03c AAA Toelichting
Tekst van het document
,
,
,
De opslag van ontplofbare stoffen voor civiel gebruik is gereguleerd in de circulaire opslag ontplofbare stoffen voor civiel gebruik. Hierin worden veiligheidsafstanden gegeven ten opzichte van inrichtingen waar dergelijke stoffen opgeslagen worden. De gemeente is verplicht deze afstanden binnen het bestemmingsplan aan te houden. Dit geldt ook voor veiligheidsafstanden ten behoeve van de opslag van vuurwerk welke in het Vuurwerkbesluit zijn vastgelegd. ,
In het externe veiligheidsbeleid staan twee doelen centraal: de bescherming van individuen tegen de kans op overlijden als gevolg van een ongeluk en de bescherming van de samenleving tegen het ontwrichtende effect van een ramp met een groter aantal slachtoffers; respectievelijk het plaatsgebonden risico (PR) en het groepsrisico (GR). Het plaatsgebonden risico van een bepaalde activiteit is de kans per jaar op een bepaalde plaats dat een continu daar aanwezig gedacht persoon die onbeschermd is komt te overlijden als gevolg van een mogelijk ongeluk met die activiteit. Het groepsrisico is de kans per jaar dat in één keer een groep mensen van een bepaalde omvang komt te overlijden bij een ongeval met gevaarlijke stoffen. Voor het groepsrisico is geen norm gesteld. Uit het vigerende beleid zoals onder andere vastgelegd in het Bevi geldt een verantwoordingsplicht. ,
,
,
,
Plaatsgebonden risico Bij het inventariseren van de aanwezige risicobronnen in de omgeving van het plangebied is tenzij anders vermeld gebruik gemaakt van de risicokaart (www. risicokaart. nl). Volgens deze risicokaart liggen in de directe omgeving van het plangebied geen risicovolle inrichtingen. Het dichtstbijzijnde risicovolle object betreft een propaantank (inhoud 5. 000 liter) behorende bij Golfbaan de Golfhorst. De afstand tot aan de grens van het ,
,
Bestemmingsplan “Zwarte Plakweg 48a America”
22
bouwvlak van het plangebied bedraagt circa 475 meter. De plaatsgebonden risicocontour van de propaantank bedraagt 25 meter en reikt derhalve niet tot aan het plangebied. Wat dat betreft bestaan vanuit het aspect plaatsgebonden risico geen belemmeringen.
Groepsrisico Onderhavig initiatief behelst de vergroting van een agrarisch bouwvlak. Het aantal aanwezige personen binnen het plangebied zal niet toenemen waardoor het groepsrisico met de ontwikkeling niet wijzigt. ,
5. 2. 7 M. e. r. -beoordeling Op 1 juli 2010 is de Wet Modernisering m. e. r. in werking getreden. Deze wet wijzigt de Wet milieubeheer daar waar het gaat om de procedures en de wettelijke bepalingen aangaande het (al dan niet verplicht) opstellen van een milieueffectrapport (MER) en heeft tot doel de regelgeving te vereenvoudigen. Samenhangend hiermee is op 1 april 2011 het besluit tot wijziging van het Besluit m. e. r. in werking getreden. De activiteiten waarvoor een MER opgesteld moet worden zijn opgenomen in de bijlage van het Besluit m. e. r. In dit geval is de activiteit niet m. e. r. -plichtig. Het vergroten van een agrarisch bouwvlak waar geen vee gehouden wordt is niet opgenomen op de C-lijst of D-lijst van het Besluit.
.
,
,
5. 3 Waterparagraaf In deze paragraaf wordt beschreven op welke wijze het waterhuishoudkundig systeem in het plangebied opgebouwd is en hoe rekening is gehouden met de (ruimtelijk) relevante aspecten van (duurzaam) waterbeheer. Een beknopte beschrijving van de kenmerken van het watersysteem kan de benodigde inzicht geven in het functioneren van dit systeem. Het plangebied ligt binnen het beheersgebied van het Waterschap Limburg. In het kader van het beleid van zowel de gemeente Horst aan de Maas als het waterschap dient binnen het plangebied een duurzaam waterhuishoudkundig systeem gerealiseerd te worden. 5. 3. 1 Beleidskader Relevante beleidstukken op het gebied van water zijn het Waterbeheerprogramma 2022-2027 van Waterschap Limburg de Provinciale Omgevingsvisie (POVI) het Nationaal Waterplan WB21 Nationaal Bestuursakkoord Water en de Europese Kaderrichtlijn Water. Belangrijkste gezamenlijke punt uit deze beleidsstukken is dat water een belangrijk sturend element is in de ruimtelijke ordening. Water legt een ruimteclaim op het landschap waaraan voldaan moet worden. De bekende drietrapsstrategieën zijn leidend: ,
▪ ▪
,
,
,
vasthouden-bergen-afvoeren (waterkwantiteit); voorkomen-scheiden-zuiveren (waterkwaliteit).
