Bijlage 5 - Bijlagen motivering
Tekst van het document
De cumulatie met andere
In de directe omgeving zijn geen andere grootschalige ontwikke-
projecten.
lingen voorzien. Er is in die zin dan ook geen sprake van cumu-
Nee
latie van effecten met andere projecten. C.
Gebruik van natuurlijke
Het gebruik van natuurlijke hulpbronnen ten behoeve van reali-
hulpbronnen.
satie van de gebouwde omgeving zal in principe plaatsvinden op
Nee
een conventionele manier en geeft geen aanleiding aanzienlijke gevolgen voor het milieu te veronderstellen, zodanig dat daarvoor een MER zou moeten worden uitgevoerd. Reguliere woonbebouwing wordt doorgaans gerealiseerd met onder meer steenachtige materialen, beton, staal, glas en hout. Het gaat hierbij om grondstoffen die niet bijzonder schaars zijn. D.
De productie van afval-
Afvalstoffen komen vrij en/of ontstaan als gevolg van normaal
stoffen.
gebruik van bebouwing. Bouwafval kan bij de aanleg - evenals
Nee
afval in de gebruiksfase - op de gebruikelijke wijze worden ingezameld en verwerkt. Het gaat hierbij om afvalsoorten die geschikt zijn voor hergebruik. Over het algemeen kan ruim 90% van het bouwafval worden ingezet als grondstof voor nieuwe producten. Het is daarom essentieel om bouwafval goed te scheiden. Dit begint op de bouwplaats. Huishoudelijk afval wordt op de gebruikelijke wijze ingezameld en verwerkt. E.
Verontreiniging en hinder.
datum 02-05-2025
Aanlegfase: enkel tijdens de bouw.
projectnummer P003160 en P003163
Nee
6
Criteria
Beschrijving van mogelijke effecten
Noodzaak m.e.r.-procedure
Gebruiksfase: er vindt toename van verkeer als gevolg van het planvoornemen met consequenties voor geluid en luchtkwaliteit in de directe omgeving van de planlocatie plaats maar dit leidt, gelet op de afstand tot omliggende functies, niet tot relevante milieueffecten. Gelet op de omvang van het plan draagt het planvoornemen namelijk slechts in ‘niet in betekenende mate’ bij aan de luchtkwaliteit. Effecten op de omgeving als gevolg van verkeerslawaai zijn eveneens beperkt aangezien de toename van het aantal verkeersbewegingen zeer gering is en deze opgaan in de gebruikelijke verkeersstromen. Een eventuele toename van stikstofdepositie op Natura 2000gebied als gevolg van het planvoornemen is middels een Aeriusberekening in beeld gebracht. Hieruit komt naar voren dat significant negatieve effecten kan worden uitgesloten. De milieueffecten die vanuit de omgeving op het plangebied optreden (zoals geluidhinder vanwege wegverkeerslawaai en functies in de directe omgeving) zijn bestudeerd. Hierbij is geen sprake van schadelijke effecten. Bij de woningen kan worden voldaan aan het binnenniveau. F.
Het risico van zware onge-
Dit voornemen zorgt voor de realisatie van nieuwe kwetsbare
vallen
rampen,
bebouwing in de vorm van woningen. De externe veiligheidsas-
waaronder rampen door
en/of
pecten ten gevolge van het transport van gevaarlijke stoffen over
klimaatverandering.
de weg, het spoor, het water en door buisleidingen, alsmede de
Nee
aanwezigheid van risicovolle milieubelastende activiteiten, zijn geïnventariseerd en onderzocht in een externe veiligheidsrapportage bijgevoegd bij de motivering van de TAM-plannen. In het kader van de externe veiligheid is met name het transport van gevaarlijke stoffen door buisleidingen relevant. Het plangebied bevindt zich namelijk binnen het aandachtsgebied van een tweetal aardgasbuisleidingen. Voor de beoogde ontwikkeling is om deze reden een kwantitatieve risicoanalyse (QRA) uitgevoerd.
datum 02-05-2025
projectnummer P003160 en P003163
7
Criteria
Beschrijving van mogelijke effecten
Noodzaak m.e.r.-procedure
Op basis van het uitgevoerde onderzoek kan het volgende worden geconcludeerd: -
Er wordt voldaan aan de grenswaarde voor het plaatsgebonden risico van 10-6 per jaar.
