CConstaterende datHorst aan de Maas
Koppel je AI →
Document · PDF

04c Toelichting bp Horsterdijk 97 Lottum

Gemeenteraad 20 september 2022, gemeente Horst aan de MaasBij agendapunt: Voorstel tot het vaststellen van het bestemmingsplan Horsterdijk 97 te Lottum.10.798 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

De gevraagde ontwikkeling heeft geen invloed op de externe veiligheid qua gevaarlijke stoffen.

18

4.2.2.Cultuurhistorie en Archeologie 4.2.2.1. Cultuurhistorie

Als gevolg van de Wet Modernisering Monumentenzorg dient binnen een bestemmingsplan aandacht aan cultuurhistorie te worden besteed. Cultuurhistorie dient gebiedsgericht benaderd te worden, waarbij niet te veel focus op losse elementen ligt, maar meer op samenhang en context. Het karakter van een gebied of structuur is hierbij een uitgangspunt. Cultuurhistorische waarden zijn waarden die samenhangen met de archeologisch, historischlandschappelijk, historisch-, geografisch en/of historischbouwkundig waardevolle zaken, zoals archeologische elementen, beplanting, reliëf (bij voorbeeld bolle akkers) verkaveling, slotenpatroon en bebouwing. Het voorliggende initiatief betreft een reeds bestaande situatie met 50 camperplekken. Het voorliggende plan is om al deze plekken gelijktijdig in gebruik te kunnen nemen. Er worden geen ruimtelijke ontwikkelingen mogelijk gemaakt, anders dan het volledig benutten van de aanwezige camperplekken. Het planvoornemen is niet van invloed op eventuele cultuurhistorische waarden.

4.2.2.2. Archeologie

De basis van de bescherming van archeologisch erfgoed in de Erfgoedwet is het verdrag van Valletta. De bescherming heeft als doel om archeologisch erfgoed zoveel mogelijk in situ, dus in de grond, te behouden. Gemeenten spelen een belangrijke rol in het archeologische stelsel. Tijdens het opstellen van bestemmingsplannen houdt de gemeente rekening met archeologische waarden. Ook maakt de gemeente meestal de afweging of archeologische waarden in situ behouden moeten blijven of kunnen worden opgegraven. Op de locatie ligt de dubbelbestemming Archeologie 4. Indien binnen deze dubbelbestemming de verstoring meer dan 2.500 m² bedraagt en deze verstoring dieper gaat dan 50 cm dient de aanvrager een archeologisch rapport te overleggen, waaruit blijkt dat de archeologische waarden niet onevenredig (kunnen) worden geschaad. De oppervlakte van het te verstoren terrein is niet groter dan 2.500m². Het voorliggende initiatief betreft een reeds bestaande situatie met 50 camperplekken. Het voorliggende plan is om al deze plekken gelijktijdig in gebruik te kunnen nemen. Er worden geen ruimtelijke ontwikkelingen mogelijk gemaakt, anders dan het volledig benutten van de aanwezige camperplekken. Een archeologisch onderzoek is om deze reden niet noodzakelijk.

4.2.3.Mobiliteit en parkeren

Met betrekking tot onderhavige planontwikkeling dienen de (eventuele) gevolgen voor de verkeersstructuur alsmede het parkeren inzichtelijk te worden gemaakt. Ten aanzien van de verkeerstructuur kan worden gesteld dat het planvoornemen leidt tot een toename van de verkeersbewegingen. Immers is er sprake van een hogere bezettingsgraad. De meeste gasten welke nu de locatie bezoeken trekken er vanaf de camper op uit per fiets of te voet. Het planvoornemen betreft een toename van 40 plekken à een norm van 0,4. Op basis van 40 staanplaatsen bedraagt het aantal verkeersbewegingen ten hoogste 16 per etmaal (lichte motorvoertuigen). Dit is berekend op basis van CROW-kentallen Type Camping/kampeerterrein

Aantal staanplaatsen 40

Kerncijfer CROW 0.4

Verkeersgeneratie per etmaal 16

Afbeelding 7. Tabel Verkeersgeneratie

Gezien het feit dat er amper omwonenden zijn wordt geen probleem gezien in een uitbreiding het aantal camperplaatsen tot 50. De bestaande toegangsweg alsmede de Horsterdijk zijn van voldoende kwaliteit en capaciteit om het aantal vervoersbewegingen op te kunnen vangen. Voor de woning geldt dat deze reeds bewoond is in de bestaande situatie. Hierin is geen verschil ten opzichte van de toekomstige situatie. Parkeren vindt plaats op de eigen plek. Voor eventuele gasten is een parkeergelegenheid aanwezig van voldoende omvang.

