Bijlage - Gemeente Hoorn Veiligheidsscan 2021
Tekst van het document
Gemeente Hoorn Veiligheidsscan 2021
September 2021
Inhoud 1. 1.1 1.2 1.3
Inleiding Onderzoeksvragen Onderzoeksactiviteiten Leeswijzer
2 2 2 2
2. 2.1 2.2 2.3
Veiligheid: beleid en organisatie (vanaf 2009) Een omslag in 2010 Verdieping sinds 2014 Veiligheidsambitie 2022: ondermijning en sociale opgaven
4 4 5 6
3. 3.1 3.2 3.3 3.4
In cijfers: geregistreerde criminaliteit Vermogensdelicten Geweld Drugsincidenten Veiligheidsbeleid: lessen en ambitie
8 8 10 11 13
4. 4.1 4.1.1 4.1.2 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6
Ondermijning en risicolocaties: prestaties en ambities Drugscriminaliteit: sociale schade en verweven met andere criminaliteit Lokale fenomenen: schadelijke effecten De veiligheidsambitie Artikel 13b Opiumwet: beproefde werkwijzen en agendering Een blijvende probleem: huisvesting en uitbuiting van arbeidsmigranten Risicolocaties: nieuwe (publiek-private) ambities Werken aan een weerbare organisatie Tot slot: overleg over ondermijning
14 14 14 16 19 21 23 25
5. 5.1 5.2 5.2.1 5.2.2
Op de grens: veiligheid, zorg en ordehandhaving Top-X aanpak: de basis is op orde Openbare orde Wijkgericht (overlast)overleg De gemeentelijke toezichtorganisatie
27 27 28 28 29
6. 6.1 6.2 6.3
Samenvatting: in antwoord op de onderzoeksvragen Geregistreerde criminaliteit en overlast Ondermijning en risicolocaties: criminele kansen en patronen Aanbevelingen
31 31 32 34
Colofon (37)
1
1.
Inleiding
1.1
Onderzoeksvragen
De gemeente Hoorn wil de balans opmaken van de lokale veiligheidssituatie en van het veiligheidsbeleid anno 2021, ten behoeve van beleidsaanpassingen in (het verkiezingsjaar) 2022. Sinds de jaren ’00 is de veiligheidsorganisatie opgebouwd en enkele keren aangepast op de actuele situatie. Het huidige veiligheidsbeleid, neergelegd in de zogenoemde Veiligheidsambitie 2022, heeft de accenten verschoven richting minder zichtbare en meer complexe vraagstukken. Het betreft zowel sociale problematiek als zogenoemde ondermijnende criminaliteit. Deze verschuiving is gepaard gegaan met nauwere afstemming tussen zorg en veiligheid (Veiligheidsambitie 2022, p. 5). Er werd en wordt gezocht naar een passende ambitie bij het veiligheidsbeleid: gericht op kennis over de problematiek, rekening houdend met de organisatorische en personele slagkracht. De veiligheidsscan 2021 beoogt hier een bijdrage aan te leveren. Daartoe worden de volgende onderzoeksvragen beantwoord: 1. Wat zijn belangrijke kenmerken en veranderingen in de veiligheidssituatie in de gemeente Hoorn (met de nadruk op de periode vanaf 2018)? a. Wat zijn de ontwikkelingen wat betreft geregistreerde vormen van criminaliteit en overlast? b. Wat zijn de ontwikkelingen van vormen van criminaliteit en overlast die (in hoge mate) buiten het zicht blijven van registraties of meldingen? 2.
Welke consequenties zouden de veranderingen en kenmerken van de veiligheidssituatie kunnen of behoren te hebben voor het veiligheidsbeleid van de gemeente en van haar belangrijke partners? 1.2
Onderzoeksactiviteiten
Om de onderzoeksvragen te beantwoorden, hebben we relevante documenten en bronnen bestudeerd. We hebben gebruikgemaakt van registraties in het politiesysteem BVH. De cijfers zijn aangeleverd en gecontroleerd door de politie. Voorts hebben we in (groeps-)interviews gesproken met 24 respondenten bij gemeente (14), politie (3), justitie (2), RIEC (2), jongerenwerk (2) en corporatie (1). Ook hebben we geobserveerd op locaties die in interviews zijn besproken. 1.3
Leeswijzer
De voortgang van het veiligheidsbeleid in Hoorn - neergelegd in opeenvolgende Veiligheidsambities, tot en met de geldende veiligheidsambitie 2022 - wordt ambtelijk gemonitord (via een zogenoemde voortgangsmatrix) en over de voortgang wordt de gemeenteraad geïnformeerd.1 Deze verkenning geeft geen totaaloverzicht, maar zoomt in op thema’s die – op basis van de interviewronde - lijken te vragen om verdere ontwikkeling (vaak een doorontwikkeling van bestaande inspanningen) of om nieuwe of hernieuwde focus in het veiligheidsbeleid na 2022. Vanuit die invalshoek gaat deze rapportage achtereenvolgens in op de volgende thema’s: ▪
1
Hoofdstuk 2 zet de belangrijkste ontwikkelingen in het lokale veiligheidsbeleid sinds 2009 op een rij.
Brief maart 2021.
2
▪
▪
▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪
▪
▪
Hoofdstuk 3 gaat in op de trends in de politieregistraties van criminaliteit en overlast. De daling van de vermogens en geweldsmisdrijven past binnen een al langer bestaande trend. Lage registraties over ‘vervaardigen softdrugs’ (hennepteelt) en drugshandel en drugsbezit roepen de vraag op hoe dit kan, omdat professionals inschatten dat dit veelvuldig voorkomt in Hoorn. Drugscriminaliteit (hennepteelt en drugshandel) is verweven met andere vormen van criminaliteit, zoals cybercrime en zedendelicten. Er worden slachtoffers gemaakt door criminele rekrutering en pressie, hetgeen onder meer tot uitdrukking komt in seksuele uitbuiting. Zie paragraaf 4.1. De aanpak van panden waar drugs wordt aangetroffen (met behulp van artikel 13b Opiumwet) verloopt langs vertrouwde lijnen. Er wordt gezocht naar een balans tussen nadat een hennepkwekerij is aangetroffen. Zie paragraaf 4.2. De huisvesting en (mogelijke) uitbuiting van arbeidsmigranten is een blijvend probleem in Hoorn en breder in West-Friesland. Zie paragraaf 4.3. Er bestaat behoefte aan intensivering van de publiek-private inspanningen bij het bestrijden van ondermijning op risicolocaties, zoals bedrijventerreinen en havens. Zie paragraaf 4.4. De gemeentelijke organisatie werkt aan de weerbaarheid tegenover ondermijnende criminaliteit. De versterking daarvan is geagendeerd. Zie paragraaf 4.5.
Bij de zogenoemde top-X aanpak is met intensieve trajecten een brug geslagen tussen zorg en veiligheid. Dat is een goede ontwikkeling, gericht op daders. Het roept de vraag op of een dergelijke aanpak en doorbraak ook bruikbaar zijn om onder moeilijke omstandigheden slachtoffers te helpen. Zie paragraaf 5.1 Het lokale gebiedsgerichte overleg is van oudsher sterk gericht op overlast in het publieke domein. Vanwege de afname daarvan en de agendering van andere veiligheidsvraagstukken is doorontwikkeling van dit overleg geboden. Zie paragraaf 5.2 Verstoringen van de openbare orde en regelovertredingen stellen eisen aan de gemeentelijke toezichtorganisatie. Die organisatie ‘staat’, maar verdere ontwikkeling is geboden. Zie paragraaf 5.2.
Hoofdstuk 6 beantwoordt de onderzoeksvragen en kan worden gelezen als samenvatting.
3
2.
