03g Zienswijzennota Mäöleveld ANONIEM
Tekst van het document
Bestemmingsplan ‘Mäöleveld, Sevenum’
Zienswijzenrapport Versie 2
Team Omgeving
Bezoekadres: Wilhelminaplein 6, Horst
Postbus 6005 / 5960 AA Horst
T 077 – 477 97 77
F 077 – 477 97 50
Pagina 2 van 26
Pagina 3 van 26
INLEIDING Het initiatief betreft het toevoegen van een woonwijk tussen De Hees en de Molenveldweg in Sevenum. De ontwikkeling bestaat uit twee fases. Het bestemmingsplan Mäöleveld fase 1 heeft uitsluitend betrekking op de eerste fase. In deze fase wordt de realisatie van 84 woonkavels met bijbehorend openbaar groen en bijbehorende waterhuishoudkundige- verkeers- en parkeervoorzieningen mogelijk gemaakt. Het ontwerpbestemmingsplan voor de woningbouwontwikkeling ‘t Mäöleveld heeft op grond van het bepaalde in artikel 3.8 van de Wet ruimtelijke ordening gedurende zes weken voor het eerst voor een ieder ter inzage gelegen met ingang van 1 juni 2023. De periode waarbinnen zienswijzen konden worden ingediend eindigde op 14 juli 2023. Het ontwerpbestemmingsplan is naar aanleiding van de ingediende zienswijzen aangepast. Hierdoor zijn onder andere de adressen De Hees 4 en De Hees 6 toegevoegd aan het ontwerpbestemmingsplan gezien de samenhang met de woningbouwontwikkeling. De bedrijfsactiviteiten op De Hees 4 en de woningbouwontwikkeling van ‘t Mäöleveld staan met elkaar in relatie doordat de woningen een beperking kunnen opleveren voor de bedrijfsactiviteiten. Deze bedrijfsactiviteiten kunnen leiden tot hinder bij de woningbouwontwikkeling.
Eventuele maatregelen om effecten over een weer tegen te gaan, moeten geborgd worden in dezelfde ruimtelijke procedure (hetzelfde bestemmingsplan). De Hees 4 en De Hees 6 zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden vanwege de huisvesting van internationale werknemers en de verplichte landschappelijke inpassing op de Hees 6 vanwege de loods op de Hees 4. Hierom is ook dat perceel aan het bestemmingsplan toegevoegd. Deze aanpassingen hebben ertoe geleid dat het ontwerpbestemmingsplan vanaf 14 december 2023 opnieuw gedurende zes weken ter visie is gelegd. De indieners van een zienswijze op het eerste ontwerpbestemmingsplan zijn per brief geïnformeerd. Hierin wordt verteld dat er een nieuw ontwerpbestemmingsplan ter inzage werd gelegd. In die brief zijn de wijzigingen ten opzichte van het eerste ontwerpbestemmingsplan beschreven en is de mogelijkheid om opnieuw een zienswijze in te dienen gegeven. Tegen het ontwerpbestemmingsplan Mäöleveld versie 1 zijn 7 zienswijzen ingediend. De Hees 4 is eerder opgenomen in het ontwerp Veegplan 2021. Zienswijzen tegen dit plan hebben ertoe geleid dat dit perceel uit het Veegplan 2021 is gelaten bij de vaststelling van het veegplan 2021. De indieners van een zienswijze destijds tegen het ontwerp Veegplan 2021 zijn eveneens geïnformeerd over de mogelijkheid tegen het ontwerpbestemmingsplan Mäöleveld (2e ontwerp) een zienswijze in te dienen.
Tegen het Veegplan 2021 zijn 6 zienswijzen ingediend. Het tweede ontwerpbestemmingsplan Mäöleveld, heeft gedurende zes weken voor een ieder ter inzage gelegen met ingang van 14 december 2023. De periode waarbinnen zienswijzen konden worden ingediend eindigde op 26 januari 2024. Een groot deel van de reclamanten (5/7) op het eerste ontwerp heeft gebruik gemaakt van de mogelijkheid om opnieuw een zienswijze in te dienen. Van de reclamanten tegen het Veegplan 2021 ten aanzien van De Hees 4 heeft twee derde (4/6) opnieuw een zienswijze ingediend. Naar aanleiding van de ter inzagelegging van de tweede versie van het ontwerpbestemmingsplan voor Mäöleveld zijn 12 zienswijzen ingediend.
Ontvankelijkheid Alle zienswijzen zijn binnen de termijn van ter inzagelegging ingediend. Daarmee zijn ze ontvankelijk. Bij één zienswijze ontbrak het adres. Binnen de inzagetermijn is een nieuwe versie van de zienswijze ingediend. Ook
Pagina 4 van 26 deze is ontvankelijk. Tot slot is een aanvulling gekomen op één van de zienswijzen. Deze aanvulling was niet aangekondigd via een pro-forma zienswijze en buiten de termijn ingediend. De aanvulling is daarom niet ontvankelijk en daarom buiten behandeling gelaten.
Aanpassing zienswijzennota versie 2 Naar aanleiding van de raadsbehandeling op 27 mei 2025 is de zienswijzennota op 2 onderdelen aangepast: • Verwijderen artikel 6, lid 6.2.4 onder b (hoogte erfafscheiding ter plaatse van De Hees 12-20) • Verwijderen artikel 6, lid 6.5.3 onder b (mogelijkheid tot huisvesten 4 internationale werknemers in een woning) Dit heeft ook doorwerking gekregen bij de beantwoording van de zienswijzen. Deze versie 2 van de zienswijzennota is voorafgaand aan de raadsvergadering toegevoegd aan de raadsstukken ten behoeve van de behandeling van het bestemmingsplan door de gemeenteraad op 3 juni 2025.
Opbouw van de Nota Hieronder zijn de ingediende zienswijzen samengevat en, per onderdeel, beantwoord (deel I). Per zienswijze is afgesloten met een conclusie, waarin ook de consequenties voor het bestemmingsplan zijn aangegeven. Vervolgens volgt een overzicht van alle voorgestelde wijzigingen in het plan naar aanleiding van de zienswijzen (deel II). Hierbij is onderscheid gemaakt tussen wijzigingen in de planregels of op de verbeelding. Daarnaast wordt op onderdelen ook de toelichting aangepast. Deze maakt formeel geen onderdeel uit van het juridischplanologische bestemmingsplan maar is wel in het overzicht van de wijzigingen opgenomen.
Pagina 5 van 26
Deel I: Samenvatting en beantwoording van de ingediende zienswijzen Onderstaand wordt per reclamant een samenvatting gegeven van de ontvangen zienswijzen. Het is een puntsgewijze weergave. De samenvatting neemt niet weg dat de zienswijze in zijn geheel is betrokken bij de beoordeling of het bestemmingsplan aanpassing behoeft.
Reclamant 1 Samenvatting zienswijze De zienswijzen van de reclamant hebben betrekking tot: 1. Milieusituatie kavels tussen De Hees 12 en 20 a) Luchtkwaliteit wordt niet gegarandeerd; waarom geen 50 meter afstand tussen de boomgaard en de voor gewasbeschermingsmiddelen gevoelige functie? b) Woon- en leefklimaat van de kavels wordt niet onderbouwd. De toevoeging van deze kavels zorgt voor een beperking van de fruitteler 2. Verplaatsing/uitbreiding huisvesting internationale werknemers De Hees 4/6 a) Met de verplaatsing moet men voldoen aan het meest recente parapluplan voor internationale werknemers b) Het verplaatsen van hardwerkende werknemers van een woonhuis naar een koelcel getuigd van minachting c) Het nieuwe plan biedt ruimte aan 46 arbeidsmigranten, in plaats van de voorgespiegelde 31 arbeidsmigranten d) Eén aanvraag/wijziging maakt een wijziging voor het oprichten van 2 grote loodsen mogelijk. De onderbouwing deugt niet e) De accountantsverklaring waarom er bij bedrijfsinkrimping een uitbreiding van het aantal werknemers nodig is, ontbreekt 3. Verbeelding woonwijk ’t Mäöleveld. Civieltechnische uitwerking van het verschuiven van het wandelpad ten noorden van De Hees 10 en 12 naar de achterzijde van de nieuw op te richten woningen. Reactie college 1.