-
Uit de QRA volgt dat de oriëntatiewaarde zowel in de huidige als in de toekomstige situatie niet wordt overschreden. Het groepsrisico neemt bovendien niet met meer dan 10% toe ten opzichte van de huidige situatie.
Voor alle beschouwde risicobronnen neemt het groepsrisico niet met meer dan 10% toe en wordt de oriëntatiewaarde niet overschreden. Desalniettemin zal rekening gehouden moeten worden met het groepsrisico ingeval sprake is van een ligging binnen een aandachtsgebied. Hiertoe worden onder andere de mogelijkheden tot voorbereiding en beperking van de omvang van een ramp of zwaar ongeval en de zelfredzaamheid van personen die zich bevinden binnen het aandachtsgebied bevinden beschouwd. In de voorliggende situatie zal het voor de aanwezige personen goed mogelijk zijn om van de risicobron weg te vluchten ingeval van een calamiteit en is het plangebied goed bereikbaar voor hulpdiensten. De aanwezige personen betreffen bovendien naar verwachting hoofdzakelijk volwassenen. Mogelijke kinderen binnen het plangebied zullen doorgaans onder toezicht van volwassenen aanwezig zijn. Daarom wordt aangenomen dat er in zeer beperkte mate personen met een lichamelijke of geestelijke beperking binnen het plangebied aanwezig zullen zijn. Zodoende zal er geen sprake zijn van een hoge concentratie van 'verminderd zelfredzame' personen. De personen die aanwezig zijn kunnen zelfstandig vluchten ten tijde van een ongeval met gevaarlijke stoffen in de nabijheid van het plangebied. Kinderen kunnen daarbij begeleid worden door volwassenen.
Bij de verdere uitwerking zal daarbij rekening gehouden worden met adequate vluchtwegen voor de aanwezige personen. Daarnaast dient de toekomstige bevolking goed geïnformeerd te worden over hoe te handelen bij een calamiteit. Het is van
datum 02-05-2025
projectnummer P003160 en P003163
8
Criteria
Beschrijving van mogelijke effecten
Noodzaak m.e.r.-procedure
belang dat zij daarbij op de hoogte zijn van de schuil- en vluchtmogelijkheden. Alsmede moet bij de verdere planuitwerking zorg worden gedragen voor de realisatie van werkende communicatie- en waarschuwingsmiddelen, waarmee de aanwezige personen tijdig op de hoogte worden gesteld. Er kan geconcludeerd worden dat dit aspect geen belemmeringen oplevert voor de beoogde ontwikkeling. G.
Risico’s voor de menselijke
Het planvoornemen maakt geen ruimtelijke ontwikkeling moge-
gezondheid.
lijk met effecten op de volksgezondheid (zoals hinderveroorza-
Nee
kende objecten/activiteiten). Hoofdthema 2: Plaats van het project A.
Het bestaande (en goed-
De gronden zijn nu voor het grootste deel onbebouwd. Het be-
gekeurde) grondgebruik.
treffen graslanden.
Nee
Beide gebieden maken deel uit van het themagebied Hoge Hemen, zoals beschreven in het structuurplan Bangert en Oosterpolder uit 1999. Hemen kan worden vertaald naar huis/thuis. De Hoge Hemen worden dus vertaald naar ‘‘de hoger gelegen huizen’’. Het Hoge Hemen wordt gekenmerkt door groene openbare ruimtesen profielen. De openbare groene buitenruimtes worden omringd door woningen. Ook liggen er grote groenstructuren door de wijk heen. De woningen in de Hoge Hemen zijn, waar mogelijk, gericht op het openbare groen. B.
Relatieve rijkdom aan en
Het plangebied heeft beperkte ecologische waarde. Gebieden
de kwaliteit en het regene-
met hogere natuurwaarden, zoals de vier dichtstbijzijnde Natura
ratievermogen van de na-
2000-gebieden Markermeer & IJmeer, Polder Zeevang, Eilands-
tuurlijke hulpbronnen van
polder en IJsselmeer, liggen op een afstand van respectievelijk 3,
het gebied.
