CConstaterende datHorst aan de Maas
Koppel je AI →
Document · PDF

03c Toelichting en Regels

Gemeenteraad 19 september 2023, gemeente Horst aan de MaasBij agendapunt: Voorstel tot het ongewijzigd vaststellen van het bestemmingsplan Venloseweg 25a, Sevenum.22.983 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

| bestemmingsplan Venloseweg 25a Sevenum | status: vastgesteld |

Pagina | 3 2

Bedrijven en milieuzonering De indeling van de bedrijven c.q. bedrijfsactiviteiten is vastgelegd een Staat van bedrijfsactiviteiten die is opgenomen in de VNG brochure 'Bedrijven en milieuzonering', van maart 2009. In deze Staat worden bedrijfsactiviteiten ingedeeld in een zestal categorieën met toenemende potentiële milieuemissies. Op grond van deze Staat kan een beleidsmatige selectie worden gemaakt van de op het plangebied toe te laten bedrijfsactiviteiten. De bedrijven zijn op basis van de Standaard Bedrijfs Indeling (SBI-codes) in deze Staat gerangschikt. Per bedrijfsactiviteit is voor elk ruimtelijk relevante milieucomponent (geur, stof, geluid en gevaar) een richtafstand aangegeven die in beginsel moet worden aangehouden tussen een bedrijf en milieugevoelige objecten (woningen) om hinder en schade aan mensen binnen aanvaardbare normen te houden. Bij het bepalen van deze richtafstanden zijn de volgende uitgangspunten gehanteerd:

het betreft 'gemiddelde' moderne bedrijfsactiviteiten met gebruikelijke productieprocessen en voorzieningen; de richtafstanden hebben betrekking op de omgevingstype 'rustige woonwijk' , 'rustig buitengebied' of vergelijkbare omgevingstypen; de richtafstanden bieden in beginsel ruimte voor normale groei van de bedrijfsactiviteiten. De grootste afstand van de milieucomponenten vormt de indicatie voor de aan te houden afstand van de bedrijfsactiviteit tot een milieugevoelig object. Elk bedrijf c.q. bedrijfsactiviteit wordt in een bepaalde milieucategorie ingedeeld. Indien de aard van de omgeving dit rechtvaardigt, kunnen gemotiveerd kortere richtafstanden worden aangehouden bij het omgevingstype 'gemengd gebied', dat gezien de aanwezige functiemenging of ligging nabij drukke wegen al een hogere milieubelasting kent. In zo'n geval is het ruimtelijk aanvaardbaar dat de richtafstanden met één afstandsstap worden verlaagd. Invloed milieuhinder op het plangebied Het plangebied ligt in het buitengebied, doch wordt voornamelijk omringd door woningen, agrarische gronden en natuur. Binnen een straal van 200 meter rondom het plangebied bevinden zich drie bedrijven: adres

bedrijf

feitelijke afstand

richtafstand

Venloseweg 16-24

verkooppunt motorbrandstoffen ( )

16 m

50 m

Venloseweg 26

garagebedrijf

47 m

30 m

Venloseweg 17

veehouderij (paarden)

98 m

50 m

Het plangebied ligt binnen de richtafstand (zelfs ingeval er sprake is van een 'gemengd gebied' vanwege de ligging langs een drukke weg). De richtafstand van 50 meter is opgenomen vanwege het aspect 'gevaar'. Voor de aspecten 'geur' en 'geluid' geldt een richtafstand van 30 meter. Ingeval van een gemengde omgeving zoals langs de Venloseweg zeker verantwoord kan worden, dan is de richtafstand in verband met gevaar 30 meter; voor geur en geluid is dat 10 meter, zodat deze laatste aspecten in casu niet meer leiden tot een onaanvaardbare situatie. Uit de verantwoording van het groepsrisico is gebleken dat ter plaatse van de nieuw te realiseren woning sprake is van een goed woon- en leefklimaat. Hiervoor wordt verwezen naar

| bestemmingsplan Venloseweg 25a Sevenum | status: vastgesteld |

Pagina | 3 3

de beschouwing van 'externe veiligheid' in de volgende paragraaf. De woning vormt geen belemmering voor de bedrijfsvoering van dit tankstation, omdat er op kortere afstand al burgerwoningen zijn gesitueerd. Bij de nieuwe woning zullen ook aan huis verbonden bedrijfsactiviteiten worden uitgeoefend in de vorm van een door initiatiefnemer gerund aannemersbedrijf. Een aannemersbedrijf tot een bruto vloeroppervlak van 1000 m2 is een bedrijf in de milieucategorie 2; een aan huis verbonden aannemersbedrijf dat de bebouwing tot een oppervlakte van slechts 100 m2 gebruikt voor het opslaan van materieel, heeft geen grotere impact op de omgeving dan indien het gehele huidige bedrijfsgebouw op basis van de bestemming 'Bedrijf' voor deze opslagdoeleinden wordt gebruikt. De opslag heeft vanwege de beperkte omvang en het feit dat er geen (voorbereidende) werkzaamheden op deze locatie worden verricht, geen enkel waarneembaar effect op de omliggende woningen. Immers, levering van bouwmaterialen vindt altijd op de bouwlocatie plaats. Initiatiefnemer zal op basis van het Activiteitenbesluit een melding indienen voor de activiteiten, danwel de melding doen dat de activiteiten worden aangepast (beperking van bedrijfsfunctie). Er kan derhalve worden gesteld dat qua milieuzonering over en weer geen belemmeringen zijn.

5.2.6

Externe veiligheid

Risicovolle inrichtingen (bevi) De veiligheid rond bedrijven wordt gereguleerd in de vigerende milieuvergunning (of een geldende Algemene Maatregel van Bestuur) en het Besluit externe veiligheid inrichtingen van 21 oktober 2004 (Bevi). In het Bevi worden specifieke regels opgenomen voor specifieke risicovoIle inrichtingen. In het Bevi heeft iedere risicovolle inrichting een veiligheidszone gekregen. Dit heet de plaatsgebonden risicocontour (PR-contour). Binnen deze contour mogen nieuwe kwetsbare objecten (zoals woningen, scholen, ziekenhuizen, grootschalige kantoren, hotels, winkelcentra, campings) of beperkt kwetsbare objecten (zoals verspreid liggende woningen, bedrijfswoningen dan wel bedrijfsgebouwen van derden, kleinere kantoren, hotels en winkels, sporthallen, zwembaden) niet of niet zonder meer worden opgericht. Het Bevi gaat uit van een PR-contour 10-6/jr. Het kan gaan om inrichtingen waarbij door middel van een vaste afstand wordt voldaan aan deze contour (zogenaamde “categoriale inrichtingen”) en inrichtingen waarbij deze contour individueel moet worden berekend (Quantitative Risk Assement (QRA)). Dit is geregeld in Regeling externe veiligheid inrichtingen (Revi).

Bij het nemen van een planologische besluit (zoals de vaststelling van een bestemmingsplan of een omgevingsvergunning voor het afwijken van het bestemmingsplan) moet het bevoegd gezag deze contour in acht nemen voor kwetsbare objecten. Hierbij geldt de PR-contour 10-6/jr. als grenswaarde. Voor beperkt kwetsbare objecten geldt de contour als richtwaarde, d.w.z. in principe moet PR 10-6/jr. aangehouden worden, maar er mag gemotiveerd van worden afgeweken.

Naast het plaatsgebonden risico kent het Bevi ook het groepsrisico (GR). Het groepsrisico geeft

| bestemmingsplan Venloseweg 25a Sevenum | status: vastgesteld |

Pagina | 3 4

aan wat de kans is op een ongeval met ten minste 10, 100 of 1000 dodelijke slachtoffers in de omgeving van de beschouwde bron. Het aantal personen dat in de omgeving van de bron verblijft bepaalt daardoor mede de hoogte van het groepsrisico. Voor het GR geldt geen harde juridische norm (zoals de PR-contour 10-6/jr. wel is) maar een zogenaamde oriënterende waarde. Het berekende groepsrisico wordt weergegeven in een curve, waarbij de kans op een ongeval wordt uitgezet tegen het aantal mensen dat daarbij omkomt. In dezelfde grafiek wordt de oriënterende waarde uitgezet. Als die wordt overschreden door een ruimtelijke ontwikkeling moet dat worden verantwoord. Hiermee wordt in beeld gebracht of en in welke mate het bevoegd gezag het GR wel of niet aanvaardbaar vindt, al dan niet na het nemen van maatregelen.

