CConstaterende datHorst aan de Maas
Koppel je AI →
Document · PDF

04c Toelichting

Gemeenteraad 12 mei 2026, gemeente Horst aan de MaasBij agendapunt: Voorstel tot het vaststellen van het bestemmingsplan Kempweg 12d en 15, Meterik.26.910 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

Arvalis B.V. Steegstraat 5 6041 EA Roermond Telefoon Fax E-mail Internet

(0475) 355700 (0475) 355777 Info@arvalis.nl www.arvalis.nl

IBAN NL28 RABO00174117752 KvK. Roermond nr. 13043513

Bestemmingsplan ‘Kempweg 12d en 15, Meterik’ NL.IMRO.1507.MTKEMPWEG12d15-BPV1

Bestemmingsplan ‘Kempweg 12d en 15, Meterik’ NL.IMRO.1507.MTKEMPWEG15-BPV1

IDN Nummer

:

NL.IMRO.1507.MTKEMPWEG12d15-BPV1

Opdrachtgever

:

Correspondentieadres

:

Dhr. P. Litjens Plantenkwekerij De Kemp B.V. Kempweg 15 5964 ND Meterik

Opgesteld door

:

Arvalis B.V.: K.V Bartels / T. Bergsma

Datum

:

28 maart 2024

Inhoudsopgave 1 INLEIDING 1.1 1.2 1.3 1.4 1.5 1.6

Aanleiding Doel Ligging en begrenzing van het plangebied Vigerend bestemmingsplan Kempweg 12d Vigerend bestemmingsplan Kempweg 15 Leeswijzer

2 PLANBESCHRIJVING 2.1 2.2 2.3 2.4

Ruimtelijke en functionele structuur Historische ontwikkeling en cultuurhistorie Inpassing Kempweg 15 Compensatieplan middels inrichting perceel

3 BELEIDSKADERS EN BELEIDSTHEMA’S 3.1 3.2

Beleidskaders Beleidsthema’s

4 UITVOERBAARHEID 4.1 4.2 4.3

1 1 3 4 5 11 16

17 17 18 21 23

27 27 40

71

Economische uitvoerbaarheid Handhaving Maatschappelijke uitvoerbaarheid

71 71 71

5 WIJZE VAN BESTEMMEN

73

5.1 5.2 5.3 5.4 5.5 5.6

Algemeen Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen (SVBP 2012) Verbeelding Regels Handhaving Wijze van toetsing

73 73 74 74 74 75

Bijlagen 1. Situatieschets, Arvalis d.d. 9 november 2018. 2. Principe toestemming van het college van B en W van de gemeente Horst aan de Maas, d.d. 21 april 2016. 3. Natura 2000 Rapport, Arvalis 8 november 2022 4. Landschapsinrichtingsplan a. Plattelandscoöperatie, december 2018 b. Ron janssen Erf- en Landschapsverfraaiing, oktober 2021 5. Bodemonderzoek. a. Kempweg, Econsultancy d.d. 7 november 2017. b. Seurenweg, Econsultancy d.d. 11 oktober 2019. 6. Archeologisch Onderzoek. a. Kempweg en Seurenweg, ArcheoPro, d.d. 31 oktober 2017. b. Seurenweg, Archeopro, d.d. 15 oktober 2019. 7. Flora- en Faunaonderzoek. a. Quickscan Flora en Fauna, Kempweg, Econsultancy, d.d. 23 februari 2022. b. Quickscan Flora en Fauna Seurenweg, 11 oktober 2019. 8. AERIUS a. Aanlegfase, 10 november 2022 b. Gebruiksfase, 10 november 2022. 9. Akoestisch onderzoek Omgevingswet: toelaten locatiegebonden activiteit HMB d.d. 28 februari 2024 10. Zienswijzennota

1 INLEIDING 1.1

Aanleiding

Meer dan 50 jaar geleden is de familie Litjens gestart met de onderneming Plantenkwekerij De Kemp. Eerder teelden zij aardbeien en appels. Al snel werd de vermeerdering van aardbeiplanten opgepakt. De productie van aardbeien werd na enkele jaren gestopt. Een aantal jaren later kwam er de opkweek van aspergeplanten bij. In 1995 is gestopt met de productie van appels. Inmiddels is het bedrijf overgenomen door de zoon van de familie Litjens met zijn partner. Het bedrijf is inmiddels uitgegroeid tot één van de toonaangevende bedrijven in de vermeerdering en opkweek van aardbei- en aspergeplanten in Europa. Op dit moment zijn er 18 vaste medewerkers in dienst en werken er in de verschillende oogstperioden een groot aantal seizoenmedewerkers. De Kemp is gespecialiseerd in de vermeerdering en opkweek van aardbei- en aspergeplanten. Naast de planten levert het bedrijf ook hoogwaardige onderstammen voor appel- en perenbomen. Het bedrijf maakt gebruik van circa 120 hectare vollegrondspercelen in de regio voor de teelt van in hoofdzaak aardbei- en aspergeplanten. Daarnaast heeft het bedrijf op een aantal locaties, waaronder de locatie Kempweg 12d, glasopstanden in gebruik voor de vermeerdering van aardbeiplanten.

Op de hoofdlocatie aan de Kempweg 15 heeft het bedrijf naast de bedrijfsgebouwen en koelfaciliteiten, vermeerderingsfaciliteiten voor het primaire uitgangsmateriaal (SEE-planten, hoogste klasse in Elitesysteem) welke wordt gebruikt voor verdere vermeerdering in beperkte glasopstanden en een trayveld van circa 2,75 hectare voor het maken van trayplanten. Plantenkwekerij De Kemp B.V. heeft alle schakels in de vermeerdering van de aardbei- en aspergeplanten in eigen hand. De ontwikkelingen in de teelt van aardbeien volgen elkaar snel op. Waren het vroeger vooral planten die in het veld (vollegrond) groeiden, nu zijn het steeds meer zogenaamde trayplanten die door afnemers gevraagd worden. De productie verplaatst zich naast de teelt in de vollegrond steeds meer naar systemen “uit de grond”, die in kassen, tunnels en/of stellingen plaats vindt. Dit fenomeen is nationaal al decennia een trend, internationaal gezien sinds de laatste jaren. Plantenkwekerij De Kemp zal met de vermeerdering daarop in moeten spelen, anders verliest het bedrijf zijn positie in de markt. De planten die voor vollegrond productie gebruikt worden zijn zogenaamde naakte wortel planten. Deze planten worden in de vollegrond vermeerderd. De vermeerdering als ook de productie in de vollegrond is risicovoller aangezien de planten besmet kunnen worden door grondgebonden schimmelziektes, bacteriën en/of aaltjes.

De teelt “uit de grond” maakt gebruik van trayplanten. Trayplanten zijn planten die los van de grond in een mengel van kokos en veen worden opgekweekt en met wortelbal worden uitgeleverd. De trayplant geeft meer zekerheid ten aanzien van met name plantgezondheid en vruchtkwaliteit. Trayplanten kunnen alleen op een daarvoor geprepareerde oppervlakte worden gekweekt. Het perceel moet stevig zijn en licht hellend om zeker te zijn dat nergens water blijft staan. Een deugdelijke geautomatiseerde beregening van de planten is noodzakelijk. De planten staan vrij van de ondergrond, ze mogen in geen geval contact maken met de grond. Dit wordt gerealiseerd door het gebruik van antiworteldoek.

Bestemmingsplan ‘Kempweg 12d en 15, Meterik.

1

Uitbreiding bouwvlak

Uitbreiding bestemming trayveld afbeelding 1, gewenste wijziging bestemmingsplan locatie Kempweg 15.

Bestemmingsplan ‘Kempweg 12d en 15, Meterik.

2

Realisatie containerveld

Uitbreiding bouwvlak

Realisatie waterbassin afbeelding 2, gewenste wijziging bestemmingsplan locatie Kempweg 12d.

1.2 1.2.1

Doel Kempweg 12d

Voor de teelt van trayplanten maakt De Kemp momenteel onder andere gebruik van een perceel ten oosten van het huidige bedrijf (Kempweg 15). Dit perceel is in het vigerende bestemmingsplan van de gemeente Horst aan de Maas deels voorzien van de bouwaanduiding “Agrarische voorziening“. Ter plaatse van deze aanduiding zijn container velden en tijdelijke teeltondersteunende voorzieningen toegestaan. Het betreffende perceel is echter te klein om te voorzien in de behoefte naar aardbeiplanten die “uit de grond” zijn vermeerderd. Tijdelijk wordt momenteel een trayveld op afstand gebruikt ter overbrugging naar de uitbreiding van het trayveld. Ook is er een behoefte voor uitbreiding van de glasopstanden en de aanleg van een waterbassin. Het voornemen van De Kemp is om middels dit bestemmingsplan het mogelijk te maken om het gehele perceel behorende bij de locatie Kempweg 12d in te richten voor de productie van trayplanten, glasopstanden en bijbehorende waterberging zie ook afbeelding 2. 1.2.2

Kempweg 15

Als gevolg van diverse uitbreidingen is de ruimte binnen het bouwvlak voor de opslag van kisten, machines, tractoren, wagens e.d. te beperkt. Om voldoende ruimte te realiseren bestaat het onderhavige planvoornemen onder meer uit het vergroten van het bouwvlak in noordelijke richting.

