03c.1 Bijlagen bij Toelichting
Tekst van het document
Het planinitiatief past binnen de gestelde beleidskaders en draagt bij aan de beleidsdoelstellingen van Rijk provincie regio en gemeente: Provinciaal regionaal en gemeentelijk wordt benadrukt dat doorstroming van belang is om een toekomstbestendige woningmarkt te creëren met voldoende woningen van de juiste kwaliteit. Het initiatief ’t Möäleveld creëert mogelijkheden voor doorstroming en het maken van wooncarrière door een gevarieerd woningbouwprogramma te realiseren zowel qua segmenten (sociale huur vrije sector huur koop) als woningtypen (vrijstaand twee-onder-één-kap rijwoningen erfwoningen woonschuur). Een deel van de beoogde woningen is bovendien levensloopbestendig. De woonomgeving is minstens zo belangrijk als de woning zo noemt het provinciaal beleid. In het plan is nadrukkelijk aandacht voor groen wat ten gunste komt aan de privacy van bestaande en nieuwe woningen maar ook een positieve bijdrage levert aan ambities op het gebied van gezondheid (ruimte voor ommetjes spelen) en duurzaamheid (waterberging). Sevenum heeft een bovenlokaal voorzieningenniveau waar wordt gebouwd voor de eigen woningbehoefte. Het plan ’t Möäleveld levert hier een bijdrage aan. Het streven van de gemeente is om 30% sociale huur 30% vrije sector huur en 40% koop in diverse prijscategorieën te realiseren.
Het initiatief zet in op een verhouding van 30/10/60 daarmee worden er relatief gezien meer koopwoningen dan vrije sector huurwoningen gerealiseerd. In het Masterplan Wonen 2021-2025 is vastgelegd dat de gemeente bouwt naar behoefte. Deze behoefte wordt momenteel uitgewerkt in de Dorpsplannen Wonen. Voor Sevenum blijkt uit diverse data een enquête onder inwo,
,
,
Verstedelijking ’t Möäleveld te Sevenum
Conclusie beleidskaders
Inbreiding (ontwikkelen binnen bebouwd gebied) waar mogelijk uitbreiding (ontwikkelen aan de rand van bebouwd gebied) indien nodig. Ontwikkelen in het buitengebied heeft niet onze voorkeur; woningbouw op industrieterreinen is niet toegestaan. Kwalitatief goede tijdelijke woonconcepten worden omarmd. Deze zetten we – indien geschikt – in om snel voor extra aanbod te zorgen. In het plan is goed nagedacht over de kwaliteit van de woonomgeving.
,
voor Duurzame
,
,
,
,
,
,
,
,
,
,
,
,
,
,
,
,
8
Advies Ladder
dorpsgesprek een behoefte van 30% sociale huur 10-20% vrije sector huur en 50-60% markthuur. 4 Tot slot geldt dat woningbouw zoveel mogelijk plaats vindt binnen of direct aansluitend aan het bestaande dorpsgebied. Hiervan is sprake bij het initiatief. De locatie van ’t Möäleveld ligt aan de rand van het dorp op de overgang van het buitengebied. ners en een ,
In deze paragraaf is de kwantitatieve behoefte in het primaire en secundaire verzorgingsgebied in beeld gebracht. Dit is gedaan op basis van recente bevolkings- en huishoudensprognosecijfers van Etil 5 en het rapport Woningbehoefte per kern Horst aan de Maas (Stec 2020). De kwantitatieve behoefte is bepaald door de vraag af te zetten tegen de bestaande plancapaciteit in het verzorgingsgebied. Op basis daarvan wordt duidelijk of er nog ruimte is voor de ontwikkeling van extra woningen. ,
en
huishoudensprognose
Het inwonertal in de gemeente Horst aan de Maas bedraagt bijna 42. 500 inwoners. Volgens de actuele prognoses van de Etil neemt het inwonertal de komende jaren toe tot ruim 43. 800 in 2031. Dit is een toename van circa 31%. ,
Tabel 3: Bevolkingsprognose Inwoners
2021
2031
Verschil
Horst a/d Maas
42. 487
43. 810
+31% ,
Woonregio’s
245. 298
250. 276
+2%
Verstedelijking ’t Möäleveld te Sevenum
Woningbehoefte De Noord-Limburgse gemeenten vinden het van belang dat de plancapaciteit in lijn is met de huishoudensprognose. Op die manier wordt er gebouwd naar de reële behoefte. De actuele huishoudensprognose geeft een duidelijke indicatie van een woningbehoefte. De huidige prognoses resulteren in de volgende woningbehoeftecijfers.
Tabel 4: Huishoudensprognose Huishoudens
B1. 3 Kwantitatieve behoefte
Bevolkings-
De woonregio’s Venlo en Venray tellen samen ruim 245. 000 inwoners. Hier neemt het inwonertal de komende jaren toe met circa 2% tot ruim 250. 000 inwoners in 2031. Onderstaande tabel toont dat het aantal huishoudens in de gemeente Horst aan de Maas en beide woonregio’s relatief meer toeneemt dan het inwonertal.
voor Duurzame
2021
2031
Verschil
Horst a/d Maas
18. 211
19. 621
+77% ,
Woonregio’s
110. 094
116. 440
+58% ,
De gemeente Horst aan de Maas telt ruim 18. 200 huishoudens. Dit aantal neemt de komende jaren met circa 77% toe tot ruim 19. 600 huishoudens in 2031. In diezelfde periode neemt het aantal huishoudens in de woonregio’s Venlo en Venray met circa 58% toe tot bijna 116. 500. Naar verwachting ligt het kantelpunt in de gemeente bij 2038: vanaf dan neemt het aantal huishoudens in Horst aan de Maas naar verwachting af. ,
,
Een relatief sterke groei van het aantal huishoudens ten opzichte van het inwonertal duidt erop dat de gemiddelde omvang van huishoudens de komende jaren afneemt. Dit is in lijn met diverse landelijke trends en ontwikkelingen zoals een toenemende individualisering en vergrijzing binnen de samenleving. Dit resulteert in een toename van een- en tweepersoons huishoudens.
Conform de huishoudensprognose (Etil) is er in de gemeente Horst aan de Maas tot 2031 behoefte aan ruim 1. 400 woningen. In de woonregio’s Venlo en Venray is zelfs sprake van een behoefte aan ruim 6. 300 woningen. De woningbehoefte in de gemeente Horst aan de Maas wordt tevens onderschreven door het onderzoek van Stec (2020) waarin voor de periode 2020-2030 een woningbehoefte van 1. 385 woningen wordt genoemd voor de gemeente en 240 woningen voor de kern Sevenum. Ook het gemeentelijke Masterplan Wonen onderschrijft de behoefte aan woningen. Daarin wordt alleen al tot 2025 ingezet op circa 1. 000 extra woningen. ,
Tabel 5:
Woningbehoefte
Woningbehoefte
2021
2031
Verschil
Horst aan de Maas
18. 211
19. 621
1. 410
Woonregio’s
110. 094
116. 440
6. 346
,
Restbehoefte Op basis van een gemeentelijk woningbouwoverzicht 6 blijkt dat er in 2021 in de gemeente Horst aan de Maas 106 woningen zijn opgeleverd. Om een beeld te krijgen van de actuele woningbehoefte dienen de opgeleverde woningen in mindering te worden gebracht op de woningbehoefte in tabel 5. Dit ,
4 Let op: het dorpsplan voor Sevenum heeft nog geen formele status. 5 Dataportaal wonen en demografie Provincie Limburg. 6 Fasering projecten d. d. januari 2022 , ontvangen via de Gemeente Horst aan de Maas.
