CConstaterende datHorst aan de Maas
Koppel je AI →
Document · PDF

03c.1 Bijlage 1 PlanMER 2018 (geanonimiseerd)

Gemeenteraad 18 november 2025, gemeente Horst aan de MaasBij agendapunt: Bijlagen bestemmingsplan Grandorse, Kronenberg29.350 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

ontwikkelingsruimte e

het Waterschap Peel en Maasvallei , 2016-2021 Water in beweging’.

voor

Grandorse.

Op basis van de wet op de dienen gronden met hoge archeologische beschermd. In het plangebied bevinden zich

_Wetop de archeologische monumentenzorg.

archeologisch monumentenzorg verwachtingswaarden te worden gronden waar sprake is van hoge archeologische verwachtingswaarden.

MER bestemmingsplan Grandorse gemeente

Horst aan de Maas

29

((ggeeaannoon n nniimmiiss eeeerrdd))

PoUDEROYEN

De Wet ruimtelijke op het gebied van

ordening , de Wet milieubeheer en andere wet- en regelgeving Omgevingsrecht waaruit eisen en kaders volgen m. b. t. de te doorlopen procedures , de inhoud een vorm van het bestemmingsplan en het MER , normen die in acht moeten worden genomen en m. b. t. de milieugevolgen. De Structuurvisie

Horst aan

de Maas

(2013) , waarin de gemeente

haar

eigen beleidsuitgangspunten heeft vastgelegd. De structuurvisie geeft een integraal beeld van de ruimtelijke en sociaal-maatschappelijke ontwikkelingen die de gemeente op haar grondgebied voor ogen staat voor de langere termijn. In de gemeentelijke Structuurvisie is beschreven dat het gebied Park de Peelbergen als Recreatieve Zone verder ontwikkeld kan worden. Dit gebied heeft in het provinciale en regionale beleid een bijzondere status. Park de Peelbergen wordt als een majeur economisch project gezien , met een grote strategische betekenis voor andere bedrijven in de regio en voor de regionale werkgelegenheid. De structuurvisie bestaat uit een beleidskader en een uitvoeringsparagraaf waarin het Limburgs Kwaliteitsmenu (LKM) wordt geïmplementeerd , als zijnde het ‘Gemeentelijk Kwaliteitsmenu'’ , waarin de eisen m. b. t. landschappelijke inpassing op gemeentelijk niveau is uitgewerkt. Ten behoeve van de voorgestane gebiedsontwikkeling in Park de Peelbergen is een ruimtelijk landschappelijk kader opgesteld , de ‘Totaalvisie Hippische Zone De Peelbergen’. Op basis van dit beleidsstuk draagt de initiatiefnemer bij aan het realiseren en versterken van het landschappelijk casco , waarbij de planlocatie tevens landschappelijk wordt ingepast. Op deze wijze wordt voldaan aan de uitgangspunten van het Limburgs Kwaliteitsmenu. —

MER bestemmingsplan Grandorse gemeente

Horst aan de Maas

30

((ggeeaannoonniimmiisseeeerrdd))

Figuur 2. Uitsnede uit het POL. Bronsgroene landschapszone

Donker groen is de Goudgroene natuurzoen , Lichtgroen de Zilvergroene natuurzone en grijs de

Het Provinciaal Omgevingsplan Limburg. Binnen het landel. jk gebied worden verschillende zones onderscheiden met uiteenlopende opgaven en ruimte voor ontwikkeling van natuur , water , landschap en land- en tuinbouw.

5. 2.

de

Referentiesituatie

Voor het op te stellen MER is het van belang om te bepalen wat de huidige situatie is in het plangebied en welke autonome ontwikkelingen voorzien zijn. Deze informatie dient om referenties te bepalen voor de in het MER te beschrijven effecten bij de planologische effectuering van de ontwikkelingsmogelijkheden die worden geboden in het kader van het bestemmingsplan Grandorse. Voor »

het

bepalen

ontwikkeling zijn vooral van belang: Het vigerende bestemmingsplan Park ‘De Peelbergen’ van de voormalige gemeente van

de autonome

Sevenum

bestemmingsplan buitengebied zoals deze eind 2017 door de gemeenteraad is vastgesteld * Verleende omgevingsvergunningen en meldingen voor ontwikkelingen die onderdeel zijn van het plangebied of , voor zover relevant voor het milieuonderzoek , op korte afstand van het plangebied * Het bestemmingsplan voor het attractiepark Toverland e _ Ontwikkelingen op basis van beleid en uitvoeringsplannen van hogere overheden , zoals de provincie of het Rijk , voor zover relevant en waarover al besluitvorming heeft plaatsgevonden *

Het

MER bestemmingsplan Grandorse gemeente

Horst aan de Maas

31

((ggeeaannoon n nniimmiiss eeeerrdd))

PoUREROYEN

Huidig gebruik Het plangebied van het bestemmingsplan Grandorse heeft een omvang van ca. 200 ha. Het plangebied omvat naast het reeds gerealiseerde ECdP alsmede de zuidwestelijk hiervan gelegen manege d'n Umswing hoofdzakelijk agrarische (onbebouwde) gronden ten noorden van de Peelloop en enkele bestaande bospercelen. De gronden zijn allen in eigendom van gemeente of het ECdP. De noordelijke grens bestaat uit het golfterrein de Golfhorst. Zuidelijk van de planlocatie ligt het bosgebied Heesberg en verder naar het zuiden

het

attractiepark Toverland.

4)

Lin

212

Plangebied bestemmingsplan

Grandorse

en

omgeving

(topografische kaart)

De ruimtelijke structuur van het plangebied is vrij grootschalig en bestaat uit robuuste landschappelijke eenheden. Karakteristiek voor het zandgrondenlandschap is de rationele gebiedsindeling , met open blokverkavelingen en een robuuste boszone. Het agrarisch gebruik in het gebied is grondgebonden; akkerbouw en weidebouw. Het plangebied is uitgezonderd het ECJP , nagenoeg onbebouwd. Het Equestrian Centre de Peelbergen is een hippische accommodatie voor de regionale , nationale en internationale paardensport. Het centrum voorziet in beginsel in de behoefte aan opleiding van sportpaarden , een ontmoetingscentrum voor handel in sportpaarden en het organiseren van internationale wedstrijden en dagelijkse training van paarden en ruiters. Hiervoor heeft het ECdP de beschikking over rijhallen / binnenpistes met centraal gelegen voorzieningen , 4 buitenpistes / buitenbakken , een derbyterrein ,

3

stallingsruimte

en

parkeerplaatsen.

Ten zuiden van de Peelstraat bevindt zich aan de Schorfvenweg het ruitercomplex van de stichting Ruiterbelangen Sevenum. Dit complex bestaat uit een eigen rijhal , twee buitenbakken , parkeerterrein en een ca. 10 ha groot evenementen terrein.

MER bestemmingsplan Grandorse gemeente

Horst aan de Maas

((ggeeaannoon n nniimmiiss eeeerrdd))

Een laatste bebouwde in het noordoosten.

locatie

in het

gebied betreft

de

burgerwoning

aan

de

PoUDEROYEN Kievitweg

11

Direct

grenzend aan de planlocatie bevindt zich in het noorden een mestverwerkingsbedrijf (Kulbergweg 8). Ten zuidwesten bevindt zich een bestaand agrarisch bedrijf (Schorfvenweg 6). Ten oosten bevindt zich aan de Peelstraat een bebouwingscluster met lintbebouwing bestaande uit enkele burgerwoningen , een 3-tal agrarische bedrijven , waaronder 1 intensieve veehouderij (Peelstraat 48) en een loodgieter- en installatiebedrijf (Peelstraat 54). De

natuurwaarden

in het

gebied zijn met

de grotere landschappelijke eenheden. Het betreffen enkele bestaande bospercelen met name in het middengedeelte , ten noorden en westen van het ECdP alsmede de bos- en natuurgebieden ten zuidoosten van de planlocatie aansluitend aan de Heesberg en het Aardsbroek. name

gerelateerd

aan

Het plangebied wordt regionaal ontsloten via de provinciale weg N277. De Peelstraat dient als gebiedsontsluiting en vormt de verbinding tussen Evertsoord , Kronenberg en de provinciale weg. De overige wegen in het gebied hebben een zeer lokale functie en dienen vooral ter ontsluiting van de aanliggende percelen. Het betreft de Kulbergweg en de Travens in het noordelijk deel en de Schorfvenweg en Meerweg in het zuidelijk deel. In het

gebied zijn enkele

recreatieve

routes

uitgezet

over

de wegen

en zandbanen.

