CConstaterende datHorst aan de Maas
Koppel je AI →
Document · PDF

03c.2 Bijlage 2 Aanvulling planMER 2023 (geanonimiseerd)

Gemeenteraad 18 november 2025, gemeente Horst aan de MaasBij agendapunt: Bijlagen bestemmingsplan Grandorse, Kronenberg26.732 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

,

Stikstofregeling in het bestemmingsplan In de planregels van het bestemmingsplan is binnen de verschillende enkelbestemmingen opgenomen dat er sprake is van strijdig gebruik als er vanuit gebruik van gronden en bouwwerkeneen toename van de stikstofemissie plaatsvindt. Er is sprake van een toename als de stikstofemissie door het planologisch legale gebruik van gronden en gebouwen meer bedraagt dan de stikstofemissie afkomstig van de bestaande planologisch legale situatievoorafgaand aan hetvaststellen van het bestemmingsplan. Als een gelijkblijvende of een afname van de stikstofemissie afkomstig van het feitelijk bestaande planologisch legale gebruik van de betreffende gronden en bouwwerken voorafgaand aan de vaststelling van het plan een hogere stikstofdepositie veroorzaakt op voor stikstof gevoelige en voor stikstof overbelaste habitats in een Natura 2000-gebied dan wordt dit eveneens beschouwd als een toename van stikstofemissie. ,

,

,

Als uitzondering hierop is er geen toename van stikstofemissie (door NH3 en NOx) in één van de volgende situaties: • de stikstofemissie bedraagt maximaal de emissie afkomstig van de betreffende gronden en bouwwerken conform een ten tijde van de vaststelling van dit bestemmingsplan verleende en onherroepelijke natuurvergunning waarvoor een passende beoordeling is gemaakt. De bedoelde vergunningen zijn als zodanig opgenomen als bijlage bij de regels. Bij het ontwerp is deze zogenaamde één-op-één inpassing van deze natuurvergunningen nog niet aan de orde maar dit is mogelijk wel aan de orde ten tijde van de vaststelling van het bestemmingsplan. • de toename van de stikstofdepositie op voor stikstof gevoelige en voor stikstof overbelaste habitats in een Natura 2000-gebied ten gevolge van een toename van stikstofemissie is kleiner dan 0005 mol/ha/jaar • de toename van de stikstofdepositie op voor stikstof gevoelige en voor stikstof overbelaste habitats in een Natura 2000-gebied ten gevolge van een toename van stikstofemissie door hippische activiteiten niet groter is dan de beschikbare depositieruimte voor hippische activiteiten ten tijde van vaststelling van het plan. Deze bepaling betreft de externe saldering van stikstofdepositievanuit de depositiebank.

De beschikbare depositieruimte voor hippische activiteiten binnen Grandorse wordt opgenomen in een bijlage bij de regels(nog niet in het ontwerp maar wel bij vaststelling). ,

,

,

26

Aanvulling MER bestemmingsplan Grandorse – gemeente Horst aan de Maas

P217191. 008

In de berekening van de benodigde stikstofruimte voor de ontwikkeling van Grandorse (de zogenaamde plantoets) wordt GEEN rekening gehouden met de afname van de stikstofdepositie vanwege het (in werkelijkheid) wegvallen van bemesten van agrarische percelen. Een deel van de gronden die worden ontwikkeld tot een hippische kavel of tot natuur worden in de bestaande situatie nog agrarisch gebruikt. De stikstofemissies die vervallen door het uit productie nemen van agrarische gronden hebben betrekking op het vervallen van emissies ten gevolge van de aanwending van mest (dierlijke mest en kunstmest) op deze gronden. Voor de gemeente Horst aan de Maas is in het databestanden van het RIVM (zie www. bij12. nl/emissie-bemesting) voor de opgenomen. Dat is per hectare agrarische gronden een gemiddelde emissie van 315 kg/NH/ha/jaar 3 grond de emissies van 6 paarden. bemeste vergelijkbaar met volwassen ,

,

,

Volgend figuur geeft een indicatie van het landbouwkundig gebruik van de percelen en het aantal hectare. Het plangebied is groter dan op deze afbeelding en bevat ook nog agrarische percelen die worden ingericht voor natuurcompensatie ten noordwesten van de kern Sevenum (direct ten noorden van de Blakterbeek) zie paragraaf 2. 2. 5. ,

Bij een aanvraag

om een natuurvergunning kan de initiatiefnemer het landbouwkundig gebruik dat eigen wegvalt het te ontwikkelen perceel (hippische kavel) betrekken als referentiehoeveelheid stikstof. Dit zijn beperkte hoeveelheden stikstof met referentiedepositie op relatief korte afstand (met name op de oostelijke rand van het Natura2000 gebied Deurnesche peel & Mariapeel). op

Aanvulling MER bestemmingsplan Grandorse – gemeente Horst aan de Maas

27

P217191. 008

Figuur 6 Agrarisch gebruik in 2020 binnen het plangebied (Bron: RVO , Basisregistratie Percelen)

2. 2. 2 Wet ammoniak en veehouderij De Wet Ammoniak en Veehouderij (Wav) geeft regels om bepaalde zeer kwetsbare gebieden te beschermen tegen de effecten van ammoniakuitstoot uit dierverblijven. Deze regels moeten worden toegepast bij de verlening van milieuvergunningen voor veehouderijen. Ze gelden voor veehouderijen die liggen in zo’n zeer kwetsbaar gebied of in een zone van 250 meter daaromheen. Provinciale Staten hebben op 18 april 2008 besloten waar de zeer kwetsbare gebieden liggen. De minister van Landbouw Natuur en Voedselkwaliteit heeft dit besluit op 11 juli 2008 goedgekeurd. In deze Wav-gebieden en de 250 meter zone eromheen is oprichting en uitbreiding van veehouderijen verboden. In de wet zijn verschillende uitzonderingen op deze hoofdregel opgenomen waarvan de belangrijkste is dat uitbreiding is toegestaan mits de ammoniakemissie onder de toegestane maximale ammoniakemissie voor de uitbreiding blijft. ,

In het plangebied en 250 meter rondom het plangebied liggen alleen vervallen zeer kwetsbare gebieden. De Wav vormt geen beperkingen voor de oprichting van paardenhouderijen binnen het plangebied. Dit is een correctie ten opzichte van hetgeen in het MER 2018 staat. In de voormalige Wav-gebieden die op korte afstand van de hippische kavels zijn gelegen zal er sprake zijn van een toename van de stikstofdepositie (zie hiervoor het MER uit 2018). Op de verder weg gelegen (voormalige) Wav-gebieden zal er vanwege de externe saldering en het ‘overschot’ van emissie en depositie van de saldogevers (omdat er op alle relevante hexagonen geen sprake mag zijn van een toename) per saldo sprake zijn van afname van de stikstofbelasting (na mitigatie). ,

Figuur 7: Ligging (vervallen) Wav-gebieden

28

Aanvulling MER bestemmingsplan Grandorse – gemeente Horst aan de Maas

P217191. 008

Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet komt de Wet ammoniak en veehouderij en daarmee ook de provinciale Wav-kaart te vervallen. In plaats daarvan kunnen in de nieuwe Omgevingsverordening wel voor verzuring gevoelige gebieden worden aangewezen door de provincie maar de provincie Limburg heeft aangegeven geen verzuring gevoelige gebieden aan te gaan wijzen in de Omgevingsverordening. In de omgevingsverordening 2021 van de provincie Limburg zijn deze gebieden ook niet opgenomen. ,

2. 2. 3 Beschermde soorten Uit het MER 2018 blijkt dat het plan kan leiden tot vernietiging van het Natuurnetwerk (bos- en natuurgebied) en verstoring van beschermde soorten en vernietiging van hun leefgebied. In de huidige situatie is vooruitlopend op de gebiedsontwikkeling een aantal ruimtelijke ontwikkelingen uitgevoerd en zijn infrastructurele aanpassingen uitgevoerd zie opsomming in paragraaf 1. 3. 1. en de update quickscan van 2022. ,

,

,

Binnen het plangebied is leefgebied van beschermde diersoorten aanwezig. Voor geen van de voorkomende beschermde soorten kan een negatief effect door de voorgenomen ontwikkelingen op voorhand uitgesloten worden. Aangenomen wordt dat door de al uitgevoerde ruimtelijke ontwikkelingen in het plangebied al negatieve effecten zijn opgetreden en overtredingen van de

Wnb hebben plaatsgevonden. Navolgend de bevindingen in de update quickscan: •

Algemeen voorkomende soorten: bij de al uitgevoerde ontwikkelingen is de zorgplicht niet nagekomen en mogelijk dieren gedood. Bij nieuwe activiteiten moet gewerkt worden op basis van een ecologisch werkprotocol. Er is geen nader onderzoek of ontheffing nodig.

