02c Bp Venrayseweg Toelichting
Tekst van het document
Ontwerp bestemmingsplan Bestemmingsplan “Venrayseweg 81, Horst” NL.IMRO.1507.VENRAYSEWEG81-BPV1 NL.IMRO.1507.HOVENRAYSEWEG81-BPO1
Bestemmingsplan “Venrayseweg 81 Horst” (NL.IMRO.1507.HOVENRAYSEWEG81-BPV1) Toelichting
Rapportnummer:
20201203
Datum:
20 april 2021
Opdrachtgever/initiatiefnemer: Mw. Tacken, Venrayseweg 81, 5961 AE Horst Behandelaar Apeladvies:
H.J.W. Engelen
Advies- en Projectbureau Engelen Limburg (Apeladvies), Gasthuisstraat 69, 5961GA Horst, tel. 077-4003922-0642617410, info@apeladvies.nl
Advies- en Projectbureau Engelen Limburg www.apeladvies.nl
Inhoudsopgave 1. INLEIDING ...........................................................................................................................3
1.1 Aanleiding en doel van het project ................................................................................................3 1.2 Ligging en begrenzing plangebied ................................................................................................4 1.3 Vigerend bestemmingsplan ..........................................................................................................5 1.4 Leeswijzer .....................................................................................................................................5
2. BESCHRIJVING VAN HET PLANGEBIED...........................................................................6
2.1 Gebiedsprofiel ...............................................................................................................................6 2.2 Projectprofiel .................................................................................................................................8 2.3 Vigerend bestemmingsplan ..........................................................................................................8 2.4 Historische ontwikkeling en cultuurhistorie ...................................................................................9
3. BELEID ...............................................................................................................................10
3.1 Inleiding.......................................................................................................................................10 3.2 Rijksbeleid en Ladder van duurzame verstedelijking ..................................................................10 3.3 Provinciaal en regionaal beleid ...................................................................................................11 3.4 Gemeentelijk beleid ....................................................................................................................14
4. PLANBESCHRIJVING .......................................................................................................19
4.1 Stedenbouwkundige / ruimtelijke aspecten.................................................................................19
5. SECTORALE ASPECTEN..................................................................................................22
5.1 Inleiding.......................................................................................................................................22 5.2 Milieuaspecten ............................................................................................................................22 5.2.1 Bodem- en grondwaterkwaliteit................................................................................................22 5.2.2 Geluid.......................................................................................................................................23 5.2.3 Luchtkwaliteit ...........................................................................................................................24 5.2.4 Milieuzonering ..........................................................................................................................25 5.2.5 Externe veiligheid.....................................................................................................................26 5.2.6 Milieueffectrapportage .............................................................................................................27 5.3 Waterparagraaf ...........................................................................................................................28 5.4 Kabels en
leidingen.....................................................................................................................29 5.5 Wet natuurbescherming ..............................................................................................................30 5.6 Flora en fauna .............................................................................................................................32 5.7 Archeologie en cultuurhistorische waarden ................................................................................33 5.8 Verkeer en parkeren ...................................................................................................................34 5.9 Duurzaamheid.............................................................................................................................34
6. UITVOERBAARHEID .........................................................................................................35
6.1 Economische uitvoerbaarheid.....................................................................................................35 6.2 Handhaving .................................................................................................................................35 6.3 Maatschappelijke uitvoerbaarheid en Procedure ........................................................................35 6.4 Bijlagen bij de regels ...................................................................................................................36
7. JURIDISCH PLAN ..............................................................................................................37
7.1 Planstukken ................................................................................................................................37 7.3 Toelichting op de regels ..............................................................................................................37
Bijlagen:
1 - Akoestisch onderzoek HMB 19-11-2019 en HMB 26-11-2020 2 - Verkennend bodemonderzoek HMB 06-01-2020 3 - Besluit vormvrije m.e.r.-beoordeling
P.S. Voorzover de foto’s en afbeeldingen afkomstig zijn van pdok en/of materiaal aan Apeladvies ter beschikking gesteld door betrokken partijen is de bron niet bij de afbeeldingen vermeld. Apeladvies/Bestemmingsplan Venrayseweg 81 / dinsdag 20 april 2021
Pagina 2 van 39
Advies- en Projectbureau Engelen Limburg www.apeladvies.nl
1. INLEIDING
1.1 Aanleiding en doel van het project De voorliggende toelichting heeft betrekking op de percelen kadastraal bekend gemeente Horst, sectie N nummers 105, 592 en 108, plaatselijk bekend als Venrayseweg 81 te Horst. De oppervlakte is circa 4400 m2.
Afbeelding 1: Het perceel (plangebied) links op topografische kaart en rechts op luchtfoto, met ter plaatse van de rode sterren de locaties van twee nieuwe woningen. De initiatiefnemer is eigenaar van genoemde percelen en is voornemens op deze percelen twee vrijstaande woningen te realiseren. Eén woning zal gerealiseerd worden door een inpandige verbouwing van de schuur bij de bestaande woning. De andere woning zal nieuw worden opgericht aan de achterzijde op het perceel (hoek zuidwest). De woning wordt geplaatst in de voorgevelrooilijn van de naastgelegen bestaande woningen en ontsloten worden via de Vermeerstraat. Initiatiefneemster woont alleen en heeft een vrij ruim perceel met een relatief grote tuin en een grote karakteristieke woning met een schuur. Het is voor haar gaandeweg moeilijker om zowel de tuin als de woning en de schuur goed te onderhouden. Door de realisatie van de twee woningen zal de tuin een stuk kleiner worden maar gemakkelijker in onderhoud zijn. Ook de schuur en een garage zal dan voor onderhoud wegvallen. Het onderhoud is echter belangrijk daar het een karakteristiek pand betreft dat zij in goede staat wil houden. Op deze wijze ontstaan 3 percelen met 2 nieuwe woningen van een type waar lokaal behoefte aan is.
De 2 karakteristieke panden blijven als eenheid behouden, terwijl het onderhoud mede door de splitsing goed uitvoerbaar en betaalbaar is hetgeen het behoud van de karakteristieke panden ten goede komt. Omdat het voornemen in strijd is met de regels in het vigerend bestemmingsplan wegens het ontbreken van de daartoe noodzakelijke bouwblokken kan zij het plan niet realiseren. Op 6 juni 2019 besloot het college van burgemeester en wethouders van Horst aan de Maas in het kader van een vooroverleg om in principe planologische medewerking te verlenen aan de bouw van deze twee woningen op de genoemde percelen. Als voorwaarde geldt dat de woningen moeten passen in het straatbeeld en moeten worden gebouwd in de bestaande voorgevelrooilijn dan wel in het verlengde van de reeds aanwezige belendende woningen. Met voorliggend bestemmingsplan wordt het plan juridisch planologisch mogelijk gemaakt.
Apeladvies/Bestemmingsplan Venrayseweg 81 / dinsdag 20 april 2021
Pagina 3 van 39
Advies- en Projectbureau Engelen Limburg www.apeladvies.nl
1.2 Ligging en begrenzing plangebied Het plangebied ligt aan de Venrayseweg nummer 81 te Horst. Rondom het perceel liggen meerdere burgerwoningen. Deze locatie ligt aan de noordzijde van de kern Horst, op korte afstand van de A 73. De Venrayseweg loopt vanuit zuidelijke richting vanuit het centrum van Horst via het buitengebied naar de gemeente Venray, parallel aan de autoweg A 73. Omgevingskaart
Klantreferentie: tac
0m
125 m
Deze kaart is noordgericht.
625 m
Schaal 1: 12500
Hier bevindt zich Kadastraal object Horst N 105 CC-BY Kadaster.
Afbeelding 2: Links de ligging van de locatie in zijn omgeving vanaf de topografische omgevingskaart en rechts het plangebied dat ligt op de met de gele pijl gemarkeerde plaats.
Apeladvies/Bestemmingsplan Venrayseweg 81 / dinsdag 20 april 2021
Pagina 4 van 39
Advies- en Projectbureau Engelen Limburg www.apeladvies.nl
1.3 Vigerend bestemmingsplan De gronden van het plangebied liggen in het vigerende bestemmingsplan “Peelkernen” (vastgesteld op 10 november 2009) en hebben de bestemming ‘Wonen’. Hoofdgebouwen mogen volgens het plan enkel binnen een bouwvlak worden gesitueerd en per bouwvlak is maximaal een hoofdgebouw toegestaan.
