CConstaterende datHoorn
Koppel je AI →
Document · PDF

Toezegging: rapport MEES (onderbouwing BOPA Eikstraat 3)

Algemene Raadscommissie - Raadzaal 16 september 2025, gemeente HoornBij agendapunt: Uitvoeringskrediet IKC Mariaschool en voorbereidingskosten woningbouw Eikstraatkwartier35.076 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 5

Mees Ruimte & Milieu | 24285.GOFLO

Pagina | 66

Naast de eerdergenoemde brieven aan de hele omgeving is met de buurtwerkgroep en de drie deelwerkgroepen op 11 april 2023 bijgepraat. Onderwerpen waren de nieuwe aanloop van de ontwikkeling door de gemeente, de status van de ontwikkeling van woningen en scholen en de beoogde start van de partnerselectie. De betrokkenen hebben, op uitnodiging van de gemeente, met elkaar een notitie opgesteld als input vanuit de omgeving voor de Nota van uitgangspunten Ontwikkelingen Eikstraatkwartier. Met betrokkenen is besproken een inloopbijeenkomst te houden voor de zomer van 2023 om aandachtspunten op te halen uit de omgeving, aanvullend aan het participatieplan en de notitie. Op initiatief vanuit de omgeving vond op 13 december 2023 een bijeenkomst plaats waarin de buurtwerkgroep haar bevindingen presenteerde aan de omgeving. De concept NvU is door het college beschikbaar gesteld aan de omgeving. Aanvullend vond hiervoor vervolgens op 13 maart 2024 een 2e participatieronde plaats om te horen of de inbreng uit de omgeving goed is verwerkt. Met de omgeving is gecommuniceerd dat de NvU de basis vormt voor de partnerselectie en dat de beoogde partner (ontwikkelaar) het vervolg van de participatie opneemt in haar participatieplan. Tot slot heeft het college de Algemene Raadscommissie gevraagd om advies over de Nota van uitgangspunten Ontwikkelingen Eikstraatkwartier.

Vooruitlopend op deze raadscommissie stuurde de Stichting Ouderenraad en de buurtwerkgroep een brief.

Planologische procedure De Algemene wet bestuursrecht kent twee voorbereidingsprocedures: de korte voorbereidingsprocedure en de uitgebreide voorbereidingsprocedure. Voor deze buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA) wordt de uitgebreide voorbereidingsprocedure doorlopen. Tijdens de uitgebreide procedure maakt het bestuursorgaan een ontwerpbesluit, waarover zienswijzen openstaan. Nadat het definitieve besluit is genomen, is er nog beroep mogelijk. In een beroepsprocedure geeft de rechter een oordeel over een besluit van het bevoegd gezag. Bij de meeste besluiten is beroep in eerste instantie bij de rechtbank mogelijk. Daarna kan degene die in beroep is gegaan, nog eenmaal in hoger beroep gaan bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State (ABRvS). Met bovenstaande procedures wordt de maatschappelijke betrokkenheid afdoende gewaarborgd.

Mees Ruimte & Milieu | 24285.GOFLO

Pagina | 67

7

CONCLUSIE ETFAL De initiatiefnemer heeft als doel een school (basisonderwijs), kinderopvang en een gymzaal ter plaatse van de Eikstraat 3 in Hoorn te realiseren. Hierbij is het de bedoeling om de monumentale bebouwing her te gebruiken en een deel nieuw te bouwen aan de achterzijde van het monument. Het geldende omgevingsplan staat de beoogde ontwikkeling niet geheel toe. Voor deze ontwikkeling dient dan ook een planologische procedure te worden doorlopen. De planologische procedure wordt doorlopen aan de hand van een omgevingsvergunning voor de ‘buitenplanse omgevingsplanactiviteit’ (BOPA). In dit kader is voorliggende ‘goede onderbouwing van (de effecten op) de fysieke leefomgeving’ (GOFLO) opgesteld. Middels voorliggende GOFLO is het project gemotiveerd aan relevante beleidskaders en omgevingsaspecten. De uitvoerbaarheid van het initiatief is getoetst aan de diverse aspecten van de fysieke leefomgeving en de bijbehorende regelgeving. Hieruit blijkt dat een evenwichtige toedeling van functies aan locaties (ETFAL) is gewaarborgd.

Mees Ruimte & Milieu | 24285.GOFLO

Pagina | 68

Bijlage 1 Memo Handreiking Duurzaamheid Bouwontwikkelingen

Mees Ruimte & Milieu | 24285.GOFLO

Pagina | 69

Handreiking Duurzaamheid Bouwontwikkelingen Leeswijzer De gemeente Hoorn en de Woningmakers hebben samen de Handreiking Duurzaamheid Bouwontwikkelingen opgesteld. De Woningmakers is een samenwerkingsverband tussen wooncorporaties, projectontwikkelaars, makelaars en de gemeente Hoorn met als doel het versnellen van woningbouwprojecten. In de handreiking staan uitgangspunten en ambities op het gebied van energietransitie, circulaire economie en klimaatadaptatie. Marktpartijen hebben deze geëvalueerd en als haalbaar beschouwd. Bij het opstellen van de Handreiking Duurzaamheid Bouwontwikkelingen is gebruikgemaakt van het bestaand beleid. Het gaat om onderstaande documenten. -

Programma Duurzame Stad, vastgesteld in december 2018

-

Routekaart Energieneutraal Hoorn in 2040, vastgesteld in september 2021

-

Transitievisie Warmte Hoorn, vastgesteld in juli 2019

-

Stresstest klimaatbestendig West-Friesland, vastgesteld in februari 2021, Basisveiligheidsniveau Klimaatbestendige Nieuwbouw 3.0 door MRA, vastgesteld in juni 2021

-

Handreiking duurzame (her)ontwikkeling, opgeleverd in 2020 door de Omgevingsdienst NoordHolland Noord, Duurzaam Bouwloket en Groot Ecobouw

-

Mobiliteitsvisie Hoorn 2030, vastgesteld in juli 2021

-

Geldende wet- en regelgeving

Indeling Handreiking Duurzaamheid Bouwontwikkelingen De uitgangspunten zijn ingedeeld in de onderwerpen: - Energietransitie - Mobiliteit - Circulaire Economie en Materiaalgebruik - Klimaatadaptatie en Biodiversiteit Hierbij is elk onderwerp ingedeeld in de categorieën: - Context en aanleiding. - Aan welke wettelijke en/of aanvullende uitgangspunten het plan minimaal dient te voldoen. Hier staan enkel de wettelijke uitgangspunten die een relatie hebben met een ambitie. - Bovenwettelijke ambities.

Energietransitie Hoorn wil in 2030 een CO2-reductie behalen van 49% ten opzichte van het CO2-niveau in 1990. Doel is om in 2040 klimaatneutraal te zijn. Om in 2040 energieneutraal te zijn zullen alle partijen alle zeilen bij moeten zetten. Op dit moment wordt 4% van de energievraag duurzaam gerealiseerd binnen Hoorn. Om de overige 96% van de energievraag duurzaam te realiseren vóór 2040 is een enorme versnelling nodig. Daarom wordt gewerkt aan het besparen van energie, projecten om duurzame energie op te wekken en aardgasvrije warmte. De optimale mix aan oplossingen maakt het mogelijk om extra druk op bestaande en nieuwe infrastructuren te beperken. De elektrische infrastructuur is er een die nu al onder druk staat en daarom zal de gemeente bij uitgifte van grond vooraf een capaciteitscheck doen bij Liander. De kaders voor de energietransitie zijn hieronder weergegeven. Uitgangspunten en wettelijke eisen - Alle nieuwe gebouwen moeten voldoen aan Bijna Energie Neutrale Gebouwen (BENG123), zoals beschreven in de NTA 8800. (zie: https://www.rvo.nl/). - Ook worden de plannen getoetst op het risico op temperatuuroverschrijding in het gebouw (zie: https://www.rvo.nl/). - e hoeveelheid hernieuwbare energie (BENG3) bestaat uit: opbrengst van zonnepanelen, stadsverwarming, warmte- en koudeopslag. (NEN 7125, zie www.nenconnect.nl). - Warmtepompen kunnen geluid maken.

Hier zijn normen voor. De hoeveelheid geluid op de erfgrens mag in de nacht maximaal 40 dB zijn, en overdag 45 dB. Deze eisen gelden voor nieuwbouw en bestaande woningen. - Voor de toepassing van bodemenergie is vaak een vergunning nodig: o Een klein (<70 kW) gesloten systeem moet bij de gemeente worden gemeld via www.omgevingsloket.nl. o Voor een gesloten systeem groter dan 70 kW moet een vergunning worden aangevraagd bij de gemeente. o Voor een open systeem is een vergunning van de provincie nodig. Ambities - Wanneer mogelijk zal bij gronduitgifte zal de gemeente een hogere energie-ambitie vastleggen in de gemeentelijke bouwverordening. In de tabel hieronder staat de vast te leggen hogere ambitie (BENG+): BENG BENG+ BENG+ Meerlaags Grondgebonden Beng 1 (kWh/m2 .jr) Conform wettelijk grondslag Beng 2 (kWh/m2 .jr) Beng 3 (% DE) 80% 70% - BENG 1 blijkt maatwerk en niet voor elke woning hetzelfde. Door strengere eisen aan BENG 1 blijkt de patiowoning te worden uitgesloten. Voor vrijstaande en hoekwoningen is deze buitenproportioneel en voor meergezinswoning is de standaard eis BENG 2 te hoog. Daarom wordt bij voorkeur gekeken naar de totale CO2 prestatie. - De gemeente Hoorn is aardgasvrij in 2040. Om dat te bereiken werkt de gemeente Hoorn aan collectieve duurzame warmte met een warmtenet en worden kleinschalige (buurt)warmteinitiatieven ondersteund.

