CConstaterende datHorst aan de Maas
Koppel je AI →
Document · PDF

02c.6 Archeologisch proefsleuvenonderzoek

Gemeenteraad 20 december 2022, gemeente Horst aan de MaasBij agendapunt: Voorstel tot het gewijzigd vaststellen van het bestemmingsplan Lottumseweg 47 te Grubbenvorst.18.349 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

RAAP-rapport 5171 / versie 02-06-2021

[33]

Plangebied Lottumseweg 47 te Grubbenvorst, gemeente Horst aan de Maas; een archeologisch vooronderzoek in de vorm van proefsleuven

5.2.2 Inhoudelijke kwaliteit De inhoudelijke kwaliteit bestaat uit de deelaspecten zeldzaamheid, info rmatiewaarde en ensemblewaarde. De inhoudelijke criteria leveren een score op van 4 punten. De resten uit de vroege prehistorie scoren laag op het criterium zeldzaamheid aangezien uit dit deel van het Maasdal archeologische gegevens uit de vroege prehistorie bekend zijn, terwijl rond Grubbenvorst maar weinig gravend onderzoek is uitgevoerd. De informatiewaarde is laag aangezien sporen ontbre ken en het losse vondsten betreft. De ensemblewaarde van de resten is gemiddeld: de landschappelijke context is nog intact, en alleen in de ruimere omgeving, onder meer langs de randen van de Maasterrassen en het dekzandgebied, zijn verschillende vindplaatsen uit de vroege prehistorie bekend (Van Veldhuizen, 2021). Op basis van de totaalscore in tabel 9 zijn de resten uit de vroege prehistorie niet behoudenswaardig .

waarde

criteria

scores hoog

beleving

fysieke kwaliteit

schoonheid

wordt niet gescoord

herinneringswaarde

wordt niet gescoord

gaafheid

laag

1

conservering inhoudelijke kwaliteit

midden

2

zeldzaamheid

1

informatiewaarde

1

ensemblewaarde representativiteit

2 n.v.t.

Tabel 9. Scoretabel waardestelling van de resten uit de vroege prehistorie (tabel 5 uit de KNA).

5.3 Resten uit de late prehistorie 5.3.1 Fysieke kwaliteit Op het deelaspect gaafheid scoren de resten uit de late prehistorie laag (1 punt), omdat er geen sporen zijn aangetroffen uit deze periode. De conservering van de archeologische vondsten is g emiddeld en scoort 2 punten. Deze bestaan alleen uit anorganische resten, namelijk natuursteen en keramiek. Het materiaal is gevonden tijdens de aanleg en handmatig opschaven van het opgravingsvlak. Het natuursteen is maar weinig aangetast door post-depositionele processen en daardoor afgerond of sterk verweerd, maar het tefriet is wel kwetsbaar. De keramiek is over het algemeen sterk gefragmenteerd en ook regelmatig fors verweerd. Organische resten zijn, al dan niet in verkoolde vorm, niet bewaard. De fysieke kwaliteit levert een gezamelijke score op van 3 punten. Op basis van enkel de fysieke kwaliteit zijn de resten uit de late prehistorie niet behoudenswaardig.

RAAP-rapport 5171 / versie 02-06-2021

[34]

Plangebied Lottumseweg 47 te Grubbenvorst, gemeente Horst aan de Maas; een archeologisch vooronderzoek in de vorm van proefsleuven

5.3.2 Inhoudelijke kwaliteit De inhoudelijke criteria leveren een score op van 5 punten. De resten uit de late prehistorie scoren gemiddeld op het criterium zeldzaamheid aangezien uit dit deel van het Maasdal archeologische gegevens uit de late prehistorie bekend zijn; het onderzoek vlak ten noordoosten van het plangebied bijvoorbeeld leverde resten uit deze archeologische hoofdperiode op (mid den-late bronstijd), terwijl rond Grubbenvorst bovendien maar weinig gravend onderzoek is uitgevoerd (Schryvers, 2005). De informatiewaarde is laag aangezien sporen ontbreken en het losse vondsten betreft. De ensemblewaarde van de archeologische resten is hoog: de landschappelijke context is nog intact en in de (ruimere) omgeving, onder meer langs de randen van de Maasterrassen en het dekzandgebied, zijn verschillende vindplaatsen uit de late prehistorie bekend (Van Veldhuizen, 2021). Op basis van de totaalscore in tabel 10 zijn de resten uit de late prehistorie niet behoudenswaardig.

waarde

criteria

scores hoog

beleving

fysieke kwaliteit

midden

schoonheid

wordt niet gescoord

herinneringswaarde

wordt niet gescoord

gaafheid

1

conservering inhoudelijke kwaliteit

laag

2

zeldzaamheid

1

informatiewaarde

1

ensemblewaarde representativiteit

3 n.v.t.

Tabel 10. Tabel waardestelling van de resten uit de late prehistorie (tabel 5 uit de KNA).

5.4 Resten uit de Romeinse tijd 5.4.1 Fysieke kwaliteit Op het deelaspect gaafheid scoren de resten uit de Romeinse tijd laag (1 punt), omdat er geen sporen zijn aangetroffen uit deze periode. De conservering van de archeologische vondsten is gemiddeld en scoort 2 punten. De vondsten bestaan alleen uit anorganische resten, namelijk keramiek. Het materiaal is gevonden tijdens de aanleg en handmatig opschaven van het opgravingsvlak. De keramiek is aangetast door post-depositionele processen en afgerond of sterk verweerd . De fragmentatiegraad is aanzienlijk lager dan de laat-prehistorische resten, vermoedelijk overwegend omdat sprake is van hardere baksels. Organische resten zijn, al dan niet in verkoolde vorm, niet bewaard. De fysieke kwaliteit levert een gezamelijke score op van 3 punten. Op basis van enkel de fysieke kwaliteit zijn de resten uit de Romeinse tijd niet behoudenswaardig.

5.4.2 Inhoudelijke kwaliteit De inhoudelijke criteria leveren een score op van 4 punten. De Romeinse resten scoren laag op het criterium zeldzaamheid aangezien uit dit deel van het Maasdal archeologische gegevens uit de

RAAP-rapport 5171 / versie 02-06-2021

[35]

Plangebied Lottumseweg 47 te Grubbenvorst, gemeente Horst aan de Maas; een archeologisch vooronderzoek in de vorm van proefsleuven

Romeinse tijd bekend zijn, terwijl rond Grubbenvorst maar weinig gravend onderzoek is uitgevoerd. Waar de vondst van Romeinse dakpannen in het verleden al snel aan een Romeins villaterrein werd gekoppeld, is dit beeld de laatste jaren bijgesteld want ook op rurale neder zettingen worden regelmatig dakpanfragmenten aangetroffen. De informatiewaarde is laag aangezien sporen ontbreken en het losse vondsten betreft. De ensemblewaarde is gemiddeld: de landschappelijke context is nog intact en in de (ruimere) omgeving, onder meer langs de randen van de Maasterrassen en het dekzandgebied, zijn verschillende vindplaatsen uit de Romeinse tijd bekend (Van Veldhuizen, 2021). Op basis van de totaalscore in tabel 11 zijn de resten uit de Romeinse tijd niet behoudenswaardig .

waarde

criteria

scores hoog

beleving

fysieke kwaliteit

midden

schoonheid

wordt niet gescoord

herinneringswaarde

wordt niet gescoord

gaafheid

1

conservering inhoudelijke kwaliteit

laag

2

zeldzaamheid

1

informatiewaarde

1

ensemblewaarde representativiteit

2 n.v.t.

Tabel 11. Tabel waardestelling van de resten uit de Romeinse tijd (tabel 5 uit de KNA).

5.5 Resten uit de late middeleeuwen - nieuwe tijd 5.5.1 Fysieke kwaliteit Op het deelaspect gaafheid scoren de resten uit de late middeleeuwen - nieuwe tijd laag (1 punt), omdat er geen sporen zijn aangetroffen uit de ze periode. De conservering van de archeologische vondsten is lastig te bepalen vanwege het lage vondstaantal, maar wordt beoordeeld op gemiddeld en scoort 2 punten. De vondsten bestaan alleen uit anorganische resten, namelijk keramiek en natuursteen. Het materiaal is gevonden tijdens de aanleg en handmatig opschaven van het opgravingsvlak. De keramiek is aangetast door post-depositionele processen en afgerond en verweerd. Het natuursteen is sterk gefragmenteerd, maar dit heeft wellicht ook te maken met de aa rd en geringe dikte van het materiaal (daklei). Organische resten zijn, al dan niet in verkoolde vorm, niet bewaard gebleven. De fysieke kwaliteit levert een gezamelijke score op van 3 punten. Op basis van enkel de fysieke kwaliteit zijn de resten uit de late middeleeuwen - nieuwe tijd niet behoudenswaardig.

