CConstaterende datHorst aan de Maas
Koppel je AI →
Document · PDF

03c.5 Bijlage 5 Samenvatting planMER 2025 (geanonimiseerd)

Gemeenteraad 18 november 2025, gemeente Horst aan de MaasBij agendapunt: Bijlagen bestemmingsplan Grandorse, Kronenberg10.910 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Samenvatting Milieueffectrapportage Bestemmingsplan Grandorse

19

P217191. 062

de 7m hoogte geplaatst worden aangezien dit de maximaal toegestane goothoogte is. Verder zijn evenementen die tot grote lichtoverlast kunnen leiden planologisch niet toegestaan. Binnen de bestemming verkeer worden maximaal 18 meter hoge lichtmasten toegestaan zonder verdere ,

gebruiksregels. De bouwregels in het bestemmingsplan zorgen ervoor dat lichtmasten op de hippische locaties en terreinen een effectafstand kleiner dan 100 meter hebben. Eventuele gebouw gebonden buitenverlichting heeft een effectafstand kleiner dan 50 meter. Binnen 100 meter afstand van de hippische bedrijven en terreinen zijn geen woningen aanwezig. Wel grenzen deze percelen aan nieuwe en bestaande natuurzones. De aanvullende gebruiksregels verkleinen de effectafstand en voorkomen nachtelijke lichthinder voor flora en fauna in de natuurzones. Significant nadelige effecten ten gevolge van (een toename) van lichthinder in Natura2000 gebieden kan worden uitgesloten gezien de grotere afstand tot deze gebieden. Ten aanzien van verlichting zijn de effecten ten opzichte van de aanvulling MER van 2023 ongewijzigd. ,

Geur In het MER

van 2018 is ingegaan op de gewenste aanpassing van de minimale vaste afstand tussen de stallen hippische bedrijven en geurgevoelige objecten van minimaal 50 meter naar minimaal 25 meter. Dit is intussen geregeld in de nieuwe geurverordening die is vastgesteld door de gemeenteraad op 8 oktober 2024 en in werking vanaf 7 november 2024. Op de hippische kavels moeten naast bedrijfswoningen ook gebouwen met een logiesfunctie ten dienste van de hippische bedrijven opgericht kunnen worden. Gebouwen met een langdurige logiesfunctie zijn een geurgevoelig gebouw en beschermd tegen geurhinder. In de gebouwen met langdurig logiesfuncties verblijven alleen personen die binding hebben met de hippische activiteiten zoals bijvoorbeeld medewerkers grooms en paardeneigenaren. Deze personen kiezen er juist voor om op hetzelfde terrein te overnachten en ervaren geen geurhinder van de paardenstallen en mestopslagen. van

,

Op de hippische kavels in het gebied Grandorse wonen of verblijven/overnachten geen mensen die geen binding hebben met de hippische bedrijven en activiteiten in het gebied. Gelet op de aard van de gebiedsontwikkeling en de gebruikers van het plangebied de binding met de hippische activiteiten en de bestaande lage geurbelasting in het plangebied is een verkleining van de afstand tot 25 meter gerechtvaardigd. Daarom is door de gemeenteraad besloten om in de geurverordening de vaste afstand voor paardenbedrijven in het gebied Grandorse te verkleinen tot 25 meter. ,

,

Gebouwen met een logiesfunctie worden onder de Omgevingswet niet meer automatisch beschermd tegen geurhinder. De gemeente hierin beleidsvrijheid gekregen. In het definitieve omgevingsplan kan de gemeente besluiten om onder andere gebouwen met een verblijfs-/logiesfunctie niet aan te wijzen als te beschermen geurgevoelig gebouw. Ten aanzien van de effectbeoordeling kan geconcludeerd worden dat er nieuwe geurbronnen in het gebied mogelijk worden gemaakt maar dat deze ten opzichte van de referentiesituatie niet zullen leiden tot meer geurhinder gezien de aard van het plangebied en de gebruikers en bezoekers van de hippische zone. ,

20

Samenvatting Milieueffectrapportage Bestemmingsplan Grandorse

P217191. 062

Luchtkwaliteit De achtergrondconcentratie fijn stof (PM)10 bedraagt in en rondom het plangebied in 2023 ongeveer 14 µg/m 3 en voldoet aan de wettelijke grenswaarde én aan de gezondheidskundige advieswaarde van 15 µg/m.3 De achtergrondconcentratie stikstofdioxide (NO)2 bedraagt in en rondom het plangebied in 2023 ongeveer 9 µg/m 3 en voldoet ook aan de wettelijke grenswaarde én aan de gezondheidskundige advieswaarde van 10 µg/m.3 De bronbijdrage fijnstof van de paardenhouderijen die planologisch mogelijk worden gemaakt is verwaarloosbaar en zeer lokaal van aard gezien de relatief kleine aantallen paarden per hippische kavel. Voor paarden zijn vanwege de geringe bijdrage aan de fijnstofconcentratie in relatie tot blootstelling aan de mens geen wettelijke emissiefactoren voor fijnstof PM10 vastgesteld en hoeft geen nader onderzoek naar verricht te worden. ,

