03d Regels
Tekst van het document
12.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden Het bepaalde in artikel 22 is van toepassing. 12.5
Wijzigingsbevoegdheid
Het bevoegd gezag kan het plan zodanig wijzigen, dat de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 3' geheel of gedeeltelijk vervalt, indien op basis van nader archeologisch onderzoek is aangetoond dat op de betrokken locatie geen archeologische waarden (meer) aanwezig zijn, dan wel er niet langer archeologische begeleiding of zorg nodig is.
32
bestemmingsplan
Grandorse
Artikel 13
Waarde - Archeologie 4
13.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Waarde - Archeologie 4' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor het behoud en bescherming van de archeologische waarden. 13.2 Bouwregels Op en in de gronden als bedoeld in lid 13.1 mag niet worden gebouwd, met uitzondering van: a. b.
c.
het bouwen van gebouwen en bouwwerken, geen gebouw zijnde, waarbij de bebouwing minder diep reikt dan 50 centimeter de bestaande maaiveldhoogte en zonder heiwerkzaamheden kan worden geplaatst; het bouwen van gebouwen en bouwwerken, geen gebouw zijnde, ter vervanging van bestaande gebouwen en bouwwerken, geen gebouw zijnde waarbij de bestaande oppervlakte met niet meer dan 2.500 m² wordt uitgebreid; het bouwen van gebouwen en bouwwerken, geen gebouw zijnde, die reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van inwerkingtreding van dit bestemmingsplan dan wel mogen worden uitgevoerd krachtens een verleende vergunning.
13.3 Afwijken van de bouwregels Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 13.2 teneinde het oprichten van bouwwerken ten behoeve van de op deze gronden liggende andere bestemming(en), indien op basis van (archeologisch) onderzoek is aangetoond, dat archeologische waarden door de bouwactiviteiten niet onevenredig worden of kunnen worden geschaad. Teneinde dit te bereiken kunnen aan een omgevingsvergunning in ieder geval de volgende voorschriften worden verbonden: a.
b. c.
de verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor (ondanks de uitvoering van een bouw- of aanlegplan) monumenten in de bodem worden behouden, zoals alternatieven voor heiwerk, het al of niet bouwen van kelders, het aanbrengen van een beschermende bodemlaag of andere voorzieningen die op dit doel zijn gericht; de verplichting tot het doen van opgravingen, of; de verplichting de activiteit die tot een bodemverstoring leidt, te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg die voldoet aan een door burgemeester en wethouders bij de vergunning te stellen kwalificaties.
13.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden Het bepaalde in artikel 22 is van toepassing. 13.5 Wijzigingsbevoegdheid Het bevoegd gezag kan het plan zodanig wijzigen, dat de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 4' geheel of gedeeltelijk vervalt, indien op basis van nader archeologisch onderzoek is aangetoond dat op de betrokken locatie geen archeologische waarden (meer) aanwezig zijn, dan wel er niet langer archeologische begeleiding of zorg nodig is.
bestemmingsplan
Grandorse
33
Artikel 14
Waarde - Archeologie 6
14.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Waarde - Archeologie 6' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor het behoud en bescherming van de archeologische waarden. 14.2 Bouwregels Op en in de gronden als bedoeld in lid 14.1 mag niet worden gebouwd, met uitzondering van: a. b.
c.
het bouwen van gebouwen en bouwwerken, geen gebouw zijnde, waarbij de bebouwing minder diep reikt dan 50 centimeter de bestaande maaiveldhoogte en zonder heiwerkzaamheden kan worden geplaatst; het bouwen van gebouwen en bouwwerken, geen gebouw zijnde, ter vervanging van bestaande gebouwen en bouwwerken, geen gebouw zijnde waarbij de bestaande oppervlakte met niet meer dan 2.500 m² wordt uitgebreid; het bouwen van gebouwen en bouwwerken, geen gebouw zijnde, die reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van inwerkingtreding van dit bestemmingsplan dan wel mogen worden uitgevoerd krachtens een verleende vergunning.
