CConstaterende datHorst aan de Maas
Koppel je AI →
Document · PDF

04c Toelichting

Gemeenteraad 19 december 2023, gemeente Horst aan de MaasBij agendapunt: Voorstel tot het vaststellen van het bestemmingsplan Vinkepas 14 te Sevenum.19.133 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

5 Bedrijven en milieuzoneringen Milieuzonering is het aanbrengen van een noodzakelijke ruimtelijke scheiding tussen milieubelastende en milieugevoelige functies ter bescherming of vergroting van de kwaliteit van de leefomgeving. Als hulpmiddel voor de inpassing van bedrijvigheid in haar fysieke omgeving of van gevoelige functies nabij bedrijven, heeft de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) in samenwerking met de Ministeries van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer en Economische zaken, in 2009 een indicatieve bedrijvenlijst opgesteld. ,

Om een milieuzonering in een concrete situatie te kunnen uitwerken bevat de VNG-publicatie bouwstenen. De drie belangrijkste bouwstenen zijn: 1. De richtafstandenlijst; 2. Twee omgevingstypen; 3. Een lijst van toelaatbare activiteiten in gemengd gebied met het oog op functiemenging.

Vastgesteld

22

De belangrijkste bouwstenen voor milieuzonering zijn de twee richtafstandenlijsten die zijn opgenomen in bijlage 1 van de VNG-publicatie. Dit zijn afstanden ten opzichte van een rustige woonwijk (of een vergelijkbaar omgevingstype) In de bijlagen wordt onderscheid gemaakt naar richtafstanden voor de ruimtelijke relevante milieuaspecten geur, stof, geluid en gevaar. De grootste van deze vier richtafstanden is bepalend voor de indeling van een activiteit in een milieucategorie. Om tot een optimale invulling van de ruimte te komen worden diverse omgevingstypen onderscheiden. Het achterliggende idee is dat de gevoeligheid van een gebied mede afhankelijk is van het omgevingstype. De gevoeligheid van een gebied kan daarom aanleiding zijn om af te wijken van de standaardafstanden in de bedrijvenlijst die uitgaan van de ligging in een rustige woonwijk. Afhankelijk van het type gebied kan een correctie worden toegepast op de afstanden die zijn genoemd in de standaardlijst en wel per hinderaspect (geluid, stof, stank en dergelijke) dat in de lijst is genoemd. .

De natuurfunctie betreft een functie welke geen milieuhinder veroorzaakt voor de omgeving. Daarnaast worden er geen milieugevoelige objecten binnen het plangebied gerealiseerd. Milieuzonering vormt zodoende geen belemmering voor het initiatief. 5. 2. 6 Externe veiligheid Bij de ruimtelijke planvorming moet rekening gehouden worden met het aspect externe veiligheid. De risico’s voor de bevolking, die verbonden zijn aan gevaar veroorzakende activiteiten moeten in beeld worden gebracht. De volgende bronnen kunnen aan de orde zijn: ▪ inrichtingen; ▪ transportactiviteiten met gevaarlijke stoffen; ▪ vuurwerkopslagplaatsen; ▪ opslagplaatsen ontplofbare stoffen voor civiel gebruik. Hoewel de kans om komen te overlijden als gevolg van een ongeval met gevaarlijke stoffen zeer klein is, gelden er toch bepaalde minimaal aan te houden afstanden tot locaties waar gevaarlijke stoffen worden opgeslagen of getransporteerd. Deze minimaal aan te houden afstanden worden plaatsgebonden risicocontouren genoemd. De grootte van deze plaatsgebonden risicocontouren verschilt per situatie. Zo speelt de hoeveelheid opgeslagen of vervoerde gevaarlijke stoffen een rol, maar daarnaast bijvoorbeeld ook de wijze van opslag en eventuele aanwezige veiligheidssystemen. Wanneer er een ongeval met gevaarlijke stoffen plaatsvindt, dan kunnen de effecten veel verder reiken dan de plaatsgebonden risicocontour.

De afstand tot waar een ongeval met een gevaarlijke stof nog onder 1% van de blootgestelde dodelijke slachtoffers kan veroorzaken vormt het invloedsgebied. Het plaatsgebonden risico zegt dus niets over het aantal mensen dat kan komen te overlijden tijdens een ongeval met gevaarlijke stoffen. Hiervoor is het groepsrisico bedoeld. Het groepsrisico is een maat voor de maatschappelijke ontwrichting en wordt weergegeven in een grafiek. In een dergelijke grafiek is de kans op een calamiteit weergegeven tegenover de hoeveelheid mensen die kan komen te overlijden als gevolg van die calamiteit. Het groepsrisico is geen harde norm, maar vormt de basis voor een verantwoording van de aanwezige risico's door de gemeente. Het gemeentebestuur heeft beleidsruimte bij het toepassen van de hoogte van het groepsrisico bij ruimtelijke ontwikkelingen. Echter, het gemeentebestuur is wel verplicht voor het invloedsgebied verantwoording af te leggen over de hoogte van het groepsrisico, de te nemen maatregelen om de effecten van deze risico's te reduceren en de eventuele restrisico's.

Onderhavig initiatief voorziet niet in de realisatie van een (beperkt) kwetsbaar object of een risicovolle inrichting. Het aspect externe veiligheid vormt zodoende geen belemmering voor het initiatief. Een toetsing aan de risicobronnen in de omgeving van het plangebied hoeft in dat kader niet uitgevoerd te worden.

Vastgesteld

23

Onderhavig initiatief leidt niet tot een toename van het aantal aanwezige personen in het plangebied waardoor het groepsrisico eveneens buiten beschouwing kan worden gelaten. Het aspect externe veiligheid vormt zodoende geen probleem voor de beoogde ontwikkeling. 5. 2. 7 M. e. r. -beoordeling Per 1 april 2011 is het Besluit m. e. r gewijzigd. De belangrijkste aanleidingen hiervoor zijn de modernisering van de m. e. r. wetgeving in 2010 en de uitspraak van het Europese Hof van 15 oktober 2009 1 Uit deze uitspraak volgt dat de omvang van een project niet het enige criterium mag zijn om wel of geen m. e. r. (-beoordeling) uit te voeren. Ook als een project onder de drempelwaarde uit lijst C en D zit, kan een project belangrijke nadelige gevolgen hebben, als het bijvoorbeeld in of nabij een kwetsbaar natuurgebied ligt. .

Gemeenten en provincies moeten daarom per 1 april van 2011 ook bij kleine projecten beoordelen of een m. e. r. -beoordeling nodig is. Achterliggende gedachte hierbij is dat ook kleine projecten het milieu relatief zwaar kunnen belasten en ook bij kleine projecten van geval tot geval moet worden beoordeeld of een MER nodig is. Een m. e. r. -beoordeling is een toets van het bevoegd gezag om te beoordelen of bij een project belangrijke nadelige milieugevolgen kunnen optreden. Wanneer uit de toets blijkt dat er belangrijke nadelige milieugevolgen kunnen optreden moet er een m. e. r. -procedure worden doorlopen. Met andere woorden dan is het opstellen van een MER nodig. Beoordeling noodzakelijkheid m. e. r. (-beoordeling) Onderhavig initiatief heeft betrekking op het omzetten van een agrarische bestemming naar een natuurbestemming zodat binnen het plangebied natuur kan worden ontwikkeld. Daarnaast zal binnen het natuurterrein een schaapskooi worden gerealiseerd. Met het initiatief wordt geen activiteit mogelijk gemaakt die zijn opgenomen in onderdeel C of D van de bijlage bij het Besluit m. e. r. Het plan is niet m. e. r. - (beoordelings-) plichtig. 5. 2. 8 Spuitzones gewasbescherming In een ruimtelijk plan dient te worden beoordeeld of sprake is van een goede ruimtelijke ordening.

Daarbij dient ook rekening gehouden te worden met spuitzones ten behoeve het gebruik van van gewasbeschermingsmiddelen. Hoewel er voor het gebruik en de introductie van gewasbeschermingsmiddelen diverse wetten, besluiten en regels van toepassing zijn, zijn er geen wettelijke bepalingen inzake de minimaal aan te houden afstanden tussen gronden waarop bomen en andere gewassen in de open lucht worden gekweekt en nabijgelegen gevoelige functies, waaronder woningen. In de praktijk is een vuistregel ontstaan die aangeeft dat er ten minste een afstand van 50 meter tussen een boomkwekerij en een gevoelig object in acht moet worden genomen. Deze afstand van 50 meter rondom boomgaarden is een indicatieve afstand. Op basis van specifieke omstandigheden kan gemotiveerd van deze 50 meter worden afgeweken. De afstand tot een boomkwekerij wordt bepaald door de driftblootstelling aan de gewasbeschermingsmiddelen. Deze driftblootstelling is afhankelijk van de toxiciteit van het gewasbeschermingsmiddel, de toegepaste spuittechnieken, kale of volle bladsituatie van de (fruit) bomen, een (gedeeltelijke) windhaag rondom het perceel en de overheersende windrichting.