•

Eekhoorn: Nestbomen zijn niet geïnspecteerd en kunnen gekapt zijn buiten de vrijgestelde periode. Bij nieuwe kapwerkzaamheden is nader onderzoek noodzakelijk. Nestbomen kunnen wel gekapt worden in de vrijgestelde periode indien gewerkt wordt op basis van een ecologisch werkprotocol. Er is geen ontheffing nodig mits mitigerende maatregelen worden getroffen.

•

Das: Door de al gerealiseerde ontwikkelingen is versnippering en onttrekking van leefgebied/foerageergebied en verstoring opgetreden met als mogelijk gevolg het verlaten van de burcht. Er is een grotere kans op verkeersslachtoffers. Nader dassenonderzoek is uitgevoerd in 2021 en er is een geactualiseerd Dassenplan opgesteld. Er is een ontheffing o. b. v. de Wnb vereist. ,

•

Vleermuizen: Bomen zijn voorafgaand aan de kap niet geïnspecteerd met als gevolg mogelijke vernietiging van verblijfplaatsen. Bij kap van bomen met potentieel geschikte holten en van omliggende bomen moet nader onderzoek plaatsvinden. Bij nieuwe activiteiten moeten dergelijke bomen behouden blijven. Bij onvermijdelijke kap moet een activiteitenplan opgesteld worden met maatregelen. Alleen bij vastgestelde verblijfplaatsen is een ontheffing nodig.

Aanvulling MER bestemmingsplan Grandorse – gemeente Horst aan de Maas

29

P217191. 008

•

Broedvogels: Door de uitgevoerde kap kunnen nesten vernietigd zijn tijdens de broedperiode of jaarrond beschermde soorten verstoord zijn. Voorafgaand aan ingrepen in het broedseizoen moet nader onderzoek plaatsvinden. Als blijkt dat er broedvogels aanwezig zijn mogen tijdens de broedperiode mogen geen nesten vernietigd worden en ook geen verstorende activiteiten plaatsvinden. Bomen en omliggende bomen met jaarrond beschermde nesten moeten worden behouden. In geval van geconstateerde aanwezigheid van soorten met een jaarrond beschermd nest dat verstoord wordt of verdwijnt door een ontwikkeling is een ontheffing Wnb nodig. Ook is een ontheffing nodig voor grootschalige evenementen in het broedseizoen in geval mitigerende maatregelen niet voldoen.

•

Levendbarende hagedis: Mogelijk zijn door reeds uitgevoerde ingegrepen vaste rust- en verblijfplaatsen vernietigd. Bij ruimtelijke ontwikkelingen moet ruim voorafgaand aan de ingreep de aanwezigheid van deze hagedissen en van geschikt leefgebied onderzocht worden. Er geldt een vrijstelling in de periode 15 augustus tot en met 15 oktober. Bij ruimtelijke ingrepen in deze vrijgestelde periode is geen ontheffing Wnb nodig. Er moet wel gewerkt worden volgens een ecologisch werkprotocol.

Als dieren worden aangetroffen in het plangebied geldt ten allen tijde geldt de zorgplicht. Bij het onverhoopt toch aantreffen van beschermde planten- of diersoorten waarvoor geen vrijstelling geldt moet alsnog contact opgenomen te worden met een ecoloog om benodigde vervolgstappen te bespreken. ,

Er zijn veel maatregelen mogelijk om de natuurkwaliteit in het plangebied te vergroten en bezoekers te stimuleren om ‘in het groen’ te bewegen. Eenvoudige maatregelen zijn onder andere het aanplanten van inheemse bomen en struiken en het behouden van overhoekjes voor insecten en vlinders aanleg van compost- of takkenhopen voor o. a. egels en levendbarende hagedis het ,

,

van nestkasten voor o. a. zwaluwen en mussen en

plaatsen inbouwen vleermuizenverblijfplaatsen bij nieuwe bebouwing (natuur inclusief bouwen). van

Dassenplan In het MER 2018 zijn specifiek voor Dassen de compensatie- en mitigatiemogelijkheden beschreven maar is onvoldoende in beeld gebracht of de maatregelen voldoen aan de eisen die deze soort stelt aan de leefomgeving. Daardoor is niet uitgesloten dat de wettelijke verbodsbepalingen worden overtreden. In het voorlopig toetsingsadvies van de commissie voor de MER is daarom ook geadviseerd een aanvulling op te nemen die expliciet ingaat op de betekenis van de agrarische gronden voor de Das en is geadviseerd bij een eventueel compensatieplan voldoende nabijgelegen foerageergebied op te nemen. In 2022 is door ecologisch adviesbureau Meervelt het Dassenplan Grandorse Horst aan de Maas opgesteld. Het Dassenplan heeft tot doel inzicht te geven in de betekenis van het plangebied voor specifiek Dassen en in de mitigerende en compenserende maatregelen die genomen zijn en nog genomen moeten worden. Omdat ontwikkelingen plaatsvinden in het Natuurnetwerk en de Groenblauwe zone is behalve een Dassenplan ook een salderingsplan voor natuurcompensatie en uitbreiding van het areaal natuur opgesteld. Het Dassenplan en het Salderingsplan hangen onlosmakelijk met elkaar samen. ,

30

Aanvulling MER bestemmingsplan Grandorse – gemeente Horst aan de Maas

,

P217191. 008

2. 2. 4 Bescherming houtopstanden Ten aanzien van bescherming van bomen en houtopstanden zijn de volgende kaders relevant: 1. Wet natuurbescherming 2. Algemene plaatselijke verordening van de gemeente Horst aan de Maas. ,

In het bestemmingsplangebied is een bosperceel geheel gekapt in het noordelijk deel (locatie Travers 47) en een bosperceel ten zuiden van het ECdP. Deze houtopstanden zijn beschermd op grond van de Wet natuurbescherming en de gemeentelijke APV. Op diverse locaties zijn bosranden gekapt voor de aanleg en verbreding van wegen en er heeft boskap plaatsgevonden in de Heesberg ten behoeve van de aanleg van het eventing-parcours. Langs de Peelweg zijn laanbomen gekapt om een inrit te maken en voor de aanleg van het Equiduct. Alle gekapte dan wel niet gekapte houtopstanden liggen buiten de bebouwde kom en vallen daarmee onder de Wet

natuurbescherming. Voorafgaand aan de kap dient o. b. v. de Wnb een melding gedaan te worden bij de provincie en er geldt een herplantplicht. Voor de al uitgevoerde kap is een controle nodig van gedane meldingen en het nakomen van de herplantplicht. 2. 2. 5 Natuur en landschap De gemeente wil het gebied landschappelijk aantrekkelijk en toegankelijk maken voor iedereen die het recreatief wil gebruiken. Daarom heeft de gemeente het voornemen een ‘groen/blauw raamwerk’ te ontwikkelen met landschapsmaatregelen maar ook natuurcompensatie en klimaatmaatregelen zoals waterberging. Het MER 2018 beschrijft niet wie de maatregelen uitvoert en hoe deze worden vastgelegd waardoor het nog niet duidelijk genoeg was hoe het gebied eruit kan komen te zien en hoe wordt geregeld dat het gebied toegankelijk is. ,

Het bestemmingsplangebied overlapt met de Goudgroene natuurzone. Door de uitgevoerde of nog uit te voeren ontwikkelingen worden kernkwaliteiten aangetast. De wijze waarop rekening gehouden wordt met of opnieuw invulling gegeven wordt aan de kernkwaliteiten is uitgewerkt in het Salderingsplan Goudgroene natuurzone Grandorse 2022 (Bureau Meervelt 2 februari 2023) dat onderdeel uitmaakt van het bestemmingsplan. Dit salderingsplan geeft inzicht in hoe in het plangebied Grandorse de saldobenadering invulling krijgt het Natuurnetwerk en de Goudgroene zone per saldo uitgebreid wordt en kwalitatief verbeterd wordt. ,

,

,

Als een beroep gedaan wordt op de saldobenadering moeten de ontwikkelingen leiden tot een verbetering van de kwantiteit kwaliteit en de samenhang van het natuurnetwerk en de groenblauwe mantel op gebiedsniveau. Het huidige Natuurnetwerk en de Goudgroene zone is gericht op het verbinden van de bossen ten zuiden en oosten van Toverland richting Golfbaan de Golfhorst met de Schadijkse Bossen. In de huidige situatie is er sprake van een versnipperd Natuurnetwerk. Door uitvoering van het salderingsplan wordt de samenhang tussen de Heesberg en de Kronenbergerheide versterkt. ,

Het salderingsplan geeft inzicht in hoe in het plangebied het Natuurnetwerk per saldo uitgebreid wordt en kwalitatief verbeterd wordt. Conform de eerder opgestelde totaalvisie hippische zone de peelbergen wordt een ruimtelijk-landschappelijk casco in het gebied gerealiseerd.

