02e Regels
Tekst van het document
Overgangsrecht gebruik
1. Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet. 2. Het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld in het eerste lid, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind. 3. Indien het gebruik, bedoeld in het eerste lid, na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten. 4. Het eerste lid is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.
Bestemmingsplan "Broekstraat, Broekhuizenvorst" (ontwerp)
33
Artikel 16
Slotregel
Deze regels worden aangehaald als regels van het bestemmingsplan 'Broekstraat, Broekhuizenvorst'.
34
Bestemmingsplan "Broekstraat, Broekhuizenvorst" (ontwerp)
Bijlagen bij regels
Bestemmingsplan "Broekstraat, Broekhuizenvorst" (ontwerp)
3
Bijlage 1 Landschappelijk inpassingsplan
4
Bestemmingsplan "Broekstraat, Broekhuizenvorst" (ontwerp)
Aanplanten kleine fruitbomengaard
Aan de noord-, oost- en zuidkant van het bouwvlak kruidenrijkgrasland Aanleg knip- en scheerhaag 1 tot 1,2m hoog
Bouwvlak
Open zicht richting de Maas behouden
Fietsp ad
nten bomenrij
Struweelbeplanting passend bij de struwelen in het gebied
Landschappelijke inpassing, Broekstraat Broekhuizenvorst, Gemeente Horst aan de Maas
colofon
projectnaam Landschappelijke inpassing, Broekstraat Broekhuizenvorst, Gemeente Horst aan de Maas datum 27 juni 2023 projectnummer P04354 opdrachtgever Ruimte voor Ruimte Limburg C.V. BRO projectleider IM projectteam AR, IV bron kaft BRO
Bosscheweg 107 5282 WV Boxtel +31 (0)411 850 400 info@bro.nl www.bro.nl
Inhoudsopgave 1
Inleiding 1.1 1.2
Aanleiding en initiatief Kaders en uitgangspunten
Projectgebied
1.3
1.4
2
4 4 4
Planvoornemen
4
Bestemmingsplan
5
Structuurvisie Horst aan de Maas
5
Historische kenschets
6
Landschapstype
6
Landschapskenmerken
6
Doel
6
Geschiedenis
6
Huidige situatie
7
Inpassingsplan 2.1 2.2
4
Inpassingsmaatregelen Beplantingsindicatie
8 9 9
Landschappelijke inpassing, Broekstraat - Broekhuizenvorst, Gemeente Horst aan de Maas
3
1
Inleiding
1.1
Aanleiding en initiatief
In de gemeente Horst aan de Maas aan de Broekstraat (ongenummerd) te Broekhuizervorst is sprake van een bouwkavel met een bijbehorend bouwvlak waarop een woning kan worden gerealiseerden. De nieuw te realiseren woning sluit in de toekomstige situatie aan bij bestaand stedelijk gebied. Bovendien heeft op onderhavige planlocatie in een eerder stadium een woning gestaan die reeds is gesaneerd. Het planvoornemen is dat er een kwalitatief gezien betere woning terugkomt op de planlocatie.
Kadastraal staat de locatie bekend als Broekhuizen sectie D, nummer 1258 en heeft een totale oppervlakte van 1500 m2. Het plangebied ligt ten oosten van Broekhuizenvorst en ten westen van de Maas. Planvoornemen De initiatiefnemer is voornemens om op het perceel aan de Broekstraat met perceelnummer 1258 een woningbouwkavel te realiseren, waarbij de woning dient te worden ingepast in het landschap. Het bouwvlak zal komen te liggen op de bestaande terp. Deze terp ligt op de gelijke hoogte van het dorp waaraan het perceel grenst.
Voor dit plan moet een landschappelijke inpassing worden gemaakt. Bij het toestaan van een ruimtelijke ontwikkeling is het van belang dat alle ruimtelijke waarden worden meegewogen. Een plan kan immers afbreuk doen aan bestaande landschappelijke of cultuurhistorische waarden. De landschappelijke inpassing bestudeert de omgeving en aan de hand daarvan worden ruimtelijke randvoorwaarden opgesteld. Als aan deze voorwaarden worden voldaan kan de bebouwing op een natuurlijke en verzorgde wijze worden ingepast en aansluiten op de aanwezige landschapsstructuren.
Figuur 2: Bestemmingsplan bouwplan
Dit plan geeft inzicht in de inrichtingsmaatregelen die genomen moeten worden om de beoogde ontwikkeling te realiseren.
1.2
Kaders en uitgangspunten
Het plan voldoet in beginsel aan de kaders vanuit het vigerende beleid dat relevant is voor de landschappelijke inpassing en aan de eisen/wensen vanuit het planvoornemen. Projectgebied Het plangebied ligt aan de Broekstraat ongenummerd (tegenover huisnummer 16) te Broekhuizenvorst, gemeente Horst aan de Maas.
Figuur 1: Ligging plangebied, bron: Google Earth
Landschappelijke inpassing, Broekstraat - Broekhuizenvorst, Gemeente Horst aan de Maas
Figuur 3: Inspriratie voor toekomstige woning
4
Bestemmingsplan Volgens het Inpassingsplan ‘Gebiedsontwikkeling Ooijen-Wanssum’ rust er geen enkelbestemming op de grond. Voor gronden waar geen enkelbestemming aan toegekend is, gelden voor die gronden de geldende bestemming en planregels uit het voormalige bestemmingsplan. De dubbelbestemmingen blijven gelden voor deze locatie.
Figuur 4: Inpassingsplan ‘Gebiedsontwikkeling OoijenWanssum 2017, bron: Ruimtelijke plannen
Het voormalige bestemmingsplan is ‘Buitengebied Horst 2009’. Binnen de bestemming wonen mag gebouwd worden. Het bestemmingsplan voor deze locatie heeft als bouwregels een maximale inhoud van 1.000m3. Het planvoornemen blijft binnen de 1.000m3. Het meest noordelijke gedeelte van het plangebied heeft een agrarische bestemming. De als ‘agrarische doeleinden met natuurlandschappelijke waarden’ aangegeven gronden zijn onder andere bestemd voor duurzaam agrarisch grondgebruik en het behoud van ontwikkeling van landschappelijke en cultuurhistorische waarden. Structuurvisie Horst aan de Maas In de Structuurvisie van gemeente Horst aan de Maas, vastgesteld op 22 september 2015, is uitvoerig aandacht besteed aan wonen, economie, welzijn, omgevingskwaliteiten en mobiliteit. Op de ruimtelijke structuurkaart is te zien dat het plangebied in het maasdal ligt. In de integrale beleidsvisiekaart wordt het gespecificeerd naar een maascorridor. Voor deze zone wordt ingezet op het versterken van de ecologische en landschappelijke waarden door middel van gebiedseigen landschapsstructuren en beplanting. De belangrijkste doelen zijn het versterken van de ecologie, landschappelijke structuren en cultuurhistorische waarde. Cultuurhistorische waarden waar rekening mee gehouden moet worden zijn de openheid en steilranden in het gebied. Grotere gebouwen zijn passend in dit gebied.
Er wordt benoemd dat de inhoud van woningen 1.000m3 mag zijn of groter per woning. Deze grote schaal past bij het buitengebied. De gemeente hoopt zo dat meer gezinnen in het buitengebied gaan wonen en verdere vergrijzing tegen te gaan. Een ander doel is de achteruitgang van de leefbaarheid tegen gaan. Dit verantwoordt de grotere massa van de woning en de ligging in het buitengebied.
Figuur 7: Uitsnede voormalig bestemmingsplan ‘Buitengebied Horst 2009’
Landschappelijke inpassing, Broekstraat - Broekhuizenvorst, Gemeente Horst aan de Maas
Figuur 5: Ruimtelijke structuurkaart, bron: Gemeente Horst aan de Maas
Figuur 6: Integrale beleidsvisiekaart, bron: Gemeente Horst aan de Maas
5
1.3
Historische kenschets
Landschapstype Rivieren zijn van oudsher de belangrijkste structuurdragers van het landschap. Binnen het rivierdal komen zowel laagtes met oude graslanden voor als de hoger gelegen opduikingen met afwisselend oude bouwlanden en oude als nieuwe stads- en dorpskernen. Het gebied heeft over het algemeen een open karakter. Bij woningen is wel erfbeplanting aanwezig. Echter komen er ook verschillende bosgebieden voor die het landschap meer besloten maken. Op lagere delen is het landschap veelal in gebruik als grasland, natte natuur en gaat de aandacht uit naar ruimte voor water. Op de hooggelegen delen vindt men akkers en fruitteelt. Landschapskenmerken • Het reliëf typeert zich door langgerekte laagtes met terrasranden en opduikingen. • In het gebied liggen brede waterlopen en staat de grondwaterstand hoog. • De bodem is divers, dit gaat van klei tot grind met op oude bouwlanden dikke eerdlagen t.b.v. potstalsysteem. • Wegen lopen parallel aan de rivier en liggen vaak hoger in het landschap, ook dijken zijn karakteristiek en maken onderdeel uit van dit landschap. • Het landgebruik is eveneens divers, op de hogere delen vooral akkers of fruitteelt, op de lagere delen hooiland en weides. • Bebouwingsstructuren komen zowel voor in kernen als in verspreid liggende bebouwing. Doel Binnen dit landschap staat het behoud en het stimuleren van twee landschapselementen centraal.
