03c Toelichting en Regels
Tekst van het document
Vastgesteld bestemmingsplan ‘Venloseweg 25a, Sevenum’ NL.IMRO.1507.SNVENLOSEWEG25A-BPV1
Venloseweg 25a Sevenum
Verantwoording en Status Titel:
Venloseweg 25a Sevenum
Kenmerk:
NL.IMRO.1507.SNVENLOSEWEG25A-BPV1
Ontwerp:
7 maart 2023
Vastgesteld:
19 september 2023
© Dit document is eigendom van de opdrachtgever en mag door hem gebruikt worden voor het doel waarvoor het is vervaardigd en met inachtneming van de rechten die voortvloeien uit de wetgeving op het gebied van het intellectuele eigendom. De auteursrechten van dit document blijven berusten bij Niets uit dit document mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand, of openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieën, opnamen of enig andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming va geeft in ieder geval geen toestemming aan de opdrachtgever om dit document te gebruiken of te laten gebruiken indien facturen niet of niet volledig voldaan zijn. Alle rechten voorbehouden.
Pagina | 2
Inhoudsopgave Toelichting
4
Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 1.2 1.3 1.4
Aanleiding en doel van het bestemmingsplan Ligging en begrenzing van het plangebied Vigerende bestemmingsplan Leeswijzer
Hoofdstuk 2 Beschrijving van het plangebied 2.1 2.2
Algemeen Ruimtelijke en functionele structuur
Hoofdstuk 3 Beleid 3.1 3.2 3.2.1 3.2.2 3.2.3 3.3 3.3.1 3.3.2 3.4 3.4.1 3.5 3.5.1 3.5.2 3.5.3 3.6
Inleiding Rijksbeleid Nationale Omgevingsvisie (NOVI) Ladder duurzame verstedelijking Besluit en Regeling algemene regels ruimtelijke ordening (Barro en Rarro) Provinciaal beleid Provinciale Omgevingsvisie Omgevingsverordening Limburg Regionaal beleid Regionale Woonvisie Noord-Limburg Gemeentelijk beleid Integrale structuurvisie Horst aan de Maas Masterplan Wonen Horst aan de Maas Bestemmingsplan Conclusie
Hoofdstuk 4 Planbeschrijving 4.1 4.2 4.3
Uitgangspunten en doelstellingen van het plan Stedenbouwkundige/ruimtelijke aspecten Landschappelijke inpassing en water
Hoofdstuk 5 Sectorale aspecten 5.1 5.2 5.2.1 5.2.2 5.2.3 5.2.4 5.2.5 5.2.6 5.2.7 5.2.8
Inleiding Milieuaspecten Milieu effect rapport Bodem- en grondwaterkwaliteit Geluid Luchtkwaliteit Bedrijven en milieuzoneringen Externe veiligheid Geurhinder Geiten
| bestemmingsplan Venloseweg 25a Sevenum | status: vastgesteld |
4 4 4 5 6
7 7 7
10 10 10 10 11 11 12 12 13 15 15 16 16 19 19 20
21 21 23 26
27 27 27 27 28 28 30 31 33 36 37
Pagina | 3
5.2.9 5.2.10 5.3 5.4 5.5 5.6 5.7 5.8 5.8.1 5.8.2 5.9 5.10
Endotoxinen Spuitzones Waterparagraaf Kabels en leidingen Gebiedsbescherming Soortenbescherming Archeologie en cultuurhistorie Verkeer en parkeren Verkeer Parkeren Duurzaamheid Klimaatadaptatie
Hoofdstuk 6 Uitvoerbaarheid 6.1 6.2
Economische uitvoerbaarheid Maatschappelijk uitvoerbaarheid
Hoofdstuk 7 Juridische toelichting 7.1 7.2 7.3
Planstukken Toelichting op de verbeelding Toelichting op de regels
Bijlagen Bijlage 1
Aeriusberekening
Bijlage 2
Verkennend bodemonderzoek
Bijlage 3
Akoestisch onderzoek
Bijlage 4
Verantwoording groepsrisico
Bijlage 5
Ecologisch onderzoek
Bijlage 6
Landschappelijke inpassing
| bestemmingsplan Venloseweg 25a Sevenum | status: vastgesteld |
38 38 40 43 44 44 46 48 48 48 49 50
51 51 51
53 53 53 53
Pagina | 4
Toelichting Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1
Aanleiding en doel van het bestemmingsplan
Initiatiefnemer is voornemens om aan de Venloseweg 25a te Sevenum, kadastraal bekend als gemeente Sevenum, sectie S nummers 191 en 359 (ged.), één burgerwoning te realiseren met behoud van het bestaande bedrijfsgebouw dat als bijgebouw zal gaan fungeren bij de nieuw te realiseren woning. Initiatiefnemer heeft deze locatie op 6 april 2011 aangekocht en gebruikt het bedrijfsgebouw voor de opstal en stalling ten behoeve van het eigen aannemersbedrijf . De wens van cliënt is om op deze locatie een woning toe te voegen, om werken en wonen te combineren zoals bij een aan huis verbonden bedrijf het geval is. Om deze ontwikkeling in een passend juridisch-planologisch kader vast te leggen is onderhavig bestemmingsplan opgesteld. In dit bestemmingsplan wordt aan betreffende locatie een bouwrecht toegekend, waardoor de bouw- en gebruiksmogelijkheden voor een nieuwe woning met een bijgebouw van maximaal 200 m2 ontstaat, waarvoor één bouwcontingent wordt ingezet; extra oppervlakte aan bijgebouwen kan alleen maar worden toegestaan middels toepassing van het gemeentelijke beleid 'Groter bouwen in het buitengebied' en tot een maximum als bestaand (456 m2).
1.2
Ligging en begrenzing van het plangebied
Het plangebied is gelegen aan de Venloseweg 25a, kadastraal bekend als gemeente Sevenum, sectie S nummers 191 en 359 (ged.), heeft een oppervlakte van 3149 m2. De locatie is bebouwd met een bedrijfsgebouw uit 1960 met een grondvlak van 456 m2. Op onderstaande figuur 1 is het plangebied aangeduid met een rode lijn.
| bestemmingsplan Venloseweg 25a Sevenum | status: vastgesteld |
Pagina | 5
Figuur 1: plangebied
1.3
Vigerende bestemmingsplan
Op het plangebied rusten de volgende planologische regelingen: Naam bestemmingsplan
Bestemming/aanduiding
Vaststelling Raad
bestemmingsplan “Buitengebied Horst aan de Maas”
- Bedrijf - Agrarisch met waarden - Waarde Archeologie 3 - functieaanduiding 'opslag' - maatvoering: aantal wooneenheden: 0' - gebiedsaanduiding "overige zone - velden"
19 december 2017
bestemmingsplan ‘Buitengebied Horst aan de Maas, herziening 2020
nadere nuancering bestemming 'Agrarisch met waarden'
8 september 2020 bestemmingsplan
‘Parapluplan Internationale werknemers Horst aan de Maas 2021’
21 september 2021 uitbreiding algemene mogelijkheden tot huisvesting van internationale werknemers
Op figuur 2 is de uitsnede van de vigerende verbeelding weergegeven.
| bestemmingsplan Venloseweg 25a Sevenum | status: vastgesteld |
Pagina | 6
Figuur 2: Uitsnede bestemmingsplan Buitengebied
Binnen deze bestemmingen zijn geen woningen toegestaan. Omdat binnen de regels van het vigerende bestemmingsplan de gewenste ontwikkeling en toevoeging van de woning niet gerealiseerd kan worden, dient een nieuw bestemmingsplan te worden opgesteld, dat voorziet in een adequate planologisch-juridische regeling.
1.4
Leeswijzer
Deze toelichting bestaat uit de volgende delen. Na deze inleiding volgt hoofdstuk 2 met een beschrijving van het plangebied. In hoofdstuk 3 wordt het plan getoetst aan het geldende ruimtelijke beleid. Hoofdstuk 4 bevat een beschrijving van de te regelen ruimtelijke ontwikkeling zelf. Vervolgens geeft hoofdstuk 5 inzicht in de relevante milieu-planologische aspecten. De uitvoerbaarheid is neergelegd in hoofdstuk 6 en ten slotte de juridische toelichting in hoofdstuk 7.
| bestemmingsplan Venloseweg 25a Sevenum | status: vastgesteld |
Pagina | 7
Hoofdstuk 2 Beschrijving van het plangebied 2.1
Algemeen
In dit hoofdstuk wordt de ligging van het plangebied op gemeentelijk niveau en de feitelijke situatie van het plangebied beschreven. Ook wordt er ingegaan op de aanwezige ruimtelijk-functionele structuur van het plangebied en omgeving.