12, 16 en 10 km vanaf het plangebied. Deze worden niet negatief
Nee
beïnvloed. Het wordt ervan gescheiden door bebouwing, agrarisch gebied en wegen. Hierdoor kunnen de meeste negatieve effecten, zoals verstoring door licht of geluid, worden uitgesloten. Uit de AERIUS-berekening blijkt dat er geen sprake is van stikstofdepositie boven 0,00 mol N/ha/jaar in stikstofgevoelige habitattypen of leefgebieden van soorten binnen Natura 2000gebieden.
datum 02-05-2025
projectnummer P003160 en P003163
9
Criteria
Beschrijving van mogelijke effecten
Noodzaak m.e.r.-procedure
Daarnaast leiden de plannen niet tot vermindering van de oppervlakte of de samenhang tussen de gebieden van het Natuurnetwerk Nederland (NNN). De wezenlijke kenmerken en waarden van het NNN worden niet aangetast. Negatieve effecten op het NNN kunnen hierdoor worden uitgesloten. Tot slot gaat met de uitvoering van de plannen geen Bos- en natuurgebieden buiten het NNN en akker-/weidevogelleefgebied verloren, waardoor negatieve effecten hierop kunnen worden uitgesloten. C.
Het
opnamevermogen
Ten behoeve van het project zijn ecologische onderzoeken uit-
van het natuurlijke milieu,
gevoerd. Uit de ecologische toetsing komt naar voren dat de ont-
met in het bijzonder aan-
wikkeling niet leidt tot schadelijke handelingen, mits wordt voor-
dacht voor gevoelige ge-
komen dat door werkzaamheden tijdens de realisatie broe-
bieden.
dende vogels en hun nesten worden aangetast of verstoord.
Nee
Hoofdthema 3: Kenmerken van het potentiële effect A.
De aard, de orde van
De effecten als gevolg van het bouwproject zullen beperkt blij-
grootte en het ruimtelijk
ven. De locaties zijn gelegen aan de wegen Westerblokker en De
bereik van de effecten (bij-
Strip. Ook grenst de geplande woningbouwlocatie aan de eerder
voorbeeld geografisch ge-
gerealiseerde bebouwing van Bangert en Oosterpolder, de lint-
bied en omvang van de
bebouwing van Westerblokker en een aantal bedrijven. De di-
bevolking
recte omgeving van de locaties bestaat aldus veelal uit andere
die getroffen
kan worden).
Nee
woningen en een paar bedrijven. Op basis van het huidige planologische regime zijn al bebouwing en stedelijke functies mogelijk in de directe omgeving van het plangebied. De afstand tussen de woningen die zicht kunnen hebben op de woningbouw is acceptabel en de woningen worden met een zorgvuldige architectonische uitwerking, op een goede manier ingepast in het straatbeeld. Het plangebied ligt verder op grote afstand van gebieden met beschermde natuurwaarden (zie 2B). Het bereik van het planvoornemen reikt niet tot Natura 2000-gebied.
B.
Het grensoverschrijdende
Van grensoverschrijdende milieueffecten is geen sprake.
Nee
karakter van het effect.
datum 02-05-2025
projectnummer P003160 en P003163
10
Criteria
Beschrijving van mogelijke effecten
Noodzaak m.e.r.-procedure
C.
De intensiteit en de com-
De potentieel aanzienlijke effecten op de directe woon- en leef-
plexiteit van het effect.
omgeving wijzigen niet significant als gevolg van de ontwikkeling
Nee
van het plangebied. Het effect is beperkt tot het plangebied en de nabije omgeving. Relevante milieuaspecten voor onderzoek zijn erfgoed, bodem, natuurwaarden, externe veiligheid, geluidhinder, water, bedrijvenhinder en luchtkwaliteit. In de motivering bij het wijzigingsbesluit van de twee woningbouwfasen is nader op deze aspecten ingegaan waaruit geen redenen blijken om aan te nemen dat sprake is van onoverkomelijke belemmeringen voor planontwikkeling op deze planlocaties. D
De waarschijnlijkheid van
De effecten duren zo lang de planlocatie voor de toekomstige
het effect, de verwachte
functie in gebruik zal zijn. De effecten zijn uitsluitend omkeer-
aanvang, de duur, de fre-
baar door het gebruik te beëindigen en de hiertoe gerealiseerde
quentie en de omkeer-
bebouwing op te ruimen. Omdat mag worden uitgegaan van een
baarheid van het effect.
duurzaam gebouwde omgeving, gaat het hierbij dan ook in ze-
Nee
kere zin om een onomkeerbare ontwikkeling. E.