Binnen een bouwplan moet rekening gehouden worden met externe warmtelevering. Wanneer het woningbouwplan in de buurt ligt van potentiële uitbreidingslocaties van het warmtenet, dan moet de optie om aan te sluiten op het warmtenet in de ontwerpfase worden meegenomen. De keuze om aan te sluiten wordt gemaakt in de VO-fase (voorlopig ontwerp). De gemeente legt het contact met het betreffende initiatief voor verdere afstemming van o.a. de (reken)uitgangspunten (EOR). Programma Duurzame Stad zal ondersteunen bij het organiseren van een gesprek met de ontwikkelaar en de warmtenetpartner m.b.t. deze mogelijkheid. De ‘Woningmakers’ en HVC leggen hun planningen naast elkaar en bespreken waar kansen liggen om nieuwbouw aan te sluiten op het warmtenet.

-

-

-

-

In gebieden met veel initiatieven voor bodemenergie wil de gemeente voorkomen dat minder efficiënt gebruik gemaakt wordt van de ruimte om bodemenergie te winnen. In dit geval zal de gemeente bepalen of het aanwijzen van een interferentiegebied nodig of wenselijk is, Als er elektrisch verwarmd gaat worden met warmteoplossingen die een hoge piekvraag kennen (Infrarood-, weerstandverwarming en luchtwarmtepompen) dan betekent dit ook iets voor de vraag naar elektriciteit. De initiatiefnemer moet bij Liander navraag doen of de capaciteit voldoende is voor de aansluitingen in het gebied, Er wordt fysieke ruimte opgenomen in bestemmings- en/of stedenbouwkundig plan om duurzaam bouwen te stimuleren of te faciliteren. Bij de aanleg van een warmtenet wordt standaard een paragraaf ‘kabels en leidingen’ opgenomen in de plannen. Dit is nodig om ondergronds voldoende capaciteit te houden voor het elektriciteitsnetwerk. Alle nieuwbouwwoningen zijn geschikt voor het plaatsen van zonnepanelen, indien mogelijk in combinatie met een groen dak. De gemeente Hoorn ondersteunt geen verwarmingsoplossingen op basis van het verbranden van biomassa.

Mobiliteit De gemeenteraad heeft in 2019 het besluit genomen om 'meer stad' te worden. Daarnaast wordt ingezet op een aantrekkelijke, economische, goed bereikbare, veilige en duurzame stad. De Mobiliteitsvisie geeft daar invulling aan. Deze visie is op 30 maart 2021 als meningsvormend raadsstuk besproken. De ambities daarvan zijn overgenomen. Uitgangspunten en wettelijke eisen Bij nieuwe utiliteitsgebouwen (gebouwen om in te werken zoals kantoren) en utiliteitsgebouwen die een ingrijpende renovatie ondergaan, en die meer dan 10 parkeervakken hebben, bestaat de ambitie om minimaal 1 oplaadpunt te realiseren. Daarnaast moeten voor 1 op de 5 parkeervakken (loze) leidingen voor oplaadpunten worden aangelegd. Als de kosten van het aanleggen van deze leidingen hoger zijn dan 7% van de totale renovatiekosten, geldt er een vrijstelling van deze verplichting. Ook bij nieuwe woningen en woningen die een ingrijpende renovatie krijgen en die meer dan 10 parkeervakken hebben, moeten leidingen voor oplaadpunten worden gerealiseerd. De verplichting geldt wanneer de parkeergelegenheid op hetzelfde terrein (bouwperceel) ligt. Als de kosten van het aanleggen van deze leidingen hoger zijn dan 7% van de totale kosten, geldt er een vrijstelling van deze verplichting (zie: EPBD III, 10 maart 2020).

Ambities - Een belangrijk aandachtspunt is de brandpreventie bij laadpalen, met name in ondergrondse parkeergarages. - Zorgen voor voldoende oplaadpunten voor elektrische fietsen. - Er wordt ingezet op een kwaliteitsverbetering voor lopen, fiets en het OV. In wijken worden stoepen breder en obstakels voorkomen. - In de nieuwe wijken staat comfort voor langzaam verkeer voorop, zo staat de fiets dichterbij geparkeerd dan de auto. Gebiedsontwikkelingsprojecten zijn een vliegwiel voor innovaties, bijvoorbeeld voor deelvervoer. Dit kunnen auto’s zijn, maar ook (elektrische) (bak)fietsen. - Er wordt prioriteit gelegd bij het reizen met een ander vervoermiddel dan de auto.

Circulaire Economie en Materiaalgebruik Landelijk is bepaald dat Nederland in 2050 circulair moet zijn. De gemeente Hoorn neemt deel aan het interbestuurlijke overleg Verkeer en Vervoer, Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Economische Zaken (VVRE). Hier wordt gewerkt aan een gezamenlijke circulaire strategie en bijbehorende actieagenda. De strategie is in ontwikkeling en om die reden vooralsnog gebaseerd op het landelijk beleid.

Uitgangspunten en wettelijke eisen: - Bij elke aanvraag voor een omgevingsvergunning is het verplicht om een Milieu Prestatie Gebouwen (MPG) in te vullen. De MPG geeft aan wat de milieubelasting is van de materialen die in een gebouw worden gebruikt. - Per 1 juli 2021 zijn de eisen voor nieuwe woningen aangescherpt van 1,0 naar 0,8. De wettelijke eisen zullen stapsgewijs verder worden aangescherpt, waarbij de Rijksoverheid de norm in 2030 wil terugbrengen naar 0,5. Ambities: - Bij de materiaalkeuze en het gebouwontwerp gaan voor maximaal waarde behoud van grondstoffen. - Maatregelen waarmee de MPG kan worden verlaagd zijn het toepassen van biobased materialen, zoals hout, isolatie met grassen en het gebruik van hergebruikte of gerecyclede materialen, zoals beton, bakstenen, elektrische installaties en dergelijke. Onderhoudsvrije materialen kunnen hierin een rol spelen. - Er wordt gestreefd naar het realiseren van een MPG van € 0,7/m2 BVO. Minimaal 20% van het gebruikte materiaal is secundair of biobased. Of de ontwikkelaar laat zien waar hij specifiek aandacht besteedt aan circulair bouwen. - De milieubelasting van bouwmaterialen kan ook worden beperkt door compact te bouwen (beperk het aantal wanden, hoeken en materiaal-intensieve afwerkingen), flexibel te bouwen en het materiaalverlies te beperken.

De detaillering zodanig uitvoeren dat vervanging en hergebruik van gebouwonderdelen mogelijk is en de te verwijderen materialen herbruikbaar zijn. - Er wordt een materialenpaspoort opgesteld. Hierin worden ten minste de materialen die in een gebouw zitten en de kwaliteit en hoeveelheid van deze materialen vastgelegd. Het materialenpaspoort wordt binnen het project opgesteld door de gemeente, of een bureau dat in opdracht werkt van de gemeente, in samenspraak met ontwikkelaars en leveranciers. De kosten van het materialenpaspoort komen ten laste van het project.

Klimaatadaptatie en Biodiversiteit De stresstest klimaatbestendig Westfriesland maakt inzichtelijk waar effecten van klimaatverandering zijn op gebied van droogte, hitte, wateroverlast, bodemdaling en waterkwaliteit. Deze effecten leiden op termijn mogelijk tot grote negatieve gevolgen voor de leefbaarheid. Maatregelen zijn nodig om veilig en comfortabel te kunnen blijven wonen, werken en recreëren. Hoofdpunten van het vastgestelde Ambitieniveau (B) voor klimaat adaptief handelen zijn: - meegroeien met de klimaatverandering; - beschermingsniveau is vergelijkbaar met de situatie van nu; - we benutten klimaatadaptatie actief om waarde toe te voegen aan onze stedelijke leefomgeving. Uitgangspunten In strategie B wordt ingezet op een beschermingsniveau waarbij bij heftige regenbuien geen schade optreedt aan gebouwen, infrastructuur en voorzieningen. Ook zijn er afspraken gemaakt over hitte, droogte en wateroverlast. Per onderdeel worden de uitgangspunten benoemd: Hitte: -

-

Tenminste 40% schaduw in het plangebied op de hoogste zonnestand (21 juni) voor verblijfsplekken en gebieden waar langzaam verkeer verplaatst en minimaal 30% schaduw op buurtniveau. Koele en schaduwrijke verblijfsplekken van minimaal 200m2 zijn op loopafstand (300 meter) aanwezig en openbaar toegankelijk. 50% van alle horizontale en verticale oppervlakten wordt warmte werend of verkoelend ingericht. De koeling van de gebouwen leidt niet tot opwarming van de (verblijfs)ruimten in de directe omgeving. Vitale en kwetsbare functies en groenvoorzieningen in de openbare ruimte moeten bestand zijn tegen hitte.

