Bijlage - Gemeente Hoorn Veiligheidsscan 2021
Tekst van het document
19
Tabel 4.3: Overzicht van gesloten panden in Hoorn in het kader van artikel 13b Opiumwet. Pand gesloten? Corporatiewoning? Ja Nee Ja 2018 12 9 (3x corporatie) * 11 * 2019 13 11 (4x corporatie) * 11 * 2020 6 4 3 Totaal 31 24 25 Totaal aantal panden waar tussen 2018 en 2020 drugs is aangetroffen: 55 Op één keer na betreft het steeds hennep
Nee 10 13 7 30
Noot: * Eén woning van Mooiland, verder Intermaris.
Er bestaan korte lijnen tussen de specialisten bij gemeente en corporatie. Zodra duidelijk is dat een hennepkwekerij is aangetroffen, wordt overlegd om te bezien of sluiting passend is. Daartoe wordt bekeken of er bijzondere omstandigheden zijn, zoals minderjarige kinderen of personen met medische klachten, waardoor niet wordt gesloten of aanvullende maatregelen worden getroffen. Bijvoorbeeld een oude man die de kwekerij op zolder zelf niet kon bereiken en er werd ingeluisd door een familielid. Als sluiting opportuun lijkt, wordt melding gemaakt van de voorgenomen sluiting (bestuurlijke rapportage) bij de corporatie die de huurder informeert. De gemeente stelt een woningeigenaar op de hoogte van een voorgenomen sluiting als het om een koopwoning gaat. Er is afgesproken dat de corporatie de huurder in staat stelt zelf de huur op te zeggen. In dat geval wordt het pand voor een maand (verkort) gesloten en niet - afhankelijk van onder meer de aangetroffen hoeveelheid drugs - voor de gebruikelijke periode van drie maanden. Op die manier wordt een schaarse woning twee maanden korter onttrokken aan de woningmarkt. Naast sluiting en huuropzegging, worden daders vervolgd.
Dit resulteert doorgaans in een lage boete of taakstaf, maar strafrechtelijke ontneming is – afhankelijk van de omvang van de hennepkwekerij en van het aantal geloofwaardige oogsten – doorgaans een aanzienlijk bedrag van ‘duizenden’ euro’s. Als bij iemand een hennepkwekerij is aangetroffen in een huurwoning, komt hij of zij bovendien vijf jaar lang niet in aanmerking voor een (sociale) huurwoning. Dit kan ertoe leiden dat (kwetsbare) mensen hun heil zoeken in de wereld van de particuliere verhuurders, waaronder ze het risico lopen (bij huisjesmelkers) een relatief hoge huursom te betalen voor kwalitatief ondermaatse woonruimte. Er wordt waarde gehecht aan communicatie, zodat een duidelijk signaal wordt afgegeven aan inwoners: a.) dat een hennepkwekerij riskant is vanwege vergaande consequenties, en b.) dat het de moeite waard is om melding te maken van een (vermoedelijke) hennepkwekerij. Er wordt een brief over een sluiting gestuurd naar omwonenden (ondertekend door de burgemeester en – als het een huurwoning betreft – door de corporatiebestuurder) en er wordt een persbericht opgesteld. Een recente (zelf)evaluatie van de gehanteerde aanpak heeft geleid tot agendering van nazorgtrajecten en van preventie. Inmiddels worden ambtenaren op het sociaal domein en zorginstelling 1.Hoorn altijd geraadpleegd of geïnformeerd.
Dit helpt om de situatie in te schatten en biedt mogelijkheden om gestalte te geven aan nazorg. Daarbij staat de tweede kans centraal. Omdat veel daders “stakkers” zijn, wordt gediscussieerd over de vraag of het redelijk is om hen voor vijf jaar uit te sluiten voor een corporatiewoning. Kwetsbare personen kunnen in de greep raken van huisjesmelkers. Bovendien hangt er nog een zwaard van Damocles boven het hoofd van uitvoerders die criminelen de ruimte boden om een hennepkwekerij in hun woning te installeren, namelijk schadeverhaal door criminelen. Het ruimen van een doorsnee-kwekerij met tweehonderd planten is voor organiserende criminelen al snel een schadepost van twintigduizend euro. Dergelijke omstandigheden vragen om interventies, waarbij het in kaart brengen van dit soort schulden bij 20
criminelen een belangrijke stap is. Veiligheidsbeleid: lessen en ambitie ▪
4.3
Geef gestalte aan het voornemen om de nazorg – de fase nadat een hennepkwekerij is ontdekt – te ontwikkelen, zodat sancties die zijn opgelegd (of waarvan is afgezien) een gunstig effect hebben. Speel bij de nazorg is op en risico dat “stakkers” met een hennepkwekerij in huis lopen, namelijk dat ze door criminelen aansprakelijk worden gesteld door de geleden schade. Een blijvend probleem: huisvesting en uitbuiting van arbeidsmigranten
Arbeidsuitbuiting en/of slecht werkgeverschap13 is een actueel vraagstuk in Nederland, waarover het zogenoemde Aanjaagteam Bescherming Arbeidsmigranten (ook wel ‘de commissie Roemer’ genoemd) een rapport heeft geschreven. Een opeenstapeling van ongunstige omstandigheden - zoals onderbetaling, te lange werktijden, slechte huisvesting (tegen een hoge prijs), allerhande boetes en/of intimidatie - plaatst arbeidsmigranten in een sterk afhankelijke positie. Koppeling tussen werk en huisvesting zet hen onder druk. Als ze de gang van zaken op één domein niet accepteren, dreigen ze werk én woning te verliezen. Bij gebrek aan georganiseerde huisvesting van arbeidsmigranten is de afhankelijkheid van woonruimte voor criminelen of profiteurs een manier om hen onder druk te zetten en (veel) geld te verdienen aan huisvesting. Er bestaat anno 2021 een impasse in Hoorn wat betreft de huisvesting van arbeidsmigranten. De ‘Beleidsnotitie Huisvesting arbeidsmigranten in woningen’ uit 2017 maakt het, onder voorwaarden (zoals minimaal 12 vierkante meter per bewoner), mogelijk om maximaal vier personen – die geen huishouden vormen – in één woning te huisvesten. Hiertoe zijn sindsdien 43 vergunningen (met een looptijd van maximaal vijf jaar) verstrekt, voornamelijk voor tijdelijke huisvesting van arbeidsmigranten.