Fruitteelt a) Met luchtkwaliteit wordt gedoeld op de spuitzone als gevolg van gewasbeschermingsmiddelen, zo wordt verondersteld. Deze opmerking is terecht en geldt voor het gehele plangebied. Er worden daarom in het bestemmingsplan regels voor de spuitzone opgenomen. Het plangebied van het bestemmingsplan wordt als gevolg daarvan uitgebreid, zodat rondom alle nieuwe woningen een zone van 50 meter in het plan is opgenomen ter bescherming tegen de gevolgen van het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen op de gezondheid van de toekomstige bewoners. In het bestemmingsplan zijn twee soorten regelingen opgenomen vanwege de spuitzone. Voor de eerste type is op alle gronden die in dit bestemmingsplan zijn opgenomen én die op grond van het vigerende plan (beheersverordening) zijn aangewezen met de bestemming Agrarisch met waarden is geregeld dat het wonen pas is toegestaan als binnen 50 meter van de nieuwe woning het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen is beëindigd en beëindigd blijft. Het betreft indicatief de volgende gronden:
Pagina 6 van 26
Het tweede type regeling geldt voor de gronden, die als agrarisch zijn aangewezen in het bestemmingsplan Buitengebied én binnen 50 meter liggen van de met onderhavig bestemmingsplan ‘t Mäöleveld mogelijk gemaakte nieuwe woningen. Op deze gronden is alleen een regeling toegevoegd die de toepassing van gewasbeschermingsmiddelen tegengaat. Voor alle andere regels blijft het bestemmingsplan Buitengebied (als onderdeel van het omgevingsplan van de gemeente Horst aan de Maas) van toepassing. Dat betreft indicatief de volgende gronden:
Tot slot is er nog een klein deel van de gronden, die onderdeel uitmaken van de beheersverordening maar niet behoren tot fase 1 van ‘t Mäöleveld (en daarmee van onderhavig bestemmingsplan Mäöleveld). Deze gronden zijn in eigendom van de gemeente en worden gebruikt door het fruitteeltbedrijf. De gemeente draagt er zorg voor dat op de gronden geen gewasbeschermingsmiddelen worden gebruikt als binnen 50 meter van de gronden woningen zijn gebouwd. Dat is nodig omdat het niet is toegestaan om aan een beheersverordening een wijziging aan te brengen zonder alle overige regels voor die gronden opnieuw vast te stellen. Dat laatste is nog niet mogelijk
Pagina 7 van 26 omdat de voorbereidingen voor fase 2 daarvoor nog niet ver genoeg zijn. Het betreft gronden van fase 2 van ‘t Mäöleveld waar de planontwikkeling nog van in voorbereiding is. Dit geldt indicatief voor de volgende gronden:
Door het opnemen van deze regelingen vanwege het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen is in het plan rekening gehouden met een spuitzone van 50 meter waarbinnen wonen (en andere voor driftgevoelige functies) niet is toegestaan, tenzij is aangetoond dat geen gewasbeschermingsmiddelen worden gebruikt óf dat het agrarisch gebruik is beëindigd. b) Het woon- en leefklimaat van de percelen moet zijn zeker gesteld om het bestemmingsplan te kunnen vaststellen. De woningen kunnen pas worden gerealiseerd als de fruitteelt ter plaatse beëindigd is en als het toepassen van gewasbeschermingsmiddelen is beëindigd (en beëindigd blijft). De huidige fruitteler is ook de initiatiefnemer van de betreffende woningen en is bekend met deze voorwaarden. 2. Internationale werknemers a) Het klopt dat nieuwe initiatieven worden getoetst aan de meest recente beleidsdocumenten. In het geval van internationale werknemers wordt momenteel gewerkt aan nieuw beleid. Op 22 april 2025 is een voorbereidingsbesluit genomen waardoor nieuwe initiatieven voor huisvesting van internationale werknemers moeten worden aangehouden. De locatie De Hees 4, 4a en 6 zijn hiervan uitgezonderd. Het voorbereidingsbesluit heeft er toe geleid dat de regeling om in een woning maximaal 4 internationale werknemers te huisvesten (onder voorwaarden) te verwijderen uit het bestemmingsplan voor ’t Mäöleveld.
Het nieuwe beleid zal uiteindelijk verankerd worden in het omgevingsplan van de gemeente Horst aan de Maas en daarmee ook voor de woningen op ’t Mäöleveld van toepassing zijn. De specifieke casus is buiten het voorbereidingsbesluit gelaten. Voor de huisvesting van de 31 internationale werknemers op De Hees 4a is een overeenkomst gesloten met de exploitanten. De afspraken uit de overeenkomst zijn in het bestemmingsplan overgenomen. b) Allereerst, in de huidige situatie worden in totaal 31 internationale werknemers gehuisvest op de locaties De Hees 4 en De Hees 6. Dit recht ligt vast in een exploitatievergunning. De nieuwe situatie vraagt om actualisatie van deze vergunning(en) aangezien de 31 werknemers worden samengebracht op 1 adres (De Hees 4a). Ten tweede, wanneer in het gebouw 31 internationale werknemers worden gehuisvest moet het gebouw voldoen aan de vereisten die gelden voor het huisvesten van mensen. Het gebouw moet eenvoudigweg geschikt zijn om in te wonen. Het is niet mogelijk beide functies (koelcel en huisvesting internationale werknemers) gelijktijdig volledig te laten plaatsvinden. De eigenaar moet vooraf aantonen dat het pand voldoet aan de regels voor het huisvesten van mensen. Voor de beide
Pagina 8 van 26 onderdelen geldt onder andere de verplichting dat een exploitatievergunning benodigd is in de Gemeente Horst aan de Maas. Daarnaast gelden de wettelijke regels voor een woning. c) De huisvesting van 31 internationale werknemers in het gebouw op De Hees 4a is geregeld in de artikelen 3.5.4. en 3.5.5. (ontwerpbestemmingsplan). Het betreft in eerste instantie het onderbrengen van 16 internationale werknemers (huidige situatie). Het toevoegen van nog 15 huisvestingsplaatsen in hetzelfde gebouw is alleen mogelijk onder de voorwaarde dat de huisvesting voor internationale werknemers op De Hees 6 is opgeheven. Het bestemmingsplan maakt het ook niet mogelijk om in de woningen internationale werknemers te huisvesten. Op deze manier kunnen er niet meer dan 31 internationale werknemers gehuisvest worden op De Hees 4, De Hees 4a en De Hees 6 tezamen. Deze regeling is het resultaat van specifieke afspraken die met de eigenaar van de gronden zijn gemaakt ten aanzien van de huisvesting van internationale werknemers. d) De bouwmogelijkheden die in dit bestemmingsplan zijn gegeven voor het agrarisch bouwperceel zijn niet ruimer dan de huidige bouwmogelijkheden op grond van de beheersverordening. In overeenstemming met de eigenaar is zelfs afgesproken het bouwvlak aan de noordzijde kleiner te maken tot aan de gevel van het bestaande gebouw.
Verder blijven de bouwregels voor het bouwvlak gelijk aan de regels die op grond van het huidige plan gelden. Voor een toevoeging van bebouwing is nog wel een omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen vereist. e) Op het moment van de vergunningaanvraag is dit toetsingskader aan de orde. De accountantsverklaring moet aangevraagd zijn als de internationale werknemers verhuizen. Deze is voor het vaststellen van het bestemmingsplan echter niet benodigd. 3. Het wandelpad past binnen de bestemming Groen van het bestemmingplan Mäöleveld. Op de verbeelding van het bestemmingsplan hoeft deze niet aangepast te worden. In de civieltechnische tekeningen is het wandelpad op de juiste manier opgenomen in overeenstemming met eerdere afspraken met de indiener van de zienswijze, zodat het pad niet direct grenst aan de perceelsgrens van indiener. Conclusie Deze zienswijze geeft aanleiding tot aanpassing van het plan. De regeling voor de spuitzone wordt aangepast waarbij voor alle nieuwe woningbouw de bescherming van een spuitzone of een driftzone met een breedte van minimaal 50 meter geldt, waarbinnen het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen niet is toegestaan. Dat vergt ook een aanpassing van de plangrens.
