04d GRP HadM 2022-2026
Tekst van het document
Gemeentelijk rioleringsplan Horst aan de Maas 2022-2026 Stedelijk afvalwater, afvloeiend hemelwater en grondwatermaatregelen.
Opdrachtgever: Gemeente Horst aan de Maas
Sweco De Holle Bilt 22 3732 HM De Bilt Postbus 203 3730 AE De Bilt
T +31 88 811 66 00 www.sweco.nl
Sweco Nederland B.V. De Bilt Handelsregister 30129769 Statutair gevestigd te De Bilt
Karst Jan van Esch Senioradviseur riolering en stedelijk water M +31 6 22 46 63 61
Verantwoording Titel
Gemeentelijk rioleringsplan Horst aan de Maas 2022-2026
Subtitel
Stedelijk afvalwater, afvloeiend hemelwater en grondwatermaatregelen.
Projectnummer
51001394-002 / 369723-003.10
Referentienummer
NL21-648800269-817 - GRP Horst aan de Maas 2022-2026 O3.docx
Revisie
O3
Datum
04-10-2021
Auteur
Karst Jan van Esch, Tobias Nootenboom
E-mailadres
Karstjan.vanesch@sweco.nl
Gecontroleerd door
Renske ter Horst
Paraaf gecontroleerd
Goedgekeurd door
Elwin Leusink
Paraaf goedgekeurd
2
Inhoudsopgave Voorwoord .............................................................................................................................. 5 Samenvatting ......................................................................................................................... 7 1
Inleiding ................................................................................................................ 12
1.1
Nieuw GRP voor Horst aan de Maas .................................................................... 12
1.2
De waterketen........................................................................................................ 12
1.3
Watertaken ............................................................................................................ 12
1.4
Proces .................................................................................................................... 13
1.5
Leeswijzer .............................................................................................................. 14
2
Wat hebben we de afgelopen jaren bereikt ....................................................... 15
2.1
Terugblik op de afgelopen planperiode ................................................................. 15
2.2
Werkzaamheden.................................................................................................... 15
2.3
Wat nemen we mee voor deze planperiode 2022-2026 ....................................... 16
3
Wat willen we bereiken ....................................................................................... 18
3.1
Waarom rioleringszorg .......................................................................................... 18
3.2
Ontwikkelingen en opgaven .................................................................................. 18
3.3
Stedelijk afvalwater ................................................................................................ 20
3.4
Hemelwater............................................................................................................ 21
3.5
Grondwater ............................................................................................................ 24
3.6
Oppervlaktewater................................................................................................... 25
4
Wie doet wat ......................................................................................................... 27
4.1
Gemeentelijke zorgplicht ....................................................................................... 27
4.2
Samenwerking ....................................................................................................... 27
4.3
Wat verwachten we van inwoners en bedrijven .................................................... 28
5
Wat hebben we..................................................................................................... 31
5.1
Totaaloverzicht aanwezige voorzieningen ............................................................ 31
5.2
Stedelijk afvalwater en hemelwater ....................................................................... 32
5.3
Grondwatermaatregelen ........................................................................................ 34
5.4
Klachten en meldingen .......................................................................................... 34
5.5
Verordeningen en vergunningen ........................................................................... 35
6
Wat gaan we doen ............................................................................................... 36
6.1
Aan de slag ............................................................................................................ 36
6.2
Stedelijk afvalwater en hemelwater ....................................................................... 36
6.3
Grondwatermaatregelen ........................................................................................ 39
3
6.4
Milieu- en klimaatadaptatiemaatregelen ................................................................ 39
6.5
Oppervlaktewater................................................................................................... 40
6.6
Risicobeheersing ................................................................................................... 41
7
Organisatie en financiën ..................................................................................... 43
7.1
Personele capaciteit .............................................................................................. 43
7.2
Kosten en kostendekking ...................................................................................... 44
8
Besluit ................................................................................................................... 49
Bijlage 1
Woordenlijst
Bijlage 2
Afwegingskader nieuwbouwlocaties
Bijlage 3
Uitgangspunten kostendekkingsberekening
Bijlage 4
Inventarisatie en financiële tabellen
Bijlage 5
Detailinformatie benodigde personele bezetting
Bijlage 6
Overzicht stelsel en overstorten
Bijlage 7
Reacties van derden
Bijlage 8
Samenvatting rapportage Verdiepingsslag stresstest Horst aan de Maas, Waterschapsbedrijf Limburg
Bijlage 8a:
Maatregelen urgente knelpunten wateroverlast
Bijlage 9
KRW-maatregelen, als onderdeel van de maatregelentabel uit het Basisrioleringsplan Horst aan de Maas 2019
4
Voorwoord
Voor u ligt het Gemeentelijk Rioleringsplan Horst aan de Maas 2022-2026. Dit is een wettelijk verplicht plan waarin we voor de periode 2022-2026 aangeven hoe wij onze gemeentelijke watertaken willen invullen. Onze riolering is een belangrijke voorziening, volgens vooraanstaande wetenschappers in Het British Medical Journal de belangrijkste medische doorbraak in 150 jaar, vóór de uitvinding van antibiotica en narcose. Die voorzieningen moeten we goed beheren. Dat is belangrijk voor onze leefomgeving en het milieu. Droge voeten in onze huizen en bedrijven en schoon en helder water zijn de thema’s. Ook met de huidige veranderingen in het klimaat. Daar moeten we ons de komende jaren steeds meer op gaan richten. Zodat we in 2050 ook een klimaatrobuust Horst aan de Maas hebben waar het goed wonen en werken is.
Wethouder Eric Beurskens Beheer Openbare Ruimte, Water
5
SAMENVATTING ALGEMEEN
6
Samenvatting
Waarom een Gemeentelijk Rioleringsplan (GRP)? Goede riolering is nodig voor de bescherming van de volksgezondheid, het milieu en het tegengaan van wateroverlast. Als gemeente hebben we de taak om voor die riolering te zorgen: we hebben de zorgplicht voor stedelijk afvalwater, voor afvloeiend hemelwater en voor grondwatermaatregelen. Dit GRP geeft aan hoe wij met deze drie zorgplichten omgaan. We hebben advies gevraagd aan Waterschap Limburg, Rijkswaterstaat en Waterleidingmaatschappij Limburg. We werken samen in de Waterketensamenwerking Waterpanel Noord. Samen met vijftien gemeenten in Noord- en Midden-Limburg, het waterschap Limburg (WL), Waterschapsbedrijf Limburg (WBL) en Waterleidingmaatschappij Limburg (WML) werken we aan klantgerichtheid, verhoging van de kwaliteit, vermindering van de kwetsbaarheid en verlaging van de kosten binnen het samenwerkingsverband. Samen hebben we in 2020 een nieuw Waterketenplan opgezet. In dit beleidsplan staan de visie, de gezamenlijke ambities, de uitgangspunten en een actieprogramma die invulling geven aan het samenwerken. Even terugkijken Tijdens de afgelopen planperiode zijn de gestelde doelen grotendeels behaald. Er zijn geen acute problemen bekend met de inzameling van stedelijk afvalwater en hemelwater, en het transport van afvalwater naar de rioolwaterzuiveringsinrichtingen verloopt goed.