Daarnaast is de Beleidsbrief regenwater en riolering nog relevant. Hierin staat hoe het best omgegaan kan worden met het hemelwater en het afkoppelen daarvan. Ook hier gelden de driestapsstrategieën. De meest relevante beleidsstukken zijn hieronder verder toegelicht. Het waterbeleid in het POL2014 sluit aan op de Europese Kaderrichtlijn Water en het Nationaal Waterplan. Het provinciaal waterbeleid omvat de volgende strategische doelen: ▪ herstel sponswerking: het voorkomen van wateroverlast en watertekort in het regionale watersysteem anticiperend op veranderde klimatologische omstandigheden; ▪ herstel van de natte natuur: het bereiken van ecologisch gezonde watersystemen en grondwaterafhankelijk natuur; ▪ schoon water: het bereiken van een goede chemische kwaliteit voor water en sediment;
Bestemmingsplan “Zwarte Plakweg 48a America”
23
,
▪ ▪
duurzame watervoorziening: het beschermen van water voor menselijke consumptie zodanig dat voldoende water van de vereiste kwaliteit via eenvoudige zuiveringstechnieken beschikbaar is; een veilige Maas: het streven naar een acceptabel risico voor overstromingen in het rivierbed van de Maas. ,
De waterkundige waarden zijn in het POL2014 weergegeven op de kaarten ‘Regionaal Water’ en ‘Ondergrond’. Conform de kaart ‘Regionaal water’ zijn geen bijzondere waarden aanwezig ter plaatse van het plangebied. Conform de kaart ‘Ondergrond’ ligt het plangebied in een ‘grondwaterlichaam’ zonder verdere bijzonderheden. 5. 3. 2 Kenmerken van het watersysteem (huidige situatie) Bodemgesteldheid en grondwater De bodem in het plangebied is tamelijk vlak. De maaiveldhoogte varieert tussen 300 en 305 meter +NAP. De originele bodem bestaat volgens de digitale bodemkaart van Nederland uit een veldpodzolgrond die voornamelijk is opgebouwd uit zwaklemig fijn zand. ,
,
,
Conform
de algemene gegevens van het Waterschap Limburg blijkt het plangebied een goede bodemdoorlatendheid te hebben van 075 tot 150 m/dag. Ter plaatse van het plangebied bedraagt de grondwatertrap V. De hoogste grondwaterstand bevindt zich op minder dan 40 centimeter beneden maaiveld de laagste grondwaterstand bevindt zich op meer dan 120 centimeter beneden maaiveld. De gemiddeld hoogste grondwaterstand bevindt zich op circa 15 meter beneden maaiveld volgens de GHG kaart van het Nieuw Limburgs Peil. ,
,
,
,
Oppervlaktewater In het plangebied is geen oppervlaktewater aanwezig. Ten noorden ligt de Kabroekse Beek op een afstand van circa 240 meter en ten zuiden Het Saar op een afstand van circa 220 meter (kortste afstand vanaf grens beoogd
bouwvlak). Afvalwater / riolering Het vuilwater is aangesloten op het gemeentelijk rioleringssysteem.
Grondwaterbescherming Het
plangebied
is niet
gelegen binnen Omgevingsverordening Limburg 2014.
