Toezegging: rapport MEES (onderbouwing BOPA Eikstraat 3)
Tekst van het document
Goede onderbouwing van de effecten op de fysieke leefomgeving Project Status Projectnummer Kenmerk Datum Auteur
Eikstraat 3 Hoorn Definitief 24285 24285.GOFLO 10 juli 2025 C. van Bochoven-Schuchhard LLB
Mees Ruimte & Milieu | Postbus 854 | 2700 AW Zoetermeer info@meesruimteenmilieu.nl | www.meesruimteenmilieu.nl | IBAN NL94ABNA0587770562 | KvK 34237628
COLOFON Mees Ruimte & Milieu | Postbus 854 | 2700 AW Zoetermeer 085 – 744 08 38 Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm, elektronisch op geluidsband of op welke andere wijze ook, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van Mees Ruimte & Milieu.
Mees Ruimte & Milieu | 24285.GOFLO
Pagina | 2
INHOUDSOPGAVE 1
2
3
4
5
6
7
Aanleiding en doel
5
Aanleiding Projectgebied Geldend omgevingsplan Leeswijzer
5 5 6 6
Project en toetsing omgevingsplan
7
Projectbeschrijving Toetsing omgevingsplan
7 8
Ruimtelijk beleid
10
Rijksbeleid Provinciaal beleid Omgevingswaarden Gemeentelijk beleid
10 12 13 14
Omgevingskwaliteit
21
Ruimtelijke inpassing Cultuurhistorie, monumenten en archeologie Duurzaamheid en natuurinclusief bouwen Zorgvuldig ruimtegebruik / Ladder voor duurzame verstedelijking
21 25 29 30
Aspecten fysieke leefomgeving
32
Milieuzonering Asbest Chemische bodemkwaliteit Externe veiligheid Geluid Gezondheid Kabels en leidingen Licht Lucht Milieueffectrapportage Mobiliteit en parkeren Natuur Ontplofbare oorlogsresten Waterbelang Windhinder
32 34 35 38 40 42 43 45 47 49 50 53 57 58 64
Beschrijving uitvoerbaarheid
66
Economische uitvoerbaarheid Maatschappelijke uitvoerbaarheid
66 66
Conclusie ETFAL
68
Mees Ruimte & Milieu | 24285.GOFLO
Pagina | 3
Bijlagen 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15
Handreiking Duurzaamheid Bouwontwikkelingen Quickscan Archeologie Programma van Eisen Archeologie Asbestinventarisatie Inventarisatie Chroom-6 en zware metalen Verkennend bodem- en asbest in grondonderzoek Ecologische beoordeling Onderzoek stikstofdepositie Compensatieplan ecologie Bomen Effect Analyse Akoestisch onderzoek Bezonningsonderzoek Aanmeldnotitie m.e.r. Mobiliteitsonderzoek Adviezen Ruimtelijke Adviescommissie Hoorn
Mees Ruimte & Milieu | 24285.GOFLO
Pagina | 4
1
AANLEIDING EN DOEL AANLEIDING In opdracht van Stichting Penta heeft Mees Ruimte & Milieu een goede onderbouwing van de effecten op de fysieke leefomgeving opgesteld voor de gewenste ontwikkeling van een school (basisonderwijs), kinderopvang en een gymzaal ter plaatse van de Eikstraat 3 in Hoorn. Het doel is om de monumentale bebouwing te hergebruiken en een deel nieuw te bouwen aan de achterzijde van het monument. Het schoolgedeelte van de nieuwbouw wordt door middel van een tussenlid met het monumentale gedeelte verbonden. In het monument wordt een kinderopvang gerealiseerd. Het fietsparkeren wordt onder de gymzaal opgelost op maaiveldniveau. Het “Omgevingsplan gemeente Hoorn” staat reeds gebruik toe ten behoeve van educatieve, sociaalmedische, sociaal-culturele, levensbeschouwelijke, sport- en recreatieve voorzieningen en voorzieningen ten behoeve van openbare dienstverlening, alsook ondergeschikte detailhandel en horeca ten dienste van deze voorzieningen. De beoogde ontwikkeling is echter in strijd met de bouwregels van het geldende omgevingsplan. Om de beoogde ontwikkeling mogelijk te maken, dient een planologische procedure te worden doorlopen. De planologische procedure wordt doorlopen aan de hand van een omgevingsvergunning voor een ‘buitenplanse omgevingsplan activiteit’ (hierna: BOPA).
Onderdeel van deze omgevingsvergunning is de motivatie om af te wijken van het geldende omgevingsplan, de zogenoemde ‘Goede Onderbouwing van (de effecten op) de Fysieke LeefOmgeving’ (hierna: GOFLO). Voorliggende rapportage betreft de GOFLO, waarin wordt gemotiveerd dat sprake is van een ‘evenwichtige toedeling van functies aan locaties’ (hierna: ETFAL).
PROJECTGEBIED Het projectgebied Eikstraat 3 is gelegen in de plaats Hoorn, de gemeente Hoorn en de provincie NoordHolland. Het adres is gelegen op perceel 3856 in de sectie D en de kadastrale gemeente Hoorn. Het projectgebied maakt onderdeel uit van de wijk het Venenlaankwartier, gelegen ten noorden van de binnenstad van Hoorn. Het Venenlaankwartier behoort tot de eerste uitbreiding van de stad buiten de singels. Ten noorden van het projectgebied, op een afstand van ruim 50 meter is het spoortraject van station van Hoorn gelegen. In het zuiden wordt de begrenzing van het projectgebied gevormd door de Eikstraat. In het oosten, westen en zuiden zijn woningen gelegen. Het gebied heeft door de ligging aan het historisch centrum, de ruimtelijke opbouw en het relatief grote aantal monumentale panden een bijzonder, historisch en kleinschalig karakter. Door de relatief grote voortuinen, het vele groen rondom de schoollocaties en de laanbomen heeft het gebied daarnaast een zeer groen karakter. Verder heeft het gebied een levendig karakter door de relatief vele voorzieningen in onderwijs, zorg, religie, kinderopvang maar ook werk aan huis.
Mees Ruimte & Milieu | 24285.GOFLO
Pagina | 5
Figuur 1. Luchtfoto projectgebied (bron: Google Maps)
GELDEND OMGEVINGSPLAN Ter plaatse van de projectlocatie geldt het “Omgevingsplan gemeente Hoorn”. De projectlocatie valt onder het tijdelijk deel van het omgevingsplan, aangezien de voormalige bestemmingsplannen nog niet zijn omgezet in een definitief omgevingsplan. In paragraaf 2.2 van deze GOFLO wordt hier nader op ingegaan.
LEESWIJZER Na dit inleidende hoofdstuk vormen de daaropvolgende hoofdstukken de verantwoording van de activiteit die deze motivering mogelijk maakt. Het betreft de onderbouwing waarom sprake is van een ‘evenwichtige toedeling van functies aan locaties’ (ETFAL). De hiernavolgende hoofdstukken zijn als volgt opgebouwd: • Hoofdstuk 2: In dit hoofdstuk wordt het project (de beoogde ontwikkeling) beschreven en vindt toetsing aan het geldende omgevingsplan plaats. • Hoofdstuk 3: In dit hoofdstuk worden de relevante beleidskaders beschouwd. • Hoofdstuk 4: Dit hoofdstuk betreft een beschrijving van de omgevingskwaliteit, waarbij onder meer de stedenbouwkundige inpassing, archeologie en cultuurhistorie aan bod komen. • Hoofdstuk 5: Dit hoofdstuk betreft een beschrijving van de aspecten met betrekking tot de fysieke leefomgeving, waar omgevingsaspecten zoals bodem, geluid en gezondheid aan bod komen. • Hoofdstuk 6: In dit hoofdstuk wordt de uitvoerbaarheid van het project beschreven. • Hoofdstuk 7: Dit hoofdstuk betreft de conclusie ten aanzien van de ETFAL.
