CConstaterende datHorst aan de Maas
Koppel je AI →
Document · PDF

04c Toelichting

Gemeenteraad 7 maart 2023, gemeente Horst aan de MaasBij agendapunt: Voorstel tot het ongewijzigd vaststellen van het bestemmingsplan Schiksedijk ongenummerd te America.20.197 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Ontwerp Bestemmingsplan ‘Schiksedijk ong. America’ NL.IMRO.1507.AMSCHIKSEDIJKONG.BPO1

Document:

Bestemmingsplan “Schiksedijk ong. America”

IDN:

NL.IMRO.1507.AMSCHIKSEDIJKONG-BPO1

Status:

Ontwerp

Datum:

15 september 2022

Auteur:

Ing. P.W.M. van de Ligt

Schoolstraat 7 5961 EE HORST +31 77 – 208 6099 contact@bureauleefomgeving.nl www.bureauleefomgeving.nl

INHOUDSOPGAVE

1.

INLEIDING .............................................................................................................................................................3 1.1 Aanleiding en doel van het bestemmingsplan ..........................................................................................3 1.2 Ligging en begrenzing van het plangebied ...............................................................................................4 1.3 Vigerend bestemmingsplan ........................................................................................................................5 1.4 Leeswijzer .....................................................................................................................................................6

2.

BESCHRIJVING VAN HET PLANGEBIED ......................................................................................................7 2.1 Algemeen ......................................................................................................................................................7 2.2 Ruimtelijke structuur.....................................................................................................................................7 2.3 Functionele structuur ...................................................................................................................................9 2.4 Historische ontwikkeling en cultuurhistorie................................................................................................9

3.

BELEID................................................................................................................................................................ 11 3.1 Inleiding ...................................................................................................................................................... 11 3.2 Rijksbeleid .................................................................................................................................................. 11 3.3 Provinciaal beleid ...................................................................................................................................... 13 3.4 Gemeentelijk beleid .................................................................................................................................. 19

4.

PLANBESCHRIJVING...................................................................................................................................... 24 4.1 Uitgangspunten en doelstellingen van het plan ..................................................................................... 25 4.2 Stedenbouwkundige/ ruimtelijke aspecten............................................................................................. 26 4.3 Landschappelijke inpassing ..................................................................................................................... 26

5.

SECTORALE ASPECTEN ............................................................................................................................... 28 5.1 Inleiding ...................................................................................................................................................... 28 5.2 Milieuaspecten........................................................................................................................................... 28 5.3 Waterparagraaf ......................................................................................................................................... 40 5.4 Kabels en leidingen................................................................................................................................... 42 5.5 Natuur ......................................................................................................................................................... 43 5.6 Archeologie en cultuurhistorie.................................................................................................................. 44 5.7 Verkeer en parkeren .................................................................................................................................

46 5.8 Volksgezondheid ....................................................................................................................................... 46

6.

UITVOERBAARHEID ....................................................................................................................................... 48 6.1 Economische uitvoerbaarheid ................................................................................................................. 48 6.2 Handhaving................................................................................................................................................ 48

Ontwerp

1

6.3 Maatschappelijke uitvoerbaarheid........................................................................................................... 50 6.4 Procedure................................................................................................................................................... 50 7.

JURIDISCHE TOELICHTING .......................................................................................................................... 51 7.1 Planstukken ............................................................................................................................................... 51 7.2 Toelichting op de verbeelding .................................................................................................................. 51 7.3 Toelichting op de planregels .................................................................................................................... 52

BIJLAGEN Bijlage 1: AERIUS-berekening Separate bijlagen ▪ Landschapsplan (Ron Janssen Erf- en Landschapsverfraaiing) ▪ Verkennend bodemonderzoek (HMB Groep) ▪ Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai (HMB Groep) ▪ Flora & fauna inspectie (Faunaconsult)

Ontwerp

2

1. INLEIDING 1.1 Aanleiding en doel van het bestemmingsplan Bij de gemeente Horst aan de Maas is een verzoek ingediend voor het oprichten van drie nieuwe woningen op het perceel kadastraal bekend als gemeente Horst, sectie L, nummer 489. Dit perceel ligt aan de Schiksedijk in America, tussen de woningen met huisnummers 13b en 15 in. Door de aanwezigheid van enkele woningen aan deze zijde van de Schiksedijk is sprake van een klein bebouwingslint als uitloper van de bebouwde kom van America. Met het oprichten van de drie beoogde nieuwe woningen wordt het bebouwingslint verdicht en afgerond.

Afbeelding 1. Ligging locatie Vossenheuvel ongenummerd in America (rood omcirkeld)

Op basis van het bestemmingsplan “Buitengebied Horst aan de Maas” is de beoogde oprichting van drie woningen op desbetreffend perceel niet toegestaan. Voor het perceel geldt namelijk een agrarische bestemming. Conform deze bestemming is het niet toegestaan de gronden te benutten ten behoeve van woondoeleinden. Tevens is het er niet toegestaan enige vorm van bebouwing op te richten. Desondanks biedt het gemeentelijke beleid mogelijkheden tot het realiseren van nieuwe woningen in het buitengebied. Aangezien het perceel aan de Schiksedijk onderdeel uitmaakt van het aldaar aanwezige bebouwingslint leent het perceel zich uit stedenbouwkundig oogpunt ideaal voor woningbouw. Onder voorwaarden heeft de gemeente daarom in principe medewerking kunnen verlenen aan de oprichting van drie woningen op deze locatie. Om de nieuwe woningen in een passend juridisch-planologisch kader vast te leggen is voorliggend bestemmingsplan, in het kader van de Wet ruimtelijke ordening (Wro), opgesteld. Door middel van dit

Ontwerp

3

bestemmingsplan wordt aan het perceel een woonbestemming toegekend met drie bouwrechten, waardoor de bouw- en gebruiksmogelijkheden voor drie nieuwe woningen wordt gecreëerd.

1.2 Ligging en begrenzing van het plangebied De nieuwe woningen zijn beoogd aan de westelijke zijde van de Schiksedijk, ter afronding van het daar aanwezige bebouwingslint, welke louter bestaat uit woningen. De Schiksdijk voert vanuit de bebouwde kom van America naar het (agrarische) buitengebied. Op de plek waar de Schiksedijk de Kabroeksche Beek met begeleidende houtwal kruist ligt de feitelijke grens tussen de bebouwde kom en het buitengebied. Direct aan de overzijde van de Kabroeksche Beek liggen echter enkele woningen aan de westelijke zijde van de Schiksedijk. Deze woningen vormen daardoor een uitloper van de bebouwde kom. Aan de oostelijke zijde van de Schiksedijk bevindt zich een agrarisch bedrijf; een boomkwekerij- en glastuinbouwbedrijf. Het perceel waarop de drie woningen beoogd zijn ligt tussen de woningen Schiksedijk 13b en 15 in. Het perceel waarop de woningen beoogd zijn staat kadastraal bekend als gemeente Horst, sectie L, nummer 489. Elke woning is beoogd op een kavel van 750 m2. De drie kavels samen worden in onderhavig bestemmingsplan aangeduid als “het plangebied”.

Afbeelding 2. Luchtfoto – beoogde locatie voor de nieuwe woningen rood aangeduid, zwarte stippellijn is grens bebouwde kom

Het plangebied grenst in zuidelijke en noordelijke richting aan de bestaande woningen van het bebouwingslint van de Schiksedijk. In oostelijke richting grenst het plangebied aan de Schiksedijk met aan de overzijde het

Ontwerp

4

agrarisch bedrijf. In westelijke richting grenst het plangebied aan landbouwpercelen met daarachter de bebouwde kom van America, welke ruimtelijk wordt gescheiden van het buitengebied door een houtwal. Het plangebied is thans onverhard en is in gebruik als landbouwperceel.

