CConstaterende datHorst aan de Maas
Koppel je AI →
Document · PDF

04c Toelichting

Gemeenteraad 20 december 2022, gemeente Horst aan de MaasBij agendapunt: Voorstel tot het vaststellen van het bestemmingsplan Hiepterweg 1 te Broekhuizen.17.149 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Vastgesteld bestemmingsplan ‘Hiepterweg 1, Broekhuizen’ NL.IMRO.1507.BHHIEPTERWEG1-BPV1

Bestemmingsplan Hiepterweg 1 Broekhuizen Gemeente Horst aan de Maas

Onderdeel:

Toelichting

IDN-nummer:

NL.IMRO.1507.BHHIEPTERWEG1-BPV1

Projectnummer:

D214993

Status:

vastgesteld

Datum:

20 december 2022

Inhoudsopgave Hoofdstuk 1 Inleiding

5

1.1 1.2 1.3 1.4

5 6 7 8

Aanleiding en doel van het bestemmingsplan Ligging en begrenzing van het plangebied Vigerende bestemmingsplannen Leeswijzer

Hoofdstuk 2 Beschrijving van het plangebied

9

2.1 2.2 2.3 2.4

9 9 9 10

Algemeen Ruimtelijke structuur Functionele structuur Historische ontwikkeling en cultuurhistorie

Hoofdstuk 3 Beleid

11

3.1 3.2 3.3

Inleiding Rijksbeleid Provinciaal beleid

11 11 12

3.4

Gemeentelijk beleid

14

Hoofdstuk 4 Planbeschrijving

21

4.1 4.2 4.3

21 27 28

Uitgangspunten en doelstellingen van het plan Stedenbouwkundige / ruimtelijke aspecten Landschappelijke inpassing

Hoofdstuk 5 Sectorale aspecten

29

5.1 5.2 5.3 5.4 5.5 5.6 5.7 5.8

29 29 42 43 43 49 50 51

Inleiding Milieuaspecten Waterparagraaf Kabels en leidingen Natuur Archeologie en cultuurhistorie Verkeer en parkeren Duurzaamheid

Hoofdstuk 6 Uitvoerbaarheid

53

6.1 6.2 6.3 6.4

Economische uitvoerbaarheid Handhaving Maatschappelijk uitvoerbaarheid Procedure

53 53 53 54

Hoofdstuk 7 Juridische toelichting

55

7.1

55

Planstukken

bestemmingsplanHiepterweg 1 Broekhuizen

3

7.2 7.3

Toelichting op de verbeelding Toelichting op de regels

55 55

Toelichting

4

bestemmingsplanHiepterweg 1 Broekhuizen

Hoofdstuk 1 1.1

Inleiding

Aanleiding en doel van het bestemmingsplan

Dhr. Cuijpers, hierna initiatiefnemer, heeft op de locatie Hiepterweg 1 te Broekhuizen een melkrundveebedrijf en overweegt nu de melkveetak te beëindigen en zich te gaan richten op de opfok van rundvee (jongvee) en de paardenhouderij. De agrarische activiteiten zullen bestaan uit: het opfokken van ca. 120 stuks jongvee; het aanbieden van stalruimte voor 14 pensionpaarden en het exploiteren van een akkerbouwbedrijf met een oppervlakte van ca. 60 ha. cultuurgrond. Daarnaast wil initiatiefnemer zich richten op het aanbieden van logeer- en kampeergelegenheden voor ruiters en paardenliefhebbers met hun eigen paarden. De eerste focus ligt hierbij op recreanten die enkele dagen met hun eigen paarden in de omgeving willen rondtrekken, maar het kunnen ook deelnemers zijn aan (inter-)nationale concoursen in de omgeving. Hiervoor zullen 5 recreatiewoningen, 6 kampeerplekken en inpandig nog 6 paardenboxen worden gerealiseerd. Verder wenst initiatiefnemer één van de 5 recreatiewoningen in 1e instantie te gebruiken als mantelzorgwoning voor zijn schoonvader. Na het beëindigen van de mantelzorg wordt deze woning weer gebruikt recreatiewoning. Op het buitenterrein zullen verder de nodige voorzieningen zoals paddocks, een paardenbak, parkeergelegenheid en een verbllijfstuin met ligweide en boomgaard worden gerealiseerd.

De bestaande sleufsilo's, kuilplaten, de mestsilo en enkele gebouwen zullen worden gesloopt.

Afbeelding 1. Uitsnede topografische kaart met aanduiding plangebied (rood omkaderd). Niet alle beoogde ontwikkelingen zijn toegestaan op basis van het vigerende bestemmingsplan. Daarom is op 1 maart 2021 een principeverzoek (kenmerk WABO-2021-0134) ingediend bij het College van B & W. van de gemeente Horst aan de Maas. Op 21 september 2021 heeft de gemeente Horst aan de Maas onder voorwaarden een positief principestandpunt ( kenmerk 21-0089347) afgegeven voor de voorgenomen ontwikkelingen.

bestemmingsplanHiepterweg 1 Broekhuizen

5

1.2

Ligging en begrenzing van het plangebied

Het plangebied omvat Hiepterweg 1 en Hiepterweg 2 te Broekhuizen. Onderhavig planvoornemen is voorzien op de locatie van Hiepterweg 1. De locatie ligt in het buitengebied van Broekhuizen. Het ligt in de rand van een overwegend agrarisch gebied wat aan de noordzijde grenst aan een bosgebied (Pastoorwei). Aan de zuidzijde en op een afstand variërend van 50 tot 80 meter ligt de Broekhuizermolenbeek. In de omgeving ligt in oostelijke richting, op ca. 300 meter afstand, de dichtstbijzijnde woonbestemming en op ca. 280 meter afstand ligt een bedrijfsbestemming. In zuidelijke richting ligt op ca. 340 meter afstand een composteringsbedrijf/champignonkwekerij (agrarische bestemming), op ca. 350 meter een champignonkwekerij en op 450 meter afstand en meer liggen aan de Horsterweg diverse woonbestemmingen (lintbebouwing). In westelijke/zuidwestelijke richting ligt op ca. 460 meter één enkele woonbestemming. De Hiepterweg is een rustige weg en wordt overwegend gebruikt door bestemmingsverkeer en fietsers die de 'Oude Maasarmroute' volgen. De plangebied is kadastraal bekend als gemeente Broekhuizen, sectie D, nummer 989 en sectie F, nummers 425 en 426 (deels) De omvang van het plangebied waar onderhavig planvoornemen wordt voorzien bedraagt circa 1,8 ha en betreft de percelen kadastraal bekend als gemeente Broekhuizen, sectie F, nummers 425 en 426 (deels).

Afbeelding 2. Luchtfoto directe omgeving van het plangebied (rood omkaderd). De locatie is gelegen aan de bestaande ruiter- en menroute (knooppunt 34) en is bij uitstek geschikt om te fungeren als uitvalsbasis voor een verkenning te paard( of te voet) van het vrij toegankelijke onlangs gerealiseerde Maaspark Ooien-Wanssum of het Schuitwater Bos en Heide, maar ook als stop- en overnachtingsplaats voor ruiters, die gebruik maken van uitgebreide routenetwerk in Noord Limburg. Tevens is de locatie gelegen aan het welbekende Pieterpad (etappe Swolgen-Venlo).

6

bestemmingsplanHiepterweg 1 Broekhuizen

1.3

Vigerende bestemmingsplannen

De locaties Hiepterweg 1 en 2 zijn in het vigerende bestemmingsplan 'Buitengebied Horst aan de Maas' (deels onherroepelijk en vastgesteld op 19 december 2017) bestemd als 'Agrarisch met waarden'. Daarnaast kent de locatie de volgende dubbelbestemmingen, gebiedsaanduidingen, functieaanduidingen en maatvoering: Dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 3'. Dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 4'. Dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 6'. Dubbelbestemming 'Waarde - Zone bronsgroene landschapszone'. Dubbelbestemming 'Waarde - Zone zilvergroene landschapszone'. Figuur 'relatie'. Gebiedsaanduiding 'milieuzone - stiltegebied. Gebiedsaanduiding 'overige zone - bos- en mozaiklandschap'. Gebiedsaanduiding 'reconstructiewetzone - extensiveringsgebied'. Bouwvlak (ruim 17.000 m2 bij Hiepterweg 1 en ca. 4.200 m2 bij Hiepterweg 1). Functieaanduiding 'specifieke vorm van agrarisch - veehouderij'. Maatvoering 'maximum aantal wooneenheden: 1'. De als zodanig aangewezen gronden zijn onder andere bestemd voor agrarisch bedrijfsmatig grondgebruik en geheel of overwegend grondgebonden veehouderij. De locatie Hiepterweg 1 vormt een gekoppeld bouwvlak met het perceel Hiepterweg 2 Op 8 september 2020 is een herziening van het van het vigerend bestemmingsplan vastgesteld ('Buitengebied Horst aan de Maas, herziening 2020'). Op 21 oktober 2021 is het 'Ontwerp Veegplan 2021" gepubliceerd.