Pagina 9 van 26
Reclamant 2 Samenvatting zienswijze De zienswijze van reclamant 2 richt zich tot het behoud van het karakter van de weg het Hoogbroek en Heesbeemd, waar hij twee alternatieven voor aandraagt: 1. Per bouwvergunning opnemen dat bouwverkeer geen gebruik mag maken van het Hoogbroek als aan- en afvoerroute. 2. Het Hoogbroek beschermen door middel van een inrijverbod met een onderbord ‘uitgezonderd bestemmingsverkeer aanliggende percelen’ om gemotoriseerd verkeer te weren van deze weg. Reactie college We begrijpen de zorg over het behoud van het karakter van het Hoogbroek en Heesbeemd. Ook de gemeente ziet het belang hiervan. 1. Wat betreft de afhandeling van het bouwverkeer zullen alle noodzakelijke maatregelen worden genomen om te voorkomen dat bouwverkeer dit gebied en de betreffende wegen gebruikt. Het is niet wenselijk om deze wegen en dit gebied hiervoor in te zetten, aangezien zowel de wegen als het gebied niet geschikt zijn voor dergelijk verkeer. 2. Het afsluiten van het Hoogbroek voor al het verkeer, behalve het bestemmingsverkeer, is niet vanzelfsprekend. Het betreft immers een openbare weg, en het afsluiten kan vergaande gevolgen hebben, niet alleen voor de weg zelf, maar ook voor omliggende wegen, aangezien het verkeer dan naar andere routes zou verplaatsen. Dit kan leiden tot ongewenste situaties op en langs deze alternatieve wegen.
De wens om het Hoogbroek af te sluiten komt voort uit de zorg over mogelijk sluipverkeer. De gemeente zal zich inspannen om andere routes aantrekkelijker te maken. Zo wordt er momenteel gewerkt aan de herinrichting van De Hees, waarbij het doel is de weg toekomstbestendig en verkeersveiliger te maken voor alle weggebruikers, inclusief langzaam verkeer. Dit omvat het efficiënt afwikkelen van al het verkeer. Naast de herinrichting van De Hees zal ook de huidige situatie van de Molenveldweg, als directe ontsluiting van ‘t Maoleveld, kritisch worden bekeken, zodat er een goede doorstroming van het verkeer vanuit het ontwikkelgebied zal ontstaan. Het effect op de omliggende gebieden (zoals de Molenstraat en Donckstraat) zal in de beoordeling van de huidige en toekomstige verkeerssituatie worden meegenomen. Ook voor de Molenveldweg zal een dergelijk proces van beoordeling en eventueel herinrichting noodzakelijk zijn. Dit vereist in ieder geval een monitoring van de verkeerssituatie na de realisatie van de woningen in fase 1. Hierbij moet ook rekening worden gehouden met de verdere woningbouw in fase 2. Het betreffende bestemmingsplan voorziet in de realisatie van fase 1, wat 84 woningen mogelijk maakt. Deze woningen zullen zorgen voor een toename van het verkeer met ongeveer 700 voertuigbewegingen per dag, die zich zowel over De Hees als de Molenveldweg zullen verdelen.
Het is ingeschat dat de toename in verkeer met de huidige inrichting van de Molenveldweg en de nieuwe inrichting van De Hees adequaat kan worden opgevangen. Het wordt verwacht dat slechts een klein deel van de toename van het verkeer via de Heesbeemd en het Hoogbroek zal verlopen. Zoals eerder vermeld, zal de gemeente zich inzetten om andere routes aantrekkelijker te maken, zodat het voor bewoners vanzelfsprekend is om andere wegen te gebruiken in plaats van de Heesbeemd en het Hoogbroek. Dit betekent dat ook deze wegen een beperkte toename van het verkeer kunnen verwerken. Mocht blijken dat dit in de toekomst niet voldoende is, dan kunnen er verkeersmaatregelen getroffen worden. Hiervoor is doorgaans geen wijziging van het bestemmingsplan (omgevingsplan) nodig, en kan het college een verkeersbesluit nemen. Conclusie De zienswijze geeft geen aanleiding tot aanpassing van het bestemmingsplan. Wel zal in de toelichting de verkeersparagraaf worden aangepast, waarbij bovenstaande beschrijving wordt verwerkt.
Pagina 10 van 26
Reclamant 3 Samenvatting zienswijze De zienswijze is gericht op het toevoegen van de woonbestemming op De Hees 10, opgenomen in het ontwerpbestemmingsplan als Wonen - 2: 1. De bestemmingswijziging is onvoldoende onderbouwd, de inhoudelijke toets milieu en de onderbouwing van een goed woon- en leefklimaat ontbreken. 2. In het toekennen van de bestemming wordt onvoldoende rekening gehouden met de RvS uitspraken: 201709749; 201905910/1//R2; 2022:2750. 3. De bouwvergunning staat nog bloot aan mogelijke vernietiging volgens de brief van de gemeente van 18 april 2023. 4. De in het bestemmingsplan opgenomen regels zijn niet in overeenstemming met het vigerende beleid van Horst aan de Maas. 5. De afwijkingsbevoegdheid, zoals nu is opgenomen voor een bedrijf aan huis, gaat verder dan gebruikelijk in de gemeente. 6. De locatie ligt niet in de kern van Sevenum. 7. In dit bestemmingsplan zitten vier verschillende woonbestemmingen, dat brengt in totaal zes verschillende bestemmingen binnen 100 meter van onze woning. Dat is overbodig. 8. De uitgangssituatie van De Hees 10 is niet goed opgenomen in de toelichting. Reactie college 1. In het verleden is een Wabo-procedure doorlopen voor De Hees 10. Daar is eveneens de onderbouwing voor de uitvoerbaarheid bij gevoegd.
De omgevingsvergunning voor De Hees 10 is echter nooit onherroepelijk geworden, omdat het bestemmingsplan -waar de vergunning op gebaseerd was- is vernietigd voor die tijd. Om de woning alsnog te legaliseren is een nieuw bestemmingsplan vereist. Dit bestemmingplan maakt de woning mogelijk. In de toelichting bij het bestemmingsplan is de motivering opgenomen voor de uitvoerbaarheid van de ontwikkeling van De Hees 10. In het ontwerpbestemmingsplan was dat nog onvoldoende concreet. In het vastgestelde plan is dit aangevuld. Er is daarbij rekening gehouden met het oordeel van de Raad van State ten aanzien van de spuitzone. Verwezen wordt naar de beantwoording bij reclamant 1, onder 1. 2. De uitspraken van de Raad van State zien toe op het beschermen van de bedrijfsactiviteiten van De Hees 4 als gevolg van de woning op De Hees 10. Dit heeft vooral betrekking op het gebruik van het perceel voor wonen in de nabijheid van het toepassen van gewasbeschermingsmiddelen. Verwezen wordt naar de beantwoording bij reclamant 1, onder 1. 3. Verwezen wordt naar de beantwoording onder punt 1. 4. De Hees 10 past binnen de beleidskaders die de structuurvisie en het masterplan Wonen biedt en past binnen de uitgangspunten van de welstandscommissie. Er is geen reden aan te nemen dat er strijdigheid is met het gemeentelijk beleid.
Ook de Raad van State heeft hierover geoordeeld dat er geen sprake is van strijdigheid. 5. Het is correct dat de afwijking voor aan huis gebonden bedrijf bij De Hees 10 iets afwijkt van de reguliere afwijkingsbevoegdheid binnen de gemeente voor deze activiteiten. Dat gaat met name over het maximum oppervlak dat is toegestaan voor een aan huis gebonden bedrijf. Regulier is dat na afwijking maximaal 100 m2 en voor De Hees 10 is dat 120 m2. Hierover zijn specifieke afspraken gemaakt met de eigenaar. Hierbij lijken er wat verschillen in criteria, maar feitelijk komen die inhoudelijk op hetzelfde neer. De criteria voor aan huis gebonden bedrijf worden voor alle woonbestemmingen geüniformeerd om schijnbare verschillen weg te nemen. 6. Het is juist dat het perceel momenteel niet is gelegen in de kern Sevenum maar in een van de bebouwingslinten. Het woningbouwplan maakt na realisatie deel uit van de kern van Sevenum. De Hees 10 wordt met de woningbouw omsloten. De grens van het stedelijk gebied zal na realisatie van ’t Mäöleveld verplaatsen tot voorbij De Hees 10. De woning is dan gelegen in de kern Sevenum.
Pagina 11 van 26 7. Het staat de gemeenteraad vrij om meerdere bestemmingen binnen een straal van 100 meter vast te stellen. Daar zijn geen regels voor. Het is van belang dat de gemeenteraad aantoont dat er sprake is van een goede ruimtelijke ordening en dat de gebruiksmogelijkheden van de verschillende gronden bijdragen aan een goed woon- en leefklimaat. Voor de verschillende gronden waar woningen mogelijk zijn gelden niet allemaal dezelfde regels. Zo gelden voor de bestaande woningen andere regels dan voor de nieuw te realiseren woningen van ‘t Mäöleveld. Verder zijn in een aantal gevallen specifieke afspraken met de eigenaren/bewoners gemaakt die ook in het bestemmingsplan geborgd moeten worden als ze ruimtelijk relevant zijn. Dat verklaart het onderscheid in de verschillende bestemmingen voor wonen. Naar aanleiding van deze en andere zienswijzen is ervoor gekozen om toch alle woonbestemmingen samen te brengen in één woonbestemming. Daarbij zijn echter de onderlinge verschillen wel in stand gelaten om recht te blijven doen aan de specifiek gemaakte afspraken en bestaande rechten. 8. Verwezen wordt naar de beantwoording onder punt 1. Conclusie De zienswijze geeft aanleiding tot aanpassing van het bestemmingsplan, zodanig dat de regeling voor de spuitzone wordt aangepast.
