Meerjarenbeleidsplan Sociaal Domein 2019-2023
Tekst van het document
Meerjarenbeleidsplan Sociaal Domein Meekomen, rondkomen en vooruitkomen 2019-2023
Juli 2019
Inhoudsopgave 1 1.1 1.2 1.3
Inleiding ................................................................................................................................... 1 Aanleiding ................................................................................................................................. 1 Centrale vraagstelling ............................................................................................................... 1 Leeswijzer................................................................................................................................. 1
2 2.1 2.2 2.3 2.4
Kaders voor het sociaal domein............................................................................................. 2 Hoe staat Hoorn ervoor? ........................................................................................................... 2 Sociaal domein; de wettelijke taken van de gemeente ............................................................... 6 Samenhang in en met het sociaal domein ................................................................................. 7 Contouren voor het beleid ......................................................................................................... 7
3 3.1
Opgaven in het sociaal domein ............................................................................................ 11 Doorvertaling naar opgaven .................................................................................................... 11
4
Zicht op de effecten .............................................................................................................. 18
Bijlage 1 Sociale index ....................................................................................................................... 19 Bijlage 2 Werksessie gemeenteraad .................................................................................................. 20
Gemeente Hoorn Nieuwe Steen 1 Postbus 603 1620 AR Hoorn T 0229 25 22 00 www.hoorn.nl
1 Inleiding Voor u ligt het integrale meerjarenbeleidsplan voor het sociaal domein in de gemeente Hoorn. Waarom één integraal beleidsplan? De afgelopen jaren zijn er diverse beleidsnotities vastgesteld waarvan de kaders en uitgangspunten grotendeels overeenkwamen. Dat kan efficiënter! Met een integraal beleidsplan borgen we de samenhang tussen de beleidsvelden en faciliteren we een integrale aanpak, waarmee de zorg en ondersteuning voor onze inwoners verbetert; Door vanuit eenzelfde missie en opgaven te werken, kunnen we de uitdagingen waar we in de komende jaren mee geconfronteerd worden gezamenlijk en duurzaam oppakken. Het doel van dit beleidsplan is een gezond, kind- en gezinsvriendelijk Hoorn, waarin alle inwoners van alle leeftijden naar eigen vermogen kunnen meekomen, kunnen rondkomen en vooruit kunnen komen. In het beleidsplan worden de opgaven geformuleerd die opgepakt moeten worden om daartoe te komen. Een opgavegerichte benadering sluit aan bij de integrale opzet van het beleidsplan. We denken niet in kolommen, maar kijken naar de opgaven binnen het totale sociaal domein, en daar buiten. Dit meerjarenbeleidsplan geldt als een paraplu voor alle beleidsontwikkeling, -uitvoering en -evaluatie die het sociaal domein betreft, en aanpalend beleid. De vertaalslag naar tactisch niveau wordt gemaakt in afzonderlijke (uitvoerings)nota’s.
De samenhang wordt met behulp van dit plan geborgd.
1.1 Aanleiding De afgelopen jaren hebben in het teken gestaan van de transitie en transformatie binnen het sociaal domein. We geven samen met onze partners, omliggende gemeenten, inwoners en de gehele gemeentelijke organisatie uitvoering aan de juiste (toegang tot) hulp en ondersteuning aan onze inwoners. Na de overheveling van een groot aantal taken in 2015 is de verandering nog steeds gaande en blijven we ‘transformeren’. Gaandeweg zien we wat er goed gaat en wat beter kan, wat er nog meer op ons afkomt en is het zinvol om opnieuw richting en focus te bepalen en vast te leggen. Daarbij is in het voorjaar van 2018 een nieuwe gemeenteraad gekozen en in juni 2018 een nieuw college aangetreden. De ambities en prioriteiten uit het Coalitieakkoord 2018-2022 geven de missie en richting voor het sociaal domein weer en worden met het meerjarenbeleidsplan Sociaal Domein gevolgd. Daarnaast anticiperen we op uitdagingen waar onze gemeente mee geconfronteerd wordt, bijvoorbeeld op het gebied van bevolkingssamenstelling, leefstijl en veranderingen op de arbeidsmarkt. Het meerjarenbeleidsplan Sociaal Domein heeft betrekking op het brede sociale domein: Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo), jeugdbeleid, gezondheidsbeleid, werk en inkomen (inclusief armoedebeleid), asielbeleid en onderwijs.
Hij sluit ook aan op aanpalend beleid, omdat we hebben gezien dat oplossingen voor problematieken binnen het sociaal domein vaak buiten het sociaal domein liggen. Denk bijvoorbeeld aan wonen, ruimtelijke en economische ontwikkeling of veiligheid.
1.2 Centrale vraagstelling De vraag die met dit integrale beleidsplan beantwoord moet worden is welke opgaven er opgepakt moeten worden om te komen tot een gezond, kind- en gezinsvriendelijk Hoorn, waarin alle inwoners van alle leeftijden naar eigen vermogen kunnen meekomen, rondkomen en vooruitkomen.
1.3 Leeswijzer Het meerjarenbeleidsplan bestaat in feite uit twee delen: eerst worden de huidige en toekomstige situatie geschetst aan de hand van cijfers en analyses, en geven we de wettelijke kaders en de uitgangspunten, ambities en prioriteiten weer (hoofdstuk 2). Het tweede onderdeel (hoofdstuk 3) bevat de opgaven die in het licht van de trends en ontwikkelingen, geschetste kaders en ambities en prioriteiten uit hoofdstuk 2 zijn geformuleerd. Daarbij wordt in het laatste hoofdstuk (hoofdstuk 4) ingegaan op de wijze van monitoring van de maatschappelijke effecten en een evaluatie- of bijsturingsmoment. Meerjarenbeleidsplan Sociaal Domein (1103024)
1/20
2 Kaders voor het sociaal domein In dit hoofdstuk lichten we eerst toe hoe we er in Hoorn voorstaan en wat we de komende tijd kunnen verwachten (§2.1), schetsen we de wettelijke kaders die van toepassing zijn (§2.2), benoemen we kort hoe ook buiten het sociaal domein de raakvlakken van belang zijn (§2.3) en passen we vervolgens op basis van diverse kaders een filtering toe die de contouren voor het beleid vormt (§2.4). Daarmee wordt duidelijk waar de komende periode de focus op ligt en welke kaders we daarbij hanteren
2.1 Hoe staat Hoorn ervoor? Om inzichtelijk te maken welke ontwikkelingen en trends gaande zijn in de samenleving of zich in de komende jaren voor gaan doen binnen het sociaal domein is een uitgebreide verkenning gedaan. 2.1.1 Inhoudelijke verkenning In het najaar van 2017 is er een bespreking met het Hoornse Participatie Platform geweest en een expertmeeting met sleutelfiguren vanuit het professionele netwerk. In deze besprekingen is gekeken naar de ontwikkelingen en vraagstukken in het veld, zoals deze gezien worden door inwoners, cliënten(raden), professionals en belangenvertegenwoordigers. Ook op latere momenten zijn hiervoor nog verschillende gesprekken met doelgroepen gevoerd, is er nog een bijeenkomst van het Participatie Platform geweest (voorjaar 2018) en is gesproken met vertegenwoordigers van de wijkgerichte programmaplannen. De gemeenteraad is in het eerste kwartaal van 2019 betrokken bij de invulling van het meerjarenbeleidsplan, aan de hand van twee informatieve werksessies. Uit actuele Hoornse en/of Westfriese beleidsdocumenten, ontwikkelingen in wet- en regelgeving en landelijke actieplannen is gefilterd welke kaders er reeds gesteld zijn en op welke toekomstige verplichtingen en mogelijke beleidsmatige veranderingen er dient te worden geanticipeerd.
