CConstaterende datHorst aan de Maas
Koppel je AI →
Document · PDF

02d Kadernota 2023

Gemeenteraad 5 juli 2022, gemeente Horst aan de MaasBij agendapunt: Voorstel tot het vaststellen van de 1ste bijstelling van de begroting 2022 en Kadernota 2023.12.428 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

24

Programma 5, Cultuur, sport en onderwijs ALGEMEEN Onder dit programma vallen de volgende beleidsvelden: 5.1 Kunst en cultuur 5.2 Sport 5.3 Kasteelpark Ter Horst 5.4 Onderwijs 5.5 Accommodaties 5.6 Subsidies

BELEIDSMATIGE ONTWIKKELINGEN, KANSEN EN RISICO’S 5.1 Kunst en cultuur In Horst aan de Maas is het plezierig wonen, werken, opgroeien en ontspannen. Kunst en cultuur leveren hier een belangrijke bijdrage aan. Met een laagdrempelig aanbod zorgen we voor ontmoeting, ontwikkeling, plezier en geluk. Kunst en cultuur is van belang voor een gezonde levensstijl van onze inwoners. Met het cultuurbeleid geven we hier uitvoering aan via 3 programmalijnen: 1. 2. 3.

Cultuur ontdekken en ontwikkelen, binnen en buiten school Gröts op ózze cultuur, Cultuur doet, cultuur ontmoet, cultuur werkt. We zetten cultuur in als middel

Een belangrijke ontwikkeling is dat ’t Gasthoês zich de komende jaren verder ontwikkeld tot hét sociaal cultureel centrum van Horst aan de Maas. Een ‘herberg’ waar inwoners, verenigingen en cultuurmakers elkaar ontmoeten en samenwerken. Een risico dat we signaleren is dat de cultuursector flink heeft geleden onder de coronacrisis. We zijn en blijven met de sector in gesprek over hoe we als gemeente kunnen faciliteren om de nadelige gevolgen te beperken. 5.2 Sport We ontwikkelen in 2022 samen met diverse stakeholders, zoals o.a. onderwijs- en zorginstellingen, een nieuw programmaplan Sport aan de Maas voor de periode 2023-2026. Belangrijke thema’s van ons Leefstijlakkoord, zoals het stimuleren van een gezonde en actieve leefstijl, inclusief sport en bewegen en een vitaal verenigingsleven, vormen hiervoor belangrijke uitgangspunten. Tevens laten we het nieuwe programmaplan aansluiten bij de aanpak die we samen met onderwijspartners via IN! ((het IJslands model) willen inzetten en die gericht is op preventie. Op dit moment is de rijksfinanciering vanaf 2023 voor de Brede Regeling Combinatiefuncties en de Regeling Sportakkoord nog niet bekend. 5.3 Kasteelpark ter Horst Voor het gebied Kasteelse Bossen is een herijking van de visie nodig. De nieuwe visie is de basis voor verdere doorontwikkeling van het gebied.

Mogelijk voorliggende plannen, waaronder de Kasteelruïne of een gezamenlijke accommodatie voor de tennisclub en de voetbalvereniging, kunnen hierop voortborduren en worden uitgewerkt. 25

Daarbij hebben wij aan de hand van het rapport “Archeologische nulmeting op kasteel Huys ter Horst” maatregelen genomen om het risico dat de provincie het actieve toezicht op de (graaf-)werkzaamheden door de Stichting Huys ter Horst in de toekomst gaat opschalen, verkleind. 5.4. Onderwijs Kernonderwerpen voor dit beleidsveld zijn: 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7.

passend onderwijs en ondersteuningsnetwerk; leerplicht/kwalificatieplicht en voorkomen voortijdig schoolverlaten; voor- en vroegschoolse educatie, onderwijsachterstandenbeleid; volwassenen educatie en bestrijding laaggeletterdheid; leerlingenvervoer; toezicht openbaar onderwijs; kaders onderwijshuisvesting.

