CConstaterende datHorst aan de Maas
Koppel je AI →
Document · PDF

04c Toelichting

Gemeenteraad 22 november 2022, gemeente Horst aan de MaasBij agendapunt: Voorstel tot het vaststellen van het bestemmingsplan Mikado Horst.18.948 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Vastgesteld bestemmingsplan ‘Mikado’

NL.IMRO.1507.HOMIKADO-BPV1

Bestemmingsplan Mikado terrein Gemeente Horst aan de Maas Vastgesteld

Rapportnummer:

P02253

IMRO-identificatienummer:

NL.IMRO.1507.HOMIKADO-BPV1

Datum:

Oktober 2022

Projectteam BRO:

SSh, IMo

Concept-ontwerp:

December 2021

Ontwerp:

April 2022

Vaststelling:

November 2022

Trefwoorden:

--

Bron foto kaft:

BRO, abstract

Beknopte inhoud:

Bestemmingsplan voor de ontwikkeling van zorgwoningen en kantoren aan de Deken Creemerstraat te Horst aan de Maas.

BRO Hoofdvestiging Bosscheweg 107 5282 WV Boxtel T +31 (0)411 850 400 E info@bro.nl

Toelichting

Inhoudsopgave

pagina

1.INLEIDING 1.1 Aanleiding 1.2 Plangebied 1.3 Vigerend bestemmingsplan 1.4 Leeswijzer

4 4 4 5 7

2.PLANBESCHRIJVING 2.1 Huidige situatie 2.2 Voorgestane ontwikkeling

8 8 9

3.BELEIDSKADER 3.1 Rijksbeleid

11 11

3.1.1 Nationale Omgevingsvisie 3.1.2 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) 3.1.3 Ladder voor duurzame verstedelijking 3.2 Provinciaal beleid

11 13 13 15

3.2.1 Provinciale Omgevingsvisie (POVI) 3.2.2 Omgevingsverordening Limburg 3.2.3 Provinciale Omgevingsvisie (POVI) Limburg 3.2.4 Limburgse Agenda Wonen 2020 – 2030 3.3 Gemeentelijk beleid

15 17 18 19 20

3.3.1 Structuurvisie Horst 3.3.2 Masterplan Horst aan de Maas 3.3.3 Woonzorgvisie Horst aan de Maas 3.3.4 Welstandsnota

20 21 22 23

4.OMGEVINGSASPECTEN 4.1 Verkeer en parkeren

25 25

4.1.1 Verkeersgeneratie 4.1.2 Parkeren 4.2 Geluid

25 26 27

4.2.1 Toetsingskader 4.2.2 Onderzoek 4.2.3 Conclusie 4.3 Luchtkwaliteit

27 27 28 28

4.3.1 Toetsingskader 4.3.2 Onderzoek 4.3.3 Conclusie 4.4 Bedrijven en milieuzonering

28 28 30 30

4.4.1 Toetsingskader 4.4.2 Onderzoek 4.4.3 Conclusie

Inhoudsopgave

30 31 32

1

4.5 Geur

32

4.5.1 Toetsingskader 4.5.2 Onderzoek 4.5.3 Conclusie 4.6 Kabels en leidingen 4.7 Externe veiligheid

32 32 32 33 33

4.7.1 Toetsingskader 4.7.2 Onderzoek 4.7.3 Conclusie 4.8 Ecologie

33 34 36 36

4.8.1 Toetsingskader 4.8.2 Onderzoek 4.8.3 Conclusie 4.9 Bodem

36 37 38 38

4.9.1 Toetsingskader 4.9.2 Onderzoek 4.9.3 Conclusie 4.10 Water

38 39 40 40

4.10.1 Toetsingskader 4.10.2 Onderzoek 4.10.3 Conclusie 4.11 Archeologie

40 41 42 43

4.11.1 Toetsingskader 4.11.2 Onderzoek 4.11.3 Conclusie 4.12 Cultuurhistorie

43 43 44 45

4.12.1 Toetsingskader 4.12.2 Onderzoek 4.12.3 Conclusie 4.13 Bezonning/schaduwwerking 4.14 Vormvrije m.e.r.-beoordeling

45 45 45 45 46

4.14.1 Toetsingskader 4.14.2 Aanmeldingsnotitie m.e.r.

46 46

5.JURIDISCHE PLANOPZET 5.1 Inleiding 5.2 Plansystematiek 5.3 Toelichting op de bestemmingen

47 47 47 49

6.UITVOERBAARHEID 6.1 Economische uitvoerbaarheid

50 50

6.1.1 Financieel economische haalbaarheid 6.1.2 Kostenverhaal 6.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid

50 50 51

6.2.1 Vooroverleg 6.2.2 Inspraak

Inhoudsopgave

51 51

2

6.2.3 Vaststellingsprocedure 6.2.4 Omgevingsdialoog

51 52

SEPARATE BIJLAGEN Bijlage 1: Behoefteonderbouwing Bijlage 2: Verkeersnotitie Bijlage 3: Quickscan Flora en Fauna Bijlage 4: Rapport aanvullend ecologisch onderzoek Bijlage 5: AERIUS-berekening Bijlage 6: Verkennend bodemonderzoek Bijlage 7: Aanvullend bodemonderzoek Bijlage 8: Archeologisch bureau- en verkennend veldonderzoek Bijlage 9: Programma van Eisen Bijlage 10: Proefsleuvenonderzoek Bijlage 11: Aanmeldingsnotitie m.e.r. Bijlage 12: Zonnestudie Bijlage 13: Omgevingsdialoog Bijlage 14: Nota van zienswijzen

Inhoudsopgave

3

1.

INLEIDING 1.1 Aanleiding Voor het Mikado terrein in de gemeente Horst aan de Maas bestaan er voornemens om de locatie te herontwikkelen. Op het Mikado terrein te Horst aan de Maas zijn momenteel voornamelijk (zorg)woningen en ondersteunende maatschappelijke voorzieningen gelegen (o.a. behandelkamers, Wellness, muziek en beweegruimte, flexplekken en overlegruimten), waar ruim 100 cliënten met een beperking gehuisvest worden. Het voornemen bestaat om het terrein volledig te amoveren om ruimte te creëren voor de beoogde herontwikkeling. De beoogde herontwikkeling betreft de realisatie van een nieuw leefconcept met extra aandacht voor kwaliteit van leven, wonen en werken. De herontwikkeling zal gefaseerd worden uitgevoerd. In fase 1 zullen er 102 zorgwoningen met bijbehorende voorzieningen worden gerealiseerd. De zorgwoningen en ondersteunende maatschappelijke voorzieningen zullen worden voorzien in twee gebouwen welke in het oosten en in het westen van het plangebied worden voorzien. De beoogde ontwikkeling past in functionele zin binnen het geldende bestemmingsplan ‘Peelkernen’ (vigerend 10 november 2009), waarin het plangebied de bestemming ‘Maatschappelijk’ heeft. Binnen deze bestemming is het toegestaan om maatschappelijke voorzieningen te realiseren.

De definitie van het begrip ‘maatschappelijke voorzieningen’ is als volgt: ‘educatieve, sociaal-medische, sociaal-culturele en levensbeschouwelijke voorzieningen, voorzieningen ten behoeve van sport en sportieve recreatie en voorzieningen ten behoeve van openbare dienstverlening, alsook ondergeschikte detailhandel en horeca ten dienste van deze voorzieningen’. Het realiseren van zorgwoningen met ondersteunende voorzieningen kan worden gezien als zijnde sociaal-medisch. Echter zal de nieuwe bebouwing (deels) buiten het bouwvlak worden gerealiseerd en zal de maximale bouwhoogte mogelijk worden overschreden. Hierdoor is de voorgenomen ontwikkeling in strijd met het vigerende bestemmingsplan waardoor er een nieuw juridisch-planologisch kader opgesteld dient te worden. Voorliggend bestemmingsplan betreft het nieuwe juridisch-planologische kader voor het plangebied. Er wordt aangetoond dat het initiatief haalbaar is en dat sprake is van een goede ruimtelijke ordening.

1.2 Plangebied Het plangebied betreft een zorginstelling van Stichting Dichterbij waar verschillende zorgwoningen en ondersteunende maatschappelijke voorzieningen zijn gelegen aan de Deken Creemerstraat, Van Bornestraat en Van Blitterswijckstraat te Horst aan de Maas. Kadastraal staat het plangebied bekend als Horst, sectie B, nummers 7715, 7716, 7717, 8264 (deels) en 8299 (deels). Het plangebied ligt binnen de bebouwde kom van Horst aan de Maas en is direct gelegen aan de Deken Creemerstraat, een van de hoofdwegen binnen de kern Horst. De omgeving van het plangebied bestaat hoofdzakelijk uit woonbebouwing. Het plangebied wordt langs de noord-, oost- en westzijden omsloten door woningbouw. Ten zuiden van het plangebied is een begraafplaats gelegen. Ten oosten van het plangebied is de Rijksweg A73 gelegen.

