CConstaterende datHorst aan de Maas
Koppel je AI →
Document · PDF

03c Toelichting bp Maoleveld

Gemeenteraad 3 juni 2025, gemeente Horst aan de MaasBij agendapunt: Voorstel tot het vaststellen van het bestemmingsplan Mäöleveld in Sevenum.31.387 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 4

Naast de ontsluitingen direct aan het ontwikkelgebied, moet er ook rekening worden gehouden met het omliggende wegennet en de kruisingsvlakken. Dit is noodzakelijk om de verkeerstromen op een veilige en efficiënte manier te laten ontsluiten uit het gebied. Dit draagt bij aan minder sluipverkeer op bijvoorbeeld De Heesbeemd en Hoogbroek. De behoefte om te zoeken naar alternatieve routes neemt daardoor af. Conclusie Op basis van het verkeerskundig onderzoek betreffende het bestemmingsplan Mäöleveld kan het volgende worden geconcludeerd:  De verwachte verkeersgeneratie voor fase 1 van de ontwikkeling resulteert in een toename van ongeveer 700 motorvoertuigbewegingen per etmaal, wat impact heeft op de omliggende wegen, zoals de Donckstraat en Molenstraat.

Hoofdstuk 5

72

 

 

Het worstcasescenario, met volledige verkeersafwikkeling via één straat, kan in de praktijk vermeden worden door het verkeer over meerdere routes te verdelen, waardoor de werkelijke toename per weg lager zal zijn. Verkeer zal voor fase 1 via twee ontsluitingen (Molenveldweg en De Hees) worden afgehandeld, waarna het zich over het bestaande wegennet verspreidt. De huidige belasting van de Donckstraat en Molenstraat, met een capaciteit van 4.000 tot 6.000 voertuigen per etmaal, wordt meegenomen in een verkeersonderzoek in 2025, waarin knelpunten en oplossingsscenario’s voor Sevenum worden onderzocht. Het onderzoeken van het weren van doorgaand verkeer op de Donckstraat en Molenstraat is een belangrijke maatregel om de extra verkeersdrukte te verlichten. Monitoring van sluipverkeer via Heesbeemd, Hoogbroek en Blaktdijk zal plaatsvinden na fase 1, met de mogelijkheid van snelheid remmende maatregelen of wegafsluitingen indien nodig. De herinrichting van De Hees en mogelijk de Molenveldweg wordt voorbereid om de verkeersveiligheid te verbeteren en de wegen toekomstbestendig te maken voor zowel gemotoriseerd als langzaam verkeer. Verdere maatregelen om de verkeersafwikkeling te optimaliseren zullen, afhankelijk van de uitkomsten van het verkeersonderzoek, in samenspraak met de gemeente worden geïmplementeerd.

5.8 Duurzaamheid Duurzaam bouwen en wonen betekent dat woningen, gebouwen en andere bouwwerken ontwikkeld en gebruikt worden met respect voor mens en milieu. Duurzaam bouwen is meer dan alleen energiebesparing. Duurzame woningen en gebouwen zijn vaak gezonder voor bewoners en gebruikers. Ook zijn ze energiezuiniger en beter voor het milieu dan traditionele woningen. Duurzaam bouwen bespaart ook grondstoffen. Het gaat bij duurzaam bouwen niet alleen om energiebesparing in huizen en gebouwen, maar bijvoorbeeld ook om:  Gebruik van duurzame materialen die rekening houden met het milieu en de gezondheid van bewoners en gebruikers;  Een gezond binnenmilieu bijvoorbeeld door goede ventilatie om vocht, schimmel en ophoping van schadelijke stoffen te voorkomen; prettige en leefbare huizen, gebouwen, wijken en steden;  Duurzaam slopen, om de materialen die vrijkomen bij de sloop opnieuw te kunnen gebruiken (hergebruik en recycling);  Verantwoord watergebruik;  Voorkomen dat grondstoffen voor bouwmaterialen uitgeput raken. Bij de bouw van de woningen die dit bestemmingsplan mogelijk maakt, zullen in ieder geval de wettelijke duurzaamheidseisen worden toegepast.

5.9 Gezondheid 5.9.1 Endotoxinen In de onderhavige situatie is sprake van de realisatie van maximaal 84 woningen in Sevenum. De beoogde realisatie heeft geen invloed op de endotoxine belasting en dit vormt derhalve geen belemmering voor onderhavig planvoornemen. Daarbij is gekeken of er ter plaatse van het plangebied sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat.

