reclamanten constateren dat ingevolge het thans voorliggende ontwerpbestemmingsplan de mogelijkheden sterk zijn aangescherpt om huisvesting van Internationale werknemers te realiseren. Dit maakt dat huidige vergunde rechten in het gedrang komen op het moment dat er wijzigingen aan deze vergunningen benodigd zijn. Ook dit leidt tot stilstand en niet tot vergroting van de geboden kwaliteit in huisvesting binnen de gemeente Horst aan de Maas. Reclamanten verzoeken het ontwerpbestemmingsplan hierop aan te passen. Reactie gemeente: Het voormalige beleid voldeed niet meer aan de behoefte uit de praktijk, derhalve is er nieuw beleid opgesteld. Het nieuwe beleid ziet toe op nieuw te vergunnen situaties.

Daarnaast zullen legale gebruikssituaties en/of vergunde situaties die aangepast dan wel uitgebreid worden moeten voldoen aan de nieuwe regelgeving om een kwaliteitsslag te kunnen maken. Conclusie De zienswijze is ongegrond.

Pag. 12 van 49

Reclamant 5 Samenvatting thema 1: Tijdelijke vergunning De behoefte aan huisvesting van internationale werknemers blijft structureel bij reclamant. Daarbij is het de vraag wat er dan na 10 jaar met gebouwen ten behoeve van de huisvesting zou moeten gebeuren? En hoe ondernemers na 10 jaar moeten voorzien in hun behoefte om Internationale werknemers te huisvesten? De gestelde verwachting in het beleid komt daarmee niet overeen de te verwachte situatie volgens de ondernemers zelf. Reclamanten verzoeken om het tijdelijkheidsvereiste in artikel 5.1 sub a en 6.1 sub b te schrappen. Reactie gemeente: Uitgangspunt is dat in alle gevallen deze huisvesting op een oneigenlijke plaats tijdelijk zal zijn. Aangezien de verwachting is dat binnen 5 tot 10 jaar in grote mate gebruik zal worden gemaakt van robotisering, wordt verwacht dat vele voorzieningen die nu gecreëerd worden dan overbodig zijn. Om te voorkomen dat er in het buitengebied en op bedrijventerreinen woonvoorzieningen leeg komen te staan dan wel oneigenlijk gebruikt worden, worden alleen maar tijdelijke vergunningen voor maximaal 10 jaar verleend. Wij gaan bij tijdelijke vergunningen nog steeds uit van kwalitatieve en duurzame woonvoorzieningen. In de praktijk blijkt dat dit zeker mogelijk is, ook al is sprake van een tijdelijke instandhouding.

Mochten de technologische, economische of demografische ontwikkelingen geheel anders verlopen dan nu voorzien, zal er over ca. 8 jaar na vaststelling van het beleid een heroverweging van het uitgangspunt van de tijdelijke vergunningen kunnen plaatsvinden en nieuw beleid worden geformuleerd. Een deel van de arbeidsmigranten zal ook op de toekomstige arbeidsmarkt inzetbaar zijn, waarbij zij naar verwachting ook inzetbaar zullen zijn op hoger geschoolde arbeid. Zij kunnen hier een werkcarrière en hun toekomst opbouwen en zullen gebruik moeten kunnen maken van de reguliere huisvestingsmogelijkheden. Dit vraagt wel om flankerend beleid in het kader van voldoende reguliere huisvesting. In aanvulling op bovenstaande is er in de aanloop naar het beleid in 2019 gebruik gemaakt diverse onderzoeken zoals de quickscan van Etil en het economisch adviesbureau Buck Consultants International (BCI). Deze voorspelt dat de robotisering in Nederland versneld doorgevoerd zal worden. Conclusie De zienswijze is ongegrond. Samenvatting thema 2: Bedrijfseconomische noodzaak Reclamant vraagt om de bepaling aangaande de bedrijfseconomische noodzaak te verduidelijken. Reactie gemeente: De bepaling omtrent het maximaal aantal te huisvesten personen bij een agrarisch bedrijf die aangetoond diende te worden op basis van bedrijfseconomische noodzaak met een maximum van 80 personen is komen te vervallen.

Omdat het niet wenselijk is om te huisvesten op basis van de piekbehoefte is er voor gekozen om te huisvesten op basis van seizoensbehoefte: het gemiddeld aantal internationale werknemers die het bedrijf nodig acht ten aanzien van zijn bedrijfsvoering, jaarrond en niet zijnde de piekbehoefte. Deze seizoensbehoefte wordt door de initiatiefnemer onderbouwd in de aanvraag en vergezeld van een accountantsverklaring waarin wordt getoetst of het initiatief past binnen afzet en omzet van het