Huidige bestemmingen Het plangebied Grandorse maakt in zijn geheel onderdeel uit van het bestemmingsplan ‘Buitengebied Horst aan de Maas’ , dat op 19 december 2017 door de gemeenteraad gewijzigd is vastgesteld. Het bestemmingsplan betreft een conserverend plan , waarbij voor de planologische regeling is uitgegaan van de bestaande regelingen , zoals opgenomen in onder andere het bestemmingsplan ‘Park “de Peelbergen” (2006) , het wijzigingsplan Manege de Peelbergen (2012) en de omgevingsvergunning met afwijking bestemmingsplan (2014). De onbebouwde agrarische gronden van de planlocatie zijn voorzien van de bestemming ‘Agrarisch met waarden’. De als agrarisch bestemde gronden zijn onder meer bestemd voor agrarisch grondgebruik en grondgebonden agrarische bedrijven. De bestaande bosen natuurgebieden zijn overeenkomstig bestemd als ‘Bos’ respectievelijk ‘Natuur’. Het ECdP

en manege d'n Umswing zijn bestemd als ‘Sport’ met de nadere aanduidingen centrum’ ‘hippisch respectievelijk manege’. Een gedeelte van de gronden ten westen van het ECdP is tevens voorzien van de aanduiding ‘parkeerterrein’ respectievelijk ‘evenemententerrein’. Het bestaande evenemententerrein ten zuiden van de Peelstraat is bestemd als ‘Recreatie-dagrecreatie’.

De

woning aan de Kievitweg 11 is bestemd als Wonen’. De twee bijbehorende voormalige agrarische opstallen zijn aangeduid als ‘paardenstal’ respectievelijk ‘opslag’.

MER bestemmingsplan Grandorse gemeente

Horst aan de Maas

33

PoUDEROYEN

((ggeeaannoon n nniimmiiss eeeerrdd))

Daarnaast Waarde

geldt voor delen van het gebied de archeologische dubbelbestemming Archeologie 3 of 4’. Hier geldt voor meer ingrijpende c. q. grootschalige bodemingrepen dat vooraf een nader onderzoek is vereist. Het

-

gehele plangebied

is voorzien van de gebiedsaanduiding ‘overige zone peelbossen’. Ter plaatse zijn de gronden tevens bestemd voor het behoud , de bescherming , de ontwikkeling en/of het herstel van de cultuurhistorische , landschappelijke en natuurlijke waarden , betreffende besloten bosgebied en hoge natuurwaarden met waardevolle droge en natte delen voor flora , bos- en moerasvogels ,

zoogdieren , reptielen

-

en

amfibieën.

Daarnaast zijn ter bescherming van de natuur- en landschapswaarden voor de gronden die onderdeel uitmaken van de natuurzones overeenkomstig het provinciaal beleid de zone goudgroene natuurzone’ , Waarde zone dubbelbestemmingen Waarde natuurzone’ Waarde zone natuurzone’ van zilvergroene respectievelijk bronsgroene —

—

—

toepassing. De gronden in het zuidoosten zijn middels de aanduiding evenemententerrein’ mede bestemd voor routegebonden behoeve van de hippische sport.

5. 3.

Aandachtspunten

‘overige zone uitlooproutes dagrecreatieve activiteiten ten -

milieuonderzoek

De

gemeente invulling voor

wenst een bestemmingsplan dat keuzevrijheid biedt voor de exacte die onderdelen die nu nog niet concreet zijn , zoals de ontwikkeling van de economische zone. De gemeente wenst aan te sluiten op een werkwijze zoals die gehanteerd is voor het bestemmingsplan voor Toverland: een globaal bestemmingsplan opgedeeld in vlakken waarbinnen voor die onderdelen die nu nog onvoldoende concreet zijn bebouwingsmogelijkheden worden vastgelegd. Voor zowel

de Totaalvisie als de Nota van Uitgangspunten voor het bestemmingsplan geldt dat deze een beeld schetsen van de gewenste c. q. mogelijke ontwikkeling van het gebied , zonder dat er zekerheid bestaat over de initiatieven die met name ondernemers willen ontplooien. Het bestemmingsplan zijn daarom voor een deel globaal en kaderstellend zijn. In het milieuonderzoek is ingespeeld op deze onzekerheden , o. a. door » _bandbreedten m. b. t. het aantal bezoekers te onderzoeken en hiervan de effecten voor de thema’s verkeer , geluid en lucht te beschrijven e te beschrijven welke effecten kunnen optreden bij maximale benutting van de planologische mogelijkheden. Bijvoorbeeld de aantasting van natuurgebieden in het plangebied en de daaraan verbonden natuurcompensatieopgave * Randvoorwaarden op het gebied van milieu te benoemen en daarvan de consequenties voor het plan en de mogelijke invulling te benoemen. Bijvoorbeeld op het gebied van externe veiligheid en de beschikbaarheid van ontwikkelingsruimte op het gebied van stikstof en Natura2000-gebieden.

Grandorse

MER bestemmingsplan Grandorse gemeente

Horst aan de Maas

34

((ggeeaannoon n nniimmiiss eeeerrdd))

PoUDEROYEN

Speciale aandacht .

.

.

van het milieuonderzoek is uitgegaan naar: Het aantal te houden paarden op de kavels en bij de uitbreiding van EcdP in de relatie tot de ammoniakemissie , de stikstofdepositie op natuurgebieden en de PAS-ontwikkelingsruimte. Het project Grandorse is door de provincie Limburg opgevoerd t. b. v. de actualisatie van de lijst met prioritaire projecten in medio 2018. De effecten van een toename van verkeer bij wedstrijden , evenementen en door ontwikkeling van paardenbedrijven voor de afwikkeling van verkeer (op piekmomenten) , de verkeerveiligheid en het milieu. De aantasting van bestaande natuurwaarden (gebieden en soorten) door de directe (ruimtebeslag) en indirecte effecten (verstoring) , de natuurcompensatie en de versterking van natuur en landschap extra t. o. v. de invulling van de compensatieopgave.

Hierbij

is gebruik gemaakt van de beschrijving van de mogelijke ontwikkeling zoals die in de Notitie reikwijdte en detailniveau is beschreven. In de thematische milieuonderzoeken is beschreven in hoeverre de ontwikkelingen passen binnen de beschikbare milieuruimte (zoals de PAS-ontwikkelingsruimte) en de planologische kaders van provincie en gemeenten. Daar waar dit de (bestaande) kaders beperkend zijn voor de invulling van de geboden planologische ontwikkelingsruimte , is dit in het MER aangegeven. De mogelijkheden zoals die worden opgenomen in het ontwerpbestemmingsplan kunnen afwijken van de invulling van het plan zoals dat is onderzocht in het MER. Bijvoorbeeld omdat er aanvullende regels zijn opgenomen in het bestemmingsplan naar aanleiding van de resultaten van het milieuonderzoek. Of vanwege voortschrijdend inzicht. De randvoorwaarden / uitgangspunten van de planologische regeling zoals die is opgenomen in het ontwerpbestemmingsplan , zijn beschreven in hoofdstuk 5 van de toelichting van het bestemmingsplan.

MER bestemmingsplan Grandorse gemeente

Horst aan de Maas

35

((ggeeaannoonniimmiisseeeerrdd))

6.

EFFECTBEOORDELING

6. 1.

Beoordelingskader

6. 1. 1.

Studiegebied

Bij de beschrijving

PoyDEROYEN

referentiejaar

en

de mogelijke effecten voor de verschillende thema's is er bij verkeer en stikstofdepositie) sprake van een groter (zoals beïnvloedingsgebied dan het plangebied van het bestemmingsplan , omdat er ook sprake kan zijn van effecten buiten het plangebied. De omvang van het beïnvloedingsgebied kan per thema verschillen. Voor een aantal andere thema’s (zoals bodem en archeologie) is het plangebied (of delen daarvan) het beïnvloedingsgebied. enkele

Omdat

geldt

van

thema’s

bij een bestemmingsplan als

6. 1. 2.

planhorizon

—

Te beoordelen

dus

en

een

maximale

referentiejaar

als

looptijd —

van 10 jaar wordt de situatie anno 2028.

gehanteerd ,

effecten

De

ontwikkelingen die het bestemmingsplan Grandorse mogelijk maakt kunnen leiden tot effecten op het milieu. Dit hoeven niet altijd negatieve effecten te zijn , ook positieve effecten zijn mogelijk. In onderstaande tabel is weeggegeven welke thema’s in dit MER bod

aan

komen.

Natuur

Water & Bodem

Landschap ,

cultuurhistorie en

archeologie

Verkeer

Geluid

Stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden en overige bos- en natuurgebieden Invloed op natuurgebieden Natuurnetwerk Nederland Invloed op soorten Wet natuurbescherming Invloed op bodemstructuur en geomorfologie Invloed op grond- en oppervlaktewatersysteem Invloed op bodem- , grond- en oppervlaktewaterkwaliteit Beïnvloeding van specifieke landschappelijke patronen en elementen. Beïnvloeding

van de cultuurhistorische

Beïnvloeding

van de

Gevolgen Gevolgen

archeologische waarden.

voor de

verkeersafwikkeling verkeersveiligheid Invloed op geluidsgevoelige objecten en geluid belast oppervlak bij regulier gebruik Invloed op geluidsgevoelige objecten en geluid belast oppervlak in incidentele voor de

Luchtkwaliteit

situaties Invloed op concentratie

Externe

Invloed op externe

Woon- en leefklimaat

Mogelijk hinder voor omwonenden

veiligheid

waarden.