5.5.2 Inhoudelijke kwaliteit De inhoudelijke criteria leveren een score op van 5 punten. De resten scoren laag op het criterium zeldzaamheid aangezien uit dit deel van het Maasdal archeologische gegevens uit de late middeleeuwen - nieuwe tijd bekend zijn, terwijl rond Grubbenvorst maar weinig gravend onderzoek is uitgevoerd. De informatiewaarde is laag aangezien sporen ontbreken en het losse vondsten betreft. De

RAAP-rapport 5171 / versie 02-06-2021

[36]

Plangebied Lottumseweg 47 te Grubbenvorst, gemeente Horst aan de Maas; een archeologisch vooronderzoek in de vorm van proefsleuven

ensemblewaarde van de vindplaats is gemiddeld: de landschappelijke context is nog intact en in de (ruimere) omgeving, onder meer in en rond de dorpskern van Grubbenvorst, zijn verschillende vindplaatsen uit zowel de late middeleeuwen als de nieuwe tijd bekend (Van Veldhuizen, 2021). Op basis van de totaalscore in tabel 12 zijn de resten uit de late middeleeuwen - nieuwe tijd niet behoudenswaardig.

waarde

criteria

scores hoog

beleving

fysieke kwaliteit

midden

schoonheid

wordt niet gescoord

herinneringswaarde

wordt niet gescoord

gaafheid

1

conservering inhoudelijke kwaliteit

laag

2

zeldzaamheid

1

informatiewaarde

1

ensemblewaarde representativiteit

3 n.v.t.

Tabel 12. Tabel waardestelling van de resten uit de late middeleeuwen - nieuwe tijd (tabel 5 uit de KNA).

RAAP-rapport 5171 / versie 02-06-2021

[37]

Plangebied Lottumseweg 47 te Grubbenvorst, gemeente Horst aan de Maas; een archeologisch vooronderzoek in de vorm van proefsleuven

6 Beantwoording van de onderzoeksvragen Naar aanleiding van de resultaten van het onderzoek kunnen de onderzoeksvragen uit het PvE als volgt beantwoord worden: 1. Hoe ziet de bodemopbouw eruit in het plangebied? De natuurlijke ondergrond bestaat uit matig grof tot fijnzandige Maasafzettingen met kleine mangaan puntjes en dunne leembanden. In de top van deze afzettingen heeft zich een horstpodzolgrond gevormd. De B-horizont is ongeveer 10 tot 30 cm dik. Deze bodemlaag is koffiebruin van kleur en bestaat uit fijn, matig siltig zand. De top van de horstpodzol is in het verleden verploegd en opgenomen in een zogenaamde oude akkerlaag. Deze is weliswaar overal in het plangebied aanwezig, maar niet overal even sterk ontwikkeld. De kleur is meestal bruingrijs, maar deze loopt uiteen van grijs tot vaal bruingrijs. De oude akkerlaag is 15 tot 30 cm dik. Regelmatig zijn er dunne ijzerrijke fibers in gevormd, wat aangeeft dat deze al lange tijd buiten het bereik van de ploeg ligt en niet meer wordt gehomogeni seerd. De oude akkerlaag en de B-horizont hebben een gezamelijke dikte van 25 tot 50 cm. In (het begin van) de nieuwe tijd is het bodemtype in het plangebied veranderd door menselijk handelen, en is een hoge bruine enkeerdgrond gevormd. Het esdek bestaat uit fijn, matig siltig en zwak humeus zand.

Net als in de oude akkerlaag, zijn ook in het esdek regelmatig dunne ijzerrijke fibers gevormd. Blijkbaar is ook het deel van het esdek onder de huidige bouwvoor al lange tijd buiten het bereik van de ploeg en wordt dit niet meer gehomogeniseerd. Tegelijk toont dit aan dat bodemvorming hier een continu proces is en nog steeds doorgaat. Het onderste deel van het esdek is lokaal iets valer en fletser van kleur dan het bovenste deel. Het is onduidelijk of dit verschil wordt veroorzaakt door de samenstelling van het sediment of dat lokaal enige uitspoeling van humus en minerale n plaatsvindt (bodemvorming). De huidige bouwvoor is vergelijkbaar van textuur als het esdek, maar donkerbruingrijs van kleur.

2. Is in (alle delen van) het gebied sprake van een intact bodemprofiel? In welke delen van het plangebied is sprake van een recentelijk verstoord bodemprofiel? Wat is de invloed van verbruining geweest op het bodemarchief? De bodemopbouw is vrijwel overal intact. Alleen in de oostelijke strook van het plangebied is de bodem verstoord door bebouwing en de aanleg van kuilen waarin bouwpuin is gestort. De rand van één zo’n kuil is aangetroffen in de laatste oostelijke meters van proefsleuf 1, maar deze verstoring reikte niet tot in het opgravingsvlak. In de bodem is geen verbruining opgetreden.

3. Is de bodemkundige situatie overeenkomstig de verwachting op basis van het vooronderzoek? Waarom wel/niet? De bodemkundige situatie is grotendeels overeenkomstig de verwachting op basis van het vooronderzoek. Alleen heeft de genoemde verbruining niet in het plangebied plaatsgevonden, altha ns niet ter hoogte van de proefsleuven. Wellicht betreft het een lokaal fenomeen of zijn de boorgegevens niet optimaal geïnterpreteerd.

RAAP-rapport 5171 / versie 02-06-2021

[38]

Plangebied Lottumseweg 47 te Grubbenvorst, gemeente Horst aan de Maas; een archeologisch vooronderzoek in de vorm van proefsleuven

4. Is een plaggendek aanwezig? Zo ja, wat is er te zeggen over de genese, datering, eventuele fasering, sporen van historische bodembewerking en de bodem waarop het dek is ontstaan? Er is een plaggendek (esdek) aanwezig. Dit heeft een antropogene genese en bestaat uit zand dat vergelijkbaar van textuur met de natuurlijke bodem is. De datering is niet duidelijk vanwege de g eringe hoeveelheid vondsten uit de oude akkerlaag en de basis van het esdek. Een datering ouder dan de late middeleeuwen is niet aannemelijk, en de vondsten wijzen eerder op een ontstaan in (de loop van) de nieuwe tijd. Sporen van historische bodembewerking zijn niet waargenomen. Zie vraag 1 voor de eventuele fasering van het esdek en de bodem waarop het esdek is ontstaan.

5. Wat is de dikte van het plaggendek en hoe verhoudt zich dat ten opzichte van het paleoreliëf? Het plaggendek, inclusief de bouwvoor, heeft een dikte van 60 tot 90 cm en werkt nivellerend op het natuurlijke maaiveld. Op basis van de top van de oude akkerlaag kan het natuurlijke maaiveld worden gereconstrueerd. Dit schommelt tussen 19,0 en 19,30 m +NAP. Daarbij ligt het hoogste gedeelt e min of meer centraal in het plangebied, en loopt het natuurlijke reliëf 10 -15 cm af in oostelijke en 30 cm in westelijke richting.

6. Welke post-depositionele processen hebben plaatsgevonden? In hoeverre is sprake van erosie en aantasting of verstoring van archeologische resten door dit soort processen? De post-depositionele processen die hebben plaatsgevonden, zijn ontkalking van de bodem, oxydatie en landbouwwerkzaamheden (akkerbouw: ploegen). Daardoor is botmateriaal vergaan, metaal geroest en is vondstmateriaal - met name relatief zachtgebakken handgevormd aardewerk uit de late prehistorie – gefragmenteerd en verweerd. Er lijkt geen sprake te zijn van natuurlijke erosie van de bodem.

7. Zijn in het plangebied archeologische vondsten, sporen en/of structuren aanwezig? Zo ja: a. Wat is de exacte aard, omvang, datering, gaafheid, conservering, het karakter en de inhoudelijke kwaliteit van de aangetroffen archeologische resten? De archeologische resten bestaan alleen uit vondsten uit diverse perioden. Vanwege de vraag over inhoudelijke kwaliteit wordt deze vraag per archeologische periode behandeld. -steentijd: de vondsten (n=6) bestaan uit afval, een klopsteen, een kernsteen en een werktuig (schrabber) en dateren uit het mesolithicum en/of midden neolithicum. Het materiaal is verspreid in de proefsleuven aangetroffen, in een zone van ongeveer 40x30 m in het westelijke deel van het plangebied. De conservering is gemiddeld. Het gaat om losse vondsten, die erop wijzen dat het plangebied in de steentijd (mesolithicum en/of midden neolithicum) herhaaldelijk is bezocht. De inhoudelijke kwaliteit van de resten is laag, want ze scoren laag op de criteria zeldzaamheid en informatiewaarde, en de ensemblewaarde is gemiddeld. - late prehistorie: de vondsten bestaan uit keramiek (gebruiksaardewerk) en natuursteen. De keramiek (n=39) is afgerond en flink gefragmenteerd, want meestal is slechts 1-2% van het vaatwerk aanwezig. Vertegenwoordigde vormen behoren tot middelgroot vaatwerk, waaronder een pot met een vlakke

RAAP-rapport 5171 / versie 02-06-2021

[39]

Plangebied Lottumseweg 47 te Grubbenvorst, gemeente Horst aan de Maas; een archeologisch vooronderzoek in de vorm van proefsleuven

bodem, een besmeten pot of schaal, een dubbelconische pot, vaatwerk met een openstaande mond en een pot met rechte rand. Beide laatste potvormen zijn versierd met vingertopindrukken op de rand. De keramiek is los verspreid in de proefsleuven aangetroffen. De kenmerken van de keramiek wijst op een datering in de late bronstijd of ijzertijd, waarbinnen het einde van de late bronstijd en (de tweede helft van) de vroege ijzertijd het meest aannemelijk is. De datering van de andere laat-prehistorische vondsten sluit daarbij aan. Het natuursteen bestaat vooral uit gebroken en verbrande stukken kookstenen (n=43). Deze zijn verspreid in de proefsleuven verzameld. De conservering is gemiddeld. De stukken zijn gefragmenteerd en veelal ongeveer maximaal 6x5x3 cm groot. Enkele natuurstenen zijn gebruikt als maalsteen (n=5). De meeste maalsteenfragmenten zijn gevonden in een 19 m lange strook in het oostelijke deel van sleuf 1. De maalsteenstukken uit tefriet braken tijdens het lichten in kleinere stukken, maar dit geldt niet voor de andere maalsteenfragmenten zijn gebruikt. Deze zijn dan ook groter, maar maximaal ongeveer 13x12 cm. De maalstenen dateren uit de ijzertijd, met name maalstenen uit tefriet worden in de loop van deze periode steeds meer gemeengoed.