Toelichting 1 t/m 6 Op deze onderwerpen liggen we goed op koers met onze taken en doelen zoals in de begroting en meerjarenraming beschreven. Het beleidsveld is altijd sterk in beweging. Samen met vele partners (lokaal en regionaal) werken we steeds aan actualiteiten en ambities. Corona heeft stevige impact op dit beleidsveld gehad. De impact is ook in 2023 zeker merkbaar en een uitdaging. Maar ook daarin vinden partners elkaar. Als gemeente steunen we de komende jaren, daar waar mogelijk, met inzet van toegekende extra middelen van het rijk. We gaan ervan uit dat we in de loop van 2022 weer geleidelijk terug naar “normaal” gaan. Misschien een “nieuw” normaal met bijgestelde ambities nieuwe taken. Er zijn nu geen substantiële afwijkingen van de vastgestelde ramingen nodig en ook geen echt nieuwe taken in beeld. Enkele specifieke aandachtpunten: • Doorwerking brandstofprijzen en personeelskrapte in de kosten van vervoersvoorzieningen. • Meer efficiëntie/andere inzet jeugdhulpverlening in samenhang met onderwijs bijvoorbeeld onderwijs/zorg arrangementen. • Toenemende druk op het sociaal domein en de kosten daarvan door versterkte individualisering én toename aantal ouderen.

Toelichting 7, Investeringsplanning onderwijshuisvesting We geven verder uitvoering aan de projecten zoals opgenomen in het Integraal Huisvestingsplan Onderwijs 2021-2024 en starten met een nieuw Uitvoeringsprogramma voor de periode 2025-2028 waarin functionaliteit en ook duurzaamheid van gebouwen een belangrijk aandachtspunt is. We hebben te maken met sterk stijgende bouwkosten en een tekort aan bouwmaterialen. We verwachten dat dit nog een tijd zal doorwerken. Enkele specifieke aandachtspunten: • Verouderde schoolgebouwen die steeds minder functioneel zijn voor passend onderwijs en inclusief onderwijs/ IKC. • De nodige verduurzaming van die gebouwen. 5.5 Accommodaties Met onze accommodaties zorgen we ervoor dat Horst aan de Maas een vitale gemeenschap is en blijft, waar we met elkaar leven, wonen en werken; een hechte gemeenschap met leefbare kernen en trotse inwoners in een groene ruimte. Dat het hier een fijne plek is om op te groeien en waar je gezond en gelukkig oud kunt worden. Nu en in de toekomst. We komen daarbij voor vele vraagstukken en dilemma’s te staan. Zo dreigen de (bouw)kosten exorbitant te stijgen, waardoor onderhoud en de kwaliteit van onze accommodaties in gevaar komen. Ook de energielasten stijgen enorm, waardoor de 26

verduurzaming steeds urgenter wordt. Maar ook het verenigingsleven staat onder druk, waardoor vrijwilligers afnemen en accommodaties minder gebruikt worden en het beheer steeds kwetsbaarder wordt. Vraagstukken en dillema’s waar we de komende jaren aan moeten werken om onze dorpen vitaal te blijven houden.

27

Programma 6, Openbare orde & veiligheid, toezicht & handhaving ALGEMEEN Onder dit programma vallen de volgende beleidsvelden: 6.1 Openbare Orde & Veiligheid 6.2 Toezicht en handhaving

BELEIDSMATIGE ONTWIKKELINGEN, KANSEN EN RISICO’S 6.1 Openbare Orde & Veiligheid Het Integraal Veiligheidsplan 2020-2023 blijft richting geven aan de lokale veiligheidsprioriteiten. Ondermijning, kwetsbare groepen en het verbeteren van de opvolging van meldingen zijn daarbij als prioriteit vastgesteld. Binnen de context van de Regiodeal, specifiek het thema 'Investeren in een veilige en leefbare omgeving en aanpak van ondermijnende criminaliteit', voeren we projecten gericht op de bestuurlijke aanpak ondermijning (zoals ACT!, Keurmerk Veilig Ondernemen Buitengebied, Meld Misdaad Anoniem) aan de hand van uitvoeringsplannen uit. Het Bibob- instrumentarium is herijkt en de komende jaren passen we de Bibob-toets op steeds meer aanvragen toe. Met de Bibob-toets onderzoekt de gemeente of een aanvrager en zijn zakelijke kring integer zijn. En dus of er gevaar bestaat voor crimineel misbruik van bijvoorbeeld vergunningen, subsidies en vastgoedtransacties. De coronacrisis en de opvang van vluchtelingen uit de Oekraïne maakt duidelijk dat crisisbeheersing om een integrale benadering van fysieke, sociale en maatschappelijke veiligheid, gezondheid en openbare orde vraagt. Intensieve samenwerking is noodzaak gebleken en blijft het toverwoord. De kerntakendiscussie binnen de veiligheidsregio blijft aandacht vragen.

