CConstaterende datHorst aan de Maas
Koppel je AI →
Document · PDF

03c Toelichting

Gemeenteraad 23 februari 2021, gemeente Horst aan de MaasBij agendapunt: Voorstel tot het vaststellen van het bestemmingsplan Venrayseweg 134b te Horst.15.613 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Arvalis B.V. Steegstraat 5 6041 EA Roermond Telefoon Fax E-mail Internet

(0475) 355700 (0475) 355777 Info@arvalis.nl www.arvalis.nl

IBAN NL28 RABO00174117752 KvK. Roermond nr. 13043513

Bestemmingsplan “Venrayseweg 134b” Gemeente Horst aan de Maas

Bestemmingsplan “Venrayseweg 134b” Gemeente Horst aan de Maas

IDN Nummer

:

NL.IMRO.1507.HOVENRAYSEWEG134B-BPV1.

Opdrachtgever Correspondentieadres

: :

Maatschap M.J.M.P. Clements en J.F. Jardez Venrayseweg 134 b 5961 NT Horst

Opgesteld door

Datum;

:

Arvalis B.V. K. Bartelsn

:

23 november 2020

Inhoudsopgave 1

2

3

4

5

6

7

INLEIDINGBESCHRIJVING BESTAANDE SITUATIE

5

1.1 1.2 1.3 1.4

5 5 6 12

Aanleiding en doel bestemmingsplan Ligging en begrenzing van het plangebied Vigerend bestemmingsplan. Leeswijzer

BESCHRIJVING VAN HET PLANGEBIED

13

2.1 2.2 2.3 2.4

13 13 14 15

Ruimtelijke en Functionele structuur Projectbeschrijving Ontwikkeling groenzone. Ontwikkeling Venrayseweg 134b

BELEIDSKADER

17

3.1 3.2 3.3

Rijksbeleid Provinciaal beleid Gemeentelijk beleid

17 19 23

PLANBESCHRIJVING

25

4.1 4.2 4.3

Uitgangspunten en doelstelling Ontsluiting en parkeren Landschappelijke inpassing en water

25 26 27

RANDVOORWAARDEN / ONDERZOEKEN

29

5.1 5.2 5.3 5.4 5.5 5.6 5.7 5.8 5.9 5.10 5.11 5.12

29 29 32 34 35 38 38 40 40 41 41 42

Inleiding Milieu Geurhinder agrarische bedrijven. Waterparagraaf Externe veiligheid Cultuurhistorie en Archeologie Natuurwaarden en landschapswaarden Civieltechnische aspecten Verkeer en parkeren Brandveiligheid Gezondheid M.e.r. beoordeling

UITVOERBAARHEID

45

6.1 6.2 6.3 6.4

45 45 45 46

Economische uitvoerbaarheid Handhaving Maatschappelijke uitvoerbaarheid Procedure

JURIDISCHE TOELICHTING

49

7.1 7.2 7.3

Planstukken Toelichting op de verbeelding Toelichting op de regels

49 49 49

Bijlage 1. Bodemonderzoek 2. Natura2000 notitie a. Aerius berekening realisatiefase b. Aerius berekening gebruiksfase 3. Landschappelijke inpassing 4. Geuronderzoek 5. Externe veiligheid weg 6. Verantwoording groepsrisico

1 INLEIDINGBESCHRIJVING BESTAANDE SITUATIE 1.1

Aanleiding en doel bestemmingsplan

Op 16 april 2019 heeft initiatiefnemer een verzoek ingediend om de bestemming “Agrarisch” voor de locatie gelegen aan de Venrayseweg 134b te wijzigen in de bestemming “Bedrijventerrein”. De bestemming “Groen” binnen het plangebied blijft ongewijzigd. De locatie is gelegen binnen een gebied dat zich ontwikkelt als “bedrijventerrein”. Op 20 Mei 2019 heeft de gemeente Horst aan de Maas een principebesluit genomen, dat zij in beginsel instemt met het wijzigen van de bestemming “Agrarisch” in de bestemming “Bedrijventerrein”. Aan haar medewerking verbindt zij de volgende voorwaarden; a. de wijziging milieutechnisch realiseerbaar, waarbij ten minste aandacht wordt besteed aan de aspecten geluid, bodemkwaliteit, externe veiligheid en luchtkwaliteit; b. de bouw- en gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden onevenredig worden geschaad; c. geen onevenredige aantasting plaatsvindt van het woon- en leefmilieu; d. geen onevenredige aantasting plaatsvindt van de verkeersveiligheid; e. de sociale veiligheid niet in het geding is; f. de brandveiligheid is gewaarborgd; g. het straat- en bebouwingsbeeld niet in negatieve zin wordt beïnvloed h. de bestaande rechten van omliggende bedrijven niet worden ingeperkt; i. er is voldaan aan de eisen die zijn gesteld in de gemeentelijke structuurvisie.

Om voor de locatie een passend juridisch-planologisch kader vast te leggen is onderhavig bestemmingsplan opgesteld.

1.2

Ligging en begrenzing van het plangebied

Afbeelding 1, Begrenzing plangebied

Bestemmingsplan ”Venrayseweg 134b” Gemeente Horst aan de Maas ” 5

Het plangebied is gelegen op een afstand van ca. 2 km. ten noorden van de kern Horst direct ten westen van de A73. De locatie is kadastraal gelegen Horst, sectie O met de nummers 1034 en 1035. Het plangebied heeft een omvang van 24.075 m2. De begrenzing van het plangebied is gelijk aan de kadastrale begrenzing van de beide percelen, zie afbeelding 1.

1.3 1.3.1

Vigerend bestemmingsplan. Bestemmingsplan “Groenzone Venrayseweg”.

In deze paragraaf wordt nader ingegaan op het vigerende bestemmingsplan en de relatie hiervan met het te nemen besluit. Het actuele gemeentelijke beleid is opgenomen in paragraaf 3.3.. De locatie is gelegen in het bestemmingsplan ‘Groenzone Venrayseweg’, van de gemeente Horst aan de Maas. Dit plan is vastgesteld bij raadsbesluit van d.d. 2 Juni 2015 en is inmiddels onherroepelijk.

Veiligheidszone – vervoer gevaarlijke stoffen

Vrijwaringszone - weg Waterstaat - Waterlopen

Afbeelding 2, uitsnede vigerend bestemmingsplan met bouwvlak (Het plangebied is rood omlijnd).

Voor de locatie is de navolgende detailinformatie van belang; • Enkelbestemming; o Agrarisch (art. 3) De voor 'Agrarisch' aangewezen gronden zijn bestemd voor:agrarisch bedrijfsmatig gebruik, waarbij een intensieve veehouderij uitsluitend is toegestaan ter plaatse van de aanduiding “intensieve veehouderij”. o Groen (art. 5) De voor 'Groen' aangewezen gronden zijn bestemd voor groenvoorzieningen en waterhuishoudkundige voorzieningen. • Dubbelbestemming;

Bestemmingsplan ”Venrayseweg 134b” Gemeente Horst aan de Maas ” 6

o

•

•

•

Archeologie (art. 7) De voor 'Waarde - Archeologie' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor instandhouding en bescherming van oudheidkundig waardevolle elementen en terreinen. o Waterstaat – Waterlopen (art. 8) De voor 'Waterstaat - Waterlopen' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor de bescherming en het beheer van de watergang, met bijbehorende bouwwerken, geen gebouwen zijnde, en met inachtneming van de Keur van het Waterschap. Bouwvlak o Bouwvlak een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zijn toegelaten. Het vigerende bouwvlak heeft een oppervlakte van ca. 7.500 m2. Functieaanduiding o Bedrijfswoning een woning, in of bij een bedrijf of instelling, bestemd voor (het gezin van) een persoon wiens huisvesting daar gelet op de bestemming noodzakelijk is; deze woning wordt begrepen onder de bedrijfsgebouwen. Gebiedsaanduiding o veiligheidszone – vervoer gevaarlijke stoffen (art.

12.1) Ter plaatse van de aanduiding 'veiligheidszone - vervoer gevaarlijke stoffen' mogen in en op de gronden, volgens de regels van de onderliggende bestemming die op die gronden rust, bouwwerken worden gebouwd mits deze niet kunnen worden aangemerkt als kwetsbare objecten of beperkt kwetsbare objecten in de zin van de Circulaire risiconormering vervoer gevaarlijke stoffen. o vrijwaringszone – weg (art. 12.2). Ter plaatse van de aanduiding 'vrijwaringszone - weg' zijn de gronden mede bestemd voor mogelijke toekomstige reconstructies en/of uitbreidingen van de Rijksweg A73, alsmede voor het creëren van een optimale infrastructurele omgeving.