,

Het plan leidt tot een toename van verkeersbewegingen en daarmee een toename van NO-2 en PM 10 emissies. In 2018 is een luchtkwaliteitsonderzoek uitgevoerd welke als bijlage bij de toelichting van het bestemmingsplan is opgenomen. In het onderzoek is het effect onderzocht van het extra verkeer ten gevolge van het bestemmingsplan. Uit de resultaten van het onderzoek blijkt dat voor fijnstof (PM)10 en stikstofdioxiden (NO)2 sprake is van een concentratietoename als gevolg van de extra verkeersbewegingen. Deze concentratietoename ontstaat echter alleen nabij de hoofdinfrastructuur waaronder de Midden Peelweg. Op korte afstand hiervan zijn binnen het plangebied geen bestaande kwetsbare objecten gesitueerd. In het bestemmingsplan worden mede in het kader van geluidhinder ook geen gevoelige functies binnen 120 meter van deze weg mogelijk gemaakt. ,

Gedurende de jaren is sprake van een daling van de emissiefactoren voor voertuigen en een daling van de achtergrondconcentraties. In combinatie met de forse verkleining van de bezoekersaantallen en verkeersgeneratie ten opzichte van het ontwerp van 2018 kan geconcludeerd worden dat ten aanzien van luchtkwaliteit sprake is van verbeteringen ten opzichte van het onderzoek in 2018. Het bestemmingsplan resulteert niet in gezondheidsrisico’s ten gevolge van fijnstof en stikstofdioxine door paardenstallen en verkeer. Er zijn geen grote wijzigingen ten opzichte van 2018. In combinatie met de verkleining van de maximaal toegestane bezoekersaantallen en daarmee verkleining van de verkeersgeneratie kan geconcludeerd worden dat ten aanzien van luchtkwaliteit uitsluitend sprake is van verbeteringen ten opzichte van het MER van 2018 en de aanvulling MER van 2023.

Geluid Bij het aspect geluid in het ruimtelijk spoor gaat het om bescherming van mensen tegen geluidhinder maar ook tegen gezondheidseffecten door geluid. In de ruimtelijke ordening wordt voor functies deels bescherming tegen geluid geboden door de Wet geluidhinder (Wgh) en deels door de Wro/Wabo (in het kader van een goede ruimtelijke ordening).

,

Door de gemeente Horst aan de Maas is geen gemeentelijk geluidbeleid voor het plangebied vastgesteld. Het plangebied ligt niet op of nabij een gezoneerd industrieterrein of binnen zone voor railverkeerslawaai. De gemeente heeft wel de beleidsregel ‘Geluidsnormering bij evenementen’

vastgesteld.

Samenvatting Milieueffectrapportage Bestemmingsplan Grandorse

21

P217191. 062

Het

bestemmingsplan biedt het planologisch kader voor nieuwe geluidsgevoelige objecten (bedrijfswoningen long-stay appartementen en gastenverblijven) en nieuwe bedrijfsmatige activiteiten met geluidsbronnen en een toename van aan- en afrijdend verkeer dat indirecte geluidshinder kan veroorzaken. Voor het bestemmingsplan is akoestisch onderzoek uitgevoerd naar wegverkeerslawaai en industrielawaai. Hierin wordt uitgegaan van een worstcase-situatie aangezien de maximale mogelijkheden van het bestemmingsplan nadien zijn ingeperkt. Op dagen zonder evenementen is er geen sprake van relevante geluidsemissies. Tijdens evenementen neemt het verkeer toe maar zijn vooral het publiek omroepgeluid en achtergrondmuziek de maatgevende geluidsbronnen. Bij vergelijkbare situaties blijkt dat in een worst-case benadering op 100 meter sprake is van een geluidbelasting lager dan 55 dB (A). In de bestaande situatie is deze afstand ruim 600 meter. Muziekgeluid op achtergrondniveau zal niet meer als zodanig herkenbaar zijn. De geluidsbelasting blijft onder de grenswaarde van 50 dB (A). ,

