02d Kadernota 2023
Tekst van het document
Kadernota 2023
Inhoudsopgave 1 INLEIDING ...............................................................................................................................................4 2 UITGANGSPUNTEN KADERNOTA 2023 OP HOOFDLIJNEN .............................................................5 3 FINANCIELE ONTWIKKELINGEN .........................................................................................................9 3.1 Besluiten gemeenteraad (t/m 11 april 2022) ............................................................................9 3.2 Gevolgen eerste bijstelling 2022 ..............................................................................................9 3.3 Wettelijk (onontkoombare) ontwikkelingen ..............................................................................9 3.4 Gemeentefonds .....................................................................................................................11 3.5 Af te wegen besluiten .............................................................................................................11 3.6 ONTWIKKELINGEN PER BELEIDSVELD ........................................................................................13 4 BIJLAGEN .............................................................................................................................................13 BIJLAGE 1 BELEIDSMATIGE ONTWIKKELINGEN PER
BELEIDSVELD ............................................14 Programma 1, Economie en ruimte ................................................................................14 Programma 2, Wonen, mobiliteit en openbare ruimte ....................................................17 Programma 3, Duurzaamheid: klimaatambities, energietransitie, circulariteit ................20 Programma 4, Sociaal maatschappelijk, participatie en voorzieningen .........................22 Programma 5, Cultuur, sport en onderwijs .....................................................................25 Programma 6, Openbare orde & veiligheid, toezicht & handhaving ...............................28 Programma 7, Bestuur, organisatie en samenwerking ...................................................29 Programma 8, Financiën .................................................................................................30 BIJLAGE 2 UITGANGSPUNTEN VOOR DE (MEERJAREN)BEGROTING 2023-2026 ........................31 BIJLAGE 3 OVERZICHT INVESTERINGEN 2022-2025 .........................................................................34 BIJLAGE 4 FINANCIËLE TOELICHTING INVESTERING IN DIENSTVERLENING / ORGANISATIEONTWIKKELING .........................................................................................35
1 INLEIDING In deze kadernota schetsen we waar de gemeente Horst aan de Maas financieel staat. Vanwege de verkiezingen loopt het traject van de kadernota 2023 anders dan gebruikelijk. Normaal vragen we in de kadernota de gemeenteraad de kaders voor de begroting aan het college van B&W mee te geven en een integrale afweging van nieuw beleid te maken. Het college gaat dan vervolgens aan de slag met het opmaken van de meerjarenbegroting. Een financiële vertaling van nieuw beleid is in deze kadernota 2023 nog niet gemaakt. De belangrijkste reden daarvoor is dat op het moment van samenstellen van deze kadernota er nog geen nieuw bestuursakkoord is. In het bestuursakkoord wordt de beleidsmatige koers opgenomen voor de periode 2023 - 2026. Dit akkoord vertalen we in een collegeprogramma en op een later moment in de (meerjaren)begroting 2023. Het zou dan ook niet logisch zijn in de kadernota 2023 vooruitlopend op het nog te sluiten bestuursakkoord een integrale beleidsafweging te maken. Wel leest u in deze kadernota de uitgangspunten voor de (meer)jarenbegroting en geven wij u op hoofdlijnen een beeld van welke ontwikkelingen de komende jaren op de gemeente afkomen. Voor zover er sprake is van onontkoombare ontwikkelingen als gevolg van gewijzigde wet- en regelgeving, of reeds ingezette beleidslijnen, nemen we de financiële gevolgen daarvan, mee in deze kadernota.
Deze kadernota geeft uw raad daarmee de mogelijkheid een kaderstellend debat te voeren. Ook geeft de raad met deze kadernota het college richtlijnen en uitgangspunten mee voor het opstellen van de (meerjaren)begroting 2023. Net als bij de kadernota 2022 en 2021 doen we dat in een bijzondere en onzekere tijd. De coronapandemie die de afgelopen 2 jaar een flinke impact op onze maatschappij en economie had, is zoals het er nu uitziet op zijn retour. De nasleep hiervan blijven we echter de komende periode zeker nog merken en er is nog veel onzekerheid over de effecten van de pandemie voor de lange termijn. Daarbij komen er weer nieuwe economische en maatschappelijke uitdagingen, ten dele veroorzaakt door de oorlog in Oekraïne. Denk hierbij aan de stijgende prijzen voor grondstoffen en energie, oplopende rente en de vluchtelingenstroom die in Europa op gang komt. Ondanks deze nieuwe uitdagingen hebben we er vertrouwen in dat we deze ook samen het hoofd kunnen bieden in het vooruitzicht dat we u laten zien. Horst, 23 mei 2022 College van B&W
4
2 UITGANGSPUNTEN KADERNOTA 2023 OP HOOFDLIJNEN De kadernota 2022 kwam tot stand in een periode van een voorzichtig herstel en heeft uiteindelijk geresulteerd in een structureel sluitende meerjarenbegroting 2022 -2025. Wij zijn blij dat we u voor 2023 een kadernota voor kunnen leggen waarin het lukt om te blijven investeren in de samenleving, de dienstverlening en de organisatie. Investeren in de samenleving We investeren volop in de samenleving. Denk aan de ontwikkeling van ‘Horst-West’ om de leefbaarheid van de wijken In de Riet, Mussenbuurt, Norbertuswijk en Horst-Centrum te versterken. Denk ook aan de Investeringsagenda voor de regio Noord-Limburg voor een gezond, ondernemend en veilig Noord-Limburg. Voor beide geldt dat een investering van de gemeente een hefboom is voor grote financiële bijdragen van de provincie Limburg, het Rijk en andere samenwerkingspartners. We werken volop aan het Masterplan Wonen met als ambitie het vergunnen van 1.000 woningen tot en met 2025. Op het gebied van klimaatadaptatie en de energietransitie timmeren we aan de weg en leveren we onze bijdrage aan het Klimaatakkoord. We blijven investeren in preventie in de zorg en de gezondste regio en onderzoeken met onze inwoners zoals bijvoorbeeld de werkgroep America Lèft, hoe we de zorg op een andere manier kunnen organiseren.
Acute knelpunten in de jeugdzorg worden aangepakt en een goede dienstverlening blijft heel belangrijk. Ook voor investeringen in onderwijs is er financiële ruimte, zoals bij de Weisterbeek, Doolgaard en in Sevenum. Vanuit de beheerplannen blijven we onze accommodaties onderhouden en verduurzamen. Ook blijven we investeren in een veilige en leefbare omgeving en pakken we ondermijnende criminaliteit aan. Er staat dan weliswaar geen nieuw beleid in deze kadernota, uit het bovenstaande blijkt wel dat we ook de komende periode volop blijven investeren in onze samenleving. Ook de ombuigingen in onze begroting liggen grotendeels op schema en de ontwikkeling van de gemeentelijke organisatie is in volle gang. Investeren in de dienstverlening en organisatie De wereld om ons heen verandert. Dat vraagt ook iets van onze dienstverlening en de ambtelijke organisatie; van de manier waarop we intern en met partners samenwerken; van hoe we ons opstellen richting inwoners en met hen in gesprek gaan en blijven en rollen van medewerkers en leidinggevenden; en nog tal van andere zaken. Uitgangspunten van deze doorontwikkeling op het gebied van dienstverlening zijn verwoord in het ‘bidbook Organisatieontwikkeling Horst aan de Maas; van buiten naar binnen werken’.
