Bijlage 5 Inzendingen Kijk op Coen
Tekst van het document
Nee, maar het moet wel in een perspectief geplaatst worden vanuit onze huidige tijd. Daarom vind ik de plaquette aan de zijkant van de sokkel veel te bescheiden. Oplossingen zouden kunnen zijn 1. een beeld naast het standbeeld, waarin duidelijk wordt dat de bevolking van de Banda Eilanden zwaar geleden heeft onder zijn daden. En dan bedoel ik niet een modern sculptuur, maar een beeld met menselijke vormen waarin dit heel duidelijk gemaakt wordt. Dit beeld moet hoger komen dan het standbeeld van Jan Pieterszoon Coen (zie ook 2) 2. Jan Pieterszoon Coen van zijn sokkel halen en op een veel lager niveau brengen. Of zelfs onder het niveau van de Rode Steen, afgedekt met een glazen plaat en verlicht met lampen. Op die manier kunnen we op hem neerkijken. 3. in het plaveisel van de Roode Steen met 13.000 kleine rode steentjes de topografische kaart van de Banda Eilanden aanbrengen, richting het museum, zodat de ronde rode steen (waaraan het plein zijn naam dankt) niet in de verdrukking komt. 13.000 is volgens mij het aantal inwoners van de Banda Eilanden dat vermoord, weggevoerd, gevlucht is door zijn oorlogsdaden. Wellicht moet naar dit aantal nog specifieker gekeken worden. En het kan natuurlijk ook een combinatie van het bovenstaande zijn. Tot slot nog een opmerking. Ik ben ook stadsgids en geef rondleidingen voor toeristen van de witte vloot door de binnenstad van Hoorn.
En uiteraard bezoeken we de Roode Steen. Daar vertel ik over Jan Pieterszoon Coen. En natuurlijk ook over zijn wandaden. Ook noem ik de al jaren voorslepende discussie over het beeld: laten staan, in het museum, weghalen. Bij één van de wandelingen zei een toerist: “Het beeld moet blijven staan. Als je het weghaalt, wordt er niet meer over hem en zijn wandaden gesproken.” Als het beeld blijft staan in een andere vorm (zie hierboven) kan het ook dienen als waarschuwing: macht en geldzucht kunnen leiden tot daden, die (later) als “fout” worden gezien. Inzending – Ad Geerdink (oud-directeur Westfries Museum Wat moet de toekomst zijn van het standbeeld van Jan Pieterszoon Coen? Over het antwoord op deze vraag lopen de meningen uiteen. Niet alleen in de Hoornse gemeenschap, ook in de Nederlandse samenleving. ‘Niets aan doen, gewoon laten zoals het is. Coen hoort bij Hoorn’ is een mening die aan het ene uiterste van het spectrum te vinden is. ‘Van zijn sokkel halen, verwijderen uit de openbare ruimte en overbrengen naar een museum’, is de meest gehoorde opvatting aan het andere uiterste. Beide visies lijken geen recht te doen aan de opinie van het ‘brede midden’, dat waarde hecht aan de functie van het standbeeld in de openbare ruimte, maar wel open lijkt te staan voor enige vorm van aanpassing van de presentatie en uitstraling van het monument.
Zoals ook uit het meest recente stadsgesprek is gebleken. Het zou het proces om tot een breed gedragen oplossing te komen over de toekomst van het standbeeld en de inzet van de deelnemers aan de stadsgesprekken recht doen wanneer de dialoog een vervolg krijgt. Dat vervolg zou moeten gaan over de vraag hoe een aanpassing van het standbeeld er uit zou kunnen zien. Dat is een uiterst kwetsbaar proces, een balanceer act. Want hoe vlieg je dit proces aan. In welke mate stuur je het. Ik pleit voor enige mate van sturing. De aanpassing van het standbeeld biedt namelijk een eenmalige kans. Een kans om iets dat tot nu toe in de Hoornse gemeenschap veel negatieve energie heeft vrijgemaakt om te zetten in iets positiefs, iets dat verbindt in plaats van verdeelt. De aanpassing van het standbeeld moet niet het eind van het verhaal zijn, maar het begin van iets nieuws. Op welke manier zou dat kunnen? En kan die oplossing op een breed draagvlak rekenen?
