CConstaterende datHorst aan de Maas
Koppel je AI →
Document · PDF

03d Regels

Gemeenteraad 18 juni 2024, gemeente Horst aan de MaasBij agendapunt: Voorstel tot het gewijzigd vaststellen van het bestemmingsplan Wouterstraat.13.421 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Wouterstraat fase 2 te America

Inhoudsopgave

Regels

3

Hoofdstuk 1

Inleidende regels

4

Artikel 1 Artikel 2

Begrippen Wijze van meten

4 10

Hoofdstuk 2

Bestemmingsregels

11

Artikel 3 Artikel 4 Artikel 5

Groen Verkeer Wonen

11 12 13

Hoofdstuk 3

Algemene regels

17

Artikel 6 Artikel 7 Artikel 8 Artikel 9 Artikel 10

Anti-dubbeltelregel Algemene bouwregels Algemene gebruiksregels Algemene afwijkingsregels Overige regels

17 18 19 20 21

Hoofdstuk 4

Overgangs- en Slotregels

22

Artikel 11 Artikel 12

Overgangsrecht Slotregel

22 23

2

Bestemmingsplan "Wouterstraat fase 2 te America" (vastgesteld)

Regels

Bestemmingsplan "Wouterstraat fase 2 te America" (vastgesteld)

3

Hoofdstuk 1 Artikel 1 1.1

Inleidende regels

Begrippen

plan

Het bestemmingsplan 'Wouterstraat fase 2 te America', met identificatienummer NL.IMRO.1507.BPAMWOUTERSTRAAT2-BPV1 van de gemeente Horst aan de Maas. 1.2

bestemmingsplan

De geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels. 1.3

aanduiding

Een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden. 1.4

aanduidingsgrens

De grens van een aanduiding indien het een vlak betreft. 1.5

aan huis verbonden bedrijf

Het hoofdzakelijk door de gebruik(st)er van de woning bedrijfsmatig verlenen van diensten of uitoefenen van ambachtelijke bedrijvigheid (geheel of overwegend door handwerk) in een woning en de daarbij behorende aan-, uit- en bijgebouwen, waarbij de woonfunctie en de ruimtelijke uitwerking en uitstraling daarvan behouden blijven. Hieronder worden niet verstaan detailhandel (behalve de beperkte verkoop van artikelen verband houdende met de activiteiten), horeca en prostitutie. 1.6

aan huis verbonden beroep

Een dienstverlenend beroep op zakelijk, maatschappelijk, juridisch, medisch, ontwerptechnisch of kunstzinnig gebied en tevens een kapsalon, dat/die in of bij een woning wordt uitgeoefend door de gebruik(st)er van de woning, waarbij de woonfunctie en de ruimtelijke uitwerking en uitstraling daarvan behouden blijven. Hieronder worden niet verstaan detailhandel (behalve de beperkte verkoop van artikelen verband houdende met de activiteiten), horeca en prostitutie. 1.7

archeologische waarde:

De aan een gebied toegekende waarde in verband met de kennis en de studie van de in dat gebied voorkomende overblijfselen van menselijke aanwezigheid of activiteit uit het verleden. 1.8

bebouwing

Eén of meer gebouwen en/of bouwwerken, geen gebouwen zijnde.

4

Bestemmingsplan "Wouterstraat fase 2 te America" (vastgesteld)

1.9

bebouwingspercentage

Een in de regels aangegeven percentage, dat de grootte van het bouwvlak aangeeft, dat maximaal mag worden bebouwd, tenzij in de regels anders is bepaald. 1.10

bed & breakfast

Een overnachtingsaccommodatie gericht op het bieden van de mogelijkheid tot een toeristisch en veelal kortdurend verblijf met het serveren van ontbijt. Een bed & breakfast is gevestigd in een woonhuis of daarbij bijbehorend bouwwerk, ondergeschikt aan de woonfunctie en wordt gerund door de bewoner van de betreffende woning. 1.11

begane grond

De natuurlijke oppervlakte van het terrein, zonder enige kunstmatige verhoging c.q. verlaging, alsmede dat gedeelte van een gebouw dat met die oppervlakte gelijk is. Is er sprake van hoogteverschillen in het terrein, dan geldt: de hoogte van het hoogst gelegen aangrenzend maaiveld. 1.12

bestaand bouwwerk

Een bouwwerk dat op het moment van terinzagelegging van het ontwerp van het plan bestaat of wordt gebouwd, dan wel nadien kan worden gebouwd krachtens een omgevingsvergunning, waarvoor de aanvraag voor het tijdstip van terinzagelegging is ingediend, tenzij in de regels anders is bepaald. 1.13

bestaand gebruik

Het gebruik dat op het moment van terinzagelegging van het ontwerp van het plan bestaat. 1.14

bestemmingsgrens

De grens van een bestemmingsvlak. 1.15

bestemmingsvlak

Een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming. 1.16

bijbehorend bouwwerk

uitbreiding van een hoofdgebouw, dan wel functioneel met een zich op hetzelfde perceel bevindend hoofdgebouw verbonden, daar al dan niet tegen aangebouwd gebouw, of ander bouwwerk, met een dak. 1.17

bouwen

Het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk. 1.18

bouwgrens

De grens van een bouwvlak.

Bestemmingsplan "Wouterstraat fase 2 te America" (vastgesteld)

5

1.19

bouwperceel

Een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar horende bebouwing is toegelaten. 1.20

bouwperceelgrens

De grens van een bouwperceel. 1.21

bouwwerk

Een bouwkundige constructie van enige omvang die direct en duurzaam met de aarde is verbonden. 1.22

detailhandel

Het bedrijfsmatig te koop aanbieden, waaronder begrepen de uitstalling ten verkoop, het verkopen en/of leveren van goederen aan personen die goederen kopen voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit. 1.23

erfafscheiding

De afbakening van een erf of perceel van een ernaast gelegen erf of perceel, of van de openbare ruimte. 1.24

fietspad

Een aangelegde weg welke dient voor fietsers. 1.25

gebouw

Elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt. 1.26

groenvoorziening

Groenelementen zoals bomen, perken en plantsoenen in een woonwijk. 1.27

hondentoilet

Uitlaatplaats voor honden. 1.28

hoofdgebouw

Een gebouw dat op een bouwperceel, door zijn constructie, bouwmassa, ruimtelijke uitstraling en/of afmetingen dan wel gelet op de bestemming als het belangrijkste bouwwerk is aan te merken. 1.29

huishouden

Een aantal aan elkaar door familie- of daarmee gelijk te stellen -band gerelateerde personen, dat gezamenlijk één eenheid vormt en als zodanig ook gebruik maakt van dezelfde voorzieningen in één woning, zoals een gezin, een gezin met inwonende ouders of een woongroep.

6

Bestemmingsplan "Wouterstraat fase 2 te America" (vastgesteld)

1.30

levensloopbestendige woning

Een woning welke geschikt is voor bewoning in alle levensfasen, dus welke ook rolstoeltoegankelijk is voor mensen met een lichamelijke beperking, waarbij alle primaire leefruimten (woonkamer, keuken, slaapkamer en badkamer met toilet) zich op de begane grond moeten bevinden en waarbij deze leefruimten zowel inpandig als vanuit het aansluitende terrein drempelvrij toegankelijk zijn. 1.31

maaiveld

De bovenkant van het terrein dat een gebouw/bouwwerk omgeeft, met dien verstande dat waar sprake is van een hellend of ongelijk maaiveld onder het “aangrenzende maaiveld” wordt verstaan het maaiveld dat grenst aan de voorgevel van een gebouw. 1.32

nutsvoorziening

Voorziening ten behoeve van het openbare nut, zoals een transformatorhuisje, gasreduceerstation, schakelhuisje, duiker, bemalingsinstallatie, gemaalgebouwtje, voorziening ten behoeve van (ondergrondse) afvalinzameling en apparatuur voor telecommunicatie. 1.33

openbare speelvoorziening

Inrichting die bestemd is voor vermaak of ontspanning, waarbij uitsluitend van de zwaartekracht of de fysieke kracht van de mens gebruik wordt gemaakt. Deze inrichting bevindt zich op een onverharde ondergrond en is openbaar toegankelijk. 1.34

overkapping

Een bouwwerk op het erf van een gebouw of standplaats, dat strekt tot vergroting van het woongenot van het gebruik van het gebouw of de standplaats, en dat, voor zover gebouwd vóór de voorgevel van een gebouw, geen tot de constructie zelf behorende wanden heeft en voor zover gebouwd achter de voorgevel van een gebouw, maximaal drie wanden heeft waarvan maximaal twee tot de constructie behoren. 1.35

patiowoning

Eengezinswoning waarbij de (bepalende) buitenruimte geheel is ingesloten door de bouwmassa van de woning, de aangrenzende woning(en) en/of muren. 1.36

parkeervoorziening

Een plek of voorziening aangelegd ter stalling van auto's. 1.37

peil

a. Voor gebouwen: de hoogte van de bovenzijde van de afgewerkte begane grondvloer en/of de hoofdtoegang van de woning; b. Voor bouwwerken, geen gebouw zijnde: de gemiddelde hoogte van het aansluitende, afgewerkte terrein ter plaatse van het bouwperceel.