donderdag 7 juli 2022
9
Advies Ladder
resulteert in een actuele woningbehoefte in de gemeente Horst aan de Maas van ruim 1. 300 woningen (tabel 6). Tabel 6:
Behoefte
Opgeleverd in 2021
Rest behoefte
Verstedelijking ’t Möäleveld te Sevenum
Plancapaciteit gemeente Horst aan de Maas 8 en woonregio's Venlo en Venray 9
Tabel 7:
Plancapaciteit
Restbehoefte
voor Duurzame
Gemeente Horst aan de Maas
Woonregio’s Venlo en Venray
384
2. 965
Netto plancapaciteit zacht
960
2. 886
1. 344
5. 851
Netto plancapaciteit hard
Horst aan de Maas
1. 410
106
1. 304
Netto plancapaciteit totaal
Woonregio’s
6. 346
1. 027
5. 319
Ruimte totale plancapaciteit
-40
-532
Ruimte harde plancapaciteit
920
2. 354
Voor de opgeleverde plannen in de woonregio’s Venlo en Venray is de plancapaciteitsmonitor van de provincie Limburg geraadpleegd. De gegevens voor Horst aan de Maas zijn daarbij vervangen door de cijfers zoals aangeleverd door de gemeente. Geconcludeerd wordt dat er in 2021 in beide woonregio’s circa 1. 027 woningen zijn gerealiseerd. Plancapaciteit Tabel 7 toont een overzicht van de huidige plancapaciteit binnen de gemeente Horst aan de Maas en de woonregio’s Venlo en Venray. De gegevens voor Horst aan de Maas zijn op basis van gemeentelijke cijfers 7 omdat de gegevens in de plancapaciteitsmonitor nog niet actueel zijn (de gemeente is op dit moment bezig met het actualiseren van de gegevens). De gegevens voor beide woonregio’s zijn op basis van de plancapaciteitsmonitor Limburg waarbij de cijfers voor Horst aan de Maas zijn gecorrigeerd. ,
te kijken naar de harde plancapaciteit. Ervaring leert namelijk dat diverse zachte plannen uiteindelijk niet tot uitvoering worden gebracht. Indien uitsluitend wordt gekeken naar de harde plancapaciteit blijkt dat er nog ruimte bestaat om ruim 900 woningen toe te voegen aan de harde plancapaciteit. ,
De beoogde ontwikkeling van maximaal 164 (149 + 10%) woningen voorziet nadrukkelijk in een kwantitatieve behoefte: De regio Noord-Limburg vindt het van belang dat de plancapaciteit in lijn is met de huishoudensprognose zodat er wordt gebouwd naar de reële behoefte. Het aantal huishoudens in de gemeente Horst aan de Maas neemt tot 2031 toe met ruim 1.400 een stijging van circa 77%. De aanzienlijke behoefte in de gemeente Horst aan de Maas wordt onderschreven in het gemeentelijke Masterplan Wonen. Daarin wordt alleen al tot 2025 ingezet op de vergunning van circa 1. 000 extra woningen. Het aantal huishoudens neemt relatief meer toe dan het inwonertal wat betekent dat de gemiddelde omvang van huishoudens de komende jaren afneemt. Dit sluit aan bij de landelijke trends van individualisering en vergrijzing (toename van een- en tweepersoonshuishoudens). De huishoudensontwikkeling geeft een reëel beeld van de woningbehoefte. Wanneer de actuele woningbehoefte (rekening houdend met opgeleverde woningen in 2021) wordt afgezet tegen de bestaande harde plancapaciteit blijkt dat er in de gemeente Horst aan de Maas ,
Voorliggend initiatief is reeds onderdeel van de zachte plancapaciteit bovenstaande gegevens geven nadrukkelijk aanleiding om het initiatief toe te voegen aan de harde plancapaciteit. Zeker aangezien er in de kern Sevenum een behoefte is van 240 woningen tot 2030 en er nog onvoldoende harde plancapaciteit is (22 woningen) om in deze behoefte te voorzien. Er is daarmee nog ruimte om 218 woningen toe te voegen. Hierbinnen past de realisatie van maximaal 164 woningen (149 + 10%). ,
,
De totale plancapaciteit in de gemeente Horst aan de Maas (hard en zacht) bedraagt per saldo (toevoegingen én onttrekkingen) 1. 344 woningen. Afgezet tegen de actuele woningbehoefte (1. 304) blijkt dat de totale plancapaciteit voldoende is om in de behoefte te voorzien. Het is echter van belang om
Conclusie kwantitatieve behoefte
Voor de woonregio’s Venlo en Venray geldt een vergelijkbaar beeld. De totale plancapaciteit is voldoende om in de behoefte te voorzien maar er is nog ruimschoots behoefte om plannen toe te voegen aan de harde plancapaciteit. ,
,
,
,
7 Fasering projecten d. d. januari 2022 , ontvangen via de Gemeente Horst aan de Maas. 8 Fasering projecten d. d. januari 2022 , ontvangen via de Gemeente Horst aan de Maas. 9 Plancapaciteitsmonitor Limburg.
donderdag 7 juli 2022
10
Advies Ladder
onvoldoende harde plancapaciteit is om in de behoefte te voorzien. Afgezet tegen de harde plancapaciteit is er behoefte (ruimte) aan ruim 900 woningen op gemeenteniveau waarbij er nog ruimte is voor 218 woningen in de kern Sevenum. Oftewel: er is voldoende planologische ruimte om maximaal 164 woningen toe te voegen. Het beeld in de woonregio’s Venlo en Venray is vergelijkbaar. Afgezet tegen de harde plancapaciteit bestaat behoefte aan circa 2. 350 extra woningen. ,
is daardoor onbereikbaar. Het aanbod is bovendien beperkt huizen staan vaak kort in de verkoop en (stevig) overbieden is meer regel dan uitzondering. Ook de zogenaamde ‘middeninkomens’ hebben het lastig. Deze groep komt doorgaans niet in aanmerking voor sociale huur maar heeft onvoldoende financiële middelen voor de meeste koopwoningen. Deze groep is veelal aangewezen op de vrije huursector. Om de positie van middeninkomens te verbeteren zijn veel meer betaalbare woningen nodig zowel huur als koop. Veel gemeenten kampen met vergrijzing waardoor het aantal ouderen (fors) toeneemt. Op veel plekken wordt al gesproken van ‘dubbele vergrijzing’. Inwoners worden niet alleen ouder maar ouderen blijven ook langer zelfstandig thuis wonen. Dit is enerzijds ingegeven vanuit persoonlijke voorkeuren anderzijds heeft het ook te maken met veranderende wet- en regelgeving. Hierdoor neemt de behoefte aan levensloopbestendige woningen stevig toe dan wel woningen die op termijn levensloopbestendig te maken zijn. Vergrijzing zorgt tevens voor een toename van kleinschalige huishoudens (één- en tweepersoons). Kleinschalige huishoudens nemen bovendien toe door individualisering in de samenleving. De toename van kleinschalige huishoudens resulteert in een grotere behoefte aan kleinere woonproducten zoals appartementen. ,
,
,
B2. 4 Kwalitatieve behoefte In deze paragraaf is de kwalitatieve behoefte in beeld gebracht. Dit is gedaan aan de hand van onder meer landelijke trends en ontwikkelingen provinciaal regionaal en gemeentelijk beleid CBS (2022) en Woningbehoefte onderzoek per kern gemeente Horst aan de Maas (Stec groep 2020). Daarmee is ook het bestaande kwalitatieve aanbod en vraag betrokken in het onderzoek en is het initiatief op basis van deze resultaten afgewogen conform de richtlijnen van de ladder. ,
,
,
,
,
Landelijke trends en ontwikkelingen De woningbehoefte in Nederland neemt op veel plekken toe en blijkt bovendien veel groter dan voorheen aangenomen. In tegenstelling tot eerdere onderzoeken verspreid de behoefte zich over grotere delen van het land ook in de periferie. Landelijk gezien is nadrukkelijk sprake van een aantal trends zo ook in de gemeente Horst aan de Maas. De woningmarkt zit voor veel doelgroepen op slot. Zeker voor starters op de woningmarkt is het lastig om een geschikte én betaalbare woning te vinden. De huizenprijzen zijn de afgelopen jaren explosief gestegen maar tegelijkertijd beschikken starters doorgaans over beperkte financiële middelen. Een groot deel van de woningmarkt ,
,
,
voor Duurzame
Verstedelijking ’t Möäleveld te Sevenum
grote gevolgen gehad voor de doorstroming. De behoefte aan zelfstandige woningen en nieuwe woonconcepten voor ouderen is daarom groot. Op dit moment geldt dat ouderen noodgedwongen in hun (vaak te grote) woning blijven wonen vanwege het ontbreken van een alternatief. Als dat alternatief er wel is komen bovengenoemde woningen eerder vrij en wordt de doorstroom op de woningmarkt bevorderd.
