01c Begroting 2023 incl. Meerjarenraming 2024 tm 2026
Tekst van het document
2023
2024
2025
2026
Lasten
-50
-50
-50
-50
Baten
0
0
0
0
Structureel is er te weinig budget beschikbaar hierdoor worden de bestaande budgetten jaarlijks overschreden. Een belangrijke reden is het stijgend aantal bezwaarschriften ten opzichte van voorgaande jaren (2020: 600 & 2021: 500 bezwaren) en het toenemend aandeel van de no cure no pay bureaus in het totaal van de ontvangen bezwaarschriften. Hun verdienmodel zit in het volledig doorlopen van het formele proces van hoorzitting tot uitspraak op bezwaar. Voor ons een extra ballast gezien de extra taxatie en administratieve werkzaamheden en het doen van uitspraken. Uitspraken die ook nog eens vaker in een beroepszaak uitmonden. Toevoeging aan algemene reserve
2023
2024
2025
2026
Lasten
0
-2.500
-3.000
0
Baten
0
0
0
0
De afgelopen jaren is bij de behandeling van begroting en kadernota veelvuldig gediscussieerd over de noodzaak/wenselijkheid het Eigen vermogen te versterken. Door een extra storting van € 5,5 miljoen, onder het motto "als de zon schijnt moet je het dak repareren" wordt ons eigen vermogen aanzienlijk versterkt. Dit is overeenkomstig het verzoek van de raad en komen daarmee op een nagestreefde solvabiliteit van 28%. Gemeentefonds Aanpassing stelpost Jeugdzorg meerjarig naar aanleiding van brief toezichthouder
2023
2024
2025
2026
Lasten
0
0
0
0
Baten
0
740
-101
-368
Na herberekening en aanvullende informatie van de toezichthouder is meerjarig de stelpost Jeugdzorg aangepast. Aanpassing van de stelpost Jeugdzorg voor het boekjaar 2023 2024 2025 2023
2026
Lasten
2.294
0
0
0
Baten
0
0
0
0
Aanpassing van de stelpost Jeugdzorg voor het boekjaar 2023 na een herberekening en aanvullende informatie van de toezichthouder. Met de bijstelling wordt de stelpost met € 2.293.750 verlaagd en toegevoegd aan de algemene middelen. Aanvullende stelpost Algemene Uitkering
2023
2024
2025
2026
Lasten
0
0
0
0
Baten
0
200
600
900
De aantallen ontwikkeling in de algemene uitkering en de aansluting daarvan met de lastenkant, de verhoging van de meerjarige en structurele stelpost voor de onderuitputting van het BTW compensatiefonds en een correctie qua administratie aansluiting zijn reden voor het opnemen van een stelpost voor een hogere dan nu geadministreerde algemene uitkering. Doordecentralisatie BW/MO uitgesteld van 2023 naar 2024
2023
2024
2025
2026
Lasten
0
0
0
0
Baten
-280
-677
-559
0
In de huidige situatie ontvangen alleen de centrumgemeenten de rijksmiddelen voor beschermd wonen (BW). Per 1 januari 2024 gaat dit over naar alle gemeenten op basis van een objectief verdeelmodel. Dit was voorzien per 1 januari 2023 maar dat is niet haalbaar. Bij de overgang geldt een geleidelijk ingroeipad.
67
Vrijval/inzet stelposten salarislasten zorgdomein onder verrekening met valpreventie bij ouderen
2023
2024
2025
2026
Lasten
396
381
383
381
Baten
0
0
0
0
In de september- en decembercirculaire 2021 werden we gecompenseerd voor de stijging van loon-prijspeil en salarislasten zorgdomein jeugd en WMO. In de meicirculaire 2022 zijn we vervolgens gekort voor valpreventie omdat deze in het rijks-coalitieakkoord als kostenbesparende maatregel is opgenomen. Omdat zowel de stijging van de zorgtarieven (op basis van voorlopige OVA-index) als ook onze netto kostenbesparing door onze eigen investering in valpreventie al in onze begroting en meerjarenraming zijn opgenomen vallen de stelposten hierbij vrij. Verbetervoorstellen Tegenboeking stelpost onderuitputting
2023
2024
2025
2026
Lasten
1.000
1.500
1.500
1.500
Baten
0
0
0
0
Bij de meicirculaire hebben we rekening gehouden met een stelpost voor onderuitputting. Deze stelpost was opgenomen voor het "trap op, trap af principe" dat het rijk hanteerde voor de algemene uitkering. Dit betekent dat als het rijk minder uitgaven deed, de gemeenten gecorrigeerd werden op hun algemene uitkering. Dit principe wordt nu losgelaten. De algemene uitkering voor de gemeenten is voor de komende jaren daarmee niet meer afhankelijk van de uitgaven van het Rijk. De stelpost kan hiermee komen te vervallen.
68
Paragrafen
69
A. Lokale heffingen 1. Algemeen De gemeentelijke heffingen zijn na de algemene uitkering de grootste inkomstenbron van de gemeente. Met de heffingen genereren we in 2023 ongeveer 22% van de gemeentelijke inkomsten. In het onderstaande overzicht worden de inkomsten van de diverse gemeentelijke heffingen nader gespecificeerd. Overzicht inkomsten uit heffingen 2023 Rekening Begroot na Begroting Procentuele 2021 wijziging 2023 afwijking 2022 begroting . 2023-2022 Onroerende zaakbelasting (OZB) 12.015 12.565 13.044 3,8% Afvalstoffenheffingen en reinigingsrecht 3.830 4.282 4.427 3,4% Rioolheffing 4.125 4.164 4.650 11,7% Toeristenbelasting 2.819 3.191 3.183 -0,3% Baatbelasting 2 3 3 0,0% Reclamebelasting 70 87 87 0,0% Precariobelasting 17 25 25 0,0% Marktgelden 16 20 20 0,0% Begraafplaatsrechten 15 15 15 0,0% Overige heffingen 3.616 2.595 2.356 -9,2% Totaal inkomsten uit heffingen 26.525 26.947 27.810 . Totaal inkomsten begroting/rekening 120.500 129.493 125.695 . In de hogere opbrengsten van de OZB is rekening gehouden met een vaste indexering en de verwachte areaalontwikkeling. Met betrekking tot de afvalstoffenheffing en het reinigingsrecht gaat de begroting uit van een stijging van de basisheffing met 2,4% (inflatiecorrectie) en is hierbij een toename van het aantal aansluitingen meegenomen in de cijfers.
De overige heffingen zijn geïndexeerd met een inflatie met 2,4% tenzij anders aangegeven. 2. Kostendekkendheid Vanaf de begroting 2017 is iedere gemeente verplicht in de paragraaf lokale heffingen de kostendekkendheid van de tarieven die op basis van de Gemeentewet maximaal kostendekkend mogen zijn, inzichtelijk te maken. Per heffing wordt in deze paragraaf dan ook op hoofdlijnen inzicht gegeven hoe bij de berekening van de tarieven van heffingen de geraamde baten de geraamde lasten niet overschrijden. Voor Horst aan de Maas gaat het hierbij om: • afvalstoffenheffing; • reinigingsrecht; • rioolheffing; • rioolaansluitrecht; • marktgelden; • lijkbezorgingsrechten; • leges. Per heffing worden de directe kosten, overhead, BTW en opbrengsten weergegeven. Daarbij zijn de volgende uitgangspunten gehanteerd: 71
• • • •
Directe kosten zijn de kosten die direct aan een heffing kunnen worden toegerekend en ook als zodanig in de financiële administratie staan (bijvoorbeeld directe personeelslasten, rijksleges, geleverde diensten t.b.v. de heffing, kapitaallasten). De overhead is op basis van de hierboven vermelde directe personeelslasten aan de heffing toegerekend. De inkoop-BTW is als last meegenomen. De opbrengsten zijn gebaseerd op de tarieven 2023 zoals die in de paragraaf genoemd worden.