19

4.2.4.Kabels en leidingen In of nabij het plangebied liggen geen kabels of leidingen, die ten behoeve van het gebruik en/of de veiligheid planologische beschermd moeten worden. Kabels en leidingen vormen daarmee geen belemmering voor het planvoornemen.

4.3.

Flora en Fauna

4.3.1.Gebiedsbescherming

Met betrekking tot gebiedsbescherming is de situering ten opzichte van beschermde gebieden (Natura2000 gebieden en beschermde natuurmonumenten) van belang. Ten noordoosten van de initiatieflocatie is het Natura2000 gebied Maasduinen gelegen. De afstand tussen het plangebied en dit Natura 2000-gebied bedraagt 3,0 kilometer.

Afbeelding 8. Uitsnede afstand Natura 2000 (bron: natura2000.eea.europa.eu)

Per 1 juli 2021 geldt een vrijstelling voor bouw-, aanleg- en sloopactiviteiten (aanlegfase) waarvan de emissies tijdelijk en beperkt zijn. Hierdoor is een berekening met AERIUS CALCULATOR 2020 voor de uitstoot van stikstof en de neerslag daarvan op de Natura2000gebieden voor de bouw- aanleg- en sloopactiviteiten met betrekking tot onderhavig plan niet van toepassing. Resultaat AERIUS-berekeningen gebruiksfase: Middels het rekenmodel AERIUS Calculator is berekend of de emissies in de gebruiksfase resulteren in stikstofdepositie op de omliggende Natura 2000-gebieden. Uit het rekenmodel volgt dat in de gebruiksfase er geen sprake is van stikstofdepositie, dus kleiner of gelijk aan 0,00 mol/ ha/jaar. Dat betekent dat voor het berekende project geen nadelige gevolgen te verwachten zijn voor de omliggende Natura 2000-gebieden. In bijlage 2 is de AERIUS berekening ingesloten. Geconcludeerd kan dan ook worden dat er geen vergunningsplicht is voor de betreffende aanvraag.

20

4.3.2.Soortenbescherming De soortenbescherming is in Nederland geregeld in de Wet Natuurbescherming. Deze heeft betrekking op alle in Nederland in het wild voorkomende diersoorten en vaatplanten. Hiervoor geldt een algemene zorgplicht die inhoudt dat schade aan flora en fauna zoveel mogelijk voorkomen dient te worden. De Wet natuurbescherming deelt soorten in drie beschermingsregimes in: • Beschermingsregime soorten Vogelrichtlijn. Dit zijn alle van nature in Nederland in het wild levende vogels (zoals bedoelt in artikel 1 van de Vogelrichtlijn). • Beschermingsregime soorten Habitatrichtlijn. Dit zijn soorten die genoemd zijn in Bijlage IV van de Habitatrichtlijn, Bijlage I en II van het Verdrag van Bern en Bijlage II van het Verdrag van Bonn. In de Bijlagen van de Verdragen van Bern en Bonn worden ook vogels genoemd. • Beschermingsregime andere soorten. Dit zijn soorten die genoemd zijn in Bijlage A van de Wet natuurbescherming. Het gaat hier om de bescherming van zoogdieren, amfibieën, reptielen, vissen, dagvlinders, libellen, kevers en vaatplanten voorkomend in Nederland. De Wet natuurbescherming maakt invulling van de wet door provincies mogelijk, hiertoe kunnen provincies een eigen invulling geven aan de bescherming van soorten. Het plangebied is momenteel in gebruik voor campers en is daardoor ongeschikt voor beschermde flora en fauna.

De locatie wordt door de mens al jarenlang gereguleerd. De impact van de voorgenomen ontwikkeling is per saldo te verwaarlozen. Uiteraard geldt voor initiatiefnemer altijd de algemene zorgplicht uit de Wet natuurbescherming. In het plangebied is geen rode lijst waarneming gedaan. In de nabijheid is ook geen rode lijst waarneming aangetroffen. De locatie is reeds jaren in gebruik voor recreatieve doeleinden. Het initiatief is niet nadelig voor de beschermde broedvogels. In het plangebied zijn tevens geen waarnemingen gedaan van beschermde soorten en planten. Er zijn in het kilometerhok geen waarnemingen bekend van amfibieën die een nadere bescherming behoeven.