Dit zijn de karakteristieke heggen en solitaire bomen op kribben (bakenbomen). Daarnaast gaat op de lagere gronden aandacht uit naar natte natuurontwikkeling en grazige vegetaties,
zoals poelen, bosjes, knotbomen, heggen, natuuroevers en bloemrijke graslanden. Langs akkerranden en boomgaarden worden veelal singels toegepast. Ook het stimuleren van streekeigen erfbeplanting staat centraal. Geschiedenis Het landschap is een open landschap met onregelmatige structuren. Ook zijn er hoogteverschillen. Rond de Maas is het altijd vrij open geweest. Wel is te zien dat steeds meer ruimte voor de rivier gelaten wordt. Verder is de verkaveling erg onregelmatig en vrij open. Rond 1950 zijn er veel fruitteelten aangelegd, deze zijn later weer deels verdwenen door de bouw van woningen.
In de huidige situatie is het perceel gelegen op een terp dat onderdeel uitmaakt van een afgraving. Ter plaatse van de projectlocatie heeft vroeger een boerderij gestaan, die is gesloopt in het kader van de gebiedsontwikkeling Ooijen-Wanssum. Te zien is dat de terp waarop het perceel voorheen stond een stuk groter was dan de huidige terp. Deze ruimte werd gebruikt voor fruitteelt naast de woning.
Figuur 8: Historische kaart 1900, bron: topotijdreis
Figuur 10: Historische kaart 2000, bron: topotijdreis
Figuur 9: Historische kaart 1950, bron: topotijdreis
Figuur 11: Historische kaart 2022, bron: topotijdreis
Landschappelijke inpassing, Broekstraat - Broekhuizenvorst, Gemeente Horst aan de Maas
6
1.4
Huidige situatie
Het plangebied betreft een perceel aan de Broekstraat. Het perceel ligt voor het uiterwaarde gebied van de Maas. Langs de Maas zijn verschillende struwelen en bakenbomen te vinden die verspreid langs de rand lopen. Voor het perceel ligt een wandel/fietspad. Het perceel ligt dus niet direct aan een autoweg. Deze recreatieve route loopt door het natuurgebied wat ten noorden van het perceel gelegen is. In het natuurgebied is meer ruimte gegeven aan de Maas. Er zijn los verspreide struweelbeplantingen te vinden en kruidenrijkgrasland. Voor het perceel ligt reeds kruidenrijkgrasland tussen de jonge laanbomen. Aan de andere zijde van de Broekstraat ligt de kern Broekhuizenvorst. Het perceel zelf bestaat uit grasland en ligt door de terp iets verhoogd tegenover het gebied dat ten oosten van het gebied ligt. Figuur 12: Perceel bevint zich in een zeer open gebied, bron: Google maps
Figuur 14: Voor de woning bevinden zich laanbomen met daartussen kruidenrijkgrasland, bron: Google maps
Figuur 13: De overzijde van de weg, bron: Google maps
Figuur 15: Wandel- en fietspad loopt voor de woning langs en is niet direct aan de hoofdweg gelegen, bron: Google maps
Landschappelijke inpassing, Broekstraat - Broekhuizenvorst, Gemeente Horst aan de Maas
7
2
Inpassingsplan
Aanplanten kleine fruitbomengaard
Bij het toestaan van een ruimtelijke ontwikkeling is het van belang dat alle ruimtelijke waarden worden meegewogen. Om de planontwikkeling mogelijk te maken, zijn een aantal inrichtingsmaatregelen voorgesteld die op basis van het planvoornemen, de beleidskaders en kennis van het landschap en locatie zijn vormgegeven. Nevenstaande schets illustreert de voorgestelde maatregelen.
Optioneel: inzaaien met bloemen kruidenrijk Aan de noord-, oost- en zuidkant van het bouwvlak grasland kruidenrijkgrasland
Aanleg knip- en scheerhaag 1 tot 1,2m hoog
Bouwvlak
Open zicht richting de Maas behouden
Aanplanten bomenrij
Fietsp ad
De voorzijde van de woning sluit aan bij de kern van Broekhuizenvorst met maatregelen die passend zijn bij het straatbeeld. Zo wordt een lage knip- en scheerhaag toegevoegd aan de voorzijde van het bouwvlak. Dit is veel terug te vinden in de omgeving. Ter aansluiting op de bestaande bomenlaan aan de Broekstraat wordt een bomenrij toegevoegd. Wat ook veelvoorkomend is rond het plangebied zijn fruitboomgaarden. Deze zijn aan de noordzijde van het perceel toegepast. Aan de achterzijde sluit de inpassing aan op het karakter van de uiterwaarde. De openheid wordt zoveel mogelijk behouden. Er wordt struweelbeplanting aan het zuiden toegevoegd en rondom de woning aan de noord-, oosten zuidkant van het bouwvlak.
Broeks traat
Het plangebied ligt op de overgang van de open uiterwaarden naar het hoger gelegen gebied met afwisselend oude bouwlanden. De inpassing speelt in op de kwaliteiten van beide gebieden.
Concreet zijn de volgende ingrepen voorgesteld: 1. Aanplant lage knip- en scheerhaag; 2. Aanplant bomenrij; 3. Aanplant struweel; 4. Aanplant fruitbomengaard; 5. Optioneel inzaaien met bloem- en kruidenrijk grasland;
Struweelbeplanting passend bij de struwelen in het gebied
Figuur 16: Landschappelijke inpassing, zie inpassing bijlage 1 voor het inpassingsplan op Landschappelijke schaal.
Broekstraat, Broekhuizenvorst Ruimte voor Ruimte Limburg C.V.
Landschappelijke inpassing, Broekstraat - Broekhuizenvorst, Gemeente Horst aan de Maas
datum
getekend
projectnr.
pagina
formaat
schaal
26-06-2023
IvdV
P04354
1/1
A3
1:250
8
2.1
Inpassingsmaatregelen
Aanplant knip- en scheer haag Aan de westzijde van het plangebied wordt een lage knip- en scheerhaag aangeplant. De maximale hoogte bedraagt 1 tot 1,2 meter. Hierdoor wordt er tevens een duidelijk onderscheid gecreëerd tussen openbaar en privé, waarbij het zicht naar het landschap blijft gewaarborgd. Soorten die hiervoor gebruikt kunnen worden zijn: Acer Campestre, Carpinus betulus en Fagus sylvatica. Aanplant bomenrij De bomenrij wordt voor het bouwvlak geplaatst. Dit ter onderbreking van de brede gevel van de woning. Soorten die hiervoor gebruikt kunnen worden zijn: Alnus glutinosa (zwarte els), Salix alba (schietwilg) en Tilia cordata (winter linde). Aanplant struweel Rond het plangebied staan meerdere struwelen. In het open uiterwaarde gebied wordt deze openheid afgewisseld met struweelbeplanting. Soorten die hiervoor gebruikt kunnen worden zijn: Cornus sanguinea (rode kornoelje), Viburnum opulus (gelderse roos) en Corylus avellana (hazelaar). Aanplant fruitboomgaard Fruitteelt is kenmerkend voor dit gebied. In de omgeving zijn meerdere fruitteelten en fruitboomgaarden. Door hoge stam fruitteelt aan te planten blijft er doorzicht naar het landschap. Soorten die gebruikt kunnen worden zijn: Malus x domestica (appelboom) en Pyrus communis (perenboom).
2.2
Beplantingsindicatie
De soortensamenstelling voor de toe te voegen beplanting is bepaald op basis van beplanting in de omgeving en beplanting die aansluit op de bodem in het gebied. Aanplanten knip- en scheer haag (45m) Aanplant dubbele haag: 7 stuks per meter in driehoeksverband met een omvang van 60/80 cm en met een eindhoogte van 100 cm tot 120 cm. Aanplanten bomenrij (7 st.) Aanplant bomenrij: met een stamomtrek van 14-16 centimeter hoogstam en een kluitomvang van 40-50 centimeter. De uiteindelijke eindhoogte van de boom is circa 6-8 meter. Aanplanten struweel (33m) Aanplanten struweel: 3 meter brede houtsingel, 2 rijen in driehoeksverband met een onderlinge plantafstand van 1,25 x 1,25m. Aanplanten in groepen van 5 tot 7 stuks van dezelfde soort, aanplant 60-80 cm met een eindhoogte van 4-5 meter. Aanplanten fruitbomen (5 st.) Aanplant fruitbomen: met een stamomtrek van 14-16 centimeter hoogstam en een kluitomvang van 40-50 centimeter. De uiteindelijk eindhoogte van de boom is circa 6-8 meter.
Wetenschappelijke benaming
Nederlandse benaming
Aantal Omvang st.
Haag
Plantverband
60-80
Acer campestre
Spaanse aak
315
60m
driehoeksverband
Carpinus betulus
Haagbeuk
315
60m
driehoeksverband
Fagus sylvatica
Beuk
315
60m
driehoeksverband
st.
Ø 40-50cm
Alnus glutinosa
Zwarte els
7
nvt.
nvt.
Salix alba
Schietwilg
7
nvt.
nvt.
Tilia cordata
Winter linder
7
nvt.
nvt.
st.
300-350
Solitaire boom
Struweel Cornus sanguinea
Rode kornoelje
300cm
driehoeksverband
Viburnum opulus
Gelderse roos
300cm
driehoeksverband
Corylus avellana
Hazelaar
300cm
driehoeksverband
st.
Fruitbomen
Ø 40-50cm
Malus x domestica
Appelboom
5
nvt.
nvt.
Pyrus communis
Perenboom
5
nvt.
nvt.
* Soortkeuze nader te bepalen
Optioneel aanleg bloem- en kruidenrijkgrasland Optioneel is het inzaaien van bloem- en kruidenrijk grasland, ter indicatie is ingetekend waar dit mogelijk is. Door dit rond het bouwvlak aan de zijdes richting de uiterwaarde toe te passen wordt er een zachte overgang van tuin naar landschap gecreëerd.