Aan de hand van divers cijfermateriaal is er gekeken naar de huidige Hoornse situatie en de verwachte ontwikkelingen in de nabije en verdere toekomst. Er is bijvoorbeeld gebruik gemaakt van het gezondheidsprofiel of de verschillende rapporten van de GGD en cijfers van het CBS, RIVM, etc. De belangrijkste uitkomsten van deze verkenning zijn als volgt: 1 Groen en Grijs: De Hoornse bevolking vergrijst sneller dan landelijk en regionaal, én er is sprake van ontgroening. Het landelijke beleid is gericht op langer zelfstandig blijven wonen van ouderen. De sterke toename van het aantal (alleenstaande) ouderen, vraagt om meer woningen waarin wonen en zorg gecombineerd kunnen worden. Ook komt er een toenemende vraag aan voorzieningen voor (kwetsbare) ouderen. Daarmee zorgt de verhouding van het aantal 65-plussers ten opzichte van het aantal 65-minners (beschikbare beroepsbevolking) ervoor dat de zorg voor de doelgroep 65+ onvoldoende gedragen kan worden. 2 Kleinere huishoudens: Door de toename van het aantal alleenstaande ouderen en een afname van het aantal kinderen per gezin, daalt de gemiddelde omvang van een huishouden. Ook komen er meer eenoudergezinnen. Er zijn meer woningen nodig om aan de groeiende behoefte te kunnen voldoen. Door de afname van het aantal mensen binnen een huishouden, komen de mogelijkheden van het eigen netwerk en de inzet van mantelzorg onder druk te staan.
3 Langer en meer thuis: Door de toenemende levensverwachting, innovatie in de zorg en de vergrijzing verandert de aard en het volume van de zorgvraag. Ouderen blijven langer thuis wonen en mensen met een psychische kwetsbaarheid worden vaker thuis geholpen. Daarbij hebben inwoners wensen ten aanzien van levenskwaliteit en keuzevrijheid en wil men de standaard ook op hogere leeftijd voortzetten zoals gewend. De inzet van het sociaal systeem en het versterken van de eigen kracht kan mensen minder afhankelijk maken van het formele zorgsysteem. De mantelzorg zal in de komende jaren onder druk te komen staan. 4 Eigen bijdrage Wmo: vanaf 2019 is de eigen bijdrage voor hulp en ondersteuning vanuit de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) veranderd. De eigen bijdrage is niet langer inkomensafhankelijk, maar voor iedereen gelijk: maximaal € 17,50 per vier weken. De invoering van een abonnementstarief voor Wmo-voorzieningen is een eerste stap in het financieel toegankelijk houden van zorg en ondersteuning. Voor gemeenten heeft de invoering van het abonnementstarief twee grote consequenties. Zo zullen de inkomsten uit de eigen bijdrage fors omlaag gaan. Daarnaast zal de nieuwe systematiek een aanzuigende werking hebben; meer mensen zullen een beroep doen op
Meerjarenbeleidsplan Sociaal Domein (1103024)
2/20
zorg en ondersteuning vanuit de gemeente. Voor het eerste effect worden gemeenten gecompenseerd, maar voor het tweede niet. 5 Tweedeling leefstijlen: Er bestaan in Hoorn grote verschillen in leefstijl en gezondheidsontwikkeling van inwoners, gerelateerd aan de sociaal-economische status (SES). Mensen uit de lagere inkomensklassen voelen zich vaak minder gezond, hebben vaker langdurige beperkingen en vaker één of meer chronische aandoeningen. We zien de tweedeling tussen de leefstijlen groter worden en daarmee ook het verschil in de verwachting van het aantal levensjaren (in goede gezondheid). 6 Culturele diversiteit: In Hoorn wonen ruim 9.000 niet-Westerse allochtonen en bijna 6.000 Westerse allochtonen. Bijna een kwart van de inwoners van de gemeente Hoorn heeft daarmee een migratieachtergrond. Culturele verschillen en andere leefgewoonten spelen mogelijk een rol bij verschillen in de gezondheidssituatie. Niet-Westerse allochtonen ervaren hun gezondheid als minder goed, hebben meer chronische aandoeningen, lopen meer risico op angst en depressie, en hebben een hoger zorggebruik dan mensen van Westerse herkomst. Culturele verschillen en andere leefgewoonten vragen ook om een cultuursensitieve aanpak in de hulpverlening of ondersteuning.
Dit is ook geconcludeerd door de samenwerkende Inspecties in hun casusonderzoek naar 1 aanleiding van een calamiteit in de gemeente Hoorn in mei 2016 . Daarbij is ook de Westfriese cultuur er een om rekening mee te houden. Deze kenmerkt zich door terughoudendheid als het gaat om het vragen om ondersteuning bij problemen. Mensen houden hun 2 problemen voor zichzelf . 7 Veranderende arbeidsmarkt: In Hoorn is – net als landelijk – het aantal werklozen toegenomen. Laagopgeleiden blijken vaker werkloos dan hoogopgeleiden. Daarnaast zijn (niet-Westerse) allochtonen vaker werkloos dan autochtonen. Dit is gelijk aan het landelijke beeld. Veertig procent van de Hoornse beroepsbevolking is MBO-opgeleid. Uit het verleden blijkt dat deze groep kwetsbaar is als de economische groei stagneert. De Hoornse beroepsbevolking is daarmee vrij kwetsbaar. Er is een aanzienlijke stijging in het aantal ZZP'ers, uitzendkrachten, arbeidskrachten met flexibele of tijdelijke contracten en parttime werkers zichtbaar. Dit betekent meer flexibiliteit op de arbeidsmarkt, wat enerzijds onzekerheid over het inkomen betekent, maar werknemers ook de mogelijkheid geeft om het leven flexibel in te vullen. Er is een tendens zichtbaar dat jongeren en hoogopgeleiden naar de regio Amsterdam trekken voor werk en opleiding.
Hoorn en Westfriesland zullen moeten investeren in een aantrekkelijke woon- en werkomgeving voor jong en oud. 8 Armoede en uitsluiting: Hoorn heeft ten opzichte van het landelijk gemiddelde meer inwoners met een lager inkomen, een hoger aantal faillissementen, weinig inwoners in de schuldhulpverlening (ook een laag aantal aanmeldingen) en een hoge uitval na aanmelding. Het percentage huishoudens met een langdurig laag inkomen (vier jaar of langer) is 2,9%. Dit is in de regio Noord-Holland Noord het één na hoogst. Armoede kan leiden tot sociale uitsluiting en (langdurige) armoede kan leiden tot afname van het aantal levensjaren (in goede gezondheid). De kans op armoede is het hoogst bij eenoudergezinnen, alleenstaanden tot 65 jaar, niet-Westerse huishoudens en bijstandontvangers. 9 Op maat - ieder mens is uniek: Er is een beweging zichtbaar van afhankelijkheid van een standaard aanbod aan voorzieningen naar een persoonlijke invulling van wonen, welzijn, onderwijs en zorg. Deze persoonlijke invulling vraagt om flexibilisering van het aanbod, andere vormen van interactie met inwoners en een andere rol van de gemeente. Maatwerk is de norm en niet de uitzondering. De afgelopen decennia zien we dat we meer in de leefwereld van de inwoner zijn gaan inzetten, minder in systeemwereld.