F.
De cumulatie van effecten
In de directe omgeving zijn geen andere (grootschalige) ontwik-
met de effecten van an-
kelingen voorzien. Er is in die zin dan ook geen sprake van cu-
dere projecten.
mulatie van effecten met andere projecten.
De mogelijkheid om de ef-
Er zijn als gevolg van het planvoornemen geen effecten op de
fecten doeltreffend te ver-
omgeving te verwachten waarvoor op voorhand mitigerende
minderen.
maatregelen aan de orde zijn.
Nee
Nee
3. Conclusie In deze m.e.r-beoordeling zijn de gevolgen geanalyseerd van de realisatie van woningen ter uitbreiding van Bangert en Oosterpolder in gemeente Hoorn. Op locatie fase A Zuid worden 102 woningen gebouwd en op locatie fase 5B Zuid 154 woningen. De studie is vormgegeven aan de hand van de relevante criteria die staan opgenomen in het Omgevingsbesluit en bijlage III bij Richtlijn 2014/52/EU (waarmee Richtlijn 2011/92/EU is gewijzigd). Dit betekent dat gekeken is naar de kenmerken van de activiteit, de locatie van de activiteit en de gevolgen van de activiteit voor het milieu. Het project is in zekere zin onomkeerbaar, maar heeft een relatief geringe omvang. Wanneer geen ‘belangrijke nadelige gevolgen’ bestaan voor het milieu, is het conform de wetgeving en de vigerende praktijk niet nodig om een volledige m.e.r.-procedure te doorlopen.
datum 02-05-2025
projectnummer P003160 en P003163
11
Uit voorliggende motivering kan worden opgemaakt dat het gezien de aard van de activiteit en de zorgvuldigheid waarmee het plan kan worden ingepast en gerealiseerd kan worden, is uitgesloten dat de activiteit belangrijke nadelige gevolgen met zich mee zal brengen voor het milieu. Omdat geen sprake is van relevante effecten, zijn er geen redenen gezien die het doorlopen van een m.e.r.-procedure zinvol maken. Een m.e.r.- procedure wordt niet noodzakelijk geacht.
datum 02-05-2025
projectnummer P003160 en P003163
12
TAM-omgevingsplan Bangert en Oosterpolder, fase A Zuid
Bijlage 4 Externe veiligheid onderzoek
61
Kwantitatieve Risicoanalyse Huidige situatie Bangert Door: Peutz
Samenvatting QRA huidige situatie Bangert
Pagina 2 van 24
Inhoud Samenvatting ............................................................................................................. 2 1 Inleiding ................................................................................................................. 5 2 Invoergegevens ....................................................................................................... 6 2.1 Interessegebied ................................................................................................ 6 2.2 Relevante leidingen ........................................................................................... 6 2.3 Populatie.......................................................................................................... 8 3 Plaatsgebonden risico ............................................................................................. 10 3.1 Figuur 3.1 Plaatsgebonden risico voor 8927_leiding-W-573-01-deel-1 van N.V. Nederlandse Gasunie ............................................................................................ 10 3.2 Figuur 3.2 Plaatsgebonden risico voor 8927_leiding-W-573-04-deel-1 van N.V. Nederlandse Gasunie ............................................................................................ 10 3.3 Figuur 3.3 Plaatsgebonden risico voor 8927_leiding-W-573-05-deel-1 van N.V.
Nederlandse Gasunie ............................................................................................ 11 3.4 Figuur 3.4 Plaatsgebonden risico voor 8927_leiding-W-573-09-deel-1 van N.V. Nederlandse Gasunie ............................................................................................ 11 3.5 Figuur 3.5 Plaatsgebonden risico voor 8927_leiding-W-573-12-deel-1 van N.V. Nederlandse Gasunie ............................................................................................ 12 3.6 Figuur 3.6 Plaatsgebonden risico voor 8927_leiding-W-573-14-deel-1 van N.V. Nederlandse Gasunie ............................................................................................ 12 3.7 Figuur 3.7 Plaatsgebonden risico voor 8927_leiding-W-573-15-deel-1 van N.V. Nederlandse Gasunie ............................................................................................ 13 4 Groepsrisico screening ............................................................................................ 14 4.1 Figuur 4.1 Groepsrisico screening voor 8927_leiding-W-573-01-deel-1 van N.V. Nederlandse Gasunie ............................................................................................ 14 4.2 Figuur 4.2 Groepsrisico screening voor 8927_leiding-W-573-04-deel-1 van N.V.