een
grondwaterbeschermingsgebied
zoals vastgelegd
in de
5. 3. 3 Water in relatie tot de ontwikkeling (nieuwe situatie) Dit bestemmingplan heeft tot doel het vergroten van het agrarisch bouwvlak zodat de gewenste ontwikkelingen op de gewenste locatie kunnen worden gerealiseerd. Iedere toename van verhard oppervlak dient zoveel mogelijk ‘hydrologisch neutraal’ te geschieden. Het waterschap hanteert hiervoor vuistregels waarmee op basis van de toename van verharding een wateropgave kan worden bepaald. Hydrologisch neutraal ontwikkelen houdt onder andere in dat het versneld afvloeiende hemelwater (als gevolg van extra bebouwd oppervlak en / of verhardingen) dient te worden gecompenseerd door middel van extra waterberging. Via deze (tijdelijke) berging kan water vertraagd de bodem worden ingebracht of vertraagd worden afgevoerd naar het bestaande watersysteem. Bij de laatste optie mag de bestaande landbouwkundige afvoernorm van 1 l/s/ha niet worden overschreden. Bij een hydrologisch neutrale ontwikkeling wordt dus geborgd dat extra afvloeiend hemelwater niet wordt afgewenteld op de omgeving. Daarnaast is het van belang dat bestaande waterhuishoudkundige functies niet mogen worden geschaad of beperkt. Eveneens mag als gevolg van een ontwikkeling geen sprake zijn van een structurele verlaging van de grondwaterstand. ,
,
,
Bestemmingsplan “Zwarte Plakweg 48a America”
24
In de nieuwe situatie wordt er ruimte gecreëerd voor het bouwen van twee nieuwe bedrijfsloodsen. De overkapping aan de bestaande loods wordt verplaatst en verlengd zodat de gehele lengte van de loods voorzien wordt van een overkapping. Dat resulteert in de volgende oppervlaktes: Machineloods (voorerf): 30 x 114 = 3. 420 m 2 Productloods (achtererf): 30 x 170 = 5. 100 m 2 Verlengen overkapping: 10 x 60 = 600 m 2
-
In totaal wordt dus 9. 120 m 2 nieuwe verharding gerealiseerd. De nieuwe erfverharding zal aangelegd worden onder afschot het wat dat op deze verharding valt loopt automatisch uit op de naastgelegen gronden en kan aldaar infiltreren. In totaal dient de voorziening een capaciteit te hebben zodat een bui van T=100 (100 mm) op eigen terrein opgevangen kan worden. Bij een oppervlak van 9. 120 m 2 dient de opvang een minimale inhoud 3 hebben. van 912 mte ,
De infiltratievoorziening zal aangelegd worden in de vorm van een infiltratiesloot. Deze zal aan de achterzijde van het erf gesitueerd worden parallel aan de noordoostelijke perceelsgrens richting de Kabroekse beek. Ter plaatse bevindt de GHG zich gemiddeld op circa 10 meter beneden maaiveld. Derhalve is uitgegaan van een diepte van 10 meter. De infiltratiesloot dient dan een minimum oppervlakte te hebben van 912 / 10 = 912 m.2 De afmetingen van de infiltratiesloot bedragen circa 240 x 7 meter zijnde een oppervlakte van 1. 680 m.2 De taluds worden 1:1 aangelegd. De inhoud van de sloot komt daarmee op circa 1. 400 m.3 Daarmee wordt voldaan aan de minimale opvangcapaciteit. Zie ook het landschappelijk inpassingsplan in bijlage 1 bij deze toelichting voor de exacte locatie van de infiltratievoorziening. ,
,
,
,
De gemeente Horst aan de Maas streeft naar het terugdringen van het gebruik van uitlogende bouwmaterialen. Dit aspect is als aanbeveling opgenomen in het pakket duurzaam bouwen. Van de initiatiefnemer wordt verwacht voor zover relevant geen gebruik te maken van uitlogende bouwmaterialen. ,
,
Concluderend kan gesteld worden dat door de ontwikkeling geen knelpunten ontstaan tussen grondgebruik en de waterhuishouding.