Volgens de Risicokaart van de provincie Limburg ligt in de directe omgeving (in een straal van 200 m) van het plangebied één risicovolle inrichting, te weten tankstation De Weel, Venloseweg 16 te Sevenum. Op onderstaande afbeelding zijn de plaatsgebonden risicocontouren van deze inrichting weergegeven:

Figuur: uitsnede risicokaart

Het plangebied aan de Venloseweg 25a ligt geheel buiten de plaatsgebonden risicocontouren. De contour voor het verantwoorden van het groepsrisico bedraagt 150 meter; het gehele plangebied valt daar binnen. Daarom zal het groepsrisico verantwoord moeten worden. Op 22 juli 2022 heeft Econsultancy BV het groepsrisico verantwoord. In de rapportage die als bijlage bij de plantoelichting is gevoegd, is het volgende geconcludeerd: 'Econsultancy heeft voor het voorgenomen plan een onderzoek externe veiligheid uitgevoerd. Doel van het onderzoek is het identificeren van mogelijk relevante risicovolle activiteiten in de omgeving en de effecten van deze activiteiten op het plan. Vanwege de ligging van het plangebied nabij een LPG-tankstation is een kwantitatieve risicoanalyse verricht. Het groepsrisico neemt in de toekomstige situatie marginaal toe ten opzichte van de huidige situatie en is kleiner dan 0,1 x de oriëntatiewaarde. De plaatsgebonden risicocontouren van 10-6/jaar reiken niet tot de woning binnen het plangebied. Omdat wat betreft de LPG-tankstation sprake is van een bestaande situatie, moet worden | bestemmingsplan Venloseweg 25a Sevenum | status: vastgesteld |

Pagina | 3 5

verondersteld dat de voorzieningen ter bestrijding van calamiteiten op orde zijn. Het plan dient aan de Veiligheidsregio Limburg-Noord te worden overlegd ter beoordeling.'

Ter plaatse van de Venloseweg 35 is op de risicokaart nog een bovengrondse propaantank opgenomen met een plaatsgebonden risicocontour van 25 meter, doch vanwege bedrijfsbeëindiging is die tank verwijderd. Het plangebied ligt ook ruim buiten de plaatsgebonden risicocontour. Vervoer gevaarlijke stoffen Het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt), stelt regels aan transportroutes en de omgeving daarvan. Zo moet een basisveiligheidsniveau rond transportassen (plaatsgebonden risico) en een transparante afweging van het groepsrisico worden gewaarborgd. Daarmee wordt de opdracht aan het bevoegd gezag voor ruimtelijke besluiten nadrukkelijk vastgelegd om rekening te houden met de risico's van transport van gevaarlijke stoffen over weg, water en spoor. In het basisnet is de omvang voor de verschillende transportmodaliteiten vastgelegd. Voor zover het gaat om het vervoer van gevaarlijke stoffen zijn met name de rijks-, provincialeen spoorwegen en rivieren van belang. Nabij het plangebied zijn dit de Rotterdam-Rijnpijpleiding en de spoorlijn Venlo-Eindhoven. Het plangebied bevindt zich op een afstand van bijna 1 km van de Rotterdam-Rijnpijpleiding en de spoorlijn Eindhoven - Venlo. Ten aanzien van het plaatsgebonden risico blijkt dat de PR-contour 10 -6/jr.

is gelegen op 43 meter uit het hart van de buisleiding; het invloedsgebied voor de verantwoording van groepsrisico is niet veel ruimer en strekt niet tot het plangebied. Het plangebied ligt hier ruim achter. Het invloedsgebied van de spoorlijn bedraagt 460 meter; ook hier ligt het plangebied dus ruim buiten. Dit houdt in dat voor dit aspect externe veiligheid in verband met het vervoer van gevaarlijke stoffen geen knelpunt aanwezig is. Ten aanzien van veiligheidsrisico's is de Venloseweg (N556) uitsluitend van belang indien hierover gevaarlijke stoffen worden getransporteerd. Bij Rijkswaterstaat zijn géén jaarintensiteiten van het vervoer van gevaarlijke stoffen over deze weg bekend. Wél is aangegeven dat de PR 10-6 afstand van de weg 0 meter betreft en de overschrijdingsfactor van de oriëntatiewaarde <0,1 maal de oriënterende waarde betreft. Gelet op de zeer lage externe veiligheidsrisico’s en het feit dat ten aanzien van het tankstation De Weel al een inrichtingsgerelateerde verantwoording is uitgevoerd, zullen ter plaatse van de nieuwe woning al de hoogste veiligheidsmaatregelen getroffen worden om het risico op slachtoffers op het moment van een calamiteit zoveel mogelijk te beperken. Conclusie : Het aspect externe veiligheid staat niet aan de realisatie van een woning aan de Venloseweg 25a te Sevenum in de weg.

| bestemmingsplan Venloseweg 25a Sevenum | status: vastgesteld |

Pagina | 3 6

5.2.7

Geurhinder

De dichtstbijzijnde (intensieve) veehouderijbestemming (Venloseweg 38) ligt op een afstand van 830 meter. Op 24 juli 2020 heeft de gemeenteraad van Horst aan de Maas de Beleidsregel ruimtelijke ontwikkelingen en geurhinder, gemeente Horst aan de Maas vastgesteld. Hiermee wordt invulling gegeven aan de uitspraken van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin de afdeling aangeeft dat bij ruimtelijke ontwikkelingen een beoordeling van de geurhinder moet plaatsvinden in het kader van een goed woon- en leefklimaat en alleen een toets aan de normen uit de Wet geurhinder en veehouderij niet volstaat. De beleidsregel ziet toe op de beoordeling van de cumulatieve geurbelasting uit stallen van veehouderijen. Bij het beoordelen van ruimtelijke initiatieven en plannen waar er sprake is van een nieuw voor geurhinder gevoelig object zoals aangeduid in de Wet geurhinder en veehouderij c.q. de uitvoeringsregels van de Omgevingswet, worden als vertaling van het criterium ‘een aanvaardbaar woon- en leefklimaat’ voor het aspect cumulatieve geurhinder uit stallen van veehouderijen, onderstaande waarden gehanteerd als toetswaarden. Bij de beleidsregel zijn kaarten opgenomen waarop de geurhindercontouren en de achtergrondbelastingen zijn weergegeven. Uitsnedes van deze kaarten zijn onderstaand opgenomen; het plangebied is met een pijl aangeduid:

Figuur: indicatieve achtergrondbelasting

| bestemmingsplan Venloseweg 25a Sevenum | status: vastgesteld |

Pagina | 3 7

Figuur: geurcontouren

Ter plaatse van de Venloseweg 25a wordt het woon- en leefklimaat als zeer goed beoordeeld en bedraagt de indicatieve achtergrondbelasting op voor geur gevoelige objecten minder dan 3 Ou. De toetswaarde van 10 Ou wordt derhalve niet overschreden zodat er sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat ter plaatse van het plangebied en kan worden gesteld dat er qua geurhinder geen overbelaste situatie is. Veehouderijen in de omgeving vormen dus geen belemmering voor het initiatief en vice versa.

5.2.8

Geiten

Het aantal geiten is in Limburg is toegenomen van ca. 46.000 in 2016 naar 61.000 dieren in 2018. In 2018 gaat het daarbij om 44.000 melkgeiten (72%). Het aantal gespecialiseerde melkgeitenhouderijen nam toe van 22 in 2016 naar 25 in 2018. Ook Horst aan de Maas herbergt gespecialiseerde geitenhouderijen. Uit de studies Veehouderij en Gezondheid van Omwonenden blijkt dat mensen die binnen 2 km rondom geitenhouderijen wonen een grotere kans hebben op een longontsteking. Wat deze toename veroorzaakt is nog onduidelijk. Er loopt onderzoek naar de oorzaken van de longontstekingen. De provincie Limburg heeft gelet op die gezondheidseffecten in mei 2019 een voorbereidingsbesluit genomen op basis waarvan het verboden is om het direct aan de inwerkingtreding van dat voorbereidingsbesluit voorafgaande bestaande gebruik van bouwwerken of gronden binnen het gehele grondgebied van de provincie Limburg te wijzigen in gebruik ten behoeve van het houden van geiten. Onder wijzigen wordt ook verstaan een uitbreiding van het direct aan de inwerkingtreding van dit voorbereidingsbesluit voorafgaande aanwezige aantal geiten binnen een inrichting. Dit verbod is niet van toepassing op inrichtingen waar minder dan tien geiten zullen worden gehouden. In een straal van circa 5 km rondom onderhavige delen van het plangebied bevinden zich geen

| bestemmingsplan Venloseweg 25a Sevenum | status: vastgesteld |

Pagina | 3 8

geitenhouderijen.