2.2
Ruimtelijke en functionele structuur
Het plangebied is gelegen ten zuidoosten van de kern Sevenum, net in het buitengebied en nabij het beekdal van de Groote Molenbeek. De bebouwing langs de Venloseweg kent diverse functies. Aan de zuidwestzijde van de Venloseweg ligt de woonbebouwing van de kern Sevenum met ten zuiden daarvan een tankstation en garagebedrijf. Aan de noordoostzijde van de Venloseweg liggen voornamelijk burgerwoningen maar ook een enkel agrarisch en een niet agrarisch bedrijf. De bebouwing aan deze weg kent weliswaar open stukken, maar richting de bebouwde kom wordt het ruimtegebruik steeds intensiever. Direct aansluitend aan de achterzijde van het kadastrale perceel van initiatiefnemer ligt een zandpad dat de Venloseweg verbindt met het pad dat richting de Dorperdijk leidt. Dit gebied is plaatselijk ook bekend als 't Hetje'.
Figuur 3: impressie plangebied noordelijk
| bestemmingsplan Venloseweg 25a Sevenum | status: vastgesteld |
Pagina | 8
Figuur 4: impressie plangebied zuidelijk
Figuur 5: bebouwingsstructuurin noordelijke richting met links het tankstation
Op figuur 6 is de luchtfoto weergegeven:
| bestemmingsplan Venloseweg 25a Sevenum | status: vastgesteld |
Pagina | 9
Figuur 6: Luchtfotoplangebied e.o.
| bestemmingsplan Venloseweg 25a Sevenum | status: vastgesteld |
Pagina | 1 0
Hoofdstuk 3 Beleid 3.1
Inleiding
Dit hoofdstuk geeft een beeld van de randvoorwaarden die vanuit het beleid gelden betreffende onderhavige ontwikkeling. De beleidskaders zijn op verschillende schaalniveaus beschreven. Aan bod komen het rijks-, provinciaal - en het gemeentelijk beleid.
3.2
Rijksbeleid
3.2.1
Nationale Omgevingsvisie (NOVI)
De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) (vastgesteld op 11 september 2020) is een onderdeel van de nieuwe Omgevingswet. De Omgevingswet verplicht het Rijk tot een strategische visie op de fysieke leefomgeving. Het doel is om alle onderdelen van de fysieke leefomgeving met elkaar in samenhang te brengen. Ook gemeenten en provincies maken een omgevingsvisie vanwege deze nieuwe wet. De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) richt zich op onderstaande vier prioriteiten. Deze onderwerpen hebben onderling veel met elkaar te maken en ze hebben gevolgen voor hoe de fysieke leefomgeving wordt ingericht. De Nationale Omgevingsvisie helpt bij het maken van de noodzakelijke keuzes. Ruimte maken voor de klimaatverandering en energietransitie
Het klimaat verandert. De gevolgen hiervan worden steeds duidelijker merkbaar. Denk aan de steeds drogere zomers, de hevigere regenval en stijgende zeespiegel. Op deze en andere gevolgen van de klimaatverandering moet tijdig worden ingespeeld. Tegelijkertijd moet de overstap worden gemaakt naar duurzame energie. Het is de bedoeling dat ons land in 2050 een duurzame energievoorziening heeft. Iedereen draagt hier zelf aan bij door bijvoorbeeld zoveel mogelijk woningen aardgasvrij te maken. Maar er zullen ook aanpassingen nodig zijn, bijvoorbeeld met windenergie, die moeten worden ingepast in het landschap. Mensen in de omgeving moeten ook voordelen ervaren van geplaatste windmolens. De economie van Nederland verduurzamen en ons groeipotentieel behouden Nederland heeft een sterke internationale concurrentiepositie. Vanuit die positie wordt gewerkt aan een nieuw economisch verdienmodel dat duurzaam is en circulair. Door grondstoffen te hergebruiken in de bouw bijvoorbeeld. De overstap naar duurzame energie en het zorgen voor een gezond milieu zijn belangrijk. Ook zullen bedrijven zich hier goed moeten kunnen vestigen met voldoende ruimte voor bedrijvigheid. Daarvoor is het zaak alle verschillende aspecten te betrekken die hierbij een rol spelen, zodat duurzaam geld kan blijven verdiend.
Onze steden en regio’s sterker en leefbaarder maken Veel mensen zijn op zoek naar een geschikte, betaalbare woning. Iedereen wil graag wonen in een prettige omgeving. Een omgeving met voldoende groen en met aandacht voor veiligheid en gezondheid. Denk bijvoorbeeld aan groen en fonteinen op plekken waar het erg warm kan worden (hittestress). Tegelijkertijd is het belangrijk dat de woningen goed bereikbaar zijn door goede fiets- en wandelpaden en aansluiting op het wegennet en het openbaar vervoer. Kortom, het gaat niet alleen om voldoende woningen, maar ook om een aantrekkelijke woonomgeving. Het landelijk gebied toekomstbestendig ontwikkelen
| bestemmingsplan Venloseweg 25a Sevenum | status: vastgesteld |
Pagina | 1 1
In sommige regio’s staan de natuurlijke systemen en het landschap onder druk. Soms is daar sprake van een verzakkende bodem, onder meer door een te laag waterpeil. Als het waterpeil omhoog wordt gebracht, kan dat gevolgen hebben voor de landbouw en de veeteelt. In sommige gebieden wordt het dan misschien logischer om duurzame energie te produceren in plaats van voedsel. Tegelijkertijd moeten de kwaliteiten van het landschap worden behouden om te kunnen recreëren en ook vanwege het cultureel erfgoed. In hoofdstuk 4 van onderhavige plantoelichting zullen de aspecten duurzaamheid, kwaliteit van leefomgeving, bereikbaarheid, groen en water uitgebreid aan de orde worden gesteld. Tevens kan, in relatie met hoofdstuk 5, gesteld worden dat in onderhavig project van toekenning van één bouwtitel voldoende aandacht is voor de afwegingen die op basis van de nationale omgevingsvisie dienen te worden gemaakt, waardoor er sprake is van een toekomstbestendige ontwikkeling in het landelijk gebied.
3.2.2
Ladder duurzame verstedelijking
Op 1 juli 2017 is het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) gewijzigd, waarbij een nieuwe Laddersystematiek geldt. De Laddertoets moet worden uitgevoerd wanneer er sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. In artikel 1.1.1 onder i van het Bro is een nadere omschrijving van het begrip stedelijke ontwikkeling vastgelegd. Als stedelijke ontwikkeling wordt genoemd: 'ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen.' In het Bro is geen ondergrens voor de minimale omvang vastgelegd. Of er sprake is van een stedelijke ontwikkeling wordt bepaald door de aard en omvang van de ontwikkeling in relatie tot de omgeving. Voor woningbouwlocaties geldt volgens de overzichtsuitspraak dat: 'in beginsel' sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling als er meer dan 11 woningen gerealiseerd worden. Voor wonen is daarmee de lijn dat er vanaf 12 woningen sprake is van een stedelijke ontwikkeling. Voor overige stedelijke functies wordt in de overzichtsuitspraak gesteld, dat voor andere stedelijke ontwikkelingen als bedoeld in artikel 1.1.1 lid 1 onder i van het Bro in de vorm van een terrein 'in beginsel' geen sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling als het ruimtebeslag minder dan 500 m2 bedraagt.
Bestaat de andere stedelijke ontwikkeling uit de toevoeging van een gebouw, dan ligt de ondergrens 'in beginsel' bij een bruto-vloeroppervlakte van minder dan 500 m2. Door de toevoeging van 'in beginsel' bij iedere ondergrens, lijkt de Afdeling duidelijk te willen maken dat geen sprake is van ‘harde’ ondergrenzen. De Laddertoets geldt alleen voor nieuwe stedelijke ontwikkelingen. Beoordeeld moet dan worden of sprake is van een nieuw beslag op de ruimte. Daarvan is in het beginsel sprake als het nieuwe ruimtelijke besluit meer bebouwing mogelijk maakt dan er op grond van het voorheen geldende planologische regime aanwezig was, of kon worden gerealiseerd. In casu is er slechts sprake van één toe te voegen woning. Het betreft geen stedelijke ontwikkeling waarop de ladder voor duurzame verstedelijking van toepassing is.