In deze paragraaf wordt de kostendekkendheid per heffing op basis van deze toerekening van de overhead inzichtelijk gemaakt. De systematiek van toerekenen van de overhead via de personeelslasten betekent dat een relatief groter bedrag toegerekend wordt aan arbeidsintensieve taken. De rechtvaardiging hiervoor is dat de ondersteuning en de aansturing voornamelijk zijn gericht op de mensen die de taken uitvoeren. 3. Onroerende zaak belasting (OZB) De OZB wordt geheven van eigenaren en gebruikers van onroerende zaken. In de meerjarenbegroting is rekening gehouden met een vaste indexering zoals deze reeds in de begroting is opgenomen. Dit levert voor 2023 de volgende tarieven op: Onroerende Zaak Belastingen 2022
2023
Stijging 2023 t.o.v. 2022
Tarief Ozb-eigenaar woningen
0,1391%
0,1424%
2,4%
Tarief Ozb-eigenaar niet-woningen
0,2650%
0,2714%
2,4%
Tarief Ozb gebruiker niet-woningen
0,2118%
0,2169%
2,4%
€ 405,21
€ 414,83
2,4%
€ 1.891,94
€ 1.937,57
2,4%
bedragen in hele euro's
Gemiddelde aanslag woning (woz-waarde 2021 € 240,000,--) Gemiddelde aanslag niet woning / eigenaar en gebruiker (woz-waarde 2021 € 400,000,--)
. Het tarief Ozb-eigenaar woningen in onze gemeente ligt in 2022 0,6% onder het gemiddelde van alle Limburgse gemeenten (0,1400%). Het tarief Ozb-eigenaar niet-woningen ligt 15,9% onder het gemiddelde van alle Limburgse gemeenten (0,3153%). En het tarief Ozb-gebruiker niet-woningen ligt 16,6% onder het gemiddelde van alle Limburgse gemeenten (0,2540%). De genoemde tarieven voor 2023 worden nog gecorrigeerd met de gemiddelde daling / stijging van de WOZ-waarden. Dit gebeurt bij het vaststellen van de verordening Onroerende zaakbelasting 2023 in december 2022. De waardeontwikkeling is dan bekend. 4. Reinigingsheffingen (Afvalstoffenheffing) De reinigingsheffingen bestaan uit de afvalstoffenheffing en de reinigingsrechten. De afvalstoffenheffing wordt geheven van huishoudens om de kosten te dekken voor het inzamelen en verwerken van huishoudelijk afval. Dit zijn niet alleen de kosten voor de wekelijkse afvalinzameling, maar ook kosten voor de inzameling van glas, oud papier, klein chemisch afval en dergelijke. Reinigingsrechten worden geheven van bedrijven die gebruik maken van de gemeentelijke afvalinzameldienst. De tarieven voor de afvalstoffenheffing (meerpersoonshuishoudens) en de reinigingsrechten zijn gelijk. Uitgangspunt is dat de reinigingsheffingen kostendekkend zijn. 72
De begroting uit van een stijging van de basisheffing met 2,4% (inflatiecorrectie) in 2023 en is een toename van het aantal aansluitingen meegenomen in de cijfers. De verhoging van 2,4% geeft voor 2023 de onderstaande tarieven:
Reinigingsheffingen 2022 bedragen in hele euro's
Stijging 2023 2023 t.o.v. 2022
Basisheffing per jaar meerpersoonshuishouden Basisheffing per jaar éénpersoonshuishouden Restafvalzak
€ 232,24 € 171,42 € 1,70
€ 237,81 € 175,56 € 1,70
2,4% 2,4% 0,0%
Gemiddelde lasten (1) Gemiddelde lasten meerpersoonshuishouden (1) Gemiddelde lasten éénpersoonshuishouden (1) (1) (inclusief kosten voor restafvalzakken, big bags etc.)
€ 237,78 € 255,10 € 182,42
€ 243,27 € 261,00 € 186,63
2,3% 2,3% 2,3%
.
De gemiddelde lastendruk voor een gebruiker van een woning (meerpersoonshuishouden) in onze gemeente bedraagt in 2023 € 261,00. Het gemiddelde van alle Limburgse gemeenten ligt op € 286,25 (volgens de berekeningsmethodiek van de provincie). Dit is 8,8% (€ 25,25) lager dan het gemiddelde. Bij het raadsvoorstel tot vaststellen van de verordening Reinigingsheffingen 2023, die in december 2022 in de gemeenteraad aan de orde komt, doen wij een definitief voorstel voor de tarieven 2023.
Kostendekkendheid afvalstoffenheffing:
99%
73
Kostendekkendheid reinigingsrechten:
100%
5. Rioolheffing Gemeenten kunnen maatregelen (voorzieningen) voor de verwerking van afval-, hemel- en overtollig grondwater bekostigen uit een zogenaamde verbrede rioolheffing. De rioolheffing in Horst aan de Maas wordt als een vast bedrag per eigendom van de eigenaar geheven. De rioolheffing heeft het karakter van een bestemmingsheffing. Daarmee kunnen kosten worden verhaald om collectieve maatregelen te treffen voor een doelmatig werkende riolering en maatregelen ten aanzien van afvalhemelwater en grondwater. Het huidige gemeentelijke rioleringsplan (GRP) is op 23 november 2021 vastgesteld door de gemeenteraad en heeft een looptijd van 2022-2026. Op basis van dit gemeentelijk rioleringsplan is voor 2023 een verhoging van de rioolheffing opgenomen. Dit levert voor 2023 het volgende tarief op: Rioolheffing 2022
Stijging 2023 2023 t.o.v. 2022
€ 217
€ 237
bedragen in hele euro's Vast tarief per eigendom
9%
. Het tarief van de rioolheffing van woningen en bedrijven in 2022 ligt in Horst aan de Maas ca. 3% lager (€ 6,63) dan in de provincie. De huidige rioolheffing is onvoldoende met het oog op de uitgaven die de komende jaren nodig zijn voor rioolonderhoud en -vervanging. Daarnaast hebben we te maken met de nodige investeringen voor klimaatadaptatie en de Kaderrichtlijn Water. Bij de vaststelling van het GRP (november 2021) is aan uw Raad toegezegd te onderzoeken of – bij behoud van de ambities zoals vastgelegd in het GRP, de verdere stijging van de heffing en/of het teruglopen van de voorziening beperkt kan worden. Uw 74
Raad is/wordt meegenomen in dit proces. Bij het raadsvoorstel tot vaststellen van de verordening Rioolheffing 2023, dat in december 2022 in de gemeenteraad aan de orde komt, doen wij een definitief voorstel voor de tarieven 2023.
Kostendekkendheid rioolheffing:
82%
6. Rioolaansluitrecht Iedere gemeente is vrij in de manier waarop de kosten voor het realiseren van een aansluiting op de riolering worden verhaald. In onze gemeente worden de kosten verhaald via een rioolaansluitrecht. Het rioolaansluitrecht is een eenmalige vergoeding van de eigenaar van een pand dat op de riolering wordt aangesloten. Indexatie van de tarieven levert voor 2022 het volgende tarieven op: Rioolaansluitrecht 2022
2023
Stijging 2023 t.ov 2022
Druk riolering buitengebied
€ 4.623
€ 4.734
2,4%
Vrijverval-riolering
€ 242 + € 176 per m¹ perceelaansluitleiding
€ 248 + € 180 per m¹ perceelaansluitleiding
2,4%
Type riolering bedragen in hele euro's
,
,
75
Kostendekkendheid rioolaansluitrecht:
79%
7. Toeristenbelasting/ watertoeristenbelasting Toeristenbelasting wordt geheven van degene die tegen een vergoeding gelegenheid geeft tot overnachten. De belasting wordt geheven voor alle overnachtingen van personen die niet in de gemeentelijke basisregistratie staan ingeschreven. Dit kunnen zowel toeristen als arbeidsmigranten (ca. 15%) zijn. De toeristenbelasting is een algemeen dekkingsmiddel. Dat betekent dat de gemeente vrij is in de besteding van de inkomsten. Ook bij verblijf op/in ligplaatsen en watervilla’s wordt (water)toeristenbelasting geheven. Het verblijf op vaartuigen wordt geheven op basis van etmalen verblijf en niet op basis van overnachtingen. Conform de kadernota zal het hoge tarief voor de toeristenbelasting 2023 niet worden gewijzigd t.o.v. 2022. Het lage tarief voor de toeristenbelasting 2023 wordt verhoogd van € 1,45 naar € 1,55 per overnachting. De tarieven voor vaste plaatsen en seizoenplaatsen worden in lijn hiermee aangepast.