5.2.9

Endotoxinen

De effecten die veehouderijen op de volksgezondheid kunnen hebben, moeten worden betrokken bij besluiten in het kader van ruimtelijke ordening en milieu. Een van de effecten op de volksgezondheid ziet op endotoxinen. De Gezondheidsraad hanteert in het rapport ‘Gezondheidsrisico’s rond veehouderijen’ (2012) een advieswaarde van 30 EU/m3 voor de maximale blootstelling aan endotoxinen in de buitenlucht. De Gezondheidsraad gaat ervan uit dat met deze advieswaarde de gezondheid van omwonenden van veehouderijen tegen te veel aan endotoxinen kan worden beschermd. De rijksoverheid ontwikkelt een landelijk toetsingskader voor endotoxinen. Dit toetsingskader is momenteel nog niet beschikbaar. Daarom heeft het Ondersteuningsteam Veehouderij en Volksgezondheid (team van provincie Noord-Brabant, de GGD en verschillende Brabantse omgevingsdiensten en gemeenten) vooruitlopend op de ontwikkeling van een landelijk toetsingskader de ‘Notitie Handelingsperspectieven Veehouderij en Volksgezondheid: Endotoxine toetsingskader 1.0’ opgesteld.

Uit bijlage N: 'figuren overschrijdingsafstanden uit modelberekeningen' behorende bij het rapport ‘Emissies van endotoxinen uit de veehouderij: emissiemetingen en verspreidingsmodellering’ van WUR (2016) (endotoxinerapport) valt af te lezen dan in de regio Noord-Limburg op een afstand van meer dan 550 meter gemeten vanuit welke intensieve veehouderijtak dan ook, geen overschrijding van de norm voor endotoxinen plaatsvindt. Gelet op het feit dat binnen deze afstand vanaf het plangebied slechts géén actieve intensieve veehouderij is gelegen, en er binnen een afstand van 550 meter ook geen nieuwe intensieve veehouderijactiviteiten kunnen worden ontplooid vanwege de aanwezigheid van vele burgerwoningen en het ontbreken van een intensieve veehouderijbestemming, is er geen belemmering te verwachten voor de nieuwe woning binnen onderhavig plangebied.

5.2.10 Spuitzones Akkerbouwgewassen worden beschermd door middel van gewasbeschermingsmiddelen. Bij het toebrengen van deze middelen kan de spuitvloeistof ten gevolge van luchtstroming verplaatst worden naar omliggende percelen. Dit wordt 'drift' genoemd. Voor wat betreft het spuiten van gewassen zijn geen wettelijke voorschriften over de minimaal aan te houden afstanden tussen gronden waarop bomen en andere gewassen in de open lucht worden gekweekt, en nabijgelegen gevoelige objecten. Het ontbreken van dergelijke voorschriften laat echter onverlet dat in het kader van een goede ruimtelijke ordening een afweging van alle bij het gebruik van de gronden betrokken belangen dient plaats te vinden, waarbij de aan te houden afstand tussen akkerbouwgronden en gevoelige objecten zodanig gekozen dient te worden dat een aanvaardbaar leefklimaat kan worden gegarandeerd. De Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft eerder overwogen dat toepassing van de vuistregel om een afstand aan te houden van 50 m tussen gevoelige functies en agrarische bedrijvigheid waarbij gewasbeschermingsmiddelen worden gebruikt, in het algemeen niet onredelijk is (uitspraak van 27 mei 2015 in zaak nr. 201410309/1/R6). Dit brengt echter niet reeds met zich dat een kortere afstand in dit geval niet redelijk zou kunnen zijn.

Dit hangt mede samen met de hoogte van de gewassen (hoe hoger, des te meer sprake er kan zijn van drift), windrichting, soort bestrijdingsmiddelen en frequentie van spuiten.

| bestemmingsplan Venloseweg 25a Sevenum | status: vastgesteld |

Pagina | 3 9

Onderhavig plangebied wordt aan de noord- en zuidzijde begrensd door woonpercelen. Aan de westzijde grenst het plangebied aan de openbare weg en daarachter een bedrijfsbestemming. De afstand tussen het plangebied en het meest nabij gelegen akkerbouwperceel bedraagt circa 34 m. Op dit perceel worden lage gewassen geteeld. Op basis van de actuele wet- en regelgeving mogen uitsluitend nog driftarme spuitdoppen worden gebruikt bij de teelt van gewassen in de open lucht. Volgens artikel 3.78a van het Activiteiten-besluit milieubeheer dient bij het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen bij dergelijke teelten een techniek te worden gebruikt die een driftreductie bereikt van ten minste 75%. Hierdoor zijn eventuele risico’s als gevolg van drift vanuit het akkerbouwperceel op de woning in het plangebied redelijkerwijs uitgesloten, temeer als gevolg van de bufferende werking van de bestaande bebouwing binnen het plangebied en de al aangebrachte erfbeplating achter het plangebied. De heersende windrichting in de regio is zuid-west, zoals uit onderstaande gegevens van het KNMI blijkt:

Afbeelding: bron Klimaatviewer KNMI

De nieuwe woning is gepland op een afstand van minder dan 50 meter van de in eigendom van derden zijnde agrarische gronden ten zuidoosten van de geplande woning. Ten aanzien van het agrarisch gebruik van die gronden wordt geconstateerd dat deze gronden worden omringd door bestaande woningen. Door daarmee rekening te houden bij het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen, wordt tevens de nieuw te realiseren woning beschermd tegen invloeden vanuit de spuitzone. De bestaande woningen zorgen voor belemmeringen voor het spuiten en hierdoor wordt de afstand van de locatie waar wèl gespoten mag worden tot aan de

| bestemmingsplan Venloseweg 25a Sevenum | status: vastgesteld |

Pagina | 4 0

nieuwe woning binnen het plangebied groter dan 50 meter. In het geldende bestemmingsplan voor het akkerbouwperceel, het bestemmingsplan ‘Buitengebied Horst aan de Maas, herziening 2020’, is vastgelegd dat het gebruik van de gronden voor fruitteelt en boomteelt, voor zover gebruik wordt gemaakt van een op- en zijwaartse spuittechniek voor het aanbrengen van gewasbeschermingsmiddelen, niet is toegestaan binnen een afstand van 30 meter tot voor gewasbeschermingsmiddelen gevoelige functies (zoals woningen). Hierdoor wordt voldaan aan de regels met betrekking tot spuitzones en is er sprake van een goed woon- en leefklimaat ter plaatse van de nieuwe woning.

5.3

Waterparagraaf

Waterbeleid

Het plangebied ligt binnen het beheersgebied van het Waterschap Limburg. In het kader van het beleid van zowel de gemeente Horst aan de Maas als het waterschap dient binnen het plangebied een duurzaam waterhuishoudkundig systeem gerealiseerd te worden. Concreet betekent dit dat er sprake moet zijn van gescheiden schoon- en vuilwaterstromen die afzonderlijk worden verwerkt. Vanuit het waterschap Limburg gelden daarbij de volgende uitgangspunten: 1. Circa 10% van het plangebied reserveren voor water. Doorgaans zijn lager gelegen gebiedsdelen het meest geschikt. Nagaan of plangebied nodig is voor wateropgave van omliggende gebieden; zorgen dat geen logische waterstructuren worden geblokkeerd. 2. Rekening houden met hoogteverschillen in plangebied en omgeving. Voorkomen van wateroverlast en erosie door afstromend water vanuit de omgeving naar het plangebied en andersom. 3. Uitvoeren van bodem- en infiltratieonderzoek en bepalen grondwaterstand. Input voor ontwerpen van het hemelwatersysteem. Denk ook aan bodemverontreinigingen. 4. Toepassen voorkeursvolgorde voor de waterkwaliteit. Schoonhouden, scheiden, zuiveren. 5. Toepassen voorkeursvolgorde voor de waterkwantiteit. Hergebruik water, vasthouden in de bodem (infiltratie), tijdelijk bergen, afvoeren naar oppervlaktewater, afvoeren naar gemengd of DWA-riool. 6. Toepassen voorkeurstabel afkoppelen.