Pag. 13 van 49

betreffende bedrijf. Het is tevens mogelijk om in het laagseizoen huisvesting in te zetten voor derden of andere sectoren (bijvoorbeeld de logistiek). Conclusie De zienswijze is ongegrond. Samenvatting thema 3: Hoofdvestiging in relatie tot nevenvestiging Reclamanten merken op dat het in voorkomende gevallen lastig kan zijn om te bepalen wanneer nu sprake is van een hoofdvestiging of een nevenvestiging. Reclamanten vragen zich af hoe dit onderscheid gemaakt gaat worden. Hierbij kan niet zonder meer worden uitgegaan van de gegevens uit het Handelsregister. Reclamanten stellen zich de vraag waarom in beginsel uitsluitend ter plaatse van de hoofdvestiging huisvesting is toegestaan en slechts bij uitzondering op de nevenvestiging. Reactie gemeente: Wat is beoogd is het tegen gaan van het op afstand realiseren van huisvesting zonder toeziend oog van de agrariër. Om die reden is in beginsel hoofdvestiging van toepassing en alleen onderbouwd kan het mogelijk zijn dat ook bij een nevenvestiging sprake kan zijn van huisvesting. Initiatiefnemers dienen te onderbouwen dat een locatie in functioneel opzicht een hoofdvestiging betreft. Conclusie De zienswijze is ongegrond. Samenvatting thema 4: Omliggende functies Bepaald is dat een goed woon- en leefklimaat verzekerd dient te zijn ter plaatse van zowel de huisvesting als de omliggende functies.

In dit kader is onduidelijk wat wordt verstaan onder omliggende functies en waaraan dus moet worden getoetst in een aanvraag. Reclamanten verzoeken om hierover duidelijkheid te verschaffen. Reactie gemeente: Het gaat hierbij om het volgende. De huisvestingslocatie wordt omgeven door andere percelen. Deze omliggende percelen hebben op grond van het bestemmingsplan een bepaalde bestemming. Het goede woonen leefklimaat behorende bij deze bestemmingen moet verzekerd zijn. Conclusie De zienswijze is ongegrond. Samenvatting thema 5: Definitie agrarisch bedrijfsgebouw In artikel 5 van de planregels wordt gesproken over bedrijfsgebouwen. Hiervoor is echter geen definitie opgenomen in de planregels. Reclamanten verzoeken dit alsnog te doen ter voorkoming van onnodige discussies.

Pag. 14 van 49

Reactie gemeente: De onderstaande definitie zal worden opgenomen in de begripsbepalingen in het bestemmingsplan. Bedrijfsgebouw: Een gebouw, dat dient voor de uitoefening van een bedrijf. Deze definitiebepaling vloeit voort uit het vigerende bestemmingsplan buitengebied. Conclusie De zienswijze is ongegrond. Samenvatting thema 6: Definitie bestaande vrijkomende agrarische gebouwen Allereerst dient zich de vraag aan waarom enkel vrijkomende agrarische gebouwen nabij werkgelegenheidsgebieden ingezet kunnen worden voor de huisvesting van Internationale werknemers. Dit dient naar de mening van reclamanten ook op andere vrijkomende agrarische locaties mogelijk te zijn. Voorts wordt in artikel 6.1 sub c als voorwaarde gesteld dat huisvesting uitsluitend is toegestaan binnen de bestaande (voormalige) bedrijfswoning. Allereerst verdient het opmerking dat een hoofdgebouw (zoals vermeld in artikel 1.8 voornoemd) niet per definitie een bedrijfswoning hoeft te zijn (zie ook de definitie van hoofdgebouw in artikel 1.19). Reclamanten verzoeken dan ook om artikel 6.1 sub c hierop aan te passen. Tenslotte is het de vraag of het gewenst is om enkel huisvesting van arbeidsmigranten in hoofdgebouwen toe te staan. Reactie gemeente: Middels het beleid is het beoogd om enkel huisvesting mogelijk te maken binnen de (voormalige) bedrijfswoning en niet binnen voormalige stallen, schuren etc.

Dit is derhalve op voorliggende manier opgenomen in de bestemmingsplanregels. Conclusie De zienswijze is ongegrond. Samenvatting thema 9: Vrijstellingsmogelijkheid In de planregels van het thans voorliggende ontwerpbestemmingsplan is een Vrijstellingsmogelijkheid ten aanzien van bebouwing buiten het bouwblok niet opgenomen. Reclamanten verzoeken u dit alsnog te doen conform beleid Arbeidsmigranten. Reactie gemeente: Het mogelijk maken om huisvesting buiten het bouwblok te realiseren is niet als afwijkingsmogelijkheid meegenomen in de planvorming. De situering van de huisvestingsmogelijkheid is maatwerk. Indien het passender is om deze buiten het bouwblok op te richten kan dit middels de tijdelijke ontheffing op basis van voorliggend plan in combinatie met de toets aan het beleid. Hiervoor hoeft geen aparte afwijkingsmogelijkheid te worden opgenomen. Conclusie De zienswijze is ongegrond.

Pag. 15 van 49

Samenvatting thema 10: Algemene gebruiksregels Reclamant vraagt wanneer er sprake is van grootschalige huisvesting van arbeidsmigranten en wanneer er dus sprake Is van een overtreding van artikel 9 sub c.