Bestemmingsplan "Wouterstraat fase 2 te America" (vastgesteld)

7

1.38

prostitutie

Het zich beschikbaar stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met een ander tegen vergoeding. 1.39

seksinrichting

De voor het publiek toegankelijke, besloten ruimte waarin bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was seksuele handelingen worden verricht, of vertoningen van erotisch-pornografische aard plaatsvinden. Onder een seksinrichting worden in elk geval verstaan: een seksbioscoop, seksautomatenhal, sekstheater, een parenclub of een prostitutiebedrijf waaronder tevens begrepen een erotische-massagesalon, al dan niet in combinatie met elkaar. 1.40

sociale huurwoning

Huurwoning, waarbij de aanvangshuurprijs ligt onder de grens als bedoeld in artikel 13, eerste lid, onder a, van de Wet op de huurtoeslag. 1.41

straat

Geplaveide weg waarover verkeer en transport plaatsvindt. 1.42

voorgevel

De naar de weg gekeerde gevel van een gebouw of, indien het een gebouw betreft met meer dan één naar de weg gekeerde gevel, de gevel die gezien de ligging als de meest logische voorgevel kan worden aangemerkt. 1.43

voorgevelrooilijn

Denkbeeldige lijn die strak loopt langs de voorgevel van een gebouw tot aan de perceelsgrenzen. 1.44

wandelpad

Een aangelegde weg welke dient voor voetgangers. 1.45

waterhuishoudkundige voorziening

Voorzieningen die nodig zijn ten behoeve van een goede wateraanvoer, waterafvoer, waterberging, hemelwaterinfiltratie en/of waterkwaliteit zoals duikers, stuwen, infiltratievoorzieningen, gemalen, inlaten etc. 1.46

weg

Een voor het openbaar rijverkeer of ander verkeer bestemde weg of pad, daaronder begrepen de daarin gelegen bruggen en duikers, de tot de weg of pad behorende bermen en zijkanten, alsmede de aan de weg liggende en als zodanig aangeduide parkeerterreinen.

8

Bestemmingsplan "Wouterstraat fase 2 te America" (vastgesteld)

1.47

woning

Een (gedeelte van een) gebouw dat dient voor de huisvesting van één afzonderlijk huishouden. 1.48

woningsplitsing

Het bouwkundig en functioneel splitsen van een bestaande woning in twee of meer wooneenheden ten behoeve van de vestiging van meer dan één huishouden.

Bestemmingsplan "Wouterstraat fase 2 te America" (vastgesteld)

9

Artikel 2

Wijze van meten

Bij toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten. 2.1

de afstand tot de zijdelingse perceelgrens:

tussen de zijdelingse grenzen van een perceel en enig punt van het betreffende bouwwerk, waar de afstand het kortste is. 2.2

de bouwhoogte van een bouwwerk:

vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een overig bouwwerk met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes, en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen. 2.3

de diepte van een gebouw:

horizontaal tussen (de lijnen getrokken door) de buitenzijde van de gevels gemeten van de voorgevel tot de achtergevel en 1 meter boven peil en waarbij de grootste maat (gemeten evenwijdig aan één van de zijgevels) bepalend is. 2.4

de goothoogte van een bouwwerk:

vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel. 2.5

de inhoud van een bouwwerk:

tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidingsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen. 2.6

de oppervlakte van een bouwwerk:

tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk.

10

Bestemmingsplan "Wouterstraat fase 2 te America" (vastgesteld)

Hoofdstuk 2 Artikel 3 3.1

Bestemmingsregels

Groen

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Groen' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b. c. d. e. f.

groenvoorzieningen, bermen en beplanting; openbare speel- en sporttoestellen en reacreatieve voorzieningen; nutsvoorzieningen; wandel- en fietspaden; buurttuinen; water en huishoudkundige voorzieningen.

met de daarbij behorende bouwwerken, geen gebouwen zijnde. 3.2

Bouwregels

3.2.1

Gebouwen

Het bouwen van gebouwen is niet toegestaan. 3.2.2

Bouwwerken, geen gebouwen zijnde

Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels: a. de bouwhoogte van lichtmasten bedraagt maximaal 4 meter; b. de bouwhoogte van speelvoorzieningen bedraagt maximaal 3 meter; c. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, bedraagt maximaal 2 meter; 3.3

Nadere eisen

Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen aan de plaats en de afmetingen van de bebouwing: a. ter voorkoming van onevenredige aantasting van de gebruiksmogelijkheden en het woon- en leefklimaat van aangrenzende gronden en bouwwerken; b. ter waarborging van de stedenbouwkundige kwaliteit en beeldkwaliteit van de naaste omgeving; c. ter waarborging van de verkeersveiligheid; d. ter waarborging van de sociale veiligheid; e. ter waarborging van de brandveiligheid en rampenbestrijding.

Bestemmingsplan "Wouterstraat fase 2 te America" (vastgesteld)

11

Artikel 4 4.1

Verkeer

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Verkeer' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. wegen en straten, wandel- en fietspaden met een functie voornamelijk gericht op de afwikkeling van het doorgaande verkeer; b. parkeer-, groen- en openbare speelvoorzieningen, hondentoilet; c. nutsvoorziening; d. waterhuishoudkundige voorzieningen; met bijbehorende bouwwerken, geen gebouwen zijnde. 4.2

Bouwregels

4.2.1

Gebouwen

Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende regels: a. op of in deze gronden mogen uitsluitend gebouwen ten behoeve van nutsvoorzieningen worden gebouwd; b. de maximale bouwhoogte bedraagt 3 meter; c. de maximale oppervlakte van nutsvoorzieningen bedraagt 15 m². 4.2.2

Bouwwerken, geen gebouwen zijnde

Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels: a. de maximale bouwhoogte van lichtmasten, bewegwijzering en verkeersregulering bedraagt 8 meter; b. de maximale bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, bedraagt 2 meter.

12

Bestemmingsplan "Wouterstraat fase 2 te America" (vastgesteld)

Artikel 5 5.1

Wonen

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Wonen' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. wonen; b. aan huis verbonden beroepen en -bedrijven, overeenkomstig het bepaalde in lid 5.5.2; met de daarbij behorende: c. d. e. f. g. h. i. j.

wegen en paden; groenvoorzieningen; tuinen en erven; parkeervoorzieningen; nutsvoorzieningen; waterhuishoudkundige voorzieningen; ter plaatse van de aanduiding 'geluidscherm', tevens voor geluidsschermen; speelvoorzieningen.

