Bijlage 3 Reactieformulier Beleidskader wind en zon in Westfriesland
Tekst van het document
73
Omvangrestrictie > negatieve impact op businesscase Afhankelijk van de nadere omschrijving van wat wordt verstaan onder ‘aansluitend’, begrenst de in het concept-beleidskader aangehaalde provinciale regelgeving met betrekking tot de locatie en omvang van de opstelling voor zonne-energie (zie hoofdstuk 5.1, pagina 29 *) het gebruik van het ons aan Koningspade beschikbare perceel van 20 ha tot 5 of heel misschien – dat blijft onduidelijk!maximaal 10 hectare bruto inzet voor planontwikkeling. Zelfs met deze maximale omvang van 10 ha wordt het creëren van een businesscase die daarnaast aan alle overige eisen van inpasbaarheid en participatie voldoet hoogst onwaarschijnlijk. Kleine parken kennen per definitie een lastigere businesscase, omdat veel kosten gelijk blijven ongeacht de omvang van het zonnepark (zie grafiek **). Omvangrestrictie > versnippering Wij willen er op wijzen dat de voorgestelde omvangrestricties van te ontwikkelen zonneparken of zonneweiden in onze ogen zullen leiden tot meerdere 'kleine' projecten in plaats van enkele 'grote', waarbij het realiseren van inpasbaarheid en participatie onder (meer) druk komt te staan. Deze restricties leidden, áls het al tot levensvatbare projecten komt, tot versnippering van zonneparken, met per saldo meer impact op het landschap bij een gelijke hoeveelheid opgewekte energie.
Daarnaast zal versnippering ook weer leiden tot druk op de businesscase waardoor minder middelen beschikbaar blijven voor inpassing. Omvangrestrictie > landschappelijke inpassing van lagere kwaliteit Kleinere parken met een lastiger businesscase leiden er ook toe dat er minder mogelijkheden zijn om een kwalitatieve landschappelijke inpassing te realiseren en deze in goede staat te houden. Ook zal het lastig zijn om wensen van directe omwonenden (bijvoorbeeld meer natuur in bepaalde hoeken van het park, bepaalde stukken vrij houden van panelen) mee te nemen in de plannen. 74
Daarnaast willen wij de aanname ter discussie stellen dat een zonnepark slechts landschappelijk inpasbaar is als het aan een of meerdere strikt gedefinieerde infrastructurele werken ligt: juist iets verder weg van bebouwde kom is het goed te doen om een zonnepark beperkt zichtbaar en natuurrijk in te passen. Samengevat brengen de omvangrestricties de volgende risico’s met zich mee: • Een groot deel van de beoogde zonneparken zal geen doorgang vinden, vanwege geen kans op financiering door de erg zwakke/negatieve businesscase; • Zonneparken die er wel komen zullen een lage kwaliteit qua inpassing kennen en weinig voor de omgeving kunnen betekenen; • Het landschap verrommelt en meer mensen krijgen zicht op zonneparken door de versnippering. Dit ondermijnt het behalen van de energiedoelen, zowel door een gebrek aan realisatie van voldoende opwek als wel door het ondergraven van het draagvlak door een beperktere uitvoeringskwaliteit. Stimuleringsgebied zonne-energie Wij begrijpen dat het hier wat betreft de specifieke omvangrestricties gaat om een kopie van provinciale regelgeving, die in dit kader wel ter discussie kan worden gesteld maar niet kan worden aangepast.