14.3 Afwijken van de bouwregels Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 14.2 teneinde het oprichten van bouwwerken ten behoeve van de op deze gronden liggende andere bestemming(en), indien op basis van (archeologisch) onderzoek is aangetoond, dat archeologische waarden door de bouwactiviteiten niet onevenredig worden of kunnen worden geschaad. Teneinde dit te bereiken kunnen aan een omgevingsvergunning in ieder geval de volgende voorschriften worden verbonden: a.
b. c.
de verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor (ondanks de uitvoering van een bouw- of aanlegplan) monumenten in de bodem worden behouden, zoals alternatieven voor heiwerk, het al of niet bouwen van kelders, het aanbrengen van een beschermende bodemlaag of andere voorzieningen die op dit doel zijn gericht; de verplichting tot het doen van opgravingen, of; de verplichting de activiteit die tot een bodemverstoring leidt, te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg die voldoet aan een door burgemeester en wethouders bij de vergunning te stellen kwalificaties.
14.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden Het bepaalde in artikel 22 is van toepassing. 14.5 Wijzigingsbevoegdheid Het bevoegd gezag kan het plan zodanig wijzigen, dat de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 6' geheel of gedeeltelijk vervalt, indien op basis van nader archeologisch onderzoek is aangetoond dat op de betrokken locatie geen archeologische waarden (meer) aanwezig zijn, dan wel er niet langer archeologische begeleiding of zorg nodig is.
34
bestemmingsplan
Grandorse
Artikel 15
Waterstaat - Profiel van vrije ruimte
15.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Waterstaat - Profiel van vrije ruimte' aangewezen gronden zijn, behalve voor de aan de andere aan de grond gegeven bestemmingen, mede bestemd voor het beheer en onderhoud van de binnen het plangebied gelegen waterloop, alsmede voor de ontwikkeling en bescherming van de ecologische waarden van de waterloop. 15.2 Bouwregels Voor het bouwen op of in de in lid 15.1 bedoelde gronden gelden de volgende regels: a. b.
c.
in afwijking van het bepaalde bij de andere bestemmingen mag alleen binnen de aangegeven beschermingszone van de watergang worden gebouwd, ten behoeve van deze bestemming; op of in deze gronden mogen geen gebouwen worden gebouwd anders dan ten behoeve van beheer en onderhoud van de betreffende watergang, met dien verstande dat: 1. de maximale hoogte niet meer bedraagt dan 3,5 m; 2. de maximale oppervlakte niet meer bedraagt dan 15 m2; voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouw zijnde, geldt dat de hoogte van bouwwerken, geen gebouw zijnde, niet meer dan 2 m mag bedragen.
15.3 Afwijken van de bouwregels Het bevoegd gezag kan door middel van een omgevingsvergunning afwijken voor het bepaalde in lid 15.2 en toestaan dat de in de andere voor die gronden aangewezen bestemmingen genoemde gebouwen en bouwwerken, geen gebouw zijnde, worden gebouwd, mits: a. b. c.
geen onevenredige aantasting plaatsvindt van het doelmatig functioneren van de watergang; voldaan wordt aan regels behorende bij de ter plaatse geldende andere bestemming(en); vooraf schriftelijk advies wordt ingewonnen bij het waterschap en de Keur van het waterschap in acht wordt genomen.
bestemmingsplan
Grandorse
35
Hoofdstuk 3 Artikel 16
Algemene regels
Anti-dubbeltelregel
Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.