1.3 Vigerend bestemmingsplan Het betreffende perceel maakt onderdeel uit van het bestemmingsplan “Buitengebied Horst aan de Maas” (vastgesteld d.d. 19 december 2017). Een herziening en update van de planregels uit dat bestemmingsplan heeft plaatsgevonden in het bestemmingsplan “Buitengebied Horst aan de Maas, herziening 2020” (vastgesteld d.d. 8 september 2020). Het plangebied is volledig bestemd als ‘Agrarisch met waarden’ en daarbij tevens voorzien van de dubbelbestemmingen ‘Waarde – Zone bronsgroene landschapszone’ en ‘Waarde – Archeologie 3’ of ‘Waarde – Archeologie 6’. Voor het perceel gelden ook de gebiedsaanduidingen ‘overige zone – kampen’ of ‘overige zone – velden’. Deze dubbelbestemmingen en gebiedsaanduidingen worden wederom overgenomen in dit bestemmingsplan.

Afbeelding 3. Uitsnede vigerend bestemmingsplan – beoogde locatie voor de nieuwe woningen aangeduid

De voor ‘Agrarisch met waarden’ aangewezen gronden zijn bestemd voor agrarisch bedrijfsmatig en hobbymatig grondgebruik. Bebouwing ten behoeve van een agrarisch bedrijf kan uitsluitend worden opgericht binnen een bouwvlak, welke ter plaatse niet aanwezig is.

Ontwerp

5

Het is niet mogelijk op het perceel, op basis van het vigerende bestemmingsplan, bebouwing op te richten, laat staan nieuwe woningen. In dat kader wordt door middel van dit bestemmingsplan de agrarische bestemming gewijzigd in de bestemming ‘Wonen’, waarbij elke nieuwe kavel wordt voorzien van een eigen bestemmingsvlak. Het wordt daarmee mogelijk om per bestemmingsvlak één nieuwe woning op te richten.

1.4 Leeswijzer Deze toelichting is als volgt opgebouwd: in hoofdstuk 2 wordt een beschrijving gegeven van de ruimtelijke en functionele structuur van het plangebied. In hoofdstuk 3 wordt het beleidskader beschreven. Het initiatief voor de oprichten van de drie woningen wordt beschreven in hoofdstuk 4. In hoofdstuk 5 wordt het initiatief getoetst aan de diverse sectorale aspecten. Tenslotte komen in de hoofdstukken 6 en 7 de uitvoerbaarheid, de planstukken en het vooroverleg aan de orde.

Ontwerp

6

2. BESCHRIJVING VAN HET PLANGEBIED 2.1 Algemeen In dit hoofdstuk is een beschrijving van het plangebied gegeven. Hierbij komen de aanwezige ruimtelijke en functionele structuur van het plangebied en de omgeving aan bod. Ten slotte komt de historische ontwikkeling van het plangebied aan bod. Het plangebied is direct ten noorden van de kern van America gelegen, in het bebouwingslint van de Schiksedijk. Aan weerszijden van het plangebied bevinden zich woningen. America maakt onderdeel uit van de gemeente Horst aan de Maas, gelegen in het noorden van Limburg. America is met bijna 2.100 inwoners een van de grotere kerkdorpen van de gemeente Horst aan de Maas.

Afbeelding 4. Luchtfoto huidige situatie van het plangebied

De Schiksedijk ligt grofweg parallel aan de Kabroeksche Beek, een beek die door America naar Meterik en Horst stroomt (en daar vervolgens uitmondt op de Groote Molenbeek). De Schiksedijk en haar verlengde; de Eickhorsterweg, verzorgt dan ook een wegverbinding tussen America naar Meterik. De Schiksedijk voert dwars door het karakteristieke open buitengebied wat tussen America en Meterik ligt. Alleen net buiten de bebouwde kom van America is sprake van de aanwezigheid van bebouwing, bestaande uit woningen en agrarische bedrijven. Los van een solitair gelegen agrarisch bedrijf ligt er verder geen bebouwing aan de Schiksedijk of Eickhorsterweg. Het open gebied waar de Schiksedijk doorheen voert wordt aan de noordelijke zijde begrensd door de bosrand van de Schadijkse Bossen en aan de zuidelijke zijde door het bebouwingslint van de Hofweg, gelegen aan de overzijde van de Kabroeksche Beek. Het plangebied is gelegen in het deel van de Schiksedijk waar wel bebouwing is gelegen, het ligt dus net buiten de bebouwde kom van America. Het plangebied betreft thans een landbouwperceel, aan weerszijden gelegen tussen woningen.

2.2 Ruimtelijke structuur Het landschap waar het plangebied deel van uit maakt en waar de Schiksedijk doorheen voert is te typeren als een ontginningslandschap. Kenmerkend zijn de lange rechte wegen, regelmatige blokverkaveling,

Ontwerp

7

wegbeplanting aan de Schiksedijk, Eickhorsterweg, Slikweg en Essenweg en andere bomenrijen. De Kabroeksche Beek is daarbij de belangrijkste structuurdrager van het landschap. Haaks op de laag in het landschap gelegen beek stonden van oorsprong allerlei houtwallen. Nog maar enkele van deze houtwallen zijn thans nog aanwezig. De agrarische percelen tussen deze houtwallen zijn door het verwijderen van de houtwallen steeds grootschaliger geworden waardoor een relatief open gebied is ontstaan. Karakteristiek is het ontbreken van bebouwing in dit open gebied. Het open gebied wordt ruimtelijk begrensd door de bosrand van de Schadijkse Bossen in het noorden en het bebouwingslint welke de Hofweg begeleid in het zuiden. Tussen de Schiksedijk / Eickhorsterweg en de Hofweg stroomt de Kabroeksche Beek. Vanaf de Schiksedijk / Eickhorsterweg is de beek, ondanks de openheid, nauwelijks zichtbaar in het landschap.

Afbeelding 3. Schiksedijk richting het buitengebied

Afbeelding 4. Schiksedijk ter hoogte van plangebied

De Schiksedijk begint in de bebouwde kom van America. Voordat de Schiksedijk uiteindelijk de Kabroeksche Beek kruist is sprake van dorpse bebouwing. Pas na de kruising met de Kabroeksche Beek is sprake van het buitengebied. De Kabroeksche Beek vormt hier, samen met een begeleidende houtwal, de fysieke grens van de bebouwde kom van America. Achter de beek en houtwal liggen, als uitloper van de bebouwde kom, nog enkele woningen en agrarische bedrijven.

Afbeelding 5. Woningen ten zuiden van plangebied

Ontwerp

Afbeelding 6. Woningen ten noorden van plangebied

8

2.3 Functionele structuur Gelegen in het buitengebied van America is voornamelijk sprake van een agrarische functie rond het plangebied. Echter grenst het plangebied aan weerszijden aan bestaande woningen. In de directe nabijheid van het plangebied bevinden zich dus zowel woningen als agrarische bedrijven. Onbebouwde gronden tussen de woningen en agrarische bedrijven zijn in gebruik als landbouwperceel. In beperkte mate is ook sprake van een natuurfunctie tussen de landbouwpercelen. In de directe omgeving van het plangebied ligt een brede houtwal die een fysieke afscherming vormt van de bebouwde kom. Verder weg van het plangebied bevindt zich in noordelijke richting het grootschalige bos- en natuurgebied de Schadijkse Bossen. Deze bossen gelden, samen met de Slikweg en Schiksedijk, als een belangrijk (recreatief) uitloopgebied voor de Americanen.

