CConstaterende datHorst aan de Maas
Koppel je AI →
Document · PDF

02c TAM-omgevingsplan bedrijfsactiviteiten Hagelkruisweg Toelichting

Gemeenteraad 10 maart 2026, gemeente Horst aan de MaasBij agendapunt: Voorstel tot het gewijzigd vaststellen van het TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22z Hagelkruisweg 3, Grubbenvorst.21.489 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

TAM-omgevingsplan

bedrijfsactiviteiten

Hagelkruisweg 3 te Grubbenvorst Gemeente Horst Ontwerp

aan

de Maas

n o

f o l o c

projectnaam TAM-omgevingsplan bedrijfsactiviteiten Hagelkruisweg 3 te Grubbenvorst datum 3 juni 2025 projectnummer P07769 IMRO-identificatienummer NL. IMRO. 1507. GVHAGELKRWEG3-BPO1 opdrachtgever Gemeente Horst aan de Maas Concept 23 oktober 2024 Ontwerp 3 juni 2025 Vaststelling BRO projectleider IMo projectteam DEe bron kaft BRO review AKu

Industriestraat 94 5931 PK Tegelen +31 (0)77 373 06 01 info @bro.nl www. bro. nl

TOELICHTING

Inhoudsopgave 1

Aanleiding en doel

6

1. 1 1. 2 1. 3 1. 4

Aanleiding Plangebied Juridisch-planologisch kader Leeswijzer

6 7 7 8

2

Beschrijving bestaande situatie

10

3

Voorgenomen ontwikkeling

11

3. 1 3. 2

Beoogde ontwikkeling Stedenbouwkundige opzet

11 12

Relatie met het omgevingsplan

13

4. 1 4. 2 4. 3

Bestaande functie bouw- en gebruiksmogelijkheden Randvoorwaarden op grond van omgevingsplan Strijdigheden met omgevingsplan

13 13 14

Beleidsmatige aspecten in de fysieke leefomgeving

15

5. 1

Verhouding tot Rijksbeleid

15

5. 1. 1 5. 1. 2 5. 1. 3 5. 1. 4

15 16 17 19

4

5

5. 2

5. 3

5. 4

,

Verhouding tot provinciaal beleid

19

5. 2. 1 5. 2. 2 5. 2. 3

19 20 22

6

Omgevingsvisie Limburg Omgevingsverordening Limburg 2021 Conclusie

Beleid Waterschap

22

5. 3. 1 5. 3. 2 5. 3. 3

22 23 23

Waterschapverordening Waterschap Limburg Waterbeheerprogramma Waterschap Limburg 2022-2027 Conclusie

Regionaal beleid 5. 4. 1

5. 5

Nationale omgevingsvisie Instructieregels Rijk (AMvB’s) De Ladder voor duurzame verstedelijking Conclusie

Greenport Plus Regio (GPR)

23 23

Gemeentelijk beleid

24

5. 5. 1 5. 5. 2

24 26

Structuurvisie Horst aan de Maas Conclusie

Landschappelijke , stedenbouwkundige en cultuurhistorische waarden

27

6. 1

Cultuurhistorie

27

6. 1. 1 6. 1. 2 6. 1. 3

27 27 27

6. 2

6. 3

Toetsingskader Onderzoek Conclusie

Archeologie

27

6. 2. 1 6. 2. 2 6. 2. 3

27 28 28

Toetsingskader Onderzoek Conclusie

Welstand

28

6. 3. 1 6. 3. 2

Toetsingskader Conclusie

28 29

TAM-omgevingsplan bedrijfsactiviteiten Hagelkruisweg 3 te Grubbenvorst

3

7

Milieuaspecten in de fysieke leefomgeving

30

7. 1

Mer-beoordeling

30

7. 1. 1 7. 1. 2

30 30

7. 2 7. 3 7. 4

7. 5

7. 6

7. 7

7. 8

7. 9

7. 10

7. 11

7. 12

7. 13

Gezondheid

31

7. 2. 1 7. 2. 2

31 32

32

7. 3. 1 7. 3. 2

32 34

Toetsingskader Conclusie

Klimaatadaptatie

34

7. 4. 1 7. 4. 2

Toetsingskader Conclusie

34 35

Omgevingsveiligheid

35

7. 5. 1 7. 5. 2 7. 5. 3

35 38 39

Toetsingskader Onderzoek Conclusie

Bodem

39

7. 6. 1 7. 6. 2 7. 6. 3

39 39 40

Toetsingskader Onderzoek Conclusie Activiteiten en milieuzonering 7. 7. 1 Toetsingskader 7. 7. 2 Onderzoek 7. 7. 3 Conclusie Weging van het waterbelang 7. 8. 1 Toetsingskader 7. 8. 2 Onderzoek 7. 8. 3 Conclusie Natuur en landschap 7. 9. 1 Toetsingskader 7. 9. 2 Onderzoek 7. 9. 3 Conclusie

40 40 41 43

43 43 43 43

44 44 45 45

Luchtkwaliteit

46

7. 10. 1 7. 10. 2 7. 10. 3

46 47 48

Toetsingskader Onderzoek Conclusie

Geluid

49

7. 11. 1 7. 11. 2 7. 11. 3

49 51 51

Toetsingskader Onderzoek Conclusie Verkeer en parkeren 7. 12. 1 Toetsingskader 7. 12. 2 Onderzoek 7. 12. 3 Conclusie

51

Geur

52 Toetsingskader Onderzoek Conclusie

Trilling 7. 14. 1 7. 14. 2 7. 14. 3

8

Toetsingskader Onderzoek

Duurzaamheid

7. 13. 1 7. 13. 2 7. 13. 3

7. 14

Toetsingskader Conclusie

51 51 52 52 53 54

54 Toetsingskader Onderzoek Conclusie

54 56 56

Financiële en maatschappelijke verantwoording

57

8. 1 8. 2

Financieel-economische haalbaarheid Maatschappelijke verantwoording

57 57

8. 2. 2

Resultaten proces met derden

57

TAM-omgevingsplan bedrijfsactiviteiten Hagelkruisweg 3 te Grubbenvorst

4

8. 2. 3

Zienswijzen

57

Separate bijlagen Bijlage 1: Ladderonderbouwing Bijlage 2: Activiteiten en milieuzonering Bijlage 3: Stikstofberekening Bijlage 4: Mer-beoordeling Bijlage 5: Omgevingsdialoog

TAM-omgevingsplan bedrijfsactiviteiten Hagelkruisweg 3 te Grubbenvorst

5

1

Aanleiding

1. 1

Aanleiding

en

doel

Het voornemen bestaat om de planologische mogelijkheid voor bedrijven met milieucategorie 1 en 2 en de specifieke vestiging van een ijsmakerij mogelijk te maken aan de Hagelkruisweg 3 te Grubbenvorst. In de huidige situatie is de ijsfabriek reeds ter plaatse gevestigd met een ijsbereidingsruimte waar op ambachtelijke wijze ijs kan worden bereid. Op de hoek van de Lottumseweg en Hagelkruisweg in Grubbenvorst is hiervoor een uitstekende locatie gevonden. Op dit moment is op deze locatie nog een woonbestemming gelegen. Initiatiefnemer is voornemens om een omissie (voor wat betreft een aantal gebruiksmogelijkheden) te herstellen en de specifieke vestiging van de ijsmakerij op het perceel waar in de vigerende situatie nog de functie wonen aanwezig is. De gronden dienen omgezet te worden naar de functie bedrijf met een mogelijkheid voor de vestiging van bedrijven in milieucategorie 1 en 2. Onderhavig planvoornemen betreft het herstel van een omissie en de ijsfabriek ter plaatse van de Hagelkruisweg te Grubbenvorst vast te leggen in het omgevingsplan. In het verleden is ten behoeve van de functiewijziging voor het toestaan van bedrijven met milieucategorie 1 en 2 een wijzigingsplan opgesteld maar dit is echter nooit meegenomen in het huidige vigerende tijdelijke deel van het omgevingsplan ‘Werkgelegenheidsgebieden I’.