36
bestemmingsplan
Grandorse
Artikel 17
Algemene bouwregels
17.1 Bestaande afmetingen en afstanden In die gevallen dat de bestaande goothoogte, bouwhoogte, oppervlakte, inhoud of afstand tot enige grens van bouwwerken, die rechtens, in overeenstemming met het bepaalde in de Wet Algemene Bepalingen Omgevingsrecht tot stand zijn gekomen, minder dan wel meer bedraagt dan in de bouwregels in hoofdstuk 2 van deze regels is voorgeschreven respectievelijk toegestaan, geldt die goothoogte, bouwhoogte, oppervlakte, inhoud of afstand in afwijking daarvan als minimaal respectievelijk maximaal toegestaan, uitsluitend conform de bestaande situatie. 17.2 Ondergeschikte bouwdelen Bij de toepassing van het bepaalde ten aanzien van het bouwen worden ondergeschikte bouwdelen als plinten, pilasters, kozijnen, gevelversieringen, ventilatiekanalen, schoorstenen, gevel- en kroonlijsten, luifels, erkers, balkons en overstekende daken, buiten beschouwing gelaten, mits de overschrijding van bouw c.q. bestemmingsgrenzen niet meer dan 1 m bedraagt. 17.3 Ondergronds bouwen Binnen het plangebied mag, tenzij anders is aangegeven in de regels, onder gebouwen ondergronds worden gebouwd, onder de volgende voorwaarden: a. b.
ondergrondse gebouwen gelegen buiten de buitenzijde van de gevels van de bovengrondse gebouwen niet zijn toegestaan; de diepte van de ondergrondse bebouwing mag niet meer bedragen dan 3,5 m onder peil.
17.4 Bouwwerken ten behoeve van warmte-koudeopslag In afwijking van het overige in deze regels bepaalde met betrekking tot het bouwen van bouwwerken, geen gebouw zijnde, mag de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouw zijnde, ten behoeve van warmte-koudeopslag niet meer bedragen dan de in de bouwregels van de betreffende bestemming toegestane bouwhoogte van gebouwen.
bestemmingsplan
Grandorse
37
Artikel 18
Algemene gebruiksregels
18.1 Aan huis gebonden beroep In (bedrijfs)woningen en/of bijbehorende bouwwerken is het uitoefenen van een aan huis verbonden beroep toegestaan, onder de volgende voorwaarden: a. b.
c. d. e.
de oppervlakte ten behoeve van een aan huis verbonden beroep bedraagt niet meer dan 1/3 van de vloeroppervlakte van de woning tot een maximale oppervlakte van 100 m²; degene die het aan huis verbonden beroep uitoefent, is tevens de bewoner van de woning, met dien verstande dat de beroepsactiviteiten naast de gebruik(st)er door maximaal twee medewerkers mogen worden uitgeoefend; het gebruik levert geen (ernstige of onevenredige) hinder op voor het woonmilieu; het gebruik doet geen afbreuk aan het woonkarakter van de omgeving; in de parkeerbehoefte wordt in voldoende mate voorzien op eigen terrein, dan wel kan de parkeerbehoefte in de directe omgeving worden opgevangen.
18.2 Bed & breakfast In (bedrijfs)woningen en/of bijbehorende bouwwerken is het uitoefenen van een bed & breakfast toegestaan, onder de volgende voorwaarden: a. b. c. d.
het gebruik levert geen (ernstige of onevenredige) hinder op voor het woonmilieu; het gebruik doet geen afbreuk aan het woonkarakter van de omgeving; in de parkeerbehoefte wordt in voldoende mate voorzien op eigen terrein, dan wel kan de parkeerbehoefte in de directe omgeving worden opgevangen; het vloeroppervlak ten behoeve van bed & breakfast bedraagt niet meer dan 100 m 2.
18.3 Evenementen Het houden van evenementen is toegestaan waarbij voldaan moet worden aan de volgende voorwaarden: a. b. c. d.
38
evenementen zijn uitsluitend toegestaan indien het hippische (gerelateerde) sport- en/of bedrijfsevenementen betreffen; het maximale bezoekersaantal mag niet meer bedragen dan 10.000 per dag; het totale jaarlijkse bezoekersaantal (incl deelnemers aan wedstrijden) mag niet meer dan 175.000 bedragen; in afwijking van het bepaalde in a, is maximaal 6 keer per jaar een publieksevenement toegestaan onder de voorwaarde dat het een publieksevenement betreft waarvan de effecten op de omgeving niet groter zijn dan de effecten van een bedrijfsevenement.
bestemmingsplan
Grandorse
Artikel 19
Algemene aanduidingsregels
19.1 Cultuurhistorische, landschappelijke en natuurlijke waarden van de Peelbossen Indien en voorzover de gronden tevens zijn bestemd voor het behoud, de bescherming, de ontwikkeling en/of het herstel van de desbetreffende cultuurhistorische, landschappelijke en natuurlijke waarden van de Peelbossen, dient in elk geval rekening te worden gehouden met de volgende waarden: a. b.
besloten bosgebied, deels met stuifduinen en open plekken; hoge natuurwaarde met waardevolle droge delen en natte delen voor flora, bos- en moerasvogels, zoogdieren, reptielen en amfibieën.