Het effect op de begroting is daarom nog onduidelijk, evenals de (financiële) gevolgen daarop van de Coronapandemie. Algemene kostenontwikkelingen als gevolg van loon- en prijsstijgingen, het kunnen garanderen van een verantwoorde mate van paraatheid van de brandweer en de kosten van de uitbreiding van het Rijksvaccinatieprogramma vragen een structurele verhoging van de gemeentelijke bijdrage. 6.2 Toezicht en handhaving We organiseren toezicht en handhaving dichter bij de organisatie en bestuur. Tot en met 2024 bouwen we de GR met Venray op het gebied van toezicht en handhaving verder af. Tegelijkertijd bouwen we een eigen team op, breiden we de capaciteit uit en investeren we in kwaliteit en processen. In 2022 stellen we een nieuw meerjarig VTH-beleid (Vergunningen, Toezicht en Handhaving) op, met daarin de prioriteiten voor de komende jaren. Vooruitlopend daarop zijn de belangrijkste thema’s: intensieve veehouderij, huisvesting arbeidsmigranten, ondermijning, sociale veiligheid, horeca & evenementen. Als gevolg van krapte bij de politie, de energie- en klimaatdoelstellingen, de woonopgave en diverse landelijke onderzoeken vindt de komende jaren een doorontwikkeling plaats van het toezichtstelsel van gemeenten, omgevingsdiensten en provincies.

Dit kan gevolgen hebben voor de wijze waarop toezicht en handhaving momenteel is georganiseerd binnen de gemeente en de omgevingsdienst RUDLN. Of dit financiële en of organisatorische consequenties heeft kan nog niet worden gezegd.

28

Programma 7, Bestuur, organisatie en samenwerking ALGEMEEN Onder dit programma vallen de volgende beleidsvelden: 7.1 Bestuur 7.2 Overhead 7.3 Samenwerking

BELEIDSMATIGE ONTWIKKELINGEN, KANSEN EN RISICO’S 7.1 Bestuur In maart 2022 zijn de gemeenteraadsverkiezingen geweest; het nieuwe coalitieakkoord en collegeprogramma zullen de kaders vormen voor de periode 2023-2026. In 2022 zijn we gestart met de doorontwikkeling van de organisatie. De wereld om ons heen verandert. Dat vraagt ook iets van de ambtelijke organisatie; van de manier waarop we intern en met partners samenwerken; van hoe we ons opstellen richting inwoners en met hen in gesprek gaan en blijven en rollen van medewerkers en leidinggevenden; en nog tal van andere zaken. Uitgangspunten van deze doorontwikkeling zijn verwoord in het ‘bidbook Organisatieontwikkeling Horst aan de Maas; van buiten naar binnen werken’. In de kadernota zijn voor de periode 2023 – 2026 jaarlijks ongeveer € 2 mln. aan extra financiële middelen genomen voor deze organisatieontwikkeling. Ook de financiële dekking is verwerkt in deze kadernota. 7.2 Overhead De organisatie staat met het bestuur samen aan de lat voor de realisatie van de bestuurlijke ambities en een efficiënte uitvoering van de reguliere opgaven. Mede in het licht van de druk op het personeelsbudget werpt de vraag zich continue op of en hoe werkzaamheden/projecten kunnen worden opgepakt. Dit geldt al voor lopende taken/opgaven en zeker voor nieuwe activiteiten. Waarbij budget, capaciteit en ambities in balans gehouden moeten worden.