Veiligheid: beleid en organisatie (sinds 2009)
Inleiding Dit hoofdstuk beschrijft belangrijke ontwikkelingen in het lokale veiligheidsbeleid sinds 2009: de omslag in 2010 (paragraaf 2.1); de verdieping van de aanpak van (geregistreerde) aangifte criminaliteit naar minder zichtbare veiligheidsvraagstukken (paragraaf 2.2); en de focus op ondermijning en sociale opgaven in de Veiligheidsambitie 2022 (paragraaf 2.3). 2.1
Een omslag in 2010
In 2010 geeft het coalitieakkoord prioriteit aan veiligheid. Veiligheid was in de jaren daarvoor op de politiek-maatschappelijke agenda gezet. In een landelijke analyse van vier belangrijke vormen van geregistreerde criminaliteit – de zogenoemde Gemeentelijke Veiligheidsindex die rekening houdt met het inwonertal - scoort Hoorn ongunstig. De stad staat - van alle Nederlandse gemeenten (met de onveiligste gemeente op plaats één) - op plek zeventien. Decennialang was veel tijd en energie gespendeerd aan de sociale en fysieke aspecten van de enorme groei die de stad doormaakte; van 18.574 inwoners in 1970, via 57.383 in 1990 en 71.255 in 2012. Nu komt de veiligheidsproblematiek in beeld. Een zogenoemde stadsscan (Beke e.a., 2009) brengt criminele kansen en praktijken in kaart. Hoorn telt in 2009 slechts enkele medewerkers die voltijds bezig zijn met veiligheidsbeleid. Belangrijke onderdelen van het veiligheidsbeleid, zoals de aanpak van kwetsbare groepen en van veelplegers, liggen in handen van de afdeling Welzijn. De consequentie was dat de nadruk lag op preventie en ondersteuning, zonder dat grenzen werden gesteld. Het sociale perspectief en het veiligheidsperspectief kwamen niet of nauwelijks samen; de perspectieven botsten of stonden los van elkaar.
Er werden de nodige resultaten geboekt, bijvoorbeeld met het beteugelen van jeugdoverlast en beleid om het drankgebruik (onder jongeren) te verminderen, maar dit remde de ongunstige trend wat betreft geregistreerde misdaad niet. Door de fysieke infrastructuur (dicht bebouwd, weinig zichtlijnen en matig beveiligde huurwoningen) en beperkte politiecapaciteit, was de kansenstructuur voor veelplegers gunstig wat betreft diefstal en inbraak. Voorts was de pakkans gering voor geweldplegers in de horeca en voor de georganiseerde drugswereld, in het bijzonder hennepteelt. Hoorn stond (en staat) te boek als regionaal centrum voor hennepteelt. De stadsscan uit 2009 concludeert dat er behoefte bestaat aan verdiepende analyses van verschillende groepen, te weten: ▪ ▪ ▪
Jeugdgroepen die doorgroeien van overlast naar (instrumentele) criminaliteit. Dadergroepen bij straatroven, overvallen en uitgaansgeweld. Groepen die zich onder meer bezighouden met drugshandel en hennepteelt.
In 2010 wordt de Veiligheidsambitie 2014 opgesteld. het is de eerste keer dat een Hoorns veiligheidsplan politiek-bestuurlijke prioriteit geniet. Het besef bestaat dat er een inhaalslag gemaakt moet worden. Dit komt tot uitdrukking in capaciteitsuitbreiding. In de ambtelijke organisatie is in 2013 minder fte gespecialiseerd bezig met sociale veiligheid, inclusief ambtenaren die Bibobonderzoek verrichten (Van der Torre e.a., 2013). In de uitwerking van de Veiligheidsambitie wordt prioriteit gegeven aan veilig uitgaan (minder uitgaansgeweld en minder overlast) en aan veilig wonen. Tot dat laatste wordt (vermindering van de) overlast gerekend, maar ook het reduceren van de hennepteelt (in woningen) en het verminderen van de woninginbraak. De persoonsgerichte aanpak (o.a. van veelplegers en de nazorg van ex-gedetineerden) wordt grotendeels ondergebracht bij het Veiligheidshuis WestFriesland. De gebiedsgerichte aanpak wordt gericht op locaties met een optelsom van 4
veiligheidsproblemen, namelijk in de Grote Waal (Siriusstraat e.o.), de Kersenboogerd (rondom het station) en Risdam Noord. Twee trouble shooters – een soort Hoornse variant op de Rotterdamse stadsmarinier – analyseren de problemen in de wijk en doen concrete voorstellen om verbeteringen te reageren. De nuchtere blik op problemen op straat attendeert op een ongemakkelijke realiteit, zoals (uitkerings-)fraude, (middel)zware criminaliteit en tekortkomingen in het optreden van gemeente, jongerenwerk of politie. Dit maakt gerichte interventies mogelijk, maar stuit ook op grenzen: de straatkennis staat op afstand van beleidsambtenaren en botst met het dominante perspectief bij welzijn (Van der Torre e.a., 2013). Toch wordt vooruitgang geboekt vanaf 2010. Met meer ambtelijke capaciteit wordt focus aangebracht op geselecteerde dossiers. De geregistreerde criminaliteit daalt (al is dat en landelijke trend) en het vermogen om veiligheidsproblemen te onderkennen, en volgens aan te pakken, is verbeterd. Veiligheidsambtenaren werken – als voorportaal van het driehoeksoverleg – samen met politiemensen die de teamchef ondersteunen. Dit groeit vanaf 2010 en is tot op de dag van vandaag (2021) een belangrijke pijler van het lokale (integrale) veiligheidsbeleid. 2.2
Verdieping sinds 2014
In 2015 wordt een nieuwe Veiligheidsambitie opgesteld, gericht op 2018. De doelstellingen ten aanzien van de geregistreerde criminaliteit hebben relevantie verloren, mede omdat de cijfers in 2014 gunstiger en stabiel zijn (zie hoofdstuk 3). In het veiligheidsbeleid wordt daarom de omslag gemaakt van geregistreerde (aangifte)criminaliteit naar lastiger veiligheidsvraagstukken. Het betreft hardnekkige problemen in kwetsbare (delen van) wijken en die ‘risicoburgers’ ondervinden en veroorzaken. De gebiedsgerichte aanpak wordt verdiept, gebaseerd op beschikbare analyses en straatkennis. In de Grote Waal wordt daarbij geprofiteerd van fysieke ingrepen (betere woningen), al blijft dat in het kwetsbare deel van de Kersenboogerd (‘de binnenring’) achterwege. In de Kersenboogerd wordt de aandacht gericht op overlastlocaties en op gezinnen. Voorts wordt op verschillende manieren gestalte gegeven aan een persoonsgerichte aanpak. Op basis van inzicht in personen die veel overlast veroorzaken en/of systematisch criminaliteit plegen, ingezet op een top-5: één voor volwassenen en één voor jongeren. Ook wordt gestalte gegeven aan het begeleiden en huisvesten van ex-gedetineerden, waarbij wordt samengewerkt met de gebiedsteams. Daarbij wordt een plan per gezin opgesteld: één gezin en één plan.
Gemeente, politie en corporatie werken samen bij de aanpak van panden waar drugs (met name hennepteelt) wordt aangetroffen, waarbij gebruik wordt gemaakt van artikel 13b Opiumwet. Er wordt door de gemeente, met externe partners (op basis van een convenant) gecontroleerd op misstanden, zoals zwart werk, arbeidsuitbuiting en/of fraude (sociale zekerheid, woon- en adresfraude en fiscaal). De noodzaak hiertoe bleek onder meer uit analyses die werden gemaakt van Grote Waal en Kersenboogerd. In deze periode (van 2014 tot 2018) wordt de zogenoemde ondermijning geagendeerd; de ondermijnende effecten van vormen van georganiseerde criminaliteit. De volgende criminele patronen komen wat dat betreft in Hoorn in beeld: ▪
Er zijn criminele gelegenheidsstructuren door een optelsom van situationele en economische omstandigheden: de ligging boven Amsterdam (met veel criminele praktijken en netwerken); de combinatie van kwetsbare stadswijken in Hoorn met buitengebied daar omheen; de ligging aan het water met enkele havens in West-Friesland (in Hoorn, Medemblik en
5
▪
▪ ▪
▪
Enkhuizen); de vraag naar goedkope arbeid (als drijfveer voor arbeidsuitbuiting) het overschot aan bedrijventerreinen en aan recreatieparken in West-Friesland. In Hoorn komen vooral netwerken in beeld vanwege georganiseerde drugscriminaliteit, met hennepteelt als belangrijke inkomstenbron. De kennis over de netwerken ligt op een bescheiden niveau, mede omdat weinig rechercheonderzoeken worden uitgevoerd. Bij een ‘ruiming’ van een hennepkwekerij komen vaak alleen katvangers in beeld en niet de organiserende criminelen. Drugscriminaliteit en drugsgeld leggen de basis voor witwaspraktijken en voor investeringen in vastgoed, waaronder horecavastgoed. Georganiseerde vermogensdelicten zijn voor bepaalde groepen en personen een springplank geweest naar (investeringen en contacten ten behoeve van) drugscriminaliteit. Deze verschuiving is een ongunstige verklaring voor de daling van de geregistreerde (aangifte)criminaliteit. Een criminele jeugdgroep en enkele families worden wel genoemd vanwege (georganiseerde) vermogensdelicten. Er komt arbeidsuitbuiting in beeld. Dit gaat samen met huisjesmelkerij; arbeidsmigranten die een hoge huur betalen voor sobere huisvesting.