Daarbij wordt aangesloten bij Positieve Gezondheid: meer de kracht van mensen benadrukken en minder de focus leggen op het aan- of afwezig zijn van ziekte(n) of beperking. 10 Doe het zelf, doe het samen: De relatie tussen inwoner en overheid verandert, waarbij de overheid een deel van haar taken in het sociaal domein loslaat en tegelijkertijd inwoners steeds meer het initiatief nemen. Hierbij neemt de overheid steeds meer een faciliterende positie in. Vanwege de versobering van collectieve voorzieningen zoeken burgers meer ondersteuning binnen het eigen netwerk (familie, buurt en mantelzorgers). 11 Connectiviteit: Door een toename in internetgebruik en social media wordt steeds meer informatie transparant en worden inwoners steeds mondiger. Daarbij zijn ook de mogelijkheden tot het voeren van regie over het leven, zelf of door familie, de afgelopen decennia sterk toegenomen. Ook weten inwoners elkaar makkelijker te vinden in online platforms en nieuwe communities. Deze online communities lijken ook de offline-contacten in buurten te versterken. 1
Casusonderzoek Hoorn, Onderzoek naar aanleiding van een calamiteit, Inspectie voor de Gezondheidszorg, Inspectie Jeugdzorg en Inspectie Veiligheid en Justitie, mei 2017 2 Bron: Je hangt de vuile was niet buiten, Hogeschool van Amsterdam, december 2018 Meerjarenbeleidsplan Sociaal Domein (1103024)
3/20
2.1.2 Sociale index Om de huidige (sociale) situatie in de afzonderlijke wijken/gebieden op multidimensionaal niveau in samenhang te kunnen beoordelen, is een sociale index uitgevoerd. De sociale index is een wetenschappelijk onderbouwd instrument waarmee op buurt- of wijkniveau inzicht gegeven wordt in de sociale staat van een buurt/wijk op vier dimensies: competenties, leefomgeving, participatie en binding. Het integrale karakter van de sociale index past goed bij de ontwikkeling van verdere ontschotting binnen het sociale domein en opgavegericht werken. Om een goede sociale kwaliteit te realiseren, moet aan bepaalde voorwaarden worden voldaan. De theoretische benadering hierachter kan als volgt toegelicht worden: Zo is een zeker inkomens- en opleidingsniveau nodig voor de mate waarin iemand kan deelnemen aan de maatschappij. Andere persoonlijke voorwaarden zijn een goede gezondheid, het beheersen van de taal en de vaardigheid om hulp te vragen (bijvoorbeeld bij de opvoeding). Naast persoonlijke voorwaarden, geldt dat ook de omgeving bepalend is voor deelname aan de maatschappij. Zo moet de omgeving schoon, heel en veilig zijn en moet er passende huisvesting zijn en adequate voorzieningen. Bij deelname kan het gaan om onderwijs- of arbeidsparticipatie (sociaaleconomisch), en ook om deelname in de vorm van vrijwilligerswerk of mantelzorg (maatschappelijk).
Daarnaast kan men ook in sociaal-cultureel opzicht participeren, door te sporten, te recreëren etc. En ten slotte kan men ook via contacten met buren, familie en buurtgenoten deelnemen aan de maatschappij. Deze deelname kan weer de basis zijn voor een gevoel van geborgenheid, vertrouwen, ofwel binding óf voor een versterking van de individuele competenties. De sociale index brengt per wijk of gebied in beeld hoe er op de voorwaarden ‘gescoord’ wordt, ten 3 opzichte van een gemiddelde . De sociale index geeft daarmee de mogelijkheid om in één oogopslag te zien hoe het er voor staat in de wijken, maar het is van belang om naar het verhaal achter de cijfers te kijken en de samenhang tussen de scores. Wanneer dit instrument elke twee jaar wordt geactualiseerd, wordt de ontwikkeling van de wijken zichtbaar. Daarmee ondersteunt de sociale index bij het nemen van investeringsbeslissingen en het monitoren van gewenste effecten en resultaten voor wijken en inwoners op beleidsinterventies. De sociale index is geen doel op zich, maar een instrument. Samengevat, de sociale index: – geeft een momentopname weer; – biedt inzicht in de ontwikkelingen wanneer deze iedere twee jaar wordt geactualiseerd; – geeft verschillen weer tussen wijken; – biedt aanknopingspunten voor interventies. De sociale index is als bijlage toegevoegd.
In de rapportage zien we onder meer het volgende: In de wijken waar de persoonlijke competenties en de leefomgeving gemiddeld of positief scoren, komt de mate van participatie en betrokkenheid bij elkaar ook rond het gemiddelde of positief uit. Met uitzondering van Hoorn Noord, waar de binding met de wijk en de inwoners ondergemiddeld is, wat vooral de leegstand en het aandeel alleenstaanden is aan te rekenen. Dit zijn risicofactoren voor de mate van binding en sociale betrokkenheid in een wijk. De inwoners van de wijk Venenlaankwartier scoren op het gebied van persoonlijke competenties positief; vooral op de punten gezondheid en opvoedvaardigheden. We zien vervolgens in de volgende dimensies een redelijk gemiddeld beeld, wat dus bevestigt dat een stevige basis (persoonlijke competenties), aangevuld met een goede leefomgeving, een positieve uitwerking kan hebben in de dimensies participatie en binding. In de wijken Grote Waal, Kersenboogerd Noord en Risdam Noord staat de zelfredzaamheid onder druk. In Kersenboogerd Noord zijn het vooral de opleiding en gezondheid die maken dat inwoners minder zelfredzaam zijn en mee kunnen komen, of zich daartoe kunnen ontwikkelen. In Risdam Noord zijn het vooral de opvoedvaardigheden en in iets beperktere mate inkomen. De Grote Waal scoort op alle competenties minder dan het gemiddelde.
Inkomen en opvoedvaardigheden springen er daarbij uit. 3
Het kan hier gaan om het gemiddelde van de andere wijken, de hele stad Hoorn, de regio Westfriesland, de regio Noord-Holland Noord of Nederland, afhankelijk van de beschikbare cijfers. Welke referentie gebruikt is wordt niet expliciet vermeld (enkel in de bijlage van de Sociale Index), omdat het gaat om de vergelijking op multidimensionaal niveau in gestandaardiseerde gegevens. Meerjarenbeleidsplan Sociaal Domein (1103024)
4/20
In de Grote Waal staat naast de zelfredzaamheid ook de samenredzaamheid onder druk. Op het gebied van maatschappelijke participatie (vrijwilligerswerk en mantelzorg), sociaal culturele participatie (verenigingen, netwerken) en sociale contacten scoort deze wijk ondergemiddeld. De wijk Nieuwe Steen scoort op de dimensie participatie goed. Met uitzondering van de indicator met betrekking tot vrijwilligerswerk en mantelzorg is hier een positief afwijkende situatie ten opzichte van de andere wijken. Ook hier zien we een doorwerking in het onderlinge gevoel van saamhorigheid en binding. In de Bangert & Oosterpolder zijn in principe de voorwaarden voor binding aanwezig – weinig leegstand, weinig alleenstaanden, positieve verhouding huurwoningen corporatie en woningen in bezit van overige verhuurders – maar toch ervaart men de sociale cohesie minder dan gemiddeld. Inwoners hebben niet regelmatig contact met de buurt en de sociale samenhang wordt minder goed gescoord (Likert schaal). Het gaat hier wel om een wijk in ontwikkeling en cijfers die iets gedateerd kunnen zijn, dus mogelijk is het beeld vertekend.
In algemene zin laat de sociale index zien dat in een aantal wijken de zelf- en/of samenredzaamheid onder druk staat. In andere wijken is de binding met de leefomgeving/wijk niet optimaal, bij andere de participatiegraad en in andere zijn de voorwaarden aanwezig maar lukt het toch niet om optimaal te ‘scoren’. Dit zet de gemeente en aanbieders in hun aanpak of aanbod voor een uitdaging maar biedt ook handvaten en uitgangspunten. Het inzicht geeft tools in handen om op wijk- of gebiedsniveau de juiste interventies te plegen, die aansluiten bij de behoeften en uitdagingen van de inwoners van die wijk of dat gebied. 2.1.3 Kwesties De decentralisatie van rijkstaken is inmiddels ruim vier jaar geleden en gaandeweg hebben we, aan de hand van evaluaties, rapportages en bijsturingen, verschillende kwesties en vraagstukken ervaren. De eerste vraag die we ons kunnen stellen is, bereiken we nu de Hoornse inwoners die we zouden moeten bereiken? We zien de cijfers van de bezoekers aan de inloopspreekuren en het aantal afgegeven beschikkingen toenemen, maar wordt de zorg daadwerkelijk aan de inwoners gegeven die dit het meest nodig hebben? Hoe kom je achter de voordeur bij mensen die zorg bewust mijden of zich niet realiseren dat ze hulp nodig hebben? Daarbij zien we dat preventieve inzet nog niet optimaal plaatsvindt.