Hierin staat hoe wij zorgen dat we een top dienstverlening leveren, waar inwoners blij van worden en dat we als organisatie de juiste dingen doen. Maar ook hoe we zorgen dat medewerkers met plezier en trots werkzaam zijn bij gemeente Horst aan de Maas. Naast het bidbook loopt momenteel het ontwikkelplan cluster Ruimte, de herorganisatie van toezicht en handhaving, het ontwikkelplan WIZ en de samenwerking met gemeente Venray op het gebied van bedrijfsvoering. Allemaal ontwikkelingen die komende periode steeds meer vorm zullen krijgen en tot een organisatie moeten leiden die klaar is voor haar opgaven. Algemene uitkering gemeentefonds M.b.t. de algemene uitkering zijn er op basis van de maartbrief 2022 van het Ministerie van Binnenlandse Zaken diverse ontwikkelingen die van belang zijn voor het opstellen van de gemeentelijke begroting. De belangrijkste worden hieronder toegelicht: Herijking Vanaf 2023 wordt de algemene uitkering uit het gemeentefonds anders verdeeld. Dat wordt ook wel ‘herijking gemeentefonds’ genoemd. Eens in de 10 tot 15 jaar wordt het gemeentefonds tegen het 5
licht gehouden. Een commissie onderzoekt dan of de verdeelmaatstaven voor het fonds nog aansluiten bij de werkelijkheid. De verwachting is dat die herijking financieel gunstig zal uitpakken voor Horst aan de Maas. Omdat de uitkomsten nog globaal en onzeker zijn, hebben we het verwachte positieve herverdeeleffect bij de (meerjaren)begroting 2022 -2025 voor ongeveer 50% meegenomen. in 2023 € 385.000 en vanaf 2024 € 500.000. Bij de dekking van het bidbook Organisatieontwikkeling Horst aan de Maas (zie hoofdstuk 3.3 van deze kadernota) wordt aanvullend aan het bovenstaande nog eens € 150k extra ingeboekt. Hiermee is het verwachte herverdeeleffect vanaf 2024 in totaal voor ongeveer 65% ingeboekt. In de mei/juni-circulaire 2022 zal er meer duidelijkheid hierover komen zodat we verwachten de definitieve gevolgen van de herijking in de meerjarenbegroting 2023 -2026 te kunnen verwerken. Opschalingskorting Sinds 2015 worden gemeenten geconfronteerd met een korting op het gemeentefonds. In het regeerakkoord van het kabinet Rutte II stond de ambitie om te komen tot gemeenten met meer dan 100.000+ inwoners. Hierdoor zouden veel gemeenten moeten fuseren en het zou moeten leiden tot besparingen op apparaatskosten, vereenvoudiging regelgeving en minder dubbeling van taken. Er bleek geen draagvlak.
De verplichte opschaling is afgeschaft maar de bijbehorende opschalingskorting werd niet geschrapt. Het niet afschaffen van de opschalingskorting leidde tot veel kritiek bij gemeenten. De afgelopen jaren werd de opschalingskorting bevroren, ofwel incidenteel geschrapt. Nu blijkt uit het coalitieakkoord van het kabinet dat de opschalingskorting deze kabinetsperiode (t/m 2025) wordt geschrapt maar dat het Kabinet vanaf 2026 rekening houdt met een structurele korting op het gemeentefonds van € 675 miljoen. Voor de jaren 2023 t/m 2025 levert dit voor onze begroting een incidenteel voordeel op van respectievelijk € 0,8 mln., € 1,05 mln. en € 1,35 mln.. Het Accres Het gemeentefonds is een begrotingsfonds in de rijksbegroting. De omvang van het gemeentefonds beweegt mee met de rijksuitgaven. Extra uitgaven en bezuinigingen bij het rijk hebben direct invloed op de omvang van het gemeentefonds. Het gemeentefonds groeit mee met de rijksuitgaven. Deze beweging heet accres oftewel groei. Het acres wordt bepaald m.b.v. deze ‘trap op trap af systematiek’. Het kabinet wil m.i.v. 2026 de ‘trap op trap af systematiek’ loslaten. Voor Horst aan de Maas betekent dit dat we in 2026 een algemene uitkering zullen ontvangen die naar verwachting ongeveer € 1,9 mln. lager is dan in 2025.
De gemeenten worden voor deze terugval in inkomsten waarschijnlijk gecompenseerd middels uitbreidingsmogelijkheden voor de heffing van gemeentelijke belastingen. Gedacht wordt hierbij aan alternatieven voor de OZB. Concrete plannen zijn er echter niet en de VNG is nog in gesprek met het kabinet over deze éénzijdige beëindiging van de trap op, trap af systematiek. Mondiale ontwikkelingen Naast de bovenstaande ontwikkelingen zijn er ook diverse mondiale ontwikkelingen, die gevolgen zullen hebben op het in de toekomst te voeren gemeentelijke beleid. Forse stijgingen grondstof- en energieprijzen Wereldwijd zien we dat de grondstof- en energieprijzen fors aan het stijgen zijn. Bij grondstoffen zoals metalen, glas, kunststoffen en keramische producten, gaat het om stijgingen van 30% á 40% t.o.v. 2019. De energieprijzen zijn het afgelopen jaar met 90% gestegen. De oorzaak hiervan is de opstart van de economie na het coronatijdperk en de oorlog in Oekraïne. Deze prijsstijgingen zullen zijn 6
weerslag hebben op de gemeentelijke begroting. Enerzijds in de reguliere budgetten en de beheerplannen en anderzijds op de toekomstige investeringen. De kostenstijging in de reguliere budgetten zal naar verwachting enigszins gecompenseerd worden door een loon-prijspeilcompensatie in de algemene uitkering, maar zeker niet helemaal. Vooral bij de actualisatie van de beheerplannen voor wegen, openbare verlichting en openbaar groen zijn forse kostenstijgingen als gevolg van de hogere prijzen te verwachten. Het MJOP/MIP en het rioleringsplan zijn nog redelijk actueel maar hogere kosten zijn ook hier zeker niet uitgesloten. Ook op de in de periode 2022 -2025 geplande investeringen van € 61 mln. hebben de prijsstijgingen een effect. De verwachting is dat de kostencalculaties waar de hoogte van de investeringen op gebaseerd zijn, fors naar boven bijgesteld moeten worden. Dit betekent concreet dat investeringsbedragen verhoogd moeten worden of de ambities verlaagd. In de kadernota nemen we geen budgetverhogingen mee op basis van inflatie, loon- en prijsstijgingen. De reden hiervoor is dat we dit aan de inkomstenkant ook niet doen. Bij de begroting 2023 liften we vervolgens zowel de inkomstenkant (voornamelijk de algemene uitkering) als de budgetten naar het prijspeil 2023.
Dit doen we omdat pas bij de mei/juni circulaire van het gemeentefonds (die nu nog niet beschikbaar is) bekend wordt, welke loon/prijscompensatie er vanuit het Rijk gaat komen. We zijn de gevolgen van de prijsstijgingen in beeld aan het brengen en zullen deze in de meerjarenbegroting 2023 – 2026 verwerken. Stijgende rente Bij het opstellen van de begroting 2022 is de zogenaamde renteomslag in onze begroting verlaagd van 1% naar 0,5%. Gelet op de na het vaststellen van de begroting ingezette rentestijgingen op de financiële markten en de geplande toekomstige investeringen, zit er een renterisico in onze huidige begroting. Het aantrekken van nieuwe financiering met een vaste rente voor de lange termijn kan momenteel tegen 2%, terwijl we voor nieuwe investeringen op de lange termijn in onze begroting rekening gehouden hebben met 1%. Om het renterisico voor de lange termijn enigszins te beperken, hebben we in deze kadernota financiële ruimte gereserveerd om voor € 35 mln. aan langlopende rentevaste geldleningen aan te trekken. In hoofdstuk 3.3 worden de extra kosten die dat voor de gemeentelijke begroting oplevert, nader toegelicht. Over de periode 2023 – 2026 is de kadernota is financieel niet sluitend De kadernota die wij u presenteren, laat voor 2023 een tekort zien van € 0,44 mln. en voor 2026 een tekort van de € 0,60 mln..