De locatie ligt aan de rand van een lokaal bedrijventerrein waardoor verscheidene bedrijfsgebouwen rond de locatie liggen. ,

Figuur 1. Uitsnede topografische kaart Nederland plangebied rood omlijnd Het planvoornemen is niet rechtstreeks toegestaan binnen de regels van het geldende omgevingsplan van de gemeente Horst aan de Maas. Voor onderhavig planvoornemen is er gekozen om een wijziging van het omgevingsplan te doorlopen waarbij gebruik wordt gemaakt van de Tijdelijke Alternatieve Maatregel via IMRO (hierna: TAM-IMRO of TAM-omgevingsplan). Het voorliggende document betreft de motivering van dit ,

TAM-omgevingsplan bedrijfsactiviteiten Hagelkruisweg 3 te Grubbenvorst

6

TAM-omgevingsplan waaruit blijkt dat er sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties (artikel 8.0a lid 2 Bkl). ,

,

1. 2

,

Plangebied

Het plangebied is gelegen aan de Hagelkruisweg 3 te Grubbenvorst. De locatie aan de Hagelkruisweg 3 ligt ten noorden van het centrum van Grubbenvorst en ligt aan de rand van een lokaal bedrijventerrein. Het plangebied bestaat uit de percelen welke kadastraal bekend staan als Grubbenvorst sectie C nummers 6851 en 6609. Het plangebied heeft een oppervlakte van circa 2. 184 m². Figuur 2 geeft de ligging en globale begrenzing van het plangebied weer. ,

,

Figuur 2. Ligging plangebied rood omlijnd

1. 3

Juridisch-planologisch kader

Vigerend omgevingsplan Op grond van het per 1 januari 2024 ontstane tijdelijke omgevingsplan is ter plaatse van het plangebied het bestemmingsplan ‘Werkgelegenheidsgebieden I’ geldend zoals vastgesteld op 10 september 2013. Conform dit bestemmingsplan is ter plaatse van het plangebied de enkelbestemming ‘Wonen’ van toepassingen de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie’. ,

TAM-omgevingsplan bedrijfsactiviteiten Hagelkruisweg 3 te Grubbenvorst

7

De voor ‘Wonen’ aangewezen gronden zijn bestemd voor: De voor 'Wonen' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a.

wonen;

b.

met daaraan ondergeschikt: aan huis verbonden beroepen en bedrijven , overeenkomstig het bepaalde in artikel 8. 4. 2; bed & breakfast , overeenkomstig het bepaalde in artikel 8. 4. 3

c.

Binnen deze bestemming is het beoogde gebruik van de ijsfabriek niet toegestaan. Ook is er geen bouwvlak gelegen. Derhalve is het realiseren van de ijsfabriek binnen het plangebied strijdig met de regels van het vigerend bestemmingsplan en daarmee het tijdelijke omgevingsplan. Om die reden is een wijziging van het omgevingsplan noodzakelijk.

Figuur 3. Verbeelding bestemmingsplan ‘Werkgelegenheidsgebieden I’'

1. 4

Leeswijzer

De voorliggende motivering bestaat uit verschillende onderdelen. Hoofdstuk 1 bevat een beschrijving van de aanleiding tot het opstellen van de motivering een aanduiding van het plangebied en het vigerende juridisch-planologische kader. Hoofdstuk 2 bevat een projectbeschrijving waarbij wordt ingegaan op de bestaande situatie ter plaatse van het plangebied. In hoofdstuk 3 wordt nader ingegaan op de beoogde ontwikkelingen. Vervolgens wordt er in hoofdstuk 4 nader ingegaan op de relatie met het omgevingsplan waarbij de relevante regels en strijdigheden worden uitgelicht. Hoofdstuk 5 wordt getoetst aan relevant rijks- provinciaal en gemeentelijk beleid. In hoofdstuk 6 wordt er nader ingegaan op de landschappelijke stedenbouwkundige en cultuurhistorische waarde welke relevant zijn voor onderhavig planvoornemen. Daarna zal de voorgenomen ontwikkeling in hoofdstuk 7 worden getoetst aan de verschillende relevante omgevingsaspecten. Hierbij wordt per omgevingsaspect het toetsingskader geschetst. In hoofdstuk 8 wordt de economische ,

,

,

,

TAM-omgevingsplan bedrijfsactiviteiten Hagelkruisweg 3 te Grubbenvorst

8

en maatschappelijke uitvoerbaarheid besproken waarna in het laatste hoofdstuk de

belangenafweging en de

conclusie worden aangehaald. De uitgevoerde onderzoeken zijn als bijlagen bij deze motivering gevoegd.

TAM-omgevingsplan bedrijfsactiviteiten Hagelkruisweg 3 te Grubbenvorst

9

2

Beschrijving bestaande situatie

De locatie aan de Hagelkruisweg 3 ligt ten noorden van het centrum van Grubbenvorst en ligt aan de rand van een lokaal bedrijventerrein. De Lottumseweg is de (oude) doorgaande weg tussen Grubbenvorst en Lottum en ligt evenwijdig aan de Maas die ter plaatse circa 600 meter verderop stroomt. De Hagelkruisweg zorgt voor een ontsluiting van het bedrijventerrein en vormt tegelijkertijd de noordelijkste grens van de kern van

Grubbenvorst.

Op dit moment is op de locatie aan de Hagelkruisweg 3 een ijsfabriek gelegen welke reeds geruime periode in gebruik is. Voorheen hoorde de bedrijfsbebouwing bij de bedrijfswoning ter plaatse van het adres Lottumseweg 59 te Grubbenvorst. De bedrijfswoning is inmiddels afgesplitst en verkocht en in gebruik genomen als burgerwoning. Deze heeft geen functionele binding meer met het achterliggende bedrijf. Het plangebied bestaat uit de percelen welke kadastraal bekend staan als Grubbenvorst sectie C nummers 6851 en 6609. Het plangebied heeft een oppervlakte van circa 2. 184 m². Figuur 4 geeft de bestaande situatie weer. ,

,

Figuur 4. Uitsnede luchtfoto plangebied (PDOK-viewer) rood omlijnd

TAM-omgevingsplan bedrijfsactiviteiten Hagelkruisweg 3 te Grubbenvorst

10

3

Voorgenomen ontwikkeling

3. 1

Beoogde ontwikkeling

Clevers Ijssalon beschikt over 13 vestigingen met ijssalons in onder andere Arcen Grubbenvorst Kessel Tienray Plasmolen Thorn Einighausen Roermond de Weerd Millingen aan de Rijn en Overloon. In deze ,

,

,

,

,

,

,

,

ijssalons wordt ijs in allerhande smaken verkocht. Het ijs werd eerder bereid in de ijssalon van Grubbenvorst. Door ruimtegebrek kon daar echter niet optimaal geproduceerd worden. IJssalon Clevers heeft er daarom voor gekozen het ijs op een separate locatie te bereiden. Deze locatie diende in de directe nabijheid van Grubbenvorst gezocht worden. De voormalige champignonkwekerij aan de Hagelkruisweg 3 is een uitstekende locatie hiervoor gebleken. Het ligt in Grubbenvorst en na sloop van de voormalige champignonkwekerij zijn alle benodigde voorzieningen aldaar opgericht. In onderstaande figuur is een foto opgenomen vanaf de Hagelkruisweg weg met de huidige situatie.

Figuur 5. Uitsnede huidige situatie (Google Maps: juli 2024) De bedrijfshal (gelegen op het kadastrale perceel met nummer 6851) heeft een oppervlakte van circa 512 m² en een maximale hoogte van 46 meter. Binnen de hal kunnen grofweg vier ruimtes onderscheiden worden: a) een opslag ten behoeve van transport; b) een grote koelcel voor de daadwerkelijk ijsbereiding; c) een vriesruimte voor opslag van ijs en; d) een deel met kantoren een kantine en dergelijke. ,

,

De ijsmakerij heeft een productieoppervlak van maximaal 200 m². In deze bedrijfshal zijn reeds alle elementen aanwezig om op ambachtelijke wijze ijs te bereiden en het ijs gereed te maken voor transport naar de verschillende ijssalons. Daarnaast is er nog een pand gelegen (op het kadastrale perceel 6609) dat geldt als

TAM-omgevingsplan bedrijfsactiviteiten Hagelkruisweg 3 te Grubbenvorst

11

opslaglocatie ten behoeve van de ijsmakerij. Het betreft een gebouw met een oppervlakte van circa 270 m². In totaal hebben de bedrijfspanden tezamen een oppervlakte van circa 782 m². Met de onderhavige ontwikkeling wordt de planologische mogelijkheid voor bedrijven milieucategorie 1 en 2 en de specifieke vestiging van de ijsmakerij mogelijk gemaakt. De onderhavige ontwikkeling voorziet hiermee in het in overeenstemming brengen van de planologisch-juridische situatie met de feitelijke situatie en het herstel van gebruiksmogelijkheden welke eerder niet zijn meegenomen in het tijdelijke deel van het omgevingsplan.

3. 2

Stedenbouwkundige opzet

Vanuit stedenbouwkundig oogpunt wijzigt er verder niets. Er wordt met het onderhavige planvoornemen geen nieuwe bebouwing gerealiseerd. Deze ontwikkeling heeft louter betrekking op de functionele wijziging ten behoeve van bedrijfsdoeleinden.