Landschappelijke inpassing, Broekstraat - Broekhuizenvorst, Gemeente Horst aan de Maas
9
Bijlage 1 - Landschappelijke inpassing
Landschappelijke inpassing, Broekstraat - Broekhuizenvorst, Gemeente Horst aan de Maas
Aanplanten kleine fruitbomengaard Optioneel: inzaaien met bloemen kruidenrijk Aan de noord-, oost- en zuidkant grasland van het bouwvlak
kruidenrijkgrasland
Bouwvlak
Open zicht richting de Maas behouden
Aanplanten bomenrij
Fietsp ad
Broeks traat
Aanleg knip- en scheerhaag 1 tot 1,2m hoog
Struweelbeplanting passend bij de struwelen in het gebied
Landschappelijke inpassing
Broekstraat, Broekhuizenvorst Ruimte voor Ruimte Limburg C.V.
datum
getekend
projectnr.
pagina
formaat
schaal
26-06-2023
IvdV
P04354
1/1
A3
1:250
Amsterdam Rhijnspoorplein 38 1018 TX Amsterdam +31 (0)20 506 19 99
Boxtel Bosscheweg 107 5282 WV Boxtel +31 (0)411 850 400
Venlo Industriestraat 94 5931 PK Tegelen +31 (0)77 373 06 01 info@bro.nl www.bro.nl
Bijlage 2 Staat van bedrijfsactiviteiten
Bestemmingsplan "Broekstraat, Broekhuizenvorst" (ontwerp)
17
GEVAAR
GROOTSTE AFSTAND
1
Dienstverlening t.b.v. de landbouw: - algemeen (o.a. loonbedrijven): b.o. > 500 m²
30
10
50
10
50 D 3.1
3
- plantsoenendiensten en hoveniersbedrijven: b.o. > 500 m²
30
10
50
10
50
3.1
4
- plantsoenendiensten en hoveniersbedrijven: b.o. <= 500 m²
30
10
30
10
30
2
-
BOSBOUW EN DIENSTVERLENING T.B.V. BOSBOUW 10
10
50
0
50
3.1
01
01
-
014
016
0
014
016
014 014
016 016
CATEGORIE
GELUID
-
AFSTANDEN IN METERS
STOF
-
OMSCHRIJVING
GEUR
SBI-2008
nummer
SBI-1993
LANDBOUW EN DIENSTVERLENING T.B.V. DE LANDBOUW
02
02
020
021, 022, 024
Bosbouwbedrijven
15
10, 11
-
VERVAARDIGING VAN VOEDINGSMIDDELEN EN DRANKEN
151
101, 102
0
Slachterijen en overige vleesverwerking:
151
101, 102
1
- slachterijen en pluimveeslachterijen
100
0 100
C
50 R 100 D 3.2
151
101
4
- vleeswaren- en vleesconservenfabrieken: p.o. > 1.000 m²
100
0 100
C
50 R 100
3.2
151
101, 102
7
50
0
50
10
50
3.1
151
108
8
- loonslachterijen - vervaardiging van snacks en vervaardiging van kant-enklaarmaaltijden met p.o. < 2.000 m²
50
0
50
10
50
3.1
152
102
0
Visverwerkingsbedrijven:
152
102
5
- verwerken anderszins: p.o. <= 1.000 m²
100
10
50
30
100
3.2
152
102
6
- verwerken anderszins: p.o. <= 300 m²
50
10
30
10
50
3.1
1532, 1533
1032, 1039
0
Groente- en fruitconservenfabrieken:
1532, 1533
1032, 1039
1
- jam
50
10 100
C
10
100
3.2
1532, 1533
1032, 1039
2
- groente algemeen
50
10 100
C
10
100
3.2
1532, 1533
1032, 1039
3
- met koolsoorten
100
10 100
C
10
100
3.2
1551
1051
0
1551
1051
3
Zuivelproducten fabrieken: - melkproducten fabrieken v.c. < 55.000 t/j
50
0 100
C
50 R 100
3.2
1552
1052
1
50
0 100
C
50 R 100
3.2
1581
1071
0
Consumptie-ijsfabrieken: p.o. > 200 m² Broodfabrieken, brood- en banketbakkerijen:
1581
1071
1
- v.c. < 7500 kg meel/week, bij gebruik van charge-ovens
30
10
30
C
10
30
2
1581
1071
2
- v.c. >= 7.500 kg meel/week
100
30 100
C
30
100
3.2
1582
1072
Banket, biscuit- en koekfabrieken
100
10 100
C
30
100
3.2
1584
10821
0
Verwerking cacaobonen en vervaardiging chocolade- en suikerwerk:
1584
10821
5
- Suikerwerkfabrieken zonder suiker branden: p.o. > 200 m²
100
30
50
30 R 100
3.2
1585
1073
Deegwarenfabrieken
50
30
10
10
50
3.1
1586
1083
0
Koffiebranderijen en theepakkerijen:
1586
1083
2
- theepakkerijen
100
10
30
10
100
3.2
1589.2
1089
0
Soep- en soeparomafabrieken:
1589.2
1089
1
- zonder poederdrogen
100
10
50
10
100
3.2
17
13
171
131
172
132
0
Weven van textiel:
172
132
1
173
133
174, 175
139
176, 177
139, 143
18
14
181
141
182
CATEGORIE
1107
Vervaardiging van wijn, cider e.d.
10
0
30
0
30
2
Mineraalwater- en frisdrankfabrieken
10
0 100
50 R 100
3.2
10
50 100
30
100
3.2
- aantal weefgetouwen < 50
10
10 100
0
100
3.2
Textielveredelingsbedrijven
50
0
50
10
50
3.1
Vervaardiging van textielwaren Vervaardiging van gebreide en gehaakte stoffen en artikelen
10
0
50
10
50
3.1
0
10
50
10
50
3.1
Vervaardiging kleding van leer
30
0
50
0
50
3.1
141
Vervaardiging van kleding en -toebehoren (excl. van leer)
10
10
30
10
30
2
142, 151
Bereiden en verven van bont; vervaardiging van artikelen van bont
50
10
10
10
50
3.1
50
10
30
10
50 D 3.1
50
10
50
10
50
3.1
0
50 100
50 R 100
3.2
nummer
GROOTSTE AFSTAND
1598
GEVAAR
1102 t/m 1104
AFSTANDEN IN METERS
GELUID
1593 t/m 1595
183
OMSCHRIJVING
STOF
SBI-2008
GEUR
SBI-1993
-
VERVAARDIGING VAN TEXTIEL Bewerken en spinnen van textielvezels
-
C
VERVAARDIGING VAN KLEDING; BEREIDEN EN VERVEN VAN BONT
19
15
192
151
VERVAARDIGING VAN LEER EN LEDERWAREN (EXCL. KLEDING) Lederwarenfabrieken (excl. kleding en schoeisel)
193
152
Schoenenfabrieken
20
16
HOUTINDUSTRIE EN VERVAARDIGING ARTIKELEN VAN HOUT, RIET, KURK E.D.