Daarnaast wordt in de toelichting de motivering voor een aanvaardbaar woon- en leefklimaat voor De Hees 10 toegevoegd en worden enkele onderzoeken uit het bestemmingsplan De Hees 10 te Sevenum aan de bijlagen bij de toelichting toegevoegd. Tot slot worden alle woonbestemmingen in één bestemming ondergebracht met inachtneming van de onderlinge verschillen.
Pagina 12 van 26
Reclamant 4 Samenvatting zienswijze De zienswijze beslaat de situatie op het Hoogbroek als gevolg van de toenemende verkeersbewegingen met de volgende punten: 1. Het plan heeft twee verbindingen met de Molenveldweg en maar één met De Hees. Graag één van de twee ontsluitingen op de Molenveldweg uit het plan halen. 2. De Molenstraat zit tegen de limiet qua capaciteit, dus veel sluipverkeer zal voor het Hoogbroek kiezen. 3. De aanbeveling uit de verkeerskundige memo is om bij een toename van verkeersintensiteiten en ervaring van overlast een infrastructurele maatregel te overwegen om veelvuldig sluipverkeer te voorkomen. Hier maakt de reclamant graag vooraf afspraken over: a) wat gaat de grenswaarde worden voor de toename? b) van tevoren afstemmen met omwonenden en geïnteresseerden over welke maatregelen het moet gaan; c) afspraken over de frequentie en planning van verkeerstellingen om de toename te monitoren. 4. Vrachtverkeer voor de aanleg van de woonwijk moet een verplichte andere aanrijroute krijgen dan over het Hoogbroek. 5. Vooraf afspraken maken over het ontlasten van het Hoogbroek is goedkoper dan achteraf in procedures. Reactie college 1. De woningbouwontwikkeling ’t Mäöleveld bestaat uit twee fases. Dit bestemmingsplan ziet slechts op de mogelijkheid om fase 1 te realiseren. In de eerste fase wordt op allebei de wegen één ontsluiting aangesloten.
De tweede aantakking op de Molenveldweg, die gepland is voor ’t Mäöleveld, fase 2 is het gevolg van de hofstructuur die de gemeente in ‘t Mäöleveld wil aanbrengen. Het is daarom vooralsnog wenselijk om de tweede ontsluiting te realiseren als ’t Mäöleveld in fase 2 wordt ontwikkeld. Dit zal bij de uitwerking van de 2e fase nog verder worden verkend. Mogelijk zal de herinrichting van De Hees en de Molenveldweg eerst uitgevoerd moeten worden alvorens de tweede aftakking op de Molenveldweg gerealiseerd kan worden. 2. Zie de beantwoording van reclamant 2 onder 2. 3. Zie de beantwoording van reclamant 2 onder 2. 4. Zie de beantwoording van reclamant 2 onder 1. 5. Dit is voor kennisgeving aangenomen. Conclusie De zienswijze geeft geen aanleiding tot aanpassing van het bestemmingsplan. Wel zal in de toelichting de verkeersparagraaf worden aangepast, zoals beschreven bij de zienswijze van reclamant 2 en zal bij de uitwerking van fase 2 van ’t Mäöleveld de ontsluiting op de Molenveldweg nader bekeken worden.
Pagina 13 van 26
Reclamant 5 Samenvatting zienswijze De zienswijzen van de reclamant bestaan uit de volgende punten: 1. Volgens het beeldkwaliteitsplan moet 10% van het geveloppervlak worden voorzien van hout. Dit vindt reclamant niet wenselijk vanwege: • hoge bouwkosten; • hoge onderhoudskosten; • handhaving bij onderhoudsverzuim. 2. Volgens het beeldkwaliteitsplan moeten hoeklocaties voorzien worden van accenten met een andere kap. Alternatieven die de reclamant vraagt te overwegen: • levendige gevels; • aanvulling van een dakkapel, bloemenraam of erker in de zijgevel. Afstemmen met stedenbouw en CRK om tot minder strenge eisen te komen. 3. Toegang en parkeren van arbeidsmigranten, zoals die gehuisvest worden op De Hees 4: a) arbeidsmigranten moeten niet door het plangebied rijden om huisvesting te bereiken omdat dit verkeersdruk oplevert; b) arbeidsmigranten moeten niet in het woningbouwplan parkeren, omdat dit parkeerdruk veroorzaakt. Omdat het plangebied is ingericht voor rust en ruimte, zoveel mogelijk parkeren op eigen terrein en niet in de nabij de huisvesting aangewezen groenvoorzieningen. Reactie college 1. Het voorstel om het percentage ingrijpend naar beneden te brengen kan alleen wanneer er gekozen wordt voor een andere duurzame invulling van het materiaal. Het vervangen van hout door siermetselwerk is bijvoorbeeld geen optie.
De insteek van het BKP is om een kwaliteit te krijgen in het plan die aansluit bij het dorps wonen in de nabijheid van het buitengebied. 2. Het vervangen van de wijziging in kaprichting door ‘levendige gevels’ zoals een dakkapel of erker, zijn geen kostenbesparing. Een alternatief is om op de hoeken de kap te laten zakken door een lagere maximale goothoogte. Een andere mogelijkheid is inderdaad een bloemkozijn. Van belang is dat er aan de randen een ‘zachte’ overgang is naar het buitengebied. Hierop wordt het Beeldkwaliteitsplan aangepast. 3. De ontsluiting van de huisvesting voor tijdelijke werknemers op De Hees 4a kan in de toekomst mogelijk wel over de ontwikkellocatie verlopen. Er is voorzien in een nieuwe uitrit aan de noordzijde van het perceel. De interne wegenstructuur op ’t Mäöleveld kan deze verkeersafwikkeling makkelijk verwerken. Voor wat betreft het parkeren zal op het perceel worden voorzien in voldoende parkeerplaatsen. Er wordt niet in ’t Mäöleveld geparkeerd door de internationale werknemers. Conclusie De zienswijze geeft geen aanleiding tot aanpassing van het bestemmingsplan. Wel wordt naar aanleiding van de zienswijze het beeldkwaliteitsplan, dat als bijlage bij de regels van dit bestemmingsplan is bijgevoegd, aangepast.
Pagina 14 van 26
Reclamant 6 Samenvatting zienswijze De zienswijze van reclamant richt zich op het beschermen van de natuurwaarden in het Hoogbroek door het aanpassen van de verkeerssituatie: 1. er wordt nu al te hard gereden op het Hoogbroek; 2. de natuur is heel waardevol, om deze te beschermen de weg afsluiten voor gemotoriseerd verkeer met uitzondering van omwonenden; 3. wandelroute uitbreiden; 4. de kracht van de gemeente tonen door hier op voorhand aandacht aan te besteden. Reactie college 1. De snelheid waarmee er gereden wordt op het Hoogbroek is geen zaak van het bestemmingsplan. Dit zal afzonderlijk worden onderzocht en waar nodig zullen maatregelen worden getroffen met een afzonderlijk besluit. 2. Zie de beantwoording van reclamant 2 onder 2. 3. Dit is een mogelijkheid die wordt meegenomen in het onderzoek naar de verkeerssituatie. Het uitbreiden van wandelroutes is een zeer wenselijke ontwikkeling. Het vergroot de mogelijkheden om te bewegen en tegelijkertijd maakt het de omgeving toegankelijker. Dit is echter geen zaak van het bestemmingsplan en zal afzonderlijk verder worden verkend. 4. Dit is ter kennisgeving aangenomen. Conclusie Deze zienswijze geeft geen aanleiding tot aanpassing van het bestemmingsplan. Wel zal in de toelichting de verkeersparagraaf worden aangepast, zoals beschreven bij de conclusie van de zienswijze van reclamant 2.
