03c.9 Bijlage 9 Quickscan flora en fauna (geanonimiseerd)
Tekst van het document
Verstorende werkzaamheden of activiteiten in de broedperiode zijn niet toegestaan als in gebruik zijnde nesten aanwezig zijn. Maatregelen zijn nodig om overtredingen van verbodsbepalingen te voorkomen. Kunnen deze niet genomen worden of zijn deze niet afdoende , dan dient een ontheffing op grond van de Wet natuurbescherming aangevraagd te worden. Het houden van grote evenementen in het de Heesberg in de broedperiode is zonder ontheffing niet zonder meer toegestaan. 3. 5 Amfibieën , reptielen en vissen In onderstaande tabel 5 zijn waarnemingen opgenomen van beschermde soorten in een straal van 1 km rond het
plangebied in de laatste vijf jaar (zie tabel) . Tabel 5: Overzicht van waargenomen Quickscanhulp , 2021) .
soorten in een straal van 1 km rond het plangebied (bron: NDFF
Naam Groep Beschermingsregime Afstand Poelkikker Amfibieën wnb-hrl 0 - 1 km Levendbarende hagedis* Reptielen Andere soorten 0 - 1 km *Vrijstelling geldt bij ruimtelijke ontwikkelingen in de periode 15 augustus t/m 15 oktober (zie ook bijlage 1) . 3. 5. 1 Beschermingsregime ‘Andere soorten’ Algemeen voorkomende soorten als Bruine kikker , Gewone pad en Kleine watersalamander en enkele vissoorten
kunnen in het bestemmingsplangebied voorkomen hoewel waarnemingen ontbreken uit de laatste vijf jaar. Voor deze soorten geldt een vrijstelling bij ruimtelijke ontwikkelingen voor het vangen en het vernietigen van verblijfplaatsen. Om doden te voorkomen dienen mitigerende maatregelen genomen te worden op de locaties waar deze soorten mogelijk voorkomen. Levendbarende hagedis is bekend uit het plangebied (waarneming uit 2021 direct ten oosten van de Kulbergweg) . Oudere waarnemingen zijn bekend net buiten het plangebied uit 2014 (waarneming. nl) . Deze soort is in MiddenLimburg zeldzaam in natuurgebieden en zeer zeldzaam buiten natuurgebieden. Bij ruimtelijke ontwikkelingen in de natuurgebieden dient rekening gehouden te worden met de aanwezigheid van deze soort. Aanbevolen wordt ruim voorafgaand aan de uitvoering een inventarisatie uit te voeren waarmee aan- of afwezigheid kan worden vastgesteld. Een vrijstelling voor het vangen en vernietigen van vaste verblijfplaatsen geldt bij ruimtelijke ontwikkelingen in de periode 15 augustus t/m 15 oktober. Mitigerende maatregelen dienen genomen te worden om het doden van dieren te voorkomen. Werkzaamheden in de bosgebieden en de randen daarvan dienen op basis van een ecologisch werkprotocol te worden uitgevoerd. Bij afwezigheid vervalt de noodzaak om in de vrijgestelde periode te werken.
24
Bureau Meervelt
(Update) Quickscan bestemmingsplangebied Grandorse
3. 5. 2 Beschermingsregime Habitatrichtlijn
Poelkikker is bekend uit de omgeving van het bestemmingsplangebied. In het plangebied ontbreken geschikte voortplantingswateren of geschikt leefgebied voor deze en overige (en zeldzame) soorten. Deze soorten komen voor in het westelijk gelegen natuurgebied Mariapeel. Nader onderzoek of een ontheffing voor amfibieën , reptielen of vissen is met uitzondering van Levendbarende hagedis niet nodig. 3. 6 Overige beschermde soorten In onderstaande tabel 6 zijn waarnemingen opgenomen van overige beschermde soorten in een straal van 1 km
rond het plangebied in de laatste vijf jaar (zie tabel) .
Tabel 6: Overzicht van waargenomen overige beschermde soorten in een straal van 1 km rond het plangebied (bron: NDFF Quickscanhulp) . Naam Spiegeldikkopje
Groep Dagvlinders
Beschermingsregime Andere soorten
Afstand 0 - 1 km
Deze soort komt voor in vochtige ruigten langs bospaden en bosranden , open bossen en hoogvenen. Waardplanten zijn Hennegras en pijpenstrootje; soms boskortsteel of riet. Spiegeldikkopje komt voor in het westelijk gelegen natuurgebied Mariapeel. Het voorkomen van Spiegeldikkopje in het plangebied is op grond van de ongeschiktheid van het leefgebied uit te sluiten (droog , ontbreken van waardplanten) . Nader onderzoek of een ontheffing voor deze dagvlinder is niet nodig. Het voorkomen van overige beschermde soorten in het plangebied is eveneens uit te sluiten op grond van de aanwezige habitats en de bekende verspreiding van deze soorten. Nader onderzoek of een ontheffing voor overige soorten is niet nodig.
25
Bureau Meervelt
4.