5. 4 Kabels en leidingen Grotere kabels en leidingen krijgen in een bestemmingsplan veelal een planologische beschermingszone door middel van een dubbelbestemming. Hiermee wordt de bedrijfszekerheid en de veiligheid van de betreffende leiding gewaarborgd. Op basis van het vigerende bestemmingsplan is er geen sprake van een dergelijke dubbelbestemming in of in de nabijheid van het plangebied. Blijkens kaarten van Gasunie TenneT en Waterschapsbedrijf Limburg bevinden er zich in of in de nabijheid van het plangebied geen belangrijke (ondergrondse) leidingen. ,
5. 5 Natuur De Europese natuurwetgeving is in Nederland op het gebied van soort- en gebiedsbescherming uitgewerkt in de Wet natuurbescherming (Wn). Deze wet heeft tot doel alle in Nederland in het wild voorkomende planten- en diersoorten en natuurgebieden (Natura2000-gebieden) te beschermen en in stand te houden. ,
Bestemmingsplan “Zwarte Plakweg 48a America”
,
25
Flora en fauna Bij elke ontwikkeling dienen de effecten van de beoogde ontwikkelingen op het voorkomen van beschermde dier- en plantensoorten onderzocht te worden. De gronden ter plaatse van de beoogde uitbreiding van het bouwvlak zijn nu in gebruik als erf/buitenopslag en akkerbouwland. Ter plaatse is geen bebouwing aanwezig die kan dienen als schuil- en/of verblijfsplaats van beschermde diersoorten. Gezien het intensieve gebruik van de gronden in de huidige situatie valt het niet te verwachten dat ter plaatse van de uitbreiding van het bouwvlak beschermde dier- en/of plantensoorten aanwezig zijn. ,
,
Afbeelding 12. Zicht op beoogde locatie nieuwe bedrijfsloods op het achtererf. Rechts is nog net de bestaande loods zichtbaar.
Bij het realiseren van de bouwplannen dient evengoed rekening te worden gehouden met de algemene zorgplicht. Natura2000 Binnen een straal van 10 km rondom het plangebied is alleen de Deurnsche & Mariapeel gelegen op een afstand van ongeveer 25 kilometer. ,
De Wet natuurbescherming voorziet in een verplichte ecologische Natura2000-toets voor alle ruimtelijke plannen. De wet verplicht om de gevolgen van een ontwikkeling voor het van toepassing zijnde Natura2000gebied te boordelen. Gezien de forse onderlinge afstand heeft de doorontwikkeling van het bedrijf geen directe nadelige gevolgen (bijvoorbeeld door oppervlakteverlies verstoring door licht etc. ) voor de Natura2000gebieden. Wel kan het bedrijf schadelijke effecten veroorzaken in de vorm van stikstofdepositie. ,
Bestemmingsplan “Zwarte Plakweg 48a America”
,
26
Het gaat in onderhavig planvoornemen om een bestemmingsplanprocedure. Van een (planologisch) plan zoals een bestemmingsplan is de huidige feitelijk aanwezige en planologisch legale situatie de referentiesituatie. Voor een verdere uiteenzetting wordt verwezen naar de stikstofonderbouwing welke opgenomen is in bijlage 4 bij deze toelichting. Bij deze onderbouwing behoren ook twee berekeningen uit AERIUS Calculator. Te weten een verschilberekening waarin de beoogde situatie is afgezet tegen de huidige situatie en een enkelvoudige berekening van de aanlegfase. Uit beide berekeningen blijkt dat de effecten van het planvoornemen ter plaatse van Natura 2000-gebieden nergens groter zijn dan 000 mol N per hectare per jaar. Daarmee is geen sprake van een vergunningplicht in het kader van de Wet natuurbescherming.
,
,
,
Conclusie Het aspect natuur vormt geen beperking voor onderhavig initiatief.
5. 6 Archeologie en cultuurhistorie 5. 6. 1 Cultuurhistorie De provincie Limburg hecht veel waarde aan de cultuurhistorie van de provincie. De provincie wil dan ook dat er verstandig omgegaan wordt met cultuurhistorische bouwwerken en landschappen. In het POL2014 is derhalve aangegeven dat gestreefd wordt naar het behouden ontwikkelen en beheren van beschermde historische bouwwerken hoofdlijnen van jonge en oude cultuurlandschappen en historische landschapselementen. ,
,
Het beleid ten aanzien van cultuurhistorie zoals dit in de POVI is weergegeven is gestoeld op de Nota Belvédère. Het POVI schrijft dan ook voor een beschrijving in het bestemmingsplan mee te nemen betreffende de omgang met de cultuurhistorische elementen in relatie tot de hiervoor geldende wettelijke bepalingen. ,