MER bestemmingsplan Grandorse gemeente

fijn stof t. g. v. verkeer

veiligheid

Horst aan de Maas

en bezoekers

& gebruikers

36

((ggeeaannoon n nniimmiiss eeeerrdd))

PoUREROYEN

Het MER de totale

geeft een beeld van de gecumuleerde effecten op de omgeving als gevolg van gebiedsontwikkeling Grandorse. Hierbij wordt een onderscheid gemaakt tussen effecten die gerelateerd zijn aan de ontwikkeling van de hippische zone (zoals de effecten op de natuur- en landschappelijke waarden in het gebied door de realisatie van nieuwe bebouwing en stikstofuitstoot van paarden die permanent gehouden kunnen worden) en effecten die samenhangen met tijdelijke effecten die optreden bij wedstrijden en evenementen , zoals de verkeers- en geluidsbelasting 6. 1. 3.

Wijze

van

beoordeling

De effecten

zijn waar relevant in het MER kwantitatief in beeld gebracht , dus door berekening en modellering. Een aantal effecten komt kwalitatief in beeld en is beoordeeld op basis van algemeen beschikbare informatie , kentallen , literatuur en expert judgement. Om een overzichtelijke presentatie te krijgen is de effectbeoordeling samenvattend beschreven in een effectscore per criterium , als volgt: Score

(Omschrijving Zeer

O+

positief ten opzichte van de referentiesituatie Positief ten opzichte van de referentiesituatie Licht positief ten opzichte van de referentiesituatie

0

Neutraal

0f-

negatief ten opzichte van de referentiesituatie Negatief ten opzichte van de referentiesituatie Zeer negatief ten opzichte van de referentiesituatie

++ +

Licht

--

Waar

relevant

is in dit MER

effecten te mitigeren

ingaan op de mogelijkheden

om

(ongewenste) negatieve

(verzachten) of te compenseren. Tevens is in het MER in op eventuele leemten in kennis en of deze van invloed zijn op de besluitvorming over het bestemmingsplan Grandorse.

MER bestemmingsplan Grandorse gemeente

Horst aan de Maas

37

((ggeeaannoon n nniimmiiss eeeerrdd))

6. 2.

Natuur

6. 2. 1.

Stikstofdepositie op Natura

2000

gebieden

en

PoUDEROYEN

overige natuurgebieden

Wettelijk kader Het Natura2000

gebied Mariapeel / Deurnesche Peel en ook andere Natura2000 gebieden zijn Europese en landelijk beschermde gebieden. Om de Europese biodiversiteit te behouden en te herstellen wordt gestreefd naar de ontwikkeling van dit netwerk van beschermde natuurgebieden , Natura 2000 gebieden. Hiervoor zijn onder meer de Vogelrichtlijn (1979) en de Habitatrichtlijn (1992) opgesteld. Op basis van deze Europese richtlijnen is Nederland verplicht om beschermde habitats , soorten en hun leefgebieden in stand te houden of te herstellen. Daarvoor worden gebieden waar deze soorten en habitats voorkomen. Voor deze aangewezen veelal reeds onderdeel uitmakend van de ecologische hoofdstructuur , geldt gebieden , een speciaal beschermingsregime. Bij uitbreiding of verandering van activiteiten of bij nieuwe activiteiten in of in de nabijheid van deze gebieden moet er getoetst worden of er significante gevolgen zijn voor de gebieden.

aangewezen

De toename

het aantal paarden die gehouden of tijdelijk gestald worden binnen het plangebied Grandorse kan leiden tot een toename van de stikstofdepositie op Natura 2000 gebieden. Bij de besluitvorming rond plannen en projecten die gevolgen kunnen hebben voor Natura 2000-gebieden is het beschermingskader van toepassing dat de Wet natuurbescherming aan deze gebieden geeft. Voor de vaststelling van het bestemmingsplan Grandorse door de gemeenteraad van Horst aan de Maas is een toets vereist van de gevolgen van het plan voor de instandhoudingsdoelstelling van de Natura2000-gebieden (het onderzoek uit dit MER) en een besluit tot vaststelling van het bestemmingsplan mag alleen worden genomen als voldoende zeker is dat de natuurlijke kenmerken van deze beschermde gebieden niet zullen worden aangetast. van

Stikstof (PAS)

Programmatische Aanpak

hoge depositie van stikstof , afkomstig van landbouw , verkeer en industrie , een grote belemmering voor de besluitvorming rond projecten die stikstof emitteren. Het Rijk en de provincies hebben de Programmatische Aanpak Stikstof (PAS) ontwikkeld , om deze impasse te doorbreken. De PAS is op 1 juli 2015 in werking getreden onder de Natuurbeschermingswet 1998 en deze is voortgezet onder de Wet natuurbescherming. Al

jaren lang

Essentie

vormt

de

de PAS is dat extra geïnvesteerd wordt in emissiebeperkende maatregelen in de landbouw en in het herstel van habitattypen en leefgebieden binnen de Natura 2000-gebieden. Een deel van de extra daling van de stikstofdepositie die hiermee wordt bereikt , kan opnieuw ingezet worden voor economische ontwikkeling (zogenaamde ontwikkelingsruimte) , terwijl de herstelmaatregelen waarborgen dat de instandhoudingsdoelen voor de Natura 2000-gebieden worden gerealiseerd. van

PAS-ontwikkelingsruimte van de

depositieruimte ,

is een onderdeel van de depositieruimte , te weten het deel dat kan worden toegedeeld aan of gereserveerd is voor een

MER bestemmingsplan Grandorse gemeente

Horst aan de Maas

38

((ggeeaannoon n nniimmiiss eeeerrdd))

PoUDEROYEN

“toestemmingsbesluit” (zoals een vergunning). Het overige deel van de depositieruimte is gereserveerd voor niet-vergunningplichtige activiteiten en de autonome groei van activiteiten. Individuele initiatiefnemers kunnen een beroep op ontwikkelingsruimte uit het PAS bij hun vergunningaanvraag voor nieuwe activiteiten en bij uitbreiding van bestaande activiteiten. Voor

doen

prioritaire projecten is op voorhand ontwikkelingsruimte gereserveerd. Voor

overige vergunningplichtige projecten is de toedeling van de (vrije) ontwikkelingsruimte onder andere afhankelijk van de resterende ontwikkelingsruimte. Voor de toedeling van de vrije ontwikkelingsruimte hebben provincies beleidsregels vastgesteld. Provincies zijn daarbij uitgegaan van gezamenlijke uitgangspunten. Zo is afgesproken dat aan een project niet meer dan 3 mol stikstof per hectare per jaar aan vrije ontwikkelingsruimte toegedeeld wordt per PAS-programmaperiode. Het overige deel van de depositieruimte is gereserveerd voor de autonome groei van activiteiten en niet-vergunningplichtige activiteiten. De autonome groei is de groei van activiteiten die reeds plaatsvinden bij de aanvang van het programma en waarvoor geen toestemming vooraf vereist is. Het gaat dan bijvoorbeeld om de groei van het verkeer. Een ander deel van de algemene depositieruimte is beschikbaar voor projecten en andere handelingen die slechts een geringe stikstofdepositie veroorzaken op Natura 2000-gebieden. Het betreft de “depositieruimte voor grenswaarden” en wordt ook meldingsruimte genoemd , omdat er met een melding kan worden volstaan. De grenswaarde is in beginsel 1 mol N/ha/jaar depositie op een habitattype. Als dit deel van de in het PAS gereserveerde depositieruimte zodanig is benut dat er 5% of minder resteert , dan zakt de grenswaarde naar 005 mol N/ha/jaar.

Wanneer een , andere minder dan mol of 005 , project handeling N/hafjaar depositie veroorzaakt op een gevoelig habitattype , is er geen vergunning nodig en is ook een melding aan het bevoegd gezag niet nodig. In het kader van de PAS is het rekeninstrument AERIUS ontwikkeld. Met behulp van AERIUS kan de depositie op habitats in Natura2000 berekend worden. AERIUS wordt gebruikt voor de beoordeling van initiatieven welke mogelijk een depositie van stikstof op Natura2000 gebieden veroorzaken. Met behulp van AERIUS wordt tevens bijgehouden hoeveel ontwikkelingsruimte er beschikbaar is voor de habitats van alle Natura 2000 gebieden. Wet ammoniak en veehouderj Op 1 mei 2007 is de gewijzigde Wet ammoniak en veehouderij (Wav) in werking getreden. De Wav is bedoeld ter bescherming van de zeer kwetsbare gebieden tegen de effecten van ammoniakdepositie. Provinciale Staten wijzen deze zeer kwetsbare gebieden aan op basis van criteria die in de wet staan vermeld. De Wav bevat regels met betrekking tot de ammoniakemissie uit dierenverblijven. Het bevoegd gezag moet die regels toepassen bij beslissingen over de verlening van milieuvergunningen voor veehouderijen. De wet geeft regels voor veehouderijen die in een zeer kwetsbaar gebied of in een zone van 250 meter rondom zo'n kwetsbaar gebied liggen.