(Update) Quickscan bestemmingsplangebied Grandorse
HOUTOPSTANDEN
4. 1 Inleiding
Ten aanzien van bescherming van bomen en houtopstanden zijn de volgende kaders relevant. 1. Wet natuurbescherming , 2. Algemene plaatselijke verordening van de gemeente. Voor meer informatie over het afwegingskader in de Wet natuurbescherming wordt verwezen naar bijlage 1. 4. 2 Te kappen bomen en houtopstanden
In het bestemmingsplangebied is een bosperceel geheel gekapt in het noordelijk deel (locatie nieuwe paardenhouderij) en een bosperceel ten zuiden van ECdP. Op diverse locaties zijn bosranden gekapt voor de aanleg en verbreding van wegen en er heeft boskap plaatsgevonden in de Heesberg ten behoeve van de aanleg van het parcours. Langs de Peelweg zijn laanbomen gekapt om een inrit te maken en voor de aanleg van het Equiduct. Alle gekapte dan wel niet gekapte houtopstanden liggen buiten de bebouwde kom en vallen daarmee onder de Wet natuurbescherming. 4. 3 Bepalingen Wet natuurbescherming houtopstanden , hout en houtproducten
Het is op grond van de Wet natuurbescherming verboden een houtopstand geheel of gedeeltelijk te vellen of te doen vellen , met uitzondering van het periodiek vellen van griend- of hakhout , zonder voorafgaande melding daarvan bij gedeputeerde staten. Provinciale staten kunnen bij verordening regels stellen over een dergelijke melding. Deze regels kunnen in elk geval betrekking hebben op: a. de gegevens die bij de melding worden verstrekt , b. de termijn waarbinnen de melding wordt gedaan , en c. de wijze waarop de melding wordt gedaan. Gedeputeerde staten kunnen het vellen van houtopstanden telkens voor ten hoogste vijf jaar verbieden ter bescherming van bijzondere natuur- of landschapswaarden. Ingeval een houtopstand geheel of gedeeltelijk is geveld , met uitzondering van het periodiek vellen van griend- of hakhout , of anderszins teniet is gegaan , draagt de rechthebbende zorg voor het op bosbouwkundig verantwoorde wijze herbeplanten van dezelfde grond binnen drie jaar na het vellen of tenietgaan van de houtopstand. Als de beplanting niet aan slaat moet deze binnen drie jaar na de herbeplanting vervangen worden. Voorafgaand aan de kap dient een melding gedaan te worden bij de provincie en er geldt een herplantplicht. Voor de al uitgevoerde kap is een controle nodig van gedane meldingen en het nakomen van de herplantplicht. 4.
4 Bepalingen omgevingsverordening Horst aan de Maas In onderstaande figuur 18 wordt een uitsnede van de bomenkaart van de gemeente weergegeven. Waardevolle
houtopstanden waarvoor een omgevingsvergunning nodig is , zijn groen gearceerd. De bomen langs de Peelstraat zijn aangemerkt als beschermd. Bij kap van deze bomen is een omgevingsvergunning nodig van de gemeente Horst aan de Maas. Voor de al uitgevoerde kap is een controle nodig of een omgevingsvergunning is aangevraagd.
26
Bureau Meervelt
(Update) Quickscan bestemmingsplangebied Grandorse
Figuur 19: Bomenkaart Horst aan de Maas (laatste wijziging 28-10-2014) . 4. 5 Conclusie houtopstanden
In het bestemmingsplangebied zijn delen van bos en een perceel geheel gekapt die beschermd zijn op grond van de Wet natuurbescherming. Voor de al uitgevoerde kap is een controle nodig van gedane meldingen en het nakomen van de herplantplicht. Voor het kappen van de bomen langs de Peelstraat was een Omgevingsvergunning nodig. Voor de al uitgevoerde kap is een controle nodig of een omgevingsvergunning is aangevraagd.
27
Bureau Meervelt
(Update) Quickscan bestemmingsplangebied Grandorse
CONCLUSIES In het algemeen dient opgemerkt te worden dat in het verleden (vanaf 2016) een aantal rapportages zijn uitgebracht op het gebied van flora en fauna die relevant zijn voor het bestemmingsplangebied. Op het gebied van gebiedsbescherming en soortenbescherming zijn sinds 2016 echter geen zichtbare en concrete vervolgstappen genomen om gebieden en soorten te beschermen. Wat wel zichtbaar is , is dat diverse voor landschap en natuur ingrijpende ruimtelijke ingrepen zijn uitgevoerd. Met de uitbreiding van het bestemmingsplangebied door de toevoeging van het bosgebied de Heesberg is de kans op overtredingen van de verbodsbepalingen Wet natuurbescherming sterk toegenomen. In 2018 is een salderingsplan opgesteld maar er is geen invulling gegeven aan de uitvoering ervan. In de toelichting van de Beleidsregel Natuurcompensatie Limburg is als belangrijkste randvoorwaarde van de beleidsregel vermeld , dat het van groot belang is dat de compensatie vóór aanvang van de activiteit gerealiseerd is. Dit dient geregeld te worden door middel van een overeenkomst tussen de provincie Limburg en de initiatiefnemer. Voor zover bekend is er geen geldige overeenkomst. Dit klemt des te meer omdat de Heesberg van groot belang is voor de instandhouding van de dassenpopulatie in het gebied maar ook voor de instandhouding van andere soorten zoals Ree en Eekhoorn en de instandhouding van het NNN c.
q. de Goudgroene natuurzone. Deze conclusies leiden tot het advies alle activiteiten in het bestemmingsplangebied waarvoor geen toestemming verleend is , stil te leggen om verdere afbreukrisico’s te voorkomen en eerst orde op zaken te stellen. 5.
5. 1 Conclusies gebiedsbescherming • Natura 2000
Het bestemmingsplangebied ligt op circa 1 , 9 kilometer afstand van het Natura 2000 gebied Deurnsche Peel & Mariapeel. Overige Natura 2000 gebieden liggen op grotere afstand Groote Peel: circa 9 , 6 kilometer en Maasduinen circa 13 , 2 kilometer. Het is verboden zonder vergunning van gedeputeerde staten een project te realiseren dat niet direct verband houdt met of nodig is voor het beheer van een Natura 2000-gebied , maar afzonderlijk of in combinatie met andere plannen of projecten significante gevolgen kan hebben voor een Natura 2000-gebied. De gevolgen van een project worden beoordeeld in het licht van de instandhoudingsdoelen. Door de afstand tot het Natura 2000-gebied en de aard van de ontwikkeling kunnen effecten op de kwalificerende soorten en/of habitattypen op voorhand uitgesloten worden met uitzondering van verslechtering van kwaliteit van habitattypen en stikstofgevoelige leefgebieden door stikstofdepositie. Het opstellen van een nadere effectenanalyse/passende beoordeling voor overige storingsfactoren is niet nodig omdat deze storingsfactoren niet overlappen met Natura 2000 gebieden. Toename van stikstofdepositie op stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden in de omgeving van het plangebied kan optreden door toename van verkeersbewegingen en het vestigen van bedrijven waaronder paardenhouderijen.