De locatie is momenteel beste3md voor agrarisch bedrijfsmatig gebruik met daaraan ondergeschikt recreatief medegebruik. En de daarbij behorende tuinen, erven en terreinen, parkeervoorzieningen, perceel ontsluitingswegen, waterhuishoudkundige voorzieningen en groenvoorzieningen. Een bedrijfswoning is toegestaan ter plaatse van de functieaanduiding “Bedrijfswoning”. Voor het bouwen van bedrijfsgebouwen gelden de volgende regels: • gebouwen mogen uitsluitend worden gebouwd ter plaatse van de aanduiding 'bouwvlak'; • de goot- en bouwhoogte van een gebouw, met uitzondering van een kas, mag niet meer bedragen dan respectievelijk 6,00 en 11,00 meter; • de goot- en bouwhoogte van een kas, mag niet meer bedragen dan respectievelijk 5,00 en 6,00 meter; • nieuwbouw van kassen is niet toegestaan, behoudens de bouw van menstoegankelijke tunnels en ondersteunende kassen bij vollegrondstuinbouwbedrijven tot een maximum van 2.500 m2.

Bestemmingsplan ”Venrayseweg 134b” Gemeente Horst aan de Maas ” 7

Op grond van de regels van het moederplan, het nu vigerende bestemmingsplan, en het nu voorliggende plan zijn binnen de bestemming “Bedrijventerrein” de aangewezen gronden bestemd voor; a. bedrijven van categorie 2 tot en met categorie 3.2, die zijn opgenomen in de Staat van bedrijfsactiviteiten (bijlage 1 bij deze regels) en/of daarmee qua milieueffecten gelijk te stellen bedrijven en/of activiteiten, met uitzondering van: 1. ter plaatse van de aanduiding 'opslag' is uitsluitend het bestaande opslagbedrijf toegestaan; 2. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijventerrein bedrijfsverzamelgebouw' is uitsluitend een bedrijfsverzamelgebouw met bedrijven van categorie 1 en 2, die zijn opgenomen in de Staat van bedrijfsactiviteiten (bijlage 1 bij deze regels) en/of daarmee qua milieueffecten gelijk te stellen bedrijven en/of activiteiten toegestaan; 3. geluidzoneringsplichtige inrichtingen, en; 4. risicovolle inrichtingen; b. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van detailhandel – ruitersport': een winkel in ruitersportartikelen; met daaraan ondergeschikt: c. parkeer-, laad- en losvoorzieningen, in een zodanige omvang, dat op eigen terrein in de behoefte van het bedrijf kan worden voorzien; met de daarbij behorende tuinen, erven en terreinen, nutsvoorzieningen, waterhuishoudkundige voorzieningen en groenvoorzieningen.

De gebiedsaanduiding “veiligheidszone – vervoer gevaarlijke stoffen” is geheel gelegen binnen de bestemming “Groen” en wordt evenals de bestemming “Groen” ongewijzigd overgenomen in de nu voorliggende wijziging. Een deel van de bestemming “Agrarisch” is voorzien van de gebiedsaanduiding “vrijwaringszone – weg”. Dit deel van het plangebied wordt gewijzigd in de bestemming “bedrijventerrein” en behoud de gebiedsaanduiding “vrijwaringszone – Weg”. De gebiedsaanduiding “veiligheidszone – vervoer gevaarlijke stoffen” is geheel gelegen binnen de bestemming “Groen” en wordt evenals de bestemming “Groen” ongewijzigd overgenomen in de nu voorliggende wijziging. Toetsing Binnen de bestemming “Agrarisch” is het gewenste gebruik niet toegestaan. Het vigerende bestemmingsplan kent geen afwijkings- of wijzigingsvoorwaarden die het gevraagde gebruik toestaan. Een wijziging van het vigerende bestemmingsplan is noodzakelijk om het gevraagde gebruik juist te regelen. 1.3.2

Bestemmingsplan “Werkgelegenheidsgebieden II”

Uit het vooroverleg is gebleken dat de gemeente mee kan werken aan de gewenste wijziging van het gebruik, zie paragraaf 6.3. In het vigerende bestemmingsplan is echter de benodigde wijzigingsbevoegdheid abusievelijk niet opgenomen maar in het moederplan wel. De insteek is van de gemeente Horst aan de Maas is om met deze wijzigingsbevoegdheid mee te werken aan de gewenste wijziging van het gebruik.

Bestemmingsplan ”Venrayseweg 134b” Gemeente Horst aan de Maas ” 8

Het moederplan Het vigerende bestemmingsplan “Groenzone Venrayseweg” betreft een uitwerking van de diverse wijzigingsbevoegdheden die opgenomen waren in het moederplan ten behoeve van de realisatie van een groenzone. Het moederplan is het bestemmingsplan “Werkgelegenheidsgebieden II”. Dit plan is op 10 september 2013 vastgesteld door de gemeenteraad van de gemeente Horst aan de Maas is inmiddels geheel onherroepelijk.

Afbeelding 3, uitsnede moederplan (Plangebied rood omlijnd).

Voor de locatie is de navolgende detailinformatie van belang; • Enkelbestemming; o Agrarisch (art. 3) De voor 'Agrarisch' aangewezen gronden zijn bestemd voor: agrarisch bedrijfsmatig gebruik, waarbij een intensieve veehouderij uitsluitend is toegestaan ter plaatse van de aanduiding “intensieve veehouderij”. o Groen (art. 5) De voor 'Groen' aangewezen gronden zijn bestemd voor groenvoorzieningen en waterhuishoudkundige voorzieningen. • Dubbelbestemming; o Archeologie (art. 9) De voor 'Waarde - Archeologie' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor instandhouding en bescherming van oudheidkundig waardevolle elementen en terreinen. o Waterstaat – Waterlopen (art. 10) De voor 'Waterstaat - Waterlopen' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor de bescherming en het beheer van de watergang, met bijbehorende bouwwerken, geen gebouwen zijnde, en met inachtneming van de Keur van het Waterschap.

Bestemmingsplan ”Venrayseweg 134b” Gemeente Horst aan de Maas ” 9

•

•

•

Bouwvlak o Bouwvlak een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zijn toegelaten. Functieaanduiding o Bedrijfswoning een woning, in of bij een bedrijf of instelling, bestemd voor (het gezin van) een persoon wiens huisvesting daar gelet op de bestemming noodzakelijk is; deze woning wordt begrepen onder de bedrijfsgebouwen. Gebiedsaanduiding o veiligheidszone – vervoer gevaarlijke stoffen (art. 12.1) Ter plaatse van de aanduiding 'veiligheidszone - vervoer gevaarlijke stoffen' mogen in en op de gronden, volgens de regels van de onderliggende bestemming die op die gronden rust, bouwwerken worden gebouwd mits deze niet kunnen worden aangemerkt als kwetsbare objecten of beperkt kwetsbare objecten in de zin van de Circulaire risiconormering vervoer gevaarlijke stoffen. o vrijwaringszone – weg (art. 12.2). Ter plaatse van de aanduiding 'vrijwaringszone - weg' zijn de gronden mede bestemd voor mogelijke toekomstige reconstructies en/of uitbreidingen van de Rijksweg A73, alsmede voor het creëren van een optimale infrastructurele omgeving. o Wro-zone wijzigingsgebied (binnen de bestemming groen, art 5.3).

Burgemeester en wethouders zijn bevoegd de bestemming 'Groen' ter plaatse van de aanduiding 'wro-zone - wijzigingsgebied' te wijzigen in de bestemming 'Bedrijventerrein', mits wordt voldaan aan de daarbij behorende voorwaarden.

Wijzigingsvoorwaarden. In het moederplan zijn zowel voor de bestemming “Groen”, art. 5.3, als voor de bestemming “Agrarisch”, art. 16.2, regels opgenomen die het gewenste gebruik mogelijk maken. De regels waaronder de gevraagde wijziging mogelijk is zijn in beide regels identiek. Burgemeester en wethouders zijn bevoegd de bestemmingen 'Wonen' en/of 'Agrarisch' te wijzigen in de bestemming 'Bedrijventerrein' ten behoeve van uitbreiding van het bedrijventerrein, mits: a. de wijziging milieutechnisch realiseerbaar is, waarbij ten minste aandacht wordt besteed aan de aspecten geluid, bodemkwaliteit, externe veiligheid en luchtkwaliteit; b. de bouw- en gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden niet onevenredig worden geschaad; c. geen onevenredige aantasting plaatsvindt van het woon- en leefmilieu; d. geen onevenredige aantasting plaatsvindt van de verkeersveiligheid; e. de sociale veiligheid niet in het geding is; f. de brandveiligheid is gewaarborgd; g. het straat- en bebouwingsbeeld niet in negatieve zin wordt beïnvloed; h. de bestaande rechten van omliggende bedrijven niet worden ingeperkt; i. er is voldaan aan de eisen die zijn gesteld in de gemeentelijke structuurvisie.