1 HvJ

EG 15 oktober 2009, zaak C-255/08 (Commissie tegen Nederland)

Vastgesteld

24

Binnen het plangebied worden geen (milieu) gevoelige objecten gerealiseerd. De voorgenomen ontwikkeling leidt dan ook niet tot belemmeringen voor de eigenaar en/of gebruiker van de agrarisch percelen in de omgeving. 5. 2. 9 Gezondheid Het RIVM doet onderzoeken naar de effecten van veehouderijen op de gezondheid van omwonenden, veehouders, de gezinnen van veehouders en mensen die op de veehouderij werken. Dieren kunnen ziekteverwekkers bij zich dragen waar mensen ziek van kunnen worden zoals Q-koorts of Salmonella. Daarnaast kunnen bepaalde fijnstof en endotoxinen (celwandbestanddelen van bacteriën) gezondheidsproblemen veroorzaken. Ook kan het voorkomen dat mensen hinder ondervinden van de stank die afkomstig is van de mest uit de veehouderijen. In 2016 zijn de resultaten gepubliceerd van het onderzoek Veehouderij en Gezondheid Omwonenden (VGO) In dit onderzoek is gekeken naar de gezondheidseffecten bij omwonenden van ziekteverwekkers en luchtverontreiniging afkomstig van veehouderijen. In 2017 is er een tweede rapport ‘Veehouderij en gezondheid omwonenden – aanvullende studies’ gepubliceerd. Daarin zijn nieuwe analyses gedaan om de eerdere resultaten nog eens extra bevestigd te krijgen.

.

De Notitie “Handelingsperspectieven Veehouderij en Volksgezondheid; Endotoxine toetsingskader 1. 0” maakt gebruik van de onderzoeken naar endotoxinen uit 2016. Het kader is gebaseerd op de relatie tussen fijnstofemissie en het endotoxinegehalte in de, van fijn stof afgeleide, emissie van inhaleerbaar stof. Met dit toetsingskader kan per locatie en voor iedere individuele varkens- of pluimveehouderij in Nederland worden bepaald of er in de huidige en/of aangevraagde situatie sprake is van de aanwezigheid van (bedrijfs-) woningen of gevoelige bestemmingen binnen de afstand waarbij de endotoxinewaarde boven de 30 EU (European Union) /m3 ligt. In de Handreiking veehouderij en volksgezondheid 2. 0 van 30 april 2018 is een stappenplan opgenomen om te beoordelen of er knelpunten worden gevonden voor een bestemmingsplan en of nadere advisering vanuit de GGD wenselijk is.

Onderhavig initiatief voorziet niet in de realisatie van een (milieu) gevoelige bestemming of object. Het stappenplan hoeft zodoende niet doorlopen te worden. Volksgezondheid vormt dan ook geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling.

5. 3

Waterparagraaf

In deze paragraaf wordt beschreven op welke wijze het waterhuishoudkundig systeem in het plangebied opgebouwd is en hoe rekening is gehouden met de (ruimtelijk) relevante aspecten van (duurzaam) waterbeheer. Een beknopte beschrijving van de kenmerken van het watersysteem kan het benodigde inzicht geven in het functioneren van dit systeem. Het plangebied ligt binnen het beheergebied van het Waterschap Limburg. In het kader van het beleid van zowel de gemeente Horst aan de Maas als het waterschap dient binnen het plangebied een duurzaam waterhuishoudkundig systeem gerealiseerd te worden.

Vastgesteld

25

5. 3. 1 Beleidskader Relevante beleidstukken op het gebied van water zijn het Waterbeheerplan 2016-2021 van het waterschap, de Provinciale Omgevingsvisie Limburg, het Nationaal Waterplan, WB21, Nationaal Bestuursakkoord Water en de Europese Kaderrichtlijn Water. Belangrijkste gezamenlijke punt uit deze beleidsstukken is dat water een belangrijk sturend element is in de ruimtelijke ordening. Water legt een ruimteclaim op het landschap waaraan voldaan moet worden. De bekende drietrapsstrategieën zijn leidend:

Vasthouden-bergen-afvoeren (waterkwantiteit) ; Voorkomen-scheiden-zuiveren (waterkwaliteit) Tevens wordt thans gewerkt met de trits, hergebruik-bergen-infiltreren-afvoeren. ▪ ▪

.

Daarnaast is de Beleidsbrief regenwater en riolering nog relevant. Hierin staat hoe het best omgegaan kan worden met het hemelwater en het afkoppelen daarvan. Ook hier gelden de driestapsstrategieën. Het waterbeleid in de Provinciale Omgevingsvisie Limburg sluit aan op de Europese Kaderrichtlijn Water en het Nationaal Waterplan. Het provinciaal waterbeleid omvat de volgende strategische doelen: ▪ Herstel sponswerking: het voorkomen van wateroverlast en watertekort in het regionale watersysteem, anticiperend op veranderde klimatologische omstandigheden; ▪ Herstel de natte natuur: het bereiken van ecologisch gezonde watersystemen en van grondwaterafhankelijke natuur; ▪ Schoon water: het bereiken van een goede chemische kwaliteit voor water en sediment; ▪ Duurzame watervoorziening: het beschermen van water voor menselijke consumptie, zodanig dat voldoende water van de vereiste kwaliteit via eenvoudige zuiveringstechnieken beschikbaar is; ▪ Een veilige Maas: het streven naar een acceptabel risico voor overstromingen in het rivierbed van de Maas. de kaart bij de Conform ‘Milieubeschermingsgebieden’ behorende Geconsolideerde Limburg 2014 gelden het plangebied waterkundige waarden. Omgevingsverordening er voor geen

versie

Bodemgesteldheid en grondwater Op de Bodemkaart van Nederland worden de gronden van het plangebied deels aangeduid als beekeerdgronden bestaande uit lemig fijn zand en deels aangeduid als hoge zwarte enkeerdgronden bestaande uit lemig fijn zand.

Conform

de algemene gegevens van het Waterschap bodemdoorlatendheid te hebben van 0, 45-0, 75 m/dag.

Limburg

blijkt het

plangebied

een

matige

Oppervlaktewater Op de leggerkaarten van Waterschap Limburg is te zien dat ten westen van het plangebied de Kattenstaartse Beek stroomt. Deze watergang betreft een primaire watergang van het waterschap. Op deze watergang is de Keur van het waterschap van toepassing. Op basis van de Keur mag binnen een zone van 5 meter van de insteek van deze watergang niet zonder vergunning van het waterschap worden gebouwd. Ten oosten en westen van Kattenstaartse Beek is een profiel van vrije ruimte aanwezig. Het profiel van vrije ruimte wordt in het vigerende bestemmingsplan beschermd middels de dubbelbestemming ‘Waterstaat – profiel van vrije ruimte’. Door deze dubbelbestemming wordt het beheer en onderhoud van de watergang, alsmede de ontwikkeling en bescherming van de ecologische waarde van de watergang planologisch geborgd. Deze dubbelbestemming blijft behouden. Er vinden geen werkzaamheden plaats ter plaatse van en nabij de watergang in het kader van de voorgenomen ontwikkeling. Een vergunning van het waterschap is dan ook niet benodigd. Vastgesteld

26

Water in relatie tot ontwikkeling Het initiatief heeft betrekking op het omzetten van agrarisch gronden naar natuurgronden en voorziet daarmee in de ontwikkeling van natuur. Binnen de natuurbestemming zal een schaapskooi worden gerealiseerd. Het hemelwater afkomstig van deze schaapskooi zal via de bebouwing op het maaiveld terecht komen. Op het maaiveld krijgt het hemelwater de mogelijkheid te infiltreren. Gezien de kleinschaligheid (50 m 2 ) leidt dit niet tot overlast op eigen of aangrenzende percelen.

Concluderend kan gesteld worden dat door de bestemmingswijziging geen knelpunten ontstaan tussen grondgebruik en de waterhuishouding.

5. 4

Kabels en leidingen

Grotere kabels en leidingen krijgen in een bestemmingsplan veelal een planologische beschermingszone door middel van een dubbelbestemming. Hiermee wordt de bedrijfszekerheid en de veiligheid van de betreffende leiding gewaarborgd.

Op basis van het vigerende bestemmingsplan is er geen sprake van een dergelijke dubbelbestemming in of in de nabijheid van het plangebied. Blijkens kaarten van Gasunie, TenneT en Waterschapsbedrijf Limburg bevinden er zich in of in de nabijheid van het plangebied geen belangrijke (ondergrondse) leidingen.

