03d Regels
Tekst van het document
Bestemmingsplan - Regels -
Grandorse Gemeente Horst aan de Maas
BESTEMMINGSPLAN - Regels -
Grandorse Gemeente Horst aan de Maas
IDN-nummer:
NL.IMRO.1507.KBGRANDORSE-BP02
Status:
vastgesteld
Datum:
november 2025
Locatie Nijmegen Wijchenseweg 102 6538 SX Nijmegen 024 - 322 45 79 info@pouderoyentonnaer.nl www.pouderoyentonnaer.nl
Locatie Rosmalen Berlicumseweg 6D 5248 NT Rosmalen
Inhoudsopgave Hoofdstuk 1 Inleidende regels
4
Artikel 1 Artikel 2
4 13
Begrippen Wijze van meten
Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels
14
Artikel 3 Artikel 4
Agrarisch met waarden Bos
14 16
Artikel 5 Artikel 6 Artikel 7 Artikel 8 Artikel 9 Artikel 10
Gemengd - Hippische boulevard Natuur Sport - Hippisch sportcomplex Verkeer Water Zone hippische bedrijven
18 20 22 24 25 26
Artikel 11 Artikel 12 Artikel 13 Artikel 14 Artikel 15
Leiding - Gas Waarde - Archeologie 3 Waarde - Archeologie 4 Waarde - Archeologie 6 Waterstaat - Profiel van vrije ruimte
31 32 33 34 35
Hoofdstuk 3 Algemene regels
36
Artikel 16 Artikel 17 Artikel 18 Artikel 19 Artikel 20
Anti-dubbeltelregel Algemene bouwregels Algemene gebruiksregels Algemene aanduidingsregels Algemene afwijkingsregels
36 37 38 39 41
Artikel 21 Artikel 22
Algemene wijzigingsregels Omgevingsvergunning voor werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden
42 43
Artikel 23
Overige regels
45
Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels
46
Artikel 24
Overgangsrecht
46
Artikel 25
Slotregel
47
Bijlagen bij regels Bijlage 1
Bouwwerken en inrichtingen bij hippisch bedrijf
Bijlage 2
Aerius berekening beschikbare depositieruimte
2
bestemmingsplan
Grandorse
Toelichting
bestemmingsplan
Grandorse
3
Hoofdstuk 1 Artikel 1
Inleidende regels
Begrippen
1.1 plan: Het bestemmingsplan 'Grandorse' met identificatienummer NL.IMRO.1507.KBGRANDORSE-BP02 van de gemeente Horst aan de Maas. 1.2 bestemmingsplan: De geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels en de daarbij behorende bijlagen. 1.3 aanduiding: Een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden. 1.4 aardkundige waarden: Waarden en kenmerken van een gebied die vanwege geologische, geomorfologische, bodemkundige en (geo)hydrologische verschijnselen en processen en vanwege de natuurlijke ontstaansgeschiedenis van de bodem van belang zijn. 1.5 agrarisch grondgebruik: Het zowel bedrijfsmatig als hobbymatig gebruik van gronden als weidegrond, grasland, akkerbouwgrond en tuinbouwgrond. 1.6 archeologische waarde: De aan een gebied toegekende waarde in verband met de kennis en de studie van de in dat gebied voorkomende overblijfselen van menselijke aanwezigheid of activiteit uit het verleden. 1.7 bebouwing: Eén of meer gebouwen en/of bouwwerken, geen gebouw zijnde. 1.8 bebouwingspercentage: Een in de regels aangegeven percentage, dat de grootte van het daar genoemde gebied aangeeft, dat ten hoogste mag worden bebouwd.
1.9 bed & breakfast: Een overnachtingaccommodatie gericht op het bieden van de mogelijkheid tot een toeristisch en veelal kortdurend verblijf met het serveren van ontbijt. Een bed & breakfast is gevestigd in een (bedrijfs)woning of bijbehorend bouwwerk, is ondergeschikt aan de woonfunctie en wordt gerund door de bewoner van de betreffende (bedrijfs)woning. 1.10 bedrijf: Een inrichting of instelling gericht op het bedrijfsmatig voortbrengen, vervaardigen, bewerken, opslaan, installeren en/of herstellen van goederen dan wel het bedrijfsmatig verlenen van diensten, aan huis verbonden beroepen daaronder niet begrepen.
4
bestemmingsplan
Grandorse
1.11 bedrijfsgebouw: Een gebouw, dat dient voor de uitoefening van een bedrijf. 1.12 bedrijfswoning: Een woning, in of bij een bedrijf of instelling, bestemd voor (het gezin van) een persoon wiens huisvesting daar gelet op de bestemming noodzakelijk is; deze woning wordt begrepen onder de bedrijfsgebouwen. 1.13 begane grond: Het gedeelte van een gebouw dat gelijk is aan het natuurlijk oppervlak van het terrein, zonder enige kunstmatige verhoging c.q. verlaging. Is er sprake van hoogteverschillen in het terrein, dan geldt: de hoogte van het hoogst gelegen aansluitende maaiveld of de gemiddelde hoogte daarvan. 1.14
belemmeringenstrook:
Een strook grond of water waaraan beperkingen kunnen worden opgelegd. 1.15 beperkt kwetsbaar object: Een object waarvoor ingevolge het Besluit externe veiligheid inrichtingen een richtwaarde voor het risico c.q. een risicoafstand is bepaald, waarmee rekening moet worden gehouden. 1.16 Besluit externe veiligheid inrichtingen: Besluit van 27 mei 2004, houdende milieukwaliteitseisen voor externe veiligheid van inrichtingen milieubeheer. 1.17 bestaand bouwwerk: Een bouwwerk dat op het moment van vaststelling van dit plan bestaat of wordt gebouwd, dan wel nadien kan worden gebouwd krachtens een omgevingsvergunning, waarvoor de aanvraag voor het tijdstip van vaststelling is ingediend, tenzij in de regels anders is bepaald en met dien verstande dat onder het voorgaande niet worden begrepen bouwwerken die zijn gebouwd zonder vergunning en/of in strijd zijn met het voorheen geldende bestemmingsplan of de voorheen geldende beheersverordening, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan c.q. die verordening. 1.18
bestaand gebruik:
Het gebruik dat op het moment van de vaststelling van dit plan bestaat, met uitzondering van gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan of de voorheen geldende beheersverordening, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan c.q. die verordening. 1.19 bestemmingsgrens: De grens van een bestemmingsvlak 1.20 bestemmingsvlak: Een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming. 1.21 bijbehorend bouwwerk: Uitbreiding van een hoofdgebouw, dan wel functioneel met een zich op hetzelfde perceel bevindend hoofdgebouw verbonden, daar al dan niet tegen aangebouwd gebouw, of ander bouwwerk, met een dak.
bestemmingsplan
Grandorse
5
1.22 bouwen: Het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk. 1.23 bouwgrens: De grens van een bouwvlak. 1.24 bouwperceel: Een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten. 1.25 bouwperceelsgrens: De grens van een bouwperceel. 1.26 bouwvlak: Een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde zijn toegelaten. 1.27 bouwwerk: Een bouwkundige constructie van enige omvang die direct en duurzaam met de aarde is verbonden. 1.28 dagrecreatie: Een vorm van recreatie waarbij geen sprake is van overnachten en waarbij gebruik wordt gemaakt van al dan niet daarvoor aangelegde of gebouwde voorzieningen. 1.29 deskundige: Een onafhankelijke erkende persoon of organisatie in het vakgebied / op het werkterrein waarop het advies betrekking heeft en die voldoet aan door burgemeester en wethouders te stellen kwalificaties. 1.30 detailhandel: Het bedrijfsmatig te koop aanbieden, waaronder begrepen de uitstalling ten verkoop, het verkopen en/of leveren van goederen aan personen die deze goederen kopen voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit.
1.31 dienstverlening: Het bedrijfsmatig verrichten van activiteiten welke bestaan uit het verlenen van diensten aan derden, met of zonder rechtstreeks contact met het publiek, zoals reis- en uitzendbureaus, stomerijen, wasserettes, makelaars, kappers en pedicures. 1.32 driftgevoelige functie: Voor gewasbeschermingsmiddelen gevoelige functies, zoals wonen, tuin, sport- en speelveldjes, picknickplekken, ligweides. Parkeervoorzieningen, verbindingswegen en -paden worden niet als driftgevoelige functie aangemerkt. 1.33 ecologische waarden: Waarden betreffende de natuurlijke samenhang tussen organismen en hun milieu.
