Brief inwoner - Gecombineerde pro-forma bezwaar raadsbesluit en benoeming aandachtspunten inzake voorgenomen besluit omtrent mogelijke locatie Zuiderveld II
Tekst van het document
De Leidraad geeft aan welke kernkwaliteiten van landschap en cultuurhistorie van provinciaal belang zijn. Provinciale Staten willen dat deze kwaliteiten op een zorgvuldige wijze worden meegenomen bij nieuwe Bestemmingsplan begraafplaats Zuiderdracht Toelichting Vastgesteld Werknummer 220.300.02 – 25 juni 2012 -32-
ontwikkelingen waar nut en noodzaak van zijn onderbouwd. Het betreft ontwikkelingen zoals woningbouw, bedrijfsontwikkeling, natuur- en recreatieprojecten, infrastructuur et cetera. Of veranderingen wel of niet plaatsvinden is eigenlijk geen discussiepunt, het gaat om de wijze waarop, de mate waarin en de vormgeving ervan. De provincie gebruikt deze leidraad bij de ontwikkeling van eigen ruimtelijke plannen en bij de beoordeling van de ruimtelijke kwaliteit van gemeentelijke plannen. 5.8.2
Onderzoek Vanaf maandag 28 maart tot en met woensdag 6 april 2011 is door Archeologie West-Friesland een inventariserend onderzoek d.m.v. proefsleuven uitgevoerd aan de Zuiderdracht in Oosterblokker. Voorafgaand aan dit onderzoek werd in maart van datzelfde jaar een bureauonderzoek verricht. Omdat deze slechts als intern rapport is verschenen zijn de resultaten ook in dit onderzoek gepubliceerd. Zie voor het complete archeologisch onderzoek bijlage 13. Uit het bureauonderzoek kwam een hoge archeologische verwachting naar voren voor de aanwezigheid van vindplaatsen uit de Bronstijd. Deze hoge verwachting was vooral gebaseerd op de landschappelijke ligging van het plangebied en het feit dat het plangebied net buiten het ruilverkavelingsgebied Westwoud zou hebben gelegen. Tijdens het proefsleuvenonderzoek zijn naast de middeleeuwse en Nieuwe Tijdse perceleringsgreppels en sloten een klein aantal greppels en paalsporen uit de Bronstijd aangetroffen. Het gaat in alle gevallen om restanten van sporen omdat de bovenzijde van de oorspronkelijke bodemopbouw door graafwerkzaamheden verstoord is. Bij een nadere beschouwing blijkt het plangebied toch binnen de grenzen van het ruilverkavelingsgebied Westwoud te liggen. De graafwerkzaamheden die met deze herverkaveling gepaard gaat heeft hoogstwaarschijnlijk het bodemarchief ter plaatse verstoord.
Op basis van deze resultaten wordt het plangebied vrijgegeven en hoeft er geen verder archeologisch onderzoek plaats te vinden.
5.8.3
Conclusie Het aspect archeologie levert geen belemmeringen op voor de voorgenomen ontwikkeling.
5.9
Overige hinderaspecten
5.9.1
Kader Naast de hiervoor beschreven milieuaspecten kunnen er nog andere belemmeringen in of nabij het plangebied aanwezig zijn die van invloed kunnen zijn op de planvorming. Het gaat bijvoorbeeld om de aanwezigheid van hinderlijke bedrijven, straalpaden, planologisch relevante kabels en leidingen (zoals waterleidingen of rioleringsleidingen), beschermingszones, molenbiotopen en dergelijke.
5.9.2
Onderzoek Er zijn geen overige hinderaspecten aanwezig in of nabij het plangebied.
5.9.3
Conclusie Er zijn geen overige hinderaspecten die een belemmering vormen voor onderhavige ontwikkeling.
Bestemmingsplan begraafplaats Zuiderdracht Toelichting Vastgesteld Werknummer 220.300.02 – 25 juni 2012 -33-
Bestemmingsplan begraafplaats Zuiderdracht Toelichting Vastgesteld Werknummer 220.300.02 – 25 juni 2012 -34-
6
Juridische opzet
6.1
Algemeen
6.1.1
Het bestemmingsplan Het bestemmingsplan “Begraafplaats Zuiderdracht” bestaat uit bestemmingen en regels. De bestemming van de gronden (en wateren) is geometrisch bepaald3 door middel van lijnen, coderingen en arceringen. In de bestemmingen zijn regels ten aanzien van het bouwen en het gebruik opgenomen. Het plan gaat vergezeld van deze toelichting. In de toelichting worden de keuzes die zijn gemaakt bij het opstellen van de geometrische plaatsbepaling en de regels verantwoord en verduidelijkt. Vervolgens wordt hierin de uitvoerbaarheid van het plan aangetoond.