In maart 2021 neemt de gemeenteraad een motie waarin het stadsbestuur wordt opgeroepen om geen nieuwe vergunningen te verstrekken; hieraan wordt door het college gevolg gegeven. Raadsleden wijzen op overlast bij concentraties van arbeidsmigranten in woonwijken en op verdringing op de woningmarkt, omdat goedkope woningen worden opgekocht ten behoeve van commerciële verhuur aan arbeidsmigranten. Deze problemen worden herkend door bestuurders en door respondenten, al ontstaat zo een dilemma. Als geen vergunningen worden verstrekt om arbeidsmigranten te huisvesten, is de kans namelijk groot dat dit (vaker) illegaal gebeurt. Temeer omdat illegale huisvesting van arbeidsmigranten reeds voorkomt in Hoorn, zowel in woonwijken als op bedrijventerreinen, en overlast oplevert. Een politieke meerderheid dringt aan op meer controle en handhaving. De huidige situatie lijkt op de impasse die in 2013 bestond, nadat ruim vier jaar lang projectmatig in West-Friesland – onder de noemer Kompas – gestalte was gegeven aan handhaving en aan huisvesting van arbeidsmigranten. Het handhavingstraject was destijds succesvol; de overlast en overtredingen namen af. Er werd voorgesteld om de huisvesting van arbeidsmigranten naar rato 13
Arbeidsuitbuiting is een vorm van mensenhandel. Mensenhandel is van oudsher gericht op seksuele uitbuiting. Sinds 1 januari 2005 is mensenhandel buiten de seksindustrie strafbaar gesteld. Wat dat betreft kan onderscheid gemaakt worden tussen: 1.) arbeidsuitbuiting (uitbuiting in het domein van werk en inkomen), 2.) criminele uitbuiting (personen worden gedwongen strafbare feiten te plegen), en 3.) gedwongen dienstverlening (diensten die onder dwang moeten worden verricht, zonder arbeidsverhouding). Als strafrechtelijke vervolging vanwege arbeidsuitbuiting niet mogelijk is, pakt de Inspectie SZW de overtreding van arbeidswetten aan (o.a. slecht werkgeverschap). Echter: “Deze aanpak past (…) niet altijd bij het opzettelijke karakter van de overtreding of bij de maatschappelijke overtuiging dat er sprake is van uitbuiting.” (F. Boerman e.a., Nationaal dreigingsbeeld 2017. Georganiseerde criminaliteit, Zoetermeer, mei 2017, p. 78)
21
van het inwonertal over West-Friesland te verdelen. Dit mondt uit in een politiek-bestuurlijke discussie, zonder dat het huisvestings-gat wordt gedicht. Er werden (maximaal) 1.300 slaapplaatsen gerealiseerd, terwijl het aantal arbeidsmigranten op ruim 10.000 werd geschat. In 2019 werken er (voor zover bekend) 9.615 arbeidsmigranten in West-Friesland14 en er bestaat nog steeds een patstelling. De regionale werkgroep huisvesting buitenlandse werknemers, die sinds enkele jaren actief is, heeft daarin geen verandering kunnen brengen. In Hoorn is niet scherp in beeld waar arbeidsmigranten illegaal wonen (straatinformatie). Er komen ongeveer zestig adressen in beeld waar arbeidsmigranten worden gehuisvest door partijen die dit structureel doen. Respondenten schatten - met een slag om de arm - het totale aantal panden op enkele honderden. Handhaving leidt tot een dilemma; waar moeten de arbeidsmigranten naartoe? Er worden geen woonvoorzieningen in Hoorn gerealiseerd en er geldt een vergunningen-stop. Schaarse woonruimte blijft zo een potentieel pressiemiddel richting arbeidsmigranten. Respondenten signaleren de volgende problemen: ▪ ▪ ▪ ▪
▪
Over-bewoning en/of een concentratie van arbeidsmigranten in delen van een wijk, hetgeen overlast oplevert en/of ongenoegen onder bewoners. Arbeidsmigranten krijgen (waarschijnlijk) te weinig betaald en krijgen opdracht om zich niet in te schrijven in de BRP. Dit laatste zou zelfs in contracten worden opgenomen. Illegale bewoning in bedrijfspanden, ook op bedrijventerreinen net buiten de gemeente. Poolse arbeidsmigranten worden – mede omdat hun economische zelfredzaamheid toeneemt – vervangen door laag en lager geschoolde arbeidskrachten uit onder meer Bulgarije en Hongarije. Dit vergroot de kans op uitbuiting en op huisjesmelkerij, omdat deze werknemers eerder bereid zijn slechte omstandigheden te accepteren. Dit vergroot ook de kans op overlast en op onvrede onder bewoners. Er zijn (ongeveer veertig) arbeidsmigranten die bij het UWV zijn aangemeld, maar die niet in de BRP zij ingeschreven. Dit werd in het kader van de gemeentelijke fraudeaanpak gesignaleerd. Er zijn brieven verstuurd waarin wordt gewaarschuwd dat de uitkering kan worden stop gezet.
Het vraagstuk omtrent uitbuiting en huisvesting van arbeidsmigranten is en blijft politiek en economisch relevant. Bij de aanpak ervan kan worden geprofiteerd van ervaringen die zijn opgedaan met de projectmatige aanpak van woonfraude. Er is een projectleider aangesteld en een gemeentelijke meldpunt opgezet om dergelijke fraude te melden. Hoewel de insteek breder is dan huisvesting van arbeidsmigranten, levert dit ook informatie op over huisvesting van arbeidsmigranten. Ten behoeve van de aanpak van woonfraude wordt gewerkt aan een gezamenlijk systeem (MensCentraal) voor interne en externe partijen. In de doorontwikkeling van de woonfraude-aanpak gaat de hoogste prioriteit uit naar het opzetten van een monitor-systeem. De gemeentelijke fysieke adrescontroles worden geïntensiveerd, al zijn in de coronatijd met name leegstandsmeldingen opgepakt. Veiligheidsbeleid: lessen en ambitie ▪
Breng in kaart waar arbeidsmigranten legaal en illegaal wonen in Hoorn. Geef vervolgens gestalte aan handhaving en controles en aan inspanningen om arbeidsmigranten te huisvesten. Bezie of op gemeenteniveau en in West-Friesland de impasse kan worden doorbroken; op basis van de landelijke analyse van het Aanjaagteam Bescherming
14
Decisio (2021), Provincie Noord-Holland. Actualisatie cijfers arbeidsmigranten Noord-Holland Noord. Zie ook dit krantenbericht: https://www.nhnieuws.nl/nieuws/286854/steeds-minder-poolse-arbeidsmigrantenbeschikbaar-door-betere-economie-in-eigen-land
22
Arbeidsmigranten mag hierbij – op basis van een goede lokale analyse – worden gerekend op hulp van de Rijksoverheid. Overweeg herinvoering van een bovenlokaal project zoals Kompas. 4.4
Risicolocaties: nieuwe (publiek-private) ambities
Respondenten agenderen een opgave of ambitie voor het toekomstige veiligheidsbeleid omtrent de aanpak van ondermijning op enkele risicolocaties. Het gaat daarbij in de meeste gevallen over bovenlokale beleidslijnen, op het niveau van West-Friesland of (de politie-eenheid) Noord-Holland. De agendering is deels gebaseerd op informatie over ondermijnende praktijken of op inzicht in criminele kansenstructuren, maar ook het inzicht dat de bestrijding van ondermijning vraagt om publiek-private samenwerking. Bij dat laatste gaat het niet alleen om interventies in de ‘onderwereld’, maar ook om positief veiligheidsbeleid. Dat wil zeggen samenwerking tussen overheid en bonafide ondernemers, omdat dit gunstig is voor leefbaarheid en economie. Tegelijkertijd zijn informatie-uitwisseling en samenwerking tussen overheid en goed willende bedrijven een bedreiging voor kwaadwillende bedrijven. Zo’n positieve publiek-private coalitie tast hun anonimiteit aan en vermindert de criminele kansen.15 Er wordt gewezen op de volgende locaties en daaraan verbonden ambities: Bedrijventerreinen. De gemeente Hoorn telt de volgende bedrijventerreinen: De Oude Veiling en de Holenweg (de oudste terreinen), Dampten en Hoorn-80 (uit de jaren zeventig) en verder de Verlengde Lageweg, Gildenweg (door de fusie met Blokker en Zwaag), De Schelphoek en Westfrisia (Westfrisia Oost is in 2009 voltooid).
Ten Noorden van Westfrisia wordt een nieuw bedrijventerrein van circa 60 hectare ontwikkeld: Zevenhuis. Tegelijkertijd kent West-Friesland een overaanbod van bedrijventerreinen, inclusief verouderde terreinen met beperkte mogelijkheden tot herstructurering.16 Op een oud bedrijventerrein in Hoorn (De Gildenweg) wordt illegale bewoning gesignaleerd door respondenten, net als op bedrijventerrein Westfrisia. Er bestaan criminele kansen op bedrijventerreinen die ondernemers een anonieme omgeving bieden. Dat geldt in het bijzonder voor bedrijfsverzamelgebouwen waar vaak onduidelijk wie de units huren. Er vestigen zich op terreinen bedrijven in (wat ondermijning betreft) risicobranches, zoals autobedrijven. Bolsius e.a. (2018) hebben (in een landelijke studie naar bedrijventerreinen) op een rij gezet wat risicobranches zijn. Zie tabel 4.4. Uiteraard is lokale informatie nodig om te bezien in welke mate dergelijke bedrijven inderdaad (in casu in Hoorn) worden benut ten behoeve van criminele praktijken. Het betreft niet alleen drugscriminaliteit of witwassen, maar bijvoorbeeld ook zwart werken, heling, milieucriminaliteit of handel in gestolen goederen. In 2017 verzamelden twee specialisten van de politie informatie over mogelijke ondermijning op Hoornse bedrijventerreinen. De stap naar strafrechtelijk onderzoek kon (bij gebrek aan recherchecapaciteit) niet worden gezet.