6
bestemmingsplan
Grandorse
1.34 erf: Al dan niet bebouwd perceel, of een gedeelte daarvan, dat direct is gelegen bij een hoofdgebouw en dat in feitelijk opzicht is ingericht ten dienste van het gebruik van dat gebouw, en, voor zover een bestemmingsplan of een beheersverordening van toepassing is, deze die inrichting niet verbieden. 1.35 erfafscheiding: De afbakening van een erf of perceel van een ernaast gelegen erf of perceel, of van de openbare ruimte. 1.36 evenement: een speciale, tijd- en plaatsgebonden gebeurtenis die door een initiatiefnemer (individu, groep of organisatie) bewust is gepland en die gericht is op een bepaalde doelgroep om met een bewust gekozen vorm een bepaald doel te realiseren. Daarbij worden de volgende vormen onderscheiden:
Publieksevenement: een (commercieel) eenmalig of terugkerend evenement dat (al dan niet tegen betaling) voor een ieder toegankelijk is. Een publieksevenement kan op openbare gronden of op eigen terrein worden gehouden, waarbij een publieksevenement op eigen terrein qua locatie en aard van het evenement niet direct verbonden is aan de bedrijfsdoelstellingen en bedrijfsactiviteiten van het ter plaatse gevestigde bedrijf/ de ter plaatse gevestigde bedrijven. Onder een publieksevenement wordt onder andere verstaan festivals, concerten, culturele vieringen en herdenkingen, maar dit kunnen ook niethippisch gerelateerde sportwedstrijden betreffen, zoals hardlopen, mountainbiken of veldrijden; Bedrijfsevenement: een commercieel evenement dat qua aard en locatie direct verbonden is aan de bedrijfsdoelstellingen en bedrijfsactiviteiten van het ter plaatse gevestigde bedrijf/ bedrijven en uitsluitend voor genodigden en betalende bezoekers voor het gevestigde bedrijf/ de gevestigde bedrijven toegankelijk is. Onder een bedrijfsevenement wordt onder andere verstaan particuliere (bedrijfs)feesten, conferenties, marketingevenementen, workshops en seizoensgebonden thematische festiviteiten; Sportevenement: een recreatieve of competitieve sportactiviteit om naar te kijken of aan deel te nemen. Deze evenementen kunnen zowel publiek als bedrijfsgerelateerd zijn.
Het betreffen wedstrijden en sportevenementen verbonden aan een ter plaatse gevestigde sportvereniging (en) en / of -bedrijven.
1.37 extensief dagrecreatief medegebruik: Een aan de bestemming ondergeschikt gebruik voor dagrecreatie van niet-commerciële aard die overwegend is gericht op natuur- en landschapsbeleving, zoals wandelen, fietsen, paardrijden (incl.mennen) of kanovaren, met de daarbij behorende ondergeschikte voorzieningen zoals bewegwijzeringsbordjes, picknickbanken en draaihekjes. 1.38 gebouw: Elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt. 1.39
gebruiksgerichte paardenhouderij:
Een paardenhouderij waar het gebruik van paarden in de vorm van het berijden van of het mennen met paarden, voorop staat, ten behoeve van recreatie en sport. Pensionstalling is eveneens een vorm van gebruiksgerichte paardenhouderij. 1.40 geurgevoelig object: Geurgevoelig object als bedoeld artikel 1 Wet geurhinder en veehouderij. 1.41 gewasbeschermingsmiddelen: Gewasbeschermingsmiddel als bedoeld in artikel 2, eerste lid, van Verordening (EG) nr. 1107/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 21 oktober 2009 betreffende het op de markt brengen van gewasbeschermingsmiddelen en tot intrekking van de Richtlijnen 79/117/EEG en 91/414/EEG van de Raad (PbEU 2009, L 309);
bestemmingsplan
Grandorse
7
1.42 gastenverblijf: Een gebouw bedoeld voor het kortstondig verblijf van kopers van dieren die ter plaatse verhandeld worden en/of deelnemers van een wedstrijd. 1.43 groom: a. iemand die zich bezighoudt met de dagelijkse verzorging van een paard en het assisteren van een ruiter; iemand die rijpaarden verzorgt; b. bijrijder van een koetsier; ook: bijrijder van een menner tijdens een menwedstrijd; hulpkoetsier. 1.44 hoofdgebouw: Gebouw, of gedeelte daarvan, dat noodzakelijk is voor de verwezenlijking van de geldende of toekomstige bestemming van een perceel en, indien meer gebouwen op het perceel aanwezig zijn, gelet op die bestemming het belangrijkst is. 1.45 hippisch bedrijf: Een bedrijf dat zich richt op het voortbrengen (fokken), africhten en/of trainen en/of verhandelen van paarden en/of zich richt op stalling en/of het inzetten van paarden ten behoeve van de recreatie en sport (gebruiksgericht en productiegerichte paardenhouderij). 1.46 hippische voorzieningen: Onoverdekte voorzieningen, al dan niet in de vorm van een bouwwerk, ten behoeve van een hippisch bedrijf zoals paddocks, longeercirkel, stapmolen, aquatrainer, pistes en buitenbakken. 1.47 hippisch gerelateerd bedrijf: Een bedrijf dat zich bedrijfsmatig richt op hippische bedrijven en/of op bezoekers van, en/of deelnemers aan de paardensport.
1.48 hippisch hulpbedrijf: Een aan de hippische sport verwant bedrijf dat zich richt op het leveren van diensten en goederen aan hippische bedrijven. 1.49
hippisch opleidingsinstituut:
Een hippisch bedrijf met tevens opleidingsvoorzieningen in de vorm van lesruimten alsmede een appartementencomplex met algemene verblijfsruimten (waaronder een keuken met restaurant en diverse ontspanningsruimten). 1.50
horeca I:
Een bedrijf of instelling waar bedrijfsmatig dranken en/of etenswaren voor gebruik ter plaatse worden verstrekt en/of bedrijfsmatig logies wordt verstrekt, niet zijnde horeca II. 1.51 horeca II: Elke voor het publiek, al dan niet tegen betaling toegankelijke lokaliteit, die (nagenoeg) geheel is ingericht of wordt gebruikt voor het dansen, zoals discotheken en dancings, waarin al dan niet dranken voor gebruik ter plaatse worden verstrekt. Daarnaast een inrichting waarin een kans- of behendigheidsspel wordt uitgeoefend.
8
bestemmingsplan
Grandorse
1.52 horeca: Een bedrijf waar dranken en/of etenswaren voor gebruik ter plaatse worden verstrekt en/of waarin logies wordt verstrekt, zoals een café, restaurant, hotel, pension, en naar de aard en openingstijden daarmee gelijk te stellen bedrijven, één en ander al dan niet in combinatie met een vermaaksfunctie met uitzondering van een erotisch getinte vermaaksfunctie. 1.53 houtopstand: Begroeiing die geheel of gedeeltelijk bestaat uit bomen en/of struiken, voor zover niet vallend onder de Boswet tenzij het om laagstamfruitbomen met de bijbehorende windsingels gaat. 1.54 huishouden: Een aantal aan elkaar door familie- of daarmee gelijk te stellen -band gerelateerde personen, dat gezamenlijk één eenheid vormt en als zodanig ook gebruik maakt van dezelfde voorzieningen in één woning, zoals een gezin, een gezin met inwonende ouders of een woongroep. 1.55 internationale werknemer: Tijdelijke arbeider, die het hoofdverblijf elders heeft. 1.56 kelder: Een gedeelte van een gebouw, dat is gelegen binnen de buitenwerkse gevelvlakken en wordt afgedekt door een vloer waarvan de bovenkant minder dan 1,20 m boven het peil is gelegen.