Hoofdlijn hierbij is dat vestiging in deze zones niet mogelijk is en dat uitbreiding slechts mogelijk is binnen een bedrijfsemissieplafond. Alleen voor verzuring gevoelige gebieden , of delen daarvan ,

MER bestemmingsplan Grandorse gemeente

Horst aan de Maas

((ggeeaannoon n nniimmiiss eeeerrdd))

PoUDEROYEN

die

zijn gelegen in het Natuurnetwerk Nederland (NNN) kunnen als zeer kwetsbaar gebied worden aangewezen (art. 2 , lid 2 Wav). Alle voor verzuring gevoelige gebieden , die in Beschermde Natuurmonumenten of Natura 2000-gebieden liggen , moeten worden aangewezen als zeer kwetsbaar gebied , op voorwaarde dat ze binnen het NNN liggen. Provinciale Staten zijn hiertoe verplicht (art. 2 , lid 3 Wav). Het

Rijk heeft aangegeven de Wet ammoniak en veehouderij bij inwerkingtreding van de Omgevingswet in te trekken. Het beschermen van gebieden is daarmee gedecentraliseerd naar de provincie. Dit biedt provincies de mogelijkheid om rekening te kunnen houden met de regionale verschillen in de gevolgen van ammoniakdepositie. Een deel van de Kronenburgerheide , gelegen binnen het plangebied van Grandorse , is nu aangewezen als kwetsbaar gebied (Wav). Vestiging van nieuwe stallen voor paarden binnen 250 meter van dat gebied is niet mogelijk , totdat de provincie het gebied niet meer als kwetsbaar aanmerkt. Dat kan op basis van de huidige Wav en ook na de inwerkingtreding van de Omgevingswet.

Referentiesituatie Het plangebied bevindt zich niet in of directe nabij Natura-2000 gebieden , Wetlands of Beschermde- of Staatsnatuurmonumenten. Het plangebied ligt op ca 1. 900 meter afstand van het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied; Deurnsche Peel & Mariapeel. Op grotere afstand zijn ook andere beschermde Natura2000-gebieden gelegen , zoals de Groote Peel (9. 200 meter) , de Maasduinen (13 km) en Boschhuizerbergen (ruim 13 km).

Bestemmingsplan Grandorseen planMER.

gei

Poupgmoren

Het Leudal verder weg

(17 km) , het Swalmdal (17 km)

en

Sarsven

en de

Banen

(19 km) zijn nog

gelegen.

MER bestemmingsplan Grandorse gemeente

Horst aan de Maas

40

((ggeeaannoon n nniimmiiss eeeerrdd))

PoUDEROYEN

Effecten Effecten als verstoring of verdroging op Natura2000 gebieden kunnen vanwege afstand van het plangebied tot de Natura2000 gebieden met zekerheid worden

de

uitgesloten. Het

bestemmingsplan biedt ruimte voor nieuwvestiging van 10 tot maximaal 16 hippische bedrijven , tijdelijke stalling van paarden bij het ECdP en uitbreiding van de manege D'n Umswing. Daarnaast wordt er een aanzienlijke toename van het aantal gebruikers en bezoekers van de faciliteiten / evenementen verwacht. De extra paarden leidt tot een toename van de ammoniakemissie uit het plangebied en de extra verkeersbewegingen tot extra emissie van stikstofoxiden uit het plangebiednen. In de bestaande

situatie worden er geen paarden gehouden in het gebied. Bij het mest toepassen op de gronden die agrarisch worden gebruikt , zal er sprake zijn van emissies en depositie van stikstof op de omliggende Natura2000-gebieden. Gezien de afstand van de landbouwgronden binnen Grandorse tot de Natura2000 gebieden zal de depositie t. g. v. bemesting beperkt zijn. Deze emissies en depositie zijn niet van

gekwantificeerd. In theorie kunnen op maximaal 16 bedrijfskavels voor paardenhouderijen met de maximale omvang per bouwblok zoals aangeduid in het ontwerp bestemmingsplan veel paarden gehouden worden. Significant (negatieve) effecten op de beschermde , kwetsbare en voor stikstof overbelaste Natura2000-gebieden zijn vanwege een toename stikstofdepositie als gevolg van nieuwvestiging van paardenbedrijven en ruimte voor het tijdelijk stallen van paarden (ECdP) zijn niet op voorhand en zonder mitigerende maatregelen uit te sluiten. Vooral effecten t. g. v. emissie van ammoniak van paarden op Natura 2000 gebieden leiden tot een toename van de stikstofdepositie. De toename van t. g. v. de toename

door extra emissies zijn zeer beperkt t. o. v. de effecten van de ammoniakemissies. De maximale depositie op een beschermd verkeer is ook bij de hoogste bezoekersaantallen nihil (cumulatief < van gebied t. g. v. 005 , mol/ha/jaar , onderzocht in het kader van het luchtonderzoek).

Omdat

stikstofdepositie

geen sprake is van bestaande paardenbedrijven zijn er geen mogelijkheden om de effecten van extra paarden te mitigeren door aanpassing van stalsystemen (intern er

salderen). Het extern salderen (effecten mitigeren door bijvoorbeeld

beëindiging van andere veehouderijen) is onder de PAS niet mogelijk t. b. v. de vergunningverlening (van concrete initiatieven). De effecten van bemesting van bestaande landbouwgronden die mogelijk worden onttrokken aan de landbouw in het kader van de gebiedsontwikkeling zijn te beperkt om de gevolgen door een toename van het aantal paarden ten mitigeren. Om het bestemmingsplan te kunnen vaststellen , dient daarom voldoende duidelijk te zijn dat er PAS-ontwikkelingsruimte beschikbaar is en zal blijven.

MER bestemmingsplan Grandorse gemeente

Horst aan de Maas

41

PoUREROYEN

((ggeeaannoon n nniimmiiss eeeerrdd))

In het kader van de PAS is bij de provincie Limburg een aanvraag ingediend om Grandorse op te voeren als prioritair project. De beschikbaarheid van ontwikkelingsruimte uit de PAS is van directe invloed op het aantal te houden paarden op de kavels en bij de uitbreiding van EcdP in de relatie tot de ammoniakemissie uit de paardenverblijven en de stikstofdepositie ten gevolge van die emissies op de Natura2000-gebieden. Daarom is het project Grandorse is door de provincie Limburg opgevoerd t. b. v. de actualisatie van de lijst met prioritaire projecten in medio 2018 , met de bedoeling de PAS-ontwikkelingsruimte voor deze ontwikkeling beschikbaar te kunnen stellen. In onderstaande

tabel is de

raming

van

de

PAS-ontwikkelingsbehoefte opgenomen.

Equestrian Centre de Peelbergen X

coördinaat

y-coördinaat

|Pier

F1

195032

330787

_ |K 1. 100

[paarden > 3jr

F2

194835

381093

Le

194894 195433 195844

381365

|K 1100 K 2. 100 |K1100 K 2100 |K1100 K 2100 |K1100 K 2. 100

[paarden > 3jr paarden < 3jr fpaarden >3jr _fpaarden < 3jr fpaarden > 3jr _fpaarden < 3jr [paarden > 3jr [paarden < 3jr

Locatie

F4 F5 HI H2 H3 H4 HS

195514 195748

ECdP 50 D'n Umswing

381484 380959 381287

|K 1100 |K1100

[paarden > 3jr fpaarden > 3jr

196211

381314

|K 1100

|paarden > 3jr

195356 195356 195356

380652

195585

330036

_|K 1100 _|K1. 100

paarden > 3jr [paarden > 3jr pony's >3jr

195682 195983

Ecdp 150

381202

Aantallen

categorie

dieren

|uaydier

75 EN 75 75 75

50, EE 50, 21, 50, 21, 50, 21, 50, 21 50, 50, 50, 50, 50,

LE)75 LE) 15

75

50

50 50

5050

Mariapeel mol/ha/jr

Totaal 3750, ze 3750, 1575, 3750, 1575, 3750,

028 , 020 , 018 , 015 , 014 , 012 ,

2500,

2500, 1250,

F1 t/m F5: Paarden houden en fokken H1 t/m H5: Paardenhandel- en dressuur ECdP: Equestrian Centre de Peelbergen Maximale depositie F1 t/m F5 en H1 t/m HS conform berekening: Maximale depositie F1 t/m F5 , H1 t/m HS en ECP 600 paarden conform berekening: Maximale depositie F1 t/m F5 , H1 t/m HS en ECdP 150 paarden conform berekening:

Aantal paarden

en emissies

051 ,

1575), 2500;, 2500! , 2500,

d

061 ,

040 ,

2500! ,

Max

ETE

1575,

3750,

5

25

DP &

|NH3

311 , 594 , 382 ,

t. b. v. raming PAS-ontwikkelingsruimte , voorjaar 2017

In het kader van de PAS is bij de provincie Limburg een aanvraag ingediend om Grandorse op te voeren als prioritair project. De provincie is daarbij uitgegaan van een uitbreiding van ECdP met een stalling voor 600 paarden die gedurende maximaal 90 dagen per jaar gebruikt wordt (vergelijkbaar met 150 plaatsen gedurende het hele jaar). Conform de raming uit het voorjaar van 2017 zoals hiervoor is beschreven.

