04d GRP HadM 2022-2026
Tekst van het document
Dat grondwatermeetnet geeft geen volledig inzicht in de grondwatersituatie en willen we daarom uitbreiden, vooral in de kernen. Drinkwater Voor de drinkwatervoorzieningwinning is het belangrijk om zicht te hebben op grondwaterstromingen en grondwaterverontreiniging. Een groot deel van Horst aan de Maas krijgt water dat van eigen bodem komt: uit het waterwingebied Grubbenvorst. Uit de kranen van Sevenum, America en het gebied ten westen daarvan komt water dat bereid is uit oorspronkelijk Maaswater. De gebieden rondom de drinkwaterwinningen zijn door de provincie aangewezen als waterwingebied en boringsvrije zone. De gemeente neemt waar mogelijk maatregelen om verontreiniging van grondwater te voorkomen. Ook worden activiteiten zoals bouwplannen en omgevingsvergunningen afgestemd met WML en Provincie om ervoor te zorgen dat er geen risicovolle activiteiten in het gebied worden gepland. 5.4 Klachten en meldingen Jaarlijks ontvangen we klachten en meldingen die te maken hebben met riolering en water. In 2020 zijn er 600 meldingen over riolering binnengekomen in MOR (Meldsysteem Openbare Ruimte). Veel meldingen over verstopte kolken, water op straat na een regenbui en stankklachten na een overstorting. Indien mogelijk wordt hier zo snel mogelijk actie op ondernomen volgens onze vastgestelde servicenormen.
34
We ontvangen bijna elk jaar ook enkele meldingen die pas na onderzoek en grootschaliger maatregelen kunnen worden verholpen. Het aantal meldingen is vaak afhankelijk van de weersomstandigheden. Deze meldingen gaan veelal over hemelwateroverlast. De meldingen over hemelwateroverlast komen voort uit hevige buien. Tijdens en na deze buien wordt duidelijk waar het water niet voldoende wegloopt en zo overlast veroorzaakt. 5.5
Verordeningen en vergunningen
5.5.1 Vergunningen Wet milieubeheer / Wabo Lozingen van afvalwater op de riolering (indirecte lozingen) worden geregeld op basis van de Wet milieubeheer (Wm)/Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) en de AmvB’s voor lozingen. De vergunningverlening en controle/handhaving van omgevingsvergunningen en algemene regels hebben we ondergebracht bij het team Omgeving. Deels zijn werkzaamheden ondergebracht bij de RUD, die houden bijvoorbeeld toezicht. De milieu-inspecteurs bezoeken met een zekere regelmaat de bedrijven. Bij vergunningverlening zoeken we de samenwerking met het waterschap als zaken en belangen elkaar raken. Op die manier kunnen we tot een samenhangende aanpak voor problemen bij bedrijven komen. 5.5.2 Verordeningen en regels Anno 2021 zijn op rioleringsgebied de volgende verordeningen van kracht:
• Verordening rioolheffing gemeente Horst aan de Maas 2021; • Verordening rioolaansluitrecht gemeente Horst aan de Maas 2021; • Subsidieregeling afkoppelen hemelwater Gemeente Horst aan de Maas. Ook zijn er gemeentelijke regels voor het omgaan met verstoppingen. Deze staan op de website van de gemeente.
35
6
Wat gaan we doen
6.1
Aan de slag
We willen de gewenste situatie bereiken. Dit doen we door het huidige stelsel in stand te houden, de kwaliteit te monitoren en waar dat nodig is te verbeteren. Hiervoor voeren we onderzoek en maatregelen uit. Daarnaast letten we er in nieuwe situaties op dat we riolering aanleggen en het gebied inrichten in lijn met de visie. Alle in dit hoofdstuk genoemde bedragen zijn op prijspeil 2022 en exclusief BTW. 6.2
Stedelijk afvalwater en hemelwater
6.2.1 Aansluiten bestaande bebouwing en aanleg bij nieuwbouw We sluiten alle nieuwbouw in de kernen aan op riolering. In nieuwbouwgebieden wordt stedelijk afvalwater en hemelwater gescheiden. Voor nieuwbouwlocaties ontwerpen we riolering volgens de laatste stand der techniek, in overleg met Waterschap en/of Rijkswaterstaat. Nieuwe plannen worden op wateraspecten getoetst door de watertoets (onder de omgevingswet wordt dit de ’weging van het waterbelang’). De trits “vasthoudenbergen-afvoeren” is hierbij leidend. Dat betekent ook dat in nieuwe plannen voldoende ruimte moet worden gereserveerd voor het vasthouden en bergen van water, de zogenaamde “blauwe ruimte”. Om dit te waarborgen, moeten we vanaf het beginstadium van planontwikkelingen worden betrokken (voor de bestemmingsfase). Het afwegingskader voor nieuwbouwlocaties is opgenomen in Bijlage 2. In het buitengebied wordt alleen vuilwater aangesloten op drukriolering (dus geen hemelwater). De aanvrager betaalt de kosten voor het aansluiten van nieuwe percelen volgens de verordening rioolaansluitrecht gemeente Horst aan de Maas 2021. In geval van (kleinschalige) nieuwbouw, bij bestemmingsplan wijziging, dienen de woningen verplicht op de riolering aan te sluiten. Daarbij wordt uitgegaan van een gescheiden stelsel met infiltratie van hemelwater op eigen erf of een gelijkwaardig alternatief.
Ook hier zal bij het ontwerp en de aanleg rekening worden gehouden met een duurzame oplossing voor de verwerking van het hemelwater, vooralsnog is dat een bergingseis van 53 mm indien geen oppervlakkige afstroming naar lager gelegen probleemlocaties plaatsvindt, anders is de bergingseis 100 mm. Nieuwe initiatieven voor duurzame (decentrale) zuivering worden beoordeeld en eventueel toegepast. Bij oudere bouwplannen (< 2008) zijn de klimaatopgaven nog niet scherp geformuleerd. We letten hierop en adviseren hierbij om klimaatadaptief te bouwen.