Afbeelding 3: Verbeelding van vigerend bestemmingsplan. Op de vigerende bestemming wordt in hoofdstuk 2.3 verder ingegaan.
1.4 Leeswijzer Aan het bestemmingsplan “Venrayseweg 81 Horst” is een digitale verbeelding toegevoegd inclusief de daarbij behorende regels met betrekking tot het plangebied. In de toelichting op het plan is aangegeven waarom het bestemmingsplan is opgesteld en welke afwegingen hebben plaatsgevonden in het kader van een goede ruimtelijke ordening. De digitale versie van het bestemmingsplan is juridisch bindend. Hierna volgt een beschrijving van de ligging van het plan, het gebieds- en besluitprofiel, het vigerend bestemmingsplan en het beleidskader. Daarna wordt ingegaan op de milieuhygiënische aspecten, de haalbaarheid van het plan en de belangenafweging.
Apeladvies/Bestemmingsplan Venrayseweg 81 / dinsdag 20 april 2021
Pagina 5 van 39
Advies- en Projectbureau Engelen Limburg www.apeladvies.nl
2. BESCHRIJVING VAN HET PLANGEBIED 2.1 Gebiedsprofiel
Afbeelding 4: het plangebied en de directe omgeving.
Het plangebied ligt in het noordelijke deel van Horst en nabij de oostelijk gelegen A73 bij afrit 10. De tot woning te verbouwen schuur aan de noordzijde van het hoofdgebouw ligt aan de Venrayseweg. Deze weg loopt vanuit het centrum van Horst tot de noordelijke gelegen kerkdorpen van de gemeente Venray. Langs de Venrayseweg ter hoogte van het plangebied staan aan weerszijden diverse typen woningen. De tweede nieuw te bouwen woning is gesitueerd achterop het perceel en dit perceel wordt ontsloten via de Vermeerstraat/Paulus Potterstraat. De woning wordt gebouwd in de bestaande voorgevelrooilijn. Het plangebied ligt in de bebouwde kom. In deze overwegende woonomgeving liggen ook enkele bedrijven of inrichtingen in de sfeer van dienstverlening en horeca. Het plangebied is bebouwd en daarop staan een vrijstaande woning met een aanbouw waarin tevens 2 garages zijn gesitueerd. Daarnaast staat een bijgebouw - vrijstaande schuur. Het overige deel van
Apeladvies/Bestemmingsplan Venrayseweg 81 / dinsdag 20 april 2021
Pagina 6 van 39
Advies- en Projectbureau Engelen Limburg www.apeladvies.nl
Afbeelding 5: Boven een luchtfoto van het plangebied. Linksboven de locatie van de nieuwe woning. Rechtsonder de te verbouwen vrijstaande schuur, direct links ervan de garage aan de binnenplaats. Foto’s rechts en rechtsonder tonen de schuur en de foto linksonder onder het vooraanzicht van het karakteristieke pand.
Apeladvies/Bestemmingsplan Venrayseweg 81 / dinsdag 20 april 2021
Pagina 7 van 39
Advies- en Projectbureau Engelen Limburg www.apeladvies.nl
het perceel bestaat uit een tuin met een vijver. Het pand betreft een voormalige boerderijwoning, type ‘hof boerderij'. Het pand staat op de gemeentelijke lijst van ‘karakteristieke panden’ dat formeel geen beschermende status heeft. Het karakteristieke karakter van het pand wordt niettemin behouden en door het plan niet aangetast.
2.2 Projectprofiel Het plangebied is voor woondoeleinden in gebruik. Op het perceel staan de opstallen zoals getoond in afbeelding 5. Aan de locatie worden twee bouwmogelijkheden toegekend, vergelijkbaar met de naastgelegen percelen. Op basis van de regels bij dit plan kan van het bouwrecht gebruik worden gemaakt. Voor meer informatie wordt hier kortheidshalve verwezen naar hoofdstuk 4 (planbeschrijving).
2.3 Vigerend bestemmingsplan In hoofdstuk 1.3 is reeds ingegaan op het vigerende bestemmingsplan “Peelkernen” en de bestemming ‘Wonen’. Hoofdgebouwen mogen volgens het plan enkel binnen een bouwvlak worden gesitueerd en per bouwvlak is maximaal een hoofdgebouw toegestaan. Om het plan planologisch-juridisch mogelijk te maken moeten ook voor de twee nieuwe woningen twee bouwblokken worden toegevoegd en op de verbeelding worden aangeduid. De bestemmingen ‘Wonen’ en ‘Tuin’ blijvend ongewijzigd. De bouwblokken dienen verder te worden voorzien van de aanduidingen ‘maatvoering’ en 'vrijstaande woning’. De afbeelding 6 toont de vigerende verbeelding en de verbeelding volgens voorliggend plan. Afbeelding 6: Boven: Uitsnede van de verbeelding in het vigerende bestemmingsplan. Onder: Verbeelding in het voorliggende bestemmingsplan.
Apeladvies/Bestemmingsplan Venrayseweg 81 / dinsdag 20 april 2021
Pagina 8 van 39
Advies- en Projectbureau Engelen Limburg www.apeladvies.nl
2.4 Historische ontwikkeling en cultuurhistorie
Afbeelding 7: Uitsneden uit de topografische kaarten van 1950, 1980 en 2018. Uit oude topografische kaarten blijkt dat omstreeks 1900 reeds bebouwing nabij of op de onderzoekslocatie aanwezig was. Het gebied rondom de betreffende bebouwing was veelal in gebruik voor landbouwkundige doeleinden. Het is onbekend of de betreffende bebouwing de woning aan de Venrayseweg 81 betreft. Volgens informatie afkomstig van de Basisregistratie Adressen en Gebouwen (BAG) dateert de woning aan de Venrayseweg 81 uit 1933. Op topografische kaarten wijzigen de contouren van de aanwezige bebouwing in de directe omgeving en / of ter plaatse van de onderzoekslocatie regelmatig. Het is onbekend of ter plaatse van de feitelijke onderzoekslocatie bebouwing aanwezig is geweest. Vanaf de jaren zeventig van de vorige eeuw staat de Vermeerstraat en de bebouwing ten westen van de onderzoekslocatie op kaartmateriaal aangegeven. Op kaarten vanaf het begin van de 21ste eeuw staat er geen bebouwing meer aangegeven ter plaatse en / of in de directe omgeving van de feitelijke onderzoekslocatie en vanaf circa 2010 staat de vijver op kaarten aangegeven. Vanaf dan zijn er geen noemenswaardige wijzigingen meer waar te nemen op oude topografische kaarten. De locatie was vroeger in gebruik als agrarisch bedrijf. Er vonden sorteerwerkzaamheden en opslag van producten plaats.
Tegenwoordig is het uitsluitend in gebruik als burgerwoning. Het plangebied ligt niet in een cultuurhistorisch waardevol gebied (RSV2014). De nu voorliggende ontwikkeling tast de cultuurhistorische waarde gelet op aard en omvang van het plan niet aan. Van de tot woning te verbouwen schuur bevat (zie hoofdstuk 2.1) karakteristieke elementen. Met de verbouwing worden deze nader door de gemeente aan te wijzen delen gespaard en behouden, zodat geen afbreuk gedaan wordt aan deze bijzondere elementen.
Apeladvies/Bestemmingsplan Venrayseweg 81 / dinsdag 20 april 2021
Pagina 9 van 39
Advies- en Projectbureau Engelen Limburg www.apeladvies.nl
3. BELEID 3.1 Inleiding Hierna wordt ingegaan op het vigerend ruimtelijk beleid voorzover dat voor dit plan van belang is.