Inwoners, ondernemers en partners stellen steeds hogere eisen aan dienstverlening. Onze klanten verwachten dat we oplossingsgericht meedenken en transparant handelen. Online, telefonisch, persoonlijk, social media of schriftelijk. We bieden 24/7 online dienstverlening, onze website is klant/taakgericht en toegankelijk. Hier zullen we als ambtelijke organisatie in meegaan waarbij het uitgangspunt is dat de dienstverlening waar mogelijk verbeterd wordt. 7.3 Samenwerking Als gemeente Horst aan de Maas maken wij voor het oppakken van onze opgaven onderdeel uit van een groot netwerk. We verwachten dat de complexiteit van gemeentelijke taken en de kosten hiervan beheersbaar(der) zijn door samen te werken. Wij doen dit sinds enkele jaren met Venray op bedrijfsvoering. Wij zien ontwikkelingen en trends in de samenleving waarbij samenwerking tussen overheden en andere partners een oplossing biedt voor efficiency, kwaliteitsborging en het verminderen van kwetsbaarheden. Voor daadwerkelijke innovatie van onze dienstverlening en het succesvol aanpakken van stevige opgaven is een robuuste samenwerking noodzakelijk. De vraag of dit zich moet beperken tot de huidige bedrijfsvoeringsonderdelen is het onderzoeken waard.

29

Programma 8, Financiën ALGEMEEN Onder dit programma vallen de volgende beleidsvelden: 8.1 Financiering en algemene lasten en baten 8.2 Algemene dekkingsmiddelen 8.3 Vennootschapsbelasting (Vpb) 8.4 Onvoorzien

BELEIDSMATIGE ONTWIKKELINGEN, KANSEN EN RISICO’S 8.1 Financiering en algemene lasten en baten Uitgangspunt voor de (meerjaren)begroting is en blijft dat die structureel in evenwicht is. Structurele lasten worden gedekt door structurele baten. Hierbij hoort logischerwijs ook, dat we de financiële weerbaarheid niet verlagen. We spreken het eigen vermogen alleen aan als er redelijkerwijs niet aan valt te ontkomen. Een hoge inflatie en stijgende (grondstof - en energie)kosten vormen een mogelijke bedreiging voor onze meerjarenbegroting. Ondanks deze extra kosten streven we erna onze reservepositie en ons weerstandsvermogen verder te verstevigen. En bouwen zo een buffer om toekomstige tegenvallers op te kunnen vangen. 8.2 Algemene dekkingsmiddelen De herverdeling van de Algemene Uitkering vanaf jaarschijf 2023 biedt mogelijk financiële kansen. Deze zijn voor een deel al ingerekend in de meerjarenbegroting 2022 – 2025. Zolang de herverdeling niet definitief is vastgesteld kunnen hier veranderingen in optreden. Dat kunnen voor ons zowel positieve als negatieve veranderingen zijn. De ozb-opbrengsten zijn vanaf 2023 als een constante opbrengst ingerekend. Eenzelfde systematiek als bij de kosten: begroten tegen constante prijzen. Constante prijzen die met de meicirculaire geïndexeerd worden naar het niveau van volgend jaar.

8.3 Vennootschapsbelasting (Vpb) Er zijn nog voldoende verliezen uit het verleden die we kunnen verrekenen met eventuele toekomstige winsten in de aangiftes 2020 en verder. En verwachten in de komende jaren nog geen Vennootschapsbelasting (Vpb) te hoeven betalen. 8.4 Onvoorzien We stellen voor om de post onvoorzien (€ 50.000 per jaar) te laten vervallen met ingang van de begroting 2023. We zorgen hiermee voor dekking van het bidbook organisatieontwikkeling. Dit is mogelijk omdat er geen verplichting meer is om een bedrag voor onvoorzien in de begroting op te nemen.