Voor de planlocatie zijn hierbij geen wijzigingen opgetreden ten opzichte van het vigerende bestemmingsplan, behoudens enkele kleine voor deze locatie niet relevante wijzigingen in de regels. Op 21 september 2021 is het 'Parapluplan Internationale werknemer Horst aan de Maas 2021' vastgesteld. Met de regels in dit plan vervallen de bestaande regels omtrent huisvesting van arbeidsmigranten in de geldende ruimtelijke plannen voorzover van toepassing op het plangebied van dit plan, alsmede: het bestemmingsplan 'Correctieve herziening paraplubestemmingsplan "Huisvesting arbeidsmigranten"' met planidentificatienummer NL.IMRO.1507.HMHERZHUISVARBMIGR-BPV1 en het bestemmingsplan 'Parapluplan Huisvesting Arbeidsmigranten' met planidentificatienummer NL.IMRO.1507.BPHMHUISVARBEIDSMG-BPG1 Voor de planlocatie is dit verder niet van belang, omdat geen sprake is van huisvesting voor internationale werknemers. Er zijn derhalve dan ook geen regels uit het 'Parapluplan Internationale werknemer Horst aan de Maas 2021' opgenomen in onderhavig bestemmingsplan 'Hiepterweg 1, Broekhuizen'.

Niet alle beoogde ontwikkelingen binnen de locatie van Hiepetreweg 1 zijn op basis van het vigerende bestemmingsplan rechtstreeks toegestaan. Om de voorgenomen ontwikkelingen mogelijk te maken en in een passend juridisch kader vast te leggen, is er voor gekozen om een separate bestemmingplanprocedure te doorlopen. Voorliggend document voorziet in een toelichting op de bijbehorende regels en verbeelding voor de benodigde bestemmingsplanherziening.

bestemmingsplanHiepterweg 1 Broekhuizen

7

Afbeelding 3. Uitsnede plankaart vigerende bestemmingplan met aanduiding plangebied (rood omkaderd).

1.4

Leeswijzer

In de hierna volgende hoofdstukken van dit bestemmingsplan komen onder meer de volgende elementen aan de orde: Beschrijving van het plangebied (hoofdstuk 2). Beleidskaders (hoofdstuk 3). Planbeschrijving (hoofdstuk 4). Sectorale aspecten (hoofdstuk 5). Uitvoerbaarheid (hoofdstuk 6). Juridische toelichting (hoofdstuk 7).

8

bestemmingsplanHiepterweg 1 Broekhuizen

Hoofdstuk 2 2.1

Beschrijving van het plangebied

Algemeen

In onderhavig hoofdstuk wordt een beschrijving gegeven van het plangebied.

2.2

Ruimtelijke structuur

Het plangebied is gelegen in het buitengebied van de gemeente Horst aan de Maas, ten westen van het gehucht Geneberg en het kerkdorp Broekhuizen en ten noorden van het gehucht Stokt, zie ook afbeelding 1. De locatie ligt in de rand van een overwegend agrarisch gebied met weinig bebouwing en dat aan de noordzijde grenst aan een bosgebied (Pastoorwei). Aan de zuidzijde wordt het gebied doorkruist door de Broekhuizermolenbeek. Het landschap waarbinnen het plangebied is gelegen wordt getypeerd als bos- en mozaïeklandschap. Binnen dit landschapstype vallen de bossen, heiden, venen en zandvlaktes samen met de daar tussen en naast gelegen oudste weides en akkers met zowel grazige vegetaties als heide, bloemrijke graslanden en hooiland, maar ook akkers, vennen en stuifduinen. Het is een, door groene elementen, besloten landschap, waarbinnen geen vergezichten ruimer dan 250 meter mogelijk zijn. Deze gebieden zijn kenmerkend door het besloten karakter, gevormd door bos- en landschapselementen gecombineerd met weinig bebouwing. Hierdoor worden deze gebieden zeer gewaardeerd. De bijzondere kwaliteit die deze gebieden samen brengt, schuilt dus niet zozeer in het natuurlijk fundament, noch in het tijdstip van in gebruik name, maar in de huidige belevingswaarde. Dit landschapstype heeft deels een sterke relatie met de (soms extreme) aardkundige situatie (zeer nat of zeer droog).

Deels is dit landschapstype op cultuurhistorische wijze ontstaan, zoals bijvoorbeeld bij landgoederen. Door de relatieve rust en de vele overgangen tussen bos en de open, grazige vegetaties, herbergt het bos- en mozaiklandschap veel natuurwaarden. De vele verschillende landschapselementen op korte afstand van elkaar bieden vele soorten planten en dieren de gelegenheid zich te voeden, te verplaatsen, te schuilen en zich voort te planten. Door de huidige natuurwaarden vallen vele bossen binnen de ecologische hoofdstructuur (EHS), het tegenwoordige Natuurnetwerk Nederland.

2.3

Functionele structuur

Onderhavige planontwikkeling wordt voorzien op de percelen, kadastraal bekend als gemeente Broekhuizen, sectie F, nummers 425 en 426 (deels). De omvang van het plangebied bedraagt circa 1,8 ha. Het plangebied is bestemd tot 'Agrarisch met waarden'. Het voornemen is om binnen het plangebied een bestemmingswijziging door te voeren om ter plekke, naast de reeds toegestane agrarische activiteiten, ook de logeer- en kampeergelegenheden voor ruiters en paardenliefhebbers, alsook de bijbehorende voorzieningen en de gewenste paardenbak en paddocks, mogelijk te maken. De beoogde ontwikkelingen binnen het plangebied worden, met uitzondering van een gedeelte van de nieuwe paardenbak en één van de paddocks (samen ca. 750 m2), geheel binnen de aanwezige inrichting gerealiseerd. Onderhavige locatie is momenteel nog in gebruik als akkerbouw- en rundveebedrijf (melkvee met jongvee) met bijbehorende stallen, machinestalling, mestopslagen, kuilplaten en sleufsilo's. Ten behoeve van de planontwikkeling wordt de melkveehouderij beëindigd en worden de kuilplaten, de sleufsilo, de mestsilo en de jongveestal en bering achter de woning gesloopt. De opfok van jongvee en de akkerbouwtak worden naast de beoogde nieuwe ontwikkelingen voortgezet.

bestemmingsplanHiepterweg 1 Broekhuizen

9

2.4

Historische ontwikkeling en cultuurhistorie

De Hiepterweg is een weg die al lang bestaat. De weg komt al voor op kaarten uit 1823, maar was toen meer gekronkeld dan nu. Op kaarten uit 1850 heeft de weg al nagenoeg een rechte vorm, maar de afbuiging naar het gehucht Stokt is er nog niet. Ook lijkt er aan de overzijde van het plangebied reeds bebouwing aanwezig te zijn. Volgens de kaart uit 1850 was ter plaatse van het plangebied nog bos aanwezig. Op de kaart uit 1895 is te zien dat de gronden ter plaatse van het plangebied reeds zijn verkaveld en agrarisch in gebruik zijn. Reeds toen is de omgeving gekarteerd als een mozaïek bestaande uit grasland, bouwland, boomgaarden, bos en heide. De vorm van de Hiepterweg is dan nog steeds hetzelfde. Door de ruilverkaveling van Broekhuizen in de periode tussen 1948 - 1965 verandert er veel voor Broekhuizen en ook aan de Hiepterweg. Op de kaart van 1967 heeft de Hiepterweg de vorm zoals die nu nog aanwezig is en binnen het plangebied is de eerste bebouwing te zien. Het bedrijf aan de Hiepterweg 1 is in de jaren zestig door de opa van initiatiefnemer opgericht als een varkenshouderij. De oude bebouwing aan de overkant van de weg is ten tijde van de ruilverkaveling verdwenen. Ergens in de jaren 1986 - 1987 verschijnt aan de overkant van de weg de 2e bedrijfswoning (Hiepeterweg 2).

In de loop der jaren is de varkenshouderijtak vervolgens beëindigd en heeft het bedrijf de melkveehouderij en de akkerbouwtak uitgebreid tot de huidige omvang. De huidige locatie wordt vrijwel geheel omzoomd door een bomenrij.