Hoofdstuk 5

73

Aan de hand van het ‘Endotoxinen toetsingskader 1.0’ kan een afstandscontour worden berekend rondom veehouderijen, waarbinnen sprake is van een overschrijding van de norm van de Gezondheidsraad (30 EU/m3) en dus sprake kan zijn van verhoogde gezondheidsrisico’s. In onderhavig geval kan worden gesteld dat er geen overschrijdingen plaatsvinden van de gestelde norm van Gezondheidsraad, doordat de dichtstbijzijnde varkens- of pluimveehouderij op meer dan 1 kilometer van het plangebied is gelegen. Zodoende kan ook geconcludeerd worden dat er sprake zal zijn van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. 5.9.2 Geitenhouderij In het onderzoek ‘Veehouderij en Gezondheid Omwonenden III, longontsteking in de nabijheid van geiten- en pluimveehouderijen; actualisering van gegevens uit huisartspraktijken 20142016’ van september 2018, wordt een correlatie bevestigd tussen het wonen in de nabijheid van geitenhouderijen en een verhoogd risico op longontsteking. Om dit risico per direct te beperken voor de inwoners van Limburg is er door de provincie Limburg voor gekozen om hiervoor rechtstreeks werkende regels in de Omgevingsverordening te stellen. Uit bovengenoemd onderzoek blijkt dat mensen die binnen 2 km rondom geitenhouderijen wonen een grotere kans hebben op een longontsteking. Wat deze toename veroorzaakt is nog onduidelijk. Er loopt onderzoek naar de oorzaken van de longontstekingen.

Uitkomsten worden nog verwacht. Aangezien de planlocatie op meer dan 2 km van een geitenhouderij is gelegen vormt het aspect gezondheid geen belemmering voor onderhavig planvoornemen. 5.9.3 Spuitzones Voor wat betreft het spuiten van gewasbeschermingsmiddelen zijn geen wettelijke voorschriften over de minimaal aan te houden afstanden tussen gronden waarop bomen en andere gewassen in de open lucht worden gekweekt, en nabijgelegen gevoelige objecten. Het ontbreken van dergelijke voorschriften laat echter onverlet dat in het kader van een goede ruimtelijke ordening een afweging van alle bij het gebruik van de gronden betrokken belangen dient plaats te vinden, waarbij de aan te houden afstand tussen akkerbouwgronden en gevoelige objecten zodanig gekozen dient te worden dat een aanvaardbaar leefklimaat kan worden gegarandeerd. De Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft eerder overwogen dat toepassing van de vuistregel om een afstand aan te houden van 50 m tussen gevoelige functies en agrarische bedrijvigheid waarbij gewasbeschermingsmiddelen worden gebruikt, in het algemeen niet onredelijk is (uitspraak van 27 mei 2015 in zaak nr. 201410309/1/R6). Ter plaatse van de ontwikkellocatie is het huidige feitelijke en planologische gebruik agrarisch met fruitteelt. Ten behoeve van de fruitteelt wordt gebruik gemaakt van gewasbeschermingsmiddelen.

De vuistregel om 50 meter aan te houden tussen gevoelige functies zoals wonen en de gronden waar gewasbeschermingsmiddelen gebruikt mogen worden noodzaakt om regels te stellen die de afstand borgt ten gunste van de gezondheid van de (nieuwe) bewoners). Aangezien het huidige gebruik nog kan worden voortgezet en daarmee het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen kunnen de woningen op het Mäöleveld niet zondermeer bewoond worden. Er is een garantie nodig dat binnen 50 meter geen gewasbeschermingsmiddelen meer ge-

Hoofdstuk 5

74

bruikt worden. In het bestemmingsplan is daarvoor op de ontwikkellocatie een regeling opgenomen die bepaald dat het gebruik van de gronden voor wonen (en andere voor de gevolgen van gewasbeschermingsmiddelen gevoelige functies), zoals speelplekken voor kinderen, tuinen etc.) slechts zijn toegestaan als aangetoond dat het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen is beëindigd en beëindigd blijft. In het geval van het Mäöleveld zijn de gronden reeds in eigendom van de gemeente en geldt er nog een gebruiksrecht voor de fruitteler, zolang de gemeente dat toestaat. Met de gebruiker is de afspraak gemaakt de fruitbomen te rooien als de gemeente kenbaar heeft gemaakt dat het gebruik moet worden beëindigd. Dat betekent dat op de gronden dan ook niet langer gewasbeschermingsmiddelen gebruikt zullen en kunnen worden. de gronden worden dan ontwikkeld. In de praktijk kan dit mogelijk alleen tot conflicterende situaties leiden als fase 1 verder wordt opgesplitst. Aangezien het bestemmingsplan daar geen regels over stelt, is met dit scenario rekening gehouden. Voor de locatie De Hees 12-20 ligt het iets anders. De gronden liggen in fase 1, maar de omliggende fruitteelt maakt deel uit van de ontwikkeling van fase 2. De gronden zijn niet in eigendom van de gemeente.