5. 5

Natuur

De Europese natuurwetgeving is in Nederland, op het gebied van soort- en gebiedsbescherming, uitgewerkt in de Wet natuurbescherming (Wnb) Deze wet heeft tot doel alle in Nederland in het wild voorkomende plantenen diersoorten en natuurgebieden (Natura2000-gebieden) te beschermen en in stand te houden. .

Flora en fauna Met onderhavig initiatief worden agrarische gronden ingezet voor de natuurontwikkeling en daarnaast wordt een schaapskooi van circa 50 m 2 worden gerealiseerd. Gezien de kleinschaligheid van de schaapskooi is een verstoring van de aanwezige flora en fauna niet te verwachten. Derhalve worden er geen nadelige effecten verwacht op eventueel voorkomende flora en fauna en is er geen inventariserend onderzoek uitgevoerd. Daarnaast kan worden gesteld dat door de omzetting naar natuur en het voorgenomen beheer een bijdrage wordt geleverd aan de versterking van flora en fauna en dat sprake is van een verbetering van de biodiversiteit. Het projectgebied vormt hoogstens een incidenteel verblijfsgebied voor grondgebonden zoogdieren zoals egel, mol en konijn. Tevens kunnen er algemene amfibieënsoorten incidenteel verblijven zoals bruine kikker en gewone pad. Dit betreffen zogenaamde A-soorten in de Wnb, waarvoor in Limburg een vrijstelling geldt in geval van een ruimtelijke ontwikkeling of beheer en onderhoud. Dit houdt in dat deze soorten verstoord mogen worden, zonder dat daar vooraf een ontheffing voor is verkregen. Wel geldt altijd de Zorgplicht (artikel 1. 11 Wnb) : deze houdt in dat nadelige gevolgen voor dieren en planten altijd zoveel mogelijk moeten worden voorkomen.

Om aan de algemene zorgplicht te voldoen, moeten dieren die tijdens de realisatiefase worden aangetroffen, zo snel mogelijk naar een aangrenzende locatie buiten het projectgebied moeten worden verplaatst.

Vastgesteld

27

Natura2000 Het dichtstbijzijnde wettelijk beschermde natuurgebied, het Natura 2000-gebied Deurnsche Peel & Mariapeel, ligt op 7, 0 kilometer afstand van het plangebied. De Wet natuurbescherming voorziet in een verplichte ecologische Natura2000-toets voor alle ruimtelijke plannen. De wet verplicht om de gevolgen van een ontwikkeling voor het van toepassing zijnde Natura2000-gebied te boordelen. Gezien de forse onderlinge afstand heeft de bestemmingswijziging geen directe nadelige gevolgen (bijvoorbeeld door oppervlakteverlies, verstoring door licht, etc. ) voor het Natura2000-gebied. Daarnaast vindt er geen uitbreiding plaats in de dieraantallen. Initiatiefnemers beschikken reeds over een vergunning voor het houden van 12 volwassen schapen. Het voornemen bestaat om op betreffende locatie negen volwassen schapen te laten grazen. Het initiatief leidt zodoende niet tot een wijziging in de stikstofuitstoot. Een stikstofonderzoek is in dat kader dan ook niet benodigd.

5. 6

Archeologie en cultuurhistorie

Cultuurhistorie De provincie Limburg hecht veel waarde aan de cultuurhistorie van de provincie. De provincie wil dan ook dat er verstandig omgegaan wordt met cultuurhistorische bouwwerken en landschappen. In de Provinciale Omgevingsvisie is derhalve aangegeven dat gestreefd wordt naar het behouden, ontwikkelen en beheren van beschermde historische bouwwerken, hoofdlijnen van jonge en oude cultuurlandschappen en historische landschapselementen. Het beleid ten aanzien van cultuurhistorie zoals dit in de Provinciale Omgevingsvisie is weergegeven, is gestoeld op de Nota Belvédère. De Provinciale Omgevingsvisie schrijft dan ook voor een beschrijving in het bestemmingsplan mee te nemen, betreffende de omgang met de cultuurhistorische elementen in relatie tot de hiervoor geldende wettelijke bepalingen. Volgens de provinciale kaart ‘Cultuurhistorische Waardenkaart Limburg’ is er binnen of in de nabijheid van het plangebied geen sprake van de aanwezigheid van cultuurhistorisch waardevolle objecten. Het initiatief heeft dan ook geen negatieve consequenties voor de cultuurhistorie. Archeologie Sinds 1 september 2007 is de Wet op de Archeologische Monumentenzorg in werking getreden.

De Wet op de Archeologische Monumentenzorg is de Nederlandse uitwerking van het Verdrag van Malta (1992) De wet is een raamwet die regelt hoe Rijk, provincie en gemeente bij hun ruimtelijke plannen rekening moeten houden met het erfgoed in de bodem. .

Op 1 juli 2016 is de Erfgoedwet in werking getreden. Deze bundelt bestaande wet- en regelgeving voor behoud en beheer van het cultureel erfgoed en vervangt zes wetten en regelingen op het gebied van cultureel erfgoed, waaronder de Monumentenwet 1988. De gemeente Horst aan de Maas heeft voor haar grondbeleid een Archeologische Maatregelenkaart ontwikkeld welke op 26 mei 2015 is vastgesteld. Op deze beleidskaart is het plangebied gelegen in categorie 3 (Hoge archeologische verwachting) en categorie 5 (Lage Archeologische verwachting) Conform het vigerende bestemmingsplan is aan het plangebied dan ook de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 3’ toegekend. .

Vastgesteld

28

Afbeelding 14. Uitsnede archeologische waardenkaart met plangebied rood omlijnd

De hoge archeologische verwachtingswaarde kent een onderzoeksplicht wanneer de bodem voor een oppervlakte van meer dan 500 m 2 en dieper dan 0, 5 m verstoord wordt. Een bodemingreep waarbij de bodem niet dieper dan 50 cm geroerd wordt is toegestaan, ongeacht de oppervlakte. Een bodemingreep waarbij de bodem wel dieper dan 50 cm geroerd dient van tevoren onderzocht te worden op archeologische waarden indien de te verstoren oppervlakte meer dan 500 m² bedraagt. De lage archeologische verwachtingswaarde kent geen onderzoeksplicht.

Onderhavig initiatief voorziet in de ontwikkeling van natuur. Met de voorgenomen ontwikkeling worden de gestelde ondergrenzen niet overschreden. De archeologische dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 3’ blijft gehandhaafd en is opnieuw van toepassing verklaard voor het plangebied.

5. 7

Verkeer en parkeren

De bestemmingswijziging van het plangebied heeft geen verkeerskundige consequenties. Daarnaast hoeft in het kader van het initiatief geen ontsluiting of verkeersvoorziening te worden gerealiseerd. Het aspect verkeer en parkeren is zodoende niet van toepassing.

Vastgesteld

29

6.

UITVOERBAARHEID

6. 1

Economische uitvoerbaarheid

De kosten verbonden aan de bestemmingswijziging zijn geheel voor rekening van de initiatiefnemer. Afspraken tussen gemeente en initiatiefnemer over ambtelijke apparaatskosten, planschade en landschappelijke inpassing, zijn vastgelegd in een anterieure overeenkomst. Voor de gemeente Horst aan de Maas zal het initiatief kostenneutraal verlopen.

6. 2

Handhaving

Sinds 1 april 2005 werkt de gemeente Horst aan de Maas samen met de gemeente Venray als het gaat om handhaving. Onder deze samenwerking valt niet alleen de uitvoering, maar ook alle juridische, administratieve en beleidsmatige

ondersteuning. In 2012 is het eerste integraal handhavingsbeleid in werking getreden. Inmiddels is het Beleidsplan VTH Horst aan de Maas 2017-2020 in werking getreden. De gemeenten Horst aan de Maas en Venray voeren hun handhavingstaken uit op basis van de volgende visie: de gemeenten Horst aan de Maas en Venray stellen een gezonde, veilige, leefbare en groene leefomgeving centraal. Handhaving is één van de middelen om de kwaliteit van wonen, leven en werken te behouden en te versterken. Het bestuur streeft naar een gestructureerd en integraal handhavingsbeleid, waarbij preventief belang voorop staat. De betrokkenheid en het eigen verantwoordelijkheidsbesef van de burgers, bedrijven en instellingen moeten daarbij worden vergroot. Als de preventieve inzet (informatievoorziening) niet werkt en het geschonken vertrouwen wordt beschaamd, volgt daadwerkelijk handhavend optreden. Zo krijgt iedereen de aanpak die hij/zij verdient. In dit integrale handhavingsbeleid is één van de speerpunten hoe in de economische situatie van de afgelopen jaren met minder middelen net zo veel of meer aan handhaving gedaan kan worden. In dit kader zijn de volgende uitgangspunten geformuleerd: 1. Appelleren aan de eigen verantwoordelijkheid; 2. Preventie gaat boven repressie; 3. Draagvlak creëren; 4. Servicegericht handelen, en 5. Alleen noodzakelijke en handhaafbare kaders stellen. 1.