TAM-omgevingsplan bedrijfsactiviteiten Hagelkruisweg 3 te Grubbenvorst

12

4

Relatie met het omgevingsplan

4. 1

Bestaande functie , bouw- en gebruiksmogelijkheden

Ter plaatse van onderhavige locatie vigeert de bestemming ‘Wonen’ op basis van het van rechtswege ontstane omgevingsplan van de gemeente Horst aan de Maas. Voor onderhavige locatie is het op basis van de bestemming ‘Wonen’ toegestaan om de volgende functies uit te oefenen: De voor 'Wonen' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a.

wonen;

b.

met daaraan ondergeschikt: aan huis verbonden beroepen en bedrijven , overeenkomstig het bepaalde in artikel 8. 4. 2; bed & breakfast , overeenkomstig het bepaalde in artikel 8. 4. 3

c.

Conform dit bestemmingsplan is naast de enkelbestemming ‘Wonen’ tevens de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie’ van toepassing. ,

Binnen deze bestemming is het beoogde gebruik van de gronden als bedrijfsbestemming met een maximale milieucategorie 1 en 2 (inclusief de ijsfabriek) niet toegestaan. Ook is er geen bouwvlak gelegen. Derhalve is het realiseren van de ijsfabriek binnen het plangebied strijdig met de regels van het vigerend bestemmingsplan en daarmee het tijdelijke omgevingsplan. Om die reden is een wijziging van het omgevingsplan noodzakelijk.

4. 2

Randvoorwaarden op grond van omgevingsplan Als het op basis van het omgevingsplan niet is toegestaan om een ijsfabriek te realiseren dan moet via een planologische procedure het omgevingsplan worden gewijzigd. Om dit mogelijk te maken moet er sprake zijn van een evenwichtige toedeling van functies aan de locatie. Onderhavig planvoornemen voorziet op het wijzigen van het omgevingsplan via TAM-IMRO. TAM-IMRO houdt in dat het plan wordt opgesteld in Wro-software wordt aangeleverd aan de gemeente en de bekendmaking via ruimtelijkeplannen. nl plaatsvindt. Via een overbruggingsfunctie wordt het plan dan ook zichtbaar in het DSO. Een TAM-IMRO-plan maakt juridisch gezien deel uit van het omgevingsplan maar heeft technisch gezien het ‘oude’ formaat (namelijk IMRO). Daardoor zijn deze plannen minder overzichtelijk vindbaar in het Omgevingsloket. Later moeten deze plannen alsnog conform de STOP/TPOD-standaard gepubliceerd worden bij de LVBB. De TAM-IMRO is beschikbaar tot het 1e jaar na inwerkingtreding van de Omgevingswet. Voor een TAM-IMRO omgevingsplan geldt dat een ontwerp versie hiervan voor 1 januari 2026 ter inzage gelegd dient te zijn. ,

,

,

Inhoudelijke eisen TAM-IMRO Ook bij toepassing van de TAM-IMRO dient er te worden voldaan aan de inhoudelijke eisen uit de Omgevingswet voor het opstellen van een omgevingsplan. Concreet betekent dat het omgevingsplan ook moet voldaan aan: bruidsschatsregels; verordeningsregels. instructieregels; evenwichtige toedeling aan functies.

TAM-omgevingsplan bedrijfsactiviteiten Hagelkruisweg 3 te Grubbenvorst

13

4. 3

Strijdigheden met omgevingsplan

Aangezien onderhavig planvoornemen binnen de bestemming ‘Wonen’ is gelegen is het gebruik van de gronden als bedrijfsbestemming met milieucategorie 1 en 2 (inclusief de ijsfabriek) binnen het plangebied strijdig met de regels van betreffende het Omgevingsplan van de gemeente Horst aan de Maas. Het is namelijk niet toegestaan om dergelijke bedrijfsactiviteiten uit te oefenen binnen gronden met de enkelbestemming ‘Wonen’. Er is eveneens geen bouwvlak aanwezig binnen het plangebied. Op basis van onderhavig planvoornemen wordt het wel beoogd om op deze locatie de omschreven bedrijfsactiviteiten toe te staan. Met de onderhavige ontwikkeling wordt de planologische mogelijkheid voor bedrijven milieucategorie 1 en 2 en de specifieke vestiging van de ijsmakerij mogelijk gemaakt. De onderhavige ontwikkeling voorziet hiermee gedeeltelijk in het in overeenstemming brengen van de planologisch-juridische situatie met de feitelijke situatie en deels het herstellen van een eerder toegestane gebruiksmogelijkheden zijnde milieucategorie 1 en 2 Om deze redenen is een wijziging van het omgevingsplan benodigd. Dit TAM-omgevingsplan voorziet hierin. ,

,

.

TAM-omgevingsplan bedrijfsactiviteiten Hagelkruisweg 3 te Grubbenvorst

14

5

Beleidsmatige aspecten in de fysieke leefomgeving

In dit hoofdstuk wordt het beleidskader dat relevant is voor de toegestane activiteiten toegelicht en worden deze hieraan getoetst. Er wordt onderscheid gemaakt tussen enerzijds beleid van hogere overheden waar lagere overheden rekening mee moeten houden doch gemotiveerd van kunnen afwijken en anderzijds instructieregels van hogere overheden in omgevingsverordeningen en het Besluit kwaliteit leefomgeving (hierna: Bkl). De regels uit het Bkl worden in dit hoofdstuk gemotiveerd getoetst aan de activiteit. ,

5. 1

Verhouding tot Rijksbeleid

5. 1. 1 Nationale omgevingsvisie In het kader van de invoering van de Omgevingswet die per januari 2024 geldend is heeft het Rijk de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) opgesteld. Op die manier wordt invulling gegeven aan de verplichting tot het opstellen van zo’n visie zoals die is vastgelegd in art. 3. 1 lid 3 Ow. Met de Nationale omgevingsvisie (NOVI) geeft het Rijk een langetermijnvisie op de toekomst en de ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. Uitgangspunt in de nieuwe aanpak is dat ingrepen in de leefomgeving niet los van elkaar plaatsvinden maar in samenhang. Om dit te kunnen bewerkstelligen laat het Rijk de inrichting van de fysieke leefomgeving meer over aan de decentrale overheden en komt de gebruiker centraal te staan. ,

,

,

Het Rijk blijft verantwoordelijk voor het systeem de fysieke leefomgeving. Daarnaast kan een rijksverantwoordelijkheid aan de orde zijn indien: een onderwerp nationale baten en/of lasten heeft en de doorzettingsmacht van provincies en gemeenten overstijgt bijvoorbeeld het reserveren van ruimte voor militaire activiteiten en het stellen van opgaven in de stedelijke regio’s rondom de mainports brainports greenports en valleys; over een onderwerp internationale verplichtingen of afspraken zijn aangegaan bijvoorbeeld het stimuleren van biodiversiteit duurzame energie watersysteemherstel of het beschermen van werelderfgoed; een onderwerp provincie- of landsgrensoverschrijdend is een ofwel een hoog afwentelrisico kent ofwel in beheer bij het Rijk is. Bij dit laatste gaat het bijvoorbeeld om de hoofdnetten van weg spoor water en energie maar ook de bescherming van gezondheid van inwoners is op rijksniveau relevant. ,

,

,

,

,

,

,

,

,

Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie in beeld. Op nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven. Die komen samen in vier prioriteiten: 1. ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie; 2. duurzaam economisch groeipotentieel; 3. sterke en gezonde steden en regio’s; 4. toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. De druk op de fysieke leefomgeving in Nederland is zo groot dat belangen soms botsen. Het streven is om combinaties te maken en win-win situaties te creëren dit is echter niet altijd mogelijk. In die gevallen dienen belangen te worden afgewogen. ,

,

TAM-omgevingsplan bedrijfsactiviteiten Hagelkruisweg 3 te Grubbenvorst

15

Hiervoor gebruikt de NOVI drie afwegingsprincipes: 1 1. Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies: in het verleden is scheiding van functies te vaak te rigide gehanteerd. Met de NOVI zoeken we naar maximale combinatiemogelijkheden tussen functies gericht op een efficiënt en zorgvuldig gebruik van onze ruimte. 2. Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal: wat de optimale balans is tussen bescherming en ontwikkeling tussen concurrentiekracht en leefbaarheid verschilt van gebied tot gebied. Sommige opgaven en belangen wegen in het ene gebied zwaarder dan in het andere. 3. Afwentelen wordt voorkomen: het is van belang dat onze samenleving zoveel mogelijk voorziet in mogelijkheden en behoeften van de huidige generatie van inwoners zonder dat dit ten koste gaat van toekomstige generaties. ,

,

,

Verder wordt benoemd dat: Nieuwe bedrijven vestigen zich bij voorkeur op bestaande werklocaties. Wanneer dit niet mogelijk is sturen we op uitbreiding aan de grenzen van bestaande werklocaties. Voor gevestigde bedrijven kan daarbij maatwerk aan de orde zijn. Op bedrijventerreinen is vooral sprake van een kwalitatieve opgave. Vanuit financieel en economisch oogpunt kan het aantrekkelijk zijn om nieuwe gronden te ontwikkelen. Voldoende werklocaties die voldoen aan de veranderende eisen van bedrijven en overheden is een belangrijke randvoorwaarde voor de versterking van de regionale economische structuur. ,