Om die reden rest ons in dit verband niet anders dan op te roepen tot gebruik van de mogelijkheid die dit beleidskader biedt om beargumenteerd af te wijken van de door de provincie gestelde omvangrestrictieregels middels het indienen van een verzoek (door B&W) aan GS om aan de Koningspade 24A een stimuleringsgebied zonne-energie aan te wijzen. 75
Wij verzoeken u om RES-zoekgebied Wester Boekelweg, en met name het perceel van Koningspade 24A, binnen het 'Beleidskader wind- en zonne-energie Westfriesland' vast te leggen als stimuleringsgebied zonne-energie. Dat dit een serieuze optie is blijkt ook uit de recente ‘Actualisatie beleid zonneparken’ van de gemeente Schagen, waar (delen van) de RES-zoekgebieden in de nabije toekomst als stimuleringsgebied kunnen worden aangewezen. Vanzelfsprekend zijn wij bereid onze zienswijze desgewenst toe te lichten. Namens NHEC en Solarfields Uit het concept beleidskader: “De omvang van de opstelling voor zonne-energie is: op een locatie die aan één zijde aansluitend is op bestaand stedelijk gebied of een dorpslint: maximaal 5 hectare; op een locatie die aan minimaal één zijde aansluitend is op bestaand stedelijk gebied of een dorpslint en daarnaast aan nog een andere zijde aansluitend op bestaand stedelijk gebied of een dorpslint, een rijksweg, provinciale weg of spoorweg: maximaal 10 hectare, of; op een locatie die aan minimaal één zijde aansluitend is op bestaand stedelijk gebied of een dorpslint en daarnaast aan nog twee andere zijden aansluitend op bestaand stedelijk gebied of een dorpslint, een rijksweg, provinciale weg of spoorweg: maximaal 25 hectare; met dien verstande dat van de maximale oppervlakten genoemd onder 1 tot en met 3, kan worden afgeweken tot niet meer dan 10% van
die oppervlakten indien dat noodzakelijk is uit overwegingen van ruimtelijke kwaliteit.” 76
Opmeer 8 Inwoner
ik ben tegen zonnepanelen op kostbaar boerenland. Zoek de daken: die zijn er genoeg: heeft het gemeentehuis al zonnepanelen? Langs de wegen
Deze reactie vraagt geen aanpassing van het beleidskader. In 2021 is de RES door de gemeenteraden vastgesteld. Deze gaat over op welke manier en waar invulling gegeven kan worden aan grootschalige opwek. De RES gaat er vanuit dat 30% van de te realiseren duurzame opwek is te realiseren via zon op dak. Hierbij wordt uitgegaan van gebruik van 45% van het dakpotentieel aan grote daken in Westfriesland. Het aanbrengen van zonnepanelen op daken is vergunningsvrij, en daarom geen onderwerp in dit beleidskader. 77
Opmeer 9 Inwoner
Wij willen graag reageren op het Beleidskader wind- en zonneenergie Westfriesland en dan specifiek op de plaatsing van een zonnepark in de gemeente Opmeer. In de geldende RES is een gebied ten westen van de Koningspade aangewezen voor de realisatie van een zonnepark. Deze locatie ligt in een gebied waarin wij met onze deelnemers weidevogelbeheer uitvoeren. Dit weidevogelleefgebied is ook planologisch vastgelegd door de Provincie Noord-Holland in de Omgevingsverordening NH2020 als Bijzonder Provinciaal Landschap. Tevens is dit gebied aangewezen voor Aanvalsplan grutto, een gebied waar natuurbeheerders en boeren intensief samenwerken en het open landschap extensief beheren, zodat weidevogels er voldoende voedsel kunnen vinden, veilig kunnen broeden en hun kuikens kunnen laten uitvliegen. Weidevogels zijn zeer gevoelig voor verstoring in het weidse landschap en het realiseren van een zonnepark heeft een directe negatieve invloed op de stand van de weidevogel. Dat het gebied ten westen van Opmeer een weidevogelleefgebied is, wordt nergens genoemd in het Beleidskader. Wat is er in de beleidsvorming meegenomen om het weidevogelgebied te beschermen, dan wel zo goed mogelijk te combineren met de energieopgave die er is? Graag zien we in het Beleidskader terug hoe u om wil gaan met de zonneparken in relatie tot de opgave die er is voor het behoud van de weidevogels.
We werken aan een verduurzamingsplan voor al ons gemeentelijk vastgoed waarbij er ook gekeken wordt naar zonnepanelen. Deze reactie vraagt geen aanpassing van het beleidskader. In hoofdstuk 3 wordt aangegeven dat bestaande uitgangspunten vanuit bijvoorbeeld Rijks- of provinciale regelgeving en Natuur Netwerk Nederland in acht moeten worden genomen om tot een vergunbaar project te komen. Er is bestaande regelgeving voor bescherming van weidevogels waar dit dus ook voor geldt. De beleidskaders hebben als doel om te zorgen dat het juiste proces wordt doorlopen, de juiste gesprekken plaatsvinden. In het voorbeeld wat u beschrijft om te kijken welke mogelijkheden er zijn.
78
Opmeer 10 Inwoner
Wij zijn tegen zonnepannelen op weiland. Eerst de daken vol!! Waar liggen de panelen van gemeentehuis zelf?