Hoofdstuk 1

4

De locatie van het plangebied bestaat uit zorgwoningen en ondersteunende maatschappelijke voorzieningen. De omliggende bebouwing bestaat voornamelijk uit twee-onder-een-kap woningen met voornamelijk twee bouwlagen met een kap. Op het binnenterrein is reeds een binnentuin gerealiseerd. De ligging van het plangebied is indicatief weergegeven in figuur 1. De exacte begrenzing volgt uit de verbeelding.

1.3 Vigerend bestemmingsplan Voor het plangebied is het bestemmingsplan ‘Peelkernen’ (zie figuur 3) het geldende juridische kader. Dit bestemmingsplan is vastgesteld op 10 augustus 2009. Het plangebied heeft hierin de bestemming ‘Maatschappelijk’. De voor 'Maatschappelijk' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. maatschappelijke voorzieningen; b. een begraafplaats, ter plaatse van de aanduiding (bp); met bijbehorende bebouwing, wegen en paden, parkeer- en groenvoorzieningen, speelvoorzieningen, water en voorzieningen voor de waterhuishouding, tuinen en erven; Alsmede voor: c. het behoud, beheer en herstel van de cultuurhistorische waarden ter plaatse van de aanduiding ‘gemeentelijk monument’ of ‘Rijksmonument’.

Hoofdstuk 1

5

Bedrijfswoningen zijn niet toegestaan. Binnen deze bestemming dienen de gebouwen te voldoen aan de volgende kenmerken: a. gebouwen worden binnen het bouwvlak gebouwd; b. goothoogte maximaal de met een aanduiding aangegeven goothoogte, danwel de bestaande hoogte indien een aanduiding ontbreekt; c. bouwhoogte maximaal de met een aanduiding aangegeven bouwhoogte, danwel de bestaande hoogte indien een aanduiding ontbreekt.

Figuur 3 Uitsnede vigerend bestemmingsplan

Daarnaast is het plangebied deels gelegen binnen de bestemming ‘Groen’. De voor Groen aangewezen gronden zijn bestemd voor groenvoorzieningen, bermen en beplanting, een muziekkiosk, ter plaatse van de aanduiding (mk), paden, speelvoorzieningen, hondentoilet, water en voorzieningen voor de waterhuishouding, alsmede voor het behoud, beheer en herstel van de cultuurhistorische waarden ter plaatse van de aanduiding ‘gemeentelijk monument’ of ‘Rijksmonument’, met bijbehorende bouwwerken, geen gebouwen zijnde, wegen en verhardingen en parkeervoorzieningen en met inachtneming van de keur van het waterschap.

Hoofdstuk 1

6

Binnen het plangebied is het oprichten van de zorgwoningen volgens het vigerende bestemmingsplan toegestaan maar ontbreekt op meerdere plaatsen een bouwvlak. Voorliggend bestemmingsplan stelt het nieuwe planologisch-juridische kader voor het plangebied.

1.4 Leeswijzer Voorliggend plan is opgebouwd uit 6 hoofdstukken. Het eerste hoofdstuk dient als introductie voor het plan en bijbehorend plangebied. In het tweede hoofdstuk wordt ingegaan op de beoogde ontwikkelingen. Het derde en vierde hoofdstuk gaan respectievelijk in op de verhouding van het plan tot vigerend beleid en de invloed van en op verschillende milieuaspecten. De laatste twee hoofdstukken gaan in op de juridische opzet inzake de bijbehorende regels en de maatschappelijke en economische haalbaarheid van het plan.

Hoofdstuk 1

7

2.

PLANBESCHRIJVING 2.1 Huidige situatie Het plangebied is gelegen in het noordoosten van Horst, in het stedelijk gebied. Het plangebied bestaat in de huidige situatie voornamelijk uit bebouwing en openbaar groen. De bebouwing betreft voornamelijk kantoorpanden en (zorg)woningen, ten behoeve van de zorginstelling stichting Dichterbij, bestaande uit een bouwlaag met een kap. Centraal gelegen in het plangebied bevindt zich een openbare tuin. De omliggende bebouwing bestaat voornamelijk uit twee-onder-een-kap woningen met een- en tweebouwlagen met een kap. Aan de Van Bornestraat en Van Blitterswijckstraat nummer 21 is de toegestane bouwhoogte 6 meter met nokhoogte van 9 meter. Aan de Van Bornestraat en Van Blitterswijckstraat nummer 17 en 19 is de toegestane bouwhoogte 3 meter met nokhoogte 6 meter. Aan de Deken Creemersstraat is de toegestane bouwhoogte 7 meter met een nokhoogte van 8 meter met aanbouwen met een maximale bouwhoogte van 3 meter. Aan de zuidzijde is een begraafplaats. Ten westen van het plangebied is de Deken Creemersstraat gelegen. Ten oosten van het plangebied, op een afstand van circa 270 meter is de rijksweg A73 gelegen.

Figuur 4 Huidige situatie

Hoofdstuk 2

8

2.2 Voorgestane ontwikkeling Initiatiefnemer is voornemens om op de locatie aan de Deken Creemerstraat de huidige bebouwing te amoveren om ruimte te creëren voor de realisatie van zorgwoningen en ondersteunende maatschappelijke voorzieningen. De zorginstelling stichting Dichterbij streeft naar ondersteuning en zorg voor alle soorten verstandelijke beperkingen, met of zonder gedragsproblemen en voor alle leeftijden. Een indicatie vanuit de Wet langdurige zorg (Wlz) is noodzakelijk om in aanmerking te komen. Bewoners van de zorginstelling hebben zorgzwaartepakketten (hierna: ZZP’s) die variëren van ZZP VG 3 tot en met ZZP VG 8. De herontwikkeling voorziet in een nieuw leefconcept waarbij er extra aandacht is voor de kwaliteit van leven, wonen en werken voor de cliënten. Binnen de zorginstelling worden onderstaande functies geclusterd:  102 zorgwoningen voor cliënten van stichting Dichterbij. Dit betreft personen met een indicatiestelling voor langdurige zorg die 24-uurs zorg behoeven. De nieuwbouw betreft op hoofdlijnen een volledige herontwikkeling van de bestaande zorgwoningen en van de zorginstelling;  gezamenlijke en facilitaire ruimte (o.a. woonkamers, pantry’s, gedeelde badruimtes, kantoorruimtes, etc.);  multifunctionele ruimte;  enkele dagbestedingsruimtes (o.a.

keuken, restaurant, muziek- en beweegtheater, etc.);  kantoorruimte voor medewerkers van Dichterbij;  ruimtes voor externe huurders (o.a. fysio- en ergotherapie, etc.). Op onderstaande afbeelding is het schetsontwerp van het plangebied weergegeven. De zorgwoningen en ondersteunende maatschappelijke voorzieningen zullen worden verspreid over twee gebouwen. De locatie van de gebouwen worden in het oosten en westen van het plangebied voorzien. Aan de zuidzijde van het plangebied wordt ruimte geboden voor de realisatie van parkeerplaatsen. Aan de voorzijde van het westelijk gelegen gebouw zal daarnaast een beweegtheater worden gerealiseerd. In het noorden zal een kleinschalige werkplaats worden gerealiseerd met een parkeerplaats dat parkeerbeleid biedt aan 3 motorvoertuigen. Tussen de twee gebouwen wordt voorzien in het een parkachtige omgeving waarbinnen een wadi, speeltuin en speelveld, pluktuin, moestuin en een kas worden gerealiseerd. Daarnaast zal de dierenweide eveneens worden verplaatst naar de parkachtige binnentuin. In de binnentuin zullen daarnaast onder andere fruitbomen worden gerealiseerd en zal de inrichting worden ingevuld met groenelementen.

Hoofdstuk 2

9

Figuur 5 Schetsontwerp toekomstige situatie

Hoofdstuk 2

10

3.

BELEIDSKADER In dit hoofdstuk wordt het beleidskader, dat relevant is voor het plan, toegelicht en wordt het plan hieraan getoetst. Er is sprake van een doorwerking van beleid dat is vastgesteld op verschillende niveaus van bestuur.

