CConstaterende datHorst aan de Maas
Koppel je AI →
Document · PDF

02c Bp Venrayseweg Toelichting

Gemeenteraad 20 april 2021, gemeente Horst aan de MaasBij agendapunt: Voorstel tot het ongewijzigd vaststellen van het bestemmingsplan Venrayseweg 81, Horst.13.074 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

kan een project dat niet boven de drempelwaarde in lijst C en D komt, toch belangrijke nadelige gevolgen hebben. Daarom moet toch voorzien worden in een onderbouwing in de vorm van een vormvrije-beoordeling. Op grond van de toelichting van het plan kan vastgesteld worden dat het plan niet in een gevoelig gebied ligt noch negatieve effecten veroorzaakt op andere gevoelige gebieden. Het plan bestaande uit 2 woningen in deze stedelijke omgeving houdt geen risico’s in voor wat betreft gevaarlijke stoffen, verontreinigingen of hinder naar de omgeving. Er zijn geen negatieve gevolgen voor het milieu waardoor er ook niet alsnog een m.e.r. beoordeling moet worden uitgevoerd.

Apeladvies/Bestemmingsplan Venrayseweg 81 / dinsdag 20 april 2021

Pagina 27 van 39

Advies- en Projectbureau Engelen Limburg www.apeladvies.nl

5.3 Waterparagraaf Sinds 1 november 2013 bestaat de verplichting een watertoets uit te voeren. Het Rijk heeft haar beleid voor waterbeheer vastgelegd in het Nationaal Waterplan. De provincie deed dat in het POL2014. Hoofddoelstelling van beleid is 'het hebben en houden van een veilig en bewoonbaar land en het in stand houden en versterken van gezonde en veerkrachtige watersystemen, waarmee een duurzaam gebruik blijft gegarandeerd'. Voor de verschillende watersystemen is specifiek beleid ontwikkeld. Goede waterkwaliteit, afkoppelen van hemelwater van de riolering en het bevorderen van infiltratie van water in de bodem zijn belangrijke uitgangspunten, ook op grond van gemeentelijk beleid. In of nabij het plangebied is geen oppervlaktewater aanwezig. Het plan ligt in het werkgebied van Waterschap Limburg. Het plangebied is nu in gebruik als woning met tuin. Met de realisatie van twee woningen zal er vanwege één woning en eventuele bijgebouwen ten opzichte van de bestaande situatie circa 250 m2 (is pas na ontwerp van de woning bekend) verharding worden toegevoegd. De andere woning betreft enkel een inpandige verbouwing, zodat daar geen wijziging optreedt van de waterhuishouding. Er zal in voldoende bergingsvermogen moeten worden voorzien op eigen terrein. In het geval van nieuwe ontwikkelingen zal er gekeken moeten worden hoe het plan klimaat adaptief wordt ingericht.

Sinds 1 april 2019 is er een nieuwe keur.

Afbeelding 21: Uitsnede kaart met hoogten en laagten van het maaiveld en de richting van waterafstroming bij regen. De rechthoek betreft de kavel voor de nieuwe woning en in het kader een foto van de bestaande vijver, waarvan de contour op de kaart duidelijk zichtbaar is. De kaart (afbeelding 21) toont aan dat met name de tuin ten dele lager gelegen delen heeft, hetgeen vooral ligt aan het feit dat er een vijver in de tuin ligt, waarnaar het water afstroomt. Het afstromend water betreft alleen water dat op het perceel zelf voorkomt. Het plangebied ligt op een hoogte van globaal 23,5 m +NAPen is niet nodig voor de wateropgave van omliggende gebieden.

Apeladvies/Bestemmingsplan Venrayseweg 81 / dinsdag 20 april 2021

Pagina 28 van 39

Advies- en Projectbureau Engelen Limburg www.apeladvies.nl

Afbeelding 22: Uitsnede kaart met natuur- en landschapszones in omgeving plangebied