De tussenliggende jaren 2024 t/m 2025 laten een licht positief saldo zien van respectievelijk € 0,26 mln., € 0,13 mln.. Kijken we over de gehele periode 2023-2026 dan is de kadernota per saldo financieel niet sluitend (€ 0,67 mln. negatief). Hierbij merken we wel op dat in deze saldi ter versterking van het eigen vermogen in 2024 en 2025 incidentele stortingen in de algemene reserve van respectievelijk € 1 mln. en € 2 mln., zijn verwerkt. Het tekort in 2026 van € 600k en de taakstelling die op het collegeprogramma zit, laat zien dat we op termijn nog de nodige financiële uitdagingen hebben. Verderop in hoofdstuk 3 van deze kadernota wordt toegelicht hoe de hierboven genoemde saldi tot stand zijn gekomen. Lastendrukverhoging voor burgers en bedrijven In deze kadernota worden geen andere dan reeds geplande lastendrukstijgingen (ozb, rioolheffing en afvalstoffenheffing), voor inwoners en bedrijven, opgenomen. Bij de OZB wordt uitgegaan van een correctie van de tarieven op basis van inflatiecorrectie. De huidige tarieven voor de afvalstoffenheffing zullen door de stijging van de kosten van de afvalinzameling en -verwerking verder onder druk komen te staan. De stijgende loonkosten, recordhoge brandstof- en energieprijzen en de invoering van een CO2-heffing zijn hier debet aan. Bij
7
het opstellen van de begroting 2023 verwachten wij meer duidelijkheid te hebben over de noodzakelijke kostendekkende tarieven. Het in november 2021 door de raad vastgestelde rioleringsplan (GRP) voorziet voor de rioolheffing in 2023 een tariefstijging van € 217 naar € 237. In het najaar van 2022 wordt er een actualisatie van het GRP doorgevoerd en daaruit moet blijken in hoeverre deze geplande stijging noodzakelijk/toereikend is. Ook zullen we u dan een voorstel doen voor de heffingsmethodiek en tariefstelling 2023. Specifieke kaders en uitgangspunten voor de meerjarenbegroting 2023 -2026 Voor de specifieke kaders en uitgangspunten voor de meerjarenbegroting 2023 verwijzen wij u naar bijlage 2 van deze kadernota.
8
3 FINANCIELE ONTWIKKELINGEN Onderstaande tabel geeft het verloop van het meerjarenbegrotingssaldo weer. Bedragen worden in de tabel weergegeven in duizenden euro’s. Onder de tabel worden de in de tabel genoemde bedragen in paragraaf 3.1 t/m 3.5 toegelicht.
3.1 Besluiten gemeenteraad (t/m 11 april 2022) Hier zijn de financiële consequenties opgenomen van de raadsbesluiten t/m 11 april 2022. Voorbeelden van deze raadsbesluiten zijn de 2e bijstelling 2021, de decembercirculaire van de algemene uitkering, het raadsvoorstel ontwikkelkader Weerden Grubbenvorst en Lottum en de uitvoeringsagenda klimaatadaptatie. 2023
2024
2025
2026
Resultaat conform begroting 2022
-607
385
451
404
3.1 Besluiten gemeenteraad (t/m 11 april 2022)
-229
-148
-37
-365
Begrotingspositie incl. besluitvorming raad t/m 11 april 2022
-836
237
414
39
3.2 1e bijstelling 2022
-433
-529
-529
-685
Begrotingspositie incl.1e bijstelling 2022
-1.269
-292
-116
-646
3.3 Kadernota Wettelijk (onontkoombare) ontwikkelingen
-576
-701
-509
-407
3.4 Kadernota Gemeentefonds
1.500
2.350
2.850
550
3.5 Kadernota Af te wegen besluiten
-100
-1.100
-2.100
-100
Saldo na kadernota 2023
-444
257
125
-603
3.2 Gevolgen eerste bijstelling 2022 De 1e bijstelling 2022 kent naast de effecten voor 2022 ook structurele effecten. Met het vaststellen van de 1e bijstelling 2022 worden de structurele effecten verwerkt in de meerjarenbegroting. Voor een toelichting op de wijzigingen verwijzen wij u naar de 1e bijstelling 2022.
3.3 Wettelijk (onontkoombare) ontwikkelingen Saldo
Saldo
Saldo
Saldo
2023
2024
2025
2026
Aantrekken langlopende geldleningen
-476
-401
-374
-347
Investeren in dienstverlening / organisatieontwikkeling
-100
-100
-85
-10
0
-200
-50
-50
-576
-701
-509
-407
Wettelijk (onontkoombare) ontwikkelingen
Jaarplan Informatievoorziening 2022 e.v. Totaal Wettelijk (onontkoombare) ontwikkelingen
9
Wettelijk (onontkoombare) ontwikkelingen Aantrekken langlopende geldleningen Gelet op de rentestijgingen op de financiële markten en de forse investeringen die in de komende jaren op de planning staan, zit er een renterisico in onze huidige begroting. Om dit renterisico enigszins te beperken, willen wij langlopende rentevaste geldleningen aantrekken. Op korte termijn kost dit geld maar op de lange termijn is de verwachting dat het ons geld bespaart. In deze kadernota is de financiële ruimte opgenomen voor het aantrekken van € 35 mln. aan langlopende rentevaste leningen. Investeren in dienstverlening / organisatieontwikkeling Voor het investeren in de dienstverlening en de organisatieontwikkeling is in de periode 2022 t/m 2026 een bedrag van jaarlijks ongeveer € 2 mln. opgenomen. Deze investering in de dienstverlening en organisatie is nodig om de ambities en taken die er op dit moment voor onze organisatie liggen waar te maken en invulling te kunnen geven aan de uitvoering van de opgaven waar we mee aan de slag moeten. De gelden worden besteed aan het op orde krijgen van de dienstverlening in het ruimtelijke domein, het sociale domein en de bedrijfsvoering. Ook wordt er hiermee financiële ruimte gecreëerd om de strategisch denkkracht in de organisatie te vergroten.
De taakstelling op de organisatie vervalt en er wordt in de jaren 2022 t/m 2024 geïnvesteerd in de ontwikkelkracht van de organisatie. De organisatie wordt als het ware in stelling gebracht voor het opgavegericht werken, verbeteren van de regionale samenwerking en de ontwikkeling naar een tweebenige organisatie. Enerzijds flexibel kunnen inspelen op veranderende opgaven en anderzijds in control zijn, doelmatige beslissingen nemen en geen onnodige risico’s nemen. Om hiervoor de juiste mensen in dienst te houden/krijgen, zetten we ook in op een actieve arbeidsmarktbenadering. Tenslotte investeren we in een nieuwe huisstijl die past bij deze organisatieontwikkeling. De dekking van deze investeringen komt voor wat betreft het op orde krijgen van de dienstverlening binnen het sociaal domein gedeeltelijk uit het sociaal domein zelf. Jaarlijks € 150.000 komt uit de extra middelen voor de herverdeling van het gemeentefonds. We verhogen de onderuitputting in de begroting en schaffen de post onvoorzien af. Daarnaast zullen we waar dat mogelijk is interne uren door gaan rekenen naar investeringen en grondexploitaties. De strategische denkkracht zullen we gedeeltelijk bekostigen uit de toekomstige duurzaamheidbudgetten omdat we met name op het gebied van duurzaamheid deze denkkracht nodig zullen hebben.
Voor de implementatie van het opgavegericht werken en de transformatie naar een tweebenige organisatie zullen we ten dele gebruik gaan maken van onze eigen interne coaches. Tenslotte wordt de ruimte die we hebben in de meerjarensaldi van de begroting (€ 500.000) en een gedeelte van het positieve rekeningresultaat 2021 (€ 1.625.000) als dekking gebruikt. Hiermee zijn we er echter nog niet en dit betekent dat er binnen het nieuwe Collegeprogramma voor de jaren 2023 en 2024 jaarlijks € 550k en in 2025 en 2026 jaarlijks € 950k aan dekking gevonden zal moeten worden. Hier komen we bij de (meerjaren)begroting 2023 -2026 op terug. Voor een financiële toelichting op de investeringen in de dienstverlening en de organisatiewikkeling wordt verwezen naar bijlage 4 van de kadernota. Jaarplan Informatievoorziening 2022 e.v. De dienstverlening aan inwoners en bedrijven, de bedrijfsvoering en het 'hybride' werken van de medewerkers is afhankelijk van een robuuste en veilige ICT-omgeving met de juiste applicaties. Met het jaarplan 2022/2023 hebben we noodzakelijke ontwikkelingen in beeld gebracht, waarmee we naast de reguliere ontwikkelingen aan de slag moeten. Deze ontwikkelingen zijn noodzakelijk om de dienstverlening en de bedrijfsvoering van de gemeente te kunnen blijven garanderen.