19.2 Geluidzone - weg Ter plaatse van de aanduiding 'Geluidzone - weg' zijn geluidsgevoelige functies (zowel permanent wonen als tijdelijke woonvormen zoals longstay) alleen toegestaan, indien voor de geluidbelasting vanwege een weg kan worden voldaan aan de voorkeurgrenswaarde van de Wet geluidhinder. 19.3 Milieuzone - driftzone Ter plaatse van de aanduiding 'milieuzone - driftzone' zijn de gronden mede aangewezen voor de bescherming van de gezondheid als gevolg van het toepassen van gewasbeschermingsmiddelen. 19.3.1 Specifieke gebruiksregels Het gebruik van de gronden voor nieuwe driftgevoelige functies, is niet toegestaan. 19.3.2 Afwijken van de gebruiksregels Door middel van een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in 19.3.1 voor het toestaan van nieuwe driftgevoelige functies onder de voorwaarde dat is aangetoond dat het toepassen van beschermingsmiddelen, binnen een afstand van 50 meter tot de nieuwe driftgevoelige functie, is beëindigd en beëindigd blijft of dat middels locatiespecifiek onderzoek is aangetoond dat, en in hoeverre, kan worden afgeweken van deze 50 meter. 19.4 Milieuzone - gevoelige functies uitgesloten Ter plaatse van de aanduiding 'milieuzone - gevoelige functies uitgesloten' zijn gevoelige functies (zowel permanent wonen als tijdelijke woonvormen zoals longstay) niet toegestaan.
19.5 Milieuzone - hydrologische beschermingszone Ter plaatse van de aanduiding 'Milieuzone - hydrologische beschermingszone' zijn de gronden mede aangewezen voor het hydrologisch beschermen van de verdrogingsgevoelige natuurgebieden. 19.6
Milieuzone - spuitvrije zone
Ter plaatse van de aanduiding 'milieuzone - spuitvrije zone' zijn de gronden mede aangewezen als spuitvrije zone vanwege de bescherming van de gezondheid als gevolg van het toepassen van gewasbeschermingsmiddelen. Op deze gronden is het toepassen van gewasbeschermingsmiddelen niet toegestaan. 19.7 Overige zone - eventingroute a. Ter plaatse van de aanduiding 'Overige zone - eventingroute' zijn de gronden, mede aangewezen voor routegebonden dagrecreatieve activiteiten ten behoeve van de hippische sport in de vorm van eventingwedstrijden: b. Het aantal eventingwedstrijden bedraagt niet meer dan 12 per jaar.
bestemmingsplan
Grandorse
39
19.8
Veiligheidszone - leiding
19.8.1 Bouwregels Op de gronden mogen, volgens de regels van de onderliggende bestemming die op die gronden rust, bouwwerken worden gebouwd, met uitzondering van kwetsbare objecten of beperkt kwetsbare objecten. 19.8.2 Afwijken van de bouwregels Door middel van een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in 19.8.1 voor het oprichten van kwetsbare objecten of beperkt kwetsbare objecten, mits door middel van een door het bevoegd gezag goedgekeurd externe veiligheidsonderzoek is aangetoond dat voldaan wordt aan de normen voor plaatsgebonden risico (PR) en ingeval van overschrijding van de richtwaarde voor beperkt kwetsbare objecten, de wenselijkheid en aanvaardbaarheid is gemotiveerd. 19.8.3 Wijzigingsbevoegdheid Burgemeester en wethouders zijn bevoegd de aanduiding 'Veiligheidszone - leiding' aan te passen of te verwijderen, mits: a. b. c.