2.4 Historische ontwikkeling en cultuurhistorie America maakt onderdeel uit van het eens zo uitgestrekte Peelgebied in Noord-Limburg. In de vorige eeuw is begonnen met de grootschalige ontginning van de heide- en veengronden van Peel, dit ten behoeve van de winning van turf. Vanuit Horst is de Peel in westelijke richting ontgonnen. Via een wirwar van karrensporen werd de turf de Peel uit vervoerd. In de 19e eeuw werd dwars door de Peel de spoorlijn Eindhoven – Venlo aangelegd. Op een kruispunt van de karrensporen en de spoorlijn is in de late 19e eeuw het dorp America ontstaan. Het al ontgonnen gebied tussen Horst en America was toen al in agrarisch gebruik genomen. Aan de belangrijkste wegen tussen Horst (en het latere Meterik) en America vestigden zich kleine boeren aan de Meterikse Baan en de Oude en Nieuwe Peeldijk. Tussen de Oude Peeldijk (de latere Hofweg) en de Meterikse Baan stroomde toen al de Kabroeksche Beek. Deze lage en dus natte gronden waren niet goed geschikt voor het vestigen van agrarische bedrijven of akkerbouw. Hier was vooral sprake van weilanden, alwaar het vee graasde van de boeren die vooral aan de Meterikse Baan gevestigd waren. Tussen de diverse weilandjes werden houtwallen aangelegd als erfafscheidingen. In de loop der tijd zijn veel van deze houtwallen verdwenen, maar het onbebouwde karakter is altijd behouden gebleven.

Nog steeds worden de gronden rondom de Kabroeksche Beek vooral gebruikt voor de grasteelt. In het gebied lagen dan ook diverse melkveebedrijven.

Afbeelding 7. Historische kaart omstreeks 1945

Afbeelding 8. Historische kaart omstreeks 1995

Later is met name nabij de bebouwde kom van America ook de boomteelt van belang geworden voor het gebied.

Ontwerp

9

Nabij de bebouwde kom van America waren (en zijn nog steeds) enkele agrarische bedrijven gevestigd. Tussen deze agrarische bedrijven zijn daarna enkele burgerwoningen gerealiseerd, welke nog steeds allemaal aanwezig zijn aan de westelijke zijde van de Schiksedijk. De bebouwde kom van America is vanaf de jaren ’80 van de vorige eeuw richting het plangebied gegroeid. Heden ten dage vormt de Kabroeksche Beek de fysieke grens tussen bebouwde kom en het buitengebied.

Ontwerp

10

3. BELEID 3.1 Inleiding In dit hoofdstuk worden de op het plangebied van toepassing zijnde beleidskaders behandeld. Gemeenten zijn immers niet geheel vrij in het voeren van hun eigen beleid. Rijk en provincie geven met het door hen gevoerde beleid de kaders aan waarbinnen gemeenten kunnen opereren. In de volgende paragraaf wordt ingegaan op het van toepassing zijnde Rijksbeleid. In de daaropvolgende paragraaf komt het provinciaal beleid aan bod. In paragraaf 3.4 volgt ten slotte het van toepassing zijnde beleid van de gemeente Horst aan de Maas.

3.2 Rijksbeleid 3.2.1

Nationale Omgevingsvisie

Nederland staat voor grote uitdagingen die van invloed zijn op onze fysieke leefomgeving. Complexe opgaven zoals verstedelijking, verduurzaming en klimaatadaptatie zijn nauw met elkaar verweven. Dat vraagt een nieuwe, integrale manier van werken waarmee keuzes voor onze leefomgeving sneller en beter gemaakt kunnen worden. De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) zorgt voor een gezamenlijke aanpak die leidt tot een duurzaam perspectief voor onze leefomgeving. Dit is nodig om onze doelen te halen en is een zaak van overheid en samenleving. Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie in beeld. Op nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven. Dit komt samen in vier prioriteiten. 1. Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie Nederland moet zich aanpassen aan de gevolgen van klimaatverandering. In 2050 is Nederland klimaatbestendig en waterrobuust. Dit vraagt om maatregelen in de leefomgeving, waarmee tegelijkertijd de leefomgevingskwaliteit verbeterd kan worden en kansen voor natuur geboden kunnen worden. In 2050 heeft Nederland daarnaast een duurzame energievoorziening. Dit vraagt echter om ruimte. Door deze ruimte zoveel mogelijk te clusteren, wordt versnippering van het landschap voorkomen en wordt de ruimte zo efficiënt mogelijk benut.

Het Rijk zet zich in door het maken van ruimtelijke reserveringen voor het hoofdenergiesysteem op nationale schaal. 2. Duurzaam economisch groeipotentieel Nederland werkt toe naar een duurzame, circulaire, kennisintensieve en internationaal concurrerende economie in 2050. Daarmee kan ons land zijn positie handhaven in de top vijf van meest concurrerende landen ter wereld. Er wordt ingezet op een innovatief en sterk vestigingsklimaat met een goede quality of life. Belangrijk is wel dat onze economie toekomstbestendig wordt, oftewel concurrerend, duurzaam en circulair. 3. Sterke en gezonde steden en regio's Er zijn vooral in steden en stedelijke regio's nieuwe locaties nodig voor wonen en werken. Het liefst binnen de bestaande stadsgrenzen, zodat de open ruimten tussen stedelijke regio's behouden blijven. Dit vraagt optimale afstemming op en investeringen in mobiliteit. Dit betekent dat voorafgaand aan de keuze van nieuwe verstedelijkingslocaties helder moet zijn welke randvoorwaarden de leefomgevingskwaliteit en veiligheid daar stelt en welke extra maatregelen nodig zijn wanneer er voor deze locaties wordt gekozen. Zo blijft de gezondheid in steden en regio's geborgd. 4. Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied Er ontstaat een nieuw perspectief voor de Nederlandse landbouwsector als koploper in de duurzame kringlooplandbouw.

Een goed verdienpotentieel voor de bedrijven wordt gecombineerd met een minimaal effect op de omgevingskwaliteit van lucht, bodem en water. In alle gevallen zetten we in op ontwikkeling

Ontwerp

11

van de karakteristieke eigenschappen van het Nederlandse landschap. Dit vertegenwoordigt een belangrijke cultuurhistorische waarde. Verrommeling en versnippering, bijvoorbeeld door wildgroei van distributiecentra, is ongewenst en wordt tegengegaan. De druk op de fysieke leefomgeving in Nederland is zo groot, dat belangen soms botsen. Het streven is combinaties te maken en win-win situaties te creëren, maar dit is niet altijd mogelijk. Soms zijn er scherpe keuzes nodig en moeten belangen worden afgewogen. Hiertoe gebruikt de NOVI drie afwegingsprincipes: 1. Combinatie van functies gaan voor enkelvoudige functies. In het verleden is scheiding van functies vaak te rigide gehanteerd. Met de NOVI wordt gezocht naar maximale combinatiemogelijkheden tussen functies, gericht op een efficiënt en zorgvuldig gebruik van onze ruimte; 2. Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal. Het verschilt tussen gebieden wat de optimale balans is tussen bescherming en ontwikkeling en tussen concurrentiekracht en leefbaarheid. Sommige opgaven en belangen wegen in het ene gebied zwaarder dan in het andere; 3. Afwentelen wordt voorkomen. Het is van belang dat de leefomgeving zoveel mogelijk voorziet in mogelijkheden en behoeften van de huidige generatie inwoners, zonder dat dit ten komst gaat van die van toekomstige generaties.

