CConstaterende datHorst aan de Maas
Koppel je AI →
Document · PDF

03d Regels vastgesteld

Gemeenteraad 26 januari 2021, gemeente Horst aan de MaasBij agendapunt: Voorstel tot het vaststellen van het bestemmingsplan Gebr. van Doornelaan 63, Horst.23.487 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Gebr. v. Doornelaan 63, Horst

Inhoudsopgave

Regels

3

Hoofdstuk 1

Inleidende regels

4

Artikel 1 Artikel 2

Begrippen Wijze van meten

4 9

Hoofdstuk 2

Bestemmingsregels

11

Artikel 3 Artikel 4 Artikel 5

Maatschappelijk Waarde - Archeologie 3 Waarde - Archeologie 7

11 13 15

Hoofdstuk 3

Algemene regels

17

Artikel 6 Artikel 7 Artikel 8 Artikel 9 Artikel 10 Artikel 11 Artikel 12

Anti-dubbeltelregel Algemene bouwregels Algemene gebruiksregels Algemene aanduidingsregels Algemene afwijkingsregels Algemene wijzigingsregels Overige regels

17 18 19 20 22 23 24

Hoofdstuk 4

Overgangs- en slotregels

25

Artikel 13 Artikel 14

Overgangsrecht Slotregel

25 26

Bijlage bij de regels

27

Bijlage 1 Bijlage 2 Bijlage 3

28 30 74

2

Landschappelijk inpassingsplan PvE Proefsleuven Nota Parkeernormen

Bestemmingsplan "Gebr. v. Doornelaan 63, Horst" (vastgesteld)

Regels

Bestemmingsplan "Gebr. v. Doornelaan 63, Horst" (vastgesteld)

3

Hoofdstuk 1

Artikel 1 1.1

Inleidende regels

Begrippen

plan:

Het bestemmingsplan 'Gebr. v. Doornelaan 63, Horst' met identificatienummer NL.IMRO.1507.HOGEBVDOORNELN63-BPV1 van de gemeente Horst aan de Maas. 1.2

bestemmingsplan:

De geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels en de daarbij behorende bijlage. 1.3

aanduiding:

Een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden. 1.4

aanduidingsgrens:

De grens van een aanduiding indien het een vlak betreft. 1.5

achtergevelrooilijn:

Denkbeeldige lijn die strak loopt langs de achtergevel van het hoofdgebouw tot aan de perceelsgrenzen. 1.6

archeologische waarde:

De aan een gebied toegekende waarde in verband met de kennis en de studie van de in dat gebied voorkomende overblijfselen van menselijke aanwezigheid of activiteit uit het verleden. 1.7

bebouwing:

Eén of meer gebouwen en/of bouwwerken geen gebouwen zijnde. 1.8

bebouwingspercentage:

Een in de regels aangegeven percentage, dat de grootte van het daar genoemde gebied aangeeft, dat ten hoogste mag worden bebouwd. 1.9

begane grond:

Het gedeelte van een gebouw dat gelijk is aan het natuurlijk oppervlak van het terrein, zonder enige kunstmatige verhoging c.q. verlaging. Is er sprake van hoogteverschillen in het terrein, dan geldt: de hoogte van het hoogst gelegen aansluitende maaiveld of de gemiddelde hoogte daarvan.

4

Bestemmingsplan "Gebr. v. Doornelaan 63, Horst" (vastgesteld)

1.10

bestaand bouwwerk:

Een bouwwerk dat op het moment van vaststelling van dit plan bestaat of wordt gebouwd, dan wel nadien kan worden gebouwd krachtens een omgevingsvergunning, waarvoor de aanvraag voor het tijdstip van vaststelling is ingediend, tenzij in de regels anders is bepaald en met dien verstande dat onder het voorgaande niet worden begrepen bouwwerken die zijn gebouwd zonder vergunning en/of in strijd zijn met het voorheen geldende bestemmingsplan of de voorheen geldende beheersverordening, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan c.q. die verordening. 1.11

bestaand gebruik:

Het gebruik dat op het moment van de vaststelling van dit plan bestaat, met uitzondering van gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan of de voorheen geldende beheersverordening, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan c.q. die verordening. 1.12

bestemmingsgrens:

De grens van een bestemmingsvlak. 1.13

bestemmingsvlak:

Een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming. 1.14

bijbehorend bouwwerk:

Uitbreiding van een hoofdgebouw, dan wel functioneel met een zich op hetzelfde perceel bevindend hoofdgebouw verbonden, daar al dan niet tegen aangebouwd gebouw, of ander bouwwerk, met een dak. 1.15

bouwen:

Het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk. 1.16

bouwgrens:

De grens van een bouwvlak. 1.17

bouwperceel:

Een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten. 1.18

bouwperceelsgrens:

De grens van een bouwperceel. 1.19

bouwvlak:

Een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde zijn toegelaten.

Bestemmingsplan "Gebr. v. Doornelaan 63, Horst" (vastgesteld)

5

1.20

bouwwerk:

Een bouwkundige constructie van enige omvang die direct en duurzaam met de aarde is verbonden. 1.21

cultuurhistorische waarde:

De kenmerken van het gebruik dat de mens in de loop der geschiedenis van grond en gebouwen heeft gemaakt, zoals dat onder meer tot uitdrukking komt in de beplanting, het slotenpatroon of de architectuur; onder cultuurhistorische waarden worden mede verstaan de archeologische waarden. 1.22

deskundige:

Een onafhankelijke erkende persoon of organisatie in het vakgebied / op het werkterrein waarop het advies betrekking heeft en die voldoet aan door burgemeester en wethouders te stellen kwalificaties. 1.23

erf:

Al dan niet bebouwd perceel, of een gedeelte daarvan, dat direct is gelegen bij een hoofdgebouw en dat in feitelijk opzicht is ingericht ten dienste van het gebruik van dat gebouw, en, voor zover een bestemmingsplan of een beheersverordening van toepassing is, deze die inrichting niet verbieden. 1.24

erfafscheiding:

De afbakening van een erf of perceel van een ernaast gelegen erf of perceel, of van de openbare ruimte. 1.25

gebouw:

Elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt. 1.26

geurgevoelig object:

Geurgevoelig object als bedoeld artikel 1 Wet geurhinder en veehouderij. 1.27

hoofdgebouw:

Gebouw, of gedeelte daarvan, dat noodzakelijk is voor de verwezenlijking van de geldende of toekomstige bestemming van een perceel en, indien meer gebouwen op het perceel aanwezig zijn, gelet op die bestemming het belangrijkst is. 1.28

kernrandzone:

Een overgangszone tussen de bebouwde kom en het buitengebied met daarin relatief veel bebouwing op korte afstand van elkaar en met een ondergeschikte en/of afnemende agrarische functie. Voor de kernen Kronenberg, Meerlo, Melderslo en Tienray wordt een zone van 500 m gehanteerd, voor de overige kernen is de zone 250 m. 1.29

landschapselement:

Een element dat samenhangt met de ondergrond en de ontwikkelingsgeschiedenis van het landschap en het oorspronkelijke landgebruik, zoals een bosschage, houtwal, houtsingel of steilrandbeplanting.