Vandaag de dag wordt de integrale aanpak van ondermijning op bedrijventerreinen echter (ook) geagendeerd door het RIEC en door de gemeente. Dit dient een langdurige en bovenlokale publiek-private aanpak te worden, waarbij in Hoorn kan worden voortgebouwd op contacten die zijn opgebouwd in het kader van parkmanagement en het Keurmerk Veilig Ondernemen. Een analyse – op basis van straatinformatie, een bedrijfsanalyse en geregistreerde informatie – helpt om de stap te zetten van parkmanagement naar een ondermijningsaanpak. Die aanpak zal mede betrekking hebben op de (illegale) huisvesting en arbeidsomstandigheden van arbeidsmigranten; zie paragraaf 4.3.
15
Scherpenisse, J., van Twist, M., & Schram, J. (2017). Ondertussen in de Spaanse Polder. Experimenteren met een nieuwe aanpak van ondermijnende criminaliteit. Den Haag: NSOB. 16 Torre, E.J. van der Torre, Jongepier, T., Heijkoop, M. & Duin, M.J. van (2017). Veiligheidsscan Basisteam Hoorn 2017. Rotterdam: LokaleZaken.
23
Tabel 4.4: Risicobranches volgens een literatuurstudie naar bedrijventerreinen17 • • • • •
Kunst / Antiek / Dieren Prostitutie Transport Belwinkels Growshop
• • • • •
Sieraden Reiniging Uitzendbureaus Kapperszaken Vastgoed
• • • •
Voertuigen Speelautomaten|gokhallen Land- en tuinbouw Massagesalon
Bron: Bolsius, Y., Höcük, S., Prüfer, P., & Kolthoff, E. (2018). Indicatoren van (georganiseerde) criminaliteit en ondermijning op bedrijventerreinen: Een verkennend onderzoek in de gemeente Tilburg. Tilburg: Tilburg University – CentERdata.
▪
Havens en buitengebied. Er wordt in West-Friesland (en Noord-Holland) gestalte gegeven aan de integrale aanpak van ondermijnende criminaliteit in havens en in het buitengebied. Deze locaties krijgen prioriteit omdat het belangrijke schakels zijn in de logistiek van drugscriminelen: het buitengebied is geschikt voor drugsproductie en -opslag en havens vervullen een rol bij het vervoer van drugs, geld of productiemiddelen. De aanpak bevindt zich in en beginstadium en zal in de komende jaren verder gestalte krijgen. In het buitengebied worden loodsen, schuren en (ander) vrijkomend agrarisch vastgoed benut door criminelen. Criminele netwerken zoeken naar geschikte locaties en naar ondernemers die vastgoed verhuren. Dit laatste kan gaan om actieve facilitering (er wordt een hoog huur bedrag geaccepteerd en het is van meet af aan duidelijk dat het gaat om criminele praktijken) of passieve facilitering (bij het sluiten van huurovereenkomst is niet duidelijk dat het gaat om criminele praktijken). Er bestaat een middenweg, namelijk als (agrarische) ondernemers weinig of geen onderzoek doen naar een kandidaat-huurder of geen kritische vragen stellen bij twijfels. Er wordt ingezet op preventie (waarschuwen van ondernemers) en op het opbouwen van toezicht en contacten in het buitengebied, zodat criminele praktijken eerder worden opgemerkt.
Dit heeft relevantie voor Hoorn, omdat Hoornse criminele netwerken het buitengebied benutten en omdat Hoorn een buitengebied heeft en daar tegenaan ligt. Havens worden benut door (drugs)criminelen en het kan een vindplaats zijn van luxe goederen (boten) die met misdaadgeld zijn gekocht. In het hele land wordt de beveiliging van infrastructurele knooppunten versterkt, omdat analyses laten zien dat ‘vervoer over water’ vrijheid biedt die wordt benut door (drugs)criminelen. In West-Friesland gaat meer prioriteit uit naar de havens van Medemblik en Enkhuizen, al zijn in Hoorn maatregelen getroffen (meer toezicht door politie en BOA’s en invoering van een digitaal nachtregister) en voorgenomen (de havenmeester een BOA-status geven). Voor de gemeente Hoorn is een analyse en aanpak van lokale bedrijventerreinen relevanter dan een integrale aanpak van havens en het buitengebied, al zijn het logische regionale en West-Friese ambities, met een aandeel van (centrumgemeente) Hoorn.
▪
Hoorn: horeca. In een overzicht met de voortgang van de uitvoering van de Veiligheidsambitie 2022 staat vermeld dat het nog niet is gelukt om te komen tot een
17
Branches die hierboven niet zijn genoemd, maar wel kenmerken hebben van risicovolle branches zijn onder andere de ijzerhandel, (financiële) holdings, bedrijven in voeding (specifiek de groente- en fruitbranche), bedrijven die chemische stoffen verhandelen en de beautysector. Dit zijn branches die wij in eerdere onderzoeken naar ondermijnende criminaliteit door heel Nederland zijn tegengekomen.
24
Horecaconvenant, gericht op veilig(er) uitgaan. Dit is door team Veiligheid overgedragen aan Economische Zaken. Van oudsher ligt de nadruk in Hoorn op het voorkomen en verminderen van uitgaansgeweld. In 2012 lag dit op een hoog niveau. Daartoe wordt sinds 2012 onder meer gebruikgemaakt van cameratoezicht, is gewerkt aan kwaliteitsverbetering van portiers en aan samenwerking tussen horeca, politie en toezichthouders. Anno 2021 bestaat behoefte aan versterking van de publiek-private samenwerking, waarbij de horeca zich verantwoordelijk voelt en toont voor de openbare orde. Het valt op dat de focus lag en ligt op geweld en openbare orde. De huidige prioriteit voor ondermijning agendeert (ook) andere veiligheidsvraagstukken voor de komende jaren, namelijk: de mate van criminele invloed, investeringen en witwassen in de horecasector; de (mogelijk) toegenomen vatbaarheid van de horecabranche hiervoor vanwege inkomstenderving door de coronapandemie; drugshandel en drugsgebruik in en rondom de horeca. Er zijn voor de gemeente ook positieve ambities om in de Hoornse horecasector de publiek-private samenwerking te versterken. Er wordt fysiek in de stad geïnvesteerd (onder meer rondom het station, o.a. camera’s, net als in het Julianapark) en het is de bedoeling dat dit hand in hand gaat met kwaliteitsverbetering van de horeca.