Mees Ruimte & Milieu | 24285.GOFLO
Pagina | 6
2
PROJECT EN TOETSING OMGEVINGSPLAN PROJECTBESCHRIJVING Op de locatie Eikstraat is momenteel de Mariaschool (PO-onderwijs) gevestigd. Op de locatie Eikstraat wordt een IKC (Integraal Kindcentrum) met een dubbele gymzaal ontwikkeld voor de Mariaschool. Het huidige schoolgebouw van de Mariaschool is een gemeentelijk monument met uitzondering van de later aangebouwde oostvleugel en de achterzijde van het gebouw. Ook het schoolplein en de erfgrensafzetting behoren tot het gemeentelijke monument en dienen door de school geïntegreerd te worden in het ontwerp. Het doel is om de monumentale bebouwing aan de Eikstraat 3 te Hoorn te hergebruiken en een deel nieuw te bouwen aan de achterzijde van het monument. Het programma in het nieuw te bouwen gedeelte bestaat uit een school (basisonderwijs) en een gymzaal. Het schoolgedeelte van de nieuwbouw wordt door middel van een tussenlid met het monumentale gedeelte verbonden. In het monument wordt de kinderdagopvang gerealiseerd. Het kinderdagverblijf heeft een brutovloeroppervlak van circa 708 m2. In de toekomstige situatie is sprake van 16 klaslokalen en 1 lokaal voor de instroomgroep (instroom van kinderdagopvang naar basisschool). Figuur 2. Huidige situatie (bron: aanzicht vanaf de Eikstraat via Google Maps)
Mees Ruimte & Milieu | 24285.GOFLO
Pagina | 7
Figuur 3. Impressie toekomstige situatie (bron: Onderwaater architecten ingenieurs, d.d. 17 oktober 2024)
TOETSING OMGEVINGSPLAN In deze paragraaf wordt het initiatief getoetst aan het omgevingsplan van rechtswege.
Bestaande bouw- en gebruiksmogelijkheden Ter plaatse van het projectgebied geldt vanaf 1 januari 2024 het tijdelijk omgevingsplan “Omgevingsplan gemeente Hoorn”, dat voor deze locatie bestaat uit de volgende bestemmingsplannen: 1. Bestemmingsplan Hoorn-Noord en Venenlaankwartier De gronden ter plaatse van het projectgebied zijn bestemd als ‘Maatschappelijk’, ‘Waarde – Cultuurhistorie’, ‘Waarde – Archeologie 2’ en ‘Waarde – Archeologie 5’. Daarnaast is sprake van een bouwvlak, waarbinnen gebouwd mag worden met een maximum bouwhoogte van 8 meter dan wel 11 meter. Het bebouwingspercentage is 100% binnen het bouwvlak. 2. Paraplubestemmingsplan parkeren & laden en lossen In dit bestemmingsplan is bepaald dat nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen, afhankelijk van de functie en de locatie, moeten voldoen aan de parkeernorm welke voortvloeit uit het geldend gemeentelijk parkeerbeleid. 3. Paraplubestemmingsplannen Veegplan, Veegplan 2 en Veegplan 3 De paraplubestemmingsplannen Veegplan, Veegplan 2 en Veegplan 3 kennen geen bijzonderheden voor het projectgebied.
Bestaande milieunormen bij een milieubelastende activiteit Van een milieubelastende activiteit is geen sprake, waardoor de relevante milieunormen uit het gemeentelijk omgevingsplan in verband met artikel 8.9 lid 3 Bal hier niet verder aan bod komen.
Strijdigheden met het omgevingsplan De beoogde ontwikkeling is in strijd met het tijdelijk omgevingsplan voor wat betreft het bestemmingsplan Hoorn-Noord en Venenlaankwartier. Ook moet bij de verder uitwerking met de regels van het Paraplubestemmingsplan parkeren & laden en lossen rekening worden gehouden. Het aspect Mobiliteit en parkeren wordt nader beschouwd in paragraaf 5.11 van voorliggend document.
Beperkingengebieden Een beperkingengebied is een breed verzamelbegrip en wordt in de Omgevingswet gedefinieerd als een gebied dat bij of krachtens de wet (door Rijk of provincie) is aangewezen, waar vanwege de aanwezigheid van een werk of object, regels gelden over activiteiten die gevolgen hebben of kunnen hebben voor dat werk Mees Ruimte & Milieu | 24285.GOFLO
Pagina | 8
of object. De Omgevingswet verplicht Rijk en provincie om beperkingengebieden aan te wijzen, zoals zones rond wegen, hoofdspoorwegen, luchthavens (bijvoorbeeld Luchthavenindelingsbesluit), waterkeringen, rijkswegen en vaarwegen. Kortgezegd zijn dit de gebieden rondom wegen en waterstaatswerken waar beperkingen gelden. Van een beperkingengebied is in voorliggend geval geen sprake.
Mees Ruimte & Milieu | 24285.GOFLO
Pagina | 9
3
RUIMTELIJK BELEID RIJKSBELEID Nationale Omgevingsvisie In de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) wordt door het Rijk een langetermijnvisie gegeven op de toekomstige ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. De NOVI bestaat uit een visie, toelichting en uitvoeringsagenda. De combinatie van deze drie documenten zorgt voor een toetsing die leidt tot nationale strategische keuzes en gebiedsgericht maatwerk. De NOVI beschrijft een toekomstperspectief met de ambities: wat willen we bereiken? Vervolgens worden de 21 nationale belangen in de fysieke leefomgeving en de daaruit voortkomende opgaven beschreven. Die opgaven zijn in feite het verschil tussen de ambitie en de huidige situatie en verwachte ontwikkelingen. De vier prioriteiten De Uitvoeringsagenda beschrijft de vier prioriteiten. De opgaven uit de toelichting kunnen veelal niet apart van elkaar worden aangepakt. Als een samenhangende, integrale aanpak nodig is over de sectoren heen, vraagt dit een andere inzet. De samenhang tussen opgaven manifesteert zich rond vier prioriteiten. 1. 2. 3. 4.
Ruimte voor klimaatadaptie en energietransitie; Duurzaam economisch groeipotentieel; Sterke en gezonde steden en regio’s; Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied.
Drie afwegingsprincipes Het doel van de NOVI is het bereiken van een balans tussen: ‘(a) het bereiken en in stand houden van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit en (b) doelmatig beheren, gebruiken en ontwikkelen van de fysieke leefomgeving ter vervulling van maatschappelijke behoeften’. Beschermen en ontwikkelen sluiten elkaar niet per definitie uit en kunnen elkaar zelfs versterken. Echter, gaan beschermen en ontwikkelen niet altijd en overal zonder meer samen en zijn soms echt onverenigbaar. Een optimale balans tussen deze twee vergt steeds een zorgvuldige afweging en prioritering van ongelijksoortige belangen. Om dit afwegingsproces en de omgeving inclusieve benadering richting te geven, is in de NOVI een drietal afwegingsprincipes geformuleerd: 1. Combineren boven enkelvoudig; 2. Kenmerken & identiteit; 3. Afwentelen voorkomen. 3.1.1.1 Relatie tot ontwikkeling Het doel is om de monumentale bebouwing aan de Eikstraat 3 te Hoorn te hergebruiken en een deel nieuw te bouwen aan de achterzijde van het monument. Het programma in het nieuw te bouwen gedeelte bestaat uit een school (basisonderwijs) en een gymzaal. Het schoolgedeelte van de nieuwbouw wordt door middel van een tussenlid met het monumentale gedeelte verbonden. In het monument wordt de kinderdagopvang gerealiseerd.
De primaire verantwoordelijkheid voor de gebouwde omgeving en de leefbaarheid ligt bij gemeenten en provincies. Het beleid voor de ontwikkeling van deze locatie wordt daarom overgelaten aan de provincie en gemeente. De nationale belangen, de vier prioriteiten uit de Uitvoeringsagenda en de afwegingsprincipes staan niet in de weg aan de voorgenomen ontwikkeling. Gemotiveerd kan worden dat de ontwikkeling juist
Mees Ruimte & Milieu | 24285.GOFLO
Pagina | 10
een bijdrage kan leveren aan de nationale belangen, waaronder het bevorderen van de duurzame ontwikkeling van de fysieke leefomgeving. 3.1.1.2 Conclusie De beoogde ontwikkeling belemmert de nationale belangen, de vier prioriteiten uit de Uitvoeringsagenda en de afwegingsprincipes uit de NOVI niet. Beleid voor deze specifieke locatie dan wel ontwikkeling wordt daarom overgelaten aan de provincie en gemeente.
Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) In het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) staan onder meer regels over omgevingswaarden, instructieregels en beoordelingsregels. Het Bkl geldt voor het Rijk en decentrale overheden. Omgevingswaarden Een omgevingswaarde is een van de instrumenten waarmee overheden het beleid van een omgevingsvisie kunnen uitvoeren. Deze moet objectief zijn vast te stellen en meetbaar zijn. De rijksomgevingswaarden zijn vastgesteld in hoofdstuk 2 van het Bkl. De rijksomgevingswaarden luiden als volgt: • • • • • • •
Lucht Waterveiligheid primaire waterkeringen Oppervlaktewaterkwaliteit Grondwater Bronnen voor drinkwater Zwemmen in oppervlaktewater NEC omgevingswaarden
Provincies en gemeenten mogen afwijkende of aanvullende omgevingswaarden stellen voor luchtkwaliteit, zwemwater en waterkwaliteit. Ook kunnen ze omgevingswaarden stellen voor onderwerpen waarover het Rijk geen omgevingswaarden stelt. Hierbij te denken aan omgevingswaarde voor geur- of lichthinder. Instructieregels Een instructieregel is een algemene regel waarmee een bestuursorgaan aan een ander bestuursorgaan aangeeft hoe dat orgaan een taak of bevoegdheid moet uitoefenen. Instructieregels gaan over de inhoud, toelichting of motivering van een instrument dat een bestuursorgaan op grond van de Omgevingswet kan inzetten. Voor deze GOFLO is met name hoofdstuk 8 van het Bkl relevant. Dit hoofdstuk bevat respectievelijk de instructieregels voor omgevingsvergunningen. Regels voor monitoring Bij monitoring verzamelen bestuursorganen gedurende langere tijd op systematische wijze gegevens over de fysieke leefomgeving of onderdelen daarvan. 3.1.2.1 Relatie tot ontwikkeling De toets aan eventueel van toepassing zijnde (rijks)omgevingswaarden vindt plaats in hoofdstuk XX van deze GOFLO. Voor de toets aan instructieregels geldt dat een vergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA) wordt aangevraagd. Derhalve zijn de instructieregels uit hoofdstuk 8 van het Bkl relevant. Hoofdstuk 8 van het Bkl bevat beoordelingsregels voor omgevingsvergunningen.
Deze beoordelingsregels gelden voor omgevingsvergunningen waarvoor het Rijk de vergunningplicht bepaalt in de Omgevingswet, het Besluit activiteiten leefomgeving of het Besluit bouwwerken leefomgeving. Beoordelingsregels voor omgevingsvergunningen waarvoor decentrale overheden de vergunningplicht bepalen staan in het
Mees Ruimte & Milieu | 24285.GOFLO
Pagina | 11
omgevingsplan, de waterschapsverordening of de omgevingsverordening. In relatie tot de onderhavige ontwikkeling geldt dat de gemeente het bevoegde gezag is. De beoordelingsregels uit hoofdstuk 8 van het Bkl zijn derhalve niet van toepassing en nadere toetsing kan achterwege blijven. 3.1.2.2 Conclusie In het Bkl zijn geen randvoorwaarden opgenomen waarbij in de nadere uitwerking van de voorgenomen ontwikkeling rekening mee moet worden gehouden.
PROVINCIAAL BELEID Omgevingsvisie NH2050 Met het op 28 november 2018 vaststellen van de Omgevingsvisie Noord-Holland 2050 heeft de provincie voor ogen om balans te creëren tussen economische groei en leefbaarheid. Dit betekent dat in heel NoordHolland een basiskwaliteit van de leefomgeving wordt gegarandeerd. Er zijn randvoorwaarden geformuleerd hoe om te gaan met klimaatverandering. De provincie ontwikkelt zoveel mogelijk natuurinclusief en met behoud van (karakteristieke) landschappen, clustert ruimtelijke economische ontwikkelingen rond infrastructuur en houdt rekening met de ondergrond. In de visie zijn 5 bewegingen met ontwikkelprincipes beschreven voor de ontwikkeling van de leefomgeving: 1. Dynamisch schiereiland. Hierin is het benutten van de unieke ligging van Noord-Holland, te midden van water, leidend. 2. Metropool in ontwikkeling. Hierin wordt beschreven hoe de Metropoolregio Amsterdam steeds meer als één stad functioneert. 3. Sterke kernen, sterke regio’s, gaat over de ontwikkeling van centrumgemeenten die de gehele regio waarin ze liggen, vitaal houden. 4. Nieuwe energie, benut de economische kansen van de energietransitie. 5. Natuurlijk en vitaal landelijke omgeving, staan het ontwikkelen van natuurwaarden en een economisch duurzame agrarische sector centraal.
3.2.1.1 Relatie tot ontwikkeling Het doel is om de monumentale bebouwing aan de Eikstraat 3 te Hoorn te hergebruiken en een deel nieuw te bouwen aan de achterzijde van het monument. Het programma in het nieuw te bouwen gedeelte bestaat uit een school (basisonderwijs) en een gymzaal. Het schoolgedeelte van de nieuwbouw wordt door middel van een tussenlid met het monumentale gedeelte verbonden. In het monument wordt de kinderdagopvang gerealiseerd. Hoewel alle 5 bewegingen onlosmakelijk met elkaar zijn verbonden, is vooral beweging 3 in het bijzonder relevant voor dit project. De beweging ‘Sterke kernen, sterke regio’s’ heeft als speerpunten: ontwikkelen op basis van eigen kracht en kwaliteiten, voorzieningenniveau en bereikbaarheid op peil houden, behoud en ontwikkeling van krachtige identiteiten, principe van versterken complementariteit en regionale netwerken, mogelijkheden om te bouwen voegen zich naar de vraag op dat moment. De beweging ‘Sterke kernen, sterke regio’s’ beoogt handvatten te geven om de werkgelegenheid, het voorzieningenniveau en de bereikbaarheid op peil te houden en om dorpen, steden en regio’s de krachtige identiteit die ze zo kenmerkt te laten behouden of te ontwikkelen. 3.2.1.2 Conclusie De beoogde ontwikkeling past binnen de vijf bewegingen van de Omgevingsvisie NH2050.
Mees Ruimte & Milieu | 24285.GOFLO
Pagina | 12
Omgevingsverordening NH2022 Op 1 januari 2024 is de Omgevingsverordening NH2022 (OVNH2022) in werking getreden. In de omgevingsverordening zijn regels samengevoegd op het gebied van natuur, milieu, mobiliteit, erfgoed, ruimte en water. De provincie wil met de omgevingsverordening ontwikkelingen, zoals woningbouw en de energietransitie, mogelijk maken en zet in op het beschermen van mooie en bijzondere gebieden in NoordHolland. Hierin wordt een evenwichtige balans gezocht tussen economische groei en leefbaarheid. De OVNH2022 bevat ook regels over stedelijke ontwikkelingen. Een stedelijke ontwikkeling is een ontwikkeling als bedoeld in artikel 5.129g van het Besluit kwaliteit leefomgeving. Een ruimtelijk plan kan uitsluitend voorzien in een nieuwe stedelijke ontwikkeling als de ontwikkeling in overeenstemming is met de binnen de regio gemaakte schriftelijke afspraken (artikel 6.13 OVNH2022) van de omgevingsverordening). In het Delegatiebesluit Omgevingsverordening NH2022 is bepaald dat Gedeputeerde Staten nadere regels stellen aan de afspraken. 3.2.2.1 Relatie tot ontwikkeling Het doel is om de monumentale bebouwing aan de Eikstraat 3 te Hoorn te hergebruiken en een deel nieuw te bouwen aan de achterzijde van het monument. Het programma in het nieuw te bouwen gedeelte bestaat uit een school (basisonderwijs) en een gymzaal.
Het schoolgedeelte van de nieuwbouw wordt door middel van een tussenlid met het monumentale gedeelte verbonden. In het monument wordt de kinderdagopvang gerealiseerd. Het initiatief is aan te merken als een stedelijke ontwikkeling in de zin van het Bkl en de OVNH2022. De beoogde ontwikkeling moet in overeenstemming zijn met afspraken in de regio. Het projectgebied is gelegen in de gebieden ‘Datacenters uitgesloten’ (niet van belang voor de beoogde ontwikkeling), ‘Natura2000-bufferzone’, ‘Noord-Holland Noord’ (niet van belang voor de beoogde ontwikkeling), ‘Ontgrondingen’, ‘Peilbesluit’ en ‘Regionale verdringingsreeks regio IJsselmeergebied’. In de Natura 2000 bufferzone zijn in de omgevingsverordening een aantal gevallen vastgelegd waarvoor geen omgevingsvergunning voor een Natura 2000-activiteit is vereist. Voor de beoogde ontwikkeling geldt dat aangetoond moet worden of sprake is van een negatief effect op omliggende Natura 2000-gebieden. Dit wordt middels een stikstofdepositieonderzoek gedaan, waarvan de resultaten zijn opgenomen in paragraaf 5.12 Natuur. Voor gebieden binnen ‘Ontgrondingen’ zijn in de omgevingsverordening een aantal gevallen vastgelegd waarvoor geen omgevingsvergunning voor een ontgrondingactiviteit nodig is. Wanneer niet meer dan 10.000 m3 grond wordt ontgraven, is een omgevingsvergunning niet benodigd.