In 2014 is er een team Veiligheid en Handhaving. De uitvoering van het veiligheidsbeleid ligt in handen van het team Veiligheid met vijf ambtenaren. Bij Handhaving werken achttien toezichthouders. 2.3
Veiligheidsambitie 2022: ondermijning en sociale opgaven
Het Hoornse veiligheidsbeleid heeft zich vanaf 2010 ontwikkeld van een optelsom van reacties op incidenten tot een brede en meer samenhangende aanpak, met een betrokkenheid van veel actoren (Tops e.a., 2017). De aanvankelijke focus op het verminderen van overlast, op de veel voorkomende (aangifte)criminaliteit en op het alcoholgebruik door jongeren heeft geleidelijk geleid tot vooruitgang. Er zijn nieuwe onderwerpen bijgekomen, zoals de persoonsgerichte aanpak en de georganiseerde criminaliteit. Dit laatste is omstreeks 2017 geagendeerd – door een ondermijningsbeeld van het RIEC – en daarbij wordt de term ondermijning gebruikt. Ondermijning gaat over de effecten van de georganiseerde criminaliteit op de samenleving. Een belangrijk ondermijnend effect – in het algemeen en zeker ook in Hoorn - is dat georganiseerde criminaliteit te vaak loont en dat met (witgewassen) crimineel geld wordt geïnvesteerd in vastgoed en bedrijven. De aandacht voor ondermijnende effecten van de georganiseerde criminaliteit heeft praktische implicaties. Bestrijding van de georganiseerde criminaliteit is als zodanig primair een taak van politie en justitie. De aanpak van ondermijning is daarentegen vooral een gemeentelijke taak.
Een gemeente is geen opsporingsinstantie, maar heeft wel een belangrijke rol in het integer houden van de samenleving en in het tegengaan van ontwikkelingen die een voedingsbodem zijn van georganiseerde criminaliteit. De aanpak van de harde kern van de criminele (drugs)wereld is allereerst een zaak voor de strafrechtketen, waarbij ondersteuning door het bestuur nodig is. Bij de meelopers en profiteurs speelt het (lokaal) bestuur een belangrijke rol en is het strafrecht ondersteunend; centraal staat daarbij een vermindering van de aantrekkingskracht van de criminele (drugs)wereld. Ondermijning is (ook) een sociaal vraagstuk. Criminaliteit is een bedreiging, omdat slachtoffers worden gemaakt, (publiek) geweld wordt gebruikt en schadelijke goederen en diensten (o.a. drugs, lachgas en illegaal gokken) worden verkocht. Criminelen rekruteren loopjongens en spannen kwetsbaren voor het karretje. Er gaat ook juist aantrekkingskracht uit van de criminele wereld. Criminele inkomsten maken families, groepen of netwerken min of meer autonoom, 6
waardoor ze niet of minder afhankelijk zijn van de overheid. Kortom, criminaliteit vervult sociaaleconomische functies en lijkt aantrekkelijke kanten te hebben. De consequentie is dat bij de aanpak van ondermijning (sociale) preventie en handhaving een twee-eenheid behoren te zijn. Dat vergt samenwerking van scholen, sociale wijkteams, jongerenwerk, gemeentelijke handhaving, lokale politie (wijkpolitie en recherche) en justitie (Noordanus e.a., 2021). Deze inzichten komen tot uitdrukking in de Veiligheidsambitie over de periode van 2018 tot en met 2022. Wat ondermijning betreft gaat lokaal prioriteit uit naar de bestrijding van drugscriminaliteit, in het bijzonder hennepteelt en de aanpak van dealende jeugd.2 Bij de aanpak van hennepteelt wordt gewerkt aan de bestuurlijke aanpak (artikel 13b Opiumwet) en de samenwerking daarbij met corporatie Intermaris. De zogenoemde RIEC-versterkingsgelden worden ingezet om drugsproducenten en lokale drugsdealers aan te pakken, ook met strafrechtelijke middelen. Voorts wordt (regionaal en lokaal) ingezet op de preventie van drugsgebruik. Er worden bestuurlijke drempels opgeworpen voor criminele netwerken door middel van Bibob-toetsing, maar ook door de algehele alertheid van de ambtelijke organisatie te versterken. Daartoe wordt werk gemaakt van de ‘weerbaarheid’ van de ambtelijke organisatie.
Het veiligheidsplan legt verbinding tussen veiligheid en het sociaal domein, onder de noemer zorg en veiligheid. Dit komt concreet tot uitdrukking in: de persoonsgerichte aanpak; vroegsignalering van jongeren die het criminele pad op (lijken te) slaan, in samenspel met onder andere jongerenwerk en onderwijsinstellingen; interventies bij personen met ggz-problematiek, waaronder personen die overlast veroorzaken; vroeg-signalering (met een belangrijke rol voor onderwijsinstellingen); en het aanpakken van seksueel misbruik, op basis van inzicht in de daders en slachtoffers. Over dit laatste schrijft het veiligheidsplan: “Het gaat om jonge meiden die tegen hun wil en onder dwang seks hebben met mannen en jongens.” (Veiligheidsambitie 2022, p. 6). Een derde lijn bestaat uit het positioneren en (door)ontwikkelen van buitengewone opsporingsambtenaren (BOA’s) van het Team Toezicht.
Naast de bovenstaande punten voorziet de Veiligheidsambitie in nog enkele beleidslijnen die niet direct worden geschaard onder de noemer ‘ondermijning’ en ‘zorg en veiligheid’ – en ook geen hoofdtaak zijn van het team Toezicht – namelijk: 1.) de gebiedsgerichte aanpak van de Kersenboogerd (Kansen voor de Kersenboogerd); 2.) de bestrijding van woon- en adresfraude; 3.) horeca en veiligheid; en 4.) de aanpak van woninginbraken, vernieling en geweld (na een gunstige trend sinds 20110 is het de bedoeling dat dit niet toeneemt). Het team Veiligheid en Toezicht telt vijf ambtenaren (4,5 fte) die actief zijn op het gebied van openbare orde en veiligheid (OOV) en daarnaast een lokale toezichtorganisatie met totale capaciteit van ongeveer 20 fte. De leiding van het team ligt in handen van een teammanager en beide disciplines (Veiligheid en Toezicht) worden aangestuurd door een teamcoach.
2
In West-Friesland geven politie, justitie en gemeenten (Hoorn, Stede Broec, Enkhuizen, Drechterland, Opmeer en Medemblik) wat betreft ondermijning prioriteit aan veilige buitengebieden, veilige industrieterreinen en weerbare gemeenten.
7
3.
In cijfers: geregistreerde criminaliteit
Inleiding Dit hoofdstuk gaat in op de registraties van criminaliteit in het politiesysteem BVH: vermogensdelicten (3.1), geweldsdelicten (3.2) en drugsdelicten (3.3). Vermogensdelicten en geweldsdelicten maken directe slachtoffers. Het zijn zogenoemde aangiftedelicten omdat slachtoffers aangifte (kunnen) doen, zeker bij zwaardere delicten, zoals woninginbraak, zware mishandeling of een overval. Bij drugsdelicten wordt vaak juist in directe zin geen slachtoffer gemaakt. Drugshandel en drugsproductie worden afgeschermd van politie en gemeente, waardoor de onder-registratie hoog is. In 2009 lag de geregistreerde aangiftecriminaliteit in Hoorn op een hoog niveau. In het veiligheidsbeleid had het in de jaren daarna prioriteit om dit te reduceren. In 2013 was de aangiftecriminaliteit inderdaad afgenomen, waarna het de bedoeling was om dit op een stabiel niveau te houden. Dit onderzoek zoomt in op de periode vanaf 2017. Het valt echter op dat de geregistreerde criminaliteit sterk afneemt in 2017 ten opzichte van 2016. Om die reden worden (voor zover beschikbaar) de cijfers over 2016 ook vermeld. 3.1
Vermogensdelicten
De politie heeft voor de periode van 2016 tot en met 2020 cijfers aangeleverd over woningcriminaliteit, voertuigcriminaliteit, bedrijfscriminaliteit en overige vormen van vermogenscriminaliteit. Tabel 3.1 geeft een overzicht. Tabel 3.1: Geregistreerde criminaliteitsvormen per categorie Woningcriminaliteit Diefstal/inbraak woning Diefstal/inbraak box/garage/schuur/tuinhuis Voertuigcriminaliteit Diefstal uit/vanaf motorvoertuigen Diefstal van motorvoertuigen Diefstal van brom-, snor-, fietsen Diefstal af/uit/van overige voertuigen Bedrijfscriminaliteit Diefstal/inbraak bedrijven en instellingen Winkeldiefstal Overige vermogensdelicten Zakkenrollerij en overige vermogensdelicten, zoals ‘overige eenvoudige diefstal’
Woningcriminaliteit is een delict met een inbreuk op de persoonlijke levenssfeer en werd daarom – door gemeenten en in het (landelijke) politiebeleid – geprioriteerd in de afgelopen twee decennia. Sinds 2012 en 2016 laten de cijfers in Hoorn een duidelijke daling zien. De afname van 2017 ten opzichte van 2016 betreft bijna een halvering. Voor deze zeer forse afname hebben respondenten geen verklaring. Voor zover er verklaringen in beeld komen voor de gestage afname in tien jaar tijd, kan onderscheid gemaakt worden tussen gunstige en ongunstige redeneringen. Het betreft de volgende gunstige verklaringen: ▪
Sinds 2010 is het aantal veelplegers afgenomen. Lange tijd was een gekende kleine categorie daders (individueel of groepsgewijs) verantwoordelijk voor relatief veel inbraken. Hun aanhouding en veroordeling hadden direct invloed op de cijfers. Dergelijke veelplegers komen nu niet in beeld. 8
▪
▪
▪
Burgers lijken zich beter te beschermen tegen inbraak, hetgeen werd gestimuleerd door het hoge niveau van inbraken en ook door voorlichtingsavonden, waarbij onder meer een ‘voormalig inbreker’ werd ingezet. Ook wordt gebruik gemaakt van Whatsapp groepen en worden vaker goedkope (niet al te dure) technologische beveiligingsmiddelen benut door burgers, zoals camera’s. De fysieke (en sociale) aanpak van de Grote Waal heeft geresulteerd in moderne en beter beveiligde woningen. Tussen 2014 en 2016 halveerde de geregistreerde criminaliteit in deze wijk (dus nog voor de halvering in de gemeente in 2017); van 83 naar 34. Parkmanagement op de Hoornse bedrijventerreinen (inclusief cameratoezicht) heeft de kansen om hier bedrijfsinbraken te plegen gereduceerd.