Doorwerking plangebied Onderhavig plan is niet strijdig met de nationale belangen als geformuleerd in de NOVI. Het betreft een ontwikkeling op lokaal niveau. Alhoewel de NOVI zich niet specifiek uit laat over dergelijke kleinschalige initiatieven betreft het een initiatief waarbij geen nationale belangen in het geding zijn en waarbij er geen sprake is van enige belemmering met betrekking tot de prioriteiten zoals verwoord in de NOVI. Gezien de aard omvang en ligging van het plan zijn er geen nationale belangen aan de orde. ,

5. 1. 2

Instructieregels Rijk (AMvB’s)

Een (TAM-)omgevingsplan moet voldoen aan de instructieregels in hoofdstuk 5 van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl). Het Bkl bevat instructieregels voor een evenwichtige toedeling van functies aan locaties voor onder andere de volgende hoofdonderwerpen: algemene bepalingen (paragraaf 5. 1. 1); waarborgen van veiligheid (paragraaf 5. 1. 2); beschermen van waterbelangen (paragraaf 5. 1. 3); beschermen van gezondheid en milieu (paragraaf 5.1.4) waaronder instructieregels voor de kwaliteit van de buitenlucht trillingen geluid en geur en bodemkwaliteit; beschermen van landschappelijke of stedenbouwkundige waarden en cultureel erfgoed (paragraaf 5.1.5) waaronder de ladder voor duurzame verstedelijking; het behoud van ruimte voor toekomstige functies (paragraaf 5. 1. 6) voor autowegen buisleidingen natuur- en recreatiegebieden; het behoeden van de staat en werking van infrastructuur of voorzieningen voor nadelige gevolgen van activiteiten (paragraaf 5.1.7) waaronder landsverdediging en nationale veiligheid elektriciteitsvoorziening rijksvaarwegen en luchtvaart fiets- en wandelroutes aanwijzing van woningbouwcategorieën; het bevorderen van de toegankelijkheid van de openbare buitenruimte voor personen (paragraaf 5. 1. 8). ,

,

,

,

,

,

,

,

,

,

,

1 ‘Afwegingsprincipes’ , ontwerpnovi. nl.

TAM-omgevingsplan bedrijfsactiviteiten Hagelkruisweg 3 te Grubbenvorst

16

Voor de instructieregels voor bovenstaande thema’s is een toepassingsbereik bepaald. Het is mogelijk dat een thema niet van toepassing is op een specifieke activiteit. Daarnaast bevat afdeling 5. 2 van het Bkl instructieregels voor de uitoefening van taken voor de fysieke leefomgeving. Daarbij gaat het onder meer om het voorkomen van belemmeringen van gebruik en beheer van spoorwegen en rijkswegen. In heel bijzondere gevallen kunnen B&W de Minister vragen om een ontheffing van bepaalde instructieregels te verlenen. Dit volgt uit afdeling 5. 3 van het Bkl. Doorwerking plangebied In deze motivering wordt in hoofdstuk 6 en 7 gedetailleerd ingegaan op de doorwerking van het plangebied op verschillende relevantie ruimtelijke- en milieuaspecten. Hierbij wordt aangegeven in welke mate ze voldoen aan de instructieregels van het Bkl. Hierdoor wordt een helder inzicht geboden in de naleving van deze regels binnen het plangebied. 5. 1. 3 De Ladder voor duurzame verstedelijking Toetsingskader De Ladder voor duurzame verstedelijking (vaak kortweg aangeduid als Ladder) is verwerkt in artikel 5. 129g van het Besluit kwaliteit leefomgeving als een instructieregel. De Ladder ziet op een zorgvuldig ruimtegebruik en het tegengaan van leegstand. Bij nieuwe stedelijke ontwikkelingen moet worden beoordeeld of: 1. er behoefte is aan die stedelijke ontwikkeling en; 2.

de ontwikkeling binnen het stedelijk gebied (waaronder stedelijk groen) mogelijk is. Artikel 5. 129g van het Bkl is van toepassing op een stedelijke ontwikkeling die bestaat uit de ontwikkeling of uitbreiding van een bedrijventerrein een zeehaventerrein een woningbouwlocatie kantoren een detailhandelvoorziening of andere stedelijke voorzieningen (zoals scholen en zorgcomplexen) die voldoende substantieel is. Een project moet dus wel voldoende substantieel zijn. Als een project al mogelijk is op basis van bijvoorbeeld het omgevingsplan is het niet nodig om de Ladder te doorlopen. Het gaat echt om een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Een project waarmee bebouwing wordt gereduceerd of verplaatst zijn in de zin van de Ladder geen stedelijke ontwikkeling. ,

,

,

,

,

,

Nieuwe stedelijke ontwikkeling Een stedelijke ontwikkeling is de ontwikkeling of uitbreiding van een bedrijventerrein een zeehaventerrein een woningbouwlocatie kantoren een detailhandel voorziening of een andere stedelijke voorziening die voldoende substantieel is. Er is geen wettelijke ondergrens voor de genoemde ontwikkelingen. Op basis van vaste jurisprudentie wordt gesteld dat bij een woningbouwplan van 12 woningen of meer in beginsel sprake ,

,

,

,

,

is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. 2 Voor alle andere stedelijke functies wordt in beginsel een oppervlakte van 500 m 2 bruto vloeroppervlak aangehouden als ondergrens. 3 Daarnaast geldt het vereiste dat het moet gaan om een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Dit wordt beoordeeld aan de hand van het nieuwe planologische ruimtebeslag dat met de stedelijke ontwikkeling wordt mogelijk gemaakt of wanneer wordt voorzien in een functiewijziging van enige omvang. 4

2 ABRvS 25 maart 2015; ECLI:NL:RVS:2015:953. 3 ABRvS 28 juni 2017; ECLI:NL:RVS:2017:1724. 4 ABRvS 20 april 2016; ECLI:NL:RVS:2016:1075.

TAM-omgevingsplan bedrijfsactiviteiten Hagelkruisweg 3 te Grubbenvorst

17

Behoefte In lid 2 van artikel 5. 129g Bkl wordt ingegaan op de behoefte aan de nieuwe stedelijke ontwikkeling. Als een wijziging van het omgevingsplan een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt wordt rekening gehouden met de behoefte aan die stedelijke ontwikkeling. Belangrijk bij de toepassing van de Ladder is dat aandacht wordt besteed aan de behoefte (marktruimte maatschappelijk ruimtelijk beleidsmatig) en de effecten op de leegstand van vastgoed in de relevante regio. Daarnaast zijn de gevolgen voor het regionale woonleef- en ondernemersklimaat van belang. ,

,

,

,

,

Stedelijk gebied Het uitgangspunt is dat eerst gekeken moet worden naar mogelijkheden binnen het stedelijk gebied (incl. stedelijk groen) voordat een initiatiefnemer gaat ontwikkelen buiten het stedelijk gebied. Daarbij spelen de beschikbaarheid en geschiktheid van locaties binnen dit gebied een rol. Bij de beoordeling of er beschikbare of geschikte locaties zijn binnen een stedelijk gebied kunnen de kwalitatieve aspecten van de behoefte een rol spelen. Denk hierbij aan bepaalde bedrijven die vanwege milieuoverwegingen niet in het stedelijk gebied passen. De grens van het stedelijk gebied wordt bepaald door de omstandigheden van het geval de specifieke ligging de feitelijke situatie de mogelijkheden van het omgevingsplan en de aard van de omgeving. ,

,

,

,

Bedrijventerrein Bij de ladder wordt beoordeeld of het stedelijk gebied wordt uitgebreid. Bij bedrijventerreinen wordt gekeken naar het areaal bedrijventerrein. Er wordt dan in beeld gebracht hoeveel behoefte aan bedrijventerrein er is en hoe het staat met het aanbod. In tegenstelling tot detailhandel en kantoren gaan we daarbij minder uit van de m² bvo. Op bedrijventerreinen is vaak nog heel veel planologische ruimte om de hoeveelheid bebouwing uit te breiden op basis van bouwhoogte en bebouwingsgraad. Het is daarmee ondoenlijk om dat allemaal in beeld te brengen. In dit geval ligt de ontwikkeling al op een bedrijventerrein. Ter plekke geldt echter momenteel nog de functie ‘wonen’. Met de onderhavige ontwikkeling wordt deze functie omgezet naar de functie bedrijf ( > 500 m2). Er is dus sprake van een uitbreiding van de stedelijke functie bedrijventerrein. Omdat het initiatief ruimte voor een bedrijf toevoegt is een volledige ladderonderbouwing noodzakelijk. Er is door BRO een ladderonderbouwing uitgevoerd. 5 De resultaten worden hieronder weergegeven. Voor de volledige rapportage wordt verwezen naar de bijlagen. Kwantitatieve behoefte In het verzorgingsgebied zijn de laatste jaren veel bedrijventerreinen uitgegeven en is er sprake van een grote vraag t/m 2030. Voor een groot deel ging het hier om grote kavels voor de grootschalige logistiek.