Reactie gemeente: Indien er sprake is van grootschalige huisvestingslocaties zoals omschreven in het beleid 2019. Op basis van het beleid mogen maximaal twee grootschalige woongebouwen nieuw worden gebouwd op of nabij werkgelegenheidsgebieden met een maximum van 400 personen per locatie. Conclusie De zienswijze is ongegrond. Samenvatting thema 11: Overgangsrecht Reclamanten constateren dat ingevolge het thans voorliggende ontwerpbestemmingsplan de mogelijkheden sterk zijn aangescherpt om huisvesting van Internationale werknemers te realiseren. Dit maakt dat huidige vergunde rechten in het gedrang komen op het moment dat er wijzigingen aan deze vergunningen benodigd zijn. Ook dit leidt tot stilstand en niet tot vergroting van de geboden kwaliteit in huisvesting binnen de gemeente Horst aan de Maas. Reclamanten verzoeken het ontwerpbestemmingsplan hierop aan te passen. Reactie gemeente: Het voormalige beleid voldeed niet meer aan de behoefte uit de praktijk, derhalve is er nieuw beleid opgesteld. Het nieuwe beleid ziet toe op nieuw te vergunnen situaties. Daarnaast zullen legale gebruikssituaties en/of vergunde situaties die aangepast dan wel uitgebreid worden moeten voldoen aan de nieuwe regelgeving om een kwaliteitsslag te kunnen maken. Conclusie De zienswijze is ongegrond.

Pag. 16 van 49

Reclamant 6 Samenvatting thema 1: Tijdelijke vergunning De behoefte aan huisvesting van internationale werknemers blijft structureel bij reclamant. Daarbij is het de vraag wat er dan na 10 jaar met gebouwen ten behoeve van de huisvesting zou moeten gebeuren? En hoe ondernemers na 10 jaar moeten voorzien in hun behoefte om Internationale werknemers te huisvesten? De gestelde verwachting in het beleid komt daarmee niet overeen de te verwachte situatie volgens de ondernemers zelf. Reclamanten verzoeken om het tijdelijkheidsvereiste in artikel 5.1 sub a en 6.1 sub b te schrappen. Reactie gemeente: Uitgangspunt is dat in alle gevallen deze huisvesting op een oneigenlijke plaats tijdelijk zal zijn. Aangezien de verwachting is dat binnen 5 tot 10 jaar in grote mate gebruik zal worden gemaakt van robotisering, wordt verwacht dat vele voorzieningen die nu gecreëerd worden dan overbodig zijn. Om te voorkomen dat er in het buitengebied en op bedrijventerreinen woonvoorzieningen leeg komen te staan dan wel oneigenlijk gebruikt worden, worden alleen maar tijdelijke vergunningen voor maximaal 10 jaar verleend. Wij gaan bij tijdelijke vergunningen nog steeds uit van kwalitatieve en duurzame woonvoorzieningen. In de praktijk blijkt dat dit zeker mogelijk is, ook al is sprake van een tijdelijke instandhouding.

Mochten de technologische, economische of demografische ontwikkelingen geheel anders verlopen dan nu voorzien, zal er over ca. 8 jaar na vaststelling van het beleid een heroverweging van het uitgangspunt van de tijdelijke vergunningen kunnen plaatsvinden en nieuw beleid worden geformuleerd. Een deel van de arbeidsmigranten zal ook op de toekomstige arbeidsmarkt inzetbaar zijn, waarbij zij naar verwachting ook inzetbaar zullen zijn op hoger geschoolde arbeid. Zij kunnen hier een werkcarrière en hun toekomst opbouwen en zullen gebruik moeten kunnen maken van de reguliere huisvestingsmogelijkheden. Dit vraagt wel om flankerend beleid in het kader van voldoende reguliere huisvesting. In aanvulling op bovenstaande is er in de aanloop naar het beleid in 2019 gebruik gemaakt diverse onderzoeken zoals de quickscan van Etil en het economisch adviesbureau Buck Consultants International (BCI). Deze voorspelt dat de robotisering in Nederland versneld doorgevoerd zal worden. Conclusie De zienswijze is ongegrond. Samenvatting thema 2: Bedrijfseconomische noodzaak Reclamant vraagt om de bepaling aangaande de bedrijfseconomische noodzaak te verduidelijken. Reactie gemeente: De bepaling omtrent het maximaal aantal te huisvesten personen bij een agrarisch bedrijf die aangetoond diende te worden op basis van bedrijfseconomische noodzaak met een maximum van 80 personen is komen te vervallen.

Omdat het niet wenselijk is om te huisvesten op basis van de piekbehoefte is er voor gekozen om te huisvesten op basis van seizoensbehoefte: het gemiddeld aantal internationale werknemers die het bedrijf nodig acht ten aanzien van zijn bedrijfsvoering, jaarrond en niet zijnde de piekbehoefte. Deze seizoensbehoefte wordt door de initiatiefnemer onderbouwd in de aanvraag en vergezeld van een accountantsverklaring waarin wordt getoetst of het initiatief past binnen afzet en omzet van het

Pag. 17 van 49

betreffende bedrijf. Het is tevens mogelijk om in het laagseizoen huisvesting in te zetten voor derden of andere sectoren (bijvoorbeeld de logistiek). Conclusie De zienswijze is ongegrond. Samenvatting thema 3: Hoofdvestiging in relatie tot nevenvestiging Reclamanten merken op dat het in voorkomende gevallen lastig kan zijn om te bepalen wanneer nu sprake is van een hoofdvestiging of een nevenvestiging. Reclamanten vragen zich af hoe dit onderscheid gemaakt gaat worden. Hierbij kan niet zonder meer worden uitgegaan van de gegevens uit het Handelsregister. Reclamanten stellen zich de vraag waarom in beginsel uitsluitend ter plaatse van de hoofdvestiging huisvesting is toegestaan en slechts bij uitzondering op de nevenvestiging. Reactie gemeente: Wat is beoogd is het tegen gaan van het op afstand realiseren van huisvesting zonder toeziend oog van de agrariër. Om die reden is in beginsel hoofdvestiging van toepassing en alleen onderbouwd kan het mogelijk zijn dat ook bij een nevenvestiging sprake kan zijn van huisvesting. Initiatiefnemers dienen te onderbouwen dat een locatie in functioneel opzicht een hoofdvestiging betreft.