40
door middel van een door het bevoegd gezag goedgekeurd externe veiligheidsonderzoek is aangetoond dat de veiligheidszone kan worden aangepast of verwijderd; vooraf schriftelijk advies is ingewonnen bij de leidingbeheerder; de belangen van de leiding niet worden geschaad.
bestemmingsplan
Grandorse
Artikel 20
Algemene afwijkingsregels
20.1 Algemene afwijkingen Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het plan: a.
b.
ten behoeve van het vergroten van: 1. de bij recht in de regels gegeven maten, afmetingen en percentages, met uitzondering van oppervlakte- en inhoudmaten, tot niet meer dan 10% van die maten, afmetingen en percentages, voor zover hiervoor niet reeds op een andere wijze afwijking is verleend; 2. van de bestemmingsregels en toestaan dat het beloop of het profiel van wegen of de aansluiting van wegen onderling in geringe mate wordt aangepast, indien de verkeersveiligheid en/of verkeersintensiteit daartoe aanleiding geven; 3. teneinde de op de verbeelding ingetekende begrenzingen, niet zijnde bestemmingsgrenzen, met maximaal 10 m te verschuiven; 4. van de bestemmingsregels en toestaan dat bouwgrenzen worden overschreden, indien een meetverschil daartoe aanleiding geeft; 5. van de bestemmingsregels ten aanzien van de hoogte van bouwwerken, geen gebouw zijnde en toestaan dat de hoogte van de bouwwerken, geen gebouw zijnde ten behoeve van kunstwerken, geen gebouwen zijnde, en ten behoeve van zend-, ontvang- en/of sirenemasten, wordt vergroot tot niet meer dan 40 m; 6.
van de bestemmingsregels voor het bouwen van niet voor bewoning bestemde gebouwtjes van openbaar nut, zoals telefooncellen, wachthuisjes, gasreduceerstations en schakelstations, mits de inhoud niet meer dan 50 m3 de goothoogte niet meer dan 3 m bedraagt, de onder a bedoelde vergunning wordt alleen voldaan mits geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan: 1. het straat-, bebouwings- en landschapsbeeld; 2. woon- en leefklimaat op omliggende percelen; 3. ontwikkelingsmogelijkheden van omliggende bedrijven; 4. de verkeersveiligheid; 5. de sociale veiligheid; 6. de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden.
bestemmingsplan
Grandorse
41
Artikel 21
Algemene wijzigingsregels
21.1 Wijzigen ten behoeve van waterberging Het bevoegd gezag kan de binnen dit plan opgenomen bestemmingen wijzigen in de bestemming Water, met dien verstande dat: a. b. c. d.
de noodzaak tot realisatie van waterbergingsgebieden voor opvang van hemelwaterberging is aangetoond; overeenstemming met de eigenaar/eigenaren van de gronden is bereikt; er vooraf schriftelijk advies dient te worden ingewonnen bij het waterschap en de Keur van het waterschap in acht genomen dient te worden. na toepassing van deze wijzigingsbevoegdheid de regels van Artikel 9 van overeenkomstige toepassing zijn.
21.2 Verschuiven bestemmingsgrenzen Het bevoegd gezag kan het plan wijzigen ten behoeve van het verschuiven van de bestemmingsgrenzen met maximaal 15 m, met dien verstande dat: a. b. c. d.
42
er geen onevenredige aantasting plaatsvindt van de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden en de belangen van derden niet onevenredige worden geschaad; er geen onevenredige aantasting plaatsvindt van de in de omgeving aanwezige architectonische, cultuurhistorische-, landschappelijke- of natuurwaarden; de wijziging niet mag leiden tot onevenredige aantasting van gebruiks- en ontwikkelingsmogelijkheden van nabijgelegen gronden en bebouwing; de belangen van de betreffende bestemming(en) niet onevenredige worden aangetast.