,
,
Figuur 3 toont een globaal beeld van de toekomstige ontwik11 In lijn met de eerder keling van Limburgse Huishoudens. genoemde vergrijzing volgt ook uit de figuur dat het aantal huishoudens ouder dan 75 de komende jaren stevig zal toenemen. Het aantal huishoudens met kinderen blijft redelijk stabiel maar onverminderd op een hoog niveau. De overige huishoudens nemen af waarbij het aantal huishoudens zonder kinderen in de leeftijdscategorie tussen 35 en 75 jaar desondanks het hoogst blijft. ,
,
,
,
,
Provinciale behoefte Provinciaal wordt een tekort geconstateerd in de specifieke segmenten voor ouderen (sociale) huurders middeninko10 Daarnaast is mens kwetsbare groepen en spoedzoekers. de doorstroming beperkt. De vergrijzing in Limburg en het rijksbeleid om het zelfstandig wonen te bevorderen heeft ,
,
,
,
Figuur 3: Kwalitatieve woonopgave (Woonmonitor)
10 Provincie Limburg (2020) , Limburgse Agenda Wonen 2020-2023. 11 Provincie Limburg (2021) , Woonmonitor 2021.
donderdag 7 juli 2022
11
Advies Ladder
De kwalitatieve behoeftevraag is tevens vertaald naar specifiek woonsegmenten. In Noord-Limburg is sprake van een tekort aan sociale huur vrije sector huur en koopwoningen met nadrukkelijk de focus op appartementen en nultredenwoningen (levensloopbestendig). Dit beeld geldt voor de regio als geheel lokaal kunnen er verschillen optreden. ,
,
ouderen maar het bevordert tevens de doorstroming op de woningmarkt. Gelet op de aanzienlijk behoefte aan woningen voor ouderen wordt bij nieuwbouw bij voorkeur ingezet op levensloopbestendige woningen. ,
,
voor Duurzame
Verstedelijking ’t Möäleveld te Sevenum
Hierbij ligt de nadruk op het middensegment. Er is geen landelijke eenduidige definitie van middenhuur. Als ondergrens kan de liberalisatiegrens van de sociale huursector worden gehanteerd ( > € 737- /prijs per 01-07-2019). Als bovengrens wordt vaak circa € 1.000- gebruikt. ,
,
,
Regionale behoefte In de regionale Woonvisie Noord-Limburg wordt op hoofdlijnen tevens aandacht besteed aan kwalitatieve behoeften op de woningmarkt 12 Anno 2020 hebben mensen verschillende woonwensen en willen ze op verschillende manieren met elkaar samenleven. De tijd van het (standaard) rijtjeshuis of de (standaard) tweekapper is voorbij. Steeds vaker zijn er initiatieven voor het transformatie van bestaand vastgoed waarbij doorgaans appartementen worden gerealiseerd. Een van de centrale opgaven in de regionale woonvisie is de kwalitatieve mismatch tussen de (toekomstige) woningbehoefte en de bestaande woningvoorraad: Bij nieuwbouw gaat de voorkeur uit naar toekomstbestendige en flexibele woonconcepten. Doordat er verschuivingen plaatsvinden in de demografische samenstelling van de bevolking (o. a. vergrijzing) verandert ook de kwalitatieve woonbehoefte. Er is een toenemende behoefte aan (levensloopbestendige) nultredenwoningen en appartementen. Er ontstaan op termijn overschotten in de niet-levensloopbestendige grondgebonden huur- goedkope koop- en ruime dure koopsegment. In algemene zin is veel behoefte aan woningen voor starters en ouderen. Meer woningen voor ouderen zijn niet alleen een directe invulling van een behoefte door .
,
,
,
De regio kiest ervoor om te werken met een kwalitatieve richtlijn. Hiermee wordt bedoelt dat Progneff/Etil de basis vormt maar dat (indien kwalitatief wenselijk) er ruimte blijft om de ‘goede dingen’ te blijven realiseren. Relevante uitgangspunten voor de kwalitatieve richtlijn: Toevoegen van woningen in principe alleen in de kernen. Gelet op de toekomstige samenstelling van onze bevolking streven we ernaar om woningen dichtbij voorzieningen te realiseren. Ook in kleine kernen biedt de gemeente mogelijkheden om woningen toe te voegen ten behoeve van de leefbaarheid. Door de juiste woningen (levensloopbestendige woningen) toe te voegen aan de voorraad komen bestaande woningen vrij voor starters en/of (jonge) gezinnen. Bij nieuwbouw is het dus essentieel de toekomstbestendigheid van die woningen in het oog te houden. Het type toe te voegen woning moet passen binnen de kwalitatieve behoefte. Alleen woningen toevoegen waaraan behoefte is nu en in de toekomst. Denk hierbij aan een mix van sociale- en middenhuur levensloopbestendige woningen en andersoortige toekomstbestendige woonconcepten. ,
,
,
,
Er zijn diverse redenen om aan te nemen dat de behoefte aan vrijesectorhuur aanwezig is en blijft in Noord-Limburg.
Gemeentelijke behoefte De structuurvisie Horst aan de Maas 2013 (opnieuw vastgesteld in 2019) stelt ten aanzien van kwalitatieve woningmarktaspecten dat: Doelgroepen die bijzondere aandacht krijgen zijn senioren en in mindere mate starters. De verdeling van nieuwbouw over de dorpen is op hoofdlijnen: 20% starters 30% gezinnen (doorstromers) en 50% senioren een en ander in overleg met de dorpsraden. Bij uitbreidingslocaties voor woningbouw is de ambitie 30% van de nieuw te bouwen woningen in de sociale (huur- en/of koop)sector te realiseren. ,
,
,
,
De gemeentelijke woonvisie is het meest concreet ten aanzien van de kwalitatieve woningbehoefte.13 30% van alle nieuwbouw betreft woningen voor sociale huur. Dit zijn woningen bestemd voor allerlei huishoudens: jongeren gezinnen en senioren met een laag inkomen. De behoefte naar sociale huur verschilt sterk per kern. Daar houdt de gemeente Horst aan de Maas rekening mee. 30% van de nieuwbouw worden vrije sector huurwoningen. Dit segment is vooral interessant voor senioren (zij verkiezen in toenemende mate huur boven koop) of voor starters en jonge gezinnen met een middeninkomen. Een ander argument voor huur in deze categorie is ‘flexibiliteit’. Steeds meer mensen willen de vrijheid hebben ,
12 Atrivé (2020) , Regionale Woonvisie 2020-2024. 13 Gemeente Horst aan de Maas (2021) , Masterplan Wonen 2021-2025.
donderdag 7 juli 2022
12
Advies Ladder
makkelijk te kunnen verhuizen zonder de risico’s van een koopwoning. De overige 40% worden koopwoningen en dan vooral betaalbare (starters) woningen en nultredenwoningen zoals appartementen grondgebonden woningen met badkamer en slaapkamer op de begane grond en eengezinswoningen die later relatief eenvoudig getransformeerd kunnen worden tot nultredenwoningen. De vraag naar traditionele eengezinswoningen in het duurdere koopsegment zal op termijn stabiliseren of zelfs dalen. Bestaande woningen voorzien al grotendeels in deze behoefte. Daarom wordt terughoudend omgegaan met de nieuwbouw van dit segment. om
,
,
Tot 2025 is nog sprake van grondgebonden woningen in alle segmenten sociale huur vrije sector huur en koopwoningen. Vanaf 2025 is naar verwachting geen vraag mee naar grondgebonden koop en omstreeks 2030 is naar verwachting uitsluitend nog behoefte aan grondgebonden sociale huurwoningen. De behoefte op gemeenteniveau aan appartementen en nultredenwoningen (levensloopbestendig) binnen de vrije huursector en koopsector ligt de komende jaren stabiel (zie de groene en paarse staven in figuur 5). Tegelij,
voor Duurzame
Verstedelijking ’t Möäleveld te Sevenum
kertijd neemt de behoefte aan sociale huurappartementen en nultredenwoningen (levensloopbestendig) tot 2030 stevig toe.
,
Tevens is in het onderzoek van Stec Groep (2020) een onderscheid gemaakt op kernniveau. Daaruit komt het volgende naar voren. De vraag naar sociale huurwoningen is in de meeste kernen relatief beperkt. Alleen in de grootste kernen Horst en Sevenum is sprake van een substantiële vraag naar sociale huur. ,
,
In 2020 heeft de gemeente Horst aan de Maas een woningbehoefte-onderzoek laten uitvoeren door Stec Groep 14 Ten aanzien van de kwalitatieve behoefte wordt geconcludeerd: De sterkste groei zal plaatsvinden onder huishoudens ouder dan 65. Dit heeft alles te maken met vergrijzing en dit vertaalt zich in een sterke vraag naar nultredenwoningen (levensloopbestendig). Deze vraag is het grootst in het koopsegment maar in minder mate ook in de vrijeen sociale huursector. Tegelijkertijd is (in mindere mate) ook sprake van een aanhoudende vraag naar reguliere grondgebonden woningen. Deze vraag komt met name van jonge huishoudens en gezinnen die naar verwachting tot 2030 blijven toenemen. Bovendien is ook een deel van de groeiende groep ouderen nog vitaal en wil graag in een reguliere grondgebonden woning blijven wonen. .
,
,
Figuur 4 toont dat de behoefte aan verschillende woonsegmenten in de gemeente Horst aan de Maas tot 2030 geleidelijk omslaat.