Goede preventieve inzet vraagt nabijheid van ondersteuning, zorg, sociale cohesie en goede collectieve voorzieningen. Dit is op dit moment nog onvoldoende. De werkwijze binnen de organisaties en het specifieke aanbod op stedelijk niveau zijn daarvoor ook onvoldoende gericht op maatschappelijke opgaven op wijk- of buurtniveau. De basisvoorzieningen liggen niet automatisch in een logische lijn met het beleid en de dienstverlening van de gebiedsgerichte aanpak. In de gemeentelijke organisatie zien we dat de dienstverlening in het sociaal domein geboden wordt met verschillende uitgangspunten en nog te weinig op grond van de aanwezige maatschappelijke opgave in een wijk. Waar het integrale samenwerking betreft, zien we verbeterpunten. Om de Hoornse inwoners met domeinoverstijgende problemen integraal de zorg en ondersteuning te kunnen bieden die nodig is, zijn vervolgstappen in de samenwerking nodig tussen de verschillende gemeentelijke domeinen, partners in het veld (scholen, wooncorporaties, ondernemers, etc) en bijvoorbeeld de zorgverzekeraar. Daarbij is er ook onvoldoende samenhang in dienstverlening aan inwoners. Inwoners moeten nog langs verschillende loketten, waar zij opnieuw hun verhaal moeten vertellen, om passende zorg en ondersteuning te krijgen. Professionals ervaren nog te veel bureaucratie en te weinig ruimte en mogelijkheden om te doen wat nodig is.
Gegevensuitwisseling wordt vaak genoemd als knelpunt bij de samenwerking in de uitvoering. 2.1.4 Conclusies Samenvattend kunnen we op basis van de bovenstaande paragrafen de volgende conclusies trekken voor de komende jaren: De vraag naar zorg zal toenemen. Dit gaat druk leggen op de gemeentelijke financiën; De gemeente zal de zelf- en samenredzaamheid van haar inwoners moeten bevorderen, om de maatschappelijke opgave (omvang, kwaliteit en financieel) beheersbaar te houden. De gemeente speelt daarin een faciliterende rol; Gezondheidsverschillen tussen bevolkingsgroepen zullen toenemen; Er liggen op het gebied van wonen en de arbeidsmarkt grote uitdagingen én kansen; De voorgenoemde maatschappelijke uitdagingen zijn verbonden met elkaar en vragen om een integrale aanpak (zorg, participatie, onderwijs, wonen, etc). De oplossingen voor problematieken in het sociaal domein liggen niet altijd binnen het sociaal domein;
Meerjarenbeleidsplan Sociaal Domein (1103024)
5/20
Er ontstaan voor inwoners meer mogelijkheden om op andere manieren te participeren en regie te voeren over hun leven. Dit vraagt om een andere rol van de gemeente; Stevig opdrachtgeverschap en partnership is nodig om uitvoering te geven aan de veranderende rol van de gemeente binnen het sociaal domein.
2.2 Sociaal domein; de wettelijke taken van de gemeente Sinds de decentralisaties in 2015 zijn gemeenten verantwoordelijk voor vrijwel alle maatschappelijke ondersteuning aan haar inwoners. De wettelijke basis voor de gemeentelijke verantwoordelijkheden in het sociaal domein ligt in de Wet maatschappelijke ondersteuning, de Jeugdwet, de Participatiewet en de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening. Ook op tal van andere aanverwante beleidsterreinen ligt een verantwoordelijkheid of komen nieuwe of aanvullende verantwoordelijkheden naar de gemeente toe. Daarmee moet de samenhang bewaakt worden. 2.2.1 Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) De Wmo is bedoeld om mensen zo lang mogelijk thuis te laten wonen, door ondersteuning te bieden aan mensen die niet op eigen kracht zelfredzaam zijn. De Wmo is er ook voor mensen die hulp nodig hebben om mee te doen (te participeren) in de samenleving. Het gaat bijvoorbeeld om begeleiding en dagbesteding, extra huishoudelijke hulp, ondersteuning ter ontlasting van mantelzorgers, het bieden van een beschermde woonomgeving voor mensen met een psychische kwetsbaarheid of opvang bij huiselijk geweld en dak- of thuisloosheid. 2.2.2 Jeugdwet: zorg voor de jeugd Vanuit de Jeugdwet regelen gemeenten de zorg voor kinderen en jongeren. Het gaat om jongeren (en hun ouders) die tijdelijk of langdurig ondersteuning nodig hebben bij het opgroeien.
Gemeenten zijn verantwoordelijk voor alle vormen van jeugdhulp. Bijvoorbeeld hulp thuis bij problemen in het gezin of hulp en ondersteuning aan jongeren met een beperking, stoornis, aandoening of opgroeiproblemen. Gemeenten zijn ook verantwoordelijk voor het realiseren van een toereikend aanbod van jeugdbescherming en jeugdreclassering. Een doorgaande lijn van preventief beleid naar gedwongen kader met goede samenwerking met betrokken partijen in het stelsel is nodig. Daarbij wordt ook samengewerkt met de justitieketen. 2.2.3 Participatiewet: begeleiding naar werk Iedereen die kan werken maar het op de arbeidsmarkt zonder ondersteuning niet redt, valt onder de Participatiewet. De wet moet ervoor zorgen dat meer mensen werk vinden, ook mensen met een arbeidsbeperking. 2.2.4 Wet gemeentelijke schuldhulpverlening (Wgs): hulp bij schulden Gemeenten zijn op grond van de Wgs verplicht om inwoners met schulden te helpen en integrale schuldhulpverlening te bieden. Dit betekent dat er niet alleen aandacht moet zijn voor het oplossen van financiële problemen, maar ook voor psychosociale problemen of problemen rond de woonsituatie, gezondheid, verslaving of de gezinssituatie. Gemeenten moeten ook verplicht nazorg leveren.
2.2.5 Wet verplichte meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling De Wet verplichte meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling bepaalt dat organisaties en zelfstandige beroepsbeoefenaren in de sectoren onderwijs, gezondheidszorg, kinderopvang, maatschappelijke ondersteuning, sport, jeugdhulp en justitie een meldcode moeten hebben én het gebruik ervan moeten bevorderen. Sinds 1 januari 2019 is de meldcode aangescherpt. 2.2.6 Preventieve gezondheid De Wet publieke gezondheid richt zich op het bevorderen van algemene gezondheid en het voorkomen van ziekten bij risicogroepen. De wet onderscheidt collectieve preventie, infectieziektebestrijding en jeugd- en ouderengezondheidszorg. Voor een deel van deze werkzaamheden zijn gemeenten verplicht een GGD (gemeentelijke gezondheidsdienst) in stand te houden.
Meerjarenbeleidsplan Sociaal Domein (1103024)
6/20
2.2.7 Wet Verplichte GGZ: zorg en veiligheid Op 1 januari 2020 wordt de huidige Wet bijzondere opnemingen psychiatrische ziekenhuizen (BOPZ) vervangen door de Wet Verplichte GGZ (WVGGZ). De WVGGZ is veel meer gericht op verplichte zorg en maakt het mogelijk die ambulant uit te voeren. Op grond van deze wet krijgen gemeenten extra taken. Zo moet er een meldingsmogelijkheid bij gemeenten komen en, dienen zij hier een verkennend onderzoek op in te stellen. Bij dreigende ernstige risico’s kan de gemeente een crisismaatregel treffen en dient zij regionaal overleg te voeren met ketenpartners. 2.2.8 Omgevingswet De nieuwe Omgevingswet (verwacht moment van inwerkingtreding 2021) is bedoeld om ruimtelijke ordening eenvoudiger, sneller en beter te maken. De Omgevingswet biedt ruimte voor een integrale aanpak, ontwikkeling, initiatieven uit de samenleving en kent twee belangrijke thema’s: gezondheid en veiligheid. Daarmee biedt de Omgevingswet ook kansen om sociaal-maatschappelijke vraagstukken mee te nemen in ruimtelijke plannen en voor maatschappelijke ontwikkeling. Door in te zetten op een leefbare, veilige en gezonde leefomgeving wordt bijgedragen aan het algemeen welzijn van de inwoners. 2.2.9 Nieuwe Wet inburgering Met de nieuwe Wet inburgering (2021) krijgen gemeenten de regie over de inburgering.
Doel is om nieuwkomers vanaf het eerste moment zo snel mogelijk te laten meedoen in de samenleving, via participatie en integratie. De Wet inburgering moet aansluiten bij de bestaande verantwoordelijkheden van gemeenten, zodat gemeenten integraal en op maat kunnen werken. 2.2.10 Passend onderwijs Het doel van de Wet passend onderwijs is voor alle leerlingen met een specifieke onderwijsbehoefte zo passend mogelijk onderwijs te realiseren. De schoolbesturen binnen het samenwerkingsverband maken met elkaar een ondersteuningsplan. Dat plan laat zien welk niveau van ondersteuning afzonderlijke scholen bieden, hoe de middelen voor extra ondersteuning zijn verdeeld en aangewend, hoe men ondersteuning toewijst, hoe de verwijzing naar speciaal onderwijs gaat en hoe men ouders informeert over het hele proces. In dit plan ligt een verbinding met de gemeentelijke taak op het gebied van de jeugdhulp. De samenwerkingsverbanden en gemeente(n) zijn verplicht om hun plannen op het gebied van ondersteuning aan jeugdigen met elkaar te bespreken.