Ter plaatse van het gebied ‘Peilbesluit’ stelt het waterschapsbestuur een of meer peilbesluiten vast voor de oppervlaktewaterlichamen. Binnen de verdringingsreeks IJsselmeergebied wordt in geval van een onmiddellijk of dreigend watertekort met het oog op de verdeling van het beschikbare water vanuit het IJsselmeergebied prioriteit toegekend aan: het gebruik van industrieel proceswater en de tijdelijke beregening van kapitaalintensieve gewassen. 3.2.2.2 Conclusie Voor de beoogde ontwikkeling volgen geen belemmeringen vanuit de Omgevingsverordening NH2022.
OMGEVINGSWAARDEN Een omgevingswaarde is een van de instrumenten om beleid door te laten werken vanuit het Rijk en provincie, maar ook van de gemeente zelf. Omgevingswaarden zijn maatstaven voor de fysieke leefomgeving voor:
Mees Ruimte & Milieu | 24285.GOFLO
Pagina | 13
• • •
de gewenste staat of kwaliteit op een bepaald moment op een bepaalde plaats; de toelaatbare belasting door activiteiten; de toelaatbare concentratie of depositie van stoffen.
De omgevingswaarde moet worden uitgedrukt in meetbare of berekenbare eenheden of anderszins in objectieve termen. Een kwalitatieve omgevingswaarde is mogelijk als zo'n aspect met objectieve termen kan worden omschreven. Bijvoorbeeld: wanneer een rivier moet voldoen aan de normen voor een 'goede ecologische toestand', is een objectieve beschrijving van kwaliteiten nodig in bijvoorbeeld een programma of beleidsregel. Omgevingswaarden hebben geen doorwerking naar andere partijen dan de gemeente die de omgevingswaarde heeft vastgesteld. De gemeente kan omgevingswaarden vaststellen in het omgevingsplan. Het moet dan gaan om omgevingswaarden die het gemeentebestuur kan beïnvloeden of beheersen door de inzet van beleidsinstrumenten, zoals voor geur of geluid.
Relatie tot ontwikkeling Het doel is om de monumentale bebouwing aan de Eikstraat 3 te Hoorn te hergebruiken en een deel nieuw te bouwen aan de achterzijde van het monument. Het programma in het nieuw te bouwen gedeelte bestaat uit een school (basisonderwijs) en een gymzaal. Het schoolgedeelte van de nieuwbouw wordt door middel van een tussenlid met het monumentale gedeelte verbonden. In het monument wordt de kinderdagopvang gerealiseerd. In paragraaf 2.2 (toets aan het omgevingsplan) is niet gebleken dat voor de voorgenomen ontwikkeling omgevingswaarden zijn vastgesteld, waaraan de voorgenomen ontwikkeling moet worden getoetst. Daarnaast volgen uit de toets aan het rijks- en provinciaal en gemeentelijk beleid eveneens geen omgevingswaarden, waaraan de voorgenomen ontwikkeling moet worden getoetst.
Conclusie De Omgevingswaarden vormen geen randvoorwaarde voor de nadere uitwerking van de voorgenomen ontwikkeling.
GEMEENTELIJK BELEID Omgevingsvisie Hoorn Op 8 februari 2022 is de omgevingsvisie van de gemeente Hoorn vastgesteld door de gemeenteraad. Om Hoorn nog completer, krachtiger en leefbaarder te maken, investeert de gemeente in aantrekkelijkere nieuwe en bestaande stads- en woonwijken. Het is van belang om de juiste woningen op de juiste plek te bouwen en voor de juiste doelgroep. Ook de levendigheid en de sfeer zijn van belang: woningen gemengd met bedrijven en voldoende ruimtes voor ontmoeting. In stadse woonomgevingen staan woningen, bedrijven en voorzieningen dichter op - en door - elkaar. Het is ook van belang dat ervoor wordt gezorgd dat de sociale en maatschappelijke voorzieningen zoals bijvoorbeeld gezondheidscentra, scholen, culturele centra en buurthuizen, meegroeien met het aantal inwoners, werknemers, scholieren en bezoekers. 3.4.1.1 Relatie tot ontwikkeling Het doel is om de monumentale bebouwing aan de Eikstraat 3 te Hoorn te hergebruiken en een deel nieuw te bouwen aan de achterzijde van het monument. Het programma in het nieuw te bouwen gedeelte bestaat uit een school (basisonderwijs) en een gymzaal. Het schoolgedeelte van de nieuwbouw wordt door middel van een tussenlid met het monumentale gedeelte verbonden. In het monument wordt de kinderdagopvang gerealiseerd.
Mees Ruimte & Milieu | 24285.GOFLO
Pagina | 14
Het projectgebied wordt aangemerkt als kleinstedelijk gebied en is benoemd als een gebied waar de gemeente aan de slag gaat met de woningbouwopgave. Hierbij richt de omgevingsvisie zich op het aantrekkelijk maken van bestaande en nieuwe wijken, het verbeteren van de leegomgeving en het verduurzamen van de stad. De beoogde ontwikkeling levert een bijdrage aan het behoud van erfgoed, versterkt te leefomgeving en voorziet in belangrijke maatschappelijke voorzieningen. Dit past binnen de visie op de ‘fysieke leefomgeving’ van de gemeente Hoorn. 3.4.1.2 Conclusie De beoogde ontwikkeling past binnen de visie van de gemeente Hoorn, zoals vastgelegd in de Omgevingsvisie Hoorn.
Toekomst van de stad – Uitgangspunten voor ‘meer stad worden’ De gemeenteraad heeft voor de stedelijke ontwikkeling van Hoorn ambities vastgesteld. De visie is het handvat voor de ontwikkeling om ‘meer stad te worden’. Op 6 juni 2019 heeft de gemeenteraad het volgende besloten: 1. Om een leefbare en vitale stad te blijven moet Hoorn 'meer stad worden'. 2. De gemeente Hoorn maakt een ambitiesprong in het stedelijk gebied en realiseert stedelijke woonmilieus waarin wonen, werken en verblijven samenkomen en die een duidelijke meerwaarde opleveren voor de stad. Kansen hiervoor liggen met name in verdichting in de stedelijke rand rondom de binnenstad. 3. De gemeente Hoorn streeft naar het transformeren van bedrijventerreinen in of tegen het stedelijk gebied naar gebieden waarin wonen, werken en verblijven samenkomen, zodat deze gebieden aansluiten bij de rest van de stad en aantrekkelijk blijven voor inwoners, bedrijven en bezoekers. 4. Onze ambitiesprong dragen we proactief uit en we zetten de gemeente Hoorn op de kaart als aantrekkelijke stad om te wonen, werken en te verblijven. 5. Om onze ambities te realiseren maken we een slag van 'beheergemeente' naar 'ontwikkelingsgemeente'. 6.
De uitgangspunten zoals genoemd in dit voorstel (onder argumenten) leidend te laten zijn bij nieuwe ontwikkelingen in de stad en als leidraad te hanteren voor nog te ontwikkelen beleid zoals het economisch programma en de woonvisie. 7. Woningbouwprojecten voor jongeren tot en met 28 jaar, bij voorkeur rondom stationsgebied(en) te (laten) realiseren, omdat dit een effectieve bijdrage levert om Hoorn, als kloppend hart van de regio, een vitale stad te laten blijven. 3.4.2.1 Relatie tot ontwikkeling Het doel is om de monumentale bebouwing aan de Eikstraat 3 te Hoorn te hergebruiken en een deel nieuw te bouwen aan de achterzijde van het monument. Het programma in het nieuw te bouwen gedeelte bestaat uit een school (basisonderwijs) en een gymzaal. Het schoolgedeelte van de nieuwbouw wordt door middel van een tussenlid met het monumentale gedeelte verbonden. In het monument wordt de kinderdagopvang gerealiseerd. De beoogde ontwikkeling valt binnen het gebied ‘stedelijke rand’. Voor dit gebied zijn de volgende uitgangspunten geformuleerd: 1. Waar kansen zich voordoen zetten we door verdichting in op stedelijke functies waaronder stedelijk wonen in combinatie met werken en recreëren in een aantrekkelijk verblijfsgebied. 2. In dit gebied zetten we in op stedelijke woon- en werkmilieus.
In de stedelijke rand ligt ook een grote verduurzamingsopgave die stedelijke vernieuwing kan versnellen en vice versa. 3. We zetten in op gemengde wijken: uniforme samenstelling van wijken en buurten is niet gewenst, dit doorbreken we door hier, in overleg met eigenaren en buurtbewoners, meer in te variëren. 4. Nieuwe ontwikkelingen dragen bij aan onze ambitiesprong en leveren een meerwaarde op voor de stad.