3.1 Rijksbeleid 3.1.1 Nationale Omgevingsvisie Per 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie vastgesteld. Hierin zijn de kaders van het nieuwe rijksbeleid opgenomen. Deze Omgevingsvisie vervangt de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (2012). De NOVI is een instrument van de nieuwe Omgevingswet en loopt vooruit op de inwerkingtreding van die wet. Vanwege het uitstel van de inwerkingtreding van de Omgevingswet komt de NOVI als structuurvisie uit onder de Wet ruimtelijke ordening (Wro). Zodra de Omgevingswet in werking is getreden, zal deze structuurvisie gelden als de Nationale Omgevingsvisie, zoals in de nieuwe wet bedoeld.

Figuur 6 Afwegen met de NOVI (bron: Nationale Omgevingsvisie)

In de Nationale Omgevingsvisie wordt door het Rijk een langetermijnvisie gegeven op de toekomstige ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. De NOVI bestaat uit een visie, toelichting en uitvoeringsagenda. De combinatie van deze drie documenten zorgt voor een toetsing die leidt tot nationale strategische keuzes en gebiedsgericht maatwerk. De NOVI beschrijft een toekomstperspectief met ambities. Ook worden de 21 nationale belangen in de fysieke leefomgeving en de daaruit voortkomende opgaven beschreven. Die opgaven zijn in feite het verschil tussen de ambitie en de huidige situatie en verwachte ontwikkelingen.

Hoofdstuk 3

11

De vier prioriteiten De Uitvoeringsagenda beschrijft de vier prioriteiten. De opgaven uit de toelichting kunnen veelal niet apart van elkaar worden aangepakt. Als een samenhangende, integrale aanpak nodig is, over de sectoren heen, vraagt dit een andere inzet. De samenhang tussen opgaven manifesteert zich rond vier prioriteiten: 1. Ruimte voor klimaatadaptie en energietransitie; 2. Duurzaam economisch groeipotentieel; 3. Sterke en gezonde steden en regio's; 4. Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. Drie afwegingsprincipes Het doel van de Omgevingswet is het bereiken van een balans tussen: '(a) het bereiken en in stand houden van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit en (b) doelmatig beheren, gebruiken en ontwikkelen van de fysieke leefomgeving ter vervulling van maatschappelijke behoeften'. Beschermen en ontwikkelen sluiten elkaar niet per definitie uit en kunnen elkaar zelfs versterken. Echter gaan beschermen en ontwikkelen niet altijd en overal zonder meer samen en zijn soms echt onverenigbaar. Een optimale balans tussen deze twee vergt steeds een zorgvuldige afweging en prioritering van ongelijksoortige belangen. Om dit afwegingsproces en de omgeving inclusieve benadering richting te geven, is in de NOVI een drietal afwegingsprincipes geformuleerd: 1. Combineren boven enkelvoudig; 2. Kenmerken & identiteit; 3.

Afwentelen voorkomen. Doorwerking plangebied In de NOVI zijn de volgende nationale belangen genoemd die het project raken:  Realiseren van een goede leefomgevingskwaliteit;  Waarborgen en bevorderen van een gezonde en veilige fysieke leefomgeving;  Zorg dragen voor een woningvoorraad die aansluit op de woonbehoeften;  Beperken van klimaatverandering;  Realiseren van een betrouwbare, betaalbare en veilige energievoorziening, die in 2050 CO₂-arm is, en de daarbij benodigde hoofdinfrastructuur;  Waarborgen van de waterveiligheid en de klimaatbestendigheid (inclusief vitale infrastructuur voor water en mobiliteit). Voor wat betreft de volgende nationale belangen “Realiseren van een goede leefomgevingskwaliteit” en “Waarborgen en bevorderen van een gezonde en veilige fysieke leefomgeving” wordt verwezen naar paragraaf 2.2 en de milieuonderzoeken, zoals die in Hoofdstuk 4 Omgevingsaspecten aan de orde komen. Het realiseren van een woningvoorraad die aansluit op de woonbehoeften behelst een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming. Vraaggericht programmeren en realiseren van verstedelijking door provincies, gemeenten en marktpartijen is nodig om groei te faciliteren, te anticiperen op stagnatie en krimpregio's leefbaar te houden.

Ook dient de ruimte zorgvuldig te worden benut door in bestaand bebouwd gebied te voorzien in nieuwbouw (inbreiding) en dient overprogrammering te worden voorkomen.

Hoofdstuk 3

12

Het nationale belang ‘’Realiseren van een betrouwbare, betaalbare en veilige energievoorziening, die in 2050 CO₂-arm is, en de daarbij benodigde hoofdinfrastructuur’’ is gericht op de energietransitie en het verminderen van de uitstoot en het duurzaam opwekken van energie. De toekomstige (zorg)woningen dienen volledig gasloos te worden gerealiseerd en indien mogelijk, zullen de toekomstige woningen voorzien in het duurzaam opwekken van energie. Voor het nationale belang “Waarborgen van de waterveiligheid en de klimaatbestendigheid wordt verwezen naar paragraaf 4.10 Water. Gelet op het bovenstaande staat de Nationale Omgevingsvisie de uitvoering van het bestemmingsplan niet in de weg. 3.1.2 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) Structuurvisies hebben geen bindende werking voor andere overheden dan de overheid die de visie heeft vastgesteld. De nationale belangen uit de SVIR, die juridische borging vragen, zijn geborgd in het Barro. Het Barro is gericht op doorwerking van nationale belangen in gemeentelijke bestemmingsplannen en zorgt voor sturing en helderheid van deze belangen vooraf. Doorwerking plangebied Met onderhavig bestemmingsplan worden geen nieuwe ontwikkelingen mogelijk gemaakt die in strijd zijn met één van de nationale belangen. Onderhavige ruimtelijk initiatief is daarmee in overeenstemming met het Barro.

3.1.3 Ladder voor duurzame verstedelijking Om zorgvuldig ruimtegebruik te bevorderen is per 1 oktober 2012 de ladder voor duurzame verstedelijking in het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.6 Bro) opgenomen. De ladder ziet op een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke en infrastructurele besluiten. De ladder is een motiveringsinstrument dat verplicht moet worden toegepast bij elk ruimtelijk besluit dat een ‘nieuwe stedelijke ontwikkeling’ mogelijk maakt. Wat er onder een nieuwe stedelijke ontwikkeling wordt verstaan, is in artikel 1.1.1 Bro bepaald: “De ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen.” Uit de jurisprudentie komt naar voren dat het wel een nieuwe stedelijke ontwikkeling van enige omvang moet zijn1. Per 1 juli 2017 is een gewijzigde Ladder in werking getreden.

Hierin is de tekst van de Ladder teruggebracht naar de essentie, namelijk de noodzaak om aan te geven dat de voorgenomen nieuwe stedelijke ontwikkeling voorziet in een behoefte plus een motivering indien de stedelijke ontwikkeling niet binnen bestaand stedelijk gebied kan worden gerealiseerd: “De toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien.” (artikel 3.1.6 lid 2 Bro).

1

O.a. ABRS 1 juni 2016 (ECLI:NL:RVS:2016:1503), ABRS 18 februari 2015 (ECLI:NL:RVS:2015:428) en ABRS 24 augustus 2016 (ECLI:NL:RVS:2016:2319).

Hoofdstuk 3

13

Doorwerking plangebied Om de ontwikkeling formeel mogelijk te maken is een wijziging van het bestemmingsplan noodzakelijk. Daarbij is het doorlopen van de Ladder voor Duurzame Verstedelijking (art. 3.1.6. lid 2 Bro) verplicht voor iedere ‘nieuwe stedelijk ontwikkeling’, als bedoeld in art 1.1.1. van het Bro. Gelet op de aard en de omvang van de ontwikkeling is echter geen sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Bij de ontwikkeling van maatschappelijke functies blijkt uit jurisprudentie dat het ruimtebeslag bepalend is voor een ‘nieuwe stedelijke ontwikkeling’. Aangezien het ruimtebeslag in dit geval per saldo kleiner is dan 500 m2 is geen sprake van een ‘nieuwe stedelijk ontwikkeling’. Dit betekent dat een volledige onderbouwing aan de hand van de Ladder voor Duurzame Verstedelijking niet noodzakelijk is. Wel dient te worden gemotiveerd dat sprake is van een goede ruimtelijke ordening, waarbij de behoefte aan het initiatief wordt onderbouwd. Navolgend worden de belangrijkste conclusies uit de behoefteonderbouwing nader weergegeven. Voor de volledige rapportage wordt verwezen naar de bijlagen van voorliggend bestemmingsplan.