Sommige aanpassingen zijn mede ingegeven door keuzes van externe leveranciers (bijvoorbeeld aanpassing van hun applicaties en daardoor het vervallen van de ondersteuning voor de oude applicatie; we hebben geen vrije keuze daardoor). Ook anticiperen we bij de inrichting van de ICT omgeving op de Wet Open Overheid, de Wet digitale overheid en de Wet modernisering elektronisch bestuurlijk verkeer. De noodzakelijke ontwikkelingen zijn: vervanging van onze ICT-omgeving, de financiële applicatie, de integratielaag gegevensuitwisseling, de sociaal domein applicatie en de applicatie voor het beheer van de openbare ruimte. Office 365 ontwikkelen we door en we zetten een samenhangende objectenregistratie op. Met name voor de implementatie en projectkosten van deze grote noodzakelijke projecten is er momenteel geen financiële ruimte in onze begroting opgenomen. Dit komt omdat de implementatiekosten van dit soort grote projecten in het verleden vaak uit incidentele budgetten (bijvoorbeeld het ontwikkelbudget) betaald zijn. De genoemde extra financiële middelen zijn dan ook noodzakelijk om de bovenstaande projecten uit te kunnen voeren en om vanaf
10
2024 een ruimte van € 350.000 beschikbaar te houden voor reguliere IV-ontwikkelingen en activiteiten.
3.4 Gemeentefonds Saldo
Saldo
Saldo
Saldo
2023
2024
2025
2026
Maartbrief 2022 aanpassing accres
1.400
2.600
3.000
1.100
Maartbrief 2022 opschalingskorting
800
1.050
1.350
0
Maartbrief 2022 verwacht toename lasten
-700
-1.300
-1.500
-550
Totaal Gemeentefonds
1.500
2.350
2.850
550
Gemeentefonds
Gemeentefonds Op 6 april 2022 is door het Ministerie van Binnenlandse Zaken de maartbrief uitgebracht. Deze brief geeft een eerste beeld van de gevolgen van de belangrijkste maatregelen uit het coalitieakkoord ‘Omzien naar elkaar, vooruit kijken naar de toekomst’, voor het gemeentefonds. Ondanks dat dit geen circulaire is en dus geen officiële bijstelling van het gemeentefonds, vinden wij het wenselijk de gevolgen van deze brief te verwerken in de kadernota. Dit om uw raad gevoel te geven over welke richting het opgaat. Het gaat namelijk om forse bedragen. In de bovenstaande cijfers is te zien dat we de groei van het gemeentefonds (accres), het schrappen van de opschalingskorting en het uit te voeren nieuwe rijksbeleid financieel hebben vertaald. Voor de jaren 2023 t/m 2025 is een behoorlijke toename van het Accres te zien. Vanaf 2026 zien we dat door het los laten van de trap of trap af systematiek, er een forse terugval te zien is. Deze terugval wordt in gemeenteland al het ravijn van 2026 genoemd. De verwachting is dat gemeenten voor deze terugval gecompenseerd gaan worden. Dit kan door uitbreiding van het gemeentelijke belastingenregime danwel door een financiële compensatie vanuit het rijk. Omdat op dit moment een eventuele compensatie, of de hoogte ervan, onzeker is, nemen we hier in deze kadernota geen voorschot op.
Aanvullend verwachten we 50% van de genoemde accres bedragen nodig te hebben voor het uitvoeren van nieuw beleid dan wel uitbreiding van bestaand beleid dat voortkomt uit het regeerakkoord ‘Omzien naar elkaar, vooruit kijken naar de toekomst’. In hoofdstuk 2 van deze kadernota wordt een aanvullende toelichting op de uitkering uit het gemeentefonds gegeven.
3.5 Af te wegen besluiten Saldo
Saldo
Saldo
Saldo
2023
2024
2025
2026
-100
-100
-100
-100
0
-1.000
-2.000
0
-100
-1.100
-2.100
-100
Af te wegen besluiten Inzet circulariteit materiaalgebruik bij renovatie en nieuwbouw Toevoeging aan algemene reserve Totaal Af te wegen besluiten Af te wegen besluiten Inzet circulariteit materiaalgebruik bij renovatie en nieuwbouw In het raadsbesluit van 23 november 2021 is de wens uitgesproken bij renovatie (uit het MIP) en nieuwbouw in te zetten op circulariteit in materiaalgebruik en hiervoor vanaf 2023 het noodzakelijke structurele budget van € 100.000, bij de kadernota 2023 mee te nemen. 11
Toevoeging aan algemene reserve De afgelopen jaren is bij de behandeling van begroting en kadernota veelvuldig gediscussieerd over de noodzaak/wenselijkheid het Eigen vermogen van gemeente Horst aan de Maas te versterken. In de nota risicomanagement, die in november 2019 is vastgesteld door de raad, is bepaald dat onze solvabiliteit (eigen vermogen / totaal vermogen) minimaal 28% moet zijn. De afgelopen jaren zien we dat onze solvabiliteit verslechtert is. Zo komt de ratio in 2022 naar verwachting op 23% uit. Dit is onder de door de raad vastgestelde 28% en ligt nog net in de gemiddelde risicoklasse volgens de beoordeling van de provincie. Zie onderstaande tabel: Risicoklasse A Minst risicovol Solvabiliteitsratio
> 50%
Risicoklasse B gemiddeld risicovol < 50% >20%
Risicoklasse C Meest risicovol < 20%
De gemiddelde solvabiliteit van de Nederlandse gemeenten in 2019 bedroeg 34%.In deze kadernota maken we een aanzet tot het versterken van ons eigen vermogen en het verbeteren van de solvabiliteit. De incidentele overschotten in de jaren 2024 en 2025 van respectievelijk € 1,0 mln. en € 2,0 mln. hebben we toegevoegd aan de Algemene Reserve. Ook het incidentele karakter van de overschotten in 2024 en 2025 en het feit dat ze in 2026 weer teniet worden gedaan door de eerder beschreven forse daling van de uitkering uit het gemeentefonds, rechtvaardigt ons inziens een toevoeging aan de Algemene Reserve.
12
3.6 ONTWIKKELINGEN PER BELEIDSVELD In de inleiding is vermeld dat de kadernota 2023 beleidsarm is. Dit omdat het niet wenselijk is vooruitlopende op het nieuwe bestuursakkoord de raad te vragen een integrale beleidsafweging te maken. Wel hebben wij voor u per beleidsveld op hoofdlijnen de belangrijkste ontwikkelingen en kansen en risico’s geschetst, die in de komende periode op ons afkomen. Voor een verdere toelichting verwijzen we u naar bijlage 1 van deze kadernota “Beleidsmatige ontwikkelingen per beleidsveld”.
4 BIJLAGEN 1. Beleidsmatige ontwikkelingen per beleidsveld; 2. Uitgangspunten voor de (meerjaren)begroting 2022-2025; 3. Overzicht investeringen 2022-2026; 4. Financiële toelichting investering in dienstverlening / organisatieontwikkeling.
13
BIJLAGE 1 BELEIDSMATIGE ONTWIKKELINGEN PER BELEIDSVELD
Programma 1, Economie en ruimte Algemeen Onder dit programma vallen de volgende beleidsvelden: 1.1 Vrijetijdseconomie 1.2 Ruimte 1.3 Veehouderij 1.4 Voedingstuinbouw, fruitteelt en boomkwekerij 1.5 Economische zaken, verpachtingen enz.
Beleidsmatige ontwikkelingen, kansen en risico’s 1.1 Vrijetijdseconomie Vrijetijdseconomie is een belangrijke economische pijler in Horst aan de Maas. We willen deze graag versterken en zetten in op kwaliteit en structuurversterking. De adviesraad vrijetijdseconomie speelt een belangrijke rol in het aanjagen en verbinden van verblijfsrecreatie, dagrecreatie, horeca, landschap, cultuur, erfgoed, detailhandel en agrotoerisme. Dit met als doel om samen continue aantrekkelijke producten in de markt te zetten. Zodat onze gasten blijven komen en de bestedingen toenemen. In de omgevingsvisie zal vrijetijdseconomie een belangrijke rol spelen, waarbij we kijken hoe ondernemers toekomstbestendig kunnen ontwikkelen in balans met de omgeving. Tegelijkertijd geeft het inzicht in wat we willen behouden of beschermen. Regionaal geven we uitvoering aan het actieprogramma “Vrijetijdseconomie 2018-2025”. Dit is gekoppeld aan de Investeringsagenda Noord-Limburg, we pakken samen projecten op zoals het Mountainbike netwerk en de Toeristische Overstapplaatsen. Voor destinatiemarketing sluiten we aan bij de provinciale campagnes van InLimburg. 1.2 Ruimte Op 1 januari 2023 treedt de Omgevingswet in werking. Onze inzet is erop gericht om dan de basis op orde te hebben. Nieuwe processen, capaciteit op orde, meer integraal werken en ontwikkeling van houding, gedrag en vaardigheden.