Figuur 4: Ontwikkeling behoefte woonsegmenten Horst aan de Maas
14 Stec Groep (2020) , Woningbehoefte per kern Horst aan de Maas.
donderdag 7 juli 2022
13
Advies Ladder
In vrijwel alle kernen is de vraag naar levensloopbestendige nultredenwoningen dominant en dan met name in de koopsector. Dit komt doordat het aantal 65-plushuishoudens in elke kern fors toeneemt. Voor de kern Sevenum is er vraag naar alle woningtypen. Primair vraag naar nultreden(koop)woningen. De groei van het aantal huishoudens in Sevenum wordt voor een groot deel veroorzaakt door stijging van het aantal 65- plussers. Ook het aantal gezinnen en alleenstaanden en stellen tot 35 jaar stijgt licht. De groei van de 65-plussers uit zich in een grote vraag naar nultredenwoningen. De vraag voor nultredenwoningen ontstaat met name in het koop- en vrijesectorhuursegment. Ook is er een vraag naar reguliere grondgebonden (huur)woningen mede doordat ouderen vitaal zijn en er een lichte groei is onder de groep jongeren huishoudens. De Dorpsplannen Wonen gaan hier verder op in maar deze zijn nog niet definitief vastgesteld. ,
,
Een belangrijke conclusie uit het onderzoek is om in te zetten op levensloopbestendig bouwen en het bevorderen van de doorstroming op de woningmarkt. Op korte termijn is nog vraag vanuit starters en gezinnen voor reguliere grondgebonden koopwoningen maar dit slaat op termijn om in overschotten. Door woningen voor ouderen te realiseren wordt enerzijds de doelgroep direct bedient maar indirect bevordert het ook de doorstroom op de woningmarkt. Ouderen die verhuizen laten weer een andere (doorgaans grondgebonden) woning achter enzovoort. Op die manier ontstaat een langere verhuisketen dan wanneer uitsluitend starterswoningen worden gerealiseerd. ,
,
Bij nieuwbouw moet tevens goed worden ingezet op écht levensloopbestendige woningen. Woningen die qua omvang en uitstraling interessant zijn voor starters maar tegelijkertijd ook volledig geschikt zijn (of geschikt te maken) voor ouderen. Stec Groep heeft tevens een analyse gemaakt van de behoefte door specifieke doelgroepen op basis van woonmilieu leeftijd inkomen en samenstelling van huishoudens. Daaruit blijkt het volgende. De grootste toename van huishoudens tot 2030 betreft suburbane senioren. Deze groep heeft behoefte aan een dorps woonmilieu en beschikt doorgaans over een relatief laag inkomen. Ook de groep ruim(t)e genieters / zilveren rand neemt stevig toe. Deze groep heeft eveneens behoefte aan een dorps woonmilieu maar beschikt over een gemiddeld tot hoog inkomen. Twee andere doelgroepen die aanzienlijk toenemen zijn landelijke eenvoud en landelijke luxe. Beide doelgroepen zijn op zoek naar een landelijk woonmilieu waarbij landelijke eenvoud over een relatief laag inkomen beschikt en landelijke luxe over een gemiddeld tot hoog inkomen.
,
,
,
Kwalitatief aanbod
De dataportaal Wonen en Demografie van de provincie Limburg maakt tevens een onderscheid naar type woningen.15 Ruim 35% van de woningen betreft vrijstaande woningen ruim 28% betreft tweekappers ruim 21% rijwoningen en ruim 10% betreft appartementen. De rest betreft overige woonvormen. Deze verdeling mag worden verwacht in een landelijke gemeenten als Horst aan de Maas en woonkernen met relatief veel ruimte. ,
,
Plancapaciteit Er is vanuit de plancapaciteitsmonitor provincie Limburg openbare informatie bekend over de kwalitatieve plancapaciteit in de gemeente Horst aan de Maas. Dit geeft echter geen representatief beeld omdat vanuit de gemeente aangegeven is dat deze gegevens door de gemeente zelf niet geactualiseerd is. De gemeente is op dit moment (juli 2022) bezig met een actualisatie van de plancapaciteitsmonitor. ,
,
Leegstand
Volgens CBS (2022) telt gemeente Horst aan de Maas in 2020 ruim 17. 900 woningen. Circa 76% van de woningen betreft koopwoningen circa 155% sociale huur en circa 85% vrije sectorhuur. Ten opzichte van het provinciale en landelijke gemiddelde is voorraad koopwoningen relatief hoog. Dit past echter bij het overwegend landelijke karakter van de gemeente. ,
,
Verstedelijking ’t Möäleveld te Sevenum
Bijna 90% van de woningvoorraad betreft eengezinswoningen. Ook dit is relatief hoog ten opzichte van het provinciale en landelijke gemiddelde. Tegelijkertijd sluit ook deze verhouding aan bij het landelijke karakter van de gemeente Horst aan de Maas.
,
,
voor Duurzame
,
Een gezonde woningmarkt kent een leegstand van circa 2%. Deze frictieleegstand is van belang om de dynamiek binnen de woningmarkt op te kunnen vangen. De woningleegstand in de gemeente Horst aan de Maas is circa 2% en is daarmee nagenoeg gelijk aan de frictieleegstand 16 De woonregio Noord-Limburg kent een woningleegstand van ca. 3%. De beperkte leegstand is .
15 Provincie Limburg , Dataportaal Wonen en Demografie , geraadpleegd in februari 2022. 16 CBS , Landelijke Monitor Leegstand , geraadpleegd in februari 2022.
donderdag 7 juli 2022
14
Advies Ladder
beeld dat past bij de huidige krapte op de woningmarkt. Gezien de beperkte leegstand en de krapte op de woningmarkt is het reëel om te veronderstellen dat het effect van het beoogde initiatief beperkt zal zijn. Te meer aangezien de behoefte groot is. een
Conclusie kwalitatieve behoefte ,
,
,
,
,
donderdag 7 juli 2022
Verstedelijking ’t Möäleveld te Sevenum
toevoegen van woningen voor ouderen of gezinnen zodat deze kunnen doorstromen en plek vrijmaken voor starters. Het initiatief draagt hier aan bij door vrijstaande woningen tweekappers rijwoningen (al dan niet levensloopbestendig) erfwoningen en woonschuren te realise,
,
,
,
ren.
De positie van ‘middeninkomens’ op de woningmarkt staat landelijk onder druk zo ook in de gemeente Horst aan de Maas. Deze groep is nu veelal aangewezen op de vrije huursector. Om de positie van middeninkomens te verbeteren zijn veel meer betaalbare woningen nodig zowel huur als koop. Aan deze behoefte kan invulling worden gegeven door de toevoeging van huur en koopwoningen in het middeldure segment. 10% van de beoogde woningen in het initiatief worden in de vrije sector huur gerealiseerd 60% in de koopsector. Het is aannemelijk dat een deel hiervan in het middeldure segment zal vallen. Daarnaast wordt 30% van het beoogde programma sociale huur. Specifiek voor de kern Sevenum geldt dat er vraag ontstaat naar nultredenwoningen in het koop- en vrije sector huursegment. Ook is er een vraag naar reguliere grondgebonden (huur)woningen mede doordat ouderen vitaal zijn en er een lichte groei is onder de groep jongeren huishoudens. Deze woningen maken onderdeel uit van het initiatief ’t Möäleveld waarmee het initiatief voorziet in een kwalitatieve behoefte. ,
De beoogde ontwikkeling ’t Möäleveld waarbij verschillende woningtypen worden gerealiseerd in de verhouding 30% sociale huur 10% vrije sector huur en 60% koop voorziet in een kwalitatieve behoefte: Door de demografische ontwikkeling is in heel NoordLimburg nadrukkelijk behoefte aan woningen die geschikt zijn voor ouderen. Daarbij kan gedacht worden aan grondgebonden levensloopbestendige woningen (seniorenwoningen) maar ook aan gestapelde levensloopbestendige woningen (appartementen met lift). Op de korte termijn is nog altijd sprake van behoefte aan reguliere grondgebonden woningen zoals rijwoningen tweekappers en vrijstaande woningen. Te meer omdat dit de gewenste doorstroom op de woningmarkt bevordert. Deze vraag komt met name van jonge huishoudens en gezinnen die naar verwachting tot 2030 blijven toenemen. Bovendien is ook een deel van de groeiende groep ouderen nog vitaal en wil graag in een reguliere grondgebonden woning blijven wonen. Met de realisatie van grondgebonden woningen in diverse prijsklassen voorziet het initiatief in deze behoefte. Ook de woningbehoefte onder starters is groot. Starters hebben vaak beperkte financiële middelen. De behoefte onder starters varieert van huur- en koopwoningen in het goedkope tot middeldure segment. Een andere manier om de woningmarkt voor starters toegankelijker te maken is om de doorstroom te bevorderen. Dit betekent het ,
voor Duurzame
,
,
,
,
15
Bijlage 4 Bodemonderzoek
Bestemmingsplan "Mäöleveld te Sevenum" (vastgesteld)
43
MILIEUHYGIËNISCH VOORONDERZOEK BODEM DE HEES TE SEVENUM
Rapportage milieuhygiënisch vooronderzoek bodem De Hees te Sevenum Opdrachtgever
l
Rapportnummer
17887.001
Versienummer
D1
Status
Eindrapportage
Datum
23 februari 2022
Vestiging
Opsteller Paraaf
Kwaliteitscontrole Paraaf
Kwaliteitszorg Econsultancy is lid van de Vereniging Kwaliteitsborging Bodembeheer (VKB). De VKB is een vereniging van bodemadvies- en -onderzoeksbureaus en heeft als doel kwaliteitsborging en continue verbetering van de dienstverlening van haar leden op het gebied van bodembeheer. Het VKB keurmerk geeft opdrachtgevers de zekerheid dat het uitvoerend bureau werkt conform de eisen die de VKB aan haar leden stelt op het gebied van competenties en integriteit van medewerkers en het toepassen van vigerende normen en onderzoeksprotocollen. Econsultancy werkt volgens een dynamisch kwaliteits- en milieusysteem, zoals beschreven in het kwaliteits- en milieuhandboek. Ons kwaliteits- en milieusysteem is gecertificeerd volgens de eisen in de NEN-EN-ISO 9001 en NEN-EN-ISO 14001. Betrouwbaarheid Opgemerkt wordt dat geraadpleegde bronnen niet altijd zonder fouten en volledig zijn. Daar Econsultancy voor het verkrijgen van historische informatie afhankelijk is van deze bronnen, kan Econsultancy niet instaan voor de juistheid en volledigheid van deze informatie.