Deze reactie vraagt geen aanpassing van het beleidskader. In 2021 is de RES door de gemeenteraden vastgesteld. Deze gaat over op welke manier en waar invulling gegeven kan worden aan grootschalige opwek. De RES gaat er vanuit dat 30% van de te realiseren duurzame opwek is te realiseren via zon op dak. Hierbij wordt uitgegaan van gebruik van 45% van het dakpotentieel aan grote daken in Westfriesland. Het aanbrengen van zonnepanelen op daken is vergunningsvrij, en daarom geen onderwerp in dit beleidskader.
Opmeer 11 Inwoners
Wij (inwoners van de lintbebouwing in de gemeente Opmeer) zijn naar de informatie-avond van de gemeente Opmeer geweest en hebben de betreffende beleidsnota daarna doorgelezen.
We werken aan een verduurzamingsplan voor al ons gemeentelijk vastgoed waarbij er ook gekeken wordt naar zonnepanelen. Het beleidskader wordt als volgt aangepast: (zie ‘Medemblik 8’)
79
In het algemeen willen wij aangeven dat er in de beleidsnota toch nog veel vakjargon gebruikt is hetgeen de leesbaarheid voor veel burgers bemoeilijkt. Verder willen wij graag inhoudelijk een reactie leveren op en vragen stellen over enkele voor ons belangrijke punten uit deze beleidsnota die betrekking hebben op onze woonomgeving. Onze vragen en opmerkingen staan aangegeven onder de betreffende teksten in de beleidsnota. Beleidskader wind- en zonneenergie Westfriesland 3.2. Algemene uitgangspunten wind en zon ten behoeve van zelfvoorzienendheid ondernemers Voorwaarden voor plaatsing van microturbines en zonnevelden voor zelfvoorzienendheid bij ondernemers Voor het plaatsen van microturbines en zonnevelden geldt dat deze alleen gerealiseerd kunnen worden wanneer: • er aantoonbaar geen of ontoereikend mogelijkheden (technisch, juridisch en/ of financieel- economisch) zijn voor de realisatie van het benodigde vermogen op dakoppervlaktes; • deze worden geplaatst binnen: o de begrenzing van het agrarisch bouwvlak (voor agrarisch ondernemers in het buitengebied); o binnen het bedrijfsbouwvlak van kavels groter dan 1 hectare (maar kleiner dan 2 hectare)met een stedelijke functie (voor overige ondernemers); • de installaties aantoonbaar bedoeld zijn in om de eigen (verwachte)behoefte te voorzien • in het geval van zonnevelden geldt dat er in totaal sprake mag zijn van een oppervlakte
van maximaal 2 hectare; • in het geval microturbines geldt bovenstaande tekst; het mag dus geen verdienmodel zijn. Op welke manier moet de agrarier dat dan aantonen? Op welke manier gaat de gemeente dat toetsen?. En hoe
We voegen ter aanvulling toe aan het beleidskader dat direct omwonenden bij windmolens zich maximaal binnen een afstand van tien keer de tiphoogte bevinden, gemeten vanaf de voet van de windmolen. De tekst op pagina 30 wordt hiermee: Direct omwonenden: de omwonenden die binnen een straal van 1 kilometer van de begrenzing van het initiatief wonen. Aanvullend geldt dat bij het plaatsen van windmolens de afstand van maximaal tien keer tiphoogte geldt, gemeten vanaf de voet van de windmolen. Dit geldt alleen voor RES zoekgebieden en niet voor zelfvoorzienendheid. We willen ondernemers ondersteunen om toe te werken naar een energie neutrale bedrijfsvoering. Kleine windmolens tot een
80
transparant wordt dat ook met de omwonende gedeeld. Een microturbine levert vaak meer op dan de agrarier zelf dat er sprake mag zijn van maximaal 1microturbine.Opmerking:Punt 3 van nodig heeft en het overige wordt dan teruggeleverd aan het net, dan wordt het toch een verdienmodel?