6

Bestemmingsplan "Gebr. v. Doornelaan 63, Horst" (vastgesteld)

1.30

maaiveld:

De bovenkant van het terrein dat een gebouw/bouwwerk omgeeft, met dien verstande dat waar sprake is van een hellend of ongelijk maaiveld onder het "aangrenzende maaiveld" wordt verstaan het maaiveld dat grenst aan de voorgevel van een gebouw. 1.31

Nota parkeernormen

De parkeernormen zoals opgenomen in de Nota Parkeernormen Horst aan de Maas vastgesteld op 3 juli 2019, die als bijlage 3 bij deze regels is toegevoegd, dan wel, indien deze beleidsregels gedurende de planperiode worden gewijzigd, de wijziging hiervan. 1.32

nutsvoorziening:

Voorziening ten behoeve van het openbare nut, zoals transformatorhuisjes, gasreduceerstations, schakelhuisjes, duikers, bemalingsinstallaties, gemaalgebouwtjes, voorzieningen ten behoeve van (ondergrondse) afvalinzameling en apparatuur voor telecommunicatie. 1.33

normaal onderhoud, gebruik en beheer:

Een gebruik gericht op het in zodanige conditie houden of brengen van objecten dat het voortbestaan van deze objecten op tenminste het bestaande kwaliteitsniveau wordt bereikt. 1.34

overig bouwwerk:

Een bouwwerk, geen gebouw en geen overkapping zijnde. 1.35

peil:

a. voor gebouwen: de hoogte van de bovenzijde van de afgewerkte begane grondvloer en/of de hoofdtoegang van het gebouw; b. voor bouwwerken, geen gebouw zijnde: de gemiddelde hoogte van het aansluitende, afgewerkte terrein ter plaatse van het bouwperceel. 1.36

prostitutie:

Het zich beschikbaar stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met een ander tegen vergoeding. 1.37

seksinrichting:

De voor het publiek toegankelijke, besloten ruimte waarin bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was seksuele handelingen worden verricht, of vertoningen van erotisch-pornografische aard plaatsvinden. Onder een seksinrichting worden in elk geval verstaan: een seksbioscoop, seksautomatenhal, sekstheater, een parenclub of een prostitutiebedrijf waaronder tevens begrepen een erotische-massagesalon, al dan niet in combinatie met elkaar. 1.38

Structuurvisie Horst aan de Maas:

De op moment van aanvraag van de omgevingsvergunning geldende structuurvisie van de gemeente Horst aan de Maas.

Bestemmingsplan "Gebr. v. Doornelaan 63, Horst" (vastgesteld)

7

1.39

voorgevel:

De naar de weg gekeerde gevel van een gebouw of, indien het een gebouw betreft met meer dan één naar de weg gekeerde gevel, de gevel die op het moment van terinzagelegging van het ontwerp van het plan kennelijk als zodanig diende te worden aangemerkt. 1.40

voorgevelrooilijn:

Denkbeeldige lijn die strak loopt langs de voorgevel van een gebouw tot aan de perceelsgrenzen. 1.41

waterhuishoudkundige voorzieningen:

Voorzieningen die nodig zijn ten behoeve van een goede wateraanvoer, waterafvoer, waterberging, hemelwaterinfiltratie en/of waterkwaliteit zoals duikers, stuwen, infiltratievoorzieningen, gemalen, inlaten etc. 1.42

wet/wettelijke regelingen:

Indien en voor zover in deze regels wordt verwezen naar wettelijke regelingen c.q. verordeningen e.d., dienen deze regelingen te worden gelezen zoals deze luiden op het tijdstip van de tervisielegging van het ontwerpplan, tenzij anders bepaald.

8

Bestemmingsplan "Gebr. v. Doornelaan 63, Horst" (vastgesteld)

Artikel 2

Wijze van meten

Bij toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten: 2.1

Gebouwen en bouwwerken

2.1.1

De bouwhoogte van een bouwwerk:

vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een overig bouwwerk met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes, en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen. 2.1.2

De dakhelling

langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak. 2.1.3

De goothoogte van een bouwwerk:

vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel. 2.1.4

De inhoud van een bouwwerk:

tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidingsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen. 2.1.5

De oppervlakte van een bouwwerk:

tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk. 2.1.6

De afstand tot de zijdelingse bouwperceelgrens:

tussen de zijdelingse grens van een bouwperceel en een bepaald punt van het bouwwerk, waar die afstand het kortst is. 2.1.7

De horizontale diepte van een gebouw

de diepte van een gebouw, gemeten loodrecht vanaf de gevel waaraan wordt gebouwd. 2.2

Maatvoering

Alle maten zijn tenzij anders aangegeven: a. b. c. d. e. 2.3

voor lengten in meters (m); voor oppervlakten in vierkante meters (m²); voor inhoudsmaten in kubieke meters (m³); voor verhoudingen in procenten (%); voor hoeken/hellingen in graden (º). Meetpunt

a. Tenzij anders bepaald, worden de waarden die in deze regels in m of m2 zijn uitgedrukt op de volgende wijze gemeten: 1. afstanden loodrecht, 2. hoogten vanaf het aansluitend afgewerkt terrein, waarbij plaatselijke, niet bij het verdere verloop van het terrein passende, ophogingen of verdiepingen aan de voet van het bouwwerk, anders dan noodzakelijk voor de bouw daarvan, buiten beschouwing blijven, en 3. maten buitenwerks, waarbij uitstekende delen van ondergeschikte aard tot maximaal 1 m buiten beschouwing blijven.

Bestemmingsplan "Gebr. v. Doornelaan 63, Horst" (vastgesteld)

9

b. Bij de toepassing van het bepaalde in sub a onder 2 wordt een bouwwerk, voor zover dit zich bevindt op een erf- of perceelgrens, gemeten aan de kant waar het aansluitend afgewerkt terrein het hoogst is.

10

Bestemmingsplan "Gebr. v. Doornelaan 63, Horst" (vastgesteld)

Hoofdstuk 2 Artikel 3 3.1

Bestemmingsregels

Maatschappelijk

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Maatschappelijk' aangewezen gronden zijn bestemd voor: maatschappelijke voorzieningen, met dien verstande dat ter plaatse van de hieronder vermelde aanduiding uitsluitend de daarbij vermelde maatschappelijke functie(s) zijn toegestaan: aanduiding maatschappelijke functie(s) onderwijs onderwijs ondergeschikte detailhandel ten dienste van de bestemming; met de daarbij behorende: tuinen, erven en terreinen; paden, wegen, ontsluitings- en parkeervoorzieningen; voorzieningen van openbaar nut; water en waterhuishoudkundige voorzieningen; groenvoorzieningen, natuur en landschapselementen. 3.2

Bouwregels

3.2.1

Algemeen

Voor het bouwen gelden de volgende regels: op de gronden als bedoeld in lid 3.1, mogen uitsluitend gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde ten behoeve van de bestemming worden gebouwd; 3.2.2

Gebouwen

De maatvoering voor gebouwen is als volgt: Bedrijfsgebouwen

min.

Goothoogte

n.v.t.

Bouwhoogte

n.v.t.

Totale oppervlakte bedrijfsgebouwen

n.v.t.

Afstand tot perceelsgrens

n.v.t.

max. 5,5 m, met uitzondering van de gronden ter plaatse van de aanduiding 'maximum goothoogte', waarvoor geldt dat de goothoogte niet meer mag bedragen dan is aangegeven 8 m, met uitzondering van de gronden ter plaatse van de aanduiding 'maximum bouwhoogte', waarvoor geldt dat de bouwhoogte niet meer mag bedragen dan is aangegeven bestaand, met uitzondering van de gronden ter plaatse van de aanduiding 'maximum oppervlakte (m2)', waarvoor geldt dat de maximale oppervlakte niet meer mag bedragen dan is aangegeven bestaand, met uitzondering van bebouwing die ter plaatsen van de aanduiding 'maximum oppervlakte (m2)' wordt opgericht. Voor deze bebouwing geldt dat de afstand tot de perceelsgrens minimaal 5 meter dient te bedragen

Bestemmingsplan "Gebr. v. Doornelaan 63, Horst" (vastgesteld)

11

3.2.3

Bouwwerken, geen gebouwen zijnde

De maatvoering voor bouwwerken, geen gebouwen zijnde is als volgt: bouwhoogte van bouwwerk, geen gebouwen zijnde erf- en terreinafscheidingen overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde

12

min. max. voor de voorgevelrooilijn: 1 m n.v.t. achter de voorgevelrooilijn: 2m n.v.t. 6 m

Bestemmingsplan "Gebr. v. Doornelaan 63, Horst" (vastgesteld)

Artikel 4 4.1

Waarde - Archeologie 3

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Waarde - Archeologie 3' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor het behoud en bescherming van de archeologische waarden.