Waterstructuren worden niet geblokkeerd. Ook is er niet dusdanig hoogteverschil sprake dat er wateroverlast of erosie ontstaat door afstromend water uit de omgeving en andersom. Op de planlocatie van de nieuwe woning is recent een bodemonderzoek uitgevoerd. Daaruit blijkt dat het grondwater een licht verhoogd gehalte barium bevat, hetgeen aan natuurlijke oorzaak heeft. Bodem en grondwater vormen ter plaatse geen belemmering voor het plan. Het freatisch grondwater bevindt zich dieper dan 2 m-mv. En de stromingsrichting is noordoostelijk gericht richting Maas. Het betreft geen grondwaterbeschermings- of wingebied. De grond bestaat ter plaatse van 0 tot 6 m-mv uit zeer fijn tot zeer grof zand, lokaal kleiig of grindig. Het hemelwater kan ter plaatse afgevoerd worden naar de vijver en daar infiltreren in de bodem. Infiltratie- en bergingsvoorzieningen moeten worden gedimensioneerd op 100 mm per etmaal. Indien T=100 is sprake van 84 mm neerslag/m2, zodat bij bijvoorbeeld 250 m2 verhard oppervlak 250 x 0,084 is 19 m3 bergingscapaciteit noodzakelijk is. Bij het ontwerp van de woning zal met bovenstaande rekening worden gehouden. Het vuilwater wordt afgevoerd naar het gemeentelijk riool. Voor de bouw van de woningen zullen duurzame, niet uitlogende bouwmaterialen worden toegepast. De aspecten rondom de waterhuishouding vormen derhalve geen belemmering voor de voorgestane ontwikkeling.

Gelet op de omvang van het plan is vooroverleg met het Waterschap niet noodzakelijk.

5.4 Kabels en leidingen Overeenkomstig de wettelijke regels zal indien noodzakelijk een KLIC-melding worden gedaan. Indien de directe omgeving van het plangebied bevinden zich geen buisleidingen.

Apeladvies/Bestemmingsplan Venrayseweg 81 / dinsdag 20 april 2021

Pagina 29 van 39

Advies- en Projectbureau Engelen Limburg www.apeladvies.nl

5.5 Wet natuurbescherming In de voorliggende ontwikkeling is sprake van de realisatie van twee woningen op afzonderlijke locaties op het perceel Venrayseweg 81 te Horst. Een woning wordt gerealiseerd enkel door een inpandige verbouwing van een bestaande schuur. De locatie van de andere woning ligt achter in de tuin bij de bestaande woning. Ter plaatse bestaat de tuin uit gras, een pad en enkele struiken. Vanaf 1 januari 2017 is de Wet natuurbescherming in werking getreden. Deze wet vervangt 3 wetten: de Natuurbeschermingswet 1998, de Flora- en faunawet en de Boswet. Deze wet is gericht op: 1) Het beschermen en ontwikkelen van de natuur, mede vanwege de intrinsieke waarden. 2) Het doelmatig uitvoeren van het beheer. 3) Samenhang brengen in het beleid. In de Wet natuurbescherming wordt wat flora en fauna betreft onderscheid gemaakt tussen vogels, soorten die voorkomen op de Habitatrichtlijn en de verdragen van Bern en Bonn en overige soorten, laatstgenoemde groep is te vergelijken met de huidige zogenaamde “Tabel 2-soorten”. Als gevolg van de voorgenomen ingreep op de onderzoekslocatie kan er sprake zijn van negatieve gevolgen voor door de wetgever vanuit natuurwetgeving beschermde gebieden. De locatie is niet gelegen binnen de grenzen of in de directe nabijheid van een gebied dat aangewezen is als Natura 2000.

Het meest nabijgelegen Natura 2000-gebied, ‘Maasduinen’, bevindt zich op circa 8,4 kilometer afstand ten oosten van de onderzoekslocatie. De onderzoekslocatie is niet gelegen in de directe nabijheid van een gebied dat aangewezen is als beschermd natuurmonument. Stikstof Met de inwerkingtreding van de Crisis- en herstelwet is in de Natuurbeschermingswet 1998 een verplichting voor de Provincie opgenomen om passende maatregelen te treffen ten aanzien van alle activiteiten die stikstofdepositie veroorzaken en mogelijk negatieve effecten sorteren op de instandhoudingsdoelstellingen van de Natura2000 - gebieden. Op dit moment is de stikstofdepositie in Limburg hoog. Dit staat het behalen van de instandhoudingsdoelstellingen van de Natura2000 - gebieden in de weg. Het nemen van passende maatregelen is derhalve onvermijdelijk. Bij de huidige stikstofdepositie op Natura2000 - gebieden in Limburg kan niet worden gegarandeerd dat op lange termijn de instandhoudingsdoelstellingen niet verslechteren in omvang of kwaliteit. De depositieafname die nodig is om achteruitgang van de instandhoudingsdoelstellingen te voorkomen kan vanwege de omvang niet via individuele projecten worden bereikt, maar zal bereikt moeten worden door een generieke emissiedaling. Niet ieder Natura 2000-gebied is van belang voor de beoordeling van de stikstofdepositie.