Dit is wat ik voor ogen heb. 1. Het standbeeld wordt van zijn sokkel ontdaan. De sokkel staat symbool voor het monument als eerbetoon. Coen torent hoog boven alles en iedereen uit. Je moet wel naar hem opkijken. Precies zoals de negentiende-eeuwse initiatiefnemers het voor ogen hadden. Door Coen van zijn sokkel te halen, draag je de boodschap uit dat het negentiende-eeuwse eerbetoon aan de persoon van Coen en het Nederlandse kolonialisme niet langer op zijn plek is in de 21ste eeuw, waarin we ons anders zijn gaan verhouden tot het koloniale verleden. Gevraagd naar hoe mensen tegen de historische persoon Coen aankijken, is een veelgehoord antwoord (in tal van varianten). Coen was een belangrijke historische figuur, maar zoals hij als gouverneurgeneraal is opgetreden in Oost-Indië was bepaald niet fraai. Ik zie hem niet als held, vereer hem niet. Ik zie hem meer iemand die een belangrijke rol heeft gespeeld in de Nederlandse geschiedenis, in het bijzonder die van de VOC. Een andere variant is de mening dat Coen bij Hoorn hoort. Of zoals een raadslid het ooit formuleerde: Coen was dan misschien een schurk, hij is wel onze schuld. Deze opvatting (emoties) laat bij de mensen die zo tegen Coen aankijken ruimte om het standbeeld van zijn sokkel te ontdoen, zolang het niet van het toneel verdwijnt.
Voor de tegenstanders van het standbeeld is het vereringselement één van de grootste bezwaren tegen het huidige monument. Zij zullen het weghalen van de sokkel dus zeker ondersteunen. Standbeeld van zijn sokkel ontdoen, en dan? 2. Het 3,5 meter hoge bronzen beeld van Ferdinand Leenhoff wordt op de binnenplaats van het Westfries Museum aan de Roode Steen geplaatst. In de semiopenbare ruimte. Vrij toegankelijk, zodra de monumentale hekken geopend zijn. Hiermee worden veiligheidsrisico’s, die het beeld zonder sokkel in de openbare ruimte (op de Roode Steen) loopt weggenomen. Plaatsing in de semiopenbare ruimte is ook een boodschap dat Hoorn oog houdt voor de belangrijke personen uit de stadsgeschiedenis, maar dan wel op een manier die bij de 21ste eeuw past. Tegenstanders van de verwijdering van het standbeeld, geven vaak als argument dat je met het weghalen van het standbeeld de geschiedenis uitpoetst. Fraai of niet, Coen hoort bij de geschiedenis van de stad. Een ander argument tegen weghalen uit de openbare ruimte is dat je daarmee ook het gesprek over de minder fraaie aspecten van de geschiedenis minder makkelijk kunt voeren. Het standbeeld kan ook een slijpsteen zijn. Verplaatsing naar de semiopenbare ruimte van de binnenplaats van het museum komt tegemoet aan deze emoties en bezwaren. Coen wordt zo niet weggepoetst, is nog steeds goed zichtbaar in het hart van de stad.
Het gesprek over zijn doen en laten, het gesprek over hoe om te gaan met dat koloniale verleden kan blijven worden gevoerd. De functie van het standbeeld als slijpsteen wordt zelfs nog sterker door het derde element van mijn model. Voorstanders van verwijdering van het standbeeld hebben steeds aangegeven dat het beeld in het museum thuishoort, waar het van de juiste contextinformatie kan worden voorzien en je aan bewustwording kunt werken over het koloniale verleden. Plaatsing op de binnenplaats van het museum, goed zichtbaar vanaf de Roode Steen zal door hen niet als ideaal worden gezien. Wat hen echter over de streep kan trekken is het derde element van het model. 3. Gebruik de aanwezigheid van het standbeeld van Coen op de binnenplaats van het museum om van deze binnenplaats een plek van dialoog te maken. Een plek waar ruimte wordt geboden aan verschillende perspectieven, zeker die van de slachtoffers van het kolonialisme, in het bijzonder de oorspronkelijke bewoners van de Banda eilanden. Een slijpsteen is het standbeeld niet uit zichzelf. De slijpsteenfunctie moet worden gecreëerd. Dat kan door iets tegenover het standbeeld te plaatsen. Dat kan iets permanents, of iets tijdelijks zijn. Er zijn reeds contacten gelegd met de oorspronkelijke bewoners van de Banda eilanden.