2.

3.

“Appelleren aan eigen verantwoordelijkheid” wil zeggen dat de verantwoordelijkheid bij de burgers, bedrijven en instellingen terecht komt, dit is ten slotte ook waar hij thuishoort. Dit vergt wel een bepaald vertrouwen van de gemeente over de burgers, bedrijven en instellingen binnen hun gemeente. Wordt dit vertrouwen geschaad dan treedt de gemeente consequent hard op. Er kan nu meer op risicogroepen of zwakke schakels ingezet worden, de capaciteit van de handhaving is dus beter in te delen en kan efficiënter gebruikt worden. ''Preventie gaat boven repressie'' wil zeggen dat meer aandacht besteed wordt aan het voorkomen van overtredingen dan het aanpakken van bestaande overtredingen. Hierdoor hoeven er niet zoveel tijdrovende en geldverslindende, bestuursrechtelijke procedures doorlopen te worden. Er wordt dus met zo min mogelijk inzet zoveel mogelijk resultaat behaald. Verder is “draagvlak creëren” een van de uitgangspunten. Dit houdt in dat er duidelijk over handhaving wordt gecommuniceerd en dat er ook daadwerkelijk gedaan wordt wat er gezegd wordt. Belangrijk is ook om dingen die spelen bij burgers, ondernemers, instellingen, scholen en verenigingen mee te nemen in het uitvoeringsprogramma en dat rechtsgelijkheid wordt nagestreefd.

Vastgesteld

30

4.

5.

Het vierde uitgangspunt is “servicegericht handelen”. Dit houdt in dat de overheid zich dienstbaar opstelt. De gemeente denkt mee en speelt in op ongewenste situaties. Ook is de gemeente 24 uur per dag bereikbaar. Zo wordt een gevoel van veiligheid en een leefbare omgeving gecreëerd. Er is dus meer aandacht nodig voor de aanpak van overlastfeiten in de openbare ruimte. Het laatste uitgangspunt is “alleen noodzakelijke en handhaafbare kaders stellen”. Er worden dus alleen besluiten genomen en regels ingesteld die ook daadwerkelijk handhaafbaar zijn. Overbodige regels worden geschrapt om alles overzichtelijk te houden en er wordt zorg gedragen voor voldoende deskundige capaciteit, op deze manier kan gedogen geminimaliseerd worden.

Bij handhaving staat de nalevingsstrategie centraal. Hierin is opgenomen welke activiteiten worden ondernomen om te komen tot naleving van de regels. De nalevingsstrategie kan op zijn beurt worden onderverdeeld in de volgende strategieën: 1. Preventiestrategie; 2. Toezichtstrategie; 3. Sanctiestrategie, en 4. Gedoogstrategie. Vaak wordt er gekozen voor een combinatie van deze strategieën om het resultaat te vergroten. Bij deze strategieën passen verschillende handhavingsinstrumenten.

Onder de preventieve handhavingsinstrumenten vallen onder andere deregulering, kritisch zijn op het formuleren van regels, handhaafbaarheid van de regels en communicatie en voorlichting. De regels moeten bekend zijn bij de doelgroep, er dient dus duidelijk gecommuniceerd te worden over handhavingsactiviteiten en de gemeentelijke prioriteiten. Naast de preventieve handhavingsinstrumenten zijn er ook nog de repressieve handhavingsinstrumenten. Dit zijn onder andere het betalen van een dwangsom, bestuursdwang en intrekking van begunstigde beschikking. Bij een dwangsom wordt er een geldbedrag per overtreding of tijdseenheid dat de overtreding voortduurt betaald aan de gemeente. Bestuursdwang houdt in dat een overtreding op kosten van de overtreder ongedaan gemaakt wordt. Als laatste kan een begunstigde beschikking worden ingetrokken, op deze manier wordt een activiteit juridisch onmogelijk gemaakt. Het kan hierbij ook gaan om een gedeeltelijke ontheffing. Vaak volgt op het intrekken van een begunstigde beschikking nog het opleggen van een dwangsom of bestuursdwang. Naast bestuursrechtelijk aanpakken van overtreders kan het soms ook de voorkeur hebben om een overtreder strafrechtelijk aan te pakken. Op deze manier kunnen de vaak langdurende juridische procedures die gemoeid zijn met de bestuursrechtelijk aanpak ontlopen worden.

Bij strafrechtelijke aanpak moet gedacht worden aan bestuurlijke strafbeschikking en een proces-verbaal. Wanneer er een privaatrechtelijke overeenkomst met de gemeente is aangegaan kan ook voor de privaatrechtelijke worden gekozen. Hierbij gaat, wanneer het mogelijk is, de bestuursrechtelijke aanpak wel voor. Ten slotte kan er voor een gedoogbeschikking gekozen worden. Dit gebeurt uitsluitend voor gevallen die veroorzaakt zijn door onvoorziene omstandigheden of overgangssituaties.

6. 3

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

De procedures voor vaststelling van een bestemmingsplan zijn door de wetgever geregeld. Aangegeven is dat tussen gemeente en verschillende instanties overleg over het plan moet worden gevoerd alvorens een ontwerpbestemmingsplan ter visie gelegd kan worden. Bovendien is het noodzakelijk dat belanghebbenden de gelegenheid hebben om hun visie omtrent het plan te kunnen geven. Pas daarna kan de wettelijke procedure met betrekking tot vaststelling van het bestemmingsplan van start gaan.

Vastgesteld

31

Vooroverleg Artikel 3. 1. 1 van het Bro geeft aan dat het college van Burgemeester van Wethouders bij de voorbereiding van een bestemmingsplan, waar nodig, overleg dienen te plegen met betrokken instanties.

Om die reden is onderhavig bestemmingsplan voorgelegd aan de provincie Limburg en waterschap Limburg. Provincie Limburg heeft in de mail van 2 augustus 2023 het volgende aangegeven: “Het plan is beoordeeld op de adequate doorwerking van de provinciale belangen. De beoordeling van het plan geeft geen aanleiding tot het maken van opmerkingen. Indien u dit plan op deze wijze voortzet, zal er geen aanleiding zijn om in de verdere procedure van het plan een zienswijze in te dienen. ” Waterschap Limburg heeft in de mail van 24 juli 2023 het volgende aangegeven: “Het plan is akkoord”. De opmerkingen van provincie Limburg en waterschap Limburg hebben niet geleid tot aanpassingen van het bestemmingsplan. Zienswijzen PM

Omgevingsdialoog Op 1 maart 2023 is een informatieavond gehouden waarbij onderhavig plan is gepresenteerd. Bij deze informatie avond waren diverse omwonenden aanwezig als ook medewerkers van Ontwikkelbedrijf Greenport Venlo, ambtenaren van de gemeente Horst aan de Maas, Water Maatschappij Limburg en vrijwilligers Landschap Horst aan de Maas en groengroep Sevenum. Tijdens de informatieavond is gesproken over het planvoornemen en welke effecten dit heeft op de omwonenden. Tijdens de informatieavond zijn daarnaast nog vragen gesteld die beantwoord zijn. In bijlage 2 is een samenvatting van de informatieavond opgenomen.

6. 4

Procedure

De Wet ruimtelijke ordening (Wro) is in werking getreden met ingang van 1 juli 2008. De wettelijke procedure start met het moment van ter inzage legging van het ontwerp bestemmingsplan. De procedure ziet er als volgt uit: ▪ Vooroverleg met betrokken instanties; ▪ Openbare kennisgeving van het ontwerp bestemmingsplan; ▪ Terinzagelegging van het ontwerp en bijbehorende stukken gedurende 6 weken en toezending aan gedeputeerde staten en de betrokken rijksdiensten, waterschappen en gemeenten; ▪ Gedurende de termijn van terinzagelegging kunnen door eenieder schriftelijk of mondeling zienswijzen worden ingebracht; ▪ Vaststelling van het bestemmingsplan door de gemeenteraad binnen 12 weken; ▪ Algemene bekendmaking van het bestemmingsplan door terinzagelegging met voorafgaande kennisgeving en toezending aan gedeputeerde staten en betrokken rijksdiensten, waterschappen en gemeenten: binnen 2 weken dan wel, indien gedeputeerde staten of de inspecteur zienswijzen hebben ingebracht of het bestemmingsplan gewijzigd is vastgesteld, vanaf 6 weken na vaststelling; ▪ Mogelijkheid tot beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen 6 weken na bekendmaking voor belanghebbenden; ▪ Inwerkingtreding op de dag na afloop van de beroepstermijn, zijnde 6 weken na de bekendmaking, tenzij binnen deze termijn een verzoek om een voorlopige voorziening is ingediend bij de

voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Vastgesteld

32

7.