Op die basis bouwen we vanaf 2023 verder. Dan doen we met een doorontwikkeltraject in twee delen. Dit is enerzijds nodig om aan alle verplichtingen van de Omgevingswet te voldoen. Anderzijds gaat het om de doorontwikkeling van onze organisatie. 1.
Doorontwikkeling instrumenten Omgevingswet De omgevingsvisie en het omgevingsplan zijn in ontwikkeling. In 2022-2023 worden nieuwe processen en procedures gestart, die ook continu geëvalueerd en bijgesteld worden met het oog op efficiëntie en kwaliteit van dienstverlening. Ook starten we met het aanpassen van beleid en
14
regelgeving. Het leren en ontwikkelen van medewerkers op inhoud, houding en gedrag is een belangrijk onderdeel om onze dienstverlening op orde te krijgen. 2.
Doorontwikkeling manier van werken In onze manier van werken richten we ons op de dienstverlening in de fysieke leefomgeving. Dat blijft continu aandacht vragen. We blijven leren van ervaringen die we opdoen. De Omgevingswet is een vliegwiel om als organisatie in brede zin op vergelijkbare wijze in verbinding te staan met onze inwoners, ondernemers en instellingen. Als gemeente moeten we flexibel (wendbaar) en efficiënt in kunnen spelen op vragen en veranderingen ‘buiten’ en tegelijkertijd in control zijn. Verantwoordelijk en aanspreekbaar blijven voor het adequaat oplossen van vraagstukken; efficiënt en innovatief, koersvast en tegelijkertijd co-creërend, betrouwbaar en vertrouwen gevend.
3.
Ontwikkelplan cluster Ruimte In 2021 is ingezet op versterking en verbetering van de dienstverlening binnen het cluster Ruimte. Met het vaststellen van de begroting voor 2022 is hier structurele formatie voor beschikbaar gesteld. Met het ontwikkelplan Ruimte werken we toe naar een robuuster en toekomstbestendig cluster. Anders denken en doen (o.a. vanuit Omgevingswet én Bidbook Organisatie Ontwikkeling) en herbezien van onze werkprocessen dragen hier aan bij. De toename van het aantal vergunningsaanvragen en principeverzoeken blijft echter onveranderd hoog. Dit in combinatie met een extreme krapte op de arbeidsmarkt voor met name vergunningverleners, planologen, milieuspecialisten en omgevings-juristen, zowel voor de vaste aanstellingen als inhuur, maakt dat de beoogde en noodzakelijke verbeterstappen onder spanning staan.
4.
Actualisatie IPPC vergunningen De aanpak voor de actualisatie wordt in RUD verband bepaald. De planning is gericht op het binnen 3 jaar op orde krijgen van de alle vergunningen (voor HadM: 38 stuks). Onze gemeente zal hiervoor (grotendeels) capaciteit moeten inhuren.
1.3 Veehouderij De visie op de veehouderij tot 2030 en het uitvoeringsprogramma bij de visie zijn vastgesteld door de raad. De looptijd van het uitvoeringsprogramma en projecten is van 2022 tot en met 2025 en elk jaar in Q1 laat het college aan de hand van monitoring en evaluatie zien wat de stand van zaken is en of we op koers zitten. Daarna gaat het college verder aan de slag met de acties uit het uitvoeringsprogramma zoals: -
Dashboard en monitoring: Aantallen veehouderijen en aantallen dieren, emissies en de ligging van de veehouderijen in 2023 ten opzichte van voorgaande jaren;
-
De resultaten van de acties uit het uitvoeringsprogramma die voor 2023 zijn gepland zoals de IPPC actualisatie, het flankerend beleid, meten is weten, geurvisie,- verordening, intrekkingsbeleid en herbestemmen leegstaande agrarisch gebouwen.
De invloed van landelijke ontwikkelingen, zoals de aanpak stikstof en natuurherstelmaatregelen, op de visie veehouderij Horst aan de Maas worden groter nu het rijk vergaande maatregelen afkondigde. We anticiperen hierop bij de acties en maatregelen uit het uitvoeringsprogramma. Met actieve informatie brengt het college de raad op de hoogte van de ontwikkelingen binnen dit beleidsthema.
15
1.4 Voedingstuinbouw, fruitteelt, boomkwekerij en glastuinbouw De agrarische sector is een belangrijk speerpunt voor onze gemeente. Er zijn veel ontwikkelingen gaande, zoals de verduurzaming van de (glas)tuinbouw en de ketensamenwerking binnen de sector om te komen tot meer toegevoegde waarde en een beter verdienmodel. Ook de relatie tussen veilige voeding en gezondheid wordt steeds belangrijker voor onze inwoners en de regio. Dit biedt kansen voor de sterke ontwikkeling van o.a. de zacht fruit sector, waar we als gemeente in gesprek zijn om de mogelijkheden tot stimulering en facilitering in beeld te brengen. Daarbij speelt de gebiedsontwikkeling rondom om Aardbeienland waarbij meerdere partijen aansluiten om te komen tot een grotere gebiedsontwikkeling met toekomstperspectief, dit onder de noemer van de “fruitcampus” een belangrijke rol. In 2022 is met de sector gewerkt aan een visiedocument. De verwachting is dat deze in de eerste helft van 2023 kan worden opgeleverd. Met de boom- en rozenkwekerij is een vergelijkbare koers ingezet. Eind 2022 worden de eerste gesprekken gevoerd. Dit zal in de loop van 2023 verder zijn beslag krijgen. Ook de ontwikkeling van Dutch Mushroom Center op het campusterrein biedt kansen voor de sector om zaken als innovatie, educatie en gastronomie en ketensamenwerking bijeen te brengen en de sector opnieuw op de kaart te zetten.
Door de doorontwikkeling van Brightlands Campus Greenport Venlo met als centraal thema voeding & gezondheid, future farming en biocirculaire economie kunnen we door onderzoek en innovatie in de agrarische sector belangrijke stappen zetten om te komen tot een duurzame toekomst. 1.5 Economische zaken, verpachtingen enz. Economische ontwikkelingen worden samen met partners op regionaal niveau in beeld gebracht en vertaald in visies. Momenteel loopt er een maatschappelijke en politieke discussie over de grootschalige bedrijfsvestigingen, bijbehorende inzet van arbeidsmigranten en problematiek m.b.t. huisvesting en sociale integratie. Er is een uitdaging op het gebied van voldoende uitbreidingsmogelijkheden van bestaande regionale bedrijvigheid en de demografische ontwikkelingen in relatie tot de arbeidsmarkt. De regionale quatro helix samenwerking richt zich op projecten van de Regio Deal en de Investeringsagenda Noord-Limburg met centrale doelstelling de Gezondste Regio. De projecten moeten bijdragen aan de brede welvaart voor onze regio en onze gemeente. Ook wordt verkend of de euregionale samenwerking kan worden versterkt.
16
Programma 2, Wonen, mobiliteit en openbare ruimte ALGEMEEN Onder dit programma vallen de volgende beleidsvelden: 2.1 Wonen en Bouwen 2.2 Bouwgrondexploitaties 2.3 Wegen, pleinen, fietspaden en openbare verlichting 2.4 Openbaar groen, bossen en landschap 2.5 Openbaar vervoer (Mobiliteit & infrastructuur)
BELEIDSMATIGE ONTWIKKELINGEN, KANSEN EN RISICO’S 2.1 Wonen en bouwen Masterplan wonen In 2021 is het Masterplan Wonen 2021-2025 vastgesteld, met als belangrijkste ambitie om de balans op de woningmarkt te herstellen door onder andere het vergunnen van 1.000 woningen tot en met 2025. Er is tevens een uitvoeringsplan vastgesteld en er worden in samenwerking met de dorpen, dorpsplannen wonen opgesteld om de specifieke behoeften per dorp in kaart te brengen. Er is vooral behoefte aan levensloopbestendige woningen voor senioren en betaalbare woningen voor starters. Daarbij zal aandacht zijn voor alle doelgroepen, waaronder ook kwetsbare inwoners zoals statushouders, zorgbehoevenden, internationale werknemers en woonwagenbewoners. Niet alleen nieuwbouw, maar ook de bestaande woningvoorraad verdient de aandacht. Verbetering van wijken, verduurzaming en toekomstbestendig maken van bestaande woningen, zijn daarbij de speerpunten. Huisvesting aandachtsgroepen In 2022 hebben we een uitkering ontvangen van € 975.000 voor de huisvesting van aandachtsgroepen, het betreft een uitkering van € 5.000 per woonruimte. Er zijn initiatieven in voorbereiding waar we deze uitkering voor kunnen inzetten. Als eind 2023 blijkt dat we geen concrete projecten kunnen realiseren, zullen we een deel van de uitkering moeten terugbetalen.