Hun boodschap is om het verleden niet te vergeten, erkenning van dat verleden is belangrijk, maar om wel gezamenlijk een
stap richting de toekomst te zetten. Hun boodschap is er een van verzoening. Door hun inzet, krijgt het historische drama van 1621 een menselijke maat, een gezicht en invoelbare emotie. Dat spreekt mensen aan. Dat is iets waar zij zich toe kunnen verhouden. Dat is een helende kracht die gebruikt kan worden bij de ‘programmering’ van de binnenplaats van het museum. Deze binnenplaats wordt zo een plek waar iets (nieuws) gebeurt. De verplaatsing van het beeld geeft de aanzet tot nieuwe activiteiten en is daarmee niet het eind, maar pas het begin van het verhaal. Mijn model heeft alles van een compromis. Zowel voor- als tegenstanders van verwijdering van het standbeeld kunnen zich erin herkennen, voelen zich erdoor in hun emoties en argumenten gehoord. Maar het is allesbehalve een bloedeloos compromis. Het is juist een compromis dat leidt tot iets nieuws, tot nieuwe energie. Tot iets positiefs. Als dit lukt, dan denk Ik denk dat Hoorn er (inter-)nationaal eer mee inlegt en een voorbeeld kan zijn voor andere plaatsen die worstelen met omstreden erfgoed. Hoe redelijk en tegelijk positief dit model ook is, de vraag is hoe je dit voor elkaar krijgt. Hoe je de vervolggesprekken kunt gebruiken om dit voor elkaar te krijgen. Dat vraagt van de gemeente visie en regie.
Inzending Ron Habibu (historicus) en Wisnu Prayudha Latar (nazaat slachtoffers Banda) Video: https://youtu.be/g_kdfADGCXc?si=wStk12DmPjnaF5zw Transcriptie: Mijn naam is Ron Habibu. Ik ben historicus en ben sinds jaar en dag bezig met onderzoek naar de geschiedenis van de Molukken. De laatste jaren ben ik bezig geweest om mijn ereonderzoek voor te zetten naar de oorspronkelijke Bandanezen die in 1621 zijn ontkomen aan de genocide op de Bandaeilanden door Jan Pieterszoon Coen. Lange tijd heeft niemand gedacht dat er ook Bandanezen zijn geweest die de ontvolking destijds hebben overleefd. Hun nakomelingen, zo blijkt, zijn echter te vinden in de gehele Molukken. Er is echter één dorp, en dat is op het eiland Groot Kei in de Molukken, waar oorspronkelijke Bandanezen als gemeenschap ruim 400 jaar hebben overleefd en tot op heden hun eigen gewoontes volgen en de oorspronkelijke Bandanese taal gebruiken. Een van de bewoners van dit dorp, Banda Eli, vertelt over de genocide op Banda 1621 en de rol van Jan Pieterszoon Coen. Wisnu: Alles in het leven draait om perceptie. En onze perceptie hangt af van hoe we onze geest en hart op één lijn brengen. Het is een wisselwerking tussen gedachtes, gevoelen, emoties en acties, want het vormt onze waarneming en begrip van de wereld. Mijn naam is Wisnu Prayudha Latar.
Ik ben hier vandaag om mijn familie en mijn voorouders van Wandan (de oorspronkelijk naam van Banda) te presenteren. De naam Latar is synoniem voor de koninklijke afstamming van Wandan, een erfenis uit onze geschiedenis. Hoewel we niet meer op de Banda-eilanden wonen, blijven de herinneringen en tradities van onze voorvaders in ons hart. We wonen op het moment op de Kei-eilanden, Zuidoost-Molukken, Indonesië, als onze thuis. Ik ben hier om een hoofdstuk van onze geschiedenis te delen, dat altijd in ons collectieve geheugen is gebleven: de tragische gebeurtenissen van 1621, toen onze mensen genocide en slavernij ondergingen door toedoen van Jan Pieterszoon Coen. Wat veel mensen misschien niet weten, is dat ongeveer 800 van de oorspronkelijke Bandanezen, geleid door de veerkrachtige en dappere koning van Wandan (Banda), Rat War, Fira Mandji Salmasa, begonnen aan een gevaarlijke reis naar de Kei-eilanden en de essentie van onze beschaving meenamen: religie, cultuur, taal, traditie en bestuursysteem. En een
nieuw thuis vestigden, een vredige plek in de dorpen Banda Ely en Banda Elat, waar ons erfgoed tot op de dag van vandaag bloeit.
