CConstaterende datHorst aan de Maas
Koppel je AI →
Document · PDF

03c.5 Bijlage 5 Samenvatting planMER 2025 (geanonimiseerd)

Gemeenteraad 18 november 2025, gemeente Horst aan de MaasBij agendapunt: Bijlagen bestemmingsplan Grandorse, Kronenberg10.910 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Samenvatting

Milieueffectrapportage Bestemmingsplan Grandorse

P217191. 062

Inhoudsopgave samenvatting 1 Inleiding

. . .. . .. . .. .. . .. . .. . .. .. . .. . .. . .. . .. .. . .. . .. . .. . .. .. . .. . .. . .. .. . .. . .. . .. . .. .. . .. . .. . .. .. . .. . .. . .. . .. .. . .. . .. . .. .. . .. . .. . .. . .. .. . .. . .. . ..

2 Samenhang met andere ontwikkelingen in gebied De Peelbergen 3 M. e. r. -procedure

. .. . .. . .. .. . .. . .. . .. .. . .. . .. . .. . .. .. . .. . .. . ..

4

. . .. . .. . .. .. . .. . .. . .. .. . .. . .. . .. . .. .. . .. . .. . .. .. . .. . .. . .. . .. .. . .. . .. . .. .. . .. . .. . .. . .. .. . .. . .. . .. . .. .. . .. . .. . .. .. . .. . .. . ..

4

4 Referentiesituatie MER

. .. . .. . .. . .. .. . .. . .. . .. . .. .. . .. . .. . .. .. . .. . .. . .. . .. .. . .. . .. . .. .. . .. . .. . .. . .. .. . .. . .. . .. .. . .. . .. . .. . .. .. . .. . .. . ..

5 Wijzigingen ten opzichte van het ontwerp bestemmingsplan 2018 6 Maximale planologische mogelijkheden 7 Milieueffecten

2

3

5

. . .. . .. .. . .. . .. . .. .. . .. . .. . .. . .. .. . .. . .. . ..

5

. . .. . .. . .. .. . .. . .. . .. . .. .. . .. . .. . .. .. . .. . .. . .. . .. .. . .. . .. . .. .. . .. . .. . .. . .. .. . .. . .. . ..

7

.. . .. . .. . .. .. . .. . .. . .. . .. .. . .. . .. . .. . .. .. . .. . .. . .. .. . .. . .. . .. . .. .. . .. . .. . .. .. . .. . .. . .. . .. .. . .. . .. . .. .. . .. . .. . .. . .. .. . .. . .. .

10

7. 1 Verkeer

.. . .. . .. .. . .. . .. . .. .. . .. . .. . .. . .. .. . .. . .. . .. . .. .. . .. . .. . .. .. . .. . .. . .. . .. .. . .. . .. . .. .. . .. . .. . .. . .. .. . .. . .. . .. .. . .. . .. . .. . .. .. . .. . .. .

10

7. 2 Parkeren

. .. . .. .. . .. . .. . .. .. . .. . .. . .. . .. .. . .. . .. . .. . .. .. . .. . .. . .. .. . .. . .. . .. . .. .. . .. . .. . .. .. . .. . .. . .. . .. .. . .. . .. . .. .. . .. . .. . .. . .. .. . .. . .. .

12

7. 3

Natuur en landschap

7. 4

Energie klimaatverandering en duurzaamheid

7. 5

Overige milieueffecten

7. 6

Totaaloverzicht vergelijking milieueffecten

.. . .. . .. . .. . .. .. . .. . .. . .. .. . .. . .. . .. . .. .. . .. . .. . .. .. . .. . .. . .. . .. .. . .. . .. .

25

7. 7

Leemten in kennis monitoring en evaluatie

. . .. . .. . .. . .. .. . .. . .. . .. .. . .. . .. . .. . .. .. . .. . .. . .. .. . .. . .. . .. . .. .. . .. . .. .

26

. . .. . .. . .. .. . .. . .. . .. . .. .. . .. . .. . .. .. . .. . .. . .. . .. .. . .. . .. . .. .. . .. . .. . .. . .. .. . .. . .. . .. .. . .. . .. . .. . .. .. . .. . .. .

.. . .. . .. .. . .. . .. . .. .. . .. . .. . .. . .. .. . .. . .. . .. .. . .. . .. . .. . .. .. . .. . .. .

18

. . .. . .. .. . .. . .. . .. . .. .. . .. . .. . .. .. . .. . .. . .. . .. .. . .. . .. . .. .. . .. . .. . .. . .. .. . .. . .. . .. .. . .. . .. . .. . .. .. . .. . .. .

19

,

,

13

Samenvatting Milieueffectrapportage Bestemmingsplan Grandorse

P217191. 062

1 Inleiding De gemeente Horst aan de Maas maakt deel uit van de hippische sportzone in Limburg die denkbeeldig loopt in de lijn van Horst naar Weert tot in Noord-Brabant. Hier werken gemeenten samen met de paardenbranche ondernemers provincie en Limburg Paardensport om de paarden(sport)infrastructuur te versterken en de hippische topsport en breedtesport te faciliteren en te ontwikkelen. Mede naar aanleiding hiervan is in het westelijk deel van het buitengebied van de gemeente Horst aan de Maas de hippische zone Grandorse aangewezen. De gemeente staat in dit gebied een gebiedsontwikkeling voor waarbij beoefening en beleving van de paardensport en economische ontwikkeling van paardensport-gerelateerde bedrijvigheid de ruimte krijgen en elkaar versterken. Enige jaren geleden is binnen de hippische zone het Peelbergen Equestrian Centre (PEC) gerealiseerd. De gemeente wil de hippische zone rondom het PEC verder ontwikkelen. In het gebied wordt ontwikkelingsruimte geboden voor de volledige hippische keten zoals nieuwvestiging en ,

,

,

,

uitbreiding van paardenhouderijen realisering van hippisch gerelateerde bedrijvigheid en detailhandel en hippische advisering opleiding en conferenties. Daarnaast wordt ruimte geboden aan de oprichting van een permanent stallencomplex voor paarden die deelnemen aan (inter)nationale wedstrijden op het PEC en aan de realisering van een hippische evenementenzone. ,

,

Voor de gewenste ontwikkeling van de hippische zone heeft de gemeente een kaderstellend bestemmingsplan opgesteld. Doordat de Raad van State op 29 mei 2019 de Programmatische Aanpak Stikstof (PAS) onverbindend heeft verklaard kon het ontwerp bestemmingsplan niet worden vastgesteld. Daarna is een stikstofdepositiebank voor gebied de Peelbergen opgericht en een nieuwe stikstofregeling opgesteld. De gemeente heeft het gewijzigde ontwerp bestemmingsplan eind 2023 opnieuw ter inzage gelegd. Dit bestemmingsplan valt daardoor onder het overgangsrecht van de Omgevingswet. Mede naar aanleiding van zienswijzen en adviezen op het ontwerp zijn aanvullende onderzoeken uitgevoerd en is een passende beoordeling voor stikstof en Natura2000 gebieden opgesteld. Ter onderbouwing van de besluitvorming over het bestemmingsplan is een m. e. r. procedure doorlopen. Dit document is een samenvatting van dit milieueffecten-onderzoek (MER) De gemeente wenst in dit plangebied de volledige hippische keten ontwikkelingsruimte te bieden. Deze bestaat uit paardenhouderijen fokkerijen sport- en handelsstallen en gebruiksgerichte vormen van paardenhouderij met in het verlengde daarvan ruimte en faciliteiten voor de topsport en breedtesport. Om de keten te completeren is ook andere hippische en hippisch gerelateerde bedrijvigheid wenselijk.

Ook is het van belang om ontwikkeling op het gebied van hippische advisering opleiding educatie studie en conferentie te kunnen faciliteren en ruimte te bieden aan detailhandel die ondersteunend en faciliterend is aan de hippische keten. Voor de gewenste ontwikkeling van Grandorse is in 2016 een toekomstvisie opgesteld: 'Totaalvisie Hippische Zone De Peelbergen'. Hierin is een koers is uitgezet voor de gewenste ontwikkelingen. De gemeente Horst aan de Maas heeft in lijn met de visie het planvoornemen uitgewerkt. Het plangebied heeft een globale omvang van ongeveer 250 hectare. De hippische zone ligt in het buitengebied van de gemeente Horst aan de Maas ten westen van de kern Kronenberg en ten oosten van de Midden Peelweg N277 en de kern Evertsoord. Ten noorden van het plangebied bevindt zich golfbaan De Golfhorst ten zuiden van het ,

,

,

,

,

,

,

plangebied bevindt zich het recreatiepark Toverland.