2 Ontwikkeling past binnen de vigerende beleidskaders De beoogde ontwikkeling past binnen de vigerende provinciale, regionale en lokale beleidskaders, waarbinnen er veel aandacht is voor het realiseren van een woningvoorraad passend bij de (lokale) behoefte en kwaliteitsverbetering. De ontwikkeling sluit hier op aan, omdat onderhavige ontwikkeling voorziet in een totaalconcept waar cliënten (zelfstandig) wonen, gedurende de dag een diversiteit aan keuze hebben ten aanzien van activiteiten en dagbestedingen daarbij de regie zo veel mogelijk in eigen hand houden. Bij de herontwikkeling van het Mikado-terrein zijn de bewoners betrokken bij het ontwerp van de locatie, waardoor het aanbod naadloos aansluit op de wensen van de cliënten. De ontwikkeling sluit tevens aan bij de notie van dynamisch voorraadbeheer doordat de ontwikkeling voorziet in kwalitatief hoogwaardig woonconcept voor mensen met een handicap, ter vervanging van de oude incourante woningen. Initiatief voorziet in behoefte De beoogde herontwikkeling van de zorginstelling op het Mikado terrein voorziet nadrukkelijk in een behoefte.  De Mikado-locatie past bij de doelstellingen van de Wlz: o De woongroep is gericht op een zo groot mogelijke mate van zelfredzaamheid voor de bewoners, maar met de aanwezigheid van alle benodigde zorg gedurende dag én nacht.

o Het wonen in groepsverband is een belangrijk kwalitatief aspect in de ontwikkeling van de clienten (aansluitend op hun zorgwens) en is bevorderend voor de participatie in de samenleving.  Hoewel in algemene zin bij zorginstellingen sprake is van (dreigende) leegstand, sluit vrijkomend aanbod in kwalitatieve zin vaak niet aan bij de (diversiteit van de) vraag: een kwalitatieve mismatch. Juist voor mensen met een verstandelijke beperking zijn kwalitatieve kenmerken (medebewoners, setting en een uniek woonconcept passend bij hun zorgvraag) bepalend voor de geschiktheid van de woonplek. Het initiatief speelt maximaal in op persoonlijke woonwensen van de toekomstige bewoners, door hun (familie) te betrekken bij het ontwerp van de nieuwe zorginstelling (maatwerk door middel van participatie).  De opzet van de zorginstelling speelt in op de aspecten woonkwaliteit en woonbeleving die vaak niet voldoende geborgd zijn, zoals de zelfstandigheid van de woonunits waardoor bewoners zelf

2

BRO, ‘Behoefteonderbouwing Mikado Horst aan de Maas’, projectnr: P02253, d.d. 23 december 2021

Hoofdstuk 3

14

de regie kunnen voeren en privacy en autonomie zoveel mogelijk gewaarborgd zijn. De gezamenlijke ruimten als woonkamers, badruimtes en enkele dagbestedingsruimtes zijn van groot belang voor sociale contacten en tegengaan van eenzaamheid. De woonkwaliteit van de bewoners wordt bevorderd door de aanwezigheid van diverse voorzieningen. Er zijn verscheidene vormen van dagbesteding aanwezig in een aantrekkelijke open, groene en gezonde leefomgeving, met aandacht voor duurzaamheid (o.a. waterelementen, flora en fauna, energie en hergebruik). De tuin vormt een belangrijk element in onderhavig planvoornemen. Bovendien heeft het initiatief een innovatief karakter doordat een woonomgeving wordt gecreëerd waar zo normaal mogelijk kan worden geleefd. Dit heeft niet alleen te maken met de zelfstandigheid, maar ook met de aanwezigheid van voorzieningen als een kinderboerderij, muziek- en beweegtheater, wellness, clubjes etc.

Op basis van bovenstaande kan worden geconcludeerd dat het voornemen voorziet in zowel de kwalitatieve- als de kwantitatieve behoefte. Conclusie De voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling voorziet in zowel de kwalitatieve- als de kwantitatieve behoefte. Derhalve vormt de Ladder voor duurzame verstedelijking geen belemmering voor de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling.

3.2 Provinciaal beleid 3.2.1 Provinciale Omgevingsvisie (POVI) Met de komst en invoering van de Omgevingswet dient elke provincie haar eigen provinciale omgevingsvisie op te stellen. In de periode 7 september 2020 tot en met 18 oktober 2020 heeft de provincie Limburg een ontwerp provinciale omgevingsvisie ter inzage gelegd: ‘de Provinciale omgevingsvisie Limburg.’ Dit document is een lange termijnvisie, met als doelstelling invulling geven over hoe de provincie Limburg in de periode 2030-2050 op een integrale en toekomstbestendige manier kan door ontwikkelen. De Provinciale Omgevingsvisie Limburg is op 1 oktober 2021 vastgesteld door Provinciale Staten en vervangt het ‘Provinciaal Omgevingsplan Limburg (POL2014).’ De omgevingsvisie is dynamisch en flexibel, aangezien dit mogelijkheden biedt om het document te actualiseren met het oog op toekomstige veranderingen. Daarnaast is reeds een omgevingsverordening vastgesteld op 17 december 2021 om het beleid juridisch te verankeren. Deze wordt verder behandeld onder paragraaf 3.3.3. De inwerkingtreding van de nieuwe Omgevingsverordening is gelijk aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet: 1 oktober 2022. Tot die tijd blijft de huidige Omgevingsverordening van kracht.

Hoofdopgaven In de provinciale omgevingsvisie Limburg zijn een aantal hoofdopgaven te onderscheiden, namelijk:  het creëren van een aantrekkelijke, sociale, gezonde en veilige omgeving, zowel in het landelijkals in het bebouwde gebied;  een toekomstbestendige, innovatieve en duurzame economie (inclusief landbouwtransitie);

Hoofdstuk 3

15

klimaatadaptatie en energietransitie.

Deze opgaven, die Limburg-breed spelen, dienen met inachtneming van de specifieke eigenschappen die Limburg bezit op een integrale en toekomstbestendige manier te worden geïmplementeerd. Participatie tussen de overheid, de markt en de inwoners van Limburg is hierbij een belangrijk uitgangspunt. In de Provinciale omgevingsvisie Limburg wordt daarnaast een toekomstbeeld van 2030-2050 geschetst. Inhoud De Omgevingsvisie Limburg bestaat uit twee delen:  een thematisch deel waarin gedetailleerd wordt ingegaan op de provinciale ambities en opgaven voor de diverse thema’s;  een gebiedsgericht deel waarin de thema’s op hoofdlijnen verbonden worden op regionale schaal voor de drie regio’s Noord-, Midden en Zuid-Limburg. Het thema dat in het kader van onderhavig geval hoofdzakelijk van toepassing is betreft het aspect ‘Wonen en leefomgeving’. Wonen en leefomgeving De POVI houdt vast aan een dynamisch en flexibel woonbeleid, de woonbehoeften van de Limburger zijn daarbij leidend. Verder liggen hierin ook mogelijkheden bij te dragen aan klimaat-, energie-, en duurzaamheidsdoelstellingen. Vanuit de wetgeving is de rol van de provincie op dit terrein beperkt. Daarom opereert de provincie, met betrekking tot dit thema, vanuit een agenderende, stimulerende, meesturende en verbindende rol. De POVI is hierbij een op hoofdlijnen richtinggevend kader.

Aangezien de toekomst onderhevig zal zijn aan veranderingen, en elke specifieke regio voor een andere aanpak vraagt zijn meer gerichte uitwerkingen in provinciale, regionale en/of gemeentelijke programma’s, agenda’s en instrumenten noodzakelijk. Wonen Op het gebied van wonen wordt er specifiek gekeken naar welke behoeften er zijn. De grootste opgave op korte- en middellange termijn zit in het toekomstgeschikt maken van de verouderde en nietcourante bestaande woningvoorraad. Uitgangspunten zijn dat deze woningen in eerste instantie levensloopbestendig dienen te worden gemaakt, en daarna ook verduurzaamd. Getalsmatig zijn er voldoende woningen, kwalitatief gezien zijn dit echter niet overal de juiste woningen en de juiste plannen. Met name in de middenhuur en sociale huur is er een steeds diverser wordende groep mensen aangewezen op nieuwe woon(zorg)concepten. Verder is er ook speciale aandacht voor de betaalbaarheid van woningen, aangezien kansen voor sommige doelgroepen afnemen door de stijgende prijzen. Een belangrijk instrument om de kwaliteit van het bebouwde gebied op orde te maken is de ladder voor duurzame verstedelijking. Hierdoor wordt de ruimte in bebouwd gebied optimaal benut. Uitgangspunt hierbij is dat leegstaand vastgoed wordt hergebruikt en herbestemd wordt.