Keramiek kan wijzen op nederzettingen, grafvelden of andere vindplaats -typen, maar gezien de aanwezigheid van kook- en maalstenen gaat het om een nederzettingsterrein. De inhoudelijke kwaliteit van de resten is gemiddeld-laag, want ze scoren gemiddeld op het criterium zeldzaamheid, laag op informatiewaarde, maar hoog de ensemblewaarde. - Romeinse tijd: de vondsten bestaan uit keramiek (gebruiksaardewerk; n=7) en bouwkeramiek (n=2). Onder de keramiek zijn grijs aardewerk, ruwwandig aardewerk en amforen. Het grijs aardew erk betreft een grote kom en vermoedelijk ook één of meerdere potten. Het ruwwandig aardewerk behoort tot het typische ‘gebruiksaardewerk’, maar is te weinig uitgesproken om nader te determineren. De amfoor scherf is van een middelgrote standamfoor. Het materiaal is over het algemeen flink gefragmenteerd, maar aanzienlijk minder sterk dan het prehistorisch aardewerk. Beide fragmenten bouwkeramiek zijn van dakpannen (tegulae). Het gaat om kleine fragmenten, die zwak tot matig zijn verweerd , afhankelijk van hun hardheid. De conservering is gemiddeld. Het gebruiksaardewerk en het keramisch bouwmateriaal is los verspreid in de proefsleuven verzameld, daarbinnen in de oostelijke helft van het plangebied. De dakpannen kunnen niet scherper binnen de Romeinse tijd worden gedateerd. Het aardewerk dateert vermoedelijk in (de loop van) de 2e eeuw en de 3e eeuw.

De Romeinse vondsten wijzen er op dat het oostelijke deel van het plangebied in deze periode is gebruikt en wellicht zelfs bewoond. De inhoudelijke kwaliteit van de resten is laag, want ze scoren laag op de criteria zeldzaamheid en informatiewaarde en gemiddeld op ensemblewaarde. - late middeleeuwen/nieuwe tijd: de vondsten bestaan uit keramiek (gebruiksaardewerk; n=1), natuursteen (n=1) en metaal (n=3). De keramiek bestaat uit laat-middeleeuwse kogelpotten (o.a. 12eeeuw) en roodbakkend aardewerk dat niet aan een specifieke vaatwerkvorm kan worden toegewezen en slechts zeer algemeen is gedateerd. Het natuursteen betreft een fragment van een daklei, en het metaal bestaat uit smeedijzeren spijkers en een ijzeren strip. De ze vijf vondsten kunnen niet nader gedateerd worden, maar een datering in de nieuwe tijd (B) ligt voor de hand. Het vondst -materiaal is los verspreid in de proefsleuven aangetroffen. De conservering is gemiddeld: de keramiek en het leisteen zijn verweerd, maar slechts in beperkte mate afgerond en gefragmenteerd. Het metaal is geoxydeerd, maar de vorm is nog wel herkenbaar. Het is aannemelijk dat dit bemestingsmateriaal betreft en geen verband houdt met bewoning. De inhoudelijke kwaliteit van de resten is laag, want ze scoren laag op de criteria zeldzaamheid en informatiewaarde, maar hoog op ensemblewaarde. b. Is er sprake van een behoudenswaardige vindplaats?

RAAP-rapport 5171 / versie 02-06-2021

[40]

Plangebied Lottumseweg 47 te Grubbenvorst, gemeente Horst aan de Maas; een archeologisch vooronderzoek in de vorm van proefsleuven

Nee. Vanwege het ontbreken van grondsporen zijn de vindplaatsen niet behoudenswaardig. c. Wat is de functionele interpretatie van de aangetroffen vondsten, sporen en structuren? Zie vraag 7a. d. Zijn er vondsten, sporen of structuren aanwezig uit verschillende perioden? Zo ja, is e en relatie te leggen tussen deze verschillende fasen (continuïteit)? Ja, er zijn vondsten aanwezig uit verschillende perioden, maar een relatie tussen deze verschillende fasen kan niet worden aangetoond.

8. Is er sprake van concentraties aardewerk en/of (vuur)stenen artefacten? Zo ja, beschrijf de horizontale en verticale spreiding van de vondsten en de mogelijke relatie met grondsporen. Nee, er is geen sprake van concentraties aardewerk en/of (vuur)stenen artefacten.

9. Kunnen (clusters van) sporen worden toegewezen aan één of meerdere struct(u)ur(en)? Zo ja, om wat voor type struct(u)ur(en) gaat het en wat is de oriëntatie, (max.) afmeting, constructie (dak, wanden, vloer), datering, conservering en (functionele) indeling van deze struct(u)ur (en)? Nee, er zijn geen archeologische grondsporen aangetroffen.

10. Heeft het onderhavige onderzoek een bijdrage geleverd aan de kennisstand archeologie zoals weergegeven in de provinciale synthese uit 2017? De bijdrage van onderhavig onderzoek aan de kennisstand archeologie zoals weergegeven in de provinciale synthese uit 2017 is beperkt. Duidelijk is dat resten uit diverse archeologische perioden aanwezig zijn, terwijl hier op voorhand geen resten bekend waren. Omdat grondsporen en (gebouw)structuren ontbreken, is de bijdrage echter beperkt.

11. Welke nieuwe inzichten heeft het onderzoek in dat opzicht opgeleverd en op welk vlak (periode, gebied, thema)? Het onderzoek heeft geen nieuwe inzichten opgeleverd, daarvoor zijn de resultaten te bescheiden.

RAAP-rapport 5171 / versie 02-06-2021

[41]

Plangebied Lottumseweg 47 te Grubbenvorst, gemeente Horst aan de Maas; een archeologisch vooronderzoek in de vorm van proefsleuven

7 Conclusie De archeologische resten duiden erop dat het plangebied in verschillende perioden is bezocht en/of gebruikt door de mens. De vuurstenen vondsten wijzen er op dat het in de vroege prehistorie herhaaldelijk is bezocht, maar een kampement of ander soort vindplaats is niet aangetroffen. Wellicht moeten dergelijke vindplaatsen iets dichter bij de rand van het Allerød-terras, tegen het Late Dryas-terras aan, worden gezocht. De meeste vuurstenen artefacten dateren algemeen in de steentijd, en alleen twee stukken van Maaseitjes kunnen scherper worden gedateerd in de midden steentijd (het mesolithicum: tussen grofweg 10.500 en 4.900 jaar voor Chr.) en in de nieuwe steentijd (het neolithicum, specifiek het midden neolithicum: van ongeveer 4.250 tot 2.500 jaar voor Chr.). In de laatste periode ging men van een bestaan van jager/verzamelaar langzaam over in een boerenbestaan. Vermoedelijk waren de jacht, visserij en het verzamelen van voedsel in deze periode nog belangrijke bestaansmiddelen. De handgevormde keramiek, kookstenen en maalsteenfragmenten wijzen er op dat het plangebied in de late prehistorie is gebruikt en wellicht zelfs bewoond, maar bewoningssporen zijn niet aangetroffen. De clustering van de maalsteenfragmenten wijzen op een erf, dat op basis van de keramiek in (de tweede helft van) de vroege ijzertijd kan worden geplaatst.

Veel (gebruiks)voorwerpen werden lokaal of regionaal geproduceerd, maar de aanwezigheid van tefriet wijst op contacten met de Eifel. De Romeinse vondsten wijzen er op dat het oostelijke deel van het plangebied vermoedelijk in (de loop van) de 2e eeuw en/of de 3e eeuw is gebruikt en wellicht zelfs bewoond. Waar de vondst van Romeinse dakpannen in het verleden al snel aan een Romeins villaterrein werd gekoppeld, is dit beeld de laatste jaren bijgesteld want ook op rurale nederzettingen worden regelmatig dakpanfragmenten aangetroffen. De schamele laat-middeleeuwse/nieuwe tijd-vondsten moeten als bemestingsmateriaal worden beschouwd. In elk geval was het plangebied in de 12e eeuw al als (extensief) akkerland in gebruik, en werden vanuit Grubbenvorst handelscontacten onderhouden met Zuid -Limburg, de regio BrunssumSchinveld. De vondsten sluiten goed aan bij de aanwezigheid van een dik en humeus akkerdek (esdek) dat vermoedelijk vanaf het begin van de nieuwe tijd is gevormd. Men moet zich afvragen waarom het proefsleuvenonderzoek wél vele tientallen vondsten uit de late prehistorie en Romeinse tijd heeft opgeleverd, maar geen grondsporen. Wellicht zijn de proefsleuven juist buiten de erven en sporenzones aangelegd en liggen deze nog in de directe omgeving van het plangebied. In dit geval houden de vondsten verband met een perifere, spoorloze zone van een nederzettingsterrein.