2010.1
16101
2010.2
16102
0
Houtconserveringsbedrijven:
2010.2
16102
2
- met zoutoplossingen
10
30
50
10
50
3.1
202
1621
Fineer- en plaatmaterialenfabrieken
100
30 100
10
100
3.2
203, 204, 205
162
0
Timmerwerkfabrieken, vervaardiging overige artikelen van hout
0
30 100
0
100
3.2
203, 204, 205 205
162 162902
1
Timmerwerkfabrieken, vervaardiging overige artikelen van hout, p.o. < 200 m2 Kurkwaren-, riet- en vlechtwerkfabrieken
0 10
30 10
50 30
0 0
50 30
3.1 2
21
17
-
VERVAARDIGING VAN PAPIER, KARTON EN PAPIER- EN KARTONWAREN
2112
1712
0
Papier- en kartonfabrieken:
2112
1712
1
- p.c. < 3 t/u
50
30
50
C
30 R
50
3.1
212
172
Papier- en kartonwarenfabrieken
30
30 100
C
30 R 100
3.2
2121.2
17212
0
Golfkartonfabrieken:
2121.2
17212
1
- p.c. < 3 t/u
30
30 100
C
30 R 100
3.2
22
58
-
UITGEVERIJEN, DRUKKERIJEN EN REPRODUKTIE VAN OPGENOMEN MEDIA
221
581
Uitgeverijen (kantoren)
0
0
0
10
1
2221
1811
30
0 100
C
10
100
3.2
2222
1812
Drukkerijen van dagbladen Drukkerijen (vlak- en rotatiediepdrukkerijen)
30
0 100
10
100
3.2
2222.6
18129
Kleine drukkerijen en kopieerinrichtingen
10
0
30
0
30
2
2223
1814
Grafische afwerking
0
0
10
0
10
1
-
-
Houtzagerijen
A
10
GROOTSTE AFSTAND
CATEGORIE
2223
1814
Binderijen
30
0
30
0
30
2
2224
1813
Grafische reproductie en zetten
30
0
10
10
30
2
2225
1814
Overige grafische activiteiten
30
0
30
10
30 D
2
223
182
Reproductiebedrijven opgenomen media
0
0
10
0
10
1
23
19
-
2320.2
19202
A
50
0 100
30 R 100
3.2
24
20
-
Smeeroliën- en vettenfabrieken VERVAARDIGING VAN CHEMISCHE PRODUKTEN
2442
2120
0
Farmaceutische productenfabrieken:
2442
2120
1
- formulering en afvullen geneesmiddelen
50
10
50
50 R
50
3.1
2442
2120
2
- verbandmiddelenfabrieken
10
10
30
10
30
2
2462
2052
0
Lijm- en plakmiddelenfabrieken:
2462
2052
1
- zonder dierlijke grondstoffen
100
10 100
50
100
3.2
2464
205902
50
10 100
50 R 100
3.2
2466
205903
A
Fotochemische productenfabrieken Chemische kantoorbenodigdhedenfabrieken
50
10
50
50 R
50
3.1
50
3.1
nummer
GEVAAR
-
AFSTANDEN IN METERS
GELUID
-
OMSCHRIJVING
STOF
SBI-2008
GEUR
SBI-1993
B
AARDOLIE-/STEENKOOLVERWERK. IND.; BEWERKING SPLIJT-/KWEEKSTOFFEN
25
22
-
VERVAARDIGING VAN PRODUKTEN VAN RUBBER EN KUNSTSTOF
2512
221102
0
Loopvlakvernieuwingsbedrijven:
2512
221102
1
- vloeropp. < 100 m2
50
10
30
30
2513
2219
Rubber-artikelenfabrieken
100
10
50
50 R 100 D 3.2
26
23
-
VERVAARDIGING VAN GLAS, AARDEWERK, CEMENT-, KALK- EN GIPSPRODUKTEN
261
231
0
Glasfabrieken:
261
231
1
- glas en glasproducten, p.c. < 5.000 t/j
30
30 100
30
100
3.2
2615
231
Glasbewerkingsbedrijven
10
30
50
10
50
3.1
262, 263
232, 234
0
262, 263
232, 234
1
10
10
30
10
30
2
262, 263
232, 234
2
Aardewerkfabrieken: - vermogen elektrische ovens totaal < 40 kW - vermogen elektrische ovens totaal >= 40 kW
30
50 100
30
100
3.2
2661.2
23612
0
Kalkzandsteenfabrieken:
2661.2
23612
1
- p.c. < 100.000 t/j
10
50 100
30
100
3.2
2662
2362
Mineraalgebonden bouwplatenfabrieken
50
50 100
30
100
3.2
2663, 2664
2363, 2364
0
Betonmortelcentrales:
2663, 2664
2363, 2364
1
- p.c. < 100 t/u
10
50 100
10
100
3.2
50 R 100
3.2
2665, 2666
2365, 2369
0
Vervaardiging van producten van beton, (vezel)cement en gips:
2665, 2666
2365, 2369
1
- p.c. < 100 t/d
10
50 100
267
237
0
267
237
1
Natuursteenbewerkingsbedrijven: - zonder breken, zeven en drogen: p.o. > 2.000 m²
10
30 100
0
100 D 3.2
2681
2391
Slijp- en polijstmiddelen fabrieken
10
30
50
10
50 D 3.1
2682
2399
50
50 100
50
100 D 3.2
28
25, 31
-
Minerale productenfabrieken n.e.g. VERVAARD. EN REPARATIE VAN PRODUKTEN VAN METAAL (EXCL. MACH./TRANSPORTMIDD.)
281
251, 331
0
Constructiewerkplaatsen
C
GROOTSTE AFSTAND
CATEGORIE
281
251, 331
1
- gesloten gebouw
30
30 100
30
100
3.2
2821
2529, 3311
0
284
255, 331
B
Tank- en reservoirbouwbedrijven: Smederijen, lasinrichtingen, bankwerkerijen e.d.
50
30 100
30
100 D 3.2
2851
2561, 3311
0
Metaaloppervlaktebehandelingsbedrijven:
2851
2561, 3311
1
- algemeen
50
50 100
50
100
2851
2561, 3311
11
- metaalharden
30
50 100
50
100 D 3.2
2851
2561, 3311
12
- lakspuiten en moffelen
100
30 100
50 R 100 D 3.2
2851
2561, 3311
2
- scoperen (opspuiten van zink)
50
50 100
30 R 100 D 3.2
2851
2561, 3311
3
- thermisch verzinken
100
50 100
50
100
3.2
2851
2561, 3311
4
- thermisch vertinnen
100
50 100
50
100
3.2
nummer
GEVAAR
-
AFSTANDEN IN METERS
GELUID
-
OMSCHRIJVING
STOF
SBI-2008
GEUR
SBI-1993
3.2
2851
2561, 3311
5
- mechanische oppervlaktebehandeling (slijpen, polijsten)
30
50 100
30
100
3.2
2851
2561, 3311
6
- anodiseren, eloxeren
50
10 100
30
100
3.2
2851
2561, 3311
7
- chemische oppervlaktebehandeling
50
10 100
30
100
3.2
2851
2561, 3311
8
- emailleren
100
50 100
50 R 100
3.2
2851
2561, 3311
9
- galvaniseren (vernikkelen, verchromen, verzinken, verkoperen e.d.)
30
30 100
50
100
3.2
2852
2562, 3311
1
10
30 100
30
100 D 3.2
287
259, 331
A0
Overige metaalbewerkende industrie Grofsmederijen, anker- en kettingfabrieken:
287
259, 331
B
Overige metaalwarenfabrieken n.e.g.
30
30 100
30
100
30
30 100
30
100 D 3.2
30
10
30
10
30
2
29
27, 28, 33
-
29
27, 28, 33
0
VERVAARDIGING VAN MACHINES EN APPARATEN Machine- en apparatenfabrieken incl. reparatie:
29
27, 28, 33
1
- p.o. < 2.000 m2
30
26, 28, 33
-
VERVAARDIGING VAN KANTOORMACHINES EN COMPUTERS
30
26, 28, 33
A
Kantoormachines- en computerfabrieken incl. reparatie
-
VERVAARDIGING VAN OVER. ELEKTR. MACHINES, APPARATEN EN BENODIGDH.
3.2
31
26, 27, 33
314
272
Accumulatoren- en batterijenfabrieken
100
30 100
50
100
3.2
316
293
Elektrotechnische industrie n.e.g.
30
10
30
10
30
2
32
26, 33
321 t/m 323
261, 263, 264, 331
Vervaardiging van audio-, video- en telecomapparatuur e.d. incl. reparatie
30
0
50
30
50 D 3.1
3210
2612
Fabrieken voor gedrukte bedrading
50
10
50
30
50
3.1
33
26, 32, 33
-
33
26, 32, 33
A
VERVAARDIGING VAN MEDISCHE EN OPTISCHE APPARATEN EN INSTRUMENTEN Fabrieken voor medische en optische apparaten en instrumenten e.d. incl. reparatie
30
0
30
0
30
2
30
10 100
30 R 100
3.2
34
29
341
291
343
293
-
VERVAARDIGING VAN AUDIO-, VIDEO-, TELECOM-APPARATEN EN -BENODIGDH.
VERVAARDIGING VAN AUTO'S, AANHANGWAGENS EN OPLEGGERS 0
Autofabrieken en assemblagebedrijven Auto-onderdelenfabrieken
GROOTSTE AFSTAND
CATEGORIE
35
30
-
VERVAARDIGING VAN TRANSPORTMIDDELEN (EXCL. AUTO'S, AANHANGWAGENS)
351
301, 3315
0
Scheepsbouw- en reparatiebedrijven:
351
301, 3315
1
- houten schepen
30
30
50
10
50
3.1
351
301, 3315
2
- kunststof schepen
100
50 100
50 R 100
3.2
352
302, 317
0
Wagonbouw- en spoorwegwerkplaatsen:
352
302, 317
1
- algemeen
50
30 100
30
100
3.2
353
303, 3316
0
Vliegtuigbouw en -reparatiebedrijven:
354
309
Rijwiel- en motorrijwielfabrieken
30
10 100
30 R 100
3.2
355
3099
Transportmiddelenindustrie n.e.g.
30
30 100
30
100 D 3.2
36
31
-
VERVAARDIGING VAN MEUBELS EN OVERIGE GOEDEREN N.E.G.
361
310
1
Meubelfabrieken
50
50 100
30
100 D 3.2
361
9524
2
Meubelstoffeerderijen b.o. < 200 m2
0
10
10
0
10
1
362
321
Fabricage van munten, sieraden e.d.
30
10
10
10
30
2
363
322
Muziekinstrumentenfabrieken
30
10
30
10
30
2
364
323
Sportartikelenfabrieken
30
10
50
30
50
3.1
365
324
30
10
50
30
50
3.1
3663.2
32999
Speelgoedartikelenfabrieken Vervaardiging van overige goederen n.e.g.