In de regels behorende bij onderhavig bestemmingsplan is opgenomen dat ter plaatse van de driftzone geen driftgevoelige functies mogen worden gerealiseerd. Er is een afwijkingsbevoegdheid opgenomen dat met een omgevingsvergunning van die regel kan afwijken en wel nieuwe driftgevoelige functie is toestaan als wordt aangetoond dat het toepassen van gewasbeschermingsmiddelen binnen een afstand van 50 meter tot de nieuwe driftgevoelige functies is beëindigd, beëindigd blijft of met een locatiespecifiek onderzoek is aangetoond dat en in hoeverre kan worden afgeweken van deze 50 meter.

Figuur 5.5: locatie aanduiding driftzone op verbeelding

Het voormalige bestemmingsplan voor De Hees 10 is vernietigd vanwege het niet voldoen aan de vuistregel van 50 meter. Voor dit perceel geldt dat de gronden binnen 50 meter onderdeel uit maken van de ontwikkellocatie. Het onderhavige bestemmingsplan verandert ter plaatse de bestemming van Agrarisch naar Wonen, Groen en Verkeer. Voor dit perceel is het van belang dat binnen 50 meter zo snel mogelijk wordt gestopt met het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen. Planologisch is dat met onderhavig bestemmingsplan gebeurd, echter moeten de bomen ook zo snel mogelijk gerooid worden voor de feitelijke zekerstelling.

Hoofdstuk 5

75

Het agrarisch gebruik van de boomgaard kan vanuit het overgangsrecht nog steeds plaatsvinden, maar er geldt een spuitzone van 50 meter. Daarom is over een groot deel van het plan een spuitzone aanduiding opgenomen, waarbinnen niet gewoond mag worden, tenzij aangetoond wordt dat er geen gebruik meer wordt gemaakt van gewasbeschermingsmiddelen. Tevens is er een aanduiding opgenomen voor de driftzone van het gebruik maken van gewasbeschermingsmiddelen. Op onderstaande afbeelding is aangeduid waar de aanduiding voor de driftzone is opgenomen.

Figuur 5.6: locatie aanduiding spuitzone op verbeelding

De gronden welke in fase 2 zitten en binnen 50 meter van toekomstige woongebieden vallen, maken onderdeel uit van de beheersverordening. Gronden welke onder een beheersverordening vallen kunnen niet worden meegenomen bij bestemmingsplannen. Derhalve kan er op deze gronden geen aanduiding worden opgenomen. Dat is op een andere manier ondervangen.

Figuur 5.7: locatie ligging fase 2 binnen 50 meter van toekomstige woongebieden die onderdeel zijn van de beheersverordening.

Hoofdstuk 5

76

6.

UITVOERBAARHEID

6.1 Economische uitvoerbaarheid In afdeling 6.4 van de Wro is bepaald dat de gemeente verplicht is bij het vaststellen van een planologische maatregel die mogelijkheden schept voor een bouwplan, zoals bepaald in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro), maatregelen te nemen die verzekeren dat de kosten die gepaard gaan met de ontwikkeling van de locatie worden verhaald op de initiatiefnemer van het plan. Dit betekent dat er voor de gemeente een verplichting bestaat om de kosten, die gepaard gaan met een bouwplan, te verhalen op de initiatiefnemer middels een exploitatieplan of anterieure overeenkomst. De gemeente kan hiervan afzien indien:  Het kostenverhaal anderszins is verzekerd;  Het bepalen van een tijdvak of fasering niet noodzakelijk is; en  Het stellen van eisen, regels of een uitwerking van regels aan werken en werkzaamheden met betrekking tot bouwrijp maken, aanleg van nutsvoorzieningen, inrichten van de openbare ruimte en uitvoerbaarheid niet noodzakelijk is. Het voorliggende initiatief maakt de realisatie van maximaal 84 woningen mogelijk en biedt hiermee mogelijkheden voor een bouwplan in de zin van artikel 6.12 van de Wro. De gronden binnen het plangebied zijn in eigendom van de gemeente. Het kostenverhaal is derhalve geregeld middels de gronduitgifte. Een anterieure overeenkomst of exploitatie is derhalve niet aan de orde.