Samenvatting Milieueffectrapportage Bestemmingsplan Grandorse

3

P217191. 062

2 Samenhang met andere ontwikkelingen in gebied De Peelbergen Ten zuiden van de planlocatie ligt attractiepark Toverland. Dit park heeft uitbreidingsplannen en hiervoor is ook een ontwerp bestemmingsplan ter visie gelegd. De mogelijke cumulatieve effecten met Toverland zijn nader onderzocht ten aanzien van verkeer geluid en stikstof. ,

Verder is in 2020 een depositiebank opgericht en daarvoor heeft de provincie Limburg de ’Beleidsregels depositiebank De Peelbergen’ vastgesteld die in werking zijn sinds 16 december 2020. Saldo-ontvangende activiteiten moeten onderdeel zijn van één van de volgende projecten: Grandorse De Schatberg Toverland Heerlijkheid Sevenum of 60Seven. Tot op heden heeft de gemeente Horst aan de Maas alle stikstofemissie aangekocht en ingebracht. Op dit moment is er alleen een natuurvergunningaanvraag in procedure voor het PEC en het naastgelegen nieuw te bouwen permanente stallencomplex. Dit is het eerste project waarvoor stikstofemissie wordt aangekocht vanuit de depositiebank De Peelbergen. De depositiebank bevat voldoende stikstofemissie voor dit project en hierbij is sprake van een reservering. ,

,

,

3 M. e. r. -procedure Gezien de samenhang van de nieuwe kavels voor paardenhouderijen en uitbreiding van het PEC de omvang van het plangebied en de mogelijke toename van de stikstofdepositie op Natura 2000gebieden heeft de gemeente een MER op laten stellen en een plan-m. e. r. -procedure doorlopen. ,

,

De m. e. r. -procedure is gestart met een bekendmaking in de Staatscourant op 9 november 2017. De gemeente heeft de wettelijke adviseurs en andere bestuursorganen (zoals provincie waterschap en buurgemeenten) geraadpleegd over de reikwijdte en het detailniveau van het op te stellen milieueffectrapport (MER). Ten behoeve van deze consultatie heeft de gemeente een Notitie reikwijdte en detailniveau (NRD) opgesteld en gepubliceerd. Hierop zijn bij de gemeente geen reacties ,

binnengekomen. In 2018 is het MER opgesteld en deze heeft samen met het ontwerp bestemmingsplan in 2018 ter inzage gelegen en is voor toetsing aan de Commissie voor de milieueffectrapportage voorgelegd. In een voorlopig toetsingsadvies van 3 mei 2018 heeft de Commissie m. e. r. aangegeven dat het MER op een aantal punten nog informatie mist om een besluit te kunnen nemen over het bestemmingsplan. In de periode 2018-2023 hebben vervolgens wijzigingen binnen het plangebied het planvoornemen en de wet- en regelgeving plaatsgevonden. In 2023 is een aanvulling op het MER opgesteld. Op 20 februari 2024 heeft de Commissie m. e. r. een definitief toetsingsadvies uitgebracht over het MER plus aanvulling en het nieuwe ontwerp bestemmingsplan. Dit eindadvies van de Commissie m. e. r. is bijgevoegd als bijlage 3 bij de toelichting van het bestemmingsplan. De Commissie m. e. r. signaleert dat veel onderzoeksinformatie aanwezig is maar tegelijkertijd nog belangrijke informatie ontbreekt. In navolging op het eindadvies van de Commissie m. e. r. is een tweede aanvulling op het MER opgesteld en deze is bijgevoegd als bijlage 4 bij de toelichting van het bestemmingsplan. Ook is deze samenvatting van het MER opgesteld. ,

,

4

Samenvatting Milieueffectrapportage Bestemmingsplan Grandorse

P217191. 062

4 Referentiesituatie MER De referentiesituatie MER wordt gevormd door de feitelijke legale situatie rekening houdend met autonome ontwikkelingen (dit zijn concrete ontwikkelingen waarover al besluitvorming heeft

plaatsgevonden). De planlocatie bestaat uit een gebied van circa 250 ha tussen Evertsoord en Kronenberg. Centraal in het gebied ligt het PEC en ten zuiden daarvan manege d'n Umswing aan de Schorfvenweg met het huidige evenemententerrein. In het zuiden ligt het bestaand bosgebied 'de Heesberg'. Door het midden van het plangebied loopt de (gekanaliseerde) Peelloop. Rondom het PEC zijn enkele bestaande bospercelen aanwezig en in het zuiden aansluitend aan de Heesberg en het Aardsbroek liggen enkele bos- en natuurgebieden. Het agrarisch gebruik in het gebied is grondgebonden. Akkerbouw en weilanden geven het gebied een gemengd karakter. Het plangebied is nagenoeg onbebouwd uitgezonderd het PEC en manege d'n Umswing. Het PEC bestaat uit drie rijhallen/binnenpistes met centraal gelegen voorzieningen vier buitenbakken/buitenpistes een derbyterrein stallingsruimte (voor deelnemende paarden in tenten) en parkeerplaatsen voor paardentrailers/vrachtwagens en bezoekers. Ten zuiden van de Peelstraat bevindt zich aan de Schorfvenweg manege d'n Umswing. Deze manege bestaat uit een eigen rijhal twee buitenbakken en een parkeerterrein. Aansluitend aan de manege bevindt zich een groot evenemententerrein van ongeveer 10 ha groot.

Op basis van verleende omgevingsvergunningen (vooruitlopend op het bestemmingsplan) zijn aan de Travers een hippisch bedrijf en ruitersportwinkel gerealiseerd en is een brug over de Peelstraat gerealiseerd.

,

,

,

,

,

het plangebied ligt een mestverwerkingsbedrijf (Kulbergweg 8). Ten zuidwesten bevindt zich een bestaand agrarisch bedrijf (Schorfvenweg 6). Ten oosten bevindt zich aan de Peelstraat een bebouwingscluster met lintbebouwing bestaande uit enkele burgerwoningen een 3tal agrarische bedrijven waaronder 1 intensieve veehouderij (Peelstraat 48) en een loodgieter- en installatiebedrijf (Peelstraat 54). Ten noorden

van

,

,

Het plangebied wordt regionaal ontsloten via de provinciale weg N277. De Peelstraat dient als gebiedsontsluiting en vormt de verbinding tussen Evertsoord Kronenberg en de provinciale weg. De overige wegen in het gebied hebben een zeer lokale functie en dienen vooral ter ontsluiting van de aanliggende percelen. Het betreft de Kulbergweg en de Travers in het noordelijk deel en de Schorfvenweg en Meerweg in het zuidelijk deel. In het gebied zijn enkele recreatieve routes uitgezet over de wegen en zandbanen. ,

5 Wijzigingen ten opzichte van het ontwerp bestemmingsplan 2018 Het bestemmingsplan dat voor vaststelling wordt aangeboden is ten opzichte van het ontwerp bestemmingsplan uit 2018 op onderdelen gewijzigd en geactualiseerd. Voor een overzicht van de wijzigingen ten opzichte van het vigerende bestemmingsplan buitengebied wordt verwezen naar de toelichting bij het bestemmingsplan. Een opsomming van de wijzigingen: •

De begrenzing van het plangebied is gewijzigd: ➢ In het zuiden/zuidoosten is het bos ‘de Heesberg’ met de tussentijds aangelegde eventingroute deel uit gaan maken van het plangebied.

Samenvatting Milieueffectrapportage Bestemmingsplan Grandorse

5

P217191. 062

➢ ➢ ➢ ➢ ➢

Aan de noordoost kant van het plangebied is de locatie Kivietweg 11 (woonbestemming) uit

het plangebied gehaald. Ten westen van ruitersportterrein/manege d’n Umswing op Schorfvenweg 3 is een strook oefenterrein aan het plangebied toegevoegd. Ten westen van het golfterrein is een perceel aan het plangebied toegevoegd voor de realisatie van nieuwe natuur. Ten zuidwesten is een perceel grasland toegevoegd dat een aanduiding krijgt als overloop parkeerterrein. Verder zijn er ten noordwesten van de kern Sevenum een 4-tal percelen toegevoegd aan het plangebied voor natuurontwikkeling.

•

Voor nieuwvestiging van hippische accommodaties zijn 12 hippische kavels opgenomen. Dit is exclusief het gewenste permanente stallencomplex aan de Kulbergweg.