Een Aerius-berekening voor de gebruiksfase dient uitgevoerd te worden om de omvang van de extra stikstofdepositie in deze fase te bepalen. Afhankelijk van de resultaten is een voortoets of passende beoordeling en vergunning nodig. Gedeputeerde Staten van Limburg hebben Beleidsregels depositiebank De Peelberg vastgesteld op 15 december 2020. Hierdoor wordt de mogelijkheid geboden voor de extra stikstofuitstoot te salderen met één of mee activiteiten buiten de begrenzing van één project of locatie ten behoeve van de verlening van een natuurvergunning.
•
Omgevingsverordening Limburg Het bestemmingsplangebied overlapt met het Natuurnetwerk Limburg. Door de uitgevoerde en voorgenomen ontwikkelingen zijn en worden wezenlijke kenmerken en waarden van het natuurnetwerk aangetast. Door een gecombineerde uitvoering van onderling samenhangende activiteiten wordt een verbetering van de kwantiteit , kwaliteit en samenhang van het Natuurnetwerk op gebiedsniveau nagestreefd. Hiervoor is een salderingsplan opgesteld dat zijn weerslag moet krijgen in het bestemmingsplan c. q. omgevingsplan. Het bestemmingsplangebied overlapt met de Groenblauwe mantel. Door de uitgevoerde of nog uit te voeren ontwikkelingen worden kernkwaliteiten aangetast. De wijze waarop rekening gehouden wordt met of opnieuw invulling gegeven wordt aan de kernkwaliteiten , wordt uitgewerkt in het Salderingsplan dat zijn weerslag moet krijgen in het bestemmingsplan c. q. omgevingsplan. 28
Bureau
Meervelt
(Update) Quickscan bestemmingsplangebied
Grandorse
5.2 Conclusies soortbescherming Het
,
bestemmingsplangebied
functies
voor
deze
is
soorten.
leefgebied
Voor
geen
beschermde
van
de
van
diersoorten.
voorkomende
soorten
Het kan
plangebied negatief
een
ontwikkelingen op voorhand uitgesloten worden. Aangenomen uitgevoerde ruimtelijke ontwikkelingen al negatieve effecten zijn opgetreden. voorgenomen
Tabel 6:
mag
vervult
diverse
effect
door
de
dat
door
de
worden
Mogelijke en geconstateerde overtredingen
Soort
Mogelijke
Onderzoek
en
nodig?
Mitigerende maatregel
Ontheffing nodig
Bij nieuwe activiteiten werken op
Nee
geconstateerde
overtredingen
Algemeen voorkomende soorten zoogdieren
Niet nakomen
de
van
zorgplicht, doden
van
Nee dieren
basis
van
een
ecologisch
werkprotocol
en
amfibieën
Eekhoorn
Niet vooraf
inspecteren van
Ja, bij nieuwe
nestbomen
waardoor
Nestbomen
kapwerkzaamheden
nestbomen
gekapt kunnen
periode,
kappen in vrijgestelde
werken
op basis
van
een
Nee, mits mitigerende maatregelen genomen
ecologisch werkprotocol
worden.
Ja, onderzoek naar
Nader
Ja, art. 3.10 lid 1a en 1b
aanwezigheid
de
uitgevoerd in voorjaar
dienen
2021
maatregelen
zijn buiten de vrijgestelde periode
(geanonimise rd)
Versnippering van
en
onttrekking
leefgebied;
foerageergebied
en
verstoring met als mogelijk gevolg het verlaten burcht.
te bepalen.
In
aanvulling op
mitigerende maatregelen compenserende te worden.
genomen
de
van
Grote kans op
verkeersslachtoffers.
Vleermuizen
Niet vooraf bomen
inspecteren van
met als
mogelijk
gevolg vernietiging
van
Alleen bomen
vaste
verblijfplaatsen.
bij kap met
Bij nieuwe activiteiten: Behoud
van
potentieel
geschikte holten
en
omliggende bomen.
boom
Vernietiging/verstoring nesten
tijdens de
broedperiode. Vernietiging verstoring
nesten of
van
bomen.
kap onvermijdelijk is dient
van
Als
Alleen
bij vastgestelde
verblijfplaatsen.
een
activiteitenplan opgesteld te worden
Broedvogels
omliggende
en
met
maatregelen.
Ja, inspectiefonderzoek
Tijdens de broedperiode geen
Ja, in geval
voorafgaand
nestlocaties
geconstateerde
aan
vernietigen, geen
ingreep in
verstorende activiteiten
broedseizoen
indien
soorten met
Bomen
jaarrond beschermd nest
uitvoeren
broedvogels aanwezig zijn. en
omliggende
bomen
met
van
aanwezigheid van soorten met
een
beschermd
nest dat
jaarrond
jaarrond beschermde nesten
verstoord wordt of
behouden.
verdwijnt door
een
ontwikkeling. Ja, bij het organiseren van
grootschalige
evenementen
in het
broedseizoen
als
mitigerende maatregelen niet voldoen
29
Bureau Meervelt
(Update) Quickscan bestemmingsplangebied Grandorse
Levendbarende hagedis
Vernietiging vaste rust- en verblijfplaatsen
Ja , in geval van ruimtelijke ontwikkelingen in geschikt leefgebied
Ruim voorafgaand aan ingreep eventuele aanwezigheid onderzoeken. Vrijstelling in periode 15 augustus tot en met 15 oktober.
Nee , tenzij werkzaamheden in geschikt leefgebied plaatsvinden in de vrijgestelde perioden. Uitvoering conform ecologisch werkprotocol.
Vissen
Vernietiging verblijfplaatsen , doden individuen
Alleen bij ruimtelijke ingrepen in de grotere jaarrond waterhoudende sloten.
Slachtoffers zo veel mogelijk voorkomen.
Nee , uitvoering conform ecologisch werkprotocol.
•
In het algemeen geldt: als dieren worden aangetroffen in het plangebied geldt te allen tijde geldt de zorgplicht 6 . Bij het onverhoopt toch aantreffen van beschermde planten- of diersoorten waarvoor geen vrijstelling geldt , dient alsnog contact opgenomen te worden met een ecoloog om benodigde vervolgstappen te bespreken.