bestemmingsplan
Grandorse
Artikel 22 Omgevingsvergunning voor werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden 22.1
Omgevingsvergunningplicht
Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning ter plaatse van de hierna genoemde bestemmingen of aanduidingen de daarbij aangegeven werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren te doen of te laten uitvoeren: Werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden (*) Ter plaatse van de bestemming Agrarisch met waarden
a
Bos
a
c
d
e
f
g
Natuur
a
c
d
e
f
g
Leiding - Gas
a
b
f
g
h
i
Waarde - Archeologie 3
a
b
d
e
f
g
h
i
Waarde - Archeologie 4
a
b
d
e
f
g
h
i
Waarde - Archeologie 6
a
b
d
e
f
g
h
i
c
(*)
de onderstaande letters geven aan dat een omgevingsvergunning is vereist (activiteit onder voorwaarden mogelijk). De letters worden hierna verklaard: Werken, geen bouwwerk zijnde, of werkzaamheden: a. b. c. d. e. f. g. h. i.
het aanleggen en verharden van wegen en paden en het aanleggen of aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen; het aanplanten van bomen, hakhout en andere houtopstanden hoger dan 1,50 m; het vellen en rooien van bomen, hakhout en andere diepwortelende beplantingen en het verrichten van handelingen, die de dood of ernstige beschadiging daarvan ten gevolge hebben of kunnen hebben; het aanbrengen, verwijderen of verleggen van ondergrondse transport-, energie- en telecommunicatieleidingen en de daarmee verband houdende constructies, installaties en apparatuur; het verlagen of het verhogen van het waterpeil, tenzij dit een maatregel is van het bevoegde waterschap; het aanleggen, (ver)graven, verruimen, dempen of herprofileren van watergangen, sloten en andere waterpartijen; het uitvoeren van grondbewerkingen, waartoe in ieder geval worden gerekend afgraven, woelen, mengen, diepploegen, egaliseren, ontginnen, ophogen en aanleggen van drainage; het uitvoeren van heiwerkzaamheden en het op een of andere wijze indrijven van voorwerpen in de bodem; het aanbrengen van beplantingen, (hout-)gewas en/of bomen welke dieper dan 30 cm wortelen, met uitzondering van landbouwgewassen.
22.2 Uitzonderingen vergunningplicht Een omgevingsvergunning als bedoeld in lid 22.1 is niet vereist voor werken, geen bouwwerken zijnde, of van werkzaamheden: a.
in de situaties genoemd in de tabel in lid 21.1 : 1. voor de bestemming Waarde - Archeologie 3, op een kleinere diepte dan 50 cm onder bestaand maaiveld en/of met een oppervlakte kleiner dan 500 m²; 2. voor de bestemming Waarde - Archeologie 4, op een kleinere diepte dan 50 cm onder bestaand maaiveld en/of met een oppervlakte kleiner dan 2.500 m²; 3. voor de bestemming Waarde - Archeologie 6, op een kleinere diepte dan 50 cm onder bestaand maaiveld en/of met een oppervlakte kleiner dan 2.500 m²;
bestemmingsplan
Grandorse
43
b. c.
die worden uitgevoerd in het kader van het normale onderhoud en beheer van de gronden en de daaraan toegekende bestemmingen(en); die op het moment van inwerkingtreding van het plan in uitvoering waren of konden worden uitgevoerd krachtens een vóór dat tijdstip geldende of aangevraagde vergunning.
22.3 Afwegingskader Het bevoegd gezag verleent de omgevingsvergunning als bedoeld in lid 22.1 alleen indien door de in lid 22.1 genoemde werken, geen bouwwerken zijnde, of van werkzaamheden, dan wel door de gevolgen daarvan, hetzij direct, hetzij indirect de waarden, belangen en/of functies die het plan beoogt te beschermen, niet blijvend onevenredige of niet onevenredig kunnen worden aangetast, dan wel de mogelijkheden voor het herstel van die waarden of functies niet onevenredig worden of kunnen worden verkleind, tenzij hieraan door het stellen van voorwaarden voldoende tegemoet kan worden gekomen. 22.4 Procedure a. De aanvrager van een omgevingsvergunning als bedoeld in lid 22.1 op of in gronden met de hierna genoemde bestemmingen legt een archeologisch onderzoeksrapport over waarin de archeologische waarden van de gronden, die blijkens de aanvraag kunnen worden verstoord, naar het oordeel van het bevoegd gezag in voldoende mate zijn vastgesteld, tenzij op voorhand door het bevoegd gezag is vastgesteld dat het belang van de archeologie niet onevenredig wordt geschaad: 1. Waarde - Archeologie 3; 2. Waarde - Archeologie 4; 3. Waarde - Archeologie 6. b. Voordat het bevoegd gezag een omgevingsvergunning als bedoeld in lid 22.1 verleent, wordt schriftelijk advies gevraagd aan een deskundige.