36
De aanleg van voorzieningen bij nieuwbouwlocaties wordt in principe bekostigd uit de grondexploitatie. Deze kosten zijn in het GRP buiten beschouwing gelaten. Beheer van deze voorzieningen is wel meegenomen. 6.2.2 Onderzoek In het Waterketenplan dat we in 2020 samen met onze waterketenpartners hebben opgesteld, is een uitvoeringsprgramma voor de komende jaren opgenomen. Het overzicht van gezamenlijke onderzoeken staat in het Waterketenplan. Een aantal onderzoeken lichten we er hier uit: • Meten-data rekenen, om meer inzicht te krijgen in de werking van ons rioolstelsel, ook in relatie met het regionale watersysteem; • Ontwikkelen van een visie en strategie voor het omgaan met afvalwater in het buitengebied (ook IBA’s), inclusief beslisbomen; • Ontwikkelen van afspraken over de lozingsroute voor hemelwater, inclusief een beslisboom afkoppelen. • Onderzoek naar droogte, kennisontwikkeling en ontwikkelen aanpak. • Optimalisatiestudie waterketen-watersysteem, hoe ver zijn we met de KRW 2027? • Branchestandaard onderzoek gemeentelijke watertaken, de personele kant van de rioleringszorg De kosten van deze onderzoeken zijn verwerkt in de begroting van Waterpanel Noord en in de bijdrage die wij als gemeente daaraan meebetalen. Daarnaast zijn er onderzoeken die wij zelf uitvoeren. Deze zijn opgenomen in Tabel 6-1. Tabel 6-1 Onderzoeken 2022-2026
Kostenraming (€)
Onderzoek
Periode
O1) NEN-inspecties gemalen O2) Strategische klimaatadaptatieplan O2a risicodialogen en nadere klimaatonderzoeken O3) tariefsdifferentiatie en verlening afschrijivingstermijnen O3) NEN-inspecties gemalen O4) Tussentijdse evaluatie GRP O5) Update Verdiepingsslag stresstest O6) Nieuw Gemeentelijk Rioleringsprogramma O7) Mogelijkheden hemelwaterverordening
2022 2022 2022-2026 2022
55.400 100.000 125.000 5.000
2023 2024 2025 2026 2022
55.400 10.000 50.000 25.000 10.000
De NEN-inspecties gemalen zijn bedoeld om te controleren of de gemalen aan de huidige normen voldoen. In 2022 stellen we ook een strategische klimaatadaptatieplan op. Hierin zorgen we voor samenhang in alle klimaatmaatregelen. Jaarlijks voeren we hierover risico-dialogen of nadere onderzoeken uit naar de optimale maatregelen. In 2022 voeren we een onderzoek uit naar tariefsdifferentiatie en de mogelijkheid om de afschrijvingstermijnen te verlengen.
37
In 2024 herijken we het GRP, net als we dat in 2019 hebben gedaan. We kijken of we nog steeds op koers liggen en of de financien nog in de pas lopen. 2025 is het jaar van nieuwe stresstesten volgens de aanpak uit het Deltaprogramma Ruimtelijke Adaptatie. 6.2.3
Maatregelen
Onderhoud en reparatie Onderhoudswerkzaamheden zijn deels uitbesteed. Waar mogelijk voeren we het onderhoud planmatig uit, maar we kijken ook naar meldingen van inwoners. Tabel 6-2 Onderhoud 2022-2026
Onderhoud voor Vrijvervalriolering
Hoofdgemalen Drukriolering
Persleidingen Kolken
Wat gebeurt er Reiniging Inspectie Verstopping verhelpen Reiniging Reiniging Inspectie Storingen verhelpen Correctief Reiniging
Frequentie 1x per 10 jaar 1x per 10 jaar Na melding 1x per jaar (minimaal) 2x per jaar 1x per 2 jaar Na melding Bij gebreken 2x per jaar
Daarnaast maaien we de (bermen van) de sloten om de afvoercapaciteit op peil te houden. Dit doen we op een ecologische, alternerende manier. Dat is ook goed voor de biodiversiteit. Renovatie en vervanging Aan de hand van inspectiegegevens bepalen we welke riolen vanwege hun technische staat moeten worden vervangen. Daarnaast kijken we ook naar andere plannen die op onze riolering van invloed zijn: plannen voor klimaatadaptatie, ruimtelijke ontwikkelingen, weg- en groenonderhoud. Voor de jaren 2022, 2023 en 2024 is uitgegaan van ons Meerjareninvesteringsprogramma, daarin is met het bovenstaande rekening gehouden. De inspectieresultaten van de camera-inspecties worden nader beoordeeld waarbij wordt bepaald welke maatregelen de komende jaren precies nodig zijn en wat de urgentie is. Daarbij zullen maatregelen zoveel mogelijk gecombineerd worden met andere beheer- en onderhoudsactiviteiten en herinrichtingsprojecten binnen de gemeente. De gemeente hanteert hierbij financieel een verhouding van 80 % relinen en 20 % vervangen, maar streeft naar 100 % relinen. Bij vervanging wordt het functioneren van het hele rioolstelsel tegen het licht gehouden. Daarbij zal zo mogelijk optimalisatie en verbetering uitgevoerd worden of verhard oppervlak worden afgekoppeld.
Voor de lange termijn is op basis van een gemiddelde restlevensduur van 70 jaar en eenheidsprijzen van de gemeente een vervangingsplanning bepaald. Hierbij zijn de kosten voor relinen op 50 % van de kosten voor vervangen aangehouden. Om pieken te voorkomen zijn de maatregelen vervolgens in blokken van vijf jaar uitgesmeerd. In
38
onderstaande Figuur 6.1 is het benodigde budget voor renovatie en vervanging weergegeven. Doordat de riolering ouder wordt, stijgt het benodigde budget de komende jaren van € 0,4 miljoen per jaar tot en met 2028, via € 0,9 miljoen per jaar tot en met 2033 naar gemiddeld € 1,1 miljoen per jaar daarna. e
ri er a rio en er an en
re inen
1. 00
Kosten ( 1000 Euro)
1. 00 1.200 1.000 800 00 00 200 2022
20 2
20 2
20 2 jaar
20 2
20 2
Figuur 6-1: budget voor renovatie en vervanging vrijvervalriolen
Gemalen en drukriolering vervangen of renoveren we als dat nodig is. De voor de planperiode geraamde budgetten zijn opgenomen in de exploitatie. 6.3 Grondwatermaatregelen Er bestaan binnen Horst aan de Maas geen acute grondwaterproblemen, maar we hebben wel te weinig inzicht in de grondwatersituatie. Daarom willen we in 2022 ons grondwatermeetnet uitbreiden met circa 40 meetpunten. Hiervoor is in de planperiode een budget opgenomen van € 50.000. Kosten voor het vervangen van zogenaamde ’divers’ (meetsensoren die de waterstand registreren) zijn opgenomen in de exploitatielasten. 6.4 Milieu- en klimaatadaptatiemaatregelen Het klimaat verandert, we krijgen te maken met zwaardere neerslag en langere periodes van droogte. Daar moeten we de invulling van onze gemeentelijke watertaken op aanpassen. Samen met onze Waterpanel-Noordpartners hebben we in 2020/2021 een uitvoeringsagenda klimaatadaptatie opgesteld. Zowel voor de regio, als voor ons gemeentelijke gebied. Voor het regionale deel is daar binnen het Waterpanel Noord budget geld voor gereserveerd en opgenomen in de begroting. Voor het lokale deel worden middelen in het GRP opgenomen. Het gaat dan bijvoorbeeld om het project “Groen-Blauwe Schoolpleinen”. Daarmee zorgen we ervoor dat schoolpleinen groener én klimaatbestendiger worden.