Pagina 15 van 26
Reclamant 7 Samenvatting zienswijze De zienswijze gaat over het huisvesten van arbeidsmigranten op de Hees 4: 1. Geen goede ruimtelijke ordening. De gemeente heeft een ondeugdelijke belangenafweging gepubliceerd, niet volgens 3:2, 3:46, 3:47 van de Awb. 2. Onduidelijk beschreven artikel over het agrarisch bedrijf: a) er is niet opgenomen wat een volwaardig agrarisch bedrijf is; b) artikel 3.5.3 is onvolledig omdat er niet staat waar het volwaardige agrarische bedrijf gevestigd moet zijn. Hier zou moeten staan dat het gaat om een volwaardig agrarisch bedrijf op deze locatie. 3. Onduidelijk hoeveel arbeidsmigranten er gehuisvest mogen worden. Als de artikelen 9.4.2. en 3.5.4. bij elkaar worden opgesteld, kom je op 46 arbeidsmigranten. Dat is meer dan de 31 beoogde arbeidsmigranten uit de toelichting. 4. De onderbouwing van het aantal arbeidsmigranten is niet goed: a) het gaat om een afspraak, maar het is onduidelijk wat de afspraak inhoudt; b) het gaat om een inspanningsverplichting, maar het is onduidelijk wat die inhoudt; c) conclusie hiervan is dat het niet past in het beleid en dat er niet aan goede ruimtelijke ordening wordt gedaan omdat de belangen van omwonenden niet zijn gewogen. 5. Wonen is niet goed gedefinieerd in het bestemmingsplan. 6. Kamerhuur is niet voldoende uitgesloten, omdat er niet is gedefinieerd dat het gaat om wonen in een huishouden. Reactie college 1.
In paragraaf 6.3. van de toelichting staat hoe het participatietraject heeft plaatsgevonden. Binnen dit traject heeft belangenafweging plaats gevonden, zoals bedoeld in de Awb. Er is geen sprake van ondeugdelijke publicatie van belangenafweging. 2. Agrarisch bedrijf: a) Dit is juist. In artikel 1 wordt de begripsbepaling opgenomen voor een volwaardig agrarisch bedrijf. b) De regels in artikel 3.5.3. zullen worden verduidelijkt. De regels gelden voor de gronden met de bestemming Agrarisch, zoals in dit bestemmingsplan is opgenomen (agrarisch bouwperceel op De Hees 4/4a) en niet voor andere gronden die agrarisch worden gebruikt. 3. In totaal mag de ondernemer 31 internationale werknemers huisvesten. De 15 huisvestingsplaatsen die op De Hees 6 aanwezig zijn, worden verplaatst naar De Hees 4a. Op De Hees 6 is het dan niet toegestaan internationale werknemers te huisvesten. Voor een uitgebreidere beschrijving wordt verwezen naar de beantwoording van reclamant 1, onder 2. 4. Voor het samenbrengen van alle internationale werknemers van De Hees 4 en De Hees 6 zijn er privaatrechtelijke afspraken gemaakt met de eigenaar van de percelen. De afspraken worden met dit bestemmingsplan publiekrechtelijk geborgd.
a) Afgesproken is dat: i) er in totaal 31 internationale werknemers gehuisvest mogen worden op de aangewezen locatie (De Hees 4a); ii) ten minste 16 internationale werknemers zijn ten minste gedurende het piekseizoen werkzaam in het bedrijf aan De Hees 4. iii) het betreft een verplaatsing waarbij de mogelijkheid voor huisvesting op de huidige locaties (De Hees 4 en De Hees 6) komt te vervallen. Omdat dit bij vaststelling van het bestemmingsplan nog niet aan de orde is, is vooralsnog op De Hees 6 nog de mogelijkheid opgenomen voor 15 huisvestingsplaatsen. In het bestemmingsplan is tevens bepaald dat deze komt te vervallen als de 31 plaatsen op De Hees 4a in gebruik zijn genomen. b) De inspanningsverplichting betekent dat het college zich inspant om deze afspraak aan de raad voor te leggen met een vast te stellen bestemmingsplan. Het staat de gemeenteraad vrij daarin een eigen
Pagina 16 van 26 besluit te nemen. Met het aanbieden van een vast te stellen bestemmingsplan conform de eerdergenoemde afspraken heeft het college aan haar inspanningsverplichting voldaan. c) Het betreft inderdaad een afwijking van het algemene beleid over de huisvesting van internationale werknemers. Op deze locatie vindt maatwerk plaats. Het algemene beleid was al niet van toepassing omdat er al specifieke toestemmingen lagen voor de beide percelen (De Hees 4 en De Hees 6). Met de afspraken en de verwerking daarvan in dit bestemmingsplan verandert het toegestane aantal internationale werknemers per saldo niet. Het aantal huisvestingsplaatsen voor internationale werknemers blijft immers gelijk. Deze worden alleen verplaatst naar één gebouw achter op het erf. 5. Het klopt dat een definitie voor ‘wonen’ ontbreekt. Wel zijn er definities voor ‘woning’ en ‘huishouden’. Er is daarbij aangesloten bij de regeling voor wonen die de gemeente algemeen toepast in alle plannen. Het is niet wenselijk om daar voor dit plan van af te wijken. 6. Kamerverhuur is inderdaad niet expliciet uitgesloten. Ook hiervoor geldt dat aansluiting gezocht is bij de regels die in de gemeente algemeen worden toegepast. Conclusie De zienswijze geeft aanleiding tot het wijzigen van het bestemmingsplan. In artikel 1 wordt een begripsbepaling voor ‘volwaardig agrarisch bedrijf’ toegevoegd.
Verder worden de regels in artikel 3 verduidelijkt zodat duidelijk is dat het om een volwaardig agrarisch bedrijf moet gaan. Overigens is ook het hobbymatig gebruik mogelijk.
Reclamant 8 Zienswijze, reactie college en conclusie identiek aan die van reclamant 7.
Reclamant 9 Zienswijze, reactie college en conclusie identiek aan die van reclamant 7.
Reclamant 10 Zienswijze, reactie college en conclusie identiek aan die van reclamant 6.
Pagina 17 van 26
Reclamant 11 Samenvatting zienswijze De zienswijze is toegespitst op de waterparagraaf. Er is een voorwaardelijke verplichting nodig voor waterafvoer en infiltratievoorzieningen alvorens de verharding en bebouwing gerealiseerd moet worden. Reactie college Er is een vaste norm van het waterschap met een bergingscapaciteit van 100 mm met een leegloop binnen 48 uur. Dit leidt tot de waterbergingsopgave voor dit plan van ca. 1.578 m 3 (15.780 m2 x 0,1 m). Dit is uitgewerkt in de paragraaf waar u naar verwijst in de zienswijze. De gemeente moet dit op deze manier realiseren om toestemming te krijgen van het waterschap. Conclusie Deze zienswijze geeft aanleiding tot aanpassing van het bestemmingsplan. Er wordt een voorwaardelijke verplichting opgenomen om bij nieuwe woningen te voorzien in de genoemde waterbergingsopgave.
Pagina 18 van 26
Reclamant 12 Samenvatting zienswijze 1. Het grondgebonden agrarisch bedrijf aan de Hees 4 wordt verboden: a) het gebruik van de locatie als grondgebonden bedrijf is niet meer toegestaan in artikel 3.1; b) wonen in de bedrijfswoning is alleen nog mogelijk als er sprake is van een volwaardig bedrijf (artikel 3.2.1. onder f); c) het agrarisch bouwvlak wordt verder beperkt dan overeengekomen; d) een agrarisch bedrijf is niet meer toegestaan; e) het gebruik van gronden voor bedrijfsmatige fruitteelt en boomteelt is alleen nog onder zeer strenge nieuwe aanvullende voorwaarden toegestaan (artikel 3.5.1.onder b); f) toelichting: ‘Aangezien de mogelijkheden binnen de agrarische bestemming ter plaatse van de Hees 44a worden beperkt, vormt dit bedrijf geen belemmering meer voor de woning (paragraaf 4.1)’ is tegenstrijdig aan ‘In de nu voorliggende bestemmingsomschrijving de huidige agrarische gebruiksactiviteiten en daarmee vergelijkbare activiteiten op basis van de VNG richtafstanden tabel zijn toegestaan’. Waarbij de eerste verwoording ook onjuist is; g) toelichting: ‘Deze beperking van planologische toestemming zorgt dat de toekomstige woonwijk ’t Mäöleveld een negatief effect heeft op de huidige bedrijfsactiviteiten en vice versa (paragraaf 7.3.2)’ is onjuist verwoord.