5.2

Bouwregels

5.2.1

Algemeen

Op en in de voor 'Wonen' aangewezen gronden mogen uitsluitend worden gebouwd: a. gebouwen; b. de daarbij bijbehorende bouwwerken; c. de daarbij behorende bouwwerken, geen gebouwen zijnde. 5.2.2

Hoofdgebouwen

Voor het bouwen van hoofdgebouwen gelden de volgende regels: a. het aantal woningen binnen de bestemming 'Wonen' bedraagt maximaal 53; b. uitsluitend de volgende woningtypen mogen worden gebouwd: 1. vrijstaande woningen; 2. twee-aaneengebouwde woningen; 3. aaneengebouwde woningen; 4. patiowoningen; c. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - appartementen' zijn gestapelde woningen toegestaan; d. per bouwperceel is maximaal één woning toegestaan, met uitzondering van de specifieke aanduiding 'gestapelde woningen'; e. de inhoud van de hoofgebouwen bedraagt maximaal 750 m3; f. de voorgevel van het hoofdgebouw dient: 1. bij vrijstaande woningen en twee-aaneen gebouwde woningen op minimaal 1,5 meter afstand tot de perceelsgrens aan de kant van de straat of de voorgevelrooilijn te worden opgericht; 2. bij aaneengebouwde en patiowoningen op minimaal 0 meter afstand tot de perceelsgrens aan de kant van de straat of de voorgevelrooilijn te worden opgericht; g. de diepte van het hoofdgebouw bedraagt maximaal 15 meter; h. de afstand van het hoofdgebouw tot de zijdelingse bouwperceelgrens bedraagt: 1. bij vrijstaande woningen minimaal 2,5 meter aan beide zijden; 2. bij twee-aaneengebouwde woningen minimaal 2,5 meter aan één zijde per woning; 3. bij aaneengebouwde en patiowoningen aan beide zijden 0 meter; 4. bij patiowoningen aan beide zijden 0 meter;

Bestemmingsplan "Wouterstraat fase 2 te America" (vastgesteld)

13

i.

j.

5. bij gestapelde woningen aan beide zijden minimaal 2 meter; de goothoogte en bouwhoogte van het hoofdgebouw mogen niet meer dan 6,5 meter respectievelijk 11 meter bedragen, met dien verstande dat ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - appartementen' de bouwhoogte niet meer dan 11,5 meter bedraagt; vóór de voorgevel van het hoofdgebouw is een erker toegestaan, mits aan de volgende voorwaarden wordt voldaan: 1. de horizontale diepte van de erker bedraagt maximaal 1 meter; 2. de breedte van de erker bedraagt maximaal de helft van de voorgevel van het hoofdgebouw; 3. de goothoogte van de erker bedraagt maximaal 3,5 meter.

5.2.3

Bijbehorende bouwwerken

Voor bijbehorende bouwwerken gelden de volgende regels: a. de gezamenlijke oppervlakte bedraagt maximaal 150 m² per bouwperceel, met dien verstande dat het bouwperceel voor maximaal 50% mag worden bebouwd; b. in afwijking van het bepaalde onder sub a geldt voor levensloopbestendige woning dat de bebouwde oppervlakte van het bouwperceel voor maximaal 75% mag worden bebouwd; c. de maximale goothoogte bedraagt 3,5 meter; d. de maximale bouwhoogte bedraagt 6 meter; e. de bijbehorende bouwwerken worden gebouwd op een afstand van minimaal 1 meter achter de voorgevel van het hoofdgebouw en/of het verlengde daarvan; f. in afwijking van lid 5.2.3 onder a geldt dit niet voor patiowoningen en levensloopbestendige woningen. Daarvoor geldt dat de gezamenlijke oppervlakte maximaal 150 m² per bouwperceel mag bedragen, met dien verstande dat het bouwperceel voor maximaal 75% mag worden bebouwd; 5.2.4

Overige bouwwerken geen gebouwen zijnde

Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels: a. de maximale bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen bedraagt 2 meter, met dien verstande dat de hoogte van erf- en terreinafscheidingen voor zover gelegen vóór de voorgevelrooilijn of het verlengde daarvan maximaal 1 meter mag bedragen; b. de maximale bouwhoogte van een overkapping bedraagt 3 meter; c. bijbehorende bouwwerken, geen gebouw zijnde, mogen vanaf 0,5 meter achter de voorgevelrooilijnen worden geplaatst; d. de maximale bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, bedraagt 3 meter. 5.3

Nadere eisen

Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen aan de plaats en de afmetingen van de bebouwing: a. ter voorkoming van onevenredige aantasting van de gebruiksmogelijkheden en het woon- en leefklimaat van aangrenzende gronden en bouwwerken; b. ter waarborging van de stedenbouwkundige kwaliteit en beeldkwaliteit van de naaste omgeving; c. ter waarborging van de verkeersveiligheid; d. ter waarborging van de sociale veiligheid; e. ter waarborging van de brandveiligheid en rampenbestrijding. 5.4

Afwijken van de bouwregels

5.4.1

Een groter aantal woningen

Het bevoegd gezag kan middels een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 5.2.2, sub a, en het bouwen van meer hoofdgebouwen toestaan, onder de volgende voorwaarden: a. er is aangetoond dat er behoefte is aan extra woningen en daarmee aan hoofdgebouwen binnen het 14

Bestemmingsplan "Wouterstraat fase 2 te America" (vastgesteld)

plangebied; b. binnen het plangebied is voldoende parkeergelegenheid aanwezig; c. in het plangebied is sprake van een goed woon- en leefklimaat; d. de realisatie van extra woningen past binnen een samenhangend straat- en bebouwingsbeeld (stedenbouwkundig beeld). 5.4.2

Een kortere afstand van de voorgevel tot de bestemmingsgrens

Het bevoegd gezag kan door middel van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 5.2.2 sub c onder 1 voor het plaatsen van de voorgevel van het hoofdgebouw op een kortere afstand dan 3 meter uit de bestemmingsgrens met dien verstande dat: a. geen onevenredige aantasting plaatsvindt van de bouw- en gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden; b. het straat- en bebouwingsbeeld niet onevenredig worden geschaad. 5.4.3

Een kortere afstand tot de zijdelingse perceelsgrens

Het bevoegd gezag kan door middel van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 5.2.2 sub f onder 1 en 2 voor een kortere afstand tot de zijdelingse perceelsgrens, tot 0 meter, mits: a. de woning grenst aan openbaar gebied, of; b. de woning levensloopbestendig gebouwd wordt, waarbij de maximale goothoogte 3,5 meter bedraagt; in alle gevallen geldt dat er geen onevenredige aantasting ontstaat van de gebruiksmogelijkheden en het woon- en leefklimaat van aangrenzende gronden en bouwwerken en dit geen belemmeringen oplevert voor de verkeersveiligheid. 5.5

Specifieke gebruiksregels

5.5.1

Strijdig gebruik

Onder gebruiken en/of het laten gebruiken in strijd met het bestemmingsplan wordt in ieder geval verstaan het gebruik van gronden en bouwwerken voor en/of als: a. b. c. d.

huisvesting van internationale werknemers, anders dan het bepaalde in artikel 5.5.3; opslag anders dan inherent aan het toegelaten gebruik; vrijstaande bijbehorende bouwwerken voor bewoning; het stallen van voertuigen, caravans en dergelijke, anders dan ter plaatse van een parkeervoorziening; e. horeca; f. seksinrichting. 5.5.2

Aan huis verbonden beroepen of -bedrijven

Een aan huis verbonden beroep of -bedrijf is toegestaan onder de volgende voorwaarden: a. een aan huis verbonden beroep of -bedrijf mag worden uitgeoefend in de woning en/of in de bijbehorende bouwwerken; b. de oppervlakte ten behoeve van een aan huis verbonden beroep of -bedrijf mag niet meer bedragen dan 1/3 van de vloeroppervlakte van de woning tot een maximale oppervlakte van 75 m²; c. de woonfunctie blijft in overwegende mate gehandhaafd en de verschijningsvorm als woning wordt niet wezenlijk aangetast; d. er vindt geen buitenopslag en buitenstalling plaats; e. degene die het aan huis verbonden beroep of -bedrijf uitoefent, is tevens de bewoner van de woning, met dien verstande dat de beroepsactiviteiten naast de bewoner door maximaal twee medewerkers mogen worden uitgeoefend;

Bestemmingsplan "Wouterstraat fase 2 te America" (vastgesteld)

15

f.

door de beroeps- of bedrijfsuitoefening ontstaat geen onevenredige overlast of hinder voor de woonomgeving; g. in de parkeerbehoefte wordt in voldoende mate voorzien op eigen terrein, dan wel de parkeerbehoefte kan in de directe omgeving worden opgevangen; h. detailhandel is niet toegestaan, met uitzondering van aan het aan huis verbonden beroep of -bedrijf inherente en ondergeschikte detailhandel. 5.5.3

Huisvesting arbeidsmigranten in woningen binnen kernen

De gronden en bouwwerken met een woonbestemming mogen worden gebruikt ten behoeve van huisvesting van arbeidsmigranten in woningen, mits voldaan wordt aan de volgende voorwaarden: a. per woning mogen maximaal 4 personen worden gehuisvest en zijn er maximaal 2 auto's toegestaan; b. Arbeidsmigranten dienen voor een periode van ten minste 4 maanden binnen de gemeente Horst aan de Maas hun verblijfplaats te hebben en dienen te staan ingeschreven in het BRP; c. de woning voldoet aan de bouwregels op grond van lid 5.2 en bepalingen ten aanzien van woningen ingevolge het Bouwbesluit, de bouwverordening en de Algemene Plaatselijke Verordening; d. een goed woon- en leefklimaat ter plaatse van zowel de huisvesting als de omliggende functies dient verzekerd te zijn/blijven. mits geen onevenredige aantasting plaatsvindt van: 1. 2. 3. 4.

de milieusituatie; een samenhangend straat- en bebouwingsbeeld; de verkeersveiligheid; de gebruiksmogelijkheden van nabijgelegen percelen, dan wel de bedrijfsvoering van nabijgelegen bedrijven.