Op basis van de vier verschillende prioriteiten en de drie afwegingsprincipes zijn 21 nationale belangen geformuleerd, waarmee het Rijk aangeeft waarvoor het verantwoordelijk is en waarop het resultaten wil boeken. Relevante nationale belangen voor onderhavig initiatief zijn als volgt: ▪ Bevorderen van een duurzame ontwikkeling van Nederland als geheel en van alle onderdelen van de fysieke leefomgeving; ▪ Realiseren van een goede leefomgevingskwaliteit; ▪ Waarborgen en bevorderen van een gezonde en veilige fysieke leefomgeving; ▪ Zorgdragen voor een woningvoorraad die aansluit op de woonbehoeften. Alhoewel de NOVI zich niet specifiek uit laat over dergelijke kleinschalige initiatieven betreft het een initiatief waarbij wordt ingespeeld op enkele nationale belangen en waarbij er geen sprake is van enige belemmering met betrekking tot de prioriteiten zoals verwoord in de NOVI. 3.2.2

Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro)

Op 30 december 2011 is het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) in werking getreden. Op 1 oktober 2012 zijn enkele wijzigingen daarvan in werking getreden. Voor de nationale belangen die kaderstellend zijn voor besluiten van gemeenten zijn in het Barro regels opgenomen die direct het bestemmingsplan en daarmee gelijk te stellen besluiten betreffen. Zij strekken ertoe dat de nationale ruimtelijke afweging, die door het kabinet in samenspraak met de Tweede en Eerste Kamer der Staten-Generaal is gemaakt, bij besluitvorming over bestemmingsplannen wordt gerespecteerd. Onderwerpen waarvoor het Rijk ruimte vraagt zijn de mainportontwikkeling van Rotterdam, bescherming van de waterveiligheid in het kustfundament en in en rond de grote rivieren, bescherming en behoud van de Waddenzee en enkele werelderfgoederen, zoals de Beemster, de Nieuwe Hollandse Waterlinie en de Stelling van Amsterdam en de uitoefening van defensietaken. In oktober 2012 is het besluit aangevuld met de ruimtevraag voor de onderwerpen veiligheid op Rijksvaarwegen, toekomstige uitbreiding van infrastructuur, de elektriciteitsvoorziening, het Nationaal Natuurnetwerk, de veiligheid van primaire waterkeringen, reserveringsgebieden voor hoogwater langs de Maas en maximering van de verstedelijkingsruimte in het IJsselmeer.

Ontwerp

12

Met het initiatief worden geen van de andere belangen geschaad. In het plangebied is verder geen sprake van een gebiedsreservering voor de lange termijn. Kortom, het initiatief is in overeenstemming met de beleidsregels zoals deze zijn opgenomen in het Barro. 3.2.3

Ladder voor duurzame verstedelijking

Om zorgvuldig ruimtegebruik te bevorderen is per 1 oktober 2012 de Ladder voor duurzame verstedelijking in het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.6 Bro) opgenomen. De ladder ziet op een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke en infrastructurele besluiten. Sinds invoering van de ladder is er veel jurisprudentie ontstaan en is er veel over geschreven. De ladder werd als te ingewikkeld ervaren en zorgde voor veel onderzoekskosten. Per 1 juli 2017 is de regeling daarom gewijzigd. De drie treden uit de oorspronkelijke tekst worden losgelaten en vervangen door de volgende tekst: “De toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien”. De ladder is uitsluitend van toepassing als een ‘stedelijke ontwikkeling’ wordt gerealiseerd.

Het begrip “stedelijke ontwikkeling” is daarbij als volgt gedefinieerd: “ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen.” Zoals de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State eerder heeft overwogen (uitspraak van 18 december 2013, zaak nr. 201302867/1/R4), is het begrip woningbouwlocatie in de omschrijving van het begrip stedelijke ontwikkeling in artikel 1.1.1, eerste lid, aanhef en onder i, van het Bro niet nader gedefinieerd in het Bro. Voorts ontbreekt in de nota van toelichting bij deze bepaling (Stb. 2012, 388) een toelichting op de definitiebepaling van het begrip stedelijke ontwikkeling. De Afdeling is in een eerdere zaak van oordeel geweest dat een aantal van 11 toe te voegen woningen een ontwikkeling is die niet voorziet in een woningbouwlocatie of een andere stedelijke ontwikkeling als bedoeld in artikel 1.1.1, eerste lid, aanhef en onder i, van het Bro. Artikel 3.1.6, tweede lid, van het Bro is dan ook niet van toepassing (ABRvS 16 september 2015, ECLI: NL:RVS:2015:2921, r.o. 4.3). Gelet hierop kan zeker geconcludeerd worden dat het toevoegen van slechts drie woningen evenmin een stedelijke ontwikkeling betreft als bedoeld in artikel 1.1.1, eerste lid Bro. Er hoeft in dit geval dan ook niet aan de ladder getoetst te worden.

3.3 Provinciaal beleid 3.3.1

Omgevingsvisie Limburg

Met de komst en invoering van de Omgevingswet dient elke provincie haar eigen provinciale omgevingsvisie op te stellen. In de periode 7 september 2020 tot en met 18 oktober 2020 heeft de provincie Limburg een ontwerp provinciale omgevingsvisie ter inzage gelegd: ‘de Provinciale Omgevingsvisie Limburg.’ Op 1 oktober 2021 hebben Provinciale Staten de Provinciale Omgevingsvisie, met bijbehorend m.e.r vastgesteld. De Provinciale

Ontwerp

13

Omgevingsvisie Limburg is per 25 oktober 2021 in werking getreden. De Provinciale Omgevingsvisie Limburg vervangt het voormalige POL2014. De omgevingsvisie is een lange termijnvisie, met als doelstelling invulling geven over hoe de provincie Limburg in de periode 2030-2050 op een integrale en toekomstbestendige manier kan door ontwikkelen. De omgevingsvisie is dynamisch en flexibel, aangezien dit mogelijkheden biedt om het document te actualiseren met het oog op toekomstige veranderingen. In de omgevingsvisie zijn een aantal hoofdopgaven te onderscheiden, namelijk: ▪ Het creëren van een aantrekkelijke, sociale, gezonde en veilige omgeving, zowel in het landelijk als in het bebouwde gebied; ▪ Een toekomstbestendige, innovatieve en duurzame economie (inclusief landbouwtransitie); ▪ Klimaatadaptatie en energietransitie. Deze opgaven, die Limburg-breed spelen, dienen met inachtneming van de specifieke eigenschappen die Limburg bezit op een integrale en toekomstbestendige manier te worden geïmplementeerd. Participatie tussen de overheid, de markt en de inwoners van Limburg is hierbij een belangrijk uitgangspunt.

De Omgevingsvisie Limburg bestaat uit twee delen: ▪ Een thematisch deel waarin gedetailleerd wordt ingegaan op de provinciale ambities en opgaven voor de diverse thema’s; ▪ Een gebiedsgericht deel waarin de thema’s op hoofdlijnen verbonden worden op regionale schaal voor de drie regio’s Noord-, Midden en Zuid-Limburg. De omgevingsvisie houdt vast aan een dynamisch en flexibel woonbeleid, de woonbehoeften van de Limburger zijn daarbij leidend. Verder liggen hierin ook mogelijkheden bij te dragen aan klimaat-, energie-, en duurzaamheidsdoelstellingen. Vanuit de wetgeving is de rol van de provincie op dit terrein beperkt. Daarom opereert de provincie, met betrekking tot dit thema, vanuit een agenderende, stimulerende, meesturende en verbindende rol. De omgevingsvisie is hierbij een op hoofdlijnen richtinggevend kader. Aangezien de toekomst onderhevig zal zijn aan veranderingen, en elke specifieke regio voor een andere aanpak vraagt zijn meer gerichte uitwerkingen in provinciale, regionale en/of gemeentelijke programma’s, agenda’s en instrumenten noodzakelijk. Op het gebied van wonen wordt er specifiek gekeken naar welke behoeften er zijn. De grootste opgave op korte- en middellange termijn zit in het toekomstgeschikt maken van de verouderde en niet courante bestaande woningvoorraad.

Uitgangspunten zijn dat deze woningen in eerste instantie levensloopbestendig dienen te worden gemaakt, en daarna ook verduurzaamd. Getalsmatig zijn er voldoende woningen, kwalitatief gezien zijn dit echter niet overal de juiste woningen en de juiste plannen. Met name in de middenhuur en sociale huur is er een steeds diverser wordende groep mensen aangewezen op nieuwe woon(zorg)concepten. Verder is er ook speciale aandacht voor de betaalbaarheid van woningen, aangezien kansen voor sommige doelgroepen afnemen door de stijgende prijzen. Een belangrijk instrument om de kwaliteit van het bebouwde gebied op orde te maken is de ladder voor duurzame verstedelijking. Hierdoor wordt de ruimte in bebouwd gebied optimaal benut. Uitgangspunt hierbij is dat leegstaand vastgoed wordt hergebruikt en herbestemd. Wonen is in principe alleen toegestaan in daarvoor bestemde woongebieden, hierop kunnen – tijdelijke – uitzonderingen worden gemaakt in de vorm van een flexibele schil. Woonkwaliteit is niet alleen afhankelijk van de woning zelf. Omstandigheden die hier ook op van toepassing zijn, zijn bijvoorbeeld sociaaleconomische omstandigheden, gezondheid, leefbaarheid, het voorzieningenniveau, de bereikbaarheid en een veilige omgeving.