In de leveringsacte is overeengekomen dat het bouwvlak aan de noordzijde wordt ingeperkt om deze afspraak na te komen. Nu handelt de gemeente onjuist door het bestaande bedrijf in te perken. Dit is tegen het beleidsuitgangspunt van de gemeente. Zie onder andere artikel 3.6.1 onder g. en artikel 15.2. onder g. van de regels; h) voorstel voor nieuwe regels voor het agrarisch bedrijf. 2. Ligging bedrijf in agrarisch gebied In tegenstelling tot het vermelde in paragraaf. 3.4.1. is het agrarisch bedrijf niet gelegen in de kern. Conform het meest actuele beleid is het gehele plangebied, met uitzondering van de locatie ‘De Hees 6’, gelegen binnen het ‘Agrarisch gebied tussen Horst en Park de Peelbergen'. 3. Plattelandswoning Vanwege de ligging van het bedrijf buiten de kern kan de afwijkingsbevoegdheid uit het bestemmingsplan buitengebied Horst aan de Maas voor het toevoegen van een plattelandswoning opgenomen worden. 4. Omvang bouwvlak In strijd met de gemaakte notariële afspraken is het bouwvlak aan de westzijde van de locatie van de reclamant ingeperkt. De beschrijving in paragraaf 7.3.2. is niet correct. Het moet ingetekend worden als de vigerende bestemming ‘Agrarisch bedrijf’, zie figuur 1. 5. Bedrijven en milieuzonering: a) er is geen sprake van een gemengd gebied. Zie hiervoor paragraaf 2.1.
in bijlage 10; b) binnen de bedrijfslocatie zijn meerdere koelcellen voor appels, peren en groenten. De koelcapaciteit is meer dan in de bijlage die onder 1 genoemd is; c) de toetsing van het Bedrijven en Milieuzoneringsrapport is onjuist, omdat in het bestemmingsplan Buitengebied Horst aan de Maas staat dat het bouwen van een geurgevoelig object binnen 50 meter van het agrarisch bouwvlak strijdig gebruik is. In het voorliggende bestemmingsplan is die afstand minder dan 30 meter. Nergens staat een onderbouwing van de verkleinde afstand; d) zie ook het onder 1 genoemde inzake de beperking van mogelijkheden op de locatie ‘De Hees 4’. 6. Samenvoeging Hees 4 en 6 In de stukken wordt meerder malen gesproken over ‘De Hees 4-6’. Dit is foutief. Beide locaties hebben dezelfde eigenaar maar staan los van elkaar. De Locatie De Hees 6 maakt geen enkel deel uit van de locatie De Hees 4 en omgekeerd. Er is geen wederzijdse afhankelijkheid. 7. Voorwaardelijke verplichting De Hees 6
Pagina 19 van 26 De voorwaardelijke verplichting voor 9.4.3. gaat verder dan voor de vergunning van arbeidsmigranten is vastgelegd. Deze voorwaardelijke verplichting is niet nodig voor de realisatie en instandhouding van de landschappelijke inpassing. Deze moet uit de regels verwijderd. 8. Opname locatie De Hees 6 in het ontwerp bestemmingsplan: a) in de toelichting staat dat de locatie ‘De Hees 6’ is opgenomen in dit ontwerpbestemmingsplan vanwege een ingebrachte zienswijze. Dit is onjuist, het betreft een onjuiste ambtelijke keuze. De opname is onnodig. De voorwaardelijke verplichting behorend bij de verplaatsing van de arbeidsmigranten is ook afdwingbaar zonder opname van deze locatie. De locatie moet eruit zoals het agrarisch bouwvlak is ingetekend in de beheersverordening; b) de bestaande rechten van het vigerend bestemmingsplan zijn niet overgenomen 9. Bestemming wonen: a) de onderbouwing voor de 3 nieuwe woonbestemmingen ontbreekt; b) de mogelijkheden voor de diverse locaties zijn verschillend en onvolledig onderbouwd. De Hees 10 en De Hees ongenummerd liggen conform actueel beleid in het buitengebied. Gezien de omvang van de locaties is opname van de regels zoals opgenomen voor het buitengebied het meest passend; c) de Hees 6 moet uit het bestemmingsplan gelaten worden. 10.
De Hees 10: a) op het achterste deel van de locatie wordt niet alleen de woning gelegaliseerd, maar ook een stuk agrarisch grond omgezet in een woonbestemming. Er is onvoldoende onderbouwd waarom de mogelijkheden voor De Hees 10 zoveel ruimer zijn dan vergelijkbare andere woningen; b) het bestemmingsplan was niet volgens goede ruimtelijke ordening opgesteld. De onderbouwing waarom het nu wel goede ruimtelijke ordening is, ontbreekt. Er wordt onvoldoende rekening gehouden met de uitspraken van de Raad van State nr. 201709749/1/R1; 201905910/1/R2; 2022:2750; c) de omgevingsvergunning had niet verleend mogen worden, deze vergunning is geen onderbouwing voor het bestemmingsplan. De betreffende vergunning is niet onherroepelijk en kan nog vernietigd worden; d) De Hees 10 ligt in het ‘Agrarisch gebied tussen Horst en Park de Peelbergen’. Daarom staat het verkeerd vermeld in paragraaf 3.4.1. 11. Spuitzone: a) de voorwaardelijke verplichting 7.5.4. is alleen voor Wonen-1 opgenomen, niet voor andere woonbestemmingen.
Waarom geldt dit voor andere woonbestemmingen niet? b) het bestemmingsplan moet gelijkgetrokken worden aan het gemeentelijk beleid op de volgende punten: i) de afstand tot een geurgevoelig object tot omliggende agrarische bouwpercelen; ii) op het moment van aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen aanwezige boomteelt; iii) gronden waarop in een periode van ten hoogste 24 maanden voorafgaand aan de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen boomteelt aanwezig was (gelet op de herplantmogelijkheden) zal tenminste 50 meter bedragen; c) In het ontwerp bestemmingsplan geeft het college herhaald aan dat de locatie ‘De Hees 10’ voor wonen bestemd kan worden, omdat de gronden binnen een straal van 50 meter eigendom zijn van de gemeente en dat de spuitwerkzaamheden zijn gestopt. Hierdoor zou er geen belemmering meer zijn voor de gevraagde ontwikkeling. Dit is beide onjuist: i) diverse gronden binnen 50 meter van de locatie, onder andere het bedrijf van de reclamant, zijn geen eigendom van de gemeente; ii) binnen 50 meter van de locatie zijn de spuitwerkzaamheden nog steeds toegestaan en ook nog actueel, onder andere binnen de bedrijfslocatie van de reclamant; iii) met de spuitzone dient ook rekening gehouden te worden met de voorgestelde bestemmingswijziging van de achterzijde van het perceel. 12. Afvoer hemelwater:
Pagina 20 van 26 a) als woningen en tuinen worden opgehoogd waardoor negatieve uitstraling van een afname in de draagkracht van de bodem en vernatting op de bedrijfslocatie, moeten hiervoor voorzorgsmaatregelen genomen worden; b) de huidige maaiveldhoogte moet als peil gehanteerd worden voor de nieuwe wijk. 13. Afwijkingsvoorwaarden In het bestemmingsplan wordt zeer willekeurig omgegaan met de formulering van ‘voorwaarden waaraan een afwijking of wijziging dient te voldoen’. Hier staan 20 verschillende formuleringen waar het gaat over de bescherming van o.a. het woon- en leefklimaat. Graag als volgt opnemen: ‘niet mag leiden tot onevenredige aantasting van gebruiks- en ontwikkelingsmogelijkheden van nabijgelegen gronden en bebouwing. Reactie college 1. Het grondgebonden agrarisch bedrijf aan De Hees 4 wordt niet verboden maar de regeling uit het bestemmingsplan Buitengebied wordt wel iets aangepast om aan te sluiten bij de afspraken die gemaakt zijn over het behouden van de gebruiksmogelijkheden. a) De bestemmingsomschrijving van artikel 3 wordt naar aanleiding van de zienswijze aangepast. Artikel 3.1. onder a. wordt aangepast naar “a. grondgebonden agrarisch bedrijf; b. agrarisch bedrijfsmatig grondgebruik met grondgebonden teelt;”. b) Een bedrijfswoning is inderdaad gekoppeld aan een volwaardig bedrijf.