3.2.3
Besluit en Regeling algemene regels ruimtelijke ordening (Barro en Rarro)
In het Barro zijn een aantal onderwerpen opgenomen waarvoor het rijk uit het oogpunt van de nationale belangen in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte ruimtelijke regels stelt: rond rijksvaarwegen wordt ruimte geborgd voor de veiligheid van scheepvaart; | bestemmingsplan Venloseweg 25a Sevenum | status: vastgesteld |
Pagina | 1 2
rond de Maastakken wordt ruimte gereserveerd voor toekomstige rivierverruiming; rond verschillende hoofdwegen en op enkele locaties wordt ruimte gereserveerd voor toekomstige uitbreiding van het hoofdwegennet en hoofdspoorwegennet; op verschillende locaties wordt ruimte gereserveerd voor (kern)energiecentrales en zones onder hoogspanningsverbindingen worden gevrijwaard; de provincies wordt opgedragen de ecologische hoofdstructuur te beschermen; primaire waterkeringen buiten het kustfundament krijgen ruimtelijke bescherming; in het IJsselmeer wordt verstedelijkingsruimte beperkt mogelijk gemaakt; het erfgoed van de Stelling van Amsterdam, de Beemster, de Nieuwe Hollandse Waterlinie en de Romeinse Limes worden ruimtelijk beschermd; rond militaire radarposten worden voorwaarden gesteld aan windmolens en hoge bebouwing. Voor een aantal van de genoemde Barro-onderwerpen, waaronder de uitbreiding van het hoofdwegennet, het hoofdspoorwegennet en de militaire radars, geldt dat de regels worden uitgewerkt in de Rarro. Op onderhavig project werken geen van de in het Barro genoemde rijksbelangen rechtstreeks door.
3.3
Provinciaal beleid
3.3.1
Provinciale Omgevingsvisie
De Omgevingsvisie is een strategische en lange termijn (2030-2050) visie op de fysieke leefomgeving en beschrijft onderwerpen zoals wonen, infrastructuur, milieu, water, natuur, landschap, bodem, ruimtelijke economie, luchtkwaliteit en cultureel erfgoed. Daarnaast worden ook de aspecten gezondheid en een gezonde leefomgeving in de Omgevingsvisie meegenomen. In de Omgevingsverordening legt de Provincie regels vast voor onder meer natuur, milieu, (grond-) water, ontgronding, wegen, ruimte (verstedelijking, woon- en werklocaties, agrarische bedrijven). De Omgevingsvisie is op 1 oktober 2021 door Provinciale Staten vastgesteld. Met betrekking tot het aspect Wonen is de volgende ambitie in de Omgevingsvisie neergelegd: Omdat de woonbehoeften veranderen, maar ook omdat er lokale en regionale verschillen zijn in de opgaven ten aanzien van wonen en leefomgeving, zijn deze meer gerichte uitwerkingen in provinciale, regionale en/of gemeentelijke programma’s, agenda’s en instrumenten noodzakelijk. Vanuit de wetgever is onze provinciale rol wat betreft dit thema beperkt. Vanwege het brede maatschappelijke belang van de opgave kiest de provincie voor een agenderende, stimulerende, meesturende en verbindende rol. Wij bekijken woningbouwontwikkelingen vanuit een brede maatschappelijke context.
Dit vraagt een integrale aanpak van locaties en gebieden in de vorm van herstructurering en transformatie/herbestemming in centra, buurten, wijken, dorpen en het buitengebied. Bij onze keuzes houden we rekening met samen hangende belangen zoals leegstand bij detailhandel, kantoren, maatschappelijk vastgoed, monumenten, etc. Daarnaast bezien we de woningopgave altijd in samenhang met veiligheid en leefbaarheid. Met het stimuleren van de verduurzamingsopgave en het levensloopbestendig maken van bestaande en nieuwe woningen zien wij meekoppelkansen voor een klimaatbestendige en klimaatadaptieve
| bestemmingsplan Venloseweg 25a Sevenum | status: vastgesteld |
Pagina | 1 3
woonomgeving. We vinden het belangrijk dat eerst de kwaliteit van het feitelijk bestaand bebouwd gebied op orde wordt gemaakt. Via het principe van de Ladder voor duurzame verstedelijking benutten we de ruimte in bestaand bebouwd gebied optimaal, zowel kwantitatief als kwalitatief. Dat betekent dat eerst leegstaand vastgoed hergebruikt en herbestemd wordt in lijn met de Limburgse principes. Daarvoor werken we samen met andere beleidsvelden. Wonen is in beginsel alleen maar toegestaan in bestaand bebouwd gebied. Hierop kunnen – tijdelijke – uitzonderingen worden gemaakt in de vorm van flexibele woonvormen. Tijdelijk permanente bewoning toestaan in recreatieparken voor de huisvesting van internationale werknemers en/of woonurgenten voor de duur van maximaal tien jaar en onder (nader te bepalen) voorwaarden als verdienmodel voor toekomstige herontwikkeling of sanering van het park, of het herbestemmen van monumentale bebouwing in het buitengebied zijn hiervan voorbeelden.
Bij planvorming voor uitbreiding van de woningvoorraad wordt de ladder voor duurzame verstedelijking en de voorkeur voor gebruik van leegstaand vastgoed consequent gehanteerd. Toevoegingen aan de Limburgse woningmarkt moeten niet alleen van de juiste soort zijn (voldoen aan de specifieke lokale woningbehoefte) en op de juiste locatie zijn, maar moeten in veel gevallen ook gepaard gaan met sloop, zodat de kwantitatieve verhouding in balans blijft. In beginsel past het initiatief, door gebruikmaking van een bouwcontingent dat beschikbaar is gekomen door de sanering van een agrarische bedrijfslocatie elders binnen de gemeente Horst aan de Maas, binnen het provinciale beleid en de provinciale ambities.
3.3.2
Omgevingsverordening Limburg
Met de komst van de Omgevingswet is een nieuwe omgevingsverordening nodig die past binnen de kaders en het instrumentarium van de Omgevingswet. Hoewel de op 17 december 2021 vastgestelde Omgevingsverordening Limburg (2021) hoofdzakelijk een beleidsneutrale omzetting van de Omgevingsverordening Limburg 2014 is, staan er enkele nieuwe of inhoudelijk aanmerkelijk gewijzigde onderwerpen in. Het gaat hier om instructieregels aan gemeenten op het gebied van wonen, zonne-energie, na-ijlende effecten van de steenkoolwinning en huisvestingsnormen voor internationale werknemers. Artikel 12.1 van de omgevingsverordening heeft betrekking op de planvoorraad 'wonen'. Hierin is bepaald dat de motivering bij een omgevingsplan dat betrekking heeft op de realisatie van een of meerdere woningen beschrijft dat: a. rekening is gehouden met de hoofdstukken 3 (Limburgse principes en algemene zonering) en 5 (wonen en leefomgeving) van de provinciale omgevingsvisie; b. sprake is van behoefte in kwaliteit en kwantiteit op basis van actueel onafhankelijk regionaal behoefteonderzoek; c. over de behoefte aan realisatie van deze woningen overeenstemming bestaat binnen de regio Noord-Limburg of Midden-Limburg of Zuid- Limburg. De regio’s bepalen eigenstandig de regionale overeenstemming, organiseren hun eigen regionale overleggen en dragen zorg voor actuele regionale woonvisies en regionale onderzoeken; d.
het omgevingsplan is opgenomen in de Limburgse systematiek van monitoring, bedoeld in | bestemmingsplan Venloseweg 25a Sevenum | status: vastgesteld |
Pagina | 1 4
afdeling 14.5; e. realisatie van de woningen beoogd is binnen 5 jaar na vaststelling van het omgevingsplan en dat, als deze termijn niet wordt gehaald, hoe en wanneer de mogelijkheid tot realisatie van deze woningen komt te vervallen.
Figuur: uitsnede uit Omgevingsverordening met projectgebied in 'buitengebied'
Zoals in paragraaf 3.4 (Regionale Woonvisie Noord-Limburg) van onderhavige ruimtelijke onderbouwing is vermeld, is er in casu sprake van bouwen naar reële (eigen) behoefte binnen de lintbebouwing langs de Venloseweg in het buitengebied van Sevenum. Het project is dan ook niet strijdig met de Omgevingsverordening Limburg.
| bestemmingsplan Venloseweg 25a Sevenum | status: vastgesteld |
Pagina | 1 5
3.4
Regionaal beleid
3.4.1
Regionale Woonvisie Noord-Limburg
Op 8 september 2020 heeft de gemeente Horst aan de Maas de nieuwe Regionale Woonvisie Noord-Limburg 2020-2024 vastgesteld. Deze woonvisie geeft richting aan het woonbeleid voor de komende 4 jaar. Het is de 2e visie die door de 8 Noord-Limburgse gemeenten in gezamenlijkheid is opgesteld. In deze visie wordt teruggekeken naar de vorige visie: waar komen we vandaan en wat willen we meenemen naar de nieuwe visie? En zijn er ook zaken die veranderd zijn? Het 'wonen’ is steeds meer verweven met andere beleidsvelden in het economische én het sociaal domein. In het hoofdstuk 'analyse: trends en ontwikkelingen' wordt aangegeven wat de huishoudensontwikkeling is. Demografie blijft immers een belangrijke onderlegger voor het woonbeleid. Prognoses geven een handvat om in te spelen op de toekomstige ontwikkeling van onze bevolking. Hierbij gaat het zeker niet alleen om aantallen, maar ook om de samenstelling van onze bevolking. Uit de analyse die inzicht geeft in de sterke en zwakke segmenten van de woningvoorraad, blijkt dat de aandacht met name moet uitgaan naar de bestaande voorraad. Ook zijn allerlei trends en ontwikkelingen die de context waarbinnen wordt gewerkt, beïnvloeden en de druk op de leefbaarheid vergroten. Denk hierbij aan grote ontwikkelingen zoals de energietransitie en de vergaande extramuralisering van de zorg.