Hemelwater kan dan beter infiltreren, dat beperkt piekafvoeren en draagt bij aan droogtebestrijding. Vooralsnog gaan we ervan uit dat we hierbij alle
39
schoolpleinen aanmelden voor dit project. Hiervoor is in de exploitatie een totaalbedrag opgenomen van € 400.000 voor de planperiode 2022-2026. Hierbij zijn nationale en regionale subsidies mogelijk. We hebben rekening gehouden met subsidies ter hoogte van € 200.000. Om inzicht te krijgen in de kwetsbaarheid van ons grondgebied voor wateroverlast is in 2018 een zogenaamde Stresstest Light uitgevoerd. Om de benodigde investeringen beter te onderbouwen, is in 2021 een verdiepingsslag uitgevoerd. In deze nadere analyse is onderscheid gemaakt in de korte termijn (2022-2026), de middellange termijn (2027-2036) en de lange termijn (2037-2050). In de planperiode starten we met we met de maatregelen voor de korte termijn. In de herijking van 2019 is een totaalbedrag van € 10,6 miljoen euro berekend. Vooralsnog gaan we uit van dat totaalbedrag. Volgens de verdiepingsslag is € 5,4 miljoen nodig voor het uitvoeren van klimaatmaatregelen, hiervan is € 1 miljoen opgenomen in ongebruikte kredieten 2020-2021, de resterende € 4,4 miljoen is opgevoerd in dit GRP. Na de planperiode is het restant van € ,2 miljoen opgenomen, verdeeld over de jaren 2027-2036. Met verdere investeringen wordt gewacht tot de uitkomsten van de actualisatie Verdiepingsslag die voor 2025 is gepland. Voor het oplossen van urgente knelpunten uit de Verdiepingsslag is een subsidie aangevraagd van € 500.000,-.
De komende jaren werken we ook aan onze bijdrage aan de Kaderrichtlijn Wateropgave (KRW). Tot en met 2026 is, naast de nog beschikbare kredieten uit 2020 en 2021 ter grootte van € 2,5 miljoen, voor BRP- en KRW-maatregelen € 9,1 miljoen opgenomen. Door personeelsgebrek zijn deze maatregelen tot nu toe nog niet opgestart. De maatregelen moeten voor 2027 zijn uitgevoerd. De maatregelen zijn opgenomen in het BRP van 2019, zie ook Bijlage 9. We gaan ook door met onze afkoppelstrategie van werk met werk maken en eigenaren stimuleren om privaat terrein af te koppelen. Dat helpt om de gevolgen van zware buien te verwerken en om verdroging tegen te gaan. De budgetten hiervoor zijn opgenomen in de investeringsbedragen voor de klimaatmaatregelen. Ook kijken we bij werkzaamheden of anderszins naar de mogelijkheden om anders om te gaan met hemelwater, zoals het aanbrengen van meer groen om infiltratie mogelijk te maken. Hiervoor is gedurende tien jaar een bedrag van € 150.000 per jaar opgenomen. 6.5 Oppervlaktewater We zorgen ervoor dat de afvoercapaciteit van de oppervlaktewateren die we beheren op peil blijft. We werken daarbij nauw samen met het Waterschap. Daarnaast proberen we de vuilemissie vanuit onze riolering op oppervlaktewater zoveel mogelijk te beperken door bijvoorbeeld af te koppelen en KRW-maatregelen te nemen.
We monitoren de overstorten om inzicht te krijgen in het werkelijk gedrag. De overstorten achter de bergbezinkvoorzieningen zijn voorzien van druksensoren. Samen met WBL is een meetplan opgesteld, vooralsnog voor eerst de overstorten op de Kabroeksebeek.
40
6.6 Risicobeheersing Bij het opstellen van dit GRP zijn we uitgegaan van aannames en verwachtingen. Het is mogelijk dat er gebeurtenissen plaatsvinden waar we geen rekening mee hebben gehouden, dit zijn risico’s. We noemen hier de belangrijkste risico’s die wij zien, leggen uit waarom we er (nog) geen rekening mee houden en vertellen hoe we ermee omgaan als het risico werkelijkheid wordt. Risico: een sterk toename van hevige buien De laatste jaren is een stijgende lijn te zien in het aantal hevige buien (20 mm per uur en meer) dat over onze gemeente trekt. Die buien worden ook heviger. Het rioolstelsel is hier niet op ontworpen, waardoor de kans op wateroverlast toeneemt. Binnen Waterpanel Noord hebben we ingezet op klimaatadaptatie, inclusief lokale risicodialogen. Als het aantal hevige buien sneller toeneemt, zal aanvullend budget moeten worden gevraagd aan de gemeenteraad om op de plekken waar het nodig is sneller maatregelen te treffen. Risico: onvoldoende plek voor water in de openbare ruimte Tijdens de hevige buien van afgelopen jaren bleek dat er niet overal voldoende plek is voor water in de openbare ruimte. Water stroomt naar de laagste plaats. De wegligging, bochten en drempels blijkt bepalend in de plek waar het water uiteindelijk ophoopt.
Bij herinrichting van de openbare ruimte houden we rekening met het tijdelijk bergen van water op straat of in openbaar groen, of het wegleiden van het water naar een toepasselijke locatie. Bij alle wegen waar niet recent een herinrichting heeft plaatsgevonden, bestaat nog het risico dat er onvoldoende plek is voor water. Hinder en beperkte overlast van water op straat accepteren we, maar schade niet. Bij herinrichtingprojecten onderzoeken we de mogelijkheden om water op straat te bergen of water via het oppervlak af te voeren. Op lange termijn wordt zo door de gehele gemeente in de openbare ruimte meer plaats gecreëerd voor water, we moeten daarom vanaf het beginstadium bij planontwikkelingen betrokken zijn. Op korte termijn wordt na een melding van wateroverlast gekeken of een aanpassing van de openbare ruimte nodig is. Realisatie daarvan kan enige tijd vergen, en dus kunnen overlast en schade nog steeds voorkomen. Risico: een onverwachte verslechtering van de toestand van de riolering De toestand van de riolering is in beperkte mate te voorspellen. Het is mogelijk dat bij een nieuwe rioolinspectie plotseling een groot deel van de riolering een slechtere staat heeft dan verwacht. Ook kan een riool instorten door de belasting van voertuigen op de weg erboven. Indien dit gebeurt, zal er meer moeten worden geïnvesteerd in rioolrenovatie en – vervanging.
Risico: tekort aan voldoende gekwalificeerd personeel Een landelijke ontwikkeling is dat onder andere door vergrijzing het tekort aan voldoende gekwalificeerd personeel toeneemt. Ervaren oudere medewerkers gaan met pensioen, vaak zonder dat er voldoende gekwalificeerde medewerkers voor terugkomen. Als er
41
onvoldoende gekwalificeerd personeel beschikbaar is, zal werk blijven liggen of met mindere kwaliteit worden uitgevoerd. In Horst aan de Maas kampen we ook met onvoldoende personele capaciteit. Samenwerking met onze Waterpanel Noordpartners is hier maar zeer ten dele een oplossing voor. Hier gaan we in hoofdstuk 7 verder op in. Risico: onvoldoende of incorrecte gegevens Bij het maken van plannen gaan we uit van de beschikbare gegevens. We beoordelen of dit voldoende en correcte gegevens zijn, indien nodig verzamelen we meer gegevens. Op basis van de verzamelde gegevens maken we keuzes en worden werkzaamheden uitgevoerd. Keuzes op basis van onvoldoende of slechte gegevens leiden vaak tot suboptimale oplossingen en/of kapitaalvernietiging.