Goede horeca draagt bij aan de aantrekkelijkheid van een stad. 4.5
Werken aan een weerbare organisatie
De gemeente Hoorn heeft het versterken van de weerbaarheid van de gemeentelijke organisatie als prioriteit benoemd in de Veiligheidsambitie 2022. Alertheid van ambtenaren en bestuurders is geboden omdat georganiseerde misdaad dichtbij komt. Bijvoorbeeld omdat een bedrijf met witgewassen crimineel geld vastgoed koopt en een bouwvergunning aanvraagt om enkele panden te ‘verkameren’, zodat deze kunnen worden verhuurd aan arbeidsmigranten. Criminelen of regelovertreders hebben de gemeente nodig, bijvoorbeeld bij bouwvergunningen, om mensen in te schrijven in de BRP of voor een zorgindicatie. Niet alleen nette burgers en ondernemers hebben behoefte aan gemeentelijke diensten en informatie, maar ook criminelen. In het kader van de Provinciale pilot “Quickscan gemeentelijke weerbaarheid” is een (vertrouwelijk) onderzoek uitgevoerd naar de weerbaarheid van de Hoornse gemeentelijke organisatie. Er is een werkgroep samengesteld met medewerkers vanuit de teams HR, IT, P&C en Veiligheid om opvolging te geven aan de scan. Hiertoe is een plan van aanpak opgesteld. De meeste aanbevelingen in de scan hadden betrekking op personeelsbeleid en informatieveiligheid. Dat is belangrijk, al geldt dat minstens zozeer voor de volgende ambities: ▪
▪
Ambtelijke afdelingen (die niet primair zijn gericht op veiligheid) alert maken op signalen over mogelijke ondermijning, zodat wordt voorkomen dat onbedoeld diensten worden verleend aan criminele (rechts)personen. Dit is onder meer relevant voor de harde sector (Economische Zaken, Vastgoed en Ruimtelijke Ontwikkeling) en voor Burgerzaken. Wat betreft Burgerzaken valt op dat sleutelfiguren op die afdeling reeds alert zijn op mogelijke fraude en dit intern hebben geagendeerd, hetgeen is uitgemond in een fraudeaanpak en fraude-meldpunt. Op het sociaal domein is relevant dat ambtenaren en ingehuurde professionals (beter) leren om door een ondermijningsbril te kijken, maar met begrip voor hun dilemma’s. Er kan spanning bestaan tussen aan de ene kant het melden van ondermijning en aan de andere kant de effectiviteit van sociale interventies. Als bijvoorbeeld melding wordt gemaakt van hennepteelt bij een cliënt, kan hij of zij uit huis worden geplaatst en strafrechtelijk worden vervolgd. Dit soort casus vergt afweging tussen sociale motieven en het veiligheidsbelang. Dilemmatraining kan hierbij helpen. 25
▪
Er is nog geen ambtelijk meldpunt voor ondermijning. Daaraan bestaat wel behoefte, omdat de informatie over ondermijnende criminaliteit nu versnipperd is. Introductie van zo’n meldpunt vergt trainingen, ook op afdelingen (zoals BOA’s of toezichthouders bouwen en wonen) die door hun werkt reeds oog hebben voor regelovertreding.
In de aandacht voor een weerbare organisatie ligt een grotere ambitie verscholen dan de genoemde punten. Het komt er namelijk op aan dat de gemeente gestalte geeft aan informatieverzameling en analyse, zodat er een goed (en steeds beter) inzicht ontstaat in de ondermijnende criminaliteit. Op verschillende punten (bijvoorbeeld arbeidsmigranten, bedrijventerreinen, drugshandel en horeca) bestaan blinde vlekken. Dit kan niet in één keer worden opgelost; wel bestaat behoefte aan analysecapaciteit om op geprioriteerde dossiers tot overtuigende analyses te komen. 4.6
Tot slot: overleg over ondermijning
Dit hoofdstuk heeft verschillende vormen van ondermijning beschreven die maatschappelijk impact hebben in Hoorn. Het betreft drugscriminaliteit (handel en productie), criminele rekrutering (waarmee slachtoffers worden gemaakt), het vraagstuk van arbeidsmigranten (arbeidsuitbuiting) en criminele praktijken en kansen op risicolocaties, zoals bedrijventerreinen. Ondermijning is gemeentelijk, binnen het basisteam van de politie, in de driehoek en uiteraard bij het RIEC een prioriteit. Toch bestaat er geen regulier lokaal ondermijningsoverleg tussen team Veiligheid en de specialist bij de politie (een operationeel expert).18 Zo’n regulier overleg is noodzakelijk voor sturing, waarbij de mogelijkheid bestaat om ten behoeve van concrete dossiers andere partijen aan te laten sluiten, zoals het RIEC. De burgemeester, de driehoek en RIEC-structuren kunnen een lokaal ondermijningsoverleg benutten bij beleidsimplementatie en als informatiebron over de gang van zaken en over bereikte resultaten.
18
Er is wel periodiek overleg op driehoeks-niveau (West-Friesland) tussen de OOV-ambtenaren en politiespecialisten.
26
5.
Op de grens: veiligheid, zorg en ordehandhaving
Inleiding Dit hoofdstuk gaat allereerst (paragraaf 5.1) in op de zogenoemde top-X aanpak, waarbij het zorgperspectief en veiligheidsperspectief worden gecombineerd. Paragraaf 5.2 gaat in op de samenwerking tussen het team Veiligheid en Toezicht met interne en/of externe partners; in het kader van wijkgericht (overlast)overleg en bij ordehandhaving door gemeentelijke toezichthouders. 5.1
Top-X aanpak: de basis is op orde
Er is in de afgelopen tien jaar gestalte geven aan een Top-X aanpak. Het startmoment van de aanpak voert terug naar een analyse van personen die in Hoorn de meeste criminaliteitsoverlast veroorzaakten. Dit bleken jongvolwassenen te zijn die niet alleen problemen veroorzaken maar ook ondervinden. Door een optelsom van problemen en kenmerken waren ze niet geschikt voor het bestaande zorgaanbod. Ook stond vast dat alleen een strafrechtelijke aanpak geen zoden aan de dijk zou zetten. Kortom, bestaande routines schoten tekort en innovatie was nodig om tot een doorbraak te komen. Dit vergde samenspel tussen politie, team Veiligheid en het sociaal domein. Bij de persoonsgerichte aanpak wordt geredeneerd vanuit concrete omstandigheden, waarna wordt gezocht naar een passende interventie. Daarbij bestond behoefte aan het inhuren van professionals met bijzondere vaardigheden en persoonlijkheden. Dit liep aanvankelijk vast op budget- en inkoopdiscussies, maar vandaag de dag wordt onderkend dat bijzondere omstandigheden vragen om niet-routinematige trajecten en interventies. Er wordt geïntervenieerd in een sociale omgeving met rauwe codes, gedragingen en omgangsvormen. Er zijn inmiddels vier coaches inzetbaar ten behoeve van een persoonsgerichte aanpak. Een persoonsgerichte aanpak combineert repressie en handhaving (strafrechtelijk en bestuurlijk) met zorg.
Het beginpunt is en startgesprek waarin wordt bezien wat onder de specifieke omstandigheden nodig is. Een coach onderhoudt contact met het subject, al kunnen tal van instanties (zoals het zorg en veiligheidshuis, reclassering of een gecontracteerde zorgaanbieder) een aandeel hebben in het interventietraject. De interventie wordt gericht op het subject en op de directe sociale omgeving, zoals het gezin en vrienden. Het vergt overreding en volharding van alle betrokkenen, inclusief de coach, om vooruitgang te boeken. Dat vergt aandacht voor onder meer huisvesting en werk. Bij dat laatste is de kern dat het subject leert leven van legale inkomsten en afstand houdt of neemt van (inkomsten in) de criminele wereld. Succes is niet gegarandeerd vanwege de zwaarte van de problematiek. In maart 2021 zijn vijf trajecten vanwege vooruitgang afgesloten; de coach houdt wel de vinger aan de pols, om terugval te voorkomen of tijdig te signaleren. Drie andere trajecten zijn om een negatieve reden afgesloten, want de subjecten kozen voor het criminele pad.19 Onder dergelijke omstandigheden komen strafrechtelijke interventies centraal te staan. In de zomer van 2021 wordt de aanpak gericht op een top-7 van jongvolwassenen. Er bestaat ook een pga-aanpak voor minderjarigen; momenteel betreft het een top-4.
Het team Veiligheid beschikt over een eigen budget ten behoeve van het continueren van de top-X aanpak voor jongvolwassenen en minderjarigen.
19
Bron: Brief aan de gemeenteraad over Veiligheidsambitie 2022, 19 maart 2021.