6.2 Handhaving De gemeenten Horst aan de Maas en Venray hebben sinds 1 april 2005 via een gemeenschappelijke regeling hun handhavingscapaciteit gebundeld. Beleidsuitgangspunten voor toezicht en handhaving zijn vastgelegd in de Nota Integraal Handhavingsbeleid Horst aan de Maas en Venray (2012 - 2015). Het beleidsplan bevat naast visie, doelstellingen en prioriteiten ook de werkwijzen hoe met geconstateerde overtredingen wordt om gegaan en welke strategieën daarbij worden gevolgd. Ook wordt invulling gegeven aan de vele eisen die wet- en regelgeving aan de gemeentelijke taakuitvoering stelt. De gemeenten Horst aan de Maas en Venray voeren hun handhavingstaken uit op basis van de volgende visie: De gemeenten Horst aan de Maas en Venray stellen een gezonde, veilige, leefbare en groene leefomgeving centraal. Handhaving is één van de middelen om de kwaliteit van wonen, leven en werken te behouden en te versterken. Het bestuur streeft naar een gestructureerd en integraal handhavingsbeleid waarbij preventief beleid voorop staat. De betrokkenheid en het eigen verantwoordelijkheidsbesef van de burgers, bedrijven en instellingen moeten daarbij worden vergroot. Als de preventieve inzet (informatievoorziening) niet werkt en het geschonken vertrouwen wordt beschaamd, volgt daadwerkelijke handhavend optreden. Zo krijgt iedereen de aanpak die hij/zij verdient.

Hoofdstuk 6

77

De uit deze visie voortvloeiende doelstellingen en beleidsuitgangspunten van het handhavingsbeleid zijn: 1. Appelleren aan de eigen verantwoordelijkheid. 2. Preventie gaat boven repressie. 3. Draagvlak creëren. 4. Klantgericht handelen. 5. Alleen noodzakelijke en handhaafbare kaders stellen. Concreet betekent dit dat nadrukkelijk wordt ingezet op preventie. Leidend uitgangspunt is dat burgers, bedrijven en instellingen worden vertrouwd in een rechtmatige uitoefening van hun activiteiten. Er wordt daarbij van uitgegaan dat het maatschappelijk veld, met gerichte voorlichting en communicatie, verantwoordelijk kan worden gemaakt (en gehouden) voor de naleving van voor hen geldende wet- en regelgeving. Daarbij past een bewuste differentiatie van de handhavingsinzet. In een jaarlijks op te stellen handhavingsuitvoeringsprogramma (HUP) worden de prioriteiten vertaald naar actie. Het jaarlijkse HUP wordt vastgesteld door de colleges van burgemeester en wethouders van beide gemeenten en ter kennis gebracht van de gemeenteraden.

6.3 Maatschappelijke uitvoerbaarheid Participatie De eerste participatieavond met de omgeving heeft op 20 oktober 2021 plaatsgevonden. Deze avond stond in het teken van het ophalen van wensen en ideeën bij de aanwezigen zonder dat er daarbij een concreet ontwerp voorlag. Op basis van deze input is het eerste concept stedenbouwkundig ontwerp tot stand gekomen. Dit ontwerp is tijdens de tweede participatieavond op 22 november 2021 gepresenteerd. De tijdens deze avond opgehaalde input is gebruikt om het ontwerp definitief te maken. Het ontwerp bestemmingsplan heeft ten aanzien van de woningbouwontwikkeling reeds ter inzage gelegen. Naar aanleiding van de ingediende zienswijzen is gebleken dat De Hees 4 en De Hees 6 betrokken dienen te worden bij het plangebied gelet op de milieueffecten als gevolg van het bedrijf op De Hees 4 op de omgeving en het tegengaan van de beperkingen als gevolg van de woningbouw op het bedrijf. De Hees 4 en De Hees 6 zijn vervolgens onderling verbonden vanwege het initiatief om de arbeidsmigranten samen te brengen op De Hees 4a. Omdat er geen sprake meer is van een ondergeschikte wijziging is het plan opnieuw als ontwerp ter inzage gelegd. Ook zijn andere reacties van zienswijzen die tot verbetering van het bestemmingsplan hebben geleid verwerkt in onderhavige toelichting. Op 3 oktober 2023 is een bijeenkomst georganiseerd door Van Wijnen.

Dit is de partij die het woningbouwgebied gaat ontwikkelen. Zij hebben geïnteresseerden bijgepraat over de ontwikkelingen in de afgelopen twee jaar en de beschikbare woningen die ze gaan ontwikkelen. De aanwezigen zijn positief over het groen en de verschillende woningtypen die gerealiseerd gaan worden. Wel zijn er zorgen geuit over het (bouw)verkeer en de afwatering van de ontwikkeling. Overleg ex artikel 3.1.1 Bro Bij de voorbereiding van een bestemmingsplan moeten burgemeester en wethouders overleg plegen met het waterschap, met andere gemeenten van wie de belangen bij het plan betrokken zijn, en met de betrokken rijks- en provinciale diensten. Van het vooroverleg kan worden afgezien indien de betrokken diensten aangeven dat overleg niet noodzakelijk is.