76
Toeristenbelasting ,
2022
Stijging 2023 2023 t.o.v. 2022
€ 1,45
€ 1,55
6,9%
bedragen in hele euro's Laag tarief per persoon per overnachting (1)
€ 226,20
€ 241,80
6,9%
Seizoensplaats / arrangement per week (1)*
€ 5,80
€ 6,20
6,9%
Hoog tarief per persoon per overnachting (2)
€ 1,55
€ 1,55
0,0%
Watertoeristenbelasting per persoon per etmaal (3) Vaste ligplaatsen voor een vaartuig, per jaar (3) Seizoenligplaats voor een vaartuig, per week (3)
€ 1,55
€ 1,55
0,0%
€ 241,80 € 6,20
€ 241,80 € 6,20
0,0% 0,0%
Vaste plaats, vast bedrag per jaar (1)*
(1) mobiele kampeeronderkomens, stacaravans, groepsaccommodaties. (2) Hotel, pensions, vakantiewoningen. (3) Vaartuigen, watervilla's. . * De forfaits voor landtoerisme zijn per 2021 aangepast in vaste tarieven
Regionaal (Noord-Limburg) gezien is de toeristenbelasting in 2022 gemiddeld € 1,41 per overnachting. Het hoge tarief in Horst aan de Maas ligt rond het regionale gemiddelde (€ 1,54) en het lage tarief 13% (€ 0,17) boven het regionale gemiddelde. 8. Vermakelijkheden De vermakelijkhedenretributie is in Horst aan de Maas per 2021 ingevoerd. Dit is een heffing voor het gebruik van, door of met medewerking van het gemeentebestuur tot stand gebrachte of in stand gehouden voorzieningen of waarbij een bijzondere voorziening in de vorm van toezicht of anderszins van de zijde van het gemeentebestuur getroffen wordt. Het tarief € 0,10 per betalende bezoeker en/of deelnemer wordt voor 2023 niet gewijzigd. Vermakelijkheden met minder dan 10.000 bezoekers (ongewijzigd) worden niet in de heffing betrokken. Bij de vermakelijkhedenretributie geldt geen maximaal 100% kostendekkendheidsvoorschrift, zoals bij de rechten en leges. Een vermakelijkheid moet profiteren van een gemeentelijke voorziening die voor de gemeente lasten met zich meebrengt. De gemeente hoeft echter niet aan te tonen welk bedrag van de met de voorziening gemoeide lasten is toe te rekenen aan de vermakelijkheid. De gemeente hoeft ook niet aan te tonen dat geen winst wordt gemaakt. 9. Baatbelasting Baatbelasting wordt geheven om de kosten van door de gemeente aangelegde voorzieningen in de openbare ruimte te dekken.
De particuliere eigendommen die gebaat zijn, worden in de heffing van de baatbelasting meegenomen. Er wordt in 2023 nog één baatbelasting geheven. Dat is de baatbelasting voor de riolering aan de Kreuzelweg. Deze loopt nog tot en met 2023. Bij het vaststellen van de verordening Baatbelasting Kreuzelweg heeft de gemeenteraad bepaald dat deze niet jaarlijks met een inflatiecorrectie geïndexeerd wordt.
77
10. Precariobelasting Precariobelasting wordt geheven voor het hebben van voorwerpen onder, op of boven de voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond. Met toepassing van een inflatiecorrectie van 2,4% geeft dit voor 2023 de volgende tarieven: Precariobelasting terrassen 2022 bedragen in hele euro's Terrassen binnen de bebouwde kom van Horst of Sevenum per m² per jaar Overige terrassen per m² per jaar
Stijging 2023 2023 t.o.v. 2022
€ 10,00
€ 10,25
2,5%
€ 6,65
€ 6,80
2,3%
.
11. Marktgelden Marktgelden worden geheven voor het innemen van een standplaats tijdens de weekmarkt. In Meerlo, Swolgen en Tienray zijn geen marktdagen en is de heffing van marktgelden niet aan de orde. De promotiegelden die door de marktlieden in het centrum van Horst worden betaald, zijn vanaf 2011 in de heffing van de marktgelden meegenomen. De promotiegelden worden doorbetaald aan de stichting Centrummanagement Horst aan de Maas. Die betaalt hiermee collectieve activiteiten t.b.v. het promoten van het centrum. Met toepassing van een inflatiecorrectie van 2,4% geeft dit voor 2023 de volgende tarieven: Marktgelden 2022 bedragen in hele euro's Voor het innemen van een standplaats per dag
,
Stijging 2023 2023 t.o.v. 2022
€ 11,75
€ 12,05
2,6%
- per strekkende meter
€ 19,00
€ 19,45
2,4%
- vast bedrag (promotiegelden alleen in Horst)
€ 23,75
€ 24,30
2,3%
Voor het innemen van een vaste standplaats per kwartaal
.
78
Kostendekkendheid marktgelden:
29%
12. Reclamebelasting Reclamebelasting wordt geheven voor openbare aankondigingen (reclameobjecten) in het centrum van Horst, die zichtbaar zijn vanaf de openbare weg. Deze heffing is in 2008 ingevoerd op verzoek van de ondernemers van het centrum van Horst. De opbrengst van de reclamebelasting wordt, onder inhouding van € 5.000, doorbetaald aan de stichting Centrummanagement Horst aan de Maas. Die betaalt hiermee collectieve activiteiten voor het promoten van het centrum van Horst. De hoogte van het tarief is sinds 2015 afhankelijk van de ligging en de WOZ-waarde van de vestiging en niet meer van de grootte van de reclameborden zoals dat in 2014 en voorgaande jaren gold. Met toepassing van een inflatiecorrectie van 2,4% geeft dit voor 2023 de volgende tarieven: Reclamebelasting centrum Horst 2022
2023
Stijging 2023 t.o.v. 2022
Zone A (woz-waarde kleiner dan of gelijk aan € 150.000)
€ 552
€ 565
2,4%
Zone A (woz-waarde range € 151.000 t/m € 291.000)
€ 552+ € 3,31 per € 1.000 woz-waarde 2021 boven de € 150.000
€ 565+ € 3,39 per € 1.000 woz-waarde 2022 boven de € 150.000
Zone A (woz-waarde groter dan of gelijk aan € 292.000)
€ 1.021
€ 1.045
2,4%
Zone B
€ 552
€ 565
2,4%
bedragen in hele euro's
* Voor de Reclamebelasting 2023 wordt de woz-waarde 2022 (waardepeildatum 1-1-2021) gehanteerd * Voor de Reclamebelasting 2022 wordt de woz-waarde 2021 (waardepeildatum 1-1-2020) gehanteerd * Bij woon-/bedrijfspanden wordt alleen de woz-waarde over het bedrijfsgedeelte meegenomen .
79
13. Lijkbezorgingsrechten Lijkbezorgingsrechten zijn vergoedingen voor diverse diensten die de gemeente verricht in het kader van de lijkbezorging. De hoogte van de lijkbezorgingsrechten wordt in overleg met het kerkbestuur vastgesteld. Eventuele wijzigingen komen in december 2022 bij het vaststellen van de belastingtarieven 2023 aan de orde.
Kostendekkendheid lijkbezorgingsrechten:
18%
14. Leges Met het heffen van leges dekt de gemeente de kosten voor het leveren van bepaalde diensten. De tarieven zijn gebaseerd op maximale kostendekkendheid. De te indexeren tarieven 2023 worden met andere wijzigingen in december 2022 aan de gemeenteraad voorgelegd. De kostendekkendheid van de leges 2023 wordt hieronder per titel van de legesverordening inzichtelijk gemaakt: Titel 1: Algemene dienstverlening zoals o.a. huwelijksvoltrekkingen/partnerschapsregistratie, inlichtingen uit de basisregistratie personen (BRP), reisdocumenten en rijbewijzen; Titel 2: Dienstverlening vallend onder fysieke leefomgeving/omgevingsvergunningen; Titel 3: Dienstverlening vallend onder de Europese dienstenrichtlijn. Onder de laatstgenoemde titel vallen o.a. aanvragen in het kader van de drank- en horecawet en kinderopvang. In verband met de invoering van de omgevingswet en de veranderende wet- en regelgeving wordt de legesverordening op het gebied van de leges omgevingsvergunning aangepast. Bij het raadsvoorstel tot vaststellen van diverse belastingverordeningen 2023, dat in december 2022 in de gemeenteraad aan de orde komt, doen wij een definitief voorstel voor de tarieven 2023.