4.2

Bouwregels

Op en in de gronden als bedoeld in lid 4.1 mag niet worden gebouwd, met uitzondering van: a. het bouwen van gebouwen en/of bouwwerken, waarbij de bebouwing minder diep reikt dan 50 centimeter en zonder heiwerkzaamheden kan worden geplaatst; b. bouwwerken ter vervanging van bestaande bouwwerken, waarbij de bestaande oppervlakte met niet meer dan 500 m² wordt uitgebreid; c. de bestaande bebouwing wordt vergroot met een oppervlakte van ten hoogste 500 m²; d. gebouwen en/of bouwwerken die reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van inwerkingtreding van dit bestemmingsplan dan wel mogen worden uitgevoerd krachtens een verleende vergunning.

4.3

Afwijken van de bouwregels

Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 4.2 teneinde het oprichten van bouwwerken ten behoeve van de op deze gronden liggende andere bestemming(en), indien op basis van (archeologisch) onderzoek is aangetoond, dat archeologische waarden door de bouwactiviteiten niet onevenredig worden of kunnen worden geschaad. Teneinde dit te bereiken kunnen aan een omgevingsvergunning in ieder geval de volgende voorschriften worden verbonden: a. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor (ondanks de uitvoering van een bouw- of aanlegplan) monumenten in de bodem worden behouden zoals alternatieven voor heiwerk, het al of niet bouwen van kelders, het aanbrengen van een beschermende bodemlaag of andere voorzieningen die op dit doel zijn gericht; b. de verplichting tot het doen van opgravingen, of; c. de verplichting de activiteit die tot een bodemverstoring leidt, te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg die voldoet aan een door burgemeester en wethouders bij de vergunning te stellen kwalificaties.

4.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 4.4.1

Omgevingsvergunningplicht

Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning ter plaatse van de bestemming 'Waarde - Archeologie 3' de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren te doen of te laten uitvoeren: a. het aanleggen en verharden van wegen en paden en het aanleggen of aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen; b. het aanplanten van bomen, hakhout en andere houtopstanden hoger dan 1,50 m; c. het vellen en rooien van bomen, hakhout en andere diepwortelende beplantingen en het verrichten van handelingen, die de dood of ernstige beschadiging daarvan ten gevolge hebben of kunnen

Bestemmingsplan "Gebr. v. Doornelaan 63, Horst" (vastgesteld)

13

hebben; d. het aanbrengen, verwijderen of verleggen van ondergrondse transport-, energie- en telecommunicatieleidingen en de daarmee verband houdende constructies, installaties en apparatuur; e. het verlagen of het verhogen van het waterpeil, tenzij dit een maatregel is van het bevoegde waterschap; f. het aanleggen, (ver)graven, verruimen, dempen of herprofileren van watergangen, sloten en andere waterpartijen; g. het uitvoeren van grondbewerkingen, waartoe in ieder geval worden gerekend afgraven, woelen, mengen, diepploegen, egaliseren, ontginnen, ophogen en aanleggen van drainage; h. het uitvoeren van heiwerkzaamheden en het op een of andere wijze indrijven van voorwerpen in de bodem. 4.4.2

Uitzonderingen vergunningplicht

Een omgevingsvergunning als bedoeld in lid 4.4.1 is niet vereist voor werken, geen bouwwerken zijnde, of van werkzaamheden: a. op een kleinere diepte dan 50 cm en/of met een oppervlakte kleiner dan 500 m², dan wel op gronden die voor wat betreft archeologie reeds zijn vrijgegeven middels een selectiebesluit; b. die worden uitgevoerd in het kader van het normale onderhoud en beheer van de gronden en de daaraan toegekende bestemmingen(en); c. die op het moment van inwerkingtreding van het plan in uitvoering waren of konden worden uitgevoerd krachtens een vóór dat tijdstip geldende of aangevraagde vergunning. 4.4.3

Afwegingskader

Burgemeester en wethouders verlenen de omgevingsvergunning als bedoeld in lid 4.4.1 alleen indien door de in lid 4.4.1 genoemde werken, geen bouwwerken zijnde, of van werkzaamheden, dan wel door de gevolgen daarvan, hetzij direct, hetzij indirect de waarden, belangen en/of functies die het plan beoogt te beschermen, niet blijvend onevenredige of niet onevenredig kunnen worden aangetast, dan wel de mogelijkheden voor het herstel van die waarden of functies niet onevenredig worden of kunnen worden verkleind, tenzij hieraan door het stellen van voorwaarden voldoende tegemoet kan worden gekomen.

4.4.4

Procedure

De aanvrager van een omgevingsvergunning als bedoeld in lid 4.4.1 legt een archeologisch onderzoeksrapport over waarin de archeologische waarden van de gronden, die blijkens de aanvraag kunnen worden verstoord, naar het oordeel van het bevoegd gezag in voldoende mate zijn vastgesteld, tenzij op voorhand door het bevoegd gezag is vastgesteld dat het belang van de archeologie niet onevenredig wordt geschaad.

4.5

Wijzigingsbevoegdheid

Burgemeester en wethouders zijn bevoegd het plan te wijzigen, zodanig dat de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 3' geheel of gedeeltelijk vervalt, indien op basis van nader archeologisch onderzoek is aangetoond dat geen archeologische waarden (meer) aanwezig zijn, dan wel er niet langer archeologische begeleiding of zorg nodig is.

14

Bestemmingsplan "Gebr. v. Doornelaan 63, Horst" (vastgesteld)

Artikel 5 5.1

Waarde - Archeologie 7

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Waarde - Archeologie 7' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor het behoud en bescherming van de archeologische waarden.

5.2

Bouwregels

Op en in de gronden als bedoeld in lid 5.1 mag niet worden gebouwd, met uitzondering van: a. het bouwen van gebouwen en/of bouwwerken, waarbij de bebouwing minder diep reikt dan 50 centimeter en zonder heiwerkzaamheden kan worden geplaatst; b. bouwwerken ter vervanging van bestaande bouwwerken, waarbij de bestaande oppervlakte met niet meer dan 500 m² wordt uitgebreid; c. de bestaande bebouwing wordt vergroot met een oppervlakte van ten hoogste 500 m²; d. gebouwen en/of bouwwerken die reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van inwerkingtreding van dit bestemmingsplan dan wel mogen worden uitgevoerd krachtens een verleende vergunning.

5.3

Afwijken van de bouwregels

Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 5.2 teneinde het oprichten van bouwwerken ten behoeve van de op deze gronden liggende andere bestemming(en), indien op basis van (archeologisch) onderzoek is aangetoond, dat archeologische waarden door de bouwactiviteiten niet onevenredig worden of kunnen worden geschaad. Teneinde dit te bereiken kunnen aan een omgevingsvergunning in ieder geval de volgende voorschriften worden verbonden: a. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor (ondanks de uitvoering van een bouw- of aanlegplan) monumenten in de bodem worden behouden zoals alternatieven voor heiwerk, het al of niet bouwen van kelders, het aanbrengen van een beschermende bodemlaag of andere voorzieningen die op dit doel zijn gericht; b. de verplichting tot het doen van opgravingen, of; c. de verplichting de activiteit die tot een bodemverstoring leidt, te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg die voldoet aan een door burgemeester en wethouders bij de vergunning te stellen kwalificaties.