Aanvulling MER bestemmingsplan Grandorse – gemeente Horst aan de Maas

31

P217191. 008

Op basis van de Beleidsregel natuurcompensatie dient in het plangebied een compensatie van in totaal 46 88 ha Goudgroene natuurzone plaats te vinden als gevolg van de aantasting van de bestaande Goudgroene zone alsmede een vereiste toeslag. Uit het salderingsplan blijkt dat de combinatie van voorgestane ingrepen en activiteiten in het gebied in zijn geheel leidt tot aanleg van 3442 ha nieuwe natuurgronden in het plangebied ten behoeve van de verbinding van bestaande bosgebieden waardoor een robuuste groenstructuur in noord-zuidelijke richting ontstaat. ,

,

,

,

Daarnaast wordt nog eens 1246 ha nieuwe natuur aangelegd binnen het gebied van de zogeheten 'Gedeelde Peel'. Dit betreft een gebiedsontwikkelingsproject in het kader van de gebiedsgerichte aanpak van het Peelgebied ten westen van het plangebied tussen het gebied De Peelbergen en de Mariapeel waar het primaat is gelegd bij ontwikkeling van natuur landschap en waterdoelen. Met de compensatie gronden kan hier een oost-west verbinding worden versterkt tussen het peelgebied van de Mariapeel en de natuurgebieden in de Peelbergen. ,

,

,

,

De totale nog uit te voeren compensatie dient binnen 3 jaar na het onherroepelijk worden van het bestemmingsplan te zijn gerealiseerd.

Figuur 8: Uitsnede totaalkaart salderingsplan (waarbij de toe te voegen natuurgronden aan de goudgroene natuurzone in groen zijn weergegeven , de , bestaande , te behouden gronden in de goudgroen natuurzone lichtgroen

zijn aangegeven en de geschrapte

gronden uit de goudgroene natuurzone in rood zijn aangegeven (Bron: Salderingsplan Goudgroene natuurzone Grandorse 2022 , februari 2023).

32

Aanvulling MER bestemmingsplan Grandorse – gemeente Horst aan de Maas

P217191. 008

Ook wordt ter compensatie van het verlies aan circa 8 ha mozaïek landschap (aangewezen als Zilvergroene natuurzone) ten gevolge van het planvoornemen nog 4 ha extra natuur ontwikkeld. Dit betreft een aantal percelen ten noordwesten van de kern Sevenum direct ten noorden van de Blakterbeek. Deze weilanden zullen natuurlijk worden heringericht met kruidenrijk grasland houtwallen en poelen zodat een robuustere groene verbinding ontstaat tussen de natte natuurparel Heesbeemd en het Molenbeekdal. Ten behoeve van de natuurontwikkeling zal de huidige agrarische bestemming ook op deze percelen worden gewijzigd naar een natuurbestemming. ,

,

,

,

Ruimtelijke randvoorwaarden en voorwaardelijke verplichtingen landschappelijke inpassing Bestemming ‘Gemengd-hippische boulevard’ Het (ontwerp-)bestemmingsplan bevat ruimtelijke randvoorwaarden en een voorwaardelijke verplichting voor de ontwikkeling van gronden met de bestemming ‘gemengd-hippische boulevard’. Maximaal 30% van het bouwperceel mag bebouwd worden maximaal 30% van het bouwperceel mag worden ingericht t. b. v. openbare voorzieningen in de vorm van wegen in-/uitritten en parkeerplaatsen e. d. en minimaal 30% van het bouwperceel is bestemd voor landschappelijke groene inpassing. Op basis van de hieraan gekoppelde voorwaardelijke verplichting moet de landschappelijke inpassing binnen 2 jaar na afgifte van de omgevingsvergunning voor bouwen zijn gerealiseerd op basis van een door de gemeente goedgekeurd landschapsplan en moet vervolgens in stand worden ,

,

,

gehouden. Bestemming ‘Zone hippische bedrijven’ Het (ontwerp-)bestemmingsplan bevat ruimtelijke randvoorwaarden voor gronden met de bestemming ‘Zone hippische bedrijven’ en deze zien specifiek toe op de ontwikkeling en invulling van de 12 hippische kavels. Op deze kavels mag maximaal 30% van het bestemmingsvlak worden bebouwd met dien verstande dat bij bestemmingsvlakken van 3 ha of kleiner maximaal 1 ha mag worden bebouwd en/of verhard. Maximaal 35% van het bestemmingsvlak mag worden ingericht ten behoeve van hippische voorzieningen mits niet verhard. En minimaal 35% van het bestemmingsvlak dient een groene aankleding te krijgen/landschappelijk te worden ingepast. Binnen deze bestemming is eveneens een voorwaardelijke verplichting opgenomen voor de vereiste landschappelijke inpassing. Rondom deze bestemmingsvlakken vindt natuurcompensatie plaats (op percelen met bestemming natuur) op basis van het salderingsplan en deze natuurcompensatie moet al gerealiseerd zijn voordat de kavels ontwikkeld gaan worden. ,

,

Bestemming ‘Sport- Hippisch sportcomplex’ Binnen deze bestemming valt het hippisch sportcentrum ECdP met alle voorzieningen. Ook het nieuwe stallencomplex de Peelbergen heeft deze bestemming. Binnen deze bestemming zijn geen ruimtelijke voorwaarden opgenomen t. a. v. landschappelijke inpassing.

2. 2. 6 Fasering van het plan en natuurcompensatie De Commissie m. e. r. adviseert in een aanvulling op het MER inzicht te geven in een mogelijke fasering van het plan bijvoorbeeld in volgorde van uitgifte van terreinen voor te vestigen paardenbedrijven in samenhang met de tijdige uitvoering van een gedegen natuurcompensatie en ,

Aanvulling MER bestemmingsplan Grandorse – gemeente Horst aan de Maas

33

P217191. 008

landschapsplan. Vanuit het optiek vanuit natuur is het uitgeven van kavels buiten/op afstand van het Natuurnetwerk te verkiezen. Kopers geven tot nu juist de voorkeur aan kavels in of nabij het Natuurnetwerk. Er van uitgaande dat de gemeente de vraag die zich voordoet wil faciliteren zal het natuurcompensatieplan voldoende garanties moeten geven op het realiseren van een groenblauw raamwerk ook als alleen de kavels met een natuurcompensatie worden verkocht en er geen inkomsten zijn uit de verkoop van andere kavels. Als dat niet mogelijk blijkt te zijn dan kan c. q. moet er in het bestemmingsplan een fasering worden aangebracht. ,

,

,

Op basis van de Beleidsregel Natuurcompensatie Limburg is de belangrijkste randvoorwaarde dat de compensatie vóór aanvang van de activiteit gerealiseerd is. Dit wordt gewaarborgd in een overeenkomst tussen de provincie Limburg en de initiatiefnemer (in dit geval is dat de gemeente). In het salderingsplan is hiervoor een ontwerp-salderingsovereenkomst opgenomen. Met de aanpak volgens het salderingsplan wordt aan de vereisten van de saldobenadering voor het natuurnetwerk voldaan. De tegenprestatie in de vorm van natuurcompensatie moet hoe dan ook worden gerealiseerd ook als niet het hele Grandorse plan wordt gerealiseerd. ,

2. 2. 7

Effectbeoordeling natuur

Zonder mitigerende maatregelen ontstaan er significant nadelige effecten voor natuur. Met toepassing van externe saldering vanuit de stikstofdepositiebank in combinatie met een stikstofplafondregeling in het bestemmingsplan zijn nadelige stikstofeffecten voor Natura20000 gebieden uitgesloten. Hierdoor zal ook de stikstofdepositie op het dichterbij gelegen Natuurnetwerk afnemen (noot: niet alle natuur in het Natuurwerk is stikstofgevoelig). Met toepassing van het salderingsplan voor natuurcompensatie worden nadelige effecten voor het natuurnetwerk en de goudgroene en zilvergroene zone gecompenseerd. Het totale areaal beschermde natuur wordt per saldo uitgebreid. Het areaal houtopstanden neemt per saldo toe. Daarnaast treedt in het gebied een versterking en verbetering op omdat met de inrichting van de nieuwe percelen een meer aaneengesloten natuurnetwerk ontstaat. De ecologische waarde in het gebied neemt toe en dit heeft ook een positief effect voor de flora en fauna in het gebied. ,