Bestemmingsplan ‘Kempweg 12d en 15, Meterik.

3

Daarbij ontstaat zo ook de ruimte om aanvullend een machineloods te realiseren en verdere ontwikkelingen welke benodigd zijn voor de komende jaren. Voor de teelt van trayplanten maakt Plantenkwekerij De Kemp momenteel onder andere gebruik van een perceel ten oosten van het huidige bedrijf. Dit perceel is in het vigerende bestemmingsplan van de gemeente Horst aan de Maas deels voorzien van de bouwaanduiding “Agrarische voorziening“. Ter plaatse van deze aanduiding zijn container velden en tijdelijke teeltondersteunende voorzieningen toegestaan. Het betreffende perceel is echter maar voor circa 60 % voorzien van deze aanduiding. Het voornemen van De Kemp is om middels dit bestemmingsplan het mogelijk te maken om het gehele perceel ten oosten van de bestaande bedrijfsbebouwing te blijven gebruiken voor de productie van trayplanten.

1.3

Ligging en begrenzing van het plangebied

Het plangebied bestaat uit 2 locaties te weten Kempweg 12d en Kempweg 15. De locatie Kempweg 12d is kadastraal gelegen in de gemeente Horst aan de Maas, sectie O, nr. 299, 300, 301, 1109, 1110, 1111 1294, 1677, 1678. De totale oppervlakte van dit deel van het plangebied bedraagt 124.436 M2. De locatie Kempweg 15 bestaat uit de locaties Kempweg 11, 13 en 15. Deze locatie is kadastraal gelegen in de gemeente Horst aan de Maas, sectie O, nr. 1306, 1308, 1461, 1462, 1463, en 1464. De totale oppervlakte van deze huiskavel bedraagt 69.276 m2. Beide locaties liggen in het buitengebied van de gemeente Horst aan de Maas, ongeveer 800 meter ten noorden van de dorpen Horst en Meterik. De Kempweg vormt de grens tussen de hogere akker van het Meterikse veld en het lager gelegen dal van het Schadijkerbroek. Het bedrijf ligt met de bedrijfsgebouwen geclusterd aan de Kempweg en de teelten vinden veelal plaats in de volle grond in het Schadijkerbroek en percelen in de omgeving. De gebouwen liggen in een zone waar erg veel bedrijvigheid is en waar de uitbreiding ook onderdeel van zal uitmaken. Het achterliggend gebied is een halfopen broekgebied en vormt zo een contrast met het bebouwingslint aan de Kempweg. Op de locatie aan de Kempweg 15 is nu een grote loods aanwezig, twee woonhuizen, een kas, een bassin en naast opslag enkele bijgebouwen op het achtererf.

Aan de voorzijde, Kempweg is vanuit eerdere plannen groen aangelegd en vormt de elzenstructuur ten westen en ten noorden van de locatie een fraai landschappelijk decor.

Bestemmingsplan ‘Kempweg 12d en 15, Meterik.

4

Kempweg 15

Kempweg 12d

afbeelding 3, Topografische kaart, met plangebied.

1.4

Vigerend bestemmingsplan Kempweg 12d

In deze paragraaf wordt nader ingegaan op het vigerende bestemmingsplan en de relatie hiervan met het te nemen besluit. Het actuele gemeentelijke beleid is opgenomen in paragraaf 3.1.4. 1.4.1

Vigerend bestemmingsplan

De locatie is gelegen in het bestemmingsplan ‘Buitengebied Horst aan de Maas’, van de gemeente Horst aan de Maas. Dit plan is vastgesteld bij raadsbesluit van d.d. 19 december 2017 en inmiddels onherroepelijk.

Bestemmingsplan ‘Kempweg 12d en 15, Meterik.

5

afbeelding 4, uitsnede vigerend bestemmingsplan locatie Kempweg 12d.

Voor de locatie is de navolgende detailinformatie van belang; • Enkelbestemming; o Agrarisch met waarden o Verkeer • Dubbelbestemming; o Archeologie 3 • Bouwvlak bouwvlak

afbeelding 5, Plangebied met het bouwvlak

Het vigerende bouwvlak heeft een oppervlakte van ca. 41.000 m2. •

Functieaanduiding o glastuinbouw

afbeelding 6, Plangebied met de functieaanduiding "glastuinbouw"

•

Gebiedsaanduiding Milieuzone o Grondwaterbeschermingsgebied Venloschol

Bestemmingsplan ‘Kempweg 12d en 15, Meterik.

6

•

Gebiedsaanduiding overige zone o Overige zone – ontwikkelingsgebied glastuinbouw (opgelicht)

afbeelding 7, functieaanduiding ontwikkelingsgebied glastuinbouw

o

•

Overige zone - velden Cultuurhistorische landschappelijke en natuurlijke waarden Gebiedsaanduiding vrijwaringszone – molenbiotoop o Vrijwaringszone molenbiotoop

afbeelding 8, vrijwaringszone - molenbiotoop

Agrarisch met waarden De voor 'Agrarisch met waarden' aangewezen gronden zijn bestemd voor: • agrarisch bedrijfsmatig grondgebruik; • grondgebonden agrarische bedrijven, niet zijnde grondgebonden veehouderijen, • ter plaatse functieaanduiding glastuinbouw, glastuinbouw, Bestemmingsplan ‘Kempweg 12d en 15, Meterik.

7

• wonen in een bedrijfswoning; met de daarbij behorende: • tuinen, erven en terreinen, met dien verstande dat erfverhardingen buiten het bouwvlak uitsluitend zijn toegestaan voor zover bestaand; • paardenbakken, uitsluitend binnen het bouwvlak dan wel bestaande paardenbakken; • verkeers- en parkeervoorzieningen; • voorzieningen van openbaar nut; • water en waterhuishoudkundige voorzieningen, waaronder bergbezinkbassins; • groenvoorzieningen, natuur- en landschapselementen. Bouwvlak Een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde zijn toegelaten. Overige zone – ontwikkelingsgebied glastuinbouw Burgemeester en wethouders zijn bevoegd het plan ter plaatse van de aanduiding 'overige zone ontwikkelingsgebied glastuinbouw' te wijzigen ten behoeve van de nieuwvestiging van glastuinbouwbedrijven, met dien verstande dat: a. de nieuwvestiging niet is toegestaan op gronden die mede zijn bestemd als Waarde - Zone goudgroene natuurzone of Waarde - Zone zilvergroene natuurzone; b. ten behoeve van de nieuwvestiging een bouwvlak wordt opgenomen waarbinnen de bebouwing dient te worden opgericht; c. de waarden en belangen ter plaatse van de aanduidingen zoals die zijn opgenomen in artikel 47 niet onevenredig worden aangetast; d.

door middel van een inrichtingsplan is aangetoond dat zorg gedragen wordt voor een zorgvuldige landschappelijke inpassing of landschappelijke compensatie; e. voor het oprichten van een bedrijfswoning wordt voldaan aan de bepalingen genoemd in lid 3.4.1 a t/m e; f. de nieuwvestiging gelet op de ligging, aard en omvang ten opzichte van de in de nabijheid gelegen functies, een zodanig beperkte (milieu)hinder veroorzaakt dat daardoor de belangen van deze functies niet in onevenredige mate worden geschonden; g. de wijziging niet mag leiden tot onevenredige aantasting van gebruiks- en ontwikkelingsmogelijkheden van nabijgelegen gronden en bebouwing; h. er is voldaan aan de eisen die zijn gesteld in het gemeentelijk Kwaliteitsmenu. Grondwaterbeschermingsgebied Venloschol Ter plaatse van de aanduiding 'Milieuzone - grondwaterbeschermingsgebied Venloschol' zijn de gronden mede bestemd voor de bescherming van de kwaliteit van het grondwater ten behoeve van de winning van (drink)water. Binnen het grondwaterbeschermingsgebied mag worden gebouwd voor zover dat op grond van de onderliggende bestemming is toegestaan met inachtneming van de voorwaarden, zoals die door de Omgevingsverordening Limburg worden gesteld.