Verantwoorde systeemkeuze conform voorkeurstabel; maatwerk per situatie. Bij voorkeur toepassen van bovengrondse waterhuishoudkundige voorzieningen. Bij diepte-infiltratie gelden zeer strenge randvoorwaarden; liever geen diepte-infiltratie toepassen. 7. Infiltratie- en bergingsvoorzieningen in het plan dimensioneren op Infiltratie- en bergingsvoorzieningen in het plan dimensioneren op 100 mm per etmaal voor Noord Limburg (ten noorden van Sittard) en 80 mm per twee uur ten zuiden van Sittard met een beschikbaarheid van de gehele berging binnen 24 uur. Voldoende opvangcapaciteit en een duurzame leegloop realiseren. 8. Beheer en onderhoud regelen. Denk aan bereikbaarheid, controlemogelijkheid, verantwoordelijkheid. | bestemmingsplan Venloseweg 25a Sevenum | status: vastgesteld |

Pagina | 4 1

Hergebruik Hierbij kan gedacht worden aan de aanleg van gescheiden watercircuits door het hergebruik van bijvoorbeeld regenwater (drinkwater, grijswater, huishoudwater). De ervaringen met bestaande proefprojecten leert echter dat deze pas rendabel zijn bij projecten met 1000 of meer te bouwen woningen. Het onderhavige project is dan ook te kleinschalig om deze voorziening toe te passen. Infiltratie, buffering en afvoer Onderstaand is aangegeven hoe met deze aspecten wordt omgegaan. Waterhuishoudkundige situatie plangebied

Afvoerend verhard oppervlak en riolering Binnen het plangebied vindt een verwachte toename van het afvoerend verhard oppervlak plaats ten belope van ongeveer 300 m2 (bebouwing én erfverharding). Grondwater De originele bodem bestaat volgens de bodemkaart van Nederland uit beekeerdgronden, die volgens de Stichting voor Bodemkartering voornamelijk is opgebouwd uit lemig fijn zand. De afzettingen, waarin deze bodem is ontstaan, behoren geologisch gezien tot de Formatie van Boxtel. De gemiddelde stand van het freatisch grondwater bedraagt ± 22 m +NAP, waardoor het grondwater zich op ± 2,5 m -mv zal bevinden. Oppervlaktewater In de omgeving van het plangebied bevinden zich primaire waterlopen waaronder de Groote Molenbeek, welke op een afstand van ruim 160 meter in een boog om het plangebied heen stroomt, zoals ook uit onderstaande uitsnede van de legger van het waterschap blijkt.

| bestemmingsplan Venloseweg 25a Sevenum | status: vastgesteld |

Pagina | 4 2

Figuur 12: uitsnede legger waterschap

Door deze ruime afstand heeft het project geen nadelige effecten op deze waterloop. HemeI- en afvalwater Infiltratie van hemelwater: Binnen het plangebied vindt een toename van het afvoerend verhard oppervlak plaats van circa 300 m2. Gelet op het feit dat het gaat om nieuwbouw zal deze geheel afgekoppeld dienen te worden. De K-waarde (geeft de mate van infiltratiegeschiktheid aan) van het plangebied bedraagt volgens de kaart inzake de bodemdoorlatendheid (K-waarde) van de gemeente Horst aan de Maas van het waterschap 0,45 - 0,75 m/dag. Deze gronden zijn redelijk geschikt voor hemelwaterinfiltratie. NB: het op het perceel reeds aanwezige gebouw is afgekoppeld en loost het hemelwater op de vijver welke achter op het perceel is gesitueerd. Bij de bepaling van de capaciteit/kwantiteit van de infiltratievoorziening dient voor het plangebied zonder meer te worden uitgegaan van een neerslaggebeurtenis van 100 mm. Kwantiteitsberekening Neerslag T=100

-> 100 mm neerslag/m2

| bestemmingsplan Venloseweg 25a Sevenum | status: vastgesteld |

Pagina | 4 3

Te verwerken

-> 300 m2 x 0,1 m = 30 m3

Voor deze hoeveelheid hemelwater zal achter het plangebied de bestaande infiltratievijver worden vergroot; deze vijver maakt onderdeel uit van de landschappelijke inpassing/tuin. Voor de afvoer van huishoudelijk afvalwater zal aangesloten worden op de gemeentelijke riolering. Bouwmaterialen De gemeente Horst aan de Maas streeft naar het terugdringen van het gebruik van uitlogende bouwmaterialen. Dit aspect is als aanbeveling opgenomen in het pakket duurzaam bouwen. Van de initiatiefnemer wordt, voor zover relevant, daarom gevraagd geen gebruik te maken van uitlogende bouwmaterialen. Concluderend kan gesteld worden dat door onderhavig project geen knelpunten ontstaan tussen grondgebruik en de waterhuishouding.

5.4

Kabels en leidingen

Op 1 januari 2011 is het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) in werking getreden. Dit besluit is gebaseerd op de Wet milieubeheer (artikelen 5.1 lid 1, 5.2 lid 1, 5.3 lid 1 en 2 en 9.2.2.1) en de Wet ruimtelijke ordening (artikelen 3.37 en 4.3 lid 1 en 2). Het Bevb regelt onder andere welke veiligheidsafstanden moeten worden aangehouden rond buisleidingen met gevaarlijke stoffen. De normstelling is in lijn met het Bevi en bevat, analoog aan het Bevi, normen voor het plaatsgebonden risico en een verantwoordingsplicht voor het groepsrisico. In de nabijheid van de plangebieden bevinden zich geen buisleidingen. Aan de voorzijde van het plangebied, in de berm, staat een klein pompgemaal. Dit zal worden geïntegreerd in de voortuin, zodanig dat dit goed bereikbaar blijft en ongehinderd kan blijven functioneren. De plangebieden zijn niet gelegen binnen een (hinder)zone of werkstrook van hoofdleidingen voor olie of water en hoogspanningsleidingen. Voordat met eventuele (lichte) graafwerkzaamheden een aanvang wordt gemaakt, zal initiatiefnemer een Klic-melding doen, zodat ook rekening gehouden kan worden met de ligging van de gebruikelijke leidingen en kabels. De plangebieden zijn verder niet gelegen binnen een obstakelbeheer- of radarverstoringsgebied van een civiel of militair luchtvaartterrein en over het plangebied loopt geen straalpad van telecomaanbieders.

| bestemmingsplan Venloseweg 25a Sevenum | status: vastgesteld |

Pagina | 4 4

5.5

Gebiedsbescherming

Op 1 januari 2017 is de Wet natuurbescherming (Wnb) in werking getreden. De gebiedsbescherming wordt geregeld in hoofdstuk 2 van de Wnb. Het plangebied maakt geen onderdeel uit van het Natuurnetwerk Nederland (NNN). Het dichtstbijgelegen Natura 2000 gebied (Deurnsche- en Mariapeel) bevindt zich op een afstand van ruim 7,5 km vanaf het plangebied. Op bijna 9 km afstand liggen de Maasduinen. Verstorende effecten van de nieuw te realiseren woning op dit gebied zijn allerminst te verwachten, omdat er geen oppervlakteverlies of verontreiniging plaatsvindt, geen mechanische effecten zijn en geen sprake is van verstoring door licht en geluid. Ook een significante optische verstoring is niet voorstelbaar. Eerder zal er sprake zijn van een positief effect op dit Natura 2000-gebied vanwege het feit dat een agrarisch bedrijf wordt gestaakt en hiervoor een activiteit in de plaats komt welke minder effect op de natuur heeft. Ten behoeve van de instandhouding van de natuurgebieden dienen negatieve effecten te worden uitgesloten. Er dient te worden aangetoond dat met het beoogde plan geen negatieve effecten worden voorzien op de omliggende Natura 2000-gebieden. Bij een projectbijdrage van 0,00 mol/ha/jaar zal het beoogde plan niet voor een significante toename in stikstofdepositie zorgen en kunnen negatieve effecten worden uitgesloten.