3.2 Rijksbeleid en Ladder van duurzame verstedelijking Op 13 maart 2012 is de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) vastgesteld. In de SVIR worden drie hoofddoelen genoemd om Nederland concurrerend, bereikbaar, leefbaar en veilig te houden voor de middellange termijn (2028). Deze hoofddoelen zijn: • het vergroten van de concurrentiekracht van Nederland door het versterken van de ruimtelijk-economische structuur van Nederland; • het verbeteren, in stand houden en ruimtelijk zeker stellen van de bereikbaarheid waarbij de gebruiker voorop staat; • het waarborgen van een leefbare en veilige omgeving waarin unieke natuurlijke en cultuurhistorische waarden behouden zijn. Voor de drie rijksdoelen zijn onderwerpen van nationaal belang genoemd, waarmee het Rijk aangeeft waarvoor het verantwoordelijk is en waarop het resultaten wil boeken. Relevant voor het voorliggend plan is het verbeteren van de milieukwaliteit, bescherming tegen geluidsoverlast en externe veiligheidsrisico’s. Met de beoogde ontwikkeling worden de stedenbouwkundige randvoorwaarden niet aangetast. Voor zover van belang voor dit kleinschalige plan worden de specifieke onderwerpen in deze toelichting aan de orde gesteld.
Omdat er slechts sprake is van de toevoeging van twee woningen op afzonderlijke kavels op inbreidingslocaties in stedelijk gebied is er geen sprake van een stedelijke ontwikkeling en is een toetsing aan de Ladder voor duurzame stedelijke ontwikkeling niet nodig. Er zijn geen strijdigheden met nationale belangen aan de orde. In de AMvB Ruimte zijn de nationale belangen opgenomen die juridische borging vereisen en daarom doorwerken in bestemmingsplannen. Gezien de kleinschaligheid van het plan heeft deze AMvB geen gevolgen voor voorliggend plan. Ook de regels in het ‘Barro’ en ‘Rarro’ betreft nationale belangen, waarmee voorliggend plan niet in strijd is.
Apeladvies/Bestemmingsplan Venrayseweg 81 / dinsdag 20 april 2021
Pagina 10 van 39
Advies- en Projectbureau Engelen Limburg www.apeladvies.nl
3.3 Provinciaal en regionaal beleid POL2014 Op 12 december 2014 is door Provinciale Staten het Provinciaal Omgevingsplan Limburg 2014 (POL2014) met bijbehorend Plan m.e.r., de Omgevingsverordening Limburg 2014 en het Provinciaal Verkeers- en Vervoersprogramma vastgesteld. Allemaal als onderdeel van één integrale omgevingsvisie. Het plan ligt in de zone ‘Buitengebied’. Afbeelding 8: Uitsnede kaart ‘Zonering Limburg’, POL2014
Het plangebied is volgens de kaart ‘Zonering Limburg’ van het POL2014 (zie afbeelding 8) getypeerd als ‘overig bebouwd gebied’. Het betreft gemengde woon/werkgebieden met voorzieningen, deels met een stedelijk karakter en deels met een dorps karakter. Transformatie naar woningbouw dient samen te gaan met kwaliteitsverbetering, herstructurering en waar nodig sloop. Dynamisch voorraadbeheer houdt in dat er ruimte voor nieuwe toevoegingen aan de voorraad is als deze echt kwaliteit toevoegen en tegelijkertijd met het schrappen van slechte voorraad. De Limburgse woningmarkt biedt voldoende woningen van de juiste kwaliteit op de juiste plek. De woningvoorraad biedt voldoende mogelijkheden voor doorstromingen, is toekomstbestendig en kan flexibel inspelen op (veranderende) woonwensen. In Noord-Limburg is nog sprake van een groei van de woningbehoefte tot 2030. De overige ‘kaarten’ van het POL zijn voor het plangebied en de voorgenomen realisatie van de twee woningen niet van belang. Zoals al in hoofdstuk 3.2 van deze onderbouwing is aangegeven is dit plan vanwege de beperkte omvang niet aan te merken als een stedelijke ontwikkeling en is toetsing aan de Ladder voor duurzame verstedelijking niet van toepassing. In voorliggend plan is sprake van een bestaand perceel met de bestemming ‘Wonen’ en gelegen binnen de bebouwde kom. Er worden enkel twee bouwvlakken toegevoegd.
Daarom is er geen strijdigheid met het POL2014. In de Omgevingsverordening Limburg is provinciaal beleid nader uitgewerkt in regels. Verder blijkt uit de omgevingsverordening dat bij de toevoeging van woningen aan de bestaande (plan)voorraad woningen, gehandeld moet worden zoals in de Regionale Structuurvisie Wonen Noord-Limburg is beschreven. Hierna komt deze structuurvisie nog aan de orde.
Apeladvies/Bestemmingsplan Venrayseweg 81 / dinsdag 20 april 2021
Pagina 11 van 39
Advies- en Projectbureau Engelen Limburg www.apeladvies.nl
Regionaal. Woonvisie 2020-2024 en uitvoeringsprogrammering De regionale woonvisie voor Noord-Limburg is door de raad van de gemeente Horst aan de Maas vastgesteld en op 24 september 2020 bekend gemaakt. De regionale structuurvisie Wonen NoordLimburg van 5 april 2016 is daarbij ingetrokken. De woonvisie geeft richting aan het woonbeleid voor de komende 4 jaar. De woonvisie besteedt aandacht aan de huishoudensontwikkeling als onderlegger voor het woonbeleid en geeft prognoses zodat op de toekomst ingespeeld kan worden op basis van aantallen en samenstelling van de bevolking. Op basis daarvan kan ook de bestaande woningvoorraad worden aangepast. Hierna wordt de woonvisie aan de hand van enkele vragen verder toegelicht. • Wat zijn de opgaven? • Wat is de woonvraag en is de bevolkingssamenstelling nog in balans met de bestaande woningvoorraad en de nieuwbouw? Moet de bestaande voorraad worden aangepast? Bij nieuwbouw is de kwalitatieve toets leidend en in mindere mate de kwantitatieve toets. • Komen alle doelgroepen ook aan bod? Hierbij gaat het bijvoorbeeld om de zorgdoelgroepen, internationale werknemers en woonwagenbewoners. In de woonvisie is tevens een uitvoeringsprogramma opgenomen met de voorgestane acties. De huidige kwaliteitsvragen zijn gericht op levensloopbestendigheid en duurzaamheid. En de juiste woning, op de juiste plek en voor de juiste doelgroep.
In de regionale structuurvisie van 2016 was een actieprogramma opgenomen met als pijler ‘woningmarkt in balans’, het terugdringen van een overcapaciteit aan plannen. In principe zijn de gemeente in de regio in de opzet geslaagd. Momenteel worden woningen sneller verkocht en nieuwbouwprojecten komen weer van de grond. De demografische ontwikkeling blijft daarbij van belang, met name de vergrijzing en een halt aan de huishoudensgroei. De komende jaren (tot 2038) neemt het aantal particuliere huishoudens in Horst aan de Maas nog toe, waarbij de groep ouderen een relatief groot aandeel hebben. Er ontstaat een overschot aan niet-levensloopbestendige woningen en woningen uit het dure koopsegment. Er is regionaal een sterke behoefte aan meer nultredenwoningen. Er is weinig behoefte aan kleine koopappartementen die ver van de voorzieningen liggen en die niet van een lift zijn voorzien. Door veranderingen in de zorg blijven ouderen zo lang mogelijk zelfstandig thuis wonen. In het kader van het Klimaatakkoord worden mogelijkheden voor collectieve of individuele maatregelen voor warmtevoorzieningen onderzocht en benut. - Wat zijn de opgaven? De samenstelling van huishoudens verandert waardoor de vraag naar nultredenwoningen en appartementen toeneemt. Bij nieuwbouw dient niet ingezet te worden op niet-levensloopbestendige woningen.
- Wat zijn de uitgangspunten voor de kwalitatieve richtlijn? Het toevoegen van woningen dient in principe alleen in de kernen plaats te vinden. Dicht bij voorzieningen. Het realiseren van woningen geeft kansen voor het oplossen van leegstand en andere knelpunten. Het bevordert de kwaliteit van de leefomgeving. Het type woning moet passen binnen de kwalitatieve behoefte, zoals de levensloopbestendigheid, de duurzaamheid en de kansen om de aantrekkelijkheid van een wijk te vergroten. Een goede woonomgeving is toegankelijk voor alle doelgroepen. De openbare ruimte en toegankelijkheid van woningen, de veiligheid etc. verdienen meer aandacht. Een gedifferentieerd woningaanbod en beschikbaarheid van voorzieningen spelen een belangrijke rol in de leefbaarheid op wijkniveau. De sterke vergrijzing kan de leefbaarheid beïnvloeden. Op kleine schaal woningbouw toevoegen blijft mogelijk.