27
Veiligheidsbeleid: lessen en ambitie ▪
5.2
De persoonsgerichte aanpak staat en wordt met name gericht op mannelijke daders die zorgen voor criminaliteitsoverlast. De criminele wereld maakt in Hoorn ook slachtoffers door uitbuiting en rekrutering; óók dát heeft plaats in een rauwe en lastige sociale omgeving die vraagt om interventies en doorbraken. Het is daarom verstandig om te overwegen om de persoonsgerichte aanpak uit te breiden naar slachtoffers, inclusief minderjarige meisjes of jonge vrouwen. Ook dat vergt samenwerking tussen veiligheid en zorg, plus de inzet van doortastende professionals met straatwijsheid. Openbare orde
5.2.1 Wijkgericht (overlast)overleg Er wordt in Hoorn decentraal (wijkgericht) overleg gevoerd, waarbij van oudsher het in kaart brengen en aanpakken van overlast centraal stond. De locaties werden en worden in beeld gebracht, met de nadruk op overlast van jongeren en jongvolwassenen en op personen die drugs en/of alcohol consumeren. In het verleden konden aan specifieke locaties deels jeugdgroepen worden gekoppeld, maar dat is vandaag de dag niet meer het geval. De jeugd verplaatst zich door de stad en contacten zijn verplaatst van de straat naar social media. Er zijn nog wel geijkte overlastlocaties. Het overleg wordt benut om de aard en ernst van de overlast vast te stellen en om te bezien welke partij kan ingrijpen. Dit komt aan de orde in drie overlegvormen (met een wijkcoördinator als voorzitter), verdeeld over de stad: a.) Binnenstad, Kersenboogerd, Bangert en Oosterpolder; b.) Risdam, Nieuwe Steen, Blokker en Zwaag; en c.) Grote Waal, Hoorn Noord en Venenlaankwartier. Deelnemers aan het overleg zijn, naast de wijkcoördinator, de politie (wijkagenten), team Veiligheid, team Toezicht, jongerenwerk en corporatie Intermaris. In het gebied met onder meer de Binnenstad en de Kersenboogerd wordt twee keer per maand overleg gevoerd en in de twee andere gebieden één keer per vier weken.
Een ambtenaar wijst erop dat de overlegfrequentie mede wordt bepaald door het incidentenpatroon. Het wijkgerichte overleg is belangrijk geweest bij het verminderen en beheersen van de overlast. Respondenten wijzen, mede vanwege de afname van ouderwetse overlast, op ontwikkelpunten: ▪ ▪
▪
Respondenten constateren dat het overleg lang niet altijd doorgaat en dat het geen gestructureerd karakter heeft. Er zijn andere vraagstukken dan overlast van hanggroepen die vandaag de dag belangrijker zijn voor de veiligheid en leefbaarheid op wijkniveau. Het betreft: drugshandel, rekrutering door criminelen (niet direct zichtbaar voor burgers, wel voor professionals op straat), verschillende soorten woonoverlast (onder andere arbeidsmigranten), illegale bewoning (onder andere arbeidsmigranten) en mogelijk een piek of toename in een vorm van geregistreerde criminaliteit (bijvoorbeeld fietsendiefstal). Een ander punt dat respondenten agenderen betreft wapenbezit onder jongeren (tieners). Bij de kermis in 2021 werden bij controles wapens aangetroffen of attributen die als wapen gebruikt kunnen worden. Deze thema’s worden via het bestaande overleg niet of nauwelijks geagendeerd en aangepakt. Er wordt een overlegvorm opgezet omtrent woonoverlast. Dat is inderdaad één van de thema’s die vragen om een gerichte aanpak. Het roept wel vragen op. Is het nodig om verschillende overlegvormen in het leven te roepen? Is dit niet een thema dat – vanwege het raakvlaak met het arbeidsmigranten-vraagstuk - vraagt om centrale aansturing en diepgaande materiekennis? In welk overleg worden andere wijkveiligheidsthema’s aan de orde gesteld? 28
Veiligheidsbeleid: lessen en ambitie ▪
Het valt te overwegen om een integraal wijkveiligheidsoverleg in te richten. Met als focuspunten: overlast op het publiek domein; woonoverlast en illegale bewoning (met prioriteit voor arbeidsmigranten); drugscriminaliteit; en pieken in geregistreerde criminaliteit. Dit vergt een monitorinstrument, zodat gestalte kan worden gegeven aan centrale (informatie)sturing. Een duovoorzitterschap van de wijkcoördinator en team Veiligheid kan zorgen voor borging in de Veiligheidsambitie en voor de benodigde materiedeskundigheid. Op deze manier worden actuele vraagstukken vanaf de werkvloer tijdig geagendeerd en wordt gebouwd aan een informatiepositie ten aanzien van wijkveiligheid.
5.2.2 De gemeentelijke toezichtorganisatie In de afgelopen tien jaren is gebouwd aan een gemeentelijke toezichtorganisatie in Hoorn. Het team Toezicht telt een capaciteit van bijna 20 fte (19,73) voor integraal toezicht, waaronder 3,5 fte voor betaald parkeren. Het team telt twee teamcoördinatoren en twee senioren. De rol van de BOA’s in het publieke domein is in Hoorn belangrijker geworden doordat de politie kampt met personele krapte en zich richt vooral op kerntaken. De consequentie is dat het handhaven van de openbare orde, plus het reageren op zogenoemde prio-3 meldingen, meer en meer een gemeentelijke taak wordt. In de afgelopen jaren nam de werklast van de BOA’s toe door demonstraties (voor en tegen het standbeeld van J.P. Coen en tegen coronamaatregelen) en door de coronapandemie. Dat laatste vergde handhaving van maatregelen en bracht veel mensen bijeen op straat, in het bijzonder in het Julianapark. Daar kwamen enkele honderden mensen bijeen, waaronder (criminele) personen en groepen die problemen veroorzaakten en delicten pleegden, zoals drugshandel, drugs- en lachgasgebruik, vernielingen en geweld. Het zijn omstandigheden waar het gemeentelijke toezicht tegen grenzen aanloopt en politie-assistentie en -bevoegdheden zijn vereist, al bestaan er bij de gemeente zorgen over de beschikbaarheid van de politie. Dit is een zorgpunt voor de toezichtorganisatie.
Wat te doen als omstandigheden vragen om handhaving en de politie er niet is, terwijl BOA’s worden overvraagd? wat dat betreft bestaan er zorgen over het wapenbezit onder tieners. De Hoornse BOA’s trainen frequent: acht of negen trainingen per jaar, plus twee of drie biketrainingen). De BOA’s zijn uitgerust met een bodycam. Dit is inmiddels een vaste voorziening; bij het opstellen van de Veiligheidsambitie 2022 betrof het nog een pilot. Vandaag de dag nemen vijftien Hoornse BOA’s deel aan de pilot met een wapenstok. In het kader van de verdere ontwikkeling van het team Toezicht formuleren respondenten de volgende lessen en ambities: ▪
▪
▪
20
De formatie in Hoorn ligt op 0,22 fte per 1.000 inwoners, terwijl dit in hoger ligt in Alkmaar (0,29 fte) en Purmerend (0,27 fte).20 Uitbreiding is nodig vanwege de taakverschuiving van politie naar het team Toezicht, de huidige drukte in Hoorn en de plausibele toename daarvan door stadsontwikkeling. Verdere kwaliteitsontwikkeling, met name door het werven en positioneren van twee senioren. De pogingen daartoe lopen vast op een hard en simpel probleem. De inschaling van een senior (schaal 7) en van een integrale toezichthouder (schaal 6) is een schaal lager dan in gemeenten als Alkmaar en Purmerend. Het werven van personeel is daardoor lastig. De huidige toezicht-formatie knelt. Vanwege de schaarse beschikbare politiecapaciteit voor surveillance op straat, groeit de gemeentelijke toezichtstaak. Het gemeentelijke toezicht dient ook klaar te zijn voor de bevolkingsgroei vanwege woningbouw (de komende twintig
fte exclusief parkeren.
29
jaar ongeveer 500 woningen per jaar) naar ruim 80.000 inwoners. Bovendien worden het stadsstrand en de horeca ontwikkeld, hetgeen veel bezoekers (waaronder jongeren en jongvolwassenen) aantrekt, hetgeen vraagt om meer toezicht.
30
6.