Droogte:

-

De grondwaterpeilen in het plangebied en de omgeving en de zoetwaterbeschikbaarheid in de bodem zijn sturend in de functiekeuze, systeemkeuze en inrichting in het plangebied. De inrichting van het plangebied is infiltratieneutraal bij uitbreidingslocaties en infiltratiepositief bij herontwikkeling. Bij het ontwerp en de inrichting wordt ingezet op drinkwaterbesparing, regenwaterbenutting en verbetering van de waterkwaliteit. Vitale en kwetsbare functies moeten bestand zijn tegen langdurige droogte.

Wateroverlast: - In het plangebied treedt bij hevige neerslag (1/100 jaar, bij 70mm in een uur) geen schade op in en aan gebouwen, infrastructuur en voorzieningen. Bij hevige neerslag (1/250 jaar, 90mm in een uur) blijven vitale en kwetsbare infrastructuur en voorzieningen functioneren en bereikbaar (hoofdwegen, drinkwater en energie). - Op privaat terrein wordt een groot deel van de neerslag (range 40-70 mm) van een hevige bui op het bebouwd deel van het privaat terrein zelf verwerkt (geïnfiltreerd, opgevangen en/of vertraagd afgevoerd) of in extra watervoorzieningen in of toegerekend aan het plangebied. De voorzieningen voeren de eerste 24 uur vertraagd af (niet extra naar riolering of watersysteem) en zijn in maximaal 60 uur weer beschikbaar. De verwerking van de neerslag op het overige deel van het private terrein is de verantwoordelijkheid van de perceeleigenaar, zoals geregeld via de Waterwet. - De ontwikkeling gebeurt waterneutraal en leidt niet tot extra aanvoer/afvoer van water. Hemelwater wordt zoveel mogelijk vastgehouden en hergebruikt in het plangebied. - In het gebied is natuurlijke en oppervlakkige afwatering zoveel mogelijk aanwezig. - Bij een waterdiepte van 20 cm op de rijbaan door extreme regen en/of overstromingen mag geen schade optreden aan gebouwen en elektrische installaties in de openbare ruimte en blijven wegen begaanbaar.

Ambities: - De tuinen, parkeerplaatsen en het gebied worden alleen wanneer noodzakelijk verhard. Het overige wordt groen ingericht. Hierdoor kan voldoende water worden afgevoerd en het is goed voor de biodiversiteit. Groenstructuren en verschillende soorten groen zijn van belang. Dit vermindert hittestress en draagt bij aan een gezonde leefomgeving. Voor privé tuinen kunnen deze voorwaarden niet dwingend worden opgelegd, daar kan wel voorlichting worden gegeven. - In de plannen wordt 5% kavelgroen en 20% groen dak gerealiseerd. - Waar mogelijk wordt waterdoorlatende verharding toegepast. - Zorgen voor een voorziening voor het opvangen van regenwater voor later gebruik.

Bijlage 2 Quickscan Archeologie

Mees Ruimte & Milieu | 24285.GOFLO

Pagina | 70

Document

Archeologische Quickscan

Plangebied

Abbingstraat/Eikstraat, Hoorn, gemeente Hoorn

Adviesnummer

20126

Opsteller(s)

A.S. de Groot (archeoloog) & C.P. Schrickx (senior archeoloog)

Datum

05-07-2023

Advies

Oranje zone op afbeelding 4: IVO – Overig (Proefsleuvenonderzoek)

(kosten initiatiefnemer)

én

Vervolgtraject

Mogelijke doorstart naar archeologische opgraving

(kosten initiatiefnemer)

Archeologie West-Friesland verzoekt om overleg initiatiefnemer om verdere stappen door te nemen.

te

M.H. Bartels (senior archeoloog)

plegen

met

de

06-30468593

Archeologie West-Friesland verzoekt de initiatiefnemer een PvE te laten opstellen door een gecertificeerde archeologische instelling of bedrijf.

Archeologische Quickscan 1. Inleiding Op verzoek van de gemeente Hoorn (contactpersoon: dhr. K. Bulthuis) is gekeken naar het aspect archeologie met betrekking tot de ontwikkeling op de locatie Abbingstraat/Eikstraat in Hoorn, gemeente Hoorn (afb. 1). Binnen het plangebied staan momenteel een aantal gebouwen, maar zijn ook grasvelden en verharding aanwezig. Op de locatie Abbinstraat/Eikstraat is de dependance van de Mariaschool en bijzonder onderwijs De Eenhoorn gevestigd. De Mariaschool (met schoolplein en erfgrensafzetting) aan de Eikstraat 3 is een gemeentelijk monument dat in 1932 is gebouwd in de bouwstijl van de Amsterdamse School. De later aangebouwde oostvleugel hoort niet bij het monument (afb. 2). Het totale plangebied heeft een omvang van ca. 8.950 m 2. Om het project mogelijk te maken moet eerst een bestemmingsplanprocedure plaatsvinden. Het monumentale deel van de Mariaschool aan de Eikstraat blijft behouden. Het gebouw van De Eenhoorn aan de Abbingstraat zal worden gesloopt. Hierna kan nieuwbouw plaatsvinden. De nieuwbouw moet ruimte bieden aan een combinatie van een IKC (Integraal Kindcentrum) voor de Mariaschool, een KDV (kinderdagverblijf), woningbouw en parkeerplaatsen (afb. 3). De zone waarin de nieuwbouw komt heeft een oppervlakte van ca. 5.750 m2. Langs de spoorzijde komt bebouwing met max 3-6 bouwlagen op een half verdiepte parkeerlaag.

Op het binnenterrein staat woningbouw met max 2-4 bouwlagen in de planning. Voor de geplande nieuwbouw zijn nog geen funderingsplannen bekend. In onderhavig advies wordt uitgegaan van een gebruikelijke bodemverstorende bouwwijze. Pagina 1 van 9 Team Erfgoed - Archeologie

|

Nieuwe Steen 1, 1625 HV Hoorn

|

Postbus 603, 1620 AR Hoorn

archeologie@hoorn.nl | www.archeologiewestfriesland.nl

Afbeelding 1. De ligging van het plangebied (witte stippellijn) en de geplande nieuwbouw (rode stippellijn) op een luchtfoto (bron: PDOK).

Afbeelding 2.De Mariaschool in 1950, nog zonder de oostvleugel (bron: Beeldbank Oud Hoorn).

Pagina 2 van 9 Team Erfgoed - Archeologie

|

Nieuwe Steen 1, 1625 HV Hoorn

|

Postbus 603, 1620 AR Hoorn

archeologie@hoorn.nl | www.archeologiewestfriesland.nl

Afbeelding 3. Plankaart locatie Abbingstraat-Eikstraat.

2. Beleidskaart archeologie De gemeenteraad van Hoorn heeft op 12 maart 2013 de ‘Beleidskaart Archeologie’ vastgesteld. Op deze kaart is aangegeven waar de bekende archeologische vindplaatsen zich bevinden en welke archeologische verwachtingszones er zijn in de categorieën (zeer) hoog, middel en lage verwachting. De verwachting is gecombineerd met een beleidsadvies per archeologische verwachtingszone. Het plangebied valt grotendeels binnen een zone met een vrijstellingsgrens van 100 m2 (oranje op afb. 4). De zuidzijde van het plangebied valt samen met een zone waarin het aspect archeologie pas hoeft te worden meegewogen bij ingrepen groter dan 10.000 m 2 (beige op afb. 4). 3. Cultuurhistorische achtergrond Het plangebied ligt in de wijk Hoorn Noord/Venenlaankwartier, ten oosten van de Draafsingel. De wijk bevindt zich vlak buiten de stadswal die het oude centrum van Hoorn omringt. Eind 16 de eeuw zijn hier een aantal lanen aangelegd (Venenlaan, Tweeboomlaan en Drieboomlaan) waarlangs in de 17de en 18de eeuw buitenhuizen, theehuizen en tuinen zijn gemaakt. In Hoorn waren vroeger lijnbanen aanwezig waarin touw werd gemaakt. Veel van deze touwen waren bestemd voor de schepen die in de stad werden gebouwd. Aanvankelijk lagen de lijnbanen binnen de stadswallen. In de 17de eeuw lag een viertal grote lijnbanen buiten de binnenstad.