De aandacht ligt bij het ontwikkelen van gemengde wijken, die bij kunnen dragen aan een sterk sociaal weefsel en verkleinen op die manier kloven in de samenleving. Ook belangrijk zijn natuur- en klimatologische eigenschappen van een woongebied. Groen, schone lucht, het tegengaan van hittestress en voorzieningen om wateroverlast (zowel

Ontwerp

14

overstromingen als droogte) tegen te gaan dragen daarmee bij aan de omgevingskwaliteit. opgericht waardoor deze woningen uitermate geschikt zijn voor senioren. Onderhavig initiatief voorziet in het realiseren van drie nieuwe woningen binnen een bebouwingslint, welke net buiten de bebouwde kom ligt. De provincie stuurt niet direct op het realiseren van vrijstaande woningen in het buitengebied, daar blijkt minder behoefte aan. Behoefte blijkt in dit geval uit het feit dat initiatiefnemer al twee woningen besproken heeft (voor hemzelf en zijn zoon). De verwachting is dit ook de laatste woning gretig aftrek zal vinden vanwege de oververhitte woningmarkt. Toekomstige bewoners voor twee van de drie woningen zijn dus reeds bekend, waardoor geen sprake is van “bouwen voor leegstand”. Met het initiatief is dus geen sprake van een invulling van een specifieke woonbehoefte, maar gezien de locatie zijn drie woningen wel passend. De woningen worden dusdanig energiezuinig en klimaatneutraal opgericht zoals de wet voorschrijft. Mede gelet op de regionale en gemeentelijke beleidskader past het onderhavige initiatief in de omgevingsvisie. 3.3.2

Omgevingsverordening Limburg 2021

In de Omgevingsverordening Limburg 2021 staan regels op het gebied van milieu, wegen, water, grond, landbouw, natuur, wonen en ruimte. Op dit moment geldt nog de Omgevingsverordening Limburg 2014. Met de komst van de Omgevingswet (verwachte inwerkingtreding: 1 januari 2023) is een nieuwe verordening nodig die de huidige gaat vervangen. Tot het moment dat de Omgevingswet en de nieuwe Omgevingsverordening Limburg 2021 in werking treden, blijft de huidige verordening gelden. Hierna is het initiatief getoetst aan de huidige verordening. Het initiatief voor de drie woningen is echter wel alvast getoetst aan de nieuwe omgevingsverordening. Alle regels die betrekking hebben op het omgevingsbeleid zijn ondergebracht in één verordening, die grofweg twee typen regels bevat: ▪ Instructieregels gericht tot gemeenten of het waterschap; ▪ Regels voor activiteiten die rechtstreeks voor eenieder gelden of voor specifieke doelgroepen. De volgende regels uit de Omgevingsverordening 2021 zijn in dit geval van toepassing: ▪ Groenblauwe mantel; ▪ Beekdal; Groenblauwe mantel Een van de wijzigingen in de Omgevingsverordening 2021 ten opzichte van de Omgevingsverordening 2014 betreft het samenvoegen van de zilvergroene en bronsgroene landschapszone tot de groenblauwe mantel. De regels voor beide typen gebieden komen sterk overeen, net als het feitelijke gebruik.

Het plangebied is aangeduid als ‘groenblauwe mantel’. Het Maasdal, de beekdalen en steilere hellingen vormen samen de groenblauwe mantel binnen de landelijke gebieden. Dergelijke stad-landzones vormen samen een soort mantel tussen en bij het Natuurnetwerk Limburg. Het zijn gebieden waar we goede combinatiemogelijkheden zien voor duurzame vormen van (kringloop) land- en tuinbouw en andere economische functies, vooral door hergebruik van reeds aanwezige monumentale en beeldbepalende gebouwen. Binnen dit gebiedstype ligt de focus op het versterken van het klimaatadaptieve karakter, de biodiversiteit en kernkwaliteiten van het landschap. Bij ruimtelijke ontwikkelingen binnen de groenblauwe mantel geldt een motiveringsplicht om aan te geven hoe met de bescherming en versterking van de kernkwaliteit in de betreffende gebieden wordt omgegaan. De kernkwaliteiten in de groenblauwe mantel zijn het groene karakter, het visueel-ruimtelijk karakter, het cultuurhistorisch erfgoed, het reliëf en de ruimte voor water en waterberging in de laagten en beekdalen. Deze zijn aangeduid in het Landschapskader Noord- en Midden-Limburg. Zie voor de toets aan het landschapskader paragraaf 3.3.5. Ontwerp

15

3.3.3

Omgevingsverordening Limburg 2014

De Omgevingsverordening Limburg is op 1 januari 2011 in werking getreden maar is in 2014 gewijzigd vanwege de vaststelling van het toenmalige POL2014, waarin was bepaald dat er een nieuw hoofdstuk Ruimte aan de Omgevingsverordening zou worden toegevoegd. Dat hoofdstuk Ruimte is gericht op de doorwerking van het ruimtelijke beleid van het POL2014 naar gemeentelijke ruimtelijke plannen. Behalve de toevoeging van het hoofdstuk Ruimte zijn in de Omgevingsverordening Limburg 2014 ook de verordeningen Veehouderijen en Natura 2000 (van oktober 2013) en Wonen Zuid-Limburg (van juli 2013) opgenomen. Hiermee zijn alle verordeningen die betrekking hebben op het omgevingsbeleid ondergebracht in één document. Het hoofdstuk Ruimte heeft twee kenmerkende verschillen met de andere onderdelen van de verordening. In de eerste plaats bevat het hoofdstuk geen gedragsvoorschriften die gelden voor iedereen, maar uitsluitend instructiebepalingen die zijn gericht tot gemeentebesturen. Elders in de Omgevingsverordening wordt zeer incidenteel gebruik gemaakt van deze methodiek, maar het hoofdstuk Ruimte kent geen andere bepalingen dan opdrachten aan gemeentebesturen, die door de besturen in acht moeten worden genomen bij het vaststellen van bestemmingsplannen en bepaalde omgevingsvergunningen.

Het tweede verschil met de overige onderdelen van de Omgevingsverordening is dat de Wro slechts zeer beperkte mogelijkheden biedt om ontheffing te verlenen van een bepaling uit het hoofdstuk Ruimte. Artikel 2.4.2 van de Omgevingsverordening Limburg heeft betrekking op 'wonen' en kent de volgende bepalingen: 1. Een ruimtelijk plan voor een gebied gelegen in de regio Noord-Limburg voorziet niet in de toevoeging van woningen aan de bestaande voorraad woningen alsmede aan de bestaande planvoorraad woningen anders dan op de wijze zoals beschreven in de door de gemeenteraden vastgestelde Regionale Structuurvisie Wonen Noord-Limburg. 2. Een ruimtelijk plan voor een gebied gelegen in de regio Midden-Limburg voorziet niet in de toevoeging van woningen aan de bestaande voorraad woningen alsmede aan de bestaande planvoorraad woningen anders dan op de wijze zoals beschreven in de door de gemeenteraden vastgestelde Structuurvisie Wonen, Zorg en Woonomgeving Midden-Limburg. 3. Een ruimtelijk plan voor een gebied gelegen in de regio Zuid-Limburg voorziet niet in de toevoeging van woningen aan de bestaande voorraad woningen alsmede aan de bestaande planvoorraad woningen. 4. Het derde lid is niet van toepassing indien: a. er sprake is van een door de gemeenteraad vastgestelde Structuurvisie Wonen Zuid-Limburg; en b.