,

,

,

Vrijwel de hele verkeersafwikkeling loopt via de Peelstraat in westelijke richting en gaat daarna op in het heersende verkeersbeeld van de Midden Peelweg (N277). Op dit stuk weg worden geen geluidsgevoelige bestemmingen gepasseerd. Ter plaatse van de woning met groepsaccommodatie op Peelstraat 79 hebben voertuigen al minimaal 400 meter afgelegd en de maximaal toegestane snelheid bereikt. Bovendien ligt de dichtstbijzijnde gevel op meer dan 50 meter uit de wegas waardoor er geen sprake kan zijn van een overschrijding van de voorkeursgrenswaarde van 50 dB(A). In de referentiesituatie geen sprake van indirecte hinder. ,

Wegverkeerslawaai in relatie tot nieuwe geluidsgevoelige functies In het plan worden nieuwe bedrijfswoningen mogelijk gemaakt. Uit het akoestisch onderzoek blijkt dat binnen 120 meter afstand van de Middenpeelweg niet kan worden voldaan aan de voorkeursgrenswaarde van 48dB. In het bestemmingsplan is hiervoor op de verbeelding de aanduiding 'geluidzone-weg' opgenomen waarbinnen oprichting van geluidsgevoelige objecten niet is toegestaan. De woningen moeten voldoen aan een aanvaardbaar woon- en leefklimaat en aan de normen uit de bruidsschat. Omdat in dit bestemmingsplan niet alle bouwvlakken voor bedrijfswoningen getoetst zijn moeten hier regels voor opgenomen worden als extra waarborg. Dit kan door maximale geluidsnormen op te nemen in de regels zodat ongeacht de locatie van geluidsbronnen er geen geluidhinder kan ontstaan ter plaatse van nieuwe bedrijfswoningen. ,

,

,

Industrielawaai Uit het geluidsonderzoek blijkt dat bij grote internationale hippische evenementen met meer dan 10. 000 bezoekers per dag niet voldaan wordt aan de geluidgrenswaarde uit de VNG-publicatie. In het bestemmingsplan is een bezoekersaantal boven de 10. 000 bezoekers per dag niet toegestaan. Hiervoor is een buitenplanse omgevingsplanactiviteit-vergunning nodig (een zogenaamde Bopa) en een gemeentelijke evenementenvergunning. In de evenementenvergunning kunnen afwijkende geluidgrenswaarden worden opgenomen voor incidentele situaties die minder dan 12 maal per jaar voorkomen en waarvoor een ontheffing kan worden aangevraagd bij de gemeente. ,

,

Indirecte hinder De dagen waarop evenementen plaatsvinden blijven maatgevend voor de indirecte hinder. Met maximaal 2. 000 motorvoertuigen per etmaal geen sprake kan zijn van een overschrijding van de voorkeursgrenswaarde van 50 dB(A). Een nadere beschermingsregeling in het bestemmingsplan is niet

noodzakelijk.

22

Samenvatting Milieueffectrapportage Bestemmingsplan Grandorse

P217191. 062

Gezien de aanzienlijke verkleining van de maximaal toegestane bezoekersaantallen en daarmee verkleining van de verkeersgeneratie kan geconcludeerd worden dat ten aanzien van geluid door verkeer uitsluitend sprake is van verbeteringen ten opzichte van het MER van 2018 en de aanvulling MER van 2023.

Externe veiligheid Het externe veiligheidsbeleid moet voorkomen dat er te dicht bij gevoelige bestemmingen activiteiten met gevaarlijke stoffen plaatsvinden. Het gaat daarbij om de bescherming van individuele personen en groepen tegen ongevallen met gevaarlijke stoffen. Het bestemmingsplan maakt realisatie van

bedrijfswoningen en verblijfsruimten voor mensen planologisch mogelijk. Het plan leidt tot een toename van de personendichtheid in het gebied. Het bestemmingsplan mag niet leiden tot onaanvaardbare risico’s in het kader van de externe veiligheid en moet voldoen aan de grenswaarden voor het plaatsgebonden risico en het groepsrisico moet worden verantwoord. Kort gezegd komt het er op neer dat de gemeente verantwoording aflegt over het groepsrisico en de maatregelen die getroffen zijn om dat risico zoveel mogelijk te beperken. Rondom het plangebied zijn de volgende vier risicobronnen aanwezig: 1.

Propaantank golfbaan Golfhorst: De veiligheidsafstand tot de propaantank is 25 meter. De afstand tot de dichtstbij gelegen perceelsgrens met een gevoelige bestemming bedraagt circa 295 meter.

2.