Binnen het plangebied was mogelijk een dergelijke lijnbaan aanwezig. De hoge archeologische waarde op de beleidskaart is gebaseerd op de aanwezigheid van een lijnbaan op historisch kaartmateriaal. Op de kaart van Velius uit 1615 is vanaf het begin van de Koepoortsweg een lijnbaan zichtbaar, die bekend stond als de Schoutsbaan (afb. 5). Ook op de kaart van Doesjan uit 1794 is deze nog zichtbaar (afb. 6). Ten zuiden van de lijnbaan is een opvallend grote tuin met enkele gebouwen zichtbaar. Vanaf de Draafsingel loopt een laan met bomen naar en langs deze tuin.

Pagina 3 van 9 Team Erfgoed - Archeologie

|

Nieuwe Steen 1, 1625 HV Hoorn

|

Postbus 603, 1620 AR Hoorn

archeologie@hoorn.nl | www.archeologiewestfriesland.nl

Afbeelding 4. De ligging van het plangebied (zwarte stippellijn) en de geplande nieuwbouw (zwarte lijn) op de beleidskaart archeologie van de gemeente Hoorn.

Afbeelding 5.De locatie van het plangebied (zwarte cirkel, bij benadering) op de kaart van Velius uit 1615.Het noorden is rechts. Pagina 4 van 9 Team Erfgoed - Archeologie

|

Nieuwe Steen 1, 1625 HV Hoorn

|

Postbus 603, 1620 AR Hoorn

archeologie@hoorn.nl | www.archeologiewestfriesland.nl

Afbeelding 6. De locatie van het plangebied (zwarte cirkel, bij benadering) op de kaart van Doesjan uit 1794. Het noorden is rechts.

Afbeelding 7.De ligging van het plangebied (zwarte stippellijn) en geplande nieuwbouw (zwarte lijn) op de kadastrale minuutkaart uit 1823. Pagina 5 van 9 Team Erfgoed - Archeologie

|

Nieuwe Steen 1, 1625 HV Hoorn

|

Postbus 603, 1620 AR Hoorn

archeologie@hoorn.nl | www.archeologiewestfriesland.nl

Op de kadastrale minuutkaart uit 1823 is de lijnbaan verdwenen (afb. 7). Het plangebied valt nu samen met percelen D419 (aanleg of bos tot vermaak), D420b (boomgaard) en D421 (weiland). Allen waren toen in bezit van de erven van Dirk van Akerlaken. Het bijbehorende huis stond meer richting het westen, aan de Draafsingel. Als we de verschillende historische kaarten met elkaar combineren, kunnen we globaal de ligging van de lijnbaan achterhalen. De Schoutsbaan stond waarschijnlijk binnen het plangebied geheel aan de noordzijde. Het smalle perceel D419 is de laan met bomen. Perceel D420b was de tuin met gebouwen. Interessant is de eigenaar Dirk van Akerlaken in 1832. Hij behoorde tot de Hoornse regentenfamilie Van Akerlaken. Aannemelijk is dat de tuin met gebouwen een buitenplaats van deze familie was. 4. Archeologische en geologische bronnen Vlakbij het plangebied, achter de Draafsingel 57-59 (waar nu het appartementencomplex aan de Eikenhof staat), heeft Hollandia in 2005 een proefsleuvenonderzoek uitgevoerd (Archisnummer 2063964100). Uiteindelijk zijn twee werkputten aangelegd (afb. 8). De aangetroffen sporen en vondsten wijzen op de aanwezigheid van industriële activiteiten. Er is onder andere pottenbakkersafval in de vorm van kacheltegels aangetroffen. Ook waren mogelijke klei extractiekuilen aanwezig.

Het terrein werd in de 16 de en vroege 17de eeuw vermoedelijk dus gebruikt door pottenbakkers. In of na de 17de eeuw is het terrein afgedekt met een 50 tot 80 cm dik ophogingspakket. Op de onderzoekslocatie werden ook resten van een lijnbaan verwacht, maar deze werden niet aangetroffen. Mogelijk liggen deze resten net buiten het onderzoeksgebied uit 2005. De conserveringsomstandigheden waren goed tot uitstekend. Het bodemarchief bleek nauwelijks verstoord. Het terrein werd aangemerkt als behoudenswaardig.1

Afbeelding 8. De werkputten van het onderzoek uit 2005 (naar Van Den Berg 2006). 1

Van den Berg 2006, 7-11. Pagina 6 van 9 Team Erfgoed - Archeologie

|

Nieuwe Steen 1, 1625 HV Hoorn

|

Postbus 603, 1620 AR Hoorn

archeologie@hoorn.nl | www.archeologiewestfriesland.nl

Op de hoek Koepoortsweg – Spoorsingel is in 2014 een archeologische opgraving uitgevoerd (Archis zaaknummer 2437544100). Tijdens de opgraving werd plateelbakkersafval gevonden afkomstig uit de plateelbakkerij die tussen 1615 en 1650 actief was in het steegje de Kloppoort aan de Wortelvesten (huidige Gedempte Turfhaven). Tussen 1628 en 1635 is het afval uit de plateelbakkerij op het perceel langs de Koepoortsweg gestort. In 1649 werd het perceel bebouwd. In de 18de eeuw werd een bakstenen kademuur langs de nabijgelegen sloot gelegd.2 Archeologisch onderzoek uit 2018 (Archis zaaknummer 4584741100) heeft aangetoond dat langs de Drieboomlaan meer bebouwing heeft gestaan dan de historische kaarten doen vermoeden. Tijdens het onderzoek langs de Drieboomlaan en Binnenblijfstraat zijn de resten van een aantal 17de-eeuwse tuinhuizen opgegraven Bovendien is in de sloten langs de percelen zeer veel vondstmateriaal aangetroffen.3 5. Conclusie Het staat in de planning om het terrein tussen de Eikstraat en de Abbingstraat te ontwikkelen. De Mariaschool aan de Eikstraat 3 blijft daarbij behouden. Dit is een gemeentelijk monument. De nieuwbouw moet ruimte bieden aan een combinatie van een IKC (Integraal Kindcentrum) voor de Mariaschool, een KDV (kinderdagverblijf), woningbouw en parkeerplaatsen (afb. 3). De zone waarin de nieuwbouw komt heeft een oppervlakte van ca. 5.750 m 2.

Binnen een deel van deze zone geldt volgens de beleidskaart archeologie een hoge archeologische waarde met een vrijstellingsgrens van 100 m2. Deze grens wordt overschreden door de geplande nieuwbouw. Het zuidelijk deel van het plangebied valt samen met een zone waarin het aspect archeologie pas hoeft te worden meegewogen bij plannen vanaf ca. 10.000 m2. De omgeving van het plangebied is in gebruik genomen in de late 16 de eeuw. Voor 1615 is hier een lijnbaan gebouwd. Bij nabijgelegen archeologisch onderzoek is de aanwezigheid van deze lijnbaan niet aangetoond, maar zijn wel sporen van industriële activiteiten teruggevonden. Mogelijk kan de lijnbaan wel worden gelokaliseerd binnen het plangebied Eikstraat/Abbingstraat. Onderzoek binnen het plangebied kan informatie opleveren over het vroeg-industriële verleden van Hoorn. Ook kunnen resten van een buitenplaats met bijbehorende tuininrichting en eventuele bijbehorende gebouwen, zoals zichtbaar op de kaart van Doesjan (afb. 6), worden aangetroffen. 6. Advies Indien de geplande ingrepen benodigd voor de nieuwbouw een oppervlakte groter dan 100 m2 bestrijken en niet archeologie-vriendelijk worden uitgevoerd, is binnen het noordelijk deel van het plangebied (oranje op afb. 4) op basis van de hoge archeologische waarde een archeologisch onderzoek in het kader van de AMZ-cyclus vereist.

Vanuit het gemeentelijk beleid wordt geadviseerd om archeologie-vriendelijk te bouwen, dat wil zeggen de bodem niet te verstoren. Een archeologie-vriendelijk bouwplan kan worden getoetst door Archeologie West-Friesland en dient te worden goedgekeurd door de gemeente. Een niet archeologie-vriendelijk bouwplan houdt in dat de huidige situatie van de bodem zal worden verstoord tijdens het bouwproces. Onder bodemverstoring wordt verstaan: het verwijderen van muurwerk uit de bodem, hier onder vallen ook funderingen en palen van de bestaande bebouwing vanaf de vrijstellingsdiepte gemeten vanaf het bestaande maaiveld van de archeologische vindplaats. vorstranden dieper dan 30 cm het aanbrengen van funderingspalen, damwanden, grondverbeteringen, groutankers etc. bodemsaneringen, tijdelijke uitplaatsing van vervuilde grond

2 3

Schrickx 2016, 94. Schrickx, in prep. Pagina 7 van 9 Team Erfgoed - Archeologie

|

Nieuwe Steen 1, 1625 HV Hoorn

|

Postbus 603, 1620 AR Hoorn

archeologie@hoorn.nl | www.archeologiewestfriesland.nl

-

kelders, ondergrondse reservoirs, overmatige boringen voor diverse onderzoeken en bijvoorbeeld wkk installaties kruipruimtes vijvers/watercompensaties sloten en andere ingravingen kabels en leiding-tracés vanaf maaiveld

Ligt het in de planning om één of meerdere van bovenstaande bodemverstorende werkzaamheden tijdens het project uit te voeren, dan wordt het bouwproject als niet archeologie-vriendelijk geclassificeerd en dient nader archeologisch onderzoek te worden uitgevoerd. Dit archeologisch onderzoek dient te bestaan uit een Inventariserend Veldonderzoek (IVO) in de vorm van proefsleuven. Als leidraad voor het proefsleuvenonderzoek dient een Programma van Eisen te worden opgesteld dat vervolgens aan het bevoegd gezag ter goedkeuring wordt voorgelegd. Op basis van de archeologische resultaten van het proefsleuvenonderzoek kan worden bepaald of het noodzakelijk is om ook de rest van de nieuwbouwcontour archeologisch te onderzoeken. Indien dit het geval is, kan direct worden doorgestart naar een archeologische opgraving. Nadat het archeologisch onderzoek is voltooid, kan het plangebied worden vrijgegeven met betrekking tot het aspect archeologie. In bovenstaande quickscan is voor het plangebied een gespecificeerde archeologische verwachting geformuleerd. Deze gespecificeerde verwachting wordt tijdens het proefsleuvenonderzoek (en eventuele doorstart naar archeologische opgraving) getoetst. Een bureauonderzoek zal in dit geval geen nieuwe gegevens betreffende de verwachting binnen het plangebied genereren.