Voor dit initiatief is dat minder relevant. Er is daarom ook gekeken naar de uitgifte en vraag naar kavels voor het lokale MKB. In de periode 2011-2023 is er in het verzorgingsgebied (gemeenten Horst aan de Maas en Venlo) gemiddeld 23 ha per jaar aan bedrijfskavels uitgegeven aan lokaal MKB. De kwantitatieve vraag naar nieuw lokaal bedrijventerrein voor het MKB in het ruimtelijk verzorgingsgebied ligt daarmee naar verwachting rond de tussen 166 en 287 ha in de periode 2024 t/m 2032. De totale omvang van de direct uitgeefbare kavels in het ruimtelijk verzorgingsgebied is ca. 664 ha. Slechts 59 ha ligt hiervan op lokale bedrijventerreinen. Dit betreffen gronden die zich in de harde planfase bevinden. ,

,

,

,

5 BRO , ‘Ladderonderbouwing Lottumseweg 59 te Grubbenvorst’ , rapportnummer: P07769 , d. d. 10 oktober 2024.

TAM-omgevingsplan bedrijfsactiviteiten Hagelkruisweg 3 te Grubbenvorst

18

Het harde planaanbod voor lokale bedrijventerreinen is daarmee onvoldoende om te kunnen voorzien in de kwantitatieve vraag t/m 2030 in het verzorgingsgebied. Kwalitatieve behoefte Het beoogde initiatief betreft een ontwikkeling van een bedrijf dat een sterke lokale binding heeft en al bijna 40 jaar in Grubbenvorst is gevestigd. Met de beoogde uitbreiding wordt voorzien in de continuering van doorontwikkeling van het bedrijf. Gelet op de binding en de werkgelegenheid die het oplevert is het wenselijk om de uitbreiding in Grubbenvorst plaats te laten vinden. De uitbreiding van Clever ijs sluit aan bij het provinciale regionale en lokale beleid. Op elk bestuursniveau is er de ambitie om de beschikbare ruimte op bedrijventerreinen optimaal en effectief te benutten. De ontwikkeling vindt plaats binnen de huidige contour van bedrijventerrein Hagelkruis. Het wijzigen van de functie wonen naar de functie werken is logisch en zorgt voor een betere benutting van het bedrijventerrein. De uitbreiding van Clevers ijs gaat gepaard met een revitalisering van de bedrijfsgronden aan de Hagelkruisweg. ,

,

Geen onaanvaardbare ruimtelijke effecten Het is niet de verwachting dat als gevolg van de uitbreiding er elders onaanvaardbare ruimtelijke effecten zoals structurele leegstand zullen optreden: Het huidige aanbod van bedrijfspercelen en bedrijfsruimten in het verzorgingsgebied is niet toereikend. De beschikbare kavels en aangeboden kavels voorzien onvoldoende in de vraag. Ook naar toekomst kan het huidige aanbod niet voldoen aan de vraag. Naar verwachting zullen de kavels ook snel worden opgenomen door de markt. In dit geval zijn de kavels al in gebruik door de initiatiefnemer maar ook in het geval dat het bedrijf zou verplaatsen en/of de bedrijfsruimte vrijkomt dan zal de bedrijfsruimte snel door de markt worden opgenomen. De kans op leegstand elders in het verzorgingsgebied vanwege het initiatief is daarmee nihil. ,

,

,

5. 1. 4

Conclusie

De activiteit past binnen de doelstellingen en het beleid van het Rijk derhalve vormt dit aspect geen belemmeringen. ,

5. 2

Verhouding tot provinciaal beleid

5. 2. 1 Omgevingsvisie Limburg Met de komst en invoering van de Omgevingswet dient elke provincie haar eigen provinciale omgevingsvisie op te stellen. In de periode 7 september 2020 tot en met 18 oktober 2020 heeft de provincie Limburg een ontwerp provinciale omgevingsvisie ter inzage gelegd: ‘de Provinciale omgevingsvisie Limburg. ’ Dit document is een lange termijnvisie met als doelstelling invulling geven over hoe de provincie Limburg in de periode 2030-2050 op een integrale en toekomstbestendige manier kan door ontwikkelen. De Provinciale Omgevingsvisie Limburg (POVI) is op 1 oktober 2021 vastgesteld door Provinciale Staten en is de vervanger van het ‘Provinciaal Omgevingsplan Limburg (POL2014)’. ,

De omgevingsvisie is dynamisch en flexibel aangezien dit mogelijkheden biedt om het document te actualiseren met het oog op toekomstige veranderingen. Daarnaast is reeds een omgevingsverordening vastge,

TAM-omgevingsplan bedrijfsactiviteiten Hagelkruisweg 3 te Grubbenvorst

19

steld op 17 december 2021 om het beleid juridisch te verankeren. Deze wordt verder behandeld onder paragraaf 5. 2. 2. De inwerkingtreding van de nieuwe Omgevingsverordening is gelijk aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet: 1 januari 2024.

Hoofdopgaven In de provinciale omgevingsvisie Limburg zijn een aantal hoofdopgaven te onderscheiden namelijk: het creëren van een aantrekkelijke sociale gezonde en veilige omgeving zowel in het landelijk- als in het bebouwde gebied; een toekomstbestendige innovatieve en duurzame economie (inclusief landbouwtransitie); klimaatadaptatie en energietransitie. ,

,

,

,

,

Deze opgaven die Limburg-breed spelen dienen met inachtneming van de specifieke eigenschappen die Limburg bezit op een integrale en toekomstbestendige manier te worden geïmplementeerd. Participatie tussen de overheid de markt en de inwoners van Limburg is hierbij een belangrijk uitgangspunt. In de Provinciale omgevingsvisie Limburg wordt daarnaast een toekomstbeeld van 2030-2050 geschetst. ,

,

,

Inhoud De Omgevingsvisie Limburg bestaat uit twee delen: een thematisch deel waarin gedetailleerd wordt ingegaan op de provinciale ambities en opgaven voor de diverse thema’s; een gebiedsgericht deel waarin de thema’s op hoofdlijnen verbonden worden op regionale schaal voor de drie regio’s Noord- Midden en Zuid-Limburg. Het thema dat in het kader van onderhavig geval hoofdzakelijk van toepassing is betreft het aspect ‘Bedrij,

venterreinen’. Bedrijventerreinen Er is een behoorlijke voorraad aan bedrijventerreinen; ruim 800 ha (11%) is nog beschikbaar. Op de reeds uitgegeven oppervlakte (6. 500 ha) zijn ruim 11. 000 bedrijfsvestigingen met bijna 220. 000 werkzame personen actief. Uitgaand van de situatie op 31 december 2019 en het meerjarig gemiddelde uitgiftepatroon is onze voorraad toereikend voor zo’n zeven en tien jaar. Afhankelijk van de vraagontwikkeling kunnen zich echter knelpunten voordoen in soort en kwaliteit van terrein dat nodig is. Vanuit financieel en economisch oogpunt kan het aantrekkelijk zijn om nieuwe gronden te ontwikkelen. Vanuit het oogpunt van circulariteit van bestaande bedrijfsgebouwen en optimaal ruimtegebruik is dat niet altijd de beste keuze. Multifunctioneel ruimtegebruik en herstructurering bieden hier kansen. Doorwerking plangebied Het initiatief voorziet in het realiseren van de planologisch mogelijkheid voor bedrijven milieucategorie 1 en 2 en de specifieke vestiging van de ijsmakerij. De onderhavige ontwikkeling voorziet hiermee in het in overeenstemming brengen van de planologisch-juridische situatie met de feitelijke situatie en het herstel van gebruiksmogelijkheden welke eerder niet zijn meegenomen in het tijdelijke deel van het omgevingsplan.

Het onderhavige planvoornemen zorgt ervoor dat de planologisch-juridische basis voor de bestaande bedrijfsgebouwen wordt gerealiseerd. Het planvoornemen sluit hiermee aan bij de ambitie om in te zetten op optimaal ruimtegebruik en is hiermee in lijn met de Omgevingsvisie Limburg. 5. 2. 2 Omgevingsverordening Limburg 2021 Met de komst van de Omgevingswet is een nieuwe omgevingsverordening nodig die past binnen de kaders en het instrumentarium van de Omgevingswet.