De toetsing is alleen noodzakelijk op Natura2000 - gebieden waarin voor stikstof gevoelige habitattypen of leefgebieden van soorten voorkomen (Raad van State 11032020, ECLI:NL:RVS:2020:731) als er sprake is van een overbelasting of een nadere overbelasting van de stikstofdepositie vanaf 70 mol per hectare, per jaar onder de kritische depositiewaarde. De kritische depositiewaarde (KDW) geeft aan bij welke mate van stikstofdepositie wordt aangenomen dat niet langer op voorhand kan worden uitgesloten dat er een risico is dat de kwaliteit van het habitattype wordt aangetast als gevolg van de verzurende en/of vermestende invloed van de stikstofdepositie. De toename van de stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden moet daarom gezien de instandhou-

Apeladvies/Bestemmingsplan Venrayseweg 81 / dinsdag 20 april 2021

Pagina 30 van 39

Advies- en Projectbureau Engelen Limburg www.apeladvies.nl

dingsdoelstellingen van Natura2000 - gebieden worden voorkomen. Nieuwe activiteiten die stikstofdepositie veroorzaken moeten daarom ook worden beoordeeld op de kritische depositiewaarde. Als die wordt overschreden bestaat de mogelijkheid van een aantasting van het Natura2000 - gebied. Omdat significante gevolgen van een nieuwe activiteit (die stikstofdepositie veroorzaakt) dan niet kan worden uitgesloten is er voor die nieuwe activiteit een natuurvergunning vereist. Ten behoeve van die natuurvergunning moet een passende beoordeling worden opgesteld. Daaruit kan worden afgeleid of de natuurlijke kenmerken van het gebied door de nieuwe activiteit wordt aangetast. Een toename van stikstofdepositie op een aantal habitattypen terwijl de KDW al wordt overschreden betekent niet zonder meer dat de natuurlijke kenmerken van het betreffende Natura 2000gebied worden aangetast (Raad van State 11032020, ECLI:NL:RVS:2020:741). Dus een overschrijding van de kritische depositiewaarde wil niet zeggen dat er geen toename van de stikstofdepositie kan worden vergund. Van belang is of die toename de natuurlijke kenmerken van het betrokken Natura2000 - gebied al dan niet aantast. Bestemmingsplannen moeten worden getoetst aan de Wet natuurbescherming. Met de AERIUS Calculator kan berekent worden of het plan zorgt voor extra stikstofneerslag.

Als er geen extra neerslag is hoeft er ook geen vergunning Wet natuurbescherming aangevraagd te worden bij de provincie. Bij bestemmingsplannen moet onderzoek gedaan worden naar eventueel optredende significant negatieve effecten. Indien daar mogelijk sprake van is dient tevens een passende beoordeling worden uitgevoerd, hetgeen altijd gepaard gaat met een m.e.r. -procedure. Uit de “Handreiking woningbouw en AERIUS” van de Rijksoverheid voor de stikstofdepositie bij woningbouw blijkt dat bij maximaal 50 laagbouwwoningen in een project, gebouwd gas- en haardloos, op zandgrond en op minimaal 7 kilometer afstand van een Natura2000 - gebied, de stikstofdepositie 0,00 mol/ha/jaar is. In dat geval is er geen AERIUS-berekening noodzakelijk en hoeft er geen vergunning in het kader van de Wet natuurbescherming te worden aangevraagd. Maasduinen ligt met 8,4 kilometer op nog grotere afstand. Gelet op de kleinschaligheid van het project dat voldoet aan de uitgangspunten in de handreiking treedt er een geen te hoge stikstofdepositie op. Externe effecten als gevolg van de voorgenomen plannen zijn vanwege de aard van de plannen en de afstand tot het Natura 2000-gebied niet te verwachten. Vervolgonderzoek in het kader van de Natuurbeschermingswet 1998 wordt niet noodzakelijk geacht. De onderzoekslocatie maakt geen deel uit van het Natuurnetwerk Nederland.

De onderzoekslocatie ligt echter wel in de nabijheid van een gebied, behorend tot het Natuurnetwerk Nederland. Het meest nabijgelegen gebied bevindt zich circa 135 meter ten oosten van de onderzoekslocatie. Door de afstand en de aard van de voorgenomen plannen (nieuwbouw c.q. verbouw van twee woningen) worden de wezenlijke kenmerken en waarden van de huidige staat echter niet aangetast, waardoor mitigatie en compensatie van natuurwaarden niet van toepassing is. Vervolgonderzoek in het kader van het Natuurnetwerk Nederland wordt niet noodzakelijk geacht.