5.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 5.4.1

Omgevingsvergunningplicht

Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning ter plaatse van de bestemming 'Waarde - Archeologie 7' de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren te doen of te laten uitvoeren: a. het aanleggen en verharden van wegen en paden en het aanleggen of aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen; b. het aanplanten van bomen, hakhout en andere houtopstanden hoger dan 1,50 m; c. het vellen en rooien van bomen, hakhout en andere diepwortelende beplantingen en het verrichten van handelingen, die de dood of ernstige beschadiging daarvan ten gevolge hebben of kunnen

Bestemmingsplan "Gebr. v. Doornelaan 63, Horst" (vastgesteld)

15

hebben; d. het aanbrengen, verwijderen of verleggen van ondergrondse transport-, energie- en telecommunicatieleidingen en de daarmee verband houdende constructies, installaties en apparatuur; e. het verlagen of het verhogen van het waterpeil, tenzij dit een maatregel is van het bevoegde waterschap; f. het aanleggen, (ver)graven, verruimen, dempen of herprofileren van watergangen, sloten en andere waterpartijen; g. het uitvoeren van grondbewerkingen, waartoe in ieder geval worden gerekend afgraven, woelen, mengen, diepploegen, egaliseren, ontginnen, ophogen en aanleggen van drainage; h. het uitvoeren van heiwerkzaamheden en het op een of andere wijze indrijven van voorwerpen in de bodem. 5.4.2

Uitzonderingen vergunningplicht

Een omgevingsvergunning als bedoeld in lid 5.4.1 is niet vereist voor werken, geen bouwwerken zijnde, of van werkzaamheden: a. op een kleinere diepte dan 50 cm en/of met een oppervlakte kleiner dan 500 m², dan wel op gronden die voor wat betreft archeologie reeds zijn vrijgegeven middels een selectiebesluit; b. die worden uitgevoerd in het kader van het normale onderhoud en beheer van de gronden en de daaraan toegekende bestemmingen(en); c. die op het moment van inwerkingtreding van het plan in uitvoering waren of konden worden uitgevoerd krachtens een vóór dat tijdstip geldende of aangevraagde vergunning. 5.4.3

Afwegingskader

Burgemeester en wethouders verlenen de omgevingsvergunning als bedoeld in lid 5.4.1 alleen indien door de in lid 5.4.1 genoemde werken, geen bouwwerken zijnde, of van werkzaamheden, dan wel door de gevolgen daarvan, hetzij direct, hetzij indirect de waarden, belangen en/of functies die het plan beoogt te beschermen, niet blijvend onevenredige of niet onevenredig kunnen worden aangetast, dan wel de mogelijkheden voor het herstel van die waarden of functies niet onevenredig worden of kunnen worden verkleind, tenzij hieraan door het stellen van voorwaarden voldoende tegemoet kan worden gekomen.

5.4.4

Procedure

De aanvrager van een omgevingsvergunning als bedoeld in lid 5.4.1 legt een archeologisch onderzoeksrapport over waarin de archeologische waarden van de gronden, die blijkens de aanvraag kunnen worden verstoord, naar het oordeel van het bevoegd gezag in voldoende mate zijn vastgesteld, tenzij op voorhand door het bevoegd gezag is vastgesteld dat het belang van de archeologie niet onevenredig wordt geschaad.

5.5

Wijzigingsbevoegdheid

Burgemeester en wethouders zijn bevoegd het plan te wijzigen, zodanig dat de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 7' geheel of gedeeltelijk vervalt, indien op basis van nader archeologisch onderzoek is aangetoond dat geen archeologische waarden (meer) aanwezig zijn, dan wel er niet langer archeologische begeleiding of zorg nodig is.

16

Bestemmingsplan "Gebr. v. Doornelaan 63, Horst" (vastgesteld)

Hoofdstuk 3 Artikel 6

Algemene regels

Anti-dubbeltelregel

Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.

Bestemmingsplan "Gebr. v. Doornelaan 63, Horst" (vastgesteld)

17

Artikel 7 7.1

Algemene bouwregels

Bestaande afmetingen en afstanden

In die gevallen dat de bestaande goothoogte, bouwhoogte, oppervlakte, inhoud of afstand tot enige grens van bouwwerken, die rechtens, in overeenstemming met het bepaalde in de Wet Algemene Bepalingen Omgevingsrecht tot stand zijn gekomen, minder dan wel meer bedraagt dan in de bouwregels in hoofdstuk 2 van deze regels is voorgeschreven respectievelijk toegestaan, geldt die goothoogte, bouwhoogte, oppervlakte, inhoud of afstand in afwijking daarvan als minimaal respectievelijk maximaal toegestaan, uitsluitend conform de bestaande situatie. 7.2

Ondergeschikte bouwdelen

Bij toepassing van het bepaalde ten aanzien van het bouwen worden ondergeschikte bouwonderdelen, als plinten, pilasters, kozijnen, gevelversieringen, ventilatiekanalen, schoorstenen, liftschachten, gevelen kroonlijsten, luifels, balkons en overstekende daken buiten beschouwing gelaten, mits de overschrijding van bouwgrenzen niet meer dan 1 m bedraagt. 7.3

Ondergronds bouwen

Binnen het plangebied mag, tenzij anders is aangegeven in de regels, onder gebouwen ondergronds worden gebouwd, onder de volgende voorwaarden: a. ondergrondse gebouwen gelegen buiten de buitenzijde van de gevels van de bovengrondse gebouwen niet zijn toegestaan; b. de diepte van de ondergrondse bebouwing mag niet meer bedragen dan 3,5 m onder peil. 7.4

Bouwwerken ten behoeve van warmte-koudeopslag

In afwijking van het overigens in deze regels met betrekking tot het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde bepaalde, mag de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde ten behoeve van warmte-koudeopslag niet meer bedragen dan de in de bouwregels van de betreffende bestemming toegestane bouwhoogte van gebouwen. 7.5

Bouwen in de buurt van agrarische bedrijven

De afstand van een geurgevoelig object tot: a. omliggende agrarische bouwpercelen; b. op het moment van aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen aanwezige boomteelt; c. gronden waarop in een periode van ten hoogste 24 maanden voorafgaand aan de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen boomteelt aanwezig was (gelet op de herplantmogelijkheden); zal ten minste 50 m bedragen.

18

Bestemmingsplan "Gebr. v. Doornelaan 63, Horst" (vastgesteld)

Artikel 8

8.1

Algemene gebruiksregels

Strijdig gebruik

a. Het is verboden de in dit bestemmingsplan begrepen gronden, alsmede gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde te gebruiken, te doen of te laten gebruiken op een wijze of tot een doel strijdig met de in dit plan aan de grond gegeven bestemming. b. Onder verboden gebruik als bedoeld onder a wordt in elk geval verstaan: 1. een gebruik van gronden als stort- en/of opslagplaats van grond en/of afval, met uitzondering van een zodanig gebruik voor het normale op de bestemming gerichte gebruik en onderhoud; 2. een gebruik van gronden als stallings- en/of opslagplaats van één of meer aan het gebruik onttrokken machines, voer-, vaar- of vliegtuigen, met uitzondering van een zodanig gebruik voor het normale op de bestemming gerichte gebruik en onderhoud; 3. een gebruik van gronden en bouwwerken voor een seksinrichting dan wel ten behoeve van prostitutie.