Bestemmingsplan ”Venrayseweg 134b” Gemeente Horst aan de Maas ” 10

1.3.3

Toetsing wijzigingsvoorwaarden.

De locatie Venrayseweg 134b te Horst is gelegen in het gebied waarvoor het bestemmingsplan “Groenzone Venrayseweg” is vastgesteld. Het perceel heeft de bestemming “Agrarisch” en de dubbelstemming “Archeologisch waardevol gebied”. Dit plan is een wijzigingsplan van het moederplan “Werkgelegenheidsgebieden II”. In het moederplan is een wijzigingsbevoegdheid opgenomen zodat met gebruikmaking van artikel 16.2 het college van burgemeester en wethouders de agrarische bestemming kan wijzigen naar een bestemming bedrijfsterrein mits aan de in dat artikel genoemde voorwaarden wordt voldaan. Bij wijziging naar de bestemming ‘Bedrijventerrein’ dient te worden voldaan aan de eerdergenoemde voorwaarden; ad a. In hoofdstuk 5 wordt ingegaan op de sectorale aspecten. Uit dit hoofdstuk blijkt dat het planvoornemen milieutechnische realiseerbaar is. ad b. Het beoogde gebruik voorziet in een bedrijfsbestemming van milieucategorie 2 tot en met de milieucategorie 3.2 Gezien de toegestane milieucategorie en de vastgelegde afstand tot de andere bedrijven, worden het woon- en leefklimaat en de de bouw- en gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden mogelijk onevenredig geschaad. Om dit te voorkomen zijn de regels zodanig aangepast dat alleen bedrijven van milieucategorie 2 rechtstreeks zijn toegestaan.

Daarnaast is een afwijkingsvoorwaarde in de regels opgenomen dat bedrijfs activiteiten met een hogere milieucategorie alleen mogelijk zijn op voorwaarde dat aangetoont wordt dat het woon- en leefklimaat in de omgeving en de bouw- en gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden niet onevenredig worden geschaad; ad c. Ter plaatse van de bedrijfsbestemming wordt maximaal een milieucategorie 2 bedrijf toegestaan, zie ook ad b. ad d. Het bedrijventerrein wordt ontsloten op de Venrayseweg. Parkeren, laden en lossen dient op eigen terrein plaats te vinden. Onderhavig initiatief heeft geen onevenredige nadelige invloed op de verkeersveiligheid ter plaatse. ad e. Het planvoornemen heeft geen negatieve invloed op de sociale veiligheid. Het is de bedoeling dat het bedrijf zich tweezijdig gaat oriënteren waarbij de voorgevel en ontsluiting gesitueerd zijn op de Venrayseweg. De groenzone ter hoogte van de A73 wordt mogelijk openbaar toegankelijk met wandelpaden. Hiermee blijft de sociale veiligheid ter hoogte van het bedrijventerrein en de Venrayseweg gewaarborgd. ad f. Bij nieuwbouw of uitbreiding van bedrijfsbebouwing moet voldaan worden aan de bepalingen uit het Bouwbesluit 2012. Daarmee is de brandveiligheid in voldoende mate gewaarborgd. ad g. De bouwmogelijkheden op de perceel zijn nader afgestemd op de gewenste terreininvulling.

Het planvoornemen heeft dan ook geen negatieve, maar zelfs een positieve, invloed op het straat- en bebouwingsbeeld ter plaatse. ad h. Zoals reeds onder Ad b. wordt aangegeven wordt aangesloten bij de milieucategorieën die reeds op basis van het vigerende bestemmingsplan toegestaan zijn dan wel vindt een nader afstemming op de specifieke situatie plaats. De afstand tussen de bebouwing is vastgelegd middels het bouwvlak. ad i. In paragraaf 3.3.1 wordt aangetoond dat het planvoornemen voldoet aan de eisen die zijn gesteld in de gemeentelijke structuurvisie. Er wordt voldaan aan de wijzigingsvoorwaarden in het moederplan.

Bestemmingsplan ”Venrayseweg 134b” Gemeente Horst aan de Maas ” 11

1.4

Leeswijzer

Deze toelichting bestaat uit de volgende delen. Na deze inleiding volgt hoofdstuk 2 met een beschrijving van het plangebied. In hoofdstuk 3 wordt het plan getoetst aan het geldende ruimtelijke beleid. Hoofdstuk 4 bevat een beschrijving van de te regelen ruimtelijke ontwikkeling zelf. Vervolgens geeft hoofdstuk 5 inzicht in de relevante milieu-planologische aspecten. De uitvoerbaarheid is neergelegd in hoofdstuk 6 en ten slotte de juridische toelichting in hoofdstuk 7.

Bestemmingsplan ”Venrayseweg 134b” Gemeente Horst aan de Maas ” 12

2 BESCHRIJVING VAN HET PLANGEBIED In het vigerende bestemmingsplan “Groenzone Venrayseweg” is hierover het navolgende vermeld.

2.1 2.1.1

Ruimtelijke en Functionele structuur Ruimtelijke structuur

Binnen de gemeente Horst aan de Maas is direct ten noorden van de kern Horst het Bedrijventerrein Venrayseweg tot stand gekomen. De Venrayseweg is de oude verbindingsweg van de kern Horst naar de kern Venray. Van oorsprong is de omgeving van het plangebied agrarisch in gebruik geweest. Zo ook het plangebied zelf. Door afnemende agrarische activiteiten is in de loop der tijd langs de Venrayseweg een menging van functies ontstaan. Het bedrijventerrein heeft zich de afgelopen decennia vanaf de noordrand van de kern verder in noordelijke richting ontwikkeld tot zijn huidige omvang. De omgeving van de Venrayseweg bestaat uit gebieden met een belangrijke natuurwaarde, te weten de bossen van Grote Broek, de Kasteelsche bossen en enkele kleinere bosgebieden in het beekdal van de Grote Molenbeek. De Grote Molenbeek vormt de ecologische verbindingszone. Van oorsprong bestond de bebouwing aan de Venrayseweg uit boerderijen. In de loop der jaren is andere bebouwing met een afwijkend karakter langs de weg ontstaan. De gebouwen zijn grootschaliger geworden en de dekzandrug is verder verdicht. 2.1.2

Functionele structuur

Het bedrijventerrein Venrayseweg wordt gekenmerkt door een afwisseling van grote bedrijfsgebouwen, woonbebouwing en agrarische bedrijven. Door het segmenteringsbeleid van de gemeente Horst aan de Maas is het bedrijventerrein geschikt voor diverse segmenten binnen de agro business. Zo ook het plangebied en de directe omgeving. Ook zijn nog een aantal agrarische bedrijven, waarvan dat van initiatiefnemer, en burgerwoningen gevestigd.

2.2 2.2.1

Projectbeschrijving Algemeen

In 2007 is door de gemeente Horst aan de Maas een snelwegvisie opgesteld. De visie doet uitspraken over het landschap dat valt binnen de invloedssfeer van de snelweg. Voor het bedrijventerrein Venrayseweg heeft de visie alleen betrekking op het zichtbare deel vanaf de A73. Dit onderdeel van de snelwegvisie is nader uitgewerkt in een gebiedsvisie. In deze gebiedsvisie zijn de mogelijkheden om te komen tot een uniforme, herkenbare en representatieve uitstraling. De gebiedsvisie omvat de zijde van de A73 en de zone van de Venrayseweg.

Bestemmingsplan ”Venrayseweg 134b” Gemeente Horst aan de Maas ” 13

Voor de bedrijven langs de Venrayseweg vormt de ligging aan de A73 een zichtlocatie. In de afgelopen 10 jaar hebben zich diverse bedrijven in het gebied gevestigd. Een groot deel van de ruimte tussen de snelweg en de bedrijven wordt ingenomen door waterbuffers. Daarnaast worden de groene stroken tussen de bedrijven aan de Venrayseweg landschappelijk ingepast ten behoeve van de bewoners van de Venrayseweg. De landschappelijk inpassing achter de bedrijven en tussen de bedrijven doorbreekt de massaliteit van de bedrijfsbebouwing op het bedrijventerrein. De identiteit van het gebied Venrayseweg bestaat uit een afwisseling van grote massa’s bebouwing en groen. Het groene karakter van het bedrijventerrein Venrayseweg blijft gewenst. Daarom dient minimaal een strook van 15 meter behouden te blijven. Ter plaatse zijn sloten/greppels denkbaar die hemelwater op een natuurlijke manier naar de buffer(s) leiden of bomenrijen. De invulling van het bedrijfsperceel staat voor de ondernemer vrij onder een aantal voorwaarden. Buitenopslag in het zicht van de A73 en de Venrayseweg is niet gewenst. Indien buitenopslag benodigd is, dient dit op een landschappelijke manier aan het zicht onttrokken te worden. Landschappelijke inpassing van de voorgevels van de bedrijfspanden is een vereiste en het gehele bedrijfsperceel dient een groene uitstraling te hebben.