Geadviseerd wordt om in dit geval een bureauonderzoek achterwege te laten en de gespecificeerde verwachting uit de quickscan te hanteren. Archeologie West-Friesland kan een dergelijk onderzoek uitvoeren, maar het kan ook door een gecertificeerd archeologisch bedrijf worden uitgevoerd. De kosten van een dergelijk onderzoek zijn, conform de Erfgoedwet (hoofdstuk 9 § 1), voor rekening van de initiatiefnemer. Archeologie West-Friesland verzoekt om overleg te plegen met de projectontwikkelaar en/of koper om afspraken over het vervolgtraject te maken (M.H. Bartels, 06-30468593). Mogelijke bodemsanering heeft grote gevolgen voor de ontgravingsstrategie tijdens het archeologisch onderzoek. Het archeologisch onderzoek ontgraaft tot aan de onderkant van de bewoningslaag. Het heeft onze aanbeveling om voor het starten van het vooronderzoek naar de bodemkwaliteit (zie CROW 400 hoofdstuk 2 onderzoeksfase 2.1) contact op te nemen met een archeoloog om de onderkant van de bewoningslaag en dus de diepte van de boringen te bepalen. Als mede een strategie voor sanering te bepalen tbv het opstellen van een V&G plan (zie CROW 400 hoofdstuk 3 ontwerpfase 3.2). De sloop van de opstallen dient onder regime plaats te vinden. Verder in het voorbereidingsproces zal worden gevraagd archeologie in het sloopbestek op te nemen en zo zuinig mogelijk te slopen.

Binnen het zuidelijk deel van het plangebied (beige op afb. 4) is nader archeologisch onderzoek in het kader van de Archeologische Monumentenzorg niet noodzakelijk. Archeologie West-Friesland adviseert de voorgenomen ingrepen hier vrij te geven met betrekking tot het aspect archeologie.

Pagina 8 van 9 Team Erfgoed - Archeologie

|

Nieuwe Steen 1, 1625 HV Hoorn

|

Postbus 603, 1620 AR Hoorn

archeologie@hoorn.nl | www.archeologiewestfriesland.nl

7. Bronnen Archis 3.0 Berg, G.T.C. van den, 2006. Inventariserend Veldonderzoek Draafsingel 57-59 te Hoorn, Hollandia Rapport 82, Hollandia, Zaandijk. Gemeente Hoorn, 2012. Beleidskaart Archeologie (vastgesteld door de gemeenteraad op 12 maart 2013). Oud Hoorn, Beeldbank. Schrickx, C.P., 2016. Productieafval van de plateelbakkerij aan de Wortelvesten. Archeologisch onderzoek op het perceel op de hoek van de Koepoortsweg en de Spoorsingel. West-Friese Archeologische Rapporten 93. Archeologie West-Friesland, Hoorn. Westfries Archief 8. Geldigheid Indien de (bodemroerende) plannen voor dit project worden gewijzigd na advisering, dan dienen de nieuwe plannen te worden voorgelegd aan Archeologie West-Friesland, zodat deze opnieuw kunnen worden beoordeeld. Het voorgaande advies vervalt daarmee. Deze archeologische quickscan heeft een geldigheid van 2 jaar. Na verloop van deze periode wordt het advies ongeldig en dient bij ontwikkelingen een nieuw archeologisch advies te worden aangevraagd. Dit geldt ook voor ongewijzigde bouwplannen. Bovenstaand archeologisch advies is daarmee geldig tot: 05-07-2025

Pagina 9 van 9 Team Erfgoed - Archeologie

|

Nieuwe Steen 1, 1625 HV Hoorn

|

Postbus 603, 1620 AR Hoorn

archeologie@hoorn.nl | www.archeologiewestfriesland.nl

Bijlage 3 Programma van Eisen Archeologie

Mees Ruimte & Milieu | 24285.GOFLO

Pagina | 71

GEMEENTE HOORN

Programma van Eisen Landbodems 25-010

Projectnaam

Abbingstraat – Eikstraat Hoorn

Projectnummer

Nog niet toegekend

Adviesnummer

20126

Archisnummer

Nog niet toegekend

Datum

14-04-2025

Plaats binnen archeologisch proces

IVO – Proefsleuven (IVO-P)

Opsteller

Naam, adres, telefoon, e-mail

Datum

Auteur

A.S. de Groot Beleidsadviseur archeologie Senior KNA Bureauonderzoek Archeoloog Archeologie West-Friesland Postbus 603, 1620 AR, Hoorn 06-50035581 anne.de.groot@hoorn.nl

14-04-2025

Senior KNA Archeoloog (controle/goedkeuring)

C.P. Schrickx Senior KNA Archeoloog Archeologie West-Friesland Postbus 603, 1620 AR, Hoorn 06-50498199 c.schrickx@hoorn.nl

14-04-2025

Opdrachtgever

Naam, adres, telefoon, e-mail

Datum

Paraaf

Paraaf

Dhr. J. Bart Gemeente Hoorn Nieuwe Steen 1 1625 AR Hoorn 06-46755584 j.bart@hoorn.nl

Goedkeuring (namens) bevoegde overheid X

Gemeente

O

Provincie

O

Rijk

Naam, adres, telefoon, e-mail

Datum

Dhr. M.H. Bartels Archeologie West-Friesland Team Erfgoed, Gemeente Hoorn Postbus 603, 1620 AR Hoorn 06-30468593 m.bartels@hoorn.nl

14-04-2025

Paraaf

Uitvoerend bedrijf / instelling

Naam

Archeologie West-Friesland Gemeente Hoorn, Team Erfgoed

Adres

Postbus 603, 1620 AR, Hoorn

Contactpersoon

Drs. M.H. Bartels

Telefoon / e-mail

06-30468593

Kennisgeving depothouder / eigenaar

Datum

Naam

Gemeente Hoorn, archeologisch depot

Adres

Nieuwe Steen 1

Contactpersoon

Dhr. C.P. Schrickx

Telefoon / e-mail

06-50498199 / c.schrickx@hoorn.nl

Paraaf

14-04-2025

Planning onderzoek Start

Tweede helft 2026 (vigerende planning)

Geschatte duur

5-7 werkbare werkdagen (exclusief eventuele opgraving)

Archeologie West-Friesland werkt aan de hand van een Programma van Eisen (PvE) waarin tevens de onderzoeksstrategie en planning zijn opgenomen en fungeert zodoende ook als Plan van Aanpak (PvA). In onderstaand document zijn de processtappen van het protocol Programma van Eisen 4001 in combinatie met OPG01 Plan van Aanpak Opgraven verwerkt.