Wanneer het projecteffect hoger is dan 0,00 mol/ha/jaar dient een vergunning te worden aangevraagd en is nader aanvullend onderzoek noodzakelijk. De vergunning kan alleen worden verleend indien de zekerheid is verkregen dat de natuurlijke kenmerken van het Natura 2000-gebied niet worden aangetast. De relevante emissies van stikstofoxiden (NOx) en ammoniak (NH3) tijdens gebruiksfase vinden plaats door de verkeersbewegingen van en naar het plan door bewoners en bezoekers. De berekening van het projecteffect dient te worden verricht met behulp van het programma Aerius Calculator. Bij een projecteffect op Natura 2000-gebieden kleiner dan of gelijk aan 0,00 mol/ha/jaar zal het beoogde plan niet voor een significante toename in stikstofdepositie zorgen en kunnen negatieve effecten worden uitgesloten. In dat geval is er geen vergunning benodigd is voor het aspect stikstof. In casu gaat het slechts om één woning, zodat het projecteffect niet zal zorgen voor een significante toename van de stikstofdepositie. De aeriusberekening is als bijlage aan deze plantoelichting toegevoegd. In de volgende paragraaf zal ingegaan worden op mogelijke aantasting van flora en fauna.

5.6

Soortenbescherming

Op 1 januari 2017 is de Wet natuurbescherming (Wn) in werking getreden. Deze vervangt drie wetten; de Natuurbeschermingswet 1998, de Boswet en de Flora- en Faunawet. De gebiedsbescherming wordt geregeld in hoofdstuk 2 van de Wn. Met de Wn wordt een eind gemaakt aan de discussies over de implementatie van de Europese richtlijnen. In artikel 3.1 Wn wordt direct een link gelegd met de Vogelrichtliijn. Alle vogels die beschermd zijn op grond van artikel 1 Vogelrichtlijn vallen onder het beschermingsregime van de artikel 3.1 Wn, voor zover deze vogels van nature in Nederland voorkomen. Artikel 3.1 eerste lid Wn ziet op het verbod om vogels te doden of vangen. De verboden in de Wn zijn vrijwel letterlijk overgenomen uit de artikelen 5 en 6 Vogelrichtlijn. Net als de in de Vogelrichtlijn zijn de

| bestemmingsplan Venloseweg 25a Sevenum | status: vastgesteld |

Pagina | 4 5

verboden beperkt tot opzettelijke handelingen. Het beschermingsregime voor vogels is iets versoepeld ten opzichte van het systeem onder de Flora en faunawet. Het verbod op het opzettelijk verstoren van vogels is beperkt tot verstoringen die van “wezenlijke invloed” zijn op de staat van instandhouding van de soort. Onder wezenlijke invloed wordt verstaan: “een wezenlijke negatieve invloed op een beschermde soort”. Of daar sprake van is hangt af van de populatie van de diersoort. Hoe zeldzamer de soort hoe groter de kans dat naar bijvoorbeeld een lokale populatie moet worden gekeken. Daarnaast is van belang of de populatie een negatief effect zelf teniet kan doen, bijvoorbeeld of er voldoende uitwijkmogelijkheden zijn naar een volwaardig leefgebied elders. Als een populatie het effect niet zelf teniet kan doen is de kans groter dat het effect als wezenlijke invloed kan worden aangemerkt. Bij vogels is verstoring tijdens het broedseizoen niet langer verboden als de gunstige staat van instandhouding niet in gevaar is. De wet voorziet in ruime mogelijkheden voor het verlenen van vrijstellingen, ook voor vogels en strikt beschermde soorten. Bij het verlenen van de vrijstelling moet aan dezelfde voorwaarden worden voldaan als bij het verlenen van de vroegere ontheffing.

Een ontheffing van een verbod ex artikel 3.1 Wn kan slechts worden verleend indien: er geen andere bevredigende oplossing voorhanden is; er geen sprake is van verslechtering van de staat van instandhouding van de soort; en er een limitatief opgesomde ontheffingsgrond aan de ontheffing ten grondslag kan worden gelegd.

Quickscan flora en fauna Het plangebied is op dit moment in gebruik als opslagbedrijf. Om het perceel bruikbaar te houden wordt met enige regelmaat gemaaid, zodat het in beginsel geen geschikte verblijfplaats is voor broedvogels. Natuurlijk water is, afgezien van een open hemelwaterinfiltratievijver (buiten het plangebied) achter de huidige bebouwing, niet aanwezig. Door de reguliere maaiwerkzaamheden worden ook overige diersoorten en plantensoorten verstoord dan wel gaan deze verloren. Uit de natuurgegevens van het gebied 'Sevenum - voormalige gemeente' welke zijn in te zien op www.waarneming.nl valt op te maken dat zich binnen het plangebied geen beschermenswaardige dier- en plantensoort bevinden, althans dat over het afgelopen kalenderjaar (mei 2021 - mei 2022) geen soorten zijn waargenomen. Gelet op het bovenstaande is een verstoring van flora en fauna van in de omgeving voorkomende broedvogelsoorten door onderhavig project niet te verwachten. Uit ecologisch veldwerk zal moeten blijken of, ondanks dat ze niet eerder zijn waargenomen en als waarneming zijn gemonitord, het plangebied deel uitmaakt van het leef- of foerageergebied van dieren. Faunaconsult heeft op 19 juni 2022 ecologisch veldwerk verricht. Hierbij is het volgende geconcludeerd: 'Vogels In de opgaande vegetatie in het plangebied komen mogelijk beschermde vogelnesten voor tijdens het broedseizoen.

Het gaat om vogels waarvan het nest niet jaarrond wordt

| bestemmingsplan Venloseweg 25a Sevenum | status: vastgesteld |

Pagina | 4 6

beschermd of als strenger beschermd wordt beschouwd. Hiervoor zijn maatregelen die negatieve effecten voorkomen wel verplicht. Verstoring van broedvogels en vernietiging van vogelnesten kan worden voorkomen door de vegetatie buiten de periode 15 maart – 15 juli (het broedseizoen van de meeste vogels) te verplaatsen. Door naleving van deze maatregel worden ten aanzien van vogels geen overtredingen op de Wet natuurbescherming begaan. Algemeen voorkomende grondgebonden zoogdieren en amfibieën In het plangebied komen mogelijk zoogdieren en amfibieën voor, die onder de Wnb zijn beschermd. Het gaat om algemeen voorkomende soorten (zogenaamde A-soorten), waarvoor in Limburg een vrijstelling geldt in geval van ruimtelijke ontwikkeling en beheer en onderhoud. Dit houdt in dat deze soorten verstoord mogen worden, zonder dat daar vooraf een ontheffing voor is verkregen. Wel geldt altijd de Zorgplicht (artikel 1.11 Wnb); deze houdt in dat nadelige gevolgen voor dieren en planten altijd zoveel mogelijk moeten worden voorkomen. Om aan de algemene zorgplicht te voldoen, moeten dieren die tijdens de werkzaamheden worden aangetroffen, zo snel mogelijk naar een aangrenzende locatie buiten het plangebied worden verplaatst.' De rapportage is als bijlage bij de plantoelichting gevoegd. Ten overvloede wordt gewezen op de algemene zorgplicht welke in artikel 1.11 van de Wn is opgenomen.

Door eventuele (graaf)werkzaamheden buiten de periode van maart tot augustus te starten, is de kans op verstoring van broedende vogels het kleinst. Ook buiten deze periode mogen broedende vogels niet worden verstoord en moet gewacht worden tot het broeden voorbij is en de jongen zijn uitgevlogen.

5.7

Archeologie en cultuurhistorie

Ten aanzien van archeologie is het uitgangspunt dat het archeologisch erfgoed moet worden beschermd op de plaats waar het wordt aangetroffen. Gezien dit uitgangspunt mogen bekende archeologische monumenten niet aangetast worden en moet in geval van voorgenomen ruimtelijke ontwikkelingen in gebieden met een hoge of middelhoge archeologische verwachtingswaarde, in principe een inventariserend en waarderend vooronderzoek plaatsvinden. Eventueel aangetroffen waarden dienen primair ter plekke (in situ) beschermd te worden dan wel - indien dat redelijkerwijs niet mogelijk is- door een opgraving (ex situ) te worden veilig gesteld. In gebieden met een lage indicatieve archeologische waarde is er een geringe kans op het aantreffen van archeologische waarden. De raad van Horst aan de Maas heeft op 26 mei 2015 de 'Archeologische Maatregelenkaart Horst aan de Maas' vastgesteld. Het gemeentelijk grondgebied wordt hier opgedeeld in verschillende categorieën. Per categorie maakt het gemeentelijk archeologie beleid inzichtelijk of, en zo ja waar en wanneer archeologisch (voor)onderzoek nodig is bij ruimtelijke planvorming en bodemingrepen, en welke onderzoekseisen en ontheffingen daarbij gelden.

| bestemmingsplan Venloseweg 25a Sevenum | status: vastgesteld |

Pagina | 4 7

Figuur 13: Archeologische Maatregelenkaart

Uit bovenstaande uitsnede van de maatregelenkaart blijkt dat het plangebied is gelegen in het gebied aangeduid als categorie 3, met een hoge archeologische verwachting.