10

bestemmingsplanHiepterweg 1 Broekhuizen

Hoofdstuk 3 3.1

Beleid

Inleiding

In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de op het plangebied van toepassing zijnde beleidskaders. In de volgende paragraven wordt achtereenvolgens ingegaan op het van toepassing zijnde rijksbeleid, het provinciale beleid en het gemeentelijke beleid.

3.2

Rijksbeleid

3.2.1 NOVI In het kader van de nieuwe Omgevingswet, die per 1 januari 2022 in werking treedt, heeft het Rijk de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) vastgesteld. Deze visie is tot stand gekomen in nauwe samenwerking met provincies en gemeenten, waterschappen, maatschappelijke partijen en burgers. Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 wordt in de Nationale Omgevingsvisie de langetermijnvisie in beeld gebracht. Op nationale belangen wil het Rijk (net als nu) sturen en richting geven. Hiervoor worden vier prioriteiten onderscheiden: Ruimte voor klimaat adaptatie. Duurzaam economisch groeipotentieel. Sterke en gezonde steden en regio's. Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. Om invulling te kunnen geven aan deze vier prioriteiten hanteert het rijk de volgende drie afwegingsprincipes: Combinaties van functies gaat voor enkelvoudige functies. Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal. Afwentelen wordt voorkomen. Bovendien worden hieronder de belangrijkste keuzes en bijbehorende doelen in de Nationale Omgevingsvisie toegelicht. Gestreefd wordt naar een klimaatbestendige inrichting van Nederland. Dat betekent dat Nederland zo wordt ingericht dat het de klimaatveranderingen aankan. Daarvoor is nodig dat functies meer in evenwicht met natuurlijke systemen (bodem en water) worden ingepast.

Een voorbeeld hiervan is het op termijn verhogen van grondwaterstanden in veenweidegebieden; Bovendien wordt een verandering van de energievoorziening beoogd. Bij de inpassing van duurzame energie bestaat oog voor omgevingskwaliteit. Een voorbeeld hiervan is dat eerst wordt gekeken naar ongebruikte daken om zonnepanelen op te plaatsen; Overgang naar een circulaire economie, waarbij we tegelijk goed kunnen blijven concurreren en een aantrekkelijk vestigingsklimaat bieden. Een voorbeeld is het aanpassen van productieprocessen en het gebruik van reststoffen in het haven- en industriegebied; De ontwikkeling van het Stedelijk Netwerk Nederland wordt nagestreefd. Hiermee wordt gestuurd op een goed bereikbaar netwerk van steden waarbij de ambities en mogelijkheden in steden en regio’s in heel Nederland zo goed mogelijk worden gebruikt. Voorbeelden van regionale uitwerking hiervan zijn de verstedelijkingsstrategieën, waarin vooruitgekeken wordt hoe verschillende ruimtelijke functies in en rondom steden het beste ingepast kunnen worden; Het bij elkaar plaatsen van zogenaamde logistieke functies (bijvoorbeeld distributiecentra, datacenters) om hiermee de openheid en de kwaliteit van het landschap te behouden. Daarbij wordt gebruik gemaakt

bestemmingsplanHiepterweg 1 Broekhuizen

11

van een voorkeursvolgorde logistieke functies; Het toekomstbestendig maken van het landelijk gebied in goed evenwicht met de natuur en landschap. Daarbij wordt gewerkt aan de overgang naar de kringlooplandbouw zodat gebruik van de grond meer wordt afgestemd op de natuurlijke water- en bodemsystemen. 3.2.2 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) Het Barro voorziet in de juridische borging van het nationale ruimtelijke beleid. Het bevat regels die de beleidsruimte van andere overheden ten aanzien van de inhoud van ruimtelijke plannen inperken, daar waar nationale belangen dat noodzakelijk maken. Navolgende onderwerpen met nationaal belang zijn opgenomen in het Barro en de eerste aanvulling (Stb. 2012, nr. 388): project Mainportontwikkeling Rotterdam; kustfundament en de daarbuiten gelegen primaire waterkeringen; grote rivieren en rijksvaarwegen en de veiligheid daarom heen; toekomstige rivierverruiming van de Maastakken; Waddenzee en Waddengebied, en IJsselmeergebied; verstedelijking in het IJsselmeer; defensie; erfgoederen van uitzonderlijke universele waarde; hoofdwegen en landelijke spoorwegen; elektriciteitsvoorziening; ecologische hoofdstructuur. 3.2.3 Regeling algemene regels ruimtelijke ordening (Rarro) Naast het Barro is ook de Regeling algemene regels ruimtelijke ordening (Rarro) in werking getreden.

In het Barro is bepaald dat bij ministeriële regeling verschillende militaire terreinen, gebieden, objecten en zones worden aangewezen, waar gemeenten bij de vaststelling van bestemmingsplannen rekening mee moeten houden. In de Rarro wordt daar uitvoering aan gegeven. 3.2.4 Conclusie Rijksbeleid De beoogde planontwikkeling levert geen strijd op met de Nationale Omgevingsvisie, het Barro en de Rarro. Het Rijksbeleid is niet aan de orde, omdat sprake is van een kleinschalige ontwikkeling en er geen onderwerpen vanuit de NOVI en Barro op het plangebied van toepassing zijn. Ook gelden er vanuit de Rarro geen beperkingen ten aanzien van het planvoornemen.

3.3

Provinciaal beleid

3.3.1 Omgevingsvisie Limburg (POVI) Op 1 oktober 2021 hebben Provinciale Staten van Limburg de Omgevingsvisie Limburg vastgesteld, met inachtneming van de aanvaarde amendementen. De Omgevingsvisie Limburg vervangt de Omgevingsvisie POL 2014. De Omgevingsvisie Limburg bevat voor de langere termijn (2030-2050) de ambities en beleidsdoelen voor onder andere het buitengebied en de fysieke leefomgeving in Limburg. Met de intrede van de Omgevingsvisie Limburg is relevant dat de benaming van de goudgroene natuurzone is gewijzigd naar de zone 'natuurnetwerk'. Daarnaast zijn de 'zilvergroene natuurzone' en de 'bronsgroene landschapszone' samengevoegd tot de 'Groenblauwe mantel'. Het plangebied ligt op basis van de Omgevingsvisie Limburg binnen de zone 'Landelijk gebied - groenblauwe mantel'. De groenblauwe mantel omvat onder andere het Maasdal en de landschappelijk en cultuurhistorisch waardevolle beekdalen. De gebieden van de groenblauwe mantel hebben vaak een functie als buffer rond - en verbindingszones tussen- bestaande natuurgebieden. Het betreft gebieden met overwegend (extensievere) landbouwgebieden, monumenten, kleinschalige landschapselementen en waterlopen. In Zuid-Limburg omvat

12

bestemmingsplanHiepterweg 1 Broekhuizen

dit gebied ook de steilere hellingen, droogdalen en de belangrijkste landschappelijke verbindingen naar het Maasdal. In de groenblauwe mantel staat het klimaatadaptief maken van het watersysteem centraal. Belangrijk is ook om ruimte te bieden aan economische sectoren die nauw met het landelijk gebied verbonden zijn. De gebieden binnen groenblauwe mantel worden ook gezien als een belangrijke recreatiezone. Onderhavig initiatief betreft het beëindigen van de melkveehouderij, het voortzetten van de akkerbouwtak en de opfok van jongvee, het aanbieden van pensionstaling en logeer- en kampeergelegenheden voor ruiters en paardenliefhebbers met hun paarden. Door de benodigde voorzieningen hiervoor binnen de huidige locatie te ontwikkelen vindt er geen inbreuk plaats op het landschap. Onderhavige ontwikkelingen binnen het plangbied passen daarmee in het provinciale beleid. 3.3.2 Omgevingsverordening Limburg 2014 / Omgevingsverordening Limburg 2021 De Omgevingsvisie Limburg is een zelfbindend document en bindt daarmee enkel de Provincie Limburg. Als het noodzakelijk is voor de uitwerking van onderdelen van beleid in de Omgevingsvisie om bindende regels te stellen, dan gebeurt dit in de omgevingsverordening.

De huidige Omgevingsverordening, de Omgevingsverordening Limburg 2014, bevat regels die voor iedereen of voor bepaalde doelgroepen gelden, maar ook instructiebepalingen die gemeentebesturen in acht moeten nemen bij ruimtelijke besluiten. Met de komst van de Omgevingswet (beoogde inwerkingtreding per 1-7-2022) is een nieuwe omgevingsverordening nodig. Deze moet passen binnen de kaders en het instrumentarium van de Omgevingswet, maar er worden meteen ook een aantal aanpassingen vanwege nieuwe en gewijzigde beleidsinzichten doorgevoerd. Deze nieuwe en gewijzigde onderdelen vinden hun oorsprong in de Omgevingsvisie Limburg. De besluitvorming over het ontwerp van de Omgevingsverordening door Gedeputeerde Staten heeft plaatsgevonden in oktober. De nieuwe Omgevingsverordening Limburg (2021) is in ontwerp dus gereed en zal te zijner tijd de Omgevingsverordening Limburg 2014 vervangen. De omgevingsverordening bevat regels over diverse onderwerpen, zoals ook de aanwijzing van milieubeschermingsgebieden. Onderhavige planlocatie is echter niet gelegen in een dergelijke milieubeschermingsgebied. De planontwikkeling wordt derhalve ook niet belemmerd door regels welke gelden binnen milieubeschermingsgebieden.