5.5.4

Voorwaardelijke verplichting geluidscherm

Het gebruik van geluidsgevoelige objecten op de gronden met de bestemming Wonen is alleen toegestaan indien: a. ter plaatse van de aanduiding 'geluidscherm', een geluidscherm met een hoogte van 2m en een lengte van 46m is gerealiseerd, en in stand wordt gehouden. 5.5.5

Voorwaardelijke verplichting waterbergingen

a. bij het verlenen van een omgevingsvergunning voor het bouwen staat vast dat wordt voorzien in een waterberging of andere maatregelen die bijdragen aan de klimaatbestendigheid; b. de inhoud van de waterberging en de omvang van de andere maatregelen worden vastgesteld volgens de beleidsregel behorende het Gemeentelijk Rioleringsplan Horst aan de Maas 2022-2026, gepubliceerd op 3 december 2019 (Gemeenteblad 2012, 436926); c. als de onder b. bedoelde (beleids)regelingen worden gewijzigd, wordt met die wijziging rekening gehouden.

16

Bestemmingsplan "Wouterstraat fase 2 te America" (vastgesteld)

Hoofdstuk 3 Artikel 6

Algemene regels

Anti-dubbeltelregel

Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.

Bestemmingsplan "Wouterstraat fase 2 te America" (vastgesteld)

17

Artikel 7 7.1

Algemene bouwregels

Ondergeschikte bouwdelen

Ten aanzien van ondergeschikte bouwdelen zoals erkers, luifels, balkons en dergelijke geldt dat de bouwgrens mag worden overschreden.

18

Bestemmingsplan "Wouterstraat fase 2 te America" (vastgesteld)

Artikel 8 8.1

Algemene gebruiksregels

Strijdig gebruik

Onder gebruik in strijd met het bestemmingsplan wordt in ieder geval verstaan het gebruik van gronden en bouwwerken voor en/of als: a. b. c. d. e. f. g.

woningsplitsing; horeca; detailhandel; een seksinrichting of een daarmee vergelijkbaar bedrijf; prostitutie; een coffeeshop, growshop, smartshop of een daarmee vergelijkbaar bedrijf; het plaatsen van onderkomens en/of kampeermiddelen, van al dan niet afgedankte voer- en vaartuigen en van vrachtwagens; h. verkoop van motorbrandstoffen, al dan niet inclusief lpg.

Bestemmingsplan "Wouterstraat fase 2 te America" (vastgesteld)

19

Artikel 9 9.1

Algemene afwijkingsregels

Afwijken van de bouwregels

Bij omgevingsvergunning kan, mits geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de gebruiksmogelijkheden, het woon- en leefklimaat, de stedenbouwkundige kwaliteit, de beeldkwaliteit, de verkeersveiligheid, de sociale veiligheid, de brandveiligheid en rampenbestrijding van de aangrenzende gronden en bouwwerken, worden afgeweken van: a. de voorgeschreven maximum maten, afmetingen, percentages tot ten hoogste 10% van die maten, afmetingen en percentages; b. de bestemmingsregels en toestaan dat het beloop of het profiel van wegen of de aansluiting van wegen onderling in geringe mate wordt aangepast, indien de verkeersveiligheid en/of -intensiteit daartoe aanleiding geven; c. de bestemmingsregels en toestaan dat bouwgrenzen worden overschreden, indien een meetverschil daartoe aanleiding geeft; d. de bestemmingsregels ten aanzien van de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, en toestaan dat de hoogte van de bouwwerken, geen gebouwen zijnde, wordt vergroot tot niet meer dan 10,00 m; e. het bouwen van kleine niet voor bewoning bestemde bouwwerken nutsvoorzieningen en voor religieuze doeleinden, zoals wachthuisjes, transformatorhuisjes, schakelhuisjes, gemaalgebouwtjes, (glas)containers, monumenten, kapellen, wegkruisen en naar aard en omvang daarmee gelijk te stellen bouwwerken, mits: 1. de oppervlakte per bouwwerk niet meer dan 15 m² bedraagt; 2.

de goothoogte niet meer dan 6 m bedraagt; 3. de bouwwerken naar aard en afmetingen passen in het plan, met dien verstande, dat de hoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde niet meer dan 10 m mag bedragen. 9.2

Voorwaarden afwijkingsbevoegdheden

Van de in deze regels opgenomen afwijkingsbevoegdheden kan slechts gebruik worden gemaakt indien, naast de aan de betreffende afwijkingsbevoegdheden verbonden specifieke voorwaarden, wordt voldaan aan de navolgende voorwaarden: a. er mag geen onevenredige aantasting plaatsvinden van het woon- en leefmilieu; b. er mag geen onevenredige aantasting plaatsvinden van de gebruiksmogelijkheden van omliggende gronden en bouwwerken; c. er mag geen onevenredige aantasting plaatsvinden van de verkeersveiligheid; d. de sociale veiligheid mag niet in het geding zijn; e. de brandveiligheid moet zijn gewaarborgd; f. het straat- en bebouwingsbeeld mag niet in negatieve zin worden beïnvloed; g. de bestaande rechten van omliggende bedrijven mogen niet worden ingeperkt.

20

Bestemmingsplan "Wouterstraat fase 2 te America" (vastgesteld)

Artikel 10 10.1

Overige regels

Nadere eisen

10.1.1 Onderwerpen Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen ten aanzien van: a. b. c. d.

de situering, de oppervlakte en de (goot)hoogte van bebouwing; de aard, hoogte en situering van erfafscheidingen; het aantal parkeerplaatsen en de situering daarvan; de aard, situering en oppervlakte van verhardingen.

10.1.2 Toepassingscriteria De in artikel 10.1.1 genoemde nadere eisen mogen uitsluitend worden gesteld ten behoeve van: a. b. c. d. e. f.

het stedenbouwkundig beeld; de verkeersveiligheid; een goede parkeerbalans; de milieusituatie; de sociale veiligheid; de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden en bouwwerken.

10.2

Parkeerregels

10.2.1 Parkeernorm a. Bij de uitoefening van de bevoegdheid voor het verlenen van een omgevingsvergunning voor bouwen dient op eigen terrein voldoende parkeergelegenheid te worden gerealiseerd en in stand te worden gehouden. b. Er is sprake van voldoende parkeergelegenheid indien wordt voldaan aan het gemeentelijke beleid ten aanzien van parkeernormen zoals opgenomen in het beleidsdocument 'Nota Parkeernormen Horst aan de Maas' dat is vastgesteld op 3 juli 2019. Hierbij wordt de norm berekend over het nieuw te bouwen of te wijzigen gedeelte. c. Indien het beleidsdocument als bedoeld onder sub b gedurende de planperiode van dit bestemmingsplan wordt gewijzigd, wordt bij de verlening van de omgevingsvergunning rekening gehouden met de wijziging. 10.2.2 Gebruikswijziging a. Het is verboden om de gebruiksfunctie van gronden en/of gebouwen te wijzigen in een andere gebruiksfunctie passend binnen de bestemming indien daardoor een toename van de parkeerbehoefte ontstaat. b. Het bevoegd gezag kan bij omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid a van dit artikel indien er sprake is van voldoende parkeergelegenheid zoals bedoeld in lid 10.2.1.