Dit Programma van Eisen heeft een geldigheid van 1 jaar. De vervaldatum van dit PvE is: 14-04-2026. © Archeologie West-Friesland 2025

Pagina 2 van 32 Archeologie West-Friesland | archeologie@hoorn.nl | www.archeologiewestfriesland.nl

Inhoudsopgave 1. Administratieve gegevens onderzoeksgebied

5

2. Aanleiding en motivering van het onderzoek

6

2.1 Aanleiding

6

2.2 Beleidskader

8

2.3 Quickscan

8

3. Eerder uitgevoerd onderzoek

9

4. Archeologische verwachting

9

4.1 Regionale archeologische en cultuurlandschappelijke context

9

4.2 Aard en ouderdom van de (mogelijke) vindplaats(en)

13

4.3 Begrenzing en oppervlakte van de vindplaats(en)

13

4.4 Structuren en sporen

13

4.5 Anorganische artefacten

14

4.6 Organische artefacten

14

4.7 Archeozoölogische en botanische resten

14

4.8 Archeologische stratigrafie en diepte van vondstlagen

14

4.9 Verwachting fysieke kwaliteit

14

5. Doelstelling en vraagstelling

15

5.1 Doelstelling

15

5.2 Relatie met NOaA en/of andere onderzoekskaders

15

5.3 Onderzoeksvragen

15

6. Methoden en technieken

17

6.1 Methoden en technieken

17

6.2 Strategie

17

6.3 Structuren en grondsporen

18

6.4 Aardwetenschappelijk onderzoek

18

6.5 Anorganische artefacten

18

6.6 Organische artefacten

18

6.7 Archeozoölogische en -botanische resten

19

6.8 Overige resten

19

6.9 Dateringstechieken

19

6.10 Beperkingen

19

6.11 Planning en in te zetten middelen

19 Pagina 3 van 32

Archeologie West-Friesland | archeologie@hoorn.nl | www.archeologiewestfriesland.nl

20

7. Uitwerking en conservering 7.1 Structuren, grondsporen, vondstspreidingen

20

7.2 Analyse aardwetenschappelijke gegevens

20

7.3 Anorganische artefacten

20

7.4 Organische artefacten

20

7.5 Archeozoölogische en -botanische resten

20

7.6 Beeldrapportage

20

7.7 Selectie materiaal

20

7.8 Conservering materiaal

20 21

8. Deponering 8.1 Eisen betreffende depot

21

8.2 Te leveren product

21

9. Randvoorwaarden en aanvullende eisen

22

9.1 Personele randvoorwaarden en deskundigheidseisen

22

9.2 Overlegmomenten

22

9.3 Kwaliteitsbewaking, toezicht en evaluatie

22

9.4 Overige randvoorwaarden en aanvullende eisen

22

10. Wijzigingen ten opzichte van het vastgestelde PvE

23

10.1 Wijzigingen tijdens het veldwerk

23

10.2 Belangrijke wijzigingen

23

10.3 Procedure van wijziging tijdens uitwerking en conservering

23

11. Publiciteit

24

Bronnen

25

Westfries Archief

25

Bijlage 1: Lijst met te verwachten aantallen locatie Abbingstraat - Eikstraat

26

Bijlage 2: Overzicht te raadplegen specialismen Abbingstraat - Eikstraat

27

Bijlage 3: Toelichting op selectie tijdens veldwerk op locatie Abbingstraat - Eikstraat

28

Bijlage 4: Tabellen selectie vondsten en monsters voor deponering

30

Bijlage 5: Tabel representatieve selectie vondsten

32

Pagina 4 van 32 Archeologie West-Friesland | archeologie@hoorn.nl | www.archeologiewestfriesland.nl

1. Administratieve gegevens onderzoeksgebied Projectnaam

Abbingstraat - Eikstraat

Provincie

Noord-Holland

Gemeente

Hoorn

Plaats

Hoorn

Toponiemen

Abbingstraat - Eikstraat

Kaartbladnummer

19F

X&Y–coördinaten

Centrale coördinaat plangebied: X: 133.054 | Y: 517.532

Waterkundige gegevens

Stad Hoorn is niet gekarteerd. Bij benadering grondwatertrap VIIo (GHG 80-140 cm -Mv, GLG 120-180 cm -Mv)

CMA/AMK-status

N.v.t.

Beleidskader

Zie hoofdstuk 2, paragraaf 2.2. Op de Beleidskaart Archeologie van de gemeente Hoorn ligt het plangebied voor een groot deel in een zone waarin rekening moet worden gehouden met archeologie bij plannen groter dan 100 m2.

AMK-monumentnummer

N.v.t.

Archis-waarnemingsnummer

Nog niet toegekend.

Oppervlakte plangebied

Ca. 8.800 m2 (ca. 6.400 m2 geselecteerd voor nader onderzoek).

Oppervlakte onderzoeksgebied

Voorgesteld wordt om vier proefsleuven aan te leggen verspreid over het plangebied. Dit komt neer op ca. 820 m2 aan proefsleuven en een dekkingsgraad van ca. 13 %. Vervolgens is mogelijk nog nader onderzoek in de vorm van een opgraving noodzakelijk.

Huidig grondgebruik

Schoolgebouwen, verharding, grasveld.

Pagina 5 van 32 Archeologie West-Friesland | archeologie@hoorn.nl | www.archeologiewestfriesland.nl

Afbeelding 1. De locatie van het plangebied Abbingstraat-Eikstraat in Hoorn, gemeente Hoorn.

2. Aanleiding en motivering van het onderzoek 2.1 Aanleiding Het staat in de planning om een terrein van ca. 8.800 m2 tussen de Eikstraat en de Abbingstraat te ontwikkelen tot school- en woningbouwlocatie. Binnen het plangebied staan momenteel een aantal gebouwen, maar zijn ook grasvelden en verharding aanwezig. Op de locatie Abbingstraat - Eikstraat is de dependance van de Mariaschool en bijzonder onderwijs De Eenhoorn gevestigd. De Mariaschool (met schoolplein en erfgrensafzetting) aan de Eikstraat 3 is een gemeentelijk monument dat in 1932 is gebouwd in de bouwstijl van de Amsterdamse School. De later aangebouwde oostvleugel en achterzijde van het gebouw horen niet bij het monument. Het monumentale deel van de Mariaschool aan de Eikstraat blijft behouden. Delen aan de noord- en oostzijde van dit pand worden gesloopt. Het gebouw van De Eenhoorn aan de Abbingstraat zal geheel worden gesloopt (rood op afb. 2). De gemeente zal het terrein bouwrijp opleveren aan het schoolbestuur (blauw op afb. 2). Daartoe worden de opstallen en bomen verwijderd en wordt het terrein gevlakt. De verwachting is nu dat in Q4 2025 of na Q2 2026 wordt gestart met de fysieke sloop. Achter de Mariaschool zal ca. 2.230 m2 aan nieuwbouw worden gerealiseerd (groen op afb. 3).

De nieuwbouw moet ruimte bieden aan een combinatie van een IKC (Integraal Kind Centrum) met een overdekte fietsenstalling en dubbele gymzaal. Aan de oostzijde van het plangebied zal woningbouw worden gerealiseerd. Voor de woningbouwontwikkeling zijn nog geen nieuwbouwcontouren beschikbaar. Voor de geplande nieuwbouw zijn nog geen funderingsplannen bekend. Daarom is uitgegaan van een gebruikelijke bouwwijze die zal zorgen voor een verstoring van het bodemarchief.

Pagina 6 van 32 Archeologie West-Friesland | archeologie@hoorn.nl | www.archeologiewestfriesland.nl

Afbeelding 2. Te slopen bouwdelen (rood) en bouwrijp op te leveren door gemeente (blauw) (bron: tekening 23537-V06210 Onderwaater).

Afbeelding 3. De beoogde nieuwe situatie (bron: tekening 23537-V06211 Onderwaater). Perceel A betreft het perceel van de school. Perceel B is bedoeld voor woningbouw. In groen de nieuwbouwcontour van de school.

Pagina 7 van 32 Archeologie West-Friesland | archeologie@hoorn.nl | www.archeologiewestfriesland.nl

2.2 Beleidskader De gemeenteraad van Hoorn heeft op 12 maart 2013 de ‘Beleidskaart Archeologie’ vastgesteld. Op deze kaart is aangegeven waar de bekende archeologische vindplaatsen zich bevinden en welke archeologische verwachtingszones er zijn in de categorieën (zeer) hoog, middel en lage verwachting. De verwachting is gecombineerd met een beleidsadvies per archeologische verwachtingszone. Het plangebied valt grotendeels binnen een zone met een vrijstellingsgrens van 100 m 2 (oranje op afb. 4). De zuidzijde van het plangebied valt samen met een zone waarin het aspect archeologie pas hoeft te worden meegewogen bij ingrepen groter dan 10.000 m 2 (beige op afb. 4). De grens van 100 m2 wordt met de geplande ontwikkeling overschreden. Hier is nader onderzoek noodzakelijk.

Afbeelding 4. Uitsnede uit de beleidskaart archeologie van de gemeente Hoorn.

2.3 Quickscan Op verzoek van de gemeente Hoorn is op 5 juli 2023 een quickscan archeologie uitgevoerd. 1 In de quickscan is voor het noordelijk deel van het plangebied geadviseerd tot een archeologisch onderzoek in de vorm van een proefsleuvenonderzoek. Na afloop van het proefsleuvenonderzoek dient mogelijk nog een archeologische opgraving te worden uitgevoerd. Dit advies is overgenomen door de gemeente Hoorn (het bevoegd gezag) en meegenomen in de Nota van Uitgangspunten die is opgesteld ten behoeve van de ontwikkelingen in het Eikstraatkwartier.2 Het totale plangebied heeft een omvang van ca. 8.800 m2. Op basis van de beleidskaart archeologie en de uitgevoerde quickscan is ca. 6.400 m2 van het plangebied geselecteerd voor nader archeologisch onderzoek. Dit betreft de delen met een hoge archeologische waarde die bouwrijp worden gemaakt en waar nieuwbouw zal plaatsvinden.