8.2

Voorwaardelijke verplichting uitbreiding oppervlakte bedrijfsgebouwen

Het is uitsluitend toegestaan het bestaand totale oppervlakte bedrijfsgebouwen uit artikel 3 uit te breiden indien de landschappelijke inpassing als bedoeld in Bijlage 1 is gerealiseerd en vervolgens in stand wordt gehouden en beheerd.

Bestemmingsplan "Gebr. v. Doornelaan 63, Horst" (vastgesteld)

19

Artikel 9

Algemene aanduidingsregels

9.1

milieuzone - grondwaterbeschermingsgebied Venloschol

9.1.1

Omschrijving

Ter plaatse van de aanduiding 'milieuzone - grondwaterbeschermingsgebied Venloschol' zijn de gronden mede bestemd voor de bescherming van de kwaliteit van het grondwater ten behoeve van de winning van (drink)water.

9.1.2

Bouwregels

Binnen het grondwaterbeschermingsgebied mag worden gebouwd voor zover dat op grond van de onderliggende bestemming is toegestaan met inachtneming van de voorwaarden, zoals die door de Omgevingsverordening Limburg worden gesteld. 9.2

overige zone - velden

Ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - velden' zijn de gronden tevens bestemd voor het behoud, de bescherming, de ontwikkeling en/of het herstel van de volgende cultuurhistorische, landschappelijke en natuurlijke waarden: a. Afwisseling van open landschappen met bomenlanen en een geordende verkaveling tot aan meer reliëfrijke open landschappen met landschapselementen (zoals bosjes) en dichte aaneengesloten bebouwingslinten. b. Bebouwingslinten met wisselende onderlinge afstanden tussen de erven. Het is van belang dat de zichtlijnen op de achtergelegen akkercomplexen behouden blijven. c. Oude akkercomplexen met karakteristieke bolle vorm en openheid tussen Kronenberg en Sevenum. Het is belangrijk om de bol liggende gebieden open te houden (behouden cultuurhistorisch landschap) d. Cultuurhistorisch waardevolle bebouwing, met name aan de randen van oude akkercomplexen. e. Om de karakteristiek te behouden heeft grondgebonden landbouw de voorkeur. f. Zichtlijnen over oude akkercomplexen. g. De natuurwaarde is beperkt, al zijn de voorkomende soorten vaak (zeer) zeldzaam; met name akkervogels. h. Hoge natuurwaarde rondom Castenraysche Vennen en in Kabroek (weidevogels). 9.3

overige zone - ontwikkelingsgebied glastuinbouw

Burgemeester en wethouders zijn bevoegd het plan ter plaatse van de aanduiding 'overige zone onwikkelingsgebied glastuinbouw' te wijzigen ten behoeve van de nieuwvestiging van glastuinbouwbedrijven, met dien verstande dat: ten behoeve van de nieuwvestiging een bouwvlak wordt opgenomen waarbinnen de bebouwing dient te worden opgericht; de waarden en belangen ter plaatse van de aanduidingen zoals die zijn opgenomen in artikel 9 niet onevenredig worden aangetast; door middel van een inrichtingsplan is aangetoond dat zorg gedragen wordt voor een zorgvuldige landschappelijke inpassing of landschappelijke compensatie; de nieuwvestiging gelet op de ligging, aard en omvang ten opzichte van de in de nabijheid gelegen functies, een zodanig beperkte (milieu)hinder veroorzaakt dat daardoor de belangen van deze functies niet in onevenredige mate worden geschonden; de wijziging niet mag leiden tot onevenredige aantasting van gebruiks- en

20

Bestemmingsplan "Gebr. v. Doornelaan 63, Horst" (vastgesteld)

ontwikkelingsmogelijkheden van nabijgelegen gronden en bebouwing; er is voldaan aan de eisen die zijn gesteld in het gemeentelijk Kwaliteitsmenu. 9.4

overige zone - proefsleuven

Ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - proefsleuven' is het bouwen van bouwwerken en het uitvoeren van grondwerkzaamheden uitsluitend toegestaan nadat een archeologisch proefsleuvenonderzoek heeft plaatsgevonden conform het door het bevoegd gezag goedgekeurde programma van Eisen zoals opgenomen in Bijlage 2 bij deze regels en in dat proefsleuvenonderzoek de archeologische waarden van de aangeduide gronden naar het oordeel van het bevoegd gezag in voldoende mate zijn vastgesteld. Onder het uitvoeren van grondwerkzaamheden worden de volgende werkzaamheden verstaan: a. het aanleggen en verharden van wegen en paden en het aanleggen of aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen; b. het aanplanten van bomen, hakhout en andere houtopstanden hoger dan 1,50 m; c. het vellen en rooien van bomen, hakhout en andere diepwortelende beplantingen en het verrichten van handelingen, die de dood of ernstige beschadiging daarvan ten gevolge hebben of kunnen hebben; d. het aanbrengen, verwijderen of verleggen van ondergrondse transport-, energie- en telecommunicatieleidingen en de daarmee verband houdende constructies, installaties en apparatuur; e. het verlagen of het verhogen van het waterpeil, tenzij dit een maatregel is van het bevoegde waterschap; f. het aanleggen, (ver)graven, verruimen, dempen of herprofileren van watergangen, sloten en andere waterpartijen; g.

het uitvoeren van grondbewerkingen, waartoe in ieder geval worden gerekend afgraven, woelen, mengen, diepploegen, egaliseren, ontginnen, ophogen en aanleggen van drainage; h. het uitvoeren van heiwerkzaamheden en het op een of andere wijze indrijven van voorwerpen in de bodem.

Bestemmingsplan "Gebr. v. Doornelaan 63, Horst" (vastgesteld)

21

Artikel 10 10.1

Algemene afwijkingsregels

Afwijkingsbevoegdheid

Burgemeester en wethouders kunnen bij omgevingsvergunning afwijken van: a. het bepaalde in deze regels en toestaan dat bouwgrenzen, niet zijnde bestemmingsgrenzen, worden overschreden, waarbij een overschrijding is toegestaan tot maximaal 2,5 m, mits deze noodzakelijk is in verband met de uitmeting van het terrein of uit een oogpunt van doelmatig gebruik van de gronden en/of de bebouwing; b. het bepaalde in deze regels en toestaan dat de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten behoeve van kunstwerken, geen gebouwen zijnde, en ten behoeve van zend-, ontvangen/of sirenemasten wordt vergroot tot maximaal 40 m; c. het bepaalde in deze regels over de hoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, en toestaan dat de hoogte van de bouwwerken, geen gebouwen zijnde, wordt vergroot tot niet meer dan 10 m. 10.2

Afwegingskader

Een afwijking als bedoeld in lid 10.1 kan slechts worden verleend, indien: a. de belangen van de eigenaren en/of gebruikers van nabijgelegen gronden niet onevenredig worden geschaad; b. het straat- en bebouwingsbeeld en de verkeersveiligheidsbelangen niet onevenredig worden geschaad. c. de brandveiligheid en de mogelijkheden voor hulpverlening en rampenbestrijding niet onevenredig worden geschaad.

22

Bestemmingsplan "Gebr. v. Doornelaan 63, Horst" (vastgesteld)

Artikel 11

Algemene wijzigingsregels

Burgemeester en wethouders kunnen het plan wijzigen in de vorm van het aanbrengen van geringe veranderingen in de plaats, ligging en/of afmetingen van bestemmingsgrenzen, met inachtneming van de volgende voorwaarden: a. de belangen van de eigenaren en/of gebruikers van nabijgelegen gronden mogen niet onevenredig worden geschaad; b. het straat- en bebouwingsbeeld en de verkeersveiligheidsbelangen mogen niet onevenredig worden geschaad.