42
7
Organisatie en financiën
7.1 Personele capaciteit Om het geplande werk uit te voeren is voldoende gekwalificeerd personeel nodig. Met behulp van de Kennisbank Stedelijk Water is een globale inschatting gemaakt van de benodigde personele capaciteit voor de komende jaren. Op basis van landelijke kengetallen is berekend hoeveel medewerkers nodig zijn. Elke organisatie is anders, daarom zijn afwijkingen ten opzichte van de landelijke kengetallen mogelijk. 7.1.1 Benodigde bezetting, de theorie Voor de invulling van de dagelijkse gemeentelijke watertaken is de benodigde personele inzet in eerste instantie berekend op basis van de Kennisbank Stedelijk Water, onderdeel Personele Aspecten. Deze raming geldt voor de bezetting van de zogenaamde binnendienst en geeft een beeld van de bandbreedte waarbinnen de werkelijke bezetting volgens de kengetallen moet liggen. In Tabel 7-1 zijn de uitkomsten van de berekening weergegeven. Detailinformatie staat in de bijlagen. Tabel 7-1. Samenvatting benodigde personele capaciteit bij inschatting mate van uitbesteding
In de Kennisbank Stedelijk Water is bij de berekening van de benodigde fte’s nog geen rekening gehouden met nieuwe ontwikkelingen zoals klimaatadaptatie, participatie, subsidieregelingen, extra communicatie, samenwerking WPN, watertoetsprocessen en aanvullend databeheer. Adequate invulling hiervan zal circa 2 fte extra inzet vergen op Planvorming. Dat betekent dat een minimale bezetting van de binnendient van 10,9 fte nodig is bij de huidige uitbesteding van werkzaamheden. De verdeling over de hoofddeeltaken is als volgt: - Planvorming, onderzoek en facilitair: 3,6 fte; - Onderhoud (Aansturen, voorbereiden, deels uitvoeren): 4,5 fte; - Maatregelen (voorbereiding, directievoering en toezicht): 2,8 fte. Als alle binnendienstwerkzaamheden zelf worden gedaan, is een bezetting nodig van 18 fte. 7.1.2 Huidige bezetting, de praktijk Voor onderhoud worden geen knelpunten ervaren, er is voldoende bezetting. Voor Planvorming en Maatregelen ligt dat anders. Hier wordt een groot tekort ervaren.
43
In de begroting 2022 is 2,5 fte voor de rioleringszorg opgenomen2 + 80.000 inhuur (overeenkomend met circa 0,6 fte), voor de taken Planvorming c.a. en Maatregelen. In totaal is dit 3,1 fte. De huidige personele capaciteit op Planvorming en Maatregelen sluit onvoldoende aan op de benodigde personele capaciteit van 6,4 fte bij grote mate van uitbesteding. Er is net voldoende tijd voor het dagelijks beheer, maar veel te weinig voor beleidsontwikkeling en inspelen op actualiteiten, innovaties en nieuwe watertaken zoals klimaatadaptatie. Ook de bijdrage aan regionale samenwerkingsprojecten staat zwaar onder druk. Aandachtspunt is dat de groei van het aantal taken (ook buiten de rioleringszorg) steeds meer beslag legt op de beschikbare capaciteit. Samenwerking met andere partners kan dit slechts zeer gedeeltelijk oplossen. Het gevaar van te weinig personele capaciteit is dat er werkzaamheden blijven liggen en dat er mogelijk te snel en te weinig onderbouwde en dus suboptimale beslissingen worden genomen. Ook kan de kwaliteit van de riolering op langere termijn achteruit gaan waardoor de kans op calamiteiten toeneemt.
Om alle basistaken goed uit te voeren, hebben we op korte termijn op Planvorming 2,3 fte extra nodig: - 1 fte beleidsondersteuning, samenwerking, nieuwe ontwikkelingen, c.a.; - 1 fte technisch, complexe afkoppeladviezen, watertoetsprocedures, implementatie klimaatbeleid; - 0,2 fte administratie afkoppelen; - 0,1 fte communicatie; In de exploitatielasten in dit GRP is rekening gehouden met de uitbreiding van 2,3 fte. Daarbij geldt dat kosten voor ingeleend personeel (€ 80.000) en de inhuur van een afkoppeladviseur (€ 30.000) al zijn vervallen en dat de kosten voor maatwerkadviezen afkoppelen in deze planperiode kunnen komen te vervallen (in dit GRP € 30.000). Daarnaast is op Maatregelen minimaal 1 fte extra projectleiderscapaciteit nodig om alle projecten te kunnen uitvoeren. Budget hiervoor is opgenomen in de investeringsbedragen in dit GRP. 7.2 Kosten en kostendekking Om de verwachte kosten te dekken zijn financiële middelen nodig. Om een goed beeld te krijgen zijn voor de komende 60 jaar de verwachte uitgaven berekend. Dit is oo de langste technische afschrijvingstermijn en daarmee zijn alle uitgaven minstens één keer meegenomen. Alle bedragen zijn op prijspeil 2022. Ze moeten in de toekomst worden gecorrigeerd voor de dan optredende inflatie.
2 Uitgaande van 1.400 uur per fte.
44
7.2.1
Kosten
Vervangingswaarde De totale vervangingswaarde van ons rioolstelsel bedraagt ruim € 124 miljoen euro. Dit bedrag is als volgt opgebouwd:
• • • •
Vrijvervalriolering*
€ 100.700.000,-
Gemalen
€ 3.400.000,-
Drukriolering
€ 8.900.000,-
Pers- en drukleidingen
€ 11.100.000,-
* Uitgaande van 100% vervanging.
De riolering moet tijdig worden vervangen en/of gerenoveerd. De bedragen zijn opgenomen in de investeringen, net als die voor verbetermaatregelen en grondwatermaatregelen. Kapitaallasten uit het verleden De bestaande kapitaallasten zijn kapitaallasten die zijn ontstaan door investeringen in het verleden (tot en met 2021). Gedurende de planperiode van dit GRP bedragen de kapitaallasten jaarlijks circa € 1,1 miljoen. Exploitatie Voor de exploitatie (het dagelijks beheer) is gedurende de planperiode een jaarlijks bedrag van circa € 3.3 miljoen nodig. Totaaloverzicht kosten De totale waarde van de riolering bedraagt dus € 122 miljoen. Om dit kapitaal te beheren, doen we de goede dingen goed. En dat kost geld. Tabel 7-2: Overzicht totale uitgaven planperiode (EURO x 1000)
Voor de komende 60 jaar is het volgende beeld in de uitgaven voorzien.
45
Figuur 7-1: Verloop uitgaven (raming 2021)
Van alle uitgaven gaat, over de gehele beschouwde periode gezien, het grootste deel op aan exploitatie (64%), op afstand gevolgd door de vervangings- en reliningsinvesteringen (21%) en de kapitaallasten van investeringen t/m 2024 (8%). De klimaatmaatregelen vergen 7% van het totale budget.
Figuur 7-2: Verdeling kosten rioleringszorg
We schrijven nieuwe investeringen lineair over verschillende termijnen af.