Apeladvies/Bestemmingsplan Venrayseweg 81 / dinsdag 20 april 2021
Pagina 12 van 39
Advies- en Projectbureau Engelen Limburg www.apeladvies.nl
- Wat staat er in het uitvoeringsprogramma? Initiatieven groter dan 10 woningen worden regionaal afgestemd. Aandacht gaat daarbij uit naar de kwalitatieve woonbehoefte. Levensloopbestendigheid en duurzaamheid is de inzet voor de komende jaren, evenals de bevordering van de leefbaarheid thuis, op straat, in de buurt en de wijk. De gemeente Horst aan de Maas blijft medewerking geven aan plannen die passen in de Woonvisie. De twee woningen in voorliggend plan betreffen levensloopbestendige woningen op niet te grote percelen en daarmee geschikt voor verschillende doelgroepen, zoals ouderen. Beide woningen betreffen koopwoningen die passen bij de kwaliteit woningen in de omgeving. Aan dergelijke woningen is behoefte in de bestaande, krappe woningmarkt. Het plan past in de Woonvisie. De overige regels van het hoofdstuk Ruimte in de Omgevingsverordening Limburg 2014 zijn op het plan niet van toepassing. Hiermee is het plan niet in strijd met de Omgevingsverordening Limburg 2014.
Apeladvies/Bestemmingsplan Venrayseweg 81 / dinsdag 20 april 2021
Pagina 13 van 39
Advies- en Projectbureau Engelen Limburg www.apeladvies.nl
3.4 Gemeentelijk beleid - Integrale Structuurvisie Horst aan de Maas In het kader van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) zijn gemeenten verplicht om, ten behoeve van een goede ruimtelijke ordening, een structuurvisie vast te stellen voor het gehele grondgebied van de gemeente. Een structuurvisie bevat de hoofdlijnen van de voorgenomen ontwikkeling van een gebied, evenals de hoofdlijnen van het door de gemeente te voeren beleid. De gemeente Horst aan de Maas heeft op 9 april 2013 de Structuurvisie Horst aan de Maas vastgesteld met een beleidskader en een uitvoeringsparagraaf. De structuurvisie maakte het mogelijk om naast de gemeentelijke uitbreidingsplannen woningen toe te voegen in de kernen. Op basis van de module “Nieuwe (solitaire) woningen” wordt hiervoor een kwaliteitsbijdrage gevraagd. Voor grondgebonden woningen geldt, ongeacht het woningtype, een kwaliteitsbijdrage van €40.000,Volgens de structuurvisie ligt onderhavig plan binnen de contour van het dorp Horst, (Centrumdorp 6a afbeelding 9). De gemeente streeft naar bouwen naar behoefte. Voor nieuwe, solitaire woningen hanteert de structuurvisie een ‘ja, mits’ benadering hetgeen wil zeggen dat men een meedenkende grondhouding heeft.
Afbeelding 9: Gebiedsindeling (uitsnede) GKM (rode pijl is locatie)
- Rapportage evaluatie Integrale Structuurvisie Horst aan de Maas Het doel van de evaluatie - uitgevoerd in 2014 - is om te beoordelen hoe de Integrale Structuurvisie Horst aan de Maas in de praktijk werkt (praktijkervaringen) en of de structuurvisie functioneert zoals deze destijds bedoeld is, namelijk als afwegingskader en verdienmodel (kwaliteit en middelen om kwaliteit te versterken). Ook is bekeken welke punten voor verbetering vatbaar zijn, met name ook waar het gaat om de praktische toepassing. Aan de hand van door externe partijen ingevulde vragenlijsten zijn conclusies getrokken. Er bleek nog weinig praktijkervaring te zijn opgedaan, maar de structuurvisie gaf vooral duidelijkheid en leverde een breed toetsingskader op. De gemeente nam ook haar eigen opgedaan ervaringen in de evaluatie mee, evenals die van de Commissie Ruimte. Een aantal evaluatiepunten werden aanbevolen om die over te nemen of nader te onderzoeken, maar ook werden er afgewezen. In een tabel werd een en ander samengevat. De aanbevelingen leverde materiaal op ter verwerking in de Integrale Structuurvisie Horst aan de Maas. De laatste herziening van deze structuurvisie is van 2019, zie hierna.
Apeladvies/Bestemmingsplan Venrayseweg 81 / dinsdag 20 april 2021
Pagina 14 van 39
Advies- en Projectbureau Engelen Limburg www.apeladvies.nl
- Herziening Structuurvisie Horst aan de Maas 2019 Op 10 september 2019 stelde de raad de “Herziening Structuurvisie Horst aan de Maas 2019: Het toevoegen van een woning in de kern” vast. Met het Masterplan Wonen (zie hierna) streeft de gemeente naar een evenwichtige woningvoorraad zowel kwantitatief als kwalitatief. De behoefte staat onder invloed van demografische ontwikkelingen maar ook het economische klimaat waarin we verkeren. Met de genoemde herziening wordt een verdieping gemaakt op de systematiek zoals die wordt gehanteerd in het kader van de Structuurvisie Horst aan de Maas 2013. Voor nieuwe grondgebonden woningen wordt een kwaliteitsbijdrage gevraagd van € 40.000,- en voor appartementen € 12,50 - € 15,00 per m2 bvo. Sturing op de gewenste samenstelling van de woningvoorraad is daardoor niet mogelijk. Een plan dat woningen toevoegt en gezien wordt als een gewenste ontwikkeling dient aan enkele criteria te voldoen: 1. Er moet sprake zijn van een goed stedenbouwkundig plan. Wanneer een solitaire woning niet in een bestaande voorgevelrooilijn gebouwd wordt, wordt het plan ter beoordeling voorgelegd aan de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit voor de stedenbouwkundige toets. Er dient voldoende parkeergelegenheid te zijn op eigen terrein; 2.
Wanneer een plan in een klimaatgevoelig gebied ligt, kan het uitsluitend worden gerealiseerd wanneer er compenserende maatregelen worden genomen. Gehanteerd wordt de Klimaatatlas WPN om na te gaan of het gebied in een gevoelig gebied ligt. In dat geval dienen compenserende maatregelen te worden genomen. Het betreft de onderdelen ‘Hitte’ en ‘Stedelijke wateroverlast’; 3. Het plan wordt getoetst aan het Lokaal Afwegingskader. Met het afwegingskader wordt bepaald of het woningtype voorziet in een behoefte op grond van het Masterplan Wonen. Op ruimtelijke en volkshuisvestelijke criteria worden punten gescoord en bij voldoende punten is er sprake van een juiste woning op de juiste plek en voldoet het aan de kwalitatieve behoefte; 4.Het plan wordt getoetst aan de kwantitatieve woningbehoefte van de kern. Behoefte aan kwantitatieve groei bestaat in aangewezen kernen, waaronder Horst. Gehanteerd worden de E’til cijfers en de reeds aanwezige bouwplannen met een positief principestandpunt.
Afbeelding 10: stroomschema gewenste ontwikkeling bij Lokaal Afwegingskader
De kwaliteitsbijdrage wordt berekend afhankelijk van het woningtype op basis van het Masterplan Wonen. Bij een ‘score’ van 8 of meer punten is geen GKM-bijdrage (en afdracht Fonds Bovenwijkse Voorzieningen) verschuldigd.