Hoofdstuk 6

78

Bij het voorliggende initiatief is het bestemmingsplan in het kader van het vooroverleg aan de provincie Limburg en het waterschap Limburg voorgelegd. Er zijn geen belangen van het Rijk in het geding, waardoor vooroverleg met de rijksoverheid niet noodzakelijk is. Dit geldt ook voor partners als leidingbeheerders, buurgemeenten en dergelijken. Dit bestemmingsplan raakt hun belang niet. Reactie Provincie Limburg “De beoordeling van het plan geeft aanleiding tot het maken van opmerkingen. Het de uitgevoerde Quickscan Flora en Fauna stelt dat met het bouwrijp maken van het plangebied de kans bestaat dat er een essentieel leefgebied van de steenuil verloren gaat. Op basis van een vervolgonderzoek wordt bepaald of er bij het bouwrijp maken van het plangebied sprake is van een overtreding en of het treffen van maatregelen en een ontheffingsprocedure op grond van de Wet natuurbescherming aan de orde is. Derhalve wordt voor het onderdeel flora & fauna vooralsnog een voorbehoud gemaakt.” Het onderzoek heeft inmiddels plaatsgevonden. Er is geen sprake van verstoring van de Steenuil. In paragraaf 5.5 van deze toelichting is dit nader uitgewerkt. Inspraak Voor dit bestemmingsplan is géén inspraakprocedure gevolgd. Het plan is direct als ontwerp ter inzage gelegd.

Zienswijzenprocedure ontwerp bestemmingsplan Het ontwerp bestemmingsplan is overeenkomstig het bepaalde in artikel 3.8 Wro gedurende zes weken ter inzage gelegd. Gedurende deze periode kon eenieder zienswijzen indienen. Hiervan hebben 10 reclamanten gebruik gemaakt. De reacties, de beantwoording door het college en de resultaten van de zienswijzen zijn in de zienswijzennotitie opgenomen.

Hoofdstuk 6

79

7.

JURIDISCHE TOELICHTING

7.1 Planstukken Het bestemmingsplan ‘Mäöleveld te Sevenum’ is vervat in een verbeelding, planregels en gaat vergezeld van deze toelichting. In dit hoofdstuk wordt een toelichting gegeven op de opzet en het gebruik van de verbeelding en planregels. Dit bestemmingsplan is opgesteld conform de SVBP 2012 alsmede de Wet ruimtelijke ordening (Wro) en het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). De regels voldoen tevens aan de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo).

7.2 Toelichting op de verbeelding De analoge verbeelding is getekend op een bijgewerkte en digitale kadastrale ondergrond, schaal 1:1000, conform de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen 2012 (SVBP 2012). De bestemmingen ‘Agrarisch met waarden’, ‘Groen’, ‘Verkeer’ en ‘Wonen’. Daarnaast zijn twee archeologische dubbelbestemmingen overgenomen overeenkomstig het vigerende bestemmingsplan voor deze locatie, te weten ‘Waarde – Archeologie 2’ en ‘Waarde - Archeologie 3’. Ook zijn de gebiedsaanduidingen ‘milieuzone – driftzone’, ‘milieuzone – spuitvrije zone’, ‘overige zone – aantal wooneenheden 2’, ‘overige zone – aantal wooneenheden 82’, ‘overige zone – voorwaardelijke verplichting – landschappelijke inpassing 1’ en ‘overige zone – voorwaardelijke verplichting – landschappelijke inpassing 2’ opgenomen. Vervolgens zijn de functieaanduidingen ‘specifieke vorm van agrarisch met waarden – huisvesting internationale werknemers 1’, ‘specifieke vorm van wonen – De Hees 10’, ‘specifieke vorm van wonen – De Hees 6’ en ‘specifieke vorm van wonen – huisvesten internationale werknemers 2’ opgenomen en is er een bouwvlak opgenomen. Ten slotte is er een bouwaanduiding ‘specifieke bouwaanduiding – bouwen uitgesloten’ opgenomen.

7.3 Toelichting op de regels 7.3.1 Algemeen In dit hoofdstuk worden de bij het bestemmingsplan behorende planregels van een nadere toelichting voorzien. De planregels geven inhoud aan de op de verbeelding aangegeven bestemmingen. Deze zijn opgesteld op basis van de Wro, het rapport Standaard Vergelijkbare BestemmingsPlannen 2012 (SVBP 2012) en de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo), alsmede de gemeentelijke notitie ‘Bestemmingsplannen van de gemeente Horst aan de Maas, uitgangspunten voor bureaus’. De planregels geven aan waarvoor de gronden en opstallen al dan niet gebruikt mogen worden en wat en waar er gebouwd mag worden. Bij de opzet van de planregels is aangesloten bij de regels voor recente woningbouwplannen in de gemeente Horst aan de Maas.