Omdat

2017 is aangepast , is de raming in februari 2018 opnieuw doorgerekend , uitgaande van de aangepaste versie van AERIUS. Het maximaal projecteffect per Natura2000-gebied is in onderstaand figuur weergegeven. Het effect is het grootst op het Natura2000-gebied Deurnsche Peel & Mariapeel (403 , 2017 maximaal hectare de 382 , mol/ha/jaar; berekening voorjaar jaar). Op , Natura2000-gebieden Maasduinen 058 mol/ha/jaar , op de Groote Peel en , Boschhuizerbergen 043 mol/ha/jaar en op de overige kwetsbare Natura2000-gebieden uit onderstaand overzicht 008 , tot 016 , mol/ha/jaar het rekeninstrument

AERIUS

medio

per

MER bestemmingsplan Grandorse gemeente

Horst aan de Maas

42

((ggeeaannoonniimmiisseeeerrdd))

AERIUS

PoURDEROYEN

Bepaling projenenect

@ CALCULATOR

F

je

Deurnsche

Peel & Mariapeel

403 ,

Maasduinen

058 ,

Groote

Peel

043 ,

Boschhuizerbergen

043 ,

Leudal

016 ,

Weerter-

en

Budelerbergen

&

Ringselven

Swalmdal

014 ,

Strabrechtse Heide & Beuven

012 ,

Zeldersche Driessen

o1,

Sarsven en De Baner

010 ,

Roerdal

, 009 , (008)

Sint

008 ,

Jansberg

Meinweg

008 ,

Leenderbos , Groote

Maximaal

015 ,

Heide & De Plateaux

008 ,

projecteffect aangemeld prioritair project Grandorse ( , Aerius , februari 2018.

De beschikbaarheid van ontwikkelingsruimte uit de PAS is van directe invloed op het aantal te houden paarden op de kavels en bij de uitbreiding van EcdP in de relatie tot de ammoniakemissie uit de paardenverblijven en de stikstofdepositie ten gevolge van die emissies op de Europees beschermde natuurgebieden. In theorie kunnen op maximaal 16 bedrijfskavels voor paardenhouderijen met de maximale omvang per bouwblok zoals aangeduid in het ontwerp bestemmingsplan veel meer paarden gehouden worden als opgenomen in de raming van de PAS-ontwikkelingsruimte. Negatieve effecten zijn dan niet op voorhand uit te sluiten. Om het bestemmingsplan in overeenstemming met artikel 2. 7 Wet natuurbescherming te kunnen vaststellen is gekozen voor het opnemen van een ammoniakemissieplafond in de gebruiksregels. Uitgangspunt van de ammoniakemissieplafondregeling is dat er geen sprake mag zijn van een toename van ammoniakemissie ten opzichte van de ten tijde van de vaststelling van het bestemmingsplan feitelijk bestaande situatie. In de planregels is een koppeling aangebracht met het Programma Aanpak Stikstof (PAS) en de daarmee samenhangende regelgeving (onder meer de Wet van 8 oktober 2014 , houdende wijziging van de Natuurbeschermingswet 1998 (programmatische aanpak stikstof) , Staatsblad 2014 , 419 en het Besluit grenswaarden programmatische aanpak stikstof).

MER bestemmingsplan Grandorse gemeente

Horst aan de Maas

((ggeeaannoon n nniimmiiss eeeerrdd))

Het PAS en

maakt

stikstofdepositieruimte beschikbaar voor projecten , overige ontwikkelingen die stikstofdepositie veroorzaken.

andere

PoUDEROYEN handelingen

Hiertoe is in de regels een gebruiksbepaling met ammoniakemissieplafond in de regels van het bestemmingsplan opgenomen , die niet mag worden overschreden. Indien het gebied daadwerkelijk wordt aangemerkt als prioritair project , is er PASontwikkelingsruimte beschikbaar voor depositieruimte kunnen ruim 1000 paarden in het gebied permanent worden gehouden , naast een uitbreiding van een tijdelijke stallen van 600 paarden gedurende maximaal 3 maanden per jaar (overeenkomend met het tijdelijk stallen van 150 paarden gedurende een jaar) en de effecten t. g. v. extra verkeer van bezoekers en gebruikers. Indien geen sprake is van een prioritair project , dienen bedrijven op individuele basis gebruik te maken van de PAS-meldingsruimte of vrije ontwikkelingsruimte voor zover die aanwezig is. In onderstaand tekstkader maximaal aantal paarden ,

paardenhouderij)

van

is voor een aantal uitgaande van de

voorbeeldlocaties

ingegaan op het grenswaarden per project (zoals 1 30, mol/ja/jaar , 10, mol/fha/jaar en 005 , mol/ha/jaar.

Uit de

voorbeeldberekeningen blijkt dat uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan met de daarin geboden planologische ruimte voor nieuwvestiging van paardenstallen alleen is verzekerd indien er voldoende PAS-ontwikkelingsruimte of PASmeldingsruimte beschikbaar is. Als die ruimte er niet , kunnen op de voorbeeldlocaties Grandorse

slechts enkele locatie worden

paarden (in de voorbeelden tussen 8 en 20 paarden per locatie) per , mol/ha/jaar te blijven. gehuisvest om onder de drempelwaarde van 005

MER bestemmingsplan Grandorse gemeente

Horst aan de Maas

44

((ggeeaannoon n nniimmiiss eeeerrdd))

PoUREROYEN

Berekening maximale emissieruimte per project (zoals een paardenhouder) uitgaande van de drempelwaarde voor de vergunningsvr je ontwikkelingen (10, moi/hesjaar en bj 95% benutting meldingsruimte B( g e a En o n i Mm i s e eerrdd))005 , moi/hajaar) en het maximum bij de uitgifte van de vr je ontwikkelingsruimte (Wg e an ni moi Ms e e r d ) 3 mo/hajaar)

4 PRUNE

r

ee

Kaart met

voorbeeldloca ties

Maximum

aantal

\

paarden voorbeeld locaties bj verschillende drempelwaarden

PAS

MER bestemmingsplan Grandorse gemeente

Horst aan de Maas

uit de

EOHREROYEN

((ggeeaannoonniimmiisseeeerrdd))

6. 2. 2.

Stikstofdepositie op overige natuurgebieden

Uitgaande

de aanvraag voor het prioritair project Grandorse , is met behulp van het de depositie van stikstof gebiedsdekkend in beeld gebracht. Het rekeninstrument AERIUS biedt die mogelijkheid niet , maar is ook gebaseerd op het rekenmodel OPS. Desalniettemin kunnen er verschillen zijn in de berekende waarden , bijvoorbeeld door de omvang van de individuele rekeneenheden. van

OPS-rekenmodel

st

Legenda

[IT

peroetied Grandorse depositie van stikstof uit stalemissies (mol Nihafjaar)

HEgoud, zilvero, 10000 5

brons.

ET

Naur in zivergroene ranuurzone Natuur in bronsgroene

tandschapszone

zeer kwetsbaar gebied Wav

en planMER Bestemmingsplan Grandorse

Depositie van stikstof uit stalemissies Grandorse

vo‘armesenetera d ss Depositie van stikstof op basis Grandorse , OPS-rekenmodel

van

dieraantallen

en locaties

uit aanvraag

Roupene

prioritair-prcject

kaart blijkt dat de toename van de stikstofdepositie op de natuurgebieden in het plangebied aanzienlijk hoger is dan de maximale depositie op de Natura200-gebieden. Op de natuurgebieden binnen het plangebied (Kronenbergerheide) neemt de depositie toe met 100 mol/ha{jaar of meer. Op de voor stikstof kwetsbare gebieden de Heesberg en de Steegberg ten zuiden van het plangebied varieert de toename tussen 2 en 25 mol/ha/jaar. Uit bovenstaande

MER bestemmingsplan Grandorse gemeente

Horst aan de Maas

46

((ggeeaannoonniimmiisseeeerrdd))

Effectbeoordeling Referentiesituatie

| Effecten plan exclusief

Effecten plan inclusief

mitigatie

mitigatie (PAS)

0

0/-

0

0

=-

=

(PAS) Stikstofdepositie op Natura 2000 gebieden Stikstofdepositie op overige bos- en natuurgebieden 6. 2. 3.