Apeladvies/Bestemmingsplan Venrayseweg 81 / dinsdag 20 april 2021
Pagina 15 van 39
Advies- en Projectbureau Engelen Limburg www.apeladvies.nl
- Masterplan Wonen (lokale woonvisie) 2016-2021 Het Masterplan bevat als een uitwerking van de Regionale Structuurvisie Wonen het lokale beleid. De opgaven betreffen een nieuwbouwprogramma met toekomstwaarde, een sluitend netwerk wonen, zorg en welzijn en het aantrekkelijk houden van de bestaande woningvoorraad en dorpen door verduurzaming in brede zin. Daaruit volgen speerpunten als een gedifferentieerd woningaanbod, dat voldoet aan de vraag van de inwoners, extra aandacht voor ouderen, jongeren en starters, zorggeschikte woningen, realiseren van nieuwbouw binnen de bestaande bebouwing en vrijkomend vastgoed. Volgens het Etil groeit het aantal huishoudens in Horst aan de Maas tot 2030 met 1295. Die woningbouwopgave voor de kern Horst zijn 495 woningen in de periode 2015-2025. De woningen in het plan zijn niet aangewezen en kunnen worden toegevoegd omdat deze kwalitatief en kwantitatief voldoen aan de criteria van de juiste woning op de juiste plaats (zie toetsing hierna). Het betreft levensloopbestendige woningen. -Toetsing aan gemeentelijk beleid De Integrale Structuurvisie geeft de wenselijkheid aan van ruimtelijke ontwikkelingen die niet passen in het bestemmingsplan. De gemeente is ingedeeld in een aantal gebieden. Het plangebied ligt in het gebied ‘6a- Centrumdorp’. Dat betekent dat er een meedenkende grondhouding bestaat en er sprake is van een maatwerkbeoordeling.
De Integrale Structuurvisie is in 2019 herzien waarmee ook de systematiek voor de kwaliteitsbijdrage voor nieuwe woningen werd aangepast. Er werden 4 criteria opgenomen op basis waarvan een ontwikkeling kan worden aangemerkt als een gewenste ontwikkeling: 1) In het voorliggend plan is sprake van een woning aan de Venrayseweg 81 die wordt gerealiseerd door een uitsluitend inpandige verbouwing én een nieuwe woning aan de Vermeerstraat, achter op het perceel van de Venrayseweg 81. Omdat de woning aan de Vermeerstraat in de voorgevelrooilijn zal liggen is volgens het afwegingskader geen toets noodzakelijk van de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit voor de stedenbouwkundige toets. Voor beide woningen geldt dat er voldoende parkeervoorzieningen op eigen terrein aanwezig zijn. 2) Toetsing aan de klimaatonderdelen ‘Hitte’ en ‘Stedelijke wateroverlast’ geeft het volgende aan. Hittestress: Op kaart is indicatief zichtbaar waar tijdens zomerse dagen hittestress kan optreden. De rode gebieden zijn zeer gevoelig. Zie afbeelding 11.
Afbeelding 11: Uitsnede kaarten WPN klimaatatlas - Hittestress.
Apeladvies/Bestemmingsplan Venrayseweg 81 / dinsdag 20 april 2021
Pagina 16 van 39
Advies- en Projectbureau Engelen Limburg www.apeladvies.nl
In het huidig klimaat is het aantal warme nachten in het plangebied 1 dag -1 week. Over 30 jaar kan dit 2 weken zijn. De locatie ligt niet in een rood gebied dat ’aanzienlijk warmer’ aangeeft, maar in een gebied dat ‘warmer’ aangeeft. Maatregelen zijn niet nodig. Stedelijke wateroverlast: De kaart, afbeelding 12, toont in het plangebied aan dat er van wateroverlast, bij T100 geen sprake zal zijn. Op het perceel ligt een vijver dat water opvangt. De Venrayseweg is begaanbaar. Bij T1000 kan er op de beide straten grenzend aan het plangebied sprake zijn tot 0,10 en 0,20 meter waterhoogte. De wegen blijven begaanbaar. De hoogte van het maaiveld is ter plaatse 15 meter NAP. Bij T1000 is het risico van water in het pand laag: 0-10 centimeter waterdiepte. In het plangebied bevinden zich geen kwetsbare objecten met een mogelijk hoog risico. Er zijn geen maatregelen nodig.
Afbeelding 12: Uitsnede kaarten WPN klimaatatlas - Stedelijke wateroverlast. 3) Toetsing aan de Lokaal afwegingskader geeft het volgende resultaat. Indien een plan 8 of meer punten scoort is er sprake van een juiste woning op een juiste plek. De score voor de beide woningen is na toetsing als volgt: *Venrayseweg 81 (inpandige verbouwing schuur tot vrijstaande woning): Ruimtelijke kader: Inbreiding of uitbreiding: binnen bestaand gebied is 2 punten; Hergebruik bestaand vastgoed met behoud van het pand: karakteristiek gebouw 8 punten, mits karakteristiek behouden blijft, ter beoordeling CRK. Volkshuisvestelijk kader: Levensloopbestendige woning: basisvoorzieningen op begane grond is 2 punten Totaal score is 12 punten. *Vermeerstraat (solitaire vrijstaande woning): Ruimtelijk kader: Inbreiding of uitbreiding: binnen bestaand gebied is 2 punten; Volkshuisvestelijk kader: Levensloopbestendige woning: basisvoorzieningen op begane grond is 2 punten Kleine huisvesting, gebruiksoppervlakte maximaal 120 m2 is 2 punten Duurzaamheid, meer dan gebruikelijk investeren in duurzaamheidsmaatregelen (>etc) is 2 punten Totaal score is 8 punten. Hieruit volgt dat beide woning in het afwegingskader positief scoren en er sprake is van de juiste woningen op de juiste plek. Omdat er sprake is van een score van 8 of meer punten is een GKM-bijdrage van € 0,00 van toepassing.
Apeladvies/Bestemmingsplan Venrayseweg 81 / dinsdag 20 april 2021
Pagina 17 van 39
Advies- en Projectbureau Engelen Limburg www.apeladvies.nl
4) Het plan dient te voldoen aan de kwantitatieve woningbehoefte in de betreffende kern. In Horst bestaat nog behoefte aan de onderhavige woningen. Uit dit criterium blijkt dat woningen met een positief principestandpunt in een behoefte voorzien. Met het plan is in principe ingestemd. Het plan past in de uitgangspunten van de Integrale Structuurvisie van Horst aan de Maas. - Nota Parkeernormen Een plan moet worden getoetst aan de Nota Parkeernormen Horst aan de Maas, zoals de raad die op 3 juli 2019 heeft vastgesteld. De Nota Parkeernormen biedt een uniform toetsingskader voor het beoordelen van parkeervraagstukken in de gemeente Horst aan de Maas. Het geldt als toetsingskader voor ruimtelijke ontwikkelingen met als doel het voorkomen van parkeerproblemen in de openbare ruimte als gevolg van deze ontwikkelingen. Daarnaast sluit de nota aan op nieuwe ontwikkelingen op het gebied van duurzame mobiliteit. De hoofdmoot vormen de parkeernormen zoals die binnen de gemeente Horst aan de Maas van kracht zijn. Voor de parkeernormen is aansluiting gezocht bij CROW publicatie 317 ‘Kencijfers parkeren en verkeersgeneratie’ (oktober 2012). De kencijfers zijn voor landelijke toepassing geschreven. In deze Nota Parkeernormen is voor alle type appartementen en woonhuizen, ongeacht de prijsklasse en eigendomssituatie, één parkeernorm opgenomen.
Vanwege de landelijke ‘setting’ van de gemeente Horst aan de Maas heeft het type woning en prijsklasse van de woning nauwelijks invloed op het autobezit. Vandaar dat gekozen wordt voor één categorie ‘wonen’. Om schijnnauwkeurigheid te voorkomen, is in de Nota Parkeernormen uitgegaan van één stedelijkheidsgraad (weinig stedelijk gebied) voor de totale gemeente. Een bouwinitiatief moet op eigen terrein kunnen voldoen aan de parkeervraag. Voor de functie wonen bestaat de parkeernorm uit een bewoners- en bezoekersgedeelte. Het aandeel bezoekersplaatsen per appartement/woning is altijd 0,3 parkeerplaats per woning. Zowel het bewoners- als bezoekersaandeel parkeerplaatsen wordt op eigen terrein aangelegd. Een garage bij een woning wordt niet meegeteld als parkeermogelijkheid op eigen terrein.
Afbeelding 13: Tabel 2 en uitsnede tabel parkeernormen uit de Nota parkeernormen (grijs van toepassing op het plan) In het geval van nieuwbouw is de Nota Parkeernormen van toepassing op de totale ontwikkeling. De parkeerbehoefte per (nieuwe) functie wordt bepaald door middel van het aantal eenheden per functie te vermenigvuldigen met de parkeernorm. Voor toetsing van het plan aan de Nota parkeernormen zie paragraaf 5.8 in deze toelichting.