•
Door de groene inrichting in het plangebied te versterken wordt natuur (mede) een ‘sellingpoint’. Er zijn veel maatregelen mogelijk om de natuurkwaliteit in het plangebied te vergroten en bezoekers te stimuleren om ‘in het groen’ te bewegen. Eenvoudige maatregelen zijn onder andere het aanplanten van inheemse soorten bomen en struiken die een functie hebben als waard- en nectarplanten voor dagvlinders (en andere insecten) , het behouden van overhoekjes voor overwinterende insecten en/of het bouwen van insectenhotels , de aanleg van (compost) hopen of takkenhopen voor overwinterende Egels en Levendbarende hagedis.
•
Andere maatregelen die genomen kunnen worden zijn het plaatsen en/of inbouwen van nestkasten voor Gierzwaluwen , Huismussen , zwaluwsoorten en het inbouwen van een geschikte vleermuizenverblijfplaats bij de in Grandorse nieuw te bouwen opstallen (natuurinclusief bouwen) .
4. Bescherming Houtopstanden
In het bestemmingsplangebied zijn delen van bos en een perceel geheel gekapt die beschermd zijn op grond van de Wet natuurbescherming. Voor de al uitgevoerde kap is een controle nodig van gedane meldingen en het nakomen van de herplantplicht. Voor het kappen van de bomen langs de Peelstraat was een Omgevingsvergunning nodig. Voor de al uitgevoerde kap is een controle nodig of een omgevingsvergunning is aangevraagd.
6 De
zorgplicht is als een open norm geformuleerd in het eerste lid van artikel 1. 11 Wet natuurbescherming. In het tweede lid wordt de zorgplicht nader geconcretiseerd door te bepalen dat deze plicht inhoudt dat een ieder die weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat door zijn handelen of nalaten nadelige gevolgen kunnen worden veroorzaakt voor een Natura 2000-gebied , een bijzonder nationaal natuurgebied of voor in het wild levende dieren en planten: 1. dergelijke handelingen achterwege laat , dan wel , 2. indien dat achterwege laten redelijkerwijs niet kan worden gevergd , de noodzakelijke maatregelen treft om die gevolgen te voorkomen , of 3. voor zover die gevolgen niet kunnen worden voorkomen , deze zoveel mogelijk beperkt of ongedaan maakt. 30
Bureau Meervelt
(Update) Quickscan bestemmingsplangebied Grandorse
LITERATUURLIJST
6.
EN WEBSITES
Buggenum HJM. van , G ((ggeeaannooN nniimmiiss eeeerrdd)) < E ((ggeeaannooN nniimmiiss eeeerrdd)) 2002. Herpetofauna van Limburg. Verspreiding van amfibieën en in de 1980 2008. Stichting Natuurpublicaties Limburg , Maastricht. ecologie reptielen periode
en
-
Europese Gemeenschappen , Richtlijn
no.
79-409 inzake het behoud
Europese Gemeenschappen , Richtlijn
no.
92-43 inzake de
flora
en
fauna. Brussel , 1992.
van
de
instandhouding
Vogelstand. Brussel , 1979. van
de
natuurlijke habitats
en
de wilde
Huizenga CE , nn((gg nnoonniimmii. sseeeerrdd)) ((ggeeaannoonniimmiisseeeerrdd)) eeaannoonniimmiisseeeerrdd))((ggeeaannoonniimmiisseeeerrdd))201 ((ggeeaannoonniimmiisseeeerrdd)) ((ggeeaa0 Zoogdieren van Limburg , verspreiding en ecologie in de periode 1980 2007. Stichting Natuurpublicaties Limburg , -
Maastricht.
Lange R((ggN e a n o n i m iisseeeerrdd))E ((ggeeaannooN nniimmiiss eeeerrdd))E ((ggeeaannooN nniimmiiss eeeerrdd)) 1294. Zeeodieren van de KNNV , VZZ i. s. m. Vereniging Natuurmonumenten , 1994.
van
West-Europa. Stichting Uitgeverij
Ministerie
en
Ruimte.
van
Infrastructuur
bereikbaar , leefbaar
en
en
Milieu , 2012. Structuurvisie
Infrastructuur
Nederland
concurrerend ,
veilig.
Provincie
Limburg , 2017. Beleidsregels ten behoeve van de passieve soortenbescherming natuurbescherming in Limburg. Provinciaal blad , 6 december 2017. Provincie
Limburg , 2021. Ontwerp-omgevingsverordening Limburg.
Provincie
Limburg , 2018. Beleidsregel natuurcompensatie 2018.
Verdrag inzake het behoud
van
wilde dieren
en
planten
en
www. limburg. nl www. natuurgegevenslimburg. nl www. waarneming. nl
31
hun
onder
natuurlijke milieu in Europa , 1979. Bern.
de
Wet
Bijlage 1 Achtergronden Wet natuurbescherming Wet Natuurbescherming Soorten van de Vogelrichtlijn. Dit zijn alle van nature in Nederland in het wild levende vogels (zoals bedoelt in artikel 1 van de Vogelrichtlijn) . Vooralsnog is onbekend hoe wordt omgegaan met jaarrond beschermde vogelnesten (zoals het eerdere beschermingsregime van de Flora- en faunawet) . Geen lijst opgenomen. Soorten van de Habitatrichtlijn. Dit zijn soorten die genoemd zijn in Bijlage IV van de Habitatrichtlijn , Bijlage I en II van het Verdrag van Bern en Bijlage II van het Verdrag van Bonn. In de Bijlagen van de Verdragen van Bern en Bonn worden ook vogels genoemd. Nationaal aangewezen (overige soorten) . Dit zijn soorten genoemd in de bijlage van de Wet natuurbescherming. Het gaat om de bescherming van in nationaal opzicht te beschermen soorten , die zijn genoemd op de Vogel- of Habitatrichtlijn (art. 3. 10 - 3. 11 Wet natuurbescherming) . Reden voor de bescherming is de maatschappelijke overtuiging dat deze dieren bescherming behoeven. Andere in de bijlage opgenomen soorten worden om ecologische redenen beschermd. De wet voorziet in ruime mogelijkheden voor het verlenen van vrijstellingen , ook voor vogels en strikt beschermde soorten. Deze vrijstellingen dienen steeds bij verordening door provinciale staten te worden verleend.