Nederlandse Gasunie ............................................................................................ 15 4.3 Figuur 4.3 Groepsrisico screening voor 8927_leiding-W-573-05-deel-1 van N.V. Nederlandse Gasunie ............................................................................................ 15 4.4 Figuur 4.4 Groepsrisico screening voor 8927_leiding-W-573-09-deel-1 van N.V. Nederlandse Gasunie ............................................................................................ 16 4.5 Figuur 4.5 Groepsrisico screening voor 8927_leiding-W-573-12-deel-1 van N.V. Nederlandse Gasunie ............................................................................................ 17 4.6 Figuur 4.6 Groepsrisico screening voor 8927_leiding-W-573-14-deel-1 van N.V. Nederlandse Gasunie ............................................................................................ 17 4.7 Figuur 4.7 Groepsrisico screening voor 8927_leiding-W-573-15-deel-1 van N.V. Nederlandse Gasunie ............................................................................................ 18 5 FN curves .............................................................................................................. 20 5.1 Figuur 5.1 FN curve voor 8927_leiding-W-573-01-deel-1 van N.V. Nederlandse Gasunie voor de kilometer tussen stationing 1570.00 en stationing 2570.00 ................
20 5.2 Figuur 5.2 FN curve voor 8927_leiding-W-573-04-deel-1 van N.V. Nederlandse Gasunie voor de kilometer tussen stationing 0.00 en stationing 1000.00 ..................... 20 5.3 Figuur 5.3 FN curve voor 8927_leiding-W-573-05-deel-1 van N.V. Nederlandse Gasunie voor de kilometer tussen stationing 0.00 en stationing 0.00 .......................... 21 Pagina 3 van 24
5.4 Figuur 5.4 FN curve voor 8927_leiding-W-573-09-deel-1 van N.V. Nederlandse Gasunie voor de kilometer tussen stationing 5310.00 en stationing 6310.00 ................ 21 5.5 Figuur 5.5 FN curve voor 8927_leiding-W-573-12-deel-1 van N.V. Nederlandse Gasunie voor de kilometer tussen stationing 750.00 en stationing 1750.00 .................. 21 5.6 Figuur 5.6 FN curve voor 8927_leiding-W-573-14-deel-1 van N.V. Nederlandse Gasunie voor de kilometer tussen stationing 0.00 en stationing 1000.00 ..................... 22 5.7 Figuur 5.7 FN curve voor 8927_leiding-W-573-15-deel-1 van N.V. Nederlandse Gasunie voor de kilometer tussen stationing 910.00 en stationing 1910.00 .................. 22 6 Conclusies ............................................................................................................. 23 7 Referenties ............................................................................................................ 24
Pagina 4 van 24
1 Inleiding De risicostudie in dit rapport is uitgevoerd conform de door de overheid gestelde richtlijnen voor het uitvoeren van risicoanalyses aan ondergrondse gelegen hogedruk aardgastransportleidingen [1, 2, 3, 4]. De analyse is uitgevoerd met het pakket CAROLA. CAROLA is een software pakket dat in opdracht van de Nederlandse overheid is ontwikkeld, specifiek ter bepaling van het plaatsgebonden risico en groepsrisico van ondergrondse hogedruk aardgastransportleidingen. Het plaatsgebonden risico is gedefinieerd als de kans per jaar dat een onbeschermd persoon die onafgebroken op dezelfde plaats verblijft, komt te overlijden als gevolg van een ongeval met een potentieel gevaarlijke bron. Het plaatsgebonden risico wordt weergegeven door middel van contouren met een gelijke risicowaarde op een kaart. Het groepsrisico voor buisleidingen is gedefinieerd als de frequentie per jaar per kilometer leiding dat een groep van tenminste tien personen komt te overlijden als gevolg van een ongeval met die buisleiding, waarbij een gevaarlijke stof betrokken is. Het groepsrisico wordt weergegeven in een FN-curve, een dubbel logaritmische grafiek waarbij op de horizontale as het aantal doden (N) wordt gegeven en op de verticale as de cumulatieve frequentie (F) van tenminste N doden.