1 De Groot & Schrickx 2023. 2 Gemeente Hoorn 2024.

Pagina 8 van 32 Archeologie West-Friesland | archeologie@hoorn.nl | www.archeologiewestfriesland.nl

3. Eerder uitgevoerd onderzoek Niet van toepassing.

4. Archeologische verwachting 4.1 Regionale archeologische en cultuurlandschappelijke context 4.1.2 Historische achtergrond Het plangebied ligt in de wijk Hoorn Noord/Venenlaankwartier, ten oosten van de Draafsingel. De wijk bevindt zich vlak buiten de stadswal die het oude centrum van Hoorn omringt. Eind 16 de eeuw zijn hier een aantal lanen aangelegd (Venenlaan, Tweeboomlaan en Drieboomlaan) waarlangs in de 17 de en 18de eeuw buitenhuizen, theehuizen en tuinen zijn gemaakt. In Hoorn waren vroeger lijnbanen aanwezig waarin touw werd gemaakt. Veel van deze touwen waren bestemd voor de schepen die in de stad werden gebouwd. Een lijnbaan was een zeer lang gebouw, met bijgebouwen zoals een hennepschuur. Aanvankelijk lagen de lijnbanen binnen de stadswallen. In de 17 de eeuw lag een viertal grote lijnbanen buiten de binnenstad. Binnen het plangebied was mogelijk een dergelijke lijnbaan aanwezig. De hoge archeologische waarde op de beleidskaart is gebaseerd op de aanwezigheid van een lijnbaan op historisch kaartmateriaal. Op de kaart van Velius uit 1615 is vanaf het begin van de Koepoortsweg een lijnbaan zichtbaar, die bekend stond als de Schoutsbaan (afb. 5). De Schoutsbaan stond waarschijnlijk binnen het plangebied, geheel aan de noordzijde. De meer zuidelijk gelegen lijnbaan lijkt ter hoogte van de huidige Eikstraat te hebben gestaan.

Deze lijnbaan werd De Hoop genoemd en stond waarschijnlijk net buiten het plangebied.

Afbeelding 5. De locatie van het plangebied (zwarte cirkel, bij benadering) op de kaart van Velius uit 1615. Het noorden is rechtsonder.

Pagina 9 van 32 Archeologie West-Friesland | archeologie@hoorn.nl | www.archeologiewestfriesland.nl

Op de kaart van Velius lijken rekken/hekken te zijn ingetekend naast lijnbaan De Hoop. Mogelijk betreffen dit lakenramen. Op de kaart van Blaeu uit 1649 (hier niet afgebeeld) zijn de structuren ingekleurd en weergegeven als langwerpige gebouwen, net als de lijnbanen in de omgeving. Of het een correcte weergave betreft is niet bekend. Indien sporen van deze structuren aanwezig zijn, zullen ze zich waarschijnlijk binnen het zuidelijk deel van het plangebied bevinden. Deze zone is niet geselecteerd voor nader onderzoek. Ook op de kaart van Doesjan uit 1794 is de lijnbaan binnen het plangebied nog zichtbaar (afb. 6). Ten zuiden van de lijnbaan is een opvallend grote tuin met enkele gebouwen zichtbaar. Vanaf de Draafsingel loopt een laan met bomen naar en langs deze tuin. In de 17de en 18de eeuw zijn langs de Draafsingel buitenhuizen en theehuizen gebouwd en tuinen aangelegd. Een van deze huizen stond op de hoek van de Koepoortsweg en de Draafsingel. De kaart van Doesjan laat dus zien dat de bijbehorende tuin doorliep tot binnen het plangebied.

Afbeelding 6. De locatie van het plangebied (zwarte cirkel, bij benadering) op de kaart van Doesjan uit 1794. Het noorden is rechtsonder.

Op de kadastrale minuutkaart uit 1823 is de lijnbaan verdwenen (afb. 7). Het plangebied valt nu samen met percelen D419 (aanleg of bos tot vermaak), D420b (boomgaard) en D421 (weiland). Allen waren toen in bezit van de erven van Dirk van Akerlaken. Dirk van Akerlaken behoorde tot een bekende Hoornse regentenfamilie. Aannemelijk is dat de tuin met gebouwen een buitenplaats van deze familie was. Het bijbehorende huis stond meer richting het westen, aan de Draafsingel. Het smalle perceel D419 is de laan met bomen, ook zichtbaar op de kaart van Doesjan. Perceel D420b was de tuin met gebouwen. Op basis van de geraadpleegde historische kaarten is bepaald waar in het gebied de verschillende historische elementen gezocht moeten worden ten opzichte van de huidige topografie (afb. 8). Dit betreft een reconstructie. Van veel elementen is de exacte locatie niet bekend.

Pagina 10 van 32 Archeologie West-Friesland | archeologie@hoorn.nl | www.archeologiewestfriesland.nl

Afbeelding 7. De ligging van het plangebied (zwarte stippellijn) op de kadastrale minuutkaart uit 1823.

Afbeelding 8. Reconstructie historische elementen ter hoogte van het plangebied, ten opzichte van de huidige topografie.

4.1.3 Archeologische onderzoeken in de nabije omgeving

Pagina 11 van 32 Archeologie West-Friesland | archeologie@hoorn.nl | www.archeologiewestfriesland.nl

Vlak bij het plangebied, achter Draafsingel 57-59 (waar nu het appartementencomplex aan de Eikenhof staat), heeft Hollandia in 2005 een proefsleuvenonderzoek uitgevoerd (Archisnummer 2063964100). Uiteindelijk zijn twee werkputten aangelegd (afb. 9). De aangetroffen sporen en vondsten wijzen op de aanwezigheid van industriële activiteiten. Er is onder andere pottenbakkersafval in de vorm van kacheltegels aangetroffen. Er zijn onder andere plavuizen met verdiept gedeelte aangetroffen, waarvan de functie onbekend is. Het zou om grofkeramisch pottenbakkersafval kunnen gaan. Ook waren mogelijke klei extractiekuilen aanwezig. In of na de 17de eeuw is het terrein afgedekt met een 50 tot 80 cm dik ophogingspakket. Op de onderzoekslocatie werden ook resten van een lijnbaan verwacht, maar deze werden niet aangetroffen. Mogelijk liggen deze resten net buiten het onderzoeksgebied uit 2005. De conserveringsomstandigheden waren goed tot uitstekend. Het bodemarchief bleek nauwelijks verstoord. Het terrein werd aangemerkt als behoudenswaardig. 3 Op de hoek Koepoortsweg – Spoorsingel is in 2014 een archeologische opgraving uitgevoerd (Archis zaaknummer 2437544100). Tijdens de opgraving werd plateelbakkersafval gevonden afkomstig uit de plateelbakkerij die tussen 1615 en 1650 actief was in het steegje de Kloppoort aan de Wortelvesten (huidige Gedempte Turfhaven).

Tussen 1628 en 1635 is het afval uit de plateelbakkerij op het perceel langs de Koepoortsweg gestort. In 1649 werd het perceel bebouwd. In de 18 de eeuw werd een bakstenen kademuur langs de nabijgelegen sloot gelegd.4 Archeologisch onderzoek uit 2018 (Archis zaaknummer 4584741100) heeft aangetoond dat langs de Drieboomlaan meer bebouwing heeft gestaan dan de historische kaarten doen vermoeden. Tijdens het onderzoek langs de Drieboomlaan en Binnenblijfstraat zijn de resten van een aantal 17 de-eeuwse tuinhuizen opgegraven Bovendien is in de sloten langs de percelen zeer veel vondstmateriaal aangetroffen. 5

Afbeelding 9. De werkputten van het onderzoek uit 2005 (naar Van Den Berg 2006).

3

Van den Berg 2006, 7-11. Schrickx 2016, 94. 5 Schrickx & Stellingwerf 2020. 4

Pagina 12 van 32 Archeologie West-Friesland | archeologie@hoorn.nl | www.archeologiewestfriesland.nl

Noemenswaardig zijn verder de grootschalige onderzoeken die Hollandia en ADC in 2004-2005 hebben uitgevoerd voorafgaand aan het nieuwbouwproject De Nieuwe Baan in Enkhuizen (Archisnummers 2045836100 en 2072452100). Op deze plek stonden in het verleden lijnbanen. Bij de opgravingen zijn resten teruggevonden van deze lijnbanen in de vorm van funderingen van houten en bakstenen werkloodsen en palen van de touwbanen. Tussen de lijnbanen lagen sloten die tussen 1620 en 1640 zijn dichtgegooid met stadsafval. Enkele waren voorzien van een plankenbeschoeiing. Op het terrein bevonden zich tevens diverse waterputten.6

4.2 Aard en ouderdom van de (mogelijke) vindplaats(en) Op basis van onder andere historisch kaartmateriaal en archeologische bronnen heeft het plangebied een hoge archeologische waarde voor vindplaatsen uit met name de Nieuwe Tijd. Het plangebied maakt deel uit van een veengebied dat in de 12de eeuw is ontgonnen. Hier was toen geen bewoning aanwezig, maar lagen weilanden. Uit deze periode kunnen gedempte ontginningssloten, sporen van agrarische werkzaamheden en daliekuilen worden aangetroffen. Het gebied is waarschijnlijk in de late 16de eeuw in gebruik genomen, toen verschillende lanen werden aangelegd in de omgeving. Historisch kaartmateriaal laat zien dat vóór 1615 een lijnbaan is gebouwd ter hoogte van het plangebied. Bij nabijgelegen archeologisch onderzoek is de aanwezigheid van deze lijnbaan niet aangetoond, maar zijn wel sporen van industriële activiteiten (pottenbakkers) teruggevonden. Mogelijk kan de lijnbaan wel worden gelokaliseerd binnen het plangebied Eikstraat - Abbingstraat. Onderzoek binnen het plangebied kan informatie opleveren over het vroeg-industriële verleden van Hoorn. Ook kunnen resten van een buitenplaats met bijbehorende tuininrichting en eventuele bijbehorende gebouwen, zoals zichtbaar op de kaart van Doesjan (afb. 6), worden aangetroffen.