Vanuit deze analyse is er dan ook een aantal opgaven dat kan worden samengevat in: Mismatch woningbehoefte en woningvoorraad: Het gaat hierbij om zowel de bestaande woningvoorraad, als nieuwbouw. Er wordt geconstateerd dat de samenstelling van onze bevolking verandert. Men wordt ouder en er is een grote toename van het aantal 1persoonshuishoudens. Dit brengt een andere woonvraag met zich mee. Deze vraag sluit maar deels aan op wat we in de bestaande voorraad hebben. De opgave ligt dan ook bij het aanpassen van de bestaande voorraad. De nieuwbouw die wordt toegevoegd dient toegespitst te worden op de toekomstige woningbehoefte. Hierbij wordt nog meer dan voorheen gekeken naar de kwalitatieve vraag en het bevorderen van de doorstroming op de regionale woningmarkt. Bij nieuwbouw is de kwalitatieve toets daarom leidend en in mindere mate de kwantitatieve toets. Zoektocht om alle doelgroepen een plek te geven binnen onze woningmarkt: In onze regio komen verschillende doelgroepen nadrukkelijker naar voren. Die moeten allemaal een plek krijgen binnen onze woningmarkt en maatschappij. Denk hierbij aan zorgdoelgroepen (vanuit beschermd wonen naar de reguliere woningmarkt) en internationale werknemers die zich hier voor langere tijd willen vestigen. Voor een deel zijn bijzondere doelgroepen afhankelijk van de sociale huursector. De druk op dit segment lijkt dan ook toe te nemen.
Niet alleen qua aantallen, maar juist door een concentratie van mensen die door allerlei oorzaken hun weg maar moeilijk kunnen vinden in onze maatschappij. Dit brengt druk op de leefbaarheid met zich mee.
Toets aan regionale Woonvisie: De uitgangspunten van deze woonvisie betreffen: Toevoegen van woningen in principe alleen in de kernen Koppelkansen Toevoegen van woningen leidt niet tot het vergroten van het kwetsbare woningoverschot Het type toe te voegen woning moet passen binnen de kwalitatieve behoefte
| bestemmingsplan Venloseweg 25a Sevenum | status: vastgesteld |
Pagina | 1 6
We streven sociaal duurzame woonconcepten na We zoeken aansluiting op de duurzaamheidsdoelen die landelijk, regionaal en lokaal gesteld zijn. In de regio Noord-Limburg bedraagt het verschil tussen nieuwbouwplancapaciteit en huishoudensgroei in de periode 2015-2030 32%. Momenteel kent elke gemeente meer capaciteit dan huishoudensgroei, behalve Horst aan de Maas, waar dus nog ruimte voor groei is. In casu is er ook sprake van bouwen naar reële behoefte (kavel zal door initiatiefnemer worden bebouwd) en wordt één woning gerealiseerd die kwaliteit toevoegt. Dit is niet strijdig met de doelstellingen van deze woonvisie.
3.5
Gemeentelijk beleid
3.5.1
Integrale structuurvisie Horst aan de Maas
Op 9 april 2013 is de Integrale Structuurvisie Horst aan de Maas vastgesteld. Het betreft een integrale structuurvisie voor het gehele grondgebied van de gemeente Horst aan de Maas. De structuurvisie geeft een integraal beeld van de ruimtelijke en sociaal-maatschappelijke ontwikkelingen die de gemeente op haar grondgebied voor ogen staat voor de langere termijn. Verder is de integrale structuurvisie opgesteld om maximaal gebruik te maken van de mogelijkheid tot het plegen van kostenverhaal die de Wet ruimtelijke ordening biedt. De structuurvisie bestaat uit een beleidskader en een uitvoeringsparagraaf waarin het Limburgs Kwaliteitsmenu (LKM) wordt geïmplementeerd. Het grondprincipe van het gemeentelijk (en provinciaal) kwaliteitsmenu (GKM) is, dat bepaalde ontwikkelingen ter plaatse leiden tot verlies aan omgevingskwaliteit, hetgeen dient te worden gecompenseerd door een kwaliteitsbijdrage. Dit geldt zowel binnen als buiten de ‘rode contouren’. De kwaliteitsbijdrage wordt ingezet om de omgevingskwaliteit en leefbaarheid te versterken. Het doel is dat per saldo daarmee de kwaliteit toeneemt. Het GKM is van toepassing op ontwikkelingen die niet rechtstreeks of via een flexibiliteitbepaling (zoals wijzigings- of afwijkingsregels) zijn toegestaan in het vigerende bestemmingsplan. Veel kleinere ontwikkelingen kunnen dan ook vaak zonder toepassing van het GKM doorgang vinden.
Zoals op onderstaande uitsnede uit de structuurvisiekaart (figuur 7) is te zien, valt het plangebied binnen het 'agrarisch gebied Sevenum-Zuid (3C)'.
| bestemmingsplan Venloseweg 25a Sevenum | status: vastgesteld |
Pagina | 1 7
Figuur 7: uitsnede uit kaart structuurvisie
In dit gebied geldt een voorwaardelijke grondhouding ten aanzien van de toevoeging van solitaire woningen. Bestemmingswijziging is alleen mogelijk op een locatie binnen een bestaand lint of cluster of aansluitend aan de contour. Aan deze zijde van de Venloseweg is sprake van lintbebouwing waarin met name burgerwoningen zijn gelegen, maar ook agrarische en niet-agrarische bedrijven met bedrijfswoningen. De afstand tussen de beide woningen op de belendende percelen bedraagt 55 meter. De toevoeging van een woning aan de Venloseweg 25a past daardoor in de stedenbouwkundige structuur en draagt ook bij aan de leefbaarheid. Deze ontwikkeling sluit ook goed aan bij het nieuwe woningbouwproject 'Krouwel 2' waarmee het duizend-woningenplan van de gemeente Horst aan de Maas verder tot realisatie kan komen. Feitelijk wordt met het project Krouwel 2 het 3C-gebied ten noorden van de Klassenweg tot aan het zandpad achter de Venloseweg 25a toegevoegd aan het woondorp Sevenum (6A-gebied). Door de toevoeging van een woning bij de Venloseweg 25a zal het perceel veel meer opgaan in de woonomgeving, dan ingeval er sprake blijft van een solitaire bedrijfslocatie.
Door de toevoeging van een woning met het behoud van de bestaande bouwmassa met een bebouwd oppervlak van 456 m2 wordt feitelijk dezelfde uitstraling bereikt als ter plaatse van andere ruimte-voor-ruimte-kavels welke elders binnen de gemeente landen en waarbij de mogelijkheid wordt geboden voor de realisatie van een ruim bijgebouw tot 500 m2 met het doel om hier een aan huis verbonden beroep of bedrijf uit te oefenen. Door de inzet van een bouwcontingent kan aan de Venloseweg 25a te Sevenum een vergelijkbaar resultaat bereikt worden. De gemeente stelt als eis dat max. 150 m2 aan bijgebouwen bij de woning is toegestaan, tenzij er voor het overige een afdracht conform het beleid 'groter bouwen in het buitengebied' wordt gedaan. De inhoud van dit beleid luidt zoals verwoord in de evaluatie van de structuurvisie luidt als volgt: VAB's en bijgebouwen in het buitengebied
| bestemmingsplan Venloseweg 25a Sevenum | status: vastgesteld |
Pagina | 1 8
1. Het is altijd toegestaan om bijgebouwen op te richten met een oppervlakte van maximaal 150 m2, zonder afdracht en zonder sloop. Dit is vastgelegd in het kruimelgevallenbeleid; 2. Bijgebouwen mogen in het buitengebied behouden blijven (of teruggebouwd worden) tot een maximaal oppervlak van 600 m2. Een oppervlakte van 600 m2 is in de praktijk een reële maat gebleken. Agrarische bouwkavels hebben geregeld een groot oppervlak aan bijgebouwen. Veel gebouwen zijn ook in prima staat en afbreken kan leiden tot (onnodig) kapitaalvernietiging. Het gaat veelal ook over grote percelen waarbij het ook voor de hand ligt dat er veel ruimte nodig is voor het stallen van machines om land te bewerken. Overigens blijft maatwerk nog steeds mogelijk voor bestaande bijgebouwen met een groter oppervlak dan 600 m2; 3. Het gaat uitdrukkelijk om legaal bestaande bijgebouwen. Er mag enkel een maximum van 600 m2 aan bijgebouwen worden opgericht, indien op het moment van de aanvraag reeds 600 m2 of meer bebouwing legaal aanwezig is op hetzelfde perceel; 4. Sloop uit het verleden mag meetellen voor het mogen terugbouwen van bijgebouwen tot een maximum van 600 m2; 5. De hoofdregel blijft dat er 2/3 gesloopt moet worden.