Dit kan door gebruik van bomen en eventueel ander (laag) groen. Eventueel mogen dit cultuursoorten zijn. Het geheel dient een verzorgde, goed beheerde uitstraling te hebben. Met de ontwikkeling van de groenzone zijn de gevels richting de A73 en Venrayseweg goed zichtbaar. De Venrayseweg vormt in veel gevallen de voorzijde van het bedrijf en de bedrijfskavel. De massaliteit van deze gevels moet beperkt worden. Met landschappelijke inpassing wordt deze doorbroken. Door de tweezijdige zichtbaarheid, dient het gebouw daarom aan beide zijden te bestaan uit representatieve gevels. Met de gebiedsvisie wordt dus een aantrekkelijk ruimtelijk beeld gepresenteerd langs zowel de A73 als de Venrayseweg die voor ondernemers geen belemmeringen oplevert in hun dagelijkse bedrijfsvoering. In ruil voor de ontwikkeling van de groenzone en de groenstroken tussen de bedrijven, werkt de gemeente mee aan de betere inpassing van een aantal bedrijfskavels en het positief bestemmen van een aantal agrarische percelen en een woonperceel voor bedrijfsdoeleinden.

2.3

Ontwikkeling groenzone.

De ontwikkeling van de groenzone betreft een uitwerking van de gebiedsvisie. De gebiedsvisie presenteert nieuwe mogelijkheden die: • een aantrekkelijk ruimtelijk beeld opleveren langs zowel de A73 als de Venrayseweg; • voor ondernemers geen belemmeringen opleveren in hun dagelijkse bedrijfsvoering. De ontwikkeling van de groenzone gaat uit van los geplaatste bomen en boomgroepen, inheems en streekeigen, tussen de bedrijfspercelen en langs de A73 met daartussen een waterbuffer. Deze waterbuffer, de buffers van de afzonderlijke bedrijven worden samengevoegd tot één grote buffer of lijken dat visueel te zijn, vormen het gemeenschappelijke kenmerk van alle aanwezige bedrijven en bieden kansen voor een uniforme en herkenbare inrichting langs de A73. Rond de buffer ontstaat een halfopen landschap. De buffer zelf worden half natuurlijk ingericht als een soort landschapspark, waarbij de buffer een verhoogde natuurwaarde heeft. De ruimte rond de buffer bestaat uit natuurlijk, bloemrijk grasland.

Bestemmingsplan ”Venrayseweg 134b” Gemeente Horst aan de Maas ” 14

Concreet wordt de groenzone met name ontwikkeld in de zone van 50 meter uit de westelijke rijbaan van de A73. Vanuit het beleid van Rijkswaterstaat mag deze zone niet worden bebouwd. Met de aanleg van de groenzone wordt een integrale landschappelijke inpassing van het bedrijventerrein langs de A73 gerealiseerd. Voor de aanleg en de instandhouding heeft de gemeente van de aangrenzende bedrijven gronden verworven. In ruil hiervoor werkt de gemeente mee aan de betere inpassing van (enkele van) de bedrijfskavels. Veelal worden de betreffende bedrijfspercelen daarom beperkt uitgebreid en wordt de situering van het bouwvlak aangepast. Aan de zijde van de Venrayseweg wordt het bouwvlak verder teruggelegd waardoor een ruimtelijker beeld wordt nagestreefd. De identiteit van het gebied Venrayseweg bestaat uit een afwisseling van grote massa’s bebouwing en groen. Het groene karakter van het bedrijventerrein Venrayseweg blijft gewenst. Daarom dient minimaal een strook van 15 meter behouden te blijven. Ter plaatse zijn sloten/greppels denkbaar die hemelwater op een natuurlijke manier naar de buffer(s) leiden of bomenrijen. De invulling van het bedrijfsperceel staat voor de ondernemer vrij onder een aantal voorwaarden. Buitenopslag in het zicht van de A73 en de Venrayseweg is niet gewenst.

Indien buitenopslag benodigd is, dient dit op een landschappelijke manier aan het zicht onttrokken te worden. Landschappelijke inpassing van de voorgevels van de bedrijfspanden is een vereiste en het gehele bedrijfsperceel dient een groene uitstraling te hebben. Dit kan door gebruik van bomen en eventueel ander (laag) groen. Eventueel mogen dit cultuursoorten zijn. Het geheel dient een verzorgde, goed beheerde uitstraling te hebben. Met de ontwikkeling van de groenzone zijn de gevels richting de A73 en Venrayseweg goed zichtbaar. De Venrayseweg vormt in veel gevallen de voorzijde van het bedrijf en de bedrijfskavel. De massaliteit van deze gevels moet beperkt worden. Met landschappelijke inpassing wordt deze doorbroken. Door de tweezijdige zichtbaarheid, dient het gebouw daarom aan beide zijden te bestaan uit representatieve gevels.

2.4

Ontwikkeling Venrayseweg 134b

Initiatiefnemers hebben ten tijde van de vaststelling van het bestemmingsplan “Groenzone Venrayseweg” de wens uitgesproken om het agrarisch bedrijf, een bollenkwekerij, uit te breiden op de locatie Venrayseweg 134b te Horst aan de Maas. De reden van uitbreiding was een economische. Het bouwvlak is toen vergroot en landschappelijke ingepast met een groenzone die aansloot bij de beoogde groenzone en het betreffende bestemmingsplan. De toen gerealiseerde uitbreidingsmogelijkheden voor het agrarische bedrijf zijn om bedrijfseconomische reden niet benut. De gevraagde tegenprestatie, de groenzone en inpassing, zijn wel gerealiseerd.

Bestemmingsplan ”Venrayseweg 134b” Gemeente Horst aan de Maas ” 15

Afbeelding 4, Luchtfoto bestaande situatie.

Zoals uit de luchtfoto, Afbeelding 4, blijkt is de bijbehorende groenzone inmiddels geheel gerealiseerd. .

Bestemmingsplan ”Venrayseweg 134b” Gemeente Horst aan de Maas ” 16

3 BELEIDSKADER Dit hoofdstuk geeft een overzicht van het ruimtelijke relevante beleid voor het nieuwe bestemmingsplan Buitengebied op Europees, nationaal, provinciaal, regionaal en gemeentelijk schaalniveau. Het vastgelegde beleid vormt het kader voor dit bestemmingsplan.

3.1 3.1.1

Rijksbeleid Structuurvisie infrastructuur en ruimte (SVIR)

In de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) geeft het kabinet een totaalbeeld van het ruimtelijk- en mobiliteitsbeleid op rijksniveau. In de structuurvisie worden belangrijke andere accenten geplaatst op het brede gebied van ruimtelijke ordening en bestuurlijke verantwoordelijkheden. Het betekent voor de ruimtelijke ordening in brede zin een decentralisatie van rijkstaken en bevoegdheden en actualisatie van het Nationaal Ruimtelijk Beleid. De SVIR vervangt onder meer de Nota Ruimte, de Nota Mobiliteit1, de Mobiliteits Aanpak en Pieken in de Delta. Daarmee is de SVIR de ‘kapstok’ voor uitwerkingen van beleid met ruimtelijke consequenties. De SVIR heeft als horizon 2040, maar geeft vooral het kader voor de acties en beslissingen die op de korte termijn worden genomen. Het kabinet heeft in de SVIR vastgesteld dat voor een beperkt aantal onderwerpen de bevoegdheid om algemene regels te stellen zou moeten worden ingezet. Het gaat onder meer om de volgende nationale belangen: Ecologische hoofdstructuur, Erfgoederen van uitzonderlijke universele waarde, Hoofdwegen en hoofdspoorwegen en Buisleidingen van nationaal belang voor vervoer van gevaarlijke stoffen. De SVIR bepaalt welke kader stellende uitspraken zodanig zijn geformuleerd dat deze bedoeld zijn om beperkingen te stellen aan de ruimtelijke besluitvormingsmogelijkheden op lokaal niveau.

