03d Bijlage 2 Kaderbrief 2025 - versie raad 2 juli
Tekst van het document
Op basis van de meest actuele informatie zien we vanaf 2026 een terugval aan te ontvangen rijksmiddelen ten opzichte van 2025. Dit betekent dat het downsizen van ambities of het opstellen van ombuigingen noodzakelijk lijkt om de begroting voor de jaren 2026, 2027 en 2028 sluitend te krijgen. De komende tijd vinden er op landelijk niveau tussen de VNG en het nieuwe kabinet nog veelvuldig gesprekken plaats over de structurele financiering van gemeenten door het Rijk vanaf 2026. Inzet van de VNG hierbij is dat taken en financiële middelen in balans zijn. Wij vinden het te vroeg om vooruitlopende hierop nu al onze ambities naar beneden bij te stellen of nu al te gaan ombuigen om de begroting in de jaren 2026 t/m 2028 sluitend te krijgen.
38
De redenen hiervoor zijn:
de grens op 2% van de totale begrotingslasten
•
De financiële onzekerheid over de middelen die
(excl. mutatie reserves), ongeveer € 3 mln.
vanaf 2026 van het Rijk komen.
hebben gezet. Dit bedrag sluit ongeveer aan
We gaan aan de slag met de zerobased begroting
bij het rekeningsaldo na budgetoverheveling
fase 1 waarbij we kritisch naar bestaande
in 2023.
•
budgetten kijken. Een ombuigingentraject parallel
“Om repressief begrotingstoezicht van de provincie te houden is een structureel sluitende jaarschijf 2025 voldoende.”
•
•
•
Om repressief begrotingstoezicht van de
aan het traject voor de zerobased begroting laten
provincie te houden is een structureel
lopen, is niet efficiënt.
sluitende jaarschijf 2025 voldoende.
De afgelopen jaren is er steeds sprake geweest van forse rekeningsaldo’s. in 2021 was er na
We gaan ervan uit dat bij de begroting 2026
budgetoverheveling sprake van een saldo van
er meer duidelijkheid is vanuit het rijk en er
€ 3,7 mln., in 2022 was dat € 12,5 mln. en in
dan voldoende tijd is hierop te anticiperen.
2023 is dat € 3,5 mln..
We pakken dit in lijn met het traject van de
We hebben op dit moment nog niet de beschikking
zerobased begroting fase 2 op.
over integraal op elkaar afgestemde programma-
•
en teamplannen. Deze zijn begin 2025 gereed.
Gemeentelijke belastingen
Dit maakt het vooruitlopend hierop nu integraal
•
afwegen van beleid of het prioriteren van
en overige heffingen corrigeren we de tarieven
ombuigingen erg lastig.
met het percentage loon- en prijsontwikkeling
Consistente gedragslijn begroting 2024. Dat we bij
uit de meicirculaire 2024 algemene uitkering
onzekerheid op de lange termijn niet alles meteen
gemeentefonds.
op de kop zetten en daarmee onrust veroorzaken
•
en van onze koers afwijken, is een gedragslijn die we ook bij de begroting 2024 gekozen hebben. •
Bij de OZB, toeristenbelasting, legestarieven
Kostendekkendheid is bij de rioolheffing en afvalstoffenheffing het uitgangspunt.
•
We evalueren de per 1 januari 2024
Wel vinden we het wenselijk de meerjarige
ingevoerde rioolheffing voor gebruikers
tekorten niet te groot te laten oplopen zodat we
gebaseerd op waterverbruik.
39
Indexering gemeentelijke budgetten,
Eigen vermogen en weerstandsvermogen
investeringen, huren, subsidies en lonen
•
• •
•
We indexeren budgetten, investeringen en
aan die qua omvang past bij de
subsidies niet standaard.
geïnventariseerde risico’s.
Budgetten die bedoeld zijn om aan contractuele
In de begroting 2024 is opgenomen dat we in 2025 onze algemene reserve/eigen
bij op basis van de contractafspraken.
vermogen versterken met € 4 mln.. Mocht
Toekomstige investeringen waarvoor nog geen
het nodig zijn, dan heroverwegen we bij het
krediet is verleend, indexeren we op basis
opstellen van de begroting 2025 deze begrote
van de prijsindex bouwkosten van het CBS en
storting. Hierbij zorgen we ervoor dat onze
Bouwkosten kompas. Investeringen waarvoor
solvabiliteit (verhouding eigen vermogen/
reeds een krediet is verleend, indexeren we
totale vermogen) niet onder de door de
alleen als daar een specifiek raadsbesluit aan
gemeenteraad vastgestelde 33% komt. •
Claims op de algemene reserve houden we
We passen huurtarieven met ingang van 2025
apart inzichtelijk in de daarvoor bestemde
aan op basis van het prijsindexcijfer materiële
‘Algemene reserve onderhanden’.
overheidsconsumptie uit de meicirculaire 2024 van het gemeentefonds. •
•
verplichtingen te voldoen, stellen we waar nodig
ten grondslag ligt. •
We houden een ‘Algemene reserve basis’
•
We beperken het vormen van afzonderlijke bestemmingsreserves.
We indexeren de lonen met het percentage loonindex zoals genoemd in de meicirculaire 2024 algemene uitkering gemeentefonds.
•
Exploitatie- en stimuleringssubsidies indexeren we niet. Budgetsubsidies indexeren we voor 2025 op basis van het percentage loon-prijsontwikkeling uit de meicirculaire 2024 van het gemeentefonds. Daarbij geldt de loonindex op het loongevoelige deel van de subsidie en de prijsindex op het prijsgevoelige deel van de subsidie. 40