Indien een aanvrager toch meer wil terugbouwen, tot maximaal wat er stond, geldt er een afdracht van € 45,- per m2 over het aantal m2 dat boven de sloopverhouding en boven de 150 m2 wordt teruggebouwd. 6. Er wordt gerekend met € 45,- per m2 (en dus niet met € 15,- per m3); De totale oppervlakte aan bijgebouwen bedraagt 456 m2. Het door initiatiefnemer verworven bouwcontingent is afkomstig van de sanering van de intensieve veehouderij (varkenshouderij) aan de Zandterweg 39 te Lottum, in ruil waarvoor 3 bouwtitels met een ruime (variabele) oppervlakte voor het bestemmingsvlak 'Wonen' gegeven zijn, met de mogelijkheid om 200 m2 aan bijgebouwen per woning te realiseren. De bestemming 'Wonen' aan de Venloseweg 25a te Sevenum zal een omvang krijgen van 1800 m2; nu er 256 m² meer aan bijgebouwen behouden zal blijven dan op grond van de regels behorende bij de enkelbestemming ‘Wonen’ in combinatie met dit specifieke bouwcontingent is toegestaan, mag van dit meerdere mag 1/3 (85,3 m2) behouden blijven en voor het behoud van de overige 170,7 m2 is een tegenprestatie van € 45,-/m2 verschuldigd. Deze tegenprestatie zal worden opgenomen in de anterieure overeenkomst die het bevoegd gezag met initiatiefnemer zal afsluiten. Of cq dat voldaan wordt aan de overige sectorale (milieu)aspecten, zal aan de orde komen in hoofdstuk 5.
Concluderend kan worden gesteld dat wordt voldaan aan het bepaalde in de integrale structuurvisie. In oktober 2021 is het ontwerp van de Omgevingsvisie Horst aan de Maas ter inzage gelegd; deze omgevingsvisie is algemener van aard en bevat ook onderwerpen welke niet ruimtelijk relevant zijn. In die omgevingsvisie is bepaald dat het gemeentelijk beleid zoals opgenomen in de Integrale Structuurvisie blijft bestaan zonder wettelijke grondslag. Het beleid blijft onder de Omgevingswet gelden totdat de gemeente het beleid intrekt.
| bestemmingsplan Venloseweg 25a Sevenum | status: vastgesteld |
Pagina | 1 9
3.5.2
Masterplan Wonen Horst aan de Maas
Op 20 april 2021 is het Masterplan Wonen vastgesteld. De belangrijkste kaders voor ontwikkeling van woningen zijn: Dat het plan voorziet – kwalitatief en kwantitatief – in de behoefte van inwoners. Type woningen en bijbehorende aantallen sluiten aan bij de opgave zoals omschreven in het Masterplan én bij de lokale wensen en behoeften van inwoners. Een programma met 30% sociale huur, 30% vrije sector huur en 40% koop waarbij maatwerk mogelijk is bij kleine locaties of een aangetoonde andere behoefte aan sociale huur. Nieuwe woningen voldoen aan de eisen voor Bijna EnergieNeutrale Gebouwen (BENG). Nieuwe woningbouwlocaties worden klimaat adaptief gebouwd zodat geen nieuwe knelpunten, wateroverlast en hittestress ontstaan. Inbreiding (ontwikkelen binnen bebouwd gebied) waar mogelijk, uitbreiding (ontwikkelen aan de rand van bebouwd gebied) indien nodig In het plan is goed nagedacht over de kwaliteit van de woonomgeving. In casu wordt de nieuwe woning gebouwd naar eigen behoefte van initiatiefnemer die de woning geheel naar eigen wens en passend binnen de afspraken met de gemeente Horst aan de Maas realiseert, welke afspraken verder in de bouwregels van onderhavig bestemmingsplan zijn verwoord.
Het project is derhalve niet strijdig met het Masterplan Wonen.
3.5.3
Bestemmingsplan
Op het plangebied rusten de volgende planologische regelingen: Naam bestemmingsplan
Bestemming/aanduiding
Vaststelling Raad
bestemmingsplan “Buitengebied Horst aan de Maas”
- Bedrijf Agrarisch met waarden - Waarde Archeologie 3 - functieaanduiding 'opslag' - maatvoering: aantal wooneenheden: 0' - gebiedsaanduiding "overige zone - velden"
19 december 2017
bestemmingsplan ‘Buitengebied Horst aan de Maas, herziening 2020
nadere nuancering bestemming 'Agrarisch met waarden'
8 september 2020 bestemmingsplan
‘Parapluplan Internationale werknemers Horst aan de Maas 2021’
21 september 2021 uitbreiding algemene mogelijkheden tot huisvesting van internationale werknemers
| bestemmingsplan Venloseweg 25a Sevenum | status: vastgesteld |
Pagina | 2 0
Op figuur 8 is de uitsnede van de vigerende verbeelding weergegeven.
Figuur 8: Uitsnede bestemmingsplan Buitengebied
Binnen deze bestemmingen zijn geen woningen toegestaan. Omdat binnen de regels van het vigerende bestemmingsplan de gewenste ontwikkeling en toevoeging van de woning niet gerealiseerd kan worden, dient een nieuw bestemmingsplan te worden opgesteld, dat voorziet in een adequate planologisch-juridische regeling.
3.6
Conclusie
Geconcludeerd kan worden dat de gevraagde ontwikkeling voldoet aan het nationaal beleid, provinciaal beleid en het gemeentelijk beleid voor wat betreft de structuurvisie (zowel gemeentelijke als de door de gemeenteraad vastgestelde regionale structuurvisie).
| bestemmingsplan Venloseweg 25a Sevenum | status: vastgesteld |
Pagina | 2 1
Hoofdstuk 4 Planbeschrijving 4.1
Uitgangspunten en doelstellingen van het plan
Initiatiefnemer is voornemens om aan de Venloseweg 25a te Sevenum, kadastraal bekend als gemeente Sevenum, sectie S nummers 191 en 359 (ged.), één burgerwoning te realiseren met behoud van het bestaande bedrijfsgebouw dat als bijgebouw zal gaan fungeren bij de nieuw te realiseren woning. De vigerende bedrijfsbestemming komt hiermee geheel te vervallen. Hiervoor in de plaats zal een woonbestemming komen. Initiatiefnemer heeft deze locatie op 6 april 2011 aangekocht en gebruikt het bedrijfsgebouw voor de opstal en stalling ten behoeve van het eigen aannemersbedrijf . De wens van cliënt is om op deze locatie een woning toe te voegen, om werken en wonen te combineren zoals bij een aan huis verbonden bedrijf het geval is. De bedrijfsactiviteiten zullen een omvang van maximaal 100 m2 beslaan, waarmee sprake is van aan-huis-verbonden-bedrijvigheid. Een aannemersbedrijf tot een bruto vloeroppervlak van 1000 m2 is een bedrijf in de milieucategorie 2; een aannemersbedrijf dat de bebouwing tot een beperkte oppervlakte gebruikt voor het opslaan van materieel, heeft geen grotere impact op de omgeving dan indien het gehele huidige bedrijfsgebouw voor deze opslagdoeleinden wordt gebruikt.