Bestemmingsplan ‘Kempweg 12d en 15, Meterik.

8

Overige zone – velden Ter plaatse van de aanduidingen in de navolgende tabel zijn de gronden tevens bestemd voor het behoud, de bescherming, de ontwikkeling en/of het herstel van de desbetreffende cultuurhistorische, landschappelijke en natuurlijke waarden welke zijn opgenomen in het vigerende bestemmingsplan: • Afwisseling van open landschappen met bomenlanen en een geordende verkaveling tot aan meer reliëfrijke open landschappen met landschapselementen (zoals bosjes) en dichte aaneengesloten bebouwingslinten; • Bebouwingslinten met wisselende onderlinge afstanden tussen de erven. Het is van belang dat de zichtlijnen op de achtergelegen akkercomplexen behouden blijven; • Oude akkercomplexen met karakteristieke bolle vorm en openheid tussen Kronenberg en Sevenum. Het is belangrijk om de bol liggende gebieden open te houden (behouden cultuurhistorisch landschap); • Cultuurhistorisch waardevolle bebouwing, met name aan de randen van oude akkercomplexen; • Om de karakteristiek te behouden heeft grondgebonden landbouw de voorkeur; • Zichtlijnen over oude akkercomplexen; • De natuurwaarde is beperkt, al zijn de voorkomende soorten vaak (zeer) zeldzaam; met name akkervogels; • Hoge natuurwaarde rondom Castenraysche Vennen en in Kabroek (weidevogels).

Vrijwaringszone – molenbiotoop Ter plaatse van de aanduiding 'Vrijwaringszone - molenbiotoop' zijn de gronden mede aangewezen voor de functie van de in dit gebied voorkomende molen als werktuig en van de waarde van de molen als beeldbepalend element. Op deze gronden mag de bouwhoogte van nieuw op te richten bouwwerken: a. binnen een afstand van 100 m uit de molen, niet meer bedragen dan de onderste punt van de verticaal staande wiek van die molen; b. binnen een afstand van 100 tot 400 m van de molen, niet meer bedragen dan 1/100 van die afstand tussen bouwwerk en die molen, gerekend vanaf de onderste punt van de verticaal staande wiek. Burgemeester en wethouders kunnen bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 47.17.2 ten behoeve van een hogere bouwhoogte overeenkomstig de overige voor deze gronden geldende bestemmingen, met dien verstande dat: a. de belangen van de molen niet onevenredig worden aangetast; b. vooraf schriftelijk advies wordt gevraagd van een deskundige. Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning ter plaatse van de vrijwaringszone – molenbiotoop bomen, hakhout en andere houtopstanden hoger dan 1,50 m. aan te planten. Specifieke aanduiding agrarische voorziening. Onderhavig initiatief voorziet in het mogelijk maken van zogenaamde trayvelden binnen het plangebied.

Trayvelden worden aangemerkt als een teeltondersteunende voorziening. Een trayveld is een containerveld, een werk niet zijnde een bouwwerk bestaande uit grond afgedekt met plastic, antiworteldoek en/of beton, eventueel in combinatie met andere materialen, ten behoeve van de teelt van gewassen, op welke afdeklaag de gewassen worden geteeld in potten. Bestemmingsplan ‘Kempweg 12d en 15, Meterik.

9

afbeelding 9, bestaand trayveld aan de Kempweg

Vergroten bouwaanduiding agrarische voorziening Een vergroting van het aanduidingsvlak “specifieke bouwaanduiding – agrarische voorzieningen” is mogelijk als voldaan wordt aan de volgende regels (art 3.8.3). Burgemeester en wethouders zijn bevoegd het plan te wijzigen ten behoeve van het veranderen van de vorm en/of het vergroten van een aanduidingsvlak 'specifieke bouwaanduiding - agrarische voorzieningen', met dien verstande dat: a. de vormverandering en/of vergroting ter plaatse noodzakelijk is voor de continuïteit en/of ontwikkeling van het agrarische bedrijf; b. de uitbreiding van het aanduidingsvlak niet is toegestaan op gronden die mede zijn bestemd als Waarde - Zone goudgroene natuurzone of Waarde - Zone zilvergroene natuurzone; c. de waarden en belangen ter plaatse van de aanduidingen zoals die zijn opgenomen in artikel 47 niet onevenredig worden aangetast; d. door middel van een inrichtingsplan is aangetoond dat zorg gedragen wordt voor een zorgvuldige landschappelijke inpassing of landschappelijke compensatie; e. de wijziging, gelet op de ligging, aard en omvang ten opzichte van de in de nabijheid gelegen functies, een zodanig beperkte (milieu)hinder veroorzaakt dat daardoor de belangen van deze functies niet in onevenredige mate worden geschonden; f.

is aangetoond dat geen sprake is van onevenredige aantasting van gebruiks- en ontwikkelingsmogelijkheden van nabijgelegen gronden en bebouwing; g. het woon- en leefklimaat op omliggende percelen niet onevenredig wordt aangetast; h. er is voldaan aan de eisen die zijn gesteld in het gemeentelijk Kwaliteitsmenu; i. het bepaalde in lid 3.5.2 van toepassing is; j. er vooraf schriftelijk advies dient te worden ingewonnen bij het waterschap en de Keur van het waterschap in acht genomen dient te worden. Bestemmingsplan ‘Kempweg 12d en 15, Meterik.

10

1.4.2

Conclusie

Aan de gestelde voorwaarden kan met de voorliggende toelichting worden voldaan. Doordat andere onderdelen van het planvoornemen niet voldoen aan vrijstelling en/of afwijkingsvoorwaarden zoals opgenomen in het vigerende bestemmingsplan is een wijziging van het bestemmingsplan of een omgevingsvergunning met toestemming voor de planologische afwijking is noodzakelijk. In de onderhavige situatie is gekozen voor de wijzing van het bestemminsplan. Hierin wordt de situatie aan Kempweg 12d meegenomen.

1.5

Vigerend bestemmingsplan Kempweg 15

1.5.1

Vigerend bestemmingsplan

Ook deze locatie is gelegen in het bestemmingsplan ‘Buitengebied Horst aan de Maas’, van de gemeente Horst aan de Maas. Dit plan is vastgesteld bij raadsbesluit van d.d. 19 december 2017 en onherroepelijk.

afbeelding 10, uitsnede vigerend bestemmingsplan met plangebied, locatie Kempweg 15.

Voor de locatie is de navolgende detailinformatie van belang; •

•

Enkelbestemming; o Agrarisch met waarden o Water Dubbelbestemming;

Bestemmingsplan ‘Kempweg 12d en 15, Meterik.

11

o

Archeologie 3

afbeelding 11, plangebied met de dubbelbestemming "Archeologie 3"

o

Archeologie 6

afbeelding 12, plangebied met de dubbelbestemming "Archeologie 6"

o

Zone bronsgroene landschapszone

afbeelding 13, Plangebied met de dubbelbestemming "zone bronsgroene landschapszone"

•

Maatvoering o Maximum aantal wooneenheden 2

afbeelding 14, Plangebied met de maatvoering "Maximaal aantal wooneenheden 2"

Bestemmingsplan ‘Kempweg 12d en 15, Meterik.

12

•

Bouwvlak bouwvlak

afbeelding 15, Plangebied met het bouwvlak

•

Bouwaanduiding specifieke bouwaanduiding o Agrarische voorziening

afbeelding 16, Plangebied met de bouwaanduiding "Agrarische voorziening", opp. Ca. 17.700 m2.

• •

Functieaanduiding Specifieke vorm van agrarische – Nevenactiviteit

afbeelding 17, Plangebied met de functieaanduiding "Agrarisch - Nevenactiviteiten"

• •

•

Gebiedsaanduiding Milieuzone o Grondwaterbeschermingsgebied Venloschol Gebiedsaanduiding overige zone o Velden Cultuurhistorische landschappelijke en natuurlijke waarden Overig o Conform art. 3.1 onder m is het ter plaatse van Kempweg 11/13/15 toegestaan om arbeidsmigranten te huisvesten. o Het vigerende bouwvlak heeft een oppervlakte van 19.700 m2. o Conform de ontwikkelingenkaart behorende bij het bestemmingsplan heeft een deel van de locatie de aanduiding “potentieel beekdal”.

Bestemmingsplan ‘Kempweg 12d en 15, Meterik.