Tabel 4: Totale effectscores natuur t. o. v. de referentie

Criterium

Ontwerp 2018

Stikstof Natura2000 gebieden Stikstof overige bos en natuur gebieden Houtopstanden Soorten – flora en fauna

Excl. mitigatie

Incl. mitigatie

Ontwerp 2023 Excl. mitigatie

Incl. mitigatie

-

+

-

+

--

-

--

+

--

-

--

+

--

-

--

+

Score:++ = zeer positief; + = positief; 0/+ = licht positief; 0 = neutraal; 0/- = licht negatief; -= negatief; - - = zeer negatief

34

Aanvulling MER bestemmingsplan Grandorse – gemeente Horst aan de Maas

P217191. 008

2. 3

Verlichting

De Commissie m. e. r. adviseert voorafgaand aan het besluit de effecten van toegestane verlichting te Beschrijven uitgaande van normale verlichting en verlichting tijdens evenementen. Lichthinder is niet als beoordelingscriterium in het MER en de NRD opgenomen. Er zijn geen zienswijzen ingediend n. a. v. de publicatie van het NRD. Wel is lichthinder genoemd in de reactie van de Buurtbewoners omgeving Peelstraat Kronenberg. Zij wijzen op eerdere afspraken zoals het aanbrengen van lichtkappen aan de lichtmasten en het beplanten van de grondwal. Verstoring door licht wordt in beginsel veroorzaakt door kunstmatige lichtbronnen. Het gevolg van kunstmatige verlichting van de nachtelijke omgeving is dat het kan leiden tot lichthinder voor omwonenden maar ook verstoring van dier- en plantensoorten. ,

,

Bouw- en gebruiksregels buitenverlichting Binnen de bestemmingen ‘Gemengd – Hippische Boulevard’ ‘Sport – Hippisch sportcomplex’en ‘Zone hippische bedrijven’ zijn specifieke gebruiksregels opgenomen ten aanzien van de ,

buitenverlichting : • De buitenverlichting moet zo veel mogelijk gericht staan op het te verlichten object; • Het gebruik van lichtmasten is alleen toegestaan tussen 7. 00 uur en 23. 00 uur; • De lichtmasten moeten voorzien zijn van faunavriendelijke LED-verlichting. De stralingshoek van LED is kleiner dan van standaard verlichting en de verspreiding van het licht is bij LED ook een stuk beperkter. LED in combinatie met lichtkappen zorgt voor het zo veel als mogelijk minimaliseren van verspreiding van licht. Lichtkappen zijn niet voorgeschreven maar worden in de praktijk wel toegepast om de verlichting zo veel mogelijk te richten op alleen het te verlichten object. De hoogte van de lichtbron heeft ook invloed op verspreiding van licht. Het bestemmingsplan staat alleen lichtmasten toe tot een maximale hoogte van 12 m. Gebouwgebonden armaturen zullen onder de 7m hoogte geplaatst worden aangezien dit de maximaal toegestane goothoogte is. ,

,

Verder zijn evenementen die tot grote lichtoverlast kunnen leiden planologisch niet toegestaan. Binnen bestemming verkeer worden maximaal 18m hoge lichtmasten toegestaan zonder verdere ,

gebruiksregels. Effectafstanden lichtbronnen De effectafstand kan benaderd worden op basis van de hoogte van een standaard lichtbron een afstand tot waar deze lichtbron onder normale omstandigheden maximaal reikt (bij correcte installatie en waarbij de lichtbron gericht is op het eigen terrein). Zie navolgende tabel. Tabel 5: Effectafstanden verlichting in gangbare situaties (bron: Arcadis , Effectafstanden Natura2000-gebieden , 2014)

Aanvulling MER bestemmingsplan Grandorse – gemeente Horst aan de Maas

35

P217191. 008

Dit betekent o. b. v. voorgaande tabel kan worden aangenomen dat in ieder geval de bouwregels in het bestemmingsplan ervoor zorgen ervoor dat lichtmasten op de hippische (bedrijfs)locaties en terreinen een effectafstand < 100 meter hebben. Eventuele gebouw gebonden buitenverlichting heeft (uitgaande van verlichting onder de goothoogte) een effectafstand < 50 meter. Binnen 100 meter afstand van de hippische bedrijven en terreinen zijn geen woningen aanwezig. Wel grenzen deze percelen aan nieuwe en bestaande natuurzones. De aanvullende gebruiksregels verkleinen de effectafstand en voorkomen nachtelijke lichthinder voor flora en fauna in de natuurzones.

Significant nadelige effecten ten gevolge van (een toename) van lichthinder in Natura2000 gebieden kan op voorhand worden uitgesloten gezien de grotere afstand tot deze gebieden. Effectbeoordeling Tabel 6: Totale effectscores lichtoverlast

Criterium Lichtoverlast van hippische accommodaties en bedrijven Lichtoverlast van wegen Lichtoverlast van evenementenzone

Ontwerp 2018

Ontwerp 2023

0 0/-

0 0/-

0

0

Score:++ = zeer positief; + = positief; 0/+ = licht positief; 0 = neutraal; 0/- = licht negatief; -= negatief; - - = zeer negatief

2. 4

Energie , klimaatverandering en duurzaamheid

In het bestemmingsplan wordt ingegaan op de ambities van de gemeente op het gebied van duurzaamheid energietransitie en klimaatadaptatie en de vertaling daarvan in de gebiedsontwikkeling (gebouwen en buitenruimte). Bijvoorbeeld waterberging in het groenblauw raamwerk ondergeschikte duurzame energie voorzieningen zoals zonnepanelen aanleg en onderhoud van groenvoorzieningen ontkoppelen van hemelwater en waterberging duurzaam ,

,

,

,

,

bouwen realisatie van laadpalen gebruik led verlichting en stimuleren gebruik fiets voor bezoekers. ,

,

Onzeker is hoe snel het klimaat verandert en hoe snel en in welke omvang effecten zich zullen voordoen. De gemeente kan wel onderzoeken of er ‘no-regret’ maatregelen zijn. Dit zijn maatregelen die sowieso verstandig zijn bij elke vorm van klimaatverandering én die de moeite waard zijn omdat ze ook andere (niet-klimaat gebonden) doelen dienen. De gemeente kan ook nadenken over maatregelen om ‘achter de hand’ te hebben die nog ingezet kunnen worden in geval de klimaatverandering sneller gaat dan verwacht.

2. 4. 1 Duurzaamheid en circulariteit in de paardenhouderij De Rijksoverheid heeft als doelstelling om in 2030 vijftig procent minder primaire grondstoffen (mineralen fossielen en metalen) te gebruiken en wil in 2050 volledig circulair zijn. Circulariteit heeft grote verwantschap met de energiedoelstellingen. Circulariteit kan bijdragen aan minder milieu- en omgevingseffecten omdat het zich richt op efficiënter gebruik van grondstoffen materialen producten en afval. Circulariteit is geen ,

,

36

,

Aanvulling MER bestemmingsplan Grandorse – gemeente Horst aan de Maas

P217191. 008

milieueffect maar een overkoepelend begrip voor het sluiten van kringlopen en ketens waardoor de impact op het milieu vermindert. ,

Voor de paardenhouderij is er nog geen maatlat voor duurzame stalsystemen. Stichting Milieu Keur (SMK) heeft de opdracht om de richtlijnen te ontwikkelen en werkt in opdracht van het Ministerie van LNV aan een maatlat voor duurzame stalsystemen voor paarden. Diergezondheid en dierenwelzijn vormen de boventoon bij een duurzame paardenhouderij. Ook zijn energie bodembedekking en ,

wormmiddelgebruik belangrijke thema’s. In de brochure ‘Paardenhouderijen vergeleken: out of the box’ heeft de Wageningen universiteit in 2012 voor sport- en recreatie verschillende paardenhouderijsystemen vergeleken op belangrijke duurzaamheidsaspecten. In de vergelijking wordt o. a. gekeken naar dierenwelzijn diergezondheid milieu en landschappelijke inpassing. De brochure laat zien op welke duurzaamheidsaspecten een bepaald huisvestingssysteem beter scoort dan het traditionele systeem. Door middel van een duurzaamheidsscan in 2019 ontwikkeld door Aeres Hogeschool Dronten in samenwerking met de Omgevingsdienst Flevoland Gooi en Vechtstreek (OFGV) hebben studenten van de opleiding Hippische Bedrijfskunde de huidige status en ambities over duurzaamheid van paardenbedrijven in kaart gebracht. Bijna 100 paardenbedrijven in twee jaar leverden een bijdrage en daardoor kon op het symposium “Hoe Hipp(isch) is de paardensector?” antwoord worden gegeven op die vraag. De paardensector blijkt grote ambities te hebben op het gebied van duurzaamheid het ambitieniveau is hoog. Vooral op de thema’s energie water en afval (met name plastic reststromen paardenmest is geen afval maar is een grondstof voor onder andere de champignonteelt) stellen paardenbedrijven dat daar nog winst is te behalen en dat ze ook de ambitie hebben om hier duurzamer te werk te gaan. ,