30
10
50
30
50 D 3.1
45
41, 42, 43
-
45
41, 42, 43
0
10
30 100
10
100
3.2
45
41, 42, 43
1
BOUWNIJVERHEID Bouwbedrijven algemeen: b.o. > 2.000 m² - bouwbedrijven algemeen: b.o. <= 2.000 m²
10
30
50
10
50
3.1
2
Aannemersbedrijven met werkplaats: b.o. > 1.000 m²
10
30
50
10
50
3.1
0
10
30
10
30
2
10
0
30
10
30
2
10
10 100
10
100
3.2
10
30 100
10
100
3.2
45
41, 42, 43
nummer
GEVAAR
-
AFSTANDEN IN METERS
GELUID
-
OMSCHRIJVING
STOF
SBI-2008
GEUR
SBI-1993
45
41, 42, 43
3
50
45, 47
-
501, 502, 504
451, 452, 454
501
451
5020.4
45204
5020.4 5020.4 5020.5
- aannemersbedrijven met werkplaats: b.o.< 1.000 m² HANDEL/REPARATIE VAN AUTO'S, MOTORFIETSEN; BENZINESERVICESTATIONS Handel in auto's en motorfietsen, reparatie- en servicebedrijven Handel in vrachtauto's (incl. import en reparatie)
A
Autoplaatwerkerijen
45204
B
Autobeklederijen
0
0
10
10
10
1
45204
C
Autospuitinrichtingen
50
30
30
30 R
50
3.1
45205
Autowasserijen
10
0
30
0
30
2
503, 504
453
Handel in auto- en motorfietsonderdelen en -accessoires
0
0
30
10
30
2
505
473
0
Benzineservicestations:
505
473
2
- met LPG < 1000 m3/jr
30
0
30
50 R
50
3.1
505
473
3
- zonder LPG
30
0
30
10
30
2
51
46
-
GROOTHANDEL EN HANDELSBEMIDDELING
511
461
0
0
10
0
10
1
5121
4621
0
Handelsbemiddeling (kantoren) Grth in akkerbouwproducten en veevoeders
30
30
50
30 R
50
3.1
Grth in bloemen en planten
10
10
30
4623
Grth in levende dieren
50
10 100
5124
4624
50
0
5125, 5131
46217, 4631
30
5132, 5133
4632, 4633
Grth in huiden, vellen en leder Grth in ruwe tabak, groenten, fruit en consumptieaardappelen Grth in vlees, vleeswaren, zuivelproducten, eieren, spijsoliën
5134
4634
Grth in dranken
5135
4635
5136 5137 5138, 5139 514 5151.1
46711
0
Grth in vaste brandstoffen:
5151.1
46711
1
5151.2
46712
0
5151.3
46713
- klein, lokaal verzorgingsgebied Grth in vloeibare en gasvormige brandstoffen: Grth minerale olieproducten (excl. brandstoffen)
5152.1
0
Grth in metaalertsen:
5152.2 /.3
46721 46722, 46723
5153
4673
0
Grth in hout en bouwmaterialen:
5153
4673
1
- algemeen: b.o. > 2.000 m²
5153.4
46735
4
zand en grind:
5153.4
46735
5
- algemeen: b.o. > 200 m²
CATEGORIE
4622
5123
GROOTSTE AFSTAND
5122
GEVAAR
GELUID
-
AFSTANDEN IN METERS
STOF
-
OMSCHRIJVING
GEUR
SBI-2008
nummer
SBI-1993
0
30
2
0
100
3.2
30
0
50
3.1
10
30
50 R
50
3.1
10
0
30
50 R
50
3.1
0
0
30
0
30
2
Grth in tabaksproducten
10
0
30
0
30
2
4636
Grth in suiker, chocolade en suikerwerk
10
10
30
0
30
2
4637
30
10
30
0
30
2
4638, 4639
Grth in koffie, thee, cacao en specerijen Grth in overige voedings- en genotmiddelen
10
10
30
10
30
2
464, 46733
Grth in overige consumentenartikelen
10
10
30
10
30
2
10
50
50
30
50
3.1
100
0
30
50
100
3.2
0
10 100
10
100
3.2
0
10
50
10
50
3.1
0
30 100
0
100
3.2
Grth in metalen en -halffabricaten
C
5154
4674
0
Grth in ijzer- en metaalwaren en verwarmingsapparatuur:
5154
4674
1
- algemeen: b.o. > 2.000 m²
0
0
50
5155.1
46751
Grth in chemische producten
50
10
30
10 50 3.1 10 0 R 100 D 3.2
5156
4676
Grth in overige intermediaire goederen
10
10
30
10
30
2
5157
4677
0
Autosloperijen: b.o. > 1.000 m²
10
30 100
30
100
3.2
5157.2/3
4677
0
Overige groothandel in afval en schroot: b.o. > 1000 m²
10
30 100
10
100 D 3.2
10
10
50
10
50
3.1
5157.2/3
4677
1
- overige groothandel in afval en schroot: b.o. <= 1.000 m²
518
466
0
Grth in machines en apparaten:
518
466
1
- machines voor de bouwnijverheid
0
10 100
10
100
3.2
518
466
2
0
10
50
0
50
3.1
519
466, 469
- overige Overige grth (bedrijfsmeubels, emballage, vakbenodigdheden e.d.
0
0
30
0
30
2
52
47
527
952
0
0
10
10
10
1
60
49
6022
493
Taxibedrijven
0
0
30
C
0
30
2
6023
493
Touringcarbedrijven
10
0 100
C
0
100
3.2
-
DETAILHANDEL EN REPARATIE T.B.V. PARTICULIEREN Reparatie t.b.v. particulieren (excl. auto's en motorfietsen)
-
VERVOER OVER LAND
GROOTSTE AFSTAND
CATEGORIE
494
GEVAAR
6024
0
Goederenwegvervoerbedrijven (zonder schoonmaken tanks): b.o. > 1.000 m²
0
0 100
C
30
100
3.2
- Goederenwegvervoerbedrijven (zonder schoonmaken tanks) b.o. <= 1.000 m²
0
0
C
30
50
3.1
GELUID
-
AFSTANDEN IN METERS
STOF
-
OMSCHRIJVING
GEUR
SBI-2008
nummer
SBI-1993
6024
494
1
63
52
-
6311.2
52242
0
DIENSTVERLENING T.B.V. HET VERVOER Laad-, los- en overslagbedrijven t.b.v. binnenvaart:
6311.2
2
- stukgoederen
0
10 100
6312
52242 52102, 52109
A
Distributiecentra, pak- en koelhuizen
30
10
50
C
50 R
50 D 3.1
6312
52109
B
Opslaggebouwen (verhuur opslagruimte)
0
0
30
C
10
30
64
53
-
POST EN TELECOMMUNICATIE
641
531, 532
Post- en koeriersdiensten
0
0
30
C
0
30
642
61
A
Telecommunicatiebedrijven
0
0
10
C
0
10
1
71
77
-
VERHUUR VAN TRANSPORTMIDDELEN, MACHINES, ANDERE ROERENDE GOEDEREN
90
37, 38, 39
-
MILIEUDIENSTVERLENING
9001
3700
A0
9002.1
381
A
RWZI's en gierverwerkingsinricht., met afdekking voorbezinktanks: Vuilophaal-, straatreinigingsbedrijven e.d.
50
30
50
10
50
3.1
9002.1
381
B
Gemeentewerven (afval-inzameldepots)
30
30
50
30 R
50
3.1
9002.2
382
A0
Afvalverwerkingsbedrijven:
9002.2
382
A2
100
50
30
10
100
3.2
9002.2
382
A4
- kabelbranderijen - pathogeen afvalverbranding (voor ziekenhuizen)
50
10
30
10
50
3.1
9002.2
382
A5
100
0
10
30 R 100 D 3.2
9002.2
382
A7
- oplosmiddelterugwinning - verwerking fotochemisch en galvanoafval
10
10
30
30 R
30
2
9002.2
382
C0
Composteerbedrijven:
9002.2
382
C3
- belucht v.c. < 20.000 ton/jr
10
100
3.2
93
96
-
OVERIGE DIENSTVERLENING
9301.1
96011
A
Wasserijen en strijkinrichtingen
30
0
50
30
50
3.1
9301.1
96011
B
Tapijtreinigingsbedrijven
30
0
50
30
50
3.1
9301.2
96012
Chemische wasserijen en ververijen
30
0
30
30 R
30
2
9301.3
96013
Wasverzendinrichtingen
0
0
30
0
30
2
A
50
50 R 100 D 3.2
100 100 100 C
2 2
Bijlage 3 Nota parkeernormen
Bestemmingsplan "Broekstraat, Broekhuizenvorst" (ontwerp)
25
Nota Parkeernormen Horst aan de Maas
INHOUDSOPGAVE 1.1 1.2 1.3
5 Aanleiding ......................................................................................................................59 Doelstelling .....................................................................................................................59 Werkingssfeer ................................................................................................................59
2.1 2.2 2.3 2.4 2.5 2.6 2.7 2.8
Basis parkeernormen ................................................................................................... 11 7 Stedelijkheidsgraad en ligging ..................................................................................... 12 8 Aan huis verbonden beroep en lichte bedrijvigheid aan huis ...................................... 13 9 Aanwezigheidspercentages ......................................................................................... 14 10 Parkeren op eigen terrein............................................................................................. 15 11 Gehandicaptenparkeerplaatsen ................................................................................... 16 12 Parkeren en opladen elektrische voertuigen................................................................ 16 12 Parkeren van grote voertuigen ..................................................................................... 16 12
3.1 3.2 3.3 3.4 3.4.1 3.4.2 3.4.3 3.5 3.6
15 15 Bepalen parkeerbehoefte ............................................................................................. 17 15 Bepalen normatieve parkeerbehoefte .......................................................................... 17 16 Korting op parkeernorm bij alternatieve mobiliteitsoplossingen................................... 18 16 Specifieke omstandigheden ......................................................................................... 18 16 Verrekening oude functie ............................................................................................. 18 17 Toets dubbelgebruik..................................................................................................... 19 17 Vrijstelling parkeereis ................................................................................................... 19 17 Parkeerbehoefte = Parkeereis ..................................................................................... 19 18 Afkoop door bijdrage Mobiliteitsfonds .......................................................................... 20
4.1 4.2 4.3 4.4
Hardheidsclausule........................................................................................................ 23 21 Inwerkingtreding ........................................................................................................... 23 21 Overgangsregeling ....................................................................................................... 23 21 Citeertitel ...................................................................................................................... 23 21
7
21
BIJLAGEN 25 29 32
6
Nota Parkeernormen | 2-3
7
1
INLEIDING
1.1
Aanleiding De aanleiding voor het opstellen van de Nota parkeernormen gemeente Horst aan de Maas, hierna te noemen Nota Parkeernormen, is tweeledig: 1. Er is behoefte aan een uniform toetsingskader voor het beoordelen van parkeervraagstukken in de gemeente 2. Er is behoefte aan een betere aansluiting op ontwikkelingen op het gebied van duurzame mobiliteit Ad 1. Toetsingskader Gemeente Horst aan de Maas beoordeelt de parkeeroplossing van ruimtelijke initiatieven op basis van CROW- publicatie 317 ‘Kencijfers parkeren en verkeersgeneratie’ (oktober 2012). In deze rapportage worden de gemaakte keuzes toegelicht en wordt gemotiveerd hoe de CROWrichtlijnen voor de gemeente Horst aan de Maas worden geïnterpreteerd. Om deze parkeerkencijfers eenduidig toe te passen, maar ook om duidelijkheid over het parkeren in de gemeente te verschaffen naar adviesbureaus, projectontwikkelaars, woningbouwverenigingen, makelaars etc., is het noodzakelijk om de parkeernormen voor de gemeente formeel vast te stellen. Deze Nota Parkeernormen geldt als toetsingskader voor ruimtelijke ontwikkelingen met als doel het voorkomen van parkeerproblemen in de openbare ruimte als gevolg van deze ontwikkelingen. Ad 2. Ontwikkelingen duurzame mobiliteit De laatste jaren vindt een aantal nieuwe ontwikkelingen plaats op het gebied van mobiliteit.