Algemene uitgangspunten microturbines en zonnevelden voor Westfriesland • Microturbines en zonnevelden dienen geplaatst te worden binnen de begrenzing van een agrarisch of bedrijfsbouwvlak, op maximaal 30 meter van de bebouwing; • Microturbines of zonnevelden plaatsen binnen de bouwvlakbegrenzing, niet als onderdeel van de groene begrenzing en niet ten koste van groen/bomen; • Plaats de microturbines of zonnevelden op voldoende afstand van beschermde cultuurhistorisch of landschappelijk waardevolle elementen en structuren zoals karakteristieke waterlopen, dijken en archeologische of aardkundige monumenten; • Indien er microturbines op erven inde buurt zijn moet er sprake zijn van ruimtelijke samenhang tussen de turbines onderling • Maximaal 1 microturbine met een maximale ashoogte van 15 meter of 1 zonneveld per bouwvlak; • Plaats een zonneveld op een ondergeschikte locatie binnen de bouwvlakbegrenzing en met behoud van doorzichten over de kavel • Zorg voor voldoende ruimte tussen de panelen, zodat water, lucht en licht tot de bodem kunnen doordringen; • Ontwikkel zonneparken zoveel als mogelijk samen met ecologische, cultuurhistorische en landschappelijke kansen en kwaliteiten; • Binnen de begrenzing van een agrarisch of bedrijfsbouwvlak geldt dat ook wordt aanbevolen om te kijken aar innovatieve vormen van energieopslag, mits goed ingepast. Hierbij kan men denken aan:
ashoogte van 15 meter staan we toe. De ondernemer geeft aan hoeveel energie hij nodig heeft en welke manieren van duurzame opwek met hoeveelheden daar tegenover staat.
81
o opslag in batterijen o omzet naar waterstof o power-to-heat: e-boilers en andere elektrisch aangedreven warmtevoorzieningen Opmerking: Punt 4 van bovenstaande tekst: Wanneer is er sprake van ruimtelijke samenhang? Concreet? Voorbeelden? Een microturbine kan een behoorlijk impact hebben op de leefomgeving van omwonenden. Echter wordt dat in het beleidskader in zijn geheel niet genoemd. De gemeente kan nadere eisen stellen aan de plaats, omvang en het gebruik van kleine windturbines, met als doel het behoud van een goede leefomgeving van bewoners, maar laat dat in dit beleidskader geheel achterwege.
Dit gaat over meerdere initiatiefnemers voor kleine windmolens. Als die dicht op elkaar windmolens willen plaatsen zal de gemeente in die situatie goed willen meekijken om dat niet te dominant te laten zijn in de omgeving.
Er worden geen ruimtelijke kaders gesteld die woningen en woongenot moeten beschermen: • Minimale afstanden van woningen • Voorkomen geluidhinder • Voorkomen van slagschaduw • Uitzicht en voorkomen visuele hinder • Voorkomen van risico’s voorwoningen en tuinen (denk aan omvallen windmolen)Het is onacceptabel dat de leefomgeving van bewoners in geen enkel deel van dit stuk beschermd wordt. 4.4. Het historische Westfriese landschap Zonnevelden en microturbines in lintbebouwing • Door verschillende schaal van de erven kunnen de microturbines verspringen in een dorpslint of landelijk lint wat een rommelig beeld kan opleveren. Linten moeten in samenhang worden gezien waarbij rekening gehouden wordt met de schaal van het erf en de verspringing in het aanzicht van bijgebouwen
82
• De linten worden gekenmerkt doordoorzichten, hierdoor zijn de microturbines zichtbaar en dient aandacht besteedt te worden aan depositie binnen het erfensemble • Bij plaatsing van zonnepanelen in een dorpslint dient rekening gehouden te worden met de schaal van het erf en doorzichten tussen gebouwen • Bij plaatsing van zonnepanelen dient aandacht gegeven te worden aan de relatie met erf en omgeving. Dit kan onder andere door het strategisch plaatsen van landschappelijk groen. Opmerking: Punt 1 van de bovenstaande tekst: ‘Door verschillende schaal van de erven’ Dit is geen gebruikelijk Nederlands. Noem het gewoon ‘door verschillende grootte’. Verder is dit stukje vrij vaag. Kan beter omschreven worden als; om te voorkomen dat er een rommelig beeld ontstaat. Anders kan het ook geïnterpreteerd worden dat er een rommelig beeld mag ontstaan. Punt 2 van de tekst; vaag taalgebruik, dit kan concreter/duidelijker. Zeg gewoon duidelijk dat microturbines niet in doorzichten naar het achterland mogen staan. Punt 3 van de tekst; vaag taalgebruik, omschrijf gewoon duidelijk hoe hier rekening mee gehouden dient te worden. Punt 4 van de tekst; vaag taalgebruik en geen gebruikelijk Nederlands. Zeg bijvoorbeeld dat met beplanting, zoals bijvoorbeeld een haag of struiken, vanaf de openbare weg geen zicht is op de zonnepanelen of iets dergelijks. 6.1.