De kwaliteit van de riolen is onderzocht door inspecties. Waar nodig zijn maatregelen getroffen. Onze personele capaciteit is onvoldoende. Daardoor blijven werkzaamheden liggen, kunnen we resultaten van onderzoeken niet goed implementeren, onze rol in de samenwerkingsverbanden niet goed oppakken en is de kans op suboptimale oplossingen voor problemen groter. Wat zijn de doelen voor de komende periode? In het Waterketenplan zijn onze ambities opgenomen, die leidend zijn voor dit GRP. De doelen bij de invulling van onze wettelijke zorgplichten zijn niet veranderd: 1. Zorgen voor inzameling van stedelijk afvalwater 2. Zorgen voor transport van stedelijk afvalwater 3. Zorgen voor inzameling van hemelwater (voor zover niet door de particulier) 4. Zorgen voor verwerking van ingezameld hemelwater
7
5. Zorgen dat (voor zover mogelijk) het grondwater de bestemming van een gebied niet structureel belemmert Daarnaast hebben we als gemeente ook een zorgplicht in de duurzame veiligstelling van de drinkwatervoorziening. Daar houden we bij onze watertaken nadrukkelijk rekening mee. Wat hebben we nu? In onderstaande tabel zijn de kenmerken van onze riolering weergegeven. Tabel 0-1 Kenmerken riolering Onderdeel Vrijvervalriolering, - gemengd - Droogweerafvoer (DWA) - Hemelwaterafvoer (HWA) Totaal vrijvervalriolering Drukriolering Drukrioleringunits
aantal 177 20 19 216 179 1.154
eenheid km km km km km stuks
Onderdeel Persleidingen Gemalen Kolken Overstorten Bergbezinkbassins Vijvers en overig oppervlaktewater
aantal 10 48 ca. 12.950 47 22 35
eenheid km stuks stuks stuks stuks stuks
De rioleringsgegevens zijn opgenomen in ons rioleringsbeheersysteem GBI. Ons rioolstelsel functioneert over het algemeen goed op basis van de uitgangspunten waarop het is ontworpen. Uit de BRP’n blijkt dat er een aantal knelpunten aanwezig is. Ook in de praktijk is een beperkt aantal overlastlocaties bekend, deze worden bevestigd door de recent uitgevoerde verdiepingsslag. Er zijn nagenoeg geen klachten over grondwater. Ook waterlopen en waterbuffers maken onderdeel uit van ons hemelwaterstelsel. De gemeente en/of het Waterschap Limburg onderhouden ze om de afvoer- en bergingscapaciteit op peil te houden. Wat gaan we doen in de komende planperiode? Nieuwe plannen worden op wateraspecten getoetst door de watertoets (onder de omgevingswet wordt dit de ’weging van het waterbelang’). De reeks “vasthouden-bergenafvoeren” is hierbij leidend. Dat betekent ook dat in nieuwe plannen voldoende ruimte moet worden gereserveerd voor het vasthouden en bergen van water, de zogenaamde “blauwe ruimte”. In het kader van de samenwerking binnen Waterpanel Noord voeren we onderzoeken uit om onze kwetsbaarheid te verminderen, de kwaliteit te verhogen en verder kosten te besparen. We gaan de komende planperiode onderzoeken en maatregelen uitvoeren om ons rioolstelsel te onderhouden, uit te breiden, oude riolering te relinen of te vervangen en waar mogelijk te verbeteren.
Risicogestuurd beheer is steeds meer de leidraad. De kans op extreme buien met bijbehorende wateroverlast neemt toe, zo is ook door het recente IPPCrapport onderschreven. Daarom gaan we een strategisch klimaatadaptatieplan opstellen, risicodialogen voeren en onderzoeken we de mogelijkheden voor een hemelwaterverordening. Ook onderzoeken we de mogelijkheden voor tariefsdifferentiatie en
8
verlenging van afschrijvingstermijnen. In 2024 evalueren we tussentijds dit GRP, in 2025 actualiseren we de Stresstest in WPN verband en de Verdiepingsslag op eigen initiatief. In 2026 stellen we weer een nieuw GRP op. We voeren onderhoud uit en vervangen of renoveren oude en versleten riolering. In samenspraak met het waterschap, gaan we aan de gang met onze maatregelen om aan de Kaderrichtlijn Water (KRW) te voldoen. Uitgangspunt hierbij is de herijking 2019. Naast de gereserveerde bedragen uit 2020 en 2021 is hiervoor in de planperiode nog € 9 miljoen opgenomen. Vanuit de Verdiepingsslag zijn urgente klimaatmaatregelen bepaald om het risico op wateroverlast en schade aan gebouwen en wegen te verminderen. Deze planperiode is 5,4 miljoen euro nodig. We gaan door met onze KRW-opgave om de negatieve invloed van riolering op de waterkwaliteit te verminderen. Afkoppelen vermindert het aantal overstortingen en infiltratie vermindert ook de wateroverlast bij hevige neerslag. We gaan door met onze afkoppelstrategie. We maken hierbij werk met werk: we koppelen af in combinatie met andere werkzaamheden aan de riolering. Binnen de samenwerking is een subsidieregeling afkoppelen private terreinen opgesteld. Limburgbreed wordt momenteel onde leiding van de Provincie in samenwerking met de waterketenregio's de 'afkoppeltabel' geactualiseerd.
Dit kan gevolgen hebben voor de wijze waarop we waar met afkoppelen om willen gaan, met aandacht voor kwaliteit en kwantiteit. We gaan ook aan de gang met het het project ”Groen-Blauwe Schoolpleinen”. We hanteren een afwegingskader voor nieuwbouwlocaties. Kort gezegd komt het erop neer dat minimaal 53 mm berging nodig is. Als er afstroming is naar probleemlocaties kan plaatsvinden wordt 100 mm berging gevraagd. Uitgangspunt is dat geen afwenteling naar oppervlaktewater plaatsvindt. We hebben ook geld opgenomen voor het anders, duurzamer, omgaan met hemelwater bij projecten in de openbare ruimte. In totaal investeren we deze planperiode een bedrag van bijna € 16 miljoen. Wat hebben we hiervoor nodig? Onze personele capaciteit is zwaar onvoldoende. Uitbreiding met 3,3 fte is noodzakelijk om beleidsontwikkelingen goed te implementeren, onderzoeken goed te begeleiden, maatregelen voor te bereiden en uit te voeren en de juiste oplossingen voor problemen te kunnen toepassen. 2,3 Fte is als extra kostenpost opgevoerd in de exploitatie, waarbij aan de andere kant ook kosten voor ingeleend personeel en inhuur vervallen. 1 Fte wordt bekostigd uit de projecten. Investeren in eigen, goed gekwalificeerd peroneel blijft altijd aandacht vergen, maar zeker nu. Ook omdat de taken in het kader van klimaatadaptatie alleen maar zullen toenemen.
De totale vervangingswaarde van onze riolering is circa 124 miljoen euro. Om dat kapitaal goed te beheren is gemiddeld in de planperiode circa € 4,5 miljoen per jaar nodig inclusief
9
de kapitaallasten van nieuwe investeringen. Dat geld wordt opgebracht door burgers en bedrijven in de vorm van rioolheffing. We heffen van de eigenaren een vast tarief per perceel. In dit GRP houden we rekening met groei van het aantal woningen. We gaan uit van een toename met circa 1.000 nieuwe heffingseenheden. De rioolheffing per 1-1-2022 zou, om op langere temrijn kostendekkend te zijn, € 256 moeten bedragen. De huidige heffing bedraagt € 217. Er zijn twee stijgingsscenario’s berekend, de uitkomsten staan in onderstaande tabel. Heffingseenheden 2022 2023 2024 2025 2026
19.190 19.622 19.836 19.982 20.007
Kostendekken tarief (€) scenario 1 217,00 224,00 231,00 238,00 245,00
Kostendekken tarief (€) scenario 2 217,00 237,00 237,00 237,00 237,00
In het Besluit Begroting en Verantwoording Provincies en Gemeenten (BBV) staan regels voor het omgaan met de financiën. Het geld dat we met de rioolheffing ophalen, valt onder de BBV-noemer “van derden verkregen middelen die specifiek besteed moeten worden”. We gebruiken een voorziening riolering (BBV artikel 44 lid 2). Dat zorgt ervoor dat de baten en lasten van riolering een eigen kostendekkend systeem vormen. Besluit Burgemeester en wethouders verzoeken de gemeenteraad om dit Gemeentelijk Rioleringsplan 2022 – 2026 vast te stellen door in te stemmen met:
• • • • •
de in dit gemeentelijk rioleringsplan geformuleerde ambities; de voorgenomen onderzoeken; de voorgenomen maatregelen; de uitbreiding van de personele capaciteit; de rioolheffing per 1-1-2022 vast te stellen conform voorstel.