,

,

,

,

,

Het ontbreekt aan concrete emissiegegevens vanuit paardenhouderijen. Over het algemeen kan worden gesteld dat als aan de wet- & regelgeving wordt voldaan geur- en fijnstofemissies geen relevante thema’s zijn in de verduurzaming van de paardenhouderij. Ammoniakemissies zijn in relatie tot stikstofdepositie op stikstofgevoelige natuurgebieden wel relevant. De totale ammoniakemissie van paardenhouderijen ligt aanzienlijk lager dan van veehouderijen omdat het aantal gehouden dieren veel kleiner is er geen mestputten aanwezig zijn en de paardenmest niet aangewend wordt voor eigen voedselproductie. Buitenrijbakken zijn vaak voorzien van buitenverlichting. Naast het energieverbruik kan de verlichting diersoorten verstoren. Emissie naar bodem en water vinden niet plaats vanuit de mestopslag vanwege de verplichte bodembeschermende maatregelen voor mestopslagen in de Wet Bodembescherming. Uitspoeling vindt wel plaats als mest terecht komt in weide of paddock. Naast stallen zijn er naast de bedrijfsgebouwen vaak meerdere voorzieningen aanwezig: rijbaan / paardenbak buitenverlichting longeercirkel stap-/trainingsmolen paddock mestopslag voer- en strooiselopslag omheiningen. De bodem van rijbanen is belangrijk bij intensief gebruik.

Een duurzame bodem bestaat uit gerecycled materiaal vergt weinig onderhoud kan weer afgevoerd en verder gerecycled worden en houdt meer vocht vast (bijvoorbeeld zand met gerecyclede Voor wordt energiezuinige Op autobekleding). verlichting LED-verlichting toegepast. op worden. De voorgenomen nieuw bedrijfsgebouwen kunnen zonnepanelen het dak geplaats te bouwen bebouwing wordt goed geïsoleerd. ,

,

,

,

,

,

,

,

,

,

,

Voor paardensportondernemers zijn er fiscale regelingen zoals de EIA en MIA/Vamil maar ook SDE+ ISDE voor ondersteuning duurzame energieproductie en efficiënte verwarmingsapparatuur. Verder is de Routekaart Verduurzaming Sport opgesteld om de gevolgen van de klimaatverandering tegen te ,

Aanvulling MER bestemmingsplan Grandorse – gemeente Horst aan de Maas

,

37

P217191. 008

gaan. Deze

routekaart omschrijft hoe de sportsector de ambities uit het klimaatakkoord in de praktijk gaat brengen. In 2050 moeten alle sportaccommodaties CO2-arm zijn met als tussendoel 49% CO-2 reductie in 2030. Gewasbeschermingsmiddelen worden in de sportsector uitgebannen hergebruik van materialen is het uitgangspunt en de sportomgeving moet klimaatadaptief ingericht worden bijvoorbeeld wateropvang onder de rijbanen. Hiervoor is ook subsidie beschikbaar. ,

,

,

Algemeen regels Activiteitenbesluit In het Activiteitenbesluit is vastgelegd dat alle energiebesparende maatregelen met een terugverdientijd van vijf jaar of minder toegepast moeten worden. Deze verplichting tot energiebesparing geldt voor inrichtingen die meer dan 50. 000 kWh elektriciteit of 25. 000 m 3 aardgas per jaar verbruiken. In de Activiteitenregeling is uitgewerkt hoe een inrichting aan de verplichting tot energiebesparing als bedoeld in het Activiteitenbesluit kan voldoen. Hieraan wordt voldaan als alle maatregelen zoals genoemd in de Erkende maatregelenlijst energiebesparing (EML) per aangewezen type en per aangewezen activiteit zijn getroffen voor de bedrijfstak waartoe de inrichting behoort. Voor de agrarische sector zijn maatregelen vastgesteld gericht op het besparen van energie bij de volgende activiteiten. Het toepassen van hernieuwbare energie zoals zonne- of windenergie geldt niet als energiebesparende maatregel. Het gaat om maatregelen die het verbruik van elektriciteit en/of aardgas verminderen zoals isoleren ventileren energiezuinige verlichting warm tapwater voorziening etc. In het Activiteitenbesluit is voor de toepassing van energiebesparende maatregelen een informatieplicht vastgesteld (1x per 4 jaar). ,

,

,

,

,

,

2. 4. 2 Duurzame energie De gemeente heeft het Kader voor Opwek van Duurzame Elektriciteit (KODE) vastgesteld en hierin heeft de gemeente zichzelf de opgave gesteld om 1150 TJ (Terra Joule) aan duurzame energie op te wekken in 2030 om invulling te geven aan het nationale klimaatakkoord. Hierbij wordt continu ingezet om waar mogelijk op álle daken zonne-energie op te wekken. Daarnaast zet de gemeente in op middelgrote zonneweides. Samen is dit goed voor ongeveer 20% van de totale opgave. Onderzoek naar de mogelijkheden voor energielandschappen geeft richting aan de invulling van de restopgave van 80%. In het bestemmingsplan worden ondergeschikte duurzame energie voorzieningen planologisch mogelijk gemaakt. Grootschalige opwek van elektriciteit maakt geen onderdeel uit van dit bestemmingsplan. Naar aanleiding van een gebiedsverkenning voor energielandschappen (spoor 3 KODE) is men tot de conclusie gekomen dat er heel veel diverse zaken spelen zoals vernatting natuuropgaven transitie van landbouw stikstofproblematiek en ontwikkelingen in recreatie en toerisme. De energieopgave staat niet op zichzelf en dient meegenomen te worden in een integrale gebiedsontwikkeling.

Dat wil zeggen dat vanuit samenwerking met alle belangrijke partijen gekeken wordt naar de samenhang van kansen opgaven en oplossingen voor een groter gebied bestaande uit het gebied de Peelbergen (waar het gebied Grandorse onderdeel van uitmaakt) en het gebied ten oosten van de Midden Peelweg tot aan gemeenten Venray Peel en Maas en Deurne. ,

,

,

,

,

Integrale maatregelen en koppelkansen zijn niet meegenomen in het bestemmingsplan en kunnen nog nader onderzocht worden waarbij verbindingen worden gelegd met bijvoorbeeld de energietransitie en bedrijvigheid. Binnen de bestemmingen waar ruimtelijke ontwikkelingen met ,

38

Aanvulling MER bestemmingsplan Grandorse – gemeente Horst aan de Maas

P217191. 008

bebouwing mogelijk worden gemaakt (met name de hippische kavels) is energieneutraliteit niet verplicht. Om dit minder vrijblijvend te laten zijn kunnen extra randvoorwaarden gesteld worden.

