CConstaterende datHorst aan de Maas
Koppel je AI →
Document · PDF

03c Bp Blaktweg Toelichting

Gemeenteraad 13 juli 2021, gemeente Horst aan de MaasBij agendapunt: Voorstel tot het vaststellen van het bestemmingsplan Blaktweg 10a, Melderslo.10.623 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Beoordeeld moet worden of de uitbreiding en/of wijziging van de inrichting significante gevolgen heeft voor natuurgebieden die in het kader van de Wet natuurbescherming beschermd moeten worden.

Binnen een straal van 10 kilometer bevinden zich enkele Natura 2000-gebieden, waarvan de Maasduinen zich op ruim 5 kilometer afstand het dichtst bij de locatie bevindt.

AERIUS Calculator 2019 is het rekeninstrument voor het bepalen van de stikstofdepositie. Door een project of andere handeling. Met AERIUS Calculator 2019 kan de uitstoot van stikstof en de neerslag daarvan op Natura 2000-gebieden worden berekend. Voor de ontwikkeling is de stikstofbijdrage van de aanleg/realisatiefase en de gebruiksfase op deze gebieden berekend en als bijlage bij deze toelichting gevoegd.

De gevraagde ontwikkeling heeft geen significante negatieve invloed op de beschermde natuurwaarden van de gebieden. De Wnb vormt hiermee t.a.v. de gebiedsbescherming geen belemmering voor het initiatief. De berekeningen zijn als bijlage 4 aan deze toelichting gevoegd.

Op basis van bovenstaande gegevens is te concluderen dat de voorgenomen ontwikkeling geen negatieve bijdrage heeft op de te beschermen gebieden en daarmee geen belemmering vormt voor het planvoornemen.

Soortenbescherming Zowel in de oude Flora- en faunawet als in de nieuwe Wet natuurbescherming staan verbodsbepalingen: activiteiten die schadelijk zijn voor beschermde dier- en plantsoorten zijn verboden. Verboden activiteiten wijzigen nauwelijks. Wel zijn enkele definities aangepast. Zo is onopzettelijk verstoren niet meer strafbaar en is opzettelijk verstoren van vogels in sommige situaties toegestaan. Maar verstoren zonder dat tevoren goed onderzoek naar beschermde soorten is uitgevoerd, blijft strafbaar. Met de nieuwe wet wijzigt wel de lijst van beschermde soorten. Waar de Flora- en faunawet uitgaat van drie beschermingsniveaus, verdeelt de Wet natuurbescherming Bestemmingsplan “Blaktweg 10A Melderslo” gemeente Horst aan de Maas

31

beschermde soorten in twee groepen: Strikt beschermde soorten waaronder soorten uit de Vogel- en Habitatrichtlijn. In de tweede categorie staan andere soorten, bijvoorbeeld uit de Rode Lijst. De bescherming van vaatplanten uit tabel 1 en tabel 2 is vervallen. Onder de Wet natuurbescherming worden nog 75 soorten vaatplanten beschermd, waaronder soorten die niet eerder werden beschermd. De bescherming van mieren vervalt. Vrijwel alle zoogdieren blijven beschermd. Meer soorten libellen en vlinders worden beschermd. Bij een ontheffingsaanvraag onder de nieuwe wet wordt nog steeds getoetst aan drie criteria 1 : Is er een ‘andere bevredigende oplossing’ mogelijk? Is er sprake van bepaalde, in de wet genoemde belangen? Doet de ontheffing afbreuk aan de gunstige staat van instandhouding van de soort ?

Door Faunaconsult is een Flora- en fauna-inspectie uitgevoerd in het kader van dit planvoornemen. Deze inspectie is als bijlage 2 aan deze toelichting gevoegd.

In de inspectie is geconcludeerd dat in het plangebied mogelijk zoogdieren en amfibieën voorkomen, die onder de Wet natuurbescherming zijn beschermd. Het gaat om algemeen voorkomende soorten (zogenaamde A-soorten), waarvoor in Limburg een vrijstelling geldt in geval van ruimtelijke ontwikkeling en beheer en onderhoud. Dit houdt in dat deze soorten verstoord mogen worden, zonder dat daar vooraf een ontheffing voor is verkregen. Wel geldt altijd de Zorgplicht (artikel 1.11 Wnb); deze houdt in dat nadelige gevolgen voor dieren en planten altijd zoveel mogelijk moeten worden voorkomen. Om aan de algemene zorgplicht te voldoen, moeten dieren die tijdens de werkzaamheden worden aangetroffen, zo snel mogelijk naar een aangrenzende locatie buiten het plangebied worden verplaatst.