Figuur 14: tabel met maatregelen per categorie

Voor categorie 3 gronden is een maximaal verstoringsoppervlak van 500 m2 opgenomen, en een maximale verstoringsdiepte van 50 cm. Omdat binnen het plangebied minder dan 500 m2 zal worden verstoord, is een archeologisch ondezoek niet noodzakelijk en zal de archeologische dubbelbestemming behouden blijven, zodat de archeologische waarden blijven beschermd.

| bestemmingsplan Venloseweg 25a Sevenum | status: vastgesteld |

Pagina | 4 8

5.8

Verkeer en parkeren

5.8.1

Verkeer

Het plangebied wordt ontsloten op de Venloseweg (zoals nu ook al het geval is). Verkeerskundig gezien heeft de Venloseweg (provinciale weg N556) een functie als doorgaande weg welke om de kern van Sevenum heen gaat en Venlo met Sevenum verbindt. Richting het noorden gaat de Venloseweg over in de Horsterweg in de richting van het NS-station Horst-Sevenum en de kern van Horst. Voor de Venloseweg geldt ter hoogte van het plangebied een snelheidsregime van 80 km/u, welke ter hoogte van de bebouwde kom-grens overgaat in 50 km/u. Het profiel deze weg is toegesneden op haar regionale verkeersfunctie. Gelet op het feit dat het plangebied ontsloten wordt op een provinciale weg, zal de wegbeheerder (provincie Limburg) om advies gevraagd moeten worden. In de omgeving van het plangebied zijn ook openbaar vervoersmogelijkheden. De dichtstbij gelegen bushaltes (lijn 87 aan de Steinhagenstraat) bevinden zich op circa 800 m. Het betreft de busverbinding tussen Venray en Venlo. Verder kan gebruik worden gemaakt van het treinstation Horst-Sevenum (treinverkeer Venlo-Eindhoven), dat vanaf het plangebied op een afstand van circa 2,5 km ligt.

Het plan leidt niet tot substantieel extra verkeersbewegingen, aangezien er nu reeds sprake is van een bedrijfsbestemming waaraan ook verkeersbewegingen worden toegerekend; de verkeersbewegingen van de bestaande en de toekomstige situatie zullen niet wezenlijk van elkaar verschillen en zullen beperkt blijven tot bewoners- en bezoekersverkeer. Het project heeft geen wezenlijke consequenties voor de wegenstructuur en verkeersveiligheid.

5.8.2

Parkeren

De parkeernorm op basis van de Nota Parkeernormen Horst aan de Maas 2019 betreft voor woningen met dubbele oprit naast elkaar minimaal 2 parkeerplaatsen op eigen terrein met welke per stuk minimaal 6 meter diep en 2,5 breed zijn. Vanwege het parkeren van een bedrijfsvoertuig zullen 2 parkeerplaatsen extra worden aangelegd, zodat er voldoende parkeermogelijkheden op het nieuwe bouwperceel zijn. Op onderstaande afbeelding zijn deze parkeerplaatsen weergegeven, waarbij de situering van de ingetekende woning indicatief is.

| bestemmingsplan Venloseweg 25a Sevenum | status: vastgesteld |

Pagina | 4 9

Figuur: situering 4 parkeerplaatsen

5.9

Duurzaamheid

Bij de realisatie van de woning zullen duurzame materialen worden gebruikt. Ook het hergebruik van hemelwater is een duurzaamheidsmaatregel. Slimme ontwerpen, goede materialen en een hoogwaardige uitvoering helpen bij het behalen van de energieprestatie-eis en het realiseren van een comfortabele woning. In de Europese Unie komt veertig procent van het totale energiegebruik voor rekening van gebouwen. Om dit percentage te verlagen hebben de Europese lidstaten met elkaar afgesproken dat alle nieuwbouwwoningen vanaf het jaar 2021 minimaal bijna energieneutraal (BENG) worden gebouwd. In onderhavig project zijn de volgende duurzaamheidsmaatregelen voorzien: de woning wordt niet aangesloten op gas (elektrisch koken); de woning zal worden aangesloten op een warmtepomp ter verwarming en koeling van de woning; in de woning wordt balansventilatie toegepast (warmte-terugwin-installatie); de woning zal een substantiële hoeveelheid energie opwekken middels zonnepanelen; de woning wordt zeer goed geïsoleerd en heeft een zeer lage warmtevraag.

| bestemmingsplan Venloseweg 25a Sevenum | status: vastgesteld |

Pagina | 5 0

5.10 Klimaatadaptatie De motivering bij een omgevingsplan dat een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling mogelijk maakt bevat een beschrijving van de wijze waarop in het plan rekening is gehouden met de risico’s en gevolgen van klimaatverandering en de maatregelen en voorzieningen die worden getroffen om de risico’s en gevolgen van klimaatverandering te voorkomen of te beperken en de afweging die daarbij is gemaakt. Hierbij dienen in ieder geval de risico’s betrokken te worden aangaande wateroverlast, overstroming en droogte. Uit de Kaartenatlas blijkt dat er geen klimaatrisico's zijn op deze locatie, maar dat er wel sprake is van een gebied waar de bodem iets minder water kan opvangen, omdat er minder ruimte is in de grond voor water. Door bodemdaling en klimaatverandering zijn deze gebieden extra kwetsbaar voor extreme regenval. Hierdoor zal er vaker wateroverlast ontstaan op plekken waar minder ruimte is voor water om weg te stromen. Daarom is het verstandig om opslagplekken te maken waar extra regen naar toe kan. Minder stenen en meer ruimte bedekt met groen zorgen dat het water makkelijker de grond in kan.

Doordat het hemelwater dat op bebouwing en erfverharding neerslaat, gebufferd wordt in de vijver achter op het perceel en daar kan infiltreren of verdampen, is het niet aannemelijk dat op dit perceel wateroverlast zal plaatsvinden, hetgeen ook blijkt uit de kaart 'water op straat'. Verder is het behoud van volwassen bomen en struiken en extrat aanplant hiervan, van belang voor schaduw en verkoeling van de woning en het buitenterrein. Overstromingsgevaar is er ter plaatse van het projectgebied in het geheel niet.

| bestemmingsplan Venloseweg 25a Sevenum | status: vastgesteld |

Pagina | 5 1

Hoofdstuk 6 Uitvoerbaarheid 6.1

Economische uitvoerbaarheid

De realisatie van het project geschiedt voor rekening van de initiatiefnemer. De gemeentelijke financiën zijn hierbij niet in het geding. De gronden zijn in eigendom van de initiatiefnemer. Kostenverhaal zal geregeld worden in een tussen de gemeente Horst aan de Maas en de initiatiefnemer af te sluiten anterieure overeenkomst. Door de vaststelling van deze anterieure overeenkomst is het verhaal van de gemeentelijke kosten van de grondexploitatie over de in dit plan begrepen gronden afdoende verzekerd. Tenslotte wordt ook een planschadeverhaalsovereenkomst zoals bedoeld in art. 6.4a Wro met initiatiefnemer afgesloten. Hiermee wordt gewaarborgd dat eventueel te vergoeden planschade niet voor rekening van de gemeente Horst aan de Maas komt maar voor rekening van de initiatiefnemer.