JURIDISCHE TOELICHTING

7. 1

Planstukken

Het bestemmingsplan heeft als doel het planologisch-juridisch kader te geven voor de ontwikkeling van het beschreven plan. De nadere juridische invulling is gedetailleerd geregeld. Dit bestemmingsplan bestaat uit de volgende onderdelen: ▪ Toelichting ▪ Planregels ▪ Verbeelding Met het opstellen van het onderhavige bestemmingsplan is aangesloten bij de in de Wet ruimtelijke ordening en het Besluit ruimtelijke ordening geformuleerde uitgangspunten. De plansystematiek voldoet aan de volgende RO-standaarden 2012: ▪ Standaard Vergelijkbare BestemmingsPlannen (SVBP) 2012; ▪ PraktijkRichtlijn BestemmingsPlannen (PRBP) 2012; ▪ Standaard Toegankelijkheid Ruimtelijke Instrumenten (STRI) 2012. Ten behoeve van de uniformiteit van bestemmingsplannen binnen de gemeente Horst aan de Maas voldoet het bestemmingsplan qua systematiek aan het bestemmingsplan “Buitengebied Horst aan de Maas” zoals dat reeds voor het plangebied geldt.

7. 2

Toelichting op de verbeelding

De verbeelding heeft een belangrijke rol bij het bepalen van de gebruiks- en bebouwingsmogelijkheden in het plangebied. Daartoe zijn op de verbeelding bestemmingsvlakken en aanduidingen opgenomen. Deze aanduidingen zijn in de vorm van een vlak weergegeven. Deze aanduiding is digitaal altijd aan te klikken en zal dan oplichten, waardoor duidelijk is wat de grens van het aanduidingsvlak is. Op www. ruimtelijkeplannen. nl is hiervoor ‘het verrekijkertje’ voor de opgesomde aanduiding aan te klikken. Het vlak zal dan rood oplichten.

Op de papieren kaart zijn functieaanduidingen en bouwaanduidingen begrensd door een ‘haaientandlijn’ en worden maatvoeringsaanduidingen weergegeven door een onderbroken lijn. Bij onduidelijkheid of een tegenstrijdigheid is de digitale weergave van doorslaggevende betekenis. Anders gezegd, de papieren kaart heeft hierin geen betekenis meer.

Op

de verbeelding is het gehele plangebied voorzien van de bestemming ‘Natuur’. Binnen de natuurbestemming is de functieaanduiding ‘specifieke vorm van agrarisch – schaapskooi’ opgenomen zodat binnen het plangebied de schaapskooi is toegestaan. Alle dubbelbestemmingen en gebiedsaanduidingen zoals die in het bestemmingsplan “Buitengebied Horst aan de Maas” gelden voor het plangebied, zijn eveneens overgenomen op de verbeelding.

Vastgesteld

33

7. 3

Toelichting op de planregels

De regels zijn standaard als volgt opgebouwd: ▪ Hoofdstuk 1 bevat de begripsbepalingen en een bepaling over de wijze van meten; deze worden opsommingsgewijs in alfabetische volgorde gegeven en dienen als referentiekader voor de overige regels. ▪ Hoofdstuk 2 bevat de bestemmingen. ▪ Hoofdstuk 3 bevat enkele algemene regels, zoals de antidubbeltelbepaling, de procedurebepaling en algemene regels ten aanzien van omgevingsvergunningen. ▪ Hoofdstuk 4 tenslotte bevat het overgangsrecht en de slotregels met daarin de titel van het bestemmingsplan. De bestemmingen vangen steeds aan met de bestemmingsbenaming. Daarna wordt in de bestemmingsomschrijving weergegeven voor welke doeleinden de betreffende gronden bestemd zijn. Vervolgens wordt in de bouwregels aangegeven welke bouwwerken bij recht mogen worden opgericht en welke situerings- en maatvoeringseisen hiervoor gelden. In sommige bestemmingen wordt bovendien nader ingegaan op de toegestane voorzieningen. Vervolgens is een gebruiksbepaling opgenomen waarin wordt aangegeven dat gronden en opstallen niet in strijd met de bestemming mogen worden gebruikt. Voor de duidelijkheid is een aantal situaties aangegeven die in ieder geval in strijd met de bestemming worden geacht.

Om bepaalde ontwikkelingen te sturen, respectievelijk in de hand te houden, is er tevens voor gekozen voor het opnemen van flexibiliteitsbepalingen. Na het doorlopen van een in het bestemmingsplan nader uiteengezette procedure, kan aan deze flexibliteitsbepalingen medewerking worden verleend voor een alternatieve invulling van het plangebied.

Vastgesteld

34

M“4 \\

I\/

\ ’ ,‘

Q‘

_

¢

‘

Legenda

m

l~%

ET ama ammmman

>\

5

\\

/‘4?

\EI W_3VWA

‘egvhfiMgg

‘

'

‘? ‘ E\___Q \n‘U__‘_fi_. 3; n_UWivfryfl‘\\_f X. ‘ _xj/_IQ

‘\?»V “A:‘_/H;__s’

X/&7_ $_ }_ »J__1A6_,M'G_’'‘JM_‘

Q?giIg”MV“gT _

X}_/ E_/_1‘/A‘Y‘ > ,

\

$_n_ L)A0‘_ I

\4IWX‘r \\M \_'“l_’p_u_\

‘Q \__1

‘“__ _ ‘\‘_I‘\

g§__ ‘r __V{

\.’_A_\___(h_. " t‘’

\\ __Q

Wk_ _ _ _ Q_ _/_ *V

W.\‘__7' >

I\, I7’

$ /\

w‘_

_ D_ J_X _jF‘5V_\‘

grenzen

Bestaand

raster

Schapenraster

tiN“I‘ L® | gY‘p

Kadastrale

Paardenraster

Draadpoort

schapenraster

van

Weidepoort (hout)

© @ ©

Bestaande

mmm

Bestaande

mmm

Nieuwe

haag

mm GA

L01. 03

Elzensingel

LO1. 09

Hoogstamfruitgaard

LA

N12. 02 Kruiden-

en

faunarijk grasland (begrazing)

me

N12. 02 Kruiden-

en

faunarijk grasland

mn

Open

| ==

Bestaande Nieuwe

sloot

Ed

Nieuwe

duiker

bomen

Nieuwe

boom

Nieuwe

fruitboom

(indicatief ingetekend)

(binnen

begrazingsgebied

met

boomkorf)

boomkorf

met

haag

(begrazing)

water

sloot of beek

Taludlijn

\lk \

WA

Schaapskooi (indicatief, 6, 00x4, 00)

[=| Kn

Dassenpijp

Le)

Grensmarkering

Ooievaarsnest de 20m zonder

bestaande draad

uit weidepaal

om

Greenport \/ZEN|

REGIO

Campusgebouw t 077-8503450

Villa Flora,

Villafloraweg www. greenportvenlo. nl

project project

GPV-K4

Uitvoeringstekening

_\

staander

—K4-C028

(g(egaenaon oinmi msiese redr)d MN 20. 12. 2022

datum ~\

Westelijke 10397

no

onderdeel

ksI_

1 5928 SZ Venlo

wijziging

L ”_”_ § sloot en afvlakking 7. 80

principedoorsnede afvlakking sloot

Kruidenrijk gras 3. 00

schaal

formaat

tekening

no

deze cad tekening onze

tekenaar is eigendom

|(geanonimise rd)

en mag zonder Ontwikkelbedrijf Greenport Venlo, schriftelijke toestemming niet gekopieerd of anderzins gebruikt van

gerepraduseerd,

{© Greenport REGIO

Verslag van de informatieavond

V In N LO

het landschapsplan Greenport Venlo op 1 maart 2023

over

Aanwezig: 62 Geïnteresseerde

bewoners, deelnemer

project groene Dorpsmantel, deelnemer

aan

natuurcompensatieregeling

en

Horst aan de

vrijwilligers Landschap

1.

Maas, WML

en

Opening

De Doe

ea

medewerkers

van

Ontwikkelbedrijf Greenport Venlo, gemeente Horst aan de Maas

en

en TTC

Groengroep

)dreesiminonaeg( )dree)dsrieemsiinmionnoanaeegg(( (geanonimiseerd) informeren het maken e

bestaande natuur

over

van

nieuwe en

Sevenum.

verbeteren

van

landschap in Greenport Venlo. Natuur en landschap waarin je dan ook kunt recreëren zoals wandelen, fietsen, hardlopen, mountainbiken of golfen. Met specifieke aandacht voor

en

de gebieden in de westelijke staander

het landschapsplan

van

Greenport Venlo, namelijk:

Groote Molenbeek-Noord, Stationsomgeving Horst-Sevenum, ‘t Ham- Reulsberg, Rieterdijk,

Kattenstaartsebeek, groenzone klaver

(geanonimiseerd) nn: omgeving

wonen

eigen percelen,

eze

erven

leggen

waar

ze

met

een

uit hoe we

dat doen, wat het betekent

de aanwezigen aan: blijkt dat de aanwezigen verspreidt

wonen:

in en om

wat ze de

-

we

project Groene Dorpsmantel. voor

die in

mensen

en beantwoorden we vragen. Daarnaast lichten we mogelijkheden toe of de buurtomgeving groener te maken (Project Groene Dorpsmantel).