•

Een aantal ontwikkelingen in het gebied zijn reeds planologisch vastgesteld en gerealiseerd: uitbreiding manege d’n Umswing op Schorfvenweg 3 realisatie van een ruitersportwinkel op Travers 10 de reeds gerealiseerde hippische accommodatie Travers Horse Facility op Travers 4 alsmede de reeds gerealiseerde brug over de Peelstraat. ,

,

•

Het ontwerp bestemmingsplan uit 2018 stond ook niet-hippische evenementen toe. In het plan voor vaststelling zijn maximaal 6 niet-hippische publieksgerichte evenementen toegestaan ,

(zoals een mountainbike- of hardloopwedstrijd). •

In het ontwerp bestemmingsplan uit 2018 is uitgegaan van maximaal 6 grootschalige wedstrijdevenementen met gemiddeld 15. 000 bezoekers en 2 grootschalige internationale wedstrijden met circa 60. 0000 bezoekers per evenement. In totaal een maximum aantal bezoekers van 260. 000 per jaar. Het aantal bezoekers dat in het bestemmingsplan voor vaststelling planologisch wordt toegestaan is teruggebracht naar maximaal 10. 000 bezoekers per dag en maximaal 175. 000 bezoekers per jaar (dit is inclusief de deelnemers aan

wedstrijden). •

Het ontwerp van het nieuwe stallencomplex De Peelbergen (kavel 4) is gewijzigd. Het aantal paardenboxen is verkleind van 592 naar 485 paardenboxen en het complex bestaat nu uit verschillende compartimenten met ieder een maximaal aantal paardenboxen. Binnen ieder compartiment kunnen paarden geïsoleerd worden in geval van een uitbraak van het Rhinovirus. Hiermee wordt geanticipeerd op toekomstige dierwelzijnswetgeving. Verder wordt uitgegaan van een minder intensief hippisch programma Dit leidt voor wat betreft de stikstofeffecten tot een verlaging van de gemiddelde emissievracht op jaarbasis: van gemiddeld 150 paarden(equivalenten) naar gemiddeld 80 paarden(equivalenten) per jaar. .

•

Alle activiteiten in het gebied moeten een functionele binding hebben met het hippisch centrum. Dit is in het (ontwerp-)bestemmingsplan binnen de bestemming ‘Gemengd-Hippische Boulevard’ vastgelegd in een gebruiksregel. Nog uit te voeren ruimtelijke ontwikkelingen die planologisch mogelijk gemaakt worden zijn: ➢ Bouwrijp maken van de hippische zone en realisatie van hippische accommodaties met longstay-appartementen en hippische gerelateerde commerciële bedrijven;

6

Samenvatting Milieueffectrapportage Bestemmingsplan Grandorse

P217191. 062

➢ ➢ •

Mogelijke verlegging van de Peelloop (watergang); Inrichting van uitlooproutes.

Deelontwikkelingen die tussentijds via afzonderlijke procedures zijn geregeld of zijn uitgevoerd inclusief de daarvoor benodigde natuurcompensatie zijn opgenomen in het bestemmingsplan voor vaststelling. Het gaat met name om: ➢ Verbreden en verharden van een onverharde weg (nu de Travers). De Travers overlapt deels het Natuurnetwerk. Voor de aanleg is bos gekapt; ➢ Verbreden Kulbergweg waarbij de bestaande laanbeplanting is gekapt en nieuwe laanbeplanting is aangeplant. De verbrede weg en bermen overlappen het Natuurnetwerk. Voor de aanleg is bos gekapt; ➢ De aanleg van een ruiterpad langs de Travers. Het ruiterpad overlapt het Natuurnetwerk en voor de aanleg is bos gekapt; ➢ Aanbrengen van verlichting langs de wegen (Kulbergweg en Travers); ➢ Het kappen van een bosperceel en bouw van de hippische accommodatie op Travers 47; ➢ Het bouwen van een opstal ten oosten van de Travers ter hoogte van ECdP; ➢ Het kappen van bos in natuurgebied de Heesberg ten behoeve van de aanleg van een ruiterpadenroute (eventingroute). Dit gebied ligt in het Natuurnetwerk; ➢ Aanleg van een ruiterbrug over de Peelstraat; ➢ Uitbreiding van d’n Umswing. ,

,

Voornoemde ruimtelijke ontwikkelingen die tussentijds via afzonderlijke procedures zijn geregeld of zijn uitgevoerd tasten de wezenlijke kenmerken en waarden van het Natuurnetwerk aan. Daarvoor is het natuurcompensatieplan (salderingsplan) gewijzigd en voorgelegd aan de provincie ter goedkeuring. De realisatie van de natuurcompensatie is gewaarborgd in een salderingsovereenkomst tussen de provincie Limburg de gemeente en initiatiefnemers. Daarnaast bevat het bestemmingsplan voor vaststelling ruimtelijke randvoorwaarden en een voorwaardelijke verplichting in de planregels voor de ontwikkeling van gronden met de bestemming ‘gemengd,

hippische boulevard’.

6 Maximale planologische mogelijkheden Bestemming ‘Zone hippische bedrijven’ Onbebouwde agrarische gronden ten noorden van de Peelstraat zijn voorzien van de bestemming 'Zone hippische bedrijven'. Deze gronden zijn bestemd voor de vestiging van maximaal 12 hippische bedrijven maximaal twee maneges en een hippisch opleidingsinstituut met een campus en een appartementencomplex bestaande uit maximaal 60 appartementen voor uitsluitend de studenten. En onder voorwaarden vestiging van maximaal twee hippische hulpbedrijven gericht op het leveren van diensten en goederen aan hippische bedrijven. ,

De vestigingslocaties variëren in omvang. De uit te geven bouwpercelen bedragen 25 tot circa 65 ha. Het terrein mag binnen de planologische kaders naar eigen wens ingericht worden. Binnen het bouwperceel geldt een maximaal bebouwingspercentage van 30% voor de bebouwing verharding en voorzieningen. Op bouwpercelen kleiner dan 3 ha is een bebouwd en verhard oppervlak van 1 ha toegestaan. ,

,

,

Samenvatting Milieueffectrapportage Bestemmingsplan Grandorse

7

P217191. 062

Voorzieningen zoals stapmolens hoeven niet te worden meegerekend binnen de 30% bebouwingspercentage. Dit geldt ook voor toegestane buitenpistes (tot maximaal 5. 000 m)2 en een galoppeerbaan (met een maximale breedte van 5 meter). Voor alle kavels geldt dat minimaal 35% van het perceel een groene aankleding moet krijgen. De landschappelijke inpassing is als voorwaardelijke verplichting in de juridische regeling van het bestemmingsplan geborgd.

Alle bedrijven mogen één bedrijfswoning oprichten. Via afwijking kan onder voorwaarden ook een 2 e bedrijfswoning worden toegestaan. Daarnaast mogen per bedrijf maximaal 15 longstayappartementen worden gerealiseerd voor de huisvesting van grooms stagiaires of buitenlandse ruiters die binnen het betreffende hippisch bedrijf paarden verzorgen en trainen. Voor de oprichting van verblijfsvoorzieningen gelden planologische kaders (randvoorwaarden) ten aanzien van geluid milieuzonering geur en stikstof. ,

,

,

Bestemming ‘Sport-Hippisch sportcomplex’ Voor het gewenste permanente stallencomplex zijn de gronden ten noordwesten van het PEC voorzien van de bestemming 'Sport - Hippisch sportcomplex'. In het stallencomplex komen wedstrijdboxen met bijbehorende voorzieningen. Tot op heden worden de wedstrijdpaarden gestald in tijdelijke tenten op het PEC-terrein. Het stallencomplex gaat ruimte bieden voor maximaal 485 wedstrijdpaarden maar zal niet bij alle wedstrijden volledig bezet zijn. Als er geen wedstrijden zijn zijn hier vrijwel geen paarden aanwezig. Op jaarbasis komt het gemiddelde aantal aanwezige paarden uit op 80 paarden. Voor een mogelijke toekomstige uitbreiding van de huidige accommodatie van het PEC is het bestaande bouwvlak in zuidwestelijke richting uitgebreid. Bovendien worden op het uit te breiden terrein stapmolens en andere permanente voorzieningen gerealiseerd om jaarrond als oefen- en trainingsfaciliteiten te kunnen dienen. Ook wordt uitbreiding van het parkeerterrein en aanleg van erfverharding toegestaan. Voor de gerealiseerde renovatie en uitbreiding van bestaande manege D’n Umswing aan de Schorfvenweg is een afzonderlijke ruimtelijke procedure gevolgd. De verleende omgevingsvergunning voor afwijken van het bestemmingsplan is opgenomen in het bestemmingsplan. ,

,

Bestemming ‘Gemengd – Hippische boulevard’ Ten behoeve van de realisering van een economische zone zijn de gronden ten oosten van het huidige PEC voorzien van de bestemming 'Gemengd – Hippische boulevard'. Hier zullen binnen een gebied van 45 ha hectare diverse economische bedrijfspercelen worden uitgegeven waarvan maximaal 30% mag worden bebouwd minimaal 35% uitsluitend benut mag worden voor landschappelijke groene inpassing en maximaal 35% mag worden benut voor openbare voorzieningen en verhardingen zoals parkeerplaatsen. ,