Het raadsbesluit maakt onderdeel uit van het rioleringsplan. Na vaststelling van dit GRP zal dit plan worden toegezonden aan het Waterschap Limburg, Rijkswaterstaat en de provincie Limburg. Ook zullen we na vaststelling in één of meerdere dag- of weekbladen die in onze gemeente worden verspreid bekend maken hoe burgers kennis kunnen maken van de inhoud van dit GRP. De wijziging van de Verordening Rioolheffing wordt in december 2021 aan de gemeenteraad voorgelegd.
10
Algemeen
11
1
Inleiding
1.1 Nieuw GRP voor Horst aan de Maas Goede riolering is nodig voor de bescherming van de volksgezondheid, het milieu en het tegengaan van wateroverlast. In dit wettelijk verplichte gemeentelijk rioleringsplan (GRP) beschrijven we hoe we werken in de (afval)waterketen. Daarmee geven we aan hoe wij als gemeente omgaan met de wettelijke zorgplichten voor stedelijk afvalwater, afvloeiend hemelwater en grondwatermaatregelen. We geven hiermee ook richting aan de invulling van onze zorgplicht voor het veiligstellen van de drinkwatervoorziening. Daarnaast gaan we in op de nieuwe ontwikkelingen die onze zorgplichten raken; klimaatverandering en de invoering van de Omgevingswet zijn van invloed op onze werkzaamheden. Ons (afval)watersysteem beschermt de volksgezondheid en het milieu door het vuile water af te voeren naar de zuivering. Het is daarmee een belangrijk onderdeel van de leefomgeving, waarmee er een directe relatie ligt met andere vakgebieden. 1.2 De waterketen We zijn onderdeel van Waterpanel Noord. De betrokken partners in de waterketen zijn de gemeenten van Waterpanel Noord, Waterschap Limburg (WL), Waterschapsbedrijf Limburg (WBL) en Waterleidingmaatschappij Limburg (WML). Samen vertegenwoordigen we alle schakels die nodig zijn om water te winnen en uiteindelijk na gebruik weer te lozen. Drinkwaterbedrijven zorgen voor de waterwinning en drinkwaterdistributie.
Burgers en bedrijven gebruiken het water, gemeenten zamelen het gebruikte drinkwater in (stedelijk afvalwater) en transporteren dat naar een overnamepunt. Ook zamelen ze overtollig afvloeiend hemelwater in, verwerken dat en treffen grondwatermaatregelen als dat nodig is. Waterschappen organiseren de zuivering van het stedelijke afvalwater in rioolwaterzuiveringsinstallaties en beheren het oppervlaktewater. Daarnaast beheren Provincie en waterschap ieder voor hun deel het grondwater. En van dat oppervlakte- en grondwater wordt vervolgens weer drinkwater gemaakt, daarmee is de cirkel rond. In het waterketenplan (2021-2025) hebben we de regionale beleidskaders voor de waterketen vastgelegd. In dit programma verankeren we deze uitgangspunten. 1.3 Watertaken In dit water- en rioleringsprogramma geven we aan hoe we onze wettelijke zorgplichten voor stedelijk afvalwater, afvloeiend hemelwater en grondwater invullen.
12
Stedelijk afvalwater
Op grond van de Wet milieubeheer artikel 10.33 (straks Omgevingswet artikel 2.16 lid 1a-3) is elke gemeente verantwoordelijk voor de inzameling en het transport van stedelijk afvalwater dat vrijkomt van de in de gemeente gelegen percelen. Alle percelen binnen de bebouwde kom zijn daarom aangesloten op (vrijverval)riolering. Buiten de bebouwde kom zijn alle percelen aangesloten op vrijvervalriolering, drukriolering, IBA of een geoorloofd alternatief. Het waterschap heeft op grond van artikel 2.4 uit de Waterwet de verplichting om het afvalwater te zuiveren (of te laten zuiveren door een andere partij).
Hemelwater
Vanuit de Waterwet artikel 3.5 (straks Omgevingswet artikel 2.16 lid 1-a1) zijn gemeenten verplicht om zorg te dragen voor een doelmatige inzameling en verwerking van afvloeiend hemelwater, maar alleen als degene die zich er van wil ontdoen niet redelijkerwijs het water zelf kan verwerken op het eigen perceel, door het in de bodem of in het oppervlaktewater te brengen.
Grondwater
In de Waterwet, artikel 3.6 (straks Omgevingswet artikel 2.16 lid 1-a2), is bepaald dat de gemeente de zorg heeft om structureel nadelige gevolgen van de grondwaterstand voor de aan de grond gegeven bestemming zoveel mogelijk te voorkomen of te beperken. Dit doet de gemeente door maatregelen te treffen in het openbaar gemeentelijke gebied voor zover deze doelmatig zijn en niet tot de zorg van de (grondwater)beheerder of de provincie behoort.
Drinkwater
Zorg voor een duurzame veiligstelling van de openbare drinkwatervoorziening (samen met provincie en waterschap, Drinkwaterwet, artikel 2).
Ook volgt uit het Besluit kwaliteit leefomgeving (artikel 3.17) dat de gemeente er zorg voor draagt dat een openbaar vuilwaterriool zo wordt ontworpen, gebouwd en onderhouden dat: a) het zoveel mogelijk berekend is op de eigenschappen, samenstelling en hoeveelheid van het afvalwater, b) lekkage zoveel mogelijk wordt voorkomen, en c) het aantal overstortingen zo beperkt is als voor een doelmatig beheer van afvalwater mogelijk is. 1.4 Proces Riolering is samen met de rioolwaterzuiveringsinstallatie onderdeel van de afvalwaterketen en heeft via overstorten en regenwateruitlaten veel relaties met het watersysteem. Dit GRP is daarom ook tot stand gekomen in nauwe samenwerking tussen onze gemeente en het
13
Waterschap Limburg (WL). Vóór vaststelling door de gemeenteraad is het ontwerp-GRP officieel ter becommentariëring gezonden aan de waterbeheerder WL, Rijkswaterstaat en Waterleiding Maatschappij Limburg. 1.5 Leeswijzer Dit GRP sorteert voor op de komst van de Omgevingswet door het onderscheiden van verschillende delen: evaluatie huidig GRP, visie, plan, programma en kostendekking: • We starten met de evaluatie over de huidige planperiode. Wat ging goed, wat kan of moet anders? Dit markeert het startpunt voor het nieuwe GRP 2022-2026. • In het visiedeel beschrijven we de doelen en ambities die er zijn met de gemeentelijke watertaken. Duurzaamheid en klimaatadaptatie spelen hierbij een grote rol. • In het plandeel gaan we in op de verhouding tussen de gemeente, andere overheden, bewoners en bedrijven: wie doet wat? We beschrijven op hoofdlijnen welke lokale wensen en eisen er zijn op het gebied van de gemeentelijke watertaken en de daarvoor benodigde regels. Dit onderdeel is input voor het gemeentelijke omgevingsplan. • In het programmadeel beschrijven we het huidige areaal en de acties voor de planperiode. Hierin komen de onderzoeken, onderhoudsactiviteiten en vervangingsplanningen aan bod. Het levert de input voor de kostendekkingsberekening.
• In het laatste deel gaan we in op de personele en financiële kant van de gemeentelijke watertaken en beschrijven we de benodigde kostendekkende rioolheffingstarieven.
14
2
Wat hebben we de afgelopen jaren bereikt
2.1 Terugblik op de afgelopen planperiode In het GRP 2017-2021 was ons beleid goed vastgelegd. Het vormt een belangrijke randvoorwaarde voor de werkzaamheden aan de waterketen en een goede onderbouwing voor bekostiging van deze werkzaamheden. Klimaatadaptatie heeft een prominente rol gekregen in de vorm van budget voor klimaatstresstesten en een stimuleringsregeling voor afkoppelen. Afgelopen planperiode is meer ingezet op relinen in plaats van vervangen van riolering. Een aandachtspunt hierbij is dat een straat steeds minder vaak open gaat, waardoor meekoppelkansen voor bijv. afkoppelen afnemen. De overweging is om toch een percentage nagestreefde afkoppelingen op te nemen in het GRP, zodat we een reden hebben om de straat open te leggen en riolering te vervangen. Bijvoorbeeld grote transportriolen wel relinen en kleine riolen (waar afkoppelen juist meer van toepassing is) juist vervangen. Nu is de verhouding 80% relinen, 20% vervangen. Overigens kunnen we ook op ander manieren zorgen dat regenwater niet in gemengde riolen terecht komt, bijvoorbeeld door verlagen van groenvoorzieningen. Personele capaciteit vormt een belangrijk en groot aandachtspunt. Door capaciteitsgebrek komt het voor dat projecten niet kunnen worden gestart en beschikbaar budget niet wordt benut.