2. Via de mentimeter geven -

5 en 7 en het

zwaartepunt mooiste plek vinden

in de

regio Greenport Venlo

om

wonen

Sevenum. in

Greenport Venlo: het meest genoemd

is

daarbij de

Groote Molenbeek. vanavond aanwezig zijn: het merendeel geeft aan dat dit is omdat ze geïnteresseerd zijn in natuurontwikkeling en omdat ze de ontwikkelingen graag volgen. waarom

-

ze

3. Presentatie

(geanonimiseerd)

Tijdens zijn presentatie …

ontstaan, de missie

en

de organisatiestructuur

het Ontwikkelbedrijf Greenport Venlo toe. Vervolgens gaat hij in op de hoofdlijnen van het landschapsplan (400 hectare natuur en landschap inclusief de wettelijke compensatie van ca. 56 van

hectare) en

de stand

Molenbeek

en

van

zaken daarvan.

het ecoduct

over

Momenteel

ligt de focus

op het dal

de A73. Aan bod komen ook de gebieden

van

de Groote

't Ham-Reulsberg,

Stationsomgeving Horst-Sevenum, Kattenstaartse Beek, Groenzone Klaver 5 en 7, Rieterdijk (wordt ontwikkeld door het Waterschap Limburg) en het project Groene Dorpsmantel. Tijdens

en

Vraag:

Is er in het

na

Geantwoord

deze presentatie volgden onderstaande vragen en antwoorden: gebied ook aandacht voor ruiter- en menroutes?

werd dat die

inmiddels al ruiter-

en

er

komen. Er zijn, in samenwerking met het routebureau

menroutes

gerealiseerd.

www.greenportvenlo.nl/natuur-recreatie. vinden.

Deze

zijn uitgezet

Hier zijn ook

met

borden

en

en

de KNHS,

ook te vinden via

fiets- en wandelroutes in het gebied te

Vraag: Waarom worden worden dede grondwallen grondwallen rondom rondom dede bedrijventerreinen niet aangeplant zodat zeze ook ook bedrijventerreinen niet aangeplant zodat Vraag: Waarom geintegreerd worden worden inin dede natuur? natuur? geïntegreerd Antwoord: Het Antwoord: Het Ontwikkelbedrijf Ontwikkelbedrijf volgt kaders zoals zoals met met dede gemeenten gemeenten afgesproken afgesproken enen het het volgt nunu dede kaders Ontwikkelbedrijf is is daarin daarin zelf zelf neutraal. neutraal. De De discussie discussie over wel of of niet niet beplanten loopt al al langer wrevoel beplanten loopt langer Ontwikkelbedrijf omdat omdat dede wensen wensen van van aanwonenden aanwonenden daarin daarin verschillen. verschillen. Sommigen willen het het wel, anderen beslist beslist wel, anderen Sommigen willen niet. Ook niet. Ook dede gemeenten gemeenten hebben hebben daarin daarin een een stem stem omdat omdat zij uiteindelijk worden worden van van dede uiteindelijk eigenaar eigenaar openbare ruimte ruimte waar waar de de grondwallen onderdeel van van uitmaken. uitmaken.

Mochten Mochten bewoners bewoners enen gemeenten openbare grondwallen onderdeel gemeenten het eens het eens zijn over over een een ander ander uiterlijk en en onderhoud onderhoud van van de de grondwallen van van klaver klaver 5 en en 7, dan isis het dan het uiterlijk grondwallen 7, zijn Ontwikkelbedrijf bereid bereid dit dit tete realiseren. realiseren. Ontwikkelbedrijf

Vraag: Welke Welke gronden gronden gaan straks naar hoe wordt wordt het het onderhoud onderhoud geborgd? geborgd? snaagtraks draanede gemeenten gemeenten enen hoe Vraag: Antwoord: DeDe gronden Antwoord: gronden waarop waarop dede bedrijven gerealiseerd blijven uiteraard uiteraard eigendom van de van de bedrijven zijn gerealiseerd blijven eigendom zijn bedrijven investeerders. Alle Alle gronden gronden daartussen daartussen enen dede omzoming van het het bedrijventerrein bedrijven ofof dede investeerders. bedrijventerrein omzoming van over naar de Voor nieuwe natuur is dat dit moment gaan over naar de grondgebied-gemeente. grondgebied-gemeente. drooVe de nieuwe natuur is dat op op dit moment nog niet gaan nog niet duidelijk, maar maar dat dat zou zou naar naar natuur natuur beherende beherende organisaties organisaties kunnen Kunnen zoals zoals Staatsbosbeheer Staatsbosbeheer ofof dede duidelijk, gemeente. Zij zijn dan dan ook ook verantwoordelijk voor voor het het onderhoud onderhoud van van deze deze gronden. Dit wordt wordt nader nader verantwoordelijk gronden. Dit gemeente. Zij zijn uitgewerkt door door het het Ontwikkelbedrijf. uitgewerkt Ontwikkelbedrijf. 4.4.

Groene Groene Dorpsmantel Dorpsmantel Met Met het het project project Groene Groene Dorpsmantel Dorpsmantel krijgen Krijgen bewoners bewoners meer meer mogelijkheden mogelijkheden enen ondersteuning ondersteuning om om erf ofof perceel Het is Horst hun erf hun perceel tete vergroenen. Het is een een regeling waarmee waarmee je met met hulp van van Landschap Horst aan aan regeling je hulp Landschap vergroenen. Maas dede Maas enen financiële financiele ondersteuning vgninuetsrednoanvan Ontwikkelbedrijf Ontwikkelbedrijf Greenport VtropneerGenlo Venlo bomen bomen enen struiken struiken kunt kunt aanplanten, maar maar ook ook het het aanleggen aanleggen van van een een poel poel enen bloemrijke bloemrijke weiden weiden behoort behoort tot tot dede aanplanten, mogelijkheden. ZoZo kun kun jeje jeje eigen eigen erf, perceel enen dede buurtomgeving buurtomgeving (dorpsmantel) vergroenen. Een Een mogelijkheden. erf, perceel (dorpsmantel) vergroenen. voorwaarde voorwaarde isis wel wel dat dat dede grond grond ligt ligt inin dede zone zone zoals zoals aangeduid aangeduid opop bijgaand bijgaand kaartje. kaartje.

Waarom Waarom deze deze regeling? regeling? DeDe reden reden dat dat het het Ontwikkelbedrijf dfjirdeblekkiwtnOeze deze regeling agnilegeranbiedt aanbiedt isis omdat omdat inin het het buitengebied buitengebied van van de de Horst gemeente Horst aan aan de de Maas, Maas, rondom rondom het het werklandschap Greenport Venlo, veel veel ruimtelijke werklandschap Greenport Venlo, ruimtelijke gemeente ontwikkelingen plaatsvinden. plaatsvinden. Om Om dede leefbaarheid leefbaarheid van van het het gebied gebied tete bevorderen bevorderen werken werken wewe aan aan het het ontwikkelingen Iandschapsplan met met als als doelstelling doelstelling dede realisatie realisatie enen versterking vgnikretsrevan van 400 400 haha natuur natuur enen landschap Iandschap met met landschapsplan recreatiemogelijkheden. ZoZo worden worden bestaande bestaande natuurgebieden natuurgebieden uitgebreid uitgebreid enen met met elkaar elkaar verbonden. verbonden. recreatiemogelijkheden. Daarnaast ontstaan erer kansen recreatie. otsaanraaDntstaan Kansen opop het het gebied gebied van van klimaat, klimaat, biodiversiteit biodiversiteit enen recreatie.

Om Om ook ook eigenaar/bewoners eigenaar/bewoners inin het het gebied gebied hierbij betrekken enen aan aan tete moedigen moedigen hieraan hieraan bij bij tete hierbij tete betrekken heeft Ontwikkelbedrijf Ontwikkelbedrijf Greenport Greenport Venlo met Stichting Stichting Landschap dragen, heeft Venlo dus dus samen samen met Landschap Horst Horst aan aan de de dragen, Maas de Maas stimuleringsregeling ‘Groene Dorpsmantel’ opgesteld. Dit Dit is is een aanvulling op de de stimuleringsregeling ‘Groene Dorpsmantel’ opgesteld. een extra extra aanvulling op de vgnilletsleodan van dede 400 400 haha natuur natuur enen landschap Iandschap uituit het het Iandschapsplan. doelstelling landschapsplan.