Er zijn ook ongunstige verklaringen. In de eerste plaats treedt (in het laatste decennium) een verschuiving op van aangiftedelicten naar drugsdelicten. Er wordt in 2017 al gesignaleerd (door de politie) dat daders die aanvankelijk aangiftedelicten plegen, doorgroeien naar drugsdelicten. Dat levert in aanleg meer geld op en de pakkans is kleiner, waardoor het niet of nauwelijks tot uitdrukking komt in statistieken. Recent wordt waargenomen dat jonge daders (jonge aanwas) niet starten met aangiftedelicten (zoals woninginbraak), maar direct of al snel actief worden in de criminele drugswereld. In de tweede plaats wordt gesignaleerd dat fysieke aangiftedelicten (zoals woninginbraak, andere diefstal of een overval) plaats maken voor vormen van digitale crimin aliteit.3 Wat dat betreft wordt gewezen op marktplaatsfraude (een vorm van oplichting; iets online bestellen, betalen en nooit ontvangen) of phishing (hengelen naar beveiligingscodes via bijvoorbeeld sms, e-mail of whatsapp). Via de app wordt bijvoorbeeld gevraagd om, zogenaamd aan een vertrouweling, een geldbedrag voor te schieten of gewoonweg over te maken. Dit lijkt ingewikkeld, maar op websites kan software worden gekocht om dit soort delicten te plegen. Hoewel er bij deze digitale delicten juist afstand bestaat tussen dader en slachtoffer, komt het op straatniveau in Hoorn dichtbij.
Voor digitale geldtransacties worden op straat en op wijkniveau namelijk zogenoemde ‘geldezels’ gerekruteerd. Dat zijn personen die - tegen betaling - hun bankrekening beschikbaar stellen aan criminelen. Criminelen benutten bij rekrutering locaties, groepen en netwerken die ook worden benut om simpele uitvoerders te werven voor activiteiten in de drugswereld. Op die manier komen drugscriminaliteit en moderne aangiftedelicten (digitale criminaliteit) bij elkaar. Zie daarover paragraaf 4.2. Op landelijk niveau wordt, wat betreft woninginbraken, een stevig corona-effect gesignaleerd. De door de politie geregistreerde woninginbraak ligt in 2020 bijna een kwart (25 procent) lager dan in 2019.4 Mensen zijn vaker thuis, waardoor de inbraak-kansen afnemen. In Hoorn blijft de woningcriminaliteit op hetzelfde niveau. Als we inzoomen op woninginbraak, dan daalt dit in Hoorn van 121 in 2019 naar 105 in 2020. Dat is een afname met dertien procent. Vanwege het lage absolute
3
Grofweg kan onderscheid worden gemaakt tussen cybercrime (met een ict-middel gericht op een ict-middel zoals hacken) en gedigitaliseerde criminaliteit; traditionele vormen van criminaliteit, zoals diefstal, alleen dan via een computer). Gedigitaliseerde criminaliteit wordt in die (traditionele) categorieën geregistreerd. Marktplaatsoplichting wordt bijvoorbeeld geregistreerd als oplichting. Het systeem maakt met andere woorden geen onderscheid in traditionele en gedigitaliseerde criminaliteit. De geregistreerde computercriminaliteit in Hoorn laat de volgende oplopende scores zien: 29 (2017), 36 (2018), 56 (2019) en 80 (2020). 4 Bron: https://www.volkskrant.nl/nieuws-achtergrond/gunstig-neveneffect-van-corona-misdaadcijfers-dalenfors~bd37109d/
9
cijfer (ruim honderd) kan toeval niet worden uitgesloten. Met 105 woninginbraken ligt dit wel ruim onder het niveau van 2012, toen in Hoorn 376 inbraken werden geregistreerd. Uit tabel 3.2 blijkt dat er in de onderzochte periode één structurele stijger is (een toename van meer dan twintig procent), namelijk de categorie ‘overige vermogensdelicten’. Dit komt door een toename van de geregistreerde ‘overige (eenvoudige) diefstal’; van 185 in 2017 naar 256 in 2020. Tabel 3.3 laat zien dat er op wijkniveau - wat betreft de optelsom van de in tabel 3.1 genoemde vermogensdelicten – twee structurele stijgingen worden genoteerd, namelijk in Risdam en Noord. In beide gevallen komt de toename voor ongeveer de helft voor rekening van fietsendiefstal: van 28 in 2017 naar 60 in 2020 (plus 32) in Risdam; en van 42 in 2017 naar 74 in 2020 (plus 32) in Noord. Tabel 3.2: Geregistreerde vermogensdelicten in de gemeente Hoorn (bron: politie, BVH) Woningcriminaliteit Voertuigcriminaliteit Bedrijfscriminaliteit Overige vermogensdelicten Totaal
2012 376 *
2016 243 829 330 616 2.018
2017 126 566 259 307 1.258
2018 131 623 226 330 1.310
2019 141 675 237 306 1.359
2020 142 627 213 382 1.364
’17-‘20 + 16 + 61 - 46 + 75 + 106
Noot: * Alleen diefstal/inbraak in woning (woninginbraak), exclusief diefstal/inbraak box/garage/schuur/tuinhuis (die zijn in de periode van 2016 t/m 2020 wel meegeteld)
Tabel 3.3: Geregistreerde vermogensdelicten in wijken in de gemeente Hoorn (bron: politie, BVH) 2017 329 247 120 270 182 110
Centrum Kersenboogerd Grote Waal Risdam Noord Blokker / Zwaag
3.2
2018 408 260 123 247 186 86
2019 394 271 112 278 188 116
2020 375 193 106 338 246 106
’17-‘20 + 37 - 45 - 14 + 68 + 64 - 4
Geweld
De geregistreerde geweldsincidenten - met bedreiging en mishandeling als meest frequente geweldsvorm – blijven in de periode van 2017 tot en met 2020 stabiel. De score in 2020 (402 registraties) ligt wel beduidend lager dan in 2016, toen de teller uitkwam op 562. Dat is een afname van 28 procent. In 2012 werden bijna evenveel geweldsincidenten geregistreerd als in 2016: 576. Dat is beduidend minder dan de 669 registraties in 2009 (een verschil van dertien procent). Tabel 3.4: Geregistreerde geweldsmisdrijven in de gemeente Hoorn (bron: politie, BVH) Bedreiging Mishandeling Openlijk geweld Straatroof Overval Totaal
2017 134 243 37 13 6 396
2018 152 244 22 15 5 416
2019 133 230 23 19 5 387
2020 146 223 26 22 11 402
’17-‘20 + 12 - 20 - 11 +9 +5 +6
Een belangrijk onderscheid bij geweld is dat tussen uitgaansgeweld en huiselijk geweld. In 2013 maakte de politie een uitvoerige analyse van het uitgaansgeweld in Hoorn en in de overige gemeenten van het basisteam. De afname van de geweldsregistraties tussen 2009 en 2013 blijkt 10