3.3.3 Ladder van duurzame verstedelijking De zogenaamde 'ladder voor duurzame verstedelijking' is opgenomen in artikel 3.1.6, tweede lid, Besluit ruimtelijke ordening en luidt als volgt: De toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. De ladder voor duurzame verstedelijking is door de provincie verankerd in de Omgevingsverordening Limburg 2014 (OvL2014) in artikel 2.2.2, lid 1. Aanvullend op deze ladder heeft de provincie in de Omgevingsverordening Limburg bepaald dat tevens de mogelijkheden van herbenutting van leegstaande monumentale en beeldbepalende gebouwen moet worden onderzocht. Uitgangspunt voor toepassing van de ladder voor duurzame verstedelijking is dat sprake dient te zijn van een stedelijke ontwikkeling. Conform artikel 2.2.1 van de OvL2014 is de definitie van een stedelijke ontwikkeling een 'ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen'. Het begrip 'stedelijke ontwikkeling' is in uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State nader verduidelijkt.

Van een stedelijke ontwikkeling is bij voorliggende planontwikkeling geen sprake. De ladder van duurzame ontwikkeling is daarom niet van toepassing.

bestemmingsplanHiepterweg 1 Broekhuizen

13

3.3.4 Conclusie provinciaalbeleid Gelet op vorenstaande uiteenzetting van het vigerende provinciale beleid, bestaan er geen belemmeringen voor de beoogde planontwikkelingen binnen het plangebied.

3.4

Gemeentelijk beleid

3.4.1 Bestemmingsplan "Buitengebied Horst aan de Maas", "Buitengebied Horst aan de Maas, herziening 2020" , "Veegplan 2021" en ParapluplanInternationale werknemers Horst aan de Maas 2021" De locatie Hiepterweg I in Broekhuizen is gelegen in het gebied waarvoor de bestemmingsplannen 'Buitengebied Horst aan de Maas' (vastgesteld op 19 december 2017) en 'Buitengebied Horst aan de Maas, herziening 2020' (vastgesteld 8 september 2020) en 'Parapluplan Internationale werknemers Horst aan de Maas (vastgeteld 21 september 2021) gelden. Het perceel Hiepterweg 1 vormt een gekoppeld bouwvlak met het perceel Hiepterweg 2 en heeft de enkelbestemming 'Agrarisch met waarden' met een bouwvlak en de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch - veehouderij'. Binnen zowel het bouwvlak Hiepterweg 1 alsook het bouwvlak Hiepterweg 2 is een bedrijfswoning toegestaan. Daarnaast gelden binnen de locatie van Hiepterweg 1 de dubbelbestemmingen 'Waarde - Archeologie 3','Waarde - Archeologie 6', 'Waarde - Zone zilvergroene natuurzone' en 'Waarde - Zone bronsgroene landschapszone'. Tot slot gelden de gebiedsaanduidingen 'overige zone - bos- en mozaiklandschap' en 'reconstructiewetzone - extensiveringsgebied'. Ten aanzien van het planvoornemen wordt hier onderstaand per onderdeel kort op ingegaan.

Agrarische activiteiten Het opfokken van 120 stuks rundvee, het stallen van 20 (pension)paarden, het exploiteren van een akkerbouwbedrijf en het realiseren van 16 paardenboxen in de bestaande ligboxenstal, is in overeenstemming met het bestemmingsplan en rechtstreeks toegestaan.

Agrarisch verwante nevenactiviteiten - recreatiewoningen In het planvoornemen is voorzien in het realiseren van 5 recreatiewoningen. Deze worden gerealiseerd in de huidige ligboxenstal. In artikel 3. lid 3.6.6 "Kleinschalige verblijfsrecreatie ' van het vigerende bestemmingsplan is een afwijkingsbevoegdheid opgenomen waarbij het bevoegd gezag door middel van een omgevingsvergunning kan afwijken van het bepaalde in lid 3.5.1 om kleinschalige verblijfsrecreatie in de vorm van maximaal 5 recreatiewoningen toe te staan, met dien verstande dat: a. b. 1.

2. 3. 4.

14

de verblijfsrecreatie gezien de aard, omvang en intensiteit passend moet zijn binnen de agrarische functie; de agrarische functie in overwegende mate behouden blijft. Dat is het geval indien wordt voldaan aan de volgende voorwaarden: maximaal mag 1/3 van het totale vloeroppervlak van de aanwezige bebouwing worden gebruikt ten behoeve van recreatiewoningen, met dien verstande dat het aan te wenden vloeroppervlak nimmer meer dan 100 m2 per recreatiewoning mag bedragen; de (bedrijfs)woning blijft voldoen aan de bepalingen ingevolge of krachtens de Woningwet; dat wil zeggen dat de gebruiker van de woning ook de bedrijfsmatige activiteit ontplooit; het gebruik mag geen ernstige hinder voor het woonmilieu opleveren en mag niet leiden tot onevenredige aantasting van gebruiks- en ontwikkelingsmogelijkheden van nabijgelegen gronden en bebouwing; Dit betekent bijvoorbeeld dat het geen activiteit mag zijn waarvoor een milieuvergunning of een melding op grond van de milieuwetgeving verplicht is. Ook mag de activiteit geen industriële handelingen inhouden,

bestemmingsplanHiepterweg 1 Broekhuizen

5. 6. 7. 8. c.

evenmin is een seksinrichting toegestaan; gronden buiten het bouwvlak mogen niet worden gebruikt voor deze bedrijfsmatige activiteiten; detailhandel mag niet plaatsvinden tenzij het gaat om detailhandel die direct verband houdt met de kleinschalige verblijfsrecreatie; in de benodigde parkeercapaciteit dient geheel op eigen terrein te worden voldaan; het gebruik mag geen nadelige invloed hebben op de verkeersafwikkeling en de parkeerbalans; er vooraf schriftelijk advies dient te worden ingewonnen bij de regionale werkgroep Vrijetijdseconomie.

Aan bovenstaande voorwaarden wordt voldaan en voornoemd gebruik kan middels een omgevingsvergunning worden verleend. Het plan is conform voorwaarde c voor advies voorgelegd aan de werkgroep Vrijetijdseconomie en zij heeft positief geadviseerd over de voorgenomen vorm van verblijfsrecreatie. Zie ook subparagraaf 3.4.3. In voorliggend bestemmingsplan wordt deze ontwikkeling onder de bestemming 'Agrarich met waarden' mogelijk gemaakt door dit op te nemen onder de de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch nevenactiviteit'.

Mantelzorgwoning Het voornemen is om 1 van de recreatiewoningen in 13 instantie te gebruiken als mantelzorgwoning voor 1 van de ouders van de intiatiefnemer. Het Besluit omgevingsrecht (Bor) biedt mogelijkheden om een bestaand bouwwerk overeenkomstig artikel 2, onderdeel22 van bijlage ll Bor vergunningsvrij als mantelzorgwoning te gebruiken. Er moet dan wel met een verklaring van een huisarts, wijkverpleegkundige of een sociaal-medisch adviseur zijn aangetoond dat er sprake is van een mantelzorgbehoefte. ls er geen mantelzorgindicatie, dan biedt het pré-mantelzorgwoning van de gemeente wellicht een mogelijkheid om een mantelzorgwoning te realiseren. Het gebruiken van 1 recreatiewoning als mantelzorgwoning is dus omgevingsvergunningvrij als aan de voorwaarden wordt voldaan.