Apeladvies/Bestemmingsplan Venrayseweg 81 / dinsdag 20 april 2021

Pagina 31 van 39

Advies- en Projectbureau Engelen Limburg www.apeladvies.nl

5.6 Flora en fauna De Europese natuurwetgeving is in Nederland, op het gebied van de soortbescherming, uitgewerkt in de Flora- en faunawet. Deze wet heeft tot doel alle in Nederland in het wild voorkomende planten- en diersoorten te beschermen en in stand te houden. Voor de Flora- en faunawet geldt dat vaste rust- en verblijfplaatsen van bepaalde soorten zijn beschermd. De beide percelen in voorliggend bestemmingsplan liggen op een bestaande woonlocatie. De de te verbouwen schuur bevat geen openingen of andere relevante mogelijkheden voor het verblijf van dieren. De locatie voor de woning achter in de tuin betreft een locatie met grasland, een pad en enkele struiken. De tuin wordt regelmatig onderhouden waaronder het maaien van gras en schoffelen van de aarde. Hoewel de overige tuin een geschikte biotoop vormt van planten en dieren, is daar op de locatie voor de woning nauwelijks of geen sprake van. Via de kaart van de provincie Limburg (Atlas Limburg) is het voorkomen van broedvogels onderzocht. Beschermde broedvogels zoals de Bonte vliegenvanger de Grote Bonte Specht zijn volgens de gegevens van de 3e ronde 2012-2018 aangetroffen op een afstand van circa 100 en verder, met name het NNN-gebied. De struiken op de bouwlocatie bevatten geen nesten van jaarrond beschermde broedvogels als de buizerd, sperwer en ransuil; deze zijn niet aangetroffen.

Door het nagenoeg ontbreken van struiken, heggen en coniferen zijn op de onderzoekslocatie geen geschikte nestlocaties aanwezig voor algemene vogels als merel, heggenmus, winterkoning, roodborst en houtduif. Wel in de tuin buiten de bouwlocatie kan dit niet worden uitgesloten, maar deze biotoop wordt niet aangetast. Verstoring ten opzichte van algemene broedvogels, als gevolg van de voorgenomen plannen, is dan ook mogelijk aan de orde. De onderzoekslocatie zal, gelet op het aanwezige habitat in het bijzonder de vijver incidenteel gebruikt kunnen worden door in de omgeving verblijvende vleermuizen als ruige dwergvleermuis en laatvlieger om te foerageren. De plannen zullen echter geen aantasting van belangrijk foerageerhabitat vormen. Door de voorgenomen ingreep zal het aanbod van foerageermogelijkheden niet in het geding komen, in de directe omgeving is meer geschikt foerageerhabitat voor vleermuizen aanwezig. Verstoring ten opzichte van een potentiële vliegroute is redelijkerwijs uit te sluiten doordat desbetreffende lijnvormige elementen ontbreken op de onderzoekslocatie. De onderzoekslocatie vormt geen geschikt habitat voor een aantal soorten grondgebonden zoogdieren. Het gaat daarbij om algemene soorten als egel, haas, konijn, mol en verschillende muizensoorten. De das komt hier niet voor.

Hier ontbreken reliëf en/of schuilmogelijkheden zodat de locatie ongeschikt is als vaste rust- en verblijfplaats. Aangezien de (bouw)locatie vooral bestaat uit tuin/gras, is het niet te verwachten dat er beschermde of zeldzame plantensoorten op de locatie te vinden zijn. De aanwezigheid van water, de beschikbare hoeveelheid voedingsstoffen, de hoeveelheid zonlicht en de antropogene beïnvloeding bepalen in hoeverre een groeiplaats voor een bepaalde plant geschikt is. Vanwege de specifieke eisen die de meeste beschermde soorten stellen aan de groeiomstandigheden zijn beschermde vaatplanten op de onderzoekslocatie niet te verwachten, althans voor zover het de bouwlocatie betreft. Voor de algemene broedvogelsoorten die op de onderzoekslocatie zijn te verwachten geldt dat, indien het groen buiten het broedseizoen wordt verwijderd, er geen overtredingen plaats zullen vinden met betrekking tot deze soorten. De nesten mogen echter wel worden aangetast wanneer deze op dat

Apeladvies/Bestemmingsplan Venrayseweg 81 / dinsdag 20 april 2021

Pagina 32 van 39

Advies- en Projectbureau Engelen Limburg www.apeladvies.nl

moment niet in gebruik zijn. Als gevolg van werkzaamheden kunnen dieren verwond of gedood worden en holen kunnen worden verwijderd. Voor de te verwachten soorten geldt bij ruimtelijke ontwikkelingen echter een vrijstelling van de wet, waardoor geen ontheffing hoeft te worden aangevraagd. Overtredingen van de huidige en nieuwe wet ten aanzien van beschermde soorten behorend tot de overige soortgroepen zijn wegens de bovengegeven toelichting, op basis van verspreidingsgegevens, de aanwezigheid van voldoende alternatieven en/of gezien de aard van de ingreep in dit geval niet aan de orde. Uit bovenstaande volgt dat voorliggend plan uitvoerbaar is en een aanvraag om een vergunning noch een vervolgonderzoek aan de orde is.

