CConstaterende datHorst aan de Maas
Koppel je AI →
Document · PDF

03c Bijlage 1 - huisstijl gemeente - IHP Horst aan de Maas

Gemeenteraad 19 november 2024, gemeente Horst aan de MaasBij agendapunt: Voorstel tot het vaststellen van het Integraal Huisvestingsplan Onderwijs Horst aan de Maas inclusief het projectenoverzicht 2025 – 2028 en de meerjarige doorkijk 2029-2040.10.024 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Inhoudsopgave 1.

2.

3.

4.

Inleiding

4

1.1

Aanleiding

4

1.2

Scope en status IHP

4

1.3

Leeswijzer

5

Beleidskader onderwijs- en kinderopvanghuisvesting

6

2.1

Speerpunt: passend, inclusief en thuisnabij onderwijs

7

2.2

Speerpunt: integrale kindcentra

9

2.3

Speerpunt: eigen leerroutes voor elke leerling en vloeiende overgangen

11

2.4

Speerpunt: opleiden voor en met de regio

11

2.5

Speerpunt: gezond opgroeien

12

2.6

Speerpunt: kwaliteit huisvesting en duurzaamheid

13

Scenario’s

17

3.1

Horst

17

3.2

Sevenum

20

3.3

Grubbenvorst

21

3.4

Lottum

22

3.5

Melderslo

24

3.6

Kronenberg

25

3.7

Broekhuizenvorst

26

3.8

Meerlo

27

3.9

Hegelsom

28

3.10 Meterik

29

3.11 America

30

3.12 Swolgen

31

3.13 Griendtsveen

32

Financiële kaders

34

4.1

Uitgangspunten

34

4.2

Totale investering IHP

35

4.3

Prioritering en fasering

35

De inhoud van deze uitgave is eigendom van ICS Adviseurs B.V. te Zwolle. Enkel de opdrachtgever waarmee ICS Adviseurs B.V. een overeenkomst is aangegaan, heeft een gebruiksrecht voor deze uitgave. De inhoud en omvang van dat gebruiksrecht zijn vastgelegd in de algemene voorwaarden van ICS Adviseurs B.V., gedeponeerd bij de Rechtbank Overijssel onder nummer 9/2021, dan wel in de overeenkomst zoals hiervoor bedoeld. Elk ander gebruik van deze uitgave, door opdrachtgever en of derden is uitgesloten, inhoudende dat niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand, of openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, via internet, door fotokopieën, opnamen of enige andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van ICS Adviseurs B.V.

2/37

Bijlagen: 1. 2.

Factsheets Leerlingenprognoses Pronexus juli 2023

3/37

1. Inleiding 1.1 Aanleiding Op het gebied van onderwijshuisvesting is er de nodige dynamiek. Zowel de landelijke ontwikkelingen als de lokale context in Horst aan de Maas vragen om duidelijke, door schoolbesturen, kinderopvangorganisaties en gemeente gedragen, kaders voor toekomstbestendige onderwijs- en kinderopvanghuisvesting. De lokale context is er één met vele uitdagingen: vergrijzing, krimp of juist groei van het aantal leerlingen, leegstand en verouderde, niet duurzame schoolgebouwen. De afgelopen jaren is actief gewerkt aan het realiseren van projecten uit het huidige Uitvoeringsprogramma (2020 – 2025). Daarnaast is er een nieuwe onderwijsvisie opgesteld, welke richtinggevend is voor de actualisatie van het Integraal Huisvestingsplan (IHP) en het nieuwe Uitvoeringsprogramma. De context, de nieuwe onderwijsvisie en het aflopen van het Uitvoeringsprogramma maakt dat de partners (gemeente, onderwijs en kinderopvang) behoefte hebben aan een geactualiseerd IHP en Uitvoeringsprogramma. Het voorliggende IHP-rapport is opgesteld onder begeleiding van ICSadviseurs en in samenwerking met alle schoolbesturen voor het primair en voortgezet onderwijs, de kinderopvangorganisaties in kindcentra en de gemeente Horst aan de Maas.

1.2 Scope en status IHP Een IHP is een belangrijk lokaal sturingsinstrument in het realiseren van diverse onderwijskundige, beleidsmatige en maatschappelijke ambities waarbij onderwijshuisvesting dus niet alleen een antwoord is op een ruimtevraag, maar ook een strategisch bedrijfsmiddel om genoemde ambities te ondersteunen of te realiseren (PO-raad). Het IHP Horst aan de Maas biedt een perspectief voor alle onderwijslocaties voor het primair- en voortgezet onderwijs voor de komende 16 jaar (periode 2025 - 2040). Het IHP anticipeert op een aanstaande wetswijziging, waarvan de invoering naar verwachting medio 2025 zal plaatsvinden. Het IHP vormt een perspectief om alle besluiten rondom investeringen in huisvesting de komende jaren langs te leggen en wordt (bij voorkeur) iedere 4 jaar geactualiseerd. Het IHP is als het ware een koersdocument en geen blauwdruk. Op deze manier blijft flexibiliteit (beargumenteerd) behouden. Het is aan alle partijen om te waarborgen dat projecten en daaraan gekoppelde investeringen mogelijk zijn. Het IHP krijgt status met een vaststellingsbesluit vanuit de gemeenteraad. Naast de investering van de gemeente is er ook sprake van investeringen vanuit schoolbesturen.

Als partijen zich onverhoopt niet aan het IHP (kunnen) houden of er onderling niet uitkomen, dan wordt teruggevallen op de Verordening voorzieningen huisvesting onderwijs van de gemeente Horst aan de Maas. Het IHP is ter vaststelling aangeboden aan de gemeenteraad nadat overeenstemming is bereikt in de stuurgroep1.

1 De stuurgroep bestaat uit de gemeente, schoolbesturen en betrokken kinderopvangorganisaties.

4/37

1.3 Leeswijzer Een belangrijk uitgangspunt voor het IHP is dat het een gezamenlijk plan is van de schoolbesturen, kinderopvang en de gemeente. Betrokkenheid en draagvlak vormen de basis voor de aanpak. Het IHP is opgebouwd uit onderstaande punten: 

Actualisatie basisinformatie

Voor elke onderwijslocatie is op basis van zoveel mogelijk objectieve informatie een ‘factsheet’ gemaakt. Het gaat hier om gegevens als bouwjaar, exploitatielasten, technische en functionele kwaliteit en de ontwikkeling van vraag en aanbod op basis van de leerlingenprognoses. Tevens is het medegebruik van de (onderwijs)capaciteit inzichtelijk gemaakt. De factsheets zijn als bijlage 1 toegevoegd aan deze rapportage. 

Visie op onderwijs en kinderopvanghuisvesting

Om uiteindelijk tot plannen te kunnen komen, wordt eerst de vraag beantwoord wat de gemeente, de kinderopvangorganisaties en de schoolbesturen met hun onderwijs- en kinderopvanghuisvesting beogen. Thema’s als aanbod, inclusief en passend onderwijs, samenwerking, gezondheid en duurzaamheid zijn behandeld in werksessies. 

Situatieschets per kern

Aan de hand van de basisinformatie (factsheets) en het inzicht in de vooraf benoemde knelpunten en ontwikkelingen is een kansen- en scenariokaart gemaakt van de voorzieningen in de gemeente. Deze kansenen scenariokaart geeft de knelpunten per kern in een visualisatie weer. Tijdens de werksessies is per school(gebouw) stilgestaan bij mogelijke ontwikkelrichtingen, samenwerking & clustering en karakteristieken van het onderwijs en/of de huisvesting inclusief kinderopvang. Hieruit zijn verschillende scenario’s naar voren gekomen. 

Scenariovorming, prioritering en oplossingsrichting

Op basis van de scenario’s is een prioritering ontstaan met schoolgebouwen die binnen het IHP, in verschillende fasen, om een ingreep vragen. De basisinformatie uit de factsheets, de situatieschets per kern en de prioritering vormen de input voor huisvestingsscenario’s per locatie. Het huisvestingsscenario is erop gericht de geconstateerde knelpunten op te lossen en de geformuleerde ambities te realiseren. 

Financiële vertaling huisvestingsscenario’s

Voor de huisvestingsscenario’s worden de investeringskosten in beeld gebracht. Op basis hiervan kan vervolgens door de gemeente de consequentie voor de meerjarenbegroting worden gemaakt. 

Rapportage IHP

De visie op onderwijs- en kinderopvanghuisvesting, huisvestingsscenario’s per schoollocatie en de financiële vertaling zijn vastgelegd in het voorliggende rapport.