het ruimtelijk plan voldoet aan het bepaalde in de vastgestelde Structuurvisie Wonen Zuid-Limburg. 5. De toelichting bij het ruimtelijke plan voor een gebied gelegen in de regio Noord-Limburg respectievelijk de regio Midden-Limburg respectievelijk de regio Zuid-Limburg, dat betrekking heeft op het toevoegen van woningen aan de bestaande voorraad woningen alsmede aan de bestaande planvoorraad woningen, bevat een verantwoording van de wijze waarop invulling is gegeven aan het bepaalde in het eerste lid respectievelijk het tweede lid respectievelijk het vierde lid. 6. De toelichting bij het ruimtelijk plan bevat tevens een verantwoording van de bijdrage die met de vaststelling van dat ruimtelijk plan wordt geleverd aan de regionale opgave gericht op het terugdringen van de planvoorraad van nog onbenutte bouwmogelijkheden voor woningen Het betreft hier een zodanig kleinschalige ontwikkeling dat deze niet valt onder de definitie 'nieuwe stedelijke ontwikkeling' zoals bedoeld in artikel 2.2.1 van de Omgevingsverordening Limburg 2014 en artikel 1.1.1 onder i, jo. artikel 3.1.6 lid 2 van het Bro. Hierdoor is de toepassing van de Ladder voor duurzame verstedelijking in het kader van dit plan niet aan de orde. Verwezen wordt naar de motivatie zoals opgenomen in paragraaf 3.2.2. In dit kader zijn de leden 1, 5 en 6 van toepassing.

Het initiatief voorziet in de realisatie van drie woningen op een passende locatie net buiten de bebouwde kom van America. Voor twee van de drie woningen zijn de Ontwerp

16

toekomstige bewoners al bekend, daarmee staat de behoefte aan die woningen vast. De verwachting is dit ook de laatste woning gretig aftrek zal vinden vanwege de oververhitte woningmarkt en de mogelijkheid om op deze prachtige locatie, net buiten America, in het rustige buitengebied, een woning naar eigen wens te bouwen. De drie woningen sluiten derhalve aan bij de behoefte van de plattelandskern America. Zoals in paragraaf 3.3.4 van onderhavige toelichting is vermeld, is de Regionale Structuurvisie Wonen NoordLimburg inmiddels vervangen door de Regionale Woonvisie Noord-Limburg 2020-2024. Geconcludeerd wordt dat het initiatief voldoet aan de uitgangspunten voor deze woonvisie. Voor het plangebied kent de verordening geen verdere beperkingen. Het initiatief is dan ook niet strijdig met de Omgevingsverordening Limburg 2014. 3.3.4

Regionale Woonvisie Noord-Limburg 2020-2024

De gemeente Horst aan de Maas heeft samen met de gemeenten in Noord-Limburg (Beesel, Bergen, Gennep, Horst aan de Maas, Mook en Middelaar, Venlo, Venray en Peel en Maas en de provincie Limburg) afspraken gemaakt over de regionale woningmarkt. In 2016 resulteerde dit in de ‘Regionale Structuurvisie wonen NoordLimburg’. Ondertussen is op 8 september 2020 de geactualiseerde ‘Regionale Woonvisie Noord-Limburg 2020 – 2024’ vastgesteld. Op grond van artikel 2.1, lid 3 Wet ruimtelijke ordening (Wro) heeft de ‘Regionale Woonvisie Noord-Limburg 2020 – 2024’ de status van een intergemeentelijke structuurvisie. Hierdoor heeft het document een juridische status en een zelfbindend karakter. Voor de gemeente Horst aan de Maas gold in het kader van de ‘Regionale Structuurvisie wonen NoordLimburg’ een reductieopgave van 0 woningbouwplannen in de periode 2016-2020. Uit de recent vastgestelde regionale woonvisie blijkt dat de gemeente Horst aan de Maas de gestelde opgave heeft overtroffen. Een van de centrale opgave in de Regionale Woonvisie is de kwalitatieve mismatch tussen de (toekomstige) woningbehoefte en de bestaande woningvoorraad. Hierover staat aangegeven dat bij nieuwbouw bij voorkeur ingezet dient te worden op de realisatie van toekomstbestendige en flexibele woonsegmenten.

Hierbij dienen de huishoudprognose van E’til (Progneff) als referentieprognose ten aanzien van het aantal nog toe te voegen nieuwbouwwoningen. Echter, de kwalitatieve toets is leidend. Progneff wordt daardoor als basis gehanteerd, maar er is (indien kwalitatief wenselijk) ruimte om ‘goede dingen’ te blijven realiseren. Daarvoor gelden de volgende regionale uitgangspunten: ▪ Toevoegen van woningen in principe alleen in de kernen; ▪ Gekeken dient te worden naar koppelkansen; ▪ Toevoegen van woningen leidt niet tot het vergroten van de kwetsbare woningoverschot; ▪ Het type toe te voegen woning moet passen binnen de kwalitatieve behoefte; ▪ De regio streeft sociale en duurzame woonconcepten na; ▪ Er wordt gezocht naar aansluiting op de landelijk, regionale en lokale duurzaamheidsdoelen. Aanvullend is daarnaast in de Regionale Woonvisie tevens opgenomen dat: ▪ Naast nieuwbouw dient er ook gekeken te worden naar de potentie van de bestaande voorraad en hoe deze zich verhoudt tot de veranderende (kwalitatieve) behoefte. ▪ Ook dient er aandacht te zijn voor de huisvesting van specifieke doelgroepen, zoals starters en ouderen. Ten aanzien van deze doelgroepen wordt vooral ingezet op het realiseren van geschikte woningen voor ouderen, daar op deze manier de doorstroming wordt bevorderd. Zo ontstaat er tevens ruimte voor de starter op de woningmarkt.

▪ Vraag en aanbod dienen in de regio beter met elkaar in evenwicht te zijn. De oplossing hiervoor ligt grotendeels binnen de bestaande woningvoorraad. ▪ Leefbaarheid in kleine kernen staat onder druk. Toevoegen van woningen (in kleine mate) kan helpen om de leefbaarheid te verbeteren, maar vooral om de doorstroming te bevorderen. Ontwerp

17

Met het beoogde initiatief is sprake van een particulier initiatief, waarbij drie nieuwe woningen worden opgericht en waar initiatiefnemer en zijn zoon elk een woning van zullen realiseren. De verwachting is dat ook de laatste woning gretig aftrek zal vinden vanwege de oververhitte woningmarkt en de mogelijkheid om op deze prachtige locatie, net buiten America, in het rustige buitengebied, een woning naar eigen wens te bouwen. De drie woningen worden net buiten de bebouwde kom van America opgericht, in een bestaand bebouwingslint. De woningen voorzien in een plaatselijke behoefte. Ten slotte worden de woningen zo veel als mogelijk duurzaam, energiezuinig (of zelfs energieneutraal), klimaatgeadapteerd en levensloopbestendig uitgevoerd. 3.3.5

Landschapskader Noord- en Midden-Limburg

Volgens de kaart ‘Zonering Limburg’ uit het POL2014 ligt het plangebied binnen het ‘landelijk gebied – bronsgroene landschapszone’. Deze zone betreft de beekdalen en gebieden met steilere hellingen met een grote variatie aan functies, in hoge mate bepalend voor het beeld van het Limburgs landschap en omvat ook het winterbed van de Maas. Het accent ligt op: ▪ Kwaliteit en functioneren regionaal watersysteem ▪ Ontwikkeling landbouw in balans met omgeving ▪ Versterken kernkwaliteiten landschap en cultuurhistorie ▪ Recreatief medegebruik

Afbeelding 9. Uitsnede kaart Landschapskader Noord- en Midden-Limburg

Ontwerp

18

Bij een ruimtelijke ontwikkeling binnen de bronsgroene landschapszone dienen de in het plangebied voorkomende kernkwaliteiten beschreven te worden, alsmede een motivering hoe met de bescherming en versterking van de kernkwaliteiten in het betreffende gebied wordt omgegaan. De kernkwaliteiten in de Bronsgroene landschapszone zijn het groene karakter, het visueel-ruimtelijke karakter, het cultuurhistorisch erfgoed en het reliëf. Deze zijn aangeduid in het Landschapskader Noord- en Midden-Limburg. Blijkens de bij het Landschapskader behorende kaart ligt het plangebied in een beekdal. Binnen de beekdalen bestaat een grote differentiatie van allerlei typen beken. Alle beekdalen zijn echter ecologische verbindingszones. De belangrijkste kwaliteiten in dit landschapstype worden gevormd door de lagere ligging en de nattere gronden. De beekdalen zijn belangrijke structuurdragers van het landschap, met name op de zandgronden. Als gevolg van latere egaliseringen, ontwateringen en ontginningen zijn de beekdalen in veel gevallen nog nauwelijks herkenbaar, zo ook in dit geval. Een typisch beekdal wordt gekenmerkt door een halfopen kleinschalig landschap met afwisselend hooilanden, weilanden, bosjes en kleine landschapselementen. In het beekdal bevindt zich meestal weinig tot geen bebouwing.