30

BIJLAGE 2 UITGANGSPUNTEN VOOR DE (MEERJAREN)BEGROTING 2023-2026 De kaders en uitgangspunten in deze Kadernota worden toegepast op de begroting 2023 en de meerjarenbegroting 2024-2026. De uitgangspunten zijn als volgt: Begrotingsbrief provincie Limburg We kregen op 12 april 2022 een brief van de provincie met aandachtspunten voor de begroting 2023. Bij het opstellen van de meerjarenbegroting houden we hier rekening mee. Prijsindex Budgetten worden niet standaard geïndexeerd. Budgetten die bedoeld zijn om aan contractuele verplichtingen te voldoen, worden waar nodig bijgesteld op basis van de contractafspraken. Loonindex Voor de begroting 2023 gaan we uit van het percentage loonindex zoals genoemd in de meicirculaire algemene 2023 uitkering uit het gemeentefonds. Tevens wordt rekening gehouden met het verloop van de werkelijke loon- premie en pensioenlasten, die aan het begin van het (begrotings)jaar bekend zijn. Wanneer de ontwikkeling van de werkelijke loonkosten afwijkt van de eerdere indexatie van het salarisbudget, dan wordt hier in de bijstelling rekening mee gehouden. Rente investeringen In de huidige meerjarenbegroting is gerekend met een rentetarief van 0,5%. In de meerjarenbegroting 2023-2026 berekenen we een actueel percentage op basis van de BBV-notitie rente.

Rente financiering korte en lange termijn In de meerjarenbegroting 2023-2026 wordt gerekend met de actuele marktrente en de renteverwachting die op dat moment van toepassing is. Rente grondexploitaties In de huidige meerjarenbegroting is gerekend met een rentetarief van 1,0%. In de meerjarenbegroting 2023-2026 berekenen we een actueel percentage op basis van de BBV-notitie rente. Eigen vermogen en weerstandsvermogen • We houden de ‘Algemene reserve basis’ op niveau op basis van risico-inventarisatie. • Voor de risico’s in de grondexploitatie houden we de ‘algemene reserve grondexploitaties’ aan. • Claims op de algemene reserve houden we apart inzichtelijk in de daarvoor bestemde reserve onderhanden. • Het vormen van afzonderlijke bestemmingsreserves beperken we tot een minimum. Onvoorzien We stellen voor om de post onvoorzien (€ 50.000 per jaar) te laten vervallen met ingang van de begroting 2023. We zorgen hiermee voor dekking van het bidbook organisatieontwikkeling. Dit is mogelijk omdat er geen verplichting meer is om een bedrag voor onvoorzien in de begroting op te nemen.

31

Ozb, rioolheffing en afvalstoffenheffing Bij de OZB gaan we uit van een correctie van de tarieven op basis van inflatie. Bij de rioolheffing en afvalstoffenheffing is kostendekkendheid het uitgangspunt. Het in november 2021 door de raad vastgestelde rioleringsplan (GRP) voorziet voor de rioolheffing in 2023 een tariefstijging van € 217 naar € 237. In het najaar van 2022 wordt er een actualisatie van het GRP doorgevoerd en daaruit moet blijken in hoeverre deze geplande stijging noodzakelijk/toereikend is. Ook zullen we u dan een voorstel doen voor de heffingsmethodiek en tariefstelling 2023. Bij de afvalstoffenheffing is in 2023 vooralsnog niet voorzien in een aanpassing van de tarieven, maar de huidige tarieven staan door de stijging van de kosten van de afvalinzameling en -verwerking (hoge brandstof- en energieprijzen) wel onder druk. bij de begroting verwachten we meer duidelijkheid te hebben. Gewijzigde uitgangspunten die volgen uit het nieuwe bestuursakkoord, zullen in de begroting worden verwerkt. Informatie over belastingmutatie/lastendruk algemeen • 1% mutatie van alle ozb-tarieven betekent voor de begroting een mutatie van € 124.000. • 1% mutatie van het ozb-tarief voor woningen betekent voor de begroting een mutatie van € 76.000. • Differentiëren in tarief is wettelijk niet toegestaan; voor duurdere woningen mag geen hoger of lager tarief worden vastgesteld.