,

,

,

Concreet wordt 15 ha bebouwd ten behoeve van hippisch gerelateerde bedrijven commerciële voorzieningen en verblijfsrecreatieve voorzieningen inclusief inpandige bedrijfswoningen. Hierbij geldt wel als voorwaarde dat het bedrijf zich uitsluitend richt op de hippische bedrijven binnen het plangebied en/of op de bezoekers en deelnemers aan de binnen het plangebied uit te oefenen paardensport. Het zuidelijk gedeelte van het perceel (ca. 165 ha) fungeert totdat het gehele terrein ontwikkeld is als overloopparkeerterrein. Daarnaast wordt aan de oostzijde ‘van noord naar zuid’ een groene verbinding aangelegd. Inmiddels heeft zich in het gebied een ruitersporthandel gevestigd op basis van een verleende omgevingsvergunning voor afwijken bestemmingsplan en wordt ook in het bestemmingsplan overgenomen. ,

,

,

8

Samenvatting Milieueffectrapportage Bestemmingsplan Grandorse

P217191. 062

Aanduiding ‘Evenemententerrein’ Voor regionale nationale en internationale wedstrijden en overige evenementen is een wedstrijden evenemententerrein aangewezen met de aanduiding 'evenemententerrein'. Dit gebied omvat het hele PEC-terrein en het perceel ten zuiden van de Peelstraat ten oosten van d'n Umswing en heeft een totale omvang van ongeveer 25 ha. Hier zijn uitsluitend hippisch gerelateerde sport- en bedrijfsevenementen toegestaan. Daarnaast mag maximaal 6 x per jaar een publieksgericht evenement plaatsvinden onder de voorwaarde dat het effect van het dit publieksgericht evenement maximaal gelijk is aan het effect van een bedrijfsgerelateerd evenement. In het zuidelijk gelegen bosgebied aangrenzend aan het evenemententerrein is een eventingroute uitgezet. Hiervoor is de aanduiding 'overige zone – eventingroute' binnen de bestemming 'Bos' opgenomen. Hier zijn maximaal 12 eventing-wedstrijden toegestaan. Ook de met een omgevingsvergunning gerealiseerde brug over de Peelstraat is opgenomen in het bestemmingsplan. ,

,

,

Het aantal te verwachten bezoekers voor de evenementen wordt op basis van huidige bezoekersaantallen geschat op 110. 000 tot 175. 000 bezoekers per jaar. Dit is inclusief deelnemers aan wedstrijden. Deze schatting is gebaseerd op de volgende aannamen: • Wekelijks wedstrijden met gemiddeld 350 bezoekers en deelnemers per dag en maximaal 20. 000 bezoekers per jaar; • Maximaal 18 internationale meerdaagse wedstrijden per jaar met gemiddeld 1. 000 tot 2. 000 bezoekers per dag en maximaal 90. 000 bezoekers per jaar; • Maximaal 2 grootschalige hippische evenementen met gemiddeld 10. 000 bezoekers per dag en maximaal 40. 000 bezoekers per jaar. In de juridische regeling zijn in aansluiting op het gemeentelijk evenementenbeleid kaders (randvoorwaarden) opgenomen om eventuele overlast voor de omgeving zoveel mogelijk te voorkomen. Het maximaal bezoekersaantal mag niet meer dan 10. 000 bezoekers per dag bedragen. Daarnaast mag het totale jaarlijkse bezoekersaantal (inclusief deelnemers aan wedstrijden) niet meer bedragen dan 175. 000 per jaar. Voor evenementen met meer dan 1. 000 bezoekers per dag is ook een evenementenvergunning nodig. Bestemming ‘Agrarisch met Waarden’ Het gebied ten zuiden van de Peelstraat en ten oosten van het evenemententerrein is een historisch open agrarisch perceel grenzend aan bospercelen van de Heesberg. Hier worden geen ,

ontwikkelingen mogelijk gemaakt. Bestemming ‘Bos’ Dit betreft het bestaande bosgebied de Heesberg waarbinnen de eventingroute is gerealiseerd. Naast de bescherming van natuurwaarden vormt in dit gebied recreatief medegebruik een belangrijke nevenfunctie en kan ook houtproductie worden toegestaan. ,

Bestemming ‘Natuur’ De bestaande bos- en natuurgebieden zijn bestemd als natuur. Deze gronden maken onderdeel uit van het Natuurnetwerk en de Goudgroene natuurzone en worden overeenkomstig beschermd. Daarnaast betreft dit ook de gronden die worden ingezet voor landschaps- en natuurontwikkeling.

Samenvatting Milieueffectrapportage Bestemmingsplan Grandorse

9

P217191. 062

Hiervoor worden

basis van het salderingsplan bestaande landschapselementen met elkaar verbonden en versterkt zodat een robuuste groenstructuur ontstaat als ruimtelijke casco voor de overige ruimtelijke ontwikkelingen in het gebied. De gronden direct ten oosten van de N277 zijn voorzien van de aanduiding 'waterberging' hier een waterbergingsvoorziening voor het hele gebied zal worden gerealiseerd. op

,

Bestemming ‘Verkeer’ Bestaande wegen zijn voorzien van de bestemming 'Verkeer'. Daarnaast is voor de verkeersveiligheid een brug gerealiseerd over de Peelstraat en deze heeft de aanduiding 'brug'. Dit conform de reeds verleende omgevingsvergunning. Met deze brug kan bij evenementen de doorstroming van bezoekers en ruiters op een veilige manier plaatsvinden. Daarnaast kan de brug bij menwedstrijden als hindernis worden gebruikt. Bestemming ‘Water’ De bestaande hoofdwatergangen de Peelloop de Peel en een deel van de Korhoen zijn voorzien van de bestemming 'Water' waarbij de aangrenzende gronden conform de geldende regeling zijn voorzien van de dubbelbestemming 'Waterstaat – Profiel van vrije ruimte' voor het beheer en onderhoud van de waterloop en de ontwikkeling en bescherming van de ecologische waarden van de waterloop door hermeandering en herinrichting van meer natuurvriendelijke oevers. Ter plaatse is oprichting van bouwwerken slechts toegestaan na een positief advies van het waterschap. ,

,

7 Milieueffecten 7. 1 Verkeer In 2018 is een verkeersonderzoek uitgevoerd voor het plan Grandorse (Onderzoeksrapport verkeer Bestemmingsplan en planMER Grandorse februari 2018 Pouderoyen Tonnaer). Eind 2024 is opnieuw een verkeersonderzoek uitgevoerd (Verkeersonderzoek bestemmingsplan Grandorse 5 december 2024 Royal Haskoning DHV). Kragten heeft eind 2024 een toelichting opgesteld ten aanzien van de cumulatieve verkeerseffecten van plan Grandorse en het uitbreidingsplan van Toverland (Cumulatieve verkeerseffecten ontwikkeling Toverland en Grandorse december 2024 Kragten). De verkeersonderzoeken zijn bijgevoegd als bijlagen bij de toelichting van het bestemmingsplan. ,

,

,

,

,

,

Op basis van het eerste verkeersonderzoek voor Grandorse van 2018 is geconcludeerd dat: • Reguliere wedstrijden en kleinere evenementen niet leiden tot een noemenswaardige verandering in de doorstroming en verkeersveiligheid op de Midden-Peelweg N277; • Vanaf 10. 000 bezoekers per dag beperkte afwikkelingsproblemen kunnen ontstaan op het zuidelijk deel van de N277 met name rondom de aansluiting A67. Het gedeelte tussen de aansluiting A67 en rotonde Kleefsedijk is vormgegeven als 2 rijstroken per richting echter direct ten noorden van de rotonde wordt de N277 teruggebracht naar 1 rijstrook per richting. Bij overbelasting zal het verkeer vanaf dit punt stagneren waardoor filevorming (langzaam rijdend) en terugslag kan gaan ontstaan. • Daarnaast kunnen bij grotere evenementen (meer dan 15. 000 bezoekers per dag) ook knelpunten ontstaan op het gebied van verkeersveiligheid binnen de kom van Ysselsteyn en als gevolg van sluipverkeer. Op piekmomenten kan dit leiden tot onveilige situaties. ,

,

,

10

Samenvatting Milieueffectrapportage Bestemmingsplan Grandorse

P217191. 062

In opdracht van de provincie Limburg is in 2020 door adviesbureau RHDHV een studie verricht naar de verkeersafwikkeling bij de aansluiting A67-N277. Ook is ingegaan op de effecten van de boogde uitbreiding van attractiepark Toverland inclusief verblijfsrecreatie gekoppeld aan het attractiepark. Geconcludeerd wordt dat het verkeer gedurende de ochtendspits en instroomperiode van Toverland verwerkt kan worden en is er geen sprake van oververzadiging bij de kruispunten en/of rotondes. Problemen ontstaan met name gedurende de avondspits (deels in combinatie met uitstroom Toverland) met name bij de rotonde N277 – Schatberg. Knelpunten in de verkeersafwikkeling door de autonome groei verslechteren bij samenloop van de avondspits met het verkeer afkomstig van Toverland. De knelpunten ten aanzien van de verkeersafwikkeling bij de rotonde N277 ontstaan vooral door de combinatie van de reguliere avondspits met uitstromend verkeer van Toverland. De bijdrage van het verkeer van Grandorse is beperkt en al meegenomen in de autonome ontwikkeling in de verkeersmodelstudie. Zowel Toverland als Grandorse hebben goed zicht op drukke dagen. Toverland monitort al jaren hun bezoekersaantallen en kan drukke dagen goed voorspellen. Bij Grandorse wordt drukte verwacht tijdens (internationale) hippische evenementen die lang van te voren bekend zijn (jaarkalender paardensport).