Bij de volgende bestemmingen is dat de eigenaar / beheerder van de betreffende infrastructuur: Leiding - Gas.
44
bestemmingsplan
Grandorse
Artikel 23
Overige regels
23.1 Prioriteit van de dubbelbestemmingen a. Waar een enkelbestemming uit dit plan samenvalt met een dubbelbestemming geldt primair het bepaalde ten aanzien van de dubbelbestemming; b. Waar dubbelbestemmingen samenvallen gelden: 1. in de eerste plaats de regels van de bestemming 'Leiding - Gas'; 2. in de tweede plaats de regels van de bestemming 'Waterstaat - Profiel van vrije ruimte'; 3. in de derde plaats de regels van de bestemmingen 'Waarde - Archeologie - 3', 'Waarde - Archeologie 4' en 'Waarde - Archeologie 6'. 23.2
Parkeerregels
23.2.1 Parkeernorm a. Bij de uitoefening van de bevoegdheid voor het verlenen van een omgevingsvergunning voor bouwen dient op eigen terrein voldoende parkeergelegenheid te worden gerealiseerd en in stand te worden gehouden. b. Er is sprake van voldoende parkeergelegenheid indien wordt voldaan aan het gemeentelijke beleid ten aanzien van parkeernormen zoals opgenomen in het beleidsdocument 'Nota Parkeernormen Horst aan de Maas' dat is vastgesteld op 3 juli 2019. Hierbij wordt de norm berekend over het nieuw te bouwen of te wijzigen gedeelte. c. Indien het beleidsdocument als bedoeld onder sub b gedurende de planperiode van dit bestemmingsplan wordt gewijzigd, wordt bij de verlening van de omgevingsvergunning rekening gehouden met de wijziging. 23.2.2 Gebruikswijziging Het is verboden om de gebruiksfunctie van gronden en/of gebouwen te wijzigen in een andere gebruiksfunctie passend binnen de bestemming indien daardoor een toename van de parkeerbehoefte ontstaat.
bestemmingsplan
Grandorse
45
Hoofdstuk 4 Artikel 24 24.1
Overgangs- en slotregels
Overgangsrecht
Overgangsrecht bouwwerken
24.1.1 Algemeen Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, danwel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot, a. b.
gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan.
24.1.2 Omgevingsvergunning Het bevoegd gezag kan eenmalig in afwijking van het bepaalde in 24.1.1 een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in 24.1.1 met maximaal 10%. 24.1.3 Uitzondering Het bepaalde in 24.1.1 is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan. 24.2
Overgangsrecht gebruik
24.2.1 Algemeen Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet. 24.2.2 Strijdig gebruik Het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld in 24.2.1, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind. 24.2.3 Onderbroken gebruik Indien het gebruik, bedoeld in 24.2.1, na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten. 24.2.4 Strijd met voorheen geldend bestemmingsplan Het bepaalde in 24.2.1 is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.
46
bestemmingsplan
Grandorse
Artikel 25
Slotregel
Deze regels worden aangehaald als: Regels van het bestemmingsplan Grandorse.
bestemmingsplan
Grandorse
47
Bijlagen bij regels
48
bestemmingsplan
Grandorse
Bijlage 1 Bouwwerken en inrichtingen bij hippisch bedrijf
bestemmingsplan
Grandorse
49
Bijlage 2 Aerius berekening beschikbare depositieruimte
50
bestemmingsplan
Grandorse