Samenvatting: in antwoord op de onderzoeksvragen
Inleiding Sinds 2009 heeft het veiligheidsbeleid in Hoorn een stevige ontwikkeling doorgemaakt. Van een zaak voor twee veiligheidsambtenaren (en een losse toezichtorganisatie) is veiligheid in handen gekomen van een team dat veiligheid en toezicht combineert. Zowel de veiligheidsambtenaren als het team Toezicht werken intern en extern samen op het niveau van dossiers en casus. Daarbij wordt preventie gecombineerd met repressie, hetgeen tot uitdrukking komt in het netwerk: van zorginstellingen, jongerenwerk en onderwijsinstellingen, via corporatie tot aan politie, justitie en RIEC. In dit rapport wordt bezien waar het nodig of kansrijk is om het veiligheidsbeleid na 2022 (in de volgende collegeperiode) verder te ontwikkelen. Daartoe worden in dit slothoofdstuk de onderzoeksvragen beantwoord. De eerste twee paragrafen gaan in op de veiligheidssituatie: wat betreft de geregistreerde criminaliteit en overlast (paragraaf 6.1) en vormen van criminaliteit en overlast die (in hoge mate) buiten het zicht blijven van registraties of meldingen (paragraaf 6.2). Paragraaf 6.3 formuleert aanbevelingen. 6.1
Geregistreerde criminaliteit en overlast
Wat betreft woningcriminaliteit laten de cijfers sinds 2012 en 2016 een duidelijke daling zien. De afname van 2017 ten opzichte van 2016 betreft zelfs bijna een halvering. Deze zeer forse afname in een jaar tijd valt (voor respondenten) niet te verklaren, maar de meerjarige afname wel. De geregistreerde vermogensdelicten dalen van 2016 tot en met 2020 van 2.018 registraties naar 1.364. Gunstige verklaringen betreffen een afname van het aantal veelplegers, preventie, fysieke ingrepen in woningen in de Grote Waal en parkmanagement (inclusief cameratoezicht) op bedrijventerreinen. Ongunstige verklaringen betreffen de verschuiving (functionele verplaatsing) van vermogensdelicten naar: a.) drugscriminaliteit, in het bijzonder drugshandel en hennepteelt (deze trend tekent zich al langere tijd af; de pakkans is lager en de potentiële opbrengsten zijn groter), en b.) digitale criminaliteit, zoals marktplaatsfraude (oplichting; niet leveren) en phishing (hengelen naar beveiligingscodes). Dit laatste krijgt een impuls door de coronapandemie, omdat mensen daardoor vaker thuis waren én actiever werden op social media. Voor daders vergt deze criminaliteit niet enorm veel technologische know how, want de noodzakelijke software kan op het internet worden gekocht.
Op landelijk niveau wordt, wat betreft woninginbraken, een stevig corona-effect gesignaleerd (minder inbraak-kansen omdat mensen vaak thuis zijn). De door de politie geregistreerde woninginbraak ligt in 2020 bijna een kwart (25 procent) lager dan in 2019. De woninginbraak daalt dit in Hoorn van 121 in 2019 naar 105 in 2020. Dat is een afname met dertien procent, al kan vanwege het lage absolute cijfer (ruim honderd) toeval niet worden uitgesloten. De 105 woninginbraken in 2020 liggen ruim onder het niveau van 2012, toen in Hoorn 376 inbraken werden geregistreerd. De geregistreerde geweldsincidenten - met bedreiging en mishandeling als de geweldsvormen die verreweg het meest voorkomen – blijven van 2017 tot en met 2020 stabiel. De score in 2020 (402 registraties) ligt wel beduidend lager dan in 2016 (562 registraties); een afname van 28 procent. In 2012 werden bijna evenveel geweldsincidenten geregistreerd als in 2016 (576 registraties), hetgeen wel weer beduidend minder is dan de 669 registraties in 2009. Het uitgaansgeweld nam sinds 2009 af door een optelsom van factoren (o.a. cameratoezicht t.b.v. crowd control door een gespecialiseerd politieteam; een verdiepende politie-analyse in 2013; afname van ernstig alcoholmisbruik) en tijdens de coronapandemie door de lockdown. Dit leidde tot 31
verplaatsing van ordeproblemen naar in het bijzonder het Julianapark. Tijdens de coronamaatregelen bestaan er zorgen over een toename van huiselijk geweld, onder meer vanwege drukte in huis en verergering van bestaande spanningen en conflicten. De corona-omstandigheden lijken niet zozeer te leiden tot meer politieregistraties vanwege geweld, al wordt wel vaker contact opgenomen met Veilig Thuis. Er bestaat wat betreft drugscriminaliteit een kloof tussen aan de ene kant straat- en materiekennis van goed geïnformeerde professionals en aan de andere kant lage registraties. In de eerste plaats kelderen de registraties inzake ‘vervaardigen softdrugs’ (hennepteelt) van 80 in 2016 naar zeven in 2020. Het is overigens een landelijke trend dat het aantal aangetroffen hennepkwekerijen daalt (met 48 procent van 2016 tot en met 2020), maar de daling met meer dan negentig procent in Hoorn ligt er hoog. Politiemensen zien in Hoorn juist “veel” hennepteelt, hetgeen tot uitdrukking komt in criminele kopstukken die ver boven hun stand leven – afgezet tegen hun activiteiten en kwaliteiten in de legale economie. De oorzaak voor de drastische afname van politieregistraties dient dan ook zo goed als zeker mede te liggen in een afgenomen personele inzet en prioriteit.
In de tweede plaats springt drugshandel als schadelijk fenomeen in het oog (het stimuleert drugsgebruik en is zichtbaar in het straatbeeld, onder andere in het horecagebied), terwijl in 2020 slechts vijf politieregistraties worden genoteerd inzake harddrugshandel.21 Het geringe aantal aanhoudingen / registraties komt mede door de lage prioriteit die het basisteam toekent aan de strafrechtelijke aanpak van drugshandel. Drugshandel en digitale criminaliteit raken met elkaar verweven. Op dezelfde (straat)locaties en binnen dezelfde netwerken worden mensen geworven als drugsklant en voor hand- en spandiensten bij drugshandel en bij digitale criminaliteit; zogenoemde ‘geldezels’ stellen hun bankrekening beschikbaar voor criminele transacties. 6.2
Ondermijning en risicolocaties: criminele kansen en patronen
In de Veiligheidsambitie 2022 wordt, in het kader van de aanpak van ondermijning, prioriteit gegeven aan de aanpak van drugscriminaliteit. Dit is ongeveer zes jaar geleden gezamenlijk geagendeerd door politie (basisteam) en gemeente. Hennepteelt is voor criminele netwerken in en rondom Hoorn sinds de jaren tachtig een belangrijke inkomstenbron. Georganiseerde drugscriminelen in Hoorn en WestFriesland benutten criminele kansen, zoals de gunstige ligging (boven Amsterdam) en de infrastructuur (havens en de combinatie van stadswijken, buitengebied en een overschot aan bedrijventerreinen). Drugscriminaliteit wordt gecombineerd met andere delicten, zoals wapenbezit en wapenhandel en georganiseerde vermogensdelicten, zoals autodiefstal. Respondenten spreken over “multi-criminaliteit”. Daarmee wordt gedoeld op criminele netwerken die actief zijn op verschillende drugsmarkten en op andere criminele markten, bijvoorbeeld illegaal gokken of vuurwerkhandel. De publieke veiligheid wordt in Hoorn uitgedaagd en bedreigd door kopstukken, groepen en netwerken binnen en rondom zogenoemde outlaw motorgangs (verder: OMG’s). Het publieke geweld en machtsvertoon van de OMG’s springen in het oog, al zijn er daarnaast minder zichtbare maar schadelijke (sociale) effecten van (drugs)criminaliteit op het sociale leven. Dit komt tot uitdrukking in de volgende patronen: ▪
De mobiele illegale drugshandel in Hoorn levert servicegericht softdrugs, harddrugs en lachgas. De schattingen over het aantal dealers lopen sterk uiteen, met “enkele tientallen” als laagste schatting, al is dit (op straat zichtbare) fenomeen is niet goed in beeld. Het
21
Mogelijk hebben handelaren bewust slechts een gebruikershoeveelheid op zak; drugsbezit wordt in 2020 in totaal achttien keer geregistreerd, hetgeen ook een lag aantal is.