5/37

2. Beleidskader onderwijs- en kinderopvanghuisvesting De gemeente en schoolbesturen beschikken over een recente visie ‘Verdieping visie onderwijs en huisvesting Horst aan de Maas’ (maart 2023)2. Dit is een vervolg op het gezamenlijke visiedocument ‘visie onderwijs en huisvesting – onderwijs in verbondenheid met de gemeenschap’(juli, 2021). Deze actuele visie uit 2023 is leidend bij de totstandkoming van het nieuwe Uitvoeringsprogramma van het Integraal Huisvestingsplan (IHP) en de concretisering in beleidsuitgangspunten in 2023. Gemeente en schoolbesturen willen samen de regie nemen om te komen tot een onderwijslandschap dat aansluit bij de visie: onderwijs in verbondenheid met de gemeenschap. Tijdens het proces om tot het nieuwe Uitvoeringsprogramma/IHP te komen, is geconstateerd dat de opgestelde visie op onderdelen vraagt om aanscherping en vertaling naar beleidskaders voor de huisvesting. Deze oplegnotitie bevat die aanscherping naar beleidskaders op de zes speerpunten: 1. 2. 3. 4. 5. 6.

Passend, inclusief en thuisnabij onderwijs Integrale kindcentra Eigen leerroutes voor elke leerling en vloeiende overgangen Opleiden voor en met de regio Gezond opgroeien Kwaliteit huisvesting en duurzaamheid.

De verschillende speerpunten komen in een apart hoofdstuk aan de orde. Hierbij wordt steeds teruggepakt op de bestaande visie en vervolgens de aanscherping beschreven. Status De visie uit maart 2023 en deze notitie vormen samen het integrale visiedeel van het IHP Horst aan de Maas. Na vaststelling door de gemeenteraad is dat beleid.

2 De visie is niet formeel vastgesteld door de gemeenteraad. Het voorliggend IHP is een concretisering van de visie en wordt ter vaststelling

aangeboden aan de gemeenteraad.

6/37

2.1 Speerpunt: passend, inclusief en thuisnabij onderwijs Bestaande visie In de bestaande visie staat op hoofdlijnen bij dit speerpunt het volgende beschreven: 

  

Het streven is te komen tot schoolgebouwen en kindcentra waarin in beginsel de behoeften van ieder kind kunnen worden ingevuld. Het gaat dan bijvoorbeeld over sfeer, type ruimten, rust en rumoer, toegankelijkheid, et cetera. In de gebouwen wordt gestreefd naar het multifunctioneel inzetten van ruimten. Bijvoorbeeld een ruimte die voor verschillende activiteiten geschikt en gebruikt wordt of gebruik van ruimten door zorgpartners. De huisvesting biedt een diversiteit aan ruimten en sferen en differentiatie in werkvormen en groepsgrootte. Er wordt gekeken naar alternatieven: gebruik van ruimten in andere voorzieningen zoals een buurtcentrum of de school openstellen voor het dorp (bijvoorbeeld in de avonduren).

Beleidskaders Binnen de gemeente Horst aan de Maas wordt toegewerkt naar kindcentra met een op maat aanbod voor de wijk, het dorp of het gebied. Dit aanbod wordt door onderwijs, kinderopvang, gemeente en andere partijen (bijvoorbeeld jeugdzorg) vormgegeven. Binnen deze centra is ook aandacht voor het versterken van expertise waardoor meer kinderen thuisnabij onderwijs kunnen volgen. Deze benadering om vanuit inhoud te komen tot voorzieningen past ook binnen het programma vitale kernen. Concreet vertaalt dit zich in: 

  

Voor alle leerlingen is het streven naar thuisnabij onderwijs en thuisnabije kinderopvang. Voor kinderopvang en het basisonderwijs is dat de wijk of dorpskern. Voor het voortgezet onderwijs is dat binnen de gemeente. De meeste dorpen hebben een eigen basisschool en deze basisscholen blijven behouden mits dit vanuit onderwijskwaliteit verantwoord is (beslissingsbevoegdheid van het schoolbestuur). Voor sommige leerlingen uit het primair en voortgezet onderwijs is en blijft er behoefte aan meer specialistische onderwijsvoorzieningen die minder thuisnabij zijn. In de kindcentra waarin meerdere functionaliteiten worden gecombineerd ligt de focus op preventie. Dit biedt ook kansen om budgetten te koppelen waardoor meer mogelijkheden ontstaan in de huisvesting qua type en aantal ruimten, maar ook de kwaliteit van ruimten omdat vanuit meerdere partijen en/of beleidsterreinen middelen komen.

7/37

Voorstel: hedendaags onderwijs vraagt om meer ruimte Het hedendaagse onderwijs vraagt om meer ruimte. In het onderwijs zijn twee ontwikkelingen gaande die op gespannen voet staan met de normatieve vierkante meters. Het gaat dan om het passend onderwijs en het streven om te komen tot meer inclusief onderwijs. Daarnaast ontwikkelt het onderwijs zich ook naar andere onderwijsconcepten met bijvoorbeeld meer gepersonaliseerde werkwijzen van het toekomstige onderwijs. Beide ontwikkelingen hebben invloed op de ruimtebehoefte en -vraag vanuit het onderwijs. Het gaat dan om meer diversiteit aan werkplekken én meer spreekruimten. Dit om zo meer ruimte te geven aan begeleiding/ondersteuning (bijvoorbeeld vanuit school en/of jeugdhulp) maar ook dat kinderen kunnen leren op de plek die bij de leerling/activiteit past (bijvoorbeeld in stilte of in groepsverband samenwerken aan een project). Het voorstel is om hiervoor extra vierkante meters beschikbaar te maken bovenop de normatieve vierkante meters. In een bestaand gebouw met overmaat aan vierkante meters (leegstand) kan de leegstand worden ingezet, maar bij (vervangende) nieuwbouw die ‘aan de maat’ wordt gemaakt, bestaat die mogelijkheid niet. Hiervoor is een beleidsregel van ‘extra vierkante meters’ een mogelijkheid. De investering van deze extra vierkante meters wordt gedaan vanuit de gemeente.

De exploitatiekosten komen voor rekening van het schoolbestuur. De investering kan aan de orde zijn bij vervangende nieuwbouw (of uitbreiding) en vernieuwbouw. Het schoolbestuur geeft een inhoudelijke onderbouwing van de benodigde extra vierkante meters. In deze onderbouwing wordt ook de mogelijkheid van multifunctioneel ruimtegebruik met andere partijen meegenomen waardoor wellicht de extra vierkante meters op een slimme manier kunnen worden gerealiseerd of vanuit meerdere gebruikers kunnen worden gebruikt en betaald. Met de onderbouwing is de realisatie van de extra vierkante meters mogelijk. Het is geen verplichting of vanzelfsprekendheid maar komt voort uit de inhoudelijke ambitie voor passend en inclusief onderwijs en de onderbouwde vertaling van de behoefte aan extra vierkante meters.

8/37

2.2 Speerpunt: integrale kindcentra Bestaande visie In de bestaande visie staat op hoofdlijnen bij dit speerpunt het volgende beschreven:    

De integrale kindcentra zijn geen blauwdruk maar sluiten per kern/wijk aan op de lokale behoeften van kinderen/leerlingen. De huisvesting faciliteert samenwerking en ontmoeting tussen kinderopvang en onderwijs. Er zijn diverse ruimten voor diverse doeleinden. Deze ruimten kunnen door diverse doelgroepen worden gebruikt. Een flexibele opzet van (onderwijs)gebouwen waardoor multifunctioneel ruimtegebruik mogelijk is voor diverse activiteiten en gebruikers.

Beleidskader Gedegen integrale kindcentra komen tot stand via een intensieve samenwerking tussen onderwijsorganisatie en kinderopvangorganisatie. Deze samenwerking geeft verder vorm en inhoud aan een afgestemd aanbod voor de kinderen in een wijk, kern of gemeente. Deze samenwerking dient te worden behouden en verder te worden uitgebouwd. De huisvesting kan en mag daarin niet verstorend zijn, maar is faciliterend en ondersteunend. Concreet vertaalt dit zich in: 

  

De kleuring van een integraal kindcentrum (IKC) is vanuit de behoefte van het kind met daarnaast aandacht voor de lokale behoefte vanuit wijk, kern of omgeving. Het is de taak van onderwijs en kinderopvang, al dan niet samen met andere partijen (jeugdzorg, gemeente, et cetera), om dit op maat vorm te geven. Onderwijs en kinderopvang zijn gelijkwaardig. Dit betekent in de praktijk dat kinderopvang niet wijkt voor het onderwijs wanneer het onderwijs een extra capaciteitsbehoefte heeft. Voorwaarde is wel dat bij een gemeentelijke investering er sprake is van zakelijke afspraken over de bekostiging van de huisvesting van de kinderopvangorganisatie of andere betrokken organisaties (zie ook tekstkader). Voor de bekostiging van de huisvesting van kinderopvang (of een andere betrokken organisatie) zijn twee routes: (1) de kinderopvangorganisatie investeert zelf (voorkeur) of (2) de gemeente investeert met een langlopende huurafspraak op basis van een minimaal kostprijsdekkende afspraak. Een combinatie van beide vormen is ook denkbaar. Bij de vorming van integrale kindcentra staat hetgeen het kind nodig heeft voorop en niet het belang van de betrokken organisaties. De keuze voor een kindpartner ligt bij het schoolbestuur.