Om te bepalen of de berekende risico’s acceptabel zijn wordt getoetst aan de normen zoals die worden vastgelegd in het Besluit Externe Veiligheid Buisleidingen. Voor het plaatsgebonden risico geldt dat er zich geen (geprojecteerde) kwetsbare objecten mogen bevinden binnen de plaatsgebonden risico contour van 10 -6 per jaar. Voor (geprojecteerde) beperkt kwetsbare objecten geldt het 10 -6 per jaar PR criterium als richtwaarde. Het groepsrisico is voorzien van een oriëntatiewaarde, die voor buisleidingen gesteld is op F∙N 2 < 10-2 per jaar per km leiding, waarin F de frequentie per jaar is met N of meer dodelijke slachtoffers. Daarnaast geldt een verantwoordingsplicht, waarbij het bevoegd gezag verplicht wordt gesteld om advies in te winnen bij hulpverleningsdiensten omtrent aspecten als hulpverlening en zelfredzaamheid. Laatstgenoemde aspecten, en daarmee de verantwoordingsplicht, worden in dit rapport niet geadresseerd.
Pagina 5 van 24
2 Invoergegevens De risicoberekeningen die in dit rapport zijn beschreven zijn uitgevoerd met CAROLA versie 1.0.0.51. De gehanteerde parameterfile heeft versienummer 1.2. De berekeningen zijn uitgevoerd op 13-07-2023. Dit project is opgeslagen onder de naam \\pz-fl01.zoetermeer.peutz.local\p02\Projecten\O\O 16981 Fase 5B Zuid en A in Zuid Bangert en Oosterpolder te Hoorn externe veiligheid\berekeningen\Bangert EV.crp en is laatstelijk bijgewerkt op 25-06-2023. Voor de berekeningen is gebruik gemaakt van de meteorologische gegevens van het weerstation Den Helder. In dit hoofdstuk worden de verschillende invoergegevens nader gespecificeerd in de navolgende secties. 2.1 Interessegebied Het interessegebied is weergegeven in figuur 2.1 Figuur 2.1 Interessegebied voor de uitgevoerde risicoberekeningen
2.2 Relevante leidingen Op basis van het gespecificeerde interessegebied zijn de volgende aardgastransportleidingen meegenomen in de risicostudie. Eigenaar
Leidingnaam
Diameter [mm]
Druk [bar]
Datum aanleveren gegevens
N.V. Nederlandse
8927_leiding -W-573-01-
Gasunie
deel-1
219.10
40.00
27-06-2023
Pagina 6 van 24
N.V.
8927_leiding
Nederlandse Gasunie
-W-573-04deel-1
N.V.
8927_leiding
Nederlandse Gasunie
-W-573-05deel-1
N.V.
8927_leiding
Nederlandse Gasunie
-W-573-09deel-1
N.V.
8927_leiding
Nederlandse Gasunie
-W-573-12deel-1
N.V.
8927_leiding
Nederlandse Gasunie
-W-573-14deel-1
N.V.