Wonen is in principe alleen toegestaan in daarvoor bestemde woongebieden, hierop kunnen – tijdelijke – uitzonderingen worden gemaakt in de vorm van een flexibele schil. Leefomgeving Woonkwaliteit is niet alleen afhankelijk van de woning zelf. Omstandigheden die hier ook op van toepassing zijn, zijn bijvoorbeeld sociaaleconomische omstandigheden, gezondheid, leefbaarheid, het voorzieningenniveau, de bereikbaarheid en een veilige omgeving. De aandacht ligt bij het ontwikkelen

Hoofdstuk 3

16

van gemengde wijken, die bij kunnen dragen aan een sterk sociaal weefsel en verkleinen op die manier kloven in de samenleving. Ook belangrijk zijn natuur- en klimatologische eigenschappen van een woongebied. Groen, schone lucht, het tegengaan van hittestress en voorzieningen om wateroverlast (zowel overstromingen als droogtes) tegen te gaan dragen daarmee bij aan de omgevingskwaliteit. Doorwerking plangebied De provinciale Omgevingsvisie is het richtinggevende kader op hoofdlijnen omtrent wonen. Omdat de woonbehoeften snel veranderen, en omdat er lokale en regionale verschillen zijn in de opgaven wat betreft wonen en leefomgeving, zijn er meer gerichte uitwerkingen in provinciale, regionale en/of gemeentelijke programma’s en instrumenten. Onderhavig plan voorziet in de realisatie van 102 zorgwoningen met bijbehorende voorzieningen worden. Hiermee worden hoogwaardige zorgwoningen toegevoegd, waardoor wordt bijgedragen aan het realiseren van woningen voor zorgbehoeveneden. Met de inrichting van de buitenruimte wordt voorzien in het realiseren van een groene omgeving wat de leefbaarheid en gezondheid positief beïnvloed.

Daarnaast voldoet onderhavig plan aan de ladder voor duurzame verstedelijking (zie hiertoe de uiteenzetting in paragraaf 3.2.4.) en is de ontwikkeling in lijn met de ‘Regionale Woonvisie Noord-Limburg 2020-2024’ en het gemeentelijk ‘Masterplan Wonen Horst aan de Maas’. De beoogde ontwikkeling is dan ook in lijn met de principes, zoals beschreven in de ‘Provinciale omgevingsvisie’. 3.2.2 Omgevingsverordening Limburg De provincie Limburg heeft op 12 december 2014 ook de 'Omgevingsverordening Limburg 2014' vastgesteld. Hierin staan de regels die nodig zijn om het omgevingsbeleid van POL2014 juridische binding te geven. De Omgevingsverordening is een samenvoeging van de Provinciale milieuverordening, de Wegenverordening, de Waterverordening en de Ontgrondingenverordening. Sinds december 2014 is de Omgevingsverordening uitgebreid met een nieuw hoofdstuk Ruimte. Dit hoofdstuk bevat een aantal instrumenten die gericht zijn op de doorwerking van het ruimtelijke beleid van het POL2014. Uit de kaarten behorende bij de Omgevingsverordening Limburg 2014 blijkt dat het plangebied gelegen is binnen de boringsvrijezone Venlo-schol. Binnen de Venlo-schol is het verboden om: a. een boorput te maken of te hebben; b. de grond te roeren; c. een gesloten bodemenergiesysteem te maken of te hebben; d.

werken op of in de bodem uit te voeren of te doen uitvoeren waarbij ingrepen worden verricht of stoffen worden gebruikt die de beschermende werking van slecht doorlatende bodemlagen kunnen aantasten; e. een aardwarmtesysteem te maken of te hebben. Bij het maken en sluiten van een boorput wordt de Beoordelingsrichtlijn Mechanisch boren BRL SIKB 2100, als bedoeld in de Regeling bodemkwaliteit in acht genomen. Degene die voornemens is in de Venloschol een open bodemenergiesysteem aan te leggen, meldt dit voornemen ten minste vier weken van tevoren schriftelijk bij gedeputeerde staten. De melding is niet vereist voor een bodemenergiesysteem waarvoor vergunning krachtens de Waterwet is verleend of waarvoor zo’n vergunning niet is vereist en een melding is gedaan overeenkomstig artikel 5.8.3, tweede lid.

Hoofdstuk 3

17

Het is verboden in de Venloschol ten behoeve van een bodemenergiesysteem grondwater in een ander watervoerend pakket te infiltreren dan waaruit het wordt onttrokken. Doorwerking plangebied Onderhavig ruimtelijk initiatief voorziet uitsluitend in het realiseren van (zorg)woningen en ondersteunende maatschappelijke voorzieningen. Dit is geen activiteit wat volgens de regels behorende bij de Venlo-schol verboden zijn waardoor kan worden verondersteld dat de ligging van het plangebied in de Venlo-schol geen belemmering vormt voor onderhavig ruimtelijk initiatief. Het ruimtelijk initiatief is daarmee in overeenstemming met de Omgevingsverordening Limburg. 3.2.3 Provinciale Omgevingsvisie (POVI) Limburg Met de komst en invoering van de Omgevingswet dient elke provincie haar eigen provinciale omgevingsvisie op te stellen. Op 1 oktober 2021 heeft de provincie Limburg de Provinciale Omgevingsvisie Limburg (POVI) vastgesteld: ‘de Provinciale omgevingsvisie Limburg’. Dit document is een lange termijnvisie, met als doelstelling invulling geven aan hoe de provincie Limburg in de periode 2030-2050 op een integrale en toekomstbestendige manier kan doorontwikkelen. De Provinciale Omgevingsvisie Limburg vervangt het huidige ‘Provinciaal Omgevingsplan Limburg’ (POL2014).

De omgevingsvisie is dynamisch en flexibel, aangezien dit mogelijkheden biedt om het document te actualiseren met het oog op toekomstige veranderingen. Daarnaast wordt een omgevingsverordening uitgewerkt om het beleid juridisch te verankeren. De inwerkingtreding van de nieuwe Omgevingsverordening is gelijk aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet: 1 juli 2022. Tot die tijd blijft de huidige Omgevingsverordening van kracht. In de POVI Limburg is een aantal hoofdopgaven te onderscheiden, namelijk:  het creëren van een aantrekkelijke, sociale, gezonde en veilige omgeving, zowel in het landelijkals in het bebouwde gebied;  een toekomstbestendige, innovatieve en duurzame economie (inclusief landbouwtransitie);  klimaatadaptatie en energietransitie. Deze opgaven, die Limburg-breed spelen, dienen met inachtneming van de specifieke eigenschappen die Limburg bezit op een integrale en toekomstbestendige manier te worden geïmplementeerd. Participatie tussen de overheid, de markt en de inwoners van Limburg is hierbij een belangrijk uitgangspunt. In de Provinciale Omgevingsvisie Limburg wordt vervolgens een toekomstbeeld van 2030-2050 geschetst.

De POVI Limburg bestaat uit twee delen;  een thematisch deel waarin gedetailleerd wordt ingegaan op de provinciale ambities en opgaven voor de diverse thema’s;  een gebiedsgericht deel waarin de thema’s op hoofdlijnen verbonden worden op regionale schaal voor de drie regio’s Noord-, Midden en Zuid-Limburg.

Hoofdstuk 3

18

Doorwerking plangebied De voorgenomen ontwikkeling voorziet in het amoveren van de huidige bebouwing ten behoeve van de realisatie van twee gebouwen waarin wordt voorzien in het aanbieden van zorgwoningen en ondersteunende maatschappelijke voorzieningen. Daarnaast zal de directe omgeving van het plangebied worden voorzien van een parkachtige inrichting. Het plangebied is volledig gelegen in het bebouwd gebied van Horst aan de Maas. Met de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling krijgt het plangebied een natuurlijkere en aantrekkelijkere uitstraling. In lijn met de uitgangspunten van de ontwerp POVI Limburg draagt de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling bij aan het creëren van een aantrekkelijke leefomgeving. 3.2.4 Limburgse Agenda Wonen 2020 – 2030 De Limburgse Agenda Wonen 2020-2023, ‘Versnellen, versterken en doorzetten’ geeft invulling aan de Limburgse ambitie ‘de juiste woning, op de juiste plek, op het juiste moment beschikbaar’. Het doel van de agenda is om een bijdrage te leveren aan een gezonde woningmarkt. Daarbij is het van belang dat mensen kunnen wonen in een woning en woonomgeving waar ze zich thuis voelen. Een gezonde woningmarkt heeft aanbod dat voldoende inspeelt op de volgende aspecten:  De huidige en toekomstige woningbehoeften.  Mogelijkheid tot doorstroming en wooncarrière maken.  De woningmarkt is voor iedereen toegankelijk en betaalbaar.