2.3 Samenhang in en met het sociaal domein Het meerjarenbeleidsplan Sociaal Domein is een integraal beleidsplan, waarbij al het beleid binnen het sociaal domein in samenhang wordt gezien. Dit geldt ook voor aanpalend beleid, zoals wonen, ruimtelijke ontwikkeling, economie en veiligheid. De oplossingen voor problemen in het sociaal domein liggen namelijk niet altijd bínnen het sociaal domein. Denk aan het verbeteren van de uitstroommogelijkheden van jongeren uit residentiële jeugdhulp bij het bereiken van de 18-jarige leeftijd of inwoners die voldoende zijn hersteld om vanuit opvang of een beschermd woonomgeving weer zelfstandig te gaan wonen (wonen) of het stimuleren van meer beweging van inwoners door het aantrekkelijk inrichten van de openbare ruimte (stadsbeheer). Door vanuit eenzelfde missie en opgaven te werken, met uniforme kaders en uitgangspunten kunnen we de verschillende uitdagingen waar we in de komende jaren mee geconfronteerd worden gezamenlijk en duurzaam oppakken. De opgaven worden in hoofdstuk 3 nader uitgewerkt.
2.4 Contouren voor het beleid In de voorgaande paragrafen is weergegeven hoe Hoorn ‘scoort’ op verschillende thema’s en waar uitdagingen liggen de komende jaren om aan de doelstellingen te kunnen voldoen. In deze paragraaf brengen we een focus aan, aan de hand van enkele concrete filters. We benoemen daarbij ook de strategieën die we hanteren. Door terug in de tijd te gaan en als eerste te kijken naar de ambities die we onszelf gesteld hebben bij de start van de transitie, wordt een eerste filter aangebracht. In het functioneel model hebben we destijds de volgende ambities opgenomen, die nog steeds gelden: We gaan voor eigen verantwoordelijkheid en eigen kracht in eigen omgeving; Professioneel handelen van de hulpverleners is uitgangspunt; Meerjarenbeleidsplan Sociaal Domein (1103024)
7/20
Snel en duurzaam effectieve hulp dichtbij; Benodigde kwaliteit voor de juiste prijs.
In algemene zin waren de (stelsel)doelen - de doelen de gemeente nastreefde waar het de (toegang tot) hulp, ondersteuning en specialistische zorg betrof - als volgt: Van intramurale hulp naar extramurale hulp; Van zware vormen van ondersteuning naar lichtere vormen van ondersteuning; Van individuele voorzieningen naar collectieve voorzieningen; Van curatief naar preventief; Van alleen professionele inzet naar een combinatie van informele en professionele inzet. Uit onder meer de evaluatie van 1.Hoorn in 2016 en 2018/2019 zijn belangrijke conclusies naar voren gekomen, die in de verdere inrichting van het meerjarenbeleidsplan Sociaal Domein van belang zijn: Het voorveld wordt nog onvoldoende ingezet; Er is onvoldoende zicht op resultaten; De transformatieslag wordt nog niet goed gemaakt. Anno 2019 worden veel gemeenten in Nederland geconfronteerd met tekorten, met name op het gebied van het sociaal domein. Over het jaar 2018 bleek de gemeente Hoorn de financiën in het sociaal domein niet positief te kunnen afsluiten en voor 2019 en de jaren daarna wordt een tekort voorzien, als er geen maatregelen worden genomen. In de Bestuursopdracht Tekorten Sociaal Domein worden voorstellen voor maatregelen uitgewerkt. We zullen extra goed moeten kijken waar we welke middelen voor in willen en kunnen zetten.
Keuzes die gemaakt gaan worden in het terugdringen van de tekorten moeten aansluiten bij de kaders en uitgangspunten van het integrale meerjarenbeleidsplan Sociaal Domein. Er zijn de afgelopen tijd meerdere richtingen afgesproken die bepalend zijn voor de focus en voor de werkwijze en samenwerking met partners, in- en extern. De Westfriese gemeenten willen het transformatieproces binnen het sociaal domein stimuleren en gaan per 2020 resultaatgericht bekostigen. Daarmee komt het sturen op kwaliteit en resultaten centraal te staan. Er zijn zes veranderopgaven voor de inkoop van de jeugdhulp en de Wmo-ondersteuning: 1. Vereenvoudiging van aanbodordening op basis van segmentatie (marktordening); 2. Werken met ondersteuningsprofielen en intensiteiten; 3. Werken met een integraal perspectiefplan; 4. Regierol beter beleggen door te werken met regisseur en/of hoofdaannemer; 5. Sturen op resultaat door resultaatmeting en dialoog; 6. Afrekenen op resultaten. De bestaande producten worden vervangen door een indeling in profielen, passend bij de ondersteuningsbehoefte van de cliënt. Voorafgaand aan een verwijzing naar een specialistische zorgaanbieder wordt eerst met de cliënt bepaald welke resultaten behaald zouden moeten worden. Afhankelijk daarvan zet de zorgaanbieder binnen het gekozen profiel een bepaalde intensiteit voor de behandeling of begeleiding in.
Dit ‘arrangement’ omvat dan alles wat nodig is om de gewenste resultaten te behalen. Daarnaast zien we binnen de gemeentelijke organisatie steeds meer dat inhoudelijke opgaven het vertrekpunt zijn voor het handelen. Per opgave worden de verbindingen gezocht die nuttig en nodig zijn om de opgave te adresseren. Daarbij wordt gekeken naar wat men wil bereiken, welke activiteiten, verbindingen of organiseervormen nodig zijn en wat ieders rol daarin is. De opgave wordt opgepakt op schaalniveau met de partners die nodig zijn. Tenslotte wordt er meer ingezet op een gebiedsgerichte benadering. Al in het functioneel model werd benoemd dat de eigen omgeving de plek is waar hulp en ondersteuning gevonden moet worden. Dit kan betekenen dat het eigen netwerk dat zich letterlijk in de directe omgeving van een cliënt bevindt wordt ingeschakeld, of dat een inwoner aansluit bij een initiatief in de eigen buurt, dan wel dat specialistische hulp zo veel mogelijk in onze stad of regio wordt aangeboden. Een gebiedsgerichte benadering betekent ook dat de sociale basisvoorzieningen aansluiten bij de vragen die in een specifieke wijk of gebied leven. In december 2017 is door de gemeenteraad de visie Sociale basisinfrastructuur vastgesteld.
De sociale basisinfrastructuur wordt gevormd door: “alle aanwezige sociaal maatschappelijke basisvoorzieningen, bewonersinitiatieven en sociale ondernemingen die bijdragen aan de zelf-
Meerjarenbeleidsplan Sociaal Domein (1103024)
8/20
en samenredzaamheid van de inwoners, de leefbaarheid en de sociale cohesie om ondersteunings- en hulpvragen in een vroeg stadium te ondervangen”. Een sterke dragende samenleving met veel actieve mensen en organisaties levert een belangrijke bijdrage aan de doelen van het sociaal domein van de gemeente Hoorn. Het uitgangspunt is een sterke stedelijke basisinfrastructuur die in kan spelen op veranderende maatschappelijke vraagstukken, met extra inzet in een gebied of wijk daar waar dit nodig blijkt. Het nieuwe college van de gemeente Hoorn heeft een aantal duidelijke ambities uitgesproken, waar het het sociaal domein betreft. • Wij geven zorg de ruimte; • Voorkomen is beter dan genezen; • We zetten geld voor zorg slim en effectief in; • We helpen mantelzorgers bij hun zorgtaak; • We helpen meer inwoners die het financieel zwaar hebben. Tijdens een werksessie op 7 maart 2019 heeft de gemeenteraad – op dat moment bijna een jaar in functie – een prioritering aangebracht in verschillende inhoudelijke thema’s die gepresenteerd zijn. Op basis van statistische gegevens, in de context van de doelstelling van het meerjarenbeleidsplan Sociaal Domein (rondkomen, meekomen en vooruitkomen) en met in het achterhoofd de bestuursopdracht tekorten heeft de raad aangegeven welke thema’s zij het meest van belang vinden.