1.57 kleinschalige horeca: Een inrichting ten behoeve van het bedrijfsmatig verstrekken van etenswaren en drank, met een totaal oppervlak van maximaal 100 m2 waarbij maximaal 30% van de aanwezige bebouwing op het bouwperceel mag worden benut ten behoeve van de horeca. De openingstijden (inclusief terras) van de inrichting liggen tussen 7.00 en 19.00 uur. 1.58 kwetsbaar object: De definitie als opgenomen in het Besluit externe veiligheid inrichtingen; 1.59
landschapselement:
Een element dat samenhangt met de ondergrond en de ontwikkelingsgeschiedenis van het landschap en het oorspronkelijke landgebruik, zoals een bosschage, houtwal, houtsingel of steilrandbeplanting. 1.60 lawaaisport: Een sportactiviteit waarbij motorisch of mechanisch geluid wordt geproduceerd dat zodanig is dat het omgevingsgeluid wordt overschreden, waaronder in ieder geval begrepen de rallysport, motorsport, (model)vliegsport; de jachtsport wordt hier niet onder begrepen. 1.61 longeercirkel: Ruimte in de vorm van een cirkel, waarin aan een paard onder begeleiding een specifieke training gegeven kan worden.
bestemmingsplan
Grandorse
9
1.62 longstay-appartementen: Appartementen -niet zijnde een woning- waarvan de gebruiker, die elders een hoofdverblijf heeft, de intentie heeft om voor beperkte, middellange duur, een verblijfsruimte te gebruiken, waarbij hij/zij voornemens- en akkoord is om daar maximaal voor die bepaalde tijd te verblijven; de gebruiker van de binnen dit bestemmingsplan toegestane longstay - appartementen, dient een (werk)relatie te hebben met het bedrijf waarop de longstay-appartementen aanwezig zijn. 1.63 maaiveld: De bovenkant van het terrein dat een gebouw/bouwwerk omgeeft. 1.64 manege: Een zelfstandig dagrecreatief bedrijf voor het beoefenen van de paardensport dat derden de mogelijkheid biedt om op het manegeterrein of in de omgeving ervan te rijden en/of te trainen (dressuur) met (manege)paarden, die al dan niet gestald worden op het manegeterrein; een en ander met ondersteunende kleinschalige horeca-activiteiten en inclusief pensionstalling. 1.65 mennen: Een aanspanning besturen vanaf een kar of een wagen. 1.66 natuurnetwerk Limburg: Het natuurnetwerk Limburg is het provinciaal netwerk van bestaande en nieuw aan te leggen natuurgebieden. Het netwerk moet natuurgebieden beter verbinden met elkaar en met het omringende agrarisch gebied.
1.67 natuurvriendelijke verlichting: Verlichting, waarbij de kleurstelling en/of de hoogte en/of de schijnrichting zodanig is uitgevoerd dat deze geen wezenlijke negatieve invloed heeft op de aanwezigheid en het gedrag van (nacht)dieren. 1.68 natuurwaarden: De aan een gebied toegekende waarde gekenmerkt door geologische, geomorfologische, bodemkundige en biologische elementen, zowel afzonderlijk als in onderlinge samenhang. 1.69
nevenactiviteit:
Een bedrijfs- of beroepsmatige activiteit die in ruimtelijk, functioneel opzicht duidelijk ondergeschikt is aan de op de ingevolge dit bestemmingsplan toegestane hoofdfunctie op een bouwperceel. 1.70 normaal onderhoud, gebruik en beheer: Een gebruik gericht op het in zodanige conditie houden of brengen van objecten dat het voortbestaan van deze objecten op tenminste het bestaande kwaliteitsniveau wordt bereikt. 1.71 open erf- en terreinafscheidingen: Erf- en terreinafscheidingen met een zodanig open constructie, dat de das ongehinderd doorgang heeft/blijft houden. 1.72 paardenbak: Een onoverdekte, als zodanig herkenbare ruimte, al dan niet omsloten, bedoeld voor het trainen, rijden en berijden van paarden en pony's, met eventueel een bodem van zand, hout, boomschors of ander materiaal om de bodem te verstevigen en al dan niet voorzien van drainage.
10
bestemmingsplan
Grandorse
1.73 paddock: Een niet-begroeide uitloop, voorzien van omheining voor paarden om enige tijd vrij te bewegen. 1.74 peil: a. Voor gebouwen: de hoogte van de bovenzijde van de afgewerkte begane grondvloer en/of de hoofdtoegang van het gebouw; b. Voor bouwwerken, geen gebouw zijnde: de gemiddelde hoogte van het aansluitende, afgewerkte terrein ter plaatse van het bouwperceel. 1.75 productiegerichte paardenhouderij: Een bedrijf gericht op het voortbrengen (fokken), africhten, trainen en verhandelen van paarden. 1.76
recreatie:
Activiteiten en mogelijkheden voor ontspanning c.q. vrijetijdsbesteding. 1.77 toename van stikstofemissie: a. Er is sprake van een toename van stikstofemissie door het gebruik van gronden en bouwwerken wanneer de emissie van stikstof (N/kg/jaar*) meer bedraagt dan de emissie van stikstof (N/kg/jaar*) afkomstig van het feitelijk bestaande, planologisch legale gebruik van gronden en bouwwerken, voorafgaand aan de vaststelling van het plan. b. Indien sprake is van een gelijkblijvende of een afname van emissie N/kg/jaar afkomstig van het, ten tijde van de vaststelling van het plan feitelijk aanwezige en planologisch legale, gebruik van de betreffende gronden en bouwwerken, maar wel sprake is van een hogere stikstofdepositie veroorzaakt op voor stikstof gevoelige habitats in een Natura 2000-gebied ten opzichte van de referentiesituatie, dan wordt dit eveneens beschouwd als een toename van stikstofemissie; c. Als uitzondering op lid a en lid b van deze bepaling geldt het volgende: er is geen sprake van een toename van stikstofemissie wanneer er sprake is van de volgende situatie: 1. de toename van de stikstofdepositie op voor stikstof gevoelige en voor stikstof overbelaste habitats in een Natura 2000-gebied ten gevolge van een toename van stikstofemissie zoals bedoeld in lid a en lid b van deze bepaling, kleiner is dan 0,005 mol/ha/jaar. 2.
de toename van de stikstofdepositie op voor stikstof gevoelige en voor stikstof overbelaste habitats in een Natura 2000-gebied ten gevolge van een toename van stikstofemissie door hippische activiteiten zoals bedoeld in lid a en lid b van deze bepaling, is niet groter dan de gezamenlijke depositie van de saldogevers die door de gemeente Horst aan de Maas zijn verworven t.b.v. Grandorse en zijn ingebracht in de depositiebank De Peelbergen, ten tijde van vaststelling van het bestemmingsplan Grandorse. zoals opgenomen in de AERIUS-berekening, zie Bijlage 2 van de regels. * wanneer in deze regels 'emissie N/kg/jaar' wordt gebruikt, wordt de hiervan onderdeel uitmakende hoofdletter 'N' bedoeld als verzamelnaam voor NH3 en NOx. 1.78 voorzieningen van openbaar nut: Voorziening ten behoeve van het openbare nut, zoals transformatorhuisjes, gasreduceerstations, schakelhuisjes, duikers, bemalingsinstallaties, gemaalgebouwtjes, voorzieningen ten behoeve van (ondergrondse) afvalinzameling en apparatuur voor telecommunicatie. 1.79 waterhuishoudkundige voorzieningen: Voorzieningen die nodig zijn ten behoeve van een goede wateraanvoer, waterafvoer, waterberging, hemelwaterinfiltratie en/of waterkwaliteit zoals duikers, stuwen, infiltratievoorzieningen, gemalen, inlaten etc.
bestemmingsplan
Grandorse
11
1.80 wet/wettelijke regelingen: Indien en voor zover in deze regels wordt verwezen naar wettelijke regelingen c.q. verordeningen e.d., dienen deze regelingen te worden gelezen zoals deze luiden op het tijdstip van de tervisielegging van het ontwerpplan, tenzij anders bepaald. 1.81 woning: Een (gedeelte van een) gebouw dat dient voor de huisvesting van één afzonderlijk huishouden.