Groepsaccommodatie Initiatiefnemer wenst de recreatiewoningen ook te kunnen gebruiken als groepsaccommodatie. De binnenplanse afwijkingsbevoegdheid van artikel 3, lid 3.6.6 van het bestemmingsplan heeft echter geen betrekking op de realisatie van een groepsaccommodatie. Op grond van de begripsbepaling van het bestemmingsplan is een groepsaccommodatie gedefinieerd als 'een (deel van een) gebouw dat blijvend bestemd is voor recreatief nachtverblijf door groepen, waarbij overnacht wordt in slaapzalen en/of slaapkamers, waarbij een afzonderlijke ruimte voor dagactiviteiten alsmede keuken- en sanitaire voorzieningen aanwezig zijn die gemeenschappelijk door de groep worden gebruikt'. In het planvoornemen wordt dit mogelijk gemaakt door de aanwezigheid van verbindingsdeuren tussen de onderlinge recreatiewoningen. Wanneer groepen de accommodatie huren kunnen deze verbindingsdeuren geopend worden, waardoor ook afzonderlijke ruimtes voor dagactiviteiten alsmede keuken- en sanitaire voorzieningen aanwezig zijn die gemeenschappelijk door de groep gebruikt kunnen worden.

Omdat het bestemmingsplan geen mogelijkheid biedt om binnen de bestemming 'Agrarisch met waarden' een groepsaccommodatie te realiseren, wordt dit in voorliggend bestemmingsplan onder de bestemming 'Agrarich met waarden' mogelijk gemaakt door dit op te nemen onder de de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch - nevenactiviteit'.

Kampeerplekken Ten behoeve van kampeergelegenheden voor ruiters en paardenliefhebbers met hun eigen paarden wordt binnen het plangebied voorzien in 6 kampeerplakken voor campers. In artikel 3, lid 3.6.2 van het vigerende bestemmingsplan is een afwijkingsbevoegdheid opgenomen waarbij, onder voorwaarden, het bevoegd gezag

bestemmingsplanHiepterweg 1 Broekhuizen

15

bij een omgevingsvergunning kan afwijken van het bepaalde in lid 3.1, ten behoeve van kleinschalig kamperen op gronden op of direct grenzend aan een bouwvlak en wel gekoppeld aan het agrarisch bedrijf op het betreffende bouwvlak. Een van de voorwaarden is dat bij het plaatsen van de kampeermiddelen een minimale afstand van 25 meter tot een - als zodanig bestemde - verharde weg in acht dient te worden genomen. Binnen het planvoornemen zijn de kampeerplekken echter voorzien binnen een afstand van 25 meter tot de enkelbestemming 'Verkeer', waardoor geen gebruik kan worden gemaakt van voornoemde afwijkingsbevoegdheid. Om deze kampeerplekken toch op de gewenste locatie te kunnen realiseren is deze ontwikkeling in voorliggend bestemmingsplan onder de bestemming 'Agrarich met waarden' opgenomen onder de de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch - nevenactiviteit'.

Sanitaire ruimte Ten behoeve van de recreanten is in het planvoornemen een sanitaire ruimte opgenomen voor in de ligboxenstal. Dit is echter niet in overeenstemming met het bestemmingplan en ook hiervoor is geen afwijkingsbevoegdheid opgenomen die het gebruik van agrarische bedrijfsgebouwen als sanitaire ruimte voor recreanten mogelijk maakt. Aan de realisatie van de sanitaire ruimte kan dan ook alleen met een uitgebreide procedure om af te wijken van het bestemmingsplan of met een bestemmingsplanprocedure worden meegewerkt. Derhalve is ook deze ontwikkeling opgenomen als een van de ontwikkelingen waarvoor voorliggend bestemmingsplan is opgesteld.

Winkelruimte en kleinschalige horeca Ten behoeve van de recreanten is in het planvoornemen voorzien in een boerderijwinkel en kleinschalige horeca. Ten behoeve van deze functie is dat ook mogelijk. Met voorliggend bestemmingplan wordt dit mogelijk gemaakt door hiervoor de toestemming op te nemen bij de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch nevenactiviteit' onder de bestemming 'Agrarich met waarden'.

Paddocks, een paardenbak met verlichting, trailerparkeerplaatsen en parkeervoorzieningen Ten behoeve van het planvoornemen wordt ook voorzien in 3 paddocks, een nieuwe paardenbak, voldoende trailerparkeerplaatsen en voldoende parkeervoorzieningen. De aanleg van de gewenste nieuwe paardenbak met verlichting is mogelijk, mits gelegen binnen het bouwvlak. De nieuwe paardenbak ligt echter voor een deel buiten het bouwvlak en dat is niet toegestaan. In artikel 3, lid 3.6.4 van het bestemmingsplan 'Buitengebied Horst aan de Maas' is een afwijkingsbevoegdheid opgenomen om paardenbakken buiten het bouwvlak te realiseren mits aan de in dat artikel genoemde voorwaarden wordt voldaan. Er wordt echter niet voldaan aan de voorwaarden voor het realiseren van een paardenbak buiten het bouwvlak. Vanwege de ligging binnen de dubbelbestemming 'Waarde -Zone zilvergroene natuurzone' mag daar geen paardenbak worden gerealiseerd en per (bedrijfs)woning is maximaal 1 paardenbak toegestaan en er is al 1 paardenbak aanwezig. Ook is 1 van de 3 aan te leggen paddocks gedeeltelijk buiten het bouwvlak gelegen. Om de paardenbak en de betreffende paddock toch te kunnen realiseren dient een uitgebreide procedure om af te wijken van het bestemmingsplan of een bestemmingsplanprocedure te worden doorlopen.

Derhalve is ook deze ontwikkeling opgenomen als een van de ontwikkelingen waarvoor voorliggend bestemmingsplan is opgesteld. De trailerparkeerplaatsen en de parkeervoorzieningen worden gerealiseerd op eigen grond en zijn in overeenstemming met het vigerende bestemmingsplan.

Om reden dat niet alle gewenste ontwikkelingen op grond van de vigerende bestemmingsplannen kunnen

16

bestemmingsplanHiepterweg 1 Broekhuizen

worden verleend, is dus voorliggend bestemmingplan opgesteld. Met voorliggend bestemmingsplan worden de gewenste ontwikkelingen vastgelegd en kunnen deze rechtstreeks op basis van dit nieuwe bestemmingsplan worden toegestaan, indien nodig met een omgevingsvergunning voor de activiteit 'bouwen'.

3.4.2 Structuurvisie Horst aan de Maas / Ontwerp omgevingsvisie Horst aan de Maas Een structuurvisie bevat de hoofdlijnen van de voorgenomen ontwikkeling van een gebied, evenals de hoofdlijnen van het door de gemeente te voeren beleid. De gemeente Horst een de Maas heeft haar regie op de uitvoering van het ruimtelijke beleid vormgegeven in de Structuurvisie Horst aan de Maas, vastgesteld op 9 april 2013. Op 9 juli 2015 is een evaluatie van de structuurvisie vastgesteld. De structuurvisie biedt voor de gemeente het kader om uitspraken te doen over de wenselijkheid van ruimtelijke ontwikkelingen die niet passen in het bestemmingsplan. Het grondgebied van de gemeente is om die reden binnen de structuurvisie ingedeeld in diverse gebieden. Het perceel Hiepterweg 1 in Broekhuizen ligt in het gebied '04a Bos- en natuurgebieden'. In dit gebied geldt een meedenkende grondhouding voor gebiedseigen recreatie en toerisme in de vorm van verblijfsrecreatie. Onderhavig planvoornemen past binnen deze visie. Onlangs is de 'Ontwerp omgevingsvisie Horst aan de Maas' (21-10-2021) gepubliceerd. Deze omgevingsvisie komt voort uit de verplichting van de Omgevingswet voor alle gemeenten om een gemeente dekkende omgevingsvisie op te stellen. De Omgevingswet wordt naar verwachting in 2022 vastgesteld.

In de Omgevingswet wordt het bereiken en in stand houden van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en goede omgevingskwaliteit als belangrijk maatschappelijk doel omschreven. Deze nieuwe wet bundelt 26 huidige wetten en brengt een ander instrumentarium met zich mee. Eén van deze instrumenten is de omgevingsvisie. De omgevingsvisie Horst aan de Maas is een langetermijnvisie op de leefomgeving binnen de gemeente en zal de structuurvisie vervangen. In de visie staat beschreven welke ambities en opgaven de gemeente en de samenleving hebben voor de langere termijn, tot 2040. De visie geeft onder andere antwoord op vragen over hoe ruimte wordt geboden aan ontwikkelingen waar behoefte aan is, hoe de omgeving aantrekkelijk wordt gehouden voor de huidige bewoners, bedrijven, maar ook voor toerisme. Hoe mogelijk de gezondheid en veiligheid voor de bewoners verbeterd kan worden, maar ook over hoe om te gaan met onder ander de ontwikkelingen rondom het opwekken van duurzame energie, de waterveiligheid, de veranderingen in de agrarische sector, behoud en versterking van de toeristische sector en de bedrijvigheid, welke ook van invloed zijn op de leefomgeving. De omgevingsvisie is gebaseerd op het bestaand beleid en formuleert dus geen nieuw beleid. Bij het opstellen van de omgevingsvisie is ook de samenleving betrokken (participatie).