Invloed op

natuurgebieden

—

Natuurnetwerk

Nederland

Beleidskader en referentie situatie In Limburg wordt het Natuurnetwerk Nederland ingevuld door de Goudgroene Natuurzone en Bronsgroene landschapszone. De bescherming van beide zones is geregeld in de Omgevingsverordening Limburg 2014 en de beleidsregel Natuurcompensatie. Tevens is in het Provinciaal Omgevingsplan Limburg 2014 (POL) Zilvergroene natuurzone opgenomen. Deze behoort niet tot het Natuurnetwerk Nederland , maar is mede bedoeld om via natuurcompensatieverplichtingen nieuwe natuur te realiseren.

Figuur 2. Uitsnede uit het POL. D onker groen is de Goudgroene natuurzoen , Lichtgroen de Zilver groene natuurzone en grijs de Bronsgroene landschapszone

MER bestemmingsplan Grandorse gemeente

Horst aan de Maas

de

((ggeeaannoon n nniimmiiss eeeerrdd))

PoUDEROYEN

Ingrepen in deze gebieden zijn uitsluitend toegestaan , indien de gecombineerde uitwerking van onderling samenhangende activiteiten leidt tot een verbetering van de kwaliteit en samenhang van de wezenlijke kenmerken en waarden/kernkwaliteiten op gebiedsniveau (de zogeheten ‘saldobenadering’) , waarbij de eventueel noodzakelijke compensatie in het gebied dient plaats te vinden. Ten behoeve van de voorgenomen ontwikkeling is door bureau Meervelt een quickscan Wet natuurbescherming opgesteld , die als bijlage bij het ontwerp bestemmingsplan en dit MER is gevoegd. In de quickscan zijn de wezenlijke kenmerken en waarden van het gebied nader beschreven. De bestaande natuur in het gebied betreft een restant van een voormalig droog heideterrein. Het gebied bestaat uit dennenbos en pas aangelegde landschapselementen met verschillende soorten loofbomen en struiksoorten. Blijkens de beheertypenkaart van de provincie Limburg bevat het plangebied navolgende natuurdoeltypen: A1. 5 Berken-Zomereikenbos , N12. 02 Kruiden- en faunarijk grasland en L01. 16 Bossingel.

Efecten Met

het voornemen vinden ingrepen in de goudgroene en zilvergroene natuurzone plaats. waardoor vernietiging van natuurdoeltypen , aantasting van geomorfologische waarden en aantasting van overige waarden (rust , stilte , donkerte en openheid) in de goudgroene natuurzone plaats vindt. Daarnaast vindt aantasting van het foerageergebied van dassen , lokaal geomorfologische waarden en aantasting van overige waarden (rust , stilte , donkerte en openheid) in de zilvergroene natuurzone

plaats.

MER bestemmingsplan Grandorse gemeente

Horst aan de Maas

48

((ggeeaannoon n nniimmiiss eeeerrdd))

PoypEROYEN

Goudgroene natuurzone Zilvergroene natuurzone Bronsgroene landschapszone Geen bestemmingsplanwijziging Bestemmingsplanwijziging

Overlap Grandhorse (geplande ontwikkelingen)

ten

opzichte

het Nationaal Natuur behouden. Rood raster:

van

Netwerk (ondergrond Limburg Atlas , 2017). Groen raster: bijft gaat verloren bj benutting planologische mogeljkheden (Bron: Natuurcompensatieplan , 18 januari 2018)

concept

Dit betekent dat natuurcompensatie conform de beleidsregel Natuurcompensatie dient te worden uitgevoerd. In de Beleidsregel is gesteld dat een activiteit in beginsel financieel gecompenseerd dient te worden. Indien financiële compensatie niet mogelijk is of om andere redenen niet de voorkeur heeft , vindt compensatie in natura plaats. Om de vereiste compensatie te bepalen dient rekening te worden gehouden met de mate van vervangbaarheid van de verloren gaande waarden.

Bij deze gebiedsontwikkeling heeft

het gemeente aangegeven de voorkeur om de compensatie in natura plaats te laten vinden omdat binnen het plangebied ruimte daarvoor aanwezig is. Voor de compensatieopgave is een Natuurcompensatieplan opgesteld , dat als bijlage bij het ontwerp bestemmingsplan en dit MER is gevoegd. Op basis van de berekeningen blijkt voor realisering van het planvoornemen de totaal te compenseren oppervlakte 215. 532 m2 (215, hectare) te bedragen definitief

(PM

met een negatief effect op natuurwaarden kunnen op basis van de saldobenadering worden toegestaan als de ontwikkelingen samen leiden tot een verbetering van de kwaliteit en de samenhang van de Goudgroene natuurzone op gebiedsniveau. Hiertoe kan gedacht worden aan uitbreiding van de Goudgroene natuurzone met als doel het opheffen van versnippering , beheermaatregelen in de Goudgroene natuurzone met als doel (gedeeltelijke) omvorming van dennenbos naar gemengd loofbos en vergroten van de biodiversiteit door het creëren van geleidelijke

Activiteiten

MER bestemmingsplan Grandorse gemeente

Horst aan de Maas

49

((ggeeaannoon n nniimmiiss eeeerrdd))

PoUREROYEN

bosranden met struweel en open plekken , aanplant van vruchtdragende bomen en struiken ter verbetering van het leefgebied van de Das , inrichting van (delen van) de Zilvergroene natuurzone met natuur of percelen met agrarisch natuurbeheer en/of het natuurlijker inrichten van de waterlopen.

Geen bestemmingsplanwijziging

Uitsnede compensatie gronden

(donkergroen gemarkeerd) (Bron: concept Natuurcompensatieplan ,

18

januari 2018)

plangebied van Grandorse is ca 30 hectare beschikbaar om de compensatieopgave in te realiseren. Uitgangspunt is dat bij de invulling van compensatieverplichtingen het natuurnetwerk altijd een grotere samenhang dient te krijgen. Het ‘uitbouwen’ van het de bestaande Goudgroene natuurzone heeft de voorkeur. Door een steviger aansluiting te maken tussen de zuidelijk gelegen bossen en de golfbaan in het noorden kan een betere verbindende functie ontstaan (voor bijvoorbeeld doelsoort Das). Hieraan zal het nader op te stellen landschapsplan verdere invulling geven. In het

Effectbeoordeling Referentiesituatie

Aantasting

NNN

0

| Effecten

plan

exclusief

Effecten plan exclusief met

natuurcompensatie

| compensatie 0/+

=-

(PMnatuurcompensatieplan) definitief 6. 2. 4.

Invloed op beschermde

soorten

Wet

natuurbescherming

Wettelijk kader De Wet natuurbescherming een groot aantal inheemse

tevens het wettelijk kader bedreigde dier- en plantsoorten.

MER bestemmingsplan Grandorse gemeente

Horst aan de Maas

vormt

de bescherming Bij nieuwe ruimtelijke voor

van

50

((ggeeaannoon n nniimmiiss eeeerrdd))

ingrepen

PoUDEROYEN

en activiteiten

dient te worden nagegaan of deze ingrepen en {of activiteiten negatieve gevolgen hebben voor aanwezige dier- en plantensoorten in de omgeving. De wet is bedoeld om soorten te beschermen , niet individuele planten of dieren. Het gaat erom dat het voortbestaan van de soort niet in gevaar komt. Te allen tijde geldt dat de algemene zorgplicht van toepassing is. Dit houdt in , dat handelingen die niet noodzakelijk zijn met betrekking tot de voorgenomen ingreep en die nadelig zijn voor de in en om het plangebied voorkomende flora en fauna , achterwege moet blijven. eventueel

Referentie Ten

situatie behoeve van het voornemen

Bureau Meervelt een quickscan Wet natuurbescherming uitgevoerd , waarbij op basis van bestaande natuurgegevens alsmede een oriënterend veldbezoek eventuele effecten van het voornemen op mogelijk aanwezige beschermde soorten inzichtelijk zijn gemaakt. De quickscan is als bijlage bij het ontwerp bestemmingsplan en dit MER gevoegd. Uit de

is door

quickscan kan worden geconcludeerd

(mogelijk) leefgebied vormt van beschermde zoogdieren , waaronder de das , de eekhoorn dwergvleermuis , gewone grootoorvleermuis

Figuur

7: Overzicht gevonden natuurwaarden Rood: Dassenpijpen/burchten Blauw: Eekhoornesten Oranje: Holtenbomen

(Staro , 2017).

Uitsnede bestaande natuurwaarden

beschermde soorten

dat de (ruime) omgeving van het plangebied diersoorten. Dit betreft een aantal en diverse vleermuizen (gewone en

laatvlieger).