Bij het verlenen van de vrijstelling moet aan dezelfde voorwaarden worden voldaan als bij het verlenen van een ontheffing. Wet Natuurbescherming ontheffing/vrijstelling Vogelrichtlijn Een ontheffing of een vrijstelling wordt uitsluitend verleend , indien is voldaan aan elk van de volgende voorwaarden: a. er bestaat geen andere bevredigende oplossing; b. zij is nodig: • 1°. in het belang van de volksgezondheid of de openbare veiligheid; • 2°. in het belang van de veiligheid van het luchtverkeer; • 3°. ter voorkoming van belangrijke schade aan gewassen , vee , bossen , visserij of wateren; • 4°. ter bescherming van flora of fauna; • 5°. voor onderzoek of onderwijs , het uitzetten of herinvoeren van soorten , of voor de daarmee samenhangende teelt , of • 6°. om het vangen , het onder zich hebben of elke andere wijze van verstandig gebruik van bepaalde vogels in kleine hoeveelheden selectief en onder strikt gecontroleerde omstandigheden toe te staan; c. de maatregelen leiden niet tot verslechtering van de staat van instandhouding van de desbetreffende soort. Habitatrichtlijn Een ontheffing of een vrijstelling wordt uitsluitend verleend , indien is voldaan aan elk van de volgende voorwaarden: a. er bestaat geen andere bevredigende oplossing; b. zij is nodig: • 1°.
in het belang van de bescherming van de wilde flora of fauna , of in het belang van de instandhouding van de natuurlijke habitats; • 2°. ter voorkoming van ernstige schade aan met name de gewassen , veehouderijen , bossen , visgronden , wateren of andere vormen van eigendom; • 3°. in het belang van de volksgezondheid , de openbare veiligheid of andere dwingende redenen van groot openbaar belang , met inbegrip van redenen van sociale of economische aard en met inbegrip van voor het milieu wezenlijke gunstige effecten; • 4°. voor onderzoek en onderwijs , repopulatie of herintroductie van deze soorten , of voor de daartoe benodigde kweek , met inbegrip van de kunstmatige vermeerdering van planten , of • 5°. om het onder strikt gecontroleerde omstandigheden mogelijk te maken op selectieve wijze en binnen bepaalde grenzen een beperkt , bij de ontheffing of vrijstelling vastgesteld aantal van bepaalde dieren van de
soort te vangen of onder zich te hebben , onderscheidenlijk een beperkt bij de ontheffing of vrijstelling vastgesteld aantal van bepaalde planten van de aangewezen soort te plukken of onder zich te hebben; c. er wordt geen afbreuk gedaan aan het streven de populaties van de betrokken soort in hun natuurlijke verspreidingsgebied in een gunstige staat van instandhouding te laten voortbestaan. aangewezen
Overige soorten Artikel 3. 8 , met uitzondering van het derde en vierde lid , is van overeenkomstige toepassing op de verboden , bedoeld in het eerste lid , met dien verstande dat , in aanvulling op de redenen , genoemd in het vijfde lid , onderdeel b , de noodzaak voor de ontheffing of vrijstelling ook verband kan houden met handelingen: • a. in het kader van de ruimtelijke inrichting of ontwikkeling van gebieden , daaronder begrepen het daarop volgende gebruik van het ingerichte of ontwikkelde gebied; • b. ter voorkoming van schade of overlast , met inbegrip van schade aan sportvelden , schietterreinen , industrieterreinen , kazernes , of begraafplaatsen; • c. ter beperking van de omvang van de populatie van dieren , in verband met door deze dieren ter plaatse en in het omringende gebied veelvuldig veroorzaakte schade of in verband met de maximale draagkracht van het gebied waarin de dieren zich bevinden; • d. ter voorkoming of bestrijding van onnodig lijden van zieke of gebrekkige dieren; • e. in het kader van bestendig beheer of onderhoud in de landbouw of bosbouw; • f. in het kader van bestendig beheer of onderhoud aan vaarwegen , watergangen , waterkeringen , waterstaatswerken , oevers , vliegvelden , wegen , spoorwegen of bermen , of in het kader van natuurbeheer; • g.
in het kader van bestendig beheer of onderhoud van de landschappelijke kwaliteiten van een bepaald gebied , of • h. in het algemeen belang. 3. De verboden , bedoeld in het eerste lid , onderdelen a , en b , zijn niet van toepassing op de bosmuis , de huisspitsmuis en de veldmuis voor zover deze dieren zich in of op gebouwen of daarbij behorende erven of roerende zaken bevinden.