Als Wandanezen dragen we deze geschiedenis met ons mee. En het is uitdaging om het trauma van ons verleden te verzoenen met de verwijzing naar Jan Pieterszoon Coen. Echter, als iemand die consistentie en bewustzijn onderwijst, geloof ik dat het blijven hangen in het verleden geen oplossing zal brengen. In plaats daarvan stel ik voor dat we in het heden samenkomen en empathie en compassie delen, om een nieuw verhaal te creëren over onze gedeelde geschiedenis. Om dit proces te vergemakkelijken, stel ik voor dat we de historische verbinding tussen de Wandanezen (Bandanezen) en de bewoners van Hoorns erkennen, en werken aan wederzijds begrip en respect, omdat we een connectie in het verleden hebben. Dit is mijn perspectief. En ik nodig jullie allemaal uit om met mij te wandelen op het pad van heling en begrip, vol compassie. Heel erg bedankt.
CREATIEF
Coen als Indonesische krijger. Tjeerd Smid.
Cancel Coen van Airco Caravan
Drie visies op JP Coen: Dus een witte visie, de held, een zwarte visie, de massa moordenaar en de groene visie, goede bestemming voor de toekomst die recht doet aan de geschiedenis en de mensen van nu. Wat mij betreft haal het standbeeld tijdelijk weg voor de periode van een jaar en kijk dan wat er leeft en naar voren komt. Dan blijf je niet alleen praten. Petra Mijnssen.
JP Coen als stadsfontein ‘Tranen met Tuiten’. Een zichtbare spijtbetuiging dat landelijke publiciteit zal opleveren op een ludieke manier. Ed Wagemaker.
Het betreft een vierluik, waarbij de werken in elkaar overlopen. Bij dit vierluik heb ik ‘gespeeld’ met de woorden ‘Dispereert niet’ die op de sokkel staan. Het bestaat uit de delen: 1) Dispereert niet 2) Eert niet 3) Dis niet 4) Niets.. Een kleine uitleg: 1) Dispereert niet Is eigenlijk zoals men eeuwenlang naar Coen keek. En zoals men lang ook naar hem op de sokkel keek: een krachtig man; fier en de trots van Hoorn. De man die mede verantwoordelijk was voor de rijkdom en voorspoed van onder meer Hoorn; de stichter van Batavia. 2) Eert niet Zeker de laatste tien jaar veranderde het denkbeeld. Er werd meer bekend van de andere zijde van de daden van J.P. Coen. Een keerzijde die heftige reacties teweeg bracht in de maatschappij. 3) Dis niet Modern taalgebruik. ZzzKomt van ‘do not disrespect’. Dit staat voor de huidige polarisatie in de maatschappij ten aanzien van Coen en met name het beeld van hem in Hoorn. De voor- en tegenstanders van het beeld staan lijnrecht tegenover elkaar en dit heeft helaas eerder geleid tot ongeregeldheden. Er is veelal geen respect meer voor de zienswijze van de andere partij. 4) Niet..s Als partijen geen respect meer hebben voor de andere mening; als er geen dialoog meer is, dan is de democratie is gevaar. Waar dit toe leidt….helemaal…..Niets
Zoals aangegeven is dit een vierluik die naar mijn mening helemaal de opzet weergeeft voor de te voeren avond waarbij inwoners van Hoorn vrijelijk hun mening kunnen uiten. Ik hoop oprecht dat dit een respectvolle avond wordt, waarbij men alle inzichten een kans geeft. Guido Zaal
Cartoon van Willem Hoebink