Hoofdstuk 7

80

De bij dit plan behorende planregels zijn onderverdeeld in 4 hoofdstukken. Deze hoofdstukindeling is opgebouwd conform de richtlijnen uit de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen (SVBP 2012). Inleidende regels In dit hoofdstuk worden de in de regels gehanteerde begrippen nader verklaard, zodat interpretatieproblemen zoveel mogelijk worden voorkomen. Daarnaast wordt aangegeven op welke wijze bepaalde afmetingen dienen te worden gemeten. Bestemmingsregels In dit artikel wordt de op de verbeelding aangegeven bestemming omschreven en wordt bepaald op welke wijze de gronden en opstallen gebruikt mogen worden. Tevens worden de bebouwingsmogelijkheden vermeld. Algemene regels In de algemene regels is een aantal artikelen opgenomen die van toepassing zijn op het gehele plangebied, te weten de anti-dubbeltelregel, de algemene bouw-, gebruiks-, aanduidings-, wijzigings- en afwijkingsregels en de overige regels. Overgangs- en slotregels In de bepaling ‘overgangsrecht’ zijn de overgangsregels ten aanzien van bebouwing en gebruik opgenomen. De slotregel bevat de titel hoe het plan aangehaald dient te worden. 7.3.2 Artikelsgewijze toelichting planregels De bestemmingen uit hoofdstuk 2 – bestemmingsregels uit de regels zijn onderstaand nader toegelicht.

Artikel 3 – Agrarisch met waarden De bestemming ‘Agrarisch met waarden’ is opgenomen ter plaatse van het agrarisch bedrijf gehuisvest op De Hees 4. Deze bestemming vervangt de voormalige bestemming ‘Agrarisch – Agrarisch bedrijf’, uit de Beheersverordening Kernen Sevenum (2013). De voormalige bestemming maakte alle vormen van agrarisch bedrijf mogelijk met uitzondering van intensieve veehouderij. De planologische mogelijkheden voor dit perceel zijn uit de beheersverordening overgenomen waarbij de regeling zich nu specifiek richt op dit perceel. Alle regels vanuit de beheersverordening die niet van toepassing waren op De Hees 4 zijn niet overgenomen. Bouwregels Op basis van de beheersverordening is een bebouwingspercentage van 80% van het agrarisch bouwvlak toegestaan. In de leveringsakte is overeengekomen dat de gebruiks- en ontwikkelingsmogelijkheden voor het meest noordelijke deel worden weggenomen tussen het bestaande gebouw waar de arbeidsmigranten worden ondergebracht en de perceelsgrens. Dit heeft geresulteerd in een aangepaste begrenzing van het bouwvlak op de verbeelding ten opzichte van het bouwvlak uit de beheersverordening Kernen Sevenum 2013. Daarnaast is er overeengekomen dat deze herbegrenzing niet ten koste mag gaan van de huidige oppervlakte aan bebouwingsmogelijkheden.

Hoofdstuk 7

81

Verder is er een landschappelijke inpassing gerealiseerd voor het huisvesten van de internationale werknemers op De Hees 4 en De Hees 6 en de bouw van de loods met het nummer De Hees 4a. Deze landschappelijke inpassing moet in stand gehouden en onderhouden worden zolang het bouwwerk aanwezig is en de huisvesting van 31 internationale werknemers plaatsvindt. Strijdig gebruik Het agrarisch gebruik wat op de locatie niet inpasbaar is, zoals veehouderij, kassen, champignonteelt e.d. is niet toegestaan. Het bestaand gemeld en vergund gebruik is toegestaan en samen met de gebruiksmogelijkheden uit de beheersverordening uitgangspunt geweest voor de huidige regeling. Internationale werknemers huisvesting De huisvesting van 15 internationale werknemers is alleen toegestaan als aan onderstaande voorwaarden wordt voldaan:  De vergunning voor het huisvesten van 15 internationale werknemers op De Hees 6 is ingetrokken.  de landschappelijke inpassing die ten behoeve van de huisvesting aangelegd en in stand gehouden wordt conform het landschappelijk inpassingsplan. De huisvesting van 16 internationale werknemers is alleen toegestaan als:  Deze werkzaam zijn bij het agrarisch bedrijf gevestigd op De Hees 4, zolang er sprake is van een volwaardig agrarisch bedrijf op De Hees 4 en de internationale werknemers binnen dit agrarische bedrijf werkzaam zijn.