13

Vergroting bouwvlak Een vergroting van het bouwvlak is conform de regels van het vigerende bestemmingsplan mogelijk als voldaan wordt aan de navolgende regels (art. 3.8.2). Burgemeester en wethouders zijn bevoegd het plan te wijzigen ten behoeve van het veranderen van de vorm en/of het vergroten van een bouwvlak, met dien verstande dat: a. de vormverandering en/of vergroting ter plaatse noodzakelijk is voor de continuïteit en/of ontwikkeling van het agrarische bedrijf; b. uitbreiding van een bouwvlak van een intensieve veehouderij ter plaatse van de aanduiding 'reconstructiewetzone - extensiveringsgebied' niet is toegestaan; c. de uitbreiding van een bouwvlak niet is toegestaan op gronden die mede zijn bestemd als Waarde - Zone goudgroene natuurzone of Waarde - Zone zilvergroene natuurzone; d. vergroting of verandering van het bouwvlak op het perceel Kleefsedijk 9 te Sevenum niet is toegestaan; e. de oppervlakte van het bouwvlak na wijziging niet meer bedraagt dan 1,5 ha, met dien verstande dat ter plaatse van de aanduiding 'glastuinbouw' een maximum van 3 ha geldt. In uitzondering hierop gelden voor bedrijven met een aanduiding 'glastuinbouw' op gronden ter plaatse van de aanduiding 'Overige zone - ontwikkelingsgebied glastuinbouw' geen maximum oppervlakte; f.

de waarden en belangen ter plaatse van de aanduidingen zoals die zijn opgenomen in artikel 47 niet onevenredig worden aangetast; g. indien de wijziging ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - beekdal' plaatsvindt, vooraf schriftelijk advies dient te worden ingewonnen bij het waterschap en de Keur van het waterschap in acht dient te worden genomen; h. door middel van een inrichtingsplan is aangetoond dat zorg gedragen wordt voor een zorgvuldige landschappelijke inpassing of landschappelijke compensatie; i. wordt voldaan aan de bepalingen ingevolge de Wet geluidhinder indien de bedrijfswoning wordt verplaatst; j. de wijziging, gelet op de ligging, aard en omvang ten opzichte van de in de nabijheid gelegen functies, een zodanig beperkte (milieu)hinder veroorzaakt dat daardoor de belangen van deze functies niet in onevenredige mate worden geschonden; k. is aangetoond dat geen sprake is van onevenredige aantasting van gebruiks- en ontwikkelingsmogelijkheden van nabijgelegen gronden en bebouwing; l. het woon- en leefklimaat op omliggende percelen niet onevenredig wordt aangetast; m. er is voldaan aan de eisen die zijn gesteld in het gemeentelijk Kwaliteitsmenu; n. het bepaalde in lid 3.5.2 van toepassing is; o. er vooraf schriftelijk advies dient te worden ingewonnen bij het waterschap en de Keur van het waterschap in acht genomen dient te worden.

Het gehele bouwvlak is voorzien van de aanduiding “agrarische nevenactiviteiten”. Vergroten bouwaanduiding agrarische voorziening Een vergroting van het aanduidingsvlak “specifieke bouwaanduiding – agrarische voorzieningen” is mogelijk als voldaan wordt aan de volgende regels (art 3.8.3).

Bestemmingsplan ‘Kempweg 12d en 15, Meterik.

14

Burgemeester en wethouders zijn bevoegd het plan te wijzigen ten behoeve van het veranderen van de vorm en/of het vergroten van een aanduidingsvlak 'specifieke bouwaanduiding - agrarische voorzieningen', met dien verstande dat: a. de vormverandering en/of vergroting ter plaatse noodzakelijk is voor de continuïteit en/of ontwikkeling van het agrarische bedrijf; b. de uitbreiding van het aanduidingsvlak niet is toegestaan op gronden die mede zijn bestemd als Waarde - Zone goudgroene natuurzone of Waarde - Zone zilvergroene natuurzone; c. de waarden en belangen ter plaatse van de aanduidingen zoals die zijn opgenomen in artikel 47 niet onevenredig worden aangetast; d. door middel van een inrichtingsplan is aangetoond dat zorg gedragen wordt voor een zorgvuldige landschappelijke inpassing of landschappelijke compensatie; e. de wijziging, gelet op de ligging, aard en omvang ten opzichte van de in de nabijheid gelegen functies, een zodanig beperkte (milieu)hinder veroorzaakt dat daardoor de belangen van deze functies niet in onevenredige mate worden geschonden; f. is aangetoond dat geen sprake is van onevenredige aantasting van gebruiks- en ontwikkelingsmogelijkheden van nabijgelegen gronden en bebouwing; g. het woon- en leefklimaat op omliggende percelen niet onevenredig wordt aangetast; h. er is voldaan aan de eisen die zijn gesteld in het gemeentelijk Kwaliteitsmenu; i.

het bepaalde in lid 3.5.2 van toepassing is; j. er vooraf schriftelijk advies dient te worden ingewonnen bij het waterschap en de Keur van het waterschap in acht genomen dient te worden. 1.5.2

Conclusie

Het totale bouwvlak heeft in de gewenste situatie een oppervlakte van ca. 4 ha. Dit is meer dan het maximum van 1,5 ha. dat is opgenomen in de wijzigingsvoorwaarden van het vigerende bestemmingsplan. Het planvoornemen voldoet niet aan de vrijstelling en/of afwijkingsvoorwaarden zoals opgenomen in het vigerende bestemmingsplan. Een wijziging van het bestemmingsplan of een omgevingsvergunning met toestemming voor de planologische afwijking is noodzakelijk. In de onderhavige situatie is gekozen voor de wijzing van het bestemminsplan/ 1.5.3

Principe toestemming

Omdat binnen de regels van het vigerende bestemmingsplan het project niet gerealiseerd kan worden, is een verzoek om medewerking aan de wijziging van het bestemmingsplan ingediend bij de gemeente Horst aan de Maas. De gemeente heeft aangegeven bereid te zijn om medewerking te verlenen aan de plannen onder de voorwaarden. De invulling van het beekdal moet voldoende robuust zijn om ook daadwerkelijk zijn functie te kunnen vervullen. Wellicht kunnen er extra waterbergende functies op een natuurlijke wijze worden ingepast. De minimale breedte van groene invulling bedraagt ongeveer 10-15 meter gemeten vanuit de grens van het kadastrale perceel sectie O, nummer 376. Via een landschappelijk inpassingsplan kan invulling gegeven worden aan het ontwerp. De uitbreiding sluit aan op bestaande bebouwing/ containervelden en wordt als clustering gezien. De locatie is gelegen binnen het landschapstype velden. Inzoomend op de locatie aan de Kempweg, kan geconstateerd worden dat de locatie zich aan de rand van het veldenlandschap bevindt aan de Bestemmingsplan ‘Kempweg 12d en 15, Meterik.

15

zuidzijde van de beek. De zuidzijde van de beek wordt gekenmerkt door agrarische bedrijfskavels en de bedrijfsmatige activiteiten (randzone). De beek vormt bij de afweging een cruciaal element en tevens een ‘harde’ begrenzing. Bij het landschappelijk inrichten van beekdal wordt een natuurlijke grens opgericht die tevens als ‘harde’ scheiding dient tussen enerzijds het aantrekkelijk veldenlandschap en anderzijds intensieve niet grondgebonden activiteiten. De hoofdlocatie is de meest geschikte locatie voor de ontwikkeling van trayvelden. Het ligt aan de rand van een veldenlandschap, waarbij een nieuwe ‘harde’ grens (de beek) ingericht kan worden. Gezien de geringe impact van de landschappelijke kwaliteit is de hoofdlocatie geschikt mits invulling wordt gegeven aan een nog nader te bepalen landschappelijke invulling. Na het verkregen positieve principeakkoord is onderhavig bestemmingsplan 'Kempweg 15, Meterik' opgesteld, dat voorziet in een adequate planologisch-juridische regeling voor het project.

1.6

Leeswijzer

Deze toelichting bestaat uit de volgende delen. Na deze inleiding volgt hoofdstuk 2 met een beschrijving van het plangebied. In hoofdstuk 3 wordt het plan getoetst aan het geldende ruimtelijke beleid. De uitvoerbaarheid is neergelegd in hoofdstuk 4 en ten slotte de juridische toelichting in hoofdstuk 5.

Bestemmingsplan ‘Kempweg 12d en 15, Meterik.