Apeladvies/Bestemmingsplan Venrayseweg 81 / dinsdag 20 april 2021
Pagina 18 van 39
Advies- en Projectbureau Engelen Limburg www.apeladvies.nl
4. PLANBESCHRIJVING 4.1 Stedenbouwkundige / ruimtelijke aspecten Woning 1 - verbouwing schuur De schuur zal enkel inpandig worden verbouwd tot zelfstandige woning en als zodanig worden gebruikt. Tevens zal dan de dichtstbij de schuur gelegen garage, die nu nog deel uitmaakt van de aanbouw bij de bestaande hoofdwoning, als bijgebouw aan de nieuwe woning worden toegevoegd. De andere garage blijft dan ten behoeve van het huidige hoofdgebouw in gebruik. Omdat de schuur deel uitmaakt van een karakteristiek pand, zal het ontwerp voor de verbouwing rekening houden met de te behouden en te beschermen karakteristieke delen van het object. Hiermee is verzekerd dat de huidige (bebouwde) situatie nauwelijks wijzigt en de karakteristieke delen behouden blijven. De initiatiefneemster heeft intensief overlegd met de gemeente en de ruimtelijke kwaliteitscommissie, mede op basis van een bezoek van de locatie en aangeleverde foto’s en tekeningen van de bestaande situatie. Voor partijen is het duidelijk dat vanwege het karakteristieke karakter van het pand, ook de schuur zoveel mogelijk bewaard moet blijven in verband met de karakteristieke delen van het gebouw. De aanwijzing als karakteristiek gebouw kent weliswaar geen beschermde status, maar de doelstelling wordt door beide partijen onderschreven.
Welke delen van de schuur als de ‘karakteristieke delen’ moeten worden beschouwd is indicatief bekend. Aangenomen mag worden dat de uitstraling als schuur en de gevelopeningen zoveel mogelijk intact gehouden moeten worden om het karakter van deze opstal te bewaren. Bij de indeling van de woning zal hier de nodige aandacht aan worden besteedt door de bestaande gevelopeningen zoveel als mogelijk te gebruiken voor de woning. Onderstaand (afbeelding 14) volgen enkele schetsontwerpen van initiatiefnemer die bij de aanvraag van de omgevingsvergunning als basis zullen dienen. De toegevoegde schets (afbeelding 15) is door de gemeente als indicatie van de mogelijkheden tot behoud van de karakteristieke delen van de schuur gemaakt en ter hand gesteld. Voor het bestemmingsplan wordt de schets in de toelichting opgenomen maar vormt het geen hard gegeven, maar is het conform afspraak met de gemeente een uitgangspunt voor overleg over de definitieve uitvoering bij de aanvraag om omgevingsvergunning. Stedenbouwkundig en ruimtelijk zullen er geen significante effecten zijn. Immers is er sprake van een puur inpandige verbouwing van een bestaande opstal. Slechts de gevels zullen met inachtneming van bovenstaande toelichting worden aangepast om de schuur voor de woonfunctie geschikt te maken. Aan de situatie qua bezonning en afwatering treedt geen verandering op.
Woning 2 - woning achter op perceel De nieuwe woning achter op het perceel aan de zijde van de Vermeerstraat / Paulus Potterstraat komt in de tuin te liggen aan de voorgevelrooilijn van de naastgelegen woningen. (Afbeelding 16) Dit gaat weliswaar ten koste van de tuin van de woning Venrayseweg 81, maar deze tuin biedt zoveel ruimte dat de kwaliteit van perceel en omgeving niet significant aan waarde verliest. De woning zal stedenbouwkundig passen in de omgeving en een advies van de commissie ruimte en kwaliteit is daarvoor reeds ingewonnen. Als indicatie geldt de opzet, als getoond in afbeelding 17. Door het volgen van het advies zal deze woning passen in de omgeving en de aldaar gelegen bestaande woningen. De bestaande naastgelegen woningen zijn evenals de nieuwe woning vrijstaand. De hoogte en massa van de woning is afgestemd op de nabij gelegen woningen en stedenbouwkundig en ruimtelijk is het plan daarom aanvaardbaar.
Apeladvies/Bestemmingsplan Venrayseweg 81 / dinsdag 20 april 2021
Pagina 19 van 39
Advies- en Projectbureau Engelen Limburg www.apeladvies.nl
Afbeelding 14: Boven links: het karakteristieke complex ná aanpassing van de schuur; Boven rechts een plattegrond van het bouwblok waarbij een garage is meegenomen in dit plan; Daaronder het gevelaanzicht aan de straatzijde; daaronder links het gevelaanzicht op de binnenplaats en daarlangs het gevelaanzicht aan de achterzijde. Helemaal onderaan: links nogmaals het 3D perspectief na verbouwing en rechts een foto van het hoofdgebouw.
Apeladvies/Bestemmingsplan Venrayseweg 81 / dinsdag 20 april 2021
Pagina 20 van 39
Advies- en Projectbureau Engelen Limburg www.apeladvies.nl
Afbeelding 15 (boven): Indicatieve schets van de gemeente voor behoud van de karakteristieke delen van de schuur na inpandige verbouwing tot woning. Afbeelding 16 (midden): Als voorbeeld van een bebouwingsmogelijkheid een ontwerp met een rechthoekig volume van 60 m2 en verdieping van 60 m2, een dakvlak van 38 graden, GBO 2-laag 120 m2 en een extra bijgebouw 3,5 x 6 meter, goothoogte 6 meter. Afbeelding 17 (onder): Door de Commissie Ruimtelijke kwaliteit werd geadviseerd dit ontwerp te wijzigen zoals hier weergegeven. De Commissie Ruimtelijke Kwaliteit adviseerde weliswaar in de zin van afbeelding 17, maar door het hoofdgebouw op te schuiven naar de zijdelingse perceelsgrens, wordt teveel afbreuk gedaan aan het vrijstaande karakter van de nieuwe woning en de omliggende woningen. Door de afstand te verruimen wordt dat effect voorkomen en is dit stedenbouwkundig beter passend. Overigens is in de afbeeldingen tevens de schaduwwerking weergegeven (21 juni 09.00 uur). Hieruit blijkt dat de schaduw geen belemmering voor de naastgelegen woningen oplevert. De privacy is verder ook niet in het geding, nu de beide hoofdgebouwen gescheiden worden door bijgebouwen en er voldoende afstand tussen de woningen bestaat. Zoals verderop is beschreven levert ook de afwatering geen belemmering op.
Apeladvies/Bestemmingsplan Venrayseweg 81 / dinsdag 20 april 2021
Pagina 21 van 39
Advies- en Projectbureau Engelen Limburg www.apeladvies.nl
5. SECTORALE ASPECTEN 5.1 Inleiding Hierna wordt ingegaan op een aantal (milieu)aspecten voor zover relevant voor het plan.
5.2 Milieuaspecten 5.2.1 Bodem- en grondwaterkwaliteit Uitgangspunt van een goede ruimtelijke ordening is dat de bodemkwaliteit geschikt is voor de beoogde bestemming en de daarin toegestane gebruiksvormen. Daarmee is het aspect bodemkwaliteit ook van invloed op de uitvoerbaarheid van het plan. Dit betekent dat het aspect bodemkwaliteit voor vrijwel alle nieuwe ontwikkelingen die met ruimtelijke plannen mogelijk worden gemaakt relevant is en daarom onderzocht, beoordeeld en beschreven moet worden. De mate waarin beoordeling van de bodemkwaliteit aan de orde is, is met name afhankelijk van aard en omvang van de functiewijziging. In het plan is sprake van 2 locaties waar een woning toegestaan wordt. Een locatie betreft een uitsluitend inpandige verbouwing van een bestaand gebouw dat nu dienst doet als bijgebouw/schuur bij de woning Venrayseweg 81. Hier vinden geen bodemwerkzaamheden plaats zodat er geen bodemonderzoek noodzakelijk is. De andere locatie bevindt zich echter achter in de tuin met de voorgevelrooilijn aan de Vermeerstraat. Door bureau HMB werd een rapport ‘verkennend bodemonderzoek’ ten aanzien van de locatie aan de Vermeerstraat overlegd, onder nummer 19324702A-1 van 6 januari 2020. Het rapport is als bijlage toegevoegd.