Door bij de programmering van hippische evenementen samenloop te voorkomen van uitstromend verkeer van Grandorse met de reguliere avondspits (op werkdagen) en met uitstromend verkeer van Toverland (op weekend- en feestdagen) kunnen extra knelpunten worden voorkomen. De gemeente kan dit betrekken bij het beoordelen van aanvragen van Grandorse en Toverland voor evenementenvergunningen. ,

In het (tweede) ontwerp-bestemmingsplan van 2023 is het maximaal aantal bezoekers per wedstrijd/evenement sterk terug gebracht. In 2018 werd nog uitgegaan van maximaal 260. 000 bezoekers per jaar. Het aantal te verwachten bezoekers voor de evenementen wordt nu geraamd op 110. 000 tot 175. 000 bezoekers per jaar (inclusief deelnemers). Deze schatting is gebaseerd op de volgende aannamen: • • •

Wekelijks wedstrijden met gemiddeld 350 bezoekers (inclusief deelnemers) per dag (maximaal 20. 000 bezoekers per jaar); Maximaal 18 internationale meerdaagse wedstrijden per jaar met gemiddeld 1. 000 tot 2. 000 bezoekers per dag (maximaal 90. 000 bezoekers per jaar); Maximaal 2 grootschaligere hippische evenementen met gemiddeld 10. 000 bezoekers per dag (maximaal 40. 000 bezoekers per jaar).

Het aantal bezoekers inclusief deelnemers dat planologisch wordt toegestaan is gewaarborgd in de

juridische regeling van het bestemmingsplan: • Maximaal 10. 000 bezoekers per dag en maximaal 175. 000 bezoekers per jaar; • Voor alle evenementen binnen het plangebied geldt een vergunningenplicht waarbij de mogelijke samenhang met verkeer ten gevolge van met name attractiepark Toverland in beschouwing kan worden genomen. ,

Het genoemde maximum van 10. 000 bezoekers per dag is relevant voor enkel de grote wedstrijden en evenementen die gemiddeld 1 x per maand plaatsvinden. Voor de reguliere wedstrijden en middelgrote evenementen liggen de bezoekersaantallen onder de 1. 000 bezoekers per dag. Het (aanvankelijke) voornemen om 1 à 2 keer per jaar binnen het plangebied wedstrijden en evenementen te houden met meer dan 10. 000 bezoekers per dag wordt niet (meer) mogelijk gemaakt in het bestemmingsplan; ook niet via een wijzigingsbevoegdheid. Hiervoor moet een ‘buitenplanse’ omgevingsvergunning (bopa) aangevraagd worden. Via deze weg kunnen door de

Samenvatting Milieueffectrapportage Bestemmingsplan Grandorse

11

P217191. 062

gemeente specifieke voorschriften worden voorgeschreven en randvoorwaarden worden opgenomen met betrekking tot onder andere de verkeersregulering openbare veiligheid en geluid. Er is in het gewijzigde planvoornemen nog steeds sprake van een toename van verkeer maar significant veel minder dan in het ontwerp van 2018. ,

,

Cumulatieve verkeerseffecten Grandorse en uitbreiding Toverland Naar aanleiding van het advies van de Commissie m. e. r. en in samenspraak met gemeente Horst aan de Maas provincie Limburg en Rijkswaterstaat zijn de cumulatieve verkeerseffecten beschouwd van het plan Grandorse en het uitbreidingsplan van Toverland. De uitgangspunten komen uit de afzonderlijke verkeersonderzoeken die beiden in december 2024 zijn uitgevoerd voor de bestemmingsplannen Grandorse (door Royal Haskoning DHV) en Toverland (door Kragten). ,

Het wegennet in de omgeving van Toverland/Grandorse heeft over het algemeen voldoende capaciteit om het verkeersaanbod op een goede wijze af te wikkelen. Uit de resultaten blijkt dat met name de A67 erg druk is en dat sprake is van overbelasting met filevorming tot gevolg (met name tijdens de avondspits). Dit is al in de referentiesituatie het geval. Dit wordt hoofdzakelijk veroorzaakt door het reguliere woon-werkverkeer. De invloed van verkeer van en naar Toverland of Grandorse is daarop zeer beperkt. Uit de resultaten van de kruispuntberekeningen volgt dat de verkeersafwikkeling van de individuele plannen (Toverland en Grandorse) is geborgd. De restcapaciteit is echter beperkt met name tijdens de avondspits op de kruispunten met ,

,

verkeerslichten (N277-A67

en

N277-N560).

Het is niet efficiënt om ten behoeve van eventueel incidenteel voorkomende situaties (cumulatief scenario Toverland en Grandorse) verdere capaciteitsverruimende maatregelen in de vorm van extra infrastructuur (asfalt) te realiseren. Omdat dit over het algemeen van te voren goed kan worden ingeschat kan hier door middel van bijvoorbeeld alternatieve omleidingsroutes de inzet van extra verkeersregelaars en gerichte communicatie naar bezoekers en weggebruikers actief op worden gestuurd. ,

,

,

7. 2 Parkeren Met betrekking tot de parkeervoorzieningen zijn voor de wekelijkse evenementen/wedstrijden ongeveer 500 parkeerplaatsen nodig. Op basis van het maximaal toegestane aantal van 10. 000 bezoekers per dag zijn er maximaal 4. 200 parkeerplaatsen nodig. Het parkeerterrein bij het PEC (45 ha) voorziet in ongeveer 2. 250 parkeerplaatsen. Daarnaast wordt het terrein ten zuiden van de hippische boulevard (15 ha) ingericht als overloop parkeergebied. Hier kunnen 750 parkeerplaatsen worden gerealiseerd. En recent zijn nog twee percelen van 43 ha en 31 ha aan de Schorfvenweg verworven om ingezet te worden als overloop parkeerterrein met op ieder percelen ruimte voor ongeveer 1. 250 tot 1. 500 parkeerplaatsen. Het plan voorziet dus in 2. 250 parkeerplaatsen op het terrein van het PEC en 3. 250 tot 3. 750 noodoverloop parkeerplaatsen (totaal 5. 500 tot 6. 000 parkeerplaatsen). Hiermee wordt ruim voorzien in de parkeerbehoefte van maximaal 10. 000 bezoekers per dag. Overlast door parkeren in de omgeving van het plangebied wordt hierdoor ,

,

,

voorkomen.