,
Volgens de provinciale kaart ‘Cultuurhistorische Waardenkaart Limburg’ liggen er binnen of in de nabijheid van het plangebied geen cultuurhistorische waarden. Met de ontwikkeling gaan derhalve geen cultuurhistorische waarden verloren. 5. 6. 2 Archeologie Sinds 1 september 2007 is de Wet op de Archeologische Monumentenzorg in werking getreden. De Wet op de Archeologische Monumentenzorg is de Nederlandse uitwerking van het Verdrag van Malta (1992). De wet is een raamwet die regelt hoe rijk provincie en gemeente bij hun ruimtelijke plannen rekening moeten houden met het erfgoed in de bodem. ,
Om te kunnen voldoen aan het gestelde in de Wet op de Archeologische Monumentenzorg dienen de gemeenten te beschikken over archeologiebeleid en een archeologische beleidskaart. De gemeente Horst aan de Maas heeft voor haar grondgebied een Archeologische Maatregelenkaart ontwikkeld welke op 26 mei 2015 is vastgesteld. Conform deze kaart is het plangebied gelegen in een gebied met een hoge archeologische verwachting. In gebieden met een hoge archeologische verwachting dient archeologisch onderzoek plaats te vinden indien het terrein voor een oppervlakte van 500 m 2 of meer dieper dan 05 m verstoord wordt. ,
Het toetsingskader voor wat betreft archeologie is opgenomen in het bestemmingsplan ‘Buitengebied Horst aan de Maas’ / ‘Buitengebied Horst aan de Maas herziening 2020’. Om te voorkomen dat meer dan 500 m² verstoord kan worden zonder dat gekeken is naar eventuele archeologische waarden ter plaatse is aan het plangebied in het vigerende bestemmingsplan derhalve de archeologische dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 3‘ toegekend. Zodra bodemingrepen plaatsvinden die de gestelde ondergrens overschrijden is een archeologisch onderzoek noodzakelijk. ,
,
Bestemmingsplan “Zwarte Plakweg 48a America”
,
27
Afbeelding 13. Uitsnede archeologische waardenkaart
De totale uitbreiding van het bouwvlak is fors groter dan de ondergrens van 500 m 2 derhalve is het uitvoeren van een archeologisch onderzoek noodzakelijk. In 2009 is reeds bij de destijds gevraagde uitbreiding van het bouwvlak een archeologisch onderzoek uitgevoerd ter plaatse zoals opgenomen in bijlage 5. Blijkens dit onderzoek is aangetoond dat geen archeologische waarden aanwezig zijn vanwege de verstoringen door de agrarische activiteiten. Daaropvolgend is de eerste nieuwe bedrijfsloods gebouwd. De gronden achter de bedrijfsloods zijn feitelijk niet onderzocht in dit onderzoek maar de aangrenzende gronden dus wel. Ten tijde van het onderzoek betrof het plangebied en directe aangrenzende gronden nog onbebouwde agrarische grond. Het gebruik van het plangebied was identiek aan de wel in het archeologisch onderzoek onderzochte gronden. Er kan daarom vanuit worden gegaan dat de conclusies uit dit onderzoek ook voor het projectgebied gelden. In onderhavig bestemmingsplan is de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 3‘ een op een overgenomen uit het vigerende bestemmingsplan. Daarmee is geborgd dat eventuele aanwezige archeologische waarden voldoende beschermd blijven. ,
,
,
,
Met de ontwikkeling gaan derhalve geen archeologische waarden verloren.
5. 8 Verkeer en parkeren Het plangebied blijft ontsloten via de Zwarte Plakweg. Door het uitbreiden van het bouwvlak zal er een beperkte toename zijn van het aantal verkeersbewegingen op de Zwarte Plakweg en omringende wegen. Via de Zwarte Plakweg is het plangebied uitstekend bereikbaar. Parkeren laden en lossen geschiedt volledig op eigen terrein. Daarvoor is voldoende ruimte aanwezig. In bijlage 6 is weergegeven waar deze parkeerplaatsen gerealiseerd zijn/worden. Daarmee wordt aan de vereiste hoeveelheid parkeerplaatsen voldaan. ,
Bestemmingsplan “Zwarte Plakweg 48a America”
28
6 UITVOERBAARHEID
6. 1 Economische uitvoerbaarheid De kosten verbonden aan het bestemmingsplan zijn geheel voor rekening van de initiatiefnemer. Afspraken tussen gemeente en initiatiefnemer over ambtelijke apparaatskosten planschade en landschappelijke inpassing zijn vastgelegd in een anterieure overeenkomst. Voor de gemeente Horst aan de Maas zal het initiatief kostenneutraal verlopen. ,
,