32
▪
▪
▪
drugsgebruik onder jongeren heeft een impuls gekregen door het alcoholverbod voor minderjarigen in de horeca. Het leidt tot een vlucht naar het gebruik van drugs en lachgas en, mede door de lockdown tijdens de coronacrisis, naar straatlocaties of woningen. Het lokale drugsaanbod heeft (los van gezondheidseffecten) schadelijke effecten: de kosten van drugsgebruik brengen kwetsbare groepen in financiële problemen (net als het illegale gokaanbod) en drugsgebruik kan het werk- of studieritme verstoren. Criminelen spannen personen die kwetsbaar zijn (vanwege financiële en/of sociale problemen) voor hun karretje: als loopjongen de drugswereld, door woonruimte te gebruiken voor drugsproductie (hennepteelt) en door bankrekeningen (van geldezels) te benutten om misdaadgeld op te storten. Hennepkwekerijen worden doorgaans in (huur)woningen aangetroffen bij katvangers die worden getypeerd als “losers” of “stakkers”. Een categorie (o.a. jongeren en jongvolwassenen) stapt de criminele drugswereld in vanwege de potentiële verdiensten, maar dat is een harde wereld met geweld en bedreiging en de kans te worden aangehouden of uit huist te worden gezet. Het leidt tot spanning en verdriet, ook bij ouders. Op basis van signalen dat meisjes seksueel werden uitgebuit, zijn – met een trekkersrol voor team Veiligheid - inspanningen geleverd om in kaart te brengen wat zich afspeelt.
Dit resulteerde in schokkende inzichten. Op basis van gesprekken met professionals en met tieners kwam overtuigende informatie op tafel over: (criminele) jongeren die tienermeisjes betalen voor seks; verkrachting of seks onder onvrijwillige omstandigheden (o.a. drogeren met lachgas of dreigen met een vuurwapen); sexting (beeldmateriaal van seks verspreiden); en het ronselen en prostitueren van tienermeiden. Als politie en gemeente inzoomen op de vermoedelijke daders, blijkt dat het gaat om jonge ‘criminele generalisten’: naast zedendelicten, komen drugsdelicten, overvallen en afpersing in beeld.
Arbeidsuitbuiting is een actueel vraagstuk in Nederland en in Hoorn, waarover het zogenoemde Aanjaagteam Bescherming Arbeidsmigranten een landelijk rapport heeft geschreven. Een opeenstapeling van ongunstige omstandigheden - zoals onderbetaling, te lange werktijden, slechte huisvesting (tegen een hoge prijs), allerhande boetes en/of intimidatie - plaatst arbeidsmigranten in een sterk afhankelijke positie. Koppeling tussen werk en huisvesting zet hen onder druk. immers, als ze de gang van zaken op één domein niet accepteren, dreigen ze werk én woning te verliezen. Er bestaat anno 2021 een impasse in Hoorn wat betreft de huisvesting van arbeidsmigranten. De ‘Beleidsnotitie Huisvesting arbeidsmigranten in woningen’ uit augustus 2017 maakt het, onder voorwaarden (zoals minimaal 12 vierkante meter per bewoner), mogelijk om maximaal vier personen – die geen huishouden vormen – in één woning te huisvesten. Hiertoe zijn sindsdien 43 vergunningen. In maart 2021 neemt de gemeenteraad een motie waarin het stadsbestuur wordt opgeroepen om geen nieuwe vergunningen te verstrekken vanwege overlast bij concentraties van arbeidsmigranten in woonwijken en verdringing op de woningmarkt, omdat goedkope woningen worden opgekocht ten behoeve van commerciële verhuur aan arbeidsmigranten. Hoewel deze problemen worden herkend (door respondenten), ontstaat een dilemma.
Als geen vergunningen worden verstrekt om arbeidsmigranten te huisvesten, is de kans namelijk groot dat dit (vaker) illegaal gebeurt. Er is niet scherp in beeld waar arbeidsmigranten illegaal wonen. En waar moeten arbeidsmigranten naartoe als wordt gehandhaafd, want er worden in Hoorn – en elders in WestFriesland – onvoldoende woonvoorzieningen gerealiseerd voor arbeidsmigranten en daar komt de vergunningen-stop bij. Schaarse woonruimte blijft zo een potentieel pressiemiddel richting arbeidsmigranten voor criminele of louche ondernemers en netwerken. Respondenten benoemen de aanpak van ondermijning op enkele risicolocaties. Dit is gebaseerd op 33
informatie over ondermijnende praktijken of op criminele kansenstructuren en op het inzicht dat publiek-private samenwerking is geboden. Het betreft de volgende locaties: ▪
▪
▪
6.3
Bedrijventerreinen. Er bestaan criminele kansen op bedrijventerreinen die ondernemers een anonieme omgeving bieden en waar bedrijven zijn gevestigd in (wat ondermijning betreft) risicobranches, zoals autobedrijven. In 2017 verzamelden twee specialisten van de politie informatie over mogelijke ondermijning op Hoornse bedrijventerreinen. De stap naar strafrechtelijk onderzoek kon (bij gebrek aan recherchecapaciteit) niet worden gezet. Vandaag de dag wordt de integrale aanpak van ondermijning op bedrijventerreinen echter (ook) geagendeerd door het RIEC en door de gemeente. Dit dient een langdurige en bovenlokale publiek-private aanpak te worden, waarbij in Hoorn kan worden voortgebouwd op contacten die zijn opgebouwd in het kader van parkmanagement en het Keurmerk Veilig Ondernemen. Havens en buitengebied. Er wordt in West-Friesland (en Noord-Holland) gestalte gegeven aan de integrale aanpak van ondermijnende criminaliteit in havens en in het buitengebied. Deze locaties krijgen prioriteit omdat het belangrijke schakels zijn in de logistiek van drugscriminelen: het buitengebied is geschikt voor drugsproductie en -opslag en havens vervullen een rol bij het vervoer van drugs, geld of productiemiddelen. De aanpak bevindt zich in en beginstadium en zal in de komende jaren verder gestalte krijgen.
Er wordt in het buitengebied ingezet op preventie (waarschuwen van ondernemers) en op het opbouwen van toezicht en contacten in het buitengebied, zodat criminele praktijken eerder worden opgemerkt. In West-Friesland gaat prioriteit uit naar de havens van Medemblik en Enkhuizen, al zijn in Hoorn maatregelen getroffen (meer toezicht door politie en BOA’s en invoering van een digitaal nachtregister) en voorgenomen (de havenmeester een BOA-status geven). Horeca. Van oudsher ligt de nadruk in Hoorn wat betreft het veiligheidsbeleid in het horecagebied op het voorkomen en verminderen van uitgaansgeweld. De huidige prioriteit voor ondermijning agendeert (ook) andere veiligheidsvraagstukken voor de komende jaren, namelijk: de mate van criminele invloed, investeringen en witwassen in de horecasector; de (mogelijk) toegenomen vatbaarheid van de horecabranche hiervoor vanwege inkomstenderving door de coronapandemie; drugshandel en drugsgebruik in en rondom de horeca. Er zijn voor de gemeente ook positieve ambities om in de Hoornse horecasector de publiek-private samenwerking te versterken. Er wordt fysiek in de stad geïnvesteerd (onder meer rondom het station) en het is de bedoeling dat dit hand in hand gaat met kwaliteitsverbetering van de horeca. Aanbevelingen
We formuleren de volgende aanbevelingen, waarbij we aanraden om prioriteit te schenken aan: 1.) de sociale schade door criminelen die drugscriminaliteit combineren met andere delicten (aanbevelingen 1, 2 en 3); 2.) het arbeidsmigranten-vraagstuk (aanbeveling 4); en 3.) personele uitbreiding en positionering van het team Veiligheid en Toezicht (aanbeveling 5). Het vergt uiteraard een professionele en politiek-bestuurlijke afweging om te beslissen waar daadwerkelijk extra inspanningen worden geleverd in het kader van de Veiligheidsambitie 2026. 1. De kloof tussen aan de ene kant (zeer) lage politieregistraties en aan de andere kant materieen straatkennis van professionals over hardnekkige en frequente drugscriminaliteit vraagt om meer prioriteit voor de lokale drugsproblematiek. Bij het lokale drugsbeleid verdient het tegengaan van schadelijke (sociale) effecten centraal te staan. Om vooruitgang te boeken, is 34
een meerjarige integrale aanpak (denk aan minimaal tien jaar) nodig, waarbij preventie (use reduction) en repressie (strafrechtelijk en bestuursrechtelijk, zoals bestuursdwang) worden gecombineerd.22 Stel hiertoe een Plan van Aanpak op. Daartoe bestaat behoefte aan een lokale analyse, omdat dit leidt tot draagvlak. De lokale aanpak en analyse kunnen niet worden beperkt tot drugs, want drugscriminaliteit wordt gecombineerd met het ronselen van geldezels (t.b.v. digitale criminaliteit) en met seksuele uitbuiting en/of seksueel misbruik. 2. Het spotten, aanspreken en helpen van slachtoffers verdient prioriteit. Het gaat in het bijzonder om jongeren en jongvolwassenen (ook vrouwen) die in de knel komen doordat ze onder druk worden gezet door criminelen: om (door te gaan met) hand- en spandiensten in de drugswereld, als geldezels en jonge vrouwen die (lijken te) worden gedwongen tot seksuele handelingen, al dan niet in de prostitutie. Hierbij kan worden geprofiteerd van de inzichten die zijn opgedaan om – onder lastige en rauwe omstandigheden - doorbraken te realiseren met de zogenoemde top-X aanpak. Wat werkt tegenover daders, kan (met maatwerk) ook werken richting slachtoffers (die soms tevens dader zijn). Dit zijn intensieve, kostbare en noodzakelijke inspanningen in kwetsbare wijken en onder kwetsbare groepen.