Conclusie De zienswijze is ongegrond. Samenvatting thema 4: Omliggende functies Bepaald is dat een goed woon- en leefklimaat verzekerd dient te zijn ter plaatse van zowel de huisvesting als de omliggende functies. In dit kader is onduidelijk wat wordt verstaan onder omliggende functies en waaraan dus moet worden getoetst in een aanvraag. Reclamanten verzoeken om hierover duidelijkheid te verschaffen. Reactie gemeente: Het gaat hierbij om het volgende. De huisvestingslocatie wordt omgeven door andere percelen. Deze omliggende percelen hebben op grond van het bestemmingsplan een bepaalde bestemming. Het goede woonen leefklimaat behorende bij deze bestemmingen moet verzekerd zijn. Conclusie De zienswijze is ongegrond. Samenvatting thema 5: Definitie agrarisch bedrijfsgebouw In artikel 5 van de planregels wordt gesproken over bedrijfsgebouwen. Hiervoor is echter geen definitie opgenomen in de planregels. Reclamanten verzoeken dit alsnog te doen ter voorkoming van onnodige discussies. Reactie gemeente: De onderstaande definitie zal worden opgenomen in de begripsbepalingen in het bestemmingsplan.

Pag. 18 van 49

Bedrijfsgebouw: Een gebouw, dat dient voor de uitoefening van een bedrijf. Deze definitiebepaling vloeit voort uit het vigerende bestemmingsplan buitengebied. Conclusie De zienswijze is ongegrond. Samenvatting thema 6: Definitie bestaande vrijkomende agrarische gebouwen Allereerst dient zich de vraag aan waarom enkel vrijkomende agrarische gebouwen nabij werkgelegenheidsgebieden ingezet kunnen worden voor de huisvesting van Internationale werknemers. Dit dient naar de mening van reclamanten ook op andere vrijkomende agrarische locaties mogelijk te zijn. Voorts wordt in artikel 6.1 sub c als voorwaarde gesteld dat huisvesting uitsluitend is toegestaan binnen de bestaande (voormalige) bedrijfswoning. Allereerst verdient het opmerking dat een hoofdgebouw (zoals vermeld in artikel 1.8 voornoemd) niet per definitie een bedrijfswoning hoeft te zijn (zie ook de definitie van hoofdgebouw in artikel 1.19). Reclamanten verzoeken dan ook om artikel 6.1 sub c hierop aan te passen. Tenslotte is het de vraag of het gewenst is om enkel huisvesting van arbeidsmigranten in hoofdgebouwen toe te staan. Reactie gemeente: Er is juist beoogd de huisvesting enkel in de voormalige bedrijfswoning te laten plaatsvinden en niet in bijvoorbeeld voormalige stallen.

Vrijkomende agrarische bebouwing mag worden ingezet voor tijdelijke huisvesting van arbeidsmigranten mits deze bebouwing niet wordt uitgebreid en indien deze bebouwing gelegen is nabij werkgelegenheidsgebieden. Er moet sprake zijn van integrale kwaliteitsverbetering. Gebouwen die niet worden ingezet voor de tijdelijke huisvesting, zullen bijvoorbeeld gesaneerd moeten worden dan wel de locatie moet landschappelijk worden ingepast. Conclusie De zienswijze is ongegrond. Samenvatting thema 7: Adequate omgevingsdialoog Reclamanten verzoeken een praktische en goed begrijpende omschrijving op te nemen aangaande de te voeren omgevingsdialoog. Reclamant geeft tevens aan dat enkel het informeren van belanghebbende afdoende is en deze niet meegenomen hoeven te worden in de planvorming. Reactie gemeente: Een omgevingsdialoog/omgevingsgesprek dient te worden gevoerd bij een vergunningaanvraag of bestemmingsplanwijziging tussen aanvrager en omgeving over het voorgenomen plan. Het doel is om samen te kijken naar de plannen elkaar mee te nemen en de beweegredenen te motiveren. Een omgevingsgesprek is goed gevoerd als beide partijen gelijkwaardig aan elkaar een inbreng hebben kunnen leveren aan het plan. Het gemeentelijk beleid ‘Richtlijnen Omgevingsgesprek’ is hiervoor het uitgangspunt. Conclusie De zienswijze is ongegrond.