5.7 Archeologie en cultuurhistorische waarden Wet op de archeologische Monumentenzorg De wet- en regelgeving op rijksniveau rondom cultureel erfgoed is vastgelegd in de Wet op de archeologische monumentenzorg. Het is het belangrijkste sectorale instrument voor de bescherming van cultureel erfgoed. In de Erfgoedwet is geregeld hoe monumenten aangewezen kunnen worden als beschermd monument. De wet heeft betrekking op gebouwen en objecten, stads- en dorpsgezichten, archeologische waarden en op het uitvoeren van archeologisch onderzoek. De Erfgoedwet regelt de bescherming van archeologisch erfgoed in de bodem, de inpassing ervan in de ruimtelijke ontwikkeling en de financiering van opgravingen. Voor gebieden waar archeologische waarden voorkomen of waar reële verwachtingen bestaan dat ter plaatse archeologische waarden aanwezig zijn, dient door de initiatiefnemer voorafgaand aan bodemingrepen archeologisch onderzoek te worden uitgevoerd. De uitkomsten van het archeologisch onderzoek dienen vervolgens volwaardig in de belangenafweging te worden betrokken. Het belangrijkste doel is de bescherming van het archeologisch erfgoed in de bodem (in situ) omdat de bodem doorgaans de beste garantie biedt voor een goede conservering.

Er wordt uitgegaan van het basisprincipe de ‘verstoorder’ betaalt voor het opgraven en het documenteren van de aangetroffen waarden als behoud in de bodem niet tot de mogelijkheden behoort.

Afbeelding 23: Uitsnede Archeologische Maatregelenkaart 2014 en Maatregelcategoriën.

Apeladvies/Bestemmingsplan Venrayseweg 81 / dinsdag 20 april 2021

Pagina 33 van 39

Advies- en Projectbureau Engelen Limburg www.apeladvies.nl

De bouwlocatie ligt in een gebied dat volgens de kaart categorie 7 betreft, te weten ‘bebouwde komonbekende verwachting’. Het maximale verstoringsoppervlakte is 500 m2 en de diepte 50 cm. De oppervlakte van de locatie is kleiner dan 500 m2, zodat geen verder onderzoek noodzakelijk is. Cultuurhistorische waarden Volgens het Besluit ruimtelijke ordening 2012 dienen bij ruimtelijke plannen alle cultuurhistorische waarden te worden meegewogen. Er moet rekening worden gehouden met aanwezige cultuur-historische waarden en in de grond aanwezige of te verwachten monumenten. Bij cultuurhistorische waarden gaat het over de positieve waardering van sporen, objecten, patronen en structuren die zichtbaar of niet zichtbaar onderdeel uitmaken van onze leefomgeving en een beeld geven van een historische situatie of ontwikkeling. In veel gevallen bepalen deze cultuurhistorische waarden de identiteit van een plek of gebied en bieden ze aanknopingspunten voor toekomstige ontwikkelingen. Deze cultuurhistorische elementen kan men niet allemaal als beschermd monument of gezicht aanwijzen, maar zijn wel onderdeel van de manier waarop we ons land beleven, inrichten en gebruiken. In de hoofdstukken 2.1 en 2.4 is aandacht gegeven aan de cultuurhistorische waarden.

5.8 Verkeer en parkeren Door de voorgenomen activiteiten zal er niet ingrijpend extra verkeer naar de locatie komen. Aan de Venrayseweg wordt gebruik gemaakt van de bestaande inrit. De Venrayseweg is hier als doorgaande weg gelegen in de bebouwde kom waar de maximale snelheid voor het verkeer 50 km/u is. Aan de achterzijde zal de nieuwe woning worden ontsloten aan de Vermeerstraat. Dit is een vrij rustige weg met weinig verkeer. Ook hier zijn de extra verkeersbewegingen beperkt en zijn er verder geen consequenties. Het parkeren geschiedt op eigen terrein dat wordt bereikt door een voldoende brede inrit, zodat minimaal 2 auto’s kunnen parkeren op eigen terrein. De garage telt hierin niet mee. Daarmee wordt voldaan aan het gemeentelijk beleid in de Nota parkeernormen.