Het moet ook niet worden uitgesloten dat grondsporen wel zijn aangesneden in de proefsleuven, maar dat die niet zijn herkend en onzichtbaar waren vanwege een combinatie van bodemvormende processen en geringe spoordiepte. Immers, het opgravingsvlak is meest al 30 tot 45 cm onder het toenmalige maaiveld aangelegd. Indien het om een erf (vrijwel) met uitsluitend ondiepe sporen gaat, kunnen deze daarom niet meer waarneembaar zijn. Tegelijk wordt opgemerkt dat op een erf, ook die uit de late prehistorie, in de regel ook diepe grondsporen voorkomen, zoals forse paalkuilen en afvalkuilen. Een echt bevredigende verklaring voor het ontbreken van grondsporen kan dan ook niet worden gegeven.

RAAP-rapport 5171 / versie 02-06-2021

[42]

Plangebied Lottumseweg 47 te Grubbenvorst, gemeente Horst aan de Maas; een archeologisch vooronderzoek in de vorm van proefsleuven

8 Selectieadvies Op basis van het onderzoek en de waardestelling luidt het selec tieadvies Vrijgeven van het plangebied. Met betrekking tot de bevindingen van onderhavig onderzoek kan contact opgenomen worden me t de gemeente Horst aan de Maas, mevr. K. Thissen (k.thissen@horstaandemaas.nl).

RAAP-rapport 5171 / versie 02-06-2021

[43]

Plangebied Lottumseweg 47 te Grubbenvorst, gemeente Horst aan de Maas; een archeologisch vooronderzoek in de vorm van proefsleuven

Literatuur Broeke, P.W. van den, 1987. In: Sanden, W.A.B. van der, P.W. van den Broeke, 1987. Getekend zand: tien jaar archeologisch onderzoek in Oss-Ussen. Waalre, p. 23-41. Broeke, P.W. van den, 2005. IJzersmeden en pottenbaksters. In: Louwe Kooijmans, L.P. (red.). Nederland in de prehistorie. Uitgeverij Bert Bakker, Amsterdam, p. 607 -618. Haalebos, J.K., 1990. Het grafveld van Nijmegen -Hatert. Beschrijving van de verzamelingen in het Provinciaal Museum G.M. Kam te Nijmegen XI. Nijmegen. Heeringen, R.M. van & R. Schrijvers, 2014. Actualisatie maatregelenkaart gemeente H orst aan de Maas. Vestigia-rapport V1188. Vestigia, Amersfoort. Hiddink, H., e.a., 2008. Archeologisch onderzoek op de Groot Bottelsche Akker bij Deurne: b ewoning uit de Steentijd, IJzertijd, Romeinse tijd, Vroege en Volle Middeleeuwen. Zuidnederlandse archeologische rapporten (ZAR) 33. Amsterdam. Hiddink, H., 2010. Romeins aardewerk van de Zuid-Nederlandse zandgronden. Materiaal en methoden 2. Amsterdam. Kars, H., 1983. Het maalsteenproduktiecentrum bij Mayen in de Eifel. Oldenzaal. Kars, E. & W. Vos, 2004. Romeinse baksteen in Nederland: Een introductie en pleidooi voor nieuwe onderzoeksmethoden. ADC-info 2003: 29-35. ADC ArcheoProjecten, Amersfoort. Koomen, A.J.M. en G.J. Maas, 2004. Geomorfologische kaart Nederland (GKN). Achtergronddocument bij het landsdekkende digitale bestand.

Alterra-rapport 1039, Wageningen. Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA), versie 4.1 Landbodems, SIKB Gouda. Landesvermessungsamt Nordrhein-Westfalen, 1967. Kartenaufnahme der Rheinlande durch Tranchot und v. Müffling 1803-1820, schaal 1: 25.000. Kaartblad 26 Velden. Landesvermessungsamt Nordrhein-Westfalen. Louwe Kooijmans, L.P. (red.) 2005. Nederland in de Prehistorie. Bert Bakker, Amsterdam. Nederlands Normalisatie-instituut, 1989. Nederlandse Norm NEN 5104, Classificatie van onverharde grondmonsters. Nederlands Normalisatie-instituut, Delft. Reinders, S. & R. Vaessen, 2021. Programma van Eisen Plangebied Lottumseweg 47 te Grubbenvorst, gemeente Horst aan de Maas. RAAP-PvE, RAAP, Weesp. Schryvers, A., 2005. Plangebied Lottumseweg 62, gemeente Horst aan de Maas; archeologisch vooronderzoek: proefsleuven. RAAP-rapport 1145. RAAP Archeologisch Adviesbureau B.V., Amsterdam. Staring Centrum/RGD, 1990. Geomorfologische kaart van Nederland, schaal 1:50.000. Blad 52 Oost Venlo. Staring Centrum/Rijks Geologische Dienst, Wageningen/Haarlem. Stiboka, 1975. Bodemkaart van Nederland, schaal 1:50.000; toelichting bij kaartblad blad 52 Oost Venlo. Stichting voor Bodemkartering, Wageningen, p. 46 -108. Stoepker, H., 2011. Het begin van de aardewerkproductie in Brunssum en Schinveld in het licht van de regionale nederzettingsgeschiedenis. Archeocoach studies 4. Wijlre.

Veldhuizen, E.T.A. van, 2021. Plangebied Lottumseweg 47 te Grubbenvorst, gemeente Horst aan de Maas; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek). RAAP-rapport 4794, Amsterdam.

RAAP-rapport 5171 / versie 02-06-2021

[44]

Plangebied Lottumseweg 47 te Grubbenvorst, gemeente Horst aan de Maas; een archeologisch vooronderzoek in de vorm van proefsleuven

Verhart, L.B.M., 2000. Times fade away: the neolithization of the southern Netherlands in an anthropological and geographical perspective. Archaeological Studies Leiden University (ASLU) 6. Leiden.

https://www.ahn.nl/ https://archis.cultureelerfgoed.nl/

https://artinflanders.be/nl/ https://commons.wikimedia.org https://www.sikb.nl

RAAP-rapport 5171 / versie 02-06-2021

[45]

Plangebied Lottumseweg 47 te Grubbenvorst, gemeente Horst aan de Maas; een archeologisch vooronderzoek in de vorm van proefsleuven

Overzicht van figuren, tabellen, bijlagen en appendices Figuren: Figuur 1. De ligging van het plangebied. Inzet: ligging in Nederland (ster).

6

Figuur 2. Het plangebied weergegeven op een uitsnede van de geomorfologische kaart. De ongekarteerde gebieden zijn wit (bron: Koomen en Maas, 2004 en https://archis.cultureelerfgoed.nl/ ).

11

Figuur 3. Ligging van het plangebied op een uitsnede van het Actueel H oogtebestand Nederland (bron: https://www.ahn.nl/).

12

Figuur 4. Kolomprofielen 1.1.1 (links) en 2.1.1 (rechts). 5000=bouwvoor; 6000=esdek; 7000=oude akkerlaag; 8000=B-horizont; 9000=C-horizont.

14

Figuur 5. Verspreidingskaart steentijdvondsten.

17

Figuur 6. Links: tekening van de randscherven (V4, 14 en 48). Rechts: voorbeeld van een besmeten pot uit de ijzertijd (bron: https://www.omnia.ie/index.php).

20

Figuur 7. Voorbeeld van een maalsteen (ligger) uit tefriet (bron: https://artinflanders.be/nl/kunst/bijna volledige-bootvormige-maalsteen-tefriet).

22

Figuur 8. Verspreiding van het handgevormd aardewerk uit de late prehistorie en bijbehorend natuursteen.

23

Figuur 9. Boven: foto van de Romeinse bouwkeramiek. Onder: voorb eeld van een pot uit grijs aardewerk en een standamfoor (bron: https://commons.wikimedia.org/wiki/File:Romeinse_voorraadpot_in_grijs_aardewerk.jpg ).

27

Figuur 10. Verspreiding van het gebruiksaardewerk en de dakpannen uit de Romeinse tijd.

28

Figuur 11. Tuitpot uit Brunssum-Schinveld, periode I (uit: Stoepker, 2011: 23).

30

Figuur 12. Verspreiding van de laat-middeleeuwse en nieuwe tijd-vondsten.

31

Tabellen: Tabel 1. Administratieve gegevens.

7

Tabel 2. Overzicht van voorgaande voor het plangebied relevante onderzoeken.

7

Tabel 3. Overzicht van werkputten en vlakken.

9

Tabel 4. Aantal vondsten per vondstcategorie.

15

Tabel 5. Overzicht van de gesteentesoorten.

21

Tabel 6. Overzicht van de gesteentesoorten die als maalsteen zijn gebruikt.

22

Tabel 7. Overzicht van de Romeinse vondsten.

25

Tabel 8. Overzicht van de laat-middeleeuwse en nieuwe tijd-vondsten.