Bestemmingsplan "Gebr. v. Doornelaan 63, Horst" (vastgesteld)

23

Artikel 12 12.1

Overige regels

Prioriteit van de dubbelbestemmingen

Waar een enkelbestemming uit dit plan samenvalt met een dubbelbestemming geldt primair het bepaalde ten aanzien van de dubbelbestemming.

12.2

Parkeerregels

12.2.1 Algemene parkeerregels Het is verboden te bouwen dan wel het gebruik van gronden en/of bouwwerken te wijzigen indien er niet wordt voldaan aan de op grond van dit artikel gestelde parkeernormen.

12.2.2 Specifieke parkeerregels bij bouwplannen Een bouwplan dient te voorzien in voldoende parkeermogelijkheden. De parkeerbehoefte wordt bepaald op de wijze zoals beschreven in de nota parkeernormen. Indien deze nota gedurende de planperiode wijzigt of wordt vervangen, geldt de gewijzigde c.q. de vervangende nota.

12.2.3 Specifieke parkeerregels bij gebruikswijzigingen Indien het wijzigen van het gebruik van gronden en/of bouwwerken daartoe aanleiding geeft, moet voor wat betreft de toename in de parkeerbehoefte worden voorzien in voldoende parkeermogelijkheden. De parkeerbehoefte wordt bepaald op de wijze zoals beschreven in de Nota parkeernormen. Indien deze nota gedurende de planperiode wijzigt of wordt vervangen, geldt de gewijzigde c.q. de vervangende nota.

12.2.4 Specifieke gebruik sregels Ruimte(n) voor het parkeren van voertuigen, voor zover de aanwezigheid van deze ruimte(n) krachtens deze parkeerregels is geëist, dient te allen tijde voor dit doel beschikbaar te blijven. Ander gebruik wordt aangemerkt als strijdig gebruik.

24

Bestemmingsplan "Gebr. v. Doornelaan 63, Horst" (vastgesteld)

Hoofdstuk 4 Artikel 13 13.1

Overgangs- en slotregels

Overgangsrecht

Overgangsrecht bouwwerken

a. Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot, 1. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; 2. na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan. b. Het bevoegd gezag kan eenmalig in afwijking van het bepaalde onder a een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in het eerste lid met maximaal 10%. c. Het bepaalde onder a is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan. 13.2

Overgangsrecht gebruik

a. Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet. b. Het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld onder a, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind. c. Indien het gebruik, bedoeld onder a, na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten. d. Het bepaalde onder a is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.

Bestemmingsplan "Gebr. v. Doornelaan 63, Horst" (vastgesteld)

25

Artikel 14

Slotregel

Deze regels worden aangehaald als: Regels van het bestemmingsplan 'Gebr. v. Doornelaan 63, Horst'.

26

Bestemmingsplan "Gebr. v. Doornelaan 63, Horst" (vastgesteld)

Bijlage bij de regels

Bestemmingsplan "Gebr. v. Doornelaan 63, Horst" (vastgesteld)

27

Bijlage 1 Landschappelijk inpassingsplan

28

Bestemmingsplan "Gebr. v. Doornelaan 63, Horst" (vastgesteld)

71

weg

Conform “structuurvisie Horst aan de Maas”

veld

n Mole

- Overgang Kern-Buitengebied - lijnvormige beplantingselement - behouden openheid landschap - aanbrengen houtsingel (erfbeplanting)

69

Aanbrengen houtsingel (6m)

- Cultuurhistorie - terugbrengen gesloten karakter

(inheems bosplantsoen)

Bestaande houtwal Terugbrengen (historische) gesloten karakter van kavel

tijk ark afp a tig ms b.v. gr den o k e . Toe ceel t aamh r z pe rk we

(lijnvormige beplantingselement)

p

ornelaan

cha

ds lan

Gebr. van Do

Bestaande bebouwing

Aanbrengen beukenhaag (1,5m)

len

63

(lijnvormige beplantingselement)+

Sta

smo pper

en

oud

Beh

d

hei

n ope

Nieuwe constructie en praktijk ruimte

Aanbrengen beukenhaag (1,5m)

ltweg

4

ho Wester

6

8

Schetsontwerp Landschappelijke inpassing 10 Gebroeders van Doornelaan 63 te Horst Gemeente Horst aan de Maas

2

Boxtel

Datum:

Schaal:

Bosscheweg 107

8 maart 2019

1:500

Getekend:

Formaat:

LV

A3

Tekeningnr.:

Projectnr.:

1/1

P01440

5282 WV Boxtel +31 (0)411 850 400 www.bro.nl info@bro.nl

N

Bijlage 2 PvE Proefsleuven

30

Bestemmingsplan "Gebr. v. Doornelaan 63, Horst" (vastgesteld)

PROGRAMMA VAN EISEN PROEFSLEUVENONDERZOEK GEBROEDERS VAN DOORNELAAN 63 TE HORST GEMEENTE HORST AAN DE MAAS

Programma van Eisen Proefsleuvenonderzoek Gebroeders Van Doornelaan 63 te Horst In de gemeente Horst aan de Maas

Opdrachtgever

BRO Boxtel Postbus 4 5280 AA Boxtel

PvE nummer

9654.002

Versienummer

D

Status

Definitief

Datum

24 januari 2020

Vestiging

Limburg Rijksweg Noord 39 6071 KS Swalmen 088 - 5001600 swalmen@econsultancy.nl

Opsteller

drs. A.H. Schutte

Paraaf

Autorisatie

drs. T.H.L. Hos (Senior KNA Archeoloog)

Paraaf

© Econsultancy bv, Swalmen Foto’s en tekeningen: Econsultancy bv, tenzij anders vermeld Niets uit deze uitgave mag worden vermenigvuldigd en/of openbaar gemaakt worden door middel van druk, fotokopie of op welke wijze dan ook zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgevers. Econsultancy aanvaardt geen aansprakelijkheid voor eventuele schade voortvloeiend uit de toepassing van de adviezen of het gebruik van de resultaten van dit onderzoek.

Econsultancy Programma van Eisen

Programma van Eisen Locatie

Gebroeders Van Doornelaan 63

Projectnaam

Gebroeders Van Doornelaan 63 Horst

Plaats binnen archeologisch proces ● IVO – Proefsleuven (IVO-P) Opsteller

Naam, adres, telefoon, e-mail

datum

paraaf

Senior KNA Archeoloog (Actorregistratienr. 43842407)

Dhr. drs. bc. A.H. Schutte Econsultancy b.v. Vestiging Limburg Rijksweg Noord 39, 6071 KS Swalmen T: 0475 - 504961 E: schutte@econsultancy.nl

24-01-2020

Opdrachtgever

Naam, adres, telefoon, e-mail

datum

paraaf

datum

paraaf

datum

Paraaf

datum

Paraaf

BRO Boxtel Postbus 4 5280 AA Boxtel Dhr. L Niessing T: 0411-850400 E: Lucas.Niessing@BRO.nl Goedkeuring bevoegde overheid

Naam, adres, telefoon, e-mail

● Gemeente

Gemeente Horst aan de Maas Postbus 6005 5960 AA Horst T: 077 – 4779777 E: gemeente@horstaandemaas.nl

o Provincie o Rijk o Overig 1

o RCE bij beschermd monument, projectvergunning, als adviseur bij Grote Projecten Adviseur namens de bevoegde Naam, adres, telefoon, e-mail overheid Archeologisch adviseur van de Drs. W.A.M. Hessing gemeente Horst aan de Maas Vestigia Archeologie & cultuurhistorie Spoorstraat 5 3811MN Amersfoort T: 033-2779200 E: w.hessing@vestigia.nl Kennisgeving /eigenaar

Depothouder Naam, adres, telefoon, e-mail Provinciaal Archeologisch Depot voor Bodemvondsten Limburg Bezoekadres: Raadhuisplein 20, 6411 HK Heerlen

1

Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed.