8927_leiding
Nederlandse Gasunie
-W-573-15deel-1
168.30
40.00
27-06-2023
168.30
40.00
27-06-2023
323.80
40.00
27-06-2023
219.10
40.00
27-06-2023
323.90
40.00
27-06-2023
168.30
40.00
27-06-2023
De leidingen zijn gevisualiseerd in figuur 2.2. Figuur 2.2 Buisleidingen aanwezig in de omgeving van het interessegebied
Leidingen meegenomen in de risicoberekeningen Leidingen waarvoor de houdbaarheidsdatum van de gegevens verstreken is
De volgende risicomitigerende maatregelen zijn meegewogen in de risicostudie: Pagina 7 van 24
Leidingnaam
Mitigerende
Begin
Eind stationing
maatregel
stationing
8927_leiding -W-573-01-
striktere begeleiding van
1601.540
1605.450
deel-1
werkzaamheden
8927_leiding -W-573-01-
striktere begeleiding van
1639.230
1639.840
deel-1
werkzaamheden
8927_leiding -W-573-01-
striktere begeleiding van
1648.770
1656.740
deel-1
werkzaamheden
8927_leiding -W-573-04-
striktere begeleiding van
2212.870
2225.860
deel-1
werkzaamheden
8927_leiding -W-573-04-
striktere begeleiding van
2228.460
2271.970
deel-1
werkzaamheden
8927_leiding -W-573-04-
striktere begeleiding van
3840.120
3841.040
deel-1
werkzaamheden
8927_leiding -W-573-15-
striktere begeleiding van
2143.390
2150.660
deel-1
werkzaamheden
2.3 Populatie Voor de bepaling van het groepsrisico is het van belang dat de populatie rondom de aardgastransportleidingen wordt geïnventariseerd. De relevante populatie is weergegeven in figuur 2.3 Figuur 2.3 Bevolking meegenomen in de risicoberekeningen
Pagina 8 van 24
Populatietype
Polygoonpunten
Populatiepolygoon
Wonen Werken Evenement
Populatiepolygonen Label
Type
Aantal
Dichtheid
Vervangmodus
Percentage Personen
Sportvelden
Werken
30.0
Toevoegen Nieuwe
100/ 50/ 7/ 1/ 100/ 100
Populatie Kasbebouwi ng
Werken
39.0
Toevoegen Nieuwe Populatie
Populatiebestanden Pad
Type
Aantal
Percentage Personen
Bangert_geval+1_resultaten_resultaten\bij
Werken
1007
100/ 80/ 7/ 1/
Bangert_geval+1_resultaten_resultaten\hot el-dag0-nacht100.txt
Werken
78
0/ 100/ 7/ 1/ 100/ 100
Bangert_geval+1_resultaten_resultaten\ind
Werken
1092
100/ 30/ 7/ 1/
een_sport_cel_zkh-dag100-nacht80.txt
100/ 100
ustrie-dag100-nacht30.txt Bangert_geval+1_resultaten_resultaten\ka ntoor_kliniek_onderwijs_winkel-dag100-
100/ 100 Werken
2481
Wonen
10144
nacht0.txt Bangert_geval+1_resultaten_resultaten\wo nend_vakantiehuis-dag50-nacht100.txt
Pagina 9 van 24
3 Plaatsgebonden risico Voor de in voorgaande hoofdstuk genoemde leidingen is het plaatsgebonden risico bepaald. Voor elk van de leidingen wordt het plaatsgebonden risico weergegeven als iso-risicocontouren op een achtergrondkaart. 3.1 Figuur 3.1 Plaatsgebonden risico voor 8927_leiding-W-573-01-deel-1 van N.V. Nederlandse Gasunie
3.2 Figuur 3.2 Plaatsgebonden risico voor 8927_leiding-W-573-04-deel-1 van N.V. Nederlandse Gasunie
Pagina 10 van 24
3.3 Figuur 3.3 Plaatsgebonden risico voor 8927_leiding-W-573-05-deel-1 van N.V. Nederlandse Gasunie
3.4 Figuur 3.4 Plaatsgebonden risico voor 8927_leiding-W-573-09-deel-1 van N.V. Nederlandse Gasunie
Pagina 11 van 24
3.5 Figuur 3.5 Plaatsgebonden risico voor 8927_leiding-W-573-12-deel-1 van N.V. Nederlandse Gasunie
3.6 Figuur 3.6 Plaatsgebonden risico voor 8927_leiding-W-573-14-deel-1 van N.V. Nederlandse Gasunie
Pagina 12 van 24
3.7 Figuur 3.7 Plaatsgebonden risico voor 8927_leiding-W-573-15-deel-1 van N.V. Nederlandse Gasunie
1E-4 1E-5 1E-6 1E-7 1E-8
Pagina 13 van 24