 Er zijn geen overschotten die leiden tot leegstand (met uitzondering van 2% frictieleegstand).  Flexibiliteit is noodzakelijk voor mensen die snel huisvesting nodig hebben.  Eigen keuze is van belang. Een woning past bij de leefstijl van een bewoner die tot op zeker hoogte ook kan bepalen hoe, in welke samenstelling en waar hij of zij wil wonen.  De woonomgeving is minstens zo belangrijk, net als de mogelijkheden die bewoners hebben om hier invloed op uit te oefenen. Om de bovenstaande doelen te bereiken, zet de provincie in op het versnellen van de realisatie van woningbouwinitiatieven die voorzien in een urgente behoefte. Voor bestaande plannen die niet, of op een verkeerde locatie voorzien in een urgente behoefte, wordt beschouwd of deze omgevormd kunnen worden naar plannen met toekomstwaarde. Daarnaast wordt ingezet op het ondersteunen van wenselijke woonprojecten die doorstroming op de woningmarkt bevorderen. De focus ligt hierbij op transformatie van bestaande woningen en leegstaand vastgoed naar met name sociale en middeldure huur en daarbinnen de doelgroepen ouderen, 1- en 2-persoons huishoudens en spoedzoekers. Doorwerking plangebied Met onderhavig ruimtelijk initiatief wordt voorzien in het realiseren van woningen ten behoeve van zorgbehoevenden en ondersteunende maatschappelijke voorzieningen.

Uit de ladder is gebleken dat de voorgenomen ontwikkeling voorziet in een kwalitatieve en kwantitatieve behoefte binnen de gemeente Horst aan de Mas. Daarnaast wordt de doorstroming bevorderd doordat de woningen van de zorgbehoevenden vrij komen voor starters danwel eengezinswoningen. Zorgwoningen zijn op dit moment nog niet of niet in voldoende mate aanwezig. Samengevat is bij de voorliggende ontwikkeling sprake van de juiste woningen, op het juiste moment en op de juiste plek. Wat betreft deze ‘juiste plek’ is sprake van een locatie te midden van bestaande woningen, waarmee een logische en kwalitatief hoogwaardige afronding van de dorpsrand wordt gecreëerd.

Hoofdstuk 3

19

3.3 Gemeentelijk beleid 3.3.1 Structuurvisie Horst Op 9 april 2013 heeft de gemeenteraad van Horst aan de Maas de Structuurvisie Horst aan de Maas vastgesteld. De doelstelling die de gemeente heeft met de voorliggende structuurvisie is drieledig:  De structuurvisie vormt een integraal beeld van de ontwikkelingen die de gemeente voor ogen heeft voor de langere termijn.  De gemeente verschaft hiermee inzicht hoe zij nieuwe initiatieven afweegt en welke randvoorwaarden hier eventueel bij gelden.  De structuurvisie biedt kansen optimaal gebruik te maken van mogelijkheden voor het plegen van bovenplans kostenverhaal, zoals die zijn opgenomen in de Wro en de Grex-wet. In deze integrale op uitvoering gerichte structuurvisie heeft de gemeente haar ruimtelijk beleid gebundeld. De gemeente streeft ernaar om de omgevingskwaliteiten te behouden en te ontwikkelen conform nationaal en provinciaal beleid. Voor de drie beleidsmatige speerpunten van de gemeente Horst aan de Maas (agribusiness, toerisme & recreatie en leefbaarheid) is het landschap (de omgevingskwaliteit) een belangrijke factor. Het vormt namelijk de productieruimte voor de agrarische sector, het verblijfgebied voor toeristen en recreanten en de woonomgeving voor de inwoners.

Om de speerpunten tot een succes te maken, is het van belang dat de aantrekkelijkheid van het landschap (de omgevingskwaliteit) gewaarborgd blijft en zoveel mogelijk versterkt wordt. Bestaande plannen die in het gemeentelijk beleid een belangrijke plaats innemen/krijgen zijn: de ontwikkeling van ecologische verbindings- en bufferzones, landschapspark De Peelbergen en natuurontwikkeling in het kader van de Maascorridor. Daarnaast is en wordt ingespeeld op de dynamiek in de land- en tuinbouw, onder meer in het kader van de reconstructie. Dit wordt gedaan door in te zetten op een nieuw te ontwikkelen eigen kwaliteit, in relatie tot de ruimtelijke eisen van de sector. Dit speelt met name in de landbouwontwikkelings- en glastuinbouwgebieden rondom Horst, Meterik, Hegelsom, Melderslo en Grubbenvorst. Ook zet de gemeente in op de verfraaiing van het boerenlandschap en het vergroten van de beleving van het landschap, het realiseren van particulier groen en het beschermen van beschermingswaardige houtopstanden. Bijdrage ruimtelijke ontwikkelingen (Gemeentelijk kwaliteitsmenu) De gemeente Horst aan de Maas is voornemens investeringen te doen die bijdragen aan een algemene verbetering van de woon-, leef-, en werkkwaliteiten van de gemeente. Deze investeringen hebben daarmee een positieve uitwerking op de waardeontwikkeling van bestaand alsook nieuw te realiseren onroerend goed.

De gemeente vindt het daarom gerechtvaardigd om bij het aangaan van een overeenkomst inzake de grondexploitatie waar nodig en mogelijk ook een kwaliteitsbijdrage te vragen ten behoeve van deze gemeentelijke investeringen. Het vormt een tegenprestatie voor de verdere verdichting en verstening van locaties binnen en buiten de 'rode contouren'. De doorvertaling van het Limburg kwaliteitsmenu naar een gemeentelijk instrument voor ontwikkelingsplanologie zorgt daarbij voor de opbouw van financiële middelen voor maatschappelijk-ruimtelijke projecten die de kwaliteit van de dorpen en het buitengebied de komende jaren gaan versterken. Ten behoeve van behoud en versterking van de ruimtelijke kwaliteit van het buitengebied, stelt de gemeente in de structuurvisie een fonds in voor het landelijk gebied. Om de omgevingskwaliteit in het buitengebied van de gemeente Horst aan de Maas te vergroten, investeert de gemeente ten laste van dit fonds o.a. in natuurontwikkelingen, landschapsversterking, recreatieve voorzieningen, cultuurhistorie en in de concentratie, revitalisering en sloop van intensieve veehouderijen en glastuinbouw (IV en

Hoofdstuk 3

20

glas). De kwaliteitsverbeterende projecten zijn in de structuurvisie weergegeven in de uitvoeringsagenda. Deze uitvoeringsagenda zal jaarlijks door het college worden geactualiseerd en vastgesteld. Het fonds zal zoveel mogelijk worden gevoed met de opbrengsten van het kostenverhaal dat zal worden gepleegd bij initiatieven die plaatsvinden in het buitengebied. Het Gemeentelijk Kwaliteitsmenu is van toepassing indien de ontwikkeling mogelijk moet worden gemaakt middels een bestemmingsplanwijziging. De locatie van de beoogde ontwikkeling is bepalend voor de planologische toelaatbaarheid en de manier waarop kwaliteitsverbeterende maatregelen ingezet kunnen worden. Per type ontwikkeling is aangegeven in hoeverre deze past binnen het betreffende deelgebied. Er zijn vier mogelijkheden: 1. De gemeente heeft een positieve grondhouding (ja) ten opzichte van een dergelijke ontwikkeling in het deelgebied. 2. De gemeente heeft een meedenkende grondhouding (ja, mits) ten opzichte van een dergelijke ontwikkeling in het deelgebied. 3. De gemeente heeft een voorwaardelijke grondhouding (nee, tenzij) ten opzichte van een dergelijke ontwikkeling in het deelgebied. 4. De gemeente heeft een negatieve grondhouding (nee) ten opzichte van een dergelijke ontwikkeling in het deelgebied. Enkel via maatwerk is medewerking aan het initiatief denkbaar.

Doorwerking plangebied De gemeente streeft er naar om de huidige kwaliteiten verder uit te bouwen en wenst daarnaast een sterke woongemeente te zijn waarbij de kwaliteiten worden benut om de aantrekkelijkheid van de gemeente te borgen en te verbeteren. In de kaart ‘Gebiedsindeling kwaliteitsmenu (GKM) Horst aan de Maas’ is het plangebied gelegen in de aanduiding ‘6A Centrumdorpen’. De dorpen Grubbenvorst, Horst en Sevenum zijn getypeerd als ‘centrumdorp’. Deze dorpen hebben een bovenlokale voorzieningenniveau. In deze dorpen is, naast het voorzien in de eigen woningbehoefte, ook ruimte voor groei. In de centrumdorpen wordt bijzondere aandacht gegeven aan onder andere zorgfuncties. Onderhavig ruimtelijk initiatief voorziet in het aanbieden van zorgappartementen voor zorgbehoevende en zorgt daarmee voor het versterken van zorgfuncties in een van de drie centrumdorpen. Daarnaast wordt de buitenruimte natuurlijk ingericht en worden de gebouwen op strategische locaties geplaatst waardoor een open karakter ontstaat en hierdoor een kwaliteitsverbetering optreedt ten aanzien van de huidige situatie. 3.3.2 Masterplan Horst aan de Maas Het Masterplan Wonen 2021-2025, dat op 20 april 2021 door de gemeente Horst aan de Maas is vastgesteld, borduurt voort op het Masterplan Wonen 2016-2025 en is een uitwerking van de Regionale Structuurvisie Wonen Noord-Limburg.