In het IHP wordt rekening gehouden met de bestaande verwijzingsafspraak van inzet van leegstand in Sevenum, Horst en Grubbenvorst3 en welke eventuele gevolgen dit heeft voor scenario’s. Accommodatiebeleid en het IHP Het proces van het actualiseren van het accommodatiebeleid verloopt parallel aan het IHP. Zowel het nieuwe accommodatiebeleid als het IHP gaan uit van multifunctionele accommodaties, waarbij de partners elkaar versterken op inhoud (samenwerking) en exploitatie.

3 Verordening voorzieningen huisvesting onderwijs gemeente Horst aan de Maas 2015.

9/37

Spelregels bij verschillende uitgangsposities: 

(Vervangende) nieuwbouw of vernieuwbouw: in deze situatie is het vormen van een IKC het uitgangspunt. Dit kan worden gedaan door het realiseren van nieuwe meters (nieuwbouw of uitbreiding) of bestaande vrije onderwijsmeters aan te passen voor de kinderopvangorganisatie. Daarbij worden de meters onttrokken aan de onderwijscapaciteit en het claimrecht van de gemeente. Bestaande scholen: vanuit de inhoudelijke denkrichting, het vormen van IKC’s, hebben kinderopvangorganisaties op meerdere scholen leegstaande ruimten in gebruik genomen. Formeel gaat het hier om medegebruik of verhuur van onderwijscapaciteit (in lijn met de Verordening voorziening huisvesting onderwijs gemeente Horst aan de Maas). Wanneer een school een capaciteitsprobleem heeft, dan gaan gemeente, schoolbestuur en de kinderopvangorganisatie met elkaar in gesprek om vanuit inhoud tot een oplossing te komen. De gemeente werkt in voorkomende gevallen mee aan een huisvestingsoplossing voor de kinderopvangorganisatie in de school op voorwaarde dat de bekostiging van de extra vierkante meters voor het onderwijs wordt vergoed door de kinderopvangorganisatie (borgen in zakelijke afspraken).

10/37

2.3 Speerpunt: eigen leerroutes voor elke leerling en vloeiende overgangen Bestaande visie In de bestaande visie staat op hoofdlijnen bij dit speerpunt het volgende beschreven:   

Een schoolgebouw of kindcentrum is zoveel mogelijk flexibel. Een flexibele opzet maakt het mogelijk om gebouwen in de toekomst met beperkte ingrepen aan te passen aan behoeften en ambitie van die tijd. Binnen de kindcentra gaan we (veel) meer gebruikmaken van elkaars ruimten en gemeenschappelijke ruimten4. Vanuit de kinderopvangorganisatie en onderwijsinstelling is aandacht voor de vloeiende overgangen (regel vanuit de inhoud en niet voor de huisvesting).

Beleidskader Bovenstaand speerpunt is een inhoudelijk punt dat kan resulteren in huisvestingsvraagstukken. Vanuit de inhoud moet er ruimte zijn om leerroutes vorm te geven maar ook ruimte voor initiatieven om de samenwerking tussen PO en VO meer vorm te geven. In het beleid wordt geborgd dat wanneer partijen vanuit inhoud tot een andersoortige samenwerking komen, dat ook kan betekenen dat dit consequenties heeft voor de gewenste huisvesting. De gemeente heeft vanuit haar faciliterende betrokkenheid daarin een rol om actief in gesprek te gaan met partijen om te komen tot een passende huisvestingsvoorziening, binnen de onderwijsvoorziening of een andere voorziening. Daaruit kunnen gemeentelijke investeringen in de huisvesting uit voortkomen.

2.4 Speerpunt: opleiden voor en met de regio Bestaande visie In de bestaande visie staat op hoofdlijnen bij dit speerpunt het volgende beschreven: 

Bij (vervangende) nieuwbouw of vernieuwbouw wordt actief nagedacht over welke voorzieningen de organisatie zelf in haar eigen huisvesting nodig heeft en welke voorzieningen ook elders kunnen worden gehuisvest (bijvoorbeeld binnen andere maatschappelijke voorzieningen of het bedrijfsleven). Het actief verkennen van aanwezigheid van maatschappelijke organisaties en initiatieven in de omgeving van de onderwijslocatie. Welke kansen biedt dit voor samenwerking en/of gezamenlijke huisvesting. Vanuit het onderwijs is er een open houding om ruimten beschikbaar te stellen aan ondernemers en andere (maatschappelijke) organisaties (buiten schooltijd of onder schooltijd waar mogelijk). Deze beschikbaarheid is situationeel afhankelijk en wordt per keer bekeken en verkend. Daarbij ligt het meer voor de hand om ruimten te delen met partijen die aansluiting hebben bij de onderwijsvoorziening (lees: het aanbod binnen het (voortgezet) onderwijs).

Beleidskader Dit vertaalt zich in een open houding naar samenwerking met de volgende accenten: 

Vanuit het (voortgezet) onderwijs ligt samenwerking met het bedrijfsleven meer voor de hand. Daarbij kan naar gezamenlijk gebruik van ruimten en het delen van exploitatiekosten worden gekeken. Wellicht is er ook de mogelijkheid om gezamenlijk te investeren in inrichting van ruimten gebruikmakend van de hedendaagse technieken/behoeften van het bedrijfsleven.

4 Dit komt overeen met het accommodatiebeleid.

11/37

2.5 Speerpunt: gezond opgroeien Bestaande visie In de bestaande visie staat op hoofdlijnen bij dit speerpunt het volgende beschreven:  

Er worden groene en open omgevingen gerealiseerd die uitnodigen tot bewegen. Bij de keuze voor een locatie spelen diverse omgevingsaspecten een rol in relatie tot gezond opgroeien. Het gaat dan bijvoorbeeld over de aanwezigheid van groen, de nabijheid van beweegvoorzieningen, et cetera. Er is ook aandacht voor het mentale welzijn door binnen de gebouwen een variëteit aan werkvormen aan te bieden. Ook wordt gekeken naar de mogelijkheid van binnen- en buitenlesactiviteiten.

Beleidskader Gezond opgroeien vertaalt zich in een groene en ruime omgeving rondom de kinderopvang- en onderwijsvoorzieningen en de buitenspeelruimte. Daarnaast zijn er goede faciliteiten voor het bewegingsonderwijs. Beide zijn belangrijk omdat het ook een preventieve werking heeft voor kinderen en daarmee inwoners van de gemeente Horst aan de Maas, zoals ook vastgelegd in het preventie- en sportakkoord. Buitenruimte Bij alle voorzieningen is het streven om voldoende buitenruimte te realiseren die ook aansluit bij het landelijke karakter van de gemeente Horst aan de Maas. Hiervoor wordt uitgegaan van 5 m² per leerling. Dit betreft de omvang van de buitenruimte voor het primair onderwijs. Daarnaast is er ook nog buitenruimte voor de kinderopvang. Voor de buitenruimte wordt actief gekeken naar koppelkansen met openbare speelvoorzieningen waardoor meer mogelijkheden ontstaan en ruimten kunnen worden gedeeld. De ambitie is dat een schoolplein openbaar toegankelijk is buiten de gebruikstijden van het onderwijs en de kinderopvang, tenzij er redenen zijn vanuit veiligheid etc. Het is per keer maatwerk vanuit zowel geschiktheid locatie als bekostiging5. Bewegingsonderwijs Het bewegingsonderwijs heeft een belangrijke functie in de lichamelijke opvoeding van kinderen, valpreventie, gezondheidsbevordering en draagt bij aan gezond opgroeien.