29

Tabel 9. Scoretabel waardestelling van de resten uit de vroege prehistorie (tabel 5 uit de KNA).

34

Tabel 10. Tabel waardestelling van de resten uit de late prehistorie (tabel 5 uit de KNA).

35

Tabel 11. Tabel waardestelling van de resten uit de Romeinse tijd (tabel 5 uit de KNA).

36

Tabel 12. Tabel waardestelling van de resten uit de late middeleeuwen - nieuwe tijd (tabel 5 uit de KNA).

RAAP-rapport 5171 / versie 02-06-2021

37

[46]

Plangebied Lottumseweg 47 te Grubbenvorst, gemeente Horst aan de Maas; een archeologisch vooronderzoek in de vorm van proefsleuven

Bijlagen: Bijlage 1. Tijdschaal

Appendices: Appendix 1. Spoorbeschrijving Appendix 2. Beschrijving keramiek Appendix 3. Beschrijving bouwkeramiek Appendix 4. Beschrijving vuursteen Appendix 5. Beschrijving natuursteen Appendix 6. Beschrijving metaal Appendix 7. Beschrijving kolomprofielen

RAAP-rapport 5171 / versie 02-06-2021

[47]

Bijlage 1. Tijdschaal

Appendix 1. Spoorbeschrijving diepte

interpretatie

vulling

1

0

0 natuurlijke laag Leem

sterk zandig

nee

lichtbruin

MN1

0

0

0 C-horizont

2

0

0 natuurlijke laag Leem

sterk zandig

nee

lichtbruin

MN1

0

0

0 C-horizont

7777

0

0 natuurlijke laag Leem

sterk zandig

nee

lichtbruin

MN1

0

0

0 C-horizont

8000

0

0 natuurlijke laag

ja

lichtbruingeel geel

MN1

0

0

0 C-horizont

9999

0

0

ja

donkerbruingri geel js

MN1

0

0

0

recente verstoring

textuur

zand, zwak siltig zand, zwak siltig

mediaan

fijn fijn

humus grind sublaag

LL1du

bioturb

kleur

gevlekt

ijzer_mangaan

houtskool

verbrand_le puin em

spoor

mortel

opmerking

Appendix 1. Beschrijving keramiek vondst

put 1 1 4 4 4 10 14 14 17 17 21 22 22 24 25 28 28 31 31 35 36 36 39 39 41 41 43 43 44 46 47 48 48 49 53 56 56 57 58 58

spoor 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 2 2 2 2 2 2 2 2 2 2 2 2 3 3 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 3 3 3 3 3 3

volgnr 8000 8000 8000 8000 8000 8000 8000 8000 8000 8000 8000 8000 8000 8000 8000 8000 8000 8000 8000 8000 8000 8000 8000 8000 7000 7000 8000 8000 8000 8000 8000 7000 7000 8000 8000 8000 8000 8000 8000 8000

R

B

W

O 1 1

1 1 3 1 1 2 3 1 1 1 1 2 2

0 1

0 1 0 1

1 1 2 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1

0 1 0 1 0 1 0 1

0 1

0 1 0 1

1 1 1 1 1 1 1 1

N

gram 1 1 1 1 3 1 1 2 3 1 1 1 1 2 2 1 1 2 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 3 1 1 2

fragmentatie-graad (%)

MAI 8 7 2 21 12 2 5 28 16 2 5 5 3 7 1 20 2 5 15 2 3 2 3 5 2 9 1 2 1 3 1 5 10 13 1 1 7 2 1 3

1 1 1 1 3 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1

begin-datering

3 rom 3 rom 1 lbt 2 lbt 0,5 bt 0,5 bt 0,5 lbt 1 lbt 1 bt 1 bt 1 rom 1 rom 1 bt 1 bt 0,1 bt 2 bt 0,5 lbt 0,5 bt 1 rom 1 rom 1 bt 1 1125/1150 1 bt 1 1 1 1 bt 1 bt 1 bt 1 bt 1 lbt 2 rom 2 rom 2 bt 1 bt 1 lbt 1 bt 1 bt 1 bt 1 bt

eind-datering rom rom yt yt yt yt vyt yt yt yt rom rom yt yt yt yt vyt yt rom rom yt 1175/1200 yt 1050 1050 1500 yt yt yt yt yt rom rom YT yt yt yt yt yt yt

Algemene bakselgroep gedraaid gedraaid handgevormd handgevormd handgevormd handgevormd handgevormd handgevormd handgevormd handgevormd gedraaid gedraaid handgevormd handgevormd handgevormd handgevormd handgevormd handgevormd gedraaid gedraaid handgevormd handgevormd handgevormd 1350 gedraaid 1350 gedraaid 1900 gedraaid handgevormd handgevormd handgevormd handgevormd handgevormd gedraaid gedraaid handgevormd handgevormd handgevormd handgevormd handgevormd handgevormd handgevormd

Baksel specifiek

Algehele vorm/type

grijs ruwwandig oxyderend reducerend oxyderend oxyderend oxyderend reducerend, laatste fase oxyderend reducerend, laatste fase oxyderend oxyderend ruwwandig grijs reducerend, laatste fase oxyderend reducerend, laatste fase oxyderend

grote kom of pot ondetermineerbaar vaatwerk met openstaande mond pot ondetermineerbaar ondetermineerbaar vaatwerk met openstaande mond ondetermineerbaar ondetermineerbaar ondetermineerbaar ondetermineerbaar ondetermineerbaar ondetermineerbaar ondetermineerbaar ondetermineerbaar ondetermineerbaar pot ondetermineerbaar Haalebos 8052 ondetermineerbaar ondetermineerbaar kogelpot ondetermineerbaar kogelpot kogelpot ondetermineerbaar ondetermineerbaar ondetermineerbaar vaatwerk met korte hals? ondetermineerbaar ondetermineerbaar grote kom of pot grote kom of pot grote vorm ondetermineerbaar ondetermineerbaar ondetermineerbaar ondetermineerbaar ondetermineerbaar ondetermineerbaar

oxyderend reducerend, laatste fase oxyderend oxyderend middelgrote standamfoor grijs reducerend, laatste fase oxyderend wit reducerend, laatste fase oxyderend blauwgrijs blauwgrijs roodbakkend oxyderend reducerend reducerend reducerend (binnenzijde)/oxuderend (buitenzijde) reducerend, laatste fase oxyderend grijs grijs reducerend (binnenzijde)/oxuderend (buitenzijde) reducerend, laatste fase oxyderend oxyderend oxyderend reducerend, laatste fase oxyderend oxyderend reducerend, laatste fase oxyderend

Specifieke vorm- hoogte kenmerken (cm)

diameter rand [cm]

dikte [mm]

versiering

plaats versiering

6 tot 7 7 6 9

stempels / grafitti

oppervlakte afwerking plaats opp afw

magering

grof grof

zand zand

besmeten

buitenzijde

chammotte

5 tot 11 6 6 kleine vingertopindrukken 6

rand

chammotte chammotte grof zand

8 tot 11 9 6 6 10 9

slijtage

verbrand

productieplaats / -regio / -type

tekening

opmerkingen

rivierengebied/Maaskant? Noord-Limburg? verweerd verweerd verweerd verweerd verweerd verweerd verweerd

T gruis gruis T

gruis grof zand fijn zand chamotte

ruw

verweerd verweerd

gruis

geglad? gruis

11 7 kleine vingertopindrukken 6, 11 9 tot 10

rillen 7 6 4 9 5 5 9 5 6 7 7 6 6 5 9 7 6 8 7 6

s2-kogbg-kogbg-kogr-

type E

5, 12

rand buitenzijde

ruw

gruis gruis vanaf 125-150 AD gruis

chamotte fijn zand ja zand zand zand zand

bruine loodglazuur

Brunssum-Schinveld

periode I

regio Elmpt? regio Elmpt? Rijnland?

buitenzijde geglad?

gruis gruis verbrand? chamotte grof zand zand zand

glad ruw ruw ruw

T verbrand?

(grof) zand geglad? fijn kwartsgruis zand

gruis gruis 1d-3A 1d-3A

Appendix 2. Beschrijving bouwkeramiek vondstnr

subnr.