TAM-omgevingsplan bedrijfsactiviteiten Hagelkruisweg 3 te Grubbenvorst

20

Op 17 december 2021 heeft Provinciale Staten de nieuwe Omgevingsverordening Limburg (2021) vastgesteld. Deze is op 1 januari 2024 tegelijk met de omgevingswet in werking getreden. ,

Hoewel de Omgevingsverordening Limburg (2021) hoofdzakelijk een beleidsneutrale omzetting van de Omgevingsverordening Limburg 2014 is staan er enkele nieuwe of inhoudelijk aanmerkelijk gewijzigde onderwerpen in. Het gaat hier om instructieregels aan gemeenten op het gebied van wonen zonne-energie naijlende effecten van de steenkoolwinning en huisvestings-normen voor internationale werknemers. ,

,

,

Volgens de kaart ‘Wonen werken en recreëren’ ligt het projectgebied binnen het gebied ‘Bedrijventerreinen’. Tevens is het projectgebied volgens de kaarten bij de Omgevingsverordening gelegen binnen het ‘overstromingskansgebied E’ en Venloschol. ,

Vestigingsmogelijkheden bedrijventerreinen Voor de vestiging of uitbreiding van bedrijven is geschikte huisvesting en ruimte noodzakelijk. Die is niet altijd voorhanden omdat de kwaliteit van het aanbod aan werklocaties niet aansluit bij de eisen die ruimtevragers stellen. Wanneer alleen kwantitatief naar het aanbod wordt gekeken is er nog een voorraad van 7-10 jaar aan uitgiften. Afhankelijk van de vraagontwikkeling kunnen zich echter knelpunten voordoen in soort en kwaliteit van terrein dat nodig is. Vanuit financieel en economisch oogpunt kan het aantrekkelijk zijn om nieuwe gronden te ontwikkelen. Vanuit het oogpunt van circulariteit van bestaande bedrijfsgebouwen en optimaal ruimtegebruik is dat niet altijd de beste keuze. Multifunctioneel ruimtegebruik en herstructurering bieden hier kansen. De kwaliteit van Limburgse bedrijventerreinen is niet overal op orde. Het gevolg is dat verouderde bedrijventerreinen leegstaande plekken en panden bevatten. In sommige gevallen leidt dit tot verloedering en criminele activiteiten. Daarnaast beschikken gemeenten vaak niet over de financiële middelen of spankracht om in samenwerking met de vele eigenaren bestaande bedrijventerreinen op te knappen en structureel te onderhouden. Tegelijkertijd dringen bedrijven aan op de aanleg van nieuwe bedrijventerreinen. Gemeenten kunnen zo in een dilemma terechtkomen.

Voor de regio Noord- en Midden-Limburg is het volgende opgenomen: De bedrijvigheid moet ruimte hebben en houden om zich te ontwikkelen. Het aanbod aan bedrijventerreinen droogt de komende tijd op omdat het beschikbare areaal op Noord- en Midden-Limburgse schaal de afgelopen jaren sterk is teruggelopen. Bij nieuwe bedrijfsvestigingen wordt gekozen voor inbreiding boven uitbreidingen. Daarnaast wordt gekozen voor ruimte voor het regionale midden- en kleinbedrijf. De opgave is om programmatisch te werken aan herstructurering van verouder(en)de werklocaties en om tijdig nieuwe werklocaties te reserveren. ,

Venloschol Het is in het gebied Venloschol beneden de 5 meter NAP verboden: a. zonder omgevingsvergunning grondwater te onttrekken of water te infiltreren; b. een gesloten bodemenergiesysteem aan te leggen of te hebben; c. een boorput te hebben; d. de grond te roeren; e. werken op of in de bodem uit te voeren of te doen uitvoeren waarbij ingrepen worden verricht of stoffen worden gebruikt die de beschermde werking van slecht doorlatende bodemlagen kunnen aantasten. a. b. c. d. e.

TAM-omgevingsplan bedrijfsactiviteiten Hagelkruisweg 3 te Grubbenvorst

21

In het kader van de voorgenomen ontwikkeling is geen sprake van bodemingrepen. Doorwerking plangebied Onderhavig planvoornemen ziet niet op het oprichten van een nieuw bedrijventerrein of nieuwe bedrijven binnen het bedrijventerrein. Conform de kaarten behorende bij de Omgevingsverordening is het plangebied reeds aangewezen als bedrijventerrein. Het initiatief voorziet in het realiseren van de planologisch mogelijkheid voor bedrijven milieucategorie 1 en 2 en de specifieke vestiging van de ijsmakerij. De onderhavige ontwikkeling voorziet hiermee in het in overeenstemming brengen van de planologisch-juridische situatie met de feitelijke situatie en het herstel van gebruiksmogelijkheden welke eerder niet zijn meegenomen in het tijdelijke deel van het omgevingsplan. Derhalve is het planvoornemen niet in strijd met de Omgevingsverordening Limburg 2021 of diens instructieregels. 5. 2. 3 Conclusie De activiteit past binnen de doelstellingen en het beleid van de provincie Limburg.

5. 3

Beleid Waterschap

5. 3. 1 Waterschapverordening Waterschap Limburg De waterschapsverordening voorheen de keur is een verzameling regels die het waterschap gebruikt om dammen dijken sloten beken rivieren gemalen en stuwen te beschermen. Bij werkzaamheden in met of rondom het water is wet- en regelgeving uit de waterschapsverordening van toepassing. ,

,

,

,

,

,

,

,

Het Algemeen Bestuur heeft in zijn vergadering van juli 2021 de Waterschapsverordening Waterschap Limburg vastgesteld. Deze verordening is tegelijk met de Omgevingswet op 1 januari 2024 in werking getreden en bestaat uit een aantal instrumenten. De zorgplicht is het eerste instrument om handelingen in aan boven en onder watersystemen en hun beschermingszones te reguleren. Met deze zorgplicht wordt recht gedaan aan het 'ja mits'-uitgangspunt. De handelingen zijn toegestaan mits er voldoende zorg in acht is genomen. Op basis van deze zorgplicht krijgt eenieder de verantwoording om bij het uitvoeren van handelingen voldoende zorg voor het functioneren van het watersysteem en de beschermingszones in acht te nemen. Het waterschap gebruikt de zorgplicht bovendien als vangnet om te kunnen optreden tegen handelingen waarin daadwerkelijk schade is of dreigt te worden toegebracht aan het watersysteem. De zorgplicht moet dus altijd worden nageleefd. ,

,

,

,

Algemene regels vormen het tweede instrument om handelingen te reguleren. Er is pas gekozen voor een algemene regel wanneer alleen de zorgplicht voor de betreffende handeling onvoldoende bescherming biedt voor het functioneren van het watersysteem. Het is vanwege geografische verschillen mogelijk dat voor een handeling slechts in bepaalde gebieden sprake is van een algemene regel. In de algemene regels worden concrete voorschriften opgenomen waaraan bij de handeling moet worden voldaan. De handelingen waarvoor algemene regels gelden zijn toegestaan mits aan alle voorschriften wordt voldaan. De initiatiefnemer heeft daarbij de zorgplicht om na te gaan of het naleven van de voorschriften in het specifieke geval voldoende is om nadelige effecten voor het watersysteem te voorkomen. Een van de voorschriften van de algemene regels kan zijn dat de handeling vooraf moet worden gemeld aan het waterschap. Dit is niet altijd het geval. Een meldplicht is alleen opgenomen wanneer: (1) het waterschap bekend wil zijn met de activiteit (bijv. vanuit een oogpunt van onderhoud) en/of (2) het waterschap wil kunnen beoordelen of het opstellen van een maatwerkvoorschrift nodig is. Om het toezicht goed te kunnen uitoefenen is het belangrijk dat de melding tijdig dat wil zeggen met inachtneming van de termijn die daarvoor is bepaald in de betreffende algemene regel wordt ingediend.