Bestemmingsplan "Wouterstraat fase 2 te America" (vastgesteld)

21

Hoofdstuk 4 Artikel 11 11.1

Overgangs- en Slotregels

Overgangsrecht

Overgangsrecht bouwwerken

a. Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel kan worden gebouwd krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot, 1. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; 2. na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van een omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan. b. Het bevoegd gezag kan eenmalig in afwijking van het bepaalde onder a een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld onder a met maximaal 10 %. c. Het bepaalde onder a is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder omgevingsvergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan. 11.2

Overgangsrecht gebruik

a. Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet. b. Het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld in het bepaalde onder a, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind. c. Indien het gebruik, bedoeld in het bepaalde onder a, na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten. d. Het bepaalde onder a is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.

22

Bestemmingsplan "Wouterstraat fase 2 te America" (vastgesteld)

Artikel 12

Slotregel

Deze regels worden aangehaald als: Regels van het bestemmingsplan 'Wouterstraat fase 2 te America'.

Bestemmingsplan "Wouterstraat fase 2 te America" (vastgesteld)

23

Bijlagen bij regels

Bestemmingsplan "Wouterstraat fase 2 te America" (vastgesteld)

3

Bijlage 1 Nota Parkeernormen Horst aan de M aas

4

Bestemmingsplan "Wouterstraat fase 2 te America" (vastgesteld)

Nota Parkeernormen Horst aan de Maas

INHOUDSOPGAVE 1.1 1.2 1.3

5 Aanleiding ......................................................................................................................59 Doelstelling .....................................................................................................................59 Werkingssfeer ................................................................................................................59

2.1 2.2 2.3 2.4 2.5 2.6 2.7 2.8

Basis parkeernormen ................................................................................................... 11 7 Stedelijkheidsgraad en ligging ..................................................................................... 12 8 Aan huis verbonden beroep en lichte bedrijvigheid aan huis ...................................... 13 9 Aanwezigheidspercentages ......................................................................................... 14 10 Parkeren op eigen terrein............................................................................................. 15 11 Gehandicaptenparkeerplaatsen ................................................................................... 16 12 Parkeren en opladen elektrische voertuigen................................................................ 16 12 Parkeren van grote voertuigen ..................................................................................... 16 12

3.1 3.2 3.3 3.4 3.4.1 3.4.2 3.4.3 3.5 3.6

15 15 Bepalen parkeerbehoefte ............................................................................................. 17 15 Bepalen normatieve parkeerbehoefte .......................................................................... 17 16 Korting op parkeernorm bij alternatieve mobiliteitsoplossingen................................... 18 16 Specifieke omstandigheden ......................................................................................... 18 16 Verrekening oude functie ............................................................................................. 18 17 Toets dubbelgebruik..................................................................................................... 19 17 Vrijstelling parkeereis ................................................................................................... 19 17 Parkeerbehoefte = Parkeereis ..................................................................................... 19 18 Afkoop door bijdrage Mobiliteitsfonds .......................................................................... 20

4.1 4.2 4.3 4.4

Hardheidsclausule........................................................................................................ 23 21 Inwerkingtreding ........................................................................................................... 23 21 Overgangsregeling ....................................................................................................... 23 21 Citeertitel ...................................................................................................................... 23 21

7

21

BIJLAGEN 25 29 32

6

Nota Parkeernormen | 2-3

7

1

INLEIDING

1.1

Aanleiding De aanleiding voor het opstellen van de Nota parkeernormen gemeente Horst aan de Maas, hierna te noemen Nota Parkeernormen, is tweeledig: 1. Er is behoefte aan een uniform toetsingskader voor het beoordelen van parkeervraagstukken in de gemeente 2. Er is behoefte aan een betere aansluiting op ontwikkelingen op het gebied van duurzame mobiliteit Ad 1. Toetsingskader Gemeente Horst aan de Maas beoordeelt de parkeeroplossing van ruimtelijke initiatieven op basis van CROW- publicatie 317 ‘Kencijfers parkeren en verkeersgeneratie’ (oktober 2012). In deze rapportage worden de gemaakte keuzes toegelicht en wordt gemotiveerd hoe de CROWrichtlijnen voor de gemeente Horst aan de Maas worden geïnterpreteerd. Om deze parkeerkencijfers eenduidig toe te passen, maar ook om duidelijkheid over het parkeren in de gemeente te verschaffen naar adviesbureaus, projectontwikkelaars, woningbouwverenigingen, makelaars etc., is het noodzakelijk om de parkeernormen voor de gemeente formeel vast te stellen. Deze Nota Parkeernormen geldt als toetsingskader voor ruimtelijke ontwikkelingen met als doel het voorkomen van parkeerproblemen in de openbare ruimte als gevolg van deze ontwikkelingen. Ad 2. Ontwikkelingen duurzame mobiliteit De laatste jaren vindt een aantal nieuwe ontwikkelingen plaats op het gebied van mobiliteit.

Twee belangrijke ontwikkelingen die van toepassing zijn op de gemeente Horst aan de Maas zijn het toenemend aantal deelconcepten en het schoner worden van vervoerswijzen. De manier waarop nagedacht wordt over mobiliteit verandert en mensen zijn minder bereid om geld te besteden aan het bezit van een auto. Verschillende concepten waarbij vervoersmiddelen worden gedeeld zijn bezig aan een opmars (deelauto en - fiets). Een andere ontwikkeling is de toename van schoner vervoer (elektrische auto, E-bike en speed-pedelec). Mensen worden steeds meer milieubewust en kiezen voor een meer milieuvriendelijk vervoersmiddel. De gemeente Horst aan de Maas stimuleert beide ontwikkelingen en neemt deze mogelijkheden op in de Nota Parkeernormen.

1.2

Doelstelling De doelstelling van de Nota Parkeernormen is als volgt samen te vatten: Het vaststellen van een toetsingskader voor het bepalen van de parkeerbehoefte van ruimtelijke plannen en ontwikkelingen in de gemeente Horst aan de Maas om daarmee de bereikbaarheid en leefbaarheid in de gemeente Horst aan de Maas te waarborgen, waarbij nieuwe vormen van duurzame mobiliteit gestimuleerd worden. Met behulp van dit toetsingskader moet voorkomen worden dat parkeerproblemen ontstaan in de openbare ruimte als gevolg van nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen.

1.3

Werkingssfeer De Nota Parkeernormen is van toepassing op ruimtelijke ontwikkelingen en plannen binnen de gemeente, daar waar het betreft nieuwbouw, verbouw, uitbreiding of wijziging van functies. De Nota Parkeernormen is niet van toepassing op bestaande ruimtelijke ontwikkelingen en 9

Nota Parkeernormen | 4-5

plannen, tenzij deze ontwikkelingen en/of plannen zich nog in de beginfase bevinden, er nog geen parkeereis is opgelegd en er nog geen parkeertoets heeft plaatsgevonden. Ten aanzien van de toepassing in de dagelijkse praktijk, gelden de volgende uitgangspunten: • Er moet sprake zijn van een eenduidige norm die op eenvoudige wijze binnen de gemeente kan worden toegepast • Op basis van de parkeernormen is duidelijkheid richting projectontwikkelaars en bouwers te geven over het aantal te realiseren parkeervoorzieningen bij bouwinitiatieven

10

2

UITGANGSPUNTEN PARKEERNORMEN

2.1

Basis parkeernormen Voor de parkeernormen is aansluiting gezocht bij CROW publicatie 317 ‘Kencijfers parkeren en verkeersgeneratie’ (oktober 2012). De kencijfers zijn voor landelijke toepassing geschreven. Zowel grote stedelijke regio’s als kleinere gemeenten moeten ermee overweg kunnen. Bij ruimtelijke initiatieven binnen de gemeente wordt deze publicatie ook al gehanteerd als toetsingskader. In de CROW publicatie zijn de parkeerkencijfers opgenomen voor de volgende zeven hoofdcategorieën: • Winkel en boodschappen • Sport, cultuur en ontspanning • Horeca en (verblijfs)recreatie • Gezondheid en (sociale) voorzieningen • Onderwijs • Wonen • Werken De parkeernormen in CROW publicatie 317 ‘Kencijfers parkeren en verkeersgeneratie’ bestaan uit een minimum- en maximumwaarde. De bandbreedte leidt tot discussies omdat niet iedereen het met elkaar eens is over de invloedsfactoren. Bij het opstellen van de parkeernormen is daarom gekozen om één hanteerbare norm op te stellen in plaats van een bandbreedte met een minimum en maximum norm. Als de bovenkant van de bandbreedte wordt aangehouden, betekent dat dat relatief meer parkeerplaatsen aangelegd moeten worden op eigen terrein. Het risico is dat ontwikkelaars hun plannen financieel niet rond krijgen of afhaken. Met een te lage normering bestaat het risico dat er te weinig parkeermogelijkheid wordt aangelegd op eigen terrein.