19 27

spoor

8000 8000

N

gram

1 1 2

materiaal

193 dakpan 89 dakpan 282

beschrijving tegula, iets openstaande rand met halfrond profiel. Smalle groef op overgang naar rand. tegula

L (cm)

B (cm)

7 6

D (cm)

8 6

kleur

magering/insluitsels

gebroken

2,5 oranje, lokaal grijs zand, chamotte, fijne kiezelja 2,3 oranjerood zand ja

hardheid

zacht zacht

glazuur

mortelaankoeksel

afmetingen origineel

foto

dikte, rand dikte

F F

opmerking

Appendix 3. Beschrijving vuursteen vondstnr

type put vlak laag spoor aantal gram algemeen 5 1 2 8000 1 1 afslag 7 1 2 8000 1 1 afslag 9 1 2 8000 1 3 afslag 13 1 2 8000 1 255 klopsteen 40 3 2 8000 1 11 afslag 42 1 2 8000 1 11 werktuig

45

1

2

8000

1

98 kern

type specifiek decorticatie decorticatie

preparatie schrabber op afslag afslagkernn met meerdere slagvlakken, enkele malen bekapt van diverse zijden

L (cm) B (cm) D (cm) verbrand 2,4 1,7 0,4 1,6 1,6 0,4 2,3 2,6 0,5 6,9 5,5 5,7 3,9 2,7 1,2 3,5 3 0,7

6,1

4,2

2,8

vuursteensoort Maasei Maasdalvuursteen Lanaye? Maasdalvuursteen Maasdalvuursteen Maasei

gebroken ja nee nee nee nee nee

deel aanwezig mediaal, distaal compleet compleet compleet compleet compleet

Maasdalvuursteen

nee

compleet

% cortex

percussie 80 onbekend 25 zacht 0 hard 90 80 hard 90 hard

50 hard

tekening / foto

f T

F

opmerking

Appendix 4. Beschrijving natuursteen vondst

put 2 2 3 3 3 6 6 6 6 8 8 11 11 11 12 12 15

16 20 23 23 26 29 30 33 34 34 37 38 50 50 50 51 54

55 55

1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1

3 2 2 2 2 2 2 2 2 2 2 1 1 1 1 3 3

3 3

spoor N 7777 7777 8000 8000 8000 8000 8000 8000 8000 8000 8000 8000 8000 8000 8000 8000 8000

8000 8000 8000 8000 8000 8000 8000 8000 8000 8000 8000 8000 8000 8000 8000 8000 8000

8000 8000

gram 1 1 1 1 4 1 1 2 1 2 2 1 2 1 4 1 1

1 1 1 2 1 1 3 1 1 1 2 1 1 2 1 1 1

1 2

materiaal 27 kwartsiet 94 zandsteen 48 tefriet 59 Maasei 324 fylliet 38 kwartsiet 31 zandsteen 60 fylliet 2696 kwartsiet 122 fylliet 47 kwartsiet 55 zandsteen 243 fylliet 2 tefriet 128 fylliet 2 tefriet 42 kwarts

830 fylliet 30 kwarts 98 kwarts 110 fylliet 48 zandsteen 33 kwartsiet 193 kwartsiet 17 fylliet 41 zandsteen 27 fylliet 85 kwartsiet 14 lydiet 25 zandsteen 59 kwartsiet 49 fylliet 4 leisteen 183 kwartsiet

252 fylliet 54 kwartsiet

L (cm)

B (cm)

5 6 5 6 6 7 5 6 18 5 7 6 7 2 7 2 7

4 5 5 4 6 3 5 5 15 5 4 5 6 2 6 2 3

13 5 6 7 5 5 10 4 5 5 7 3 3 4 6 3 12

9 4

D (cm)

kleur 3 lichtbruin 5 bruin 3 grijs 3 bruin 5 bruin tot grijs 2 roze-wit 2 lichtbruin 3 rozebruin paars 6 grijsbruin 4 grijsbruin 3 grijs, bruin 3 roestbruin 5 grijs, bruin 2 grijs 4 grijs, bruin 1 grijs 3 paars-wit

12 5 (rand) tot 2,5 (hart) paarsgrijs 4 3 bruin 5 5 roodbruin 6 2 bruin 4 4 bruin 4 3 bruingrijs 6 5 grijs, bruin 3 2 grijsbruin 4 3 roodbruin 4 3 grijs 4 3 roodbruin, lichtgrijs 3 2 rood 3 3 lichtbruin 4 3 lichtbruin 4 3 roodgrijs 2 0,5 grijs 9 4 lichtbruin

4 4

4,8 lichtbruin 3 grijs

type kooksteen kooksteen maalsteen onbekend kooksteen kooksteen kooksteen kooksteen onbekend kooksteen kooksteen kooksteen kooksteen maalsteen kooksteen maalsteen onbekend

maalsteen (ligger) kooksteen kooksteen kooksteen kooksteen kooksteen kooksteen kooksteen kooksteen kooksteen kooksteen kooksteen kooksteen kooksteen kooksteen daklei kooksteen

maalsteen (loper) kooksteen

datering (late) prehistorie (late) prehistorie (late) prehistorie (late) prehistorie (late) prehistorie (late) prehistorie (late) prehistorie (late) prehistorie (late) prehistorie (late) prehistorie (late) prehistorie (late) prehistorie (late) prehistorie (late) prehistorie (late) prehistorie (late) prehistorie (late) prehistorie

(late) prehistorie (late) prehistorie (late) prehistorie (late) prehistorie (late) prehistorie (late) prehistorie (late) prehistorie (late) prehistorie (late) prehistorie (late) prehistorie (late) prehistorie (late) prehistorie (late) prehistorie (late) prehistorie (late) prehistorie (late) prehistorie (late) prehistorie

(late) prehistorie (late) prehistorie

bewerking

verbrand ja

gebroken ja

vorm hoekig

ja

ja, gefragmenteerd nee ja

hoekig ovaalrond hoekig

ja

hoekig

bekapt

vorm origineel

maten origineel

opgeruwd maar vlakke delen op concaaf maalvlak

vlakke delen op concaaf maalvlak

opgeruwd

langgerekt, concave boven- en onderkanten met langgerekt, concave boven- vlakke delen. Ene en onderkanten met vlakke zijde iets boller dan delen de andere ca. 10x10x5

ja

ca. 20x15

herkomst Maasdal Maasdal Eifel Maasdal Maasdal

Maasdal

Maasdal

F opmerking

Appendix 5. Beschrijving metaal vondstnr

put 18 32 52

2 2 3

spoor aantal gram metaal soort 8000 1 17 ijzer 8000 1 10 ijzer 8000 1 9 ijzer

algemeen bouwmateriaal bouwmateriaal bouwmateriaal

classificatie spijker spijker strip

beschrijving gesmeed; fragment gesmeed; fragment smalle strip

L (cm)

B (cm) 3 6 4

D (cm)

1

0,3

diameter

datering 0,5 LME-NT 0,7 LME-NT LME-NT

opmerking top omgeslagen

Appendix 6. Profielbeschrijvingen

Kolomprofiel: GRULO3_111 Kop algemeen: Projectcode: GRULO3, Boornummer: 111, Beschrijver(s): XD, Datum: 10-05-2021, Doel boring: bodemkunde, Einddiepte boring in cm: 125, Grondwaterstand: 150 Coördinaten: X-coördinaat in meters: 207768.374, Y-coördinaat in meters: 382017.1, Precisie coördinaat: 1 cm, Coördinaatsysteem / epsg: Rijksdriehoeksmeting (NL), Hoogte maaiveld in meters: 19.788, Precisie hoogte: 1 cm, Referentievlak hoogte: Normaal Amsterdams Peil, Bepalingsmethode maaiveldhoogte: GPS Plaats: Provincie: Limburg, Gemeente: Horst aan de Maas, Opdrachtgever: Peters Bouw en Onderhoud B.V., Uitvoerder: RAAP Zuid 0 / 19.79 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 0, Ondergrens laag in cm: 30, Boortype en diameter: Profielopname, Kleur: donker-bruin-grijs Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: zwak siltig, Bijmengsel humus: zwak humeus, Mediaanklasse: fijn Bodem: Bodemhorizont: regelmatig geploegd/bewerkte A-horizont, Bodemkundige interpretatie: bouwvoor 30 / 19.49 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 30, Ondergrens laag in cm: 45, Boortype en diameter: Profielopname, Kleur: bruin-grijs Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: zwak siltig, Mediaanklasse: fijn, Sublagen1: humuslagen-enkele-zeer dun Bodem: Bodemhorizont: A-horizont bestaand uit opgebracht pakket, Bodemkundige interpretatie: esdek 45 / 19.34 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 45, Ondergrens laag in cm: 75,

Boortype en diameter: Profielopname, Kleur: grijs-bruin Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: zwak siltig, Mediaanklasse: fijn, Sublagen1: humuslagen-enkele-zeer dun Bodem: Bodemhorizont: A-horizont bestaand uit opgebracht pakket, Bodemkundige interpretatie: esdek 75 / 19.04 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 75, Ondergrens laag in cm: 95, Boortype en diameter: Profielopname, Kleur: bruin-grijs Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: zwak siltig, Bijmengsel humus: zwak humeus, Mediaanklasse: fijn, Sublagen1: humuslagen-enkele-zeer dun Bodem: Bodemhorizont: regelmatig geploegd/bewerkte A-horizont, Bodemkundige interpretatie: oude akkerlaag 95 / 18.84 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 95, Ondergrens laag in cm: 115, Boortype en diameter: Profielopname, Kleur: licht-bruin Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: zwak siltig, Mediaanklasse: matig fijn Bodem: Bodemhorizont: BC-horizont, Ijzer/mangaan: enkele Mn-vlekken Laag opmerking: Opmerking: moder 115 / 18.64 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 115, Ondergrens laag in cm: 125, Boortype en diameter: Profielopname, Kleur: licht-grijs-geel Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: zwak siltig, Mediaanklasse: matig fijn Bodem: Bodemhorizont: C-horizont Einde kolomprofiel 125 / 18.54