6.2

Maatschappelijk uitvoerbaarheid

Procedure

Elk nieuw bestemmingsplan ontstaat uit een initiatief. De totstandkoming begint met de beslissing dat een bestemmingsplan zal worden opgesteld. Conform artikel 3.1.1. Bro worden de provincie Limburg, de wegbeheerder en Waterschap Limburg in het kader van dit bestemmingsplan betrokken in het vooroverleg. Artikel 3.8 Wro regelt de procedure van het bestemmingsplan. Op de voorbereiding van een bestemmingsplan is afdeling 3.4 van de Awb van toepassing. Hierbij zijn een aantal aanvullingen: 1. kennisgeving, zoals bedoeld in artikel 3:12 Awb, dient tevens te worden gepubliceerd in de Staatscourant en langs elektronische weg te worden verzonden; 2. het ontwerpbestemmingsplan dient te worden verstuurd aan het Rijk, provincie, waterschappen en aan de besturen van bij het plan een belang hebbende gemeenten; 3. kennisgeving aan de eigenaren van percelen welke de bestemming in de naaste toekomst zal worden verwezenlijkt; 4. door een ieder kunnen zienswijzen naar voren worden gebracht; 5. de gemeenteraad beslist binnen 12 weken, na de ter inzage termijn omtrent de vaststelling van het bestemmingsplan (termijn van orde). Binnen twee weken wordt het besluit tot vaststelling bekend gemaakt. Indien door de Gedeputeerde Staten (GS) of de inspecteur een zienswijze is ingediend en deze niet volledig is overgenomen, dan vindt bekendmaking plaats binnen zes weken na vaststelling.

Dit geldt tevens indien de gemeenteraad wijzigingen aanbrengt in het ontwerp. In deze gevallen zend het college na vaststelling onverwijld een afschrift van het raadsbesluit aan de GS en/of de inspecteur. Indien het Rijk of de provincie gebruik wil maken van haar aanwijzingsbevoegdheid gaat deze termijn niet op. Het besluit tot vaststelling van het bestemmingsplan wordt dan, met uitsluiting van het onderdeel waarop het aanwijzingsbesluit ziet, samen met het aanwijzingsbesluit bekend

| bestemmingsplan Venloseweg 25a Sevenum | status: vastgesteld |

Pagina | 5 2

gemaakt. Het besluit treedt in werking 1 dag na afloop van de beroepstermijn. Overleg

In het kader van het wettelijk overleg zal onder meer overleg plaatsvinden met Waterschap Limburg en provincie Limburg. De provincie heeft het plan beoordeeld op de adequate doorwerking van de provinciale belangen. De beoordeling van het plan geeft geen aanleiding tot het maken van opmerkingen. Indien u dit plan op deze wijze voortzet, zal er geen aanleiding zijn om in de verdere procedure van het plan een zienswijze in te dienen. Ook vanuit verkeersveiligheid (waarbij tevens de doorstroming is betrokken) kan worden ingestemd met dit plan. Omgevingsdialoog Initiatiefnemer heeft de eigenaren/gebruikers van percelen in een straal van circa 50 meter rondom het plangebied in kennis gesteld van zijn initiatief. Van de reacties is een kort verslag opgesteld dat ter hand is gesteld aan het bevoegd gezag. Deze reacties hebben niet geleid tot aanpassing van het plan. Zienswijzen ontwerp-bestemmingsplan Het ontwerp-besluit tot wijziging van het bestemmingsplan heeft met ingang van 24 maart 2023 voor de duur van zes weken voor een ieder ter inzage gelegen. Gedurende deze periode zijn geen zienswijzen ingediend.

| bestemmingsplan Venloseweg 25a Sevenum | status: vastgesteld |

Pagina | 5 3

Hoofdstuk 7 Juridische toelichting 7.1

Planstukken

Het bestemmingsplan heeft als doel het planologisch-juridisch kader te geven voor de ontwikkeling van het beschreven plan. De nadere juridische invulling is gedetailleerd geregeld. Dit bestemmingsplan bestaat uit de volgende onderdelen: plantoelichting planregels; verbeelding. Bij het opstellen van het onderhavige bestemmingsplan is aansluiting gezocht bij de in de Wet ruimtelijke ordening en het Besluit ruimtelijke ordening geformuleerde uitgangspunten. Waar dat noodzakelijk was , is afgeweken van de standaard en is het plan specifiek toegesneden op de feitelijke situatie in het onderhavige plangebied. De plansystematiek voldoet aan de volgende RO-standaarden 2012: Standaard Vergelijkbare BestemmingsPlannen (SVBP) 2012; PraktijkRichtlijn BestemmingsPlannen (PRBP) 2012; Standaard Toegankelijkheid Ruimtelijke Instrumenten (STRI) 2012.

7.2

Toelichting op de verbeelding

In de analoge en digitale verbeelding hebben alle gronden binnen het plangebied een bestemming gekregen. Binnen een bestemming kunnen nadere aanduidingen zijn aangegeven. Deze aanduidingen hebben slechts juridische betekenis ingevolge het voorliggende plan, indien en voor zover deze in de regels daaraan wordt gegeven. Als een aanduiding juridisch gezien geen enkele betekenis heeft, is deze niet opgenomen in de verbeelding. Ten behoeve van de leesbaarheid is het plan wel op een topografische ondergrond gelegd. De bestemmingen en de aanduidingen zijn ingedeeld in de hoofdgroepen volgens de SVBP2012 en zijn bij de verbeelding opgenomen in een renvooi.

7.3

Toelichting op de regels

De planregels zijn ondergebracht in inleidende regels, in bestemmingsregels, in algemene regels en in overgangs- en slotregels. INLEIDENDE REGELS Dit hoofdstuk bevat twee artikelen. In artikel 1 is een aantal noodzakelijke begripsbepalingen opgenomen welke worden gebruikt in de regels. In artikel 2 wordt uiteengezet op welke wijze gemeten dient te worden. BESTEMMINGSREGELS Dit hoofdstuk bestaat uit een beschrijving van de bestemming.

| bestemmingsplan Venloseweg 25a Sevenum | status: vastgesteld |

Pagina | 5 4

Agrarisch met waarden (artikel 3) Deze gronden zijn bestemd voor agrarisch grondgebruik, extensief dagrecreatief medegebruik, bescherming van aardkundige waarden en het behoud, de bescherming, de ontwikkeling en/of het herstel van de desbetreffende cultuurhistorische, landschappelijke en natuurlijke waarden. Wonen (Artikel 4) In artikel 3 is de hoofdbestemming opgenomen: ‘Wonen’. Binnen deze bestemming is het toegestaan een ruime woning met bijbehorende bouwwerken te realiseren en bouwwerken geen gebouwen zijnde. Waarde - Archeologie 3 (Artikel 5) In artikel 4 is de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 3' opgenomen. Deze gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor het behoud en bescherming van de archeologische waarden. ALGEMENE, SLOT- EN OVERGANGSREGELS Deze artikelen bevatten de bepalingen die op het hele plangebied betrekking hebben en burgemeester en wethouders de mogelijkheid bieden flexibiliteit in het plangebied te betrachten.

| bestemmingsplan Venloseweg 25a Sevenum | status: vastgesteld |

Pagina | 2

Inhoudsopgave Regels

3

Hoofdstuk 1 Inleidende regels Artikel 1 Artikel 2

Begrippen Wijze van meten

Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels Artikel 3 Artikel 4 Artikel 5

Agrarisch met waarden Wonen Waarde - Archeologie 3

Hoofdstuk 3 Algemene regels Artikel 6 Artikel 7 Artikel 8 Artikel 9 Artikel 10

Anti-dubbeltelregel Algemene aanduidingsregels Algemene afwijkingsregels Algemene wijzigingsregels Omgevingsvergunning voor werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden

Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels Artikel 11 Overgangsrecht Artikel 12 Slotregel

Bijlagen Bijlage 1

Landschappelijke inpassing

| bestemmingsplan Venloseweg 25a Sevenum | status: vastgesteld |

4 4 9

10 10 14 19

20 20 21 22 23 24

26 26 28

Pagina | 3

Regels

| bestemmingsplan Venloseweg 25a Sevenum | status: vastgesteld |

Pagina | 4

Hoofdstuk 1 Inleidende regels Artikel 1

Begrippen

1.1 plan het bestemmingsplan Venloseweg 25a Sevenum met identificatienummer NL.IMRO.1507.SNVENLOSEWEG25A-BPV1 (SVBP2012) van de gemeente Horst aan de Maas. 1.2 bestemmingsplan de geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels en de daarbij behorende bijlagen. 1.3 aanbouw een gebouw dat als afzonderlijke ruimte is gebouwd aan een hoofdgebouw waarmee het in directe verbinding staat, welk gebouw onderscheiden kan worden van het hoofdgebouw en dat in architectonisch opzicht ondergeschikt is aan het hoofdgebouw. 1.4 aanduiding een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden. 1.5 aanduidingsgrens de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft. 1.6 aan huis verbonden bedrijf het hoofdzakelijk door de gebruik(st)er van de woning bedrijfsmatig verlenen van diensten of uitoefenen van ambachtelijke bedrijvigheid (geheel of overwegend door handwerk) in een woning en de daarbij behorende aan- uit- en bijgebouwen, waarbij de woonfunctie en de ruimtelijke uitwerking en uitstraling daarvan behouden blijven. Hieronder worden niet verstaan detailhandel (behalve de beperkte verkoop van artikelen verband houdende met de activiteiten), horeca en prostitutie.