Op 11 januari 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders een positief principestandpunt ingenomen ten behoeve van de omzetting van de bedrijfsbestemming in een woonbestemming onder de volgende voorwaarden: a. De bedrijfsbestemming wordt gewijzigd in een woonbestemming. Aangesloten wordt bij de regels voor 'Wonen' van het bestemmingsplan 'Buitengebied Horst aan de Maas'; b. Voor een bedrijf aan huis gelden de voorwaarden zoals opgenomen in artikel 21.5.1 van het bestemmingsplan 'Buitengebied Horst aan de Maas'. c. De Provincie als wegbeheerder dient akkoord te gaan. d. Er wordt een bijdrage op grond van het Gemeentelijk Kwaliteitsmenu afgedragen. e. Het Beleid Groter bouwen wordt toegepast. f. Het advies van de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit wordt in acht genomen. g. Aangetoond wordt dat het plan in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening; 1. Er wordt een landschappelijke inpassing gevraagd. 2. Er wordt aangetoond dat er geen belemmeringen zijn op gebied van milieu (denk onder andere aan bodem en geluid). 3. Er wordt een archeologisch onderzoek uitgevoerd. 4. Aangetoond wordt met een Aerius-berekening dat er als gevolg van het plan geen (0,00 mol/ha/j) stikstoftoename plaatsvindt op een Natura 2000-gebied; h. Er wordt een planschadeverhaalsovereenkomst en een anterieure overeenkomst getekend; i. Er wordt een omgevingsdialoog gevoerd.
Toets aan de voorwaarden: Ad a: De regels voor de bestemming 'Wonen' zoals opgenomen in het bestemmingsplan 'Buitengebied Horst aan de Maas' zijn overgenomen. Ad b:
| bestemmingsplan Venloseweg 25a Sevenum | status: vastgesteld |
Pagina | 2 2
De voorwaarden voor aan huis verbonden bedrijvigheid betreffen: maximaal mag 1/3 van het totale vloeroppervlak van de aanwezige bebouwing worden gebruikt ten behoeve van het aan huis verbonden bedrijf, met dien verstande dat het aan te wenden vloeroppervlak nimmer meer dan 100 m2 mag bedragen; De oppervlakte van de bestaande bebouwing (dus nog zonder de toe te voegen woning) bedraagt 456 m2. Het derde deel hiervan is dan 152 m2. Hierdoor is het slechts toegestaan om tot het absolute maximum van 100 m2 aan bedrijfsactiviteiten te ontplooien. Aan dit maximum zal initiatiefnemer zich houden. het gebruik ondersteunt de woonfunctie, dat wil zeggen dat de gebruiker van de woning ook de bedrijfsmatige activiteit ontplooit; wordt gerund door de toekomstige bewoner van de te realiseren woning; hij ontplooit dus de bedrijfsmatige activiteiten. het gebruik mag geen ernstige hinder voor het woonmilieu opleveren en mag ook niet leiden tot onevenredige aantasting van de gebruiks- en ontwikkelingsmogelijkheden van nabijgelegen gronden en bebouwing.
Het gebruik moet vallen onder dan wel gelijk te stellen zijn met milieucategorie 1 en 2 van de Staat van Bedrijfsactiviteiten; Een aannemersbedrijf tot een bruto vloeroppervlak van 1000 m2 is een bedrijf in de milieucategorie 2; een aannemersbedrijf dat de bebouwing tot een oppervlakte van slechts 100 m2 gebruikt voor het opslaan van materieel, heeft geen grotere impact op de omgeving dan indien het gehele huidige bedrijfsgebouw voor deze opslagdoeleinden wordt gebruikt. De opslag heeft geen enkel waarneembaar effect op de omgeving. er mag geen sprake zijn van een seksinrichting; Er is geen sprake van een seksinrichting. het onbebouwde deel van het bouwperceel mag niet worden gebruikt voor deze bedrijfsmatige activiteiten; Het onbebouwde deel van de bestemming Wonen zal gebruikt worden voor parkeren en manoeuvreren bij de woning en voor het aanbrengen van extra erfbeplanting. detailhandel mag niet plaatsvinden; Er zal geen detailhandel plaatsvinden. in de benodigde parkeercapaciteit dient geheel op eigen terrein te worden voldaan; Er zullen op het voorerf (vóór het bijgebouw en naast de woning) 4 parkeerplekken worden ingericht waarbij het perceel in voorwaartse richting kan worden verlaten. Zier voor de situering van de parkeerplaatsen paragraaf 5.8.2. het gebruik mag geen nadelige invloed hebben op de verkeersafwikkeling en de parkeerbalans.
Zie paragraaf 5.8.1 van de plantoelichting. Ad c:
Er zal advies worden gevraagd van de provincie Limburg als wegbeheerder van de N566. Ad d: In dit bestemmingsplan wordt aan betreffende locatie een bouwrecht toegekend, waardoor de bouw- en gebruiksmogelijkheden voor een nieuwe woning met een bijgebouw van maximaal 200 m2 ontstaat, waarvoor één bouwcontingent wordt ingezet. Dit bouwcontingent (afkomstig van de sanering van de intensieve veehouderij aan de Zandterweg 39 te Lottum) is door initiatiefnemer verworven en is door het bevoegd gezag aan de vervreemder toegekend als tegemoetkoming in de kosten van de sanering van zijn intensief veehouderijbedrijf elders binnen de gemeente Horst aan de Maas. Dit is de bijdrage zoals bedoeld in het Gemeentelijk Kwaliteitsmenu en het gebruik van dit bouwcontingent voor de bestemmingswijziging aan de Venloseweg 25a Sevenum is geakkordeerd door het bevoegd gezag. Ad e: De extra oppervlakte aan bijgebouwen kan alleen maar worden toegestaan middels toepassing van het gemeentelijke beleid 'Groter bouwen in het buitengebied'. | bestemmingsplan Venloseweg 25a Sevenum | status: vastgesteld |
Pagina | 2 3
De totale oppervlakte aan bijgebouwen bedraagt 456 m2. Bij het verworven bouwcontingent hoort een oppervlakte van 200 m2 aan bijgebouwen, waardoor 256 m² meer behouden zal blijven dan op grond van de regels behorende bij de enkelbestemming ‘Wonen’ in combinatie met dit specifieke bouwcontingent is toegestaan. Van dit meerdere mag 1/3 (85,3 m2) behouden blijven en voor het behoud van de overige 170,7 m2 is een tegenprestatie van € 45,-/m2 verschuldigd. Deze tegenprestatie zal worden opgenomen in de anterieure overeenkomst die het bevoegd gezag met initiatiefnemer zal afsluiten. Ad f: Het bouwplan zal separaat aan onderhavige bestemmingsplanprocedure worden voorgelegd aan de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit. Het bestemmingsplan stelt algemene kaders waaraan het bouwplan voor de nieuwe woning moet voldoen. Op welke wijze hieraan invulling wordt gegeven, zal aan de orde komen bij de aanvraag om een omgevingsvergunning. In dit bestemmingsplan is wel rekening gehouden met de situering van de voorgevellijn, welke in het verlengde ligt van de voorgevel van de meest nabij gelegen woning aan de Venloseweg 25. Ad g: 1. Landschappelijke inpassing: verwezen wordt naar paragraaf 4.3 waarin de landschappelijke inpassing uitgebreid aan de orde komt. 2. Er zijn geen belemmeringen zijn op gebied van milieu: verwezen wordt naar de toets aan de sectorale aspecten in hoofdstuk 5. 3.
Archeologisch onderzoek: verwezen wordt naar paragraaf 5.7. 4. geen (0,00 mol/ha/j) stikstoftoename op een Natura 2000-gebied: verwezen wordt naar paragraaf 5.5. Ad h: Er zal een planschadeverhaalsovereenkomst en een anterieure overeenkomst tussen initiatiefnemer en de gemeente Horst aan de Maas worden gesloten; zie ook paragraaf 6.1. Ad i: Met de omwonenden en gebruikers van opstallen binnen een straat van 50 meter rondom het plangebied wordt een omgevingsdialoog gevoerd. Het verslag wordt ter kennis gebracht van het bevoegd gezag. Hieruit blijkt dat aan alle voorwaarden zoals in het principebesluit zijn genoemd, is of zal worden voldaan en niets aan de omzetting van de bestemming 'Bedrijf' in de bestemming 'Wonen' in de weg staat.