Daarnaast vormt het plangebied leefgebied voor diverse broedvogels levendbarende hagedis en kleine modderkruiper. Het plangebied kan vervullen voor deze soorten.

mogelijk de diverse functies en

Effecten

Bij de ontwikkelingen in het gebied zal rekening moeten worden gehouden met eventueel aanwezige beschermde flora en fauna. Negatieve effecten op beschermde flora en fauna moet zoveel mogelijk worden voorkomen. Wanneer dit niet (geheel) mogelijk is , kan het noodzakelijk zijn een ontheffing van de verbodsbepalingen van de Wet

MER bestemmingsplan Grandorse gemeente

Horst aan de Maas

51

((ggeeaannoon n nniimmiiss eeeerrdd))

natuurbescherming aan te vragen. Dit aspect speelt bij de inrichting paden en het toekomstige gebruik hiervan , alsmede bij de vestiging

van van

het

PoUDEROYEN

gebied bedrijven.

met

Voor een aantal soorten kan een negatief effect door de voorgenomen ontwikkelingen op voorhand uitgesloten worden. Voor een aantal soorten is in de verdere planvorming wel extra aandacht nodig. Dit betreft in ieder geval de das , waarvan enkele burchten in het plangebied aanwezig zijn. Afhankelijk van de exacte ontwikkeling kan aantasting van een van de burchten plaats vinden en vindt versnippering plaats van het leefgebied. Om negatieve effecten te voorkomen zijn mitigerende maatregelen noodzakelijk (bv aanleg van dassentunnels , hekwerk en aanplant van vruchtbomen). Deze maatregelen zullen in de nadere uitwerking van het natuurcompensatie plan meer concreet worden beschreven. Potentieel geschikte bomen met verblijfsplaatsen (holten , losse schors) voor vleermuizen dienen behouden te blijven. Indien dergelijke bomen gekapt moeten worden , dient voorafgaand aan de kap vastgesteld te worden of de boom inderdaad geen functie heeft als vaste verblijfplaats. De kans op verblijfplaatsen in bomen is klein. In het broedseizoen kunnen en de functionele omgeving

in het hele plangebied broedvogels aanwezig zijn. Nesten alle broedvogels zijn beschermd tijdens de broedperiode. Bij ruimtelijke ontwikkelingen dient met de aanwezigheid van broedgevallen rekening gehouden te worden. Door het wegnemen van broedgelegenheid voorafgaand aan het broedseizoen (bijvoorbeeld door het bouwklaar maken) , kan broeden voorkomen worden en kan ook tijdens het broedseizoen gewerkt worden. Indien rekening gehouden wordt met de aanwezigheid van broedgevallen en nesten niet verstoord worden , is geen nader onderzoek of ontheffing voor vogels nodig. van

Nader onderzoek of een ontheffing voor amfibieën of reptielen is niet nodig mits rekening gehouden wordt met de mogelijke aanwezigheid van Levendbarende hagedis in natuurgebieden en de daarvoor vrijstelde periode voor ruimtelijke ingrepen. Het voorkomen van de beschermde voorhand uit te sluiten. Bij ingrepen

kleine modderkruiper in het plangebied is niet op in de grotere watervoerende sloten zijn mitigerende maatregelen nodig en mogelijk een ontheffing om schade aan deze soort te voorkomen. Er zijn met het voornemen echter geen ingrepen in de grote watervoerende sloten voorzien.

Effectbeoordeling Referentiesituatie

| Effecten plan

Effecten plan inclusief

mitigatie

soorten

exclusief Effecten op beschermde soorten

Wet

|

mitigatie

soorten 0

0

Natuurbescherming

MER bestemmingsplan Grandorse gemeente

Horst aan de Maas

52

((ggeeaannoon n nniimmiiss eeeerrdd))

6. 3.

Bodem

PoUDEROYEN

en water

Referentiesituatie Een groot deel van het plangebied is in gebruik als landbouwgebied en bospercelen. Aan de zuidkant ligt het ECdP , met bijbehorende gebouwen , parkeerplaats en wedstrijd- en evenemententerrein. Het gebied wordt doorsneden door enkele waterlopen , waarvan de Peelloop de belangrijkste is. Daarnaast zijn circa 55, hectare aan wegen in het plangebied aanwezig. Aan de Noordzijde ligt het golfterrein ‘De Golfhorst'. Het betreft de locatie van een voormalige stortplaats , die in eigendom is van Bodem Zorg Limburg b.v , die ook voor de nazorg zorgdraagt.

Bodemopbouw ,

geohydrologie

en

grondwaterstanden

De gegevens van de bodemsamenstelling en de hydrologische gegevens zijn verkregen uit de TNO-grondwaterkaarten , Eindhoven/Venlo , kaartblad 52 , west en 62 oost 1972. Binnen

het

plangebied zijn met name veldpodzolgronden aanwezig. Het plangebied ligt op een hoogte van circa 30 m +NAP. De aanwezige deklaag bestaat uit een pakket fijne slibhoudende zanden , leem , klei en veen. Deze afzettingen behoren grotendeels tot de Nuenen Groep en afzettingen met Holocene ouderdom. De dikte van de ter plaatse aanwezige deklaag bedraagt circa 4 tot 6 meter. Onder deze deklaag bevindt zich het eerste watervoerend pakket. Dit pakket is voornamelijk opgebouwd uit matig tot zeer grove , grindhoudende zanden. In dit gebied (de Peelhorst) wordt het eerste watervoerend pakket in het algemeen gevormd door de Formaties van Kreftenheye , Veghel , Tegelen en de Kiezeloötformatie. De dikte van het eerste watervoerend pakket bedraagt circa 10 15 meter. De onderzijde van het eerste watervoerend pakket bevindt -

zich op 5 meter -NAP. Onder dit eerste watervoerend pakket bevindt zich de hydrologisch basis. De slecht doorlatende basis is voornamelijk opgebouwd uit fijne sliben kleihoudende zanden. De gemiddelde stijghoogte van het grondwater in het voornaamste watervoerende pakket is te verwachten rond 275 , m +NAP. De zal in grondwaterstroming noordwestelijke richting plaatsvinden. Op een diepte van circa 25, m-mv zal grondwater worden aangetroffen. Het plangebied ligt niet in een

grondwaterbeschermingsgebied , waterwingebied en/of boringsvrije

MER bestemmingsplan Grandorse gemeente

Horst aan de Maas

zone.

53

((ggeeaannoonniimmiisseeeerrdd))

YOUREROYEN

Legenda Hoogte

Uitsnede

hoogtekaart (Bron: archeologisch onderzoek , Archeopro)

Bodemkwaliteit Ten behoeve van het planvoornemen heeft een historisch bodemonderzoek plaatsgevonden dat als bijlage bij het ontwerp bestemmingsplan en dit MER is gevoegd. Daarnaast zijn er in het plangebied de volgende bodemonderzoeken uitgevoerd: * Aanvullend bodemonderzoek Travers ong. te Kronenburg , Aelmans Eco bv , 4 september 2017. » _ Historisch bodemonderzoek , hippische zone De Peelbergen , Noordelijk deel; Aelmans Eco b. v. 20 februari 2017. * Verkennend bodem- en asbestonderzoek travers ong te Kronenberg , Aelmans Eco bv , 23 juni 2016 e Verkennend Bodemonderzoek en infiltratie-onderzoek Peelstraat (ong) te Kronenburg , Aeres Milieu b.v , 15 augustus 2013.

Volgens

de bodemfunctieklassekaart van de gemeente Horst aan de Maas (versie november 2010) is de onderzoekslocatie gelegen in de bodemfunctieklasse ‘overig’ (landbouw{natuur). Voor deze bodemfunctieklasse is de bodemkwaliteitsklasse

‘achtergrondgrenswaarde’

van

toepassing.

MER bestemmingsplan Grandorse gemeente

Horst aan de Maas

54

((ggeeaannoon n nniimmiiss eeeerrdd))

PoUDEROYEN

De

uitgevoerde bodemonderzoeken bevestigen dit beeld; in de beschikbare informatie zijn geen aanwijzingen aangetroffen die duiden op de aanwezigheid van mogelijke bodemverontreinigingen en/of bodembedreigende activiteiten. Ook tijdens de begin 2017 uitgevoerde terreininspectie zijn geen aanwijzingen geweest , die kunnen wijzen op enige vorm van bodemverontreiniging. Uit de in 2016

respectievelijk

2017 uitgevoerde bodemonderzoeken op een landbouwperceel aan de Travers ongenummerd met een totale oppervlakte van circa 5 hectare blijkt dat in de grond geen verhoogde gehaltes zijn aangetroffen. Tijdens het verrichten van het veldwerk zijn zintuigelijk geen asbestverdachte materialen

aangetroffen.