6.1.2
Voorontwerp Het voorontwerpbestemmingsplan is conform de gemeentelijke inspraakverordening voorafgaand aan de formele bestemmingsplanprocedure voor inspraak vrijgegeven. Gedurende de inspraaktermijn is een ieder in de gelegenheid gesteld schriftelijke en/of mondeling te reageren op het bestemmingsplan. Conform artikel 3.1.1. van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) dienen burgemeester en wethouders bij de voorbereiding van een bestemmingsplan overleg te plegen met de besturen van betrokken gemeenten en waterschappen en met de rijks- en provinciale diensten die betrokken zijn bij de zorg voor de ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen die in het plan in het geding zijn. In dit kader is het voorontwerpbestemmingsplan voor advies toegezonden aan onder meer de volgende instanties: Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier; VROM-Inspectie; gemeente Hoorn; Veiligheidsregio Noord-Holland; provincie Noord-Holland; Stichting Cultureel Erfgoed. Er zijn geen inspraakreacties ontvangen. De ontvangen overlegreacties worden in paragraaf 7.2 nader toegelicht.
6.1.3
Ontwerp Na afronding van de inspraakprocedure en het vooroverleg is de bestemmingsplanprocedure voortgezet. De ontvangen overlegreacties geven geen aanleiding tot wijzigingen van het bestemmingsplan. Wel zijn enkele ambtshalve aanpassingen doorgevoerd. Op de voorbereiding van een bestemmingsplan is afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing. Met de inwerkingtreding van de Wet ruimtelijke ordening dient de kennisgeving, als bedoeld in artikel 3:12 van de Awb, ook in de Staatscourant te worden geplaatst en via elektronische weg te geschieden. Tevens dient de kennisgeving te worden toegezonden aan die diensten van Rijk en provincie die belast zijn met de behartiging van belangen die in het plan in het geding zijn, aan het waterschap en aan belanghebbende gemeenten.
3
Geografische coördinaten volgens het Rijksdriehoekstelsel bepalen de ligging van een bestemming. Met gebruikmaking van de coördinaten kan exact de plaats van een object in een gebied worden bepaald. Bestemmingsplan begraafplaats Zuiderdracht Toelichting Vastgesteld Werknummer 220.300.02 – 25 juni 2012 -35-
Het ontwerpbestemmingsplan is van 22 maart tot 2 mei 2012 ter inzage gelegd. Binnen deze termijn is een ieder in de gelegenheid gesteld een zienswijze op het plan in te dienen. De stukken zijn tevens met de kennisgeving aan de eerder genoemde diensten en instanties toegezonden (artikel 3:13 Awb). Gedurende de ter inzage termijn zijn geen zienswijzen ontvangen. 6.1.4
Vaststelling Binnen twaalf weken na de termijn van terinzagelegging moet de gemeenteraad beslissen omtrent de vaststelling van het ontwerpbestemmingsplan. Het vastgestelde bestemmingsplan behoeft op grond van de Wro geen goedkeuring meer van Gedeputeerde Staten. Tegen het besluit tot vaststelling staat, na bekendmaking, direct beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Direct na de beroepstermijn treedt het plan in werking.
6.1.5
Verbeelding Voor het verbeelden van de geometrisch bepaalde bestemmingen, de verbeelding, is een topografische ondergrond gebruikt. Met behulp van lijnen, coderingen en arceringen is aan gronden (en in dit geval ook wateren) een bepaalde bestemming toegekend. Binnen een bestemmingsvlak zijn met aanduidingen nadere regels aangegeven.
6.2
Plansystematiek Voor het opstellen van het bestemmingsplan is zowel een gedetailleerde methodiek toegepast waarbij zoveel mogelijk is aangesloten op de vigerende bestemmingsplanregelingen. Het bestemmingsplan is opgesteld conform de Regeling standaarden ruimtelijke ordening 2008 (Rsro 2008). Dit houdt in dat het bestemmingsplan wordt opgesteld volgens de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen 2008 (SVBP2008) en wordt uitgewisseld volgens de conventies van de Standaard Toegankelijkheid Ruimtelijke Instrumenten (STRI2008).