HABITATRICHT LIJN
Zoogdieren
Baardvleermuis Bechstein’s vleermuis
Myotis mystacinus Myotis bechsteinnii
Bever
Castor fiber B( g e a En o n i Nm i s e e r d ) eiser: Myotis brandtit Phocoena phocoena
Bosvleermuis Brandt’s vleermuis Bruinvis Euraziatische lynx
Kleine
hoefijzerneus
Laatvlieger Lynx
Meervleermuis Mopsvleermuis
Ahinolophus hioposideros Eptesicus serotinus Lynx lynx Myotis dasycneme
Otter
Barbastella barbastellus Pipistrellus nathusii Microtus oeconomus Lutra lutra
Rosse vleermuis Tuimelaar
( g e a n o n i m i s e e r d ) rocteie B Tursiops truncatus
Plecotus auritus
Tweekleurige vleermuis
Vespertilio murinus
Hazelmuis
Muscardinus avellanarius
Myotis myotis
Ingekorven vleermuis Kleine dwergvleermuis Reptielen en amfibieën
Myotis emarginatus Pipistrellus pygmaeus
Vale vleermuis Wilde kat
Boomkikker Geelbuikvuurpad Gladde slang Heikikker
Franjestaart Gewone Gewone Gewone
dolfijn dwergvleermuis
grootoorvleermuis
Kamsalamander
Knoflookpad Dagvlinders Donker pimpernelblauwtje
Lynx lynx Myotis nattereri Delphinus delphis Pipistrellus pipistrellus
M((ggeeaannooN i m i s e e r d ) vleermuis Noordse woelmuis
Wolf
Felis silvestris Canus lupus
Hyla arborea Bombina variegata
Muurhagedis
Podarcis muralis
Poelkik k er
Coronella austriacus Rana arvalis Triturus cristatus Pelobates fuscus
Rugstreeppad
Vroedmeesterpad Zandhagedis
Rana lessonae Bufo calamita Alytes obstreticans Lacerta agilis
| Maculinea nausithous
Tijmblauwtje
Maculinea arion
Zilverstreephooibeestje
Coenonympha hero
Noordse
winterjuffer Oostelijke witsnuitlibel
Sympecma paedisca
Grote vuurvlinder
W( g e a n o Nn i m i s eeeerrdd))cisper
Pimpernelblauwtje
Maculinea teleius
Nachtvlinders
Teunisbloempijlstaart
Proserpinus proserpina
Libellen
Bronslibel Gatfellibel Gevlekte witsnuitlibel Groene glazenmaker Vissen
Houting Vaatplanten Drijvende waterweegbree Groenknolorchis Kevers Brede
geelrandwaterroofkever Gestreepte waterroofkever Weekdieren Bataafse stroommossel
Oxygastra curtisii Ophiogomphus cecilia Leucorrhinia pectoralis
Leucorrhinia
Rivierrombout
Siylurus flavipes
viridis
Sierlijke
Conegonus oxyrrhynchus
Steur
Acipenser sturio
Luronium natans Liparis loeselii
Kruipend moerasscherm Zomerschroeforchis
Apium repens Spiranthes aestivalis
Dytiscus latissimus
Heldenbok
Cerambyx cerdo
| Graphoderus bilineatus
Juchtleerkever
Osmoderma
Platte
Anisus vorticulus
Aeshna
‚
Unio crassus
witsnuitlibel
schijfhoren
Leucorrhinia caudalis
eremita
NATIONAAL Planten Blaasvaren
Kleine wolfsmelk
Groensteel
Cystopteris fragilis Asplenium viride
Schubvaren Akkerboterbloem
Ceterach officinarum Ranunculus arvensis
Knollathyrus
Akkerdoornzaad
W( g e a n o Nn i m i s e e r d ) arvensis
Korensla
Akkerogentroost Beklierde ogentroost
Odontites vernus Euphrasia rostkoviana Teucrium montanum Platanthera montana Anagallis arvensis
Kranskarwij Kruiptijm
Himantoglossum hircinum Ranunculus polyanthemos Bromopsis ramosa bonusChenopodium
Muurbloem
Berggamander
Bergnachtorchis Bl auw guichelheil Bokkenorchis Bosboterbloem Bosdravik Brave
(geanonimiseerd)
Brede wolfsmelk Breed wollegras Bruinrode wespenorchis Dennenorchis
Dreps Echte
gamander
Franjegentiaan
Geelgroene wespenorchis Geplooide vrouwenmantel Getande veldsla Gevlekt zonneroosje Glad biggenkruid Gladde zegge Groene nachtorchis Groot spiegelklokje Grote bosaardbei Grote leeuwenklauw
Honingorchis
Kalkboterbloem Kalketrip Karthuizeranjer Karwijsalie Kleine ereprijs
Kleine schorseneer Kevers Vliegend hert Libellen
Beekrombout Bosbeekjuffer Donkere Gevlekte
waterjuffer glanslibel
henricus
Euphorbia platyphyllos Eriophorum latifolium Epipactis atrorubens Goodyera repens Bromus secalinus Teucrium chamaedtys Gentianella ciliata Epipactis muelleri Alchemilla subcrenata Valerianella dentata Tuberaria
guttata Hypochaeris glabra Carex laevigata Coeloglossum viride Legousia speculum-veneris Fragaria moschata Aphanes arvensis Herminium monorchis Ranunculus poiyanthemos Centaurea calcitrapa Dianthus carthusianorum Selinum carvifolia Veronica verna Scorzonera humilis
Kluwenklokje Knolspirea
Lange zonnedauw Liggende ereprijs Moerasgamander Naakte
lathyrus
Naaldenkervel ! Pijlscheefkelk Roggelelie Rood
Euphorbia exigua Campanula glomerata Lathyrus linifolius Filipendula vulgaris Arnoseris minima Carum verticillatum
Thymus praecox Drosera longifolia Veronica prostrata Teucrium scordium Erysimum cheiri Lathyrus aphaca Scandix pecten-veneris Arabis hirsuta Lilium buibiferum
peperboompje Rozenkransje Ruw parelzaad Scherpkruid
Daphne
Schubzegge
Carex lepidocarpa
mezereum
Antennaria dioica
Lithospermum arvense Asperugo procumbens
Smalle raai Spits havikskruid Steenbraam Stijve wolfsmelk
Galeopsis angustifolia
Stofzaad
Monotropa hypopitys
Tengere distel Tengere veldmuur Trosgamander
Carduus tenuitlorus Minuartia hybrida Teucrium botrys Scheuchzeria palustris Ophrys insectifera
Veenbloembies
Vliegenorchis Vroege ereprijs Wilde ridderspoor Wilde averuit Wilde weit
Wolfskers
Zandwolfsmelk
Zinkviooltje Zweedse
kornoelje
Gewone
bronlibel
Hieracium lactucella Rubus saxatilis Euphorbia stricta
Veronica praecox Consolida regalis Artemisia campestris