 de landschappelijke inpassing die ten behoeve van de huisvesting aangelegd en in stand gehouden wordt conform het landschappelijk inpassingsplan. Afwijken van de gebruiksregels Plattelandswoning Burgemeester en wethouders zijn bevoegd onder bepaalde voorwaarden het gebruik van de bedrijfswoning als plattelandswoning toe te staan. Wijzigingsbevoegdheid Het is gelet op de ontwikkelingen aanvaardbaar om de agrarische bestemming te transformeren naar een woonbestemming. Om deze mogelijkheid te gebruiken moet het agrarisch bedrijf volledig beëindigd worden en zullen opstallen gesaneerd moeten worden. Als er niet aan de voorwaarden voldaan kan worden, is een wijziging van het omgevingsplan noodzakelijk. Artikel 4 Groen De bestemming 'Groen' is opgenomen voor gronden met een openbare groenvoorziening: het park en waterhuishoudkundige voorzieningen. De bestemming is erop gericht dat deze groenvoorzieningen en ecologische waarden in stand blijven. Verder zijn wandel- en fietspaden en speel- en sporttoestellen toegestaan in deze bestemming. Samen vormt dit het groene raamwerk van de wijk.

Hoofdstuk 7

82

Artikel 5 Verkeer De bestemming 'Verkeer' omvat wegen en straten, wandel- en fietspaden bedoeld voor de afwikkeling van het doorgaande verkeer. Met de daar bijbehorende parkeer- groen – en speelvoorzieningen, hondentoiletten, voorzieningen van algemeen nut en voorzieningen ten behoeve van de waterhuishouding. Tevens zijn bouwwerken ten behoeve van deze functies toegestaan. Artikel 6 Wonen De voor 'Wonen' aangewezen gronden zijn onder andere bestemd voor wonen en aan-huis-verbonden beroepen en bedrijven, met de daarbij behorende voorzieningen zoals wegen en paden, verblijfsgebied, groenvoorzieningen, water en waterhuishoudkundige voorzieningen, tuinen en erven, parkeervoorzieningen, voorzieningen van algemeen nut en speelvoorzieningen. Voor alle woningen geldt dezelfde bestemming, echter zijn er wel verschillen in bijvoorbeeld de bouwmogelijkheden. Daarnaast zijn er verschillen op basis van afspraken welke met diverse eigenaren zijn gemaakt. Bijbehorende bouwwerken Voor veel voorkomende uitbreidingen bij woningen zijn aparte regels opgesteld. Te denken valt aan aanbouwen, uitbouwen, bijgebouwen en dergelijke. Deze en andere bouwwerken zijn in de regels opgenomen onder de noemer 'bijbehorende bouwwerken' waarvan de gezamenlijke oppervlakte niet meer dan 50% van de kavel beslaat met een maximum van 150 m 2 per woning.

Juridisch wordt hieronder een uitbreiding van het hoofdgebouw verstaan, die dan wel functioneel met een zich op hetzelfde perceel bevindend hoofdgebouw verbonden is, daar al dan niet tegen aangebouwd, of ander bouwwerk, met een dak. Specifieke gebruiksregels: Aan-huis-verbonden beroep of bedrijf Tot het wonen wordt ook de uitoefening van een beroep aan huis gerekend. Zolang het beroep of bedrijf aan huis in oppervlakte ondergeschikt is aan de woonfunctie en de bewoner van het huis ook de ondernemer is van het bedrijf of beroep aan huis. De oppervlakte van het bedrijf of beroep aan huis mag maximaal 1/3 van de woonoppervlakte bedragen met een maximum van 75m2, ter plaatse van De Hees 10 geldt een maximum van 100 m2 voor beroep aan huis en 120 m2 voor bedrijf aan huis. Sekswerk, groepspraktijken, detailhandel en horeca zijn hiervan uitgesloten. Daarnaast is opslag anders dan ten behoeve van wonen en het bedrijf- of beroep aan huis uitgezonderd. Internationale werknemers Bij de levering van de gronden heeft het college een inspanningsverplichting opgenomen om de internationale werknemers die op dit moment op De Hees 6 wonen, te verplaatsen naar de loods De Hees 4a. Op dit moment huisvest de ondernemer 15 internationale werknemers op De Hees 6. Daarnaast huisvest hij 16 internationale werknemers op De Hees 4a.

De eigenaar wil de 15 internationale werknemers van De Hees 6 verplaatsen naar het adres De Hees 4a. In totaal worden de 31 internationale werknemers met behulp van dit bestemmingsplan op De Hees 4a gevestigd. Hiervoor zijn er de aanduidingen ‘specifieke vorm van agrarische met waarden – huisvesting internationale werknemers 1’ en ‘specifieke vorm van wonen – huisvesting van internationale werknemers 2’ opgenomen. Ter plaatse van De Hees 4 en De Hees 6 is er opgenomen dat hier geen huisvesting plaats mag vinden.