Gemeente en schoolbesturen streven naar het organiseren van bewegingsonderwijs in een gymzaal of sporthal in en rondom de school. Dit heeft de sterke voorkeur vanuit veiligheid en tijd voor het bewegingsonderwijs. Het is maatwerk per casus. Als er geen gymzaal of sporthal aanwezig is dan is het acceptabel om het volgende te onderzoeken: 

  

De mogelijkheid om bewegingsonderwijs vorm te geven met voorzieningen in de omgeving (nabij mogelijk) door het (deels) benutten van beweegvoorzieningen, zowel binnen als buiten, in de omgeving zoals bij sportverenigingen, gemeenschapshuizen of openbare speel- en beweegvoorzieningen. Het integreren van beweegvoorzieningen in gemeenschapshuizen door bijvoorbeeld een grote zaal met extra sport- en beweegvoorzieningen (kijken naar lokale maatwerkoplossingen met goede afspraken). Het realiseren van een vergroot speellokaal bij realisatie van (vervangende) nieuwbouw/vernieuwbouw. Het realiseren van buitengymzalen waardoor de doelen vanuit het curriculum kunnen worden behaald maar niet altijd een (of steeds vaker geen) gymzaal nodig is.

Voor de gemeente vormt de betaalbaarheid van voorzieningen een aandachtspunt. In de uitwerking dient dit per geval/situatie te worden bekeken. Combinatie van gebruik van beweegvoorzieningen is daarbij een belangrijk gegeven.

5 Als er geen alternatief in de omgeving is, dan is er een rol voor de gemeente (Speelruimteplan Horst aan de Maas, 2002).

12/37

2.6 Speerpunt: kwaliteit huisvesting en duurzaamheid Bestaande visie In de bestaande visie staat op hoofdlijnen bij dit speerpunt het volgende beschreven:   

  

De onderwijsgebouwen voldoen aan Frisse Scholen klasse B (overwegend, er zijn ook uitzonderingen), een gezond binnenklimaat en adequate akoestiek. Voor nieuwbouw wordt uitgegaan van ENG (energieneutraal gebouw), gemiddeld Frisse Scholen klasse B en aardgasloos. Bij levensduurverlengende renovatie (minimaal 40 jaar) wordt uitgegaan van ENG (waar dit niet kan beargumenteerd bijna energieneutraal gebouw (BENG)), gemiddeld Frisse Scholen klasse B en aardgasloos (waar al mogelijk/verplicht). Bij levensduurverlengende renovatie (minimaal 25 jaar) wordt uitgegaan van BENG (waar dit kan beargumenteerd ENG), gemiddeld Frisse Scholen klasse B en aardgasloos (waar al mogelijk/verplicht). De huisvesting is toekomstbestendig en flexibel. De huisvesting is inclusief, toegankelijk en veilig. Het handboek Toegankelijkheid is leidend.

Beleidskader Bij de kwaliteit van de huisvesting is het fundament dat het voldoet aan wet- en regelgeving. Daarnaast is het beleidskader bedoeld om nu bewuste investeringen te doen in de huisvesting die langere tijd effectief zijn. Zowel de gemeente als het schoolbestuur investeert met maatschappelijke middelen die beperkt zijn. Het is daarom extra belangrijk dat een huidige investering zo lang mogelijk effectief blijft. Om dit te waarborgen wordt een aantal beleidskaders en uitvoeringsafspraken gemaakt: (Vervangende) nieuwbouw Bij (vervangende) nieuwbouw gaat het om schoolgebouwen waarvoor in het IHP een noodzaak tot vervanging is aangetoond. Deze gebouwen vereisen op korte termijn een grootschalige ingreep in de vorm van (vervangende) nieuwbouw. Nieuwe schoolgebouwen dragen, waar mogelijk, maximaal bij aan de verduurzamingsopgave. Dit wil zeggen bouwen volgens ENG6. Het streven op het gebied van gezondheid is gemiddeld Frisse Scholen klasse B (overwegend, er zijn ook uitzonderingen) te behalen. Voor de maatregel (vervangende) nieuwbouw zijn de volgende spelregels van toepassing: 

  

Een haalbaarheidsonderzoek moet aantonen of vervangende nieuwbouw of levensduurverlengende renovatie het meest verantwoord is. Hierbij wordt gekeken naar de onderdelen: (1) functionaliteit, (2) bouwkundig, (3) installatietechnisch, (4) verduurzaming en (5) toekomstbestendigheid. Het haalbaarheidsonderzoek dient in gezamenlijke opdracht van gemeente en schoolbestuur te worden gemaakt om eenzijdige sturing te voorkomen. De gemeente financiert het wettelijke deel (momenteel BENG, gemiddeld Frisse Scholen klasse B en aardgasloos). De stap van BENG naar ENG wordt gezet met een bijdrage vanuit het schoolbestuur (totdat ENG het wettelijk kader wordt) waarbij de Total Cost of Ownership (TCO-)benadering wordt toegepast7. Het uitgangspunt is dat deze eenmalige bijdrage kan worden verantwoord door terugverdienen passend binnen het Onderwijsaccountantsprotocol. Indien het schoolbestuur dat niet kan, pleegt de gemeente de extra investering om ENG mogelijk te maken. Het haalbaarheidsonderzoek moet aantonen hoe hoog de bijdrage van het schoolbestuur is aan de volledige investering (passend binnen het Onderwijsaccountantsprotocol). Dit wordt per haalbaarheidsonderzoek uitgevoerd. Voorafgaand aan de planvorming worden tussen de gemeente en het schoolbestuur de afspraken over inbreng van een schoolbestuurlijke bijdrage vastgelegd.

6 Dit is vooruitlopend op wetgeving per 2027. 7 Bij TCO wordt er gekeken naar een balans in investerings- en exploitatiekosten voor de gehele levensduur van een gebouw.

13/37

 

Onderdeel van het haalbaarheidsonderzoek is een scan8 om te beoordelen welke klimaatadaptieve en natuurinclusieve maatregelen er mogelijk zijn. De ambities voor flexibiliteit, inclusie en circulariteit dienen bij nieuwbouwprojecten zoveel als mogelijk te worden geïntegreerd, passend binnen het budget.

Het realiseren van uitbreiding bij een schoolgebouw is een variant van nieuwbouw. Vaak gaat het hier om kleinere projecten waardoor het bedrag voor nieuwbouw kan oplopen (afhankelijk van de grootte). Bij een dergelijke kleine uitbreiding is het duurzaamheidsconcept van het bestaande gebouw leidend en is de uitbreiding minimaal BENG. Levensduurverlengde renovatie (minimaal 40 jaar) Deze ingreep wordt beschouwd als een volwaardig alternatief voor nieuwbouw. Hierbij wordt het bestaande gebouw op kwalitatief hoog niveau verbeterd, met als doel de levensduur met minimaal 40 jaar te verlengen. Tegelijkertijd wordt het gebouw duurzamer en onderhoudsarmer gemaakt. Daarnaast wordt ook een adequaat binnenklimaat meegenomen conform de vereisten van gemiddeld Frisse Scholen klasse B. Omdat levensduurverlengende renovatie (minimaal 40 jaar) als een gelijkwaardig alternatief wordt beschouwd, worden dezelfde doelstellingen nagestreefd als bij nieuwbouw. Voor de maatregel vernieuwbouw levensduurverlengend 40 jaar zijn de volgende spelregels van toepassing: 

  

Een haalbaarheidsonderzoek moet aantonen of vervangende nieuwbouw of levensduurverlengende renovatie het meest verantwoord is. Hierbij wordt gekeken naar: (1) functionaliteit, (2) bouwkundig, (3) installatietechnisch, (4) verduurzaming en (5) toekomstbestendigheid. De gemeente en het schoolbestuur stellen gezamenlijk het haalbaarheidsonderzoek op om te voorkomen dat er eenzijdige sturing plaatsvindt. De bijdrage vanuit de gemeente en aanvullende bijdrage vanuit het schoolbestuur is vergelijkbaar met de spelregels voor nieuwbouw. Er wordt gerekend met hetzelfde investeringsbedrag voor zowel vernieuwbouw als (vervangende) nieuwbouw. De ruimtebehoefte voor vervangende nieuwbouw vormt de basis voor de indicatieve investeringskosten, waaruit ook een vernieuwbouw moet kunnen worden bekostigd.

In het afwegingskader binnen het haalbaarheidsonderzoek dienen de volgende afwegingen ten grondslag te liggen aan de motivatie om te kiezen voor vernieuwbouw in plaats van nieuwbouw: ─ Het gebouw heeft een goede uitstraling, ligging en/of functionaliteit, en/of; ─ Het gebouw heeft verschillende bouwdelen, en/of; ─ Het gebouw heeft nog een hoge boekwaarde, en/of; ─ De exploitatie vormt geen probleem, en/of; ─ Vernieuwbouw vormt een duurzamer alternatief dan nieuwbouw, circulaire maatregelen worden hierin meegenomen, en/of; ─ Er is ruimte in het gebouw of op het terrein om het gewenste aanbod te realiseren, en/of; ─ Het gebouw is dusdanig flexibel dat er multifunctioneel gebruik van ruimten kan worden gemaakt en aanpassingen/uitbreidingen in de toekomst mogelijk zijn (indien gewenst); ─ Welke mogelijkheden zijn er om bij vernieuwbouw rekening te houden met klimaatadaptatie, natuurinclusie, inclusie en circulariteit.