12
bestemmingsplan
Grandorse
Artikel 2
Wijze van meten
Bij toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten: 2.1 de bouwhoogte van een bouwwerk Vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een overig bouwwerk met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes, en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen. 2.2 de dakhelling Langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak. 2.3 de goothoogte van een bouwwerk Vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel. 2.4 de inhoud van een bouwwerk Tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidingsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen. 2.5 de oppervlakte van een bouwwerk Tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk. 2.6 de afstand tot de zijdelingse perceelsgrens Tussen de zijdelingse grenzen van een bouwperceel, niet de voor- en achterzijde van het bouwperceel zijnde, en het eigendom van derden, waar de afstand het kortste is.
bestemmingsplan
Grandorse
13
Hoofdstuk 2 Artikel 3
Bestemmingsregels
Agrarisch met waarden
3.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Agrarisch met waarden' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b. c. d.
agrarisch grondgebruik; extensief dagrecreatief medegebruik; bescherming van aardkundige waarden; het behoud, de bescherming, de ontwikkeling en/of het herstel van de desbetreffende cultuurhistorische, landschappelijke en natuurlijke waarden van de Peelbossen, als opgenomen in art. 19.1; e. uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van verkeer – overloop parkeren', voor het gebruik als overloopparkeergebied voor de nabij gelegen bestemming Sport - Hippisch sportcomplex; met de daarbij behorende: f. g. h. i.
wandel- en fietspaden, ruiter- en menpaden; voorzieningen van openbaar nut; water en waterhuishoudkundige voorzieningen; groenvoorzieningen, natuur- en landschapselementen.
3.2
Bouwregels
3.2.1 Algemeen Op de gronden als bedoeld in lid 3.1, mogen uitsluitend bouwwerken, geen gebouw zijnde, ten behoeve van de bestemming worden gebouwd, waaronder: a. b.
erf- en terreinafscheidingen uitsluitend in de vorm van een open constructie; recreatieve voorzieningen ten behoeve van het extensief dagrecreatief medegebruik, zoals bankjes, picknicktafels en bewegwijzering.
3.2.2
Bouwwerken, geen gebouw zijnde
De maatvoering voor bouwwerken, geen gebouw zijnde is als volgt: Bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouw zijnde
min.
max.
open erf -en terreinafscheidingen
n.v.t.
1m
overige bouwwerken, geen gebouw n.v.t. zijnde
2m
3.3
Afwijken van de bouwregels
3.3.1 Hoogte erf- en terreinafscheidingen Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 3.2.2 ten behoeve van het ophogen van de maximale hoogte voor erf- en terreinafscheidingen onder de volgende voorwaarden: a. b. c. d.
14
de bouwhoogte bedraagt maximaal 2 m; de grotere hoogte is noodzakelijk in verband met de agrarische bedrijfsvoering; er is sprake van open erf- en terreinafscheidingen; het realiseren van de erf- of terreinafscheiding leidt niet tot een onevenredige aantasting van de in artikel 3.1 onder c en d opgenomen waarden.
bestemmingsplan
Grandorse
3.4
Specifieke gebruiksregels
3.4.1 Strijdig gebruik Tot een strijdig gebruik van gronden en bouwwerken met deze bestemming wordt in ieder geval gerekend a. b. c.
het gebruik van gronden en bouwwerken, waarbij een toename van stikstofemissie plaatsvindt vanuit de betreffende gronden of bouwwerken; het gebruik van de gronden voor fruitteelt en boomgaarden; het gebruik van de gronden en bouwwerken voor lawaaisporten.
3.5 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden Het bepaalde in artikel 22 is van toepassing. 3.6
Wijzigingsbevoegdheden
3.6.1 Wijzigen in de bestemming 'Natuur' Het bevoegd gezag kan de bestemming 'Agrarisch met waarden' wijzigen in de bestemming 'Natuur', met dien verstande dat: a. b.
het terrein is verworven voor de inrichting als natuurgebied of strategische waterberging, dan wel hebben de eigenaar en/of gebruiker schriftelijk ingestemd met de natuurontwikkeling; de wijziging niet leidt tot: 1. een onevenredige aantasting van gebruiks- en ontwikkelingsmogelijkheden van nabijgelegen gronden en bebouwing; 2. negatieve effecten op de waterhuishouding, mits burgemeester en wethouders vooraf schriftelijk advies hebben aangevraagd aan de waterbeheerder.
bestemmingsplan
Grandorse
15
Artikel 4
Bos
4.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Bos' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b. c. d. e.
houtproductie; extensief dagrecreatief medegebruik; bescherming van aardkundige waarden; behoud en herstel van aanwezige poelen en watergangen; het behoud, de bescherming, de ontwikkeling en/of het herstel van de desbetreffende cultuurhistorische, landschappelijke en natuurlijke waarden van de Peelbossen als opgenomen in art. 19.1; met de daarbij behorende: f. g. h. i. j.
verkeers- en parkeervoorzieningen; wandel- en fietspaden, ruiter- en menpaden; voorzieningen van openbaar nut; water en waterhuishoudkundige voorzieningen; groenvoorzieningen, natuur- en landschapselementen.
4.2
Bouwregels
4.2.1 Algemeen Op de gronden als bedoeld in lid 4.1, mogen uitsluitend bouwwerken, geen gebouw zijnde, ten behoeve van de bestemming worden gebouwd, waaronder: a. b. c. d.
erf- en terreinafscheidingen uitsluitend in de vorm van een open constructie; recreatieve voorzieningen ten behoeve van het extensief dagrecreatief medegebruik, zoals bankjes, picknicktafels en bewegwijzering; voorzieningen ten behoeve van bos- en natuurbeheer, zoals voederbergingen of voederruiven voor wild; hoogzitten.
4.2.2 Bouwwerken, geen gebouw zijnde De maatvoering voor bouwwerken, geen gebouw zijnde, is als volgt: Bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouw zijnde
min.
max.
Erf- en terreinafscheidingen
n.v.t.
1m
Hoogzit
n.v.t.
3,5 m
n.v.t.
2m
min.
max.
Voederberging of voerruif voor wild n.v.t.
3 m³
Overige bouwwerken, geen gebouw zijnde Inhoud bouwwerk, geen gebouw zijnde
16
bestemmingsplan
Grandorse
4.3
Afwijken van de bouwregels
4.3.1 Hoogte erf- en terreinafscheidingen Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 4.2.2 ten behoeve van het ophogen van de maximale hoogte voor erf- en terreinafscheidingen onder de volgende voorwaarden: a. b. c. d.
de bouwhoogte bedraagt maximaal 2 m; de grotere hoogte is noodzakelijk in verband met het gebruik ter plaatse; er is sprake van open erf- en terreinafscheidingen; het realiseren van de erf- of terreinafscheiding leidt niet tot een onevenredige aantasting van de in artikel 4.1 onder c en e opgenomen waarden.
4.3.2 Gebouw extensief recreatief medegebruik Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 4.2 ten behoeve van gebouwen in verband met het extensief recreatief medegebruik, met dien verstande dat: a. b. c.
4.4
de inhoud niet meer bedraagt dan 50 m3; de hoogte niet meer bedraagt dan 4,5 m; het gebouw leidt niet tot een onevenredige aantasting van de in artikel 4.1 onder c en e opgenomen waarden. Specifieke gebruiksregels
4.4.1 Strijdig gebruik Tot een strijdig gebruik van gronden en bouwwerken met deze bestemming wordt in ieder geval gerekend: a. b. c.
het gebruik van gronden en bouwwerken, waarbij een toename van stikstofemissie plaatsvindt vanuit de betreffende gronden of bouwwerken; het gebruik van gronden en bouwwerken voor agrarische doeleinden, tenzij voorzover dat ten dienste staat van de instandhouding of ontwikkeling van de landschappelijke en/of natuurwaarden; het gebruik van de gronden en bouwwerken voor lawaaisporten.
4.5 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden Het bepaalde in artikel 22 is van toepassing.
bestemmingsplan
Grandorse
17
Artikel 5 5.1
Gemengd - Hippische boulevard
Bestemmingsomschrijving
5.1.1 Algemeen De voor 'Gemengd - Hippische boulevard' aangewezen gronden zijn bestemd voor de volgende hippisch gerelateerde bedrijven, voorzieningen en het gebruik hiervan, al dan niet in de vorm van bedrijfsverzamelgebouwen: a. b. c. d. e.
detailhandelsbedrijven, handelsbedrijven, dienstverlenende bedrijven en sport-medische bedrijven; educatieve en congresfaciliteiten; horecavoorzieningen; inpandige bedrijfswoningen in de vorm van appartementen; uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van verkeer – overloop parkeren', voor het gebruik als overloopparkeergebied voor de naastgelegen bestemming Sport - Hippisch sportcomplex; en de daarbij behorende: f. g. h. i. j.
tuinen, erven en terreinen; paden, wegen, ontsluitings- en parkeervoorzieningen; voorzieningen van openbaar nut; water en waterhuishoudkundige voorzieningen; groenvoorzieningen, natuur en landschapselementen, landschappelijke inpassing.