Melampyrum arvense Atropa bella-donna Euphorbia seguieriana Viola lutea subsp. calaminaria Cornus suecica
Lucanus cervus
Gomphus vulgatissimus Calopteryx virgo Coenagrion armatum Somatochlora flavomaculata
Hoogveenglanslibel
Cordulegaster boltonii Somatochlora arctica
Kempense heidelibel Speerwaterjuffer
Sympetrum depressiusculum Coenagrion hastulatum
Dagvlinders Aardbeivlinder
Pyrgus malvae
Kleine heivlinder
Hipparchia statilinus
Bosparelmoervlinder
Melitaea athalia
Kleine
Limenitis camilla
Erynnis tages
Kommavlinder
Hesperia
ilicis
Sleedoornpage
Thecla betulae
Duinparelmoervlinder
Argynnis niobe
Spiegeldikkopje
Heteropterus morpheus
Gentiaanblauwtje
Maculinea alcon
Veenbesblauwtje
Plebejus optilete
Grote
Argynnis aglaja
Veenbesparelmoervlinder
Boloria
Grote vos
Nymphalis polychloros
Veenhooibeestje
Coenonympha
Grote
Apatura iris)
Veldparelmoervlinder
Melitaea
Satyrium
Zilveren maan
Boloria selene
Gestippelde alver
Alburnoides
Misgurnus fossilis
Bruin
dikkopje
Bruine
eikenpage
parelmoervlinder weerschijnvlinder
lepenpage
Satyrium
w-album
ijsvogelvlinder
comma
aquilonaris tullia
cinxia
Kreeftachtigen Europese
rivierkreeft
Astacus astacus
Vissen
Beekdonderpad
Cottus
rhenanus
Beekprik Elrits
Lampetra planeri
Grote
Phoxinus
phoxinus
Kwabaal
Alpenwatersalamander
Mesotriton
alpestris
Meerkikker
Bruine
Rana
modderkruiper
bipunctatus
Lota lota
Amfibieën
kikker
Gewone
temporaria
pad
Bufo bufo
Kleine watersalamander
Lissotriton
vulgaris
Middelste
Rana ridibunda groene kikker
Pelophylax kl. esculentus
Vinpootsalamander Vuursalamander
Lissotriton helveticus
Levendbarende
Zootoca
Salamandra
salamandra
Reptielen Adder
Vipera berus ssp. berus
Hazelworm
hagedis
vivipara
Anguis fragilis
Ringslang
Natrix natrix
Microtus
Konijn Molmuis
Oryctolagus cuniculus
Zoogdieren
Aardmuis Boommarter
agrestis
Martes martes
Bosmuis
Apodemus sylvaticus
Ondergrondse
Bunzing
Mustela
Ree
Damhert
Dama
(Bgeanonimise rd)
putorius
Pitymys subterraneus Capreolus capreolus
Rosse woelmuis
Cleihrionomys glareolus
Meles meles
Steenmarter
Martes
Dwergmuis
Micromys minutus
Tweekleurige bosspitsmuis
Sorex coronatus
Dwergspitsmuis
Sorex minutus
Veldmuis
Microtus arvalis
Edelhert
Cervus
elaphus
Veldspitsmuis
Crocidura leucodon
Eekhoorn
Sciurus
vulgaris
Vos
Vulpes vulpes
Egel
Erinaceus europeus
Waterspitsmuis
Neomys
fodiens
Eliomys quercinus
Wezel
Mustela
nivalis
Sorex araneus
Wild
Sus scrofa
Apodemus
Woelrat
Arvicola terrestris
Gewone zeehond
Phoca
Eikelmuis Gewone Grote
bosspitsmuis
bosmuis
dama
Arvicola scherman woelmuis
flavicollis
Haas
Lepus europeus
Hermelijn
Mustela erminea
Huisspitsmuis
Crocidura russula
zwijn
Grijze
zeehond
foina
vitulina
Halichoerus
grypus
VRIJSTELLING RUIMGTELIJKE ONTWIKKELINGEN 3. 8 LIMBURG (bijlage I zorgplicht , gehele jaar of vrijstelling in de maanden die genoemd zijn) Nederlandse naam Periode Nederlandse naam Periode Bruine kikker Gehele jaar Haas Gehele jaar Gewone pad Gehele jaar Hermelijn Gehele jaar Kleine watersalamander Gehele jaar Huisspitsmuis Gehele jaar Meerkikker Gehele jaar Konijn Gehele jaar Middelste groene kikker Gehele jaar Ondergrondse woelmuis Gehele jaar Hazelworm juli , augustus en september Molmuis Gehele jaar aug Levendbarende hagedis 15 t/m 15 oktober Ree Gehele jaar Aardmuis Gehele jaar Rosse woelmuis Gehele jaar Bosmuis Gehele jaar Steenmarter 15 aug t/m februari Bunzing Gehele jaar Tweekleurige bosspitsmuis Gehele jaar Gehele jaar Gehele jaar Dwergmuis Veldmuis Dwergspitsmuis Gehele jaar Vos Gehele jaar maart , april en juli t/m nov Eekhoorn Wezel Gehele jaar Egel Gehele jaar Woelrat Gehele jaar Gewone bosspitsmuis Gehele jaar
GECONSOLIDEERDE VERSIE (GC03) VAN DE OMGEVINGSVERORDENING
LIMBURG 2014
Artikel 3. 8. 3 Vrijstelling ruimtelijke ontwikkeling en bestendig beheer of onderhoud 1. 2. 3. 4.
5.
In afwijking van de verboden in artikel 3. 10 , eerste lid , onder a en b , van de Wet natuurbescherming is het aan eenieder toegestaan om de in bijlage II bij dit artikel aangewezen soorten te vangen en hun vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen opzettelijk te beschadigen of te vernielen. De soorten bedoeld in het eerste lid mogen worden gevangen met behulp van schepnetten , schermen , vangemmers , vangkooien en kastvallen. Het vangen van dieren , bedoeld in het eerste lid , is slechts toegestaan wanneer het niet redelijkerwijs mogelijk is om de dieren te verdrijven van de locatie waar de werkzaamheden plaatsvinden De in het eerste lid genoemde vrijstellingen gelden ten behoeve van de volgende belangen: a. in het kader van de ruimtelijke inrichting of ontwikkeling van gebieden , daaronder begrepen het daarop volgende gebruik van het ingerichte of ontwikkelde gebied; b. in het kader van bestendig beheer of onderhoud in de landbouw of bosbouw; c. in het kader van bestendig beheer of onderhoud aan vaarwegen , watergangen , waterkeringen , waterstaatswerken , oevers , vliegvelden , wegen , spoorwegen of bermen , of in het kader van natuurbeheer; d. in het kader van bestendig beheer of onderhoud van de landschappelijke kwaliteiten van een bepaald gebied. De vrijstellingen gelden gedurende de periode genoemd in bijlage II bij de betreffende soort.