In het proces om te komen tot een afweging voor levensduurverlengende renovatie (minimaal 40 jaar) zijn nog vijf spelregels van toepassing:  

Indien er aanleiding is om de bouwkundige en installatietechnische maatregelen ter discussie te stellen, kan een gebrekenrapportage inclusief maatregelen worden opgesteld ter onderbouwing. Er kunnen argumenten zijn om een bestaand gebouw toch te handhaven in plaats van (vervangende) nieuwbouw, zoals een monumentale status. Dit dient uitgebreid te worden beargumenteerd in een haalbaarheidsonderzoek9 en betrokken organisaties komen in gezamenlijkheid tot een besluit. Daarna is

8 Inzicht in verduurzamingsmogelijkheden in lijn met het klimaatbeleid. 9 Waarbij rekening wordt gehouden met de functionaliteit voor onderwijs- en kinderopvanghuisvesting.

14/37

  

het een maatregel die conform levensduurverlengende renovatie (minimaal 40 jaar) voor bekostiging in aanmerking komt. Aandachtspunt voor in- of uitbreiden met behoud van onderwijs- en kinderopvangconcept. Aandacht voor de locatie (in de wijk/kern en leerlingenprognoses). Aandacht voor de klimaateffecten.

Levensduurverlengende renovatie (minimaal 25 jaar) Voor scholen waarvan het toekomstperspectief onzeker is (vanwege leerlingenaantallen, ruimtelijke ontwikkeling et cetera), maar het gebouw vanuit kwalitatief oogpunt om een ingreep vraagt, kan een levensduurverlenging van minimaal 25 jaar passend zijn. Voor deze maatregel levensduurverlengende renovatie zijn de volgende spelregels van toepassing: 

 

Bij levensduurverlengde renovatie van minimaal 25 jaar wordt gekeken naar: ─ Functionaliteit: verbeteren van de functionaliteit (flexibiliteit, multifunctionaliteit en aansluiten onderwijsconcept); ─ Bouwkundig: levensduurverlenging door investering in bouwkundige ingrepen; ─ Installatietechnisch; ─ Toekomstbestendigheid; ─ Verduurzaming van het gebouw (BENG). De gemeente is verantwoordelijk voor het bekostigen van de kwaliteitverhogende (en levensduurverlengde) ingrepen. Dit onder de voorwaarde dat kan worden aangetoond dat het onderhoud consistent op een goed kwalitatief niveau is uitgevoerd. De gemeentelijke bijdrage is maximaal 70% van de investering voor nieuwbouw. Dit percentage markeert het omslagpunt waarop nieuwbouw, vanuit bedrijfseconomisch oogpunt, meer verantwoord is dan renovatie. Uitgangspunt is dat de ingrepen die met deze vergoeding te bekostigen zijn ervoor zorgen dat de levensduur van het totale pand met minimaal 25 jaar wordt verlengd. De schoolbesturen blijven verantwoordelijk voor de bekostiging van de onderhoudswerkzaamheden zoals opgenomen in het MJOP. Op het moment dat helder is dat er een ingreep komt, wordt getracht de onderhoudswerkzaamheden zoveel mogelijk te clusteren in combinatie met de ingreep. Deze koppeling van middelen wordt meegenomen in het haalbaarheidsonderzoek.

De haalbaarheid van de ambities op het gebied van flexibiliteit, inclusie en circulariteit worden onderzocht, maar zijn geen doel op zich.

Toekomstbestendig bouwen Het realiseren van flexibele huisvesting vraagt in de planvormingsfase van (vervangende) nieuwbouw of vernieuwbouw om rekening te houden met: 

De toekomstige uitbreidbaarheid van het gebouw. Dit kan in de vorm van een grondgebonden aanbouw of als verdieping op het bestaande gebouw. In de ruimtelijk-planologische zin dient hier rekening mee te worden gehouden door in het bestemmingsplan en bij het bepalen van het terreinoppervlak te anticiperen op een toekomstige uitbreiding. Dit is in lijn met het onderwijs- en kinderopvangconcept. Toekomstige (interne) aanpasbaarheid. Dit om groei, krimp, technische vernieuwing en/of onderwijsontwikkeling (flexibel) op te vangen. Het gebouw faciliteert daarmee de gebruikers en niet andersom. Het installatieconcept speelt hierin een grote rol. Bij de planvorming wordt het installatieconcept zodanig ontworpen dat eventuele aanpassingen geen aanzienlijke investeringen vereisen. De mogelijkheid het schoolgebouw in de toekomst (gedeeltelijk of volledig) te transformeren naar een andere functie. Indien gedeeltelijk dan gaat dit niet ten koste van de functionaliteit voor het onderwijs en de kinderopvang.

Bovenstaande punten worden vooraf bij de ontwikkeling van toekomstige huisvesting meegegeven en door de bouwheer verantwoord gedurende het proces.

15/37

Circulariteit In het ontwikkelproces (circulair ontwerpproces) wordt uitgegaan van circulair bouwen waar mogelijk. Per keer wordt gekeken naar de mogelijkheden en het budget (sluit aan bij bestaand beleid gemeente). Voor het slopen wordt uitgegaan van circulair slopen/oogsten van gebouwen en het hergebruiken van grondstoffen (in de particuliere sector of in toekomstige schoolgebouwen waar dat verantwoord kan). Binnen projecten worden biobased materialen toegepast waar dat mogelijk en verantwoord is. Hier wordt de ontwikkeling in de markt en de stand der techniek gevolgd en geen hogere standaard aangehouden. Schoolbesturen kunnen beargumenteerd aanspraak maken op aanvullend budget voor circulair bouwen. Als stelpost wordt uitgegaan van een opslag van 5% bovenop de normvergoeding Horst aan de Maas voor primair en voortgezet onderwijs inclusief ENG. Per project wordt bekeken in hoeverre deze extra vergoeding kan worden verstrekt, de gemeente beslist uiteindelijk over de toekenning en hoogte van het bedrag. De voorwaarden zijn:    

Vooraf toetsing welke maatregelen worden genomen in het kader van circulariteit. Onderbouwing in hoeverre deze maatregelen bijdragen aan circulariteit. Onderbouwing van de kosten voor de circulaire maatregelen, afgezet tegen kosten indien niet circulair wordt gebouwd. Effect van de genomen maatregelen op de exploitatielasten van het gebouw.

De onderbouwingen worden opgesteld, of kunnen worden getoetst, door een bouwkundige. Netcongestie De huidige netcongestie vormt een aandachtspunt bij de realisatie van projecten vanuit een IHP. De benodigde netaansluiting om te voldoen aan de vereisten is niet altijd beschikbaar vanuit de netbeheerder. Dit vraagt om maatregelen om deze periode tot circa 203010 te overbruggen. Bij aanvang van een project worden de projectaanvullende kosten in beeld gebracht. De kosten vanuit netcongestie vallen onder de projectaanvullende kosten.

10 Dit is het moment dat Enexis verwacht het stroomnet te hebben uitgebreid voor nieuwe aanvragen grootverbruik.

16/37

3. Scenario’s In dit hoofdstuk wordt, op basis van de visie en de geconstateerde knelpunten en kansen, het voorkeursscenario voor de onderwijsvoorziening geformuleerd. De gemeente Horst aan de Maas is opgedeeld in kernen. Per kern volgt een beschrijving van de onderwijsvoorziening(en) en het voorkeursscenario. Leerlingenprognose De gemeente Horst aan de Maas heeft voor de periode 2025-2043 nieuwe leerlingenprognoses laten opstellen (Pronexus, juli 2023). In de volgende paragrafen wordt de ontwikkeling van het leerlingenaantal per school beschreven. De leerlingenaantallen voor 2024 zijn gebaseerd op de telling van 1 oktober 2023, terwijl voor 2040 prognoses worden gehanteerd. Het is belangrijk op te merken dat deze prognoses slechts schattingen zijn en in werkelijkheid kunnen afwijken van de feitelijke situatie. De leerlingenprognoses zijn als bijlage 2 toegevoegd aan deze rapportage.