80
Kostendekkendheid leges titel 1:
24%
Kostendekkendheid leges titel 2:
97%
81
Kostendekkendheid leges titel 3:
22%
15. Kwijtschelding Voor de gecombineerde aanslag gemeentelijke heffingen kan een verzoek tot kwijtschelding worden ingediend. Of iemand voor kwijtschelding in aanmerking komt, hangt af van een aantal factoren. Aan de hand van de financiële situatie wordt beoordeeld of iemand voor kwijtschelding in aanmerking komt. Hiervoor wordt de door de gemeente Horst aan de Maas vastgestelde Leidraad Invordering Gemeentelijke belastingen als basis gebruikt. De verkorte kwijtscheldingsaanvragen worden maandelijks getoetst bij Stichting Inlichtingenbureau. Alleen in complexere gevallen, bij uitval of bij afwijkingen omtrent inkomen of vermogen (o.a. eigen woning) worden de aanvragen door medewerkers van de gemeente beoordeeld. De verwachting is dat in 2023 ongeveer 85% van het totaal aantal aanvragen automatisch kan worden afgehandeld. Het is mogelijk dat zelfstandige ondernemers (eenmanszaak) die een inkomen rond het bestaansminimum hebben ook voor kwijtschelding van hun privé-belastingen in aanmerking komen. Deze zelfstandige ondernemers worden, buiten de toets op hun ondernemingsvermogen, op dezelfde wijze (voor dezelfde vermogensbestanddelen) getoetst als particulieren. Afgelopen jaren is gebleken dat maar enkele of geen ondernemers een beroep doen op de kwijtscheldingsregeling. Kwijtschelding is mogelijk voor de volgende heffingen: • OZB • Rioolheffing • Afvalstoffenheffing
82
B. Weerstandsvermogen en risicobeheersing 1. Inleiding In de paragraaf "weerstandsvermogen en risicobeheersing" staat de berekening van de weerstandscapaciteit opgenomen en een opsomming van de belangrijkste risico's. Daarnaast vindt u hier een aantal verplicht voorgeschreven kengetallen conform BBV. 2. Risico-inventarisatie algemene risico's Voor de Begroting 2023 zijn de risico’s geactualiseerd. Daarbij is beoordeeld • in hoeverre eerder geïnventariseerde risico’s actueel zijn voor wat betreft de kans en maximaal financieel gevolg en • of er nieuwe risico’s zijn bijgekomen. Uit de inventarisatie blijkt dat er 129 algemene risico’s zijn. De geïnventariseerde risico’s zijn aan de hand van kans en maximaal financieel gevolg verdeeld over onderstaande matrix. Algemene risico toegelicht: -
-
Gevolgen prijsstijgingen: We zien dat de prijzen fors stijgen, tot wel 35%. Ook ontstaat er door de hoge inflatie druk op de loonontwikkeling. Dit heeft ook gevolgen voor de (geplande) investeringen en onderhoud van gebouwen en dergelijke. Het is nu nog niet duidelijk of deze forse prijsstijgingen van korte of lange duur zijn. De prijsstijgingen zijn zoveel mogelijk meegenomen in de begroting en daarom niet als apart risico meegenomen. Corona: Gevolgen van een eventuele mogelijke nieuwe coronapandemie die in het najaar / winter komt zijn onduidelijk. Dit is niet meer als apart risico opgenomen, maar zal gemonitord worden en daar waar nodig via begrotingswijziging worden opgenomen.
Financiële klasse 6) x > € 1.000.000
3
2
5) € 500.000 < x < € 1.000.000
6
6
4) € 100.000 < x < € 500.000
14
7
2
2
1
3) € 25.000 < x < € 100.000
11
17
12
1
2
2) x < € 25.000
22
11
4
2
1) Geen financiële gevolgen
1 10%
1
1
1 30%
50%
70%
90%
83
Toelichting matrix Op de horizontale as is de kans weergegeven dat het risico zich voordoet. Op de verticale as is de maximale financiële omvang (bedrag) van het risico weergegeven. De financiële klassen zijn ingedeeld zoals vastgesteld in de nota Risicomanagement en Weerstandsvermogen 2019. Een risico in het groene gebied vormt geen direct gevaar voor de continuïteit van de organisatie. Een risico in het oranje gebied vraagt extra aandacht. Een risico dat een risicoscore heeft in het donkerrode gebied (helemaal rechtsboven) vereist directe aandacht. Deze risico’s kennen immers een grote financiële omvang, de kans dat dit risico zich voordoet is als hoog (>90%) ingeschat en het financiële gevolg is > € 1.000.000. Hieronder zijn de belangrijkste risico's, met de grootste kans en hoogste financiële klasse, toegelicht. Deze corresponderen met de risico's die in de risicomatrix onderstreept en vetgedrukt zijn. De in de tabel genoemde kans-percentages en financiële klassen verwijzen naar bovenstaande matrix. Andere risico’s zijn in omvang of kans-percentage afgenomen, waardoor deze niet meer in de rode, donkerrode of donker oranje cellen voorkomen. Omschrijving risico 1 Energiekosten stijgen meer dan begroot. Er is al een tariefstijging meegenomen in de begroting 2023. Echter gezien de huidige ontwikkelingen bestaat de kans dat de prijsstijgingen nog veel verder oplopen.
Onduidelijk is of we hiervoor door het Rijk gecompenseerd worden.
Kans Financiële percentage klasse 50% 6
2 De invloed van economische en maatschappelijke ontwikkelingen op de begrote lasten/investeringen in de diverse beheerplannen voor het beheer en onderhoud van infrastructuur en voorzieningen in de openbare ruimte. Ondanks dat we in de beheerplannen (MJOP, MIP, wegen, riolering en groen) van een zo realistisch mogelijke inschatting van de benodigde uitgaven/investeringen uitgaan en we de beheerplannen periodiek bijstellen, lopen we het risico dat door onder andere economische of maatschappelijke ontwikkelingen de bedragen niet toereikend zijn. Omdat het geld dat in de beheerplannen omgaat een substantieel deel van onze begroting vormt, is het financiële risico dat ook. Denk hierbij aan hogere aanbestedingskosten door conjuncturele ontwikkelingen, nieuwe duurzaamheidseisen of veranderende wetgeving.
70%
5
3 De wachttijden voor een eerste vraagverhelderingsgesprek (Jeugd en WMO) lopen op en de bezuinigingen in het huidige zorgsysteem worden niet gehaald. We zien wachttijden voor het eerste vraagverhelderingsgesprek van de gemeente en bij zorgaanbieders, door een toename in het aantal en de zwaarte van de aanvragen, oplopen. De verwachting is niet dat het aantal aanvragen voor zorg en ondersteuning zal afnemen, nu spanningen in thuissituaties bij veel gezinnen waar al problematieken spelen, toenemen onder invloed van de financiële druk op huishoudens en gezinnen. We zien door de crisis en de maatregelen een gestage toename in de aanvragen voor bijstandsuitkeringen, aanvragen voor hulp bij eenzaamheid en depressies en hulp bij recalcitrante jeugd/jongeren. De wachttijden zelf leiden ook weer tot extra werk omdat inwoners dit niet snappen of daar boos over zijn en vaker contact zoeken met de gemeente. Met het verbeterplan WIZ nemen we maatregelen om de capaciteit en werkwijze aan te passen en aan de stijgende
25%
4
84
Omschrijving risico
Kans Financiële percentage klasse
vraag te kunnen voldoen. Het huidige systeem gaat uit van individuele hulpvragen van inwoners die het niet meer zelf kunnen. Met inwoners die steeds ouder worden, nemen deze vragen toe. Er staat al druk op de financiering van de zorg maar op lange termijn verwachten we dat deze blijft toenemen. Binnen het huidige systeem is er daarom de noodzaak om efficiënter en goedkoper te werken. We hebben daarom een Actieplan Sociaal domein, verbeterplan WIZ maar ook een nieuwe inkoop van contracten in gang gezet. Deze maatregelen moeten gaan renderen en zijn financieel vertaald in onze meerjarenbegroting. Het rijk heeft daarnaast ook maatregelen aangekondigd en deze financieel vertaald. Het is echter nog niet duidelijk wat deze maatregelen zijn. We kunnen daarom nu niet inschatten of de maatregelen van het rijk dezelfde effecten laten zien als de maatregelen die we zelf al de begroting hebben opgenomen. Op het moment dat de maatregelen overeenkomen, zullen de effecten in de begroting worden bijgesteld.
3. Risico's en grondexploitaties Conform de huidige Nota Grondbeleid (vastgesteld op 20 september 2016) hebben we de Algemene reserve grondexploitatie (ARGE) vastgesteld met een ondergrens van € 1,7 miljoen en de bovengrens op € 2,7 miljoen. In verband met de winstnemingen als gevolg van de verplichte implementatie van de POC-methode (percentage-of-completion) heeft de raad bij de behandeling van de Herzieningsrapportage 2018 (raad oktober 2018) ingestemd met het instellen van de reserve POCwinst. Deze reserve vormt de buffer tussen de ARGE en de projecten. Bij de Jaarrekening berekenen we de POC-winst conform de BBV-voorschriften die vervolgens gestort wordt in de Reserve POC-winst. We hevelen de Reserve POC winst naar de ARGE over op basis van de meer voorzichtige winstnemings-praktijk van vóór 2017, waarbij we ook de totale toekomstige kosten, project-risico’s en de boekwaarde van het project meewegen. Daarmee vormt de Reserve POC-winst de externe projectbuffer. Gedurende de looptijd van het project fluctueert het bedrag van de POC-winst en daardoor kan het voorkomen dat eerder genomen POC-winsten terugvloeien naar het project. In sommige grondexploitaties spelen risico’s ten aanzien van stikstof. In die specifieke grondexploitaties wordt dat verder meegenomen. 4.