bron: Grulo3.geojson - 19-05-2021 16:54:47

Appendix 6. Profielbeschrijvingen

Kolomprofiel: GRULO3_112 Kop algemeen: Projectcode: GRULO3, Boornummer: 112, Beschrijver(s): XD, Datum: 10-05-2021, Doel boring: bodemkunde, Einddiepte boring in cm: 125 Coördinaten: X-coördinaat in meters: 207789.983, Y-coördinaat in meters: 382015.214, Precisie coördinaat: 1 cm, Coördinaatsysteem / epsg: Rijksdriehoeksmeting (NL), Hoogte maaiveld in meters: 19.789, Precisie hoogte: 1 cm, Referentievlak hoogte: Normaal Amsterdams Peil, Bepalingsmethode maaiveldhoogte: GPS Plaats: Provincie: Limburg, Gemeente: Horst aan de Maas, Opdrachtgever: Peters Bouw en Onderhoud B.V., Uitvoerder: RAAP Zuid 0 / 19.79 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 0, Ondergrens laag in cm: 30, Boortype en diameter: Profielopname, Kleur: donker-bruin-grijs Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: zwak siltig, Bijmengsel humus: zwak humeus, Mediaanklasse: fijn Bodem: Bodemhorizont: regelmatig geploegd/bewerkte A-horizont, Bodemkundige interpretatie: bouwvoor 30 / 19.49 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 30, Ondergrens laag in cm: 60, Boortype en diameter: Profielopname, Kleur: bruin-grijs Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: zwak siltig, Mediaanklasse: fijn, Sublagen1: humuslagen-enkele-zeer dun Bodem: Bodemhorizont: A-horizont bestaand uit opgebracht pakket, Bodemkundige interpretatie: esdek 60 / 19.19 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 60, Ondergrens laag in cm: 80, Boortype en

diameter: Profielopname, Kleur: bruin-grijs Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: zwak siltig, Bijmengsel humus: zwak humeus, Mediaanklasse: fijn, Sublagen1: humuslagen-enkele-zeer dun Bodem: Bodemhorizont: regelmatig geploegd/bewerkte A-horizont, Bodemkundige interpretatie: oude akkerlaag 80 / 18.99 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 80, Ondergrens laag in cm: 110, Boortype en diameter: Profielopname, Kleur: licht-bruin Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: zwak siltig, Mediaanklasse: matig fijn Bodem: Bodemhorizont: BC-horizont, Ijzer/mangaan: enkele Mn-vlekken Laag opmerking: Opmerking: moder 110 / 18.69 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 110, Ondergrens laag in cm: 125, Boortype en diameter: Profielopname, Kleur: licht-grijs-geel Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: zwak siltig, Mediaanklasse: matig fijn Bodem: Bodemhorizont: C-horizont Einde kolomprofiel 125 / 18.54

bron: Grulo3.geojson - 19-05-2021 16:54:47

Appendix 6. Profielbeschrijvingen

Kolomprofiel: GRULO3_113 Kop algemeen: Projectcode: GRULO3, Boornummer: 113, Beschrijver(s): XD, Datum: 10-05-2021, Doel boring: bodemkunde, Einddiepte boring in cm: 125 Coördinaten: X-coördinaat in meters: 207812.128, Y-coördinaat in meters: 382012.566, Precisie coördinaat: 1 cm, Coördinaatsysteem / epsg: Rijksdriehoeksmeting (NL), Hoogte maaiveld in meters: 20.062, Precisie hoogte: 1 cm, Referentievlak hoogte: Normaal Amsterdams Peil, Bepalingsmethode maaiveldhoogte: GPS Plaats: Provincie: Limburg, Gemeente: Horst aan de Maas, Opdrachtgever: Peters Bouw en Onderhoud B.V., Uitvoerder: RAAP Zuid 0 / 20.06 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 0, Ondergrens laag in cm: 22, Boortype en diameter: Profielopname, Kleur: donker-bruin-grijs Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: zwak siltig, Bijmengsel humus: zwak humeus, Mediaanklasse: fijn Bodem: Bodemhorizont: A-horizont bestaand uit opgebracht pakket, Bodemkundige interpretatie: opgebrachte grond Laag opmerking: Opmerking: geel gevlekt 22 / 19.84 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 22, Ondergrens laag in cm: 46, Boortype en diameter: Profielopname, Kleur: donker-bruin-grijs Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: zwak siltig, Bijmengsel humus: zwak humeus, Mediaanklasse: fijn Bodem: Bodemhorizont: regelmatig geploegd/bewerkte A-horizont, Bodemkundige interpretatie: bouwvoor 46 / 19.60 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm:

46, Ondergrens laag in cm: 85, Boortype en diameter: Profielopname, Kleur: bruin-grijs Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: zwak siltig, Mediaanklasse: fijn, Sublagen1: humuslagen-enkele-zeer dun Bodem: Bodemhorizont: A-horizont bestaand uit opgebracht pakket, Bodemkundige interpretatie: esdek 85 / 19.21 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 85, Ondergrens laag in cm: 103, Boortype en diameter: Profielopname, Kleur: bruin-grijs Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: zwak siltig, Bijmengsel humus: zwak humeus, Mediaanklasse: fijn, Sublagen1: humuslagen-enkele-zeer dun Bodem: Bodemhorizont: regelmatig geploegd/bewerkte A-horizont, Bodemkundige interpretatie: oude akkerlaag 103 / 19.03 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 103, Ondergrens laag in cm: 110, Boortype en diameter: Profielopname, Kleur: licht-bruin Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: zwak siltig, Mediaanklasse: matig fijn Bodem: Bodemhorizont: BC-horizont, Ijzer/mangaan: enkele Mn-vlekken Laag opmerking: Opmerking: moder 110 / 18.96 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 110, Ondergrens laag in cm: 125, Boortype en diameter: Profielopname, Kleur: licht-grijs-geel Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: zwak siltig, Mediaanklasse: matig fijn Bodem: Bodemhorizont: C-horizont Einde kolomprofiel 125 / 18.81

bron: Grulo3.geojson - 19-05-2021 16:54:47

Appendix 6. Profielbeschrijvingen

Kolomprofiel: GRULO3_211 Kop algemeen: Projectcode: GRULO3, Boornummer: 211, Beschrijver(s): XD, Datum: 10-05-2021, Doel boring: bodemkunde, Einddiepte boring in cm: 135 Coördinaten: X-coördinaat in meters: 207851.497, Y-coördinaat in meters: 382031.059, Precisie coördinaat: 1 cm, Coördinaatsysteem / epsg: Rijksdriehoeksmeting (NL), Hoogte maaiveld in meters: 20.027, Precisie hoogte: 1 cm, Referentievlak hoogte: Normaal Amsterdams Peil, Bepalingsmethode maaiveldhoogte: GPS Plaats: Provincie: Limburg, Gemeente: Horst aan de Maas, Opdrachtgever: Peters Bouw en Onderhoud B.V., Uitvoerder: RAAP Zuid 0 / 20.03 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 0, Ondergrens laag in cm: 28, Boortype en diameter: Profielopname, Kleur: donker-bruin-grijs Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: zwak siltig, Bijmengsel humus: zwak humeus, Mediaanklasse: fijn Bodem: Bodemhorizont: A-horizont bestaand uit opgebracht pakket, Bodemkundige interpretatie: opgebrachte grond Laag opmerking: Opmerking: geel gevlekt 28 / 19.75 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 28, Ondergrens laag in cm: 48, Boortype en diameter: Profielopname, Kleur: donker-bruin-grijs Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: zwak siltig, Bijmengsel humus: zwak humeus, Mediaanklasse: fijn Bodem: Bodemhorizont: regelmatig geploegd/bewerkte A-horizont, Bodemkundige interpretatie: bouwvoor 48 / 19.55 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm:

48, Ondergrens laag in cm: 68, Boortype en diameter: Profielopname, Kleur: licht-grijs-bruin Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: zwak siltig, Mediaanklasse: fijn, Sublagen1: humuslagen-enkele-zeer dun Bodem: Bodemhorizont: A-horizont bestaand uit opgebracht pakket, Bodemkundige interpretatie: esdek 68 / 19.35 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 68, Ondergrens laag in cm: 85, Boortype en diameter: Profielopname, Kleur: grijs-bruin Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: zwak siltig, Mediaanklasse: fijn, Sublagen1: humuslagen-enkele-zeer dun Bodem: Bodemhorizont: A-horizont bestaand uit opgebracht pakket 85 / 19.18 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 85, Ondergrens laag in cm: 102, Boortype en diameter: Profielopname, Kleur: bruin-grijs Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: zwak siltig, Bijmengsel humus: zwak humeus, Mediaanklasse: fijn, Sublagen1: humuslagen-enkele-zeer dun Bodem: Bodemhorizont: regelmatig geploegd/bewerkte A-horizont, Bodemkundige interpretatie: oude akkerlaag 102 / 19.01 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 102, Ondergrens laag in cm: 122, Boortype en diameter: Profielopname, Kleur: licht-bruin Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: zwak siltig, Mediaanklasse: matig fijn Bodem: Bodemhorizont: BC-horizont, Ijzer/mangaan: enkele Mn-vlekken Laag opmerking: Opmerking: moder 122 / 18.81 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 122, Ondergrens laag

in cm: 135, Boortype en diameter: Profielopname, Kleur: licht-grijs-geel Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: zwak siltig, Mediaanklasse: matig fijn Bodem: Bodemhorizont: C-horizont Einde kolomprofiel 135 / 18.68