Provinciale weg: De N277 ligt op circa 6 km. Over deze weg worden brandbare gassen en brandbare vloeistoffen vervoerd. Vanwege het transport van toxische gassen en vloeistoffen geldt een invloedsgebied van 4 km. Delen van het plangebied liggen binnen het invloedsgebied t. a. v. toxische gassen. In 2023 is een ‘Verantwoording hoogte groepsrisico’ opgesteld. Deze verantwoording is kwalitatief en bevat verschillende onderdelen die aan bod kunnen of moeten komen bij de beoordeling van het ruimtelijk plan door de gemeente.

3.

Spoor: Door de gemeente Horst aan de Maas loopt de spoorlijn Eindhoven – Venlo. Over de spoorlijn worden brandbare gassen en brandbare vloeistoffen vervoerd. Het plangebied ligt op een afstand van circa 1. 200 meter van de spoorlijn. De afstand van het plangebied tot de spoorweg is dermate groot dat hier geen rekening mee gehouden hoeft te worden in het bestemmingsplan. Vanwege het transport van toxische gassen en vloeistoffen over het spoor geldt een invloedsgebied van 4 km net als bij de provinciale weg en daarvoor is ook een verantwoording van het groepsrisico

opgesteld. 4.

Buisleidingen: het plangebied lopen drie hogedrukgasleidingen van de Gasunie met een belemmeringenstrook waarbinnen nieuwe kwetsbare objecten niet zijn toegestaan. Omdat het plangebied binnen het invloedsgebied van hoge druk aardgasleidingen ligt zijn de buisleidingen ook betrokken in het rapport ‘Verantwoording hoogte groepsrisico’ van 5 oktober 2023. Binnen

,

,

Samenvatting Milieueffectrapportage Bestemmingsplan Grandorse

23

P217191. 062

Aanvullend is een onderzoek naar de externe veiligheidsrisico’s van de buisleidingen uitgevoerd met eveneens rapportdatum 5 oktober 2023. Uit berekeningen volgt dat voor buisleiding A-520deel-1 sprake is van een PR10-6-risicocontour ter hoogte van het plangebied. Voor de overige buisleidingen wordt ter hoogte van het plangebied geen 10-6-risicocontour berekend. De gemeente Horst aan de Maas is met de Gasunie overeengekomen maatregelen te treffen waardoor de PR10-6- risicocontour van buisleiding A-520-deel-1 ter hoogte van het beoogde permanente stallencomplex komt te vervallen. Deze maatregelen bestaan uit striktere begeleiding van werkzaamheden en extra diepteligging (door het ophogen van het maaiveld met 20 cm). Na het treffen van deze maatregelen is op deze locatie geen sprake meer van een PR106-risicocontour.

Wel is in het noordelijk en zuidelijk deel van het plangebied nog sprake van een PR10-6-contour die deels over het plangebied ligt. Voor beide gebieden is in het bestemmingsplan de nadere aanduiding 'Veiligheidszone -Leiding' opgenomen waar in beginsel geen kwetsbare of beperkt kwetsbare objecten (waaronder woningen) mogen worden opgericht. ,

Spuitzones In het kader van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties wordt bij het mogelijk maken van nieuwe gevoelige functies in de nabijheid van agrarische gronden aandacht gevraagd voor mogelijke spuitzones. Dit betreft met name agrarische gronden waar open teelt en eventueel gebruik van gewasbeschermingsmiddelen toegestaan wordt vanwege de risico's voor de volksgezondheid door eventuele blootstelling aan gewasbeschermingsmiddelen via drift. Met de term drift wordt de hoeveelheid gewasbeschermingsmiddel bedoeld die bij het spuiten op gronden buiten het agrarisch perceel terecht kan komen en/of op hoogte door de lucht passeert. Vooral bij middelen met een hoge toxiciteit en/of voor kwetsbare groepen zoals jonge kinderen of ouderen kan drift risico's voor de gezondheid inhouden. Conform de praktijkvuistregel bedraagt de minimale richtafstand 50 meter tot nieuwe voor gewasbeschermingsmiddelen gevoelige functies (zoals wonen). Met de beoogde ontwikkeling worden op enkele locaties nieuwe gevoelige functies (bedrijfswoningen en long stay appartementen) mogelijk gemaakt binnen 50 meter afstand van agrarische gronden waar open teelt met eventueel gebruik van gewasbeschermingsmiddelen is toegestaan. ,