46
7.2.2 Kostendekking Om alle kosten te kunnen dekken, wordt rioolheffing geheven volgens de “Verordening rioolheffing Horst aan de Maas 2020”. We heffen van de eigenaren een vast tarief per perceel. In 2021 bedraagt het tarief € 217,00. Voorziening We maken gebruik van een financiële voorziening riolering. Per 1-1-2022 wordt de stand van deze voorziening geraamd op € 7.777.000. Via de rioolheffing geïnd geld moet voor het rioleringsdoel worden aangewend en blijft daarom in een voorziening (artikel 44 lid 2 BBV). Deze voorziening wordt gebruikt als een tariefsegalisatievoorziening. Benodigde inkomsten Er is voor 2022 gerekend met 19.190 percelen waarover heffing wordt ontvangen. Dat aantal neemt als gevolg van nieuwbouw tot en met 2027 toe met circa 1.000 eenheden. De exploitatielasten stijgen evenredig mee. Om direct per 1-1-2022 langjarig kostendekkend te zijn zou de rioolheffing € 256,- moeten bedragen. Getrapte invoering kostendekkende heffing Er zijn vele manieren om naar een kostendekkend niveau toe te groeien. In onderstaand voorbeeld zijn twee mogelijke stijgingscenario’s opgenomen waarbij rekening is gehouden met het verloop van de kosten en met de inzet van gelden uit de voorziening in vooral de eerste periode. De rioolheffing in 2022 blijft gelijk aan die van 2021.
Daarna is een stijging nodig om de voorziening niet negatief te laten worden, in scenario 1 is die stijging gelijdelijk, in scanrio 2 geconcentreerd in 2023. Na de planperiode moet de rioolheffing verder stijgen. De ontwikkeling van de rioolheffing in deze scenario’s wordt aangegeven in Tabel 7-3 en Figuur 7-3 en Figuur 7-4. Tabel 7-3: Voorgestelde ontwikkeling rioolheffing
Heffingseenheden 2022 2023 2024 2025 2026
19.190 19.622 19.836 19.982 20.007
Kostendekken tarief (€) scenario 1 217,00 224,00 231,00 238,00 245,00
Kostendekken tarief (€) scenario 2 217,00 237,00 237,00 237,00 237,00
In scenario 1 is te zien dat de voorziening in de planperiode terugloopt van € 7,8 miljoen aan het begin van 2022 tot circa € 3,3 miljoen eind 2026. In scenario 2 loopt de voorziening terug tot € 3,5 miljoen eind 2026.
47
Figuur 7-3: Ontwikkeling kosten-rioolheffing-voorziening stijgingsscenario 1
Figuur 7-4: Ontwikkeling kosten-rioolheffing-voorziening stijgingsscenario 2
48
8
Besluit
Burgemeester en wethouders verzoeken de gemeenteraad om kennis te nemen van het Waterketenplan Waterpanel Noord 2021 - 2025 en dit Gemeentelijk Rioleringsplan 2022 2026 vast te stellen door in te stemmen met: • De in dit gemeentelijk rioleringsplan geformuleerde ambities; • De voorgenomen onderzoeken; • De voorgenomen maatregelen; • De voorgestelde uitbreiding van personele capaciteit; • De rioolheffing per 1-1-2022 vast te stellen conform voorstel. Het raadsbesluit maakt onderdeel uit van het rioleringsplan. Na vaststelling van dit GRP zal dit plan worden toegezonden aan het Waterschap Limburg, Rijkswaterstaat en de provincie Limburg. Ook zullen we na vaststelling in één of meerdere dag- of weekbladen die in onze gemeente worden verspreid bekend maken hoe burgers kennis kunnen maken van de inhoud van dit GRP. De wijziging van de verordening rioolheffing wordt in december 2021 aan de gemeenteraad voorgelegd.
49
Bijlage 1
Woordenlijst
50
De woorden en verklaringen in deze lijst zijn (voor een groot deel) afkomstig uit de NEN 00 Buitenriolering Termen en definities en de publicatie “Ontwatering in stedelijk gebied”. AFKORTINGEN AMvB BBB BBL BRP BBV GRP bob DWA HWA IBA KBSW NEN NPR RWA RWZI OW SSW WBL WL Wm WML Wtw
Algemene Maatregel van Bestuur bergbezinkbassin bergbezinkleiding basisrioleringsplan Besluit Begroting en Verantwoording Provincies en Gemeenten gemeentelijk rioleringsplan / gemeentelijk rioleringsprogramma binnenonderkant buis droogweerafvoer hemelwaterafvoer installatie voor individuele behandeling van afvalwater Kennisbank Stedelijk Water (Stichting RIONED) Nederlandse norm Nederlandse praktijkrichtlijn regenweerafvoer rioolwaterzuiveringinrichting Omgevingswet Systeemoverzicht Stedelijk Water Waterschapsbedrijf Limburg Waterschap Limburg Wet milieubeheer Waterleidingmaatschappij Limburg Waterwet
TERMEN EN DEFINITIES stedelijk afvalwater en hemelwater aangroei
verzameling van organismen die zich op de buiswand hebben vastgehecht of in slierten aan de buiswand hangen
aansluitvergunning
vergunning op grond van de aansluitverordening en de Wvo die wordt afgegeven door het zuiveringsschap voor de aansluiting op de rioolwaterzuiveringsinrichting (RWZI)
aantasting
een wijziging van de structuur van de buiswand als gevolg van (bio)chemische of mechanische processen
afkoppelen
het niet meer inzamelen en naar de RWZI transporteren van hemelwater
afvalwater
alle water waarvan de houder zich met het oog op de verwijdering daarvan ontdoet, voornemens is zich te ontdoen of zich moet ontdoen (opmerking: hieronder wordt dus ook afvloeiend regenwater begrepen)
afvoerend oppervlak
het naar de riolering afwaterende oppervlak
afzetting
aankoeking van slib, vet en kalk op de buiswand; tevens afzetting van bodemmateriaal anders dan zand ter plaatse van een buisverbinding of scheur
basisinspanning
Term die de waterkwaliteitsbeheerders gebruiken voor het aanduiden van de inspanningen die elke gemeente moet uitvoeren of uitgevoerd hebben om de vuiluitworp uit de riolering tot een bepaald niveau te reduceren
basisrioleringsplan
document (tekening + toelichting en berekeningen) met de huidige situatie van de riolering en de uit te voeren verbeteringsmaatregelen
beheer
zie rioleringsbeheer
bemalingsgebied
een rioleringsgebied waaruit het afvalwater door een gemaal wordt verwijderd
beoordelen
het toetsen van een parameter aan de bijbehorende maatstaf en het geven van een oordeel over de uitkomsten van de toetsing
51
bergbezinkkelder
reservoir voor de tijdelijke opslag van afvalwater waarin tevens slibafzetting plaatsvindt met een voorziening om het slib te kunnen verwijderen en waaruit overstortingen kunnen plaatsvinden
berging
de inhoud van de riolering uitgedrukt in m3 of mm/ha
bergingsverlies
de vermindering van berging door permanente vulling in de riolering als gevolg van verzakkingen
beslisboom aan- en afkoppelen verhard oppervlak
hulpmiddel voor gemeenten en particulieren om verantwoorde beslissingen te nemen bij het aan- en afkoppelen van verhard oppervlak in West-Nederland op wijk- en straatniveau
classificatie
de indeling van toestandsaspecten in klassen
controleren
controle, toezicht houden op (bijvoorbeeld op de naleving van voorschriften, op het beheer van een zaak, op de werking van een machine
droogweerafvoer (dwa)
de hoeveelheid afvalwater die per tijdseenheid in een droogweersituatie via het rioolstelsel wordt afgevoerd
drukriolering