Benodigde weerstandscapaciteit Naast de hoogte van de ARGE is het noodzakelijk de benodigde weerstandscapaciteit te bepalen voor de algemene risico’s. De totale omvang van de geïnventariseerde algemene risico’s is € 52,7 miljoen. Dit betekent dat als alle risico’s zich in volle omvang tegelijk voordoen, dit naar verwachting € 52,7 miljoen kost. Hierbij is geen rekening gehouden met de waarschijnlijkheid (kans) dat het risico zich voordoet.
We bepalen de benodigde weerstandscapaciteit met behulp van een risicosimulatie, de zogenaamde Monte Carlo simulatie (statistische simulatie). Uitgangspunt hierbij is dat de risico’s zich nooit allemaal tegelijk zullen voordoen en ook niet met een maximale omvang zullen optreden.
85
Daarnaast heeft de gemeenteraad met de Nota Risicomanagement en weerstandsvermogen 2019 het uitgangspunt vastgesteld dat we 90% zekerheid willen hebben dat het beschikbare weerstandsvermogen toereikend is om de risico’s af te dekken. Dit wordt het zekerheidspercentage genoemd. Uitgaande van het vastgestelde zekerheidspercentage van 90% is er een weerstandscapaciteit nodig voor de algemene risico’s van minimaal € 8,98 miljoen. Dit wil concreet zeggen dat we met een zekerheid van 90% kunnen stellen dat een weerstandsvermogen van€ 8,98 miljoen toereikend is om de risico’s af te dekken. Dit betekent dat de algemene reserve basis, die een stand heeft van € 8.43 miljoen heeft, niet voldoende groot is om de risico’s op te vangen. Daarom wordt voorgesteld om van de Algemene reserve vrij aanwendbaar een bedrag van € 550.101 over te hevelen naar de Algemene reserve Basis. 5. Beschikbare weerstandscapaciteit = Algemene Reserve basis Een organisatie loopt altijd risico’s. Of de gemeente in staat is de gevolgen van de risico’s op te vangen zonder dat het beleid of de uitvoering daarvan in gevaar komt, geven we weer door de 'weerstandscapaciteit'. Onder weerstandscapaciteit verstaan we de middelen en mogelijkheden die de gemeente heeft om onverwachte, niet-begrote kosten te kunnen dekken. Weerstandscapaciteit bestaat uit de Algemene Reserve basis.
Conform de Nota Risicomanagement en Weerstandsvermogen bestemmen we deze reserve niet voor andere zaken. Naast deze Algemene Reserve basis zijn er ook nog overige middelen die we ook gebruiken om mogelijke niet begrote kosten - die onverwacht en substantieel zijn - te dekken. Daarvoor komen de volgende onderdelen in aanmerking: • Vrij besteedbare reserves: de ‘Algemene reserve vrij aanwendbaar’. • Stille reserves: de gebouwen en gronden die de gemeente in bezit heeft, vertegenwoordigen een zekere waarde. Wanneer de marktwaarde hoger is dan de boekwaarde, is er sprake van stille reserves. Daarbij houden we er rekening mee dat we niet ieder eigendom (op korte termijn) kunnen verkopen. De omvang van de stille reserves is in 2022 opnieuw in beeld gebracht en bedraagt circa € 48,6 miljoen (inclusief pachtgronden). Deze gelden zijn niet op korte termijn beschikbaar. Bij de berekening van het benodigde weerstandsvermogen houden we dan ook geen rekening met (eventuele) stille reserves. 6. Benodigde weerstandscapaciteit versus beschikbare weerstandscapaciteit. Om te bepalen in hoeverre het weerstandsvermogen toereikend is, berekenen we de ratio weerstandsvermogen.
De berekeningswijze hiervan is als volgt: Ratio weerstandsvermogen = Beschikbare weerstandscapaciteit / Benodigde weerstandscapaciteit De Provincie Limburg bepaalt op basis van de ratio weerstandsvermogen of de beschikbare weerstandscapaciteit van een gemeente toereikend is. In onderstaande tabel staat opgenomen hoe de Provincie de weerstandsnorm classificeert.
86
Waardering Weerstandsnorm ratio
Betekenis
A
>2,0
Uitstekend
B
1,4 - 2,0
Ruim voldoende
C
1,0 - 1,4
Voldoende
D
0,8 - 1,0
Matig
E
0,6 - 0,8
Onvoldoende
F
<0,6
Ruim onvoldoende
Bij de tweede bijstelling begroting 2022 wordt voorgesteld om de benodigde weerstandscapaciteit in de Algemene reserve basis te verhogen naar € 8.982.835. De ratio is, uitgaande van de stand van de algemene reserve basis voor de begroting 2023, € 8.982.835/ € 8.982.835 = 1,0. Dit valt binnen de gestelde norm van 1,0 – 1,4. 7. Kengetallen Kengetallen
Jaarrek. Begr. Begr. Begr. Begr. Begr. Gestelde Risico 2021 2022 2023 2024 2025 2026 norm*) cat. prov.
1. Netto schuldquote = Alle schulden / saldo van de baten
48%
63%
80%
83%
76%
78%
81%
A
2. Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen = Alle schulden muv kapitaalverstrekkingen aan deelnemingen, GR en overige verbonden partijen
41%
56%
73%
77%
71%
73%
72%
A
26%
31%
28%
29%
31%
32%
28%
B
1%
1%
0%
1%
0%
0%
5%
A
8%
0,4%
1,6%
4,3%
5,5%
0,1%
-1,0%
A
103%
96%
98%
98%
98%
98%
100%
B
3. Solvabiliteitsratio = Totale eigen vermogen / totaal van de passiva 4. Grondexploitatie = (Totaal activa van NIEGG + activa in exploitatie genomen gronden) / saldo van de baten 5. Structurele exploitatieruimte = ((structurele baten – structurele lasten) + (structurele onttrekkingen reserves – structurele toevoegingen reserves)) / totaal saldo van baten 6. Belastingcapaciteit = (OZB lasten gezinnen + rioolheffing gezinnen + afvalstoffenheffing gezinnen eventuele heffingskorting gezinnen) / woonlasten landelijk gemiddelde voor gezinnen
*) De gestelde normen zijn afkomstig uit de door de raad op 26-11-2019 vastgestelde nota Risicomanagement en weerstandsvermogen. 87
Normering van de kengetallen opgenomen in het gemeenschappelijk financieel toezichtkader van de provincies (GTK 2020 gemeenten). Via het gemeenschappelijk toezichtkader van de provincies zijn de onderstaande normeringen voor de kengetallen vastgesteld. Hierbij zijn 3 categorieën onderscheiden. Categorie A is het minst risicovol, categorie C is het meest risicovol. Kengetallen
Categorie A
Categorie B
Categorie C
Netto schuldquote
< 90%
90% - 130 %
> 130%
Netto schuldquote gecorrigeerd voor verstrekte geldleningen
< 90%
90% - 130%
> 130%
Solvabiliteitsratio
> 50%
20% - 50%
< 20%
Grondexploitatie
< 20%
20% - 35%
< 35%
Structurele exploitatieruimte
> 0%
0%
< 0%
Belasting capaciteit
< 95%
95% - 105%
> 105%
8. Conclusie kengetallen •
Ratio 1 en 2: Netto Schuldquote Deze ratio’s geven de schuldenlast ten opzichte van de eigen middelen aan. Hoe lager de schuldquote, hoe beter. Op basis van beide schuldquotes vallen we in elk jaar in de laagste risicoklasse A van de provincie. Voor de netto schuldquote voldoen we (2024 uitgezonderd) aan de door ons zelf gestelde norm voor alle jaren. Voor de gecorrigeerde netto schuldquote voldoen we voor het eerst vanaf 2023 (2025 uitgezonderd) net niet meer aan onze eigen norm. Deze negatieve ontwikkeling wordt voornamelijk veroorzaakt door een toename van de schulden. In 2022 zijn anticiperend op de stijgende rente-ontwikkeling, langlopende geldleningen afgesloten waardoor de langlopende schulden ten opzichte van de jaarrekening 2021 flink stijgen.
•
Ratio 3. Solvabiliteitsratio De solvabiliteitsratio, is de verhouding tussen het eigen vermogen en het vreemd vermogen van de gemeente. Het geeft een beeld in welke mate wij aan onze financiële verplichtingen kunnen voldoen. Hoe hoger het percentage, hoe beter. De solvabiliteitsratio loopt in de periode 2023 – 2026 op van 28% naar 32%. Daarmee vallen we voor alle jaren in risicoklasse B van de provincie. Ook voldoen we daarmee aan de door ons zelf gestelde norm van 28%. De verbetering van de solvabiliteitsratio wordt voornamelijk veroorzaakt door de in deze begroting in de jaren 2024 en 2025 opgenomen extra toevoegingen aan de algemene reserve van in totaal € 5,5 mln. en de positieve begrotingssaldi in diezelfde jaren. Om ervoor te zorgen dat we onze eigen solvabiliteitsnorm blijven halen, is het in de komende jaren noodzakelijk niet verder in te teren op ons eigen vermogen.