1.7 aan huis verbonden beroep een dienstverlenend beroep op zakelijk, maatschappelijk, juridisch, medisch, ontwerptechnisch of kunstzinnig gebied en tevens een kapsalon, dat/die in of bij een woning wordt uitgeoefend door de gebruik(st)er van de woning, waarbij de woonfunctie en de ruimtelijke uitwerking en uitstraling daarvan behouden blijven. Hieronder worden niet verstaan detailhandel (behalve de beperkte verkoop van artikelen verband houdende met de activiteiten), horeca en prostitutie. 1.8 agrarisch bedrijf Een bedrijf dat is gericht op het voortbrengen van producten door middel van het telen van gewassen, waaronder mede begrepen houtteelt, en/of het houden van dieren, een en ander met dien verstande dat: maneges, kennels en dierenasiels niet als agrarische bedrijven worden aangemerkt; mestbe- en verwerking onderdeel uitmaakt van de agrarische bedrijfsvoering.

| bestemmingsplan Venloseweg 25a Sevenum | status: vastgesteld |

Pagina | 5

1.9 archeologische waarde De aan een gebied toegekende waarde in verband met de kennis en de studie van de in dat gebied voorkomende overblijfselen van menselijke aanwezigheid of activiteit uit het verleden. 1.10 bebouwing Eén of meer gebouwen en/of bouwwerken geen gebouwen zijnde. 1.11

bed & breakfast

een overnachtingaccommodatie gericht op het bieden van de mogelijkheid tot een toeristisch en veelal kortdurend verblijf met het serveren van ontbijt. Een bed & breakfast is gevestigd in een woonhuis of daarbij behorend bijgebouw, ondergeschikt aan de woonfunctie en wordt gerund door de bewoner van de betreffende woning. 1.12 bedrijf een inrichting of instelling gericht op het bedrijfsmatig voortbrengen, vervaardigen, bewerken, opslaan, installeren en/of herstellen van goederen dan wel het bedrijfsmatig verlenen van diensten, aan huis verbonden beroepen daaronder niet begrepen. 1.13

bestaand

ten tijde van de tervisielegging van het ontwerp-bestemmingsplan aanwezig. 1.14 bestemmingsgrens de grens van een bestemmingsvlak. 1.15 bestemmingsvlak een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming. 1.16 bijbehorend bouwwerk uitbreiding van een hoofdgebouw dan wel functioneel met een zich op hetzelfde perceel bevindend hoofdgebouw verbonden, daar al dan niet tegen aangebouwd gebouw, of ander bouwwerk, met een dak. 1.17 bouwen het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk. 1.18 bouwgrens de grens van een bouwvlak. 1.19 bouwvlak een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde zijn toegelaten. 1.20 bouwwerk een bouwkundige constructie van enige omvang die direct en duurzaam met de aarde is verbonden.

| bestemmingsplan Venloseweg 25a Sevenum | status: vastgesteld |

Pagina | 6

1.21 cultuurhistorische waarde De kenmerken van het gebruik dat de mens in de loop der geschiedenis van grond en gebouwen heeft gemaakt, zoals dat onder meer tot uitdrukking komt in de beplanting, het slotenpatroon of de architectuur; onder cultuurhistorische waarden worden mede verstaan de archeologische waarden. 1.22 dagrecreatie Een vorm van recreatie waarbij geen sprake is van overnachten en waarbij gebruik wordt gemaakt van al dan niet daarvoor aangelegde of gebouwde voorzieningen. 1.23 detailhandel het bedrijfsmatig te koop aanbieden, waaronder begrepen de uitstalling ten verkoop, het verkopen en/of leveren van goederen aan personen die deze goederen kopen voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit. 1.24

dienst- of bedrijfswoning

een woning, in of bij een bedrijf of instelling, bestemd voor (het gezin van) een persoon wiens huisvesting daar gelet op de bestemming noodzakelijk is; deze woning wordt begrepen onder de bedrijfsgebouwen. 1.25 dove gevel bouwkundige constructie waarin alleen bij uitzondering te openen delen aanwezig zijn, mits de delen niet direct grenzen aan een geluidgevoelige ruimte. 1.26

erfafscheiding

de afbakening van een erf of perceel van een ernaast gelegen erf of perceel, of van de openbare ruimte. 1.27 extensief dagrecreatief medegebruik Een aan de bestemming ondergeschikt gebruik voor dagrecreatie van niet-commerciële aard die overwegend is gericht op natuur- en landschapsbeleving, zoals wandelen, fietsen, paardrijden of kanovaren, met de daarbij behorende ondergeschikte voorzieningen zoals bewegwijzeringsbordjes, picknickbanken en draaihekjes. 1.28 gebouw elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt. 1.29 gebruiken het gebruiken, in gebruik geven of laten gebruiken. 1.30 Handreiking Bedrijven en Milieuzonering VNG de publicatie 'Bedrijven en milieuzonering' , uitgave van 2009. 1.31 hoofdgebouw gebouw, of gedeelte daarvan, dat noodzakelijk is voor de verwezenlijking van de geldende of toekomstige bestemming van een perceel en, indien meer gebouwen op het perceel aanwezig zijn, gelet op die bestemming het belangrijkst is.

| bestemmingsplan Venloseweg 25a Sevenum | status: vastgesteld |

Pagina | 7

1.32 horeca een bedrijf waar dranken en/of etenswaren voor gebruik ter plaatse worden verstrekt en/of waarin logies wordt verstrekt, zoals bijvoorbeeld een café, restaurant, hotel, pension, en naar de aard en openingstijden daarmee gelijk te stellen bedrijven, één en ander al dan niet in combinatie met een vermaaksfunctie met uitzondering van een erotisch getinte vermaaksfunctie. 1.33

huishouden

een aantal aan elkaar door familie- of daarmee gelijk te stellen -band gerelateerde personen, dat gezamenlijk één eenheid vormt en als zodanig ook gebruik maakt van dezelfde voorzieningen in één woning, zoals een gezin, een gezin met inwonende ouders of een woongroep. 1.34

inpandige statische opslag

Binnenopslag van goederen die geen regelmatige verplaatsing behoeven, niet bestemd zijn voor handel en niet worden opgeslagen voor een elders gevestigd niet-agrarisch bedrijf, zoals een (seizoen)stalling van (antieke) auto’s, boten, caravans, campers en dergelijke. 1.35 kampeermiddel a. een tent, een tentwagen, een kampeerauto of een tourcaravan; b. enig ander onderkomen en enig ander voertuig of gewezen voertuig of gedeelte daarvan, voor zover geen bouwwerk zijnde, één en ander voor zover de onder a. en b. bedoelde onderkomens of voertuigen geheel of ten dele blijvend zijn in- of opgericht dan wel worden of kunnen worden gebruikt voor recreatief nachtverblijf. 1.36 landschappelijk waarden De aan een gebied toegekende waarde in visueel-ruimtelijk en/of cultuurhistorisch en/of ecologisch en/of geomorfologisch opzicht. 1.37 maaiveld De bovenkant van het terrein dat een gebouw/bouwwerk omgeeft, met dien verstande dat waar sprake is van een hellend of ongelijk maaiveld onder het "aangrenzende maaiveld" wordt verstaan het maaiveld dat grenst aan de voorgevel van een gebouw. 1.38 natuurwaarden Terrein of water, dan wel samenstel van terreinen of wateren, dat van algemeen belang is om zijn natuurwetenschappelijke betekenis of zijn natuurschoon. 1.39 overig bouwwerk een bouwwerk, geen gebouw en geen overkapping zijnde.

1.40 overkapping Een bouwwerk op het erf van een gebouw of standplaats, dat strekt tot vergroting van het woongenot van het gebruik van het gebouw of de standplaats, en dat, voor zover gebouwd vóór de voorgevel van een gebouw, geen tot de constructie zelf behorende wanden heeft en voor zover gebouwd achter de voorgevel van een gebouw, maximaal drie wanden heeft waarvan maximaal twee tot de constructie behoren.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13048177/1