vrijwel geheel te worden verklaard door de reductie van uitgaansgeweld. Wat Hoorn betreft wordt dit verklaard door de kwaliteitsverbetering van het horecapersoneel, een afname van het aantal stappers dat ernstig aangeschoten of ‘stomdronken’ raakt en/of bemiddeling door een zogenoemde Bob: een nuchtere vriend of vriendin die personen tot bedaren brengt en conflicten voorkomt. Voorts wordt in 2012 cameratoezicht (dertien camera’s) geïntroduceerd in de binnenstad. In 2020 neemt het horecabezoek af door corona-maatregelen en daarmee ook het uitgaansgeweld. In 2020 ligt het aantal geweldsregistraties in het centrum beduidend lager dan in 2017: 44 registraties versus 70. Zie tabel 3.5. De corona-maatregelen leiden wel tot verplaatsing. Veel mensen trekken bijvoorbeeld naar het Julianapark. Dit gaat gepaard met overlast. Dat komt tot uitdrukking in de toename van de geregistreerde overlast vanwege drugs en/of alcohol: van 128 in 2017 (en 137 in 2016) naar 190 in 2020. Zie tabel 3.7 in paragraaf 3.3. Tabel 3.5: Geregistreerde mishandelingen in de gemeente Hoorn (bron: politie, BVH) Centrum Kersenboogerd Grote Waal Risdam Noord Blokker / Zwaag
3.3
2017 70 57 31 43 26 16
2018 68 41 32 48 33 22
2019 65 51 46 37 23 8
2020 44 40 39 51 24 25
’17-‘20 -26 -17 +8 +8 -2 +9
Drugsincidenten
In het politiesysteem worden incidenten op het gebied van drugscriminaliteit en drugs-gerelateerde overlast geregistreerd. Drugscriminaliteit betreft drugsbezit, drugshandel en/of het vervaardigen van drugs (softdrugs of harddrugs). Drugs-gerelateerde overlast valt onder incidentcode E38 en dat betreft overlast die op enigerlei wijze is te herleiden tot drugshandel, drugsgebruik of alcohol. Het gaat daarmee dus om ‘Overlast i.v.m. alcohol/drugs’. Bij drugsdelicten is er onvermijdelijk veel onder-registratie. Drugshandel en drugsproductie zijn delicten waarvan wordt geprofiteerd door direct betrokkenen: handelaren, klanten en producenten. Er worden in directe zin geen slachtoffers gemaakt en de delicten worden afgeschermd, waardoor aangiften ontbreken. Vanwege de afscherming worden weinig meldingen gedaan in relatie tot de omvang van de drugscriminaliteit. Drugsdelicten zijn zogenoemde ‘haaldelicten’. Dat betekent dat politie en gemeente de informatie over deze delicten in veel gevallen zelf moeten verzamelen of dat dient te worden uitgezocht of een melding geloofwaardig is. In 2016 werden in Hoorn tachtig registraties genoteerd inzake ‘vervaardigen softdrugs’ (hennepteelt). Dit is het eerste kalenderjaar waarin dit niet meer gebeurt op geplande integrale ‘rooidagen’. In 2015 waren er zes van dergelijke dagen, maar sinds 2016 worden deze dagen niet vooraf gepland.
In 2017 gebeurt iets opmerkelijks, want de geregistreerde hennepteelt keldert van 80 naar vijf. Dat is een zeldzame reductie van 94 procent. In de twee jaren daarna komt de teller uit op 16 (2018) en op 21 (2019) en in 2020 op zeven. Dat laatste komt neer op een reductie met 91 procent ten opzichte van 2016. Zo’n afname lijkt een gunstige trend, maar een goed ingevoerde (politie)professional constateert juist dat hennepteelt een hoogfrequent verschijnsel is in Hoorn: “We zien ontzettend veel hennepteelt. Criminelen die ver boven hun stand leven. Die elkaar naar het leven staan. Allerlei signalen dat er van alles gebeurt. Dat zie je niet terug in de cijfers (…) Ondermijning is ons eerste en belangrijkste speerpunt.” Het is een landelijke trend dat het aantal geruimde hennepkwekerijen stevig daalt, maar bij lange na niet zo sterk als in Hoorn. Landelijk bedraagt de daling tussen 2016 en 2020 48 procent en in de 11
eenheid Noord-Holland 51 procent. Zie tabel 3.6. De gemeente is sinds 1 juni 2020 aangesloten op Meld Misdaad Anoniem (MMA). Vanaf 1 juni 2020 tot 23 juli 2021 worden 57 MMA-meldingen over hennepteelt ontvangen. Het betreft 30 unieke adressen. In 2020 worden tussen juni en december in totaal 33 MMA-meldingen5 over een hennepkwekerij ontvangen; het gaat om twaalf unieke adressen. Tabel 3.6: Registraties inzake vervaardigen softdrugs in de gemeente Hoorn, in de politie-eenheid NoordHolland en landelijk Vervaardigen softdrugs Hoorn * Eenheid Noord-Holland ** Landelijk **
2016 80 461 5.538
2017 5 357 4.670
2018 16 281 3.913
2019 21 325 3.635
2020 7 226 2.894
’16-‘20 - 73 (= 91%) - 235 (=51%) - 2.644 (=48%)
Noten: * Bron: politie, BVH; ** Bron: https://www.politie.nl/nieuws/2021/april/22/aantal-ontmantelde-hennepkwekerijenblijft-dalen.html
Er ontbreekt onderzoek naar de forse reductie van de geregistreerde hennepteelt. Er zijn desalniettemin enkele gangbare verklaringen die elkaar niet uitsluiten, namelijk:6 ▪ ▪ ▪ ▪
Verplaatsing van hennepteelt naar het buitenland, waarna de hennep via Nederland (of door Nederlandse criminele netwerken) wordt gedistribueerd. Schaalvergroting van hennepkwekerijen (t.a.v. Hoorn ontbreekt informatie over het aantal geruimde hennepplanten). Bezuiniging op de personele inzet ten behoeve van de aanpak van hennepteelt door de politie, onder meer door hennepteams. Een betere afscherming van de stank, geur en warmte van hennepkwekerijen, waardoor ze minder snel worden ontdekt.
Over de precieze verklaring voor de reductie van het aantal in Hoorn aangetroffen hennepkwekerijen tasten we in het duister. Vanwege de drastische omvang ervan dient de oorzaak zo goed als zeker mede te liggen in een afgenomen personele inzet en prioriteit. er was in het verleden een hennepteam. Vandaag de dag krijgen binnen het basisteam Hoorn twee agenten (als neventaak) ruimte om hennepplantages op te rollen. Naar aanleiding van informatie (zoals een MMA) wordt bekeken of op een locatie ‘met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid’ een hennepplantage is gevestigd. In het verleden werd dan vrijwel zeker (op een ruim-dag) een inval gedaan. Actueel is dit een kwestie van prioriteren: “In verband met de terugloop in beschikbare capaciteit wordt elke afzonderlijke situatie meer gewogen”. De kloof tussen straatkennis en geregistreerde informatie blijft niet beperkt tot hennepteelt. Ook wat betreft drugshandel geldt dat dit door respondenten (in dit geval vooral bij de gemeente) en bij observaties in het oog springt als een frequent verschijnsel, terwijl er in 2020 vijf politieregistraties zijn inzake harddrugshandel. Mogelijk hebben handelaren bewust slechts een gebruikershoeveelheid op zak; drugsbezit wordt in 2020 in totaal achttien keer geregistreerd, hetgeen ook een lag aantal is.
Het geringe aantal aanhoudingen / registraties komt mede door de lage prioriteit die het basisteam toekent aan de strafrechtelijke aanpak van drugshandel. Zie daarover paragraaf 4.1.
5
Als een melding wordt gedaan, wil dat uiteraard niet zeggen dat er ook daadwerkelijk een hennepkwekerij is gevestigd. 6 Bron: Noordanus e.a., 2020; Boerman e.a., 2017.