Uit het rapport blijkt dat er in december 2019 een onderzoek is uitgevoerd om inzicht te krijgen in een mogelijke verontreiniging en het vaststellen van de bodemkwaliteit. De locatie ligt in de tuin bij de woning Venrayseweg 81. Op basis van het vooronderzoek werd de locatie met een oppervlakte van circa 1000 m2 als onverdacht aangemerkt, ook ten aanzien van asbest. Zowel de bodem als het grondwater werden bemonsterd en geanalyseerd. Zintuigelijk werden geen bijzonderheden geconstateerdOp basis van de resultaten van het uitgevoerde vooronderzoek is geconcludeerd dat de onderzoekslocatie onverdacht is ten aanzien van bodemverontreiniging. De opzet van het bodemonderzoek is gebaseerd op de onderzoeksstrategie voor een onverdachte niet- lijnvormige locatie (ONV-NL). In de vaste bodem c.q. de grond is geen verontreiniging aangetoond. In het grondwater is een licht verhoogd gehalte barium aangetoond. Dit heeft echter een natuurlijke oorsprong (niet veroorzaakt door menselijk handelen). HMB B.V. concludeert daarom dat de hypothese 'onverdachte locatie' stand houdt. De vastgestelde milieuhygiënische bodemkwaliteit vormt geen belemmering voor het gebruik van de onderzoekslocatie en de aanvraag van een omgevingsvergunning.
Apeladvies/Bestemmingsplan Venrayseweg 81 / dinsdag 20 april 2021
Pagina 22 van 39
Advies- en Projectbureau Engelen Limburg www.apeladvies.nl
5.2.2 Geluid Per 1 januari 2007 is de Wijzigingswet Wet geluidhinder (modernisering instrumentarium geluidbeleid, eerste fase) in werking getreden. In deze wet wordt aangegeven hoe voor een gebied waar een ruimtelijke ontwikkeling plaatsvindt, dient te worden omgegaan met geluidhinder als gevolg van wegverkeer en railverkeer, maar ook als gevolg van industrielawaai. Door bureau HMB is een akoestisch onderzoek uitgevoerd en gerapporteerd op 19 november 2019 onder kenmerk 19324701N. Dit rapport werd gecorrigeerd en aangevuld met rapport B01_19324701N van 26 november 2020. Beide rapporten zijn bijgevoegd. Hierna volgt een beknopte weergave van de inhoud. Het plangebied ligt binnen de geluidzone van meerdere wegen. Voor wegverkeerslawaai blijkt uit de berekende geluidsbelasting voor zowel de woning aan de Venrayseweg als de Vermeerstraat dat de gevelbelasting hoger is dan de voorkeursgrenswaarde maar wel voldoet aan de maximale ontheffingswaarde. De totale gecorrigeerde geluidbelasting (incl. 30 km-wegen) voldoet overal aan de maximale ontheffingswaarde voor stedelijk gebied. De grenswaarden uit de Wgh zijn gerelateerd aan de kwaliteit van de leefomgeving. Indien voldaan wordt aan deze grenswaarden kan gesteld worden dat een aanvaardbaar akoestisch woon- en leefklimaat gewaarborgd is. De totale ongecorrigeerde geluidbelasting bedraagt ten hoogste 64 dB.
Om te voldoen aan de eisen uit het Bouwbesluit aangaande het maximaal toelaatbare binnengeluidniveau is aanvullend onderzoek nodig naar eventueel te treffen akoestische maatregelen aan de woningen.
Afbeelding 18: verbeelding onderzoekslocatie In de omgeving van de onderzoekslocatie bevinden zich diverse bedrijven/instellingen. Aan de Venrayseweg 94 (A) betreft dit ‘lichte horeca’ op een afstand van circa 40 meter afstand van de woningen. Het sportterrein (B) ligt op een afstand van circa 50 meter en het restaurant aan de Venrayseweg 89 op ruim 60 meter. Voor alle omliggende inrichtingen wordt voldaan aan de richtafstand uit de VNG-brochure ‘Bedrijven en milieuzonering 2009’. Daaruit volgt dat deze door de bouwplannen niet in hun bedrijfsvoering worden geschaad, en dat op de onderzoekslocatie een goed akoestisch woon- en leefklimaat ten gevolge van de omliggende inrichtingen niet in het geding is. Nader gevelreductie-onderzoek is pas mogelijk op het moment dat definitieve ontwerptekeningen beschikbaar zijn. In onderhavige situatie dient een verhoogde grenswaarde aangevraagd te worden voor de in tabel 4 (opgenomen in het rapport van 26-11-2020) genoemde waarden. Zie afbeelding 19 voor deze waarden.
Apeladvies/Bestemmingsplan Venrayseweg 81 / dinsdag 20 april 2021
Pagina 23 van 39
Advies- en Projectbureau Engelen Limburg www.apeladvies.nl
Afbeelding 19: Tabel 4 uit het onderzoeksrapport met overzicht van aan te vragen hogere waarden.
Conclusie Uit het onderzoek volgt: dat de gecorrigeerde gevelbelasting ten gevolge van de A73 en de Venrayseweg hoger is • dan de voorkeursgrenswaarde, maar wel voldoet aan de maximale ontheffingswaarde. Maatregelen om de geluidbelasting tot beneden de voorkeursgrenswaarde te krijgen lijken niet reëel. Het is derhalve noodzakelijk om bij College van B&W in het kader van de Wet geluidhinder ontheffing aan te vragen voor een hogere grenswaarde; dat de nieuw beoogde woonbestemming geen inbreuk doet op de geluidruimte van omliggen• de bedrijven/inrichtingen; dat een goed woon- en leefklimaat ter plaatse van de nieuwe woonbestemmingen gewaar• borgd is. In een later stadium zal aanvullend onderzoek nodig zijn naar de benodigde bouwkundige maatregelen waarmee voldaan kan worden aan de eisen uit het Bouwbesluit aangaande het binnengeluidniveau. Aanvullend onderzoek is pas mogelijk op het moment dat een definitieve ontwerptekening beschikbaar is.
5.2.3 Luchtkwaliteit Sinds 15 november 2007 is de Wet luchtkwaliteit in werking getreden en staan de hoofdlijnen voor regelgeving rondom luchtkwaliteitseisen beschreven in de Wet milieubeheer (hoofdstuk 5 Wm). De luchtkwaliteit wordt bepaald door de aanwezige stoffen in de achtergrondconcentratie, de bijdrage vanwege industriële en agrarische activiteiten en de bijdrage vanwege emissies van het verkeer. Als een project ‘niet in betekenende mate’ (NIBM – ministeriële regeling) bijdraagt aan de luchtverontreiniging vormen luchtkwaliteitseisen in beginsel geen belemmering voor het uitvoeren van een project. Een project van niet meer dan 1500 woningen met 1 ontsluitingsweg is aangemerkt als zijnde ‘niet in betekenende mate’. Het voorliggend project voorziet in de realisering van twee woningen op een perceel en is daarmede dusdanig kleinschalig van aard dat de genoemde regeling op het project van toepassing is. De luchtkwaliteitseisen vormen geen belemmering voor het project. Er is in het voorliggend plan geen sprake van de toevoeging van een gevoelige bestemming. Desondanks dienen de achtergrondconcentraties voor NO2 en PM10 geen belemmering te vormen voor de toevoeging van de twee woningen. Overschrijdingen van deze luchtkwaliteitsnormen komen soms nog voor dicht langs drukke snelwegen, bij veel zware industrie of concentraties intensieve veehouderijen.
Apeladvies/Bestemmingsplan Venrayseweg 81 / dinsdag 20 april 2021
Pagina 24 van 39
Advies- en Projectbureau Engelen Limburg www.apeladvies.nl
Het kan daarom uit een oogpunt van een goede ruimtelijke ordening toch onaanvaardbaar zijn om een project te realiseren op een bepaalde locatie waar de luchtkwaliteit slecht is, bijv. in de nabijheid van een (snel)weg. Of daarvan sprake is, is afhankelijk van de omstandigheden van het geval. Onderstaande afbeelding toont de stikstofdioxideconcentratie en fijnstof concentratie op onderhavige locaties. Het betreft de gemiddelde concentratie over het jaar 2017 en de actuele waarden, uitgedrukt in microgram per kubieke meter. Op grond van deze kaarten kan geconcludeerd worden dat de wettelijke grenswaarden niet worden overschreden. De snelweg A73 ligt op een afstand van circa 300 meter. Gelet ook op deze afstand(en) zijn geen gezondheidseffecten te verwachten vanwege de luchtkwaliteit door het wegverkeer op deze in deze omgeving liggende drukste weg. Afbeelding 20: Kaarten (Atlas Leefomgeving) met gemiddelde concentraties in 2017 van NO2 (22,5 ug/m3), PM10 (18,5 ug pm10/m3) en PM2,5 (11,5 ug pm2,5/ m3). De bovenste waarden betreffen de actuele waarden.