Afbeelding 9. Uitsnede kilometerhok broedvogels

Door het jarenlange gebruik van de betrokken locatie voor recreatieve doeleinden is de kans op de aanwezigheid van bijzondere planten- en dierensoorten op de locatie zeer beperkt. De plantensoorten op de locatie worden grotendeels door mensen gereguleerd. Voor diersoorten geldt dat er gedurende een lange reeks van jaren een dusdanige verstoring plaatsvond, verkeer en menselijke activiteit, dat de betreffende locatie niet geschikt is als leefgebied. Deze locatie is geen geschikt vestigings- en/of permanent leefgebied voor soorten uit de eerste en tweede categorie. Hooguit zullen een of meer van de algemeen voorkomende beschermde soorten hier bij tijd en wijle verblijven. Op grond van deze inventarisatie gelden er geen belemmeringen voor de plannen op grond van de natuurwaarden.

4.4.

Landschappelijke inpassing

Door Ing. Ron Janssen van Ron Janssen erf- en landschapsverfraaiing is een landschappelijke inpassing opgesteld voor het voorliggende planvoornemen. Een uitsnede van het plan is opgenomen in deze paragraaf, het volledige plan is als bijlage 1 aan deze toelichting gevoegd.

21

Afbeelding 10. Uitsnede landschappelijke inpassing

4.5.

Duurzaamheid

Op locatie zal geen fysieke verandering plaatsvinden, het gaat enkel om de mogelijkheid alle bestaande 50 plaatsen te benutten. Wel zet de initiatiefnemer in op duurzaamheid. Er wordt reeds geïnvesteerd in onder andere een warmtepomp, warmteboilers en een service station voor afval.

4.6.

Waterparagraaf

Op 22 december 2009 is de Waterwet in werking getreden. Een achttal wetten is samengevoegd tot één wet, de Waterwet. De Waterwet regelt het beheer van oppervlaktewater en grondwater, en verbetert ook de samenhang tussen waterbeleid en ruimtelijke ordening. Daarnaast levert de Waterwet een flinke bijdrage aan de vermindering van regels, vergunningenstelsels en administratieve lasten. De provincie Limburg heeft dit beleid vertaald in het provinciaal waterplan.

4.6.1.Provinciaal waterplan Limburg

Op 11 december 2015 heeft Provinciale Staten het Provinciaal Waterplan Limburg 2016 – 2021 vastgesteld als opvolger van het Provinciaal Waterplan 2010 -2015. Het Provinciaal Waterplan 2016-2021 heeft de status van een regionaal waterplan, zoals omschreven in de Waterwet én een op zichzelf staande structuurvisie op grond van de nieuwe Wet ruimtelijke ordening. Het plan bevat specifieke ambities en beleidsregels gericht op de doorwerking en uitvoering van waterbeleid. Het waterbeleid in het Provinciaal Waterplan 2016-2021 omvat de strategische hoofdlijnen voor het provinciale waterhuishoudkundig beleid. Het is een uitwerking en nadere detaillering van het regionaal waterbeleid in het POL 2014. Water en ruimtelijke ordening Op grond van de Waterwet legt de provincie Limburg de belangrijkste functies van de oppervlaktewatersystemen vast. Zij onderscheidt hoofd- en nevenfuncties, waarbij in geval van functiecombinaties de eisen die aan het watersysteem vanuit de hoofdfunctie gesteld worden bepalend zijn en de eisen vanuit overige functies ondergeschikt. Als hoofdfuncties onderscheidt de provincie Limburg de natuurfunctie voor de natuurbeken en de (grond)waterafhankelijke

22

natuur en de algemeen ecologische functie voor de overige waterlopen, daarnaast de mensgerichte functies drinkwaterwinning en agrarisch water. Naast regelgeving hanteert de provincie een ontwikkelingsgerichte strategie. Het ordenend principe van water vormt daarbij een essentiële bouwsteen voor het provinciale omgevingsbeleid. Zo is de positionering, de huidige en potentiële ecologische kwaliteit, de kwetsbaarheid en herstelmogelijkheden van, maar ook de veiligheid vanuit de watersystemen voor haar een belangrijk uitgangspunt en stimuleert ze de kansen die water biedt om de kwaliteit van de leefomgeving te vergroten. De watertoets gebruikt ze hierbij als afwegingskader bij ruimtelijke ingrepen. Modern waterbeheer volgt daarmee niet langer uitsluitend mensgerichte functies en grondgebruik; kennis over watersystemen en de wateropgaven worden zo mede sturend voor ruimtelijke ontwikkelingen.