Omdat de parkeerdruk jaarlijks toeneemt, wordt het tekort door de jaren alleen maar groter. Een te lage norm leidt tot een onvoldoende duurzaam aanbod van parkeerplaatsen op termijn. Het is daarom verdedigbaar om ‘in het midden’ van de bandbreedtes te gaan zitten. Er wordt dan zoveel mogelijk een evenwicht tussen belangen van de eindgebruikers, de projectontwikkelaars en de gemeente gekeken. De benadering te kiezen voor het gemiddelde van de bandbreedte heeft het grote voordeel dat er sprake is van een duidelijk toepasbare norm. Er is geen discussie over de parkeernormen en er kunnen geen interpretatieverschillen optreden. Vandaar dat in deze Nota geen bandbreedtes meer voorkomen. Afwijking van landelijke kencijfers: appartementen en woonhuizen Voor appartementen en woonhuizen maakt het CROW publicatie 317 onderscheid naar woontypes (bijvoorbeeld vrijstaand, hoekwoning, tussenwoning), eigendomssituatie (koop/huur) en verschillende prijsklassen. In deze Nota Parkeernormen is voor alle type appartementen en woonhuizen, ongeacht de prijsklasse en eigendomssituatie, één parkeernorm opgenomen. Vanwege de landelijke ‘setting’ van de gemeente Horst aan de Maas heeft het type woning en prijsklasse van de woning nauwelijks invloed op het autobezit. Vandaar dat gekozen wordt voor één categorie ‘wonen’.

11

Nota Parkeernormen | 6-7

Centrumfuncties Voor de centrumfuncties (uitgezonderd de woonfunctie) zijn de parkeernormen bepaald aan de hand van de minimum CROW parkeernorm en de uitkomsten van eerder uitgevoerd parkeeronderzoek (centrum Horst 2011). Op onderdelen wordt dus op basis van eerder onderzoek gemotiveerd afgeweken van CROW-publicatie 317. Huisvestiging arbeidsmigranten Arbeidsmigranten zijn niet meegenomen in de kencijfers van het CROW. Door de komst van arbeidsmigranten in de gemeente Horst aan de Maas is de behoefte aan huisvestiging van deze nieuwe groep ontstaan. Wanneer deze huisvestiging plaatsvindt op een andere wijze dan één persoon/stel/gezin per woning, moet de parkeernorm worden gebaseerd op ‘kamerverhuur voor zelfstandigen (niet-studenten)’. Vanwege het tijdelijke en individuele karakter wordt uitgegaan van een parkeernorm per bewoner. In bijlage 1 zijn alle parkeernormen voor de gemeente Horst aan de Maas opgenomen.

2.2

Stedelijkheidsgraad en ligging Stedelijkheidsgraad De stedelijkheidsgraad van een gebied is van invloed op het aanbod en de kwaliteit van alternatieve vervoerswijzen en daarmee ook van invloed op de behoefte aan parkeerplaatsen. Naarmate een gebied een lagere stedelijkheidsgraad heeft, neemt het aanbod en de kwaliteit van alternatieven voor de auto (fietsen, lopen, openbaar vervoer) af en neemt de behoeft aan parkeerplaatsen toe. In de CROW parkeerkencijfers wordt daarom onderscheid gemaakt naar vijf verschillende stedelijkheidsgraden (niet stedelijk, weinig stedelijk, matig stedelijk, sterk stedelijk en zeer sterk stedelijk). De mate van stedelijkheid is gebaseerd op de omgevingsadressendichtheid (oad) van het CBS. De oad wordt uitgedrukt in het aantal adressen per vierkante kilometer. Volgens de oad wordt de totale gemeente Horst aan de Maas getypeerd als weinig stedelijk 2 gebied (500-1000 adressen per km ). Tussen en binnen de afzonderlijke kernen zijn (kleine) verschillen in oad zichtbaar. Om schijnnauwkeurigheid te voorkomen, is in de Nota Parkeernormen uitgegaan van één stedelijkheidsgraad (weinig stedelijk gebied) voor de totale gemeente. Ligging Naast de mate van stedelijkheid heeft ook de ligging van een bepaalde voorziening invloed op de mate van parkeerbehoefte.

Een ligging in of nabij het centrumgebied betekent veelal dat minder ruimte beschikbaar is in de openbare ruimte voor de realisatie van parkeerplaatsen. Tevens speelt hierbij de mate van beschikbaarheid van alternatieven vervoerwijzen zoals het openbaar vervoer of de fiets een rol. Vaak is in centrumgebieden sprake van (grootschalige) geclusterde parkeervoorzieningen en worden diverse voorzieningen in samenhang met elkaar bezocht. Het niet voor de deur kunnen parkeren wordt in dit soort gebieden dan ook tot op zekere hoogte geaccepteerd. In de rest van de bebouwde kom of buiten de bebouwde kom wordt vaker specifiek één voorziening bezocht en is de parkeernorm daarom gerelateerd aan één specifieke functie. De parkeernorm is daarom hoger naarmate de locatie verder van het centrum af ligt.

12

In de CROW parkeerkencijfers is daarom onderscheid gemaakt naar vier zones: 1. Centrum 2. Schil rond het centrum 3. Rest bebouwde kom (in de zin van de Wegenverkeerswet) 4. Buiten de bebouwde kom (in de zin van de Wegenverkeerswet) Voor deze Nota Parkeernormen is ervoor gekozen om drie zones op te nemen. De schil rondom centrumgebieden is niet afzonderlijk benoemd, omdat binnen de centrumgebieden van de kernen binnen de gemeente Horst aan de Maas feitelijk geen sprake is van een overloopgebied c.q. schil zoals wel vaak het geval is in meer stedelijke gebieden. Om schijnnauwkeurigheid te vermijden zijn alleen de centrumgebieden van de kernen Horst, Sevenum en Grubbenvorst als zodanig gekarakteriseerd. In de overige kernen is geen sprake van een sterke concentratie van aaneengesloten winkels. In Bijlage 2 zijn de centrumgebieden van de kernen Horst, Sevenum en Grubbenvorst afgebeeld.

2.3

Aan huis verbonden beroep en lichte bedrijvigheid aan huis In toenemende mate wordt in woongebieden de woonfunctie gecombineerd met een werkfunctie. Hierbij kan gedacht worden aan webwinkels, kappers, pedicures etc. Over het algemeen zijn dit bedrijven die relatief weinig tot geen bezoekers en werknemers hebben. De parkeergevolgen van dergelijke bedrijven zijn verwaarloosbaar. Eventuele bezoekers en werknemers zijn aangewezen op de aanwezige parkeerplaatsen in de woonwijk waar overdag over het algemeen sprake is van restcapaciteit parkeerplaatsen. De parkeerbehoefte van aan huis verbonden beroepen en lichte bedrijvigheid aan huis is daarom buiten beschouwing gelaten. Bij de vergunningverlening volstaat het dan ook om te verwijzen naar het bestemmingsplan waarin als voorwaarde is opgenomen dat er geen negatieve gevolgen voor de parkeerbalans mogen zijn.