4.2
Stedenbouwkundige/ruimtelijke aspecten
Uitgewerkte bouwtekeningen voor de nieuwe woning met bijgebouw(en) zijn nog niet aanwezig. Middels onderhavig bestemmingsplan wordt dan ook niet één specifieke woning per deelgebied geregeld, maar wordt een bouwmogelijkheid aan de locatie toegekend, waarbij wel met diverse woningtypes rekening is gehouden. De nieuwe bestemming 'Wonen' kan op het perceel worden ingevuld met een woning en bijbehorende bouwwerken, zolang deze voldoet aan de bepalingen uit de planregels.
| bestemmingsplan Venloseweg 25a Sevenum | status: vastgesteld |
Pagina | 2 4
De locatie mag worden ingevuld met een woning met een maximale inhoud van 1000 m³. De maximale goot- en bouwhoogte bedraagt 7 respectievelijk 11 meter. Het is daarnaast mogelijk 150 m² aan bijbehorende bouwwerken bij de woning op te richten met een maximale goot- en nokhoogte van 3,5 respectievelijk 7 meter. Deze oppervlakte kan worden vergroot middels gebruikmaking van het beleid 'Groter bouwen in het buitengebied'. Omdat op voorhand bekend is dat het bestaande gebouw behouden zal blijven, is deze omvang van de bijbehorende bouwwerken direct in de planregels, in combinatie met de verbeelding, opgenomen. Qua maatvoering is aangesloten bij de gemeentelijke standaarden en de bouwregels in het buitengebied. Voor de situering van de voorgevel is de lijn op de verbeelding opgenomen welke in het verlengde ligt van de voorgevel van de meest nabij gelegen woning aan de Venloseweg 25. Door de voorgevel van de woning substantieel vóór de voorgevel van het bijgebouw te plaatsen, ontstaat het beeld van een regulier woonperceel; de woning wordt daardoor nog duidelijker het hoofdgebouw. Onderstaand is een impressie opgenomen van de woning welke aan de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit is voorgelegd en op 20 december 2022 akkoord is bevonden:
| bestemmingsplan Venloseweg 25a Sevenum | status: vastgesteld |
Pagina | 2 5
Figuur: eerste impressies van nieuw te realiseren woning
| bestemmingsplan Venloseweg 25a Sevenum | status: vastgesteld |
Pagina | 2 6
4.3
Landschappelijke inpassing en water
In 2011 is een landschappelijk inpassingsplan opgesteld. Deze erfbeplanting is ook gerealiseerd en wordt jaarlijks gecontroleerd door stichting Horster Landschap. Deze beplanting zal primair geheel gehandhaafd blijven maar zal nog verder worden versterkt. Hiertoe is op 12 februari 2023 een nieuw landschappelijk inpassingsplan opgesteld waarin is aangegeven hoe de nieuw te realiseren woning op het erf zal worden geïntegreerd en hoe zich dit verhoudt tot de directe omgeving. Ook de markante boom op het voorerf zal behouden blijven en voor verkoeling van de woning zorgen. In de planregels is een voorwaardelijke bepaling opgenomen waardoor het behoud van de erfbeplanting zoals neergelegd in het landschappelijke inpassingsplan wordt gewaarborgd. Onderstaand is de nieuwe (aanvullende) landschappelijke inpassing weergegeven:
Figuur: nieuwe landschappelijke inpassing
Het inpassingsplan is als bijlage bij de toelichting gevoegd.
| bestemmingsplan Venloseweg 25a Sevenum | status: vastgesteld |
Pagina | 2 7
Hoofdstuk 5 Sectorale aspecten 5.1
Inleiding
In dit hoofdstuk wordt vanuit verschillende sectorale aspecten (o.a. milieu, veiligheid, water, natuur en archeologie) het initiatief getoetst of men zal voldoen aan de criteria van deze aspecten.
5.2
Milieuaspecten
5.2.1
Milieu effect rapport
Op 7 juli 2017 is het gewijzigde Op 7 juli 2017 is het gewijzigde Besluit m.e.r. in werking getreden. In het gewijzigde Besluit staat de nieuwe procedure voor de vormvrije m.e.r.-beoordeling. Voor elke aanvraag waarbij een vormvrije m.e.r.-beoordeling aan de orde is moet een m.e.r.beoordelingsbesluit worden genomen. Dit houdt in dat in afwijking van voorheen voor iedere activiteit die wordt genoemd in kolom 1, ook al blijft deze onder de drempelwaarde van gevallen in kolom 2, een m.e.r.-beoordelingsbesluit moet worden genomen. Onderhavige plantoelichting met beschrijving van de activiteiten, de noodzaak en de (milieu)gevolgen dient tevens gezien te worden als 'aanmeldnotitie' op basis waarvan het m.e.r.-beoordelingsbesluit kan worden genomen.
Uit bijlage onderdeel D, Besluit milieueffectrapportage.
Wanneer een woningbouwplan wordt getoetst aan onderdeel D en wordt gekeken in kolom 2 van de D-lijst, is hier een drempelwaarde opgenomen voor '2000 of meer woningen'. In casu behoeft er geen m.e.r.-beoordelingsbesluit te worden genomen. De activiteit voor de realisatie van één burgerwoning, valt niet binnen de definitie van kolom 1, 'een stedelijk ontwikkelingsproject' waarbij de drempelwaarde van 2000 woningen of 100 ha (kolom 2) wordt overschreden.
| bestemmingsplan Venloseweg 25a Sevenum | status: vastgesteld |
Pagina | 2 8
5.2.2
Bodem- en grondwaterkwaliteit
In het kader van het onderhavige plan wordt binnen het plangebied een nieuwe bodemgevoelige functie toegelaten in de vorm van een woning. Voordat door middel van een omgevingsvergunning nieuwe functies mogelijk worden gemaakt zal er inzicht moeten zijn of de bodem- en grondwaterkwaliteit een dergelijke bebouwing en gebruik ook mogelijk maken. Op 16 januari 2023 is de rapportage van het verkennend bodemonderzoek (NEN5740) opgesteld door Archimil. Op basis van het milieuhygiënisch onderzoek bodem is het volgende geconcludeerd: 'Uit het onderzoek volgt dat ter plaatse van de oprit en de uitbouw aan de achterzijde sprake is van een verharding met puin danwel een bijmenging met puin. De puinhoudende en zintuiglijk schone grond uit de bovenlaag (0-0,5 m-mv) is licht verontreinigd met cadmium en/of PAK's. Het grondwater is licht verontreinigd met barium en xylenen. De hypothese niet-verdachte locatie dient formeel te worden verworpen op basis van de onderzoeksresultaten. Naar aanleiding van bovenstaande conclusies merken wij op dat er ons inziens, op basis van de onderzoeksresultaten, geen restricties gesteld te worden aan de beoogde bestemmingswijziging van de onderzochte locatie. Wel dient voor de aanvraag van een omgevingsvergunning bouwen en de daarmee samenhangende reconstructie van de oprit een verkennend onderzoek naar asbest te worden uitgevoerd ter plaatse van de oprit.
Indien, bijvoorbeeld bij bouwactiviteiten, grond vrijkomt die op een andere locatie zal worden hergebruikt dan dient bepaald te worden wat de kwaliteit is in het kader van het besluit bodemkwaliteit.' De rapportage is als bijlage aan de planstukken toegevoegd.
5.2.3
Geluid
De Wet geluidhinder (Wgh) is van toepassing op woningen, andere geluidsgevoelige gebouwen (onder meer onderwijsgebouwen, ziekenhuizen, verpleeghuizen en andere gezondheidszorggebouwen) en geluidsgevoelige terreinen (onder meer woonwagenstandplaatsen). Uit art. 74 Wgh vloeit voort dat in principe alle wegen voorzien zijn van een geluidzone, met uitzondering van wegen die zijn gelegen binnen een als woonerf aangeduid gebied of wegen waarvoor een maximum snelheid van 30 km/uur geldt. De zonebreedte is afhankelijk van het gebied (stedelijk of buitenstedelijk) en het aantal rijstroken. Binnen de zones moet een akoestisch onderzoek worden verricht. De voorkeursgrenswaarde voor woningen en andere geluidsgevoelige gebouwen en terreinen bedraagt in die zone op de buitengevel 48 dB (art. 82 Wgh).
| bestemmingsplan Venloseweg 25a Sevenum | status: vastgesteld |
Pagina | 2 9
Weg
toegestane snelheid in km/h
Venloseweg
80 (buitengebied) en 50 (bebouwde kom)
Omdat het bouwperceel voor de nieuwe woning binnen de geluidzones van Venloseweg is gelegen, en de gevelbelasting dient te worden bepaald, zal een akoestisch onderzoek naar wegverkeerslawaai uitgevoerd moeten worden. Op 25 juli 2022 (AVG-proof gemaakt op 13 februari 2023) is door K-Plus een akoestisch onderzoek uitgevoerd, dat integraal als bijlage bij de planstukken is gevoegd. In het akoestisch onderzoek wordt het volgende geconcludeerd: 'Venloseweg weg (plankaart) - In zowel de voor- als de zijgevels wordt in meerdere punten en meerder bouwlagen de maximaal toelaatbare grenswaarde van 53 dB overschreden. Dit betekent dat de gemeente geen hogere toelaatbare waarde kan vaststellen. Om dan toch een woning te kunnen oprichten zullen meerdere “dove-gevels’ moeten worden gerealiseerd of er moeten bouwkundige voorzieningen worden getroffen om de geluidbelasting terug te brengen tot onder de maximale ontheffingswaarde. - Daar waar de gevelbelasting hoger is dan 48 dB en lager of gelijk aan 53 dB kan bij de gemeente Horst aan de Maas een verzoek worden ingediend voor het verlenen van een hogere waarde. - In de voorliggende situatie kan als ontheffingscriterium worden aangedragen dat de woning een open plaats opvult tussen aanwezige gebouwen een en ander ter verbetering van de bestaande stedenbouwkundige structuur.