2. 4. 3

Klimaatverandering: waterberging Afkoppeling van hemelwater en het realiseren van waterbergings- en infiltratievoorzieningen zijn in het gebied planologisch mogelijk. Voor de toename in verhard oppervlak dient compenserende waterberging gerealiseerd te worden (hydrologisch neutraal ontwikkelen). Mede gelet op de omvang van het totale plangebied (239 ha) in relatie tot de bestaande bebouwing en verharding (25 ha respectievelijk 20 ha) en de (maximaal) nieuw realiseren bebouwing (30 ha) en verharding (20 ha) en de bodemdoorlatendheid kan binnen het plangebied ruimschoots worden voldaan aan de waterbergingsopgave. ,

In de regels van het bestemmingsplan is als gebruiksbepaling opgenomen dat infiltratie op eigen terrein gerealiseerd dient te worden met als randvoorwaarde dat maximaal 30% van het perceel van een nieuw te vestigen hippisch bedrijf bebouwd / verhard mag worden. Daarnaast dient minimaal 30% resp. 35% (afhankelijk van de bestemming zie toelichting in paragraaf 2. 2. 5) van het perceel te worden ingericht voor groen waarin ook infiltratievoorzieningen kunnen worden gerealiseerd. ,

,

Aangrenzend wordt een natuurzone ingericht vanwege de natuurcompensatie. Hierin kunnen ook infiltratievoorzieningen worden gerealiseerd. Bij de verdere ontwikkeling van de verschillende deellocaties moet de definitieve uitwerking van de infiltratie-voorzieningen (op eigen terrein) berekend worden op basis van de concrete verharde oppervlakten. De precieze uitwerking van de infiltratievoorzieningen vindt plaats ten tijde van de bouwaanvraag. Als een overloop voor vertraagde afvoer naar een omliggende waterloop wordt gerealiseerd moet een melding worden gedaan bij het Waterschap. Ter plaatse van de nieuw aan te leggen natuurcompensatiestrook ten oosten van de Midden Peelweg en in de groenstrook ten oosten van de hippische boulevard wordt ook voorzien in een aanvullende waterbergingsvoorziening voor het

hele gebied. Op de verbeelding zijn de bestaande waterlopen van het Waterschap ongewijzigd met de enkelbestemming 'Water' opgenomen. Dit zijn de Peelloop de Peel en het Korhoen. Ten behoeve van het onderhoud aan de watergangen alsmede ten behoeve van de beoogde ontwikkeling van de ecologische waarden door hermeandering en herinrichting van meer natuurvriendelijke oevers is de dubbelbestemming 'Waterstaat - Profiel van vrije ruimte' opgenomen. Met het project ‘Klimaatbestendige inrichting van de Peelloop’’ hoopt de gemeente dusdanig meer ruimte in het watersysteem te creëren dat er kan worden geanticipeerd op natte en droge perioden ,

.

2. 4. 4

Effectbeoordeling

Tabel 7: Totale effectscores duurzaam ontwikkelen , klimaatverandering en duurzame energie t. o. v. referentie

Criterium Effecten duurzaam ontwikkelen en circulariteit

Ontwerp 2018

Ontwerp 2023

0

0

Aanvulling MER bestemmingsplan Grandorse – gemeente Horst aan de Maas

39

P217191. 008

Effecten klimaatverandering: waterberging

0

0

Effecten duurzame energie

0

0

Score:++ = zeer positief; + = positief; 0/+ = licht positief; 0 = neutraal; 0/- = licht negatief; -= negatief; - - = zeer negatief

2. 5

Overige milieuthema’s

In deze paragraaf wordt kort ingegaan op de overige milieuthema’s waar de Commissie m. e. r. in haar toetsingsadvies van de Commissie m. e. r. geen advies voor aanvullingen heeft gegeven maar waar wijzigingen en aanvullende maatregelen een (positief) milieueffect geven t. o. v. het ontwerpbestemmingsplan en MER van 2018. ,

2. 5. 1 Externe veiligheid Ten aanzien van de buisleidingen is een aanvullend onderzoek verricht. Dit aanvullende onderzoek is bijgevoegd in de bijlagen bij de toelichting van het bestemmingplan. Om risico’s te beperken wordt terrein opgehoogd en een werkprotocol vastgesteld om te voorkomen dat de aanwezige buisleiding binnen het plangebied geraakt wordt bij graafwerkzaamheden. Deze aanvullende maatregel heeft een positief effect ten aanzien van het aspect externe veiligheid. Op de verbeelding moet voor twee locaties een veiligheidszone opgenomen worden en daarbinnen moet oprichting van kwetsbare objecten worden uitgesloten.

2. 5. 2 Luchtkwaliteit Ten aanzien van luchtkwaliteit (met name fijnstof en stikstofdioxide) zijn geen grote wijzigingen t. o. v. 2018. De gezondheidskundige advieswaarde voor PM 10 is in september 2021 aangescherpt door de WHO van 20 naar 15 µg/m.3 Verder zijn de toetswaarden en advieswaarden ongewijzigd t. o. v. 2018. De achtergrondconcentraties PM 10 en NO 2 zijn in de tussentijd licht gedaald. In combinatie met de forse verkleining van de bezoekersaantallen en daarmee de verkeersgeneratie kan geconcludeerd worden dat ten aanzien van luchtkwaliteit uitsluitend sprake is van verbeteringen ten opzichte van het MER 2018. In het ontwerp bestemmingsplan en MER uit 2018 is de NIBM-tool gebruikt. Hiervan is nu een recentere versie beschikbaar (versie 2021) met hierin de actuele achtergrondconcentraties (lager dan in 2018). Ook het jaar van realisatie is opgeschoven. Gedurende de jaren is sprake van een daling van de emissiefactoren voor voertuigen. De actualisatie en de wijzigingen in het bestemmingsplan leiden tot een verlaging van door de tool berekende concentraties en een verbetering ten aanzien van de effectbeoordeling van luchtkwaliteit in het MER van 2018. ,

2. 5. 3

Geur

In paragraaf 6. 9 van het MER 2018 is ingegaan op de gewenste aanpassing van de minimale vaste afstand tussen stallen van de hippische bedrijven en geurgevoelige objecten van minimaal 50 meter

40

Aanvulling MER bestemmingsplan Grandorse – gemeente Horst aan de Maas

P217191. 008

minimaal 25 meter. Samen met het ontwerp bestemmingsplan wordt een geurverordening in procedure gebracht ter voorbereiding op een raadsvoorstel om de afwijkende afstanden van het plangebied van Grandorse vast te leggen samen met de vaststelling van het bestemmingsplan naar

,

,

Grandorse.

Verkleinen vaste afstand Voor dieren zonder geuremissiefactor (o. a. paarden) geldt in het buitengebied een wettelijke minimumafstand van 50 meter tussen emissiepunten van stallen en geurgevoelige objecten. De Wet geurhinder en veehouderij (Wgv) biedt de gemeente de mogelijkheid om deze vaste afstand te verkleinen naar 25 meter via het aanpassen van de gemeentelijke geurverordening. De bandbreedtes voor afwijken van de minimumafstanden staan in artikel 6 lid 3 Wgv. Ten opzichte van bedrijfswoningen van andere vee-/paardenhouderijen geldt alleen een minimale afstand van 25 meter buiten de bebouwde kom (gevel tot gevel). Op de hippische kavels moeten naast bedrijfswoningen ook gebouwen met een logiesfunctie ten dienste van de hippische bedrijven opgericht kunnen worden (zowel voor lang als kort verblijf). Gebouwen met een langdurige logiesfunctie zijn ook een geurgevoelig object in de zin van de Wet geurhinder en veehouderij en beschermd tegen geurhinder. In de gebouwen met langdurig logiesfuncties verblijven alleen personen die binding hebben met de hippische activiteiten zoals bijvoorbeeld medewerkers grooms en paardeneigenaren. Deze personen kiezen er juist voor om op hetzelfde terrein te overnachten en ervaren geen geurhinder van de paardenstallen en mestopslagen.

Op de hippische kavels in het gebied Grandorse wonen of verblijven/overnachten geen mensen die geen binding hebben met de hippische bedrijven en activiteiten in het gebied. ,

Gelet op de aard van de gebiedsontwikkeling en de gebruikers en bezoekers van het plangebied (de binding met de hippische activiteiten) en de lage huidige geurbelasting in het gebied is een verkleining van de afstand tot 25 meter te rechtvaardigen. Daarom zal aan de raad worden voorgesteld om gelijktijdig met het vaststellen van dit bestemmingsplan een besluit in het kader van de Wgv te nemen om de vaste afstand voor paardenbedrijven in het plangebied te verkleinen tot 25 ,

meter. Voorsorteren op de Omgevingswet: Gebouwen zonder woonfunctie zoals gebouwen met een logiesfunctie worden onder de Omgevingswet niet meer automatisch beschermd tegen geurhinder. De gemeente heeft op dit gebied meer beleidsvrijheid dan onder de huidige wet- en regelgeving. Deze bevoegdheid kan pas bepaald en geëffectueerd worden na de inwerkingtreding van de Omgevingswet op 1 januari 2024. De gemeente kan besluiten om de gebouwen met een verblijfs-/logiesfunctie niet actief aan te wijzen als te beschermen geurgevoelig object. ,

,

Aanvulling MER bestemmingsplan Grandorse – gemeente Horst aan de Maas

41

P217191. 008

Bijlagen

42

Aanvulling MER bestemmingsplan Grandorse – gemeente Horst aan de Maas

P217191. 008

Bijlage 1 Voorlopig toetsingsadvies Commissie m. e. r.