INHOUDSOPGAVE 1
INLEIDING .................................................................................................................................. 1
2
AFBAKENING ONDERZOEKSLOCATIE VOORONDERZOEK ................................................ 1
3
GERAADPLEEGDE BRONNEN ................................................................................................. 1
4
HISTORISCH EN HUIDIG GEBRUIK ONDERZOEKSLOCATIE ............................................... 2
5
TOEKOMSTIGE SITUATIE ........................................................................................................ 3
6
CALAMITEITEN .......................................................................................................................... 3
7
UITGEVOERD(E) BODEMONDERZOEK(EN) OP DE ONDERZOEKSLOCATIE..................... 3
8
AANGRENZENDE TERREINDELEN/PERCELEN .................................................................... 3
9
INFORMATIE LOKALE/REGIONALE ACHTERGRONDGEHALTEN ........................................ 4
10
BODEMOPBOUW EN GEOHYDROLOGIE ............................................................................... 5
11
TERREININSPECTIE ................................................................................................................. 5
12
SAMENVATTING EN CONCLUSIES ......................................................................................... 6
BIJLAGEN: 1. 2a. 2b.
- Topografische ligging van de locatie - Locatieschets - Foto's onderzoekslocatie
1
INLEIDING
BRO heeft aan Econsultancy opdracht verleend voor het uitvoeren van een milieuhygiënisch vooronderzoek bodem op de locatie De Hees te Sevenum. Het milieuhygiënisch vooronderzoek bodem is uitgevoerd in het kader van de bestemmingsplanwijziging. Het milieuhygiënisch vooronderzoek bodem heeft tot doel te bepalen of er aanleiding bestaat voor het uitvoeren van een bodemonderzoek conform de NEN 5740 en/of NEN 5707, door middel van een archiefonderzoek, een interview met de eigenaar/gebruiker en een terreininspectie. Het milieuhygiënisch vooronderzoek bodem is verricht conform de NEN 5725:2017 "Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van milieuhygiënisch vooronderzoek".
2
AFBAKENING ONDERZOEKSLOCATIE VOORONDERZOEK
Het vooronderzoek omvat de onderzoekslocatie en direct hieraan grenzende terreindelen binnen een afstand van 25 meter. De onderzoekslocatie (± 78.400 m²) is gelegen aan De Hees te Sevenum (zie bijlage 1). De onderzoekslocatie is kadastraal bekend gemeente Sevenum, sectie R, nummer 90, 92, 93, 94 3179, 3394, 4126, 4221, 4284, 4285, 4415, 4574, 4575 en 4578. Volgens het Actueel Hoogtebestand Nederland bevindt het maaiveld zich op een hoogte van circa 28,5 m +NAP en zijn de coördinaten van het midden van de onderzoekslocatie X = 199.555, Y = 380.645.
3
GERAADPLEEGDE BRONNEN
In tabel 1 zijn de in het kader van het milieuhygiënisch vooronderzoek bodem geraadpleegde bronnen weergegeven. Van de locatie en de directe omgeving zijn uit verschillende informatiebronnen gegevens verzameld over het historische, huidige en toekomstige gebruik, eventuele calamiteiten, eventueel eerder uitgevoerde bodemonderzoeken, de bodemopbouw en geohydrologie, verhardingen, kabels en leidingen.
Rapport 17887.001 versie D1
Pagina 1 van 6
Tabel 1.
Geraadpleegde bronnen Onderdeel
Bron
Historisch, huidig en toekomstig gebruik
Opdrachtgever / Eigenaar, d.d. 1 december 2021
Bouw-/milieudossier, ondergrondse tanks, calamiteiten, eerder uitgevoerd bodemonderzoek
Gemeente Horst aan de Maas d.d. 26 januari 2022
Locatiegegevens van internet: - historisch topografisch kaartmateriaal - basisregistratie grootschalige topografie - kadastrale gegevens - hoogtekaart - luchtfoto's - Google streetview - provinciale bodeminformatie - bodemopbouw - geo(hydro)logie - kabels en leidingen
www.topotijdreis.nl www.pdok.nl www.kadaster.nl www.ahn.nl webservices.gbo-provincies.nl/lufo/services/wms maps.google.nl www.bodemloket.nl maps.bodemdata.nl www.dinoloket.nl www.kadaster.nl/klic-wion
Terreininspectie
Uitgevoerd door Econsultancy, d.d. 28 Januari 2022
4
HISTORISCH EN HUIDIG GEBRUIK ONDERZOEKSLOCATIE
Uit historisch kaartmateriaal (zie figuur 1) uit de periode 1899 - 2019 blijkt, dat de onderzoekslocatie in gebruik is geweest als akkerbouw en sinds omstreeks 2004 als fruitboomteelt en heeft zover bekend altijd een agrarische bestemming gehad. Het gebied rondom de onderzoekslocatie word over de loop van deze periode bebouwd met woonhuizen. Het huidige gebruik van de onderzoekslocatie is als fruitboomteelt.
Figuur 1 Historisch kaartmateriaal
Voor zover bij de opdrachtgever en de gemeente Horst aan de Maas bekend, heeft er op de onderzoekslocatie nimmer opslag van oliehoudende producten in ondergrondse of bovengrondse tanks plaatsgevonden. Er zijn geen aanwijzingen gevonden, die aanleiding geven een asbestverontreiniging op de locatie te verwachten.
Rapport 17887.001 versie D1
Pagina 2 van 6
Uit de geraadpleegde bronnen blijkt verder geen aanwezigheid van ophogingen, dempingen of stortingen. In bijlage 2a is de huidige situatie op een locatieschets weergegeven. Bijlage 2b bevat enkele foto's van de onderzoekslocatie.
5
TOEKOMSTIGE SITUATIE
De initiatiefnemer is voornemens 154 woningen op de locatie te realiseren (zie figuur 2).
Figuur 2 Stedenbouwkundig plan onderzoekslocatie
6
CALAMITEITEN
Voor zover bij de opdrachtgever bekend hebben zich op de onderzoekslocatie in het verleden geen calamiteiten met een bodembedreigend karakter voorgedaan. Ook uit informatie van de gemeente Horst aan de Maas blijkt niet, dat er zich in het verleden bodembedreigende calamiteiten hebben voorgedaan.
7
UITGEVOERD(E) BODEMONDERZOEK(EN) OP DE ONDERZOEKSLOCATIE
Op de onderzoekslocatie zijn, voor zover bekend, geen bodemonderzoeken uitgevoerd.
8
AANGRENZENDE TERREINDELEN/PERCELEN
In hoofdstuk 3 zijn de geraadpleegde informatiebronnen voor de omliggende terreindelen en aangrenzende percelen binnen 25 meter van de onderzoekslocatie opgenomen. Het bodemgebruik van de omliggende terreindelen is als volgt: Aan de noordoostzijde van de onderzoekslocatie bevindt zich agrarische grond en aan de zuidzijde bevind zich het fruitteelt bedrijf Tielen. In de overige richtingen grenst de onderzoekslocatie aan woonhuizen en bijbehorende siertuinen.