Deze regeling is overgenomen uit het bestemmingsplan Buitengebied en is opgenomen overeenkomstig het geldende recht en ook zoals de provincie het acceptabel acht bedrijfswoningen te houden bij een (agrarisch)bedrijf. Op De Hees 4 is een volwaardig agrarisch bedrijf toegestaan en daarmee is ook het wonen in een bedrijfswoning toegestaan. Voor zover het onduidelijk is dat op De Hees 4 een volwaardig bedrijf is toegestaan wordt het bestemmingsplan aangepast. c) In de overeenkomst is bepaald dat het bouwvlak aan de achterzijde beperkt zou worden tot de bestaande bebouwing. Die lijn is in het nieuwe bestemmingsplan ook aangehouden. Aan de westzijde is er een verschil van ongeveer 2 meter ontstaan. Dit wordt aangepast en is inderdaad niet in overeenstemming met de overeenkomst en abusievelijk als zodanig in het ontwerpbestemmingsplan terecht gekomen. d) Blijkbaar leidt de regeling in het ontwerpbestemmingsplan tot onduidelijkheid. Het is niet de bedoeling een agrarisch bedrijf niet meer toe te staan. Tevens volstaat de bijlage niet die nu bij de regels gevoegd is. De regels worden aangepast, zodat blijkt dat een volwaardig agrarisch bedrijf is toegestaan. Daarnaast wordt in de gebruiksregels expliciet beschreven wat wel en niet is toegestaan, de staat van bedrijfsactiviteiten kan dan vervallen. e) Op het betreffende perceel De Hees 4 zal feitelijk geen teelt mogelijk zijn.
Het is een agrarisch bouwvlak waar het bebouwd erf van het agrarisch bedrijf is gelegen. Wanneer theoretisch de bebouwing wordt gesloopt en de gronden zouden worden ingezet voor fruitteelt zijn er beperkingen vanwege de nieuwe, maar ook bestaande woningen in de directe omgeving. Dat is in de huidige situatie ook al zo. De teelt zelf vindt feitelijk plaats op andere gronden. Het is wel mogelijk de opslag en andere bewerkingen uit te oefenen die reeds plaatsvindt binnen het bouwperceel. Ook na vaststelling van dit bestemmingsplan is dat mogelijk. f) De aangehaalde tekst uit de toelichting past inderdaad niet bij de afspraken die gemaakt zijn en is ook in die zin niet juist. De tekst in de toelichting zal worden aangepast, waarbij de afspraken worden beschreven. De gebruiksmogelijkheden zijn al beperkt door de milieutechnische mogelijkheden van het perceel in relatie tot de bestaande woningen. De nieuwe woningen van ’t Mäöleveld maken het nodig aan te tonen dat een aanvaardbaar woon- en leefklimaat geborgd kan worden. Daarvoor zijn de gemaakte afspraken vertaald in juridische regels van het bestemmingsplan. De woning van De Hees 10 is hierbij niet maatgevend, aangezien er op kortere afstand al andere woningen zijn gelegen (in de bestaande situatie). Wel is voor De Hees 10 de aanwezigheid van fruitteelt met de mogelijkheid om gewasbestrijdingsmiddelen toe te passen van belang.
Voor de wijze waarop daarmee in het
Pagina 21 van 26
2.
3.
4. 5.
bestemmingsplan Mäöleveld wordt omgegaan wordt verwezen naar de beantwoording van de zienswijze van reclamant 1 en reclamant 3. g) Met reclamant zijn afspraken gemaakt over de verkoop van gronden ten behoeve van de ontwikkeling van ‘t Mäöleveld. Als gevolg van deze woningbouwontwikkeling is het niet mogelijk de bedrijfsvoering onveranderd voort te zetten. De fruitteelt vervalt ter plaatse en de opslag en verdere verwerking op De Hees 4 blijft. In die zin is er sprake van een verandering van de toelaatbare activiteiten. Om te bepalen op welke afstand van het bedrijfsperceel er, als gevolg van de bedrijfsactiviteiten, nog geluid hinderlijk wordt ervaren is een akoestisch onderzoek uitgevoerd. Dit onderzoek gaat uit van het behoud van de bestaande activiteiten op het perceel De Hees 4, zoals door het bedrijf zelf gemeld in het kader van het Activiteitenbesluit in 2008. Daarnaast hebben metingen ter plaatse plaatsgevonden zodat ook het feitelijk gebruik is meegenomen in het onderzoek, voor het geval die zou afwijken van de gemelde situatie. Het onderzoek heeft geleid tot een zone van 10 meter vanaf het perceel De Hees 4 aan de noordzijde waarbinnen geen verblijfsfuncties zijn toegestaan (zoals woonkamer of slaapkamer). Het naleven van deze afstand is voor de inrichting van de kavels haalbaar. Daarmee wordt de bedrijfsvoering niet belemmerd.
De activiteiten, zoals deze zijn gemeld bij de gemeente, zijn toegestaan. Daarmee is er geen beperking voor de bedrijfsvoering. Voor nieuwe (toekomstige) andere activiteiten moet worden beoordeeld of dat inpasbaar is met de woningen van ’t Mäöleveld en de bestaande woningen in de omgeving als uitgangspunt. h) De voorgestelde regels voor Agrarisch worden niet overgenomen. In gesprekken die in het voortraject zijn gevoerd is meermaals uitgelegd waarom deze regels niet overgenomen kunnen worden. Het is juist dat het agrarisch bedrijf nu niet is gelegen in de kern. Met de ontwikkeling van ‘t Mäöleveld verschuift de grens van het stedelijk gebied. Het bedrijfsperceel wordt dan omringd door woningen en maakt dan deel uit van het stedelijk gebied/het dorp en niet meer van het landelijk gebied. Of het bedrijf wel of niet in het dorp is gelegen, maakt voor de gebruiksmogelijkheden overigens geen verschil. Ten aanzien van de ligging van het bedrijf wordt verwezen naar de beantwoording onder 2. In overleg met reclamant is echter afgesproken de mogelijkheid voor de omzetting naar een plattelandswoning alsnog op te nemen . In de toe te passen afwijkingsmogelijkheid wordt als voorwaarde opgenomen dat aangetoond moet worden dat voldaan wordt aan een goed woon- en leefklimaat. Als niet kan worden voldaan aan de voorwaarden, waaronder dat criterium, is omzetting niet mogelijk.
Zie beantwoording bij punt 1 onder c. Bedrijven en milieuzonering a) Een gemengd gebied kenmerkt zich onder andere door de combinatie van woningen en andere (bedrijfsmatige) functies. Dit komt vaak voor in kernranden of uitlopers van dorpen en steden (linten), zo ook bij De Hees. Vanwege de aanwezigheid van woningen in combinatie met de mogelijkheid voor aan huis gebonden bedrijfsactiviteiten, diverse (agrarische) bedrijven aan De Hees, detailhandels- en dienstverleningsbedrijven aan de Peperstraat en de Molenstraat en een kinderdagverblijf, kan het gebied aangemerkt worden als een gemengd gebied. b) De gegevens in de paragraaf worden in overeenstemming gebracht met de meest recente melding. Die melding is van 2008. Als er in de tussentijd aanpassingen hebben plaatsgevonden, is het de verantwoordelijkheid van het bedrijf om daarvoor een nieuwe melding te doen bij de gemeente. c) De richtafstand vanwege geur bij agrarische bedrijven bedraagt 30 meter. In een gemengd gebied is het toegestaan een kleinere afstand aan te houden (een afstandsstap terug) tot minimaal 10 meter. In de overeenkomst die met reclamant gesloten is, zijn afspraken gemaakt om bedrijfsactiviteiten op De Hees 4 in stand te laten zolang de afstand van de bedrijfsactiviteiten tot aan de gevoelige functies maar niet minder bedraagt dan 10 meter. Deze afspraak is in het bestemmingsplan geborgd.
Overigens is geluid de maatgevende factor voor de bedrijfsactiviteiten op de Hees 4. Verwezen wordt naar de beantwoording onder 1g. d) Verwezen wordt naar de beantwoording onder 1.
Pagina 22 van 26 6. Dit is terecht. In de toelichting wordt De Hees 4 – 6 vervangen door De Hees 4 en De Hees 6. 7. In de voorwaardelijke verplichting is de landschappelijke inpassing gekoppeld aan het wonen en dat moet zijn aan de huisvesting van internationale werknemers op De Hees 4a en het in stand houden van de loods. Dit is inderdaad onjuist en wordt aangepast. Omdat de landschappelijke inpassing is gelegen in twee bestemmingen zal de voorwaardelijke verplichting worden opgenomen in de algemene regels van het bestemmingsplan (Hoofdstuk 3) met een gebiedsaanduiding. Vanwege het belang van het realiseren en in stand houden van de landschappelijke inpassing blijft de regeling wel in het bestemmingsplan. 8. Bestemming De Hees 6 a) De Hees 4 is in het bestemmingsplan opgenomen omdat dit perceel en ‘t Mäöleveld onlosmakelijk met elkaar zijn verbonden vanwege de milieueffecten van De Hees 4 en de nabijheid van de nieuwe woonwijk. De Hees 4 en De Hees 6 zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden vanwege de regeling voor de huisvesting van internationale werknemers. Momenteel is de huisvesting van internationale werknemers op De Hees 4a en op De Hees 6 aanwezig. Met het onderhavige bestemmingsplan worden deze 31 huisvestingsplaatsen samengebracht op De Hees 4a.