2.2 Werkzaamheden De afgelopen jaren hebben we verschillende onderzoeken en maatregelen uitgevoerd om beter inzicht te kunnen houden in het functioneren van het rioolstelsel en tijdig en adequaat te kunnen reageren. Onderstaande onderzoeken zijn opgenomen in het vorige GRP en zijn (deels) uitgevoerd:
• Opstellen nieuw BRP:
•
Actualiseren verhard oppervlak: het totale verhard oppervlak binnen de gemeente is opnieuw bepaald. Deze gegevens zijn gebruikt voor het nieuwe basisrioleringsplan (BRP). Dat geeft inzicht in het hydraulisch en milieutechnisch functioneren van de ondergrondse riolering. Hierbij is het systeem ook getoetst aan een aantal standaardbuien om te bepalen in hoeverre het systeem klimaatbestendig is. Daarnaast zijn werkzaamheden uitgevoerd in het kader van de wateroverlast in de wijk Stuksbeemden. Verdiepingsslag: Om de effecten van extreme neerslag inzichtelijk te maken, is een maaiveldanalyse uitgevoerd. Met deze analyse zijn afwateringsrichtingen op maaiveldniveau tijdens deze neerslagsituaties door middel van stroombanen zichtbaar gemaakt. Dit is aan de ene kant een waardevolle aanvulling op het in beeld krijgen van de water-opstraatproblematiek bij hevige neerslag. Aan de andere kant geven de analyses een beeld van zinvolle locaties om bovengrondse maatregelen te treffen om het risico op wateroverlast en schade te verminderen.
15
Dit onderzoek was onderdeel van de Verdiepingsslag Stresstest 1 dat in 2020/2021 is uitgevoerd. De resultaten worden meegenomen in de afstemming tussen de inrichting van de openbare ruimte en ruimtelijke ontwikkelingen binnen de gemeente. Daarbij is ook onderzocht hoe het totale watersysteem functioneert bij een bui die eenmaal in de honderd jaar voorkomt (T=100).
• Grondwatermeetnet: om inzicht te krijgen in de effecten van het infiltreren van hemelwater en van verdroging als gevolg van klimaatveranderingen moeten we een grondwatermeetnet inrichten. Dit is een project van Waterpanel Noord en staat in de planning voor Q1 2022.
• Onderzoek restlevensduur riolering: op basis van de inspectiegegevens is jaarlijks een reparatie/renovatiebestek opgesteld en uitgevoerd. Daarnaast is op basis van de inspectiegegevens een restlevensduurberekening uitgevoerd. Hiermee ontstaat een totaalbeeld van de kwaliteit van de vrijvervalriolering die dient als input voor het opstellen van een meerjarige strategische vervangingsplanning. De planning dient verder afgestemd te worden met weg- en groenbeheer.
• Financiële actualisatie vGRP: In 2019 vond een financiële actualisatie van het vGRP plaats. Alle uitgevoerde en geplande maatregelen zijn hierbij in het kostendekkingsplan verwerkt.
• Communicatie en voorlichting burgers: via de website communiceren we over een goed gebruik van de riolering, door aan te sluiten op de thematische communicatiecampagnes vanuit Waterpanel Noord. Daarnaast blijven we met de burger communiceren bij herinrichtingsplannen of overige werkzaamheden in de openbare ruimte. 2.3 Wat nemen we mee voor deze planperiode 2022-2026 Het GRP moet een goede kapstok zijn voor de invulling van de rioleringszorg, een echt werkdocument. Moet ook de kaptstok zijn richting het omgevingsplan als de Omgevingswet van kracht wordt. Onderzoek naar differentiatie van de rioolheffing: De rioolheffing is op dit moment een vast bedrag voor eigenaren (woningen en niet-woningen). We willen de grondslag van de heffing aanpassen zodat deze beter aansluit bij het principe van de vervuiler betaalt. Gedurende deze planperiode onderzoeken we de mogelijkheden.
1 Verdiepingsslag stresstest gemeente Horst aan de Maas, Waterschapsbedrijf Limburg,
2021
16
Visie
17
3
Wat willen we bereiken
3.1 Waarom rioleringszorg Van oudsher is de bescherming van de volksgezondheid de belangrijkste functie van de riolering. Door verschillende deskundigen in binnen- en buitenland wordt de aanleg van de riolering zelfs gezien als de grootste bijdrage aan de volksgezondheid van de 20e eeuw. Tegenwoordig zijn het verbeteren van de leefbaarheid door ontwatering en afwatering van het stedelijk gebied en de bescherming van het milieu tegen vervuiling ook belangrijke doelen. 3.2 Ontwikkelingen en opgaven Mondiaal, nationaal en regionaal zijn er trends en ontwikkelingen te onderscheiden die van invloed kunnen zijn op de uitvoering van de beheertaken in de waterketen en het (stedelijk) waterbeheer. In onderstaande figuur zijn deze trends en ontwikkelingen geïllustreerd.
Hierna lichten we een aantal ontwikkelingen verder toe. 3.2.1 Klimaatverandering en klimaatadaptatie Het klimaat verandert. Het gaat vaker en harder regenen, het wordt warmer en het wordt droger voor lange aaneengesloten perioden. De droge zomers van 2018 en 2019 maar ook het droge voorjaar van 2020 hebben effect op onze waterhuishouding omdat de grondwaterstanden dalen. Aan de andere kant hebben we ook te maken gehad met zware buien die op sommige plaatsen voor overlast hebben gezorgd.
18
Deze veranderende omstandigheden zorgen ervoor dat we de leefomgeving en het watersysteem moeten aanpassen, dit noemen we klimaatadaptatie. We onderzoeken de effecten van klimaatverandering op onze gemeentelijke watertaken en zoeken oplossingen voor problemen. Het ondergrondse rioolstelsel heeft een beperkte capaciteit. Grote hoeveelheden neerslag in een korte periode kunnen niet volledig ondergronds verwerkt worden, daar is ons stelsel niet op ontworpen. Uitbreiding van het stelsel ondergronds is kostbaar en de ruimte in de ondergrond is beperkt. Daarom is ook bovengronds ruimte voor water nodig. De openbare en particuliere ruimte moeten we zo inrichten dat een extreme bui tot zo min mogelijk overlast en schade leidt. Droogte gaan we tegen door water zo veel mogelijk vast te houden waar het valt. 3.2.2 Duurzaamheid We volgen de ontwikkelingen om de (afval)waterketen te verduurzamen. Bij het toepassen van materialen kunnen we hergebruikte en herbruikbare materialen kiezen. Daarnaast kunnen we uit afvalwater grondstoffen winnen en kunnen we hieruit energie opwekken. We werken daarin – waar mogelijk – samen met betrokken partijen om te kijken waar we het beste maatregelen kunnen treffen. Waar zinvol en mogelijk implementeren we de duurzaamheidsaspecten.
Ook op andere onderdelen wordt gewerkt met duurzaamheid in het achterhoofd: de drukriolering wordt cyclisch preventief onderhouden, waardoor het energieverbruik minimaal is, storingen minder optreden en een langere levensduur wordt bereikt. We gaan de werkelijke restlevensduur van de persleidingen onderzoeken om niet onnodig vroeg te vervangen maar ook om geen onnodige risico’s te lopen. Kapotte vrijvervalriolering wordt zo mogelijk duurzaam gerenoveerd in plaats van vervangen. Dat scheelt graafwerk, transport, grondstoffen en overlast en geld. 3.2.3 Invoering van de Omgevingswet De invoering van de Omgevingswet heeft invloed op de waterketen. Zaken die nu op nationaal niveau geregeld zijn, worden gedecentraliseerd. Dit betekent dat er straks (vermoedelijke inwerkingtreding in 2022) meer keuze is in hoe wij onze gemeentelijke watertaken, ook juridisch gezien, willen inrichten. De gemeentelijke zorgplichten blijven onveranderd gelden en komen terug in de Omgevingswet. 3.2.4 Integrale kijk op de afvalwaterketen De afvalwaterketen is een complex geheel: grondwater en hemelwater spelen een nadrukkelijke rol en ook watergangen werken mee om overtollig hemelwater af te voeren. Werkzaamheden worden integraal uitgevoerd, in samenhang met weg- en wijkvernieuwing en zoveel mogelijk afgestemd op werkzaamheden van andere waterpartners zoals het waterschap.