12

Samenvatting Milieueffectrapportage Bestemmingsplan Grandorse

,

P217191. 062

7. 3 Natuur en landschap Natura2000-gebieden en stikstof Het bestemmingsplan maakt met name extra verkeer en tijdelijke en permanente aanwezigheid van paarden mogelijk en leidt tot uitstoot van ammoniak (door met name paarden) en stikstof(di)oxiden (door met name verkeer). Met name deze activiteiten in de gebruiksfase veroorzaken extra stikstofdepositie in de wijde omgeving van het plangebied. In de omgeving liggen meerdere stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden. In de omgeving van de projectlocatie liggen verschillende Natura2000-gebieden. Deurnsche Peel & Mariapeel is het dichtstbijzijnde Natura2000- gebied en ligt op circa 22 km afstand. Overige Natura 2000-gebieden liggen op meer dan 10 kilometer. De actuele stikstofdepositie op Natura2000 gebieden is in deze natuurgebieden hoog en ruim boven de kritische depositiewaarden voor stikstof. ,

In het bestemmingsplan is een stikstofplafondregeling opgenomen. Dit betekent dat er een regeling is opgenomen die de toename van stikstofemissie en -depositie niet toestaat. Er is sprake van een toename van stikstofemissie wanneer de stikstofemissie hoger is dan de stikstofemissie van het feitelijk bestaande planologisch legale gebruik van de gronden en bouwwerken voorafgaand aan de vaststelling van het plan en/of de stikstofemissie een hogere stikstofdepositie veroorzaakt op voor stikstofgevoelige en voor stikstof overbelaste habitats in een Natura 2000-gebied. Er is geen sprake van een toename van stikstofemissie als de toename een depositie veroorzaakt op voor stikstofgevoelige overbelaste habitats in een Natura 2000-gebied kleiner is dan 0005 mol N/ha/jaar er een onherroepelijke natuurvergunning is vastgesteld waarvoor een passende beoordeling is gemaakt en die is opgenomen in de bijlage van het bestemmingsplan of als de veroorzaakte stikstofdepositie op voor stikstofgevoelige overbelaste habitats in Natura 2000-gebieden niet groter is dan de beschikbare depositieruimte die is opgenomen in de depositiebank De Peelbergen. ,

,

,

,

,

Omdat

op basis van de maximale mogelijkheden van het bestemmingsplan significante nadelige gevolgen voor Natura2000-gebieden optreden en saldering als mitigerende maatregel noodzakelijk is dient een passende beoordeling voor het bestemmingsplan (de zogenaamde plantoets) opgesteld te worden. Voor het bestemmingsplan Grandorse is een passende beoordeling opgesteld. Deze is bijgevoegd als bijlage bij de toelichting van het bestemmingsplan (Passende beoordeling Grandorse Pouderoyen Tonnaer 2025).

,

,

,

Het bestemmingsplan voorziet in een inpassing van bestaande activiteiten en verleende omgevingsvergunningen én in de realisatie van nieuwe activiteiten bestaande uit hippische bedrijven een stallencomplex hippische boulevard en de uitbreiding van het hippisch sportcomplex (PEC). In de passende beoordeling zijn de maximale planologische mogelijkheden van het bestemmingsplan in beeld gebracht waarbij zowel de ingepaste activiteiten als de uitbreidingsmogelijkheden in de beoordeling zijn meegenomen.

,

,

,

Als mitigerende maatregel wordt extern gesaldeerd. Externe saldering geschiedt met toepassing van de provinciale depositiebank De Peelbergen. In de provinciale Beleidsregels depositiebank de Peelbergen (geldend vanaf 16 december 2020) is beschreven op welke wijze de depositiebank wordt gevuld met depositieruimte. hoe depositieruimte kan worden gereserveerd en toebedeeld aan activiteiten. Van belang daarbij is dat het gaat om een verevening van de depositie (de neerslag of

Samenvatting Milieueffectrapportage Bestemmingsplan Grandorse

13

P217191. 062

immissie van stikstof) en niet om een verevening van de uitstoot (de emissie) van stikstof. De verevening moet plaatsvinden op alle natuurgebieden waar er sprake is van een relevant effect. De stikstofdepositiebank is momenteel gevuld met stikstofemissies die door de gemeente Horst aan de Maas zijn verworven. Externe saldering vindt alleen plaats als de depositiebank voldoende geregistreerde stikstofemissies bevat om de saldering uit te voeren waarbij geldt dat per saldo de stikstofdepositie op geen enkel relevant stikstofgevoelige habitat binnen een Natura 2000-gebied mag toenemen. Er is geen sprake van een toename als de stikstofdepositie per saldo 000 mol/ha/jaar (afgerond) is. ,

,

De

Horst

Maas heeft stikstofrechten verworven en ingebracht in de stikstofdepositiebank de Peelbergen. Tussen de gemeente en het Peelbergen Equestrian Centre (PEC) is een koopovereenkomst gesloten met betrekking tot de (door)verkoop van de benodigde stikstofrechten uitgaande van 50% afroming conform gemaakte afspraken. Voor het stallencomplex (de onderhavige aanvraag) is slechts een deel van de in de depositiebank aanwezige ammoniakemissie nodig. Aanvullend aan de beleidsregels voor de depositiebank heeft de gemeente Horst aan de Maas alleen stikstofrechten verworven van saldogevers waarvan de gerealiseerde stallen in gebruik waren of tot voor kort in gebruik waren (niet mee dan 1 jaar leegstand ten tijde van het sluiten van de overeenkomst). De stikstofdepositie ten gevolge van bestaande activiteiten wordt geacht onderdeel te zijn van de bestaande achtergronddepositie maar ook hiervoor wordt depositieruimte vanuit de depositiebank ingezet. gemeente

aan

de

,

,

Uit de passende beoordeling volgt de conclusie dat door gebruik te maken van externe saldering met zekerheid worden gesteld dat de stikstofdepositie op Natura20000-gebieden niet toeneemt. Negatieve effecten ten gevolge van een toename van de stikstofdepositie op voor stikstof overbelasteen kwetsbare Natura2000 gebieden kunnen met behulp van externe saldering met zekerheid worden uitgesloten. Dit omdat er sprake is van een overschot aan depositieruimte (de depositiebank moet immers voorzien in dekking van alle delen van de voor stikstof kwetsbare en overbelaste Natura2000gebieden) en de gezamenlijke emissie en depositie van de saldogevers per saldo veel groter is dan de gezamenlijke emissies en deposities van de beoogde saldonemers. Daarnaast wordt de emissie van de saldogevers met 50% afgeroomd waardoor per saldo sprake is van een daling van de stikstofdepositie die bijdraagt aan de gewenste vermindering van de stikstofdepositie op Natura2000gebieden en andere natuurgebieden. De passende beoordeling is bijgevoegd als bijlage bij de ,

toelichting van het bestemmingsplan.

Beschermde soorten Binnen het plangebied is leefgebied van beschermde diersoorten aanwezig. Voor geen van de voorkomende beschermde soorten kan een negatief effect door de voorgenomen ontwikkelingen op voorhand uitgesloten worden. In de huidige situatie zijn vooruitlopend op de gebiedsontwikkeling een aantal ruimtelijke ontwikkelingen uitgevoerd en infrastructurele aanpassingen uitgevoerd. Aangenomen wordt dat door de al uitgevoerde ruimtelijke ontwikkelingen in het plangebied al negatieve effecten zijn opgetreden. ,

Navolgend de bevindingen in de update van de beschermde soorten-quickscan van 2022 (deze is bijgevoegd als bijlage bij de toelichting van het bestemmingsplan):

14

Samenvatting Milieueffectrapportage Bestemmingsplan Grandorse

,

P217191. 062

Algemeen voorkomende soorten: bij de al uitgevoerde ontwikkelingen is de zorgplicht niet nagekomen en zijn mogelijk dieren gedood. Bij nieuwe activiteiten moet gewerkt worden op basis van een ecologisch werkprotocol. Er is geen nader onderzoek of ontheffing nodig. Eekhoorn: Nestbomen zijn niet geïnspecteerd en kunnen gekapt zijn buiten de vrijgestelde periode. Bij nieuwe kapwerkzaamheden is nader onderzoek noodzakelijk. Nestbomen kunnen wel gekapt worden in de vrijgestelde periode indien gewerkt wordt op basis van een ecologisch werkprotocol. Er is geen ontheffing nodig mits mitigerende maatregelen worden getroffen. Das: Door de al gerealiseerde ontwikkelingen is versnippering en onttrekking van leefgebied/foerageergebied en verstoring opgetreden met als mogelijk gevolg het verlaten van de burcht. Er is een grotere kans op verkeersslachtoffers. Nader dassenonderzoek is uitgevoerd in 2021 en er is een geactualiseerd Dassenplan opgesteld. Er is een ontheffing

•

•

•

,

vereist.

Vleermuizen: Bomen zijn voorafgaand aan de kap niet geïnspecteerd met als gevolg mogelijke vernietiging van verblijfplaatsen. Bij kap van bomen met potentieel geschikte holten en van omliggende bomen moet nader onderzoek plaatsvinden. Bij nieuwe activiteiten moeten dergelijke bomen behouden blijven. Bij onvermijdelijke kap moet een activiteitenplan opgesteld worden met maatregelen. Alleen bij vastgestelde verblijfplaatsen is een ontheffing nodig.