•
Ratio 4. Grondexploitatie Deze ratio geeft aan in hoeverre een gemeente afhankelijk is van de inkomsten uit grondexploitaties. Grondexploitaties vormen een risico en kunnen een forse impact hebben op de financiële positie van de gemeente. Dus hoe lager deze ratio, hoe minder afhankelijk een gemeente is van inkomsten uit grondexploitaties en hoe beter dat is. 88
De grondexploitatie ratio is in 2022 1% en daalt in 2026 naar 0%. Hiermee vallen we in de laagste risicoklasse A en blijven we onder onze eigen norm van 5%. De boekwaarde van de gronden in exploitatie blijven laag en zijn in 2023 en 2026 zelfs negatief. Dit is vanuit het risicoperspectief een positieve ontwikkeling. •
Ratio 5. Structurele exploitatieruimte Deze ratio geeft aan in hoeverre de structurele baten toereikend zijn om de structurele lasten te dekken. Dus hoe hoger dit percentage, hoe beter. in 2022 is de ratio 0,4% en deze stijgt jaarlijks tot 5,5% in 2025. In 2026 neemt de ratio af naar 0,1%. Hiermee ligt de ratio in de periode 2022 - 2026 in de laagste risicoklasse A van de provincie. De afname in 2026 wordt vooral veroorzaakt door de lagere baten in 2026 t.o.v. de jaren daarvoor. De lagere baten zijn het gevolg van de eerder in deze begroting genoemde lagere algemene uitkering uit het gemeentefonds vanaf 2026 (ravijnjaar).
•
Ratio 6. Belastingcapaciteit: Dit percentage bepaalt de ruimte om de belastingen te verhogen, waarbij we weergeven hoe de lastendruk in Horst aan de Maas zich verhoudt ten opzichte van het landelijk gemiddelde. Hoe lager dit percentage is, des te meer ruimte er is voor verhoging van belastingen tot aan het landelijke gemiddelde. Een ratio van 100% betekent dat de belastingcapaciteit in Horst aan de Maas gelijk is aan het landelijke gemiddelde . De belastingcapaciteit neemt in de periode 2022 – 2026 toe van 96% naar 98%. Op basis hiervan vallen we in de middelste risicoklasse B van de provincie en voldoen we aan de door ons zelf gestelde norm van 100% Hierbij geldt dat de OZB en rioolheffing in Horst aan de Maas hoger en onze afvalstoffenheffing lager is dan het landelijke gemiddelde. Er is dan ook beperkt ruimte om in de volgende begrotingsjaren financiële tegenvallers op te vangen met de belastingen. Kanttekening is dat het erg moeilijk is om nu in te schatten hoe de landelijke ontwikkelingen zijn op het gebied van belastingen. Klimaatadaptatie heeft een verhogend effect voor rioolheffing en de stijgende kosten voor het ophalen van afval is een landelijke trend.
9. Samenvattende conclusie Samenvattend kunnen we concluderen dat het financiële weerstandsvermogen van gemeente Horst aan de Maas verbeterd is t.o.v. vorige begrotingen. Met name de stappen die we gemaakt hebben m.b.t. het versterken van ons eigen vermogen en de verbetering van de solvabiliteit, bevestigen dat. Voor de overige kengetallen geldt dat we in control zijn op het gebied van risicobeheersing. We hebben een systeem dat tijdig anticipeert op een toename van risico’s van buitenaf en hebben voldoende financiële ruimte in onze begroting en ons eigen vermogen om financiële tegenvallers op te vangen. De volgende aandachtspunten blijven hierbij echter van belang: Eigen vermogenspositie Deze is sterk verbeterd en voldoende om risico’s op te vangen. Daarbij voldoen we ook weer aan onze eigen normen en zitten in de middelste risicoklasse van de provincie. Het is echter van belang in de toekomst niet in te teren op ons eigen vermogen en waar het kan eventueel te versterken. Lastendruk We zitten qua lastendruk voor huishoudens tot en met 2026 net onder het landelijke gemiddelde. Het blijft belangrijk bij het maken van keuzes te blijven zoeken naar de balans tussen ambities en lastendruk.
89
Schuldenpositie We zullen onze schuldenpositie goed moeten blijven monitoren, waarbij de gewenste investeringen en planningen daarvan, risico's van rente-ontwikkelingen en daarbij passende leningen zorgvuldig op elkaar worden afgestemd.
90
C. Onderhoud kapitaalgoederen De paragraaf kapitaalgoederen geeft inzicht in de vastgestelde beleidskaders voor het beheer en onderhoud van infrastructuur en voorzieningen in de openbare ruimte. Het gaat hierbij om wegen, riolering, groen en gemeentelijke gebouwen. De kapitaalgoederen leveren een bijdrage aan de realisatie van gemeentelijke doelen op het gebied van wegen, milieu en duurzaamheid, openbaar groen, onderwijs en dienstverlening. De raad heeft bij het vaststellen van de onderhoud en beheerprogramma’s de keuze uit kwaliteitsniveaus. Daarmee heeft zij een afwegingskader voor de inzet van financiële middelen, voor zover deze passend zijn binnen de financiële positie van de gemeente. In de tabellen van deze paragraaf is geen rekening gehouden met de directe kosten.
Wegen
In programma 2 wonen, mobiliteit en openbare ruimte is als hoofddoelstelling opgenomen een openbare ruimte die schoon, heel, veilig en goed toegankelijk is. Om invulling aan deze doelstelling te geven zorgen wij voor een adequaat beheerplan wegen. Dit betekent dat ook de hierin aanwezige civiele kunstwerken en openbare verlichting efficiënt en doelmatig beheerd worden. Het Wegbeheerplan 2020-2023 geeft inzicht in de benodigde budgetten voor het onderhouden van de wegen op veilig en functioneel niveau en het in beeld brengen van de financiële gevolgen op korte en middellange termijn. We onderhouden de wegen op een niveau, volgens de landelijke standaarden. Het vastgestelde niveau is ‘basis’ en vormt de ondergrens voor rationeel wegbeheer. In 2023 wordt een nieuw Wegbeheerplan opgesteld. Er is geen sprake van achterstallig onderhoud. Het onderhoud wordt conform de planning uitgevoerd. Het beheerplan wegen, bermen en sloten buitengebied is gecombineerd uitgevoerd met het onderhoud wegen. De budgetten voor het onderhoud van de wegen zijn opgenomen onder de kostenplaatsen algemeen wegbeheer, wegen en trottoirs, bermen en bermsloten en straatreiniging. Daarnaast vindt er een jaarlijkse storting plaats in de voorziening onderhoud wegen.
Voor het onderhoud van de civieltechnische kunstwerken is het noodzakelijke onderhoud vastgelegd in een meerjarige onderhoudsplanning voor de periode 2020-2029. Hierin wordt een overzicht gegeven van de huidige staat en noodzakelijke budgetten / investeringen voor een verantwoord onderhoud en beheer. Er is geen sprake van achterstallig onderhoud en ook het jaarlijks onderhoud wordt conform de planning uitgevoerd. We onderhouden de civieltechnische kunstwerken op een veilig en heel niveau.