We overleggen dus regelmatig met andere disciplines binnen de eigen organisatie en binnen de afvalwaterketen.
19
Waterketenplan In 2020 hebben we binnen Waterpanel Noord gezamenlijk een Waterketenplan opgesteld ’Ambities voor een water- en klimaatbestendig Noord Limburg’. Het is een ambitiedocument met bijbehorende beleidsuitgangspunten en uitvoeringsprogramma op het gebied van duurzaam stedelijk waterbeheer in relatie met watersysteem, drinkwatervoorziening en ruimtelijke ordening voor de komende periode van vijf jaar. Kern van het Waterketenplan zijn vier K’s: de drie K’s van het Bestuursakkoord Water van 2011 (kostenbesparing, kwaliteitsverhoging en kwetsbaarheidsvermindering) aangevuld met klantgerichtheid, dat we in Waterpanel Noord hoog in het vaandel hebben staan We hebben in 2020 onze richting bepaald met werksessies, rekening houdend met bestaande en in ontwikkeling zijnde beleidsdocumenten van bijvoorbeeld WL/WBL, WML, Provincie. In dit GRP borduren we voort op het Waterketenplan en vullen dat lokaal in. Hierna komen onze uitgangspunten voor de omgang met de drie Figuur 3-1: de 4 K's gemeentelijke watertaken: stedelijk afvalwater, afvloeiend hemelwater en grondwatermaatregelen. 3.3 Stedelijk afvalwater We beschermen de volksgezondheid en zorgen voor een aantrekkelijke leefomgeving door stedelijk afvalwater in te zamelen en af te voeren.
Bij de invulling van de zorgplicht stedelijk afvalwater maken wij onderscheid tussen de bebouwde kom en het buitengebied, en tussen huishoudelijk afvalwater en bedrijfsafvalwater. Bebouwde kom
Voor bestaande bouw en (ver)nieuwbouw is het lozers verboden om stedelijk afvalwater in de bodem of op oppervlaktewater te lozen, dit is de facto een aansluitplicht. Als gemeente zijn wij verplicht stedelijk afvalwater in te zamelen en te transporteren naar een zuiveringtechnisch werk. In geval van nieuwbouw (in- of uitbreidingsplannen) wordt het afvalwater aangesloten op de gemeentelijke riolering en draagt de gemeente zorg voor de inzameling van het afvalwater. Hierbij wordt geen onderscheid gemaakt tussen binnen of buiten de bebouwde kom gelegen percelen. Aansluiting op de riolering vindt plaats conform het bouwbesluit.
20
Voor bedrijfsafvalwater geldt dat de gemeente afvalwater dat qua biologische afbreekbaarheid en hoeveelheid vergelijkbaar is met huishoudelijk afvalwater inzamelt. Ook ander bedrijfsafvalwater dat niet lokaal kan worden teruggebracht in het milieu wordt ingezameld, tenzij dit ten koste gaat van het doelmatig functioneren van de vuilwaterriolering of de rioolwaterzuivering. Het Waterschap geeft hierin advies. Als gemeente kunnen we nadere voorwaarden verbinden aan nieuwe of bestaande aansluitingen van bedrijven of deze weigeren of beëindigen. Buitengebied
Voor het buitengebied geldt dat wij huishoudelijk afvalwater en bedrijfsafvalwater, dat daar qua biologische afbreekbaarheid en hoeveelheid op lijkt, inzamelen en transporteren naar het overnamepunt van het waterschap, tenzij er sprake is van bijzondere omstandigheden. Deze omstandigheden zijn: • De capaciteit van het bestaande collectieve systeem is niet toereikend. • Het einde van de technische levensduur van het collectieve systeem (leidingen) is aanstaande. • Het leveren van een vergelijkbaar effluent door nieuwe decentrale technieken (nieuwe sanitatie) als bij zuivering op de RWZI. • Doelmatigheid. Wij onderhouden de bestaande infrastructuur (drukriolering en gemalen) tenminste tot het moment dat leidingen moeten worden vervangen. Het inzetten op nieuwe sanitatietechnieken in het buitengebied willen we in de toekomst onderzoeken. Voorlopig zien we dit echter als niet doelmatig, mede gelet op de relatief jonge leeftijd van de drukriolering. Aandachtspunt bij de drukriolering vormt het foutief aansluiten van hemelwater en/of grondwater op dit systeem, dit belemmert namelijk het doelmatig functioneren van het systeem Op het moment dat de infrastructuur aan het einde van de technische levensduur is, zullen we in overleg met het waterschap een nieuwe afweging maken over het invullen van de zorgplicht voor afvalwater in het buitengebied.
De komende tijd gaan we in Waterpanel Noord verband ook kijken naar de lozingsroutes in het buitengebied. 3.4 Hemelwater Wij zijn als gemeente verantwoordelijk voor inzameling van afstromend hemelwater van percelen waarvan de eigenaren niet zelf kunnen voorzien in afvoer naar oppervlaktewater of bodem. De voorkeursvolgorde die we hierbij hanteren is vasthouden - infiltreren en bergen afvoeren. Als wij hemelwater inzamelen, zijn we ook verantwoordelijk voor de verdere verwerking, inclusief de lozing op oppervlaktewater of in de bodem. We kunnen het zowel gescheiden van, als gemengd met huishoudelijk afvalwater inzamelen. De gekozen route bepaalt de betrokkenheid van de waterbeheerder. Het waterschap kan betrokken zijn als beheerder van de ontvangende zuivering, van het ontvangende oppervlaktewater of van beide.
21
Hemelwater niet inzamelen tenzij, … Het algemene uitgangspunt dat wij hanteren, is dat gebouwen en percelen geen hemelwater lozen op de gemeentelijke riolering, tenzij dit in het belang van de leefbaarheid of volksgezondheid noodzakelijk is. Dit is de invulling van de voorkeursvolgorde uit de Wet milieubeheer (10.29a). Dat geldt naast de private percelen ook voor gebouwen en percelen van de gemeente zelf. Hieronder beschrijven we per gebiedstypologie (bestaande bouw, nieuwbouw en buitengebied) hoe wij als gemeente invulling geven aan de zorgplicht hemelwater. Overigens geldt dat bij een lozing op oppervlaktewater de eisen gelden zoals Waterschap Limburg die in de Keur heeft opgenomen. Bestaande bouw Voor bestaande gebouwen en percelen geldt dat wij het hemelwater blijven inzamelen en transporteren naar een zuiveringtechnisch werk (overnamepunt RWZI, bij gemengde riolering), het oppervlaktewater of naar de bodem (bij gescheiden riolering). Het gescheiden aanleveren van te lozen hemelwater en huishoudelijk afvalwater op de gemeentelijke riolering en het verwerken van overtollig regenwater op het eigen perceel wordt door ons en het waterschap gestimuleerd. Als inwoners gaan afkoppelen, geldt een bergingseis van 35 mm.