5.1.2 Voorwaardelijke verplichting a. Bij de aanvraag van een omgevingsvergunning voor de bouw van een bedrijfsgebouw dient met een - door een gemeentelijke deskundige goedgekeurd - landschapsplan te worden aangetoond, dat er sprake is van een zorgvuldige landschappelijke inpassing van het bouwperceel. b. Binnen 2 jaar na afgifte van een omgevingsvergunning voor de bouw van het bedrijfsgebouw op een bouwperceel dient de landschappelijke inpassing te zijn gerealiseerd. De landschappelijke inpassing dient vervolgens in stand te worden gehouden. 5.2
Bouwregels
5.2.1 Algemeen Op de gronden als bedoeld in lid 5.1, mogen uitsluitend gebouwen en bouwwerken, geen gebouw zijnde, ten behoeve van de bestemming worden gebouwd. 5.2.2 Bebouwingspercentage Maximaal 30% van een bestemmingsvlak mag worden bebouwd. 5.2.3 Gebouwen De maatvoering voor gebouwen en bijbehorende bouwwerken is als volgt: Bedrijfsgebouwen
min.
max.
Goothoogte
n.v.t.
7m
Bouwhoogte
n.v.t.
11 m
5.2.4 Bouwwerken, geen gebouw zijnde De maatvoering voor bouwwerken, geen gebouw zijnde is als volgt: Bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouw zijnde
18
min.
max.
bestemmingsplan
Grandorse
Erf- en terreinafscheidingen
n.v.t.
2m
Licht- en vlaggenmasten en antennes
n.v.t.
6m
Overige bouwwerken, geen gebouw n.v.t. zijnde
2m
5.3
Specifieke gebruiksregels
5.3.1 Algemeen Tot een strijdig gebruik van gronden en bouwwerken met deze bestemming wordt in ieder geval gerekend: a. b. c. d.
het gebruik van gronden en bouwwerken, waarbij een toename van stikstofemissie plaatsvindt vanuit de betreffende gronden of bouwwerken; het gebruik van gronden en opstallen voor horeca II; het huisvesten van internationale werknemers; het gebruik voor bedrijvigheid anders dan hippisch gerelateerde bedrijven die functioneel gebonden zijn aan het plangebied door zich met name te richten op: 1. de hippische bedrijven binnen het plangebied; of 2. de bezoekers van de aan de binnen het plangebied te houden wedstrijden of andere evenementen in het kader van de paardensport danwel van de binnen het plangebied aanwezige hippische bedrijven; of 3. de deelnemers aan de binnen het plangebied te houden wedstrijden of andere evenementen in het kader van de paardensport.
5.3.2 Gebruiksregels bij inrichting van de gronden Bij de inrichting van de gronden binnen deze bestemming gelden de de volgende ruimtelijke randvoorwaarden: a. b.
maximaal 35% van de oppervlakte van het bouwperceel mag worden ingericht ten behoeve van openbare voorzieningen in de vorm van wegen, in- en uitritten, parkeerplaatsen e.d; minimaal 35% van de oppervlakte van het bouwperceel is bestemd voor de landschappelijke groene inpassing.
5.3.3 Gebruik buitenverlichting overeenkomstig de bestemming Onder gebruik van buitenverlichting in de vorm van lichtmasten en buitenverlichting aan bouwwerken overeenkomstig de bestemming, wordt verstaan een zodanig gebruik van lichtmasten en buitenverlichting dat: a. b. c. d. e.
buitenverlichting zo veel mogelijk gericht staat op het te verlichten object; het gebruik van lichtmasten uitsluitend is toegestaan tussen 7.00 uur en 23.00 uur lichtmasten voorzien zijn van natuurvriendelijke verlichting; armaturen een naar beneden gerichte uitstraling hebben; de verlichtingssterkte buiten het bestemmingsvlak niet meer is dan 1 lux.
bestemmingsplan
Grandorse
19
Artikel 6
Natuur
6.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Natuur' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a.
het behoud, de bescherming, de ontwikkeling en/of het herstel van de desbetreffende cultuurhistorische, landschappelijke en natuurlijke waarden van de Peelbossen, als opgenomen in art. 19.1; b. ontwikkeling en beheer van natuurwaarden van de binnen het Natuurnetwerk Limburg gelegen gronden/watergangen; c. bescherming van aardkundige waarden; d. extensief dagrecreatief medegebruik; e. waterberging ter plaatse van de aanduiding 'waterberging'; f. behoud en instandhouding van een grondwal ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - wal'. met de daarbij behorende: g. h. i. j. k.
bestaande verkeers- en parkeervoorzieningen; bestaande paden, ruiter- en menpaden; voorzieningen van openbaar nut; water en waterhuishoudkundige voorzieningen; natuur- en landschapselementen.
6.2
Bouwregels
6.2.1 Algemeen Op de gronden als bedoeld in lid 6.1, mogen uitsluitend bouwwerken, geen gebouw zijnde, ten behoeve van de bestemming worden gebouwd, waaronder: a. b. c. d.
erf- en terreinafscheidingen uitsluitend in de vorm van een open constructie recreatieve voorzieningen ten behoeve van het extensief dagrecreatief medegebruik, zoals bankjes, picknicktafels en bewegwijzering; voorzieningen ten behoeve van bos- en natuurbeheer, zoals voederbergingen of voederruiven voor wild; hoogzitten.
6.2.2 Bouwwerken, geen gebouw zijnde De maatvoering voor bouwwerken, geen gebouw zijnde, is als volgt: Bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouw zijnde
min.
max.
Erf- en terreinafscheidingen
n.v.t.
1m
Hoogzit
n.v.t.
3,5 m
Overige bouwwerken, geen gebouw n.v.t. zijnde
2m
Inhoud bouwwerken, geen gebouw min. zijnde
max.
Voederberging of voerruif voor wild n.v.t.
3 m³
20
bestemmingsplan
Grandorse
6.3
Afwijken van de bouwregels
6.3.1 Hoogte erf- en terreinafscheidingen Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 6.2.2 ten behoeve van het ophogen van de maximale hoogte voor erf- en terreinafscheidingen onder de volgende voorwaarden: a. b. c. d.
de bouwhoogte bedraagt maximaal 2 m; de grotere hoogte is noodzakelijk in verband met het gebruik ter plaatse; er is sprake van open erf- en terreinafscheidingen; het realiseren van de erf- of terreinafscheiding niet leidt tot een onevenredige aantasting van de in artikel 6.1 onder a en c opgenomen waarden.
6.3.2 Gebouw extensief recreatief medegebruik Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 6.2.1 ten behoeve van gebouwen in verband met het extensief recreatief medegebruik, met dien verstande dat: a. b. c.
6.4
de inhoud niet meer bedraagt dan 50 m3; de hoogte niet meer bedraagt dan 4,5 m; het gebouw niet leidt tot een onevenredige aantasting van de in artikel 6.1 onder a en c opgenomen waarden. Specifieke gebruiksregels
6.4.1 Strijdig gebruik Tot een strijdig gebruik van gronden en bouwwerken met deze bestemming wordt in ieder geval gerekend: a. b. c.
het gebruik van gronden en bouwwerken, waarbij een toename van stikstofemissie plaatsvindt vanuit de betreffende gronden of bouwwerken; het gebruik van gronden en bouwwerken voor agrarische doeleinden, tenzij voorzover dat ten dienste staat van de instandhouding of ontwikkeling van de natuurwaarden; het gebruik van de gronden en bouwwerken voor lawaaisporten.