91
De budgetten voor het beheer en onderhoud zijn opgenomen onder de kostenplaatsen bruggen/viaducten/kades en kunstwerken. De budgetten zijn gekoppeld aan het vastgestelde beleidsplan. Hetzelfde geldt ook voor het onderhoud en vervangingen van de openbare verlichting. De middelen volgend uit het beleids- en beheerplan zijn opgenomen in de meerjarenbegroting en het onderhoud en vervangingen worden conform de planning uitgevoerd. Er wordt ingezet op het verduurzamen van het areaal, door het vervangen van oude verlichtingsarmaturen voor LED-armaturen. Grote vervangingsinvesteringen worden geactiveerd en afgeschreven. Beheerplannen Wegbeheerplan 2020-2023 Ecologisch bermbeheerplan 2021-2025 Meerjaren onderhoudsplan Civiele kunstwerken 2020-2029 Beleidsplan openbare verlichting 2016-2025
Kwaliteitsniveau Basis Ecologisch Veilig en heel Basis
Begroot Begroting Begroting Begroting Begroting na wijz. 2023 2024 2025 2026 2022 Wegen en trottoirs Exploitatie
-2.066
-2.177
-2.278
-2.398
-2.496
Totaal Wegen en trottoirs Bruggen / viaducten / kades
-2.066
-2.177
-2.278
-2.398
-2.496
Exploitatie
-128
-53
-53
-73
-53
Totaal Bruggen / viaducten / kades Bermen en bermsloten
-128
-53
-53
-73
-53
Exploitatie
-409
-414
-414
-415
-415
Totaal Bermen en bermsloten Straatreiniging
-409
-414
-414
-415
-415
Exploitatie
-115
-125
-125
-125
-125
Totaal Straatreiniging Openbare verlichting
-115
-125
-125
-125
-125
Exploitatie
-678
-840
-763
-728
-693
Totaal Openbare verlichting
-678
-840
-763
-728
-693
Saldo 31-12
Saldo 31-12
Saldo 31-12
Saldo 31-12
Saldo 31-12
244
528
542
826
1.078
Voorziening wegen
92
Riolering
In programma 2 - wonen, mobiliteit en openbare ruimte - staat als hoofddoelstelling onder meer de zorg voor het rioolbeheer. Dit doen we op basis van een jaarlijks op te stellen operationeel plan, dat invulling geeft aan het vastgestelde GRP (gemeentelijk rioleringsplan). We kennen voor ons rioolsysteem (vrijverval en drukriolering) inclusief de bijbehorende voorzieningen, een inspectie- en onderhoudsschema. In 2021 is een nieuw GRP vastgesteld voor de periode 2022-2026. Hierin is het beleid voor de komende jaren vastgelegd inclusief de bijbehorende onderhoudsbudgetten en investeringsbudgetten op het gebied van riool, water en klimaat. De werkzaamheden die volgen uit het GRP worden conform planning uitgevoerd. Er is geen sprake van achterstallig onderhoud. Jaarlijks inspecteren we 10% van het vrijvervalrioolsysteem. Uit deze inspecties wordt duidelijk of anders dan gepland - onderhoud of reparaties noodzakelijk zijn. De hiervoor benodigde middelen hebben we structureel opgenomen in het GRP 2022-2026, waarbij – gebaseerd op ervaring - de geraamde middelen normaal gesproken toereikend zijn voor beheer en onderhoud. Daarnaast is in 2020 de nevelinspectie aan de drukriolering afgerond, waarbij aangesloten hemelwater door de bewoners is afgekoppeld van dit systeem. Tevens zijn we op 75% met de NENkeuring van onze rioolgemalen.
We verwachten dat al onze rioolgemalen eind 2023 zijn voorzien van een NEN-goedkeuring.
Baten rioolheffing Exploitatie Rioolaansluitrecht
Voorziening riolering
Begroot Begroting Begroting Begroting Begroting na wijz. 2023 2024 2025 2026 2022 3.569 3.569 3.569 3.569 3.569 -2.801
-3.068
-3.091
-3.092
-3.102
58 827
58 560
58 537
58 536
58 525
Saldo 31-12
Saldo 31-12
Saldo 31-12
Saldo 31-12
Saldo 31-12
7.970
6.880
5.927
4.786
3.430
93
Groen
In programma 2 - wonen, mobiliteit en openbare ruimte - staat als hoofddoelstelling onder andere de zorg voor het openbare groen. Groen draagt bij aan de 'quality of life' en het welzijn van mensen. Ook levert groen een bijdrage aan een goede woon- en leefomgeving en een verfraaiing van de kernen. We hanteren een gedifferentieerd onderhoudsniveau: A: voor de hoofdgroenstructuren en groene parels, B: voor woonwijken, C: voor bedrijventerreinen. De gemeenteraad heeft middelen beschikbaar gesteld om het onderhoudsniveau van het openbaar groen nog verder te verhogen door onder andere een uitbreiding van de arealen die vallen onder hoofdgroenstructuren en groene parels vast te stellen. De beschikbare financiële middelen zijn (mits de indexeringen zoals die zijn opgenomen in de diverse onderhoudsbestekken gecompenseerd worden) dan ook toereikend om het onderhoud van het openbaar groen (gazon en beplanting) op de gevraagde onderhoudsniveaus uit te voeren. Daarnaast heeft de gemeenteraad middelen beschikbaar gesteld voor de vergroening in de openbare ruimte, in het tegengaan van hittestress en het leveren van een positieve bijdrage aan biodiversiteit. Er is geen sprake van achterstallig onderhoud. Onderhoudswerkzaamheden die uitgesteld waren zijn, ingekaderd bij de renovatie / herinrichting van openbaar groen, weg.
Met de huidige financiële middelen en de bijstelling in de meerjarenbegroting die voornamelijk bestaat uit hogere aanbestedingskosten en contractuele prijsindexeringen is er een solide basis voor de komende jaren. We voeren bij alle (laan)bomen binnen de bebouwde kom en doorgaande wegen in het buitengebied minimaal 1x per 3 jaar een boomveiligheidscontrole uit. Dit geldt ook voor de monumentale bomen die in eigendom van de gemeente zijn en de particuliere monumentale bomen die door de inspecteur vanaf de openbare weg te bereiken zijn. Deze controle voeren we bij de bomen langs de overige wegen in het buitengebied 1x per 6 jaar uit. Alle daaruit volgende maatregelen nemen we op in het onderhoudsprogramma van het betreffende jaar. De jaarlijkse beschikbare financiële middelen zijn toereikend om het juiste boombeheer uit te voeren. Er is extra budget gekomen voor boom en bosbeheer. Momenteel wordt dit gefaseerd uitgevoerd. Omdat we voorrang geven aan bomen langs de openbare weg, voldoen we in deze aan de algemene zorgplicht. Door klimaatverandering, en dan met name de droge zomers, constateren we in de praktijk dat de algehele conditie van de bomen achteruitgaat (meer dood-hout-vorming). Bij het toegekende extra budget zal de werkvoorraad niet verder oplopen. Ook uitbreiding en vervanging van het bomenbestand vraagt steeds meer aandacht als gevolg van klimaatverandering.
Het onderhoud van de speelvoorzieningen voeren we zodanig uit dat het voldoet aan het Warenwetbesluit Attractie- en Speeltoestellen uit 2016. Er is geen sprake van achterstallig onderhoud. Het beschikbare onderhoudsbudget is toereikend. We vervangen speeltoestellen op basis van technische levensduur. Bij vervanging wegen we af of het noodzakelijk is om een nieuw toestel te plaatsen. Bij noodzakelijkheid maken we mede gebruik van de reserve Speelvoorzieningen. Ook brengen we bij speeltoestellen met een lagere valhoogte dan 1,50 m1 geen valondergronden meer aan. Dit laatste is overigens conform het Warenwetbesluit Attractie- en Speeltoestellen.
94
De beschikbare middelen voor het onderhoud van openbaar groen, bomen en speelvoorzieningen hebben we meerjarig opgenomen in de begroting en hebben we als zodanig opgenomen in onderhoudsbestekken of in de bedrijfsvoering van de eigen buitendienst. Beheer- beleidsplannen: • Beleidsplan openbaar Groen 2020 • Beheerplan Openbaar Groen 2020-2023 • Groenstructuurvisie 2020 • Boombeleidsplan (herijking in 2022) • Beheerplan openbare speelruimte 2020-2025 Begroot Begroting Begroting Begroting Begroting na wijz. 2023 2024 2025 2026 2022 Landschapselementen Exploitatie
-117
-122
-117
-117
-117
Totaal Landschapselementen Bomenbeheer
-117
-122
-117
-117
-117
Exploitatie
-355
-403
-403
-392
-392
Totaal Bomenbeheer Openbaar groen/plantsoenen/parken
-355
-403
-403
-392
-392
-1.249
-1.155
-1.155
-1.155
-1.155
-1.249
-1.155
-1.155
-1.155
-1.155
Exploitatie Totaal Openbaar groen/plantsoenen/parken
Gebouwen
De gemeente Horst aan de Maas heeft divers vastgoed in haar bezit. Dit vastgoed wordt ingezet voor bepaalde doeleinden. Daarbij gaat het om: 1. 2. 3. 4.
Eigen gebruik Verhuur aan verenigingen / organisaties voor hun activiteiten Realiseren van toekomstige strategische doeleinden Overige eigendommen (rest)
Het streven blijft om een zo groot mogelijk rendement (zowel inhoudelijk als financieel) te halen met een zo beperkt mogelijk bezit. Inmiddels werken we al weer enige jaren met de RgdBOEI methodiek. Daarmee kunnen we beter sturen op veiligheid, duurzaamheid en inzicht in het voldoen aan wet- en regelgeving. We hebben weer een actueel kwaliteitsbeeld naar aanleiding van de onderhoudsinspectie (schouw). Uit de onderhoudsinspectie blijkt geen achterstallig onderhoud. In november 2021 heeft de gemeenteraad het meerjarig onderhoudsplan (MJOP) en meerjarig investeringsplan (MIP) vastgesteld. De bezuinigingstaakstelling is daarmee ingevuld. Het MJOP en het MIP worden voldoende gevoed met benodigde financiële middelen, meerjarig laten resp. de voorziening onderhoud gebouwen en de reserve kapitaallasten MIP cumulatief een positief beeld zien.