Pag. 19 van 49

Samenvatting thema 9: Vrijstellingsmogelijkheid In de planregels van het thans voorliggende ontwerpbestemmingsplan is een Vrijstellingsmogelijkheid ten aanzien van bebouwing buiten het bouwblok niet opgenomen. Reclamanten verzoeken u dit alsnog te doen conform beleid Arbeidsmigranten. Reactie gemeente: Het mogelijk maken om huisvesting buiten het bouwblok te realiseren is niet als afwijkingsmogelijkheid meegenomen in de planvorming. De situering van de huisvestingsmogelijkheid is maatwerk. Indien het passender is om deze buiten het bouwblok op te richten kan dit middels de tijdelijke ontheffing op basis van voorliggend plan in combinatie met de toets aan het beleid. Hiervoor hoeft geen aparte afwijkingsmogelijkheid te worden opgenomen. Conclusie De zienswijze is ongegrond. Samenvatting thema 10: Algemene gebruiksregels Reclamant vraagt wanneer er sprake is van grootschalige huisvesting van arbeidsmigranten en wanneer er dus sprake Is van een overtreding van artikel 9 sub c. Reactie gemeente: Indien er sprake is van grootschalige huisvestingslocaties zoals omschreven in het beleid 2019. Op basis van het beleid mogen maximaal twee grootschalige woongebouwen nieuw worden gebouwd op of nabij werkgelegenheidsgebieden met een maximum van 400 personen per locatie. Conclusie De zienswijze is ongegrond.

Samenvatting thema 11: Overgangsrecht Reclamanten constateren dat ingevolge het thans voorliggende ontwerpbestemmingsplan de mogelijkheden sterk zijn aangescherpt om huisvesting van Internationale werknemers te realiseren. Dit maakt dat huidige vergunde rechten in het gedrang komen op het moment dat er wijzigingen aan deze vergunningen benodigd zijn. Ook dit leidt tot stilstand en niet tot vergroting van de geboden kwaliteit in huisvesting binnen de gemeente Horst aan de Maas. Reclamanten verzoeken het ontwerpbestemmingsplan hierop aan te passen. Reactie gemeente: Het voormalige beleid voldeed niet meer aan de behoefte uit de praktijk, derhalve is er nieuw beleid opgesteld. Het nieuwe beleid ziet toe op nieuw te vergunnen situaties. Daarnaast zullen legale gebruikssituaties en/of vergunde situaties die aangepast dan wel uitgebreid worden moeten voldoen aan de nieuwe regelgeving om een kwaliteitsslag te kunnen maken Conclusie De zienswijze is ongegrond.

Pag. 20 van 49

Reclamant 7 Samenvatting thema 1: Tijdelijke vergunning De behoefte aan huisvesting van internationale werknemers blijft structureel bij reclamant. Daarbij is het de vraag wat er dan na 10 jaar met gebouwen ten behoeve van de huisvesting zou moeten gebeuren? En hoe ondernemers na 10 jaar moeten voorzien in hun behoefte om Internationale werknemers te huisvesten? De gestelde verwachting in het beleid komt daarmee niet overeen de te verwachte situatie volgens de ondernemers zelf. Reclamanten verzoeken om het tijdelijkheidsvereiste in artikel 5.1 sub a en 6.1 sub b te schrappen. Reactie gemeente: Uitgangspunt is dat in alle gevallen deze huisvesting op een oneigenlijke plaats tijdelijk zal zijn. Aangezien de verwachting is dat binnen 5 tot 10 jaar in grote mate gebruik zal worden gemaakt van robotisering, wordt verwacht dat vele voorzieningen die nu gecreëerd worden dan overbodig zijn. Om te voorkomen dat er in het buitengebied en op bedrijventerreinen woonvoorzieningen leeg komen te staan dan wel oneigenlijk gebruikt worden, worden alleen maar tijdelijke vergunningen voor maximaal 10 jaar verleend. Wij gaan bij tijdelijke vergunningen nog steeds uit van kwalitatieve en duurzame woonvoorzieningen. In de praktijk blijkt dat dit zeker mogelijk is, ook al is sprake van een tijdelijke instandhouding.

Mochten de technologische, economische of demografische ontwikkelingen geheel anders verlopen dan nu voorzien, zal er over ca. 8 jaar na vaststelling van het beleid een heroverweging van het uitgangspunt van de tijdelijke vergunningen kunnen plaatsvinden en nieuw beleid worden geformuleerd. Een deel van de arbeidsmigranten zal ook op de toekomstige arbeidsmarkt inzetbaar zijn, waarbij zij naar verwachting ook inzetbaar zullen zijn op hoger geschoolde arbeid. Zij kunnen hier een werkcarrière en hun toekomst opbouwen en zullen gebruik moeten kunnen maken van de reguliere huisvestingsmogelijkheden. Dit vraagt wel om flankerend beleid in het kader van voldoende reguliere huisvesting. In aanvulling op bovenstaande is er in de aanloop naar het beleid in 2019 gebruik gemaakt diverse onderzoeken zoals de quickscan van Etil en het economisch adviesbureau Buck Consultants International (BCI). Deze voorspelt dat de robotisering in Nederland versneld doorgevoerd zal worden. Conclusie De zienswijze is ongegrond. Samenvatting thema 2: Bedrijfseconomische noodzaak Reclamant vraagt om de bepaling aangaande de bedrijfseconomische noodzaak te verduidelijken. Reactie gemeente: De bepaling omtrent het maximaal aantal te huisvesten personen bij een agrarisch bedrijf die aangetoond diende te worden op basis van bedrijfseconomische noodzaak met een maximum van 80 personen is komen te vervallen.