Daarbij hebben ze ook aangegeven waar zij als gemeente de meeste ruimte zien om invloed uit te oefenen. Dit geeft naast een interessant inzicht ook richting aan de ambities en wensen van de gemeente(raad). De resultaten dragen bij aan het filteren van alle input en het concretiseren van de opgaven. De uitgebreide resultaten van deze sessie zijn als bijlage 2 opgenomen, maar samenvattend valt het volgende op: Eenzaamheid staat zowel op prioriteit als mate van invloed hoog. Datzelfde geldt voor het voorkomen van armoede, inkomensondersteuning en schuldhulpverlening. Dit betekent dat de gemeenteraad dit belangrijke onderwerpen vindt en hier ook veel mogelijkheden ziet voor de gemeente om iets bij te dragen of om de inwoner te bewegen om de situatie te verbeteren. Genotmiddelen en gezond gewicht staan zowel op prioriteit als op mate van invloed laag. De raad ziet dit niet als de belangrijkste onderwerpen op dit moment of heeft vertrouwen in de structuren die daartoe reeds zijn ingesteld (In control of alcohol, combinatiefunctionarissen, etc).
Psychische gezondheid vindt men een zeer belangrijk onderwerp, maar de mate waarin men invloed denkt uit te kunnen voeren is beperkt gescoord, door een tweedeling in gedachten: het signaleren en voorkomen van psychische problematiek – vooral bij jongeren – is iets waarop ingespeeld kan worden, door vroegsignalering, preventie en bewustwording. Sommige raadsleden waren van mening dat tegen verschillende landelijke ontwikkelingen ‘weinig in te brengen is’, zoals het sluiten van voorzieningen, wonen in de wijk en de Wet Verplichte GGZ. Het feit dat het aantal beschikbare mantelzorgers in de toekomst daalt en de vraag zal toenemen ziet de raad als een gegeven, waar een oplossing voor moet komen, die niet per sé bij de gemeente ligt. Wel zou de gemeente de sociale cohesie in wijken, buurten en bijvoorbeeld het verenigingsleven hiertoe kunnen stimuleren. De fysieke omgeving is het gebied waar de gemeente de meeste invloed heeft. De gemeente maakt plannen voor de inrichting, voorzieningen, onderhoud, etc van de directe omgeving van haar inwoners. De gemeente heeft ook veel invloed op het realiseren van passende huisvesting. De gemeenteraad ziet hier echter geen verantwoordelijkheid vanuit het sociaal domein en de bijbehorende budgetten, afgezien van de mogelijkheden om langer thuis te blijven wonen via de Wmo en individuele woningaanpassingen.
Er zijn een aantal onderwerpen waar de verantwoordelijkheid van de inwoners lastig te beïnvloeden lijkt; opvoedvaardigheden, veiligheidsgevoel, sociale omgeving en sociale participatie. Deze bevinden zich in de persoonlijke ervaring van mensen en de mate van invloed hierop vanuit de (lokale) overheid lijkt beperkt. Wel zijn dit belangrijke thema’s, gezien de ontwikkeling en veiligheid van onze (jongste) inwoners. Het is een uitdaging voor de gemeente om hier toch de benodigde effectieve stappen in te zetten. Positieve gezondheid We willen in het meerjarenbeleidsplan en de hieruit volgende (uitvoerings)stukken nadrukkelijk de omslag in denken maken naar positieve gezondheid. We willen meer de kracht van mensen benadrukken en minder de focus leggen op het aan- of afwezig zijn van ziekte(n) of beperking.
Meerjarenbeleidsplan Sociaal Domein (1103024)
9/20
Gezondheid in termen van veerkracht, functioneren en participatie in plaats van alleen in somatische of psychische zin. Het concept positieve gezondheid onderscheidt daartoe zes dimensies: Lichaamsfuncties Mentaal welbevinden Zingeving Kwaliteit van leven Sociaal maatschappelijke participatie Dagelijks functioneren Uitgaan van positieve gezondheid biedt zorgaanbieders, overheden en inwoners kansen. De inwoner staat centraal en niet de ziekte, het spreekt mensen aan op hun kracht in plaats van op hun zwakte - het benadrukt hun potentieel - en daarmee kan beter aangesloten worden bij passend aanbod. Er zijn echter ook een aantal kanttekeningen te maken, namelijk dat gezondheid een middel is waarmee iemand zijn/haar ding kan doen en geen doel op zich. Daarnaast is het de vraag of het voor iedereen wel haalbaar is. En, hoe meet je positieve gezondheid? Deze aanpak vergt dat we in dialoog gaan met onze inwoners en zorgaanbieders, welzijnswerk etc. Daarnaast is het verstandig om daarbij te blijven focussen op de grondbeginselen van Positieve Gezondheid: zorg ervoor dat veerkracht, zeggenschap en eigen regie de uitgangspunten zijn van hoe je het proces inricht.
Meerjarenbeleidsplan Sociaal Domein (1103024)
10/20
3 Opgaven in het sociaal domein In het licht van trends en ontwikkelingen en geschetste kaders uit hoofdstuk 2 zijn de ambities uit het coalitieakkoord en de doelstelling dat iedereen kan meekomen, rondkomen en vooruitkomen uitgewerkt in opgaven voor de komende periode voor het sociaal domein in Hoorn.
3.1 Doorvertaling naar opgaven Om uitvoering te geven aan de doelstelling, zijn er verschillende leefdomeinen bepaald, waarop een opgave/doelstelling is geformuleerd. Per leefgebied zullen we de opgave nader duiden en aangeven welke mogelijkheden tot verbetering er liggen. DOELSTELLING Meekomen
LEEFGEBIED Samenleven Werk Vrije tijd
Rondkomen
Inkomen Financiën
Vooruitkomen
Wonen Ontwikkelen Veiligheid Gezondheid
OPGAVE In Hoorn kijken we om naar elkaar. Iedereen die kan, is aan het werk of participeert, waar nodig met ondersteuning. Iedereen kan meedoen aan de samenleving en deelnemen aan activiteiten in de vrije tijd. Inwoners hebben een inkomen waarmee zij kunnen voorzien in hun levensonderhoud. We helpen inwoners met financiële problemen en proberen schuldenproblematiek te voorkomen. Iedereen heeft een passende plek om te wonen en woont zoveel en zo lang mogelijk zelfstandig. Kinderen en jongeren kunnen zich optimaal ontwikkelen. Kinderen en jongeren groeien veilig en geborgen op. Het maken van een gezonde keuze wordt gestimuleerd.
3.1.1 Opgave 1: In Hoorn kijken we om naar elkaar Ambitie Vroegtijdige inzet op signalering, taboes doorbreken en bespreekbaar maken dragen bij aan een inclusieve samenleving. Stigma’s en vooroordelen over onderwerpen als eenzaamheid, psychische klachten, (seksuele) diversiteit of verslavingsproblematiek staan hulp en herstel niet in de weg. Analyse In een inclusieve samenleving, is iedereen welkom en kan iedereen meedoen. De tendens dat mensen langer en meer thuis wonen en ondersteuning krijgen, maakt de wijken en buurten qua samenstelling steeds meer divers. Dit doet een groter beroep op de inwoners: acceptatie, oog voor elkaar en hulp durven geven en vragen worden steeds belangrijker. Stigma’s en vooroordelen maken dat men elkaar minder snel aan durft te spreken, of gevoelens uit durft te spreken. Te late signalering en aanpak van problematiek kan leiden tot verergering en uiteindelijk de noodzaak om kostbare (jeugd)hulp in te zetten. Diverse initiatieven in de samenleving kunnen er aan bijdragen dat dit voorkomen wordt, zoals gastlessen, (landelijke) voorlichtings- en bewustwordingscampagnes en buurt- of bewonersinitiatieven. Om de eigen regie te versterken en bij participatie aan de samenleving is het uitgangspunt dat kwetsbare inwoners ondersteuning krijgen om in hun bestaande leefomgeving te kunnen blijven meedoen.