16

2 PLANBESCHRIJVING 2.1

Ruimtelijke en functionele structuur

Meterik wordt in ruimtelijke zin gevormd door een historisch dorpslint (St. Jansstraat Crommentuynstraat – Meteriksebaan) als uitloper van de kern Horst. Aan de zuidzijde lopen vanuit het dorpslint de Speulhofsbaan en de Donkstraat als uitvalswegen het buitengebied in en aan de noordzijde is dit de Schadijkerweg. Deze weg vormt de verbinding met de bebouwingscluster Schadijk, van waaruit in oostelijke richting het ten noorden van Horst gelegen glastuinbouwgebied bereikbaar is. De Kempweg vormt in oostelijke richting de verbinding tussen de “Schaijk” en de kern van Horst. In westelijke richting wordt het plangebied ontsloten via de Bergsteeg, die langs het bosgebied Schadijkerbossen weer aansluit op de Meteriksebaan. De Meteriksebaan is via de Peelheideweg verbonden met de N277 (Midden Peelweg). Het plangebied is gelegen aan de Kempweg op de grens van de open akkers Meterik en aan de achterzijde het Schadijkerbroekgebied. Rondom het bedrijf is aan de voorzijde groen aanwezig tussen de inritten en aan de achterzijde staan enkele fraaie elzensingels welke het landschap een de achterzijde een kleinschaliger beeld geven. Aan de achterzijde geven de singels een aardige inpassing van het bedrijf, maar bij de nieuwe ontwikkelingen wordt een grovere inpassing gevraagd.

Qua natuurwaarden geven de singels van elzen aan de achterzijde samen met de lanen een gevarieerd landschap, wat voor flora en fauna toevluchtsoorden biedt vanuit de tussenliggende landbouwpercelen. Het groen aan de Kempweg vormt een groene ader door de bedrijfsgebouwen en woonhuizen en is meer aankleding dan ecologische waarden. Voor het overzicht van de toekomstige situatie Kempweg 12d zie afbeelding 2.

afbeelding 18, overzichtstekening toekomstige situatie Kempweg 15 (conceptplan inrichting)

De Kempweg vormt de grens tussen de hogere akkers van het Meterikse veld en het lagergelegen dal van het Schadijkerbroek. Het bedrijf ligt met de bedrijfsgebouwen geclusterd aan de Kempweg. De Bestemmingsplan ‘Kempweg 12d en 15, Meterik.

17

teelten vinden veelal plaats in de volle grond in het Schadijkerbroek en percelen in de omgeving, zie afbeelding 1 voor de bestaande situatie. De gebouwen liggen aan de rand van een glastuinbouwconcentratie gebied in een zone waar erg veel bedrijvigheid is en waar de uitbreiding ook onderdeel van zal uitmaken. Het achterliggend gebied is een halfopen broekgebied en zo een contrast met het bebouwingslint aan de Kempweg. Op de locatie is nu een grote loods aanwezig, twee woonhuizen, een kas, een bassin en naast opslag wat bijgebouwen op het achtererf. Aan de voorzijde, Kempweg is vanuit eerdere plannen groen aangelegd en vormt de elzenstructuur ten westen en ten noorden van de locatie een fraai landschappelijk decor. Aan de Kempweg wordt momenteel naast het plangebied een nieuwe manege gerealiseerd. Mede als gevolg hiervan ontstaat er een bedrijvencluster in de zone tussen Kempweg en de beekloop. De bestaande eikenlaan aan de voorzijde is beeldbepalend, evenals de bosbuurerf omgeving. Herkenbaar vanuit de omgeving zijn de genoemde elzenhagen. De provincie Limburg heeft in 2011 het landschapskader opgesteld. Hierin staat weergegeven wat de karakteristieken zijn van het landschap en op welke manier ontwikkelingen geïntegreerd kunnen worden in het landschap. Hiermee wordt het landschap met respect behandeld en verder ontwikkeld.

In het Landschapskaderplan is het noordelijke deel van de locatie ingetekend als een beekdallandschap, waarbij de randzone een inspanning verwacht wordt met erfbeplanting en groenstructuren. Op deze locatie is het wenselijk de beekdalstructuur, kleinschaligheid te versterken en nabij de bebouwing extra inzet te plegen qua erfaanplant om de gebouwen op te nemen in het beekdaldecor vanuit de omgeving. In de beekdalzone is de wens om naast landschappelijke structuren ook de ecologische meerwaarde te behalen. Het plangebied ten zuiden van de Kempweg is gelegen in het “Molenveld” ten noorden van de kern Meterik. Een gebied met vooral intensieve grondgebonden tuinbouw en aan de oostzijde glastuinbouw. Het plangebied, bestond In de 2de helft van 19e eeuw al uit landbouwgronden. De structuur van het gebied is in de periode tussen 1850 en 1950 vrijwel niet gewijzigd. In deze tijd was er vooral sprake van gemengde agrarische bedrijven. Binnen het plangebied ligt een bedrijfswoning een kas en enkel agrarische percelen die momenteel in gebruik zijn voor intensieve tuinbouw. Het gebied wordt doorsneden door de Seurenweg.

2.2

Historische ontwikkeling en cultuurhistorie

Om het voormalig gebruik van het plangebied vast te stellen, is gebruik gemaakt van historische kaarten op www.watwaswaar.nl. Halverwege de 19e eeuw bestond het gehucht Meterik alleen uit bebouwing langs de huidige Sint Jansstraat/ Crommentuynstraat. Ongeveer ter hoogte van de kruising met de huidige Schadijkerweg ging de Crommentuynstraat over in enkele voetpaden richting Peel en Leeg Heide. Langs de Sint Jansstraat/ Crommentuynstraat bevond zich een smalle strook verkavelde agrarische gronden. Het gebied tussen Meterik en Schadijk bestond uit woeste gronden. In 1899 is aan de Schadijkerweg, ten zuidoosten van het plangebied, de beltmolen ‘Eendracht maakt macht’ gebouwd, waarna de Schadijkerweg is verhard tot aan het kruispunt met de huidige Dr. Droesenweg. Die weg, destijds nog Houtweg geheten, komt voor het eerst op kaarten voor in 1967. Aan het begin van de 20e eeuw hebben de ontginningen zich verder in westelijke richting uitgebreid en is de Meteriksebaan aangelegd in het verlengde van de Crommentuynstraat. De lintbebouwing aan de Sint Jansstraat en de Crommentuynstraat vormt de basis voor de groei van de kern, die zich in eerste instantie concentreert in het gebied rondom de in 1898 gebouwde kerk, daar waar de Schadijkerweg aansluit op de Crommentuynstraat. Bestemmingsplan ‘Kempweg 12d en 15, Meterik.

18

afbeelding 19, Topografische kaart 1900, bron; www.topotijdreis.nl

De historische kaart laat zien dat de locatie in vroegere tijden ook al duidelijk de rand vormde van de open akker en het Schadijk Broek. Met op de locatie een bebouwing, omgeven dooreen structuur van groensingels en natuurelementen. Deze basis van het achterland is nu in deze tijd nog herkenbaar. Ten zuiden van het plangebied bevindt zich de molen ‘Eendracht Maakt Macht’, die in 1899 in Meterik werd gebouwd. Deze molen is recent gerenoveerd en wordt nog steeds regelmatig gebruikt. Deze molen vormt een bijzonder markant bouwwerk en heeft een bijzondere waarde voor de plaatselijke gemeenschap.

Bestemmingsplan ‘Kempweg 12d en 15, Meterik.

19

2.3

Inpassing Kempweg 15

Het planvoornemen dient op een ruimtelijke en landschappelijke kwalitatieve wijze te worden ingepast in de omgeving. Daarvoor is door de Plattelandscoöperatie, d.d. 7 december 2018, een landschappelijk inpassingsplan opgesteld, zie bijlage 4.b, waarin wordt beredeneerd hoe de beoogde ontwikkelingen gepaard gaat met een verbetering van de kwaliteit van de omgeving. Daarbij dient te worden voldaan aan de voorwaarden die aan een dergelijke bedrijfsontwikkeling worden gesteld conform het Limburgs Kwaliteitsmenu en de structuurvisie van de gemeente Horst aan de Maas. Kort samengevat worden onder deze voorwaarden (agrarische) bedrijfsontwikkelingen mogelijk gemaakt, waarbij tegelijkertijd als tegenprestatie de omgevingskwaliteit wordt verbeterd. Voor het plan is uitgegaan van integrale planvorming, waarbij gekeken is naar de situering en functioneren van de bestaande en nieuwe bebouwing in relatie tot de omliggende bedrijven, bestaande beplanting en het omliggende landschap. Zoals uit de uitsnede uit de structuurvisiekaart blijkt valt het plangebied aan de Kempweg binnen het agrarische gebied tussen Horst en Park de Peelbergen (nr. 3A). Deze agrarische gebieden worden gekarakteriseerd als open (essen)gebied met landbouw, waar weinig bebouwing voorkomt. Ecologisch gezien is de waarde van het grootste deel van het gebied beperkt tot enkele bosfragmenten en specifieke gebieden.