N.B. De hier vermelde waarden zijn de actuele waarden afkomstig van de Atlas Leefomgeving, beschikbaar gesteld door De RijksBoven actueel NO2: 15-20 ug/m3 Onder 2017: 18-20 ug/m3
Boven actueel:20-25 ug pm10/m3 Onder 2017: 18-19 ug pm10/m3
Boven actueel: niet voorhanden Onder 2017: 11-12 ug pm 2,5/m3
overheid voor professioneel werk.
5.2.4 Milieuzonering Voorkomen moet worden dat nieuwe ontwikkelingen voor gevaar of hinder zorgen. Daarom moeten de afstanden voldoende zijn tussen milieubelastende activiteiten en gevoelige functies. De gevoelige functie zoals een woning mag geen hinder ondervinden van de milieubelastende activiteit zoals een bedrijf. De afstanden die in beginsel in acht moeten worden genomen om gevaar en hinder te voorkomen zijn gepubliceerd in de VNG brochure ‘Bedrijven en milieuzonering’ uit 2009. In de directe omgeving van het plangebied liggen geen (agrarische) bedrijven die geur- of stankoverlast veroorzaken. Wel liggen er 3 relevante bedrijven/inrichtingen in de directe omgeving. Deze werden reeds getoetst en toegelicht in hoofdstuk 4.2.2. De afstanden zijn genomen overeenkomstig de VNG-brochure. Daaruit bleek dat de milieuzonering geen belemmering vormt voor het plan.
Apeladvies/Bestemmingsplan Venrayseweg 81 / dinsdag 20 april 2021
Pagina 25 van 39
Advies- en Projectbureau Engelen Limburg www.apeladvies.nl
5.2.5 Externe veiligheid Het beleid voor externe veiligheid is gericht op het beperken en beheersen van risico’s voor de omgeving vanwege handelingen met gevaarlijke stoffen. De handelingen kunnen zowel betrekking hebben op het gebruik, de opslag en de productie als op het transport van gevaarlijke stoffen. Uit het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) en de richtlijnen voor vervoer gevaarlijke stoffen vloeit de verplichting voort om in ruimtelijke plannen in te gaan op de risico’s in het plangebied ten gevolge van handelingen met gevaarlijke stoffen. De risico’s dienen te worden beoordeeld op twee maatstaven, te weten het plaatsgebonden risico en het groepsrisico. Plaatsgebonden risico Het plaatsgebonden risico beschrijft de kans per jaar dat een onbeschermd individu komt te overlijden door een ongeval met gevaarlijke stoffen. Het plaatsgebonden risico wordt uitgedrukt in risicocontouren rondom de risicobron (bedrijf, weg, spoorlijn, etc.), waarbij de 10-6 contour (kans van 1 op 1 miljoen op overlijden) de maatgevende grenswaarde is. Het plaatsgebonden risico wordt aangeduid door middel van een contour. Groepsrisico Het groepsrisico beschrijft de kans dat een groep van 10 of meer personen gelijktijdig komt te overlijden ten gevolge van een ongeval met gevaarlijke stoffen.
Het groepsrisico wordt uitgedrukt in een grafiek, waarin het overlijden van een bepaalde groep (bijvoorbeeld 10, 100 of 1000 personen) wordt afgezet tegen de kans daarop. Voor het groepsrisico geldt de oriëntatiewaarde als ijkpunt in de verantwoording. Dit is geen harde norm. Indien sprake is van ligging binnen invloedsgebieden van inrichtingen die onder het Bevi vallen, dient voor elke verandering van het groepsrisico in het invloedsgebied verantwoording te worden afgelegd, over de wijze waarop de toelaatbaarheid van deze verandering in de besluitvorming is betrokken. Samen met de hoogte van het groepsrisico moeten andere kwalitatieve aspecten worden meegewogen in de beoordeling van het groepsrisico. Onder deze aspecten vallen zelfredzaamheid en bestrijdbaarheid. Indien sprake is van de ligging binnen het invloedsgebied vanwege het vervoer van gevaarlijke stoffen over wegen, spoorwegen en vaarwegen, is het Besluit externe veiligheid transportinrichtingen (Bevt) van toepassing. Zelfredzaamheid Hiermee wordt aangegeven in welke mate in het plangebied aanwezige personen in staat zijn zich op eigen kracht in veiligheid te brengen. Voorzieningen en maatregelen op het gebied van zelfredzaamheid leiden er toe dat mensen tijdig het gebied kunnen ontvluchten om zo zichzelf te redden of de ernst van hun verwondingen kunnen beperken. Zelfredzaamheid beïnvloedt hiermee het resteffect.
Modelmatig zal dit effect niet altijd kunnen worden gekwantificeerd. Beheersbaarheid De beheersbaarheid heeft betrekking op de vraag in hoeverre de hulpverleningsdiensten in staat zijn hun taken goed uit te voeren en verdere escalatie kunnen voorkomen. Met maatregelen en voorzieningen op het gebied van beheersbaarheid kan escalatie van een incident worden voorkomen. Hier-
Apeladvies/Bestemmingsplan Venrayseweg 81 / dinsdag 20 april 2021
Pagina 26 van 39
Advies- en Projectbureau Engelen Limburg www.apeladvies.nl
door wordt het groepsrisico in positieve zin beïnvloedt, neemt de zelfredzaamheid van personen toe en zal het resteffect ook lager uit kunnen vallen. Uit de risicokaart van de provincie Limburg blijkt dat het plangebied niet in de directe omgeving van een risicovolle inrichting ligt. De dichtstbijzijnde inrichting ligt op 264 meter, te weten een tankstation aan de Venrayseweg 97. Voor wat betreft het transport van gevaarlijke stoffen is de A73 relevant. Deze weg ligt op een afstand van ruim 300 meter. De PR-contour 10-6 /jr is niet berekenbaar en de weg vormt derhalve geen knelpunt. De oriënterende waarde van het groepsrisico wordt evenmin overschreden. Een spoorlijn ligt op grote afstand (3,5 kilometer) en is niet van betekenis en evenmin is er een buisleiding die van invloed zou kunnen zijn op het plan.
5.2.6 Milieueffectrapportage Gemeenten en provincies moeten vanaf 1 april 2011 vanwege een uitspraak van het Europese Hof ook bij kleine bouwprojecten beoordelen of een m.e.r.-beoordeling nodig is. Achterliggende gedachte hierbij is dat ook kleine projecten het milieu relatief zwaar kunnen belasten en ook bij kleine projecten van geval tot geval moet worden beoordeeld of een m.e.r. nodig is. Een m.e.r.-beoordeling is een toets van het bevoegd gezag om te beoordelen of bij een project belangrijke nadelige milieugevolgen kunnen optreden. Wanneer uit de toets blijkt dat er belangrijke nadelige milieugevolgen kunnen optreden is moet er een m.e.r. opgesteld worden en is het noodzakelijk om een mer-procedure te doorlopen. In het plangebied wordt de nieuwbouw van twee woningen mogelijk gemaakt. Deze activiteit komt niet voor in onderdeel C van de bijlage bij het Besluit milieueffectrapportage (Besluit m.e.r.). Er is dus geen verplichting om een m.e.r. procedure te doorlopen. Ook is een m.e.r. beoordeling niet noodzakelijk omdat de gewenste ontwikkeling onder de drempelwaarden blijft als genoemd in onderdeel D. Omdat het plan twee woningen omvat is er geen sprake van een stedelijk ontwikkelingsproject, zodat er in beginsel geen beoordelingsplicht van toepassing is. Volgens het Besluit m.e.r.