Het bestemmingsplan stelt de voorwaarde dat op De Hees 4a 31 huisvestingsplaatsen zijn toegestaan als op De Hees 6 de huisvesting is beëindigd. Als De Hees 6 geen onderdeel zou uitmaken van het bestemmingsplan, is het niet mogelijk om deze afhankelijkheid te borgen. Het is daarom niet mogelijk om De Hees 6 los te zien van de rest van het plan en De Hees 6 buiten het plan te laten. b) In het plan Kernen Sevenum is de oppervlakte voor bijbehorende bouwwerken gemaximeerd op 130 m2, in het nieuwe plan is het 150 m2. Het bouwvlak wordt aangepast tot een diepte van 15 meter. Het bebouwingsoppervlak van het bouwperceel wordt uit Kernen Sevenum overgenomen en dus gemaximeerd op 50%. Het is niet duidelijk waar reclamant verschillen ziet in de regelingen die een beperking betekenen ten opzichte van de vigerende regeling. 9. Bestemming wonen a) Verwezen wordt naar de beantwoording van de zienswijze van reclamant 3, onder 7. b) Verwezen wordt naar de beantwoording van de zienswijze van reclamant 3, onder 7. c) Verwezen wordt naar de beantwoording onder 8a. 10. De Hees 10 a) Verwezen wordt naar de beantwoording van de zienswijze van reclamant 3 onder 2. b) Verwezen wordt naar de beantwoording van de zienswijze van reclamant 3 onder 2. c) Verwezen wordt naar de beantwoording van de zienswijze van reclamant 3 onder 3.
d) Verwezen wordt naar de beantwoording van de zienswijze van reclamant 3 onder 2. De ontwikkeling van ‘t Mäöleveld past binnen de ambities van het gemeentelijk woonbeleid (Masterplan Wonen en het dorpsplan Sevenum). 11. Spuitzone a) Terechte opmerking. De regeling ten aanzien van de spuitzone wordt gelijkgetrokken voor alle nieuw woonbestemmingen in het plan. Daarbij is het uitgangspunt dat binnen een zone van 50 meter van de woningen met bijbehorende tuinen geen gewasbeschermingsmiddelen mogen worden gebruik. Voor een beschrijving van de aangepaste regeling wordt verwezen naar de beantwoording van de zienswijze van reclamant 1 onder 1. b) In de zienswijze wordt gesproken over geurgevoelig. De zienswijze lezende wordt verondersteld dat gedoeld wordt op gevoelige functies voor gewasbeschermingsmiddelen. Het is juist dat alle daarvoor gevoelige functies in principe gelijk behandeld moeten worden. Er geldt daarbij echter wel een uitzondering voor al bestaande woningen. Er geldt geen spuitvrije zone ten opzichte van deze woningen, zo blijkt ook uit jurisprudentie. c) Voor wat betreft de spuitzone ten aanzien van De Hees 10 heeft reclamant gelijk. Niet alle gronden binnen 50 meter zijn in eigendom van de gemeente en op de gronden die in eigendom zijn van de gemeente wordt nog fruit geteeld met bijbehorende toepassing van bestrijdingsmiddelen.
De gemeente en reclamant zijn in gesprek over het gebruik van de gronden. Jaarlijks wordt bepaald of de fruitteelt
Pagina 23 van 26 nog een jaar kan blijven of dat het gebruik moet stoppen, dan wel onder welke voorwaarden de fruitteelt nog mogelijk is. Deze afspraken samen met de aangepaste regeling voor spuitzones moeten zorgen voor de benodigde bescherming van de woonbestemmingen. Voor een beschrijving van de regeling wordt verwezen naar de beantwoording van de zienswijze van reclamant 1 onder 1. 12. Afvoer hemelwater a) Bij de ontwikkeling van een nieuwbouwwijk geldt de zorgplicht om te zorgen voor een adequate afvoer van het hemelwater, zodanig dat de nabijgelegen ‘bestaande’ percelen daar geen hinder van ondervinden. b) Als peilhoogte geldt het afgewerkt maaiveld ter plaatse van een bouwwerk. 13. De voorwaarden voor vergelijkbare afwijkingen zijn gelijksoortig. Er is dan ook geen sprake van willekeur. Enige werkelijke verschil is de afwijking voor de mogelijkheid van een bedrijf aan huis voor De Hees 10. Hierover zijn met de eigenaar specifieke afspraken gemaakt, net als voor de huisvesting van internationale werknemers op het perceel van De Hees 4. Conclusie Deze zienswijze geeft aanleiding tot aanpassing van het bestemmingsplan: • de bestemmingsomschrijving in artikel 3.1 wordt aangepast naar “a. grondgebonden agrarisch bedrijf; b. agrarisch bedrijfsmatig grondgebruik met grondgebonden teelt;”. • het bouwvlak wordt in overeenstemming gebracht met de eerder gemaakte afspraken.
• de Staat van Bedrijfsactiviteiten vervalt. • Mogelijkheid opnemen ten behoeve van plattelandswoning ter plaatse van De Hees 4 (afwijkingsbevoegdheid) • de voorwaardelijke verplichting voor de landschappelijke inpassing op De Hees 4 en De Hees 6 wordt gekoppeld aan het gebruik van de loods voor de huisvesting van internationale werknemers en niet aan het wonen in de woning. • de voorwaardelijke verplichting voor de landschappelijke inpassing wordt opgenomen in hoofdstuk 3 van de regels als gebiedsaanduiding. • regels spuitzone aanpassen. • alle woonbestemmingen samenvoegen tot één bestemming, met behoud van de onderlinge verschillen. • er wordt een voorwaardelijke verplichting opgenomen voor waterberging en andere voorzieningen vanwege hemelwater. Daarnaast zal in de toelichting bij het bestemmingsplan: • paragraaf 4.1 worden aangepast en in overeenstemming gebracht met de afspraken, waarbij aangegeven dat de bedrijfsactiviteiten op De Hees 4 niet beperkt worden door de woningbouwontwikkeling. • In de bijlage en in de paragraaf over bedrijven en milieuzonering worden de bedrijfsgegevens overgenomen conform de laatste melding, bekend bij de gemeente, over bedrijfsactiviteiten op de Hees 4. • In de toelichting wordt ‘De Hees 4 – 6’ vervangen door ‘De Hees 4 en De Hees 6’.
Pagina 24 van 26
Deel II: Aanpassingen naar aanleiding van de zienswijzen Regels
Artikel 1 Artikel 1 Artikel 1 Artikel 3, lid 3.1
Artikel 3, lid 3.6.2 (afwijken van de gebruiksregels) Artikel 3 en artikel 12
Artikel 6 (Wonen)
Artikel 6, lid 6.5.4 (voorwaardelijke verplichting)
Artikel 12 (gebiedsaanduidingen)
Bijlage bij de regels Verbeelding
Aanpassen begrip ‘Agrarisch bedrijfsmatig grondgebruik’ Toevoegen begrip ‘Driftgevoelige functie’ Toevoegen begrip ‘Volwaardig (agrarisch) bedrijf’ Aanpassen bestemmingsomschrijving ‘Agrarisch met waarden’ zodat duidelijk is welk gebruik er precies is toegestaan Invoegen afwijkingsbevoegdheid voor plattelandswoning Voorwaardelijke verplichting voor landschappelijke inpassing op De Hees 6 en De Hees 4 nadrukkelijk koppelen aan het gebruik van de loods voor de huisvesting van internationale werknemers en opnemen met een gebiedsaanduiding Samenvoegen alle bestemmingen voor Wonen tot één bestemming, met behoud verbijzonderingen Opnemen voorwaardelijke verplichting voor realisatie en in stand houding hemelwatervoorzieningen bij de nieuwe woningen • Toevoegen regeling dat in spuitvrije zone geen gewasbeschermingsmiddelen mogen worden gebruikt • Toevoegen regeling dat in driftzone geen driftgevoelige functies zijn toegestaan, tenzij aangetoond is dat binnen 50 meter geen gewasbeschermingsmiddelen meer worden gebruikt Staat van Bedrijfsactiviteiten vervalt tbv het agrarisch gebruik op De Hees 4 Alle woonbestemmingen samenvoegen tot Wonen Opnemen aanduiding spuitvrije zone Opnemen aanduiding driftzone Aanpassen bouwvlak De Hees 4/De Hees 4a conform overeenkomst Aanpassen aanduidingen landschappelijke inpassing naar gebiedsaanduidingen