6.5 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden Het bepaalde in artikel 22 is van toepassing.
bestemmingsplan
Grandorse
21
Artikel 7 7.1
Sport - Hippisch sportcomplex
Bestemmingsomschrijving
7.1.1 Algemeen De voor 'Sport - Hippisch sportcomplex' aangewezen gronden zijn bestemd voor sport- en wedstrijdvoorzieningen en het gebruik hiervan ten behoeve van de hippische sport in de vorm van: a. b. c.
dagrecreatieve voorzieningen; hippische voorzieningen, waaronder polo-, men, spring- en dressuurvoorzieningen; hippisch sportcentrum met rijhallen en paardenstallen en wedstrijd-, trainings-, stalling en opslagfaciliteiten, vergader- en congresfaciliteiten, kantoren en ontvangstruimten en horeca; d. ter plaatse van de aanduiding 'evenemententerrein' een terrein voor het houden van evenementen; e. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van sport - stallencomplex' een stallencomplex met een capaciteit voor maximaal 485 paarden met bijbehorende voorzieningen en bouwwerken; f. ter plaatse van de aanduiding 'manege', een manege annex paardenpension; g. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van sport - werkschuur/kantine', een werkschuur ten behoeve van opslag van materialen, alsmede kantine en sanitaire voorziening; met de daarbij behorende: h. i. j. k. l. 7.2
tuinen, erven en terreinen; paden, wegen, ontsluitings- en parkeervoorzieningen; voorzieningen van openbaar nut; water en waterhuishoudkundige voorzieningen; groenvoorzieningen, natuur en landschapselementen, landschappelijke inpassing. Bouwregels
7.2.1 Algemeen Op de gronden als bedoeld in lid 7.1, mogen uitsluitend gebouwen en bouwwerken, geen gebouw zijnde, ten behoeve van de bestemming worden gebouwd. 7.2.2 Gebouwen Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende regels: a.
b.
gebouwen mogen uitsluitend worden opgericht binnen een bouwvlak, met dien verstande dat: 1. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van sport - werkschuur/kantine' eveneens gebouwen zijn toegestaan, in de vorm van een werkschuur van maximaal 2.000 m2 ; in afwijking van het hierna bepaalde in 7.2.3 geldt voor gebouwen binnen de aanduiding 'manege' een maximale goothoogte van 4 m en een maximale bouwhoogte van 8 m.
7.2.3 Bedrijfsgebouwen De maatvoering voor bedrijfsgebouwen is als volgt: Bedrijfsgebouwen
min.
max.
Goothoogte
n.v.t.
7 m, met uitzondering van de gronden ter plaatse van de aanduiding 'maximum goothoogte', waarvoor geldt dat de goothoogte niet meer mag bedragen dan is aangegeven.
Bouwhoogte
n.v.t.
11m
22
bestemmingsplan
Grandorse
7.2.4 Bouwwerken, geen gebouw zijnde De maatvoering voor bouwwerken, geen gebouw zijnde, is als volgt: Bouwhoogte van bouwwerk, geen min. gebouw zijnde
max.
Erf- en terreinafscheidingen
n.v.t.
2m
Hippische voorzieningen
n.v.t.
8m
n.v.t.
12 m
Licht- en vlaggenmasten antennes
en
Overige bouwwerken, geen gebouw n.v.t. zijnde 7.3
2m
Specifieke gebruiksregels
7.3.1 Strijdig gebruik Tot een strijdig gebruik van gronden en bouwwerken met deze bestemming wordt in ieder geval gerekend: a. b. c. d. e.
het gebruik van gronden en bouwwerken, waarbij een toename van stikstof plaatsvindt vanuit de betreffende gronden of bouwwerken; het gebruik van gronden en bouwwerken voor (al dan niet tijdelijk) wonen; het huisvesten van internationale werknemers; het gebruik van gronden en bouwwerken voor horeca II; het gebruik van de gronden en bouwwerken voor lawaaisporten.
7.3.2 Gebruik buitenverlichting overeenkomstig de bestemming Onder gebruik van buitenverlichting in de vorm van lichtmasten en buitenverlichting aan bouwwerken overeenkomstig de bestemming, wordt verstaan een zodanig gebruik van lichtmasten en buitenverlichting dat: a. b. c. d. e. 7.4
buitenverlichting zo veel mogelijk gericht staat op het te verlichten object; het gebruik van lichtmasten uitsluitend is toegestaan tussen 7.00 uur en 23.00 uur; lichtmasten voorzien zijn van natuurvriendelijke verlichting; armaturen een naar beneden gerichte uitstraling hebben; de verlichtingssterkte buiten het bestemmingsvlak niet meer is dan 1 lux. Afwijken van de gebruiksregels
7.4.1 Longstay-appartementen Het bevoegd gezag kan door middel van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 7.3.1 onder b. ten behoeve van het toestaan van maximaal 2 inpandige longstay-appartementen voor grooms, stagiaires, en/of (buitenlandse) ruiters bij het hippisch sportcentrum, met dien verstande dat: a. b. c. d. e. f.
de longstay-appartementen noodzakelijk zijn ten behoeve van een doelmatig gebruik van de bestemming; de appartementen het gehele jaar gebruikt mogen worden; de oppervlakte per appartement niet meer bedraagt dan 55 m2; permanente bewoning van de longstay-appartementen niet is toegestaan; het uitsluitend huisvesting betreft van grooms, stagiaires, en/of (buitenlandse) ruiters die elders hun hoofdverblijf hebben en binnen het hippisch centrum paarden verzorgen/trainen; longstay-appartementen op een afstand van minimaal 25 m van een hippisch bedrijf van derden worden gesitueerd.
bestemmingsplan
Grandorse
23
Artikel 8
Verkeer
8.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Verkeer' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b. c. d.
verkeersdoeleinden, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'brug', voor een brug. het behoud, de bescherming, de ontwikkeling en/of het herstel van de desbetreffende cultuurhistorische, landschappelijke en natuurlijke waarden van de Peelbossen, als opgenomen in art. 19.1; ter plaatse van de aanduiding 'parkeerterrein' mede voor het parkeren van motorvoertuigen;
met de daarbij behorende: e. f. g. h. i. j. 8.2
groenvoorzieningen, geluidswerende voorzieningen en verkeersregulerende voorzieningen; bermen en wegbeplantingen; wandel- en fietspaden, ruiter-, en menpaden; faunapassages; voorzieningen van openbaar nut; water en waterhuishoudkundige voorzieningen. Bouwregels
8.2.1 Algemeen Op de gronden als bedoeld in lid 8.1, mogen uitsluitend bouwwerken, geen gebouw zijnde, ten behoeve van de bestemming worden gebouwd. 8.2.2 Bouwwerken, geen gebouw zijnde De maatvoering voor bouwwerken, geen gebouw zijnde, is als volgt: Bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouw zijnde
min.
max.
Lichtmasten
n.v.t.
18 m
Overige bouwwerken, geen gebouw n.v.t. zijnde
15 m
8.3
Specifieke gebruiksregels
8.3.1 Strijdig gebruik Onder strijdig gebruik van gronden en bouwwerken met deze bestemming wordt in ieder geval begrepen het vergroten van het aantal rijstroken.
24
bestemmingsplan
Grandorse
Artikel 9
Water
9.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Water' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a.
het behoud, de bescherming, de ontwikkeling en/of het herstel van de desbetreffende cultuurhistorische, landschappelijke en natuurlijke waarden van de Peelbossen, als opgenomen in art. 19.1; b. ontwikkeling en beheer van natuurwaarden van de binnen het Natuurnetwerk Limburg gelegen gronden/watergangen; c. bescherming, beheer en onderhoud van de betreffende watergang of beek; d. de ontvangst, berging en/of afvoer van water; e. extensief recreatief medegebruik; met de daarbij behorende: f. g. h. i.
water- en waterhuishoudkundige voorzieningen; voorzieningen, zoals groenvoorzieningen, en verkeers- en verkeersregulerende voorzieningen; bermen paden en wegbeplantingen; voorzieningen van openbaar nut.
9.2 Bouwregels Op de gronden als bedoeld in lid 9.1 mogen uitsluitend bouwwerken, geen gebouw zijnde, ten behoeve van de bestemming worden gebouwd, met dien verstande dat de bouwhoogte niet meer dan 3 m mag bedragen.
bestemmingsplan
Grandorse
25
Artikel 10 10.1
Zone hippische bedrijven
Bestemmingsomschrijving
10.1.1 Algemeen De voor 'Zone hippische bedrijven' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a.
hippische bedrijven (zijnde gebruiks- en of productiegerichte paardenhouderijen) met bijbehorende bouwwerken en voorzieningen; b. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf - hippische campus' tevens voor een hippisch opleidingsinstituut; met de daarbij behorende: c. d. e. f. g. h.
bedrijfswoningen; tuinen, erven en terreinen; paden, wegen, ontsluitings- en parkeervoorzieningen; voorzieningen van openbaar nut; water en waterhuishoudkundige voorzieningen; groenvoorzieningen, natuur en landschapselementen.