4.3 Begrenzing en oppervlakte van de vindplaats(en) Als vindplaats wordt hier de historische periferie van de stad Hoorn beschouwd, gelegen net buiten de binnenstad. Het betreft een gebied waarin vroeg-industriële activiteiten plaatsvonden en buitenhuizen met tuinen aanwezig waren. Het plangebied valt (deels) samen met de tuinen van een van deze buitenplaatsen. De buitenplaats lijkt een totale oppervlakte te hebben gehad van ca. 2 ha.

4.4 Structuren en sporen Op basis van bovenstaande historische en archeologische gegevens en de gespecificeerde verwachting (zie paragraaf 4.2) kunnen binnen het plangebied de volgende sporen en structuren worden verwacht: 12de eeuw – eind 16de eeuw - Gedempte ontginningssloten - Dierbegravingen - Sporen van agrarische werkzaamheden - Daliekuilen Eind 16de – 19de eeuw - Gedempte sloten, inclusief vondstmateriaal en mogelijk beschoeiingen - Ophogingslagen, inclusief vondstmateriaal - Resten lijnbaan o Lange rijen palen o Lange bakstenen muren o Werkvloeren van baksteen en schelpgruis o Schuren met houten of bakstenen funderingen o Waterputten o Vondsten die samenhangen met touwfabricage: hennepzaden (botanische monsters), resten touw, keurloodjes, gereedschappen - Aanwijzingen voor overige industriële activiteiten o Klei extractiekuilen o Plateel of pottenbakkersafval (b.v. ovensteunen, proenen, kleirolletjes, brokken ovenwand, misbaksels e.d.) 6 Van den Berg 2006; De Boer 2006.

Pagina 13 van 32 Archeologie West-Friesland | archeologie@hoorn.nl | www.archeologiewestfriesland.nl

- Resten tuin buitenplaats o Sporen die samenhangen met de tuininrichting: paden van schelpgruis, vijvers e.d. o Resten van erfafscheidingen o Eventueel houten en/of bakstenen funderingen van bijgebouwen o Afvalkuilen o Beerputten o Waterputten o Dierbegravingen o Vondsten die samenhangen met de tuininrichting: tuinvazen, ornamenten, beelden, rotstuinen (van bijvoorbeeld koraal), glazen kralen e.d. o Vondsten die samenhangen met het buitenleven: porseleinen servies, wijnglazen, flessen, tabakspijpen e.d.

4.5 Anorganische artefacten Keramiek, glas, metaal, natuursteen Ophogingslagen en eventuele gesloten contexten (bijvoorbeeld waterputten en afvalkuilen) binnen het plangebied kunnen veel anorganisch vondstmateriaal bevatten. De verzamelwijze staat hieronder beschreven. Mogelijk is anorganisch vondsmateriaal gerelateerd aan de lijnbaan aanwezig. Het gaat dan bijvoorbeeld om keurloodjes en gereedschappen. Aandacht gaat verder uit naar voorwerpen die samenhangen met siertuinen en het buitenleven in de 17 de/18de eeuw. Te denken valt aan vondsten als wijn- of bierglazen, flessen, theeserviezen, sierschotels e.d. Voorwerpen die te maken hebben met een siertuin zijn bijvoorbeeld tuinvazen, beelden en koraal, steen of glazen kralen. Daarnaast is het mogelijk dat in de 17de eeuw plateel- of pottenbakkersafval op het terrein is gestort (bijvoorbeeld ovensteunen, proenen, kleirolletjes, brokken ovenwand, misbaksels e.d.).

4.6 Organische artefacten Bot, hout, leer Ophogingslagen en eventuele gesloten contexten (bijvoorbeeld waterputten en afvalkuilen) binnen het plangebied kunnen veel organisch vondstmateriaal bevatten. De verzamelwijze staat hieronder beschreven.

4.7 Archeozoölogische en botanische resten Zaden/pitten, bot Ophogingslagen en eventuele gesloten contexten (bijvoorbeeld waterputten en afvalkuilen) binnen het plangebied kunnen veel archeozoölogische en botanische resten bevatten. De verzamelwijze staat hieronder beschreven. Speciale aandacht gaat uit naar resten die samenhangen met touwfabricage. Mogelijk zijn resten van touw en hennepzaden aanwezig.

4.8 Archeologische stratigrafie en diepte van vondstlagen Archeologische resten kunnen vanaf direct onder maaiveld aanwezig zijn. Het huidige maaiveld binnen het plangebied ligt op 0,8 tot 1,1 m -NAP. Bij het naastgelegen onderzoek van Hollandia werd het eerste vlak aangelegd op ca. 2 m -NAP. Hier staken de archeologische sporen donker af tegen de natuurlijke ondergrond. In of na de 17de eeuw is het terrein afgedekt met een 50 tot 80 cm dik ophogingspakket.7

4.9 Verwachting fysieke kwaliteit De te slopen opstallen binnen het plangebied zullen deels hebben gezorgd voor een verstoring van het bodemarchief. De gaafheid en conservering (fysieke kwaliteit) van de archeologische resten (zowel sporen als vondsten) is waarschijnlijk zeer goed. In de bodem, die voornamelijk uit klei bestaat en zeer nat is, blijven sporen en vondsten goed geconserveerd.

7 Van den Berg 2006, 7-11.

Pagina 14 van 32 Archeologie West-Friesland | archeologie@hoorn.nl | www.archeologiewestfriesland.nl

5. Doelstelling en vraagstelling 5.1 Doelstelling Doel van het proefsleuvenonderzoek is het toetsen en aanvullen van de gespecificeerde archeologische verwachting, zoals in de voorgaande hoofdstukken verwoord. Op basis van de resultaten wordt de behoudenswaardigheid van de eventuele vindplaats(en) bepaald. Het proefsleuvenonderzoek moet leiden tot een gefundeerd advies over hoe om te gaan met archeologische waarden binnen de geplande ontwikkeling van het terrein.

5.2 Relatie met NOaA en/of andere onderzoekskaders De volgende hoofdstukken uit de Nationale Onderzoeksagenda Archeologie zijn relevant: H2: Dynamiek van het Nederlandse landschap H4: Occupatie en adaptatie in het rivierengebied en langs de kust H5: Sociale en economische differentiatie H13: De verankering van het boerenbestaan H19: De ontwikkeling van steden H20: De relatie stad – platteland H21: De dynamiek van het landgebruik H22: Mens – materiële cultuurrelaties H23: Netwerken en infrastructuur

5.3 Onderzoeksvragen Voor het plangebied kan een aantal onderzoeksvragen worden geformuleerd. Dit onderdeel is geschreven door Senior KNA Archeoloog C.P. Schrickx. Algemeen 1. Hoe is de bodemopbouw binnen het plangebied? Is deze intact? Zijn er verschillende archeologische niveaus aanwezig? 2. Zijn er archeologische resten (sporen, structuren, vondsten) aangetroffen? Zo ja, hoe kan de vindplaats beschreven en geïnterpreteerd worden? 3. Indien het onderzoek geen archeologische resten of beperkte archeologische fenomenen (bijvoorbeeld alleen losse vondsten) oplevert, welke verklaring is hiervoor te geven? 4. Wat is de omvang van eventuele (sub-)recente verstoringen? 12de - eind 16de eeuw 5. Zijn ontginningssloten of jongere sloten aanwezig binnen het plangebied? Wat is de oriëntatie? Wanneer zijn de sloten gedempt? Kan iets worden gezegd over de breedte van de ontginningspercelen of splitsing/samenvoeging van percelen in latere tijd? 6. Wat kan worden gezegd over het gebruik van het plangebied in deze periode? Eind 16de - 19de eeuw 7. Zijn sporen vanaf eind 16de eeuw aanwezig? Kan op basis van de archeologische sporen en vondsten worden bepaald wanneer het plangebied in gebruik is genomen? 8. Is het plangebied opgehoogd? Zo ja, wanneer en waarmee? 9. Zijn sporen en/of vondsten gerelateerd aan de verwachte lijnbaan aanwezig? Zo ja, waar stond deze precies? 10.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Hoorn&id=806e88e2-8fa6-4c5d-9fb7-ac5660a76a21