Hiervan is in dit geval geen sprake, het plangebied wordt juist aan alle zijden omringd door bebouwing, er is zelfs sprake van een bebouwingslint. Verder aan de Schiksedijk is de karakteristieke kleinschaligheid al helemaal verloren gegaan; hier is juist sprake van een open en grootschalig landschap. De karakteristieke kleinschaligheid rond het plangebied is enigszins bewaard gebleven door de houtwal rond de bebouwde kom van America en de erfbeplanting rond de aanwezige bebouwing. Richting het westen is geen sprake van kleinschaligheid, maar juist weer van een relatief open agrarisch gebied. Bebouwing moet beperkt worden tot de aan het beekdal grenzende hogere gronden. Hier zal nieuwe bebouwing worden opgenomen in bestaande bebouwingsstructuren (de bestaande linten en bebouwingsconcentraties). Bebouwing in het beekdal zelf is niet wenselijk en moet zo mogelijk worden verwijderd. De beoogde nieuwbouw binnen het projectgebied vindt plaats tussen de omringende bebouwing, op het hogere deel van het beekdal. Het verdichten van het bebouwingslint tast de landschapskarakteristiek voor het beekdal niet aan. Met een ontwikkeling in de bronsgroene landschapszone moet het landschap er in ieder geval op vooruit gaan. Met de aanwezige landschappelijke kwaliteiten is rekening gehouden bij de inrichting en inpassing van het plangebied (zie paragraaf 4.3).

Daarnaast vindt verdichting en afronding van een bestaand bebouwingslint plaats.

3.4 Gemeentelijk beleid 3.4.1

Structuurvisie Horst aan de Maas

In het kader van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) zijn gemeenten verplicht om, ten behoeve van een goede ruimtelijke ordening, een structuurvisie vast te stellen voor het gehele grondgebied van de gemeente. Een structuurvisie bevat de hoofdlijnen van de voorgenomen ontwikkeling van een gebied, evenals de hoofdlijnen van het door de gemeente te voeren beleid. De gemeente Horst aan de Maas heeft haar regie op de uitvoering van het ruimtelijk beleid vormgegeven in de Structuurvisie Horst aan de Maas. De structuurvisie is op 9 april 2013 vastgesteld. Een evaluatie van de structuurvisie is op 9 juli 2015 vastgesteld. Na deze evaluatie is er in 2016 een aanpassing gedaan (vastgesteld op 18 oktober 2016) en is er in 2018 wederom een evaluatie uitgevoerd. De gemeente streeft ernaar om de omgevingskwaliteiten te behouden en te ontwikkelen conform nationaal en provinciaal beleid. Voor de drie beleidsmatige speerpunten van de gemeente Horst aan de Maas (agribusiness, toerisme & recreatie en leefbaarheid) is het landschap (de omgevingskwaliteit) een belangrijke factor. Het vormt Ontwerp

19

namelijk de productieruimte voor de agrarische sector, het verblijfsgebied voor toeristen en recreanten en de woonomgeving voor de inwoners. Om de speerpunten tot een succes te maken, is het van belang dat de aantrekkelijkheid van het landschap (de omgevingskwaliteit) gewaarborgd blijft en zoveel mogelijk versterkt wordt. Bestaande plannen die in het gemeentelijk beleid een belangrijke plaats innemen/krijgen zijn: de ontwikkeling van ecologische verbindings- en bufferzones, landschapspark De Peelbergen en natuurontwikkeling in het kader van de Maascorridor. Daarnaast is en wordt ingespeeld op de dynamiek in de land- en tuinbouw, onder meer in het kader van de reconstructie. Dit wordt gedaan door in te zetten op een nieuw te ontwikkelen eigen kwaliteit, in relatie tot de ruimtelijke eisen van de sector. Dit speelt met name in de landbouwontwikkelings- en glastuinbouwgebieden rondom Horst, Meterik, Hegelsom, Melderslo en Grubbenvorst. Ook zet de gemeente in op de verfraaiing van het boerenlandschap en het vergroten van de beleving van het landschap, het realiseren van particulier groen en het beschermen van beschermingswaardige houtopstanden. De gemeente Horst aan de Maas is voornemens investeringen te doen die bijdragen aan een algemene verbetering van de woon-, leef-, en werkkwaliteiten van de gemeente.

Deze investeringen hebben daarmee een positieve uitwerking op de waardeontwikkeling van bestaand alsook nieuw te realiseren onroerend goed. De gemeente vindt het daarom gerechtvaardigd om bij het aangaan van een overeenkomst inzake de grondexploitatie waar nodig en mogelijk ook een kwaliteitsbijdrage te vragen ten behoeve van deze gemeentelijke investeringen. Het vormt een tegenprestatie voor de verdere verdichting en verstening van locaties binnen en buiten de 'rode contouren'. De doorvertaling van het Limburg kwaliteitsmenu naar een gemeentelijk instrument voor ontwikkelingsplanologie zorgt daarbij voor de opbouw van financiële middelen voor maatschappelijk-ruimtelijke projecten die de kwaliteit van de dorpen en het buitengebied de komende jaren gaan versterken. Ten behoeve van behoud en versterking van de ruimtelijke kwaliteit van het buitengebied, stelt de gemeente in de structuurvisie een fonds in voor het landelijk gebied. Om de omgevingskwaliteit in het buitengebied van de gemeente Horst aan de Maas te vergroten, investeert de gemeente ten laste van dit fonds o.a. in natuurontwikkelingen, landschapsversterking, recreatieve voorzieningen, cultuurhistorie en in de concentratie, revitalisering en sloop van intensieve veehouderijen en glastuinbouw (IV en glas). De kwaliteitsverbeterende projecten zijn in de structuurvisie weergegeven in de uitvoeringsagenda.

Deze uitvoeringsagenda zal jaarlijks door het college worden geactualiseerd en vastgesteld. Het fonds zal zoveel mogelijk worden gevoed met de opbrengsten van het kostenverhaal dat zal worden gepleegd bij initiatieven die plaatsvinden in het buitengebied. Het Gemeentelijk Kwaliteitsmenu is van toepassing indien de ontwikkeling mogelijk moet worden gemaakt middels een bestemmingsplanwijziging. De locatie van de beoogde ontwikkeling is bepalend voor de planologische toelaatbaarheid en de manier waarop kwaliteitsverbeterende maatregelen ingezet kunnen worden. Per type ontwikkeling is aangegeven in hoeverre deze past binnen het betreffende deelgebied. Er zijn vier mogelijkheden: 1. De gemeente heeft een positieve grondhouding (ja) ten opzichte van een dergelijke ontwikkeling in het deelgebied; 2. De gemeente heeft een meedenkende grondhouding (ja, mits) ten opzichte van een dergelijke ontwikkeling in het deelgebied; 3. De gemeente heeft een voorwaardelijke grondhouding (nee, tenzij) ten opzichte van een dergelijke ontwikkeling in het deelgebied; 4. De gemeente heeft een negatieve grondhouding (nee) ten opzichte van een dergelijke ontwikkeling in het deelgebied. Enkel via maatwerk is medewerking aan het initiatief denkbaar.