Bij wateroverlastknelpunten en bij rioolvervangingsprojecten, waarbij gemengde riolering wordt vervangen door gescheiden riolering, kunnen we als gemeente het lozen van hemelwater op het vuilwater of gemengde riool verbieden op grond van bestemmingsplan, hemel- en grondwaterverordening of omgevingsplan (vanaf 2022). Vooralsnog houden we de trits ’stimuleren-faciliteren-afdwingen’ aan. Onze bestaande riolering is gedimensioneerd op minimaal bui 08 uit de Leidraad Riolering (T=2, circa 20 mm in 1 uur). In het basisrioleringsplan (BRP) is het rioolstelsel ook getoetst aan extremere buien bijvoorbeeld bui 09 en 10 uit de Leidraad Riolering (T=5, circa 30 mm in 1 uur en T=10 circa 36 mm in 45 minuten). In de Verdiepingsslag Stresstest, zie ook de samenvatting in Bijlage 8, is gerekend met de volgende neerslaggebeurtenissen:
Oplossingen worden zoveel mogelijk bovengronds gezocht, alleen wanneer dit echt niet mogelijk blijkt worden ondergrondse maatregelen getroffen. De maatregelen worden
22
gedimensioneerd op bui 10, waarbij bij de uitvoering van maatregelen, zoveel mogelijk, voorzieningen voor zwaardere buien gerealiseerd zullen worden. Waar mogelijk en doelmatig wordt hierbij hemelwater van de riolering afgekoppeld. Lokale omstandigheden als bodemgesteldheid en grondwaterstand worden hierin meegenomen. Het afkoppelen van hemelwater mag niet leiden tot grondwateroverlast. Nieuwbouw en verbouw Bij nieuwbouwsituaties stellen we eisen aan de omgang met hemelwater. Voorheen hanteerden we een bergingseis van 30 mm, maar dat blijkt niet voldoende te zijn. De bergingseis is sterk afhankelijk van de lokale gebiedseigenschappen. Samen met Waterpanel Noord wordt momenteel gewerkt aan een gebiedsgerichte aanpak. Tot die tijd hanteren we een bergingseis van 53 mm en indien afstroming kan plaats vinden naar probleemlocaties houden we 100 mm aan. Voor extreme neerslaggebeurtenissen wordt voorzien in een bovengrondse overloop naar de openbare ruimte. In Bijlage 2 is ons (voorlopige) afwegingskader voor nieuwbouwlocaties opgenomen. Bij uitbreiding of vernieuwing van bebouwing en uitbreiding van verharding en/of dakvlakken zamelen wij als gemeente geen hemelwater in. De eigenaar van gebouwen en percelen verwerkt dit zelf binnen de perceelgrens, tenzij dat technisch onmogelijk is.
Voor extreme neerslaggebeurtenissen wordt voorzien in een bovengrondse overloop naar de openbare ruimte. Herinrichting Bij herinrichting van het openbaar gebied zal hemelwater zoveel als mogelijk is worden geïnfiltreerd in de bodem. We hanteren ook hier een bergingseis van 53 mm en indien afstroming kan plaats vinden naar probleemlocaties houden we 100 mm aan. Buitengebied In het buitengebied zamelen wij van oudsher geen hemelwater in. Dit geldt zowel voor bestaande bouw als (ver)nieuwbouw. Inwoners van het buitengebied komen dan ook niet in aanmerking voor een afkoppelsubsidie. De eigenaar van gebouwen en percelen verwerkt zijn hemelwater zelf op het eigen terrein of voert het in overleg met het waterschap af naar het oppervlaktewater of loost het in overleg met de gemeente in de bodem. Hierbij hanteren we de (kwaliteits) uitgangspunten voor verantwoord afkoppelen zoals opgenomen in de nog te actualiseren beslisbomen ”Regenwater schoon naar beek en bodem”. Voorbereiding op klimaatverandering Hevige regenbuien hebben een grote invloed op het functioneren van de riolering en dit zal door klimaatverandering alleen maar sterker worden. Op dit moment komt het al voor dat de riolering zware buien niet altijd aan kan, en dat zal naar verwachting vaker gaan gebeuren. Water op straat voor korte duur (hinder) zal steeds meer aan de orde zijn.
De hinder daarvan moet worden geaccepteerd, omdat de aanleg van riolering en aansluitende RWZI die dergelijke hoeveelheden water kunnen verwerken extreem duur zijn en bovendien een veel groter ruimtebeslag zouden vragen in een ondergrond die vaak al vol is.
23
Overlast en schade door water op straat moet zoveel mogelijk voorkomen worden om de leefbaarheid op peil te houden. Hierbij moeten we, waar mogelijk, het afvloeiend hemelwater eerst bergen, dan infiltreren en als dat niet lukt via het oppervlak naar open water proberen te leiden. We zorgen dus voor voldoende berging om het water zo lang mogelijk vast te houden voordat het wordt afgevoerd. We maken onderscheid in drie situaties (dit wordt getoetst in het basisrioleringsplan):
• Hinder. Er is sprake van hinder bij korte perioden van water op straat (ongeveer een uur). Op straat worden plassen gevormd van één tot enkele centimeters diep. Vervoer en transport is nog mogelijk (wegen blijven toegankelijk) en er treedt geen schade op. We streven ernaar om dit pas bij een bui die eenmaal in de twee jaar valt voor te laten komen.
• Overlast. Er is sprake van overlast wanneer grote hoeveelheden water op straat blijven staan. Er is geen sprake meer van plasvorming, maar van ondergelopen straten. De straat fungeert hierbij als berging, waarbij het water tussen de stoepranden blijft. De trottoirs blijven droog. Na enkele uren is het water weer weg. Streven is om dit pas bij een bui die eenmaal in de 10 jaar valt te laten ontstaan.
• Schade. Er is sprake van schade wanneer het regenwater bebouwing en tunnels in stroomt. Doorgaande wegen zijn zo goed als niet bruikbaar voor hulpdiensten doordat er meer dan 15 cm water op staat. Dit proberen we zoveel mogelijk te voorkomen. Er wordt zoveel mogelijk gedaan om overlast en schade te voorkomen. Er zullen echter altijd regenbuien kunnen vallen waartegen we geen maatregelen kunnen treffen. Bovendien hebben lager gelegen woningen een verhoogde kans op schade door hevige regenval, omdat het regenwater zich verzamelt op lager gelegen locaties. Onze inwoners en bedrijven hebben ook een rol bij het opvangen van de gevolgen van hevige buien. Door de tuin voldoende groen te houden, kan het water de bodem in zakken en stroomt het niet direct naar straat en de riolering. Ook het aansluiten van een regenton op de regenpijp met een overloop in de tuin is een initiatief waarmee bewoners hun bijdrage kunnen leveren, zowel in letterlijke zin van afkoppelen en hergebruik van hemelwater als een stuk bewustwording rondom (hemel)water. “Waterklaar” speelt in de communicatie een belangrijke rol. 3.5 Grondwater Wij als gemeente zijn verantwoordelijk voor het nemen van maatregelen in de openbare ruimte om structureel nadelige gevolgen van de grondwaterstanden voor de aan die grond gegeven bestemming zo veel mogelijk te voorkomen (artikel 3.6 Waterwet, artikel 2.16, lid 1a-2 Ow).
Dit geldt voor zover de maatregelen doelmatig zijn en niet tot de zorg van het waterschap (o.a. peilbeheer buitengebied) of de provincie behoren. Dit is vooral kwantitatief gericht. Vaak zal het gaan om het aanbieden van inzamelvoorzieningen voor overtollig grondwater. Als de gemeente inzamelt, is ze ook verantwoordelijk voor de verdere verwerking van het grondwater. Ook zijn wij aanspreekpunt bij grondwaterproblemen: we hebben de regie bij het onderzoeken van oorzaken en oplossingen.
24
Voor de gemeente Horst aan de Maas zijn de volgende definities van toepassing:
• Structureel: structurele grondwateroverlast is overlast die in een periode van een jaar minimaal drie maanden aanhoudt en terugkerend van aard is.
• Overlast: wanneer woningen economische schade of mensen fysieke schade ondervinden.