Rapport 17887.001 versie D1
Pagina 3 van 6
In 2016 is op een perceel ten zuiden van de onderzoekslocatie tussen De Hees nr. 8-12 een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd door Econsultancy (rapportnummer 1276.001, d.d. 8 april 2016). Voor dit onderzoek zijn 12 grondboringen uitgevoerd, hieruit is gebleken dat zowel in de bodem als in het grondwater geen verontreinigingen zijn geconstateerd. Er zijn op basis van het vooronderzoek, tijdens de terreininspectie en bij de uitvoering van de veldwerkzaamheden geen aanwijzingen gevonden, die aanleiding geven een asbestverontreiniging op de locatie te verwachten. In 2010 is op een perceel ten zuiden van de onderzoekslocatie op De Hees 4 een vooronderzoek bodem uitgevoerd door Econsultancy (rapportnummer 10041243, d.d. 17 mei 2010). Voor dit onderzoek zijn 3 grondboringen uitgevoerd, hieruit zijn zintuigelijk geen verontreinigingen geconstateerd. Er zijn geen aanwijzingen gevonden, die aanleiding geven een asbestverontreiniging op de onderzoekslocatie te verwachten. In 2002 is op een perceel ten zuidwesten van de onderzoekslocatie op De Hees 20 een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd op twee deellocaties door Econsultancy (rapportnummer 02031113, d.d. 9 april 2002). Voor dit onderzoek zijn 14 grondboringen uitgevoerd. Uit deze boringen is gebleken dat de bovengrond plaatselijk licht verontreinigd is met PAK en minerale olie.
In de ondergrond zijn geen verontreinigingen aangetroffen. Het grondwater is licht verontreinigd met nikkel. Ter plaatse van de voormalige ondergrondse HBO tank zijn geen verontreinigingen met minerale olie en vluchtige aromaten aangetoond. In 1997 is op een perceel ten oosten van de onderzoekslocatie op de Molenstraat 9 een oriënterend onderzoek voormalige bedrijfsterreinen in de provincie Limburg uitgevoerd door Innogas (rapportnummer 274538R1003/m, d.d. 21 mei 1997). Hieruit is gebleken dat op basis van de gegevens verzameld in het vooronderzoek conform het protocol voor het oriënterend onderzoek de hypothese ‘geen aanwijzingen dat de locatie is verontreinigd ten gevolge van de voormalige bedrijfsactiviteiten' gehanteerd kon worden. In 1997 is op een perceel ten oosten van de onderzoekslocatie op de Molenstraat 23 een oriënterend onderzoek voormalige bedrijfsterreinen in de provincie Limburg uitgevoerd door Innogas (rapportnummer: 274539R0861/t, d.d. 1 mei 1997). Hieruit is gebleken dat op basis van de gegevens verzameld in het vooronderzoek conform het protocol voor het oriënterend onderzoek de hypothese ‘geen aanwijzingen dat de locatie is verontreinigd ten gevolge van de voormalige bedrijfsactiviteiten' gehanteerd kon worden. Uit de verzamelde informatie blijkt, dat er vanuit de omliggende percelen geen grensoverschrijdende verontreinigingen te verwachten zijn.
9
INFORMATIE LOKALE/REGIONALE ACHTERGRONDGEHALTEN
De onderzoekslocatie is gelegen binnen bodemfunctieklasse zone “Wonen” De onderzoekslocatie is met betrekking tot ontgravingskaart en de toepassingskaart voor zowel de boven- als ondergrond gelegen binnen de bodemkwaliteitszone "Landbouw/Natuur”, van het gebied waarvoor de gemeenten Mook en Middelaar, Gennep, Bergen, Venray, Horst aan de Maas, Venlo, Peel en Maas, Nederweert, Weert, Beesel, Leudal, Maasgouw, Roermond, Roerdalen en Echt-Susteren gezamenlijk een “Nota bodembeheer Limburg Noord 2020-2029” hebben opgesteld.
Rapport 17887.001 versie D1
Pagina 4 van 6
Volgens de ‘PFAS-bodemkwaliteitskaart Regio Limburg Noord’ die in 2020 is opgesteld blijkt dat de gemiddelde PFAS-gehalten van zowel de boven- als de ondergrond ruim beneden de landelijke achtergrondwaarden liggen. Regionaal komen verhoogde concentraties van metalen in het grondwater voor. De provincie Limburg heeft specifieke beleidslijnen geformuleerd met betrekking tot deze regionaal verhoogde concentraties van metalen in het grondwater (zie “Beleidskader bodem, actualisatie 2016”, vastgesteld door Gedeputeerde Staten van Limburg op 26 juli 2016).
10
BODEMOPBOUW EN GEOHYDROLOGIE
De originele bodem bestaat volgens de bodemkaart van Nederland uit hoge zwarte enkeerdgronden, die volgens de Stichting voor Bodemkartering voornamelijk zijn opgebouwd uit lemig fijn zand. De afzettingen, waarin deze bodem is ontstaan, behoren geologisch gezien tot de Formatie van Boxtel. De gemiddelde stand van het freatisch grondwater bedraagt ± 25,0 m +NAP, waardoor het grondwater zich op ± 3,5 m -mv zou bevinden. Het water van het eerste watervoerend pakket stroomt volgens de isohypsenkaart van de Dienst Grondwaterverkenning van TNO in noordoostelijke richting. Er liggen geen pompstations in de buurt van de onderzoekslocatie die van invloed zouden kunnen zijn op de grondwaterstroming ter plaatse van de onderzoekslocatie. De onderzoekslocatie ligt niet in een grondwaterbeschermings- en/of grondwaterwingebied.
11
TERREININSPECTIE
Op 28 januari 2022 is er een terreininspectie uitgevoerd. Deze is gericht op de identificatie van bronnen, die mogelijk hebben geleid of kunnen leiden tot een grond- en/of grondwaterverontreiniging. De tijdens de terreininspectie aangetroffen situatie komt overeen met de locatiegegevens, zoals deze zijn opgenomen in hoofdstuk 4. Op de onderzoekslocatie zijn geen mogelijke bronnen voor een grond- en/of grondwaterverontreiniging aangetroffen. Op het maaiveld zijn geen asbestverdachte materialen waargenomen.
Rapport 17887.001 versie D1
Pagina 5 van 6
12
SAMENVATTING EN CONCLUSIES
BRO heeft Econsultancy opdracht verleend voor het uitvoeren van een milieuhygiënisch vooronderzoek bodem op de locatie De Hees te Sevenum. Het milieuhygiënisch vooronderzoek bodem is uitgevoerd in het kader van de bestemmingsplanwijziging. Er zijn geen aanwijzingen gevonden, die aanleiding geven een asbestverontreiniging op de onderzoekslocatie te verwachten. Op basis van het milieuhygiënisch vooronderzoek bodem en de terreininspectie kan gesteld worden dat er milieuhygiënisch géén belemmeringen bestaan voor de voorgenomen bestemmingsplanwijziging van de onderzoekslocatie. De onderzoeksresultaten geven géén aanleiding voor verder bodemonderzoek dan wel een bodemonderzoek op analytische grondslag. Algemeen Indien er bij werkzaamheden grond vrijkomt die niet op de locatie kan worden hergebruikt, zijn de regels van het Besluit bodemkwaliteit, het “Tijdelijk handelingskader voor hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecie of de regionale bodemkwaliteitskaart van toepassing.