5.9 Duurzaamheid De woningen zullen zoveel mogelijk worden gebouwd naar toepasbare innovatieve technieken op basis van een energiezuinig ontwerp. Toegepast worden duurzame materialen en zo mogelijk hernieuwbare energiebronnen. Minimaal zullen dusdanige duurzaamheidsmaatregelen genomen worden dat voldaan zal worden aan de puntenscore op grond van het Lokaal Afwegingskader zoals in deze toelichting is vermeld. Volgens de puntenscore dient er meer dan gebruikelijk te worden geïnvesteerd in deze maatregelen. Bij het ontwerpen van de woning en de aanvraag omgevingsvergunning zal dit aangetoond worden.

Apeladvies/Bestemmingsplan Venrayseweg 81 / dinsdag 20 april 2021

Pagina 34 van 39

Advies- en Projectbureau Engelen Limburg www.apeladvies.nl

6. UITVOERBAARHEID 6.1 Economische uitvoerbaarheid De realisatie van het project geschiedt voor rekening van de initiatiefnemer. Op de onderhavige situatie zijn geen grondexploitatieregels van toepassing. De ontsluiting van het perceel leiden evenmin tot kosten of voorzieningen waarop afdeling 6.4 Wro van toepassing. De gemeentelijke financiën zijn hierbij dus niet in het geding. Verder zijn de gronden eigendom van de initiatiefnemer. Van gemeentewege zal een overeenkomst ten aanzien van een planschadeverhaalsbeding zoals bedoeld in art. 6.4a Wro worden opgesteld. Hiermee wordt gewaarborgd dat eventueel te vergoeden planschade niet voor rekening van de gemeente komt maar voor rekening van de initiatiefnemer. Overigens heeft de planologische wijziging dusdanig weinig impact op de omgeving dat de kans op vergoedbare planschade minimaal wordt geacht.

6.2 Handhaving Sinds 1 april 2005 werkt de gemeente Horst aan de Maas samen met de gemeente Venray als het gaat om handhaving. Onder deze samenwerking valt niet alleen de uitvoering, maar ook alle juridische, administratieve en beleidsmatige ondersteuning. In 2017 is het Beleidsplan VTH Horst aan de Maas 2017-2020 in werking getreden. De gemeenten Horst aan de Maas en Venray voeren hun handhavingstaken uit op basis van de volgende visie: de gemeenten Horst aan de Maas en Venray stellen een gezonde, veilige, leefbare en groene leefomgeving centraal. Handhaving is één van de middelen om de kwaliteit van wonen, leven en werken te behouden en te versterken. De besturen van de gemeenten streven naar een gestructureerd en integraal handhavingsbeleid, waarbij preventief belang voorop staat. De betrokkenheid en het eigen verantwoordelijkheidsbesef van de burgers, bedrijven en instellingen moeten daarbij worden vergroot. Als de preventieve inzet (informatievoorziening) niet werkt en het geschonken vertrouwen wordt beschaamd, volgt daadwerkelijk handhavend optreden. Zo krijgt iedereen de aanpak die hij/zij verdient.

6.3 Maatschappelijke uitvoerbaarheid en Procedure Initiatiefnemer heeft met de directe buren van beide woningen overleg gehad en haar plan bekend gemaakt en toegelicht. Daarbij hebben de buren geen bezwaren tegen de gewenste ontwikkelingen kenbaar gemaakt. De procedures voor vaststelling van een bestemmingsplan zijn wettelijk geregeld. Tussen gemeente en verschillende instanties moet overleg over het plan plaatsvinden alvorens een ontwerp bestemmingsplan ter inzage gelegd kan worden. Bovendien dienen belanghebbenden de gelegenheid te krijgen om hun visie omtrent het plan te kunnen geven. Daarna kan de wettelijke procedure met betrekking tot vaststelling van het bestemmingsplan worden gestart. Het college van burgemeester en wethouders bereidt het bestemmingsplan voor en publiceren dit, ook electronisch. De basis hiervoor ligt in artikel 160, lid 1, onder b, Gemeentewet. De gemeenteraad stelt het bestemmingsplan vast. Dit volgt uit artikel 3.1, lid 1 en artikel 3.8, lid 1, onder e, Wet ruimtelijke ordening.