riolering waarbij het transport plaatsvindt door middel van pompjes en persleidingen
dwa-rioolstelsel
zie vuilwaterrioolstelsel
emissiespoor
onderdeel van het tweesporenbeleid van waterkwaliteitsbeheerders gericht op het tot een bepaald niveau terugbrengen van de emissies (vuiluitworp) uit een rioolstelsel, ongeacht de werkelijke waterkwaliteit
externe overstort
rioolput voorzien van een overstortdrempel die loost buiten het in beschouwing genomen rioolstelsel, meestal op oppervlaktewater
gemengd rioolstelsel
rioolstelsel, waarbij afvalwater inclusief ingezamelde neerslag door 1 leidingstelsel wordt getransporteerd
gescheiden rioolstelsel
rioolstelsel, waarbij afvalwater exclusief neerslag door een leidingstelsel wordt getransporteerd en neerslag door een afzonderlijk leidingstelsel rechtstreeks naar oppervlaktewater wordt afgevoerd
hydraulisch
waarbij van de leer van de praktische toepassing van waterbeweging gebruik wordt gemaakt
hydraulische berekening
het door rekenen bepalen van het hydraulisch functioneren van een rioolstelsel
ingrijpmaatstaf
grenstoestand waarbij ingrijpen in de actuele toestand noodzakelijk is en waarbij maatregelen moeten worden opgesteld
inhangend voegmateriaal
voegmateriaal (kit, bitumineuze profielstrip) dat uit de voeg in het doorstroomprofiel is gezakt of gedrukt
inhangende rubberring
een niet gescheurde rubberring die zichtbaar is of een gescheurde rubberring waarvan een gedeelte in het doorstroomprofiel hangt
inspectie
het waarnemen, herkennen en beschrijven van de toestand
lekkage
het intreden of uittreden van water via voegen, scheuren, langs inlaten of door de buiswand
maatstaf
grenswaarde (getalsmatig) op basis waarvan geconcludeerd wordt of aan een functionele eis wordt voldaan
obstakels
voorwerpen in het riool die geen functie in rioleringstechnische zin hebben en geen deel uitmaken van een normale afvalwaterstroom
onderhoud
herstel van het oorspronkelijke functioneren, waarbij de toestand van objecten ongewijzigd gehandhaafd wordt
onderzoek
het verzamelen, ordenen, analyseren en verwerken van gegevens, zodanig dat informatie kan worden afgeleid over de toestand en het functioneren van de buitenriolering
overstorting
de lozing van afvalwater via een overstortdrempel naar oppervlaktewater
overstortput
rioolput voorzien van een overstortdrempel
pompovercapaciteit
(poc) het deel van de pompcapaciteit dat beschikbaar is voor de regenwaterafvoer. Het andere deel van de capaciteit is beschikbaar voor de afvalwaterafvoer tijdens droog weer
randvoorziening
vloeistofdichte voorziening als onderdeel van het rioolstelsel die als doel heeft de lozing van vuil uit het rioolstelsel op oppervlaktewater te verminderen
regenwaterriool
riool alleen bestemd voor de inzameling en het transport van neerslag
52
regenwaterrioolstelsel
rioolstelsel alleen bestemd voor de inzameling en het transport van neerslag
renovatie
herstel van het oorspronkelijke functioneren, waarbij een ingrijpende toestandswijziging wordt doorgevoerd; evenaren technische staat van nieuwaanleg
reparatie
herstel van het oorspronkelijke functioneren, waarbij een beperkte toestandswijziging wordt doorgevoerd
riolering
het samenstel van riolen, rioolputten en bijbehorende voorzieningen voor de inzameling en het transport van afvalwater
rioleringsbeheer
zorg voor het functioneren van de buitenriolering
riool
samenstel van buizen tussen twee putten bestemd voor de inzameling en/of het transport van afvalwater
rioolput
constructie toegang gevend tot het rioolstelsel (te herkennen aan gietijzeren deksels in de weg)
rioolwaterzuiveringsinrichting
het totaal van de grond, gebouwen en apparatuur voor de zuivering van afvalwater (RWZI)
rwariool
zie regenwaterriool
rwarioolstelsel
zie regenwaterrioolstelsel
scheuren
het geheel van scheuren, barsten en breuken
verbeterd gescheiden rioolstelsel
gescheiden rioolstelsel met voorzieningen waardoor de neerslag slechts bij wat grotere regenbuien naar oppervlaktewater wordt afgevoerd. Het meest vervuilde deel van de neerslag wordt 'geborgen' in de riolering en naar de zuivering afgevoerd.
verbeteren
het aanpassen van het oorspronkelijke functioneren
vervangen
herstel van het oorspronkelijke functioneren, waarbij het bestaande object wordt verwijderd en een nieuw gelijkwaardig object wordt teruggeplaatst
visuele inspectie
het op directe wijze dan wel op indirecte wijze via optische hulpmiddelen inspecteren van de toestand
vrijvervalriool
riool waardoor afvalwater door middel van de zwaartekracht wordt getransporteerd
vuilemissie
zie vuiluitworp
vuiluitworp
het totaal aan stoffen (niet zijnde water) geloosd uit een rioolstelsel op het oppervlaktewater via overstorten . Hierbij kan gedacht worden aan biologisch afbreekbare stoffen die bij afbraak in het water zuurstof verbruiken (BZV), aan stikstof en fosfaten en aan zware metalen
vuilwaterriool
riool alleen bestemd voor de inzameling en het transport van huishoudelijk en bedrijfsafvalwater, niet zijnde neerslag
vuilwaterrioolstelsel
rioolstelsel voor de inzameling en het transport van huishoudelijk en bedrijfsafvalwater, niet zijnde neerslag
Waarschuwingsmaatstaf
grenstoestand waarbij de actuele toestand discutabel is en nader onderzoek nodig is
wadi
systeem voor hemelwater afvoer door drainage en infiltratie
waterkwaliteitsdoelstelling
doelstelling voor de kwaliteit van een oppervlaktewater nodig om dat water een bepaalde functie te kunnen laten vervullen
water op straat
het optreden van waterstanden boven maaiveldniveau
wateroverlast
het optreden van waterstanden boven maaiveldniveau waarbij hinder of schade wordt ondervonden
wortelingroei
de wortels van bomen of planten, die door voegen, scheuren of via gebouw of kolkaansluitingen het riool zijn ingegroeid
zandinloop
het intreden van zand via buisverbindingen of scheuren
zand en vuilophoping
opgehoopt materiaal met een losse structuur
53
TERMEN EN DEFINITIES grondwater Afsluitende laag:
Laag in de bodem die zo wordt genoemd vanwege zijn eigenschap dat hij grondwater slecht doorlaat.
DINO
Digitale Informatie Nederlandse Ondergrond, een direct benaderbare databank voor grondwatergegevens in beheer bij TNO Grondwater en Geo-Energie in Delft
Doorlatendheid
Het vermogen van de grond om water en/of lucht door te laten
Drainage
De afvoer van water over en door de grond en door het waterlopenstelsel
Drooglegging
De afstand tussen het oppervlaktewaterpeil en het maaiveld
Freatisch grondwater
Het grondwater in de bovenste bodemlaag, dat (indirect) in contact staat met de atmosfeer. De freatische grondwaterstand is een andere term voor grondwaterspiegel
Geohydrologie
De leer van de grondwaterstroming en de -dynamiek in samenhang met de structuur en de opbouw van de ondergrond.