Swalmen, 23 februari 2022
Rapport 17887.001 versie D1
Pagina 6 van 6
Bijlage 1
Topografische ligging van de locatie
Schaal 1:25.000 Deze kaart is noordgericht
Legenda Symbolen:
Polygonen:
Boringen:
Asfalt
Ontgravingsvak
Boring tot 0,5 m -mv
Gat asbestonderzoek 100x100x50 cm + boring tot 0,5 m -mv
Klinker
Saneringslocatie
Boring tot 1,0 m -mv
Gat asbestonderzoek 100x100x50 cm + boring tot 1,0 m -mv
Beton
Partij ontgraven grond
Boring tot 1,5 m -mv
Gat asbestonderzoek 100x100x50 cm + boring tot 1,5 m -mv
Ontgravingsdiepte (m -mv)
Toekomstige bebouwing
Boring tot 2,0 m -mv
Gat asbestonderzoek 100x100x50 cm + boring tot 2,0 m -mv
Partijhoogte (m +mv)
Voormalige bebouwing
Boring tot 2,5 m -mv
Gat asbestonderzoek 100x100x50 cm + boring tot 2,5 m -mv
Opnamerichting foto
Asfaltverharding
Boring tot 3,0 m -mv
Gat asbestonderzoek 100x100x50 cm + boring tot 3,0 m -mv
Vloeistofdichte vloer
Reparatievak asfalt
Boring tot 3,5 m -mv
Gat asbestonderzoek 100x100x50 cm + boring tot 3,5 m -mv
Prefab betonnen vloerplaat
Opslagtank (bovengronds)
Boring tot 4,0 m -mv
Gat asbestonderzoek 100x100x50 cm + boring tot 4,0 m -mv
Tegels
Opslagtank (bovengronds in lekbak)
Boring tot 4,5 m -mv
Gat asbestonderzoek 100x100x50 cm + boring tot 4,5 m -mv
Golfplaat (asbest verdacht)
Opslagtank (ondergronds)
Boring tot 5,0 m -mv
Gat asbestonderzoek 100x100x50 cm + boring tot 5,0 m -mv
Boom
Struweel
Peilbuis (diep)
Gat asbestonderzoek 100x100x50 cm + peilbuis (diep)
Bos
Haag
Peilbuis
Gat asbestonderzoek 100x100x50 cm + peilbuis
Boring voorgaand onderzoek tot 0,5 m -mv
Kernboring 80 mm
Boring voorgaand onderzoek tot 1,0 m -mv
Kernboring 120 mm
Boring voorgaand onderzoek tot 1,5 m -mv
Kernboring 120 mm + boring tot 0,5 m -mv
Boring voorgaand onderzoek tot 2,0 m -mv
Kernboring 120 mm + boring tot 1,0 m -mv
Struiken Gras
Lijnen:
Water
Bebouwing
Braak
Grens onderzoekslocatie
Grind
Toekomstige bebouwing
Onverhard
Voormalige bebouwing
Puinverharding
Beschoeiing
Talud
Hekwerk
Boring voorgaand onderzoek tot 3,5 m -mv
Spoorlijn
Boring voorgaand onderzoek tot 4,0 m -mv
Wandmonster
Boring voorgaand onderzoek tot 4,5 m -mv
Kernboring 120 mm + boring tot 4,0 m -mv
Boring voorgaand onderzoek tot 5,0 m -mv
Kernboring 120 mm + boring tot 4,5 m -mv
Spoorbaan Fietspad Parkeerplaats
Verontreiniging:
Trafo Pomp Olie/vetafscheider Mangat Riool inspectieput Zinkput Ontluchting Vulpunt Sleuf asbestonderzoek 200x40x50cm
Boring voorgaand onderzoek tot 3,0 m -mv
Kernboring 120 mm + boring tot 1,5 m -mv Kernboring 120 mm + boring tot 2,0 m -mv Kernboring 120 mm + boring tot 2,5 m -mv Kernboring 120 mm + boring tot 3,0 m -mv Kernboring 120 mm + boring tot 3,5 m -mv
Peilbuis voorgaand onderzoek (diep)
Kernboring 120 mm + boring tot 5,0 m -mv
Niet verontreinigd
Peilbuis voorgaand onderzoek
Kernboring + gat asbestonderzoek 30x30x50 + boring tot 0,5 m -mv
Gehalte >AW/S-waarde
Gat asbestonderzoek 30x30x50 cm
Kernboring + gat asbestonderzoek 30x30x50 + boring tot 1,0 m -mv
Gehalte >T-waarde
Gat asbestonderzoek 30x30x50 cm + boring tot 0,5 m -mv
Kernboring + gat asbestonderzoek 30x30x50 + boring tot 1,5 m -mv
Gehalte >I-waarde
Gat asbestonderzoek 30x30x50 cm + boring tot 1,0 m -mv
Kernboring + gat asbestonderzoek 30x30x50 + boring tot 2,0 m -mv
Niet verontreinigd
Gat asbestonderzoek 30x30x50 cm + boring tot 1,5 m -mv
Kernboring + gat asbestonderzoek 30x30x50 + boring tot 2,5 m -mv
AW/S-waarde contour
Gat asbestonderzoek 30x30x50 cm + boring tot 2,0 m -mv
Kernboring + gat asbestonderzoek 30x30x50 + boring tot 3,0 m -mv
T-waarde contour
Gat asbestonderzoek 30x30x50 cm + boring tot 2,5 m -mv
Kernboring + gat asbestonderzoek 30x30x50 + boring tot 3,5 m -mv
I-waarde contour
Gat asbestonderzoek 30x30x50 cm + boring tot 3,0 m -mv
Kernboring + gat asbestonderzoek 30x30x50 + boring tot 4,0 m -mv
Niet verontreinigd
Gat asbestonderzoek 30x30x50 cm + boring tot 3,5 m -mv
Kernboring + gat asbestonderzoek 30x30x50 + boring tot 4,5 m -mv
AW/S-waarde contour
Gat asbestonderzoek 30x30x50 cm + boring tot 4,0 m -mv
Kernboring + gat asbestonderzoek 30x30x50 + boring tot 5,0 m -mv
T-waarde contour
Gat asbestonderzoek 30x30x50 cm + boring tot 4,5 m -mv
Kernboring + gat asbestonderzoek 30x30x50 + peilbuis (diep)
I-waarde contour
Gat asbestonderzoek 30x30x50 cm + boring tot 5,0 m -mv
Kernboring + gat asbestonderzoek 30x30x50 + peilbuis
Niet verontreinigd
Gat asbestonderzoek 30x30x50 cm + peilbuis (diep)
Boring tot 0,5 m -waterbodem
Licht verontreinigd
Gat asbestonderzoek 30x30x50 cm + peilbuis
Boring tot 1,0 m -waterbodem
Matig verontreinigd
Gat asbestonderzoek 100x100x50 cm
Duiker Voormalige duiker
Boring voorgaand onderzoek tot 2,5 m -mv
Sterk verontreinigd Verontreinigingsgraad onbekend Vindplaats asbestverdacht materiaal op maaiveld
Bijlage 2b Foto's onderzoekslocatie
Foto 1.
Foto 2.
Bijlage 2b Foto's onderzoekslocatie
Foto 3.
Foto 4.
Bijlage 2b Foto's onderzoekslocatie
Foto 5.
Foto 6.
Bijlage 2b Foto's onderzoekslocatie
Foto 7.
Foto 8.
Bijlage 2b Foto's onderzoekslocatie
Foto 9.
Foto 10.
Bijlage 2b Foto's onderzoekslocatie
Foto 11.
Foto 12.
Bijlage 5 Verkennend bodemonderzoek
Bestemmingsplan "Mäöleveld te Sevenum" (vastgesteld)
63
RAPPORTAGE
Verkennend bodemonderzoek De Hees Sevenum
sp
Econsultancy
Rapportage verkennend bodemonderzoek De
Hees
Sevenum
Opdrachtgever
BRO
Postbus 4 5280 AA Boxtel
Rapportnummer
17887.009
Versienummer
D1
Status
Eindrapportage
Datum
24 oktober 2022
Opsteller
INHOUDSOPGAVE 1
INLEIDING
2
AFBAKENING ONDERZOEKSLOCATIE
3
MILIEUHYGIËNISCH VOORONDERZOEK BODEM 3. 1 3. 2 3. 3 3. 4 3. 5 3. 6 3. 7 3. 8 3. 9
. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. . .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. . .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. . .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. . .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. . .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. ..
. .. .. .. . .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. . .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. . .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. . .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. ..
.. .. .. .. .. .. .. . .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. . .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. . .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. ..
Geraadpleegde bronnen Historisch en huidig gebruik onderzoekslocatie Toekomstige situatie Calamiteiten Uitgevoerd(e) bodemonderzoek(en) op de onderzoekslocatie Aangrenzende terreindelen/percelen Terreininspectie Informatie lokale of regionale achtergrondgehalten Bodemopbouw en geohydrologie
.. .. .. .. .. .. .. . .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. . .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. . .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. . .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. . .. . .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. . .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. . .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. ..
.. .. .. .. .. .. .. .. .. .. . .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. . .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. . .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. . .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. ..
.. .. .. .. .. . .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. . .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. . .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. . .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. . .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. . .. .. . .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. . .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. ..
. .. .. .. .. .. .. .. .. .. . .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. . .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. . .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. ..
.. . .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. . .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. . .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. . .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. . .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. . .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. . .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. . .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. ..
. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. . .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. . .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. . .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. ..
4
CONCLUSIES MILIEUHYGIËNISCH VOORONDERZOEK BODEM (ONDERZOEKSOPZET)
5
VELDWERK 5. 1 5. 2 5. 3
6
1 2 2 2 3 3 4 4 5 5 6
. .. .. .. . .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. ..
6
.. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. . .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. . .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. . .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. . .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. . .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. ..