Twee belangrijke ontwikkelingen die van toepassing zijn op de gemeente Horst aan de Maas zijn het toenemend aantal deelconcepten en het schoner worden van vervoerswijzen. De manier waarop nagedacht wordt over mobiliteit verandert en mensen zijn minder bereid om geld te besteden aan het bezit van een auto. Verschillende concepten waarbij vervoersmiddelen worden gedeeld zijn bezig aan een opmars (deelauto en - fiets). Een andere ontwikkeling is de toename van schoner vervoer (elektrische auto, E-bike en speed-pedelec). Mensen worden steeds meer milieubewust en kiezen voor een meer milieuvriendelijk vervoersmiddel. De gemeente Horst aan de Maas stimuleert beide ontwikkelingen en neemt deze mogelijkheden op in de Nota Parkeernormen.
1.2
Doelstelling De doelstelling van de Nota Parkeernormen is als volgt samen te vatten: Het vaststellen van een toetsingskader voor het bepalen van de parkeerbehoefte van ruimtelijke plannen en ontwikkelingen in de gemeente Horst aan de Maas om daarmee de bereikbaarheid en leefbaarheid in de gemeente Horst aan de Maas te waarborgen, waarbij nieuwe vormen van duurzame mobiliteit gestimuleerd worden. Met behulp van dit toetsingskader moet voorkomen worden dat parkeerproblemen ontstaan in de openbare ruimte als gevolg van nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen.
1.3
Werkingssfeer De Nota Parkeernormen is van toepassing op ruimtelijke ontwikkelingen en plannen binnen de gemeente, daar waar het betreft nieuwbouw, verbouw, uitbreiding of wijziging van functies. De Nota Parkeernormen is niet van toepassing op bestaande ruimtelijke ontwikkelingen en 9
Nota Parkeernormen | 4-5
plannen, tenzij deze ontwikkelingen en/of plannen zich nog in de beginfase bevinden, er nog geen parkeereis is opgelegd en er nog geen parkeertoets heeft plaatsgevonden. Ten aanzien van de toepassing in de dagelijkse praktijk, gelden de volgende uitgangspunten: • Er moet sprake zijn van een eenduidige norm die op eenvoudige wijze binnen de gemeente kan worden toegepast • Op basis van de parkeernormen is duidelijkheid richting projectontwikkelaars en bouwers te geven over het aantal te realiseren parkeervoorzieningen bij bouwinitiatieven
10
2
UITGANGSPUNTEN PARKEERNORMEN
2.1
Basis parkeernormen Voor de parkeernormen is aansluiting gezocht bij CROW publicatie 317 ‘Kencijfers parkeren en verkeersgeneratie’ (oktober 2012). De kencijfers zijn voor landelijke toepassing geschreven. Zowel grote stedelijke regio’s als kleinere gemeenten moeten ermee overweg kunnen. Bij ruimtelijke initiatieven binnen de gemeente wordt deze publicatie ook al gehanteerd als toetsingskader. In de CROW publicatie zijn de parkeerkencijfers opgenomen voor de volgende zeven hoofdcategorieën: • Winkel en boodschappen • Sport, cultuur en ontspanning • Horeca en (verblijfs)recreatie • Gezondheid en (sociale) voorzieningen • Onderwijs • Wonen • Werken De parkeernormen in CROW publicatie 317 ‘Kencijfers parkeren en verkeersgeneratie’ bestaan uit een minimum- en maximumwaarde. De bandbreedte leidt tot discussies omdat niet iedereen het met elkaar eens is over de invloedsfactoren. Bij het opstellen van de parkeernormen is daarom gekozen om één hanteerbare norm op te stellen in plaats van een bandbreedte met een minimum en maximum norm. Als de bovenkant van de bandbreedte wordt aangehouden, betekent dat dat relatief meer parkeerplaatsen aangelegd moeten worden op eigen terrein. Het risico is dat ontwikkelaars hun plannen financieel niet rond krijgen of afhaken. Met een te lage normering bestaat het risico dat er te weinig parkeermogelijkheid wordt aangelegd op eigen terrein.
Omdat de parkeerdruk jaarlijks toeneemt, wordt het tekort door de jaren alleen maar groter. Een te lage norm leidt tot een onvoldoende duurzaam aanbod van parkeerplaatsen op termijn. Het is daarom verdedigbaar om ‘in het midden’ van de bandbreedtes te gaan zitten. Er wordt dan zoveel mogelijk een evenwicht tussen belangen van de eindgebruikers, de projectontwikkelaars en de gemeente gekeken. De benadering te kiezen voor het gemiddelde van de bandbreedte heeft het grote voordeel dat er sprake is van een duidelijk toepasbare norm. Er is geen discussie over de parkeernormen en er kunnen geen interpretatieverschillen optreden. Vandaar dat in deze Nota geen bandbreedtes meer voorkomen. Afwijking van landelijke kencijfers: appartementen en woonhuizen Voor appartementen en woonhuizen maakt het CROW publicatie 317 onderscheid naar woontypes (bijvoorbeeld vrijstaand, hoekwoning, tussenwoning), eigendomssituatie (koop/huur) en verschillende prijsklassen. In deze Nota Parkeernormen is voor alle type appartementen en woonhuizen, ongeacht de prijsklasse en eigendomssituatie, één parkeernorm opgenomen. Vanwege de landelijke ‘setting’ van de gemeente Horst aan de Maas heeft het type woning en prijsklasse van de woning nauwelijks invloed op het autobezit. Vandaar dat gekozen wordt voor één categorie ‘wonen’.
11
Nota Parkeernormen | 6-7
Centrumfuncties Voor de centrumfuncties (uitgezonderd de woonfunctie) zijn de parkeernormen bepaald aan de hand van de minimum CROW parkeernorm en de uitkomsten van eerder uitgevoerd parkeeronderzoek (centrum Horst 2011). Op onderdelen wordt dus op basis van eerder onderzoek gemotiveerd afgeweken van CROW-publicatie 317. Huisvestiging arbeidsmigranten Arbeidsmigranten zijn niet meegenomen in de kencijfers van het CROW. Door de komst van arbeidsmigranten in de gemeente Horst aan de Maas is de behoefte aan huisvestiging van deze nieuwe groep ontstaan. Wanneer deze huisvestiging plaatsvindt op een andere wijze dan één persoon/stel/gezin per woning, moet de parkeernorm worden gebaseerd op ‘kamerverhuur voor zelfstandigen (niet-studenten)’. Vanwege het tijdelijke en individuele karakter wordt uitgegaan van een parkeernorm per bewoner. In bijlage 1 zijn alle parkeernormen voor de gemeente Horst aan de Maas opgenomen.
2.2
Stedelijkheidsgraad en ligging Stedelijkheidsgraad De stedelijkheidsgraad van een gebied is van invloed op het aanbod en de kwaliteit van alternatieve vervoerswijzen en daarmee ook van invloed op de behoefte aan parkeerplaatsen. Naarmate een gebied een lagere stedelijkheidsgraad heeft, neemt het aanbod en de kwaliteit van alternatieven voor de auto (fietsen, lopen, openbaar vervoer) af en neemt de behoeft aan parkeerplaatsen toe. In de CROW parkeerkencijfers wordt daarom onderscheid gemaakt naar vijf verschillende stedelijkheidsgraden (niet stedelijk, weinig stedelijk, matig stedelijk, sterk stedelijk en zeer sterk stedelijk). De mate van stedelijkheid is gebaseerd op de omgevingsadressendichtheid (oad) van het CBS. De oad wordt uitgedrukt in het aantal adressen per vierkante kilometer. Volgens de oad wordt de totale gemeente Horst aan de Maas getypeerd als weinig stedelijk 2 gebied (500-1000 adressen per km ). Tussen en binnen de afzonderlijke kernen zijn (kleine) verschillen in oad zichtbaar. Om schijnnauwkeurigheid te voorkomen, is in de Nota Parkeernormen uitgegaan van één stedelijkheidsgraad (weinig stedelijk gebied) voor de totale gemeente. Ligging Naast de mate van stedelijkheid heeft ook de ligging van een bepaalde voorziening invloed op de mate van parkeerbehoefte.