De omgevingsvisie maakt duidelijk welke richting wordt ingeslagen en hoe initiatieven vanuit de samenleving daaraan kunnen bijdragen. Zoals hierboven als is vermeld komen in de omgevingsvisie de hooflijnen van het beleid voor de fysieke leefomgeving aan bod. Het grootste verschil met de structuurvisie is, dat in de omgevingsvisie niet alleen ruimtelijke thema's terugkomen, maar ook sociaal-maatschappelijk onderwerpen aangesneden worden. De omgevingsvisie is hiermee een breder georiënteerd product, waarbij ook andere beleidsvelden betrokken worden. In de omgevingsvisie wordt de vrijetijdseconomie ook als een belangrijke sector gezien. Van nieuwe initiatieven worden kwaliteit en een onderscheidend vermogen verwacht. Ze moeten wat nieuws en unieks toevoegen. Daarbij zijn een verantwoorde spreiding van deze initiatieven over de gemeente en het seizoen ook van belang. Met betrekking tot nieuwe ontwikkelingen blijft het behouden van de kwaliteiten van het landschap (natuurlijk systeem) voorop staan. Voor wat betreft onderhavige planontwikkelingen en de omgevingsvisie kan ook nu gesteld worden dat deze past binnen de omgevingsvisie. Er is sprake van kwaliteit en een onderscheidend vermogen, zie hiervoor ook

bestemmingsplanHiepterweg 1 Broekhuizen

17

onderstaande paragraaf 3.4.3. Omdat de planontwikkeling binnen een bestaande locatie en binnen bestaande gebouwen plaatsvindt, vinden er geen ingrepen plaats die de kwaliteit van het aanwezige landschap aantasten. 3.4.3 Visie (verblijfs)recreatie en Horeca Horst aan de Maas Deze visie is op 8 februari 2011 door de gemeenteraad vastgesteld en bevat een toetsingskader voor vestiging van nieuwe als ook voor uitbreidingen van (dag)recreatieve initiatieven. De gemeente Horst aan de Maas wil zich met deze visie richten op een divers en kwalitatief hoogwaardig aanbod op het gebied van toerisme, recreatie en horeca. Belangrijke uitgangspunten daarbij zijn het verantwoord (door)ontwikkelen van bestaande recreatie- en horecabedrijven en nieuwe initiatieven moeten onderscheidend en vernieuwend zijn. In de visie (verblijfs)recreatie en horeca Horst aan de Maas wordt gesteld dat 'onderscheidend' gedefinieerd kan worden als gemiddeld hoog wordt gescoord op: 1. 2. 3.

4. 5. 6. 7.

Het bieden van meer kwaliteit t.o.v. het bestaande gemeentelijke aanbod, zodat dit leidt tot het inzetten van een ander segment in de markt; Verbreding van het product, met andere vormen van verblijfsrecreatie of dagrecreatie; Seizoensverlenging en het aantrekken van nieuwe doelgroepen door meer 'winterharde' accommodaties, zoals gastenkamers (B&B), vakantieappartementen, groepsaccommodaties, etc. De nadruk ligt daarbij op inpandige voorzieningen; Inbedding van een bijzonder thema in het product, marketing en activiteiten; Inzetten op specifieke, voor Horst aan de Maas bij voorkeur nieuwe doelgroepen; Landschappelijk onderscheid, bijvoorbeeld met een landgoed- of landschapscamping; Verknoping van activiteiten samen met andere bedrijven, waaronder dagrecreatie.

Het onderscheidend vermogen van de verblijfsrecreatie in onderhavig planvoornemen bestaat onder meer uit het jaarrond gecombineerd aanbieden van overnachtingsmogelijkheden voor mens en dier. Zowel de paardenstallen als de paddocks zijn dusdanig gesitueerd dat ze vanuit de appartementen zichtbaar zijn, wat als erg belangrijk wordt ervaren door de gasten. De gasten kunnen gebruik maken van een ruime paardenbak voor het eventueel voortzetten van hun training tijdens het verblijf, of als voorbereiding (warming-up) voor een buitenrit. Het bedrijf is gelegen aan de bestaande ruiter- en menroute (knooppunt 34) en is bij uitstek geschikt om te fungeren als uitvalsbasis voor een verkenning te paard van het vrij toegankelijke onlangs gerealiseerde Maaspark Ooien-Wanssum of het Schuitwater Bos en Heide. Verder is ook getoetst aan het ontwikkelkader verblijfsrecreatie van de regio Noord Limburg. Het ontwikkelkader is een praktisch hulpmiddel dat door ondernemers kan worden gebruikt om initiatieven snel en kwalitatief goed te realiseren. Het ontwikkelkader laat zien op welke gebieden en op welke manier de initiatiefnemer zijn plannen dient te onderbouwen, en welke aspecten van belang zijn om toegevoegde waarde te bieden aan het verblijfsrecreatief aanbod in Noord-Limburg.

Het ontwikkelkader toont ook welke plan-elementen automatisch tot een negatieve beoordeling leiden als hieraan niet wordt voldaan. De uitdraai van de ingevulde tool behorende bij het ontwikkelkader is als Bijlage 2 toegevoegd aan dit plan. Het initiatief wordt 'Positief' beoordeeld. Ten behoeve van de toetsing van het planvoornemen aan de door de gemeenteraad vastgestelde 'Visie (verblijfs)recreatie en horeca Horst aan de Maas' is een bedrijfsplan ingediend. Dit bedrijfsplan is voor wat betreft de 5 recreatiewoningen (mantelzorgwoning zal op termijn ook recreatiewoning worden) en de 6 kampeerplekken, ter beoordeling en voor advies voorgelegd aan de regionale werkgroep 'Vrijetijdseconomie'. De werkgroep ziet onderhavig planvoornemen als een toevoeging aan het toeristische product in Horst aan de Maas en passend bij de ambitie om meer kwaliteit toe te voegen en een nieuwe doelgroep te bereiken. De ambities op gebied van paardensport in de regio en de gemeente sluit aan bij dit planvoornemen. De werkgroep staat daarom positief tegenover deze ontwikkeling.

18

bestemmingsplanHiepterweg 1 Broekhuizen

3.4.4 Conclusie gemeentelijk beleid Gelet op vorenstaande uiteenzetting van het vigerende gemeentelijke beleid, bestaan er geen belemmeringen voor de beoogde planontwikkelingen binnen het plangebied.

bestemmingsplanHiepterweg 1 Broekhuizen

19

20

bestemmingsplanHiepterweg 1 Broekhuizen

Hoofdstuk 4 4.1

Planbeschrijving

Uitgangspunten en doelstellingen van het plan

Initiatiefnemer heeft op de locatie Hiepterweg 1 te Broekhuizen een melkveebedrijf en overweegt nu de melkveetak te beëindigen en zich te gaan richten op opfok van jongvee en de paardenhouderij. De agrarische activiteiten zullen bestaan uit het opfokken van circa 120 stuks jongvee en het aanbieden van stalruimte voor 14 pensionpaarden en het exploiteren van een akkerbouwbedrijf met een oppervlakte van circa 60 ha cultuurgrond. Daarnaast wil initiatiefnemer zich richten op het aanbieden van logeer- en kampeergelegenheden voor ruiters en paardenliefhebbers met hun eigen paarden. De eerste focus ligt op recreanten, die enkele dagen met hun paarden in de omgeving willen rondtrekken, maar het kunnen ook deelnemers zijn aan (inter-) nationale concoursen in de omgeving. Hiervoor zullen 5 recreatiewoningen en nog 6 inpandige paardenboxen worden gerealiseerd. Voor dezelfde doelgroep zullen ook 6 kampeerplekken voor campers en de benodigde sanitaire voorzieningen worden gerealiseerd. Verder wenst cliënt een van de recreatiewoningen te gebruiken als mantelzorgwoning voor zijn schoonvader, welke dus weer gebruikt zal worden als recreatiewoningen zodra de mantelzorgwoning niet meer nodig is. Op het buitenterrein zal verder worden voorzien in verblijfsruimte (boomgaard/weiland, 3 paddocks, een paardenbak en voldoende parkeergelegenheid, ook voor paardentrailers.

De bestaande situatie wordt in onderstaande afbeelding weergegeven.