In het gebied ten zuiden van Horst komen nog enkele lanen voor. In de onderhavige situatie is sprake van een open veld met weinig beplanting. De uitbreiding, is aangrenzend aan de bestaande bebouwing gepland. Het landschapsplan sluit aan bij het bestaande landschap, het bestaande aanwezige groen en de wensen van de ondernemer en kaders vanuit het landschapsbeleid van de gemeente Horst aan de Maas.

In de zienswijzeperiode is een voorstel gedaan om een andere soort in te planten dan eiken. Aan het voorstel tot vervanging van de eiken door een ander soort gehoor is gegeven.

Bestemmingsplan ‘Kempweg 12d en 15, Meterik.

21

Maatregelen en beplanting

afbeelding 20, Nieuwbouw met landschappelijke inpassing

Het voorgaande heeft geresulteerd in het navolgende landschapsontwikkelingsplan; A. Aanplant Haagbeukenhaag 240 meter met 13 bomen en deels zonder bomen. Deze haag vormt de afronding van de bouwkavel en vormt de grens met de intensieve huiskavel. Vandaar wordt hier “zuiverheid” van Haagbeukenhaag met hierin ook opgaande haagbeuken toegepast, ook in relatie tot ziektes. Door deze haag 1 x /2 jaar te knippen is het toch een natuurlijkere lijn in het landschap en wordt een hoogte verkrijgen na de snoei van 1,80 meter. Aan de straatzijde, waar de haag is vervanger is van de coniferen, is een hoogte van 1,20 meter afdoende om mooi zicht te houden op het achterliggende bedrijf. De bomen zijn de oorspronkelijke ‘Carpinus Betulus’ bomen met maat 16-18 zijnde bomen. De bomen worden na aanplant minimaal gesnoeid en kunnen verder volledig uitgroeien, zodat ze hun inkledingsfunctie ook mooi kunnen volbrengen. Beheer bestaande haag en toevoegen van opgaande bomen Langs deze zijdes staat een bestaande gevarieerde losse haag met deels elzen. Door deze als losse haag te beheren, eventueel aan te vullen met struiken zoals Zwarte els en Haagbeuk, ontstaat er een dichte haag die 1 x per 2 jaar wordt gesnoeid op een hoogte van 1,80 meter. In deze haag komen 10 loofbomen. Deze bomen moeten verder volledig uitgroeien. B.

Te beheren Elzenhaag en doorgroei opgaande bomen De bestaande haag op de aangegeven plekken is ouder, maar hierdoor juist waardevol. Door Bestemmingsplan ‘Kempweg 12d en 15, Meterik.

22

deze juist te beheren krijgt hij een verjongingsimpuls en hiermee wordt het meer een lossere haag. Door de vlieren (extreme groeiers) eruit te halen en de elzen gefaseerd “terug te snoeien” ontstaat er een dichte elzenhakhoutopslag. In de haag, zeker langs de nieuwe loods, is het goed om enkele bomen, zijnde elzen, door te laten schieten als bomen geven zij hier makkelijk een bijdrage aan een mooie inpassing. C. Aanleg natuurlijke zone met bosschage, bomen, waterpoelen en kruidenrijke vegetatie In een breedte van 18 meter komen er enkele laagtes met 2 poelen en verder een struweelaanplant met hier en daar een opgaande boom. De poelen moeten voldoen groot zijn voor de opvang en infiltratie van het regenwater. Zij zullen een diepte krijgen van 1,80 meter,

afbeelding 21, dwarsdoorsnede poelen

Rond de poelen worden diverse bomen en struiken aangeplant. Het plantsoen wordt groepsgewijs aangeplant, om te voorkomen dat overheersende soorten overwoekeren. In de strook en aan de rand worden op onderlinge afstand van 6 meter loofbomen aangeplant. De bomen verkrijgen een opkroning en kunnen verder volledig uitgroeien. Na 8 jaar worden ze gedund en blijven de toekomstbomen staan, die mooi volledig uitgroeien. De vegetatie wordt met een kruidenrijk mengsel ingezaaid en iedere jaar gemaaid in augustus, zodat dichtgroeien voorkomen wordt. Het regenwater dat niet wordt afgevoerd naar bassin zal naar de poelen worden afgevoerd, waardoor het hier kan infiltreren en bij extreme buien langzaam afgevoerd wordt naar de beekloop.

2.4

Compensatieplan middels inrichting perceel

Er is door het IKL een aanvullend landschaps- en compensatieplan opgesteld voor de verdere ontwikkeling van het bedrijf. Ten behoeve van de geplande ontwikkelingen is er een compensatieverplichting van toepassing welke berekend is vanuit het TOV beleid. Hierbij komt de gemeente Horst vanuit de normen (€ 5,00/m² bouwblokvergroting over een oppervlakte van 2,1 hectare en €0,65/m² voor de trayveldvergroting van 8 hectare) op een bedrag van €157.000,-. Compensatie kan ook plaatsvinden door het fysiek inrichten van een perceel waarbij er een norm van € 10,-/m2 wordt gehanteerd vanuit de gemeente. De compensatie vindt plaats op een perceel van 2,1 hectare waarvan voor de huidig plannen 1,57 hectare ingericht zal worden als compensatie naast de eerder aangegeven landschappelijke inpassing. Het inpassingsdeel voor de bouwkavel, met gebouwen, en het veld E is reeds in november 2018 vastgelegd. Qua inpassing van onderdeel C is dit een open akkercomplex, waar een opgaande beplanting niet wenselijk is en er geheel wordt ingezet op de compensatie binnen het compensatieperceel A. Vanuit het aangegeven toekomstplan heeft de ondernemer aan IKL gevraagd om in samenspraak de inrichting van het compensatieperceel vorm te geven. Dit is in onderstaand plan uitgewerkt.

Het perceel A heeft een oppervlakte van 2,6 hectare, waarvan in de plannen van november 2018 0,5 hectare benut is voor de groene inrichting. Daarom is er nu voor het overige deel, 2,1 hectare een Bestemmingsplan ‘Kempweg 12d en 15, Meterik.

23

oppervlakte van 1,57 hectare noodzakelijk en is het overige deel inzetbaar bij andere toekomstige ontwikkelingen. Dit heeft geleid tot een totaal plan (waarbinnen de verschillende deelgebieden liggen) wat vanuit landschap, ecologie en relatie tot de omgeving in het geheel is bezien vanuit de totale omgeving.

A) Aanplant singelstructuur met struiken en bomen Op de aangegeven plekken worden singels aangelegd met een breedte van ca 8 meter. Nabij de waterelementen wordt de grond hieruit verwerkt onder deze beplantingselementen, in de vorm van een houtwal. In deze singels worden op onderlinge afstand van 6 meter loofbomen aangeplant. Het beheer is de struiken met een frequentie van 1 x per 8 jaar gefaseerd terug te snoeien. Dit kan “bloksgewijs” in de singel mooi gebeuren en snoeihout wordt in de strook verwerkt. De bomen kunnen ook verder natuurlijk uitgroeien. Na 8 jaar worden ze gedund en blijven de toekomstbomen staan, die mooi volledig uitgroeien. Dit moet t.z.t. ter plekke worden bekeken. De Elzenhaag zal verder volledig opgenomen worden in het singel element.

B) Aanleg 3 poelen en plasdraszone Onderstaande beelden laten mooi zien hoe dec poelen in combinatie met de houtsingels er uit zien. Met een grootte van ca 35 x 25 meter worden het duurzame poelen met een diepte van ca 3 meter in het diepste deel. De poelen moeten voldoen aan onderstaand principe. Met een diepte van 2,80 meter, taluds 1: 1 en 1: 3 ontstaat er variatie, dat met een juist beheer zich zal ontwikkelen. Door de oevers extensief te beheren, dus gefaseerd ix per 3 jaar maaien en afvoeren (op een ril) ontstaat en jaarrond een oevervegetatie dat goed is voor de soorten. Door de poelen 1 x per 6 jaar uit te diepen (80%) wordt verlanding voorkomen. Het vrijgekomen materiaal wordt verwerkt nabij de beplantingselementen.

C) Aanleg laagte/plas-dras zone langs singel De plasdraszone is een laagte langs de singel en de vrijkomende grond wordt gebruikt in de aangrenzende singel. De breedte is ca 3 meter en geeft extra variatie. Door de taluds op plekke steil te maken en op andere plekke erg flauw wordt er een laagte gecreëerd welke met regenwater soms gevuld zal zijn. Deze is niet waterhoudend; deze laagte/loop is meer een variabele zone/plas-dras wat weer ecologische waarden oplevert.