6.3
Indeling planregels De regels bestaan uit vier hoofdstukken: Inleidende regels (hoofdstuk 1); Bestemmingsregels (hoofdstuk 2); Algemene regels (hoofdstuk 3); Overgangs- en slotregels (hoofdstuk 4). Hierna wordt een korte toelichting gegeven op de in het plan voorkomende bestemmingen.
6.3.1
Hoofdstuk 1 Inleidende regels In dit hoofdstuk zijn een aantal begrippen verklaard die voorkomen in de regels. Dit voorkomt dat er bij de uitvoering van het plan onduidelijkheden ontstaan over de uitleg van bepaalde regelingen. Daarnaast is het artikel "wijze van meten” opgenomen waarin bepaald is hoe de voorgeschreven maatvoering in het plan gemeten moet worden.
6.3.2
Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels In deze paragraaf zijn de in het plan voorkomende bestemmingen geregeld. In ieder artikel is per bestemming bepaald welk gebruik van de gronden is toegestaan en welke bouwregels er gelden. In dit bestemmingsplan worden de volgende bestemmingen geregeld: Bestemmingsplan begraafplaats Zuiderdracht Toelichting Vastgesteld Werknummer 220.300.02 – 25 juni 2012 -36-
Groen De bestemming Groen is opgenomen voor de gronden rondom de nieuwe begraafplaats. In het oosten van het plangebied is een groene buffer gecreëerd tussen de bebouwing aan de Zuiderdracht en de nieuwe begraafplaats, deze zone bedraagt 40 meter gemeten vanaf de Zuiderdracht en 45 meter vanaf de John Raedeckerhof. Binnen de bestemming Groen is het mogelijk om één ontsluiting van de begraafplaats voor autoverkeer en één voor fietsers te maken. Verder kunnen fiets– en/of voetpaden worden gerealiseerd. Ook mag binnen de aanduiding ‘specifieke vorm van verkeer- reserve parkeerterrein’ met graskeien of iets dergelijks een parkeerterrein voor 40 parkeerplaatsen worden aangelegd. Dit terrein zal fungeren als reserve parkeerterrein wanneer het terrein op de begraafplaats volledig bezet is. Binnen de bestemmingsregeling is ruimte geboden aan de mogelijkheid om de watergangen in het westen en zuiden van het plangebied met elkaar te verbinden. Het talud naar de verhoogde begraafplaats ligt binnen de bestemming “Groen”. Maatschappelijk – Begraafplaats Deze bestemming is toegekend aan de gronden van de nieuwe begraafplaats. Binnen het aangegeven bouwvlak mag één gebouw en één overkapping worden gerealiseerd. Het gebouw en de overkapping mogen een gezamenlijke oppervlakte hebben van ten hoogste 400 m².
Het gebouw en de overkapping mogen maximaal 5,5 meter hoog zijn ten opzichte van het NAP. Het gebouw mag ten hoogste in één bouwlaag worden gebouwd. Het gebouw zal verdiept liggen ten opzichte van de begraafplaats (zie ook afbeelding 7). Ook is ter plaatse van het bouwvlak in de aanleg van een parkeerterrein voor 80 auto’s voorzien. Aan de westzijde van de nieuwe begraafplaats is ruimte voorzien voor een fiets- en/of voetpad. De bestemmingsregeling maakt tevens mogelijk dat binnen de bestemmingsgrens overige bouwwerken zoals grafzerken, kunstobjecten en een urnenmuur kunnen worden opgericht.
Afbeelding 7: Dwarsdoorsnede plangebied ter hoogte van het bouwvlak Water Deze bestemming is toegekend aan de watergangen in het plangebied. Binnen de bestemming is het ook toegestaan om een fiets- en/of voetpad te realiseren. 6.3.3
Hoofdstuk 3 Algemene regels In deze paragraaf worden, in aanvulling op de bestemmingsbepalingen, aanvullende regels gesteld. Bestemmingsplan begraafplaats Zuiderdracht Toelichting Vastgesteld Werknummer 220.300.02 – 25 juni 2012 -37-
Anti-dubbeltelregel In deze regel is vastgelegd dat grond die in aanmerking moest worden genomen bij het verlenen van een omgevingsvergunning, waarvan de uitvoering heeft plaatsgevonden of alsnog kan plaatsvinden, bij de beoordeling van een andere aanvraag om omgevingsvergunning niet opnieuw in beschouwing mag worden genomen. Algemene gebruiksregels In deze regels is een aantal aanvullende gebruiksregels opgenomen die voor alle bestemmingsplannen gelden. Het betreft gebruik van de gronden die in strijd en ongewenst zijn met de beoogde bestemmingen, bijvoorbeeld het storten van puin. 6.3.4
Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels In het overgangsrecht is een regeling opgenomen voor bebouwing en gebruik dat al bestond bij het opstellen van het plan, maar dat strijdig is met de opgenomen regeling. Onder bepaalde voorwaarden mag deze strijdige bebouwing en/of strijdig gebruik worden voortgezet of gewijzigd. In de slotregel is de officiële naam van het plan bepaald. Onder deze naam kan het bestemmingsplan worden aangehaald.