Mees Ruimte & Milieu | 24285.GOFLO
Pagina | 15
5. Voor het wonen in dit gebied zetten we in op jonge gezinnen, starters op de woningmarkt, senioren en woningzoekenden uit Hoorn en van buiten Hoorn die graag in een stedelijke setting willen wonen in de nabijheid van voorzieningen en OV-knooppunt, de historische binnenstad, het Markermeer en het stadsstrand. 6. Het openbaar gebied is voor de mensen die hier wonen een verlengstuk van hun woning en voor bezoekers verhoogt het de aantrekkelijkheid. We zetten in op een goede kwaliteit en uitstraling. 7. Aan doorstroming draagt de gemeente Hoorn samen met partners bij door meer in te zetten op middeldure huur en voldoende betaalbare woningen te realiseren. De gemeente zet in op jonge gezinnen, starters op de woningmarkt en woningzoekenden uit Hoorn en van buiten Hoorn. Variatie en het verdichten van stedelijke functies vormen daarnaast ook belangrijke uitgangspunten voor het gebied in de stedelijke rand. De beoogde ontwikkeling levert met de nieuwbouw ten behoeve van basisonderwijs en het realiseren van een kinderdagopvang een belangrijke bijdrage aan de uitgangspunten zoals hiervoor genoemd. 3.4.2.2 Conclusie De beoogde ontwikkeling levert een bijdrage aan de uitgangspunten ‘meer stad worden’.
Hoornse Hoogte, Intensiverings- en Hoogbouwvisie Hoorn 2021 Op 8 februari 2022 is de Hoornse Hoogte, Intensiverings- en Hoogbouwvisie Hoorn 2021 vastgesteld door de gemeenteraad. Met deze visie wil de gemeente Hoorn een richting geven aan de groei van de stad. Het gaat erom die groei concreet te maken. Waar (op welke plekken in de stad), wat (met welke bebouwing en openbare ruimte) en hoe (in welk ontwerp- en besluitvormingsproces). Boven 8 bouwlagen of boven een FloorSpace Index (FSI) van 2,5 (het totale vloeroppervlak van de gebouwen gedeeld door de m² grond waarop zij staan) is er sprake van hoogbouw en is het opstellen van een Hoogbouw Effect Rapportage (HER) verplicht. 3.4.3.1 Relatie tot ontwikkeling Het doel is om de monumentale bebouwing aan de Eikstraat 3 te Hoorn te hergebruiken en een deel nieuw te bouwen aan de achterzijde van het monument. Het programma in het nieuw te bouwen gedeelte bestaat uit een school (basisonderwijs) en een gymzaal. Het schoolgedeelte van de nieuwbouw wordt door middel van een tussenlid met het monumentale gedeelte verbonden. In het monument wordt de kinderdagopvang gerealiseerd. Het projectgebied ligt binnen het gebied dat is benoemd als ‘Klein stedelijk’ en ‘Linten/ Lanen’.
Mees Ruimte & Milieu | 24285.GOFLO
Pagina | 16
Figuur 4. Visie op stedelijke groei en hoogbouw 2021
Binnen het gebied ‘klein stedelijk’ kan kleinstedelijke bebouwing komen. Waar dichter bebouwd wordt, zal meer en kwalitatieve openbare ruimte moeten worden toegevoegd. De Eikstraat is een laan. Voor de laan is bescherming en eventueel verbeteren van de bestaande kwaliteiten belangrijker dan het toevoegen van aantallen. Intensivering van het gebruik zal gebaseerd zijn op transformatie van in dit geval het monumentale gebouw aan de Eikstraat 3. Het is van belang dat een bijdrage wordt geleverd aan de levendigheid en kwaliteit van het (beschermde) stadsgezicht. Hier wordt geen hoogbouw toegestaan en wordt alleen passend in deze sfeer gebouwd. De beoogde ontwikkeling voorziet niet in hoogbouw. Bij de uitwerking van de beoogde nieuwbouw zal bescherming en behoud van de kwaliteit voorop staan. Hierbij wordt het ontwerp zorgvuldig ingepast aan de zijde van de laan Eikstraat, in aansluiting op de historische sfeer en passend bij het karakter. 3.4.3.2 Conclusie De beoogde ontwikkeling wordt volgens de uitgangspunten van Hoogbouwvisie Hoorn 2021 gerealiseerd.
Leidraad Inrichting Openbare Ruimte (LIOR) gemeente Hoorn, februari 2023 Voor een duurzame, integrale inrichting van de openbare ruimte is de LIOR van toepassing. Hierin staan de algemene richtlijnen en uitgangspunten voor de inrichting en kwaliteit van de Hoornse openbare ruimte. Bij nieuwe ontwikkelingen in de gemeente ontwikkelt een initiatiefnemer/ontwikkelaar niet alleen privaat terrein, maar ook vaak de openbare ruimte. Nadat de openbare ruimte gereed is, neemt de gemeente deze over in beheer en eigendom. Daarom is het belangrijk dat de gemeente vooraf kan aangeven welk kwaliteitsniveau zij wenst. Om in heel het projectproces inzicht te hebben in de wensen van de gemeente ten aanzien van de te ontwikkelen openbare ruimte, levert deze LIOR een substantiële bijdrage.
Mees Ruimte & Milieu | 24285.GOFLO
Pagina | 17
3.4.4.1 Relatie tot ontwikkeling Het doel is om de monumentale bebouwing aan de Eikstraat 3 te Hoorn te hergebruiken en een deel nieuw te bouwen aan de achterzijde van het monument. Het programma in het nieuw te bouwen gedeelte bestaat uit een school (basisonderwijs) en een gymzaal. Het schoolgedeelte van de nieuwbouw wordt door middel van een tussenlid met het monumentale gedeelte verbonden. In het monument wordt de kinderdagopvang gerealiseerd. Bij de uitwerking van het plan dient rekening te worden gehouden met de LIOR. In paragraaf 3.1 van de LIOR staan de algemene randvoorwaarden die bij de inrichting van de openbare ruimte meegenomen moeten worden. Voor zover de wens voor de inrichting van de openbare ruimte afwijkt van de in de LIOR vastgestelde richtlijnen, worden de wensen vooraf door de initiatiefnemer/ontwikkelaar verzameld in een overzichtelijk document; bijvoorbeeld een ontwerpnotitie. Bij het overleg van wens naar vastgestelde beslissing worden de juiste (interne) stakeholder(s) van de gemeente meegenomen. Dit is in ieder geval de juiste discipline van de afdeling(en) beheer (en de afdeling realisatie). In overleg met de contactpersoon wordt de wens wel of niet in het project opgenomen. In gesprek over de LIOR kan ook naar voren komen dat er werk met werk gemaakt kan worden of kan worden meegelift op geplande ontwikkelingen.
3.4.4.2 Conclusie De LIOR vormt een belangrijk uitgangspunt voor de uitwerking van het ontwerp van de openbare ruimte.
Speelplekonderzoek 2016 Hoorn-Noord en het Venenlaankwartier, gemeente Hoorn en Intermaris In 2016 voerde Stichting Netwerk, in samenwerking met de gemeente Hoorn en woningcorporatie Intermaris, een speelplekonderzoek uit onder kinderen uit Hoorn-Noord en het Venenlaankwartier. Het doel van het onderzoek was om inzicht te krijgen in hoe kinderen de speelplekken in hun buurt ervaren, en wat er verbeterd kan worden om buitenspelen aantrekkelijker en veiliger te maken. Aan het onderzoek namen 152 kinderen deel uit groep 6 en 7 van vier basisscholen in de wijken. Zij maakten gebruik van de smartphone-app Lomap om plekken vast te leggen waar ze graag of juist niet graag spelen. Via de app gaven ze hun mening met behulp van kleuren, iconen en korte toelichtingen. Daarnaast werden er in totaal 30 groepsinterviews gehouden, waarin meer dan 100 kinderen dieper ingingen op hun speelervaringen. Uit de resultaten bleek dat kinderen over het algemeen veel buiten spelen, met name in hun eigen straat en rondom hun school. Speelplekken zoals de speeltuin aan de Juniustraat, het Wilhelminaplantsoen en het Julianaplein werden vaak positief beoordeeld.
Toch signaleerden kinderen ook verschillende knelpunten: sommige speelplekken waren verouderd of slecht onderhouden, er waren kapotte speeltoestellen, en op meerdere plekken was sprake van overlast door hondenpoep of hangjongeren, wat de speelveiligheid en het speelplezier verminderde. Het onderzoek bevatte enkele concrete aanbevelingen. Zo pleitten de onderzoekers en kinderen voor beter onderhoud van bestaande speeltoestellen, uitbreiding van het spelaanbod voor oudere kinderen, en het verhogen van de sociale veiligheid door het terugdringen van overlast. Ook werd gesuggereerd om in het Venenlaankwartier meer speelplekken te realiseren, aangezien daar relatief weinig voorzieningen beschikbaar waren. Het onderzoek liet zien hoe waardevol het is om kinderen zelf te betrekken bij de inrichting van hun leefomgeving. Hun ervaringen bieden een directe en eerlijke blik op wat werkt en wat beter kan in de buitenruimte.