D) Ontwikkelen kruidenrijken graslandjes Hier wordt een mengsel met kruiden en grassen ingezaaid voor de vochtige zandgrond. Gezien de oorsprong van het gebied wordt hiervoor gekozen, maar is het afwachten wat er uiteindelijk opkomt. In samenspraak met de leverancier kan aangegeven worden om ook wat soorten toe te voegen, welke op drogere delen kunnen groeien. De bovengrond wordt niet afgegraven en inzaai is wenselijk om snel resultaat te verkrijgen (beleving) en te voorkomen dat het met “ongewenste” soorten snel volgroeid. Bestemmingsplan ‘Kempweg 12d en 15, Meterik.

24

afbeelding 22, Compensatieplan

Bestemmingsplan ‘Kempweg 12d en 15, Meterik.

25

3 BELEIDSKADERS EN BELEIDSTHEMA’S 3.1

Beleidskaders

Gemeenten zijn niet geheel vrij in het voeren van hun eigen beleid. Rijk en provincies geven met het door hen gevoerde en vastgelegde beleid de kaders aan waarbinnen gemeenten kunnen opereren. Hierna worden in het kort de voornaamste zaken uit het voor het plangebied relevante nationale en provinciale beleid weergegeven, aangevuld met het van toepassing zijnde beleid van de gemeente 3.1.1

Europees beleid

3.1.1.1 Natura 2000 Natura 2000 bestaat uit een Europees netwerk van belangrijke natuurgebieden. Het netwerk wordt beschermd door twee Europese richtlijnen, namelijk de Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn. Beide richtlijnen verplichten de lidstaten tot het aanwijzen van strikt te beschermen gebieden, zogenaamde 'speciale beschermingszones'. In Nederland is de bescherming van de speciale beschermingszones geregeld via de Wet natuurbescherming. Het plangebied is gelegen op geruime afstand van een aantal Natura 2000-gebieden. 3.1.1.2 Europese Kaderrichtlijn Water (2000) Op 22 december 2000 is de Europese Kaderrichtlijn Water (KRW) in werking getreden. De KRW geeft het kader voor de bescherming van landoppervlaktewater, overgangswater, kustwater en grondwater. Dat moet ertoe leiden dat: • Aquatische ecosystemen en gebieden die rechtstreeks afhankelijk zijn van deze ecosystemen, voor verdere achteruitgang worden behoed; • Verbetering van het aquatisch milieu wordt bereikt, onder andere door een forse vermindering van lozingen en emissies; • Duurzaam gebruik van water wordt bevorderd op basis van bescherming van de beschikbare waterbronnen op lange termijn; • Er wordt gezorgd voor een aanzienlijke vermindering van de verontreiniging van grondwater.

Voor de KRW zijn ecologische en fysisch-chemische doelen geformuleerd die afhankelijk zijn van de functie van een watergang en/of het beschermingsniveau van het grondwater. De KRW heeft, waar het de gemeente betreft, consequenties voor bijvoorbeeld riolering, afkoppelen, toepassing van bouwmaterialen en het ruimtelijke beleid. Voor dit bestemmingsplan betekent de KRW dat aantasting van watersystemen moet worden voorkomen en waar mogelijk worden versterkt (duurzaam waterbeheer). Om hiertoe te komen wordt overleg gevoerd met de waterbeheerders binnen het plangebied. 3.1.2

Rijksbeleid

3.1.2.1 Nationale Omgevingsvisie (NOVI) Het is momenteel niet duidelijk wanneer de nieuwe Omgevingswet in werking treedt. De Omgevingswet bundelt alle huidige wetten over de leefomgeving. Daarbij hoort ook 1 visie op de Bestemmingsplan ‘Kempweg 12d en 15, Meterik.

27

leefomgeving: de Nationale Omgevingsvisie. Momenteel is het rijk druk bezig met de ontwikkeling van deze visie. De NOVI is de langetermijnvisie voor een duurzame fysieke leefomgeving. Op 20 juni 2019 is het Ontwerp voor de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) verschenen. In de NOVI zijn maatschappelijke opgaven zoals woningbouw, energietransitie, bereikbaarheid, klimaatverandering en circulaire economie samengevat in 4 prioriteiten: • ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie • duurzaam economisch groeipotentieel; • sterke en gezonde steden en regio's • toekomst bestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. Relevantie voor het plan De gewenste planwijziging is niet in strijd met de uitgangspunten voor het toekomstige overheidsbeleid zoals verwoord in het ontwerp van de NOVI. 3.1.2.2 Structuurvisie infrastructuur en ruimte De kaders van het nieuwe rijksbeleid zijn opgenomen in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) die op 13 maart 2012 door de Minister van I&M is vastgesteld. Deze structuurvisie heeft als credo 'Nederland concurrerend, bereikbaar, leefbaar en veilig'. De SVIR omvat drie hoofddoelen, die als volgt zijn geformuleerd: 1. Concurrerend Het vergroten van de concurrentiekracht van Nederland door het versterken van de ruimtelijkeconomische structuur van Nederland; 2.

Bereikbaar Het verbeteren en ruimtelijk zeker stellen van de bereikbaarheid waarbij de gebruiker voorop staat; 3. Leefbaar en veilig Het waarborgen van een leefbare en veilige omgeving waarin unieke natuurlijke en cultuurhistorische waarden behouden zijn. 4. Voor een aanpak die Nederland concurrerend, bereikbaar, leefbaar en veilig maakt, moet het roer in het ruimtelijk en mobiliteitsbeleid om. Het Rijk kiest voor een selectievere inzet van rijksbeleid op slechts 13 nationale belangen. De nationale belangen hebben onder andere betrekking op bijvoorbeeld ruimte voor waterveiligheid, behoud van nationale unieke cultuurhistorische kwaliteiten en ruimte voor een nationaal netwerk van natuur. De juridische borging van de nationale belangen in bestemmingsplannen vindt plaats door middel van de AMvB Ruimte. De uitbreiding van de bedrijfsgebouwen is een dermate kleinschalige ontwikkeling dat deze geen nadelige invloed heeft op de gestelde doelen van het Rijk. De bebouwing en uitbreiding van de trayvelden wordt direct aansluitend aan de bestaande bedrijfsgebouwen gerealiseerd. Uit het bijgevoegde landschapsinpassingsplan blijkt dat sprake is van een goede landschappelijke inpassing. De landschappelijk kwaliteit ter plaatse wordt dan ook niet negatief beïnvloed.

Zoals elders uit deze toelichting blijkt, bestaan er verder ook vanuit milieu hygiënisch oogpunt, zoals geluid en externe veiligheid, geen belemmeringen voor het project. De nationale belangen zijn dan ook niet in het geding als gevolg van de ontwikkeling.

Bestemmingsplan ‘Kempweg 12d en 15, Meterik.

28

3.1.2.3 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro), ook wel de AMvB Ruimte genoemd, is op 22 augustus 2011 vastgesteld en heeft als doel om vanuit een concreet nationaal belang een goede ruimtelijke ordening te bevorderen. De AMvB is het inhoudelijke beleidskader van het rijk waaraan ruimtelijke besluiten op provinciaal en gemeentelijk niveau moeten voldoen. Dat betekent dat de AMvB regels geeft over bestemmingen en het gebruik van gronden. Daarnaast kan zij aan gemeenten opdragen in de toelichting bij een bestemmingsplan bepaalde zaken uitdrukkelijk te motiveren. De algemene regels bewerkstelligen dat nationale ruimtelijke belangen doorwerken tot op lokaal niveau. Inhoudelijk gaat het om nationale belangen die samenhangen met het beschermen van ruimtelijke functies, zoals natuur in de Ecologische Hoofdstructuur (EHS), of met het vrijwaren van functies. Onderwerpen waarvoor het rijk ruimte vraagt zijn de mainportontwikkeling van Rotterdam, bescherming van de waterveiligheid in het kustfundament en in en rond de grote rivieren, bescherming en behoud van de Waddenzee en enkele werelderfgoederen, zoals de Beemster, de Nieuwe Hollandse Waterlinie en de Stelling van Amsterdam en de uitoefening van defensietaken.