Apeladvies/Bestemmingsplan Venrayseweg 81 / dinsdag 20 april 2021

Pagina 35 van 39

Advies- en Projectbureau Engelen Limburg www.apeladvies.nl

Burgemeester en wethouders overleggen met relevante bestuursorganen en plaatsen het resultaat in de toelichting. Zij wegen relevante feiten en belangen tegen elkaar af en stellen bestemmingen, regels en toelichting op, waarna zij de kennisgeving publiceren ook in de Staatscourant en elektronisch. Belangrijke partijen worden ingelicht. Burgemeester en wethouders leggen het ontwerpbesluit en de belangrijke stukken (ook elektronisch) ter inzage. Iedereen kan gedurende 6 weken schriftelijk of mondeling zienswijzen tegen het ontwerpbesluit indienen. De beantwoording door burgemeester en wethouders van de zienswijzen dient als motivering van het bestemmingsplan. Het bestemmingsplan kan ook gewijzigd worden vastgesteld. De gemeenteraad beslist binnen twaalf weken na de termijn van terinzagelegging van het ontwerpbesluit over de vaststelling van het bestemmingsplan. Burgemeester en wethouders publiceren de kennisgeving van het vaststellingsbesluit ook in de Staatscourant en elektronisch en leggen het vaststellingsbesluit en belangrijke bijbehorende stukken (ook elektronisch) ter inzage. Er is nog een mogelijkheid tot beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen 6 weken na bekendmaking en betreffende de belanghebbenden. Inwerkingtreding volgt na afloop beroepstermijn, tenzij binnen de 6 weken een verzoek om een voorlopige voorziening is ingediend.

Zienswijzen Het ontwerp bestemmingsplan heeft met ingang van 8 januari 2021 gedurende zes weken voor een ieder ter inzage gelegen. In deze periode zijn geen zienswijzen ingediend.

6.4 Bijlagen bij de regels Bijlage 1: Staat van bedrijfsactiviteiten

Apeladvies/Bestemmingsplan Venrayseweg 81 / dinsdag 20 april 2021

Pagina 36 van 39

Advies- en Projectbureau Engelen Limburg www.apeladvies.nl

7. JURIDISCH PLAN

7.1 Planstukken Dit plan is een bestemmingsplan zoals bedoeld in artikel 3 lid 1 van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) en bestaat uit een toelichting, verbeelding en regels met bijlages.

7.2 Toelichting op de verbeelding In de digitale verbeelding hebben alle gronden binnen het plangebied een bestemming gekregen. Binnen een bestemming kunnen nadere aanduidingen zijn aangegeven. Deze aanduidingen hebben slechts juridische betekenis indien en voor zover hier in de regels naar wordt verwezen. Ten behoeve van de leesbaarheid is het plan op een topografische ondergrond getekend. De bestemmingen en de aanduidingen zijn ingedeeld in de hoofdgroepen volgens de SVBP2012 en zijn op de verbeelding opgenomen in het renvooi. De digitale verbeelding is juridisch bindend.

7.3 Toelichting op de regels Dit bestemmingsplan vormt het juridische kader waarbinnen in dit plangebied de gewenste ontwikkeling kan worden gerealiseerd. Ingevolge de Wet ruimtelijke ordening (Wro), het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) en de daarbij behorende ministeriële Regeling standaarden ruimtelijke ordening (Rsro), dienen bestemmingsplannen op vergelijkbare wijze opgebouwd en gepresenteerd te worden en tevens digitaal uitwisselbaar gemaakt te worden. Er is een aantal standaarden door het Ministerie van VROM ontwikkeld. In dit bestemmingsplan wordt van deze standaarden voor zover van toepassing gebruik gemaakt. Hiermee wordt de rechtsgelijkheid en de uniformiteit binnen de gemeentelijke c.q. landelijke bestemmingsplannen gediend. Op basis van dit bestemmingsplan zal de beoogde ontwikkeling zonder verdere uitwerking van de bestemmingen of andere planologisch-juridische procedures kunnen worden uitgevoerd. Daarnaast vervult het plan, na realisatie, een belangrijke beheer- en gebruiksfunctie. Iedere functie in het plangebied is voorzien van een daarop toegesneden bestemmingsregeling. Ten behoeve van de beoogde inrichting is de nodige flexibiliteit in het plan ingebracht door middel van de opname van algemene afwijkings- en wijzigingsregels.

Deze planvorm biedt flexibiliteit voor de beoogde ontwikkeling en tegelijkertijd rechtszekerheid voor de bewoners en gebruikers van de aangrenzende gebieden. De omvang van de diverse functies is vastgelegd in de bestemmingsregeling. Door deze wijze van bestemmen zijn de functies ruimtelijk begrensd. Op grond van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht juncto het Besluit omgevingsrecht (Bor) zijn gevallen aangewezen waarvoor geen omgevingsvergunning is vereist.