10.1.2
Nadere detaillering
a Gekoppeld bestemmingsvlak Indien blijkens de aanduiding 'relatie' sprake is van een gekoppeld bestemmingsvlak dan zijn hierop de bepalingen met betrekking tot een "enkel" bestemmingsvlak van overeenkomstige toepassing. b Nadere detaillering ter plaatse van het bestemmingsvlak Als aanvulling op hetgeen is gesteld in artikel 10.1 geldt het volgende: 1. 2. 3. 4.
Per bestemmingsvlak is maximaal één bedrijf toegestaan. Binnen het plangebied zijn maximaal 2 maneges toegestaan; per bedrijf is maximaal één zwembad en/of tennisbaan toegestaan; bedrijfswoningen dienen op een afstand van minimaal 25 m van een hippisch bedrijf van derden te worden gesitueerd.
10.1.3 Voorwaardelijke verplichting a. Bij de aanvraag van een omgevingsvergunning voor de bouw van een bedrijfsgebouw dient met een - door de gemeentelijke deskundige goedgekeurd - landschapsplan te worden aangetoond, dat er sprake is van een zorgvuldige landschappelijke inpassing van het hippisch bedrijf. b. Binnen 2 jaar na afgifte van een omgevingsvergunning voor de bouw van het bedrijfsgebouw op een bouwperceel dient de landschappelijke inpassing te zijn gerealiseerd. De landschappelijke inpassing dient vervolgens in stand te worden gehouden. 10.2
Bouwregels
10.2.1 Algemeen Voor het bouwen gelden de volgende regels: a.
26
op de gronden als bedoeld in lid 10.1, mogen uitsluitend gebouwen en bouwwerken, geen gebouw zijnde, ten behoeve van de bestemming worden gebouwd. Hiervoor geldt het volgende: 1. gebouwen zijn enkel toegestaan in de vorm van bedrijfsgebouwen zoals bedrijfswoningen, rijhallen, trainings- stalling en opslagfaciliteiten, kantoren en ontvangstruimten/kantine e,d. en longstay-appartementen;
bestemmingsplan
Grandorse
2.
b.
bouwwerken, geen gebouw zijnde, zijn toegestaan in de vorm van aan paardenbedrijven gerelateerde bouwwerken en verhardingen zoals hippische voorzieningen, schuilgelegenheden, mestopslag en voersilo's/voederkuilen e.d.; 3. overige voorzieningen zijn toegestaan in de vorm van weides met niet-overdekte voorzieningen; 4. per bedrijf is maximaal één bedrijfswoning toegestaan; ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding uitgesloten - gebouwen' geldt het volgende: 1. gebouwen zijn niet toegestaan; 2. erf- en terreinafscheidingen zijn uitsluitend toegestaan in de vorm van een open constructie;
10.2.2 Maatvoering gebouwen en bijbehorende bouwwerken De maatvoering voor gebouwen en bijbehorende bouwwerken is als volgt: Bedrijfsgebouwen
min.
Bouwhoogte
n.v.t.
max. 13 m - maximaal 40% van het dakoppervlak mag worden bebouwd - de bouwhoogte van een gebouw inclusief dakopbouw bedraagt maximaal 16 m
Dakopbouw
Bedrijfswoning
min.
max.
Goothoogte
n.v.t.
7m
Bouwhoogte
n.v.t.
11 m
Afstand tot perceelgrens
5m
n.v.t.
Inhoud
n.v.t.
1.000 m³
10.2.3 Bouwwerken, geen gebouw zijnde De maatvoering voor bouwwerken, geen gebouw zijnde is als volgt: Bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouw zijnde
min.
max.
Licht- en vlaggenmasten
n.v.t.
6m
Erf- en terreinafscheidingen
n.v.t.
2m
Overige bouwwerken, geen gebouw zijnde n.v.t.
6m
10.2.4 Toegestane oppervlaktes binnen het bestemmingsvlak Bij het bebouwen en verharden van gronden binnen deze bestemming dient te worden voldaan aan het volgende: a.
b.
c.
maximaal 30% van een bestemmingsvlak mag worden bebouwd en/of verhard, met dien verstande dat: 1. binnen bestemmingsvlakken van 3 ha of kleiner, maximaal 1 ha mag worden bebouwd en/of verhard; 2. voor de bepaling van de toegestane oppervlakte van bebouwing en verharding de tabel geldt als opgenomen in Bijlage 1 Bouwwerken en inrichtingen bij hippisch bedrijf; maximaal 35% van een bestemmingsvlak mag worden ingericht ten behoeve van hippische voorzieningen, mits niet verhard; met dien verstande dat per bestemmingsvlak buitenpistes zijn toegstaan met een maximale oppervlakte van 5.000 m2 en galoppeerbanen met een maximale breedte van 5 meter; minimaal 35% van het bestemmingvlak dient een groene aankleding te krijgen/landschappelijk te worden ingepast;
bestemmingsplan
Grandorse
27
10.3
Afwijken van de bouwregels
10.3.1 Tweede bedrijfswoning Het bevoegd gezag kan door middel van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 10.2.1 a onder 4 ten behoeve van het oprichten van een tweede bedrijfswoning per hippisch bedrijf onder de volgende voorwaarden: a. b. c. d. e. 10.4
de tweede bedrijfswoning is noodzakelijk voor een doelmatige bedrijfsmatige bedrijfsvoering; een tweede bedrijfswoning mag alleen bij bedrijven waar bedrijfsmatig permanent stalling van paarden plaatsvindt; de tweede bedrijfswoning voldoet aan de maatvoeringen, zoals opgenomen in 10.2.2. de tweede bedrijfswoning niet leidt tot onevenredige aantasting van gebruiks- en ontwikkelingsmogelijkheden van nabijgelegen gronden en bebouwing; voldaan wordt aan de eisen van een goede ruimtelijke ordening. Specifieke gebruiksregels
10.4.1 Algemeen Tot een strijdig gebruik van gronden en bouwwerken met deze bestemming wordt in ieder geval gerekend a. b. c.
het gebruik van gronden en bouwwerken, waarbij een toename van stikstofemissie plaatsvindt vanuit de betreffende gronden of bouwwerken; het huisvesten van internationale werknemers, anders dan bedoeld in artikel 10.4.3; een hippisch hulpbedrijf.
10.4.2 Bedrijfswoning Per bedrijf is maximaal één bedrijfswoning toegestaan. 10.4.3 Longstay-appartementen en/of gastenverblijven Per bedrijf zijn binnen bedrijfsgebouwen longstay-appartementen en/of gastenverblijven toegestaan, waarbij de volgende voorwaarden gelden: a. b. c. d.
e.
f. g.
de oppervlakte per longstay- appartement en/of gastenverblijf bedraagt niet meer dan 55 m 2; permanente bewoning van de longstay-appartementen is niet toegestaan; er zijn maximaal 15 longstayappartementen en/of gastenverblijf per bedrijf toegestaan; longstay-appartementen bieden uitsluitend huisvesting aan grooms, stagiaires, en/of (buitenlandse) ruiters die elders hun hoofdverblijf hebben en binnen het betreffende hippisch bedrijf paarden verzorgen/trainen; de gastenverblijven bieden uitsluitend verblijf aan bezoekers c.q. gasten, wiens aanwezigheid op het bedrijf noodzakelijk is in het kader van een doelmatige hippische bedrijvigheid en/of paardensport binnen het plangebied; longstay-appartementen en/of gastenverblijven zijn op een afstand van minimaal 25 m van een hippisch bedrijf van derden gesitueerd; de longstay-appartementen en/of gastenverblijven mogen het gehele jaar gebruikt worden.
10.4.4 Appartementen ten behoeve van de hippische campus Ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf - hippische campus' zijn appartementen ten behoeve van de studenten van de hippische campus toegestaan. Hierbij gelden de volgende voorwaarden: a. b. c.