Gebrek aan aansluiting bij de buurt waarin zij wonen kan een risico zijn op sociaal isolement en eenzaamheid. Het bieden van voldoende ondersteuning in de eigen woonomgeving en een buurt waarin zij zich welkom voelen zijn essentiële randvoorwaarden. Hierin is inzicht in het beschikbare aanbod van belang waarmee de zelfredzaamheid van inwoners en hun naasten wordt aangesproken. Volgende stappen Stigma’s worden bestreden, taboes doorbroken en sociale netwerken worden versterkt. Onderdelen daarvan zijn voorlichtingsactiviteiten, ontmoetingsplekken en de inzet van ervaringsdeskundigen;
Meerjarenbeleidsplan Sociaal Domein (1103024)
11/20
Ter bevordering van zelfstandig gaan of blijven wonen vanuit een kwetsbare situatie maken de zorgaanbieder, de inwoner en het gebiedsteam afspraken over de wijze waarop aansluiting gevonden wordt bij lokale steunstructuren; Inwoners die door geestelijke, lichamelijke beperkingen of een problematische schuldensituatie niet in staat zijn hun vermogensrechtelijke belangen naar behoren uit te voeren krijgen hulp via beschermingsbewind. Hierop wordt beleid ontwikkeld.
3.1.2 Opgave 2: Iedereen die kan, is aan het werk of participeert, waar nodig met ondersteuning Ambitie Iedereen in Hoorn die kan werken, werkt of participeert. Voor hen die ondersteuning nodig hebben, wordt ingezet op re-integratie, participatie en/of opleiding en (om)scholing. We spelen in op veranderingen in onze samenleving en benutten economische kansen om zoveel mogelijk mensen aan het werk te helpen. Dat geldt ook voor mensen met een grotere afstand tot de arbeidsmarkt. Hierbij is een goede aansluiting van het (beroeps)onderwijs op de arbeidsmarkt cruciaal. Zo werken we aan talentontwikkeling, binding en perspectief op een mooie loopbaan. Analyse Mensen werken om verschillende redenen. Meestal om geld te verdienen maar ook omdat het voldoening geeft, je iets voor anderen kunt betekenen, het een maatschappelijke status oplevert of omdat het de persoonlijke ontwikkeling stimuleert. Niet iedereen vindt zelf werk. WerkSaam helpt daarom inwoners zonder inkomen en werk bij het vinden van een baan. Dit kan gaan om regulier werk, maar ook om beschut werk. Een grote groep bijstandsgerechtigden zit al lange(re) tijd in de bijstand en kampt met meerdere problemen (veelal lichamelijk en/of psychisch en financieel). Voor sommige van hen is participatie het hoogst haalbare. Deze groep krijgt hulp en ondersteuning vanuit de gemeente. Per persoon wordt gekeken naar wat past.
Dit kan een vorm van (arbeidsmatige) dagbesteding zijn, maar bijvoorbeeld ook een eerste aanzet tot vrijwilligerswerk. Of (sport)activiteiten gericht op het opdoen van sociale contacten. In 2019 vindt een analyse op deze groep bijstandsgerechtigden plaats, die gaat leiden tot goed inzicht in de problematiek en tot nieuw beleid voor deze groep. De arbeidsmarkt verandert. We krijgen te maken met ontgroening en vergrijzing en zien een tekort aan personeel in bijvoorbeeld de zorg en horeca. We zien voor de komende tijd ook volop kansen en mogelijkheden in kansrijke sectoren zoals de bouw, techniek, agribusiness en leisure. Wij proberen opleidingen naar Hoorn te halen die nodig zijn om de aansluiting te houden met de vraag op de arbeidsmarkt. Daarnaast zien wij kansen om meer mensen blijvend aan het werk te helpen en te laten participeren via leerwerkbedrijven.
Volgende stappen Bijstandsgerechtigden krijgen een passend aanbod gericht op werk of gericht op mee (blijven) doen aan de Hoornse samenleving (voor hen voor wie dit het hoogst haalbare is); Aansluiting tussen onderwijs en arbeidsmarkt wordt verbeterd waardoor meer inwoners een baan vinden en deze behouden en tegelijkertijd wordt gewerkt aan het tekort aan personeel in bepaalde sectoren; Er zijn/gaan meer (potentiële) bijstandsgerechtigden aan het werk in kansrijke sectoren; Er worden meer leerwerkbedrijven ingezet om inwoners blijvend aan het werk te helpen; De komende periode wordt een nieuw beleidsplan voor WerkSaam aan de gemeenteraden wordt voorgelegd en volgt er een uitwerking van de analyse op de groep bijstandsgerechtigden. 3.1.3
Opgave 3: Iedereen kan meedoen aan de samenleving en deelnemen aan activiteiten in de vrije tijd
Ambitie Iedereen kan hier meedoen en een stap vooruit zetten. Dat begint met de eigen kracht van mensen. Analyse Wij werken samen met onze partners en inwoners aan een sterke dragende samenleving, met veel actieve mensen en organisaties. Dit levert een belangrijke bijdrage aan de doelen van het sociaal domein. Het uitgangspunt is een sterke stedelijke basisinfrastructuur die in kan spelen op veranderende
Meerjarenbeleidsplan Sociaal Domein (1103024)
12/20
maatschappelijke vraagstukken, met extra inzet in een gebied of wijk daar waar dit nodig blijkt. Belangrijke speerpunten zijn het versterken van een samenhangende infrastructuur tussen de aanwezige initiatieven en organisaties, inwoners en bewonersinitiatieven in de sociale basis en aanbod dat aansluit bij de behoeften van de Hoornse inwoners zodat de eigen kracht van de inwoners wordt vergroot en zij worden gestimuleerd tot maatschappelijke participatie. Ook inwoners die moeilijk rond kunnen komen moeten mee kunnen doen aan de samenleving. Daarom ondersteunt de gemeente hen via inkomensondersteuning en is er specifieke aandacht voor kinderen uit gezinnen die moeilijk rond kunnen komen. Activiteiten in de vrije tijd zijn belangrijk voor sociaal contact, gezondheid en ontwikkeling van onze inwoners. Sport- en beweegactiviteiten zijn belangrijke preventieve interventies. Het doel hierbij is dat alle inwoners de mogelijkheid hebben om dagelijks voldoende te bewegen als bijdrage aan een gezonde, actieve leefstijl. Beweegactiviteiten bieden inwoners de mogelijkheid tot maatschappelijke participatie als deelnemer, supporter en/of vrijwilliger. Daarnaast zijn de activiteiten en accommodaties ontmoetingsplekken met een uniek sociaal bindend vermogen omdat sport alle lagen van de bevolking verbindt. Ook cultuur draagt bij aan sociale cohesie in de stad.
Een stad met een bloeiend kunst- en cultuuraanbod is een aantrekkelijk om te wonen en te werken. Kunst in de openbare ruimte draagt bij aan woongenot en welbevinden (en dus aan gezondheid) én aan een schone en veilige stad. Subsidieverzoeken op het gebied van kunst en cultuur worden getoetst op samenwerking, educatie en deelname van jongeren, ouderen en/of allochtonen. Zo wordt de verbinding gelegd met doelen binnen het sociaal domein. Volgende stappen Vanuit het Nationaal Sportakkoord sluit Hoorn zich aan bij vijf landelijke ambities gericht op inclusiviteit, duurzaamheid, vitaliteit, positiviteit en aandacht voor kinderen van 0 tot 12 jaar. De concretisering van visie sociale basisinfrastructuur wordt in 2019 aan de raad voorgelegd. Vervolgens wordt gewerkt aan de implementatie en de nieuwe manier van samenwerken in de praktijk. In deze concretisering worden actiepunten opgenomen die bijdragen aan de opgave om een fysiek en sociaal toegankelijke basisinfrastructuur te realiseren voor alle Hoornse inwoners met extra aandacht voor inwoners met een kwetsbaarheid; Vanaf 2019 kunnen meer inwoners gebruik maken van inkomensondersteuning door een verruiming in het beleid. In 2019 wordt onderzoek gedaan naar (verborgen) armoede in Hoorn. De resultaten en aanbevelingen worden verwerkt in een beleidsvisie op armoedebestrijding in Hoorn.