De woningmarkt in gemeente Horst aan de Maas staat onder druk: de vraag naar woningen is vele malen groter dan het aanbod. En die druk neemt de komende jaren verder toe. Om de balans op de woningmarkt te herstellen voor nu en de nabije toekomst, ligt er een stevige ambitie: 1000 woningen tussen nu en 2025. In deze periode wordt er gestreefd naar bouwen naar behoefte. Vooral onder starters op de woningmarkt, mensen met een laag inkomen en senioren is de vraag naar een nieuw thuis groot. De nieuwbouwopgave voorziet in die vraag:  30% van alle nieuwbouw betreft woningen voor sociale huur; woningen bestemd voor allerlei huishoudens: jongeren, gezinnen en senioren met een laag inkomen.  30% van de nieuwbouw worden vrije sector huurwoningen. Deze zijn vooral interessant voor senioren (zij verkiezen in toenemende mate huur boven koop) of voor starters en jonge gezinnen met een middeninkomen.

Hoofdstuk 3

21

De overige 40% worden koopwoningen en dan vooral betaalbare (starters) woningen en nultredenwoningen zoals appartementen, grondgebonden woningen met badkamer en slaapkamer op de begane grond en eengezinswoningen die later relatief eenvoudig getransformeerd kunnen worden tot nultredenwoningen. Voor de meest urgente woonvragen bieden tijdelijke woningen – mits van goede kwaliteit – uitkomst. Denk aan tijdelijke woningen op braakliggende gronden. Bovendien zijn tijdelijke woningen verplaatsbaar en daarom in de loop der tijd ‘herbruikbaar’

De belangrijkste kaders voor ontwikkeling zijn als volgt:  Het plan voorziet – kwalitatief en kwantitatief – in de behoefte van inwoners.  Een programma met 30% sociale huur, 30% vrije sector huur en 40% koop waarbij maatwerk mogelijk is bij kleine locaties of een aangetoonde andere behoefte aan sociale huur.  Nieuwe woningen voldoen aan de eisen voor Bijna EnergieNeutrale Gebouwen (BENG).  Nieuwe woningen en woonwijken worden klimaat adaptief gebouwd zodat geen nieuwe knelpunten wateroverlast en hittestress ontstaan.  Inbreiding (ontwikkelen binnen bebouwd gebied) waar mogelijk, uitbreiding (ontwikkelen aan de rand van bebouwd gebied) indien nodig. Ontwikkelen in het buitengebied heeft niet de voorkeur; woningbouw op industrieterreinen is niet toegestaan.  Kwalitatief goede, tijdelijke woonconcepten worden omarmd.  In het plan is goed nagedacht over de kwaliteit van de woonomgeving.  Uiteraard wordt elk initiatief getoetst op basis van gemeentelijk beleid (onder andere Structuurvisie Horst aan de Maas), bestemmingsplannen, stedenbouwkundige visies, het bouwbesluit en financiele haalbaarheid De Woonvisie 2021 – 2025 is aangegeven dat niet elke woning op termijn nog aansluit op de wensen van de inwoners. De gemeente stuurt op twee soorten kwaliteitsverbetering: verduurzaming enerzijds, het zorggeschikt(er) maken van woningen anderzijds.

In de prognose van woningbehoeften is te zien dat de vraag naar nultredenwoningen fors groeit. Inwoners willen langer in hun eigen, vertrouwde huis blijven wonen waar, mocht het nodig zijn, ook zorg aan huis geleverd kan worden als ze ouder en minder mobiel zijn en hulp nodig hebben. Door bestaande woningen te transformeren, wordt de balans in vraag en aanbod hersteld. Doorwerking plangebied Voor de kern Horst is de woningbouwopgave voor de periode 2015-2025 om 495 woningen te bouwen. Voor de periode 2015-2035 zijn in totaal 675 woningen nodig. Voorliggend plan draagt bij aan het invullen van de kwalitatieve en kwantitatieve woningbouwopgave voor de kern Horst doordat er invulling wordt gegeven aan de stijgende vraag naar zorgwoningen binnen de gemeente Horst. De ontwikkeling vindt plaats op een inbreidingslocatie op een steenworpafstand van het centrum van Horst, en voorziet onder andere in de groeiende behoefte aan zorgwoningen. Bestaande woningen worden geamoveerd waardoor ruimte wordt gemaakt voor de realisatie van duurzame zorgwoningen. Het plan voldoet daarmee aan het gemeentelijk woningbouwkader zoals opgenomen in het Masterplan Wonen Horst aan de Maas. 3.3.3 Woonzorgvisie Horst aan de Maas In het Masterplan Wonen 2021-2025 is de ambitie uitgesproken om voor alle inwoners met een zorgen aangepaste woonbehoefte de juiste woonvorm met de juiste zorg te realiseren.

Het gaat dan met

Hoofdstuk 3

22

name om oudere inwoners, inwoners met een psychische aandoening en inwoners met een verstandelijke beperking. De woonzorgvisie – Wonen doe je thuis, leven en zorgen doe je samen – is ontwikkeld om te kunnen sturen op nieuwe woon(zorg)initiatieven, in samenwerking met alle betrokkenen: inwoners, woningcorporaties, zorg- en welzijnsorganisaties en private ontwikkelaars. De ambitie met betrekking tot woonzorg is drieledig: 1. een passende woning; 2. de buurt: een fijne omgeving; 3. samen leven, elkaar respecteren en helpen. De hechte gemeenschappen in buurten en dorpen van Horst aan de Maas vormen een fijne omgeving voor ouderen, mensen met een psychische aandoening of mensen met een verstandelijke beperking. Ondersteuning van mensen uit de buurt gecombineerd met professionele, ambulante zorg vormen een stevig fundament voor een zelfstandig leven. Zo lang mogelijk ‘zelfstandig thuis’ blijven wonen, kan in vele verschijningsvormen. In de ‘oude vertrouwde’ woning, op termijn aangepast met aanpassingen en/of zorg aan huis. Ook zijn er meer vernieuwende woonconcepten denkbaar. In de woonzorgvisie worden de volgende vier woonconcepten aangehaald: 1. bestaande woningen zorggeschikt maken (aanpassen huidige woning); 2.

geclusterd wonen & Woongroepen (een aantal zelfstandige appartementen (nieuwbouw of in een bestaand gebouw / herontwikkeling), veelal aangevuld met gemeenschappelijke voorzieningen); 3. mantelzorgwoningen (tijdelijke, zelfstandige wooneenheid/zorgappartement, verbonden met of op het terrein van een eengezinswoning); 4. verzorgd wonen / satellietwoningen (zelfstandige woningen in de nabijheid van een zorgsteunpunt). Daarnaast bestaat het woonzorgconcept ‘beschermd wonen’. Hieronder wordt verstaan ‘een groep mensen die 24 uur per dag, 7 dagen in de week (tijdelijk of permanent) afhankelijk si van intensieve zorg. Het gaat hierbij om verpleeghuiszorg, beschut wonen met woontraining en terugvallocaties. Doorwerking plangebied De voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling betreft de realisatie van circa 102 zorgwoningen voor cliënten met een beperking. De voorgenomen ontwikkeling voorziet in het realiseren van twee gebouwen waarbinnen de zorgwoningen gerealiseerd worden. In de plint van de gebouwen worden maatschappelijke- en gemeenschappelijke voorzieningen en ondersteunende horeca voorzien. De tuin wordt zo natuurlijk mogelijk ingericht waarbij plekken worden ingericht waar bewoners en bezoekers elkaar kunnen ontmoeten.

De voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling betreft daardoor een geclusterd woonconcept en speelt daarmee in op de trends en ontwikkelingen in de gemeente Horst aan de Maas. Het planvoornemen is daarmee in lijn met de Woonzorgvisie Horst aan de Maas. 3.3.4 Welstandsnota De gemeente Horst aan de Maas heeft op 20 november 2012 de ‘Welstandsnota gemeente Horst aan de Maas’ vastgesteld. Deze nota is opgesteld om een welstandstoets te kunnen uitvoeren bij aanvragen om omgevingsvergunningen voor de activiteit bouwen. De vereenvoudigde welstandsnota bevat de basisvoorwaarden waaraan bouwaanvragen op welstandsaspecten getoetst zullen worden. De gemeente onderscheid twee niveaus van welstand: ‘normaal’ en streng’. Voor het plangebied zal het welstandsniveau ‘normaal’ gaan gelden. Bij het normaal niveau van welstand wordt getoetst op aspecten die te maken hebben met de situering

Hoofdstuk 3

23

van het bouwwerk, de hoofdvormen van het bouwwerk, de schaal en geleding van het gebouw, het materiaalgebruik en de gebruikte kleurstelling. Ook de gevelaanzichten worden beoordeeld. De toets is vooral gericht op het gebouw als geheel en het welstandstoezicht is in deze gebieden beperkt tot het handhaven van basiskwaliteiten. In het kader van de concrete bouwplannen voor de locatie van de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling zal een welstandstoets plaatsvinden.

Hoofdstuk 3

24

4.

OMGEVINGSASPECTEN In dit hoofdstuk worden de diverse relevante omgevingsaspecten aangehaald en wordt het plan hieraan getoetst.

4.1 Verkeer en parkeren Met de realisatie van de (zorg)woningen en de ondersteunende maatschappelijke voorzieningen neemt de verkeersintensiteit toe en dienen voldoende parkeerplaatsen te worden gerealiseerd, waarbij dient te worden voldaan aan de norm als gesteld in de gemeentelijke parkeernormen. 4.1.1 Verkeersgeneratie Het ruimtelijk initiatief voorziet in het realiseren van zorgwoningen en het aanbieden van ondersteunende maatschappelijke voorzieningen op het Mikadoterrein in de gemeente Horst. De realisatie van zorgwoningen en ondersteunende maatschappelijke voorzieningen heeft geen effect op de verkeersgeneratie van het plangebied. Aangezien in de huidige situatie op locatie reeds 115 zorgwoningen aanwezig zijn, met onderhavig bestemmingsplan wordt dit aantal teruggebracht naar 102 zorgwoningen. Echter in het kader van een goede ruimtelijke ordening is de verkeersgeneratie voor het plangebied berekend volgens de CROW-publicatie 381 ‘Toekomstbestendig parkeren – Kencijfers parkeren en verkeersgeneratie’. Hierbij is uitgegaan van de stedelijkheidsgraad ‘weinig stedelijk’ (Bron: CBS, Gebieden in Nederland, 18 december 2020) met de ligging ‘rest bebouwde kom’. Er is, worst-case, uitgegaan van de maximale normen.

Voor de normen voor de verkeersgeneratie is aangesloten bij de categorie ‘serviceflat’, daar er voor een verzorgingstehuis uitsluitend parkeernormen zijn opgenomen in de CROW-publicatie 381 ‘Toekomstbestendig parkeren – Kencijfers parkeren en verkeersgeneratie’ Op basis van de normen zal het nieuwbouwplan 306 motorvoertuigen per etmaal genereren voor een gemiddelde weekdag (zie onderstaande tabel). Tabel 1: Berekening verkeersgeneratie toekomstige situatie Woningtype

Aantal / m²

Serviceflat

102

Verkeersgeneratie

Verkeersgeneratie

per zorgwoning

Totaal

3,0

306 306

In de huidige situatie heeft het plangebied bestemming ‘Maatschappelijk’. Momenteel is het mogelijk om maatschappelijke voorzieningen te vestigen op de locatie van het ruimtelijk initiatief. Derhalve is het noodzakelijk om de toevoeging van het aantal motorvoertuigbewegingen per etmaal te bepalen om de daadwerkelijke toename van de verkeergeneratie vast te stellen. In de huidige situatie zijn er reeds 115 zorgwoningen en ondergeschikte maatschappelijke voorzieningen aanwezig binnen het plangebied. De exacte verkeersgeneratie in de huidige situatie is lastig in te schatten danwel te berekenen. Gezien de huidige situatie kan worden gesteld dat de toename in het aantal verkeersbewegingen aanzienlijk lager ligt dan voorgaand is berekend. Daarnaast voorziet het ruimtelijk initiatief in het realiseren van zorgwoningen. De verkeersbewegingen worden met name veroorzaakt door werknemers en bezoekers. De norm van 3,0 voor de verkeersgeneratie is daarmee een overschatting van de toekomstige werkelijke situatie.

Hoofdstuk 4

25

Om voorliggend initiatief mogelijk te maken wordt de Van Bornestraat afgesloten. Er is nader onderzoek3 uitgevoerd naar de gevolgen hiervan. Het onderzoek is als separate bijlage aan onderhavige toelichting toegevoegd. Hierna wordt de conclusie van het onderzoek weergegeven. Het afsluiten van de Van Bornestraat zal een bepaalde verkeersimpact hebben op de omgeving. In een worstcasescenario stijgen de etmaalintensiteiten in de Van Bronckhorststraat, in de Van Bitterswijckstraat en in de Vonderestraat met maximaal 706 mtv/etmaal. Conform theoretische waarden vormt dit geen probleem. De theoretische capaciteit van de omliggende wegen kunnen minimaal 3.500 mtv/etmaal aan daar waar de verwachte intensiteit na een herverdeling ruim onder 2.000 mtv/etmaal blijft. Naar verwachting zal de toename zich, gelet op de ontsluitingsmogelijkheden, eerder beperken tot 506 mtv/etmaal. Op het vlak van intensiteiten betekent dit voor de omliggende straten een toename van verkeer met een kwart of de helft. Dit lijkt veel, maar in 5 minutenwaarden komt dit neer op een worstcasestijging van maximaal 5 motorvoertuigen. 4.1.2 Parkeren Op basis van de gemeentelijke parkeernormen is het aantal benodigde parkeerplaatsen voor het plangebied bepaald. Het plangebied ligt in het gebiedstype ‘rest bebouwde kom’.

Op basis van de normen vereist het ruimtelijk initiatief 62 parkeerplaatsen (zie onderstaande tabel). Dit is inclusief het aandeel parkeerplaatsen voor bezoekers. Tabel 2: Berekening benodigd aantal parkeerplaatsen Woningtype conform Parkeerbeleid en Parkeernota

Aantal

Parkeernorm

2013-2022’ Verpleeg- en verzorgingstehuis Totaal

Benodigd aantal parkeerplaatsen

102

0,6

61,2 62

Parkeren in plan Het ruimtelijk initiatief voorziet in het aanleggen van circa 77 parkeerplaatsen. Dit betekent dat het ruimtelijk initiatief een overschot heeft van circa 15 parkeerplaatsen. Op basis van bovenstaande kan worden geconcludeerd dat er vanuit het aspect verkeer en parkeren geen belemmeringen worden verwacht voor de herontwikkeling van het Mikado terrein.

3

Grenspaal12, ‘MIKADO Horst aan de Maas, Verkeerskundige memo’, kenmerk: 22-0906-01, d.d. 22 september 2022.

Hoofdstuk 4

26

4.2 Geluid 4.2.1 Toetsingskader Bij ruimtelijke ontwikkelingen moet inzicht worden gegeven in de aanvaardbaarheid van de ontwikkeling vanuit akoestisch oogpunt. Het geluidsaspect is relevant in relatie tot industrielawaai, wegverkeerslawaai en/of spoorweglawaai. Toetsingskader zijn de Wet geluidhinder en enkele uitvoeringsbesluiten. Wegverkeerslawaai Voor woningbouw binnen de zone van een weg dient een akoestisch onderzoek te worden uitgevoerd. In artikel 74 van de Wet geluidhinder wordt de breedte van de zone van een weg in stedelijk gebied, bestaande uit 1 of 2 rijstroken bepaald op 200 meter. Conform artikel 82, lid 1 van de Wet geluidhinder geldt voor de geluidbelasting op de gevel van een woning binnen de zone van een weg een voorkeursgrenswaarde van 48 dB. Wegen waarvoor een maximum snelheid van 30 km per uur geldt hebben geen geluidszone. Spoorverkeerslawaai In artikel 105 van de Wgh wordt het Besluit geluidhinder (Bg) van toepassing verklaard. Het besluit is alleen van toepassing binnen de wettelijke vastgestelde zone van een spoorweg. De breedte van de geluidzone langs het spoor wordt geregeld in artikel 1.4 Bg en is afhankelijk van de hoogte van de geluidproductieplafonds langs het spoor ter hoogte van het plangebied.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11963362/1