De algemene indieningstermijn is 4 weken. ,

,

,

,

,

,

TAM-omgevingsplan bedrijfsactiviteiten Hagelkruisweg 3 te Grubbenvorst

22

De vergunningplicht is het derde instrument in de waterschapsverordening om handelingen te reguleren. In deze waterschapsverordening is alleen gekozen voor een vergunningplicht wanneer toetsing van de plannen voorafgaand aan de uitvoering van de handeling noodzakelijk is met oog op bescherming van de waterstaatswerken en/of de daaraan verbonden belangen van het waterschap. De vergunningplicht beperkt zich derhalve tot de handelingen die een aanzienlijke bedreiging vormen voor het functioneren van het watersysteem. Het is vanwege geografische verschillen mogelijk dat voor een handeling slechts in bepaalde gebieden sprake is van een vergunningplicht. De wijze waarop vergunningaanvragen worden beoordeeld is vastgelegd in beleidsregels. Bij het uitvoeren van de handeling moet initiatiefnemer de voorschriften in de vergunning naleven. ,

,

,

Handelen in strijd met aan een vergunning verbonden voorschriften is op grond van artikel 5. 5 lid 3 van de Omgevingswet verboden. De initiatiefnemer heeft daarbij de zorgplicht om na te gaan of het naleven van de voorschriften in het specifieke geval voldoende is om nadelige effecten voor het watersysteem te voorkomen. Per specifieke uitvoeringsregel is in de stroomschema's aangegeven voor welke handelingen naast de zorgplicht ook een vergunningplicht geldt. ,

5. 3. 2 Waterbeheerprogramma Waterschap Limburg 2022-2027 De grootste opgave voor het waterschap is zonder enige twijfel de klimaatverandering. De uitstoot van broeikasgassen daalt nog niet en het scenario wordt steeds reëler dat de gemiddelde wereldtemperatuur in 2100 drie of meer graden is gestegen. Hierdoor neemt de kans op extreme droogte en wateroverlast fors toe. Iets dat ons nu al keihard raakt denkend aan de watertekorten in 2018 2019 en 2020 en de overstromingen van juli 2021. De komende periode is ook de laatste fase van de huidige Europese Kaderrichtlijn Water die stelt dat in 2027 het watersysteem op orde moet zin. Dit vereist ecologisch hydrologisch en geomorfologisch herstel van oppervlaktewateren en behoud of herstel van de fysisch-chemische toestand. Dat vraagt om forse ,

,

,

,

inspanningen van het waterschap en alle sectoren die de waterkwaliteit beïnvloeden. Opkomende stoffen zoals PFAS medicijnresten en microplastics geven ons nieuwe uitdagingen. Om de Maasvallei in 2050 volgens de geldende normen te beschermen tegen overstromingen moeten in de planperiode nog vele kilometers waterkeringen worden versterkt al dan niet in combinatie met rivierverruiming. ,

,

,

Om Limburg toekomstbestendig te maken wordt er verwacht dat iedereen meedoet. Iedereen die een woning bedrijfsgebouw landbouwgrond tuin erf openbare verharding of natuurgebied bezit of beheert kan bijdragen aan het Klimaatadaptief maken van Limburg. Het waterschap kiest hiervoor een aanjaagrol en ,

,

,

,

,

,

,

biedt ondersteuning waar dat kan. Klimaatadaptatie is een thema dat iedere inwoner van Limburg raakt en derhalve is het ook belangrijk om hier bij iedere ontwikkeling over na te denken. 5. 3. 3 Conclusie De activiteit past binnen de doelstellingen en het beleid van het waterschap. In paragraaf 7. 8 wordt verder ingegaan op de weging van het waterbelang. Hieruit kan worden geconcludeerd dat de activiteiten passen binnen de doelstellingen en het beleid van het waterschap.

5. 4

Regionaal beleid

5. 4. 1 Greenport Plus Regio (GPR) De Greenport Plus Regio een economisch samenwerkingsverband tussen diverse overheden en bedrijven wil rondom het thema bedrijventerreinen de volgende ambitie realiseren: ‘’Het aanbieden van voldoende en gedifferentieerde werkmilieus aan bestaande en nieuwe bedrijven waardoor de werkgelegenheid in de Greenport Plus Regio de komende jaren kan blijven groeien niet alleen in de kwantiteit maar ook in kwaliteit. ’’ Om de ambitie te realiseren worden de volgende accenten gelegd in de ruimtelijke ontwikkelingen. ,

,

,

,

,

TAM-omgevingsplan bedrijfsactiviteiten Hagelkruisweg 3 te Grubbenvorst

23

Beschikbaarheid van voldoende en tevens kwalitatief geschikte bedrijventerreinen op korte en (middel)lange termijn door enerzijds de ontwikkeling van nieuwe bedrijventerreinen en anderzijds de uitbreiding en herstructurering van bestaande bedrijventerreinen. Duurzaamheid als uitgangspunt bij nieuwe ontwikkelingen waarbinnen thema’s als zorgvuldig ruimtegebruik en passende beeldkwaliteit belangrijke thema’s zijn om zo een hoge ‘quality of life’ te behouden. Regionale samenwerking tussen de Greenport Plus Partners en afstemming met relevante publieke en private partners. ,

,

Bij het opstellen van (pragmatische) herstructureringsplannen en het ontwikkelen van nieuwe bedrijventerreinen zullen de mogelijkheden voor intensivering van het ruimtegebruik onderzocht en zo mogelijk doorgevoerd worden. Doorwerking plangebied Onderhavig planvoornemen ziet slechts in het realiseren van de planologisch mogelijkheid voor bedrijven milieucategorie 1 en 2 en de specifieke vestiging van de ijsmakerij. De onderhavige ontwikkeling voorziet hiermee in het in overeenstemming brengen van de planologisch-juridische situatie met de feitelijke situatie en het herstel van gebruiksmogelijkheden welke eerder niet zijn meegenomen in het tijdelijke deel van het omgevingsplan. Voor wat betreft het te voeren beleid voor bedrijventerreinen sluit de gemeente aan bij de ambitie (en afspraken) van de Greenport Plus Regio. Een nadere afweging vindt eveneens plaats onder paragraaf 5. 5. 2 van het gemeentelijk beleid. Het initiatief is daarmee passend in de Greenport Plus Regio. ,

5. 5

Gemeentelijk beleid

5. 5. 1 Structuurvisie Horst aan de Maas Op 9 april 2013 heeft de gemeenteraad van Horst aan de Maas de Structuurvisie Horst aan de Maas vastgesteld. De doelstelling die de gemeente heeft met de voorliggende structuurvisie is drieledig: De structuurvisie vormt een integraal beeld van de ontwikkelingen die de gemeente voor ogen heeft voor de langere termijn; De gemeente verschaft hiermee inzicht hoe zij nieuwe initiatieven afweegt en welke randvoorwaarden hier eventueel bij gelden; De structuurvisie biedt kansen optimaal gebruik te maken van mogelijkheden voor het plegen van bovenplans kostenverhaal zoals die zijn opgenomen in de Wro en de Grex-wet. In deze integrale op uitvoering gerichte structuurvisie heeft de gemeente haar ruimtelijk beleid gebundeld. ,

TAM-omgevingsplan bedrijfsactiviteiten Hagelkruisweg 3 te Grubbenvorst

24

De gemeente streeft ernaar om de omgevingskwaliteiten te behouden en te ontwikkelen conform nationaal en provinciaal beleid. Voor de drie beleidsmatige speerpunten van de gemeente Horst aan de Maas (agribusiness toerisme & recreatie en leefbaarheid) is het landschap (de omgevingskwaliteit) een belangrijke factor. Het vormt namelijk de productieruimte voor de agrarische sector het verblijfsgebied voor toeristen en recreanten en de woonomgeving voor de inwoners. Om de speerpunten tot een succes te maken is het van belang dat de aantrekkelijkheid van het landschap (de omgevingskwaliteit) gewaarborgd blijft en zoveel mogelijk versterkt wordt. ,

,

,

Figuur 6. Uitsnede kaart deelgebieden Structuurvisie Horst aan de Maas globale ligging plangebied rood omlijnd Bestaande plannen die in het gemeentelijk beleid een belangrijke plaats innemen/krijgen zijn: de ontwikkeling van ecologische verbindings- en bufferzones landschapspark De Peelbergen en natuurontwikkeling in het kader van de Maascorridor. Daarnaast is en wordt ingespeeld op de dynamiek in de land- en tuinbouw onder meer in het kader van de reconstructie. Dit wordt gedaan door in te zetten op een nieuw te ontwikkelen eigen kwaliteit in relatie tot de ruimtelijke eisen van de sector. Dit speelt met name in de landbouwontwikkelings- en glastuinbouwgebieden rondom Horst Meterik Hegelsom Melderslo en Grubbenvorst. Ook zet de gemeente in op de verfraaiing van het boerenlandschap en het vergroten van de beleving van het landschap het realiseren van particulier groen en het beschermen van beschermingswaardige houtopstanden. ,

,

,

,

,

,

,

In de structuurvisie zijn 19 projecten ter verbetering van omgevingskwaliteit benoemd. Geen van deze projecten is gepland in of in de directe omgeving van het plangebied. De structuurvisie biedt het kader voor de gemeente om uitspraken te doen over de wenselijkheid van (ruimtelijke) ontwikkelingen. Het gemeentelijke grondgebied is om die reden ingedeeld in diverse deelgebieden.