Omdat het niet wenselijk is om te huisvesten op basis van de piekbehoefte is er voor gekozen om te huisvesten op basis van seizoensbehoefte: het gemiddeld aantal internationale werknemers die het bedrijf nodig acht ten aanzien van zijn bedrijfsvoering, jaarrond en niet zijnde de piekbehoefte. Deze seizoensbehoefte wordt door de initiatiefnemer onderbouwd in de aanvraag en vergezeld

Pag. 21 van 49

van een accountantsverklaring waarin wordt getoetst of het initiatief past binnen afzet en omzet van het betreffende bedrijf. Het is tevens mogelijk om in het laagseizoen huisvesting in te zetten voor derden of andere sectoren (bijvoorbeeld de logistiek). Conclusie De zienswijze is ongegrond. Samenvatting thema 3: Hoofdvestiging in relatie tot nevenvestiging Reclamanten merken op dat het in voorkomende gevallen lastig kan zijn om te bepalen wanneer nu sprake is van een hoofdvestiging of een nevenvestiging. Reclamanten vragen zich af hoe dit onderscheid gemaakt gaat worden. Hierbij kan niet zonder meer worden uitgegaan van de gegevens uit het Handelsregister. Reclamanten stellen zich de vraag waarom in beginsel uitsluitend ter plaatse van de hoofdvestiging huisvesting is toegestaan en slechts bij uitzondering op de nevenvestiging. Reactie gemeente: Wat is beoogd is het tegen gaan van het op afstand realiseren van huisvesting zonder toeziend oog van de agrariër. Om die reden is in beginsel hoofdvestiging van toepassing en alleen onderbouwd kan het mogelijk zijn dat ook bij een nevenvestiging sprake kan zijn van huisvesting. Initiatiefnemers dienen te onderbouwen dat een locatie in functioneel opzicht een hoofdvestiging betreft.

Samenvatting thema 4: Woonunits Reclamant stelt dat woonunits/chalets eveneens moeten voldoen aan diverse keurmerken, waardoor ook in dit kader sprake is van kwalitatief goede huisvesting. Reclamanten verzoeken u dan ook om artikel 5.1 sub c hierop aan te passen, zodat huisvesting van internationale werknemers in woonunits/chalets mogelijk blijft. Reactie gemeente: Er moet sprake zijn van kwalitatief goede huisvesting middels het SNF-keurmerk. De mogelijkheid blijft om kwalitatief goede chalets, woonunits te plaatsen om deze in te zetten voor de huisvesting van arbeidsmigranten zoals reclamant stelt. Derhalve is artikel 5.1 lid c hierop aangepast. Conclusie De zienswijze is gegrond.

Samenvatting thema 5: Omliggende functies Bepaald is dat een goed woon- en leefklimaat verzekerd dient te zijn ter plaatse van zowel de huisvesting als de omliggende functies. In dit kader is onduidelijk wat wordt verstaan onder omliggende functies en waaraan dus moet worden getoetst in een aanvraag. Reclamanten verzoeken om hierover duidelijkheid te verschaffen.

Pag. 22 van 49

Reactie gemeente: Het gaat hierbij om het volgende. De huisvestingslocatie wordt omgeven door andere percelen. Deze omliggende percelen hebben op grond van het bestemmingsplan een bepaalde bestemming. Het goede woonen leefklimaat behorende bij deze bestemmingen moet verzekerd zijn. Conclusie De zienswijze is ongegrond. Samenvatting thema 6: Keurmerk Reclamant pleit voor het opnemen van het AKF-keurmerk (naast het aanwezige SNF-keurmerk) in de planregels. Reactie gemeente: Vanuit de regionale bouwsteen hebben enkele gemeenten samen, waaronder Horst aan de Maas, beleid vastgesteld voor de huisvesting van arbeidsmigranten die hier tijdelijk verblijven (short-stay). De regionale bouwsteen heeft betrekking op onderdelen van het beleid die voor alle gemeenten van toepassing zijn. De overige zaken worden aangepast in het lokale beleid waarin tevens de regionale bouwsteen wordt verwerkt. Nieuwe huisvestingsinitiatieven dienen derhalve minimaal te voldoen aan de eisen van de Stichting Normering Flexwonen (SNF). Dit vloeit voort uit de regionale bouwsteen. De SNF-norm kent de onderdelen ruimte en privacy, veiligheid en hygiëne, voorzieningen, informatievoorziening en overige eisen en brandveiligheid. Het betreffen landelijk geaccepteerde normen en door te verwijzen naar deze SNF-norm hoeven geen specifieke eisen in het beleid opgenomen te worden.