3.1 Horst

17/37

In de kern Horst zijn drie scholen voor het primair onderwijs gehuisvest, te weten: BS De Doolgaard, (S)BO De Twister en OBS Weisterbeek. Daarnaast is de voortgezet onderwijsvoorziening Dendron College gesitueerd in Horst. De Doolgaard Basisschool De Doolgaard is gehuisvest in een gebouw uit het bouwjaar 1955 dat in 2006 is gerenoveerd. Het gebouw is vier keer uitgebreid (1964, 1986, 2005 en 2007). De school huisvest op dit moment 353 leerlingen (2024). De leerlingenprognose laat zien dat het aantal leerlingen zal dalen naar 331 leerlingen (2040). De school vormt samen met kindpartner ’t Nest (kinderdagopvang, peuteropvang en bso) een kindcentrum. Daarnaast heeft BiblioNu een plek in het gebouw. Het schoolbestuur beoordeelt de technische staat en functionaliteit als slecht. Om dit aan te pakken wordt op dit moment het gebouw gerenoveerd (oplevering medio 2024). De renovatie heeft tevens als gevolg dat een deel van de onderwijscapaciteit wordt onttrokken ten behoeve van ’t Nest en de dependance (Doolgaard 60) wordt teruggegeven aan de gemeente. S(B)O De Twister Het schoolgebouw van De Twister huisvest zowel een basisschool als een school voor speciaal basisonderwijs. Het schoolgebouw dateert uit 196311, met een levensduurverlengende renovatie in 2015. Tijdens de renovatie is de school uitgebreid. Op dit moment heeft de basisschool 183 leerlingen (2024).

De leerlingenprognose laat zien dat het aantal leerlingen zal dalen naar 177 leerlingen (2040). Voor het speciaal basisonderwijs zal sprake zijn van een groei, namelijk van 81 leerlingen (2024) naar 91 leerlingen (2040). Huis van de Wijk en BiblioNu maken gebruik van ruimten in het gebouw. Het schoolbestuur beoordeelt de technische staat en functionaliteit als goed. De Twister beschikt niet over een goed geoutilleerde speelzaal voor de onderbouwleerlingen. Zij maken op dit moment gebruik van de naastgelegen gymzaal. Een knelpunt ontstaat mocht in de toekomst de gymzaal verdwijnen. OBS Weisterbeek Openbare basisschool Weisterbeek is gehuisvest in een gebouw uit het bouwjaar 1980. Het gebouw is in 2010 gerenoveerd. Daarnaast maakt de school tijdelijk gebruik van het voormalige ING-kantoor (bouwjaar 1993). Op dit moment heeft de school 346 leerlingen (2024). De leerlingenprognose laat zien dat het aantal leerlingen zal groeien naar 407 leerlingen (2040). De school werkt in het gebouw (hoofdgebouw en INGgebouw) samen met kindpartner ’t Nest (bso). Daarnaast heeft BiblioNu een plek in het gebouw. Het schoolbestuur beoordeelt de technische staat en functionaliteit als slecht. Om deze reden krijgt de school vervangende nieuwbouw in de wijk De Afhang (Almeweg)12.

Deze locatie zal ook huisvesting bieden aan kindpartner ’t Nest (kinderdagopvang, peuteropvang en bso) en krijgt een wijkontmoetingsfunctie. Met de verplaatsing van OBS Weisterbeek naar de wijk De Afhang ontstaat er een andere spreiding van scholen in Horst. Dit heeft mogelijk tot gevolg dat leerlingenstromen zullen veranderen. Voor OBS Weisterbeek is de maximum omvang van de school bepaald op 450 leerlingen. Dendron College Het Dendron College verzorgt onderwijs voor de afdelingen gymnasium, atheneum, havo, vmbo theoretische leerweg, vmbo kaderberoepsgerichte leerweg en vmbo basisberoepsgerichte leerweg. De beroepsgerichte afdelingen zijn: BWI (Bouwen, Wonen, Interieur), PIE (Produceren, Installeren & Energie) en Zorg & Welzijn. Op dit moment heeft het Dendron College 1.626 leerlingen (2024). De verwachting is dat dit groeit (1.641 leerlingen in 2040). Daarnaast heeft TaalRijk sinds het schooljaar 2018-2019 een plek op het Junior College. TaalRijk is de school voor Eerste Onderwijs aan Anderstaligen (EAO) voor de regio Horst en Venray. De leerling zit maximaal twee schooljaren op TaalRijk, daarna gaat hij/zij naar een reguliere school voor voortgezet onderwijs, het 11 Is vanaf 2015 in gebruik als school, was voorheen een kerk. 12 Voortkomend uit IHP periode 2020 – 2024.

18/37

mbo, de arbeidsmarkt of nog naar een inburgeringscursus. Het leerlingenaantal voor TaalRijk is afhankelijk van externe factoren en fluctueert. Op dit moment heeft TaalRijk 108 leerlingen (2024). In hetzelfde gebouw als TaalRijk, Junior College, zit ook SOOOOL 10–14. SOOOOL (samen, ontdekkend, onderzoekend, ontwerpend, ondernemend leren) is een onderwijsconcept van Dynamiek, Yuverta en Dendron College waarbij de keuze voor een definitief VO-advies wordt uitgesteld. Hierdoor hebben leerlingen tussen 10 en 14 jaar de tijd om zich te ontwikkelingen en te ontdekken wat bij hen past. Dat doen ze in hun eigen tempo met persoonlijke leerroutes, coaching en begeleiding door leerkrachten van het basis- én voortgezet onderwijs. Daarnaast heeft SOOOL ook een junior groep voor leerlingen van groep 4, 5 en 6, met name op het expertise hoogbegaafden. Op dit moment heeft SOOOOL 87 leerlingen (2024). Het schoolgebouw dateert uit 1995. Het schoolbestuur beoordeelt de technische staat als redelijk. De functionaliteit van het gebouw is matig tot slecht. Voor het Dendron College ligt er een principebesluit van het College van Burgemeester en Wethouders om middelen toe te kennen voor een levensduurverlengende renovatie die in 2024 door het schoolbestuur is uitgevoerd. Hierbij gaat het met name om investeringen in het moderniseren van binnen en buiten, binnenklimaat en verduurzaming.

De denkrichtingen voor de scholen zijn als volgt: BS De Doolgaard   

Levensduurverlengende renovatie (25 jaar) Uitvoeringsjaar: oplevering medio 2024 In lijn met het Uitvoeringsprogramma IHP 2020 – 2024

(S)BO De Twister 

In stand houden

OBS Weisterbeek   

Vervangende nieuwbouw Uitvoeringsjaar: oplevering 2026 In lijn met het Uitvoeringsprogramma IHP 2020 – 2024

Dendron College   

Levensduurverlengende renovatie (niet voor alle gebouwdelen). In het besluit is opgenomen met een levensduurverlenging van minimaal 20 jaar Uitvoeringsjaar 2024 De verwachting is dat vanaf 2040 het schoolgebouw om aandacht vraagt (op basis van leeftijd gebouw en MJOP)

19/37

3.2 Sevenum

In de kern Sevenum zijn twee scholen voor het primair onderwijs gehuisvest, te weten: BS de Ezelsbrug en OJBS de Krullevaar. De twee scholen zijn gezamenlijk gehuisvest in een schoolgebouw bestaande uit diverse bouwjaren. BS De Ezelsbrug en OJBS de Krullevaar Basisschool De Ezelsbrug is gehuisvest in een schoolgebouw uit 1955. Het schoolgebouw is meerdere keren uitgebreid (1972, 1981, 1997 en 2009) en kent geen renovatie. De school huisvest op dit moment 278 leerlingen (2024). De leerlingenprognose laat zien dat het aantal leerlingen zal groeien naar 334 leerlingen (2040). Direct grenzend aan De Ezelsbrug is openbare jenaplanschool de Krullevaar gevestigd. De Krullevaar zit in een bouwdeel uit 2005. Op dit moment heeft de school 166 leerlingen (2024). De leerlingenprognose laat zien dat het aantal leerlingen zal groeien naar 207 leerlingen (2040). Beide scholen werken samen met kindpartner ’t Nest (peuteropvang en bso), welke is gehuisvest in een eigenstandig pand naast de scholen. Daarnaast heeft BiblioNu een plek in het gebouw. Het schoolbestuur Dynamiek beoordeelt de technische staat en functionaliteit van de gebouwdelen voor De Ezelsbrug als slecht. Om deze reden is deze school opgenomen in het Uitvoeringsprogramma IHP 20202024. Voor het schoolbestuur Akkoord!po is de beoordeling van het gebouwdeel voor OJBS de Krullevaar beter.

De technische staat en functionaliteit is goed.