Achtergrond bescherming Nationaal natuur netwerk Bescherming Nationaal natuur netwerk Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte De visie van het rijk op de ruimtelijke ontwikkeling van Nederland wordt weergegeven in de Structuurvisie Infra en Ruimte. In deze visie wordt duidelijk welke waarden overal tenminste gegarandeerd worden (de basiskwaliteit) en voor welke ruimtelijke structuren het rijk een grotere verantwoordelijkheid heeft. Daar streeft het rijk naar meer dan basiskwaliteit. Voor natuur en landschap wordt gestreefd naar de ontwikkeling van een netwerk van VHR-gebieden , het NNN en ecologische verbindingen. Voor gebieden met een beschermde status geldt de verplichting tot instandhouding van de wezenlijke kenmerken en waarden en een ’nee , tenzij’ - regime. Ingrepen in of in de onmiddellijke nabijheid van deze gebieden worden niet toegestaan indien wezenlijke kenmerken , waarden of nagestreefde natuurontwikkeling worden aangetast. Indien de ruimtelijke ontwikkeling na toetsing via het afwegingskader door gaat , kan natuurcompensatie noodzakelijk zijn. Van compensatie is pas sprake indien na mitigatie (verzachtende maatregelen) nog sprake is van negatieve effecten. Het afwegingskader van de Nota Ruimte is verfijnd in provinciale regelgeving. Als een ingreep in het NNN onvermijdelijk is , geldt dat mitigerende maatregelen genomen moeten worden.
Indien de mitigatie niet volstaat , moet voor het resterende effect worden gecompenseerd. Bij compensatie gelden de voorwaarden dat: • geen nettoverlies aan natuurwaarden (areaal , kwaliteit en samenhang) optreedt , • compensatie aansluitend of in de directe omgeving van het gebied is (duurzaamheid) , • indien kwalitatief gelijkwaardige compensatie aansluitend of nabij de plaats van ingreep niet mogelijk is compensatie op een andere locatie moet plaatsvinden , • indien op een andere locatie compensatie niet mogelijk is , financieel moet worden gecompenseerd , • het tijdstip van besluit over de geplande ingreep tevens tijdstip van besluit is over de aard , de wijze , het tijdstip van mitigatie en het tijdstip van compensatie. Provinciale bescherming Zie stroomschema volgende pagina.
file: ///C: /Users/Eigenaar/Downloads/Omgevingsverordening%20Limburg%202014%20alle%20aanpas singen%20tm%2015%20september%202015%20verwerkt%20 (2) . pdf
Bijlage 2A Gegevens NDFF Quickscanhulp
Project
1 QS
Grandorse
Referentie: 21-015
Datum
:
18 februari
2021
Bekende
verspreiding van soorten plangebied leveringuit de NDFF.
ten
opzichte
het
van
-
Bekende
verspreiding van soorten ten opzichte van het
plangebied
leveringuit de NDFF.disclaimer De Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF) is de meest omvangrijkelandelijke informatiebron van verspreidingsgegevens en bevat betrouwbarewaarnemingen van planten en dieren in een bepaald gebied. Het systeem is inopbouw, nieuwe gegevens worden met regelmaat toegevoegd. Alle gegevens in deNDFF zijn gevalideerd. Nader (veld-)onderzoek kan noodzakelijk zijn omaanwezigheid van een soort te bevestigen of uit te sluiten. Copyright vermelden bij verwijzen of citeren naar deze levering: '© NDFF quickscanhuip.nl 18 februari 2021' Op de volgende pagina's vindt u de lijst met soorten en afstanden ten opzichte van hetplangebied dat deze soorten zijn waargenomen. Een toelichting op deze lijst is te vinden op: -
-
www.quickscanhulp.nl. Mocht u vragen hebben dan kunt u contact opnemen helpdesk van HetNatuurloket:
met de
E-mail: serviceteamndff@natuurloket.nl Telefoon: 0800 2356333
Disclaimer De Nationale Databank
Flora en Fauna (NDFF) is de meest omvangrijkelandelijke informatiebron van betrouwbarewaarnemingen van planten en dieren In een bepaald gebled. Het systeem Is Inopbouw, nieuwe gegevens worden met regelmaat toegevoegd. Alle gegevens In deNDFF zijn gevalideerd. Nader (veldjonderzoek kan noodzakelijk zijn omaanwezigheld van een soort te bevestigen of uit te sluiten. Hoewel het Natuurtoket en Regelink Ecologie & Landschap hun uiterste best doen voor het correct weergeven van de data op quickscanhulp.nl kunnen zij niet aansprakelijk gesteld worden voor enige fouten of het gebruik van de data.
verspreidingsgegevens
en
bevat
Copyright
vermeiden bij verwijzen
of citeren
naar
deze
levering:
2021
‘© MDFF
- quickscanhufp.nl
18
februar
Bever
Zoogdieren
wnb-hri
0-1km
Boomvalk
Vogels
wnb-vri
0-1km
Buizerd
Vogels
wnb-vr|
0-1km
B(geanonimise rd)
Zoogdieren
0-1km
Eekhoorn
Zoogdieren
0-1km
Egel
Zoogdieren
0-1km
Gewone/Grijze grootoorvleermuis
Zoogdieren Zoogdieren
wnb-hri wnb-hri
0-1km
Vogels Vogels
wnb-vrl wnb-vri
0-1km
Gewone
grootoorvleermuis
Gierzwaluw Grote Gele Haas
Kwikstaart
Zoogdieren
0-1km
0-1km 0-1km
Een update van deze gegevens is uitgevoerd in januari 2022 (rechtstreeks in de Nationale Databank Flora en Fauna) . Hieruit is geen andere informatie van aanwezigheid va beschermde soorten naar voren gekomen (zie ook bijlage 2B , separate PDF) .
Bijlage 3 Natuurgegevens Provincie Limburg Vogels
In onderstaande tabellen worden de waarnemingen uit de kilometerhokken getoond.
Kilometerhok noordoost en zuid
Kilometerhok noordoost
Bijlage 4 Fotobijlage (impressie plangebied)
Bijlage 5 Kernkwaliteiten groenblauwe mantel