Mees Ruimte & Milieu | 24285.GOFLO
Pagina | 18
3.4.5.1 Relatie tot ontwikkeling Het doel is om de monumentale bebouwing aan de Eikstraat 3 te Hoorn te hergebruiken en een deel nieuw te bouwen aan de achterzijde van het monument. Het programma in het nieuw te bouwen gedeelte bestaat uit een school (basisonderwijs) en een gymzaal. Het schoolgedeelte van de nieuwbouw wordt door middel van een tussenlid met het monumentale gedeelte verbonden. In het monument wordt de kinderdagopvang gerealiseerd. Het plan moet invulling geven aan de gemeentelijke doelstelling om meer openbare sportfaciliteiten met recreatieve netwerken te verbinden. Dit betekent dat in de openbare ruimte van het plangebied sport- en/ of beweegvoorzieningen moeten worden aangebracht in ongeorganiseerd verband voor alle leeftijden. De ontwikkeling van de openbare ruimte vindt plaats in samenwerking met de gemeente (stadsbeheer en sport), zodat het doel om spel en sport te faciliteren in het gebied op een goede manier in het plan geborgd wordt en in samenhang wordt beschouwd met de kenmerken van het projectgebied zoals de stedenbouwkundige opzet, de doelgroepen en andere voorzieningen in het gebied, wijk en/of stad. De inbreng van de omgeving wordt daarbij meegewogen. Het is vooral van belang dat sport en spel aansluiten op de ontwikkeling van het gebied.
Het aantal speelplekken en de omvang wordt bepaald op basis van de prognose van het aantal kinderen per leeftijdscategorie en de al aanwezige speelplekken. Voor de omvang van de speelplaatsen is voor deze locatie in overleg met de gemeente maatwerk mogelijk zodat spel en sport passend zijn bij de ontwikkeling. Hierbij speelt mee dat op meerdere plekken in de buurt schoolpleinen liggen. Gezien het integrale karakter van de scholen als kindcentrum moeten ze ook beschikbaar blijven voor hun eigen activiteiten. Scholen dienen te beschikken over een minimale oppervlakte aan speelplein op grond van de Verordening voorzieningen huisvesting onderwijs gemeente Hoorn 2019. Daar bovenop komt de speelruimte die is bedoeld voor kinderopvang. De ruimtebehoefte om te spelen tijdens schooltijd is echter groter. Bij de planuitwerking door de schoolbesturen dient rekening te worden gehouden met die extra ruimtebehoefte en dient de oppervlakte van schoolpleinen en openbare speelplekken in balans te worden gebracht tussen school en buurt. Concreet betekent dit dat de door ontwikkelaar te realiseren speelruimte binnen de deelgebieden van de woningen het resultaat is van de totale ruimtebehoefte van scholen, kinderopvang en openbare speelplekken minus de speelruimte bij de door de schoolbesturen te realiseren speelpleinen.
3.4.5.2 Conclusie De beoogde ontwikkeling dient in lijn met de resultaten van het speelplekonderzoek uit 2016 te worden uitgevoerd.
Wijkvisie/Visie “Samen voor Resultaat” Hoorn-Noord en het Venenlaankwartier 2017-2037 Voor de wijken Hoorn-Noord en het Venenlaankwartier is in februari 2017 een wijkvisie afgerond. De gemeente Hoorn wenst de unieke ruimtelijke kwaliteiten van de wijken als stadswijken verder uit te bouwen. Voor toekomstbestendige wijken zijn over zes thema’s een aantal doelstellingen geformuleerd. In de wijkvisie staat dat ontwikkelmogelijkheden ontstaan als locaties vrijkomen, zoals waarschijnlijk enkele onderwijslocaties. Invulling hiervan is gericht op de woonvraag die zich voordoet in de wijken, mede gericht om het langer zelfstandig wonen beter mogelijk te maken én hierdoor de doorstroming van wonen te bevorderen. De doelstelling die over de ontwikkellocaties is geformuleerd is dat nieuwe ontwikkellocaties een passende invulling krijgen met meerwaarde voor de wijken.
Mees Ruimte & Milieu | 24285.GOFLO
Pagina | 19
3.4.6.1 Relatie tot ontwikkeling Het doel is om de monumentale bebouwing aan de Eikstraat 3 te Hoorn te hergebruiken en een deel nieuw te bouwen aan de achterzijde van het monument. Het programma in het nieuw te bouwen gedeelte bestaat uit een school (basisonderwijs) en een gymzaal. Het schoolgedeelte van de nieuwbouw wordt door middel van een tussenlid met het monumentale gedeelte verbonden. In het monument wordt de kinderdagopvang gerealiseerd. Voor voorzieningen is de doelstelling geformuleerd om het gevarieerd voorzieningenaanbod te behouden en zo nodig toe te laten nemen. Met de beoogde ontwikkeling kan invulling gegevens worden aan deze doelstelling. Daarnaast levert het hergebruik van het bestaande monumentale gebouw in combinatie met de nieuwbouw een passende invulling met een meerwaarde voor de wijk: basisschool en kinderdagopvang kan op één locatie worden aangeboden. 3.4.6.2 Conclusie De beoogde ontwikkeling sluit aan bij de doelstelling(en) uit de wijkvisie voor het Venenlaankwartier 20172037.
Nota van uitgangspunten Ontwikkelingen Eikstraatkwartier De Nota van uitgangspunten Ontwikkelingen Eikstraatkwartier is opgesteld ter definitieve vaststelling door het college van Burgemeester en Wethouders van Hoorn op 10 september 2024 nadat deze op 13 maart 2024 met de omwonenden uit de omgeving is besproken tijdens een openbare bijeenkomst en vervolgens op 26 maart 2024 in een meningvormende raad is besproken. 3.4.7.1 Relatie tot ontwikkeling Het doel is om de monumentale bebouwing aan de Eikstraat 3 te Hoorn te hergebruiken en een deel nieuw te bouwen aan de achterzijde van het monument. Het programma in het nieuw te bouwen gedeelte bestaat uit een school (basisonderwijs) en een gymzaal. Het schoolgedeelte van de nieuwbouw wordt door middel van een tussenlid met het monumentale gedeelte verbonden. In het monument wordt de kinderdagopvang gerealiseerd. Voor de (uitwerking van de) beoogde ontwikkeling is aansluiting gezocht bij de Nota van uitgangspunten voor de Ontwikkelingen Eikstraatkwartier. De ontwikkeling aan de Eikstraat betreft één van de drie deellocaties binnen het plangebied Eikstraatkwartier Deelproject woonlocaties in samenhang met de ontwikkeling van twee deelprojecten schoollocaties. 3.4.7.2 Conclusie De beoogde ontwikkeling is in lijn met de Nota van uitgangspunten Ontwikkelingen Eikstraatkwartier.
Mees Ruimte & Milieu | 24285.GOFLO
Pagina | 20
4
OMGEVINGSKWALITEIT In de Omgevingswet is een goede omgevingskwaliteit opgenomen als een centrale doelstelling (artikel 1.3 Omgevingswet). Dit duidt op het belang van aspecten als cultureel erfgoed, architectonische kwaliteit van bouwwerken, stedenbouwkundige kwaliteit en kwaliteit van natuur en landschap. Het gaat daarbij om de menselijke beleving van de fysieke leefomgeving.
RUIMTELIJKE INPASSING Algemeen In de Omgevingswet is een goede omgevingskwaliteit opgenomen als een centrale doelstelling (artikel 1.3 Omgevingswet). Dit duidt op het belang van aspecten als cultureel erfgoed, architectonische kwaliteit van bouwwerken, stedenbouwkundige kwaliteit en kwaliteit van natuur en landschap. Het gaat daarbij om de menselijke beleving van de fysieke leefomgeving. Bij het toedelen van functies aan locaties in het Omgevingsplan moet de landschappelijke kwaliteit worden meegenomen (artikel 2.4 en 4.2 Omgevingswet). Welstandnota Hoorn De bouwplannen worden getoetst door een onafhankelijke Commissie voor Monumenten en Welstand aan de criteria die zijn vastgelegd in de Welstandsnota 2020. Hierin valt het projectgebied onder regulier welstandsgebied ‘Eerste stadsuitbreidingen – Hoorn-Noord/ het Venenlaankwartier’. Er zal worden getoetst op de relatie met de omgeving, het bouwwerk op zichzelf en de detaillering, materiaal- en kleurgebruik. De welstandsnota bevat echter geen welstandscriteria voor grotere (her)ontwikkelingsprojecten die de bestaande ruimtelijke structuur en karakteristiek doorbreken. De structuur van de wijken wordt bepaald door een aantal oorspronkelijke routes naar de binnenstad. Aan deze routes zijn de eerste stadsuitbreidingen gerealiseerd buiten de omwalling.