Ontwerp

20

Het plangebied is gelegen in deelgebied 3A ‘Agrarisch gebied tussen Horst en Park de Peelbergen’. Voor nieuwe woningen in deelgebied 3A geldt een voorwaardelijke grondhouding (nee, tenzij). Bij een voorwaardelijke grondhouding kan een ontwikkeling enkel doorgang vinden, wanneer voldaan wordt aan strikte voorwaarden die een ontwikkeling alsnog acceptabel maken.

Afbeelding 10.Gebiedsindeling gemeentelijke structuurvisie met plangebied rood omcirkeld

In het kader van de evaluatie van de structuurvisie is een bijlage opgesteld waarin de voorwaarden voor het toevoegen van woningen in de gemeente Horst aan de Maas zijn opgenomen. Op basis van deze voorwaarden kan in het buitengebied alleen een woning toegevoegd worden als gebruikt wordt gemaakt van één van de volgende instrumenten: ▪ Buitenkans (gemeentelijke Ruimte voor Ruimteregeling) ▪ Ruimte voor Ruimte van de provincie Limburg ▪ Module solitaire woningbouw uit de structuurvisie, waarbij een knelpunt dient te worden opgelost Betreffende woningen worden niet gerealiseerd door Buitenkans of Ruimte voor Ruimte. Er zal dus gebruik gemaakt worden van de module woningbouw uit de structuurvisie. Op 18 oktober 2016 heeft de gemeenteraad de evaluatie van de structuurvisie nog op twee punten herzien voor wat betreft de module solitaire woningbouw. Er wordt sindsdien uitsluitend nog gewerkt met een kwaliteitsbijdrage. In de structuurvisie is opgenomen dat met de module solitaire woningbouw in het buitengebied uitsluitend woningen gerealiseerd kunnen worden als zij voldoen aan de stedenbouwkundige randvoorwaarden en er een kwaliteitsbijdrage in het kwaliteitsfonds wordt gestort. Dit houdt in: ▪ Locatie ligt in een lint, bebouwingscluster of aansluitend aan de rode contour; ▪ De minimale oppervlakte van het perceel dat de woonbestemming krijgt is 750 m2;

Ontwerp

21

▪

Kwaliteitsbijdrage vast bedrag van € 60.000,-, plus een variabel bedrag van € 140,- per m2. Te slopen bebouwing kan van dit bedrag worden afgetrokken met € 25,- per m2 te slopen bebouwing.

Aan deze voorwaarden wordt in dit geval voldaan. Aan de Schiksedijk is ter plaatse sprake van een bebouwinglint, bestaande uit woningen. De oppervlakte van het plangebied bedraagt 750 m2 per nieuwe woning (2.250 m2 in totaal voor drie woningen). Daarmee wordt exact voldaan aan de minimale oppervlakteeis. Ten slotte is initiatiefnemer bereid de kwaliteitsbijdrage te voldoen. Het provinciale Limburgs Kwaliteitsmenu is nader uitgewerkt in de gemeentelijke structuurvisie. De gemeente Horst aan de Maas staat open voor nieuwe ontwikkelingen in het buitengebied. De gemeente kiest voor een benadering waar ontwikkelingen binnen flexibele kaders worden toegestaan indien de kwaliteiten van dorpen en het buitengebied er ook mee vooruit gaan. Vanwege de ligging buiten de contour is voor onderhavig initiatief het Gemeentelijk Kwaliteitsmenu van toepassing. Er vindt dan ook een kwalitatieve tegenprestatie plaats in de vorm van een landschappelijke inpassing van het plangebied (zie voor een nadere uitwerking paragraaf 4.3). 3.4.2

Masterplan Wonen Horst aan de Maas

Het Masterplan Wonen 2021-2025 is op 20 april 2021 vastgesteld door de gemeenteraad. In het Masterplan geeft de gemeente Horst aan de Maas de ambities voor woningbouw voor de komende jaren. De ambities zoals genoemd in het Masterplan betreffen de volgende: 1. 1.000 nieuwe woningen tussen nu en 2025 De woningmarkt in gemeente Horst aan de Maas staat onder druk: de vraag naar woningen is vele malen groter dan het aanbod. En die druk neemt de komende jaren verder toe. De gemeente Horst aan de Maas telde in 2020 ruim 18.000 huishoudens; de komende tien jaar komen daar naar verwachting 1.200 tot 1.400 huishoudens bij. Om de balans op de woningmarkt te herstellen voor nu en de nabije toekomst, ligt er een stevige ambitie: 1000 woningen tussen nu en 2025. 2. Transformatie van de bestaande woningvoorraad Niet elke woning sluit op termijn nog aan op de wensen van de inwoners binnen de gemeente. De gemeente ziet echter wel kansen om bestaande woningen te verbeteren, zodat deze aansluiten bij de woonwensen van nu en de toekomst. De gemeente stuurt daarbij op twee soorten kwaliteitsverbetering: verduurzaming enerzijds, het zorggeschikt(er) maken van woningen anderzijds. Hiermee ervaren inwoners overigens ook meer comfort en woningverbetering leidt in veel gevallen tot een hogere woningwaarde en lagere woonlasten. 3. Een inclusieve woningmarkt In Horst aan de Maas is iedereen welkom.

Ook kwetsbare doelgroepen en nieuwe inwoners kunnen rekenen op een passende woning. De huisvestingsopgaven voor statushouders, mensen met een psychische beperking en woonwagenbewoners zijn in het masterplan opgenomen. De ambitie om in vijf jaar tijd 1.000 nieuwe woningen te vergunnen, vraagt om een aanpak die pragmatisch en voortvarend is en waarbij de gemeente altijd in dialoog is met inwoners en samenwerkingspartners. De ambitie voor het toevoegen van 1.000 woningen is vertaald naar de volgende speerpunten: ▪ Kaders als basis voor mogelijkheden. Nieuwbouwplannen worden getoetst aan de hand van een afwegingskader. Plannen die passen bij de ambitie, die voorzien in een behoefte en voldoen aan kwaliteitseisen, kunnen rekenen op de medewerking van de gemeente Horst aan de Maas. ▪ Zicht op de (veranderende) vraag en voortgang. Met elk nieuw plan en elk nieuw initiatief op het gebied van wonen, is de gemeente een stap dichter bij haar ambitie. Elk jaar maakt de gemeente de balans op van vorderingen en toets of de gemeente nog op koers ligt. De gemeente brengt in kaart hoeveel woningen zijn vergund en welke woningtypen zijn gerealiseerd. ▪ Maatwerk per kern. Bij elk initiatief gaat de gemeente samen met ontwikkelaars in gesprek met inwoners over het gewenste woningbouwprogramma. Dit gaat verder dan het peilen van de interesse in de nieuw te Ontwerp

22

▪

▪

▪

ontwikkelen woningen. De gemeente en ontwikkelaar brengen ook de mogelijkheden van doorstroming in kaart. Samenwerken met ontwikkelaars op basis van vertrouwen. Dit Masterplan geeft richting aan een woningbouwopgave. Voor de daadwerkelijke uitvoering van de woningbouwopgave staan andere partijen aan de lat: particulieren en vooral ontwikkelaars en woningbouwcorporaties. De gemeente is ervan overtuigd dat de mooiste initiatieven ontstaan als ontwikkelaars de ruimte krijgen. Minder regels, snelle doorloop van processen. Zorgvuldigheid en snelheid/voortgang kunnen prima naast elkaar bestaan. De gemeente vermindert de regeldruk waar mogelijk, organiseert parallelle processen en houdt initiatiefnemers aangehaakt. Participatie & communicatie. Ontwikkelaars en gemeente betrekken inwoners van een kern en/of omwonenden van een initiatief in alle fasen van de projectontwikkeling: van het ophalen van woonwensen tot het voorleggen van een schetsontwerp.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12399332/1