Ten aanzien daarvan is een borging door middel van normstelling, gebaseerd op de Wro, gewenst. Die uitspraken onderscheiden zich in die zin dat van de provincies en de gemeenten wordt gevraagd om de inhoud daarvan te laten doorwerken in de ruimtelijke besluitvorming. Zij zijn dus concreet normstellend bedoeld en worden geacht direct of indirect, dat wil zeggen door tussenkomst van de provincie, door te werken tot op het niveau van de lokale besluitvorming, zoals de vaststelling van bestemmingsplannen. Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) bevestigt in juridische zin die kader stellende uitspraken. Het Barro is inmiddels in werking getreden. Hierin zijn echter nog geen zaken opgenomen die van belang zijn voor het bedrijventerrein Venrayseweg. De kaders van het nieuwe rijksbeleid zijn opgenomen in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) die op 13 maart 2012 door de Minister van I&M is vastgesteld. Deze structuurvisie heeft als credo 'Nederland concurrerend, bereikbaar, leefbaar en veilig'. De SVIR omvat drie hoofddoelen, die als volgt zijn geformuleerd: 1. Concurrerend Het vergroten van de concurrentiekracht van Nederland door het versterken van de ruimtelijkeconomische structuur van Nederland; 2. Bereikbaar Het verbeteren en ruimtelijk zeker stellen van de bereikbaarheid waarbij de gebruiker voorop staat;

Bestemmingsplan ”Venrayseweg 134b” Gemeente Horst aan de Maas ” 17

3. Leefbaar en veilig Het waarborgen van een leefbare en veilige omgeving waarin unieke natuurlijke en cultuurhistorische waarden behouden zijn. Voor een aanpak die Nederland concurrerend, bereikbaar, leefbaar en veilig maakt, moet het roer in het ruimtelijk en mobiliteitsbeleid om. Het Rijk kiest voor een selectievere inzet van rijksbeleid op slechts 13 nationale belangen. De nationale belangen hebben onder andere betrekking op bijvoorbeeld ruimte voor waterveiligheid, behoud van nationale unieke cultuurhistorische kwaliteiten en ruimte voor een nationaal netwerk van natuur. De juridische borging van de nationale belangen in bestemmingsplannen vindt plaats door middel van de AMvB Ruimte. Onderhavig wijzigingsplan is niet in strijd met de SVIR. 3.1.2

Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro)

Om de 13 nationale belangen door te laten werken in ruimtelijke plannen van lagere overheden is naast de SVIR op 30 december 2011 het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) in werking getreden. Op 1 oktober 2012 is de eerste aanvulling bij het Barro vastgesteld. In het Barro zijn regels opgenomen waaraan de inhoud van ruimtelijke plannen moet voldoen. Het Barro omvat alle ruimtelijke rijksbelangen die juridisch doorwerken op het niveau van ruimtelijke plannen. Het gaat om kaders voor onder meer het bundelen van verstedelijking, de bufferzones, nationale landschappen, de Ecologische Hoofdstructuur, de kust, grote rivieren, militaire terreinen, mainportontwikkeling van Rotterdam en de Waddenzee. Met het Barro maakt het Rijk proactief duidelijk waar provinciale verordeningen en gemeentelijke ruimtelijke plannen aan moeten voldoen. Uit de regels en kaarten behorende bij het Barro kan worden afgeleid welke aspecten relevant zijn voor het ruimtelijke besluit. In het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) is door het Rijk vastgelegd dat de Provincie verantwoordelijk is voor de begrenzing van de Ecologische Hoofdstructuur (EHS, inmiddels door het Rijk Nationaal Natuurnetwerk genoemd) en begrenzing en bescherming van de EHS dient vast te leggen in een provinciale verordening. In Limburg is de EHS vastgelegd in de Goudgroene natuurzone.

In paragraaf 5 van de omgevingsverordening Limburg 2014 wordt de begrenzing van de Goudgroene natuurzone bepaald en wordt invulling gegeven aan het beschermingsregime op basis van het Barro en de daarin verwoorde ‘Spelregels EHS’.

Locatie

Afbeelding 5, Uitsnede besluit algemene regels ruimtelijke ordening

Bestemmingsplan ”Venrayseweg 134b” Gemeente Horst aan de Maas ” 18

In het plangebied werken geen regels vanuit het Barro rechtstreeks door en hoeft hiermee dan ook geen rekening te worden gehouden. 3.1.3

Ladder voor duurzame verstedelijking

De Ladder voor duurzame verstedelijking is vastgelegd in artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). Dit artikel schrijft voor dat alle plannen die nieuwe verstedelijking mogelijk maken eerst drie stappen moeten doorlopen. De eerste stap (of 'trede' op de Ladder) verplicht overheden te beschrijven 'dat de voorgenomen stedelijke ontwikkeling voorziet in een actuele regionale behoefte'. De tweede stap verplicht overheden te beschrijven 'in hoeverre in die behoefte binnen het bestaand stedelijk gebied van de betreffende regio kan worden voorzien door benutting van beschikbare gronden door herstructurering, transformatie of anderszins'. Wanneer dat niet het geval is, moet worden beschreven 'in hoeverre wordt voorzien in die behoefte op locaties die, gebruikmakend van verschillende middelen van vervoer, passend ontsloten zijn of als zodanig worden ontwikkeld'. Deze beschrijvingen dienen in de plantoelichting te staan. De Ladder voor duurzame verstedelijking heeft een breder toepassingsbereik dan de eerdere SER-ladder. Deze kende de eerste stap niet, en had alleen betrekking op bedrijventerreinen, terwijl de Ladder voor duurzame verstedelijking ook gaat over andere vormen van verstedelijking, zoals woningbouwlocaties, kantoren, detailhandel of andere stedelijke voorzieningen.

Het onderhavige initiatief heeft betrekking op een nieuwe stedelijke ontwikkeling, namelijk het herbestemmen van een agrarisch bedrijf tot bedrijventerrein. De beoogde nieuwe stedelijke ontwikkeling ligt niet in bestaand stedelijk gebied. Als de stedelijke ontwikkeling buiten bestaand stedelijk gebied is gepland, moet volgens artikel 3.1.6 lid 2 Bro worden gemotiveerd waarom niet binnen bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. Het voorliggend initiatief voorziet in de wijziging van het agrarisch gebruik binnen het plangebied naar de bestemming “bedrijventerrein”. De omvang van het bouwvlak blijft ongewijzigd. Het plan leidt per saldo niet tot ruimere bouwmogelijkheden. Toetsing Het voorliggende plan voorziet in een nieuwe functie die past binnen de bestemming “bedrijventerrein. De totale hoeveelheid toegestane bebouwing binnen het plangebied wordt niet vergroot. In de onderhavige situatie is daarom geen sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeling.

3.2 3.2.1

Provinciaal beleid Omgevingsvisie Limburg 2014

Op 12 december 2014 is de nieuwe provinciale omgevingsvisie van de provincie Limburg vastgesteld. Belangrijke principes in dit nieuwe omgevingsbeleid zijn: 1. Kwaliteit. Dat komt tot uiting in het koesteren van de gevarieerdheid van Limburg onder het motto ‘meer stad, meer land’, het bieden van ruimte voor verweving van functies, in kwaliteitsbewustzijn, en in dynamisch voorraadbeheer dat moet resulteren in een nieuwe vorm van groeien.

Bestemmingsplan ”Venrayseweg 134b” Gemeente Horst aan de Maas ” 19

2. Algemene principes voor duurzame verstedelijking. De ladder van duurzame verstedelijking en de prioriteit voor herbenutting van cultuurhistorische en beeldbepalende gebouwen. 3. Uitnodigen. De manier waarop de provincie samen met de partners het voortreffelijke leef- en vestigingsklimaat willen realiseren. Met instrumenten op maat en ruimte om te experimenteren. De Provincie wil hierbij selectief zijn: het POL richt zich alleen op die zaken die er op provinciaal niveau echt toe doen en vragen om regionale oplossingen.

Locatie

Afbeelding 6, POL kaart 1, zonering Limburg

Voor wat betreft de projectlocatie geeft de omgevingsvisie, het POL 2014, aan dat de omgeving getypeerd kan worden als 'buitengebied' en als “bronsgroene landschapszone”. • Buitengebied Het buitengebied, zijnde het landelijk gebied, in Limburg is heel aantrekkelijk. Dat dient behouden te worden. Het landelijk gebied wordt geconfronteerd met een aantal opgaven en vraagstukken zoals de klimaatopgave, biodiversiteitsopgave, waterkwaliteitsopgave en opgaven in de watervoorziening. Belangrijk is ook om ruimte te bieden aan de economische sectoren die nauw met dat landelijk gebied verbonden zijn. De land- en tuinbouw, deels intensief en grootschalig, deels juist kleinschalig met een tendens naar verbreding met nietagrarische nevenfuncties. En daarnaast ook onderdelen van de vrijetijdseconomie. De kwaliteit van (de activiteiten in) het landelijk gebied draagt bij aan een aantrekkelijke woon- en leefklimaat in de steden en dorpen. Het aantrekkelijker en toegankelijker maken van het landelijk gebied voor toerisme en recreatie betekent ook dat burgers worden aangesproken op begrip voor de bedrijfsvoering van agrariërs.