bron: Grulo3.geojson - 19-05-2021 16:54:47

Appendix 6. Profielbeschrijvingen

Kolomprofiel: GRULO3_212 Kop algemeen: Projectcode: GRULO3, Boornummer: 212, Beschrijver(s): XD, Datum: 10-05-2021, Doel boring: bodemkunde, Einddiepte boring in cm: 120 Coördinaten: X-coördinaat in meters: 207829.72, Y-coördinaat in meters: 382034.506, Precisie coördinaat: 1 cm, Coördinaatsysteem / epsg: Rijksdriehoeksmeting (NL), Hoogte maaiveld in meters: 19.914, Precisie hoogte: 1 cm, Referentievlak hoogte: Normaal Amsterdams Peil, Bepalingsmethode maaiveldhoogte: GPS Plaats: Provincie: Limburg, Gemeente: Horst aan de Maas, Opdrachtgever: Peters Bouw en Onderhoud B.V., Uitvoerder: RAAP Zuid 0 / 19.91 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 0, Ondergrens laag in cm: 32, Boortype en diameter: Profielopname, Kleur: donker-bruin-grijs Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: zwak siltig, Bijmengsel humus: zwak humeus, Mediaanklasse: fijn Bodem: Bodemhorizont: A-horizont bestaand uit opgebracht pakket, Bodemkundige interpretatie: bouwvoor 32 / 19.59 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 32, Ondergrens laag in cm: 42, Boortype en diameter: Profielopname, Kleur: licht-grijs-bruin Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: zwak siltig, Mediaanklasse: fijn, Sublagen1: humuslagen-enkele-zeer dun Bodem: Bodemhorizont: A-horizont bestaand uit opgebracht pakket, Bodemkundige interpretatie: esdek 42 / 19.49 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 42, Ondergrens laag in cm: 61, Boortype en

diameter: Profielopname, Kleur: grijs-bruin Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: zwak siltig, Mediaanklasse: fijn, Sublagen1: humuslagen-enkele-zeer dun Bodem: Bodemhorizont: A-horizont bestaand uit opgebracht pakket 61 / 19.30 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 61, Ondergrens laag in cm: 90, Boortype en diameter: Profielopname, Kleur: bruin-grijs Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: zwak siltig, Bijmengsel humus: zwak humeus, Mediaanklasse: fijn, Sublagen1: humuslagen-enkele-zeer dun Bodem: Bodemhorizont: regelmatig geploegd/bewerkte A-horizont, Bodemkundige interpretatie: oude akkerlaag 90 / 19.01 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 90, Ondergrens laag in cm: 103, Boortype en diameter: Profielopname, Kleur: licht-bruin Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: zwak siltig, Mediaanklasse: matig fijn Bodem: Bodemhorizont: BC-horizont, Ijzer/mangaan: enkele Mn-vlekken Laag opmerking: Opmerking: moder 103 / 18.88 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 103, Ondergrens laag in cm: 120, Boortype en diameter: Profielopname, Kleur: licht-bruin-geel Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: zwak siltig, Mediaanklasse: matig fijn Bodem: Bodemhorizont: C-horizont Einde kolomprofiel 120 / 18.71

bron: Grulo3.geojson - 19-05-2021 16:54:47

Appendix 6. Profielbeschrijvingen

Kolomprofiel: GRULO3_213 Kop algemeen: Projectcode: GRULO3, Boornummer: 213, Beschrijver(s): XD, Datum: 10-05-2021, Doel boring: bodemkunde, Einddiepte boring in cm: 125 Coördinaten: X-coördinaat in meters: 207807.987, Y-coördinaat in meters: 382037.968, Precisie coördinaat: 1 cm, Coördinaatsysteem / epsg: Rijksdriehoeksmeting (NL), Hoogte maaiveld in meters: 19.885, Precisie hoogte: 1 cm, Referentievlak hoogte: Normaal Amsterdams Peil, Bepalingsmethode maaiveldhoogte: GPS Plaats: Provincie: Limburg, Gemeente: Horst aan de Maas, Opdrachtgever: Peters Bouw en Onderhoud B.V., Uitvoerder: RAAP Zuid 0 / 19.89 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 0, Ondergrens laag in cm: 28, Boortype en diameter: Profielopname, Kleur: donker-bruin-grijs Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: zwak siltig, Bijmengsel humus: zwak humeus, Mediaanklasse: fijn Bodem: Bodemhorizont: A-horizont bestaand uit opgebracht pakket, Bodemkundige interpretatie: bouwvoor 28 / 19.61 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 28, Ondergrens laag in cm: 54, Boortype en diameter: Profielopname, Kleur: licht-grijs-bruin Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: zwak siltig, Mediaanklasse: fijn, Sublagen1: humuslagen-enkele-zeer dun Bodem: Bodemhorizont: A-horizont bestaand uit opgebracht pakket, Bodemkundige interpretatie: esdek 54 / 19.35 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 54, Ondergrens laag in cm: 74, Boortype en

diameter: Profielopname, Kleur: licht-bruin-grijs Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: zwak siltig, Mediaanklasse: fijn, Sublagen1: humuslagen-enkele-zeer dun Bodem: Bodemhorizont: A-horizont bestaand uit opgebracht pakket 74 / 19.15 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 74, Ondergrens laag in cm: 90, Boortype en diameter: Profielopname, Kleur: bruin-grijs Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: zwak siltig, Bijmengsel humus: zwak humeus, Mediaanklasse: fijn, Sublagen1: humuslagen-enkele-zeer dun Bodem: Bodemhorizont: regelmatig geploegd/bewerkte A-horizont, Bodemkundige interpretatie: oude akkerlaag 90 / 18.99 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 90, Ondergrens laag in cm: 105, Boortype en diameter: Profielopname, Kleur: licht-bruin Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: zwak siltig, Mediaanklasse: matig fijn Bodem: Bodemhorizont: BC-horizont, Ijzer/mangaan: enkele Mn-vlekken Laag opmerking: Opmerking: moder 105 / 18.84 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 105, Ondergrens laag in cm: 125, Boortype en diameter: Profielopname, Kleur: licht-bruin-geel Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: zwak siltig, Mediaanklasse: matig fijn Bodem: Bodemhorizont: C-horizont Einde kolomprofiel 125 / 18.64

bron: Grulo3.geojson - 19-05-2021 16:54:47

Appendix 6. Profielbeschrijvingen

Kolomprofiel: GRULO3_311 Kop algemeen: Projectcode: GRULO3, Boornummer: 311, Beschrijver(s): XD, Datum: 10-05-2021, Doel boring: bodemkunde, Einddiepte boring in cm: 125 Coördinaten: X-coördinaat in meters: 207790.175, Y-coördinaat in meters: 382041.299, Precisie coördinaat: 1 cm, Coördinaatsysteem / epsg: Rijksdriehoeksmeting (NL), Hoogte maaiveld in meters: 19.78, Precisie hoogte: 1 cm, Referentievlak hoogte: Normaal Amsterdams Peil, Bepalingsmethode maaiveldhoogte: GPS Plaats: Provincie: Limburg, Gemeente: Horst aan de Maas, Opdrachtgever: Peters Bouw en Onderhoud B.V., Uitvoerder: RAAP Zuid 0 / 19.78 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 0, Ondergrens laag in cm: 30, Boortype en diameter: Profielopname, Kleur: donker-bruin-grijs Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: zwak siltig, Bijmengsel humus: zwak humeus, Mediaanklasse: fijn Bodem: Bodemhorizont: A-horizont bestaand uit opgebracht pakket, Bodemkundige interpretatie: bouwvoor 30 / 19.48 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 30, Ondergrens laag in cm: 38, Boortype en diameter: Profielopname, Kleur: licht-grijs-bruin Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: zwak siltig, Mediaanklasse: fijn, Sublagen1: humuslagen-enkele-zeer dun Bodem: Bodemhorizont: A-horizont bestaand uit opgebracht pakket, Bodemkundige interpretatie: esdek 38 / 19.40 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 38, Ondergrens laag in cm: 62, Boortype en

diameter: Profielopname, Kleur: grijs-bruin Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: zwak siltig, Mediaanklasse: fijn, Sublagen1: humuslagen-enkele-zeer dun Bodem: Bodemhorizont: A-horizont bestaand uit opgebracht pakket 62 / 19.16 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 62, Ondergrens laag in cm: 85, Boortype en diameter: Profielopname, Kleur: bruin-grijs Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: zwak siltig, Bijmengsel humus: zwak humeus, Mediaanklasse: fijn, Sublagen1: humuslagen-enkele-zeer dun Bodem: Bodemhorizont: regelmatig geploegd/bewerkte A-horizont, Bodemkundige interpretatie: oude akkerlaag 85 / 18.93 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 85, Ondergrens laag in cm: 110, Boortype en diameter: Profielopname, Kleur: licht-bruin Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: zwak siltig, Mediaanklasse: matig fijn Bodem: Bodemhorizont: BC-horizont, Ijzer/mangaan: enkele Mn-vlekken Laag opmerking: Opmerking: moder 110 / 18.68 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 110, Ondergrens laag in cm: 125, Boortype en diameter: Profielopname, Kleur: licht-bruin-geel Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: zwak siltig, Mediaanklasse: matig fijn Bodem: Bodemhorizont: C-horizont Einde kolomprofiel 125 / 18.53

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12105562/1