De gronden tussen deze oude uitbreidingslinten zijn vanaf 1900 langzaam planmatig opgevuld. De lange ontwikkelingsduur van het gebied heeft ervoor gezorgd dat er een grote diversiteit in woningtypen aanwezig is. Zo staan ‘rijk’ detailleerde woningen uit 1900 op korte afstand van ‘kale’ jaren 50 woningen. Met uitzondering van de rijks- en gemeentelijke monumenten hebben panden vooral cultuurhistorische waarde vanwege de tijdsgeest die ze vertegenwoordigen. Panden uit de jaren ’50 en ’60 vertegenwoordigen architectuurhistorische waarden vooral omdat ze zorgvuldig zijn ontworpen. Ze bepalen, samen met de oudere bebouwing aan de linten, in sterkte mate de identiteit van de wijk. Kenmerkend zijn de vooruitspringende en naar achter gelegen delen in de gevels, de afwisselingen in bouwhoogte, het siermetselwerk, de verbijzondering van de kopgevels (daken), het gebruik van natuurlijke materialen en de afwezigheid van grote eenzijdige gevelvlakken. Ook het vele groen in de wijken is een kenmerkend element.
Mees Ruimte & Milieu | 24285.GOFLO
Pagina | 21
Kenmerken in de wijk zijn: • Kleinere arbeiderswoningen van voor 1940 bestaande uit 1 laag met een zadel- of mansardedak, bedekt met rode pannen, liggend langs de oude oost-west lopende wegen. Veel van deze woningen hebben een dakkapel aan de voorzijde. • Typische jaren ’50 woningen met gevels van rode baksteen en een zadeldak. Typerend is de aanwezigheid van een Frans balkon bij een deel van deze woningen. • Woningbouw uit eind jaren ’60 opgebouwd uit twee lagen en een plat dak. • De variatie van bouwblokken en de afwisseling van kop- en langsgevels, samen met verspringingen van de rooilijn bij de verschillende bouwblokken zorgen voor een grote variatie in het straatbeeld. Waar de vooroorlogse bouw vooral aaneengesloten is en de straten (met uitzondering van de linten) smaller zijn, is de naoorlogse periode, tot de jaren ’70, ontworpen met “ licht, lucht en ruimte” als uitgangspunt. Het merendeel van de bebouwing is in hun oorspronkelijke opzet zowel stedenbouwkundig als architectonisch met zorg ontworpen. Kenmerkend is dat, ondanks de grote mate van diversiteit aan woningtypologie, wel sprake is van een grote mate van samenhang op het niveau van een woonbuurt, bouwblok of complex. Deze zijn ontworpen met elk eigen specifieke architectonische of stedenbouwkundige kenmerken. Deze samenhang kan worden verstoord wanneer woningen individueel worden gerenoveerd of gewijzigd.
In een aantal complexen of buurten is de samenhang tot nu toe bewaard gebleven doordat wijzigingen en toevoegingen grotendeels collectief per bouwblok zijn uitgevoerd. Voor andere buurten is er door de diversiteit aan woninguitbreidingen een gevarieerd beeld ontstaan. De oorspronkelijke samenhang is dan veelal verstoord. De diversiteit aan bebouwing door de decennia heen kan een rommelig beeld geven aan het gebied. Vanwege de kwetsbaarheid van het gebied worden zowel groot- als kleinschalige toevoegingen met aandacht en zorg vormgegeven. Met name als er nog sprake is van samenhangende ensembles zal er extra zorgvuldig gekeken worden naar de architectonische uitwerking van het bouwplan. Speciale aandacht gaat uit naar gebouwen met een openbare- dan wel publieke functie. Vanwege de bijzondere situatie worden naast de gebiedskarakteristieken altijd de algemene welstandscriteria betrokken bij de welstandsbeoordeling. Voor cultureel erfgoed gelden aanvullend op de gebiedscriteria de objectcriteria voor monumenten en beeldbepalende panden. De eerste stadsuitbreidingen zijn reguliere welstandsgebieden. Uitgangspunt van het beleid is behoud van een samenhangend beeld.
De commissie zal bij de advisering onder meer aandacht schenken aan behoud van de herhaling van woningen met accenten bij een stedenbouwkundige aanleiding, een gedifferentieerde opbouw met nadrukkelijke kap, een zorgvuldige detaillering en het gebruik van traditionele materialen en kleuren.
Mees Ruimte & Milieu | 24285.GOFLO
Pagina | 22
Welstandscriteria Bij de beoordeling van bouwplannen wordt in samenhang met de beschrijving en uitgangspunten getoetst aan de hand van de volgende criteria: Algemeen • Beleid gericht op behoud basiskwaliteit. • Aandacht voor samenhangend architectuurbeeld van ensembles, de samenhang is belangrijker dan de individuele expressie. Ligging • Gebouwen maken deel uit van een stedenbouwkundig patroon. • Gebouwen richten op de belangrijkste openbare ruimte. • Verspringingen in de rooilijn hebben een stedenbouwkundige aanleiding. • De individuele woning maakt deel uit van de compositie van het cluster. • Gestapelde woningbouw en gebouwen met een bijzondere functie zoals scholen kunnen een meer vrije positie innemen en daarbij een meerzijdige oriëntatie krijgen. Massa • Bouwmassa’s zijn gedifferentieerd en gevarieerd. • Woningen hebben per ensemble een sterke onderlinge samenhang. • Woningen hebben een eenvoudige hoofdvorm van één tot twee bouwlagen en een nadrukkelijke kap. (Bij renovatie is de bestaande kap uitgangspunt, bij nieuwbouw zijn platte daken mogelijk.) • Accenten in hoogte en vormgeving hebben een stedenbouwkundige aanleiding. • De nokrichting is evenwijdig aan de voorgevellijn, een haakse richting komt voor als accent.
• Uitbreidingen als erkers en dakkapellen vormgeven als ondergeschikt element of opnemen in de hoofdmassa • Hoeken zijn verbijzonderd, bijgebouwen ondergeschikt. • Herhaalde elementen als topgevels, schoorstenen en dakkapellen geven ritme aan het straatbeeld. • Gebouwen met bijzondere functies mogen afwijken van gebruikelijke massa, opbouw en vorm. (zoals semi permanente bebouwing) Architectonische uitwerking • De architectonische uitwerking en detaillering zijn verzorgd met oog voor detail en per cluster in samenhang. • Gevels zijn gedifferentieerd, representatief en hebben een horizontale geleding met verticale accenten. • Gevels op de begane grond hebben openingen (wandwerking door vlakke gevels voorkomen). • Hellende daken hebben overstekken. • Bij renovatie en nieuwbouw het onderscheid tussen de afzonderlijke woonblokken benadrukken. • Karakteristieke detaillering behouden. • Ontwerpaandacht voor symmetrie per blok of rij. • Ritmiek als gevolg van toevoegingen zoals topgevels, schoorstenen en dakkapellen is leidend. • De overgang tussen privé en openbaar zorgvuldig vormgeven (de oorspronkelijke erfafscheiding zoveel mogelijk behouden). • Gestapelde woningbouw of bebouwing met een bijzondere functie als zelfstandig element vormgeven of in uitwerking aan laten sluiten op omgeving.
Mees Ruimte & Milieu | 24285.GOFLO
Pagina | 23
Materiaal en kleur • Materialen en kleuren zijn per cluster in samenhang. • Gevels zijn in hoofdzaak van oranje of bruinachtige baksteen met hier en daar siermetselwerkaccenten. • Hellende daken van de woningen voorzien van matte, keramische dakpannen. • Kozijnen, deuren en dergelijke in beginsel uitvoeren in hout. Bij toepassen van kunststof kozijnen deze uitvoeren in verdiept profiel. Beplatingsmateriaal afstemmen op bestaande situatie. • Kleuren zijn traditioneel en terughoudend. • Wijzigingen en toevoegingen in materiaal en kleur afstemmen op hoofdgebouw. • Rookgas afvoer/schoorsteen: niet hoger dan 1,0 meter t.o.v. de daklijn en donker uitgevoerd. • Rookgas afvoer/schoorsteen gelegen aan de zijgevel van de woning minimaal 1,0 meter achter de voorgevel plaatsen en donker uitvoeren. Relatie tot ontwikkeling Het doel is om de monumentale bebouwing aan de Eikstraat 3 te Hoorn te hergebruiken en een deel nieuw te bouwen aan de achterzijde van het monument. Het programma in het nieuw te bouwen gedeelte bestaat uit een school (basisonderwijs) en een gymzaal. Het schoolgedeelte van de nieuwbouw wordt door middel van een tussenlid met het monumentale gedeelte verbonden. In het monument wordt de kinderdagopvang gerealiseerd. De nieuwbouw dient een hoogwaardige en duurzame uitstraling te krijgen. De bouwplannen maken onderdeel uit van het aanwezige stedenbouwkundige patroon.