6.4
Handhaving Inleidend Het bestemmingsplan is bindend voor zowel de overheid als de burger. De primaire verantwoordelijkheid voor controle en handhaving ligt bij de gemeente. Handhaving kan worden omschreven als elke handeling die erop gericht is de naleving van regelgeving te bevorderen of een overtreding te beëindigen. Het doel van handhaving is om de duurzame bescherming van mens en omgeving te waarborgen. Binnen het kader van het bestemmingsplan heeft regelgeving met name betrekking op de Wet ruimtelijke ordening en de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo). Bij overtreding van deze regelgeving moet gedacht worden aan bouwen zonder of in afwijking van een verleende vergunning en het gebruik van gronden en opstallen in strijd met de gebruiksregels van het bestemmingsplan. Er zijn twee vormen handhaving te onderscheiden: preventieve en repressieve handhaving. Preventieve handhaving bestaat uit actief toezicht door of namens de gemeente door bijvoorbeeld regelmatige controles op de uitvoering van vergunningen en regelmatige gebiedscontroles. Vervolgens worden in het kader van preventieve handhaving duidelijke en maatschappelijk geaccepteerde regels opgesteld en aandacht besteed aan communicatie en voorlichting.
Repressieve handhaving bestaat uit de aanwending van publiekrechtelijke middelen bij geconstateerde overtredingen, zoals het opleggen van een dwangsom of het uitoefenen van bestuursdwang. Daarnaast is het mogelijk strafrechtelijke middelen toe te passen en privaatrechtelijk actie te ondernemen bij inbreuk op het eigendomsrecht van de gemeente. Repressieve handhaving heeft als primaire doel een einde te maken aan een specifieke overtreding van de Wro of de Woningwet. De handhaafbaarheid van een bestemmingsplan is met name afhankelijk van het draagvlak van de regels onder de burgers en van de duidelijkheid van de regels.
Bestemmingsplan begraafplaats Zuiderdracht Toelichting Vastgesteld Werknummer 220.300.02 – 25 juni 2012 -38-
7
Uitvoerbaarheid
7.1
Economische uitvoerbaarheid Algemeen Bij de voorbereiding van een ontwerpbestemmingsplan dient op grond van artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) in de plantoelichting van een bestemmingsplan minimaal inzicht te worden gegeven in de economische uitvoerbaarheid van het plan. De uitvoering van het plan brengt voor de gemeente kosten met zich mee. Exploitatieplanverplichting In de Wet ruimtelijke ordening is de verplichting ontstaan om, indien sprake is van ontwikkelingen waarvoor de gemeente redelijkerwijs kosten moet maken, deze moeten kunnen worden verhaald op de initiatiefnemer of de ontwikkelaar. Een en ander dient te worden vastgelegd in privaatrechtelijke overeenkomsten met iedere grondeigenaar. Als er met een grondeigenaar geen overeenkomst is gesloten en het kostenverhaal niet anderszins is verzekerd, dient een exploitatieplan te worden opgesteld die tegelijkertijd met het bestemmingsplan moet worden vastgesteld. In artikel 6.12 lid 1 Wro is geregeld dat indien een bestemmingplan gronden bevat waarop een bouwplan is voorzien, een exploitatieplan verplicht is. De verplichting tot vaststelling van een exploitatieplan geldt niet indien: het verhaal van kosten anderszins verzekerd is, en; het stellen van locatie-eisen niet noodzakelijk wordt geacht.
Er is een anterieure overeenkomst gesloten tussen de gemeente Hoorn (eigenaar van de gronden) en de gemeente Drechterland, waardoor het kostenverhaal anderszins is verzekerd. Conclusie Het kostenverhaal is anderszins verzekerd en er is geen noodzaak tot het opnemen van locatieeisen. Het plan wordt economisch uitvoerbaar geacht.