12
Tabel 3.7: Geregistreerde drugsincidenten in gemeen te Hoorn (bron: politie, BVH) Bezit harddrugs Bezit softdrugs Handel harddrugs Handel softdrugs Vervaardigen harddrugs Vervaardigen softdrugs Drugscriminaliteit totaal Overlast i.v.m. drugs/alcohol
3.4
2016 X X X X X 80 158 137
2017 5 6 2 4 0 5 22 128
2018 5 7 2 3 0 16 33 176
2019 5 8 7 2 0 21 43 148
2020 12 6 5 0 0 7 30 190
’17-‘20 +7 +3 -4 +2 +8 + 62
Veiligheidsbeleid: lessen en ambitie
De presentatie en analyse van de politieregistraties leveren twee belangrijke lessen op voor het toekomstige veiligheidsbeleid in Hoorn: 1. De kloof tussen aan de ene kant (zeer) lage politieregistraties en aan de andere kant materieen straatkennis van professionals over hardnekkige en frequente drugscriminaliteit vraagt om meer prioriteit voor de integrale aanpak van hennepteelt en drugshandel. Dit vergt intensivering van de strafrechtelijke aanpak, hetgeen resulteert in hogere registraties. De strafrechtelijke aanpak dient wel te worden ingebed in informatieverzameling en in preventieve interventies. Louter (strafrechtelijke) repressie is niet effectief genoeg, maar hetzelfde geldt voor eenzijdige preventie.7 Zie ook hoofdstuk 4. 2. De verwevenheid van drugscriminaliteit en digitale criminaliteit vergt aandacht. Het komt namelijk samen op (straat)locaties en binnen sociale netwerken die door daders worden benut om kwetsbare personen te rekruteren. Dat veroorzaakt sociale schade. Dit komt aan de orde in hoofdstuk 4.
7
Zie: Noordanus e.a., 2021.
13
4.
Ondermijning en risicolocaties: prestaties en ambities
Inleiding Dit hoofdstuk gaat eerst in op drugscriminaliteit, waarbij aandacht wordt geschonken aan de verwevenheid met andere delicten en aan de slachtoffers die in de criminele wereld worden gemaakt (paragraaf 4.1). Vervolgens wordt ingegaan op de toepassing van artikel 13b Opiumwet (paragraaf 4.2). Paragraaf 4.3 behandelt problemen wat betreft de uitbuiting en huisvesting van arbeidsmigranten. In paragraaf 4.4 wordt ingezoomd op enkele risicolocaties, zoals bedrijventerreinen. Ten slotte gaat paragraaf 4.4 in op inspanningen om de gemeentelijke organisatie weerbaar te make tegenover (de invloed van) ondermijnende criminaliteit. 4.1
Drugscriminaliteit: sociale schade en verweven met andere criminaliteit
4.1.1 Lokale fenomenen: schadelijke effecten Hoorn stond en staat bekend als de ‘hennephoofdstad’ van West-Friesland. Hennepteelt is voor criminele netwerken in en rondom Hoorn sinds de jaren tachtig een belangrijke inkomstenbron. Ook bij het ondermijningsbeeld (opgesteld in 2017) kwam dit in beeld. Het betrof (van oudsher) en betreft vooral autochtone kopstukken, families en netwerken (waaronder zogenoemde kampers), al zijn ook allochtone netwerken actief in de hennepteelt. Vandaag de dag ligt het aantal geruimde hennepplantages op een bescheiden niveau (zie hoofdstuk 3). Een goed ingevoerde (politie)professional ziet “ontzettend veel hennepteelt.” Georganiseerde drugscriminelen in Hoorn en West-Friesland benutten criminele kansen, zoals de gunstige ligging (boven Amsterdam) de infrastructuur (havens en de combinatie van stadswijken, buitengebied en een overschot aan bedrijventerreinen), de geringe (opsporings-)capaciteit van de politie en de begrensde bestuurlijke middelen (personeel en budget) van de gemeenten in West-Friesland, inclusief Hoorn als centrumgemeente. Er bestaat een gestroomlijnde bestuurlijke aanpak van aangetroffen kwekerijen (zie paragraaf 4.2), al blijven de organisatoren van hennepplantages buiten schot. De prioriteit is wat betreft georganiseerde criminaliteit verschoven van hennepteelt naar veelzijdiger vormen van georganiseerde (drugs)criminaliteit.
Het betreft investeringen met (witgewassen) drugsgeld in vastgoed, criminaliteit op risicolocaties (bijvoorbeeld bedrijventerreinen en havens) en – elders in West-Friesland en Noord-Holland – synthetische drugs. Drugscriminaliteit wordt gecombineerd met andere delicten, zoals wapenbezit en wapenhandel en georganiseerde vermogensdelicten, zoals autodiefstal. Respondenten spreken over “multi-criminaliteit”. Daarmee wordt gedoeld op criminele netwerken die – vaak gebaseerd op drugsinkomsten – actief zijn op verschillende drugsmarkten en op andere criminele markten. Bijvoorbeeld illegaal gokken of vuurwerkhandel. De publieke veiligheid wordt in Hoorn uitgedaagd en bedreigd door kopstukken, groepen en netwerken binnen en rondom zogenoemde outlaw motorgangs (verder: OMG’s). Dit fenomeen is volgens respondenten “booming” in Hoorn, hetgeen tot uitdrukking komt in een “stevige aanwezigheid” in het sociale leven, onder meer in de horeca. Er zijn in reactie op het civielrechtelijke verbod op de Hells Angels en Satudarah, afsplitsingen en doorstarts geweest. Er wordt gewezen op de zogenoemde Hardliners en Singa 19. Er bestaan netwerken en contacten in Noord-Holland, in het hele land en in de stad. Een vete in het lokale OMG-circuit heeft geresulteerd in vechtpartijen, schietpartijen en zelfs een “bomaanslag” op een woning van een Satudarah-kopstuk.8 De actuele situatie is rustiger.
Een aantal kopstukken zit vast en er is naar verluidt in de toplaag van de OMG’s 8
Bron: https://www.telegraaf.nl/nieuws/730407496/opnieuw-aanslag-in-hoorn-kopstuk-satudarah-doelwit
14
overeen gekomen dat publiek geweld beter achterwege kan blijven, omdat het de volle aandacht trekt van media en overheid. Het publieke geweld en machtsvertoon van de OMG’s springen in het oog. Er zijn daarnaast minder zichtbare maar schadelijke effecten van de georganiseerde drugscriminaliteit op het sociale leven, zowel op straat als binnen gezinnen. Dit komt tot uitdrukking in vijf patronen: a. Drugsaanbod: lokale dealers. Er heeft mobiele (illegale) drugshandel plaats in Hoorn. De drugs worden bezorgd op straatlocaties en aan huis, want de illegale drugshandel is servicegericht. De schattingen over het aantal dealers lopen sterk uiteen, met “enkele tientallen” als laagste schatting. Dit fenomeen is niet goed in beeld. Een respondent constateert dat er “hard aan is getrokken”, maar dat “nul komma nul informatie naar boven is gekomen.” De gemeente heeft wel concrete informatie verzameld over drugshandelaren in het horecagebied, maar dit is niet benut bij een operationele aanpak. Ook is bekend dat het drugsaanbod divers is: softdrugs en lachgas zijn populair onder jongeren, al wordt ook harddrugs verkocht, zoals cocaïne, xtc-pillen en amfetamine. De diversiteit van het aanbod is logisch vanwege de nabijheid van criminele netwerken die actief zijn op verschillende drugsmarkten. Het lokale drugsaanbod heeft schadelijke effecten.
Naast ongunstige gezondheidseffecten, brengen de kosten van drugsgebruik kwetsbare groepen in financiële problemen. Dat geldt ook voor het illegale gokaanbod. Voorts kan drugsgebruik het werk- of studieritme verstoren. b. Rekrutering en pressie. Criminelen spannen personen die kwetsbaar zijn vanwege financiële en/of sociale problemen voor het karretje. Van meet af aan ondervinden ze criminele druk. Ze worden bijvoorbeeld als loopjongen ingezet in de drugswereld, woonruimte wordt gebruikt door drugsproductie (zie punt c.) of bankrekeningen van zogenoemde ‘geldezels’ worden benut om misdaadgeld op te storten. Een categorie stapt vrijwillig de criminele drugswereld in, omdat die wereld aantrekkingskracht heeft vanwege de potentiële verdiensten. Dit wordt gestimuleerd door negatieve rolmodellen, zoals Hoornse criminele kopstukken en families met bezittingen en status. De drugswereld is echter verraderlijk. Financieel succes is voorbehouden aan een kleine categorie. Het is een harde wereld met geweld en bedreiging. Ook lopen eenvoudige uitvoerders de kans om te worden aangehouden of om uit hun woning te worden gezet. Het leidt tot spanning en verdriet, ook bij ouders. Zie tabel 4.1 over een zogenoemde ‘moedige moeder’ uit Hoorn die dit soort schadelijke effecten aan de kaak stelt.
Tabel 4.1: Fragment uit het relaas van een ‘moedige moeder’ uit Hoorn over de invloed van criminaliteit in het leven van haar zoon.