95
Beheerplannen MJOP gebouwen 2022-2031 (herijking in 2025) MIP gebouwen 2022-2031 (herijking in 2025)
Kwaliteitsniveau Basis (RgdBOEI conditie 3) Functionele en Duurzame gebouwen (via een Alabel naar (B)ENG
Na renovatie van sporthal en zwembad de Berkel in de zomer van 2022 bezitten alle gemeentelijke gebouwen minimaal het gewenste kwaliteitsniveau Basis.
96
D. Financiering Inleiding In het BBV 2004 (Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten) is de paragraaf 'financiering' voorgeschreven voor zowel de begroting als de jaarrekening. In deze paragraaf worden de plannen, feiten en visie over financiering uiteengezet. De Wet Financiering Decentrale Overheden (wet FIDO) schept een kader voor de treasuryfunctie, levert een bijdrage aan de kredietwaardigheid van de openbare lichamen en bevordert de transparantie van de treasuryfunctie. Deze wet introduceert twee instrumenten op het gebied van de treasuryfunctie: • het treasurystatuut, • de financieringsparagraaf. Het treasurystatuut heeft als doel bestaande verantwoordelijkheden en bevoegdheden te formaliseren en expliciet vast te stellen. De gemeenteraad kan dan beter invulling geven aan zijn verordenende en controlerende bevoegdheid. De financieringsparagraaf heeft als doel inzicht te geven in de algemene interne en externe ontwikkelingen die van belang zijn voor treasury en bevat informatie op het gebied van risicobeheer, de financieringspositie en de leningen- en uitzettingenportefeuille. In de financiële verordening 2020, artikel 14 van onze gemeente is bepaald dat het college een treasurystatuut vast stelt waarin de doelstellingen, uitgangspunten en richtlijnen van de financieringsfunctie zijn opgenomen.
Deze financiële verordening is door de raad vastgesteld in de vergadering van 10 december 2019. In de collegevergadering van 10 december 2018 is het treasurystatuut 2019-2022 vastgesteld. In de loop van 2022 zal het treasurystatuut 2023-2026 aan het college worden aangeboden ter vaststelling. In het treasurystatuut zijn de volgende onderdelen geregeld: • de organisatie voor het opstellen van het treasurybeleid • de planning en controlcyclus • de organisatie van de uitvoering van de treasury-activiteiten en • de interne en externe controle In overeenstemming met de financiële verordening artikel 14 is het "Treasurystatuut 2019-2022" ter kennisgeving aangeboden aan de raad en de auditcommissie. Steeds vaker melden partijen zich bij de gemeente met het verzoek voor gemeentelijke garanties of geldleningen om hun doelen op gebied van sport, onderwijs / educatie, cultuur en welzijn te kunnen verwezenlijken. Het verstrekken van garanties en geldleningen is een belangrijk instrument om initiatieven met een publiek doel in de gemeente Horst aan de Maas te kunnen verwezenlijken. Als subsidiëring om welke reden dan ook niet aan de orde is, zou zonder deze facilitering dit doel niet bereikt kunnen worden. Om alle aanvragen op een uniforme wijze te beoordelen is in 2021 de "Regeling garantstelling en verstrekking van geldleningen voor een publieke taak" opgesteld.
Met deze regeling wordt beoogd het creëren van transparantie en eenduidigheid van beleid met betrekking tot het verstrekken van gemeentelijke garantstellingen en/of geldleningen. En tegelijkertijd wordt daarmee een ongewilde willekeurige beoordeling van inkomende aanvragen voorkomen. Daarnaast heeft deze regeling tot doel het transparant maken en beperken van de risico’s die de gemeente loopt bij verstrekking van garantstellingen en geldleningen. Deze regeling is een verdiepingsslag op het treasurystatuut. In de raadsvergadering van 21 september 2021 is de regeling door de raad unaniem aangenomen. In Europees verband zijn afspraken gemaakt om de overheidsuitgaven nu en op langere termijn houdbaar te laten blijven. Deze maatregelen zijn vertaald naar Nederlandse wetgeving. Zoals de 97
invoering van het verplicht schatkistbankieren (Wet Fido) en de Wet houdbare overheidsfinanciën (Wet Hof). Schatkistbankieren (Wet Fido) Gemeenten (maar ook provincies, waterschappen en gemeenschappelijke regelingen) zijn sinds 2013 verplicht om hun overtollige liquide middelen aan te houden in de schatkist bij het rijk. Ze mogen alleen positieve banksaldi voor het betalingsverkeer op eigen bankrekeningen aanhouden. Voor de omvang daarvan was een drempelbedrag ingesteld. Dat drempelbedrag was gesteld op 0,75 procent van het begrotingstotaal. Als in over een periode van 3 maanden de positieve saldi van de bankrekeningen dat drempelbedrag dreigen te overschrijden, dan moet een gemeente het meerdere storten op de rekening bij de schatkist van het rijk. Uit een evaluatie van het schatkistbankieren is gebleken dat de huidige drempel voor het schatkistbankieren te krap was vastgesteld. In plaats dat alleen overtollige liquide middelen in de schatkist belanden, moeten gemeenten bij de huidige drempel met grote regelmaat ook geld voor het normale betalingsverkeer bij de schatkist stallen. Dat veroorzaakt onnodige administratieve lasten. Met de verhoging van de drempel per 1 juli 2021 behoren die onnodige administratieve lasten tot het verleden. De drempel voor het schatkistbankieren is aangepast van 0,75 naar 2 procent van het begrotingstotaal – met een minimum van 1 miljoen euro.
Doel van het schatkistbankieren is een lagere EMU-schuld van Nederland. Die EMU-schuld hoort volgens het Verdrag van de Europese Unie lager te zijn dan 60 procent van het BBP (Bruto Binnenlands Product). Voor het berekenen van deze EMU-schuld mogen onderlinge schulden en tegoeden van de centrale overheid en de gemeenten (provincies en waterschappen) worden verrekend. Een andere reden voor de invoering van het schatkistbankieren was het voorkomen van onveilige beleggingen door decentrale overheden. Door de overtollige liquide middelen bij de schatkist aan te houden, lopen ze geen risico dat dit geld door bijvoorbeeld een faillissement van een financiële instelling in rook op gaat. Nadeel is wel dat decentrale overheden minder rendement halen. Wet houdbare overheidsfinanciën (Wet Hof) / EMU saldo Om hun financieringstekort te beheersen en terug te brengen, hebben de landen van de Eurozone (Europese Commissie) in het Verdrag van Maastricht een norm afgesproken. Het nationale financieringstekort mag niet meer bedragen dan 3% van het BBP, waarbij de overheidsschuld niet hoger dan 60% van het BBP mag zijn. Per 1 januari 2014 is de Wet Houdbare overheidsfinanciën ingevoerd. Daarin worden Europese afspraken over de beheersing van de schuldenlast en het begrotingstekort vertaald naar nationale wetgeving om te waarborgen dat het begrotingstekort binnen de perken blijft.
Het aandeel van de landelijke decentrale overheden in de berekening van het begrotingstekort van 3% bedraagt omstreeks 0,5%. Alle gemeenten samen nemen daarvan circa 0,27% voor hun rekening. In de wet staat dat gemeenten een gelijkwaardige bijdrage moeten leveren aan het terugdringen van het EMU-tekort. De EMU-tekortruimte voor decentrale overheden is vooralsnog vastgesteld op 0,4% van het bruto binnenlands product per jaar. Deze ruimte zal worden onderverdeeld tussen gemeenten, provincies en waterschappen. Er wordt aan de gemeenten geen sancties opgelegd als er toch sprake is van overschrijdingen. Daarnaast gelden de regels voor het maximale begrotingstekort niet voor elke gemeente apart, maar voor alle gemeenten samen. Dat betekent dat een gemeente of provincie die in een jaar fors investeert dat gewoon kan doen als alle gemeenten samen maar binnen de norm blijven. De vier grote gemeenten samen hebben een aandeel van 85% op de grootte van het tekort. Het aandeel van onze gemeente is uitermate gering. In het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV, art. 19) is de verplichting vastgesteld dat de gemeenten ramingen van het EMU-saldo dienen te verstrekken over het voorafgaande jaar, het actuele jaar en het volgende jaar.