GHG
Gemiddeld hoogste grondwaterstand. Dit is het gemiddelde van de drie hoogste grondwaterstanden van de afgelopen 8 jaren, gebaseerd op maandelijkse metingen.
Grondwater
Water beneden het grondoppervlak, meestal beperkt tot het water beneden de Grondwaterspiegel
Grondwaterisohypse
Hoogtelijn voor de grondwaterstand of voor de stijghoogte van het grondwater. Een grondwaterisohypsenkaart geeft met lijnen (isohypsen) punten aan met gelijke stijghoogte. De kaart geeft onder andere informatie over de stromingsrichting van het grondwater
Grondwateronderlast
Problemen die zich voordoen als gevolg van lage grondwaterstanden. Bijvoorbeeld aantasting van houten funderingen als gevolg van droogstand
Grondwateroverlast
Wateroverlast door hoge grondwaterstanden. Bijvoorbeeld plasvorming op binnenterreinen of vocht in kruipruimten
Infiltratie
Intreding van water in de bodem
Kruipruimte
Ruimte onder de beganegrondvloer in gebruik voor het bereiken van leidingen voor inspectie, onderhoud of reparatie, en voor ventilatie van de vloer en eventuele houten constructiedelen onder de woning
Kwel
Het uittreden van grondwater
Ontwatering
De afvoer van water uit percelen over en door de grond en eventueel door drains, kleine sloten en greppels naar een stelsel van grote waterlopen, met als functie afwatering
Ontwateringsdiepte
De afstand tussen de hoogste grondwaterstand tussen twee ontwateringsmiddelen (sloot, drain) en het maaiveld.
54
Onverzadigde zone
Deel van de grond boven de grondwaterspiegel, waarin de bodemporiën zowel water als lucht bevatten. De verzadigde zone is het deel waar de poriën geheel gevuld zijn met water.
Opbolling
Het maximale hoogteverschil tussen de grondwaterspiegel en de waterstand in de drainagebuizen en/of watergangen
Peilbuis
Algemene term voor een buis of soortgelijke constructie met een kleine diameter waarin een grondwaterstand c.q. stijghoogte kan worden gemeten
REGIS
Regionaal Geohydrologisch Informatiesysteem, een interactief informatiesysteem dat beschikt over voor het waterbeheer relevante en actuele gegevens. REGIS wordt beheerd door TNO.
Stijghoogte
Hoogte boven een referentievlak tot waar het water in een peilbuis stijgt. Deze stijghoogte is afhankelijk van de druk van het grondwater ter plaatse van de opening onder in de peilbuis
Wadi
Voorziening voor de opvang, berging en afvoer van neerslag. In een komvormige greppel kan het regenwater infiltreren. Vervolgens kan infiltratie naar het grondwater plaatsvinden of afvoer via een drain.
Zetting
Bodemdaling als gevolg van inklinking, van krimp, door de bouw van kunstwerken, het ophogen van de grond of het aanbrengen van andere materialen
55
Bijlage 2
Afwegingskader nieuwbouwlocaties
56
Hoofddoelstellingen: A. Geen schade woningen/ panden binnen plangebied bij bui Herwijnen B. Geen extra belemmeringen t.a.v. bereikbaarheid doorgaande wegen nabij plangebied voor hulpdiensten bij bui Herwijnen C. Geen oppervlakkige of ondergrondse afstroming naar lagergelegen probleemlocaties (zie kaartviewer verdiepingsslag) D. Voldoen aan de Keur van het Waterschap (gevolgen voor de stroomgebieden niet meer dan landbouwkundige afvoer. Uitgangspunten 1. Minimale berging infiltratievoorzieningen bij inbreidingsplannen en nieuwbouwlocaties: 53 mm en leegloop binnen 24 uur. o Aantonen middels een infiltratieonderzoek (bodemopbouw en k-waarde) 2. Bij afstroming naar probleemlocaties (lagergelegen woningen met risico op wateroverlast en bereikbaarheid doorgaande wegen): berging 100 mm en leegloop binnen bij voorkeur 24 uur doch max. binnen 48 uur. 3. Ma . waterdiepte in wadi’s: cm bij een bui van 0 mm. 4. Bij meer dan 53 mm is waterberging op woonstraten en groenvoorziening is acceptabel, mits goede leegloop. Berging op straat d.m.v. goede planning straatpeilen en situering drempels (geen oppervlakkige afstroming). 5. Peilen bebouwing voldoende hoog leggen 6. Bij onvoldoende leegloopmogelijkheden infiltratievoorzieningen: mogelijkheden voor vertraagde afvoer onderzoeken. Afwegingen: 1.
De gemeente heeft een zorgplicht voor de afvoer van het overtollige regen- en grondwater wanneer de perceeleigenaar dit op een doelmatige wijze niet op een doelmatige wijze kan opvangen en afvoeren. 2. Wanneer bebouwing volgens bestemmingsplannen of vastgesteld beleid is toegestaan, is bij onvoldoende leegloopmogelijkheden de gemeente verantwoordelijk voor het regenwater. Belangrijk is dat de gemeente vooraf inzicht heeft op eventuele gevolgen van bouwbestemmingen op het watersysteem. 3. Volgens het GRP 2017-2021 kan de gemeente nu een maximale berging eisen van 30 mm. 4. In de keur van het waterschap is bepaald dat in geval van lozen op een oppervlaktewater afkomstig van verhard een berging wordt geëist van 100 mm (bij bestaande bebouwing wordt dit als streven gehanteerd, niet als harde norm). De keur is van toepassing wanneer niet aan de doelstelling (max. landbouwafvoer) kan worden voldaan. 5. Belangrijk is dat bovengenoemde uitgangspunten een wettelijk kader krijgen (beleidsmatig onderbouwd in de omgevingsvisie of het GRP, juridisch verankerd in het omgevingsplan).
57
Bijlage 3
Uitgangspunten kostendekkingsberekening
58
Uitgangspunten die gehanteerd zijn bij de berekening van de rioolheffing: 1. Berekeningsmethode Het totaal aan uitgaven en inkomsten over de beschouwde periode is met elkaar in evenwicht. Het streven is dat de rioolheffing over de beschouwde periode 100 procent kostendekkend blijft. 2. Planningshorizon Bij de berekening van de rioolheffing is uitgegaan van een planningshorizon van 60 jaar: 2022 t/m 2081. Binnen een periode van 60 jaar zijn alle objecten minimaal éénmaal vervangen. 3. Indexering rioolheffing Het in het GRP berekende tarief moet jaarlijks met de optredende inflatie worden geïndexeerd. Dit wordt jaarlijks bij de vaststelling van de begroting afgehandeld. 4. Inflatie en prijspeil Alle bedragen in het GRP zijn gegeven op prijspeil 2022. De prijsindex is gebaseerd op de prijsontwikkeling van de lonen, materiaal en materieel die nodig zijn voor het aanleggen van riolering binnen de bebouwde kom. Dit is terug te vinden in de CBScijfers voor de categorie 4221 Civieltechnische werken en bouw. Voor de kostendekkingsberekening bij het GRP is op aangeven van de gemeente uitgegaan van een langjarige inflatie van 1,0%. 5. Rentevoet Er is een rente van 0,5% op de kapitaallasten gehanteerd. Over de tegoeden in de tariefegalisatievoorziening wordt geen rente berekend. 6.