Woonwagenbeleid Voor het optimaliseren van het beleid ten aanzien woonwagens in Horst aan de Maas en de uitvoering hiervan is een investering nodig. Er is reeds budget opgenomen voor de uitbreiding van woonwagenstandplaatsen van € 275.000 in 2022 en € 275.000 in 2023. Afhankelijk van een nog te verfijnen onderzoek en beleid zal blijken om hoeveel standplaatsen het gaat en of dit voldoende is. Wet Kwaliteitsborging Bouwen (WKB) Tegelijk met de Omgevingswet treedt op 1 januari 2023 ook de Wet Kwaliteitsborging Bouwen (WKB) in werking. Als gevolg van deze laatste wet verschuift de toetsing van “bouwtechniek” bij aanvragen om omgevingsvergunning van “vergunningverlening” naar “toezicht”. Kort samengevat maakt in de meeste gevallen de toetsing aan het Bouwbesluit (straks het Besluit Bouwwerken Leefomgeving) geen onderdeel meer uit van de af te geven vergunning. Via een systeem van private kwaliteitsborgers wordt ten tijde van de bouw en voorafgaand aan de ingebruikname verantwoording afgelegd over de bouwtechnische kwaliteit van een bouwwerk. Deze verantwoording gebeurt door een melding in te dienen bij de gemeente. Deze werkwijze geldt voor het merendeel van de aanvragen om 17
omgevingsvergunningsvergunning in Horst aan de Maas. De gemeente blijft bevoegd gezag bij afwijkingen, strijdigheden etc. Voor deze meldingen mogen geen leges in rekening worden gebracht. Voor de toetsing aan het omgevingsplan (nu: bestemmingsplan) blijft de gemeente wel nog verantwoordelijk. De impact van deze wetswijzigingen en met name de gevolgen voor de leges en de ambtelijke inzet wordt momenteel onderzocht. 2.2 Bouwgrondexploitaties De ambitie t.a.v. wonen (1.000 nieuwe woningen vergund in 2025) kunnen door zowel gemeente als door projectontwikkelaars c.q. particuliere initiatieven ingevuld worden. Die ambitie betekent dat er, voordat er vergund kan worden, plannen voorbereid moeten worden en eventueel gronden aangekocht moeten worden. Er is al voorraad in gronden, maar wellicht is er nog meer nodig. Daarom is bij de begroting 2022 een algemeen voorbereidingskrediet van € 200.000 verstrekt, voor toekomstige woningbouwlocaties (en evt. bedrijventerreinen). Vanuit dat voorbereidingskrediet kan per nieuw op te pakken locatie een deel gebruikt worden. Bij een succesvol voorbereidingstraject worden deze kosten dan onderdeel van de nieuwe grondexploitatie. Binnen 5 jaar na start voorbereiding moet dit duidelijk zijn. Daarmee maken we het mogelijk snel in te kunnen spelen op kansen die zich voordoen.
Het risico is vrij beperkt vanwege de afdekking door de ARGE (het komt dus niet als kapitaallasten terug in de begroting) dan wel door inbreng in de toekomstige grondexploitatie én de kosten bij aanvang nog beperkt zijn en vanuit een eerste globale verkenning al snel duidelijk wordt of een locatie kansrijk is of niet. 2.3 Wegen, pleinen, fietspaden en openbare verlichting We blijven ons inzetten op een kwalitatief goede openbare infrastructuur. Het wegenbeheerplan loopt t/m 2023. Vooralsnog gaan we ervan uit dat het nieuwe wegenbeheerplan minimaal dezelfde investeringen ten behoeve van rehabilitatie met zich meebrengt als het huidige, gelet op de leeftijd van het wegennet. Dit betekent voor 2024 e.v. een investering van € 2 mln. (kapitaallasten € 70K) per jaar. Naast rehabilitatie maken we ook voor het reguliere (planmatige) onderhoud een inschatting van de te verwachte kosten op lange termijn. Hierbij gaat het om het gemiddelde jaarlijkse onderhoudsbudget (huidig = € 1,3 mln.) dat de komende 4 jaar nodig is om de verharding gedurende de maximale levensduur functioneel en veilig te houden (Basisniveau). Door de toename in verhardingsareaal en de te verwachten kostenverhogingen als gevolg van explosieve loon- en prijsstijgingen, is het huidige reguliere onderhoudsbudget in de komende jaren 2024 waarschijnlijk niet toereikend.
2.4 Openbaar groen, bossen en landschap We blijven ons inzetten voor de verduurzaming van onze openbare ruimte waarbij we specifiek aandacht hebben voor klimaatadaptatie. Bij de realisatie van de 1.000 woningen zullen we rekening moeten houden met dat er genoeg ruimte overblijft voor openbaar groen. Dit zodat het vastgestelde aantal m² openbaar groen per woning niet in het gedrang komt. Ook zullen we ons in blijven zetten om de biodiversiteit in de openbare ruimte vergroten. De hoeveelheid te onderhouden openbaar groen zal toenemen. Zo zal bijvoorbeeld de openbare ruimte van het Klaver 4 gebied versneld worden overgedragen aan de gemeente. De opmars van (invasieve) soorten blijft ons zorgen baren. Bestrijding van de eikenprocessierups, de Japanse Duizendknoop, de Bosrank en de Essenprachtkever zal in de toekomst dan ook meer tijd en geld gaan kosten. Daarnaast hebben onze bossen en landschapselementen veel te leiden gehad onder de droogteperiodes van de afgelopen jaren. We hebben hier gekeken wat nodig is om e.e.a weer op niveau te brengen. De komende jaren zullen we dit gefaseerd oppakken.
18
2.5 Openbaar vervoer (Mobiliteit & infrastructuur) Uitvoering Strategisch Programma Verkeersveiligheid (SPV) Om de verkeersveiligheid in de gemeente Horst aan de Maas structureel te kunnen verbeteren, werkt de gemeente samen met de regio Noord-Limburg en de provincie Limburg. Het landelijke Strategisch Plan Verkeersveiligheid (SPV) 2030 wordt door vertaald naar de context van de gemeente. Het SPV beschrijft beleidsthema’s die tot risico’s kunnen leiden in het verkeerssysteem. Al deze thema’s maken onderdeel uit van het verkeerssysteem in de gemeente Horst aan de Maas en bevatten de risico's op verkeersongevallen. In 2021 is een risicoanalyse uitgevoerd waarmee in beeld is gebracht welke thema’s in de gemeente Horst aan de Maas extra focus behoeven. Hiervoor wordt eind 2022 een maatregelenpakket aan de raad voorgelegd, waarin een onderscheid gemaakt wordt in prioriteiten. Voor uitvoering van het maatregelenpakket is Rijkssubsidie beschikbaar. Vanaf 2023 kan de uitvoering van het maatregelenpakket dan plaatsvinden. De financiële consequenties hiervan zijn nog niet bekend en ook nog niet in onze begroting opgenomen. Programma Verkeer en Mobiliteit (uitvoering nieuw GVVP) In 2018 is de regionale mobiliteitsvisie van Trendsportal vastgesteld. Daarmee is het traditionele regionale verkeersbeleid vervallen. Op gemeentelijk niveau is het GVVP 2012 het leidende verkeersbeleid.
Dat beleid is toe aan vernieuwing. In de lijn met de invoering van de omgevingswet zal er een programma op het thema Verkeer en Mobiliteit gemaakt moeten worden. De programma's zijn bedoeld voor de verdere beleidsuitwerking en de uitwerking van de concrete maatregelen om doelstellingen voor de fysieke leefomgeving te bereiken. Denk bijvoorbeeld aan het verbreden van fietsinfra of aan het beter inrichten van de 50km/h wegen. Aan de keuzes die in dit programma gemaakt worden, zitten financiële gevolgen. Deze gevolgen zijn op dit moment nog niet inzichtelijk. Bij de vaststelling van het programma zullen deze gevolgen inzichtelijk zijn en ter besluitvorming aan de raad aangeboden worden. Naar verwachting is dat Q4 2022/Q1 2023.