Bestemmingsplan ”Venrayseweg 134b” Gemeente Horst aan de Maas ” 20

•

Bronsgroene landschapszone Basis voor deze zone wordt gevormd door de rivier- en beekdalen en de steilere hellingen, voor zover die niet reeds onderdeel uitmaken van de goudgroene of zilvergroene natuurzones, én de relatieve rijkdom aan cultuurhistorische en landschappelijke waarden. Het betreft overwegend landbouwgronden maar ook andere functies als verblijfsrecreatieve terreinen, woningen en linten van bebouwing kunnen voorkomen. De zonering is indicatief op kaart gezet, gemeenten kunnen dit verder specificeren. De gemeente Horst aan de Maas heeft dit beleid verder gespecificeerd binnen het vigerende bestemmingsplan ‘Groenzone Venrayseweg’. Op basis van dit beleid is de inpassing van het plangebied gerealiseerd zie ook hoofdstuk 2.

Leegstand van agrarische bedrijven terugdringen Er wordt de komende jaren een hausse aan vrijkomende agrarische bedrijfsbebouwing verwacht. Het proces van functieverlies speelt al langere tijd, maar het aanbod van leegstaand vastgoed blijft toenemen en de vraag blijft achterwege. De provincie Limburg streeft ernaar dat vrijkomende agrarische bebouwing zoveel mogelijk wordt hergebruikt door de land- en tuinbouw, ter voorkoming van verdere verstening in het buitengebied. Als dat niet lukt is mogelijk benutting voor alternatieve economische activiteiten aan de orde. Als daar tenminste, gelet op de leegstand in de betreffende sectoren behoefte aan is, en de functie geen belemmeringen voor bestaande functies met zich meebrengt. Dit zal leiden tot hergebruik van een deel van de vrijkomende agrarische bebouwing. Maar het is zeker niet te verwachten dat alle leegstand zo kan worden opgelost. In dat geval is sloop (bijvoorbeeld van verouderde stallen, loodsen en overige voorzieningen) gewenst, om leegstand, verval en mogelijk ook illegaal gebruik te voorkomen. De aanpak voor leegstand en hergebruik dient te worden uitgewerkt in de regionale visie. Afstemming over sectoren heen is noodzakelijk en vormt een kans om te leren van elkaar. In de onderhavige situatie is het economisch gezien niet mogelijk om de loodsen te gebruiken voor een andere passende activiteit.

De Provincie Limburg heeft beleid voor vrijkomende agrarische bebouwing (VAB) vertaald in haar Streekplan. De gemeente heeft dit beleid overgenomen. Gebleken is, dat dit beleid niet goed aansluit bij de praktijk en dat er naar andere mogelijkheden gezocht moet worden, om het gebruik van vrijkomende agrarische bebouwing mogelijk te maken. Het VAB-beleid streeft vier doelen na: 1. Verbetering van de omgevingskwaliteit; 2. De nieuwe ontwikkeling mag geen belemmeringen opleveren voor omliggende (agrarische) bedrijven; 3. Het verminderen van milieudruk; 4. Geen verdere toename van bebouwing. In de onderhavige situatie ligt het plangebied aan binnen een bedrijventerrein, ingeklemd tussen een provinciale weg en snelweg. Hergebruik als agrarische bedrijfskavel ligt niet voor de hand. In beginsel past het initiatief (hergebruik als bedrijventerrein) daarom binnen het provinciale beleid en de provinciale ambities. De gemeente Horst aan de Maas heeft dit beleid vertaald in haar structuurvisie, zie paragraaf 3.3.

Bestemmingsplan ”Venrayseweg 134b” Gemeente Horst aan de Maas ” 21

3.2.2 3.2.2.1

Provinciale omgevingsverordening Provinciale omgevingsverordening “hoofdstuk ruimte”

Op 12 december 2014 is de Omgevingsverordening Limburg in werking getreden. In deze verordening is het provinciaal beleid nader uitgewerkt in regelgeving. Het hoofdstuk Ruimte van de Omgevingsverordening Limburg 2014 is gebaseerd op artikel 4.1 van de Wet ruimtelijke ordening (Wro). In het hoofdstuk Ruimte van de Omgevingsverordening 2014 zijn voor een beperkt aantal onderdelen van het POL-beleid regels opgenomen. In het POL 2014 is een toelichting gegeven op de gemaakte keuzes voor de onderwerpen die in dit hoofdstuk zijn opgenomen. Daarnaast zijn regelingen opgenomen die naar de mening van het Rijk door de Provincies nader moeten, dan wel kunnen worden uitgewerkt in een provinciale ruimteverordening. De ruimteverordening richt zich tot de gemeentebesturen. De instructies die in dit hoofdstuk staan moeten door de gemeentebesturen in acht worden genomen bij het opstellen van bestemmingsplannen en beheersverordeningen en bij het verlenen van omgevingsvergunningen. De ruimteverordening heeft dus geen rechtstreekse werking naar burgers en bedrijven, zoals dat voor de meeste andere hoofdstukken van de Omgevingsverordening 2014 wel het geval is. Omdat het hoofdstuk ruimte geen rechtstreekse doorwerking heeft is dit opgenomen onder het provinciaal beleid.

Bedrijventerreinen In artikel 2.4.5 van de Provinciale omgevingsverordening is bepaald dat een ruimtelijk plan voor een gebied gelegen in de regio Noord-Limburg niet voorziet in de toevoeging van vestigingsmogelijkheden voor bedrijventerreinen aan de bestaande voorraad bedrijventerreinen alsmede aan de bestaande planvoorraad bedrijventerreinen anders dan in overeenstemming met de thematische principes zoals beschreven in paragraaf 5.2 van het POL2014 en de bestuursafspraken regionale uitwerking POL2014 voor de regio Noord-Limburg. Conform de bestuursafspraken in de regionale uitwerking d.d. 8 oktober 2013 staan de volgende uitgangspunten centraal; • de behoefte van de sector en de klant; • herstructurering en leegstandsbestrijding; • gedifferentieerd areaal aan bedrijventerreinen; • vermindering van de organisatorische versnippering. Conclusie In de onderhavige situatie ligt het agrarisch bedrijf al binnen een bedrijventerrein. Gezien het voorgaande kan gesteld worden dat het voorliggende initiatief passend is in zowel de Provinciale omgevingsverordening “hoofdstuk ruimte” als in de gewijzigde omgevingsverordening.

Bestemmingsplan ”Venrayseweg 134b” Gemeente Horst aan de Maas ” 22

3.3 3.3.1

Gemeentelijk beleid Structuurvisie

Op 9 april 2013 is de Integrale Structuurvisie Horst aan de Maas vastgesteld. Het betreft een integrale structuurvisie voor het gehele grondgebied van de gemeente Horst aan de Maas. De structuurvisie geeft een integraal beeld van de ruimtelijke en sociaal-maatschappelijke ontwikkelingen die de gemeente op haar grondgebied voor ogen staat voor de langere termijn. Verder is de integrale structuurvisie opgesteld om maximaal gebruik te maken van de mogelijkheid tot het plegen van kostenverhaal die de Wet ruimtelijke ordening biedt. De structuurvisie bestaat uit een beleidskader en een uitvoeringsparagraaf waarin het Limburgs Kwaliteitsmenu (LKM) is geïmplementeerd. Het grondprincipe van het gemeentelijk en provinciaal) kwaliteitsmenu is, dat bepaalde ontwikkelingen ter plaatse leiden tot verlies aan omgevingskwaliteit, hetgeen dient te worden gecompenseerd door een kwaliteitsbijdrage. Dit geldt zowel binnen als buiten de ‘rode contouren’. De kwaliteitsbijdrage wordt ingezet om de omgevingskwaliteit en leefbaarheid te versterken. Het doel is dat per saldo daarmee de kwaliteit toeneemt.