Een ligging in of nabij het centrumgebied betekent veelal dat minder ruimte beschikbaar is in de openbare ruimte voor de realisatie van parkeerplaatsen. Tevens speelt hierbij de mate van beschikbaarheid van alternatieven vervoerwijzen zoals het openbaar vervoer of de fiets een rol. Vaak is in centrumgebieden sprake van (grootschalige) geclusterde parkeervoorzieningen en worden diverse voorzieningen in samenhang met elkaar bezocht. Het niet voor de deur kunnen parkeren wordt in dit soort gebieden dan ook tot op zekere hoogte geaccepteerd. In de rest van de bebouwde kom of buiten de bebouwde kom wordt vaker specifiek één voorziening bezocht en is de parkeernorm daarom gerelateerd aan één specifieke functie. De parkeernorm is daarom hoger naarmate de locatie verder van het centrum af ligt.
12
In de CROW parkeerkencijfers is daarom onderscheid gemaakt naar vier zones: 1. Centrum 2. Schil rond het centrum 3. Rest bebouwde kom (in de zin van de Wegenverkeerswet) 4. Buiten de bebouwde kom (in de zin van de Wegenverkeerswet) Voor deze Nota Parkeernormen is ervoor gekozen om drie zones op te nemen. De schil rondom centrumgebieden is niet afzonderlijk benoemd, omdat binnen de centrumgebieden van de kernen binnen de gemeente Horst aan de Maas feitelijk geen sprake is van een overloopgebied c.q. schil zoals wel vaak het geval is in meer stedelijke gebieden. Om schijnnauwkeurigheid te vermijden zijn alleen de centrumgebieden van de kernen Horst, Sevenum en Grubbenvorst als zodanig gekarakteriseerd. In de overige kernen is geen sprake van een sterke concentratie van aaneengesloten winkels. In Bijlage 2 zijn de centrumgebieden van de kernen Horst, Sevenum en Grubbenvorst afgebeeld.
2.3
Aan huis verbonden beroep en lichte bedrijvigheid aan huis In toenemende mate wordt in woongebieden de woonfunctie gecombineerd met een werkfunctie. Hierbij kan gedacht worden aan webwinkels, kappers, pedicures etc. Over het algemeen zijn dit bedrijven die relatief weinig tot geen bezoekers en werknemers hebben. De parkeergevolgen van dergelijke bedrijven zijn verwaarloosbaar. Eventuele bezoekers en werknemers zijn aangewezen op de aanwezige parkeerplaatsen in de woonwijk waar overdag over het algemeen sprake is van restcapaciteit parkeerplaatsen. De parkeerbehoefte van aan huis verbonden beroepen en lichte bedrijvigheid aan huis is daarom buiten beschouwing gelaten. Bij de vergunningverlening volstaat het dan ook om te verwijzen naar het bestemmingsplan waarin als voorwaarde is opgenomen dat er geen negatieve gevolgen voor de parkeerbalans mogen zijn.
13
Nota Parkeernormen | 8-9
Aanwezigheidspercentages
werkdagmiddag
werkdagavond
koopavond
werkdagnacht
zaterdagmiddag
zaterdagavond
zondagmiddag
Gedeeld gebruik van parkeervoorzieningen is mogelijk als de behoefte aan parkeerplaatsen voor een bepaalde functie op bepaalde momenten van de dag of de week laag is, terwijl vanuit een andere functie op dat moment een sterke behoefte aanwezig is. Wanneer twee of meerdere functies gebruik kunnen maken van dezelfde parkeervoorziening(en), worden aanwezigheidspercentages toegepast. Hiermee wordt de gecombineerde maatgevende parkeervraag voor de verschillende functies bepaald. Onderstaand zijn de aanwezigheidspercentages voor de verschillende functies en maatgevende periodes opgenomen. De aanwezigheidspercentages zijn afkomstig uit CROW publicatie 317. werkdagochtend
2.4
woningen bewoners
50%
50%
90%
80%
100%
60%
80%
70%
woningen bezoekers
10%
20%
80%
70%
0%
60%
100%
70%
kantoor/bedrijven
100% 100%
5%
5%
0%
0%
0%
0%
commerciële dienstverlening
100% 100%
5%
75%
0%
0%
0%
0%
detailhandel
30%
60%
10%
75%
0%
100%
0%
0%
grootschalige detailhandel
30%
60%
70%
80%
0%
100%
0%
0%
supermarkt
30%
60%
40%
80%
0%
100%
40%
0%
sportfuncties binnen
50%
50%
100% 100%
0%
100% 100%
75%
sportfuncties buiten
25%
25%
50%
50%
0%
100%
25%
100%
bioscooptheater/podium
5%
25%
90%
90%
0%
40%
100%
40%
sociaal medisch verpleeg/-verzorgingstehuis/ aanleunwoning/verzorgingsflat
100%
75%
10%
10%
0%
10%
10%
10%
50%
50%
100% 100%
25%
100% 100% 100%
dagonderwijs
100% 100%
0%
0%
0%
0%
0%
avondonderwijs 0% 0% 100% 100% 0% Tabel 1: Aanwezigheidspercentages (CROW publicatie 317, 2012)
0%
0%
0%
0%
Gedeeld gebruik wordt in met name centrumgebieden, in toenemende mate een moeilijk haalbare kwestie. Neem bijvoorbeeld de combinatie met winkel of detailhandel-functies. Een aantal jaren geleden was gedeeld gebruik goed toepasbaar omdat de meeste winkels open waren tot 18 uur. Vooral bij supermarkten is een sluitingstijd van 18 uur verleden tijd. Naast winkels die elke dag ’s avonds open zijn, wordt de koopzondag steeds meer een gewone winkeldag. Het is niet ondenkbaar dat op termijn van een aantal jaren, veel winkels elke zondag open zullen zijn. Gedeeld gebruik van parkeerplaatsen voor winkels en woningen is dan ook nog maar beperkt mogelijk. Voor het bepalen van de parkeernorm wordt dan ook geadviseerd in een aantal situaties voorzichtig om te gaan met gecombineerd gebruik, omdat dit in de praktijk niet altijd opgaat.
14
2.5
Parkeren op eigen terrein Een bouwinitiatief moet op eigen terrein kunnen voldoen aan de parkeervraag. Voor de functie wonen bestaat de parkeernorm uit een bewoners- en bezoekersgedeelte. Het aandeel bezoekersplaatsen per appartement/woning is altijd 0,3 parkeerplaats per woning. Zowel het bewoners- als bezoekersaandeel parkeerplaatsen wordt op eigen terrein aangelegd. Bij grootschalige woningbouwontwikkelingen (vanaf tien woningen) moeten de bezoekersparkeerplaatsen openbaar toegankelijk zijn en mogen deze zich niet in een afgesloten parkeervoorziening bevinden.
Een garage bij een woning wordt niet meegeteld als parkeermogelijkheid op eigen terrein. In de praktijk heeft bijna elke garage aan een woning of een bij een woning (aan)gebouwde garage een andere bestemming zoals bijkeuken, slaapkamer of kantoor. Hiermee wordt op voorhand rekening gehouden zodat het aantal aan te leggen parkeerplaatsen voldoende duurzaam en toekomstvast is. De mate van openbaarheid van het parkeeraanbod is belangrijk voor gecombineerd gebruik. Hoe meer parkeerplaatsen op eigen terrein bij woningen, hoe minder gecombineerd gebruik mogelijk is. In de onderstaande tabel 2 is de factor opgenomen voor bepaling van het aantal parkeerplaatsen op eigen terrein bij woningen. Type parkeergelegenheid
Berekeningsaanta Ontwerpeis
Woning met garage en of een oprit
1,0 pp
Woning met garage
0,0 pp
Woning met oprit/parkeerplaats
1,0 pp
Minimaal 6 meter diep en 2,5 breed
Woning met carport
1,0 pp
Minimaal 6 meter diep en 2,5 breed
Woning met dubbele oprit naast elkaar 2
Garagebox geclusterd
min 2,0 pp 0,4 pp
Minimaal 6 meter diep en 2,5 breed
Minimaal 6 meter diep en 2,5 breed per auto1 Minimaal 5,0 meter diep
Tabel 2: berekeningsaantallen parkeervoorzieningen op eigen terrein bij woningen Aan parkeerplaatsen worden eisen gesteld zodat deze ook daadwerkelijk gebruikt kunnen worden. Deze eisen zijn vermeld in het boekwerk ASVV 2012 (december 2012) van het CROW dat (technische) gegevens / richtlijnen bevat over de maatvoering en technische uitvoering van parkeervoorzieningen. Uiteindelijk dient het college van burgemeester en wethouders naast de parkeernorm, ook het ontwerp van de parkeervoorzieningen goed te keuren.