Aanvulling MER bestemmingsplan Grandorse – gemeente Horst aan de Maas

43

Bestemmingsplan Hippische Zone Grandorse Voorlopig toetsingsadvies over het milieueffectrapport 28 mei 2018 / projectnummer: 3292

1.

Hoofdpunten

van

het advies

De gemeente Horst aan de Maas wil in lijn met het provinciale beleid voor de recreatieve ontwikkeling van de zone langs de Peelroute in het gebied rond het bestaande Equestrian Center de Peelbergen (ECdP) diverse ontwikkelingen mogelijk maken ten behoeve van de paardensport. Het gaat hierbij om een evenemententerrein met naar verwachting tot 260. 000 bezoekers per jaar permanente (ca. 1000) en tijdelijke (ca. 600) stalplaatsen voor paarden maximaal 16 hippische bedrijven met bijbehorende bouwwerken en voorzieningen een hippisch bedrijventerrein en om een groene (her)inrichting. Om deze ontwikkeling mogelijk te maken wordt het bestemmingsplan ‘Grandorse’ voorbereid. Voor het besluit over het bestemmingsplan is een milieueffectrapport opgesteld zodat de gemeenteraad de milieugevolgen van het plan kan meewegen bij het besluit over het plan. De gemeente Horst aan de Maas heeft de Commissie voor de m. e. r. 1 gevraagd om het MER te ,

,

,

,

,

IG ,

R

O L

P

,

toetsen.

Figuur 1 mogelijke invulling plan , uit de provinciale visie (2016). Bron: MER.

O

Wat blijkt er uit het MER? Uit het MER blijkt dat het plan aanzienlijke effecten kan hebben op de beschermde natuurgebieden in en rond het plangebied. Ook kunnen effecten op beschermde soorten optreden zoals de das die in het gebied veel voorkomt. Het gebied is nu heel open en zal een transformatie ondergaan naar een meer besloten en verdicht landschap. De toegestane evenementen zullen leiden tot verkeerspieken met files en een hoge parkeerdruk.

O ,

V

Wat is de beoordeling van de Commissie over het MER? Het MER is overzichtelijk en geeft op hoofdlijnen aan wat het voornemen inhoudt. Het MER mist echter op een aantal punten nog informatie om nu een besluit te kunnen nemen over het bestemmingsplan waarbij het milieubelang volwaardig kan worden meegewogen. Het gaat naar oordeel van de Commissie over de volgende punten: • Verkeer en parkeren. Het plan zal leiden tot veel extra bezoekers zeker bij evenementen. Het verkeersonderzoek is niet op maat gemaakt voor Grandorse en geeft geen goed ,

1

Commissie voor de milieueffectrapportage. De samenstelling en werkwijze van de werkgroep van de Commissie m. e. r. en verdere projectgegevens staan in bijlage 1 van dit advies. U vindt de projectstukken die bij het advies zijn gebruikt , via de link 3292 of door dit nummer op www. commissiemer. nl in te vullen in het zoekvak.

-1-

overzicht van al het mogelijke verkeer. Het verkeersonderzoek onderschat daardoor mogelijk de effecten en knelpunten. Denk hierbij aan filevorming bij Ysselsteyn bij de opritten van de A67 en op de lokale wegen. Sommige oplossingsrichtingen zijn niet compleet van andere is niet aangetoond dat die realistisch effectief en haalbaar zijn. Ook calamiteitenvoorzieningen en parkeren komen onvoldoende aan bod. • Stikstof. In het onderzoek naar de uitstoot van stikstofoxiden en ammoniak is niet uitgegaan van het maximaal aantal paardenhouderijen die het plan mogelijk maakt en is onvoldoende duidelijk of rekening is gehouden met het tijdelijk verblijf van paarden in het plangebied. In de omgeving van het plangebied liggen beschermde natuurgebieden die gevoelig zijn voor stikstofdepositie zoals de Deurnsche Peel & Mariapeel. Op dit moment komt al meer stikstof deze gebieden in dan goed is voor deze natuur. Elke toename kan leiden tot verdere aantasting van deze natuurwaarden. Op dit moment is nog niet duidelijk of voor het plan (voldoende) ontwikkelingsruimte is gereserveerd in het kader van het Programma aanpak stikstof waardoor de volledige uitvoervoerbaarheid van het plan niet is verzekerd. • Natuur. In het plangebied is een aanzienlijk areaal Natuurnetwerk aanwezig en komen beschermde soorten voor zoals dassen en levendbarende hagedissen.

Uit het MER blijkt dat het plan kan leiden tot vernietiging van Natuurnetwerk en verstoring van de genoemde soorten en vernietiging van hun leefgebied. Het MER beschrijft wel mogelijkheden om deze effecten te verminderen maar maakt niet duidelijk of deze voldoende zijn om ervoor te zorgen dat het plan uitvoerbaar is met het oog op de soortbescherming. • Groen/blauw raamwerk. De gemeente wil het gebied landschappelijk aantrekkelijk maken en wil het toegankelijk maken voor iedereen die het recreatief wil gebruiken. Daarom heeft de gemeente het voornemen een ‘groen/blauw raamwerk’ te ontwikkelen met landschapsmaatregelen maar ook natuurcompensatie en klimaatmaatregelen zoals waterberging. Op dit moment is nog niet duidelijk hoe het gebied eruit kan komen te zien en hoe wordt geregeld dat het gebied toegankelijk is. Het MER beschrijft niet wie de maatregelen uitvoert en hoe deze worden vastgelegd. • Verlichting. De effecten van extra verlichting op dieren en mensen zijn in het MER niet bekeken. Daardoor komt schadelijke effecten op dieren en mogelijke hinder voor mensen niet in beeld. Ook eventuele maatregelen zijn niet uitgewerkt. • Fasering van het plan. Het is nog niet duidelijk welke bedrijven zich gaan vestigen in het gebied en in welk tempo en of het hele gebied vol zal komen.

Met een fasering is het wellicht mogelijk te zorgen dat het plan hoe dan ook tot een samenhangend en goed functionerend eindresultaat komt ook als het niet helemaal vol komt. Zo kan worden voorkomen dat achteraf blijkt dat voor bijvoorbeeld landschap toegankelijkheid en klimaatmaatregelen verkeerde keuzen zijn gemaakt. Bovendien kunnen met een slimme fasering negatieve effecten op bijvoorbeeld de das mogelijk verminderd of zelfs voorkomen worden. De Commissie adviseert een aanvulling op het MER op te stellen waarin deze informatie alsnog kan worden opgenomen. ,

,

,

,

,

,

O L ,

V

O

O

R

P

IG

,

,

,

-2-

Waarom een MER en een advies van de Commissie? Voor het realiseren van plan ‘Grandorse’ moet het vigerende bestemmingsplan voor dit terrein worden aangepast. Ter onderbouwing van dit bestemmingsplan moet de gemeente de milieugevolgen van de gebiedsontwikkeling onderzoeken en beschrijven in een (plan-)MER. Zo kan de gemeenteraad het milieubelang goed meewegen bij het besluit over het bestemmingsplan. De gemeente heeft de Commissie gevraagd om een onafhankelijk oordeel over het MER. De onafhankelijke Commissie m. e. r. is bij wet ingesteld en adviseert over de inhoud en de kwaliteit van het MER. Zij stelt voor ieder project een werkgroep samen van onafhankelijke deskundigen. De Commissie schrijft geen milieueffectrapporten , dat doet de initiatiefnemer. Het bevoegd gezag - in dit geval de gemeenteraad van Horst aan de Maas - besluit over het project.

2.