Apeladvies/Bestemmingsplan Venrayseweg 81 / dinsdag 20 april 2021

Pagina 37 van 39

Advies- en Projectbureau Engelen Limburg www.apeladvies.nl

De planregels zijn verdeeld in 4 hoofdstukken, te weten: Hoofdstuk 1: Inleidende regels met daarin de begrippen en de wijze van meten; Hoofdstuk 2: Bestemmingsregels. Hiermee worden de op de verbeelding opgenomen bestemmingen geregeld; Hoofdstuk 3: Algemene regels, waarin onder andere zijn opgenomen de antidubbeltelregel, algemene bouwregels en -afwijkingsregels; Hoofdstuk 4: Overgangs- en slotregels, waarin het overgangsrecht en de slotregel zijn opgenomen. Het belangrijkste doel van de planregels is om de bouw- en gebruiksregels van de bestemming aan te geven. * Hoofdstuk 1 : Inleidende regels Begrippen (art. 1) In dit artikel zijn bepalingen (begrippen) opgenomen welke in het algemeen spraakgebruik onvoldoende vastliggen en waarbij verschillen in interpretatie bij toepassing van de planregels mogelijk zijn. Voor het gemak zijn enkele begrippen uit de Woningwet/ Bouwverordening overgenomen. Verder zijn enkele begrippen afkomstig van de geldende wettelijke standaarden voor bestemmingsplannen en zijn begrippen aangepast aan de Wabo. Wijze van meten (art. 2) Hierin wordt aangegeven op welke manier onder meer hoogte, lengte, breedte, inhoud en oppervlakte van bouwwerken/ percelen gemeten moeten worden. Bij de wijze van meten is aangesloten bij de SVBP 2012 (Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen).

* Hoofdstuk 2 : Bestemmingsregels Bestemmingen De regels van een bestemming worden (voor zover van toepassing) als volgt opgebouwd en benoemd: 1. Bestemmingsomschrijving 2. Bouwregels 3. Nadere eisen 4. Specifieke gebruiksregels 5. Afwijken van de gebruiksregels Duidelijk zal zijn dat een bestemming niet alle elementen hoeft te bevatten. Dit kan per bestemming verschillen. In de bestemmingsomschrijving wordt een omschrijving gegeven van de aan de gronden toegekende functies. Als eerste wordt de hoofdfunctie aangegeven. Indien nodig worden vervolgens de andere aan de grond toegekende functies genoemd. In de bouwregels wordt bepaald aan welke voorwaarden de bebouwing moet voldoen. Voor zover nodig wordt een onderscheid gemaakt in hoofdgebouwen, bijgebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, waardoor de toetsing van aanvragen voor een omgevingsvergunning aanmerkelijk vereenvoudigd en inzichtelijker is. In het onderstaande worden de regels van de opgenomen bestemming nader toegelicht.

Apeladvies/Bestemmingsplan Venrayseweg 81 / dinsdag 20 april 2021

Pagina 38 van 39

Advies- en Projectbureau Engelen Limburg www.apeladvies.nl

Tuin De voor ‘Tuin’ aangewezen gronden zijn bestemd voor tuinen met de daarbij behorende bebouwing, erven en parkeer- en watervoorzieningen.In de bouwregels wordt bepaald aan welke voorwaarden de bebouwing moet voldoen. Wonen De voor ‘Wonen’ aangewezen gronden zijn bestemd voor wonen in een woning. Op de verbeelding zijn bouwvlakken opgenomen waarbinnen (hoofd-)gebouwen gebouwd mogen worden. Er worden regels gesteld aan hoofdgebouwen, maar ook aan aan- en uitbouwen en bijgebouwen, en bouwwerken die geen gebouw zijn. De maximale goot- en bouwhoogte is op de verbeelding van het bestemmingsplan aangegeven. Daar waar de aanduiding ‘Wonen-1’ is opgenomen gelden aanvullende voorwaarden in de bouwregels. De aanduiding ‘karakteristiek’ kan via een wijzigingsbevoegdheid van het college van burgemeester en wethouders worden verwijderd. Binnen de woonbestemming zijn naast het wonen zelf, ook aan huis gebonden beroepen en door middel van een omgevingsvergunning aan huis gebonden bedrijven toegestaan. Wat daaronder wordt verstaan staat in de begripsomschrijving.

* Hoofdstukken 3 en 4 Hoofdstuk 3 bevat de algemene regels. Dit hoofdstuk bevat een aantal algemene regels die gelden voor het hele plangebied. Het betreft daarnaast onder andere de anti- dubbeltelbepaling, algemene bouwregels en afwijkingsregels. * Hoofdstuk 4 bevat de overgangs- en slotregel van het bestemmingsplan.

Apeladvies/Bestemmingsplan Venrayseweg 81 / dinsdag 20 april 2021

Pagina 39 van 39

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/9939732/1