Econsultancy Programma van Eisen

Contactpersoon: drs. S. (Sjeng) Kusters T: 06-52720731 E: sjj.kusters@prvlimburg.nl

Econsultancy Programma van Eisen

INHOUDSOPGAVE LITERATUUR EN BIJLAGEN ............................................................................................................... 7 1

ADMINISTRATIEVE GEGEVENS ONDERZOEKSGEBIED ...................................................... 1

2

AANLEIDING EN MOTIVERING VAN HET ONDERZOEK........................................................ 2 2.1 2.2 2.3

Aanleiding ......................................................................................................................... 2 Motivering ......................................................................................................................... 2 Besluit ............................................................................................................................... 2

3

EERDER UITGEVOERD ONDERZOEK .................................................................................... 2

4

ARCHEOLOGISCHE VERWACHTING ...................................................................................... 3 4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6 4.7 4.8 4.9

5

DOELSTELLING EN VRAAGSTELLING.................................................................................... 7 5.1 5.2 5.3 5.4

5.5 6

Regionale archeologische en cultuurlandschappelijke context ........................................ 3 Aard en ouderdom van de vindplaats(en) ........................................................................ 5 Begrenzing en oppervlakte van de vindplaats(en) ........................................................... 5 Structuren en sporen ........................................................................................................ 5 Anorganische artefacten ................................................................................................... 5 Organische artefacten ...................................................................................................... 6 Archeozoölogische resten, menselijk botmateriaal en botanische resten........................ 6 Archeologische stratigrafie en diepte van vondstlagen .................................................... 6 Gaafheid en conservering ................................................................................................ 6

Doelstelling ....................................................................................................................... 7 Relatie met NOaA 2.0 en/of andere onderzoekskaders ................................................... 7 Vraagstelling ..................................................................................................................... 8 Onderzoeksvragen ........................................................................................................... 8 5.4.1 Algemeen ........................................................................................................... 8 5.4.2 Periode en sites .................................................................................................. 8 5.4.3 Landschap en bodem ......................................................................................... 8 5.4.4 Vraagstelling specialistisch onderzoek .............................................................. 9 Aanbeveling ...................................................................................................................... 9

STRATEGIE, METHODEN EN TECHNIEKEN ........................................................................ 10 6.1 6.2 6.3 6.4 6.5 6.6 6.7 6.8 6.9 6.10 6.11 6.12 6.13 6.14

Strategie ......................................................................................................................... 10 Methoden en technieken ................................................................................................ 10 Omgang kwetsbare vondsten en monsters .................................................................... 12 Structuren en grondsporen ............................................................................................. 12 Lichten ............................................................................................................................ 13 Aardwetenschappelijk onderzoek ................................................................................... 13 Anorganische artefacten ................................................................................................. 13 Organische artefacten .................................................................................................... 14 Archeozoölogische en -botanische resten ..................................................................... 14 Overige resten ................................................................................................................ 14 Dateringstechieken .........................................................................................................

14 Bouwstenen .................................................................................................................... 14 Complexiteit .................................................................................................................... 15 Beperkingen.................................................................................................................... 15 9654.002

7

UITWERKING EN CONSERVERING ....................................................................................... 15 7.1 7.2 7.3 7.4 7.5 7.6

8

RAPPORTAGE ......................................................................................................................... 17 8.1 8.2 8.3 8.4 8.5

9

Uitvoeringsperiode uitwerking; opleveringstermijn (concept)eind-/evaluatierapport ...... 17 Procedure toetsing standaard-/conceptrapport door de bevoegde overheid ................. 17 Inhoud standaard-/evaluatierapport................................................................................ 17 Kwaliteit .......................................................................................................................... 18 Verschijning en oplage standaardrapport en/of specialistisch deelrapport .................... 19

(DE)SELECTIE EN CONSERVERING ..................................................................................... 19 9.1 9.2 9.3

10

Structuren, grondsporen en vondstspreidingen ............................................................. 15 Analyse aardewetenschappelijke gegevens .................................................................. 15 Anorganische artefacten ................................................................................................. 15 Organische artefacten .................................................................................................... 16 Archeozoölogische en -botanische resten ..................................................................... 16 Beeldrapportage (objecttekeningen, foto’s, kaarten e.d.) .............................................. 17

Selectie materiaal voor uitwerking .................................................................................. 19 Selectie materiaal voor deponering en verwijdering....................................................... 19 Selectie materiaal voor conservering ............................................................................. 19

DEPONERING .......................................................................................................................... 20 10.1 Eisen betreffende depot ................................................................................................. 20 10.2 Te leveren product .......................................................................................................... 20 10.3 E-depot ........................................................................................................................... 20

11

RANDVOORWAARDEN EN AANVULLENDE EISEN ............................................................. 20 11.1 11.2 11.3 11.4

12

WIJZIGINGEN TEN OPZICHTE VAN HET VASTGESTELDE PVE ........................................ 22 12.1 12.2 12.3 12.4

13

Personele randvoorwaarden .......................................................................................... 20 Overlegmomenten .......................................................................................................... 21 Kwaliteitsbewaking, toezicht, overleg en evaluatie ........................................................ 21 Overige randvoorwaarden en aanvullende eisen ........................................................... 22

Wijzigingen tijdens het veldwerk ..................................................................................... 22 Belangrijke wijzigingen ................................................................................................... 22 Procedure van wijziging na de evaluatiefase van het veldwerk ..................................... 22 Procedure van wijziging tijdens uitwerking en conservering .......................................... 22

AANVULLENDE EISEN ............................................................................................................ 23 13.1 Uitvoeringsperiode en opleveringstermijn veldwerk ....................................................... 23 13.2 Uitvoeringscondities veldwerk ........................................................................................ 23 13.3 Niet gesprongen explosieven (NGE) en veldgraven ...................................................... 24

9654.002

LITERATUUR EN BIJLAGEN Literatuur Heeringen, R.M. van & Schrijvers, R., 2014: Actualisatie van de Archeologische Maatregelenkaart van de gemeente Horst aan de Maas, 2014. Vestigia-rapport V1188. Amersfoort. Schutte, A.H. & A.C. Mientjes, 2014: Archeologisch bureauonderzoek en verkennend booronderzoek Gebroeders Van Doornelaan 63 te Horst in de gemeente Horst aan de Maas (Econsultancy rapportnr. 9654.001), Swalmen. Bronnen Beleidsplatform Erfgoed Limburg; internetsite, januari 2020. http://www.erfgoedbeleidlimburg.nl/ Nationale Onderzoeksagenda Archeologie 2.0; internetsite, januari 2020. http://archeologieinnederland.nl/bronnen-en-kaarten/nationale-onderzoeksagenda-archeologie-20 Figuren Figuur 1: Situering van het plangebied en onderzoeksgebied binnen Nederland. Figuur 2: Detailkaart van het plangebied en onderzoeksgebied. Figuur 3: Luchtfoto van het plangebied en onderzoeksgebied. Figuur 4: Boorpuntenkaart vooronderzoek Figuur 5: Uitsnede geomorfologische kaart Figuur 6: Uitsnede bodemkaart Figuur 7: Uitsnede archeologische gegevenskaart Figuur 8: Archeologische Maatregelenkaart Horst aan de Maas Figuur 9: Proefsleuvenplan Bijlagen Bijlage 1: Tabel met de verwachtte aantallen Bijlage 2: Overzicht te raadplegen specialisten/specialismen

9654.002

1

ADMINISTRATIEVE GEGEVENS ONDERZOEKSGEBIED

Projectnaam

9654.002

Provincie

Limburg

Gemeente

Horst aan de Maas

Plaats

Horst

Toponiem

Gebroeders Van Doornelaan 63

Kaartbladnummer

52 G (1:25.000)

Centrum x,y–coördinaat

X: 200.855/Y: 386.380

IKAW/Provinciale verwachtingskaart

Het onderzoeksgebied ligt op de IKAW deels in een zone met een hoge archeologische verwachting en deels zonder verwachting vanwege de ligging binnen de bebouwde kom. Volgens de Provinciaal Archeologisch Aandachtsgebied kaart van de provincie Limburg ligt het onderzoeksgebied niet binnen een Provinciaal Archeologisch Aandachtsgebied.