’Pak mijn criminele zoon op alsjeblieft’. De vondst van een handelsvoorraad harddrugs in haar berging is voor een alleenstaande moeder uit Hoorn de druppel. Haar thuiswonende zoon zit overduidelijk tot over zijn oren in de drugscriminaliteit. Ten einde raad smeekt ze de politie hem op te pakken. Voor zijn eigen bestwil. Als Florian* maar eenmaal uit de ’roulatie’ is, denkt ze. Buiten bereik van degenen die hem verleiden en tegelijk ook dwingen het slechte pad te kiezen. Verleiden, o zeker. Hoe komt een eenvoudige vakman in opleiding anders aan een jas van 875 euro? ,,En hij is niet de enige. Een hele groep jongens van zijn leeftijd zit in hetzelfde circuit. Ze zijn samen opgegroeid. Gooiden toen ze twaalf waren volle zakken cement naar beneden vanaf het dak van het Van der Valk-hotel in aanbouw. Moet je ze nu zien. Dit zijn allang geen kwajongensstreken meer.’’ Dreiging De continue dreiging die hoort bij de onderwereld is al zeven jaar realiteit. ,,Ik zie de verwondingen op zijn lichaam. Elke dag zie ik hoe bang hij is.’’ De feiten liegen er niet om. 15
Op zijn veertiende bestelt de jongen een pistool van achthonderd euro. ,,Kon hij niet betalen. De leverancier heeft hem lange tijd afgeperst.’’ Op zijn zestiende wordt Florian verdacht van deelname aan een groepsverkrachting. ,,In mijn slaapkamer, in mijn bed, toen ik een weekend weg was. Met twee mannen van 25 jaar. Een leeftijdgenoot van mijn zoon filmde alles. Voor Florian was het misschien wel zijn ontmaagding.’’ De zaak wordt uiteindelijk geseponeerd. Volgens de moeder vooral omdat het viertal blijft volhouden dat het meisje het zelf wilde. Na zowel het bestellen van het pistool als de zedenzaak dringt de Hoornse met succes aan op opname van Florian in een gesloten jeugdinstelling. Bron: https://www.moedigemoeders.nl/ervaringen-van-andere/wanhoop-kreet-moeder-uit-hoorn/
c. Een hennepplantage bij “een stakker”: en dan!? Hennepkwekerijen worden doorgaans in (huur)woningen aangetroffen bij katvangers die worden getypeerd als “losers” of “stakkers”. Organisatoren bewaren afstand tot een productielocatie. De standaard-maatregel bij een sociale huurwoning is beëindiging van het huurcontract, met aanvullend maatwerk. Zie daarover paragraaf 4.2. Daarnaast heeft de ‘ruiming’ van een kwekerij vaak een hard effect in de criminele wereld, namelijk als de huurder / bewoner door criminele organisatoren aansprakelijk wordt gesteld voor de schade. Bij een doorsneekwekerij met 200 planten gaat het al snel – uitgedrukt in de waarde in de tussenhandel - om beduidend meer dan twintigduizend euro. Dit heeft een sterk criminaliserend effect, omdat kwetsbare personen zo een forse schuld opbouwen bij criminelen. d. Meisjes als slachtoffer: “schokkend.” Op basis van signalen dat meisjes seksueel werden uitgebuit, zijn – met een trekkersrol voor team Veiligheid van de gemeente - inspanningen geleverd om in kaart te brengen wat zich afspeelt in Hoorn. Dit resulteerde in schokkende inzichten. Op basis van gesprekken met professionals en met tieners kwam overtuigende informatie op tafel over: (criminele) jongeren die tienermeisjes betalen voor seks; verkrachting of seks onder onvrijwillige omstandigheden (o.a.
drogeren met lachgas of dreigen met een vuurwapen); seks-ting (beeldmateriaal van seks verspreiden, naar verluidt ook online); en het ronselen en prostitueren van tienermeiden. Dit speelt zich af in hotels, maar ook in woningen of in een garage. De strafrechtelijke trajecten liepen wat betreft zedendelicten vast. Als politie en gemeente inzoomen op de vermoedelijke daders, blijkt dat de jonge daders ‘criminele generalisten’ zijn. Naast zedendelicten, komen drugsdelicten, overvallen en afpersing in beeld. Er zijn enkele arrestanten gemaakt (niet vanwege zedendelicten). Gangbare routines schieten tekort om te komen tot invloedrijke interventies die passen bij de aangetroffen wirwar aan delicten, slachtofferschap en sociaalpsychologische schade. 4.1.2
De veiligheidsambitie
Rauwe problemen: drugs dealen en uitbuiting In de veiligheidsambitie 2022 wordt, in het kader van de aanpak van ondermijning, prioriteit gegeven aan de aanpak van drugscriminaliteit. Dit is ongeveer zes jaar geleden gezamenlijk geagendeerd door de politie (basisteam) en gemeente.9 De gemeente gaf - in navolging van het Integraal 9
In West-Friesland geven politie, justitie en gemeenten (Hoorn, Stede Broec, Enkhuizen, Drechterland, Opmeer en Medemblik) wat betreft ondermijning prioriteit aan veilige buitengebieden, veilige industrieterreinen en weerbare gemeenten. Zie paragraaf 4.4. Het ligt voor de hand dat in het buitengebied en op industrieterreinen ook de drugscriminaliteit een thema is. Daarnaast gaan er ondermijnende effecten op het stadsleven in Hoorn uit van groepen die (onder meer) actief zijn in de drugscriminaliteit. Vanwege dergelijke effecten is de projectmatige aanpak van dealende jeugd geprioriteerd: lokaal en regionaal.
16
Meerjarenbeleidsplan Veiligheid Noord-Holland 2019-2022 – prioriteit aan de projectmatige aanpak van dealende jeugd. De strafrechtelijke aanpak krijgt in dit regionale project een centrale rol, al wordt ook voorzien in een preventieve component: ▪ ▪ ▪
Er dient (opsporings-)informatie te worden verzameld over criminele opdrachtgevers, in het bijzonder over rekrutering; Criminele ronselaars, opdrachtgevers en dealers dienen te worden vervolgd en ongebruikelijk bezit dient in beslag te worden genomen; Jongeren dienen te worden weerhouden om actief te worden in de wereld van de (drugs)criminaliteit.
Het regionale project doet een beroep op het basisteam om informatie aan te leveren over lokale dealers en om capaciteit in te zetten ten behoeve van de opsporing. De claim vanuit het regionale project viel de politie in Hoorn rauw op het dak. De gevraagde capaciteit wordt niet beschikbaar gesteld door het basisteam, mede omdat - vanwege de prioriteit voor ondermijning recherchecapaciteit wordt vrijgespeeld voor opsporingsonderzoek naar lokale ondermijnende criminaliteit. Zie tabel 4.2. Tijdens de reguliere surveillance worden sporadisch dealers aangehouden (zie hoofdstuk 3). In 2020 zijn er vijf registraties voor ‘handel harddrugs’ en nul voor ‘handel softdrugs’ en daarnaast twaalf voor zes voor ‘bezit harddrugs’. Er worden zo nu en dan app-berichten gestuurd naar klanten in de mobiele telefoon van een dealer, in de hoop ze zo af te schrikken om drugs te kopen op de illegale markt. De politie leverde niet alleen vanwege de krappe formatie van het basisteam geen capaciteit voor een gerichte strafrechtelijke aanpak van lokale dealers, maar ook omdat de effectiviteit van de strafrechtelijke aanpak wordt betwist. Vervanging van een straatdealer of mobiele dealer is eenvoudig en drugsgebruik is in Hoorn genormaliseerd, zo wordt geredeneerd. Dit is op de korte termijn en bij een eenzijdige repressieve aanpak een logische gedachte.