13

Nota Parkeernormen | 8-9

Aanwezigheidspercentages

werkdagmiddag

werkdagavond

koopavond

werkdagnacht

zaterdagmiddag

zaterdagavond

zondagmiddag

Gedeeld gebruik van parkeervoorzieningen is mogelijk als de behoefte aan parkeerplaatsen voor een bepaalde functie op bepaalde momenten van de dag of de week laag is, terwijl vanuit een andere functie op dat moment een sterke behoefte aanwezig is. Wanneer twee of meerdere functies gebruik kunnen maken van dezelfde parkeervoorziening(en), worden aanwezigheidspercentages toegepast. Hiermee wordt de gecombineerde maatgevende parkeervraag voor de verschillende functies bepaald. Onderstaand zijn de aanwezigheidspercentages voor de verschillende functies en maatgevende periodes opgenomen. De aanwezigheidspercentages zijn afkomstig uit CROW publicatie 317. werkdagochtend

2.4

woningen bewoners

50%

50%

90%

80%

100%

60%

80%

70%

woningen bezoekers

10%

20%

80%

70%

0%

60%

100%

70%

kantoor/bedrijven

100% 100%

5%

5%

0%

0%

0%

0%

commerciële dienstverlening

100% 100%

5%

75%

0%

0%

0%

0%

detailhandel

30%

60%

10%

75%

0%

100%

0%

0%

grootschalige detailhandel

30%

60%

70%

80%

0%

100%

0%

0%

supermarkt

30%

60%

40%

80%

0%

100%

40%

0%

sportfuncties binnen

50%

50%

100% 100%

0%

100% 100%

75%

sportfuncties buiten

25%

25%

50%

50%

0%

100%

25%

100%

bioscooptheater/podium

5%

25%

90%

90%

0%

40%

100%

40%

sociaal medisch verpleeg/-verzorgingstehuis/ aanleunwoning/verzorgingsflat

100%

75%

10%

10%

0%

10%

10%

10%

50%

50%

100% 100%

25%

100% 100% 100%

dagonderwijs

100% 100%

0%

0%

0%

0%

0%

avondonderwijs 0% 0% 100% 100% 0% Tabel 1: Aanwezigheidspercentages (CROW publicatie 317, 2012)

0%

0%

0%

0%

Gedeeld gebruik wordt in met name centrumgebieden, in toenemende mate een moeilijk haalbare kwestie. Neem bijvoorbeeld de combinatie met winkel of detailhandel-functies. Een aantal jaren geleden was gedeeld gebruik goed toepasbaar omdat de meeste winkels open waren tot 18 uur. Vooral bij supermarkten is een sluitingstijd van 18 uur verleden tijd. Naast winkels die elke dag ’s avonds open zijn, wordt de koopzondag steeds meer een gewone winkeldag. Het is niet ondenkbaar dat op termijn van een aantal jaren, veel winkels elke zondag open zullen zijn. Gedeeld gebruik van parkeerplaatsen voor winkels en woningen is dan ook nog maar beperkt mogelijk. Voor het bepalen van de parkeernorm wordt dan ook geadviseerd in een aantal situaties voorzichtig om te gaan met gecombineerd gebruik, omdat dit in de praktijk niet altijd opgaat.

14

2.5

Parkeren op eigen terrein Een bouwinitiatief moet op eigen terrein kunnen voldoen aan de parkeervraag. Voor de functie wonen bestaat de parkeernorm uit een bewoners- en bezoekersgedeelte. Het aandeel bezoekersplaatsen per appartement/woning is altijd 0,3 parkeerplaats per woning. Zowel het bewoners- als bezoekersaandeel parkeerplaatsen wordt op eigen terrein aangelegd. Bij grootschalige woningbouwontwikkelingen (vanaf tien woningen) moeten de bezoekersparkeerplaatsen openbaar toegankelijk zijn en mogen deze zich niet in een afgesloten parkeervoorziening bevinden.

Een garage bij een woning wordt niet meegeteld als parkeermogelijkheid op eigen terrein. In de praktijk heeft bijna elke garage aan een woning of een bij een woning (aan)gebouwde garage een andere bestemming zoals bijkeuken, slaapkamer of kantoor. Hiermee wordt op voorhand rekening gehouden zodat het aantal aan te leggen parkeerplaatsen voldoende duurzaam en toekomstvast is. De mate van openbaarheid van het parkeeraanbod is belangrijk voor gecombineerd gebruik. Hoe meer parkeerplaatsen op eigen terrein bij woningen, hoe minder gecombineerd gebruik mogelijk is. In de onderstaande tabel 2 is de factor opgenomen voor bepaling van het aantal parkeerplaatsen op eigen terrein bij woningen. Type parkeergelegenheid

Berekeningsaanta Ontwerpeis

Woning met garage en of een oprit

1,0 pp

Woning met garage

0,0 pp

Woning met oprit/parkeerplaats

1,0 pp

Minimaal 6 meter diep en 2,5 breed

Woning met carport

1,0 pp

Minimaal 6 meter diep en 2,5 breed

Woning met dubbele oprit naast elkaar 2

Garagebox geclusterd

min 2,0 pp 0,4 pp

Minimaal 6 meter diep en 2,5 breed

Minimaal 6 meter diep en 2,5 breed per auto1 Minimaal 5,0 meter diep

Tabel 2: berekeningsaantallen parkeervoorzieningen op eigen terrein bij woningen Aan parkeerplaatsen worden eisen gesteld zodat deze ook daadwerkelijk gebruikt kunnen worden. Deze eisen zijn vermeld in het boekwerk ASVV 2012 (december 2012) van het CROW dat (technische) gegevens / richtlijnen bevat over de maatvoering en technische uitvoering van parkeervoorzieningen. Uiteindelijk dient het college van burgemeester en wethouders naast de parkeernorm, ook het ontwerp van de parkeervoorzieningen goed te keuren.

1

Meerdere parkeerplaatsen op eigen terrein worden stuk voor stuk gerekend voor zover deze afzonderlijk van elkaar gebruikt kunnen worden. 2

Geldt alleen in nog bestaande situaties. Parkeren in garageboxen wordt beschouwd als parkeren op afstand en in nieuwe situaties wordt dat niet aangemerkt als parkeren op eigen terrein. Bovendien blijkt dat garageboxen steeds vaker gebruikt worden voor opslag in plaats van parkeren. 15

Nota Parkeernormen | 10-11

2.6

Gehandicaptenparkeerplaatsen Bij het bepalen van de parkeerbehoefte van centrumgebieden, sportvoorzieningen en maatschappelijke voorzieningen moet rekening gehouden worden met de realisatie van algemene gehandicaptenparkeerplaatsen. Hierbij moeten de volgende aandachtspunten in acht genomen worden: • Op grote parkeerlocaties (> 50 parkeerplaatsen) is (minimaal) 2% van de parkeercapaciteit aangewezen als algemene gehandicaptenparkeerplaats • De algemene gehandicaptenparkeerplaatsen liggen zo kort mogelijk bij (hoofd)ingang van de voorziening waarvoor de parkeerplaatsen bedoeld zijn • De maatvoering van een gehandicaptenparkeerplaats is ruimer dan van een standaard parkeerplaats en wordt aangelegd volgens de richtlijnen uit het ASVV 2012

2.7

Parkeren en opladen elektrische voertuigen Bij het bepalen van de parkeerbehoefte van centrumgebieden, sportvoorzieningen en maatschappelijke voorzieningen moet rekening gehouden worden met de realisatie van parkeerplaatsen en oplaadvoorzieningen voor elektrische voertuigen. Hierbij moeten de volgende aandachtspunten in acht worden genomen: • Op grote parkeerlocaties (> 50 parkeerplaatsen) is (minimaal) 2% van de parkeercapaciteit aangewezen als parkeerplaats voor elektrische voertuigen met bijbehorende laadvoorziening • De locatie van elektrische laadpalen dient voldoende zichtbaar te zijn voor aankomende bezoekers zodat zij niet hoeven te zoeken naar een laadpaal • De gemeente Horst aan de Maas streeft naar duurzaamheid en wil het gebruik van elektrische voertuigen stimuleren door deze een gunstige plek te geven op de parkeerlocatie • De aanleg van laadvoorzieningen voor elektrische voertuigen dient rekening te houden met de toegestane parkeerduur (bijvoorbeeld blauwe zone). Afhankelijk van de laadvoorziening kan de laadduur variëren van een half uur (snellaadpaal) tot vier uur of langer (gemiddelde openbare laadpaal).