Archeologische Maatregelenkaart Horst aan de Maas

Volgens de Archeologische Maatregelenkaart ligt het onderzoeksgebied deels in de bebouwde kom met een onbekende verwachting (categorie 7) en deels in een zone met een hoge archeologische verwachting (categorie 3).

CMA/AMK-status

n.v.t.

Archis-monumentnummer

n.v.t.

Archis-waarnemingsnummer

n.v.t.

Oppervlakte plangebied

2

Oppervlakte onderzoeksgebied

2 3

Ca. 1.9 hectare 3

Ca. 7.150 m

2

Huidig grondgebruik

Grasland

Voorgenomen bodemingrepen

De aanvrager is voornemens praktijkruimte te realiseren.

NAP-hoogte maaiveld

Circa 25 m NAP

Grondwatertrap

VII

om

een

constructie-

en

Het gebied waarbinnen de realisering van de planvorming het bodemarchief kan bedreigen. Het gebied waarop dit onderzoek betrekking heeft.

PvE 9654.002 versie D

Pagina 1 van 24

2

AANLEIDING EN MOTIVERING VAN HET ONDERZOEK

2.1

Aanleiding

Op de planlocatie, aan de Gebroeders Van Doornelaan 63 te Horst, wordt een constructie- en 2 praktijkruimte gerealiseerd. Hierbij zal een gebied met een oppervlakte van circa 7.150 m worden 4 heringericht. Op basis van een door Econsultancy uitgevoerd bureau- en booronderzoek heeft de gemeente besloten dat het plangebied onderzocht moeten worden met proefsleuven om het terrein te waarderen op het voorkomen van archeologische waarden. De diepte en oppervlak van de toekomstige bodemverstoring is nog niet bekend. Het huidige onderzoeksgebied is kleiner dan het plangebied dat door Econsultancy is onderzocht bij hetbureau- en booronderzoek. Het proefsleuvenonderzoek beperkt zich tot dat deel van het plangebied waar daadwerkelijk graafwerkzaamheden gaan plaatsvinden. 2.2

Motivering

Bij het bureauonderzoek is voor het plangebied een gespecificeerde archeologische verwachting opgesteld. Volgens deze verwachting is de kans op het voorkomen van archeologische waarden uit de perioden Paleolithicum - Mesolithicum laag en hoog voor de perioden Neolithicum - Nieuwe tijd. Uit de resultaten van het inventariserend veldonderzoek (IVO, verkennende fase, zie figuur 4) blijkt dat over het algemeen de bodemopbouw bestaat uit bouwvoor en plaggendek op dekzand (C-horizont). De aangetroffen bodemopbouw is van dien aard dat de archeologische verwachting zoals deze in het bureauonderzoek is opgesteld gehandhaafd blijft. Op grond van de resultaten van het bureau- en veldonderzoek heeft Econsultancy geadviseerd om het plangebied nader te onderzoeken door middel 5 van een IVO karterende en waarderende fase, proefsleuven (IVO-P). 2.3

Besluit

Het plangebied ligt op de Archeologische Maatregelenkaart van de gemeente Horst aan de Maas en heeft deels een onbekende verwachting door ligging in de bebouwde komen met (categorie 7) en 6 deels een hoge archeologische verwachting (categorie 3) (figuur 8) . Voor dit gebied geldt daarom 2 een onderzoeksplicht bij bodemingrepen groter dan 500 m en dieper dan 50 cm beneden maaiveld. 7 Middels deze kaart heeft de gemeente aangegeven dat archeologisch onderzoek noodzakelijk is . De bevoegde overheid (gemeente Horst aan de Maas) heeft na het verkennend booronderzoek ingestemd met het advies van Econsultancy om een vervolgonderzoek uit te laten voeren. Wanneer behoudenswaardige archeologische resten worden aangetroffen en deze ex situ behouden dienen te blijven neemt de gemeente een aanvullend selectiebesluit. 3

EERDER UITGEVOERD ONDERZOEK

Soort onderzoek

Archeologisch bureau- en verkennend booronderzoek

Uitvoerder

Econsultancy bv

4 5 6

Schutte en Mientjes, 2019. Schutte en Mientjes, 2019. Vestigia 2015: Kaartbijlage, Archeologische Maatregelenkaart gemeente Horst aan de Maas (Vestigia rapport V1188)

7

Van Heeringen en Schrijvers 2014: Actualisatie van de Archeologische Maatregelenkaart van de gemeente Horst aan de Maas, 2014 (Vestigia rapport V1188)

PvE 9654.002 versie D

Pagina 2 van 24

Uitvoeringsperiode

April 2019

Rapportage

Schutte, A.H. & A.C. Mientjes, 2014: Archeologisch bureauonderzoek en verkennend booronderzoek Gebroeders Van Doornelaan 63 te Horst in de gemeente Horst aan de Maas (Econsultancy rapportnr. 9654.001), Swalmen.

Bewaarplaats vondsten/documentatie

Econsultancy Swalmen

Resultaten specialistisch onderzoek Archeobotanisch

Niet van toepassing.

Archeozoölogisch

Niet van toepassing.

Fysisch-antropologisch

Niet van toepassing.

Fysisch-geografisch

Niet van toepassing.

Geofysisch

Niet van toepassing.

Archeologisch materiaal

Niet van toepassing.

Geraadpleegde bronnen en partijen Overige literatuur

Niet van toepassing.

Amateurarcheologen

Niet van toepassing.

4 4.1

ARCHEOLOGISCHE VERWACHTING Regionale archeologische en cultuurlandschappelijke context

8

Locatie, recente ingrepen en verstoringen De onderzoekslocatie (±7.150 m²) ligt aan de Gebroeders Van Doornelaan 63, circa 1 kilometer ten noorden van Horst in de gemeente Horst aan de Maas (zie figuur 1 en figuur 2). Volgens het Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN) bevindt het maaiveld zich op een hoogte van circa 25 m +NAP. Het gebied is kadastraal bekend als Horst Sectie O, nummers 917, 1408 en 1410. Volgens de topografische kaart van Nederland, kaartblad 52 G (schaal 1:25.000), zijn de coördinaten van het midden van de onderzoekslocatie X = 200.783, Y = 386.382. Het plangebied is momenteel in gebruik als grasland (zie figuur 3). Fysiek-landschappelijke, geologische, geomorfologische en bodemkundige kenmerken Het onderzoeksgebied bevindt zich binnen een uitgestrekt gebied dat wordt gedomineerd door afzettingen behorende tot de Formatie van Boxtel. Deze afzettingen zijn afgezet gedurende de laatste ijstijd, toen de wind vrij spel had in het verplaatsen van zand en silt. Over een groot deel van Nederland werd een pakket dekzand afgezet. Er ontstonden duidelijke hoogteverschillen, waarbij reliëfverschillen kleiner dan 1,5 meter dekzandplateaus worden genoemd en grotere hoogteverschillen dekzandruggen of dekzandkopjes genoemd worden.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/9577911/1