Voor wat betreft vogels is geconcludeerd dat in het plangebied mogelijk beschermde vogelnesten voorkomen tijdens het broedseizoen. Het gaat om vogels waarvan het nest niet jaarrond wordt beschermd of als strenger beschermd wordt beschouwd. Hiervoor zijn maatregelen die negatieve effecten voorkomen wel verplicht. Verstoring van broedvogels en vernietiging van vogelnesten kan worden voorkomen door het verwijderen van de vegetatie buiten de periode 15 maart – 15 juli (het broedseizoen van de meeste vogels) uit te voeren. Door naleving van deze maatregel worden ten aanzien van vogels geen overtredingen op de Wet natuurbescherming begaan.

5.6

Archeologie en Cultuurhistorie Cultuurhistorische en aardkundige waarden

Cultuurhistorie neemt een belangrijke plaats in de ruimtelijke ordening in. In het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is de verplichting vastgelegd om in de ruimtelijke ordening (o.a. bestemmingsplannen) rekening te houden met aanwezige cultuurhistorische waarden en in de grond aanwezige of te Bestemmingsplan “Blaktweg 10A Melderslo” gemeente Horst aan de Maas

32

verwachten monumenten. Daarnaast is de juridische grondslag voor de bescherming van cultuurhistorie en archeologie vastgelegd in onder nadere de Monumentenwet 1988 (vanaf juli 2016 Erfgoedwet).

Karakteristieke gebiedswaarden dienen middels ruimtelijke plannen beschermd en behouden te worden. Met betrekking tot aardkundig waardevolle gebieden is het beleid erop gericht om de ontstaansgeschiedenis van het aardoppervlak zichtbaar, beleefbaar en begrijpelijk te houden. Het gehele plangebied is niet gelegen in een aardkundig waardevol gebied. Door het planvoornemen wordt geen afbreuk gedaan aan de bestaande cultuurhistorische waarden.

Afbeelding 8, Cultuurhistorie

Archeologische waarden Door ArcheoPro is een archeologisch rapport opgesteld. Het betreft een bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek (IVO-O, verkennend booronderzoek).

Uit het bureauonderzoek blijkt dat voor het plangebied op basis van zowel de landschappelijke situering en de reeds verrichte archeologische waarnemingen in combinatie met de verwachte bodemverstoring als gevolg van agrarisch gebruik en een mogelijke ontgronding een lage verwachting geldt voor archeologische nederzettingsresten uit het paleolithicum en mesolithicum. Voor de periode neolithicum-nieuwe tijd dient de hoge verwachting te worden bijgesteld naar een middelhoge (matige) archeologische verwachting.

Het verkennend booronderzoek heeft aangetoond dat zowel een akkerdek als een oorspronkelijk veldpodzolbodem ontbreken. In combinatie met de resultaten van de bureaustudie is het aannemelijk dat het volledig ontbreken van veldpodzol(resten) het gevolg is van een plaatselijke ontgronding. Op Bestemmingsplan “Blaktweg 10A Melderslo” gemeente Horst aan de Maas

33

basis hiervan dient de archeologische verwachting met betrekking tot behoudenswaardige vindplaatsen uit alle perioden vanaf het neolithicum te worden bijgesteld naar laag. De kans op aanwezigheid van restanten van diepe grondsporen van voormalige agrarische nederzettingen blijft middelhoog. Geadviseerd wordt om geen vervolgonderzoek uit te voeren.

In alle gevallen geldt dat indien bij toekomstig graafwerk archeologische vondsten worden gedaan of archeologische grondsporen worden aangetroffen, deze direct gemeld dienen te worden bij de minister dan wel de gemeente Horst a/d Maas conform de Erfgoedwet 2016, artikel 5.10 & 5.11.

5.7

Verkeer en parkeren

De nieuwe ontwikkeling maakt gebruik van de bestaande infrastructuur. Daardoor wijzigt de verkeerssituatie ter plaatse nauwelijks. De nieuwe woning wordt ontsloten door de Blaktweg welke hiervoor voldoende capaciteit heeft.

Op 3 juli 2019 heeft de gemeenteraad de Nota Parkeernormen Horst aan de Maas vastgesteld. Op grond van deze nota is de parkeernorm bij een nieuwe woning in het buitengebied 2 parkeerplaatsen.

Voor de woning zal gelden dat parkeren zal plaatsvinden op het eigen terrein. Er is voldoende ruimte om twee parkeerplaatsen op eigen terrein te realiseren.

Bestemmingsplan “Blaktweg 10A Melderslo” gemeente Horst aan de Maas

34

6 UITVOERBAARHEID 6.1

Economische uitvoerbaarheid

Bij de voorbereiding van een bestemmingsplan dient op grond van artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) in de plantoelichting minimaal inzicht te worden gegeven in de economische uitvoerbaarheid van het plan. Met de inwerkingtreding van de Wet ruimtelijke ordening is daarbij de verplichting ontstaan om, indien er sprake is van een ontwikkeling waarvoor de gemeente redelijkerwijs kosten moet maken, deze kosten op de initiatiefneemster te verhalen. Voorbeelden hiervan zijn de aanleg van voorzieningen van openbaar nut en de plankosten. Een en ander dient te worden vastgelegd in privaatrechtelijke overeenkomsten met iedere grondeigenaar. Als er met een grondeigenaar geen overeenkomst is gesloten en het kostenverhaal niet anderszins is verzekerd, dient een exploitatieplan te worden opgesteld welke tegelijkertijd met het bestemmingsplan moet worden vastgesteld.