Toelichting

op

het oordeel

In dit hoofdstuk wordt de beoordeling van de Commissie nader toegelicht. In kaders staat de informatie die naar oordeel van de Commissie nog nodig is zodat de gemeenteraad de milieuargumenten voldoende kan meewegen bij het besluit over het bestemmingsplan. Verder doet de Commissie enkele aanbevelingen op het gebied van energie klimaatverandering en duurzaamheid die geen betrekking hebben op ontbrekende essentiële informatie. Dit is bedoeld om de kwaliteit van de besluitvorming te verbeteren. ,

IG ,

,

2. 1

Verkeer en parkeren

O L

P

Voor een grootschalige sport- en recreatievoorziening als de Grandorse is de kwaliteit van de bereikbaarheid inclusief het parkeren van essentieel belang. De gemeente geeft ook nadrukkelijk aan dat verkeersafwikkeling en verkeersveiligheid evenals andere thema’s minstens ‘zeer goed’ moeten scoren. ,

,

R

Wanneer het onderdeel verkeer uit het MER naast deze doelstelling wordt gelegd constateert de Commissie dat de verkeersberekeningen zeer globaal zijn en met een aantal aannames gebaseerd op eerdere verkeersberekeningen voor Toverland. Voor het besluit over het plan met mogelijk zeer veel bezoekers is dit echter onvoldoende. Het verkeersonderzoek is niet specifiek genoeg en de effecten worden mogelijk onderschat. Zo wordt niet duidelijk welke knelpunten er kunnen ontstaan. Er wordt geen inzicht geboden in het totaalbeeld van zowel bezoekers deelnemers als personeel. De aankomst- en vertrekpatronen voor zowel een normale situatie als voor een situatie met een topevenement (60. 000 bezoekers in enkele dagen) zijn essentieel om de toekomstige verkeersafwikkeling te kunnen beoordelen. Ook mogelijke problemen als filevorming bij Ysselsteyn bij de opritten van A67 en de A73 zijn evenals de gevolgen voor de lokale wegen niet beschouwd. De mogelijke samenhang met het verkeer van en naar Toverland is niet duidelijk. De calamiteitenvoorzieningen op het terrein zoals vluchtwegen komen niet aan bod. Ook Rijkswaterstaat geeft in zijn zienswijze aan dat het verkeersonderzoek nog niet voldoende is.

O

O ,

V

,

,

,

,

,

,

In het MER is niet ingegaan op de organisatie van het parkeren voor de verschillende doelgroepen. Dit roept verschillende vragen op: • Hoeveel parkeerruimte is benodigd voor personenauto’s van bezoekers en personeel paarden-camperbussen trailers en overige vervoersmiddelen en hoe verhouden die zich ruimtelijk en verkeerstechnisch tot elkaar? • Hoe wordt omgegaan met de parkeersituatie bij topevenementen? ,

,

-3-

Hierdoor komen ook de benodigde maatregelen niet in beeld.

voor

het oplossen

van

parkeerknelpunten

Oplossingen worden gezocht in verkeers- en vervoermanagement en dat leidt tot minder slechte scores in de beoordeling van de verkeersaspecten (pagina 81). Het MER geeft geen onderbouwing van de scores en welke verkeersproblemen er dan nog resteren na toepassing van vervoermanagement.

De Commissie adviseert in een aanvulling op het MER meer inzicht te geven in de effecten van Grandorse op de totale verkeersontwikkeling de bereikbaarheid en afwikkeling voor het wegennet in het gebied tussen de A67 de A73 de N270 en N279 inclusief de lokale wegen. Ga hierbij in op piekbelastingen en cumulatieve effecten met bestaande en nieuwe ontwikkelingen in de omgeving. Breng daarnaast de organisatie van het parkeren in beeld. Maak de aard en omvang van de noodzakelijke maatregelen om de knelpunten op te lossen concreet. Een uitgewerkt verkeersmanagementplan kan hier onderdeel van zijn maar ook andere maatregelen kunnen aan de orde zijn. Het MER moet laten zien dat de maatregelen het beoogde effect hebben en dat het verkeer in goede banen wordt geleid. ,

,

,

,

,

2. 2

O L

Stikstofdepositie

P

IG

Het extra verkeer en de tijdelijke en permanente aanwezigheid van paarden leiden volgens het MER tot de uitstoot van ammoniak en stikstofoxiden. Deze activiteiten veroorzaken daarom extra stikstofdepositie in de wijde omgeving van het plangebied. In de omgeving liggen voor stikstof gevoelige Natura 2000-gebieden zoals het natuurgebied Deurnsche Peel & Mariapeel op minder dan 2 kilometer ten westen van het plangebied. De stikstofdepositie op deze gebieden is al erg hoog ruim boven de kritische depositiewaarde voor stikstof. Elke toename leidt dan tot verdere aantasting van de beschermde natuurwaarden. ,

O

R

,

,

Om effecten te voorkomen is de vestiging van nieuwe paardenbedrijven aangedragen als zogenaamd ‘prioritair project’. Dit zijn projecten waarvoor ontwikkelingsruimte wordt gereserveerd in het Programma aanpak stikstof (PAS). Op dit moment is het plan nog niet opgenomen in de bijlage bij de Regeling natuurbescherming. 2 Daardoor beschrijft het MER op dit moment geen alternatief dat uitvoerbaar is binnen de kaders van de Wet natuurbescherming.

V

O

Overigens is niet duidelijk of de aanvraag voor prioritair project is gedaan op basis van maximale invulling van het plan. De aanvraag is gebaseerd op 10 paardenbedrijven terwijl het plan 16 bedrijven mogelijk maakt. De invulling van de bouwkavels zelf is mogelijk niet op basis van een maximale invulling berekend. Dit omdat van hogere en lagere aantallen (200 versus 75 paarden) wordt uitgegaan bij in principe hetzelfde type bouwvlakken. Het aantal paarden wordt echter niet beperkt in de planregels. Ook is niet duidelijk of voldoende rekening is gehouden met het tijdelijk verblijf van (veel) paarden in het plangebied. Voor tijdelijk ,

,

2

Als de aanvraag voor de in het plan opgenomen activiteiten wordt gehonoreerd wordt het plan als prioritair project is opgenomen in bijlage 1 bij de Regeling natuurbescherming. De Provincie Limburg heeft in haar zienswijzen aangegeven dat in het derde kwartaal van 2018 wordt beslist over de status van prioritair project.

-4-

verblijf in nieuw op te richten stallen bij het ECdP is hier wel rekening mee gehouden voor de andere locaties bijvoorbeeld manege D’n Umswing is dit niet gebeurd. ,

,

maar

,

De Commissie adviseert in een aanvulling op het MER te beschrijven op welke wijze voorkomen kan worden dat het planalternatief aantasting van beschermde Natura-2000 gebieden veroorzaakt. Daarmee kan worden aangetoond dat het plan uitvoerbaar is binnen de kaders van de Wet natuurbescherming. Dit kan door aan te tonen dat het project is opgenomen als prioritair project in bijlage 1 van de Regeling natuurbescherming. Onderbouw de aanvraag die bij de Provincie is gedaan. Voeg daarvoor de Aerius berekeningen toe inclusief de uitgangspunten die aan deze berekeningen ten grondslag liggen. Bij de huidige aanvraag is alleen rekening gehouden met de permanente verblijfsplaatsen voor paarden. De Commissie adviseert echter ook rekening te houden met paarden die tijdelijk verblijven bijvoorbeeld tijdens een evenement. Ga uit van een maximale invulling van de ruimte die het plan biedt. ,

IG

,

2. 3

P

Natuur en landschap

2. 3. 1 Beschermde gebieden

O L

Zoals in het MER is geconstateerd vinden in het plan ingrepen in de goudgroene en zilvergroene natuurzone plaats die beide tot het Limburgse Natuurnetwerk (NNN) behoren. 3 In de provincie Limburg geldt binnen de NNN het ‘nee tenzij’ principe of kan worden gewerkt met de zogenaamde saldo-benadering. De Commissie meent dat voor beide mogelijkheden bij vernietiging van natuurdoeltypen en aantasting van foerageer- en leefgebieden (onder andere van de das) moet worden nagegaan in hoeverre hier sprake is van significante aantasting van wezenlijke waarden en kenmerken. Dit is in het MER nog niet gebeurd. De gemeente heeft aangegeven dat een compensatieplan wordt uitgewerkt.

R

O

,

,

De Commissie adviseert in een aanvulling op het MER te beschrijven welke wezenlijke waarden en kenmerken van het gebied worden aangetast. Geef aan welke waarden worden gecompenseerd en op welke wijze dit wordt bereikt. Dit kan bijvoorbeeld in het compensatieplan. Geef ook aan hoe dit past binnen het Provinciale beleid voor de NNN.

V

O

2. 3. 2 Beschermde soorten in het plangebied Het plangebied herbergt diverse natuurwaarden. Naast de bossen singels en kruiden- en faunarijke graslanden uit het Natuurnetwerk komen in het plangebied beschermde soorten voor zoals das eekhoorn een aantal vleermuissoorten een aantal broedvogelsoorten kleine ,

,

,

3

,

,

,

,

Op pagina 48 van het MER spreekt men bij de goudgroene natuurzone over vernietiging van natuurdoeltypen , aantasting van geomorfologische waarden en aantasting van overige waarden (rust , stilte , donkerte en openheid) en bij de zilvergroene natuurzone over aantasting van het foerageergebied van dassen , lokaal geomorfologische waarden en aantasting van overige waarden (rust , stilte , donkerte en openheid).

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16080502/1