De plannen beoordeeld op de gevolgen voor de omgeving. Bebouwing richt zich op de belangrijkste openbare ruimte en houdt rekening met de bestaande maat en schaal en hoog laag verhoudingen. In de Nota van uitgangspunten Ontwikkelingen Eikstraatkwartier zijn uitgangspunten voor architectuur en (beeld-)kwaliteit openbare ruimte geformuleerd. De beoogde plannen zijn door de architecten gepresenteerd aan de Ruimtelijke Adviescommissie. Het plan is op de volgende punten aangepast: - Het materiaalgebruik is aangepast waarbij voornamelijk gebruik wordt gemaakt van baksteen gevels in een oranje of bruinachtige tint. De exacte kleuren van het metselwerk en de metselwerkverbanden worden in een later stadium bepaald. Het terug liggende volume van de gymzaal wordt in een ander (lichtgewicht) gevelmateriaal uitgevoerd zoals metaal of hout. - De ‘huisjestructuur’ is komen te vervallen en het programma van de gymzalen is gewijzigd. De gymzaal dat als terug liggend volume wordt vormgegeven wordt zoveel mogelijk richting het spoor geschoven en eek kwartslag gedraaid waardoor er meer afstand tot het plein ontstaat. De bergingen en kleedruimtes omarmen als het ware het grote volume van de gymzalen en brengen geleding aan in de gevel. Het schoolprogramma wordt in schaal iets robuuster en het volume van de gymzalen juist meer gedifferentieerd.
Hierdoor sluiten beide programma’s beter op elkaar aan en is de schaalsprong verkleind. - De hoofdentree wordt dubbel hoog uitgevoerd en onder de kleedkamers doorgezet en voorzien van een glazen voorzijde en glazen dak. Hierdoor zal de entree prominenter aanwezig zijn. - Externe gebruikers van de gymzalen krijgen een eigen entree aan de oostzijde. - De wenteltrap is verwijderd. - De kleurcoderingen van de waardestelling zijn aangepast. - Ter plaatse van de aansluiting tussen monumenten en nieuwbouw is meer afstand genomen. De extra ruimte zal worden gebruikt voor een transparante knip waar zich een trap in bevindt. De dichte delen van de koppeling worden voorzien van een materiaal dat goed samengaat met de materialen bij de hoofdentree, bijvoorbeeld metaal afgestemd op de kozijnkleur. - De doorbraak in de achtergevel van het monument is gepositioneerd op een reeds aangepast deel van de achtergevel. - In het achterdakvlak van het monument zijn boven in het dakvlak dakramen aangebracht tussen de spanten. De niet originele, bestaande dakkapellen aan de achterzijde zullen worden verwijderd.
Mees Ruimte & Milieu | 24285.GOFLO
Pagina | 24
Bevindingen commissie De commissie uit haar complimenten voor het plan zoals het er nu ligt en de stappen die zijn gezet. Zij heeft waardering voor het feit dat de ontwerper het heeft aangedurfd het programma drastisch te wijzigen. De commissie heeft nog een aantal aandachtspunten benoemd: - De commissie vraagt ter plaatse van het monument duidelijk aan te geven waar de doorbraken komen. De voorgestelde doorbraak in de achtergevel acht de commissie wat grof en groot. Zij constateert tevens dat in de doorbraak het trappenhuis een multifunctionele ruimte wordt opgelost, de commissie acht dit niet passend en het rechtvaardigt niet het maken van een dergelijke grote doorbraak in een monument. De commissie adviseert de verbinding kleiner te maken en meer openheid te geven richting de zolder, om de verbinding/doorbraak meer te rechtvaardigen. - De commissie vraagt aandacht voor de entree in de fietsenstalling, deze lijkt nu een beetje weg te vallen. Ook vraagt de commissie om de entree in de oostgevel duidelijker vorm te geven. - De commissie vraagt aandacht voor het materiaalgebruik van de kantinegevel in relatie tot de gymzaal. - De commissie is benieuwd naar het materiaal van het verbindingsstuk tussen oud en nieuwbouw. - De commissie is benieuwd naar de restauratie van de interieurwaarde en ontvangt graaf een restauratievisie.
- De commissie vraagt aandacht voor eventuele toekomstige installaties en adviseert deze mee te ontwerpen. Met inachtneming van de genoemde aandachtspunten adviseert de commissie om op hoofdlijnen akkoord te gaan. Conclusie Het ontwerp dient volgens de uitgangspunten van het Welstandsbeleid 2020 van de gemeente en de uitgangspunten die volgens uit de vastgestelde Nota van uitgangspunten Ontwikkelingen Eikstraatkwartier te worden uitgevoerd. De Ruimtelijke Adviescommissie van de gemeente Hoorn is akkoord op hoofdlijnen.
CULTUURHISTORIE, MONUMENTEN EN ARCHEOLOGIE Algemeen Onderdeel van de fysieke leefomgeving is het cultureel erfgoed en werelderfgoed. Cultureel erfgoed bestaat uit vijf elementen, namelijk monumenten (dit kunnen gebouwde monumenten zijn maar bijvoorbeeld ook tuinen en parken), archeologische monumenten, stads- en dorpsgezichten, cultuurlandschap en roerend of immaterieel erfgoed (dit kan bijvoorbeeld een haven met historische schepen zijn). Alle wettelijke regelingen rond de omgang met cultureel erfgoed in de fysieke leefomgeving zijn in de Omgevingswet terecht gekomen. Artikel 5.130 en Artikel 5.131 van het Besluit kwaliteit leefomgeving bevat de instructieregels voor het cultureel erfgoed. Het beschermingsregime in het omgevingsplan moet ertoe strekken om in een vroeg stadium inzicht te verschaffen in het cultureel erfgoed dat binnen het desbetreffende gebied aanwezig is en om dit cultureel erfgoed voldoende te beschermen als een activiteit wordt ontplooid. De Omgevingswet vormt samen met de Erfgoedwet (2016) het fundament voor de bescherming van het erfgoed. Monumenten De aanwijzing van rijksmonumenten is opgenomen in de Erfgoedwet en deze monumenten zijn daarmee wettelijk beschermd. In een Omgevingsplan kan een rijksmonument worden opgenomen, maar dit is door de bescherming op grond van de Erfgoedwet niet verplicht.
In een Omgevingsplan dienen voor alle beschermde monumenten regels te zijn opgenomen om de omgeving van het beschermde monument te beschermen. In de periode tot eind 2029 geldt een overgangsfase voor gemeentelijke monumenten. Na de overgangsfase worden alle gemeentelijke monumenten beschermd in een Omgevingsplan. Tot die tijd kunnen gemeentelijke monumenten ook beschermd worden via een erfgoedverordening. Archeologische monumenten Mees Ruimte & Milieu | 24285.GOFLO
Pagina | 25
In een Omgevingsplan dient rekening te worden gehouden met de (te verwachten) archeologische waarden. Een archeologische onderzoeksplicht in het Omgevingsplan regelt bijvoorbeeld wanneer archeologisch onderzoek moet plaatsvinden en aan welke eisen dit moet voldoen. In beginsel is een project kleiner dan 100 m² vrijgesteld, maar in een Omgevingsplan kan een andere vrijstellingsgrens worden vastgelegd. Stads- en dorpsgezichten & cultuurlandschappen Zowel het Rijk, de provincie als een gemeente kan een stads- of dorpsgezicht met een bijzonder cultuurhistorisch karakter aanwijzen voor bescherming. In een rijksbeschermd stads- of dorpsgezicht zijn de rechtsgevolgen niet gelijk aan die van een gemeentelijk beschermd gezicht. Vergunningsvrij bouwen is in een Rijksbeschermd stadsgezicht bijvoorbeeld ingeperkt. Een landschappelijk waardevol gebied kan beschermd zijn als cultuurlandschap. Roerend of immaterieel erfgoed In de Omgevingswet is bepaald dat in een omgevingsplan regels kunnen worden gesteld aan roerend of immaterieel erfgoed als dit erfgoed direct of indirect voorwerp kan zijn van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Denk hierbij bijvoorbeeld aan regels voor een haven met historische schepen. Of het toedelen van een functie aan een locatie die samenhangt met een (lokaal) volksgebruik dat wordt aangemerkt als immaterieel cultureel erfgoed.