Initiatieven kunnen zich onderscheiden door extra kwaliteit van de huisvesting (privacy, recreatieve voorzieningen), fysieke randvoorwaarden van de locatie en aandacht voor de ontwikkeling van de arbeidsmigrant (bijvoorbeeld informatievoorziening en mogelijkheden van scholing). Omdat wij het daarnaast als gemeente belangrijk vinden dat alle ‘basisbehoeften’ ten aanzien van wonen onder één dak aanwezig zijn is er derhalve gekozen om enkel het SNF-keurmerk te handteren en niet het AKF- keurmerk. Het AKF- keurmerk voorziet niet in alle ‘basisbehoeften’ onder één dak. Conclusie De zienswijze is ongegrond. Samenvatting thema 7: Definitie agrarisch bedrijfsgebouw In artikel 5 van de planregels wordt gesproken over bedrijfsgebouwen. Hiervoor is echter geen definitie opgenomen in de planregels. Reclamanten verzoeken dit alsnog te doen ter voorkoming van onnodige discussies. Reactie gemeente: De onderstaande definitie zal worden opgenomen in de begripsbepalingen in het bestemmingsplan. Bedrijfsgebouw: Een gebouw, dat dient voor de uitoefening van een bedrijf. Deze definitiebepaling vloeit voort uit het vigerende bestemmingsplan buitengebied. Conclusie De zienswijze is ongegrond.

Pag. 23 van 49

Samenvatting thema 8: Definitie bestaande vrijkomende agrarische gebouwen Allereerst dient zich de vraag aan waarom enkel vrijkomende agrarische gebouwen nabij werkgelegenheidsgebieden ingezet kunnen worden voor de huisvesting van Internationale werknemers. Dit dient naar de mening van reclamanten ook op andere vrijkomende agrarische locaties mogelijk te zijn. Voorts wordt in artikel 6.1 sub c als voorwaarde gesteld dat huisvesting uitsluitend is toegestaan binnen de bestaande (voormalige) bedrijfswoning. Allereerst verdient het opmerking dat een hoofdgebouw (zoals vermeld in artikel 1.8 voornoemd) niet per definitie een bedrijfswoning hoeft te zijn (zie ook de definitie van hoofdgebouw in artikel 1.19). Reclamanten verzoeken dan ook om artikel 6.1 sub c hierop aan te passen. Tenslotte is het de vraag of het gewenst is om enkel huisvesting van arbeidsmigranten in hoofdgebouwen toe te staan. Reactie gemeente: Er is juist beoogd de huisvesting enkel in de voormalige bedrijfswoning te laten plaatsvinden en niet in bijvoorbeeld voormalige stallen. Vrijkomende agrarische bebouwing mag worden ingezet voor tijdelijke huisvesting van arbeidsmigranten mits deze bebouwing niet wordt uitgebreid en indien deze bebouwing gelegen is nabij werkgelegenheidsgebieden. Er moet sprake zijn van integrale kwaliteitsverbetering.

Gebouwen die niet worden ingezet voor de tijdelijke huisvesting, zullen bijvoorbeeld gesaneerd moeten worden dan wel de locatie moet landschappelijk worden ingepast. Samenvatting thema 9: Adequate omgevingsdialoog Reclamanten verzoeken een praktische en goed begrijpende omschrijving op te nemen aangaande de te voeren omgevingsdialoog. Reclamant geeft tevens aan dat enkel het informeren van belanghebbende afdoende is en deze niet meegenomen hoeven te worden in de planvorming. Reactie gemeente: Een omgevingsdialoog/omgevingsgesprek dient te worden gevoerd bij een vergunningaanvraag of bestemmingsplanwijziging tussen aanvrager en omgeving over het voorgenomen plan. Het doel is om samen te kijken naar de plannen elkaar mee te nemen en de beweegredenen te motiveren. Een omgevingsgesprek is goed gevoerd als beide partijen gelijkwaardig aan elkaar een inbreng hebben kunnen leveren aan het plan. Het gemeentelijk beleid ‘Richtlijnen Omgevingsgesprek’ is hiervoor het uitgangspunt. Conclusie De zienswijze is ongegrond. Samenvatting thema 9: Vrijstellingsmogelijkheid In de planregels van het thans voorliggende ontwerpbestemmingsplan is een Vrijstellingsmogelijkheid ten aanzien van bebouwing buiten het bouwblok niet opgenomen. Reclamanten verzoeken u dit alsnog te doen conform beleid Arbeidsmigranten.

Reactie gemeente: Het mogelijk maken om huisvesting buiten het bouwblok te realiseren is niet als afwijkingsmogelijkheid meegenomen in de planvorming. De situering van de huisvestingsmogelijkheid is maatwerk. Indien het passender is om deze buiten het bouwblok op te richten kan dit middels de tijdelijke ontheffing op basis van

Pag. 24 van 49

voorliggend plan in combinatie met de toets aan het beleid. Hiervoor hoeft geen aparte afwijkingsmogelijkheid te worden opgenomen. Conclusie De zienswijze is ongegrond. Samenvatting thema 10: Algemene gebruiksregels Reclamant vraagt wanneer er sprake is van grootschalige huisvesting van arbeidsmigranten en wanneer er dus sprake Is van een overtreding van artikel 9 sub c. Reactie gemeente: Indien er sprake is van grootschalige huisvestingslocaties zoals omschreven in het beleid 2019. Op basis van het beleid mogen maximaal twee grootschalige woongebouwen nieuw worden gebouwd op of nabij werkgelegenheidsgebieden met een maximum van 400 personen per locatie. Conclusie De zienswijze is ongegrond. Samenvatting thema 11: Overgangsrecht Reclamanten constateren dat ingevolge het thans voorliggende ontwerpbestemmingsplan de mogelijkheden sterk zijn aangescherpt om huisvesting van Internationale werknemers te realiseren. Dit maakt dat huidige vergunde rechten in het gedrang komen op het moment dat er wijzigingen aan deze vergunningen benodigd zijn. Ook dit leidt tot stilstand en niet tot vergroting van de geboden kwaliteit in huisvesting binnen de gemeente Horst aan de Maas. Reclamanten verzoeken het ontwerpbestemmingsplan hierop aan te passen. Reactie gemeente: Het voormalige beleid voldeed niet meer aan de behoefte uit de praktijk, derhalve is er nieuw beleid opgesteld.