6. 2 Handhaving Sinds 1 april 2005 werkt de gemeente Horst aan de Maas samen met de gemeente Venray als het gaat om handhaving. Onder deze samenwerking valt niet alleen de uitvoering maar ook alle juridische administratieve ,
,
en beleidsmatige
ondersteuning. In 2012 is het eerste integraal handhavingsbeleid in werking getreden. Inmiddels is het Beleidsplan VTH Horst aan de Maas 2017-2020 in werking getreden. De gemeenten Horst aan de Maas en Venray voeren hun handhavingstaken uit op basis van de volgende visie: de gemeenten Horst aan de Maas en Venray stellen een gezonde veilige leefbare en groene leefomgeving centraal. Handhaving is één van de middelen om de kwaliteit van wonen leven en werken te behouden en te versterken. Het bestuur streeft naar een gestructureerd en integraal handhavingsbeleid waarbij preventief belang voorop staat. De betrokkenheid en het eigen verantwoordelijkheidsbesef van de burgers bedrijven en instellingen moeten daarbij worden vergroot. Als de preventieve inzet (informatievoorziening) niet werkt en het geschonken vertrouwen wordt beschaamd volgt daadwerkelijk handhavend optreden. Zo krijgt iedereen de aanpak die hij/zij verdient. ,
,
,
,
,
,
In dit integrale handhavingsbeleid is één van de speerpunten hoe in de economische situatie van de afgelopen jaren met minder middelen net zo veel of meer aan handhaving gedaan kan worden. In dit kader zijn de volgende uitgangspunten geformuleerd: 1. appelleren aan de eigen verantwoordelijkheid; 2. preventie gaat boven repressie; 3. draagvlak creëren; 4. servicegericht handelen en 5. alleen noodzakelijke en handhaafbare kaders stellen. ,
1.
“Appelleren aan eigen verantwoordelijkheid” wil zeggen dat de verantwoordelijkheid bij de burgers
2.
bedrijven en instellingen terecht komt dit is ten slotte ook waar hij thuishoort. Dit vergt wel een bepaald vertrouwen van de gemeente over de burgers bedrijven en instellingen binnen hun gemeente. Wordt dit vertrouwen geschaad dan treedt de gemeente consequent hard op. Er kan nu meer op risicogroepen of zwakke schakels ingezet worden de capaciteit van de handhaving is dus beter in te delen en kan efficiënter gebruikt worden. ''Preventie gaat boven repressie'' wil zeggen dat meer aandacht besteedt wordt aan het voorkomen van overtredingen dan het aanpakken van bestaande overtredingen. Hierdoor hoeven er niet zoveel tijdrovende en geldverslindende bestuursrechtelijke procedures doorlopen te worden. Er wordt dus met zo min mogelijk inzet zoveel mogelijk resultaat behaald. Verder is “draagvlak creëren” een van de uitgangspunten. Dit houdt in dat er duidelijk over handhaving wordt gecommuniceerd en dat er ook daadwerkelijk gedaan wordt wat er gezegd wordt. Belangrijk is ook ,
,
,
,
3.
Bestemmingsplan “Zwarte Plakweg 48a America”
29
,
om dingen die spelen bij burgers , ondernemers , instellingen , scholen en verenigingen mee te nemen in
het uitvoeringsprogramma en dat rechtsgelijkheid wordt nagestreefd. Het vierde uitgangspunt is “servicegericht handelen”. Dit houdt in dat de overheid zich dienstbaar opstelt. De gemeente denkt mee en speelt in op ongewenste situaties. Ook is de gemeente 24 uur per dag bereikbaar. Zo wordt een gevoel van veiligheid en een leefbare omgeving gecreëerd. Er is dus meer aandacht nodig voor de aanpak van overlastfeiten in de openbare ruimte. Het laatste uitgangspunt is “alleen noodzakelijke en handhaafbare kaders stellen”. Er worden dus alleen besluiten genomen en regels ingesteld die ook daadwerkelijk handhaafbaar zijn. Overbodige regels worden geschrapt om alles overzichtelijk te houden en er wordt zorg gedragen voor voldoende deskundige capaciteit op deze manier kan gedogen geminimaliseerd worden.
4.
5.
,
Bij handhaving staat de nalevingsstrategie centraal. Hierin is opgenomen welke activiteiten worden ondernomen om te komen tot naleving van de regels. De nalevingsstrategie kan op zijn beurt worden onderverdeeld in de volgende strategieën: 1. preventiestrategie; 2. toezichtstrategie; 3. sanctiestrategie en 4. gedoogstrategie. ,
Vaak wordt er gekozen voor een combinatie van deze strategieën om het resultaat te vergroten. Bij deze strategieën passen verschillende handhavingsinstrumenten.