Afbeelding 7, Uitsnede structuurvisiekaart gem. Horst aan de Maas Het plangebied ligt in voornamelijk in het gebied 7A (Bedrijventerrein). Een zeer smalle strook aan de oostzijde is gelegen in het gebied 3B (Agrarisch gebied ten oosten van Horst en A73). Kwaliteitsverbetering/ Tegenprestatie In het kader van de gemeentelijke structuurvisie dient elke rode ontwikkeling in het buitengebied gepaard te gaan met een kwaliteitsverbetering. Het plan beoogd de wijziging van een agrarische bestemming naar een bedrijfsbestemming. De gewenste bestemming is in overeenstemming met het vigerende beleid van de gemeente Horst aan de Maas voor de het plangebied. De locatie is al landschappelijk ingepast op grond van een doorgevoerde wijziging voor het plangebied bij de vaststelling van het vigerende bestemmingsplan, zie ook paragraaf 2.4.

Bestemmingsplan ”Venrayseweg 134b” Gemeente Horst aan de Maas ” 23

3.3.2

Gebiedsvisie Venrayseweg

De gebiedsvisie presenteert nieuwe mogelijkheden voor het bedrijventerrein Venrayseweg zodat een aantrekkelijk ruimtelijk beeld langs zowel de A73 en de Venrayseweg zal ontstaan. Deze mogelijkheden moeten geen belemmering opleveren voor de ondernemers in hun dagelijkse bedrijfsvoering. In de gebiedsvisie is hieraan met diverse opties een nadere invulling gegeven. Daarnaast biedt de zone langs de A73 in de toekomst mogelijkheden tot het ontwikkelen van een waterbergingssysteem in combinatie met natuur. Wanneer dit gerealiseerd is, valt dit systeem onder het Keur van het Waterschap. 3.3.3

Conclusie

De wijziging van het vigerende bestemmingsplan heeft geheel betrekking op dat deel van het plangebied dat aangeduid is als bedrijventerrein. Op grond van de structuurvisie heeft de gemeente een ja, positieve grondhouding, voor de uitbreiding van een bedrijventerrein of een de uitbreiding van een solitair bedrijf. Ruimtelijk kan de gemeente Horst aan de Maas meewerken aan het wijzigen van de agrarisch bestemming naar een bedrijfsbestemming. In het vigerende bestemmingsplan is de wijzigingsbevoegdheid abusievelijk niet is opgenomen maar in het moederplan wel. Voor het wijzigen van de bestemming geldt geen afdracht omdat het ruimtelijk de bedoeling is dit via een wijzigingsbevoegdheid af te handelen. Op basis van de huidige structuurvisie is dan geen afdracht vereist. De gevraagde ontwikkeling voldoet aan het nationaal, provinciaal en gemeentelijk beleid.

Bestemmingsplan ”Venrayseweg 134b” Gemeente Horst aan de Maas ” 24

4 PLANBESCHRIJVING 4.1

Uitgangspunten en doelstelling

De voorliggende wijziging betreft de omzetting van de agrarische bedrijfslocatie naar de bestemming “Bedrijventerrein”. De locatie heeft een kadastraal oppervlak van 24.075 m².

Afbeelding 8, uitsnede vigerend bestemmingsplan met de te wijzigen bestemming (rood omlijnd).

De gronden die bestemd zijn voor agrarische activiteiten worden bestemd als bedrijventerrein. Dat deel dat gewijzigd wordt heeft een oppervlakte van ca. 18.200 m2. De wens om de bestemming te wijzigen wordt ingegeven door de bedrijfseconomische situatie in de landbouw. De agrarische bedrijfsvoering is niet langer rendabel en initiatiefnemers willen de locatie verkopen. Gezien de ligging, ingesloten tussen 2 wegen en het ontbreken van een huiskavel, is het geen locatie die een goede toekomst met ontwikkelingsmogelijkheden biedt voor een andere agrariër. Vanwege het gegeven dat de locatie in de structuurvisie van de gemeente Horst aan de Maas is gelegen binnen een bedrijventerrein ligt een wijziging van de bestemming voor de hand.

Bestemmingsplan ”Venrayseweg 134b” Gemeente Horst aan de Maas ” 25

Afbeelding 9, Verbeelding nieuwe situatie.

Toetsing. Het planvoornemen voldoet niet aan de wijzigingsvoorwaarden zoals opgenomen in het vigerende bestemmingsplan maar wel aan de wijzigingsvoorwaarden zoals opgenomen in het moederplan. Een wijziging van het bestemmingsplan is noodzakelijk voor de realisering van het gewenste gebruik.

4.2 4.2.1

Ontsluiting en parkeren Ontsluiting

Het plangebied is gelegen aan de Venrayseweg te Horst. Een voormalige provinciale weg die de verbinding vormt tussen de kernen Horst en Castenray. Via deze weg is de A73 snel bereikbaar. De Venrayseweg is een weg waarop sinds kort een maximale snelheid van 60 km/h van toepassing is. De weg is zodanig ingericht dat het gebruik ervan door zwaar vrachtverkeer geen probleem vormt. De aanvraag betreft het wijzigen van het bestemmingsplan naar ‘bedrijventerrein’ zodat een toekomstig bedrijf zich binnen het plangebied kan vestigen. Het is nog onbekend wat voor bedrijf dit is en welke bedrijfsactiviteiten zullen plaatsvinden. De verkeersgeneratie is apart berekend aan de hand van kencijfers van het CROW publicatie 381. Als kengetal worden voor een hoogwaardig bedrijvenpark 174 personenauto’s en 34 vrachtwagens per etmaal per hectare als uitgangspunt genomen. In totaal 208 voertuigbewegingen per hectare per etmaal. Gelet op de omvang van het plangebied van bruto 1,82 hectare * 0,77 (netto factor) = bedraagt de oppervlakte waarmee gerekend dient te worden 1,40 hectare.

Bestemmingsplan ”Venrayseweg 134b” Gemeente Horst aan de Maas ” 26

Hieruit volgt een waarde van 244 personenauto’s en 48 vrachtwagens per etmaal in totaal 292 bewegingen per etmaal per dag. Op etmaalbasis betreft het de navolgende aantallen • Licht verkeer: 203 voertuigen per etmaal in zuidelijke richting (richting A-73). 41 voertuigen per etmaal in noordelijke richting (richting A-73). • Zwaar verkeer: 40 voertuigen per etmaal in zuidelijke richting (richting A-73). 8 voertuigen per etmaal in noordelijke richting (richting A-73). Voor een agrarisch bedrijf zijn binnen de kerncijfers van het CROW geen gegevens beschikbaar. Momenteel is een agrarisch bedrijf met de teelt van bloembollen gevestigd op de locatie. Hiervoor wordt frequent met tractoren met machines van de hoofdlocatie naar de veldpercelen gereden. In het voorjaar wanneer de bollen geplant worden en het najaar wanneer de bollen gerooid worden wordt de agrarische bedrijfslocatie intensief gebruikt waarbij er op etmaalbasis circa 60 verkeersbewegingen met tractoren en aanhangwagens zijn en daarnaast circa 10 vrachtwagenbewegingen. In totaal betreft dit hiermede 70 bewegingen van zwaar verkeer. Qua licht verkeer wordt aangenomen dat gedurende het jaar sprake van gemiddeld circa 60 voertuigen per etmaal voor de huidige bedrijfsactiviteiten. Het plan leidt, afhankelijk van de toekomstige bedrijfsactiviteit, mogelijk tot extra verkeersbewegingen.

Gezien de inrichting van de weg vormt dit geen probleem. Een eventuele beperkte toename zal ook ondergeschikt zijn aan het actuele gebruik van de weg terplaatse. De wijziging heeft daarom geen consequenties voor de wegenstructuur en verkeersveiligheid. 4.2.2

Parkeren

De gemeente Horst aan de Maas heeft in de 'Nota Parkeernormen Horst aan de Maas 2016' het gemeentelijke parkeerbeleid verwoord. Het uitgangspunt is dat het parkeren van grote voertuigen op eigen terrein van de bedrijven moet plaatsvinden. Op eigen terrein is voldoende mogelijkheid voor werknemers, bezoekers en eigen materieel om te parkeren. Hiermede kan het parkeren volledig op eigen terrein plaatsvinden. Hiermee wordt voldaan aan het beginsel dat op eigen terrein wordt geparkeerd.

4.3 4.3.1

Landschappelijke inpassing en water Inleiding

Initiatiefnemers hebben ten behoeve van het vigerende bestemmingsplan een landschappelijk inpassingsplan op laten stellen voor de inrichting van het plangebied. Hierbij is rekening gehouden met de zone van 50 meter uit de westelijke rijbaan van de A73. Vanuit het beleid van Rijkswaterstaat mag deze zone niet worden bebouwd. Hiermee wordt aangesloten op de integrale landschappelijke inpassing van de zone langs de A73 zoals deze in zuidelijke richting is voorzien. De landschappelijke inpassing van het agrarisch bedrijf aan de Venrayseweg 134b wordt dus gerealiseerd in de 50 meter zone en in de te handhaven groenstrook van 15 meter aan de noordzijde.