6
Algemeen Grondonderzoek Grondwateronderzoek
. .. .. .. .. .. .. .. .. . .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. . .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. . .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. . .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. ..
6 7 8
LABORATORIUMONDERZOEK
.. .. .. .. .. .. .. .. .. . .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. . .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. . .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. . .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. ..
8
6. 1 6. 2 6. 3 7
1
.. .. .. .. .. .. .. . .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. . .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. . .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. . .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. . .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. . . .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. . .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. . .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. . .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. . .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. ..
Uitvoering analyses Toetsingskader Resultaten grond- en grondwatermonsters
.. .. .. .. .. . .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. . .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. . .. .. .. .. .. .. .. .. .. ..
8 10 11
. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. . .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. . .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. . .. .. .. .. .. .. .. .. .. ..
13
.. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. . .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. . .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. . .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. . .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. ..
.. .. . .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. . .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. . .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. . .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. . .. .. .. .. .. .. .. .. .. ..
SAMENVATTING CONCLUSIES EN ADVIES ,
BIJLAGEN: 1. 2a. 2b. 3. 4a. 4b. 5.
Topografische ligging van de locatie Locatieschets - Foto's onderzoekslocatie - Boorprofielen - Analysecertificaten - Getoetste analyseresultaten - Toetsingskader Circulaire bodemsanering -
17887. 009
1
INLEIDING
BRO heeft aan Econsultancy opdracht verleend de locatie De Hees te Sevenum.
voor
het uitvoeren
van een
verkennend bodemonderzoek
op
Het bodemonderzoek is uitgevoerd in het kader van de bestemmingsplanwijziging. Het verkennend bodemonderzoek heeft tot doel met een relatief geringe onderzoeksinspanning vast te stellen of op de onderzoekslocatie een grond- en/of grondwaterverontreiniging aanwezig is teneinde te bepalen of er milieuhygiënische belemmeringen zijn voor de bestemmingsplanwijziging van de onderzoekslocatie. ,
Het milieuhygiënisch vooronderzoek bodem is verricht conform de NEN 5725:2017 " Bodem - Landbodem Strategie voor het uitvoeren van milieuhygiënisch vooronderzoek." Het bodemonderzoek is uitgevoerd conform de NEN 5740+A1:2016 " Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek - Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond." Het veldwerk en de bemonstering zijn uitgevoerd onder certificaat op grond van de BRL SIKB 2000 " Veldwerk bij milieuhygiënisch bodem- en waterbodemonderzoek " protocollen 2001 en 2002 en de daarin gestelde eisen. Econsultancy is onder meer gecertificeerd voor de protocollen 2001 en 2002 van de BRL SIKB 2000. In dat kader verklaart Econsultancy geen eigenaar van de onderzoekslocatie te zijn of te worden. ,
De machinale boringen zijn in samenwerking met Fransen milieutechniek uitgevoerd voor het protocol 2101 van de BRL SIKB 2100 “Mechanisch boren”.
,
welke gecertificeerd is
De analyseresultaten zijn getoetst aan het toetsingskader uit de Circulaire bodemsanering grondwaarden voor grond uit de Regeling bodemkwaliteit (bijlage B tabel 1).
en aan
de achter-
,
2
AFBAKENING ONDERZOEKSLOCATIE
Het milieuhygiënisch vooronderzoek bodem omvat de onderzoekslocatie delen binnen een afstand van 25 meter.
en
direct hieraan grenzende terrein-
De onderzoekslocatie (± 46. 860 m²) is gelegen aan de De Hees te Sevenum (zie bijlage 1). De onderzoekslocatie is kadastraal bekend gemeente Sevenum sectie R nummers 4126 (ged.) 4284 4285 4578 4574 4221 4580 4582 4415 4584 4583 4522 en 90 (ged.) 94 (ged. ) en 3349 (ged. ). ,
,
,
,
,
,
,
,
,
,
,
,
,
,
Volgens het Actueel Hoogtebestand Nederland bevindt het maaiveld zich op een hoogte van circa 285 +NAP en zijn de coördinaten van het midden van de onderzoekslocatie X = 199.555 Y = 380. 645. ,
m
,
17887. 009 versie D1
1 / 13
Figuur 3-1 Historisch kaartmateriaal
Voor zover bij de opdrachtgever en de gemeente Horst aan de Maas bekend heeft er op de onderzoekslocatie nimmer opslag van oliehoudende producten in ondergrondse of bovengrondse tanks plaatsgevonden. ,
Er zijn geen aanwijzingen gevonden die aanleiding geven een asbestverontreiniging op de locatie te verwach,
ten.
Uit de geraadpleegde bronnen blijkt verder geen aanwezigheid van ophogingen dempingen of stortingen. ,
In bijlage 2a is de huidige situatie onderzoekslocatie.
op een
locatieschets
weergegeven.
Bijlage 2b bevat enkele foto's
van
de
Toekomstige situatie
3. 3
De initiatiefnemer is voornemens diversen woningen op de locatie te bouwen.
Calamiteiten
3. 4 Voor
bij de opdrachtgever bekend hebben zich op de onderzoekslocatie in het verleden geen calamiteiten met een bodembedreigend karakter voorgedaan en zijn geen gegevens bekend dat op deze locatie als ook in de directe nabijheid met schuim is geblust. Ook uit informatie van de gemeente Horst aan de Maas blijkt niet dat er zich in het verleden bodembedreigende calamiteiten hebben voorgedaan. zover
,
,
,
17887. 009 versie D1
3 / 13
3. 5
Uitgevoerd(e) bodemonderzoek(en) op de onderzoekslocatie
Op de onderzoekslocatie zijn
3. 6
,
voor zover
bekend
,
geen
bodemonderzoeken uitgevoerd.
Aangrenzende terreindelen/percelen
In paragraaf 3. 1 zijn de geraadpleegde informatiebronnen voor de omliggende terreindelen en aangrenzende percelen binnen 25 meter van de onderzoekslocatie opgenomen. Het bodemgebruik van de omliggende terreindelen is als volgt: •
aan de noordzijde bevinden zich woonhuizen met een bijbehorende siertuin;
•
aan de oostzijde bevinden zich woonhuizen met een bijbehorende siertuin;
•
aan de zuidzijde bevindt zich het fruitteelt bedrijf Tielen en woonhuizen met bijbehorende siertuin;
•
aan de westzijde bevindt zich agrarische grond.
In 2016 is op een perceel ten zuiden van de onderzoekslocatie tussen De Hees nr. 8-12 een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd door Econsultancy (rapportnummer 1276.001 d. d. 8 april 2016). Voor dit onderzoek zijn 12 grondboringen uitgevoerd hieruit is gebleken dat zowel in de bodem als in het grondwater geen verontreinigingen zijn geconstateerd. Er zijn op basis van het vooronderzoek tijdens de terreininspectie en bij de uitvoering van de veldwerkzaamheden geen aanwijzingen gevonden die aanleiding geven een asbestverontreiniging op de locatie te verwachten. ,
,
,
,
In 2010 is op een perceel ten zuiden van de onderzoekslocatie op De Hees 4 een vooronderzoek bodem uitgevoerd door Econsultancy (rapportnummer 10041243 d. d. 17 mei 2010). Voor dit onderzoek zijn 3 grondboringen uitgevoerd hieruit zijn zintuigelijk geen verontreinigingen geconstateerd. Er zijn geen aanwijzingen gevonden die aanleiding geven een asbestverontreiniging op de onderzoekslocatie te verwachten. ,
,
,
In 2002 is op een perceel ten zuidwesten van de onderzoekslocatie op De Hees 20 een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd op twee deellocaties door Econsultancy (rapportnummer 02031113 d. d. 9 april 2002). Voor dit onderzoek zijn 14 grondboringen uitgevoerd. Uit deze boringen is gebleken dat de bovengrond plaatselijk licht verontreinigd is met PAK en minerale olie. In de ondergrond zijn geen verontreinigingen aangetroffen. Het grondwater is licht verontreinigd met nikkel. Ter plaatse van de voormalige ondergrondse HBO tank zijn geen verontreinigingen met minerale olie en vluchtige aromaten aangetoond. ,
In 1997 is op een perceel ten oosten van de onderzoekslocatie op de Molenstraat 9 een oriënterend onderzoek voormalige bedrijfsterreinen in de provincie Limburg uitgevoerd door Innogas (rapportnummer 274538R1003/m d. d. 21 mei 1997). Hieruit is gebleken dat op basis van de gegevens verzameld in het vooronderzoek conform het protocol voor het oriënterend onderzoek de hypothese ‘geen aanwijzingen dat de locatie is verontreinigd ten gevolge van de voormalige bedrijfsactiviteiten' gehanteerd kon worden. ,