1
Meerdere parkeerplaatsen op eigen terrein worden stuk voor stuk gerekend voor zover deze afzonderlijk van elkaar gebruikt kunnen worden. 2
Geldt alleen in nog bestaande situaties. Parkeren in garageboxen wordt beschouwd als parkeren op afstand en in nieuwe situaties wordt dat niet aangemerkt als parkeren op eigen terrein. Bovendien blijkt dat garageboxen steeds vaker gebruikt worden voor opslag in plaats van parkeren. 15
Nota Parkeernormen | 10-11
2.6
Gehandicaptenparkeerplaatsen Bij het bepalen van de parkeerbehoefte van centrumgebieden, sportvoorzieningen en maatschappelijke voorzieningen moet rekening gehouden worden met de realisatie van algemene gehandicaptenparkeerplaatsen. Hierbij moeten de volgende aandachtspunten in acht genomen worden: • Op grote parkeerlocaties (> 50 parkeerplaatsen) is (minimaal) 2% van de parkeercapaciteit aangewezen als algemene gehandicaptenparkeerplaats • De algemene gehandicaptenparkeerplaatsen liggen zo kort mogelijk bij (hoofd)ingang van de voorziening waarvoor de parkeerplaatsen bedoeld zijn • De maatvoering van een gehandicaptenparkeerplaats is ruimer dan van een standaard parkeerplaats en wordt aangelegd volgens de richtlijnen uit het ASVV 2012
2.7
Parkeren en opladen elektrische voertuigen Bij het bepalen van de parkeerbehoefte van centrumgebieden, sportvoorzieningen en maatschappelijke voorzieningen moet rekening gehouden worden met de realisatie van parkeerplaatsen en oplaadvoorzieningen voor elektrische voertuigen. Hierbij moeten de volgende aandachtspunten in acht worden genomen: • Op grote parkeerlocaties (> 50 parkeerplaatsen) is (minimaal) 2% van de parkeercapaciteit aangewezen als parkeerplaats voor elektrische voertuigen met bijbehorende laadvoorziening • De locatie van elektrische laadpalen dient voldoende zichtbaar te zijn voor aankomende bezoekers zodat zij niet hoeven te zoeken naar een laadpaal • De gemeente Horst aan de Maas streeft naar duurzaamheid en wil het gebruik van elektrische voertuigen stimuleren door deze een gunstige plek te geven op de parkeerlocatie • De aanleg van laadvoorzieningen voor elektrische voertuigen dient rekening te houden met de toegestane parkeerduur (bijvoorbeeld blauwe zone). Afhankelijk van de laadvoorziening kan de laadduur variëren van een half uur (snellaadpaal) tot vier uur of langer (gemiddelde openbare laadpaal).
2.8
Parkeren van grote voertuigen Het uitgangspunt is dat het parkeren van grote voertuigen op eigen terrein van de bedrijven moet plaatsvinden. Het parkeren van grote voertuigen (vrachtwagens, touringcars), exclusief laden en lossen, is binnen de bebouwde kommen van de gemeente Horst aan de Maas niet toegestaan behoudens op de daarvoor aangewezen vrachtwagenparkeerplaatsen. In het ‘Aanwijzingsbesluit parkeerruimte grote voertuigen’ is vastgelegd waar het parkeren van grote voertuigen plaats dient te vinden.
16
Nota Parkeernormen | 12-13
3
OPSTELLEN PARKEERPLAN De initiatiefnemer van een ruimtelijk ontwikkeling stelt aan de hand van de volgende stappen een parkeerplan op. Dit parkeerplan maakt onderdeel uit van de ruimtelijke onderbouwing van de ontwikkeling.
3.1
Bepalen parkeerbehoefte Het proces van toepassing van de parkeernormen start met een ruimtelijk initiatief, plan of project. Kenmerk van doorwerking van parkeernormen via de Nota Parkeernormen is, dat toetsing alleen kan plaatsvinden op het moment dat sprake is van vergunningplichtige activiteiten. Niet-vergunningplichtige verbouwingen kunnen dus zonder toetsing aan de parkeernormen plaatsvinden. Bij de vergunningplichtige activiteiten wordt voor toepassing van de Nota Parkeernormen onderscheid gemaakt naar de volgende situaties: 1. Nieuwbouw 2. Herbouw/verbouw 3. Functiewijziging 4. Functie-uitbreiding ad 1. Nieuwbouw In het geval van nieuwbouw is de Nota Parkeernormen van toepassing op de totale ontwikkeling. De parkeerbehoefte per (nieuwe) functie wordt bepaald door middel van het aantal eenheden per functie te vermenigvuldigen met de parkeernorm. ad 2. Herbouw/verbouw Wanneer een bestaand object wordt gesloopt of verbouwd en in dezelfde functie en omvang wordt teruggebouwd, dan is de Nota Parkeernormen niet van toepassing. ad 3. Functiewijziging Wanneer een bestaand object (deels) een functiewijziging ondervindt, dan is de Nota Parkeernormen van toepassing op dat gedeelte waar functiewijziging plaatsvindt. De parkeernorm van de oude functie wordt dan samengesteld op basis van de parkeernorm van de nieuwe functie minus de parkeernorm van de oude functie.
Aan deze verrekening zijn wel voorwaarden verbonden: zie paragraaf 3.4.1. ad. 4. Functie-uitbreiding Bij het uitbreiden van een bestaande functie is de parkeernorm van toepassing op het gedeelte dat uitgebreid wordt. Ook hier geldt dat in het verleden vergunde activiteiten waarbij niet getoetst is aan parkeernormen niet worden meegenomen in de berekening van het aantal benodigde parkeerplaatsen.
3.2
Bepalen normatieve parkeerbehoefte Wanneer de gegevens (functies) van een bouwontwikkeling bekend zijn, wordt de bijbehorende 2 norm bepaald. Deze wordt vermenigvuldigd met het te realiseren programma, het aantal m bruto vloeroppervlakte of met andere eenheden zoals het aantal zitplaatsen. Bij een gecombineerde ontwikkeling wordt de berekening voor iedere functie apart uitgevoerd. De uitkomsten van iedere berekening worden vervolgens bij elkaar opgeteld, deze optelling vormt de normatieve parkeerbehoefte.
17
Nota Parkeernormen | 14-15
3.3
Korting op parkeernorm bij alternatieve mobiliteitsoplossingen Het college van burgemeester en wethouders kan besluiten om in bijzondere gebieden of situaties de parkeernorm naar beneden bij te stellen. De initiatiefnemer moet deze bijstelling onderbouwen ofwel door aannemelijk te maken dat het gebruik van de functie een afwijkende parkeervraag genereert, ofwel door een alternatieve mobiliteitsdienst aan te bieden. De basis voor afwijking als gevolg van bijzondere omstandigheden wordt gevormd door een bereikbaarheidsplan, dat onderdeel uitmaakt van de ruimtelijke onderbouwing. Bijvoorbeeld; in een bereikbaarheidsplan wordt gesteld dat een substantieel deel van de medewerkers niet de auto gebruikt voor woon-werkverkeer. Of de initiatiefnemer zorgt voor voldoende deelauto’s bij de ontwikkeling van woningen (waarbij de vaste kosten door de ontwikkelaar worden gedragen). Deze afwijking dient objectief onderbouwd te worden waarmee aannemelijk wordt gemaakt dat afwijken van de parkeernormen gerechtvaardigd is.
Voorbeelden van een dergelijke objectieve onderbouwing zijn: • Cijfers met betrekking tot het aantal werknemers en/of fte • Cijfers met betrekking tot het autobezit en/of gebruik van de beoogde gebruikersgroepen van een functie • Cijfers met betrekking tot het gebruik van de fiets en het openbaar vervoer op de desbetreffende locatie • Resultaten uit een recente parkeerdrukmeting bij vergelijkbare functies waaruit blijkt dat de parkeervraag lager ligt dan de gehanteerde norm • Resultaten uit referentieprojecten waarin maatregelen genomen zijn die soortgelijk zijn aan de voorgestelde maatregelen in het desbetreffende mobiliteitsplan Toetsingskader alternatieve mobiliteitsoplossingen Bij het toetsen van alternatieve mobiliteitsoplossingen in het bereikbaarheidsplan let het college van b&w in hoofdzaak op de kwaliteit van de mobiliteitsoplossing. Hoe hoger de kwaliteit, hoe aantrekkelijker het gebruik en dus hoe groter de korting op de parkeernorm. Daarbij kijkt het college niet alleen naar de initiële kwaliteit, maar ook naar de mate waarin goed beheer en onderhoud gegarandeerd is. Zo zal deelmobiliteit in de vorm van een abonnement op een bestaand concept altijd hoger gewaardeerd worden dan het beschikbaar stellen van een individueel voertuig voor algemeen gebruik.
In zijn algemeenheid geldt dat voor een woonbestemming het beschikbaar stellen van deelmobiliteit in het meest gunstige geval de aanschaf van een tweede auto onnodig maakt. De korting op de parkeernorm kan de norm daarom maximaal tot één parkeerplaats per woning verlagen. Het uitgangspunt daarbij is dat voor het beschikbaar stellen van één deelvoertuig maximaal voor vijf woningen de parkeernorm naar beneden zal worden bijgesteld.
3.4
Specifieke omstandigheden Er kunnen specifieke omstandigheden zijn die van invloed zijn op het bepalen van de normatieve parkeerbehoefte. Deze omstandigheden dienen dan beschreven te worden in het parkeerplan.
3.4.1
Verrekening oude functie Bij functiewijziging wordt rekening gehouden met de normatieve parkeerbehoefte van de oorspronkelijke situatie. Het uitgangspunt hierbij is dat de parkeerbehoefte van het laatste 18
legale gebruik van de oorspronkelijke situatie - voor zover die parkeerbehoefte werd gefaciliteerd in het openbare parkeerareaal - in mindering wordt gebracht bij de te berekenen parkeerbehoefte voor de nieuwe situatie. Hierbij dient rekening te worden gehouden met de aanwezigheidspercentages die voor de oorspronkelijke functie golden. Als een voorziening meer dan één jaar ongebruikt of 'tijdelijk' gebruikt is gebleven, wordt de parkeerbehoefte van de bestaande situatie geacht nihil te zijn. De ooit beschikbare parkeerruimte zal dan immers door andere parkeerders in gebruik zijn genomen waardoor de parkeerplaatsen niet meer beschikbaar zijn voor de nieuwe functie. Tijdelijk gebruik ter voorkoming van leegstand wordt buiten beschouwing gelaten bij de beoordeling van het laatste legale gebruik. Het is ter beoordeling van het college van burgemeester en wethouders of er sprake is geweest van tijdelijk gebruik. Bijvoorbeeld, een nieuwe ontwikkeling met een parkeervraag van 30 parkeerplaatsen vestigt zich op de locatie waar voorheen een functie zat met een parkeervraag van 20 parkeerplaatsen.