Afbeelding 4. Bestaande bedrijfssituatie Hiepterweg 1 Broekhuizen. Ten behoeve van het planvoornemen wordt het huidige bedrijfsgebouw (vast aan de bedrijfswoning) nagenoeg geheel gesloopt (zie afbeelding 5) en deels ingericht als privétuin en deels als parkeerplaats/tevens stalling van trailers.

bestemmingsplanHiepterweg 1 Broekhuizen

21

De stal tussen de ligboxenstal/sleufsilo en het mestbassin wordt eveneens gesloopt (zie afbeelding 5), zodat een vrije doorgang ontstaat naar de nieuwe paardenbak en paddocks. Ook de huidige voederopslagen bestaande uit 4 kuilplaten en een sleufsilo zullen worden verwijderd, wat eveneens geldt voor de mestsilo (zie afbeelding 5). Deze vrijkomende ruimte zal worden ingericht als een boomgaard c.q. weide, met kampeerplekken, parkeerplaatsen en deels een paardenbak. Deze paardenbak loopt in zuidelijke en westelijk richting door in het daar huidig aanwezige weiland. Het huidige weiland tussen de huidige kuilplaten en de Rabattenweg wordt ingericht met 3 paddocks, zie afbeelding 6. Het ruwvoer ten behoeve van het jongvee (balen) zal gesitueerd worden tussen de huidige jongveestal en de bestaande bomenrij aan de zuidzijde en hierdoor volledig aan het oog onttrokken worden. De bestaande machinestalling met jongveestal achter de ligboxenstal, alsook de aangrenzende paardenstal voor 4 paarden, blijven in de nieuwe situatie gehandhaafd.

Afbeelding 5. Weergave te slopen bebouwing (wit gemarkeerd) binnen de bedrijfslocatie Hiepterweg 1 Broekhuizen.

22

bestemmingsplanHiepterweg 1 Broekhuizen

Afbeelding 6. Weergave nieuwe bedrijfssituatie Hiepterweg 1 Broekhuizen met landschappelijke inpassing.

De huidige ligboxenstal zal voor de helft worden ingericht voor het opfokken van jongvee (zie 11b in afbeelding 6). Een klein gedeelte van het jongvee blijft overigens gehuisvest in de bestaande jongveestal (zie 10 in afbeelding 6). in totaal zullen er 120 plaatsen beschikbaar zijn voor de opfok van jongvee. De andere helft van de ligboxenstal zal deels worden ingericht met 16 ruime paardenboxen, waarmee de totale stalingscapaciteit voor paarden op 20 paardenboxen komt. In dit gedeelte van de ligboxenstal zullen eveneens de 5 recreatiewoningen worden gerealiseerd. Het huidige melk- en tanklokaal aan de voorzijde van de ligboxenstal zal worden ingericht als opslagruimte/berging, sanitaire ruimte voor de recreanten, winkeltje en fietsenstaling. In onderstaande afbeeldingen wordt de nieuwe gewenste situatie weergegeven.

bestemmingsplanHiepterweg 1 Broekhuizen

23

Afbeelding 7. Plattegrond nieuwe situatie, nvio 0.

24

bestemmingsplanHiepterweg 1 Broekhuizen

Afbeelding 8. Plattegrond nieuw situatie, nivo 1.

bestemmingsplanHiepterweg 1 Broekhuizen

25

Afbeelding 9. Doorsnede nieuwe situatie

De ligboxenstal dateert van 2009 en verkeert in uitstekende staat van onderhoud. Zoals hierboven al is vermeld zal het gebouw voor de helft worden ingericht voor het opfokken van het jongvee en de andere helft zal worden ingericht voor paarden, de recreatiewoningen, de mantelzorgwoning en overige voorzieningen t.b.v. de recreanten. De recreatiewoningen krijgen een robuuste uitstraling en staan in direct contact, c.q. hebben zicht op de bijbehorende paardenboxen, de weide/boomgaard, de paddocks en de nieuwe paardenbak. De appartementen worden zodanig ingedeeld dat deze ook als groepsaccommodatie kunnen worden verhuurd. Een van de appartementen zal toegankelijk worden gemaakt voor minder validen. In onderstaande afbeeldingen worden enkele impressies van de aanzichten weergegeven.

Afbeelding 10. Aanzicht voorgevel nieuwe situatie.

Afbeelding 11. Aanzicht achtergevel nieuwe situatie.

26

bestemmingsplanHiepterweg 1 Broekhuizen

Afbeelding 12. Aanzicht rechtergevel nieuwe situatie.

Afbeelding 13. Aanzicht linkergevel nieuwe situatie. Het geheel wordt verder landschappelijk ingepast. De landschappelijke inpassing, zie ook paragraaf 4.3, bestaat enerzijds uit de bestaande omzoming van het perceel met de bestaande bomenrij en nieuwe aanplant zoals weergeven in bovenstaande afbeelding 6 en Bijlage 1.

4.2

Stedenbouwkundige / ruimtelijke aspecten

De huidige bebouwing binnen het plangebied is in stedenbouwkundige zin op een plek en geclusterd gesitueerd. Dit sluit aan bij de kenmerken van oudere bebouwde erven binnen het landschappelijke gebied waarin het plangebied gelegen is. Momenteel wordt het ruimtelijk kader gevormd door de direct omliggende landbouwgronden, de woning Hiepterweg 2, het bosgebied aan de noord en noordwestzijde, de Broekhuizermolenbeek ten zuiden van de locatie, de bomenrijen langs de Hiepterweg, de Rabattenweg, de Roamweg en de beplanting en bebouwing op de erven te oosten (gehucht Genenberg) en ten zuiden (gehucht Stokt) van het plangebied. Het plangebied zelf wordt omzoomd door een bomenrij waartussen, aan de zijde van de Hiepterweg, een haag aanwezig is. De planontwikkeling vindt plaats binnen de huidige omzoomde locatie en binnen de bestaande bebouwing. Twee stallen, een mestsilo en de sleufsilo met de kuilplaten worden t.b.v. de planontwikkeling gesloopt/verwijderd. De recreatiewoningen en de mantelzorgwoning worden aan de buitenzijde voorzien van een terras met overkapping. Gelet op ligging hiervan, tegen de bestaande bebouwing, heeft dit geen nadelige effect op de omgeving, In de nieuwe situatie vindt de ontsluiting plaats via de huidige toegangen aan de Hiepterweg. Er hoeven geen nieuwe toegangen te worden gerealiseerd.

Door de locatie verder landschappelijk in te passen, zal de invloed van onderhavig planvoornemen geen

bestemmingsplanHiepterweg 1 Broekhuizen

27

negatieve ruimtelijke, stedenbouwkundige en landschappelijke effecten veroorzaken op de omgeving,

4.3

Landschappelijke inpassing

Bij elke bestemmingswijziging en afwijking van het bestemmingsplan wordt een landschappelijk inpassingsplan verplicht gesteld. Ten behoeve van onderhavig planvoornemen is een landschappelijk inpassingsplan opgesteld, zie Bijlage 1. De uitvoering van het landschappelijk inpassingplan is verplicht en is derhalve als voorwaardelijke bepaling opgenomen in de planregels. Tevens is dit als zodanig ook vastgelegd in een privaatrechtelijke overeenkomst met de gemeente. In onderstaande afbeelding worden de landschappelijke inpassingsmaatregelen weergegeven. Voor de beplantingslijst en onderhoud en beheer, zie verder Bijlage 1. De bestaande bomenrijen, in afebeelding 14 aangeduid als J1 en J2, blijven ook in de nieuwe situatie behouden.

Figuur 14. Landschappelijk inpassingsplan.

28

bestemmingsplanHiepterweg 1 Broekhuizen

Hoofdstuk 5 5.1

Sectorale aspecten

Inleiding

Bij de realisering van een planontwikkeling moet in de eerste plaats rekening worden gehouden met de aspecten uit de omgeving die een negatieve invloed kunnen hebben op het plangebied. Dit geldt omgekeerd ook voor de uitwerking die de ontwikkeling heeft op zijn omgeving. Voor het plangebied zijn in dit hoofdstuk de milieuaspecten en overige aspecten beschreven. De woning (Hiepterweg 2) aan de overzijde van de planlocatie is een bedrijfswoning die onderdeel uitmaakt van de inrichting. Het bouwvlak van de woning is gekoppeld aan het bouwvlak van de planlocatie Hierpterweg 1. Deze bedrijfswoning hoeft daarom niet meegenomen te worden in de beoordeling van de milieuaspecten.