De uitvoering van het plan is in particuliere handen. Het project heeft dan ook geen gevolgen voor de gemeentelijke financiën. Hoewel het niet is te verwachten dat derden schade leiden door de gevraagde ontwikkeling, heeft de initiatiefneemster een planschadeverhaalsovereenkomst gesloten met de gemeente. Eventuele planschade komt hierdoor niet voor rekening van de gemeente. De kosten met betrekking tot het ambtelijk apparaat zijn afgedekt door de leges.

6.2

Handhaving

Sinds 1 april 2005 werkt de gemeente Horst aan de Maas samen met de gemeente Venray als het gaat om handhaving. Onder deze samenwerking valt niet alleen de uitvoering, maar ook alle juridische, administratieve en beleidsmatige ondersteuning. In 2017 is het Beleidsplan VTH Horst aan de Maas 2017-2020 in werking getreden. De gemeenten Horst aan de Maas en Venray voeren hun handhavingstaken uit op basis van de volgende visie: de gemeenten Horst aan de Maas en Venray stellen een gezonde, veilige, leefbare en groene leefomgeving centraal. Handhaving is één van de middelen om de kwaliteit van wonen, leven en werken te behouden en te versterken. De besturen van de gemeenten streven naar een gestructureerd en integraal handhavingsbeleid, waarbij preventief belang voorop staat. De betrokkenheid en het eigen verantwoordelijkheidsbesef van de burgers, bedrijven en instellingen moeten daarbij worden vergroot. Als de preventieve inzet (informatievoorziening) niet werkt en het geschonken vertrouwen wordt beschaamd, volgt daadwerkelijk handhavend optreden. Zo krijgt iedereen de aanpak die hij/zij verdient.

Bestemmingsplan “Blaktweg 10A Melderslo” gemeente Horst aan de Maas

35

6.3

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

De uitgangspunten voor het beleid, zoals opgenomen in onderhavig bestemmingsplan, zijn terug te vinden in de vigerende bestemmingsplannen Over het beleid is reeds consensus bereikt. Het college van Burgemeester en Wethouders van de gemeente Horst aan de Maas heeft aangegeven in te kunnen stemmen met de voorgenomen ontwikkelingen.

Bij de voorbereiding van een ruimtelijk besluit moeten burgemeester en wethouders overleg plegen met het waterschap, met andere gemeenten van wie de belangen bij het plan betrokken zijn en met de betrokken rijks- en provinciale diensten. Van het vooroverleg kan worden afgezien indien de betrokken diensten aangeven dat overleg niet noodzakelijk is.

Gezien het voorgaande wordt het plan maatschappelijk uitvoerbaar geacht.

Bestemmingsplan “Blaktweg 10A Melderslo” gemeente Horst aan de Maas

36

7 JURIDISCHE TOELICHTING Dit bestemmingsplan is opgesteld conform de SVBP2012 alsmede de Wet ruimtelijke ordening (Wro) en het Besluit ruimtelijke ordening (Bro).Het bestemmingsplan is vervat in een verbeelding, regels en een toelichting. De verbeelding is getekend op een bijgewerkte en digitale kadastrale ondergrond, schaal 1:500 waarop de specifieke bestemmingen zijn weergegeven.

Aan het bouwperceel is een woonbestemming en een bouwrecht toegekend. Aan de percelen waar de tegenprestatie plaatsvindt is de bestemming ‘Natuur’ toegekend. Uitgangspunt is het bestemmingsplan ‘Buitengebied Horst aan de Maas’. Toelichting op de regels: Bij het opstellen van de planregels is uitgegaan van het rapport Standaard Vergelijkbare BestemmingsPlannen 2012 (SVBP 2012) en conform de systematiek van het bestemmingsplan buitengebied 2009. De regels zijn verdeeld in 4 hoofdstukken, te weten:

Hoofdstuk 1:

Inleidende regels met daarin de begrippen en de wijze van meten

Hoofdstuk 2:

Wijzigingsregels.;

Hoofdstuk 3:

Algemene regels, waaronder zijn opgenomen de anti-dubbeltelbepaling, algemene bouwregels en algemene afwijkings-, wijzigings- en procedureregels;

Hoofdstuk 4:

Overgangs- en slotregels, waarin het overgangsrecht en de slotregel zijn opgenomen

Bestemmingsplan “Blaktweg 10A Melderslo” gemeente Horst aan de Maas

37

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10229735/2