28
er zijn maximaal 60 appartementen toegestaan; de appartementen worden enkel bewoond door studenten aan de hippische campus; personen verblijven niet langer dan 24 maanden achtereenvolgens in de appartementen.
bestemmingsplan
Grandorse
10.4.5 Gebruik buitenverlichting overeenkomstig de bestemming Onder gebruik van buitenverlichting in de vorm van lichtmasten en buitenverlichting aan bouwwerken overeenkomstig de bestemming, wordt verstaan een zodanig gebruik van lichtmasten en buitenverlichting dat: a. b. c. d. e.
buitenverlichting zo veel mogelijk gericht staat op het te verlichten object; het gebruik van lichtmasten uitsluitend is toegestaan tussen 7.00 uur en 23.00 uur; lichtmasten zijn voorzien van natuurvriendelijke verlichting; armaturen een naar beneden gerichte uitstraling hebben; de verlichtingssterkte buiten het bestemmingsvlak niet meer is dan 1 lux.
10.4.6 Geluid Voor geluid, als bedoeld in de Wet geluidhinder, geldt het navolgende: a.
Het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau (LAr,LT) veroorzaakt door de tot de inrichting behorende toestellen en installaties en door de tot de inrichting behorende verrichte werkzaamheden en/of activiteiten mag niet meer bedragen dan de in onderstaande tabel aangegeven waarden op genoemde plaatsen en tijdstippen: 06.00-19.00 uur 19.00-22.00 uur 22.00-06.00 uur
LAr,LT op de geval van gevoelige gebouwen
40 dB(A)
35 dB(A)
30 dB(A)
LAr,LT in in- en aanpandige 35 dB(A) 30 dB(A) 25 dB(A) gevoelige gebouwen b. Het maximale geluidniveau (LAmax) veroorzaakt door de tot de inrichting behorende toestellen en installaties en door de tot de inrichting behorende verrichte werkzaamheden en/of activiteiten mag niet meer bedragen dan de in onderstaande tabel aangegeven waarden op genoemde plaatsen en tijdstippen 06.00-19.00 uur 19.00-22.00 uur 22.00-06.00 uur LAmax op de geval van gevoelige gebouwen
70 dB(A)
65 dB(A)
60 dB(A)
LAmax op de geval van gevoelige gebouwen
55 dB(A)
50 dB(A)
45 dB(A)
c. d.
10.5
De Handleiding meten en rekenen Industrielawaai uit 1999 dient toegepast te worden bij de toetsing van de in voorgaande voorschriften toegestane waarden. Het bevoegd gezag kan nadere eisen stellen voor de emissie- of immissienormen indien nodig voor het waarborgen van het geluidsniveau als bedoeld onder a en b. Afwijken van de gebruiksregels
10.5.1 Hippisch hulpbedrijf Het bevoegd gezag kan door middel van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 10.4.1 onder b ten behoeve van het toestaan van een hippisch hulpbedrijf, met dien verstande dat: a. b. c. d. e.
maximaal 2 hippische hulpbedrijven binnen het plangebied zijn toegestaan; de in 10.1.2, 10.2 en 10.4 opgenomen regels voor een hippisch bedrijf van overeenkomstige toepassing zijn; geen sprake is van een onevenredige verkeersaantrekkende werking; groothandel en detailhandel niet is toegestaan; dit niet leidt tot onevenredige aantasting van gebruiks- en ontwikkelingsmogelijkheden van nabijgelegen gronden en bebouwing.
bestemmingsplan
Grandorse
29
10.5.2 Extra longstay-appartementen en/of gastenverblijven Het bevoegd gezag kan door middel van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 10.4.3 onder c, ten behoeve van het toestaan van extra longstay-appartementenen of gastenverblijven ten behoeve van een hippisch bedrijf, met dien verstande dat: a. b.
aangetoond wordt dat de extra longstay- appartementen en/of gastenverblijven ten dienste zijn van een doelmatig bedrijfsmatig gebruik van het hippisch bedrijf; voldaan wordt aan de overige voorwaarden onder 10.4.3.
10.5.3 Tweede bedrijfswoning Het bevoegd gezag kan door middel van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 10.4.2 ten behoeve van het oprichten van een tweede bedrijfswoning per hippisch bedrijf onder de volgende voorwaarden: a. b. c. d. e.
30
de tweede bedrijfswoning is noodzakelijk voor een doelmatige bedrijfsmatige bedrijfsvoering; een tweede bedrijfswoning mag alleen bij bedrijven waar bedrijfsmatig permanent stalling van paarden plaatsvindt; de tweede bedrijfswoning voldoet aan de maatvoeringen, zoals opgenomen in 10.2.2. de tweede bedrijfswoning niet leidt tot onevenredige aantasting van gebruiks- en ontwikkelingsmogelijkheden van nabijgelegen gronden en bebouwing; voldaan wordt aan de eisen van een goede ruimtelijke ordening.
bestemmingsplan
Grandorse
Artikel 11
Leiding - Gas
11.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Leiding - Gas' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor de instandhouding van ondergrondse hoge druk gastransportleidingen, met de daarbij behorende belemmeringenstrook en met de daarbij behorende voorzieningen. 11.2 Bouwregels Voor het bouwen op of in de in lid 11.1 bedoelde gronden gelden de volgende regels: a. b. c.
er zijn geen gebouwen toegestaan, met uitzondering van bestaande (vergunde) gebouwen; er mogen uitsluitend bouwwerken, geen gebouw zijnde, ten dienste van de bestemming worden gebouwd; ten behoeve van de andere voor deze gronden geldende bestemming(en) mag uitsluitend worden gebouwd, indien: 1. het bouwplan betrekking heeft op vervanging, vernieuwing of verandering van bestaande bouwwerken; 2. de oppervlakte, voor zover gelegen op of onder peil, niet wordt uitgebreid; en 3. gebruik wordt gemaakt van de bestaande fundering.
11.3 Afwijken van de bouwregels Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 11.2 ten behoeve van het bouwen overeenkomstig de andere daar voorkomende bestemming(en), met dien verstande dat: a. b. c. 11.4
het geen kwetsbaar object betreft; de belangen van de leiding niet worden geschaad; vooraf schriftelijk advies is ingewonnen bij de leidingbeheerder. Specifieke gebruiksregels
11.4.1 Strijdig gebruik Onder strijdig gebruik van gronden en bouwwerken met deze dubbelbestemming wordt in ieder geval verstaan: a. b.
het gebruik van de gronden en bouwwerken voor kwetsbare objecten, met uitzondering van het bestaande (vergunde) gebruik; het opslaan van goederen, met uitzondering van het opslaan van goederen ten behoeve van de inspectie en het onderhoud van de leiding.
11.5 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden Het bepaalde in artikel 22 is van toepassing.
bestemmingsplan
Grandorse
31
Artikel 12
Waarde - Archeologie 3
12.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Waarde - Archeologie 3' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor het behoud en bescherming van de archeologische waarden. 12.2 Bouwregels Op en in de gronden als bedoeld in lid 12.1 mag niet worden gebouwd, met uitzondering van: a.
b.
c.
het bouwen van gebouwen en bouwwerken, geen gebouw zijnde, waarbij de bebouwing minder diep reikt dan 50 centimeter onder de bestaande maaiveldhoogte en zonder heiwerkzaamheden kan worden geplaatst; het bouwen van gebouwen en bouwwerken, geen gebouw zijnde, ter vervanging van bestaande gebouwen en bouwwerken, geen gebouw zijnde waarbij de bestaande oppervlakte met niet meer dan 500 m² wordt uitgebreid; het bouwen van gebouwen en bouwwerken, geen gebouw zijnde, die reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van inwerkingtreding van dit bestemmingsplan dan wel mogen worden uitgevoerd krachtens een verleende vergunning.
12.3 Afwijken van de bouwregels Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 12.2 teneinde het oprichten van bouwwerken ten behoeve van de op deze gronden liggende andere bestemming(en), indien op basis van (archeologisch) onderzoek is aangetoond, dat archeologische waarden door de bouwactiviteiten niet onevenredig worden of kunnen worden geschaad. Teneinde dit te bereiken kunnen aan een omgevingsvergunning in ieder geval de volgende voorschriften worden verbonden: a.
b. c.
de verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor (ondanks de uitvoering van een bouw- of aanlegplan) monumenten in de bodem worden behouden, zoals alternatieven voor heiwerk, het al of niet bouwen van kelders, het aanbrengen van een beschermende bodemlaag of andere voorzieningen die op dit doel zijn gericht; de verplichting tot het doen van opgravingen, of; de verplichting de activiteit die tot een bodemverstoring leidt, te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg die voldoet aan een door burgemeester en wethouders bij de vergunning te stellen kwalificaties.