19
Programma 3, Duurzaamheid: klimaatambities, energietransitie, circulariteit ALGEMEEN Onder dit programma vallen de volgende beleidsvelden: 3.1 Afvalverwijdering 3.2 Riolering, waterkering, afwatering 3.3 Milieu en duurzaamheid
BELEIDSMATIGE ONTWIKKELINGEN, KANSEN EN RISICO’S 3.1 Afval Horst aan de Maas is al ruim 10 jaar koploper in Nederland als het om afvalscheiding gaat. Op de eerste plaats is dit te danken aan de inzet van al onze inwoners. Zij worden hierbij geholpen door onze unieke manier van afval inzamelen, die zich kenmerkt door het hoge serviceniveau. Aan dit hoge serviceniveau en onze koploperspositie willen wij ook de komende jaren blijven vasthouden. Dit brengt wel de nodige uitdagingen met zich mee, op praktisch en financieel gebied. Door stijgende loonkosten, recordhoge brandstof- en energieprijzen en de invoering van een CO2-heffing stijgen ook de kosten van de afvalinzameling en -verwerking. Dit gaan we voelen bij de contracten die we de komende jaren af gaan sluiten en zal de tarieven van de Afvalstoffenheffing verder onder druk zetten. Per 31 december 2022 is het statiegeld op blikjes ingevoerd. De verwachting is dat dit, net als na invoering van het statiegeld op kleine plastic flesjes, tot een aanzienlijke afname van het zwerfafval zal leiden. Na de enorme toename van het aantal MooiMakers in 2020 en 2021, gaan we er voor zorgen dat we deze belangrijke groep vrijwillige zwerfafvalprikkers ook de komende jaren aan boord houden. Zo houden we Horst aan de Maas ook in de periode 2023-2026 samen schoon.
3.2 Riolering, waterkering, afwatering In november ’21 is het nieuwe Gemeentelijke Rioleringsplan (GRP) voor de jaren 2022-2026 door de gemeenteraad vastgesteld. Het GRP vormt het beleidsmatig en financieel kader voor wettelijke taken zoals de inzameling van afvalwater en verbetering van de kwaliteit van het oppervlaktewater. Ook gaan we verder met klimaatadaptatie waarbij Urgente knelpunten wateroverlast aangepakt worden. De verwachting is dat de huidige rioolheffing van € 217 voor de periode 2023-2026 moet worden verhoogd naar € 237. In het najaar van 2022 wordt er een actualisatie van het GRP doorgevoerd en daaruit moet blijken in hoeverre deze geplande stijging noodzakelijk/toereikend is. In de praktijk blijkt dat de technische levensduur van riolering en randvoorzieningen langer is dan de economische afschrijvingstermijn. Daarom wordt momenteel onderzocht of afschrijvingstermijnen verantwoord verlengd kunnen worden. Dit kan een dempend effect op de noodzakelijke kostendekkende heffing hebben. Daarnaast wordt onderzocht of tariefdifferentiatie in de rioolheffing mogelijk is. De onderzoeksresultaten zullen we doorrekenen in het kostendekkingsplan en in het najaar van 2022 aan de raad voorleggen.
Ook zullen we u dan een voorstel doen voor de heffingsmethodiek en tariefstelling 2023.We zullen dan ook indien nodig eventuele aanpassingen als gevolg van de stijging van de grondstof- en energieprijzen meenemen.
20
Verder gaat Horst aan de Maas in het kader van Integraal Riviermanagement (IRM) van het Rijk deelnemen aan het pilotproject “Vierwaarden”. In dit project worden rivierkundige maatregelen langs de Maas verkend in samenhang met andere kwaliteiten in het gebied van Venlo tot Lottum/Arcen. Er is een vooronderzoek uitgevoerd dat in ’22 tot een besluit van de minister moet leiden om al dan niet een MIRT-verkenning uit te gaan voeren. Er is een werkkrediet beschikbaar gesteld indien wordt besloten tot de verkenningsfase. 3.3 Milieu en duurzaamheid Vanaf 2022 komt er structureel geld naar alle gemeenten voor het uitvoeren van alle nieuwe taken uit het Klimaatakkoord. Als gevolg hiervan gaat de formatie op duurzaamheid de komende jaren groeien en gaan we ook meer samenwerken in RES-verband. De nieuwe taken hebben voor meer dan de helft betrekking op het beleidsveld energie: isolatie van woningen, energiebesparing voor woningen en bedrijven, bedrijven ondersteunen in de overstap naar duurzame alternatieven voor fossiele brandstoffen, het opstellen van wijkuitvoeringsplannen om woningen van het gas af te krijgen en natuurlijk het realiseren van duurzame grootschalige energie-opwek. Vanuit de nieuwe taken uit het Klimaatakkoord én de gelabelde klimaatgelden zullen wij een belangrijke bijdrage gaan leveren aan een duurzaam Horst aan de Maas.
In het nieuwe Uitvoeringsprogramma 2023 – 2025 Wij gaan Groen!, werken we uit hoe we dit gaan doen, wat dit allemaal gaat opleveren en wat de uiteindelijke bijdrage zal zijn aan onze doelstelling van 49% CO2 reductie in 2030. In dit uitvoeringsprogramma werken we naast Energie ook de andere Wij Gaan Groen hoofddoelen verder uit, te weten klimaatadaptatie, circulaire economie en natuur-inclusiviteit. Daarbij zal o.a. de in 2022 vastgestelde Uitvoeringsagenda Klimaatadaptatie het vertrekpunt zijn voor de uit te voeren projecten: aanpak Urgente knelpunten wateroverlast in stedelijk gebied, realisatie van Groene Bergingen en het vergroenen-verblauwen van schoolpleinen.
21
Programma 4, Sociaal maatschappelijk, participatie en voorzieningen ALGEMEEN Onder dit programma vallen de volgende beleidsvelden: 4.1 Zorg 4.2 Werk en inkomen 4.3 Arbeidsmigranten 4.4 Nieuwkomers 4.5 Gezondste regio 2025 4.6 Inwonerparticipatie en Inwonerinitiatieven 4.7 Burgerzaken
BELEIDSMATIGE ONTWIKKELINGEN, KANSEN EN RISICO’S
4.1 Zorg Betere en snellere dienstverlening sociaal domein: het aantal verzoeken van inwoners om ondersteuning in het sociaal domein en het aantal afstemmingsmomenten met belangrijke ketenpartners zijn de afgelopen jaren toegenomen. Ook is de complexiteit van de problematiek toegenomen. Om te zorgen dat we snel en adequaat kunnen blijven inspelen op de vragen van inwoners en partners investeren we met het Verbeterplan WIZ in de kwaliteit en werkwijze van onze gebiedsteams. Daarmee kunnen we ook beter anticiperen op ontwikkelingen, zoals het landelijke programma Geweld Hoort Nergens Thuis en de Hervormingsagenda jeugd. Investeren in preventie en het voorliggend veld: we willen meer inzetten op preventie, normaliseren en voorliggend veld. Hoe meer ondersteuningsvragen in de eigen omgeving met behulp van het netwerk, de gemeenschap en voorliggende voorzieningen worden opgepakt, des te kleiner het beroep op maatwerkvoorzieningen is. Maatwerkvoorzieningen blijven zo beschikbaar voor inwoners waarbij de specifieke expertise van deze zorgaanbieders onmisbaar is. Dit betekent zowel investeren in voldoende krachtige gemeenschappen en inwonerinitiatieven als werken aan een betere verbinding tussen informele en formele ondersteuning.