4.6.2.Watertoets

Sinds 1 november 2003 zijn overheden wettelijk verplicht om de watertoetsprocedure toe te passen bij het opstellen van ruimtelijke plannen en besluiten. De watertoets is een instrument waarmee waterhuishoudkundige belangen expliciet en op evenwichtige wijze worden meegewogen in de belangenafweging. Het is niet een toets achteraf, maar een proces dat de initiatiefnemer van een ruimtelijk plan en de waterbeheerder zo vroeg mogelijk met elkaar in gesprek brengt. Alle ruimtelijke plannen die van invloed kunnen zijn op de waterhuishouding worden voor advies voorgelegd aan de waterbeheerders. De inzet daarbij is om in elk afzonderlijk plan met maatwerk het reeds bestaande waterhuishoudkundige en ruimtelijke beleid goed toe te passen en uit te voeren. De waterhuishoudkundige aspecten die in de watertoetsprocedure worden betrokken zijn de veiligheid, wateroverlast, watervoorziening, verdroging en riolering. Er wordt aandacht besteed aan zowel grondwater als oppervlaktewater en aan zowel waterkwaliteit als waterkwantiteit. Het watertoetsproces loopt van de locatiekeuze tot en met de inrichting en is van toepassing zowel in de stad als in landelijk gebied. De watertoetsprocedure is verplicht voor alle bestemmingsplannen en projectafwijkingsbesluiten, inclusief uitwerkings- en wijzigingsplannen (zie het Besluit ruimtelijke ordening artikel 3.1.1).

Voor plannen waarbij door de aard of omvang van het plan geen gevolgen voor de waterhuishouding te verwachten zijn, hoeft geen (pre)wateradvies te worden aangevraagd bij het watertoetsloket en bepaalt de gemeente zelf aan welke waterhuishoudkundige randvoorwaarden het plan moet voldoen. Beleid van het waterschap is om te proberen 100% van het verhard oppervlak af te koppelen en het schone regenwater te infiltreren in de bodem. De volgende stap is het bergen van water. Pas wanneer vasthouden en bergen niet mogelijk is kan gekozen worden voor afvoeren. Ten aanzien van nieuwe ontwikkelingen geldt er voor verhard oppervlak een nieuwe eis van 100 mm in 24 uur. Bij nieuwe ontwikkelingen is het streven om alles zoveel mogelijk klimaat adaptief aan te leggen. Daarnaast dient aan de voorschriften van het activiteitenbesluit te worden voldaan. Het voorliggende initiatief betreft een reeds bestaande situatie met 50 camperplekken. Het voorliggende plan is om al deze plekken gelijktijdig in gebruik te kunnen nemen. Er worden geen ruimtelijke ontwikkelingen mogelijk gemaakt, anders dan het volledig benutten van de aanwezige camperplekken. Er wordt geen verharding toegevoegd. Gezien het feit dat geen nieuwe verharding wordt toegevoegd kan gesteld worden dat de aard en de omvang van het plan dusdanig is dat geen gevolgen voor de waterhuishouding te verwachten zijn.

Het aspect water is voldoende gewaarborgd en vormt geen belemmering voor de gewenste ontwikkelingen en voor de vaststelling van onderhavig initiatief.