Eenheidsprijzen Voor de berekening van de investeringskosten is voor een deel gebruik gemaakt van de bedragen uit de herijking van 2019. Deze zijn geïndexeerd naar prijspeil 2022 op basis van de cijfers van het CBS-categorie “ 221 Civieltechnische werken en bouw”, waar riolering ook onder valt (+10,8%). 7. Staartkosten Voor de staartkosten zijn conform de Kennisbank Stedelijk Water de volgende waarden gehanteerd: uitvoeringskosten 10% (inrichting werkterrein, uitzetwerkzaamheden), algemene kosten, winst en risico 12%, voorbereiding, honorarium en toezicht 15%. Er is geen rekening gehouden met de post ‘onvoorzien’. Totaal (1,10 * 1.12 * 1,15 - 1) = 42%. 8. Afschrijvingsmethode Investeringen worden lineair afgeschreven, zoals dit voor het financieel beheer en voor de inrichting van de financiële organisatie van onze gemeente wordt gehanteerd.
59
9. Afschrijvingstermijnen Onderscheid wordt gemaakt in de technische en de economische afschrijvingstermijn. De technische afschrijvingstermijn (levensduur) heeft grote invloed op de hoogte van de rioolheffing, die bepaalt immers in welk jaar een object op de vervangingsplanning verschijnt. Het is derhalve van belang de technische levensduur van de rioleringsobjecten zo goed mogelijk in te schatten. In de praktijk wordt hierbij gebruik gemaakt van inspectiegegevens. De economische afschrijvingstermijn is van invloed op het verloop van de lasten in de tijd. De technische en economische afschrijvingstermijnen mogen afwijken. Volgens de richtlijnen uit de BBV, moeten de afschrijving en de afschrijvingstermijn zo goed mogelijk aansluiten op de feitelijke waardedaling van de vrijvervalriolering. Het voorzichtigheidsbeginsel leidt ertoe dat, indien de economische levensduur korter is dan de technische levensduur, afgeschreven moet worden op basis van de economische levensduur. De in de berekening gehanteerde afschrijvingstermijnen zijn weergegeven in tabel B3.1.
Tabel B3.1 Overzicht gehanteerde afschrijvingstermijnen (jaar) Object Afschrijvingstermijn Technisch Economisch Vrijvervalriolen 60 40 Bergbezinkvoorzieningen 60 40 gemalen – bouwkundig 40 40 gemalen – mechanisch / elektrisch 20 20 Pers- en drukleidingen 40 40 drukriolering – bouwkundig 40 40 drukriolering – mechanisch / elektrisch 20 20 Grondwatermaatregelen 40 40
10. Tariefegalisatievoorziening In overeenstemming met de BBV wordt gebruik gemaakt van een tariefegalisatievoorziening, om ongewenste schommelingen in de rioolheffing te voorkomen (art. 44, lid 2). Artikel 45 van het BBV bepaalt dat rentetoevoegingen aan voorzieningen niet zijn toegestaan. In onze gemeenten rekenen we geen rente toe aan de tariefegalisatievoorziening. 11. Rioolheffing en btw De geraamde btw op zowel goederen als diensten en investeringen mogen in het riooltarief worden meegenomen. Het product riolering is btw-compensabel, btw kan volledig worden gecompenseerd. In dit GRP zijn alle bedragen exclusief btw weergegeven. Het uiteindelijke rioolheffingstarief is inclusief alle compensabele btw. De BTW over investeringen is meegenomen in het jaar van de investering.
60
12. Straatvegen De kosten van straatvegen worden niet toegerekend aan de rioleringszorg. 13. Watergangen De kosten voor het onderhoud en baggeren van de watergangen worden volledig toegerekend aan de rioleringszorg.
61
Bijlage 4
Inventarisatie en financiële tabellen
62
63
64
65
66
67
68
69
70
71
72
73
74
75
76
77
78
79
STIJGINGSSCENARIO 1
80
81
STIJGINGSSCENARIO 2
82
83
Bijlage 5
Detailinformatie benodigde personele bezetting
In deze bijlage staat de detailinformatie over de berekening van de benodigde personele bezetting volgens de Kennisbank Stedelijk Water van stichting RIONED (versie medio 2021).
84
85
Bijlage 6
Overzicht stelsel en overstorten
Bijgaande kaart en tabel zijn afkomstig uit het Basisrioleringsplan.
86
87
88
89
Bijlage 7
Reacties van derden
In deze bijlage zijn de reacties van Waterschap Limburg en Waterleidingmaatschappij Limburg op het concept GRP opgenomen. De opmerkingen zijn verwerkt in dit GRP.
90
Van: Hoofs Roger <R.Hoofs@wml.nl> Verzonden: donderdag 12 augustus 2021 17:13 Aan: Esch, Karst Jan van <KarstJan.vanEsch@sweco.nl>; Peter Reuten <p.reuten@horstaandemaas.nl> Onderwerp: RE: Concept GRP Horst aan de Maas 2022-2026 Hallo Karst Jan en Peter, In bijgevoegd document mijn opmerkingen. Mooi te zien dat drinkwater goed wordt meegenomen! Met het toenemen van het aantal GRP-en uit de regio LP-VV dat ik voorbij zie komen, wordt het aantal opmerkingen van mijn kant steeds minderen Groeten Roger
Met vriendelijke groet, ing. Roger Hoofs Adviseur Bronbescherming & Winning +31 (0)43 880 8644 | +31 (0)6 215 175 61 | r.hoofs@wml.nl
Disclaimer | NV Waterleiding Maatschappij Limburg – Handelsregister Maastricht 14602038 Bij WML geldt een legitimatieplicht. Wij verzoeken u vriendelijk bij een bezoek aan WML uw legitimatiebewijs te tonen.
This email and any attachments may contain confidential or privileged information and is intended for the addressee only. If you are not the intended recipient, please immediately notify us by email or telephone and delete the original email and attachments without using, disseminating or reproducing its contents to anyone other than the intended recipient. The WML shall not be liable for the incorrect or incomplete transmission of this email or any attachments, nor for unauthorized use by its employees.
91
Van: Ralf Keulen <R.Keulen@waterschaplimburg.nl> Verzonden: woensdag 8 september 2021 14:16 Aan: Esch, Karst Jan van <KarstJan.vanEsch@sweco.nl> Onderwerp: RE: Horst aan de Maas Hallo KarstJan, Hierbij mijn opmerkingen op het GRP. Zie bijlage.
Met vriendelijke groet, Ralf Keulen Adviseur watersysteem en -keten +31 612087890
==s ig==
92
Bijlage 8
Samenvatting rapportage Verdiepingsslag stresstest Horst aan de Maas, Waterschapsbedrijf Limburg
93
94
95
96
97
98
99
Bijlage 8a: Maatregelen urgente knelpunten wateroverlast
100