•

Als beschermde soorten worden aangetroffen in het plangebied geldt ten allen tijde geldt de zorgplicht. Bij het aantreffen van beschermde planten- of diersoorten waarvoor geen vrijstelling geldt moet alsnog contact opgenomen te worden met een ecoloog om benodigde vervolgstappen te bespreken. ,

Er zijn veel maatregelen mogelijk om de natuurkwaliteit in het plangebied te vergroten en bezoekers te stimuleren om ‘in het groen’ te bewegen. Eenvoudige maatregelen zijn onder andere het aanplanten van inheemse bomen en struiken en het behouden van overhoekjes voor insecten en vlinders aanleg van compost- of takkenhopen voor o. a. egels en levendbarende hagedis het ,

,

plaatsen van nestkasten voor o. a. zwaluwen en mussen en inbouwen van vleermuizenverblijfplaatsen bij nieuwe bebouwing (natuur inclusief bouwen). In het MER 2018 zijn specifiek voor Dassen de compensatie- en mitigatiemogelijkheden beschreven maar is onvoldoende in beeld gebracht of de maatregelen voldoen aan de eisen die deze soort stelt aan de leefomgeving. Daardoor was niet uitgesloten dat de wettelijke verbodsbepalingen worden overtreden. In het voorlopig toetsingsadvies van de commissie voor de MER is daarom ook geadviseerd een aanvulling op te nemen die expliciet ingaat op de betekenis van de agrarische gronden voor de Das en is geadviseerd bij een eventueel compensatieplan voldoende nabijgelegen foerageergebied op te nemen. In 2022 is door ecologisch adviesbureau Meervelt het Dassenplan Grandorse Horst aan de Maas opgesteld. Het Dassenplan heeft tot doel inzicht te geven in de betekenis van het plangebied voor specifiek Dassen en in de mitigerende en compenserende maatregelen die genomen zijn en nog genomen moeten worden. Omdat ontwikkelingen plaatsvinden in het Natuurnetwerk en de Groenblauwe zone is behalve een Dassenplan ook een salderingsplan voor natuurcompensatie en uitbreiding van het areaal natuur opgesteld. Het Dassenplan en het Salderingsplan hangen onlosmakelijk met elkaar samen.

Het Dassenplan en Salderingsplan zijn als bijlagen bij het bestemmingsplan opgenomen.

,

,

Samenvatting Milieueffectrapportage Bestemmingsplan Grandorse

15

P217191. 062

Beschermde houtopstanden Voor bescherming van bomen en houtopstanden is er naast de landelijke natuurwetgeving ook de algemene plaatselijke verordening van de gemeente Horst aan de Maas. In het bestemmingsplangebied is een bosperceel geheel gekapt in het noordelijk deel (locatie Travers 47) en een bosperceel ten zuiden van het Peelbergen Equestrian Centre (PEC). Deze houtopstanden zijn beschermd op grond van zowel de voormalige Wet natuurbescherming (nu Omgevingswet) en de gemeentelijke APV. Op diverse locaties zijn bosranden gekapt voor de aanleg en verbreding van wegen en er heeft boskap plaatsgevonden in de Heesberg ten behoeve van de aanleg van het eventingparcours. Langs de Peelweg zijn laanbomen gekapt om een inrit te maken en voor de aanleg van het Equiduct. Alle gekapte dan wel niet gekapte houtopstanden liggen buiten de bebouwde kom en vallen daarmee onder de natuurwetgeving. Voorafgaand aan de kap dient op basis van de wet een melding gedaan te worden bij de provincie en er geldt een herplantplicht. Voor de al uitgevoerde kap is een controle nodig van gedane meldingen en het nakomen van de herplantplicht.

Natuurcompensatie Natuurnetwerk en Landschap De gemeente wil het gebied landschappelijk aantrekkelijk en toegankelijk maken voor iedereen die het recreatief wil gebruiken. Daarom heeft de gemeente het voornemen een ‘groen/blauw raamwerk’ te ontwikkelen met landschapsmaatregelen maar ook natuurcompensatie en klimaatmaatregelen

zoals waterberging. Het bestemmingsplangebied overlapt met de Goudgroene natuurzone. Door de uitgevoerde of nog uit te voeren ontwikkelingen worden kernkwaliteiten aangetast. De wijze waarop rekening gehouden wordt met of opnieuw invulling gegeven wordt aan de kernkwaliteiten is uitgewerkt in het Salderingsplan Goudgroene natuurzone Grandorse 2022 (Bureau Meervelt 2 februari 2023) dat onderdeel uitmaakt van het bestemmingsplan. Dit salderingsplan geeft inzicht in hoe in het plangebied Grandorse de saldobenadering invulling krijgt het Natuurnetwerk en de Goudgroene zone per saldo uitgebreid wordt en kwalitatief verbeterd wordt. Als een beroep gedaan wordt op de saldobenadering moeten de ontwikkelingen leiden tot een verbetering van de kwantiteit kwaliteit en de samenhang van het natuurnetwerk en de groenblauwe mantel op gebiedsniveau. ,

,

,

Het huidige Natuurnetwerk en de Goudgroene zone is gericht op het verbinden van de bossen ten zuiden en oosten van Toverland richting Golfbaan de Golfhorst met de Schadijkse Bossen. In de huidige situatie is er sprake van een versnipperd Natuurnetwerk. Door uitvoering van het salderingsplan wordt de samenhang tussen de Heesberg en de Kronenbergerheide versterkt. Het salderingsplan geeft inzicht in hoe in het plangebied het Natuurnetwerk per saldo uitgebreid wordt en kwalitatief verbeterd wordt. Conform de eerder opgestelde totaalvisie hippische zone de Peelbergen wordt een ruimtelijk-landschappelijk casco in het gebied gerealiseerd. Op basis van de Beleidsregel natuurcompensatie dient in het plangebied een compensatie van in totaal 4688 ha Goudgroene natuurzone plaats te vinden als gevolg van de aantasting van de bestaande Goudgroene zone alsmede een vereiste toeslag. Uit het salderingsplan blijkt dat de combinatie van voorgestane ingrepen en activiteiten in het gebied in zijn geheel leidt tot aanleg van 3442 ha nieuwe natuurgronden in het plangebied ten behoeve van de verbinding van bestaande bosgebieden waardoor een robuuste groenstructuur in noord-zuidelijke richting ontstaat. Daarnaast wordt nog ,

,

,

16

Samenvatting Milieueffectrapportage Bestemmingsplan Grandorse

,

P217191. 062

1246 ha nieuwe natuur aangelegd binnen het gebied van de zogeheten 'Gedeelde Peel'. Dit betreft een gebiedsontwikkelingsproject in het kader van de gebiedsgerichte aanpak van het Peelgebied ten westen van het plangebied tussen het gebied De Peelbergen en de Mariapeel waar het primaat is gelegd bij ontwikkeling van natuur landschap en waterdoelen. Met de compensatie gronden kan hier een oost-west verbinding worden versterkt tussen het peelgebied van de Mariapeel en de natuurgebieden in de Peelbergen. De totale nog uit te voeren compensatie dient binnen 3 jaar na het onherroepelijk worden van het bestemmingsplan te zijn gerealiseerd. eens

,

,

,

,

Ook wordt ter compensatie van het verlies aan circa 8 ha mozaïek landschap (aangewezen als Zilvergroene natuurzone) ten gevolge van het planvoornemen nog 4 ha extra natuur ontwikkeld. Dit betreft een aantal percelen ten noordwesten van de kern Sevenum direct ten noorden van de Blakterbeek. Deze weilanden zullen natuurlijk worden heringericht met kruidenrijk grasland houtwallen en poelen zodat een robuustere groene verbinding ontstaat tussen de natte natuurparel Heesbeemd en het Molenbeekdal. Ten behoeve van de natuurontwikkeling zal de huidige agrarische bestemming ook op deze percelen worden gewijzigd naar een natuurbestemming. ,

,

,

,

In de regels van het bestemmingsplan zijn ter borging de volgende voorwaardelijke verplichtingen voor landschappelijke inpassing en ruimtelijke randvoorwaarden opgenomen: • Bestemming ‘Gemengd-hippische boulevard’: Maximaal 30% van het bouwperceel mag bebouwd worden maximaal 35% van het bouwperceel mag worden ingericht voor openbare voorzieningen in de vorm van wegen in-/uitritten en parkeerplaatsen e. d. en minimaal 35% van het bouwperceel is bestemd voor landschappelijke groene inpassing. Op basis van de hieraan gekoppelde voorwaardelijke verplichting moet de landschappelijke inpassing binnen 2 jaar na afgifte van de omgevingsvergunning voor bouwen zijn gerealiseerd op basis van een door de gemeente goedgekeurd landschapsplan en moet vervolgens in stand worden ,

,

,

gehouden. •

Bestemming ‘Zone hippische bedrijven’: op de hippische kavels mag maximaal 30% van het bestemmingsvlak worden bebouwd met dien verstande dat bij bestemmingsvlakken van 3 ha of kleiner maximaal 1 ha mag worden bebouwd en/of verhard. Maximaal 35% van het bestemmingsvlak mag worden ingericht ten behoeve van hippische voorzieningen mits niet verhard. En minimaal 35% van het bestemmingsvlak dient een groene aankleding te krijgen/landschappelijk te worden ingepast. Binnen deze bestemming is eveneens een voorwaardelijke verplichting opgenomen voor de vereiste landschappelijke inpassing. Rondom deze bestemmingsvlakken vindt natuurcompensatie plaats (op percelen met bestemming natuur) op basis van het salderingsplan en deze natuurcompensatie moet al gerealiseerd zijn voordat de kavels ontwikkeld gaan worden. ,