In oktober 2012 is het besluit aangevuld met de ruimtevraag voor de onderwerpen veiligheid op Rijks vaarwegen, toekomstige uitbreiding van infrastructuur, de elektriciteitsvoorziening, de ecologische hoofdstructuur (EHS), primaire waterkeringen buiten het kustfundament en het IJsselmeergebied (uitbreidingsruimte). Op dit plan werken geen van de genoemde Rijksbelangen rechtstreeks door. In het gebied is verder ook geen sprake van een gebiedsreservering voor de lange termijn. Het project is dan ook in lijn met het Barro en de eerste aanvulling hierop. 3.1.2.4 Wet natuurbescherming Op 1 januari 2017 is de Wet natuurbescherming (Wnb) in werking getreden. De Wnb betreft zowel soortenbescherming (voorheen Flora- en faunawet) als bescherming van (Europese) natuurgebieden (voorheen Natuurbeschermingswet 1998). De soortenbescherming is gericht op het beschermen en het behouden van de goede staat van instandhouding van in het wild levende plant- en diersoorten en hun directe leefomgeving. De gebiedsbescherming is gericht op het beschermen van (natuur)gebieden. Deze natuurgebieden betreffen onder andere de zogenoemde "Speciale Beschermingszones" op grond van de Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn. Samen worden deze zones aangeduid als het "Natura 2000 netwerk".

Op grond van de Wnb moet wanneer er bij ontwikkelingen sprake is van een "significant (negatief) effect" op een Natura 2000-gebied een zogenoemde "passende beoordeling" worden uitgevoerd. Deze wordt in het kader van het planMER opgesteld. De onderhavige wijziging van het bestemmingsplan leidt niet tot significant negatieve effecten op een of meerdere Natura 2000-gebieden. Een planMER is niet nodig. 3.1.2.5 Wet milieubeheer In artikel 7.2, lid 1 van de Wet milieubeheer is bepaald dat bij algemene maatregel van bestuur de activiteiten worden aangewezen: a. die belangrijke nadelige gevolgen kunnen hebben voor het milieu; Bestemmingsplan ‘Kempweg 12d en 15, Meterik.

29

b. ten aanzien waarvan het bevoegd gezag moet beoordelen of zij belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu kunnen hebben. In het Besluit milieueffectrapportage zijn in artikel 2, lid 1 als activiteiten die belangrijke nadelige gevolgen kunnen hebben voor het milieu (en waarvoor op grond van de Wet milieubeheer dus de verplichting geldt om een milieueffectrapportage op te stellen), aangewezen de activiteiten die behoren tot een in onderdeel C van de bijlage bij het Besluit genoemde categorie. In lid 2 van hetzelfde artikel zijn als activiteiten ten aanzien waarvan het bevoegd gezag moet beoordelen of zij belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu kunnen hebben (en waarvoor op grond van de Wet milieubeheer dus een m.e.r.-beoordelingsplicht geldt), aangewezen de activiteiten die behoren tot een in onderdeel D van de bijlage bij het Besluit genoemde categorie. In artikel 2, lid 5, aanhef en onder b. van het Besluit milieueffectrapportage, is vastgelegd dat de m.e.r.-beoordelingsplicht ook geldt voor plannen die weliswaar vallen onder een van de in onderdeel D genoemde activiteiten maar waarbij het project valt onder de drempelwaarden zoals genoemd in onderdeel D, indien: ‘op grond van selectiecriteria als bedoeld in bijlage III bij de EEG-richtlijn milieueffectbeoordeling niet kan worden uitgesloten dat de activiteit belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu kan hebben’.

De afweging met betrekking tot de m.e.r.- beoordelingsplichtigheid van dit bestemmingsplan, is opgenomen in par. Fout! Verwijzingsbron niet gevonden.. 3.1.2.6 Ladder duurzame verstedelijking In het Besluit ruimtelijke ordening is de verplichting opgenomen om in het geval van een nieuwe stedelijke ontwikkeling in de toelichting een onderbouwing op te nemen van nut en noodzaak van de nieuwe stedelijke ruimtevraag en de ruimtelijke inpassing. Hierbij wordt uitgegaan van de 'ladder voor duurzame verstedelijking'. Conform art. 1.1.1 van het betreffende besluit is een stedelijke ontwikkeling een ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen. De onderhavige wijziging van het bestemmingsplan is geen stedelijke ontwikkeling. Een toetsing aan de ladder duurzame verstedelijking is niet nodig. 3.1.3

Provinciaal beleid

3.1.3.1 Provinciale Omgevingsvisie Met de komst en invoering van de Omgevingswet dient elke provincie haar eigen provinciale omgevingsvisie op te stellen.’ Dit document is een lange termijnvisie, met als doelstelling invulling geven over hoe de provincie Limburg in de periode 2030-2050 op een integrale en toekomstbestendige manier kan door ontwikkelen. De Provinciale Omgevingsvisie Limburg vervangt het ‘Provinciaal Omgevingsplan Limburg (POL2014).’ De omgevingsvisie is dynamisch en flexibel, aangezien dit mogelijkheden biedt om het document te actualiseren met het oog op toekomstige veranderingen. In de Omgevingsvisie Limburg wordt de richting voor de periode 2021 tot 2030-2050 geschetst. In de provinciale omgevingsvisie Limburg zijn een aantal hoofdopgaven te onderscheiden, namelijk: 1.

Een aantrekkelijke, sociale, gezonde en veilige leefomgeving;

Bestemmingsplan ‘Kempweg 12d en 15, Meterik.

30

a. In stedelijk c.q. bebouwd gebied; Zowel in de stedelijke centra als in de landelijke kernen liggen er diverse uitdagingen. In stedelijke centra heeft dit met name te maken met de versterking van de stedelijkheid, in de landelijke kernen met het behoud van de leefbaarheid. Limburg is rijk aan volkscultuur en tradities en heeft een rijk verenigingsleven. Hoewel sociale verbanden zoals verenigingen vroeger vanzelfsprekend waren, staan deze nu steeds meer onder druk. Er zijn daarnaast uitdagingen op het gebied van de verbetering en verduurzaming van de woningvoorraad, de toegankelijkheid, beschikbaarheid en bereikbaarheid van voorzieningen en het klimaatbestendig maken van de bebouwde omgeving. Ook kent het bebouwd gebied opgaven met betrekking tot de arbeidsmarkt en ruimte voor bedrijvigheid. b. In landelijk gebied; Limburg kent een uniek landschap en prachtige natuurgebieden. Dit is niet vanzelfsprekend. In het landelijk gebied ligt de nadruk op uitdagingen die te maken hebben met onder meer klimaatadaptatie, de transitie van de landbouw, de inpassing van energie en het zoeken van de balans tussen natuur(behoud), ruimtelijke kwaliteit en het mogelijk maken van ontwikkelingen. Daarnaast zijn schaalvergroting en leegstand van agrarische bebouwing, toeristisch-recreatief (mede)gebruik, biodiversiteit, stikstof en (grond)waterkwaliteit belangrijke thema’s. 2.

Een toekomstbestendige, innovatieve en duurzame economie; inclusief landbouwtransitie; Tot 2020 groeit het aantal banen in Limburg. De welvaart en het gemiddelde opleidingsniveau nemen toe, maar niet voor iedereen. Hoewel de werkloosheid gelijk is aan het landelijk gemiddelde (peildatum 2019, 3e kwartaal), is de bruto participatiegraad in Limburg relatief laag. In sectoren als de bouw, horeca en toerisme, zorg en ICT wordt een krapte op de arbeidsmarkt ervaren. Demografische ontwikkelingen maken dat de beroepsbevolking slinkt en het aantal ouderen toeneemt. Een bijzonder punt van zorg is de groeiende maatschappelijke tweedeling die zich ook fysiek uit in de vorm van de ruimtelijke concentratie van kwetsbare groepen. Samen met het verhogen van de arbeidsparticipatiegraad en het aantrekken van internationale werknemers kunnen ontwikkelingen als digitalisering, robotisering en automatisering het tekort aan arbeidskrachten – onder meer als gevolg van demografische ontwikkelingen – tegengaan. 3. Klimaatadaptieve en energietransitie; Klimaatverandering vergroot de kans op overstromingen en wateroverlast, hittegolven en hittestress en langdurige perioden van droogte. Dit brengt uitdagingen en veiligheidsoverwegingen, maar ook kansen met zich mee. Bijvoorbeeld het koppelen van thema's.

Deze klimaatontwikkelingen hebben invloed op onze voedselvoorziening, de leefbaarheid, gezondheid en de natuur. Ook verandert de komende jaren de energievoorziening in Nederland fors. Deze energietransitie zal ook een grote impact hebben op de woon- en leefomgeving in Limburg. Energiebesparing in industrie, landbouw, woningen en mobiliteit én het accommoderen van de ruimtevraag voor de opwekking van duurzame energie, zoals zonne- en windenergie, zijn hierbij uitdagingen met impact op de omgeving. De Omgevingsvisie Limburg bestaat uit twee delen: ▪

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16846953/1