• Doelmatig: doelmatige maatregelen zijn maatregelen die qua kosten in overeenstemming zijn met de effecten. Hierbij wordt een afweging gemaakt tussen kosten enerzijds en vermindering van de overlast (zowel de mate van overlast als het aantal personen of gebiedsgrootte met overlast) anderzijds. Dit kan dus ook gaan over te lage grondwaterstanden. Het algemene uitgangspunt dat wij hanteren, is dat eigenaren van gebouwen en percelen zelf verantwoordelijk zijn voor de verwerking van overtollig grondwater, tenzij dit in het belang van de leefbaarheid of volksgezondheid niet haalbaar en niet doelmatig is. Dit geldt specifiek voor de bebouwde omgeving. Hierbij wordt geen onderscheid gemaakt naar gebiedstypen. De zorgplicht geldt dus ook voor oans als gemeente zelf als gebouw- en perceeleigenaar. Het lozen van grondwater op het riool is in principe niet toegestaan. Naast de kwantiteit van het grondwater is ook de kwaliteit belangrijk. Vanuit de Drinkwaterwet heben wij als gemeente hier ook een zorgplicht in. We hebben oog voor de kwaliteit van het grondwater en zetten ons in om die in ieder geval niet te laten verslechteren. Bij bijvoorbeeld afkoppelen houden we daar rekening mee. Drinkwaterwet Paragraaf 1. De zorg voor en uitvoering van de openbare drinkwatervoorziening Artikel 2 1. Bestuursorganen dragen zorg voor de duurzame veiligstelling van de openbare drinkwatervoorziening. 2.
Bij de uitoefening van bevoegdheden en toepassing van wettelijke voorschriften door bestuursorganen geldt de duurzame veiligstelling van de openbare drinkwatervoorziening als een dwingende reden van groot openbaar belang.
3.6 Oppervlaktewater We beheren binnen onze gemeente een aantal oppervlaktewateren als onderdeel van ons hemelwaterstelsel. De afvoercapaciteit daarvan moet op peil blijven om het hemelwater goed te kunnen afvoeren. We werken daarbij nauw samen met het Waterschap. Ook worden door WL eisen gesteld aan de vuilemissie vanuit onze riolering op oppervlaktewater.
25
Plan
26
4
Wie doet wat
4.1
Gemeentelijke zorgplicht
Als gemeente zijn we verantwoordelijk voor een goede invulling van onze gemeentelijke watertaken. En omdat riolering niet op zichzelf staat, maar onderdeel is van onze gemeentelijke infrastructuur, stemmen we ons beleid af met andere overheden. Zoals in de Wet milieubeheer is aangegeven, zijn dat in ieder geval de beheerder van de zuiveringen waarop we het door ons ingezamelde (afval)water lozen en de beheerder van de oppervlaktewateren waarop wordt geloosd. Voor onze gemeente zijn dat het Waterschap Limburg en Rijkswaterstaat.
Figuur 4-1: verantwoordelijkheden stedelijk waterbeheer
Daarnaast gelden de regelsn uit het Besluit kwaliteit leefomgeving zoals in paragraaf 1.3 aangegeven. 4.2
Samenwerking
We werken binnen de gemeentelijke organisatie samen met andere sectoren in de openbare ruimte bijvoorbeeld de afdelingen wegen en openbaar groen. Met de komst van de Omgevingswet (verwacht per 1 juli 2022) wordt dat alleen maar belangrijker. Integraal
27
werken is het devies en dat betekent ook participatie en afstemming. Daarnaast werken wij samen met Regionale Uitvoeringsdienst (RUD). We werken ook samen met burgers en bedrijven omdat zij ook duidelijk een eigen rol hebben als het gaat om de omgang met afvloeiend hemelwater en grondwater. We werken samen aan water binnen de regio Waterpanel Noord omdat water niet stopt bij gemeentegrenzen. Een samenwerkingsverband van 15 Noordlimburgse gemeenten, Waterschap Limburg, Waterschapsbedrijf Limbug en Waterleidingmaatschappij Limburg. Waar mogelijk en zinvol voeren we samen onderzoek uit, wisselen kennis uit en voeren we operationele werkzaamheden samen uit. In 2020 hebben we het Waterketenplan opgesteld waarin we onze ambities en een uitvoeringsprogramma hebben beschreven. Ook werken we binnen Waterpanel Noord samen aan klimaatadaptatie. 4.3
Wat verwachten we van inwoners en bedrijven
Een groot deel van het gemeentelijke gebied is niet in handen van de overheid. Daarom is klimaatadaptatie, waaronder het tegengaan van wateroverlast, een gezamenlijke verantwoordelijkheid van burgers, bedrijven, gemeente en waterschap. De overheden kunnen niet alles oplossen. Perceeleigenaren hebben een belangrijke rol in de verwerking van hemelwater dat op hun eigen terrein valt. Dat is ook wettelijk onderkend door de eigen verantwoordelijkheid die in de Waterwet (artikel 3.5 en 3.6, en straks ook in de Omgevingswet) is opgenomen. Uitgangspunt is dat de perceeleigenaar de neerslag die op zijn perceel valt, zelf verwerkt. Als dat redelijkerwijs niet kan, zijn wij als gemeente aan zet. Wij kunnen veel regelen en sturen in het functioneren van de riolering, maar we kunnen niet alles zelf uitvoeren. Inwoners en bedrijven hebben ook een belangrijke invloed op het functioneren. Wij willen zo min mogelijk extra regels en verplichtingen aan inwoners en bedrijven opleggen, maar wil wel dat zij bijdragen aan het goed laten functioneren van de riolering. Wij verwachten: 1. Dat inwoners en bedrijven het riool, de IBA’s en septic tanks verstandig gebruiken; 2. Dat rioolaansluitingen zorgvuldig worden aangelegd en onderhouden; 3. Dat inwoners en bedrijven hemelwater zelf opvangen en bergen als dat redelijkerwijs mogelijk is; 4.
Dat hinder (water-op-straat) vaker, binnen marges, wordt geaccepteerd; 5. Dat inwoners en bedrijven bij grondwateroverlast controleren of hun woning of bedrijf voldoende waterdicht is.
28
Zorgplicht lozers (burgers en bedrijven) In het Besluit lozing afvalwater huishoudens (Blah) en het Activiteitenbesluit zijn zogenaamde zorgplichtbepalingen opgenomen die zicht richten op de lozers op riolering. Het Blah bevat een zorgplichtbepaling die is gericht op het voorkomen van nadelige gevolgen voor het milieu door maatregelen te treffen (art. Besluit lozing afvalwater 4). Dit betreft ook de bescherming van de doelmatige huishoudens artikel 4 lid 1: werking van de voorzieningen voor het beheer van Degene die loost en weet of afvalwater (waaronder riolering) en het doelmatig beheer redelijkerwijs had kunnen weten dat van afvalwater (Blah artikel 4 lid 2). door het lozen nadelige gevolgen voor het milieu ontstaan of kunnen ontstaan, die niet of onvoldoende worden voorkomen of beperkt door naleving van de bij of krachtens dit besluit gestelde voorschriften, voorkomt die gevolgen of beperkt die voor zover voorkomen niet mogelijk is en voor zover dit redelijkerwijs van hem kan worden gevergd.
Volgens de toelichting op het Blah betekent deze zorgplicht onder meer dat bij een gescheiden rioolstelsel de beide afvalwaterstromen op het goede stelsel moeten aansluiten. Dit met het oog op de doelmatige werking van de stelsels. Ook het doorspoelen van toiletdoekjes of frituurvet is in strijd met de zorgplicht. Toiletdoekjes horen in de vuilnisbak en frituurvet moet worden gerecycled of ook met het vaste afval worden weggegooid. Ook hoort hemelwater niet op mechanische riolering te worden geloosd, dat verstoort de werking. De zorgplichtbepaling geeft de gemeente de mogelijkheid maatwerkvoorschriften vast te stellen voor de te nemen maatregelen of om rechtstreeks handhavend op te treden. Net als het Blah bevat het Activiteitenbesluit een zorgplichtbepaling (art. 2.1). De zorgplichtbepaling voor afvalwaterlozingen op de riolering komt neer op:
• de bescherming van de doelmatige werking van de voorzieningen voor afvalwaterbeheer (zoals de openbare riolering);
• doelmatig afvalwaterbeheer. In de Omgevingswet komen deze zorgbepalingen terug.