4 Groepsrisico screening Om in één oogopslag een indruk te krijgen van het groepsrisico wordt het groepsrisico gescreend alvorens voor specifieke segmenten FN-curves te visualiseren. Voor elk van de leidingen wordt per stationing de overschrijdingsfactor van de oriëntatiewaarde van het groepsrisico weergegeven. Deze is berekend door rondom elk punt op de leiding één kilometer segment te kiezen die gecentreerd ligt ten opzichte van dit punt. Voor deze kilometer leiding is een FN-curve berekend en voor deze FN-curve de overschrijdingsfactor. De overschrijdingsfactor is de verhouding tussen de FN-curve en de oriëntatiewaarde. Daarmee is de overschrijdingsfactor een maat die aangeeft in hoeverre de oriëntatiewaarde wordt genaderd of overschreden. Een overschrijdingsfactor kleiner dan 1 geeft aan dat de FNcurve onder de oriëntatiewaarde blijft. Bij een waarde van 1 zal de FN-curve de oriëntatiewaarde raken. Bij een waarde groter dan 1 wordt de oriëntatiewaarde overschreden. 4.1 Figuur 4.1 Groepsrisico screening voor 8927_leiding-W-573-01-deel-1 van N.V. Nederlandse Gasunie
De maximale overschrijdingsfactor van deze kilometer leiding wordt gevonden bij 0 slachtoffers en een frequentie van 0.00E+000. De maximale overschrijdingsfactor voor dit tracé is gelijk aan 0.000E+000 en correspondeert met die kilometer leiding die gekarakteriseerd wordt door stationing 1570.00 en stationing 2570.00. Voor deze kilometer leiding is de FN-curve opgenomen in het volgende hoofdstuk. De betreffende kilometer leiding is gevisualiseerd in figuur 4.1 Figuur 4.1 Kilometer leiding behorende bij de maximale overschrijding van de FNcurve voor 8927_leiding-W-573-01-deel-1 van N.V. Nederlandse Gasunie
Pagina 14 van 24
4.2 Figuur 4.2 Groepsrisico screening voor 8927_leiding-W-573-04-deel-1 van N.V. Nederlandse Gasunie
De maximale overschrijdingsfactor van deze kilometer leiding wordt gevonden bij 10 slachtoffers en een frequentie van 3.19E-009. De maximale overschrijdingsfactor voor dit tracé is gelijk aan 3.187E-005 en correspondeert met die kilometer leiding die gekarakteriseerd wordt door stationing 0.00 en stationing 1000.00. Voor deze kilometer leiding is de FN-curve opgenomen in het volgende hoofdstuk. De betreffende kilometer leiding is gevisualiseerd in figuur 4.2 Figuur 4.2 Kilometer leiding behorende bij de maximale overschrijding van de FNcurve voor 8927_leiding-W-573-04-deel-1 van N.V. Nederlandse Gasunie
4.3 Figuur 4.3 Groepsrisico screening voor 8927_leiding-W-573-05-deel-1 van N.V. Nederlandse Gasunie
De maximale overschrijdingsfactor van deze kilometer leiding wordt gevonden bij 10 slachtoffers en een frequentie van 3.19E-009. De maximale overschrijdingsfactor voor dit tracé is gelijk aan 0.000E+000 en correspondeert met die kilometer leiding die gekarakteriseerd wordt door stationing 0.00 en stationing 0.00. Voor deze kilometer leiding is de FN-curve opgenomen in het volgende hoofdstuk. De betreffende kilometer leiding is gevisualiseerd in figuur 4.3 Figuur 4.3 Kilometer leiding behorende bij de maximale overschrijding van de FNcurve voor 8927_leiding-W-573-05-deel-1 van N.V. Nederlandse Gasunie
Pagina 15 van 24
4.4 Figuur 4.4 Groepsrisico screening voor 8927_leiding-W-573-09-deel-1 van N.V. Nederlandse Gasunie
De maximale overschrijdingsfactor van deze kilometer leiding wordt gevonden bij 10 slachtoffers en een frequentie van 1.95E-008. De maximale overschrijdingsfactor voor dit tracé is gelijk aan 1.951E-004 en correspondeert met die kilometer leiding die gekarakteriseerd wordt door stationing 5310.00 en stationing 6310.00. Voor deze kilometer leiding is de FN-curve opgenomen in het volgende hoofdstuk. De betreffende kilometer leiding is gevisualiseerd in figuur 4.4 Figuur 4.4 Kilometer leiding behorende bij de maximale overschrijding van de FNcurve voor 8927_leiding-W-573-09-deel-1 van N.V. Nederlandse Gasunie
Pagina 16 van 24