Juist daarom is – zo wordt geconcludeerd door het Aanjaagteam Ondermijning en bij het Utrechtse project straatwaarde(n) - een langdurige en integrale aanpak nodig, met het strafrecht als noodzakelijk onderdeel.10 Een langdurige aanpak van drugshandel wordt regionaal integraal geagendeerd, net als door de gemeente Hoorn. Dat geldt ook voor de reductie van het drugsgebruik onder jongeren; met integrale actie, waaronder de aanpak van dealers. Dit wint aan betekenis door de bevolkingsgroei van de gemeente vanwege woningbouw (de komende twintig jaar ongeveer 500 woningen per jaar) naar ruim 80.000 inwoners. Bovendien wordt het stadsstrand ontwikkeld, hetgeen veel jongeren en jongvolwassenen aantrekt. Dat is potentieel een interessante werkplaats voor dealers. De integrale aanpak van drugsgebruik en drugshandel wordt – wat betreft de strafrechtelijke component – geremd door de schaarse politiecapaciteit, zo constateren gemeentelijke respondenten. Tabel 4.2: Lokale opsporing naar ondermijnende criminaliteit
Ongeveer tien procent van de formatie van het basisteam wordt ingezet ten behoeve van opsporing door de basisteam-recherche (BTR). Ruim tachtig procent van de capaciteit wordt ingezet bij opsporing van aangiftedelicten, zoals woninginbraak en mishandeling. Voor zover er vrije capaciteit is, wordt dit ingezet voor opsporingsonderzoeken naar ondermijnende criminaliteit. Hiertoe worden coalities gesloten om te komen tot de vereiste kwaliteiten en capaciteit; met de districtsrecherche, de financiële recherche en/of een belendend basisteam. Een onderzoek naar één of enkele dealers komt niet door het selectieproces, net als een doorsnee hennepplantage. Vaak wordt ingezet op een netwerkje dat zich onder meer schuldig maakt aan
10
Bron: Noordanus e.a., 2020.
17
witwassen. Er worden, zo blijkt, vaak delicten gecombineerd, zoals (verschillenden vromen van vermogensdelicten en drugscriminaliteit, plus witwassen of bijvoorbeeld digitale criminaliteit. De politie pleit(te) voor een preventieve aanpak, gericht op het verminderen van het gebruik van drugs in Hoorn en in de rest van West-Friesland. Dit laatste ligt in het verlengde van langdurige projectmatige inspanningen in West-Friesland om (in eerste instantie) het hoge alcoholgebruik terug te dringen. Dit gebeurde onder de noemer West-Frisland. Meer recent is de aandacht voor alcohol verbreed naar drugs, al is daarbij de boodschap minder helder dan ten aanzien van alcohol. Wat betreft alcohol luidt deze: geen alcohol (‘NIX’) als minderjarige. In het regionale uitvoeringsplan ‘In control of alcohol en drugs’ wordt, wat betreft drugs, gesproken over het maken van verantwoordelijke keuzes. Het projectplan ‘Optimaliseren integrale drugspreventie’ (uit maart 2021) geeft een overzicht van maatregelen die in de gemeente Hoorn zullen worden ingezet11, met als belangrijke elementen: ▪
▪ ▪ ▪ ▪ ▪
Voorlichting aan jongeren op school (door Brijder, GGD, jongerenwerk en Halt; niet één gastles, maar meerdere voorlichtingslessen) en op bekende hangplekken; daarbij wordt het voortouw genomen door jongerenwerk en Brijder en zo nodig haken politie en/of toezichthouders aan. De voorlichtingslessen worden besproken met jongeren, zodat wordt aangesloten bij hun belevingswereld. Halt-interventie-spreekuren op school die vroegtijdig worden ingezet, omdat de kans op effectieve invloed dan groter is. Doorlopende communicatie richting jongeren, waarbij wordt gewaakt voor te overvloedige aandacht die onbedoeld interesse in drugs zou kunnen opwekken. Voorlichting over drugs aan ouders. Minderjarigen die laveloos op straat worden aangetroffen, worden door een toezichthouder of agent naar huis gebracht. Een dwingende aanpak: “Naast strafrechtelijke aanpak, ook kijken naar bestuursrechtelijke aanpak, zoals een gebiedsverbod of het opleggen van een dwangsom”. Hier schuilt wel een adder onder het gras; de formulering (naast het strafrecht) suggereert dat er gestalte wordt gegeven aan een strafrechtelijke aanpak van drugsbezit en drugshandel, maar getuige het geringe aantal politieregistraties op jaarbasis (23 registraties voor drugshandel en drugsbezit in heel 2020; zie hoofdstuk 3), stelt de strafrechtelijke component weinig voor.
Door respondenten wordt geconstateerd dat het drugsgebruik onder jongeren een impuls heeft gekregen door het alcoholverbod voor minderjarigen in de horeca. Het leidt tot een vlucht naar het gebruik van drugs en lachgas en – mede door de lockdown tijdens de coronacrisis - naar straatlocaties of woningen. De consequentie is dat de relevantie van het ingezette preventief drugsbeleid volgens respondenten is toegenomen, zodat de vraag naar drugs afneemt (use reduction). Tegelijkertijd dient - conform het Meerjarenbeleidsplan Veiligheid Noord-Holland - te worden gewerkt aan het verminderen van het aanbod door dealers die zich bijna vrij bewegen door de stad (supply reduction). Voorlichting legt het namelijk al snel af tegen klantgerichte drugsdealers die actief klanten werven en 24/7 in de hele stad drugs bezorgen. Een combinatie van repressie en preventie is noodzakelijk bij pogingen om de (schade van de) lokale drugsmarkt te reduceren.12 Bij de repressieve aanpak speelt het strafrecht een belangrijke rol, onder meer vanwege unieke politiebevoegdheden om informatie te verzamelen, al zouden ook wat dit betreft bestuurlijke 11
Mede gebaseerd op het webinar ‘Preventieve aanpak drugsgebruik onder jongeren in de gemeente Hoorn’, met als deelnemers de politie (wijkagenten), Brijder, GGD, HALT, jongerenwerk, verschillende scholen en namens de gemeente Hoorn de afdeling wijkzaken, toezichthouders en leerplichtambtenaren. 12 Noordanus e.a., 2020 en Noordanus e.a., 2021.
18
middelen kunnen worden ingezet. Een lokaal drugsplan voor de repressieve component ontbreekt echter. Het team Veiligheid van de gemeente Hoorn is in de afgelopen jaren gemotiveerd geraakt om jongeren (jongens en meisjes) die het slachtoffer worden van criminele groepen en praktijken te benaderen en te helpen. Dit komt door de schokkende ervaringen met praktijken die wijzen (in de richting van) seksuele uitbuiting en seksueel misbruik, waarbij (jonge) daders in beeld komen die tevens actief zijn in de drugswereld. Op straat- en wijkniveau worden ook geldezels gerekruteerd. Het is lastig om de daders en slachtoffer te benaderen. De rauwe gang van zaken op straat vergt specifieke vaardigheden om contacten te leggen en prestaties te boeken. Dit is een uitdaging voor het toekomstige veiligheidsbeleid. Veiligheidsbeleid: lessen en ambitie Ten behoeve van de veiligheidsambitie in de volgende collegeperiode komen – op basis van de bovenstaande analyse - de volgende lessen in beeld: 1. Bij het lokale drugsbeleid verdient het tegengaan van schadelijke (sociale) effecten prioriteit. Om vooruitgang te boeken, is een meerjarige integrale aanpak (denk aan minimaal tien jaar) nodig, waarbij preventie (use reduction) en repressie (strafrechtelijk en bestuursrechtelijk) worden gecombineerd. 2.
Er bestaat behoefte aan een lokale analyse (en mogelijk een top-X) van lokale drugsdealers en aan een overzicht van handels- en gebruikslocaties. Dat is overtuigender dan een regionaal plan en zo ontstaat lokaal draagvlak voor een drugsaanpak. 3. De aanpak kan niet worden beperkt tot drugs, want drugscriminaliteit wordt gecombineerd met het ronselen van geldezels (t.b.v. digitale criminaliteit) en met seksuele uitbuiting en/of seksueel misbruik. Het spotten, aanspreken en helpen van slachtoffers verdient prioriteit. 4.2
Artikel 13b Opiumwet: beproefde werkwijzen en agendering
Artikel 13b Opiumwet biedt de burgemeester de mogelijkheid om panden te sluiten waar drugs is aangetroffen. De burgemeester kan bestuursdwang toepassen en woningen (of voor het publiek toegankelijke inrichtingen) voor bepaalde tijd sluiten bij drugshandel of drugsproductie. Hiertoe hoeft niet te worden aangetoond dat de openbare orde in het geding is. In Hoorn is een gestroomlijnde aanpak tot stand gebracht bij de toepassing van artikel 13b. Er wordt met een praktische inslag, op basis van heldere afspraken, bij pandsluitingen samengewerkt tussen gemeente, politie en Intermaris; de enige grote corporatie. Hennepkwekerijen worden in Hoorn vaak aangetroffen in (huur)woningen van kwetsbare personen. De daders zijn doorgaans geen criminele profiteurs, maar personen die zich voor het karretje laten spannen, omdat ze denken dat dit een oplossing is voor lastige (financiële) omstandigheden Van 2018 tot en met 2020 wordt in 55 panden drugs aangetroffen; op eén keer na betreft het steeds softdrugs. 31 keer wordt een pand gesloten en in totaal betreft het 25 corporatiewoningen. Bij de corporatiewoningen wordt zes keer niet overgegaan tot sluiting.