2.8

Parkeren van grote voertuigen Het uitgangspunt is dat het parkeren van grote voertuigen op eigen terrein van de bedrijven moet plaatsvinden. Het parkeren van grote voertuigen (vrachtwagens, touringcars), exclusief laden en lossen, is binnen de bebouwde kommen van de gemeente Horst aan de Maas niet toegestaan behoudens op de daarvoor aangewezen vrachtwagenparkeerplaatsen. In het ‘Aanwijzingsbesluit parkeerruimte grote voertuigen’ is vastgelegd waar het parkeren van grote voertuigen plaats dient te vinden.

16

Nota Parkeernormen | 12-13

3

OPSTELLEN PARKEERPLAN De initiatiefnemer van een ruimtelijk ontwikkeling stelt aan de hand van de volgende stappen een parkeerplan op. Dit parkeerplan maakt onderdeel uit van de ruimtelijke onderbouwing van de ontwikkeling.

3.1

Bepalen parkeerbehoefte Het proces van toepassing van de parkeernormen start met een ruimtelijk initiatief, plan of project. Kenmerk van doorwerking van parkeernormen via de Nota Parkeernormen is, dat toetsing alleen kan plaatsvinden op het moment dat sprake is van vergunningplichtige activiteiten. Niet-vergunningplichtige verbouwingen kunnen dus zonder toetsing aan de parkeernormen plaatsvinden. Bij de vergunningplichtige activiteiten wordt voor toepassing van de Nota Parkeernormen onderscheid gemaakt naar de volgende situaties: 1. Nieuwbouw 2. Herbouw/verbouw 3. Functiewijziging 4. Functie-uitbreiding ad 1. Nieuwbouw In het geval van nieuwbouw is de Nota Parkeernormen van toepassing op de totale ontwikkeling. De parkeerbehoefte per (nieuwe) functie wordt bepaald door middel van het aantal eenheden per functie te vermenigvuldigen met de parkeernorm. ad 2. Herbouw/verbouw Wanneer een bestaand object wordt gesloopt of verbouwd en in dezelfde functie en omvang wordt teruggebouwd, dan is de Nota Parkeernormen niet van toepassing. ad 3. Functiewijziging Wanneer een bestaand object (deels) een functiewijziging ondervindt, dan is de Nota Parkeernormen van toepassing op dat gedeelte waar functiewijziging plaatsvindt. De parkeernorm van de oude functie wordt dan samengesteld op basis van de parkeernorm van de nieuwe functie minus de parkeernorm van de oude functie.

Aan deze verrekening zijn wel voorwaarden verbonden: zie paragraaf 3.4.1. ad. 4. Functie-uitbreiding Bij het uitbreiden van een bestaande functie is de parkeernorm van toepassing op het gedeelte dat uitgebreid wordt. Ook hier geldt dat in het verleden vergunde activiteiten waarbij niet getoetst is aan parkeernormen niet worden meegenomen in de berekening van het aantal benodigde parkeerplaatsen.

3.2

Bepalen normatieve parkeerbehoefte Wanneer de gegevens (functies) van een bouwontwikkeling bekend zijn, wordt de bijbehorende 2 norm bepaald. Deze wordt vermenigvuldigd met het te realiseren programma, het aantal m bruto vloeroppervlakte of met andere eenheden zoals het aantal zitplaatsen. Bij een gecombineerde ontwikkeling wordt de berekening voor iedere functie apart uitgevoerd. De uitkomsten van iedere berekening worden vervolgens bij elkaar opgeteld, deze optelling vormt de normatieve parkeerbehoefte.

17

Nota Parkeernormen | 14-15

3.3

Korting op parkeernorm bij alternatieve mobiliteitsoplossingen Het college van burgemeester en wethouders kan besluiten om in bijzondere gebieden of situaties de parkeernorm naar beneden bij te stellen. De initiatiefnemer moet deze bijstelling onderbouwen ofwel door aannemelijk te maken dat het gebruik van de functie een afwijkende parkeervraag genereert, ofwel door een alternatieve mobiliteitsdienst aan te bieden. De basis voor afwijking als gevolg van bijzondere omstandigheden wordt gevormd door een bereikbaarheidsplan, dat onderdeel uitmaakt van de ruimtelijke onderbouwing. Bijvoorbeeld; in een bereikbaarheidsplan wordt gesteld dat een substantieel deel van de medewerkers niet de auto gebruikt voor woon-werkverkeer. Of de initiatiefnemer zorgt voor voldoende deelauto’s bij de ontwikkeling van woningen (waarbij de vaste kosten door de ontwikkelaar worden gedragen). Deze afwijking dient objectief onderbouwd te worden waarmee aannemelijk wordt gemaakt dat afwijken van de parkeernormen gerechtvaardigd is.

Voorbeelden van een dergelijke objectieve onderbouwing zijn: • Cijfers met betrekking tot het aantal werknemers en/of fte • Cijfers met betrekking tot het autobezit en/of gebruik van de beoogde gebruikersgroepen van een functie • Cijfers met betrekking tot het gebruik van de fiets en het openbaar vervoer op de desbetreffende locatie • Resultaten uit een recente parkeerdrukmeting bij vergelijkbare functies waaruit blijkt dat de parkeervraag lager ligt dan de gehanteerde norm • Resultaten uit referentieprojecten waarin maatregelen genomen zijn die soortgelijk zijn aan de voorgestelde maatregelen in het desbetreffende mobiliteitsplan Toetsingskader alternatieve mobiliteitsoplossingen Bij het toetsen van alternatieve mobiliteitsoplossingen in het bereikbaarheidsplan let het college van b&w in hoofdzaak op de kwaliteit van de mobiliteitsoplossing. Hoe hoger de kwaliteit, hoe aantrekkelijker het gebruik en dus hoe groter de korting op de parkeernorm. Daarbij kijkt het college niet alleen naar de initiële kwaliteit, maar ook naar de mate waarin goed beheer en onderhoud gegarandeerd is. Zo zal deelmobiliteit in de vorm van een abonnement op een bestaand concept altijd hoger gewaardeerd worden dan het beschikbaar stellen van een individueel voertuig voor algemeen gebruik.

In zijn algemeenheid geldt dat voor een woonbestemming het beschikbaar stellen van deelmobiliteit in het meest gunstige geval de aanschaf van een tweede auto onnodig maakt. De korting op de parkeernorm kan de norm daarom maximaal tot één parkeerplaats per woning verlagen. Het uitgangspunt daarbij is dat voor het beschikbaar stellen van één deelvoertuig maximaal voor vijf woningen de parkeernorm naar beneden zal worden bijgesteld.

3.4

Specifieke omstandigheden Er kunnen specifieke omstandigheden zijn die van invloed zijn op het bepalen van de normatieve parkeerbehoefte. Deze omstandigheden dienen dan beschreven te worden in het parkeerplan.

3.4.1

Verrekening oude functie Bij functiewijziging wordt rekening gehouden met de normatieve parkeerbehoefte van de oorspronkelijke situatie. Het uitgangspunt hierbij is dat de parkeerbehoefte van het laatste 18

legale gebruik van de oorspronkelijke situatie - voor zover die parkeerbehoefte werd gefaciliteerd in het openbare parkeerareaal - in mindering wordt gebracht bij de te berekenen parkeerbehoefte voor de nieuwe situatie. Hierbij dient rekening te worden gehouden met de aanwezigheidspercentages die voor de oorspronkelijke functie golden. Als een voorziening meer dan één jaar ongebruikt of 'tijdelijk' gebruikt is gebleven, wordt de parkeerbehoefte van de bestaande situatie geacht nihil te zijn. De ooit beschikbare parkeerruimte zal dan immers door andere parkeerders in gebruik zijn genomen waardoor de parkeerplaatsen niet meer beschikbaar zijn voor de nieuwe functie. Tijdelijk gebruik ter voorkoming van leegstand wordt buiten beschouwing gelaten bij de beoordeling van het laatste legale gebruik. Het is ter beoordeling van het college van burgemeester en wethouders of er sprake is geweest van tijdelijk gebruik. Bijvoorbeeld, een nieuwe ontwikkeling met een parkeervraag van 30 parkeerplaatsen vestigt zich op de locatie waar voorheen een functie zat met een parkeervraag van 20 parkeerplaatsen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14193902/1