Onder de preventieve handhavingsinstrumenten vallen onder andere deregulering kritisch zijn op het formuleren van regels handhaafbaarheid van de regels en communicatie en voorlichting. De regels moeten ,
,
bekend zijn bij de doelgroep er dient dus duidelijk gecommuniceerd te worden over handhavingsactiviteiten en de gemeentelijke prioriteiten. ,
Naast de preventieve handhavingsinstrumenten zijn er ook nog de repressieve handhavingsinstrumenten. Dit zijn onder andere het betalen van een dwangsom bestuursdwang en intrekking van begunstigde beschikking. Bij een dwangsom wordt er een geldbedrag per overtreding of tijdseenheid dat de overtreding voortduurt betaald aan de gemeente. Bestuursdwang houdt in dat een overtreding op kosten van de overtreder ongedaan gemaakt wordt. Als laatste kan een begunstigde beschikking worden ingetrokken op deze manier wordt een activiteit juridisch onmogelijk gemaakt. Het kan hierbij ook gaan om een gedeeltelijke ontheffing. Vaak volgt op het intrekken van een begunstigde beschikking nog het opleggen van een dwangsom of bestuursdwang. ,
,
Naast bestuursrechtelijk aanpakken van overtreders kan het soms ook de voorkeur hebben om een overtreder strafrechtelijk aan te pakken. Op deze manier kunnen de vaak langdurende juridische procedures die gemoeid zijn met de bestuursrechtelijk aanpak ontlopen worden. Bij strafrechtelijke aanpak moet gedacht worden aan bestuurlijke strafbeschikking en een proces-verbaal. Wanneer er een privaatrechtelijke overeenkomst met de gemeente is aangegaan kan ook voor de privaatrechtelijke worden gekozen. Hierbij gaat wanneer het mogelijk is de bestuursrechtelijke aanpak wel voor. Ten slotte kan er voor een gedoogbeschikking gekozen worden. Dit gebeurt uitsluitend voor gevallen die veroorzaakt zijn door onvoorziene omstandigheden of overgangssituaties. ,
,
6. 3 Maatschappelijke uitvoerbaarheid De procedures voor vaststelling van een bestemmingsplan zijn door de wetgever geregeld. Aangegeven is dat tussen gemeente en verschillende instanties overleg over het plan moet worden gevoerd alvorens een ontwerpbestemmingsplan ter visie gelegd kan worden. Bovendien is het noodzakelijk dat belanghebbenden de
Bestemmingsplan “Zwarte Plakweg 48a America”
30
gelegenheid hebben om hun visie omtrent het plan te kunnen geven. Pas daarna kan de wettelijke procedure met betrekking tot vaststelling van het bestemmingsplan van start gaan. Vooroverleg Artikel 3. 1. 1 van het Besluit geeft aan dat het college van Burgemeester van Wethouders bij de voorbereiding van een bestemmingsplan waar nodig overleg dienen te plegen met betrokken instanties. ,
,
Het plan is in het kader van het vooroverleg voorgelegd aan Provincie Limburg en Waterschap Limburg. De Provincie Limburg heeft geen reactie gegeven. Het Waterschap Limburg heeft op 24-01-2022 per mail aangegeven dat het plan akkoord is.
Omgevingsdialoog Initiatiefnemer heeft bij de voorbereiding van het bestemmingsplan een omgevingsdialoog gevoerd met de buurtbewoners. In bijlage 7 bij deze toelichting is het format van de omgevingsdialoog opgenomen. Het ondertekende verslag is aangeleverd bij de gemeente Horst aan de Maas maar maakt om privacy redenen geen onderdeel uit van dit bestemmingsplan. ,
Zienswijzen Het ontwerpbestemmingsplan heeft voor een periode van 6 weken voor eenieder ter inzage gelegen. Er zijn tegen het ontwerpbestemmingsplan geen zienswijzen ingediend.