Bouwen aan de sociale basis bij complexe problematiek: Voor inwoners met complexe problematiek die gebruik maken van voorzieningen zoals Beschermd Wonen en Maatschappelijke Opvang, is de sociale basis van essentieel belang voor herstel en het ‘normale leven’. Hoe sterker de sociale basis en de samenwerking tussen voorzieningen in het voorliggend veld, hoe meer kans op herstel en stabiliteit. In het kader van de maatschappelijke opvang willen we meer inzetten op opvang in het eigen netwerk en begeleiding in de wijk. Normalisering van psychische klachten en inzet van ervaringsdeskundigheid spelen daarbij een essentiële rol. 4.2 Werk en inkomen Het Centraal Planbureau verwacht over 2022 een stijging van het aantal bijstandsuitkeringen van ongeveer 5 procent per jaar. Pas vanaf 2023 wordt weer een daling van het aantal uitkeringen voorzien. Door het stijgende aantal bijstandsuitkeringen zullen ook de kosten stijgen.
22
Iedereen doet mee in de samenleving. Daar geloven we in. We begeleiden inwoners bij het vinden en behouden van werk. Als het nodig is, bieden we inkomensondersteuning of werk in een aangepaste omgeving. Onze Loods vormt de schakel tussen kwetsbare inwoners die ondersteuning nodig hebben bij het vinden van passend werk en de lokale ondernemers in het maatschappelijke middenveld. Daarnaast zijn er inwoners die vanwege een arbeidsbeperking extra ondersteuning nodig hebben in hun weg naar regulier werk. Sommigen zijn zelfs afhankelijk van een beschutte aangepaste werkplek. NLW is een van onze partners. Samen met Onze Loods willen we alle mensen een actieve plek geven in onze samenleving. Het is nu nog meer dan ooit, onze missie om er in deze onzekere tijden te zijn voor de kwetsbare groepen. 4.3 Arbeidsmigranten Wij bekijken het onderwerp arbeidsmigranten vanuit verschillende invalshoeken. Wij vinden het belangrijk dat arbeidsmigranten volwaardig mee (kunnen) doen in onze gemeente (Sociale Integratie), we vinden het belangrijk dat ze op een fatsoenlijke manier worden gehuisvest (ruimtelijke ontwikkeling met draagvlak). We zien dat de arbeidsmigranten nodig zijn voor onze economie, maar houden de draagkracht van de gemeente en de regio in de gaten (economie).
Wij als gemeente nemen daar verantwoordelijkheid voor maar we zetten ons ook in om de werkgever, de huisvesters en de regio ook hun verantwoordelijkheid te laten nemen. Om dat voor elkaar te krijgen werken we programmatisch. We versterken de basis, door meer grip te krijgen op de aantallen mensen die hier werken en wonen, de focus op het op orde krijgen van de vergunningen, het verbeteren van de registratie van de arbeidsmigrant en het gericht inzetten van handhaving op plekken waar we de ongewenste effecten van de huisvesting zien. We gaan het experiment aan in pilots met verschillende partijen (rijksoverheid, werkgevers, onderwijs maar ook bijvoorbeeld zorgverzekeraar of bank) en werken eraan dat verschillende disciplines en de regels en de voor overheden beschikbare instrumenten op elkaar afgestemd zijn. Als nodig zal het beleid worden aangescherpt. Naast het versterken van de basis gaat de gemeente aan de slag met voorbeeldproject. Een huisvestingsproject, waarin de gemeente het voortouw neemt, dat als voorbeeld moet gaan dienen voor de manier waarop arbeidsmigranten worden gehuisvest en gefaciliteerd worden en er aandacht is voor de sociale integratie van deze groep mensen.
Ook wordt er een koppeling gezocht met het tegengaan of verplaatsen van shortstay arbeidsmigrantenhuisvesting in de wijken en dorpen, zodat de woningen die hiervoor gebruikt worden, worden vrijgespeeld voor de reguliere woningmarkt (tegengaan scheefwonen). 4.4 Nieuwkomers We huisvesten statushouders en zorgen ervoor dat deze zo goed mogelijk integreren en participeren in onze samenleving. Dat doen we o.a. door het uitvoeren van de nieuwe Wet Inburgering. In het inburgeringsprogramma wordt behalve taalles ruim aandacht geschonken aan het ontwikkelen van werknemersvaardigheden en de mogelijkheden op werk. Maar ook aan diverse maatschappelijke onderwerpen die te maken hebben met de Nederlandse samenleving. Daarnaast vormt ook de maatschappelijke begeleiding onderdeel van de inburgering. Via die begeleiding door vrijwilligers van Synthese, zetten we in op het bevorderen van de zelfredzaamheid van de nieuwkomers. Voor de uitvoering van het inburgeringsprogramma ontvangen we van het Rijk een bijdrage per inburgeraar, waarvan de verschillende onderdelen van het inburgeringsprogramma moet worden bekostigd.
23
4.5 De gezondste regio De raad heeft in 2021 gekozen voor implementatie van de beweging / werkwijze IJslandse preventie model in de jaren 2022, 2023, 2024 en 2025. Het IJslands preventie model moet zorgen voor een integrale en minder vrijblijvende inzet van versterkende omgevingsfactoren (ouders, onderwijs, leeftijdsgenoten, peers en ruimtelijke omgeving) waarmee significant impact bereikt wordt op gezonde leefstijl en dus minder ziektelast op latere leeftijd (mentaal en fysiek). Deze implementatie gebruiken we voor het bottom-up ‘laden van de opgave: iedereen maakt deel uit van een gezonde en gelukkige gemeenschap’. Strategische personele capaciteit, is hiervoor noodzakelijk. 4.6 Inwonerparticipatie en Inwonerinitiatieven De gemeenschappen in Horst aan de Maas zijn krachtig en zij verwachten gelijkwaardig en serieus behandeld te worden. Daar blijven we in investeren. Het is belangrijk de komende jaren aandacht te geven aan de toekomstige relatie tussen overheid en gemeenschap. Om de gewenste beweging, van maatwerkvoorziening naar voorliggend veld/gemeenschapszorg, te realiseren hebben we inwonersinitiatieven nodig en blijven we hierin investeren. Dit doen we o.a. door: Inwonersbegroting/buurtbudgetten Gemeenschapsinitiatieven komen tot volwassenheid. Om dit proces te versterken is het belangrijk inwoners zelf eigenaarschap te geven over beschikbare middelen.
Dit versterkt de betrokkenheid in de wijk en het dorp en het geloof in de democratie. Daar zijn landelijk veel voorbeelden van. In Horst aan de Maas willen we hiermee experimenteren in de wijkaanpak (Mussenbuurt, in de Riet en Norbertuswijk) en met America Left (zelf organiseren en verlenen van zorg). We verwachten dat dit soort aanpakken in de toekomst een besparing op zorgkosten oplevert en dat de kwaliteit van zorg en ondersteuning hierdoor verbeterd. 4.7 Burgerzaken Recente ontwikkelingen zoals nieuwe wet- en regelgeving, landelijk en Europees beleid, nieuwe technologieën en de toenemende digitalisering werken door binnen alle thema’s van Burgerzaken: persoonsinformatiemanagement, identiteitsmanagement, verkiezingen, dienstverlening en innovatie. Enkele ontwikkelingen die zeker op ons afkomen zijn onder meer; de reisdocumenten piek vanaf 2024 (toename 600%), inschrijving arbeidsmigranten in de BRP en het nieuwe landelijke opleidingsstelsel met een mogelijke verplichte certificering in de toekomst. De snelheid waarmee bovenstaande ontwikkelingen vormgegeven moeten worden, vraagt een wendbare, flexibele inzet en aanvullende competenties de medewerkers.
De toenemende complexiteit van onze werkzaamheden door internationalisering van de maatschappij en de toename, met gemiddeld 45%, van het aantal aanvragen, verzoeken en aangiften, maakt dat we genoodzaakt zijn om de personeelsformatie te herzien. Het (toekomstig) vertrek van meerdere medewerkers die de pensioengerechtigde leeftijd bereiken maakt dat veel kennis verloren gaat. Om te komen tot een goed opgeleid personeelsbestand zijn wij genoodzaakt het opleidingstraject praktisch en theoretisch zelf vorm te geven. De intentie ligt er om dit samen met de gemeente Venray te doen. Het project samenwerking met gemeente Venray, op gebied van burgerzaken, zal nog uitgevoerd moeten worden. Door gebrek aan middelen en mankracht heeft dit project nog geen vorm gekregen. Bovenstaande ontwikkelingen en thema’s vraagt om een strategisch ontwikkelplan burgerzaken waarop wij de komende jaren zullen sturen ten einde voldoende toegerust te zijn om de gevraagde kwaliteit en dienstverlening te blijven waarborgen.