7.2
Maatschappelijke uitvoerbaarheid Plan(vormings)proces Bij de voorbereiding van het inrichtingsplan van de begraafplaats zijn de betrokken burgers uit Oosterblokker en Hoorn, direct of indirect, nauw betrokken geweest. Aan hun wensen is in het inrichtingsplan zoveel mogelijk tegemoetgekomen. Om die reden is op grond van de Inspraakverordening Drechterland een inspraakperiode van 21 dagen vastgesteld. Er is geen informatiebijeenkomst gehouden. Op 14 december 2011 is de inspraakperiode voor de inwoners en bedrijven gestart via bekendmaking in De Middenstander en op de website www.drechterland.nl. Daarnaast heeft de gemeente Hoorn als aanvrager voor het vaststellen van het bestemmingsplan, de bewoners van 76 panden aan het John Raedeckerhof in Hoorn en 38 panden aan de Zuiderdracht in Oosterblokker per brief geïnformeerd over het inrichtingsplan voor de begraafplaats en de start van de inspraakprocedure over het voorontwerpbestemmingsplan. Vanaf 15 december 2011 t/m 5 januari 2012 konden inspraakreacties worden ingediend. Er zijn geen inspraakreacties ontvangen. Begin december 2011 is het overleg met de betrokken instanties langs digitale weg gestart.
De kennisgeving is gezonden aan: Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier; VROM-Inspectie; gemeente Hoorn; Veiligheidsregio Noord-Holland; Bestemmingsplan begraafplaats Zuiderdracht Toelichting Vastgesteld Werknummer 220.300.02 – 25 juni 2012 -39-
provincie Noord-Holland; Stichting Cultureel Erfgoed.
Van de volgende instanties zijn reacties ontvangen: Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier Het Hoogheemraadschap geeft aan dat voor het plan op 22 augustus 2011 reeds een wateradvies is gegeven (zie ook bijlage 10). Geconstateerd is, dat de punten uit dat wateradvies goed zijn overgenomen in het bestemmingsplan. De inhoud van het voorontwerpbestemmingsplan geeft hen daarom geen verdere aanleiding om te reageren. VROM-Inspectie De inspectie geeft aan, dat inhoudelijk niet meer zal worden gereageerd op het plan vanwege veranderingen op het terrein van rijksadvisering over ruimtelijke plannen van andere overheden. Op grond van de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) is aangegeven dat het Rijk er vanuit gaat dat de nationale ruimtelijke belangen, die via wet- en regelgeving aan andere overheden is opgedragen door hen goed worden behartigd. Zo gaat het Rijk er vanuit dat de AMvB Ruimte, die bepalingen bevat gericht op gemeentelijke bestemmingsplannen, doorwerking krijgen. Daarnaast worden diverse inspecties per 1 januari 2012 samengevoegd tot de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT). Die inspectie heeft in het nieuwe toezichtsbeleid van het ministerie geen rol meer met betrekking tot de advisering over voorontwerp ruimtelijke plannen.
Indien daar aanleiding toe is, zullen de meest betrokken rijkspartners als Rijkswaterstaat en Defensie voortaan afzonderlijk een reactie geven. Het voorontwerpbestemmingsplan heeft geen betrekking op belangen van andere rijkspartners. Conclusie Gezien het voorgaande wordt het plan maatschappelijk uitvoerbaar geacht.
Bestemmingsplan begraafplaats Zuiderdracht Toelichting Vastgesteld Werknummer 220.300.02 – 25 juni 2012 -40-
BOGOGGOOO0n KuiperCompagnons BOOOGD BOGGOGOOO0n HBOGn BEGGOGOOOOn HBOGnH BOGOGGOOO0n BOOD BOGGOGOOO0n HBOGn BEGGOGOOOOn HBOGnH Ruimtelijke Ordening, Stedenbouw, Architectuur, Landschap
City & Regional Planning, Urban Design, Architecture, Landscape
e-mail: 5.1.2e @kuiper.nl
www.kuiper.nl
Van Nelle Ontwerpfabriek
Schiegebouw 5.1.2e 5.1.2e 5.1.2e
5.1.2e
Rotterdam
Legenda toegepaste uitzonderingsgrondslagen In dit document zijn gegevens geanonimiseerd op grond van: Wet
Artikel
Omschrijving
Pagina's
Wet open overheid
Art. 5.1 lid 2 sub e
De eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer
2, 5, 8, 11, 15, 27, 28, 34, 36, 40, 73, 93