Hoofdstuk 7

83

Artikel 7 & 8 – Waarde Archeologie 2 & 3 Deze gronden hebben de dubbelbestemming waarde Archeologie 2 en waarde Archeologie 3 omdat ze medebestemd zijn voor het behoud en bescherming van archeologische waarden. Dit betekent dat er bij grondwerken en bouwwerken een vergunningplicht geldt omdat er voor werkzaamheden vanaf een bepaalde omvang voorafgaand aan de werkzaamheden archeologisch onderzoek plaatsgevonden moet hebben. Algemene regels In hoofdstuk 3 zijn algemene regels opgenomen. In artikel 11 Algemene gebruiksregels staat dat een aantal gebruiken strijdig zijn. Zo is woningsplitsing niet toegestaan, evenals het gebruik van gronden en opstallen ten behoeve van een seksinrichting of een vergelijkbaar bedrijf, prostitutie, coffeeshop, growshop, smartshop of een daarmee vergelijkbaar bedrijf, mogen onderkomens en/of kampeermiddelen, van al dan niet afgedankte voer en vaartuigen en van vrachtwagens niet worden gestald, is de verkoop van motorbrandstoffen en lpg strijdig en is horeca en detailhandel niet toegestaan. Ten aanzien van Artikel 12 Algemene aanduidingsregels staat dat het gebied binnen de aanduiding ‘milieuzone – gewasbeschermingsmiddelen 1’ is aangewezen als spuitzone en binnen deze zone het gebruik van gewasbescherming niet is toegestaan.

Hetzelfde geldt voor het gebied binnen de aanduiding ‘milieuzone gewasbeschermingsmiddelen 2’ voor zover dit is gelegen binnen 50 meter tot woningen en bijbehorende tuinen. De aanduiding ‘overige zone – woningaantallen’ geeft aan hoeveel woningen er binnen het betreffende gebied zijn toegestaan. Tot slot dienen de gronden binnen de aanduidingen ‘landschappelijke inpassing 1’ en ‘landschappelijke inpassing 2’ te voldoen aan het bijbehorende inpassingsplan. Voor de regels binnen de aanduidingen ‘milieuzone – spuitvrije zone, ‘milieuzone – driftzone’ en de ‘overige zone – landschappelijke inpassing 2’ zijn voorrangsbepalingen opgenomen. Ten aanzien van Artikel 13 Algemene afwijkingsregels staat dat maten, afmetingen en percentages tot maximaal 10% van die maten mogen afwijken, Hetzelfde geldt voor wegprofielen ten behoeve van de verkeersveiligheid, bouwgrenzen in het kader van meetverschillen en voor het verhogen van de bouwhoogte ten behoeve van plaatselijke verhogingen zoals schoorstenen onder de voorwaarde dat het woon- en leefmilieu, gebruiks- en ontwikkelingsmogelijkheden, verkeersveiligheid, sociale veiligheid, brandveiligheid, straat- en bebouwingsbeeld en rechten van bestaande bedrijven niet worden ingeperkt.

De rechten van het bestaande agrarisch bedrijf aan De Hees 4 zijn in het voorliggend plan verkleind, om de planologische ruimte gelijk te maken aan de realistische milieuruimte op de kavel. Ten aanzien van artikel 14 Algemene Wijzigingsregels, kunnen burgemeester en wethouders het bestemmingsplan wijzigen ten behoeve van het in geringe mate, tot maximaal 2,00 meter, verschuiven van de bestemmingsgrenzen, mits dit noodzakelijk is, in verband met afwijkingen of onnauwkeurigheden op de verbeelding ten opzichte van de feitelijke situatie, voor zover daarmee wordt beoogd. Ten aanzien van artikel 15 Overige regels, kunnen burgemeester en wethouders nadere eisen stellen ten aanzien van de situering, oppervlakte en hoogte van de bebouwing, de aard, hoogte en situering van erfafscheidingen, het aantal parkeerplaatsen of de situering daarvan, de aard,

Hoofdstuk 7

84

situering en oppervlakte van verhardingen, als dat voor het stedenbouwkundig beeld, de verkeersveiligheid, de parkeerbalans, de milieusituatie, de sociale veiligheid en de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden en bouwwerken nodig is. Daarnaast is het verplicht om in dit plan te voldoen aan de parkeernorm zoals de Nota parkeernormen Horst aan de Maas 2018, is vastgesteld of een opvolger van dit beleid. Conform Artikel 16 Overgangsrecht is het overgangsrecht van de bouwwerken en gebruik opgenomen.

Hoofdstuk 7

85

BRO heeft vestigingen in ’s-Hertogenbosch | Amsterdam | Venlo www.bro.nl

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15542632/3