Ook het in 2013 ter plaatse van de toentertijd op te richten manege

laat een vergelijkbaar beeld zien. Uit de analyseresultaten blijkt dat in zowel de bovengrond als in de ondergrond geen van de onderzochte componenten zijn gemeten in gehalten verhoogd ten opzichte van de berekende achtergrondwaarde Het freatisch grondwater is plaatselijk licht verontreinigd met diverse zware metalen en minerale olie. Plaatselijk is het grondwater matig verontreinigd met koper. Voornoemde concentraties zijn van dien aard , dat dergelijke verontreinigingen veelvuldig worden aangetroffen in het ondiepe grondwater in Noord-Limburg. Een

uitzondering hierop

de binnen het plangebied aanwezige deels onverharde de waterloop. wegen wegen is niet bij voorbaat geheel uit te sluiten dat funderingsmateriaal met bijmengingen aanwezig is. De waterloop maakt een verzorgde indruk en is goed onderhouden. en

de

vormen

Van

Gebaseerd op de beschikbare informatie kan het plangebied als grootschalig onverdacht worden beschouwd , met uitzondering van de aanwezige (deels) onverharde wegen en de aanwezige waterloop in het plangebied. In het kader van het planvoornemen zijn echter geen werkzaamheden aan de wegen en waterlopen gepland.

MER bestemmingsplan Grandorse gemeente

Horst aan de Maas

55

((ggeeaannoon n nniimmiiss eeeerrdd))

PoUREROYEN

Oppervlaktewater Binnen het plangebied loopt de Peelloop en het Korhoen. Aan de noordzijde loopt de Nieuwe Kulbergse loop. Deze beken zijn opgenomen op de zogenaamde legger van het waterschap (zie onderstaande figuur).

het

waterschap beheerde

waterstaatswerken moeten voldoen. Verder is in de legger de waterstaatswerken begrenzing van opgenomen , waarmee het werkingsbereik van de keur wordt bepaald. De keur is een verordening van het waterschap waarin is aangegeven wat wel en niet mag op en nabij waterstaatswerken. Met behulp van de legger en de Keur worden de waterstaatswerken beschermd zodat deze duurzaam kunnen functioneren. Deze beken als een beek

zijn op

de POL-kaart

met een

Blauwe

waarden

(specifiek) ecologische functie.

(Provincie Limburg) niet aangemerkt

Verder

is binnen het plangebied geen oppervlaktewater aanwezig. Het plangebied is niet gelegen binnen een grondwaterbeschermingsgebied. Waterkeringen en/of bruggen zijn niet in het plangebied aanwezig.

MER bestemmingsplan Grandorse gemeente

Horst aan de Maas

56

((ggeeaannoon n nniimmiiss eeeerrdd))

PoUDEROYEN

Infiltratiecapaciteit Uit het ter dit gebied

plaatse

matig

de te realiseren manege geschikt is voor de oppervlakte van

uitgevoerde infiltratie-onderzoek blijkt dat infiltratie van neerslag.

Effecten Door de gebiedsontwikkeling zal het verhard oppervlakte toenemen. Het gaat hierbij vooral om de bebouwingsuitbreiding van het ECdP , de realisering van de hippische boulevard en de bedrijfsgebouwen en overige gebouwen bij nieuwvestiging van

paardenhouderijen: _Paardenhouderijen:

e

Een

e

_

e

_

in de planregels is opgenomen dat maximaal 30% van het perceel mag worden bebouwd cq. verhard en dat daarnaast minimaal 35% van het perceel moet worden benut voor groen (waarin ook infiltratievoorzieningen kunnen worden gerealiseerd); Hippische boulevard: In de planregels is opgenomen dat maximaal 35% van het bestemmingsvlak mag worden bebouwd en daarnaast 35% mag worden verhard ten behoeve van parkeren etc; minimaal 30% van het bestemmingsvlak dient voor groen voorzieningen te worden benut; daarnaast wordt aangrenzend aan de oostzijde een natuurzone ingericht , waarin ook infiltratie-voorzieningen kunnen worden gerealiseerd. Uitbreiding ECdP , totaal 5 hectare , waarvan 30% parkeren (semi verhard) , 40% voor gebouwen (geheel verhard oppervlak) en 30% overige (onverhard; hier kunnen ook infiltratievoorzieningen worden gerealiseerd).

toename

van de

oppervlakte/omvang

van

bebouwing zorgt mogelijk

voor

een

aantasting van de bodemkwaliteit. Er dient waterneutraal te worden gebouwd en piekbelastingen op het oppervlaktewater moeten worden voorkomen. Voor het extra verhard oppervlak dient waterberging te worden gerealiseerd. Dit past binnen het beleid om zoveel mogelijk water vast te houden in het gebied alvorens het af te voeren. Hiervoor is het van belang dat het plan voldoende mogelijkheden kent om deze opgave in te vullen en dat dit ook voldoende is geborgd in het bestemmingsplan. Bodemkwaliteit Er zijn geen aanwijzingen

die duiden op de aanwezigheid van mogelijke bodemverontreinigingen. Daarom is er ook geen risico op beïnvloeding van verontreinigingen die zouden kunnen leiden tot verdere verspreiding van verontreiniging. Bij de realisatie van nieuwe functies zal er moeten worden voldaan aan de geldende voorschriften voor bijvoorbeeld opslag van mest e. a. Bij bouwactiviteiten zal er sprake zijn van een grondoverschot waarvan de inschatting is dat die geheel binnen het plangebied kan worden hergebruikt. Indien grond van de locatie vrijkomt en wordt toegepast gelden de regels van het Besluit Bodemkwaliteit. Dit wil zeggen dat bij het toepassen van grond de kwaliteit in overeenstemming moet zijn met de functie en kwaliteit van de ontvangende grond. Bij graafwerkzaamheden ter plaatse van de wegen geldt dat verhardingslagen apart moeten worden ontgraven en verwerkt worden. Er worden bodem.

daarom

aangetroffen

geen effecten

MER bestemmingsplan Grandorse gemeente

verwacht

Horst aan de Maas

m. b. t. de

milieu

hygiënische

kwaliteit van de

57

((ggeeaannoon n nniimmiiss eeeerrdd))

PoUDEROYEN

Water

Opvang

hemelwater waterberging Conform het beleid van het waterschap , zoals ook opgenomen in de Keur dienen nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen zoveel mogelijk hydrologisch neutraal te worden uitgevoerd. Bij nieuwbouw dient minimaal 100% van het verharde oppervlak afgekoppeld te worden. Het schone hemelwater dient afzonderlijk te worden opgevangen en te worden afgevoerd naar een te realiseren infiltratie- en/of bergingsvoorziening. Om te beoordelen hoe groot de te realiseren hemelwatervoorziening moet zijn , dient de hoeveelheid af te voeren hemelwater conform de eisen van het waterschap te worden berekend bij extreme buien van T=25 (een neerslaghoeveelheid van 50 mm). Daarnaast dienen de gevolgen van T=100 (een neerslaghoeveelheid van 84 mm) in beeld te worden gebracht. Bij mogelijke risico dienen er maatregelen te worden getroffen. -

Afgekoppeld hemelwater van nieuwe bedrijfsgebouwen zal worden opgevangen gescheiden worden afgevoerd naar de aan te leggen hemelwatervoorzieningen. betreft infiltratie- danwel bergingsvoorzieningen (bv poel , wadi of zaksloot) in de onbebouwde delen van het perceel of de aangrenzende natuurgebieden.

en

Dit

Het hemelwater dat valt op de nieuwe erfverhardingen zal oppervlakkig afstromen naar de niet verharde terreindelen en daar ter plekke infiltreren. Dit is conform de huidige situatie waarin water ter plekke van de onbebouwde gronden infiltreert.

Afkoppeling van de neerslag en het realiseren van een bergings- en infiltratievoorzieningen zijn in beginsel mogelijk. Mede gelet op de omvang van het totale plangebied (195 ha) in relatie tot de bestaande bebouwing en verharding (15, ha respectievelijk 18 ha) en de (maximaal) nieuw realiseren bebouwing (30 ha) en verharding (17 ha) en de bodemdoorlatendheid is de inschatting dat binnen het plangebied ruimschoots kan worden voldaan aan de bergingsopgave. In de

regels

het bestemmingsplan is als gebruiksbepaling opgenomen dat infiltratie op eigen terrein gerealiseerd dient te worden. In het bestemmingsplan is daarnaast als randvoorwaarde opgenomen dat maximaal 30% van het perceel van een nieuw te vestigen hippisch bedrijf bebouwd cq verhard mag worden. Daarnaast dient minimaal 35% van het perceel als groen te worden ingericht. Indien een overloop naar een omliggende waterloop wordt gerealiseerd dient hierbij melding te worden gemaakt bij het Waterschap. van

Bij de verdere ontwikkeling van de verschillende deellocaties moet de definitieve uitwerking van de infiltratievoorzieningen berekend worden voor de uiteindelijke verharde oppervlakten. Het is mogelijk een combinatie van meerdere soorten infiltratie- en/of bergingsvoorzieningen aan te leggen. Een bovengrondse voorziening heeft hierbij de voorkeur , bijvoorbeeld in de vorm van een verlaagd terreingedeelte of wadi. De precieze uitwerking van de infiltratievoorzieningen vindt plaats ten tijde van de bouwaanvraag. Daarnaast wordt ter plaatse van de nieuw aan te leggen natuurcompensatiestrook oosten van de Midden Peelweg tevens voorzien in een aanvullende

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16080501/1