Bestemmingsplan ”Venrayseweg 134b” Gemeente Horst aan de Maas ” 27

In dit plan werd voorgesteld om de inkijk ter hoogte van de Venrayseweg te beperken middels de aanplant van een haag (hulst). Daarnaast wordt in het kader van de uitruil van de bestemming een strook natte natuur gerealiseerd. Deze bestaat uit een in noordoostelijke richting dalende, licht glooiende en als infiltratiezone te benutten strook (extensief te beheren) grasland. Het grasland wordt aan de noordoostkant begeleid door struweel en bomen (soorten aansluitend op aangetroffen soorten in gebied) om de ontwikkeling van een ecologisch waardevolle mantel en zoom te generen. Met een overeenkomst tussen de initiatiefnemer en de gemeente Horst aan de Maas is de aanleg en instandhouding van het landschapsplan privaatrechtelijk geregeld. 4.3.2

Landschapsplan met bijbehorende maatregelen inrichting en beheer

De landschappelijke inpassing van de locatie is geregeld in het vigerende bestemmingsplan. De bestemming “Groen” wordt ongewijzigd overgenomen in het nu voorliggende plan, zie ook paragraaf 2.4. Ten behoeve van het voorliggende wijzigingsplan is het landschappelijke inpassingplan geactualiseerd, zie bijlage 3.

Bestemmingsplan ”Venrayseweg 134b” Gemeente Horst aan de Maas ” 28

5 RANDVOORWAARDEN / ONDERZOEKEN 5.1

Inleiding

Het vigerende bestemmingsplan voorziet in de vestiging van een agrarisch bedrijf binnen het bouwvlak. Op grond van het vigerende plan is het toegestaan om het gehele bouwvlak te bebouwen. De maximale goothoogte bedraagt 6,00 m., de maximale nokhoogte bedraagt 11,00 m. Binnen het nieuwe plan is een maximale bouwhoogte toegestaan van 12,00 m. Hierbij wordt aangesloten bij de regels voor de bestemming “bedrijventerrein” van het vigerende bestemmingsplan. Binnen het bouwvlak mag een grondgebonden agrarisch bedrijf worden uitgeoefend. Binnen het bestemmingsplan is geen maximale milieucategorie opgenomen. Een intensieve veehouderij is niet toegestaan. Op basis van het bestemmingsplan is de vestiging van bv. een rundveebedrijf, paardenhouderij mogelijk. Conform bijlage 1 bij de regels van het vigerende bestemmingsplan is momenteel een bedrijf van milieucategorie 3.2 maximaal mogelijk. Voor het nu voorliggende wijzigingsplan is aangesloten bij de regels voor een bedrijventerrein binnen het vigerende bestemmingsplan. De voor 'Bedrijventerrein' aangewezen gronden zijn binnen dat plan bestemd voor van categorie 2 tot en met categorie 3.2, die zijn opgenomen in de Staat van bedrijfsactiviteiten (bijlage 1 bij de regels) en/of daarmee qua milieueffecten gelijk te stellen bedrijven en/of activiteiten, met uitzondering van: 1.

ter plaatse van de aanduiding 'bedrijf van categorie 2' is uitsluitend een bedrijf van categorie 2, die zijn opgenomen in de Staat van bedrijfsactiviteiten (bijlage 1 bij deze regels) en/of daarmee qua milieueffecten gelijk te stellen bedrijven en/of activiteiten toegestaan; 2. geluidzoneringsplichtige inrichtingen, en; 3. risicovolle inrichtingen; Het nu voorliggende wijzigingsplan maakt geen inrichtingen van een hogere milieucategorie mogelijk. Op grond van het voorliggende plan is ook niet mogelijk om meer bebouwing op te richten. Wel is het mogelijk om hogere bouwwerken op te richten. De nieuwe hoogte is in overeenstemming met de bebouwing in de omgeving.

5.2 5.2.1

Milieu Vormvrije m.e.r.-beoordeling

Ingevolge het Besluit m.e.r. dient getoetst te worden of het planvoornemen voorziet in, of een kader vormt voor, activiteiten die (mogelijk) belangrijke nadelige gevolgen kunnen hebben voor het milieu. Onderhavig wijzigingsplan voorziet niet in nieuwe ontwikkelingen die belangrijke nadelige gevolgen kunnen hebben voor het milieu. Voor de aanleg, wijziging of uitbreiding van een industrieterrein geldt een drempelwaarde bij een oppervlakte van 75 hectare of meer. Het planvoornemen blijft ver beneden de (indicatieve) drempel. Ook gezien de in deze toelichting beschreven sectorale aspecten wordt geconcludeerd dat geen sprake is van significante effecten, die een m.e.r. (beoordelings-) plicht noodzakelijk maken. Geconcludeerd wordt derhalve dat het opstellen van een milieueffectrapportage of beoordeling in de momenteel niet aan de orde is.

Bestemmingsplan ”Venrayseweg 134b” Gemeente Horst aan de Maas ” 29

5.2.2

Bodem en grondwater

Uitgangspunt van een goede ruimtelijke ordening is dat de bodemkwaliteit geschikt is voor de beoogde bestemming en de daarin toegestane gebruiksvormen. Dit betekent dat het aspect bodemkwaliteit voor vrijwel alle nieuwe ontwikkelingen, die met ruimtelijke plannen mogelijk worden gemaakt, onderzocht moet worden. Het planvoornemen gaat uit van de ontwikkeling en de uitbreiding van het bestaande bedrijventerrein. Hierbij wijzigt deels het gebruik en de bestemming van de gronden, waardoor het uitvoeren van een verkennend bodemonderzoek noodzakelijk is. Het voorliggende plan maakt het niet mogelijk om meer gebouwen op te richten. Voor het perceel dat agrarisch in gebruik is en waarvan nu de bestemming wordt gewijzigd is recent het bouwvalk vergroot (Bestemmingsplan Groenzone Venrayseweg, 2015). Als onderdeel van deze in 2015 doorgevoerde wijziging is toen een bodemonderzoek uitgevoerd. Dit onderzoek maakt deel uit van het betreffende plan. Tijdens dit onderzoek was er sprake van matig tot sterk verhoogde gehalten koper, zink en PAK binnen het bestaande bouwvlak en ook zijn binnen de voorgenomen uitbreiding van het bouwvlak licht verhoogde gehalten aangetoond. Dit vormt volgens dit onderzoek echter geen belemmering voor de uitbreiding van het bouwvlak inzake de milieu hygiënische bodemkwaliteit.

Voor de overige perceel gedeelten wijzigt de bestemming niet waardoor ervan uitgegaan kan worden, gezien het huidige gebruik en de bestemming, dat de bodemkwaliteit geschikt is voor het toekomstige gebruik. 5.2.3

Luchtkwaliteit

Sinds 15 november 2007 vormt het aspect luchtkwaliteit uit de Wet milieubeheer de basis voor de besluitvorming in het kader van de Wet ruimtelijke ordening. Op basis van deze Wet luchtkwaliteit gelden milieukwaliteitseisen voor de luchtkwaliteit. Deze kwaliteitseisen zijn middels grenswaarden vastgelegd voor de luchtverontreinigingscomponenten stikstofdioxide (NO2), zwevende deeltjes (PM10 of fijn stof), zwaveldioxide (SO2), lood (Pb), benzeen (C6H6) en koolmonoxide (CO). De grenswaarden gelden overal in de buitenlucht. De Wet Luchtkwaliteit maakt onderscheid tussen projecten die ‘Niet in betekenende mate’ (NIBM) en ‘In betekenende mate’ (IBM) bijdragen aan de uitstoot van luchtverontreinigende stoffen. In de regeling NIBM is een lijst met categorieën van gevallen opgenomen die NIBM zijn. Voor projecten die de hoeveelheid fijn stof en stikstofdioxide in de lucht met maximaal 3% verhogen hoeven geen aanvullende maatregelen getroffen te worden. Het project draagt dan niet in betekende mate (NIBM) bij aan de luchtverontreiniging. De (N)IBM-grens voor bedrijven is niet bepaald in de regeling. Dit houdt in dat op een andere manier aangetoond moet worden dat het project (N)IBM is. Voor het planvoornemen geldt dat de luchtverontreiniging ten gevolge van het plan wordt veroorzaakt door verkeersbewegingen van en naar het plangebied.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/9694910/2