29
Programma
30
5
Wat hebben we
5.1 Totaaloverzicht aanwezige voorzieningen Binnen onze gemeente ligt veel riolering, zie Tabel 5-1. Tabel 5-1 Kenmerken riolering Onderdeel Vrijvervalriolering, - gemengd - Droogweerafvoer (DWA) - Hemelwaterafvoer (HWA) Totaal vrijvervalriolering Drukriolering Drukrioleringunits
aantal 177 20 19 216 179 1.154
eenheid km km km km km stuks
Onderdeel Persleidingen Gemalen Kolken Overstorten Bergbezinkbassins Vijvers en overig oppervlaktewater
aantal 10 48 ca. 12.950 47 22 35
eenheid km stuks stuks stuks stuks stuks
Vrijvervalriolering is het meest omvangrijke onderdeel van de riolering. Het grootste deel is gemengde riolering, ongeveer 82%. Vanaf de jaren ’80 werd steeds meer gescheiden riolering aangelegd. In Bijlage 6 is een overzichtskaart opgenomen en een tabel met de externe gemengde overstorten. De rioleringsgegevens zijn opgenomen in het beheersysteem GBI voor de vrijvervalriolering en iView als realtime beheersysteem voor de grote gemalen en bergbezinkvoorzieningen.
Figuur 5-1 Verdeling leeftijd vrijvervalriolering (bron GRP 2017)
31
Gedetailleerde informatie over de lay-out van de stelsels is vastgelegd in de hydraulische berekeningen en basisrioleringsplannen/systeemoverzichten stedelijk water (BRP/SSW), waaronder de stelselgegevens en gegevens van de overstorten van waaruit (incidenteel) wordt geloosd. Wijzigingen t.o.v. de situatie in de BRP’n zullen met de betreffende waterbeheerder worden overlegd.
5.2
Stedelijk afvalwater en hemelwater
5.2.1 Technische staat Vrijvervalriolering Het vrijvervalstelsel is in redelijk tot goede staat. Elk jaar wordt ongeveer 1/10e van het rioolstelsel gereinigd en geïnspecteerd. De inspecties worden uitgevoerd en beoordeeld volgens de actuele NEN-EN-normen. Op basis van de beoordelingen stellen we een maatregelenpakket op dat aangeeft welke maatregel (reparatie, renovatie of vervanging) wordt toegepast en wanneer dit gebeurt. Gemalen en drukriolering Elk hoofdgemaal wordt minimaal 1x per jaar gereinigd en 1 x per jaar geïnspecteerd, elke drukrioleringsunit wordt 2x per jaar gereinigd en 1x per twee jaar conform de BRL geïnspecteerd. Op basis van de inspectie wordt beoordeeld welke onderdelen moeten worden vervangen. De onderhoudstoestand van de gemalen en drukrioleringsunits is zoals verwacht. Wel kunnen de systemen worden geoptimaliseerd om de werking ook op langere termijn te waarborgen. Het lozen van hemelwater verstoort de werking van drukriolering en is dan ook verboden op grond van het Besluit lozing afvalwater huishoudens en het Activiteitenbesluit (voor bedrijven)! Wij voeren periodiek controles hierop uit. Reinigen en (periodiek) inspecteren besteden we uit. Reparaties voeren we zelf uit. Persleidingen en drukleidingen De pers- en drukleidingen worden op dit moment correctief onderhouden. Dit betekent dat er onderzoek en onderhoud plaatsvindt zodra er aanleiding toe is.
Een verminderd functioneren van de gemalen en drukrioleringsunits kan bijvoorbeeld zo’n aanleiding zijn. Er bestaan beperkte mogelijkheden om pers- en drukleidingen te inspecteren, omdat inspectie aan de binnenkant van de buis meestal weinig zekerheid geeft.
32
5.2.2 Werking De riolering van onze gemeente functioneert over het algemeen goed op basis van de ontwerpuitgangspunten. Uit de BRP’n blijkt dat er een beperkt aantal knelpunten aanwezig is. Ook in de praktijk is een beperkt aantal overlastlocaties bekend. Als er een bui valt die zwaarder is dan onze ‘toetsbui’ (een bui die volgens statistische gegevens eens in de twee jaar valt), dan blijft er op deze knelpunten water op straat staan. Deze worden gemonitoord en geanalyseerd. Indien nodig worden maatregelen in plannen voor verbetering opgenomen. Het klimaat verandert, de kans op hevigere buien en wateroverlast neemt toe. Uit de Verdiepingsslag stresstest volgt dat de hoofdswegenstructuur op verschillende locaties kwetsbaar is voor een bui die eens in de 100 jaar voorkomt. Ze wordt dan tijdelijk onbegaanbaar voorhulpdiensten door een waterdiepte van 30 cm of meer. Een aantal woonstraten worden al onbegaanbaar bij een bui die eenmaal in de 10 jaar voorkomt (zie rapportage Verdiepingsslag stresstest). Ook kan water in woningen komen te staan. Ook in onze gemeente komen foutaansluitingen voor. Dat zijn aansluitingen van vuilwater op hemelwaterriolering en van hemelwater op vuilwaterriolering (zoals bijvoorbeeld drukriolering). Controle op foutaansluitingen maakt structureel onderdeel uit van de onderhoudswerkzaamheden aan de riolering.
De perceeleigenaren worden aangesproken op hun verantwoordelijkheden waardoor de foutaansluitingen worden opgeheven. Afkoppelen Om wateroverlast te voorkomen dient de riolering over voldoende afvoercapaciteit te beschikken. De ondergrondse maatregelen voortkomend uit het BRP zijn uitgevoerd. Daarnaast heeft de gemeente in de afgelopen planperiode ingezet op het afkoppelen van verhard oppervlak van de riolering (veelal bovengronds). De gemeente vindt het verder (bovengronds) afkoppelen van het verhard oppervlak een goede manier voor het behouden van voldoende afvoercapaciteit. De komende periode wil de gemeente hier dan ook verder op in zetten. Ook het verlagen van plantsoenen voor extra berging kan helpen, het regenwater wordt dan minder afgevoerd via de riolering. Het afkoppelen is hierbij echter geen doel op zich. De gemeente beschouwt hierbij afkoppelen alleen doelmatig als het bijdraagt aan het:
• Voorkomen van milieu-hygiënische en/of volksgezondheidsgevaren (uittreden van vuilwater);
• Voorkomen van wateroverlast ten gevolge van hevige neerslag (onvoldoende afvoer van hemelwater);
• Verminderen van vuilemissies (water over de overstort, voldoen aan KRW-doelstelling); • Verder klimaatbestendig maken van de gemeente; • De kosten in verhouding staan tot hetgeen het oplevert. Dit betekent dat daar waar riolering vervangen moet worden, of overige werkzaamheden in de openbare ruimte worden uitgevoerd, nader bepaald wordt of afkoppelen van verhard oppervlak van de (gemengde riolering) wenselijk en mogelijk is. Ook het vervangen van
33
verharding door groen is een goede maatregel (ook goed voor biodiversiteit en tegen hottestress). Hierbij wordt verder gekeken dan de projectgrenzen. Dit betekent dat ook afkoppelmaatregelen, die een positief effect hebben op de eerder genoemde punten, buiten de projectgrenzen in ogenschouw worden genomen. Hiervoor is inzicht nodig in het hydraulische en milieutechnisch functioneren van de riolering, maar is daarnaast inzicht in de oppervlakkige afstroming ook een wezenlijk facet. Dit sluit aan bij de uitgevoerde verdieping van de stresstest. De wijze van afkoppelen wordt afgestemd op de boven- en ondergrondse mogelijkheden. Eigenaren van woningen die voor 2002 zijn gebouwd, die niet in het buitengebied staat en die minsteren 30 m2 afkoppelen, kunnen subsidie krijgen voor het afkoppelen van hemelwater. In een adviesgesprek bekijken we dan wat er mogelijk is. Op de website van de gemeente is dit aangegeven. 5.3 Grondwatermaatregelen Op de meeste plekken in onze gemeente ligt het grondwater ruim genoeg onder het maaiveld. Er komen verschillende grondsoorten voor (veen, zand, klei, al dan niet met leemlagen), waarvan sommige weinig waterdoorlatend zijn. Over het algemeen zijn er weinig problemen met grondwater. We hebben een beperkt grondwatermeetnet. Dit meetnet bestaat uit peilbuizen van de Provincie Limburg.