Het beeld Het beeld dat dat wewe nastreven dat dede groene nastreven isis dat dorpsmantel opgebouwd opgebouwd isis uituit kleinschalige kleinschalige groene dorpsmantel Iandschapselementen zoals zoals houtwallen, houtwallen, bomenrijen, bomenrijen, hagen hagen enen kleinschalige kleinschalige weides, weides, bosjes landschapselementen bosjes enen akkers. De vormt met haar karakter een waardevolle akkers. De groene groene dorpsmantel dorpsmantel vormt met haar kleinschalig Kleinschalig karakter een waardevolle groene groene overgangszone tussen bebouwingskern enen het het omliggende omliggende landschap Iandschap dat dat agrarisch agrarisch gebied, gebied, tussen dede bebouwingskern overgangszone bedrijventerrein of of natuurgebied kan kan zijn. Door Door erven erven en en percelen binnen binnen de de dorpsmantel bedrijventerrein natuurgebied percelen dorpsmantel tete zijn. vergroenen, verbetert verbetert dede kwaliteit Kwaliteit van van dede leefomgeving. leefomgeving. Bovendien Bovendien isis het het belangrijk belangrijk voor voor planten planten enen vergroenen, dieren dieren enen daarmee daarmee dede biodiversiteit. biodiversiteit. -vertelt waarom hij waarom hij heeft heeft deelgenomen deelgenomen aan aan het het project project Groene Groene Dorpsmantel. Dorpsmantel. Hij had (geanonimiseerd) Hij had (geanonimiseerd) ee:

stukje ’brandnetelbos’ enen alal overleg met eigenaren van buurtpercelen. ontdekte hij stukje ‘brandnetelbos’ overleg met eigenaren van buurtpercelen. ZoZo ontdekte hij dede mogelijkheden van van dit dit project. project. Wensen Wensen enen mogelijkheden mogelijkheden werden werden besproken, besproken, een een schets schets gemaakt, mogelijkheden gemaakt,

een een

uiteindelijk plan plan enen vervolgens vervolgens gestart met dede uitvoering. uitvoering. Inmiddels Inmiddels zijn zijn er er op op zijn zijn eigendom eigendom uiteindelijk gestart met ruim 500 ruim 500 struiken, struiken, 2424 bomen bomen gepland poelen gegraven. _geeft aan aan dat dat erer ook ook gepland enen 2 poelen gegraven (geanonimiseerd) afspraken over over onderhoud onderhoud worden worden gemaakt. gemaakt. Zo Zo wordt wordt duurzaam duurzaam beheer beheer door door dede grondeigenaar grondeigenaar inin afspraken dede overeenkomst dat beheer Horst aan de Maas dede overeenkomst vastgelegd. vastgelegd. Bij dat beheer begeleidt begeleidt Landschap Landschap Horst aan de Maas Bij een een

(geanonimiseerd) Mee:

dan ook ook weer. weer. grondeigenaar draanegiednorgan Landschap Horst Horst aan aan de de Maas) vertelt over over de de rol rol van van Landschap Landschap Horst Horst aan aan Landschap (geanonimiseerd) Maas) vertelt (geanonimiseerd) eier Maas in Het is dede Maas in het het project Groene Groene Dorpsmantel. Het doel doel van van project is om om zoveel zoveel mogelijk pareltjes inin - (vrijwilliger

project

Dorpsmantel.

project

mogelijk pareltjes

het gebied het gebied tete maken maken enen deze deze aan aan elkaar elkaar tete rijgen rijgen zodat etadozen een mooie mooie groene zone ontstaat. ontstaat. Dat Dat isis ook ook groene zone dede kracht wthcarkant ztnawozo verbeter verbeterjeje geen geen willekeurige willekeurige grond grond (postzegeltjes) (postzegeltjes), maar vraamerbind verbind jeje zeze tot tot één één mooi Horst Maas mooi groen gebied. Als Als Landschap Horst aan aan de de Maas bekijken ze ze wat wat ze ze maatschappelijk kunnen kunnen gebied. Landschap bekijken maatschappelijk groen betekenen. Het betekenen. steHamen samen mee mee uitvoeren uitvoeren van van dit dit project project Groene Groene Dorpsmantel Dorpsmantel isis eroovreihen hiervoor een goede goede 3 mogelijkheid. Inmiddels Inmiddels zijn zijn erer 9 van van deze deze projecten projecten gerealiseerd gerealiseerd enen staan staan erer nog op de de planning. mogelijkheid. op planning. nog jgeeft aan dat het het Landschap Landschap Horst atsroHan de Maas Maas het het opop prijs prijs stelt stelt dat dat zeze door door het het (geanonimise rd) aan dat aan de Zo mooi Ontwikkelbedrijf hierbij betrokken betrokken worden. worden. Zo etaatstnoen ontstaat een mooi gebied dat dat ook vkoooor rroovecreanten recreanten hierbij gebied Ontwikkelbedrijf is. zeer zeer geschikt geschikt is. ,

(g egaenaon oinmi msies er dr)d lee

Meer informatie Meer informatie over over het het project project Groene Groene Dorpsmantel Dorpsmantel via via landschaphorstaandemaas. nI/groene-dorpsmantel www.landschaphorstaandemaas. nl/groene-dorpsmantel www.

Natuurontwikkeling Natuurontwikkeling _vertelt waarom hij heeft gekozen gekozen voor een andere andere vorm vorm van van samenwerking met het voor een het (geanonimiseerd) vertelt waarom hij heeft samenwerking met (geanonimiseerd) Ontwikkelbedrijfenen wel wel om om op op zijn zijn grond grond natuur Iaten ontwikkelen. ontwikkelen. ZoZo heeft heeft hij hij zijn zijn voormalige voormalige natuur tete laten Ontwikkelbedrijf landbouwgrond inin zijn landbouwgrond zijn achtertuin achtertuin laten Iaten inzetten inzetten voor voor dede verbetering verbetering van van het het landschap Iandschap enen dede aanleg aanleg van van natuur. natuur. Via Via dede Groengroep Groengroep Sevenum Sevenum isis hij hij bij bij het het Ontwikkelbedrijf Ontwikkelbedrijf terecht terecht gekomen gekomen enen zijn zijn wederzijdse ideeen ideeën besproken besproken enen wat wat het het resultaat resultaat opop het het gebied gebied van van landschapslandschaps- enen wederzijdse natuurontwikkeling zou moeten zijn. zijn. natuurontwikkeling zou moeten _legt hoe het het Ontwikkelbedrijf structuur wil wil maken maken enen hoe hoe daar daar (geanonimiseerd) Ontwikkelbedrijf dede groene groene structuur (geanonimiseerd) legt uituit hoe

var

geschikte gronden gronden bij bij gezocht gezocht worden. worden. Het Het plan plan var-rast goed bij bij dede inrichting inrichting van van de de geschikte (geanonimiseerd) -s goed (geanonimiseerd) Kattenstaartse beek. Kattenstaartse beek. Ook Ook geeft geeft hij aan dat dat wanneer wanneer iemand iemand ervoor ervoor kiest kiest landbouwgrond landbouwgrond inin tete zetten zetten hij aan vooreen een natuurbestemming, men uiteraard uiteraard financieel financieel wordt voor wordt gecompenseerd door het het natuurbestemming, men gecompenseerd door Dat houdt houdt ook ook inin dat dat erer een die daarbij hoort wordt wordt Ontwikkelbedrijf. Dat een bestemmingswijziging Ontwikkelbedrijf. bestemmingswijziging die daarbij hoort doorgevoerd en en daarnaast de instandhouding en en beheer notarieel wordt vastgelegd in in een een daarnaast de instandhouding beheer notarieel wordt vastgelegd doorgevoerd kwalitatieve verplichting. kwalitatieve verplichting.

_geeft verder nog aan dat dat erer niet niet alleen alleen een een prettige prettige samenwerking met dede samenwerking met (geanonimiseerd) geeft verder nog aan (geanonimiseerd)

Groengroep Sevenum Sevenum enen het het Ontwikkelbedrijf Ontwikkelbedrijf was, was, maar die ook ook meerwaarde meerwaarde had. had. ZoZ0 zijn zijn erer ook ook Groengroep draamatdat die voorzieningen droove voor de das das etkaamegn eneen een route route voor wroovandelaars. wandelaars. gemaakt voorzieningen De De rol rol van van Landschap Landschap Horst Horst aan aan dede Maas Maas was was dat dat zeze hebben hebben geadviseerd geadviseerd inin dede Sevenum nam. Groengroep Sevenum de de uitvoering voor voor hun hun rekening nam. Groengroep uitvoering rekening

beplanting enen dede beplanting

PAUZE PAUZE NaNa een korte pauze een korte maken dede pauze maken

aanwezigen gebruik van van dede mogelijkheid mogelijkheid omom met met behulp behulp van van 99 aanwezigen gebruik praatplaten meer meer informatie informatie tete Krijgen, vragen tete stellen stellen enen tips tips tete geven geven over: over: het het project project Groene Groene praatplaten krijgen, vragen Dorpsmantel, dede structuurvisie structuurvisie Greenport fietsroute Rondje Dorpsmantel, Greenport Venlo, Venlo, fietsroute Rondje Greenport Greenport enen dede gebieden gebieden Groote Groote Molenbeek-Noord, Molenbeek-Noord, Stationsomgeving Stationsomgeving Horst-Sevenum, Horst-Sevenum, ‘t’t HamHam- Reulsberg, Reulsberg, Rieterdijk, Rieterdijk, Kattenstaartsebeek enen dede groenzone Kattenstaartsebeek groenzone klaver klaver 5 enen 7.7.