Deze aanbevelingen kunnen leiden tot wijziging of aanpassing van de huidige inkomensondersteuning; Voor verschillende wijken zijn specifieke programma’s vastgesteld om te zorgen voor meer maatschappelijke betrokkenheid in de wijk, dat bewoners en gebruikers beter zijn geïnformeerd en de continuïteit van netwerken beter wordt gewaarborgd. Er wordt gemonitord op de effecten, namelijk dat bewoners en gebruikers zich gelukkiger, rijker, minder eenzaam, gezonder en veiliger voelen. 3.1.4
Opgave 4: Inwoners hebben een inkomen waarmee zij kunnen voorzien in hun levensonderhoud
Ambitie We ondersteunen en helpen inwoners die (tijdelijk) niet in hun levensonderhoud kunnen voorzien. Analyse Het hebben van inkomen is essentieel om in je levensonderhoud te kunnen voorzien. Het kan gaan om inkomen van jezelf en/of partner uit werk, een eigen onderneming, Aow en/of pensioen, alimentatie, studiefinanciering, vermogen of bijvoorbeeld een arbeidsongeschiktheids- of werkloosheidsuitkering. Toch heeft niet iedereen (voldoende) inkomen om in het levensonderhoud te voorzien. Dit is soms een bewuste keuze maar niet altijd. Deze inwoners kunnen bij WerkSaam terecht voor een (tijdelijke) bijstandsuitkering. WerkSaam helpt dan bij het vinden van werk. Niet iedereen met onvoldoende inkomen meldt zich bij WerkSaam. Niet iedereen weet dat zijn of haar inkomen onder bijstandsniveau ligt en/of wil zich melden voor aanvullende ondersteuning. De gemeente
Meerjarenbeleidsplan Sociaal Domein (1103024)
13/20
verleent ook inkomensondersteuning in de vorm van bijzondere bijstand, sport- en cultuurstrippen en kwijtschelding van gemeentelijke belastingen. Dit is nog onvoldoende bekend. Daarom is een armoederegisseur aangesteld. Het is niet alleen nodig om de bekendheid van regelingen te vergroten. Het is ook nodig om zicht te krijgen op (verborgen) armoede in Hoorn en daarmee ook zicht op de werkende armen in Hoorn. Volgende stappen Er zijn en worden maatregelen genomen om de bekendheid van de regelingen op het gebied van inkomensondersteuning onder inwoners van Hoorn te vergroten. Onderdeel hiervan is gerichte voorlichting via een campagne; Er wordt onderzoek gedaan naar (verborgen) armoede in Hoorn. In het onderzoek is specifieke aandacht voor de werkende armen. De resultaten en aanbevelingen worden verwerkt in een beleidsvisie op armoedebestrijding in Hoorn. Deze aanbevelingen kunnen leiden tot gerichte acties om inwoners met een inkomen onder bijstandsniveau beter te bereiken. En tot wijziging of aanpassing van de huidige inkomensondersteuning. 3.1.5
Opgave 5: We helpen inwoners met financiële problemen en proberen schuldenproblematiek te voorkomen
Ambitie Inwoners met financiële problemen worden integraal geholpen. Daarnaast willen we voorkomen dat inwoners (verder) in de problemen komen. Analyse Landelijk is het aantal onder(beschermings)bewindgestelden de afgelopen jaren gestegen. En daarmee ook de hierbij behorende uitgaven vanuit de gemeenten. Dit geldt ook voor Hoorn. Het is nodig om te onderzoeken hoe we de druk op de stijgende budgetvraag terug kunnen dringen. Hoorn heeft ten opzichte van het landelijk gemiddelde meer inwoners met een lager inkomen, een hoger aantal faillissementen, een laag aantal inwoners in de schuldhulpverlening (ook een laag aantal aanmeldingen) en een hoge uitval na aanmelding. De mate waarin Hoorn schuldhulpverlening biedt aan inwoners ligt onder het landelijk gemiddelde. In 2018 stelde Hoorn een integrale beleidsvisie schuldhulpverlening vast voor de periode 2018-2020. De hulpverlening wordt gericht op integraal werken, inwoners perspectief bieden en speciale aandacht voor ondernemers die te maken hebben met financiële problemen.
De speerpunten zijn: Meer inwoners met schulden worden geholpen via schuldhulpverlening; Minder uitval na aanmelding voor en tijdens schuldhulpverlening; Meer hulp en voorlichting om schuldenproblematiek te voorkomen; Snelheid en korte wachttijden na aanmelding voor schuldhulpverlening; Gerichte hulp aan ondernemers met financiële problemen; Inwoners zijn tevreden over schuldhulpverlening in Hoorn; Beter beeld van de schuldhulpverlening en meer inzicht in de resultaten. Hoorn mist beleid dat is gericht op het voorkomen van schuldenproblematiek. Ook is er geen specifiek beleid gericht op budgetbeheer. Volgende stappen De vastgestelde integrale beleidsvisie schuldhulpverlening wordt in deze bestuursperiode geëvalueerd en waar nodig bijgesteld; Er wordt onderzocht hoe we de uitgaven voor beschermingsbewind kunnen terugdringen; Er wordt beleid ontwikkeld en geïmplementeerd gericht op het voorkomen van schuldenproblematiek; Ook wordt beleid ontwikkeld en geïmplementeerd voor budgetbeheer. 3.1.6
Opgave 6: Iedereen heeft een passende plek om te wonen en woont zoveel en zo lang mogelijk zelfstandig
Ambitie Er zijn voldoende woningen voor onze inwoners, die tijdig beschikbaar zijn en passen bij de doelgroep. Voor iedereen, dus ook voor kwetsbare inwoners. Met aandacht voor de draagkracht en sociale cohesie
Meerjarenbeleidsplan Sociaal Domein (1103024)
14/20
in buurten en wijken (spreiding, leefbaarheid en veiligheid). De directe leefomgeving draagt bij aan het (langer) zelfstandig kunnen (gaan) wonen. Analyse Kwetsbare inwoners blijven te lang in de intramurale voorzieningen. De belangrijkste reden is dat er te weinig passende woningen beschikbaar zijn. Onder andere vanuit de gebiedsteams wordt volop ingezet op het langer zelfstandig thuis wonen en het voorkomen van dakloosheid, maar hier liggen nog kansen. De verplichte landelijke toegankelijkheid van maatschappelijke opvang en beschermd wonen geeft extra druk op de voorzieningen. Voor een beperkt aantal bijzondere hulpvragen is het huidige aanbod van voorzieningen voor kwetsbare inwoners niet geschikt. De aankomende jaren vinden twee stelselwijzigingen plaats. De opgave is om regionaal een goed zorgaanbod voor de meest kwetsbare inwoners te houden en waar mogelijk te verbeteren.
Volgende stappen Voorbereiding en implementatie van twee stelselwijzigingen: de doordecentralisatie van centrumgemeentetaken op gebied van beschermd wonen, maatschappelijke opvang, openbare geestelijke gezondheidszorg en verslavingsbeleid en de openstelling van de Wet langdurige zorg waarmee een deel van de inwoners met een psychische kwetsbaarheid over zal gaan; Voldoende gedifferentieerd aanbod voor mensen met een psychische kwetsbaarheid, waarbij soepel op- en afschalen in hulp en ondersteuning mogelijk is; Verbeteren van de regionale toegang voor Wmo-verblijfsvoorziening en de samenwerking met lokale sociale teams om de in-, door- en uitstroom te verbeteren; Levensloopbestendige woningen voor ouderen, meer geschikte (zorg)locaties voor mensen met een verstandelijke beperking, meer passende, betaalbare en beschikbare huisvesting voor mensen met een specifieke zorgbehoefte (waaronder inwoners met een psychische kwetsbaarheid) en meer ontmoetingsruimte en basisvoorzieningen dichtbij zorgbehoevende inwoners. 3.1.7 Opgave 7: Kinderen en jongeren kunnen zicht optimaal ontwikkelen Ambitie In Hoorn moet ieder kind ongeacht afkomst of achtergrond zijn talenten, binnen de eigen mogelijkheden, maximaal kunnen benutten. Voor hen die een zorgbehoefte hebben wordt een passend aanbod gecreëerd.