Het nieuwe beleid ziet toe op nieuw te vergunnen situaties. Daarnaast zullen legale gebruikssituaties en/of vergunde situaties die aangepast dan wel uitgebreid worden moeten voldoen aan de nieuwe regelgeving om een kwaliteitsslag te kunnen maken Conclusie De zienswijze is ongegrond.

Pag. 25 van 49

Reclamant 8 Algemeen Zienswijzen/opmerkingen die vragen om een politieke reactie zijn niet meegenomen in dit zienswijzenrapport. Over deze opmerkingen voeren wij als gemeente separaat gesprekken met reclamant. Samenvatting thema 1: Faciliteren arbeidsmigranten De dubbele afhankelijkheid (inzake werk en wonen) ondermijnt de werknemerspositie van arbeidsmigranten ten opzichte van Nederlandse arbeidskrachten. Reactie gemeente: Voor de beantwoording van deze zienswijze verwijzen wij naar de opmerking onder het kopje ‘Algemeen’. Conclusie: De zienswijze is ongegrond. Samenvatting thema 2: Aanscherpen regelgeving Met dit paraplubestemmingsplan zouden de regels omtrent huisvesting aangescherpt worden. Waaruit dat zou blijken is niet altijd even duidelijk en in een aantal gevallen biedt het nieuwe parapluplan zelfs uitgebreidere mogelijkheden tot huisvesting van arbeidsmigranten. Reactie gemeente: Het opstellen van een parapluplan heeft het doel om het beleid door te vertalen in toepasbare regels. Op 18 juni 2019 heeft de gemeenteraad het beleid short stay en long stay arbeidsmigranten 2019 vastgesteld. Het parapluplan heeft als doel om het beleid short en long stay arbeidsmigranten 2019 planologisch-juridisch te verankeren en onwenselijke ruimtelijke ontwikkelingen te voorkomen.

Het college en de raad hebben juist met het vaststellen van het beleid in 2019 en de verwerking in het ontwerp-paraplubestemmingsplan meer grip op de wijze waarop wij internationale werknemers willen huisvesten dan voorheen. Er wordt duidelijk onderscheid gemaakt in short stay buiten de kernen en long stay in de kernen. Voor de agrarische sector is bijna altijd sprake van short stay en door middel van het aantonen van de noodzaak dat internationale werknemers moeten worden ingezet hebben we grip op de aantallen. Conclusie: De zienswijze is ongegrond. Samenvatting thema 3: Dal- en pieksituaties Reclamant vraagt of het weglaten van de bepaling omtrent dal- en pieksituaties in voorliggend plan dat hiermee alle beperkingen worden opgeheven. Reactie gemeente: Omdat het niet wenselijk is om te huisvesten op basis van de piekbehoefte is er voor gekozen om te huisvesten op basis van seizoensbehoefte: het gemiddeld aantal internationale werknemers die het bedrijf nodig acht ten aanzien van zijn bedrijfsvoering, jaarrond en niet zijnde de piekbehoefte. Deze seizoensbehoefte wordt door de initiatiefnemer onderbouwd in de aanvraag en vergezeld van een accountantsverklaring waarin wordt getoetst of

Pag. 26 van 49

het initiatief past binnen afzet en omzet van het betreffende bedrijf. Het is tevens mogelijk om in het laagseizoen huisvesting in te zetten voor derden of andere sectoren (bijvoorbeeld de logistiek). Conclusie: De zienswijze is ongegrond. Samenvatting thema 4: Huisvesting recreatieterreinen. Reclamant vraagt of de conclusie getrokken mag worden dat huisvesting op recreatieterreinen niet meer is toegestaan. Reactie gemeente: Op basis van het nieuwe beleid is huisvesting op recreatieterreinen niet meer toegestaan behoudens de bestaande legale situaties. Er is voldoende borging hiervoor op basis van het vastgestelde beleid en het voorliggend bestemmingsplan. Conclusie: De zienswijze is ongegrond. Samenvatting thema 5: Reclamant vraagt of het nieuwe parapluplan bescherming biedt aan de omgeving waarbinnen de huisvesting van arbeidsmigranten gaat plaats vinden, rekening houdend met aantallen en maatschappelijk draagvlak. Reactie gemeente: In het huidig beleid en het ontwerp-paraplubestemmingsplan zijn grenzen aangegeven omtrent de aantallen van de te huisvesten werknemers. De initiatiefnemer moet de gevraagde aantallen op basis van seizoensbehoefte onderbouwen en dit het aantonen middels een accountsverklaring. Voor mogelijke toekomstige grotere aantallen is door het college en raad nog geen uitspraak gedaan. Dit zal eerst in regionaal verband moeten worden opgepakt.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/9939754/1