TAM-omgevingsplan bedrijfsactiviteiten Hagelkruisweg 3 te Grubbenvorst

25

De gemeente Horst aan de Maas ontwikkelt enerzijds een proactief beleid met maatregelen om krimpbestendig te worden en zet anderzijds in op economische structuur versterking. Economische activiteiten worden met name geconcentreerd in Greenport Venlo. ,

,

Voor wat betreft het te voeren beleid voor bedrijventerreinen sluit de gemeente aan bij de ambitie (en afspraken) van de Greenport Plus Regio. De gemeente beschikt (momenteel) over 11 bedrijventerreinen die zich primair richten op het bieden van kwantitatief en kwalitatief voldoende ruimte voor twee doelgroepen: Agribusiness: Horst aan de Maas als (onderdeel van het) agrologistiek centrum Noord- Limburg; Lokaal en regionaal verzorgende bedrijvigheid en maakindustrie. ,

,

Aanleg van nieuwe bedrijventerreinen op haar grondgebied staat de gemeente gelet op de afspraken in de Greenport Plus Regio derhalve niet voor. Wel kunnen bestaande bedrijventerreinen op kleine schaal nog uitgebreid worden (bv. bedrijventerrein Venrayseweg) op voorwaarde dat het terrein c. q. de individuele bedrijven daarbinnen landschappelijk goed ingepast worden in de omgeving. Voor bedrijventerrein Hoogveld (bij Horst) geldt ook in regionaal verband een geprioriteerde herstructureringsopgave. ,

Doorwerking plangebied Het plangebied is gelegen in deelgebied 6A ‘Centrumdorpen’. Onderhavig planvoornemen ziet slechts in het realiseren van de planologisch mogelijkheid voor bedrijven milieucategorie 1 en 2 en de specifieke vestiging van de ijsmakerij. De onderhavige ontwikkeling voorziet hiermee in het in overeenstemming brengen van de planologisch-juridische situatie met de feitelijke situatie en het herstel van gebruiksmogelijkheden welke eerder niet zijn meegenomen in het tijdelijke deel van het omgevingsplan. Het initiatief is daarmee passend in de Structuurvisie Horst aan de Maas. 5. 5. 2

Conclusie

De activiteit past binnen de gemeentelijke doelstellingen en het gemeentelijke beleid deze aspecten vormen derhalve geen belemmering voor onderhavig planvoornemen. ,

TAM-omgevingsplan bedrijfsactiviteiten Hagelkruisweg 3 te Grubbenvorst

26

6

Landschappelijke stedenbouwkundige cultuurhistorische waarden

6. 1

Cultuurhistorie

6. 1. 1

Toetsingskader

,

en

Onder de Omgevingswet wordt een samenhangende benadering van diverse belangen beoogd. Een van die belangen is cultureel erfgoed. Sinds 2016 is de regelgeving met betrekking tot het behoud en beheer van cultureel erfgoed ondergebracht in de Erfgoedwet. Samen met de Omgevingswet zorgt deze wet voor een integrale bescherming van ons cultureel erfgoed. Provincies en gemeenten moeten in hun omgevingsplannen rekening houden met het belang en behoud van cultureel erfgoed en werelderfgoed. Dit gebeurt door een inventarisatie en analyse van het erfgoed binnen hun grenzen. Op basis daarvan wordt een passend beschermingsregime opgenomen in het omgevingsplan.

Cultureel erfgoed bestaat uit vijf elementen: roerend of immaterieel cultureel erfgoed cultuurlandschappen ,

,

archeologische monumenten gebouwde monumenten en stads- en dorpsgezichten. Provincies en gemeenten hebben de verantwoordelijkheid om cultureel erfgoed te beschermen via hun omgevingsplannen. De belangrijkste vraag hierbij is welke elementen van cultureel erfgoed (of werelderfgoed) zich binnen hun grenzen of direct daarbuiten bevinden en welke elementen men wil (of moet) beschermen. Hierbij worden de instructieregels in de artikelen 5. 130 en 5. 131 van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) en de algemene regels uit hoofdstuk 13 en 14 van het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) (rijksmonumenten en werelderfgoed) in acht genomen. ,

,

Het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) en de provinciale/gemeentelijke omgevingsplannen bevatten gezamenlijk de wet- en regelgeving voor het behoud en beheer van cultureel erfgoed en archeologie in Nederland. Op basis hiervan is het verplicht om de vijf elementen van cultureel erfgoed mee te nemen in de afweging van belangen. ,

6. 1. 2 Onderzoek Op de Erfgoedmonitor van het Rijk 6 de cultuurhistorische waardenkaart van de Provincie Limburg en de cultuurhistorische waardenkaart van de gemeente Horst aan de Maas blijkt dat binnen het plangebied geen objecten van cultuurhistorische waarde aanwezig zijn. Er worden derhalve geen cultuurhistorische waarden geschaad met het plan. Nader onderzoek is niet noodzakelijk. ,

6. 1. 3

Conclusie

Het aspect cultuurhistorie vormt geen belemmering voor het initiatief.

6. 2

Archeologie

6. 2. 1 Toetsingskader De bescherming van archeologisch erfgoed in Nederland is vastgelegd in de Erfgoedwet die op 1 juli 2016 in werking is getreden. Onderdelen van de Monumentenwet die van toepassing waren op de fysieke leefomgeving zijn overgegaan naar de Omgevingswet. ,

De basis van de bescherming van archeologisch erfgoed in de Erfgoedwet is het verdrag van Valletta (ook wel het verdrag van Malta). De bescherming heeft als doel om archeologisch erfgoed zoveel mogelijk in situ dus in de grond te behouden. Dankzij het principe van “de verstoorder betaalt” uit het verdrag van Valletta

,

,

6 https://rce. webgispublisher. nl/?map=RCE%5FErfgoedmonitor

TAM-omgevingsplan bedrijfsactiviteiten Hagelkruisweg 3 te Grubbenvorst

27

worden meer archeologische resten in situ behouden. Indien ruimtelijke ontwikkelingen plaatsvinden dient te worden beoordeeld of archeologische waarden in het geding raken. 6. 2. 2 Onderzoek Ter plaatse vigeert de dubbelbestemming ‘Waarde - Archeologie’. Op basis van deze dubbelbestemming geldt dat er een onderzoeksverplichting voor archeologie is bij bouwwerkzaamheden groter dan 100 m 2 en graafwerkzaamheden dieper dan 40 cm. Met het planvoornemen worden deze waarden niet overschreden. Er vinden geen bodemverstoringen plaats ten behoeve van de voorliggende ontwikkeling. Eveneens blijft de huidige dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie’ gehandhaafd. Derhalve wordt een archeologisch onderzoek niet noodzakelijk geacht. 6. 2. 3 Conclusie Het aspect archeologie vormt geen belemmering voor het plan.

6. 3

Welstand

6. 3. 1 Toetsingskader Welstand gaat over hoe de uiterlijke kenmerken van een bouwwerk in de omgeving passen maat kleur of gebruikte materialen.

,

denk aan vorm

,

,

Welstandsnota en -criteria Bestaande en nieuwe bouwwerken moeten voldoen aan redelijke eisen van welstand. Deze zijn uitgewerkt in de welstandsnota van de gemeente. In de welstandsnota kan de gemeente ook bepaalde gebieden aangeven die welstandsvrij zijn. De welstandsnota volgt uit artikel 12a lid 1 van de Woningwet. Sinds de inwerkingtreding van de Omgevingswet zijn de artikelen over welstand in de Woningwet vervallen. Voor de welstandsnota geldt overgangsrecht (artikel 4.114 lid 1 van de Invoeringswet Omgevingswet). De welstandsnota is een beleidsregel als bedoeld in artikel 4. 19 van de Omgevingswet. ,

,

,

,

Onder de Omgevingswet kunnen gemeenteraden ervoor kiezen om wel of geen regels te stellen over het uiterlijk van bouwwerken (artikel 4. 19 Ow). Het stellen van welstandscriteria is daarmee geen verplichting meer. Als een gemeenteraad ervoor kiest om wel welstandscriteria op te stellen , dan moet dat in het omge-

vingsplan worden opgenomen. Daarnaast gaan de welstandscriteria onder de Omgevingswet anders dan onder de oude wetgeving over het uiterlijk van een bouwwerk en dus niet meer over de plaatsing. ,

,

alleen

Welstandstoets Bij nieuwbouw of verbouw beoordeelt de gemeente met een welstandstoets of het bouwwerk past in de omgeving. Dit doet de gemeente op basis van de aanvraag voor een omgevingsvergunning. Bij de beoordeling of het uiterlijk van het bouwwerk voldoet aan de redelijke eisen van welstand gebruikt de gemeente de welstandsnota waar de beleidsregels in staan. Voor een gebied die is aangegeven als welstandsvrij in de gemeentelijke welstandsnota hoeft er geen welstandstoets plaats te vinden. In het geval dat de gemeente geen welstandsnota en beleidsregels heeft voor de beoordeling van het uiterlijk van bouwwerken gelden er geen regels. ,

,

TAM-omgevingsplan bedrijfsactiviteiten Hagelkruisweg 3 te Grubbenvorst

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16580231/1