Hieronder een een opsomming opsomming van van de adviezen adviezen enen vragen vragen die die met met behulp behulp van van ‘geeltjes’ ‘geeltjes' zijn genoteerd. zijn genoteerd. Hieronder Daarnaast zijn er uiteraard nog andere aandachtspunten besproken. zijn er nog Daarnaast uiteraard andere aandachtspunten besproken.

Praatplaat Groenzone Groenzone klavers klavers 5 && 77 –- praatschets praatschets 1.1. Praatplaat Vraag: noordzijde van van de natuurzone natuurzone van van klaver klaver 55 fase fase 11 (tegen (tegen het het spoor spoor aan) aan) isis erg erg kaal kaal enen Vraag: DeDe noordzijde open. Wandelend Wandelend vanuit vanuit het het zuiden in noordelijke richting is er volledig zicht op het spoor. zou open. in is er op spoor. DitDit zou zuiden noordelijke richting volledig zicht het beter groen groen kunnen kunnen zijn. zijn. Wat Wat kunnen kunnen jullie hierin betekenen? betekenen? beter jullie hierin Antwoord: Dit de tussen klaver 5 het spoor. plannen hiervoor betreft zone en spoor. DeDe plannen nog Dit zone 5 en Antwoord: betreft de tussen klaver het hiervoor worden worden nog uitgewerkt maar in het plantseizoen 2023-2024 wordt hier nog meer geplant in combinatie met uitgewerkt maar in het plantseizoen 2023-2024 wordt hier nog meer geplant in combinatie met begrazing. Het idee hoek die kan uitgroeien bosje hierdoor het zicht van een groene tot een en Het van een groene uitgroeien een en begrazing. idee hoek die kan tot bosje hierdoor het zicht inin noordelijke richting op termijn wordt beperkt, nemen wij mee in de uitwerking. noordelijke richting op termijn wordt beperkt, nemen wij mee in de uitwerking.

Vraag: verlichting van van de gebouwen gebouwen inin klaver klaver 55 (westzijde) (westzijde) schijnt schijnt in de natuurzone natuurzone van van klaver klaver 5. Vraag: DeDe verlichting Dit schaadt de ecologie. Kan hier iets aan worden gedaan? Dit schaadt de ecologie. Kan hier iets aan worden gedaan? Antwoord: Wij Wij zullen zullen dit dit verder verder onderzoeken onderzoeken enen als als dit dit niet volgens de gemaakte gemaakte afspraken afspraken is Antwoord: niet volgens verzoeken wij betreffend bedrijf dit aan te passen. verzoeken wij betreffend bedrijf dit aan te passen. Vraag: DeDe ooievaar een gezonde gezonde biotoop. biotoop. Hoe Hoe wordt wordt dat dat gerealiseerd? gerealiseerd? ooievaar wilwil een Vraag: Antwoord: de direct omwonenden wordt in klaver 55 i.i. s.s. m. initiatief van van de direct omwonenden wordt in de groenzone klaver m. een een lokale Antwoord: OpOp initiatief de groenzone lokale beeldend kunstenaar kunstenaar bekeken bekeken ofof inin deze deze zone zone drie drie kunstwerken kunstwerken geplaatst geplaatst kunnen kunnen worden. worden. Eén Eén van van beeldend die kunstwerken betreft een oude boomstam hierop een ooievaarsnest. met hierop een ooievaarsnest. die kunstwerken betreft een oude boomstam met Groote Molenbeek OpOp andere andere plekken plekken langs Iangs dede Groote Molenbeek zijn zijn ook okoooievaarsnesten ooievaarsnesten geplaatst.

geplaatst. Dit Dit zijn zijn plekken plekken waar het biotoop bijzonder geschikt is en waar de ooievaar is aangetroffen. We hopen waar het biotoop bijzonder geschikt is en waar de ooievaar vaker irekavs aangetroffen. We hopen dat dat dede ooievaar ooievaar snel snel opop deze deze plekken plekken gaat gaat broeden. broeden. Opmerking: InIn dede natuurzone natuurzone klaver heel smalle smalle weinig groencompensatie groencompensatie omdat een heel Opmerking: klaver 55 fase fase 11 is weinig omdat dit dit een strook is. strook Antwoord: nabij de Dorperdijk isis dede strook inderdaad smaller, maar deze breed uit het uit richting Antwoord: nabij de Dorperdijk strook inderdaad smaller, maar deze loopt loopt breed richting het spoor. Daar Daar isis hijhij meer meer dan dan 100 100 meter meter breed. spoor. breed. Vraag: We We zien zien inin dede plannen plannen voor voor dede groenzone groenzone klaver klaver 77 een een aantal aantal kleinere kleinere oppervlaktes oppervlaktes met met Vraag: struweel ingetekend. Kan dit niet robuuster worden aangezet? struweel ingetekend. Kan dit niet robuuster worden aangezet? Antwoord: Ja, goed idee. idee. We zullen inin de uitwerking uitwerking naar naar het het beplantingsplan beplantingsplan de struwelen struwelen Ja, goed We zullen Antwoord: vergroten waardoor er meer groene massa en variatie in structuur ontstaat.

vergroten waardoor er meer groene massa en variatie in structuur ontstaat. Vraag: Kunnen maatregelen maatregelen worden worden getroffen getroffen tegen tegen dede geluidsoverlast geluidsoverlast van van dieren dieren die die bedrijfsmatig bedrijfsmatig Vraag: Kunnen worden gehouden in onze woonomgeving? worden gehouden in onze woonomgeving? Antwoord: Het Het geluid geluid van van deze deze dieren dieren isis lastig lastig tete dempen. dempen. Wij onderzoeken ofof dede inrichting inrichting van van dede Wij onderzoeken Antwoord: nieuw te ontwikkelen natuur op de gronden ten westen van het een positieve bijdrage kan op van efjirdeben nieuw te ontwikkelen natuur de gronden ten westen het bedrijf positieve bijdrage kan

Ieveren aan aan het het verminderen verminderen van van de ervaren ervaren geluidsoverlast. leveren geluidsoverlast. Vraag: Wij Wij hebben een bomenrij bomenrij staan staan die die uit berken bestaat. bestaat. Velen Velen worden worden slecht vallen Vraag: uit oudere hebben een oudere berken slecht ofof vallen om. om. Wat Wat kunnen hieraan doen? kunnen wewe hieraan doen? heeft Omdat deze Groote Antwoord: Een Een berk een een beperkte levensduur. bomenrij inin het van de Antwoord: berk heeft beperkte levensduur. Omdat deze bomenrij het dal dal van de Groote Molenbeek staat, kunnen wij wij helpen helpen met omvorming ervan. ervan. Door Door het aanbrengen van van nieuwe nieuwe staat, kunnen met de Molenbeek de omvorming het aanbrengen bomen en en andere boomsoorten kunnen we we de bomenrij verjongen verjongen en en zo zo de biodiversiteit vergroten. bomen andere boomsoorten kunnen de bomenrij de biodiversiteit vergroten. Wij nemen nemen hierover contact met met uu op. op. Wij hierover contact

Vraag: Wij hebben hebben enkele enkele weken weken geleden geleden een vergunning bijbij de gemeente aangevraagd voor het een vergunning gemeente aangevraagd voor het Vraag: Wij vernieuwen van van enen investeren investeren inin ons ons bedrijf. We hebben hierover nog niets gehoord. Kunt u hierin vernieuwen nog niets u bedrijf. We hebben hierover gehoord. Kunt hierin bemiddelen ofof helpen? helpen? Ook Ook zou zou ikik graag graag dede houtwal houtwal willen willen vervangen vervangen en en de bestaande bestaande vijver vijver willen bemiddelen willen verplaatsen. verplaatsen. Antwoord: Wij gaan gaan niet niet over over dede vergunning vergunning voor voor uw uw bedrijf, bedrijf, daar daar kan kan alleen alleen de gemeente gemeente Antwoord: Wij duidelijkheid over geven. We zien wel Kansen bij de natuurlijke inrichting van uw terrein. Hiervoor Hiervoor over geven. zien van uw terrein. duidelijkheid We wel kansen bij de natuurlijke inrichting nemen we we contact contact met met u op. op. nemen

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13531449/1