6. 4 Procedure De Wet ruimtelijke ordening (Wro) is in werking getreden met ingang van 1 juli 2008. De wettelijke procedure start met het moment van ter inzage legging van het ontwerp bestemmingsplan. De procedure ziet er als volgt uit: ▪ Vooroverleg met betrokken instanties; ▪ Openbare kennisgeving van het ontwerp bestemmingsplan; ▪ Terinzagelegging van het ontwerp en bijbehorende stukken gedurende 6 weken en toezending aan gedeputeerde staten en de betrokken rijksdiensten waterschappen en gemeenten; ▪ Gedurende de termijn van terinzagelegging kunnen door een ieder schriftelijk of mondeling zienswijzen worden ingebracht; ▪ Vaststelling van het bestemmingsplan door de gemeenteraad binnen 12 weken; ▪ Algemene bekendmaking van het bestemmingsplan door terinzagelegging met voorafgaande kennisgeving en toezending aan gedeputeerde staten en betrokken rijksdiensten waterschappen en gemeenten: binnen 2 weken dan wel indien gedeputeerde staten zienswijzen hebben ingebracht of het bestemmingsplan gewijzigd is vastgesteld vanaf 6 weken na vaststelling; ▪ Mogelijkheid tot beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen 6 weken na bekendmaking voor belanghebbenden; ▪ Inwerkingtreding op de dag na afloop van de beroepstermijn zijnde 6 weken na de bekendmaking tenzij binnen deze termijn een verzoek om een voorlopige voorziening is ingediend bij de
voorzieningenrechter. ,
,
,
,
,
Bestemmingsplan “Zwarte Plakweg 48a America”
,
31
7 JURIDISCHE TOELICHTING 7. 1 Planstukken In dit hoofdstuk wordt inzicht gegeven in de wijze waarop de gewenste ruimtelijke en functionele ontwikkeling van het plangebied in dit bestemmingsplan juridisch is vertaald. Het juridische deel van het bestemmingsplan bestaat uit de verbeelding en de regels. De regels bevatten het juridisch instrumentarium voor het regelen van het gebruik van de gronden en gebouwen en bepalingen omtrent de toegelaten bebouwing. De verbeelding heeft een ondersteunende rol voor toepassing van de regels alsmede de functie van visualisering van het bestemmingsvlak. De verbeelding vormt samen met de regels het voor de burgers bindende onderdeel van het bestemmingsplan. De toelichting heeft geen bindende werking maar heeft wel een belangrijke functie bij de onderbouwing van het planvoornemen. ,
7. 2 Toelichting op de verbeelding Op de verbeelding is het nieuwe agrarische bouwvlak weergegeven waarbij de gewenste uitbreiding van het ,
bouwvlak gevisualiseerd is. Alle dubbelbestemmingen en gebiedsaanduidingen zoals die in het bestemmingsplan “Buitengebied Horst aan de Maas” gelden voor het plangebied zijn eveneens overgenomen op de verbeelding.
7. 3 Toelichting op de regels De regels zijn standaard als volgt opgebouwd: − Hoofdstuk 1 bevat de begripsbepalingen en een bepaling over de wijze van meten; deze worden opsommingsgewijs in alfabetische volgorde gegeven en dienen als referentiekader voor de overige regels. − Hoofdstuk 2 bevat de bestemmingen. − Hoofdstuk 3 bevat enkele algemene regels zoals de antidubbeltelbepaling de procedurebepaling en algemene regels ten aanzien van omgevingsvergunningen. − Hoofdstuk 4 tenslotte bevat het overgangsrecht en de slotregels met daarin de titel van het bestemmingsplan. ,
,
De bestemmingen vangen steeds aan met de bestemmingsbenaming. Daarna wordt in de bestemmingsomschrijving weergegeven voor welke doeleinden de betreffende gronden bestemd zijn. Vervolgens wordt in de bouwregels aangegeven welke bouwwerken bij recht mogen worden opgericht en welke situerings- en maatvoeringseisen hiervoor gelden. In sommige bestemmingen wordt bovendien nader ingegaan op de toegestane voorzieningen. Vervolgens is een gebruiksbepaling opgenomen waarin wordt aangegeven dat gronden en opstallen niet in strijd met de bestemming mogen worden gebruikt. Voor de duidelijkheid is een aantal situaties aangegeven die in ieder geval in strijd met de bestemming worden geacht.
Om bepaalde ontwikkelingen te sturen respectievelijk in de hand te houden is bij sommige bestemmingen ,
,
tevens gekozen voor het opnemen van omgevingsvergunnings- en wijzigingsbepalingen. Na het doorlopen
Bestemmingsplan “Zwarte Plakweg 48a America”
32
van een in het bestemmingsplan
nader uiteengezette procedure
,
kan aan deze ‘flexibliteitsbepalingen’
medewerking worden verleend.
Bestemmingsplan “Zwarte Plakweg 48a America”
33