5.2

Milieuaspecten

5.2.1 Bodem- en grondwaterkwaliteit Indien sprake is van een planologische functiewijziging, dient te worden bezien of de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem ter plaatse geschikt is voor het voorgenomen gebruik. In dat kader is door Aelmans Eco B.V. ter plaatse een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd. Dit onderzoek is als Bijlage 7 opgenomen bij deze toelichting. Uit de resultaten van het onderzoek wordt het volgende geconcludeerd: Grond Uit de analyseresultaten van de grondmengmonsters blijkt, dat geen van de onderzochte parameters de achtergrondwaarden (AW2000) overschrijden. Vorenstaande impliceert, dat op basis van voornoemde bevindingen de boven- en ondergrond als klasse AW2000 grond kan worden gekwalificeerd. Grondwater In het grondwater zijn overschrijdingen met barium, xylenen en naftaleen aangetroffen. Voor de alhier aangetroffen overschrijdingen zijn geen directe bronnen of oorzaken aan te wijzen. Voornoemde “lichte” overschrijdingen worden veelvuldig aangetroffen in het ondiepe grondwater..Naar aanleiding van vorenstaande, vormen de alhier aangetroffen overschrijdingen dan ook geen directe belemmeringen voor de beoogde (wijzigings- en bouw) plannen. Asbest Tijdens het verrichten van het bodemonderzoek, zijn zintuiglijk geen asbestverdachte materialen aangetoond.

Analytisch blijkt, dat de bovengrond van de inspectiegaten geplaatst in de voormalige drupzone met asbest is verontreinigd. Voornoemde overschrijding is te wijten aan het feit, dat het oude dakbeschot asbesthoudende golfplaten betrof. Deze zijn in 2009 vervangen door een nieuw dak. Naar aanleiding van voornoemde verontreiniging, zou formeel een nader onderzoek moeten worden uitgevoerd teneinde de omvang in beeld te brengen. Gezien de bron van de verontreiniging, is dit echter niet doelmatig en zinvol. Daar er sprake is van asbest verontreinigde grond dient wel een BUS-melding opgesteld te worden teneinde voornoemd bodemlaag te saneren. Indien het terrein in de nieuwe situatie wordt verhard met beton, kan dit ook een manier van saneren zijn (aanbrengen duurzame afdeklaag). Men dient dan wel rekening te houden,

bestemmingsplanHiepterweg 1 Broekhuizen

29

dat ook hier een BUS-melding voor dient te worden opgesteld ook al is er geen grondverzet noodzakelijk. Toetsing hypotheses Grond en grondwater De hypothese “onverdacht” wordt op basis van de onderzoeksresultaten verworpen. Echter de lichte verontreinigingen in het grondwater, vormen geen belemmeringen voor de toekomstige nieuwbouw. Asbest De hypothese “verdacht” met betrekking tot asbest wordt bevestigd. Vanwege deze besmetting, dient een BUS-melding opgesteld te worden alvorens verdere activiteiten alhier mogen plaatsvinden. Voordat men deze melding gaat opstellen, dient men goed inzichtelijk te hebben wat de beoogde bouwpeilen worden en voor welke saneringsvariant er gekozen kan worden. Veiligheidsklasse Op basis van de onderzoeksresultaten geldt voor werken in en met verontreinigde bodem voor deze locatie de veiligheidsklasse “zwart niet vluchtig”, vanwege de alhier aangetroffen verontreiniging met asbest. Conclusie Wat betrefdt het aspect asbest wordt er voor gekozen om het terrein af te dekken met een betonplaat. Hierdoor en op basis van bovengenoemde resultaten kan geconcludeerd worden dat de vastgestelde milieuhygiënische bodemkwaliteit geen belemmering vormt voor onderhavig planvoornemen. 5.2.2 Geluid Met betrekking tot het aspect geluid (van externe komaf) kan sprake zijn van geluidbelasting als gevolg van wegverkeerslawaai, industrielawaai en spoorweglawaai.

Binnen het plangebied worden echter geen nieuwe geluidgevoelige objecten opgericht. Zowel de recreatiewoningen als het buitenterrein zijn geen geluidgevoelige objecten. Een akoestisch onderzoek is derhalve niet noodzakelijk. De afstand van het plangebied tot geluidgevoelige objecten in de omgeving is dermate groot dat het planvoornemen ook niet wordt belemmerd door het aspect geluid. Dit laatste is verder uitgewerkt in paragraaf 5.2.5. Conclusie Het aspect geluid vormt derhalve geen belemmering voor onderhavig planvoornemen. 5.2.3 Luchtkwaliteit Wet Luchtkwaliteit Sinds 15 november 2007 zijn de belangrijkste bepalingen inzake de luchtkwaliteit opgenomen in hoofdstuk 5, titel 5.2 van de Wet milieubeheer (hierna ook: Wmb). Omdat de luchtkwaliteitseisen op zijn genomen in titel 5.2 van de Wmb, staat deze ook wel bekend als de 'Wet luchtkwaliteit'. Het doel van titel 5.2 Wm is om de mensen te beschermen tegen de negatieve gevolgen van luchtverontreiniging op hun gezondheid. In de wet- en regelgeving zijn de richtlijnen uit de Europese regelgeving opgenomen, waaraan voorgenomen ontwikkelingen dienen te voldoen. Als aan minimaal één van de volgende voorwaarden wordt voldaan, vormen de luchtkwaliteitseisen in beginsel geen belemmering voor het uitoefenen van de bevoegdheid van een bestuursorgaan ex.

artikel 5.16 Wm: er is geen sprake van een feitelijke of dreigende overschrijding van de grenswaarde; een project leidt al dan niet per saldo, niet tot een verslechtering van de luchtkwaliteit;

30

bestemmingsplanHiepterweg 1 Broekhuizen

een project draagt 'niet in betekenende mate' (NIBM) bij aan de verslechtering van de luchtkwaliteit; een project past binnen het NSL (Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit) of een regionaal programma van maatregelen. 'Niet in betekenende mate' NIBM Deze Algemene maatregel van Bestuur (AmvB) legt vast wanneer een project 'niet in betekenende mate' bijdraagt aan de toename van concentraties van bepaalde stoffen in de lucht. Een project is NIBM wanneer het aannemelijk is dat het een toename van de concentratie veroorzaakt van maximaal 3%. De 3% grens wordt gedefinieerd als 3% van de grenswaarde voor de jaargemiddelde concentratie van fijn stof (PM1 0) of stikstofdioxide (NO2 ). Dit komt overeen met 1,2 microgram/m3 voor zowel PM1 0 als NO2 . Het NSL is vanaf augustus 2009 van kracht, zodat de 3% grens aangehouden dient te worden. De beoogde ontwikkeling zal niet leiden tot een toename van het vrachtverkeer en voertuigbewegingen binnen de locatie. Door het wegvallen van het melkvee vervallen namelijk geheel of gedeeltelijk de volgende tansporten ten behoeve van: het wekelijks ophalen van de melk door een vrachtwagen; afvoer van drijfmest (wordt aanzienlijk minder op jaarbasis); inkuilen van voer; leveren van krachtvoer; leveren specifieke bedrijfsbenodigdheden/materialen voor melkvee zoals melkapparatuur, reinigingsmiddelen, melkbenodigdheden e.d.

Door het wegvallen van het melkvee vervalt ook het dagelijks voeren van het melkvee met behulp van landbouwvoertuigen. T.a.v. de akkerbouwtak zal er niets wijzigen t.a.v. het gebruik en inzet van landbouwvoertuigen. De opfok van het jongvee, de pensionstalling, de recreatiewoningen zullen naar verwachting wel leiden tot een toename van het aantal voertuigbewegingen van en naar het plangebied. In totaal worden worse case de volgende extra voertuigbewegingen verwacht: transport voor vee en/of voer: 2 voertuigbewegingen per dag door een vrachtwagen; transport t.b.v. leveren goederen: 2 voertuigbewegingen per dag door een vrachtwagen; klanten pensionstalling: (14 x 4 =) 56 voertuigbewegingen met personen auto met of zonder trailer; kampeerplekken: (6 x gem. 3 =) 18 voertuigbewegingen per dag; klanten recreatiewoningen: (5 x 3) = 15 voertuigbewegingen per dag; Personeel: 4 voertuigbewegingen per dag. De voertuigbwegingen voor de pesnionstalling, kampeerplekken en recreatiewoningen zijn bepaald aan de hand van de CROW kencijfers - verkeersgeneratie 'Buitengebied' en 'Niet stedelijk'. De overige voertuigbewegingen zijn conform opgave initiatiefnemer. In totaal komen bovenstaande voertuigbewegingen uit op 97 extra voertuigbewegingen per dag, waarvan ca. 4% vrachtverkeer.

Deze extra verkeersgeneratie is ingevoerd in de hiervoor door het ministerie van Infrastructuur en Milieu en Kenniscentrum Infomil beschikbaar gestelde NIBM-Tool. Hieruit blijkt dat nader onderzoek naar de invloed van onderhavig planvoornemen op de luchtkwaliteit niet noodzakelijk is.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12105629/1