20/37

Voor de basisscholen De Ezelsbrug en OJBS de Krullevaar loopt er een scenario- en locatieonderzoek naar gezamenlijke huisvesting. Dit onderzoek vergelijkt levensduurverlengende renovatie met nieuwbouw op meerdere plekken in Sevenum. Uitgangspunt in het onderzoek is dat naast peuteropvang en bso ook kinderdagopvang wordt toegevoegd aan het aanbod van het kindcentrum. In het onderzoek wordt ook rekening gehouden met de groei van het aantal leerlingen voor beide scholen. In de huidige situatie zal de groei op termijn zorgen voor een ruimtevraagstuk. Het scenario-onderzoek is medio 2024 afgerond. Het schoolbestuur Dynamiek heeft de locatie Raadhuisplein per mei 2024 verlaten. De locatie zal wel nog in gebruik blijven door ’t Nest. De denkrichtingen voor de scholen zijn als volgt: BS De Ezelsbrug en OJBS de Krullevaar:    

Scenario afhankelijk van scenario- en locatieonderzoek Uitvoeringsjaar: 2027 In lijn met het Uitvoeringsprogramma IHP 2020 – 2024

3.3 Grubbenvorst

In de kern Grubbenvorst zijn twee scholen voor het primair onderwijs gehuisvest, te weten: BS de Kameleon en OBS de Samensprong. BS de Kameleon Basisschool de Kameleon is gehuisvest in een gebouw uit 2013. Het gebouw kent geen uitbreiding of renovatie. De school heeft op dit moment 187 leerlingen (2024). Naar verwachting zal dit groeien naar 196 leerlingen (2040). In het schoolgebouw heeft BiblioNu een plek. Het schoolbestuur beoordeelt zowel de technische staat als functionaliteit als goed.

21/37

OBS de Samensprong Openbare basisschool de Samensprong is gehuisvest in een gebouw uit 1994 en is in 2012 gerenoveerd. Daarnaast is de school tweemaal uitgebreid (2001 en 2005). Het aantal leerlingen zal de komende periode groeien van 134 leerlingen (2024) naar 150 leerlingen (2040). De groei van het aantal leerlingen zal mogelijk op termijn zorgen voor een ruimtetekort. Op dit moment is het intern op te lossen. In het schoolgebouw heeft BiblioNu een plek. Het schoolbestuur beoordeelt zowel de technische staat als functionaliteit als goed. Voor beide scholen in Grubbenvorst is de ambitie om door te ontwikkelen tot een kindcentrum. De schoolbesturen en kindpartner ’t Nest zijn met elkaar in gesprek om de mogelijkheden hiervan te onderzoeken. Het toenemend aantal leerlingen bij beide scholen bemoeilijkt binnen de kern de ontwikkeling om tot een kindcentrum te komen. De denkrichtingen voor de scholen zijn als volgt: BS de Kameleon 

In stand houden

OBS de Samensprong  

In stand houden Mogelijk uitbreiding (wordt nu intern opgelost)

3.4 Lottum

In de kern Lottum is één school voor het primair onderwijs gehuisvest, te weten: BS De Bottel.

22/37

BS De Bottel Het gebouw van basisschool De Bottel dateert uit 1963 en kent geen renovatie13. Er hebben wel uitbreidingen plaatsgevonden in 2002 en 2005. Op dit moment heeft de school 156 leerlingen (2024). De leerlingenprognose laat zien dat het aantal leerlingen zal dalen naar 137 leerlingen14 (2040). In het schoolgebouw werkt de school samen met kindpartner ’t Nest (peuteropvang en bso) en heeft BiblioNu een plek in het gebouw. Het schoolbestuur beoordeelt de technische staat en functionaliteit van het oude gebouwdeel als zeer slecht. Het schoolbestuur Dynamiek heeft de wens uitgesproken voor vervangende nieuwbouw van de school op korte termijn (prioriteit van Dynamiek). Met name het oude gebouwdeel heeft technische en functionele beperkingen. Er zijn problemen met de hoofdwaterleiding, temperatuur (warm), ventilatie en installaties (o.a. cv-installatie). Daarnaast is het gebouw niet passend bij het onderwijsconcept. Het is niet mogelijk om groepsdoorbrekend te werken of in kleine groepen. Het ontbreken van een centrale ruimte maakt het bovendien niet mogelijk om vieringen/tentoonstellingen te houden. Er loopt een locatieonderzoek naar een gezamenlijke sportvoorziening Lottum – Grubbenvorst, bij voorkeur in het middengebied. Voor het schoolbestuur is het belangrijk dat de school in de kern Lottum blijft.

Aansluiten op deze ontwikkeling is niet wenselijk als de sportvoorziening in het middengebied wordt gerealiseerd. De denkrichting voor de school is als volgt: BS De Bottel  

Levensduurverlengende renovatie of vervangende nieuwbouw (haalbaarheidsonderzoek) Uitvoeringsjaar: 2027/2028

13 De Bottel heeft op basis van het voorgaande IHP enkel instandhoudingsinvesteringen gepleegd. Enkel de noodzakelijke investeringen zijn

hiermee gepleegd en daarmee zijn de problemen niet verholpen. 14 Deze leerlingendaling wordt niet gedeeld door het schoolbestuur.

23/37

3.5 Melderslo

In de kern Melderslo is één school voor het primair onderwijs gehuisvest, te weten: BS de Brink. BS de Brink BS de Brink is gehuisvest in een gebouw uit 1965. De school is uitgebreid in 1985, 2001 en 2005. In 2022 heeft een interne verbouwing plaatsgevonden, waardoor onderwijskundige verbeteringen (ten aanzien van functionaliteit) zijn doorgevoerd. Tegelijkertijd is dit gecombineerd met groot onderhoud. De school heeft op dit moment 175 leerlingen (2024). Naar verwachting zal dit dalen naar 149 leerlingen (2040). In het schoolgebouw werkt de school samen met kindpartner ’t Nest (bso) en heeft BiblioNu een plek in het gebouw. Daarnaast is op deze school de taalklas gevestigd. Deze leerlingen gaan drie dagen in de week naar de Brink, de overige dagen gaan zij naar school in het eigen dorp. Het schoolbestuur beoordeelt de technische staat als redelijk (met uitzondering van temperatuur als slecht) en de functionaliteit van het gebouw als goed. De Brink vraagt vanaf 2032 om aandacht op basis van het bouwjaar en het MJOP (hoge investeringen). Op dat moment is het aan te raden om in het haalbaarheidsonderzoek naar levensduurverlengende renovatie of vervangende nieuwbouw breder te kijken naar kansen voor het dorp. De denkrichting voor de school is als volgt: BS de Brink  

Levensduurverlengende renovatie of vervangende nieuwbouw (haalbaarheidsonderzoek) Uitvoeringsjaar: 2032

24/37

3.6 Kronenberg

In de kern Kronenberg is één school voor het primair onderwijs gehuisvest, te weten: BS De Kroevert. BS De Kroevert Basisschool De Kroevert is gevestigd in een pand uit 2012, genaamd De Torrekoel. De school kent geen uitbreiding of renovatie. In 2021 zijn wel onderwijskundige verbeteringen ten aanzien van functionaliteit doorgevoerd. Op dit moment heeft de school 75 leerlingen (2024). De leerlingenprognose laat zien dat het aantal leerlingen zal dalen naar 69 leerlingen (2040). Het volledige gebouw De Torrekoel biedt plek aan gemeenschapshuis De Torrekoel, gymzaal, huisarts, De Kompeniej en kindpartner ’t Nest (kinderdagopvang, peuteropvang en bso). Daarnaast heeft BiblioNu een plek in het schoolgebouw. Het schoolbestuur beoordeelt de technische staat (met uitzondering van geluid en energieverbruik als slecht) en functionaliteit als goed. De denkrichting voor de school is als volgt: BS De Kroevert 

In stand houden

25/37

3.7 Broekhuizenvorst

In de kern Broekhuizenvorst is één school voor het primair onderwijs gehuisvest, te weten: BS De Schakel. BS De Schakel Basisschool De Schakel is gevestigd in een gebouw uit het bouwjaar 1996. Het gebouw is in 2012 gerenoveerd. Op dit moment heeft de school 109 leerlingen (2024), naar verwachting zal dit groeien naar 122 leerlingen (2040). Direct grenzend aan De Schakel is kindpartner ’t Nest (kinderdagopvang, peuteropvang en bso) gehuisvest. Daarnaast heeft BiblioNu en de muziekvereniging een plek in het schoolgebouw. Het schoolbestuur beoordeelt de technische staat en functionaliteit van het gebouw als goed tot redelijk. De Schakel wordt op korte termijn samen met de brede maatschappelijke voorziening verduurzaamd door het gebouw aardgasloos te maken en te voorzien van zonnepanelen15. Verder is de basisschool passend voor de kern Broekhuizenvorst. De denkrichting voor de school is als volgt: BS De Schakel 