,

,

Ter nadere borging van de bescherming van de gezondheid zijn op deze locaties (nader op de verbeelding aangeduid met de aanduiding ‘milieuzone – driftzone’) binnen een zone van 50 meter van deze landbouwpercelen geen nieuwe gevoelige functies toegestaan. Hier kan de gemeente met een omgevingsvergunning van afwijken indien aangetoond kan worden dat het toepassen van gewasbeschermingsmiddelen binnen een afstand van 50 meter is beëindigd en beëindigd blijft. Of dat met een locatie-specifiek onderzoek is aangetoond dat een kleinere afstand geen gezondheidsrisico’s met zich meebrengt en kan worden afgeweken van de 50 meter. Aanvullend is op enkele specifieke locaties met de eigenaar / gebruiker van de agrarische gronden overeengekomen dat het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen niet is toegestaan. Betreffende locaties zijn op de verbeelding voorzien van de aanduiding ‘milieuzone – spuitvrije zone’. ,

24

Samenvatting Milieueffectrapportage Bestemmingsplan Grandorse

P217191. 062

7. 6 Totaaloverzicht vergelijking milieueffecten Tabel met totale effectscores t. o. v. referentie MER Criterium

MER en ontwerp 2018

Maximale planologische mogelijkheden bestemmingsplan (voor vaststelling 2025)

Verkeer Verkeersbewegingen

-

0/-

Parkeren

0/-

0

Natuur en landschap (met mitigerende maatregelen) Stikstofdepositie op Natura2000

+

+

Stikstofdepositie op overige natuur

-

+

Soortenbescherming – flora en fauna

-

+

Natuurcompensatie Natuurnetwerk

-

+

Landschap

-

+

Geur

0

0

Luchtkwaliteit Fijnstof PM10 (door verkeer)

-

Stikstof(di)oxiden NOx/NO2 (door verkeer)

-

0/0/-

Geluid Industrielawaai - directe hinder

0/0/0/-

0/0/-

Verduurzaming

0

0

Klimaatadaptatie

0

0

Regulier gebruik

0/-

0/-

Incidenteel gebruik (evenementen)

-

-

Spuitzones

n. b.

0

Bodem en water Cultuurhistorie en archeologie

0

0

0

0

Verkeersaantrekkende werking - indirecte hinder Wegverkeerslawaai nieuwe gevoelige objecten

0

Klimaatadaptatie en verduurzaming

Externe veiligheid

++ zeer positief + positief

0/+ licht positief 0 neutraal 0/- licht negatief - negatief - - zeer negatief n. b. niet beoordeeld

Samenvatting Milieueffectrapportage Bestemmingsplan Grandorse

25

P217191. 062

7. 7 Leemten in kennis , monitoring en evaluatie Het MER plus aanvullingen bevat voldoende informatie voor een zorgvuldige besluitvorming over het kaderstellende bestemmingsplan. Concretisering om te voldoen aan de kaders en actuele wet- en regelgeving vindt plaats in de vervolgprocedures voor vergunningverlening. Leemten in kennis zien met name toe op de onzekerheden omtrent de ontwikkeling van het stikstofbeleid en met name de

additionaliteitstoets. De wijze van monitoring

evaluatie moet met name gericht zijn op waarborgen dat de berekende milieubelasting en het daaraan gekoppelde aanvaardbare leefklimaat behaald wordt en controleerbaar en handhaafbaar is voor de gemeente. Met een evaluatieprogramma kan worden getoetst in hoeverre de daadwerkelijk optredende effecten overeenkomen met de in het MER voorspelde effecten. Wanneer de daadwerkelijke effecten afwijken van de voorspelde effecten kan het evaluatieprogramma het bevoegd gezag aanleiding geven om effect te reduceren of ongedaan te maken. Dit kan bijvoorbeeld door het opleggen van extra maatregelen. Het bevoegd gezag kan bij het verlenen van een omgevingsvergunning een monitoringsplicht opnemen. en

,

De ondernemer moet

zorgen dat voldaan wordt aan de kaders in het bestemmingsplan en dat de vergunningsvoorschriften worden nageleefd. De gemeente heeft voor de omgevingsvergunning een controlerende functie. Voor de natuurvergunning is dit de provincie en voor de watervergunning het waterschap. Controle op naleving van de vergunningen vormt een belangrijke evaluatiemethode. Enkele andere evaluatiemethoden zijn periodieke metingen en toetsing van de werkelijke effecten bijvoorbeeld door emissiemetingen en opstellen van mitigerende maatregelen als blijkt dat de bepaalde milieueffecten groter zijn dan voorspeld. Het bevoegd gezag bepaalt de wijze waarop de milieueffecten worden geëvalueerd.

26

Samenvatting Milieueffectrapportage Bestemmingsplan Grandorse

,

P217191. 062

Samenvatting Milieueffectrapportage Bestemmingsplan Grandorse

27

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16080521/1