,

Vanuit het optiek vanuit natuur is het uitgeven van kavels buiten of op afstand van het Natuurnetwerk te verkiezen. Kopers geven tot nu juist de voorkeur aan kavels in of nabij het Natuurnetwerk. Er van uitgaande dat de gemeente de vraag die zich voordoet wil faciliteren zal het natuurcompensatieplan voldoende garanties moeten geven op het realiseren van een groenblauw raamwerk ook als alleen de kavels met een natuurcompensatie worden verkocht en er geen inkomsten zijn uit de verkoop van andere kavels. Op basis van de Beleidsregel Natuurcompensatie Limburg is de belangrijkste randvoorwaarde dat de compensatie vóór aanvang van de activiteit gerealiseerd is. Dit wordt gewaarborgd in een overeenkomst tussen de provincie Limburg en de initiatiefnemer (in dit geval is dat de gemeente). Met de aanpak volgens het salderingsplan wordt aan de vereisten van de ,

,

Samenvatting Milieueffectrapportage Bestemmingsplan Grandorse

17

P217191. 062

saldobenadering

het natuurnetwerk voldaan. De tegenprestatie in de vorm van natuurcompensatie moet hoe dan ook worden gerealiseerd ook als niet het hele Grandorse plan wordt gerealiseerd. voor

,

Zonder mitigerende maatregelen ontstaan er significant nadelige effecten voor natuur en landschap. Met toepassing van externe saldering vanuit de stikstofdepositiebank in combinatie met een stikstofplafondregeling in het bestemmingsplan zijn nadelige stikstofeffecten voor Natura20000 gebieden uitgesloten. Hierdoor zal ook de stikstofdepositie op het dichterbij gelegen Natuurnetwerk afnemen (noot: niet alle natuur in het Natuurwerk is stikstofgevoelig). Met toepassing

het salderingsplan voor natuurcompensatie worden nadelige effecten voor het natuurnetwerk en de goudgroene en zilvergroene zone gecompenseerd. Het totale areaal beschermde natuur wordt per saldo uitgebreid. Het areaal houtopstanden neemt per saldo toe. Daarnaast treedt in het gebied een versterking en verbetering op omdat met de inrichting van de nieuwe percelen een meer aaneengesloten natuurnetwerk ontstaat. De ecologische waarde in het gebied neemt toe en dit heeft ook een positief effect voor de beschermde planten- en diersoorten in het gebied. van

,

7. 4 Energie , klimaatverandering en duurzaamheid Duurzaamheid in de paardenhouderij Voor de paardenhouderij is er sinds kort een maatlat voor duurzame stalsystemen. Diergezondheid en dierenwelzijn vormen de boventoon bij een duurzame paardenhouderij. Ook zijn energie bodembedekking en wormmiddelgebruik belangrijke thema’s. Vooral op de thema’s energie water en afval kunnen paardenbedrijven duurzaam te werk te gaan.

,

,

Duurzame energie Voor verlichting kan energiezuinige LED-verlichting worden toegepast. Op bedrijfsgebouwen kunnen zonnepanelen op het dak geplaatst worden. Op het bestaande PEC zijn al zonnepanelen aanwezig. De voorgenomen nieuwbouw kan goed worden geïsoleerd. Voor paardensportondernemers zijn er fiscale regelingen voor duurzame energie. In het Activiteitenbesluit is vastgelegd dat alle energiebesparende maatregelen met een terugverdientijd van vijf jaar of minder toegepast moeten worden. Deze verplichting tot energiebesparing geldt voor inrichtingen die meer dan 50. 000 kWh elektriciteit of 25. 000 m 3 aardgas per jaar verbruiken. De gemeente heeft het Kader voor Opwek van Duurzame Elektriciteit (KODE) vastgesteld om invulling te geven aan het nationale klimaatakkoord. Hierbij wordt continu ingezet om waar mogelijk op álle daken zonne-energie op te wekken. In het bestemmingsplan worden ondergeschikte duurzame energievoorzieningen planologisch mogelijk gemaakt. Grootschalige opwek van elektriciteit maakt geen onderdeel uit van dit bestemmingsplan. Vanuit samenwerking met alle belangrijke partijen wordt gekeken naar de samenhang van kansen opgaven en oplossingen voor een groter gebied. Integrale maatregelen en koppelkansen zijn niet meegenomen in het bestemmingsplan en kunnen nog nader onderzocht worden. Binnen de bestemmingen waar bebouwing mogelijk wordt gemaakt is ,

18

Samenvatting Milieueffectrapportage Bestemmingsplan Grandorse

P217191. 062

energieneutraliteit niet verplicht. Het is wettelijk niet toegestaan in een bestemmingsplan duurzame energiemaatregelen zoals zonnepanelen te verplichten. Klimaatadaptatie: waterberging Afkoppeling van hemelwater en het realiseren van waterbergings- en infiltratievoorzieningen zijn in het gebied planologisch mogelijk. Voor de toename in verhard oppervlak dient compenserende waterberging gerealiseerd te worden. Gelet op de omvang van het totale plangebied in relatie tot de beperkte bestaande bebouwing en verharding en de maximale nieuw te realiseren bebouwing en verharding en de goede bodemdoorlatendheid kan binnen het plangebied ruimschoots worden voldaan aan de waterbergingsopgave. In de regels van het bestemmingsplan is als gebruiksbepaling opgenomen dat infiltratie op eigen terrein gerealiseerd dient te worden met een maximaal bebouwd oppervlak als randvoorwaarde. Daarnaast dient een deel van het perceel te worden ingericht voor groen waarin ook infiltratievoorzieningen kunnen worden gerealiseerd. ,

,

Aangrenzend wordt

natuurzone ingericht vanwege de natuurcompensatie. Hierin kunnen ook worden infiltratievoorzieningen gerealiseerd. Bij de verdere ontwikkeling van de verschillende deellocaties moet de definitieve uitwerking van de infiltratie-voorzieningen (op eigen terrein) berekend worden op basis van de concrete verharde oppervlakten. De precieze uitwerking van de infiltratievoorzieningen vindt plaats ten tijde van de bouwaanvraag. Bij realisatie van vertraagde afvoer op het oppervlaktewater moet een melding worden gedaan bij het Waterschap. Ter plaatse van de nieuw aan te leggen natuurcompensatiestrook ten oosten van de Midden Peelweg en in de groenstrook ten oosten van de hippische boulevard wordt voorzien in een aanvullende waterbergingsvoorziening voor het hele gebied. Met het project ‘Klimaatbestendige inrichting van de Peelloop’ wil de gemeente meer ruimte in het watersysteem creëren zodat er kan worden geanticipeerd op natte en droge perioden een

,

7. 5 Overige milieueffecten Verlichting Verstoring door licht wordt in beginsel veroorzaakt door kunstmatige lichtbronnen. Het gevolg van kunstmatige verlichting van de nachtelijke omgeving is dat het kan leiden tot lichthinder voor omwonenden maar ook verstoring van dier- en plantensoorten. Binnen de bestemmingen ‘Gemengd – Hippische Boulevard’ ‘Sport – Hippisch sportcomplex’ en ‘Zone hippische bedrijven’ zijn specifieke gebruiksregels opgenomen ten aanzien van de buitenverlichting : • De buitenverlichting moet zo veel mogelijk gericht staan op het te verlichten object; • Het gebruik van lichtmasten is alleen toegestaan tussen 7. 00 uur en 23. 00 uur; • De lichtmasten moeten voorzien zijn van faunavriendelijke LED-verlichting naar beneden gericht en verlichtingssterkte buiten het bestemmingsvlak niet meer dan 1 lux. ,

,

,

De stralingshoek van LED is kleiner dan van standaard verlichting en de verspreiding van het licht is bij LED ook een stuk beperkter. LED in combinatie met lichtkappen zorgt voor het zo veel als mogelijk minimaliseren van verspreiding van licht. Lichtkappen zijn niet voorgeschreven maar worden in de praktijk wel toegepast om de verlichting zo veel mogelijk te richten op alleen het te verlichten object. De hoogte van de lichtbron heeft ook invloed op verspreiding van licht. Het bestemmingsplan staat alleen lichtmasten toe tot een maximale hoogte van 12 m. Gebouwgebonden armaturen zullen onder ,

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16080521/1