23

5. Uitvoerbaarheid 5.1.

Economische haalbaarheid

Bij de voorbereiding van een plan dient op grond van artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) in de plantoelichting minimaal inzicht te worden gegeven in de economische uitvoerbaarheid van het plan. Met de inwerkingtreding van de Wet ruimtelijke ordening is daarbij de verplichting ontstaan om, indien er sprake is van een ontwikkeling waarvoor de gemeente redelijkerwijs kosten moet maken, deze kosten op de initiatiefnemer te verhalen. Voorbeelden hiervan zijn de aanleg van voorzieningen van openbaar nut en de plankosten. Een en ander dient te worden vastgelegd in privaatrechtelijke overeenkomsten met iedere grondeigenaar. Als er met een grondeigenaar geen overeenkomst is gesloten en het kostenverhaal niet anderszins is verzekerd, dient een exploitatieplan te worden opgesteld welke tegelijkertijd met het bestemmingsplan moet worden vastgesteld. In dit bestemmingsplan wordt het gebruik van 50 camperplaatsen mogelijk gemaakt. Er worden geen ruimtelijke ontwikkelingen mogelijk gemaakt, anders dan het volledig benutten van de aanwezige camperplekken. De uitvoering van het plan is in particuliere handen. Het project heeft dan ook geen gevolgen voor de gemeentelijke financiën. In de onderhavige situatie is daarom niet te verwachten dat derden schade leiden door de gevraagde omgevingsvergunning.

Er zal tussen de gemeente Horst aan de Maas en de initiatiefnemer een planschadeverhaalsovereenkomst worden gesloten. Gezien het voorgaande wordt het plan financieel uitvoerbaar geacht.

5.2.

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

Het onderhavig planvoornemen betreft een bestemmingswijziging naar de enkelbestemming Recreatie – Verblijfsrecreatie. Ook wordt het gebruik van 50 camperplaatsen mogelijk gemaakt. Er worden geen ruimtelijke ontwikkelingen mogelijk gemaakt, anders dan het volledig benutten van de aanwezige camperplekken. Bij de voorbereiding van een ruimtelijk besluit moeten burgemeester en wethouders overleg plegen met het waterschap, met andere gemeenten van wie de belangen bij het plan betrokken zijn en met de betrokken rijks- en provinciale diensten. De betrokken partijen zullen vanuit de gemeente worden benaderd voor onderhavige gevraagde omgevingsvergunning. Daarnaast is vanuit initiatiefnemers een dialoog gevoerd met omliggende grondeigenaren/-gebruikers. Gezien het voorgaande wordt het plan maatschappelijk uitvoerbaar geacht. Het plan heeft in ontwerp ter inzage gelegen. Er zijn geen zienswijzen ingediend tegen het voorliggende planvoornemen.

24

6. Juridische toelichting Dit bestemmingsplan is opgesteld conform de SVBP2012 alsmede de Wet ruimtelijke ordening (Wro) en het Besluit ruimtelijke ordening (Bro).Het bestemmingsplan is vervat in een verbeelding, regels en een toelichting. De verbeelding is getekend op een bijgewerkte en digitale kadastrale ondergrond, schaal 1:500 waarop de specifieke bestemmingen zijn weergegeven. Aan de percelen behorende bij de woning wordt een woonbestemming toegekend. Aan de percelen waar de tegenprestatie plaatsvindt is de bestemming ‘Natuur’ toegekend. Uitgangspunt is het bestemmingsplan ‘Buitengebied Horst aan de Maas’. Toelichting op de regels: Bij het opstellen van de planregels is uitgegaan van het rapport Standaard Vergelijkbare BestemmingsPlannen 2012 (SVBP 2012) en conform de systematiek van het bestemmingsplan buitengebied 2009. De regels zijn verdeeld in 4 hoofdstukken, te weten: Hoofdstuk 1: Hoofdstuk 2: Hoofdstuk 3: Hoofdstuk 4:

Inleidende regels met daarin de begrippen en de wijze van meten Bestemmingsregels.; Algemene regels, waaronder zijn opgenomen de anti-dubbeltelbepaling, algemene bouwregels en algemene afwijkings-, wijzigings- en procedureregels; Overgangs- en slotregels, waarin het overgangsrecht en de slotregel zijn opgenomen

25

Arvalis Roermond Steegstraat 5 6041 EA Roermond +31 (0)475 355 700 info@arvalis.nl

Arvalis Venlo Villafloraweg 1 5928 SZ Venlo +31 (0)478 578 257 info@arvalis.nl

Arvalis Nuth Mauritsstraat 11 6361 AV Nuth +31 (0)43 450 5100 info@arvalis.nl

Arvalis Deurne Heuvelstraat 12 5751 HN Deurne +31 (0)493 242 133 info@arvalis.nl

26

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11765558/1