Informatie over belastingmutatie/lastendruk woningen • 1% mutatie van het ozb-woning tarief betekent gemiddeld voor een huurder € 0. • 1% mutatie van het ozb-woning tarief betekent voor een woningeigenaar met een woning van € 288.000, een hogere of lagere aanslag van € 4,01. • 1% mutatie van de lastendruk betekent gemiddeld voor een huurder een hogere of lagere aanslag van: € 2,55. • 1% mutatie van de lastendruk betekent gemiddeld voor een woningeigenaar een hogere of lagere aanslag van € 6,18. • Het ozb-tarief voor woningen in onze gemeente is 0,1391%. Dat is nagenoeg gelijk aan het gemiddelde tarief van alle Limburgse gemeenten (0,1392%). • De gemiddelde lastendruk voor een eigenaar/gebruiker van een woning met een waarde van € 288.000 in onze gemeente (ozb, rioolheffing en afvalstoffenheffing) is € 872,71. Dat is 4,2% lager dan het gemiddelde van alle Limburgse gemeenten (€ 910,77). • De gemiddelde lastendruk voor een gebruiker van een woning (meerpersoonshuishouden) in onze gemeente is € 255,10. Dat is 30,9% lager dan het gemiddelde van alle Limburgse gemeenten (€ 369,39). Ter info: In Horst aan de Maas gaat het alleen om de afvalstoffenheffing terwijl bij diverse andere Limburgse gemeenten ook de rioolheffing van de gebruiker geheven wordt.

Informatie over belastingmutatie/lastendruk niet-woningen • 1% mutatie van het ozb-niet woning tarief betekent voor een eigenaar van een niet-woning van € 400.000, een hogere of lagere aanslag van € 10,60. • 1% mutatie van het ozb-niet woning tarief betekent voor een gebruiker van een niet-woning van € 400.000, een hogere of lagere aanslag van € 8,47. • Het ozb-eigenarentarief voor niet-woningen is 0,2650%. Dat is ongeveer 15,7% lager dan het gemiddelde tarief van alle Limburgse gemeenten (0,3145%). • Het ozb-gebruikerstarief voor niet-woningen is 0,2118%. Dat is ongeveer € 17,0% lager dan het gemiddelde tarief van alle Limburgse gemeenten (0,2553%). 32

• De ozb-lastendruk voor een eigenaar die ook gebruiker is van een niet-woning met een WOZwaarde van € 400.000 is in Horst aan de Maas met € 1.907, € 372 lager dan het regionale gemiddelde van € 2.279. Toeristenbelasting Het hoge tarief voor de toeristenbelasting 2023 wordt in beginsel niet gewijzigd ten opzichte van 2022. Het lage tarief voor de toeristenbelasting 2023 wordt conform eerder bij de begrotingen 2020 en 2021 gemaakte afspraken verhoogd van € 1,45 naar € 1,55 per overnachting. De tarieven voor vaste plaatsen en seizoenplaatsen worden in lijn hiermee aangepast. Als het nieuwe bestuursakkoord hiertoe aanleiding geeft, wordt aan het nieuwe bestuursakkoord geconformeerd. Indexering legestarieven en overige heffingen De tarieven wijzigen met ingang van 2023 op basis van het percentage loon-prijsontwikkeling uit de meicirculaire 2022 algemene uitkering uit het gemeentefonds. Daarnaast worden de tarieven aangepast als het nieuwe bestuursakkoord of de per 01-01-2023 in werking tredende Wet Kwaliteitsborging Bouwen (WKB) hiertoe aanleiding geeft. Indexering huuropbrengsten De tarieven wijzigen met ingang van 2023 op basis van het prijsindexcijfer materiële overheidsconsumptie uit de meicirculaire 2022 algemene uitkering uit het gemeentefonds. Subsidies De exploitatie- en stimuleringssubsidies worden niet geïndexeerd.

Budgetsubsidies worden voor 2023 geïndexeerd op basis van het percentage loon-prijsontwikkeling uit de meicirculaire 2021 algemene uitkering gemeentefonds. Daarbij geldt de loonindex op het loongevoelige deel van de subsidie en de prijsindex op het prijsgevoelige deel van de subsidie. Beiden bedragen 1,5%. Algemene uitkering uit het gemeentefonds De algemene uitkering uit het gemeentefonds wordt berekend op basis van de meicirculaire 2022.