- Het treffen van maatregelen aan de bron in de vorm van een andere wegverharding zou kunnen worden overwogen. Hiermee is een geluidreductie van maximaal 5 dB te realiseren. Doch omdat het om een enkele woning gaat zijn er praktische bezwaren om een deel van de weg te voorzien van een andere wegverharding. Daarnaast zullen er aanzienlijk kosten mee zijn gemoed en daarmee zijn er civiele en financiële bezwaren. - Indien een hogere waarde wordt vastgesteld, kan de gemeente aan deze ontheffing aanvullende voorwaarden stellen. Dit kan betekenen dat het bouwplan dient te beschikken over ten minste één geluidluwe gevel. Hieronder wordt veelal verstaan dat de gevelbelasting niet hoger mag zijn dan de voorkeursgrenswaarde van 48 dB voor elk van de te onderscheiden geluidbronnen. Uit tabel 4.1 blijkt dat de achtergevel een geluidluwe gevel is. - Gezien de mate van overschrijding zal het naar achteren plaatsen van de gevel een gering effect hebben. Om die reden is nader onderzoek gedaan voor een alternatief planopzet. Venloseweg (alternatief ontwerp) - Indien aan de straatgevel een 4 meter hoge afscherming wordt gerealiseerd (kan een bouwkundig accent zijn), blijkt dat ter de gevelbelasting ter plaatse van de zijgevels de gevelbelasting in de meeste waarneempunten wordt teruggebracht tot de maximale ontheffingswaarde van 53 dB of lager.
Alleen in waarneempunt 2 en 6 op de tweede verdieping (waarneemhoogte 7,5m) wordt de maximale ontheffingswaarde van 53 dB overschreden. Hier en ter plaatse van de voorgevel dient het ontwerp te voorzien in een | bestemmingsplan Venloseweg 25a Sevenum | status: vastgesteld |
Pagina | 3 0
“dove-gevel”. - Daar waar de gevelbelasting hoger is dan 48 dB en lager of gelijk aan 53 dB kan bij de gemeente Horst aan de Maas een verzoek worden ingediend voor het verlenen van een hogere waarde. - In de voorliggende situatie kan als ontheffingscriterium worden aangedragen dat de woning een open plaats opvult tussen aanwezige gebouwen een en ander ter verbetering van de bestaande stedenbouwkundige structuur. - Het treffen van maatregelen aan de bron in de vorm van een andere wegverharding zou kunnen worden overwogen. Hiermee is een geluidreductie van maximaal 5 dB te realiseren. Doch omdat het om een enkele woning gaat zijn er praktische bezwaren om een deel van de weg te voorzien van een andere wegverharding. Daarnaast zullen er aanzienlijk kosten mee zijn gemoed en daarmee zijn er civiele en financiële bezwaren. - Indien een hogere waarde wordt vastgesteld, kan de gemeente aan deze ontheffing aanvullende voorwaarden stellen. Dit kan betekenen dat het bouwplan dient te beschikken over ten minste één geluidluwe gevel. Hieronder wordt veelal verstaan dat de gevelbelasting niet hoger mag zijn dan de voorkeursgrenswaarde van 48 dB voor elk van de te onderscheiden geluidbronnen. Uit tabel 4.1 blijkt dat de achtergevel een geluidluwe gevel is.
- Wanneer een hogere waarde wordt verleend, moet voor de nieuwe woning worden aangetoond welke geluidwerende maatregelen aan de gevel noodzakelijk zijn om te kunnen voldoen aan het gestelde in Afdeling 3.1 van het Bouwbesluit, zodat er in de woning sprake zal zijn van een goed woon- en leefklimaat. De minimaal vereiste geluidwering is het verschil in geluidbelasting (kolom berekende waarde (tabel 5.1) rek artikel 110g Wgh) en 33 dB.' Als gevolg van de overschrijding van de maximale grenswaarden aan de voorzijde en delen van de zijgevels van de toetspunten, dienen deze gevels uitgevoerd te worden als 'dove gevels'. Hiertoe is een verplichting in de planregels opgenomen. Om de geluidsisolerende waarde van de gevels te bepalen zal bij de omgevingsvergunningaanvraag een onderzoek gevoegd dienen te worden. Spoorweglawaai In de nabijheid van de plangebieden is geen spoorlijn gesitueerd. De spoorlijn Venlo-Eindhoven bevindt zich op een afstand van ruim 1 km van het plangebied.
5.2.4
Luchtkwaliteit
Kleine en grote projecten De Wet luchtkwaliteit introduceert het onderscheid tussen 'kleine' en grote' projecten. Kleine projecten dragen niet in betekenende mate bij aan de luchtkwaliteit. Een paar honderd grote projecten dragen juist wel 'in betekenende mate' bij aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. Het gaat vooral om bedrijventerreinen en infrastructuur (wegen). Wat het begrip 'in betekenende mate' precies inhoudt, staat in het Besluit “Niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen)”.
| bestemmingsplan Venloseweg 25a Sevenum | status: vastgesteld |
Pagina | 3 1
Op hoofdlijnen komt het erop neer dat 'grote' projecten - die jaarlijks meer dan 3 procent van de grenswaarde voor de jaargemiddelde concentratie van PM10 en NO2 bijdragen- een 'betekenend' negatief effect hebben op de luchtkwaliteit. 'Kleine' projecten die minder dan 3 procent bijdragen, kunnen doorgaan zonder toetsing. Regeling niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen) Dit is een Regeling van de Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer van 31 oktober 2007, nr. DJZ2007004707, houdende regels omtrent de aanwijzing van categorieën van gevallen die in ieder geval niet in betekenende mate bijdragen als bedoeld in artikel 5.16, eerste lid, onder c, van de Wet milieubeheer (Regeling niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen)). Het gaat hierbij om de volgende categorieën: 1. 2. 3. 4.
inrichtingen infrastructuur kantoorlocaties woningbouwlocaties
Voor woningbouw geldt dat woningbouwprojecten van netto niet meer dan 1500 woningen (in geval van één ontsluitingsweg) niet in betekende mate bedragen aan de verslechtering van de luchtkwaliteit (art. 4 lid 1 Besluit NIBM jo. art. 4 lid 2, bijlage 3B.2 Regeling NIBM). Het onderhavige project is met de realisatie van één nieuwe woning dusdanig beperkt van omvang dat de conclusie kan worden getrokken dat het project niet in betekenende mate bijdraagt aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. De nieuwe woning is echter ook een object dat moeten voldoen aan het blootstellingscriterium. In het kader van een goede ruimtelijke ordening dient te worden bezien of de luchtkwaliteit ter plaatse goed genoeg is om een goed woon- en leefklimaat te kunnen waarborgen. Volgens de kaarten van het RIVM is de actuele concentratie PM10 aan Venloseweg 14,6 ug/m3, en de concentratie NO2 11,2 ug/m3 . In de Wet milieubeheer is de jaargemiddelde grenswaarde voor PM10 40 ug/m3. Voor NO2 bedraagt de jaargemiddelde grenswaarde eveneens 40 ug/m3. Volgens de kaarten van het RIVM is de luchtkwaliteit ter plaatse van het plangebied daarom goed te noemen. Luchtkwaliteit vormt derhalve geen belemmering voor het project.
5.2.5
Bedrijven en milieuzoneringen
Om te komen tot een ruimtelijk relevante toetsing van bedrijfsvestigingen op milieuhygiënische aspecten wordt milieuzonering gehanteerd. Hieronder wordt verstaan een voldoende ruimtelijke scheiding tussen enerzijds milieubelastende bedrijven of inrichtingen en anderzijds milieugevoelige gebieden zoals woongebieden. Om milieuzonering hanteerbaar te maken wordt gebruik gemaakt van de Staat van bedrijfsactiviteiten zoals die is opgenomen in de VNG brochure 'Bedrijven en milieuzonering', van maart 2009.