Op basis van een lokale analyse kan een beroep worden gedaan op steun van de Rijksoverheid, in het kader van de ondermijningsaanpak en/of een wijkenaanpak. 3. Geef in het kader van de toepassing van artikel 13b Opiumwet gestalte aan het voornemen om de nazorg – de fase nadat een hennepkwekerij is ontdekt – te ontwikkelen, zodat sancties die zijn opgelegd (of waarvan juist bewust is afgezien) een gunstig effect hebben. Speel bij de nazorg in op het risico dat “stakkers” met een hennepkwekerij, als deze is ontruimd, door criminelen aansprakelijk worden gesteld voor de geleden schade. 4. Breng in kaart waar arbeidsmigranten legaal en illegaal wonen in Hoorn. Maak hierbij gebruik van de (doorontwikkeling van) de projectmatige aanpak van woonfraude. Geef gestalte aan handhaving en controles en aan inspanningen om arbeidsmigranten te huisvesten. Bezie of op gemeenteniveau en in West-Friesland de huidige impasse kan worden doorbroken; op basis van de landelijke analyse van het Aanjaagteam Bescherming Arbeidsmigranten mag hierbij – op basis van een goede lokale analyse – worden gerekend op inhoudelijke en financiële hulp van de Rijksoverheid en van de Provincie. Geef gestalte aan een bovenlokaal en sterk actiegericht project waarbij tastbare resultaten worden geboekt in de komende kabinets- en collegeperiode.
Het project Kompas wat ooit actie- en prestatiegericht, totdat vastliep op het huisvestingsvraagstuk. 5. Zorg langs verschillende lijnen voor personele uitbreiding en een sterkere positionering van het team Veiligheid en Toezicht: a. De formatie in Hoorn ligt op 0,22 fte per 1.000 inwoners (exclusief parkeren), terwijl dit in hoger ligt in Alkmaar (0,29 fte) en Purmerend (0,27 fte). Capaciteitsuitbreiding bij Toezicht is nodig vanwege de taakverschuiving van politie naar het team Toezicht, de huidige drukte in Hoorn en de plausibele toename daarvan door stadsontwikkeling. De inschaling van een senior (schaal 7) en van een integrale toezichthouder (schaal 6) is een schaal lager dan in gemeenten als Alkmaar en Purmerend. Het werven van personeel is daardoor lastig en daarom raden we aan om te overwegen de salarissen (marktconform) aan te passen. 22
Zie ook twee landelijke analyse en adviezen: Noordanus e.a., 2020 en Noordanus e.a., 2021.
35
b. Geef verder gestalte aan voornemens om de gemeentelijke organisatie weerbaar te maken tegen ondermijning. Investeer daartoe (naast versterking van het ambtelijke, bestuurlijke en politieke bewustzijn, het inrichten van een meldpunt en informatiebeveiliging) in informatieverzameling en analyse, zodat er een goed (en steeds beter) inzicht ontstaat in de (ondermijnende) criminaliteit: als basis voor controles, (andere) interventies en bestuurlijke advisering. Er bestaat behoefte aan formatie voor analysecapaciteit binnen team Veiligheid en Toezicht om op geprioriteerde dossiers tot overtuigende analyses en interventies te komen. Bijvoorbeeld analyses ter voorbereiding op controleacties op bedrijventerreinen of van panden waar arbeidsmigranten worden gehuisvest. Net als analyses van geprioriteerde fenomenen, zoals arbeidsuitbuiting, uitbuiting van jongeren en/of drugshandel. Analysecapaciteit is ook nodig om meldingen over ondermijning te kunnen analyseren. Vanwege het grote belang van informatie bij veiligheidsbeleid is ‘analyse’ een basisfunctie geworden van de gemeentelijke veiligheidstaak in steden zoals Hoorn. c.
Overweeg om het bestaande overlast-overleg uit te bouwen naar een integraal wijkveiligheidsoverleg, met als focuspunten: overlast op het publiek domein; woonoverlast en illegale bewoning (met prioriteit voor arbeidsmigranten); drugscriminaliteit; en pieken in geregistreerde criminaliteit. Dit vergt een monitorinstrument, zodat gestalte kan worden gegeven aan centrale (informatie)sturing. Een duovoorzitterschap van de wijkcoördinator en team Veiligheid kan zorgen voor borging in de Veiligheidsambitie en voor de benodigde materiedeskundigheid. Op deze manier worden actuele vraagstukken vanaf de werkvloer tijdig geagendeerd en wordt gebouwd aan een informatiepositie ten aanzien van wijkveiligheid. d. Voer een lokaal ondermijningsoverleg in tussen gemeente (team veiligheid) en politiespecialisten. Benut hierbij de analysecapaciteit (bij gemeente en politie) en richt dit op speerpunten, zoals drugscriminaliteit, bedrijventerreinen en arbeidsuitbuiting. Laat het RIEC aansluiten als casus of RIEC-speerpunten (o.a. de ondermijningsaanpak op bedrijventerreinen) daartoe aanleiding geven. e. Personele uitbreiding van Veiligheid (thans 5 fte) is noodzakelijk om – naast de dagelijkse (en soms arbeidsintensieve) ondersteuning van de burgemeester en naast de fysieke veiligheidstaak - invulling te kunnen geven aan prioriteiten wat betreft ondermijning, zorg en veiligheid (o.a.
slachtofferschap onder jongeren en de top-X aanpak), arbeidsuitbuiting, risicolocaties en drugsproblematiek. En om daarnaast gestalte te geven aan een gemoderniseerd wijkveiligheidsoverleg. We raden aan om de 3 fte van wijkzaken (thans belast met het overlastoverleg ‘oude stijl’) onder te brengen bij team Veiligheid, mede omdat wijkgericht veiligheidsoverleg vraagt om centrale sturing, materiekennis (over veiligheid) en – zo nodig – een directe ‘veiligheidslijn’ met de burgemeester. Dit maakt anticipatie op de (veiligheidsconsequenties van) de stedelijke groei en ontwikkeling van Hoorn realistischer.
36
Colofon Dit project is uitgevoerd door dr. E.J. van der Torre van LokaleZaken. Zie www.lokalezaken.com voor bedrijfsgegevens.
37