In stand houden

15 Deze verduurzamingsmaatregel vindt buiten het IHP om plaats.

26/37

3.8 Meerlo

In de kern Meerlo is één school voor het primair onderwijs gehuisvest, te weten: BS Megelsheim. BS Megelsheim Basisschool Megelsheim is gehuisvest in een gebouw uit 1976, welke in 2010 is gerenoveerd. Het schoolgebouw kent geen uitbreidingen. Naar verwachting zal het aantal leerlingen dalen. Op dit moment heeft de school 132 leerlingen (2024), dit zal dalen naar 120 leerlingen (2040). In het schoolgebouw werkt de school samen met kindpartner Spring (kinderdagopvang, peuteropvang en bso). Daarnaast heeft BiblioNu een plek in de school en maakt Yogasanjoca medegebruik van de gymzaal. Het schoolbestuur beoordeelt de technische staat als redelijk. De functionaliteit van het schoolgebouw is goed. Er loopt een haalbaarheidsonderzoek naar een nieuwe multifunctionele accommodatie (MFA) voor de kern Meerlo. Basisschool Megelsheim maakt sinds kort onderdeel uit van dit onderzoek. Een nieuwe voorziening voor de basisschool zal zorgen voor een structurele oplossing van de hoge exploitatielasten (veel leegstaande ruimten en groot buitenterrein). De denkrichting voor de school is als volgt: BS Megelsheim  

Vervangende nieuwbouw of levensduurverlengde renovatie in combinatie met MFA (haalbaarheidsonderzoek) Uitvoeringsjaar: 2028 (mogelijk gefaseerd bouwen i.v.m. MFA)

27/37

3.9 Hegelsom

In de kern Hegelsom is één school voor het primair onderwijs gehuisvest, te weten: BS Onder de Linde. Daarnaast is Yuverta (Horst) gevestigd in Hegelsom. BS Onder de Linde Basisschool Onder de Linde is gehuisvest in een gemeentelijk monument uit 1930. In 2001 is de school uitgebreid. Op dit moment huisvest de school 170 leerlingen (2024). Naar verwachting zal dit stijgen naar 224 leerlingen (2040). In het schoolgebouw werkt de school samen met ’t Nest (kinderdagopvang, peuteropvang en bso). Daarnaast is er een plek voor BiblioNu in het schoolgebouw. Zowel de technische staat als de functionaliteit van het gebouw zijn door het schoolbestuur als slecht beoordeeld. Basisschool Onder de Linde is door het capaciteitsvraagstuk één van de prioriteiten voor het schoolbestuur Dynamiek en kindpartner ’t Nest. Door de woningbouw groeit het aantal kinderen, waardoor er sprake is van een urgent ruimtevraagstuk voor zowel de school als de kinderopvang. Yuverta Yuverta Horst is een groene vmbo- en mbo-onderwijsvoorziening (dieren, bloem, groen, voeding en techniek). Daarnaast is er het groene lyceum, waarin jongeren in 6 jaar tijd het vmbo-tl diploma en het mbo-niveau 4 diploma halen. Met dit diploma is het mogelijk om door te stromen naar het hbo. Het schoolgebouw van Yuverta dateert uit 1996. In 2010, 2017 en 2019 zijn (kleine) renovaties uitgevoerd. Vmbo en mbo zitten in hetzelfde gebouw.

De leerlingenprognose van Pronexus is alleen in beeld voor het vmbo. Deze laat een daling zien van 568 leerlingen (2024) naar 496 leerlingen (2040). Yuverta beschikt wel over een eigen prognose voor het mbo. Het huidig (2024) aantal mbo-leerlingen is 439 leerlingen, verdeeld over BOL- en BBL-leerlingen. Dit blijft redelijk stabiel (435 leerlingen in 2028). Het schoolbestuur beoordeelt de technische staat en functionaliteit van het schoolgebouw als goed.

28/37

De school heeft te maken met een groei van het aantal leerlingen. Dit vindt plaats bij zowel het vmbo als het mbo. De denkrichtingen voor de scholen zijn als volgt: BS Onder de Linde  

Levensduurverlengende renovatie of vervangende nieuwbouw (haalbaarheidsonderzoek) Uitvoeringsjaar: 2027

Yuverta 

Investeringen voor Yuverta zijn geen gemeentelijke verantwoordelijkheid en maken geen onderdeel uit van dit IHP

3.10 Meterik

In de kern Meterik is één school voor het primair onderwijs gehuisvest, te weten: BS Onder de Wieken. BS Onder de Wieken BS Onder de Wieken is gehuisvest in een gebouw uit het bouwjaar 1930 en is in 2018 uitgebreid en gerenoveerd. Het bouwdeel uit 1930 is een gemeentelijk monument. Het aantal leerlingen zal de komende periode groeien van 111 leerlingen (2024) naar 138 leerlingen (2040). Naast het onderwijs is ook kindpartner ’t Nest (peuteropvang en bso) en BiblioNu gehuisvest in de school. Het schoolbestuur beoordeelt de technische staat als goed. De functionaliteit ten aanzien van onderwijsruimten en werkplekken is slecht door het capaciteitstekort (te weinig werkplekken).

29/37

Basisschool Onder de Wieken is door het capaciteitsvraagstuk één van de prioriteiten voor het schoolbestuur Dynamiek. De school heeft te maken met een capaciteitstekort, dat op korte termijn alleen maar toeneemt. Vanaf het schooljaar 2025-2026 is een uitbreiding benodigd met twee leslokalen16 (waarvan één voor de peuterspeelzaal). Daarbij wordt ook gekeken naar de mogelijkheden om een speelzaal in te breiden17. De onderbouwgroepen gaan nu met vervoer naar de sporthal. Het schoolbestuur en de gemeente leggen voorafgaand aan de (oplevering van de) uitbreiding vast welke ruimten/meters daadwerkelijk tot de onderwijscapaciteit behoren18. De denkrichting voor de school is als volgt: BS Onder de Wieken   

Uitbreiden in verband met capaciteitstekort Uitvoeringsjaar: 2025 In stand houden

3.11 America

In de kern America is één school voor het primair onderwijs gehuisvest, te weten: BS De Wouter. BS De Wouter BS De Wouter is gehuisvest in een gebouw uit het bouwjaar 1971 en is in 1983 en 2005 uitgebreid. In 2018 is het gebouw intern gerenoveerd (exclusief sanitair en deel luchtbehandeling). Het aantal leerlingen zal de komende periode groeien van 151 leerlingen (2024) naar 167 leerlingen (2040). Naast het onderwijs is ook kindpartner ’t Nest (kinderdagopvang, peuteropvang en bso) en BiblioNu gehuisvest in de school. Het 16 Twee lokalen mede omdat de peuterspeelzaal is gehuisvest in het gebouw en een lokaal in gebruik heeft. 17 Een eerdere poging om het MFC in te zetten blijkt geen passende oplossing en de sporthal ligt te ver weg voor de jongste kinderen. 18 Niet alle ruimten in het schoolgebouw zijn in te zetten als onderwijsmeters.

30/37

schoolbestuur beoordeelt de technische staat als slecht, met uitzondering van de binnenkant. De functionaliteit van het gebouw is redelijk, met uitzondering van de toegankelijkheid. Het schoolgebouw heeft te maken met hoge exploitatielasten. Dit komt doordat de energetische en technische staat (buitenzijde) van het schoolgebouw slecht zijn. Om dit aan te pakken zal een levensduurverlengende renovatie/vervangende nieuwbouw noodzakelijk zijn. Tegelijkertijd speelt er in America een andere maatschappelijke opgave, namelijk een groot aanbod in multifunctionele meters (drie MFA’s) waardoor de exploitatie onder druk staat. Voor de kern America dient te worden gekeken naar een integrale oplossing, waarvoor een onderzoek noodzakelijk is. De denkrichting voor de school is als volgt: BS De Wouter  

Vervangende nieuwbouw (haalbaarheidsonderzoek met het dorp) Uitvoeringsjaar: 2030

3.12 Swolgen

In de kern Swolgen is één school voor het primair onderwijs gehuisvest, te weten: KC Stip. KC Stip KC Stip is een kindcentrum in de kern Swolgen. Het gebouw heeft het bouwjaar 2021 en is daarmee recent gerealiseerd. Het aantal leerlingen zal de komende jaren gaan dalen. Op dit moment heeft de school

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14633165/1