33

BIJLAGE 3 OVERZICHT INVESTERINGEN 2022-2025 In onderstaand overzicht zijn de investeringen opgenomen die starten in 2022 of later. Investeringen die gestart zijn voor 2022 en nog niet zijn afgerond in 2021, maken geen onderdeel uit van dit overzicht. Het overzicht van die investeringen is in de jaarrekening 2021 gepresenteerd als bijlage 4.1 "overzicht restantkredieten met toelichting"

Totaal (netto) investeringen 2022

2023

2024

Totaal

2025 2022-2025

Tractie

25

Investering openbare verlichting

146

Rioleringsmaatregelen

185

182

392

146

146

146

584

2.135

2.251

2.055

2.316

8.757

Klimaatmaatregelen

500

750

750

750

2.750

Bermen en sloten buitengebied

50

50

50

50

200

WMO individuele voorzieningen

450

450

450

450

1.800

2.000

2.000

3.000

4.000

11.000

Rehabilitatie en reconstructie wegen Nieuwe investeringen Investeringen gebied rond Kasteelpark ter Horst (incl. consolidatie kasteelruïne) Investering infractructuur hoofdontsluiting Kasteelpark ter Horst (afrit 10/Venrayseweg) IHP Basisschool Doolgaard Horst

6.250

6.250

750

750

1.000

IHP Basisscholen Sevenum (incl. voorbereidingskrediet)

1.000 9.000

IHP Basisschool Weisterbeek Horst

9.000

9.500

9.500

Upgraden centrum Horst: herontwikkeling zuid, Kloosterhof, lint noordzijde

539

Investeringen Horst West

800

Aanleg woonwagenstandplaatsen

275

275

550

Investering Smetenhof Lottum

750

0

750

Investeringen MIP

1.728

994

1.396

Totaal Meerjareninvesteringsplan 2022-2025 (excl. lopende investeringen)

9.398

17.416

25.882

1.850

2.389 800

4.118 7.894

60.590

34

BIJLAGE 4 FINANCIËLE TOELICHTING INVESTERING IN DIENSTVERLENING / ORGANISATIEONTWIKKELING Investering in dienstverlening / organisatieontwikkeling 2022

2023

2024

2025

2026

1 Dienstverlening structureel op orde

900.000

1.600.000

1.600.000

1.525.000

1.450.000

2 Taakstelling vervalt t.b.v. flexibiliteit organisatie

200.000

250.000

500.000

500.000

500.000

3 Ontwikkelkracht eigen organisatie

500.000

250.000

250.000

0

0

4 Nieuwe huisstijl

110.000

0

0

0

0

1.710.000

2.100.000

2.350.000

2.025.000

1.950.000

520.000

490.000

320.000

390.000

390.000

0

150.000

150.000

150.000

150.000

100.000

100.000

100.000

100.000

100.000

Investering in:

Totaal investeringen

Financiële dekking 1 Dekkingsmogelijkheden binnen het sociaal domein Vooruitlopen op herverdeling gemeentefonds 2 (zit al voorschot van € 500k in de begroting) Hogere onderuitputting opnemen in begroting 3 (Zit al €400k onderuitputting structureel in de begroting) 4 Afschaffen post onvoorzien

50.000

50.000

50.000

50.000

50.000

5 Toerekenen interne uren aan investeringen / Grexen

150.000

150.000

150.000

150.000

150.000

6 Inzet uren interne coaches

50.000

50.000

50.000

0

0

7 Toekomstige duurzaamheidsbudgetten vanuit het rijk

50.000

150.000

150.000

150.000

150.000

8 Inzetten gedeeltelijk rekeningresultaat 2021

690.000

310.000

730.000

0

0

0

550.000

550.000

950.000

950.000

Totaal financiële dekking

1.610.000

2.000.000

2.250.000

1.940.000

1.940.000

Dekkingstekort opgenomen in de kadernota 2023

-100.000

-100.000

-100.000

-85.000

-10.000

9 Financiële dekkingsopgave collegeprogramma

35

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11534397/1