Procesparticipatie De initiatiefnemer(s) betrekken vanaf de start van het project actief de omgeving bij initiatieven t.b.v. zelfvoorzienendheid bij ondernemers. Voor initiatieven gericht op zelfvoorzienendheid bij ondernemers wordt een andere definitie gehanteerd:
Initiatief is een ondernemer die een windmolen wil.
83
• Plangebied: de oppervlakte binnen de begrenzing van het initiatief. • Direct omwonenden: de omwonenden en stakeholders die zich binnen 50 meter van de begrenzing van het initiatief bevinden. De lokale omgeving – zijnde alle betrokkenen die zich verder dan 50meter buiten de begrenzing van het plangebied bevinden - hoeft voor dergelijke kleinschalige initiatieven niet betrokken te worden. Opmerking: Punt 1 van bovenstaande tekst; Wat wordt met ‘het initiatief’ bedoeld? Wat houdt dat in? Is dat de windturbine, het bouwkavel of het perceel? En wat is de begrenzing van dat initiatief dan? Niet acceptabel dat dit op meerde manieren te interpreteren is. Als bewoner willen we hier duidelijkheid over. Nu weten we niet waar we aan toe zijn. Punt 2 van de tekst; Stakeholder is een Engels woord, hoort niet in een Nederlandse folder die bedoeld is voor alle burgers. Niet iedereen is de Engelse taal machtig. Noem het gewoon belanghebbende! Verder heel vaag taalgebruik, wat wordt hier bedoeld? Ben je direct omwonende wanneer je woning op minder dan 50 meter afstand staat van de windmolen? Of op minder dan 50 meter van het bouwkavels van de agrariër? En gaat het om je woning, of gaat het ook om je tuin? Een windmolen van 25 meter hoog (ashoogte + wieken) kan op 50 meter van je woning komen te staan. Dat is slechts 2 maal de afstand van de hoogte van de windmolen.
In de stedenbouwkundige praktijk is dit onacceptabel dicht op de woning, het kan een enorme impact hebben qua uitzicht, geluid, bezonning, slagschaduw. En volgens dit beleidskader mag je er dan niet over participeren. Dat is volstrekt onacceptabel! We leven hier toch in een democratisch land? Waarom is deze afstand zo klein? Bovendien kan de situatie ontstaan dat een windmolen van 25 meter hoog praktisch op de erfgrens van de tuin staat, maar wel op meer dan 50 meter van de woning. Tuinen in landelijke linten zijn veelal veel dieper dan in dorpskernen. Die 50 meter afstand is veel 84
te klein. Dat is slecht tweemaal de hoogte. Op dit soort afstanden kan een windmolen enorme impact hebben. Het lijkt ons dat als er sprake is van het plaatsen van een windmolen door een agrariër, omringt door aangrenzende woningen van mensen die geen agrariër zijn, er toch vooral naar die omwonende geluisterd moet gaan worden. Het lijkt ons dat het woongenot van meerdere gezinnen niet opgeofferd mag worden voor het financiële voordeel van een enkele agrariër als er ook andere oplossingen voor hem zijn zoals zonnepanelen op het dak en accu’s om de energie in op te slaan. Zo behoud je een leefbare buurt. Daarnaast komt er ook uit verschillende onderzoeken dat er toch gezondheidsschade ontstaat door de overlast die mensen ervaren; * Geluidshinder: wat voor de ene mens acceptabel is kan voor een ander als heel storend worden ervaren. Vergeet niet dat het geluid 24/7 aanwezig is, ook s nachts, en vooral in de zomer als mensen slapen met de ramen open. Ook leef je zomers meer buiten waar het dan nooit meer rustig is. * Slagschaduw: De slagschaduw kan als de zon fel is, wat ie zomers is, epileptische aanvallen veroorzaken bij mensen die daar gevoelig voor zijn. Het betekend ook dat je de momenten van slagschaduw niet in je tuin kunt zitten.. * Verlies van uitzicht: Wonen op het platteland doe je om de rust, ruimte en uitzichten.
Een windmolen met een ashoogte van 15 meter met een wiek met een diameter van 20 meter geeft een totale hoogte van 25 meter. Dat staat altijd in het zicht, bij stilstand al storend, maar draaiend nog opvallender. * Flora en Fauna: Het dierenleven wordt ook verstoord door de effecten van een windmolen. Veel vogels worden geraakt door de wieken en moeten dat met de dood bekopen. In ons gebied leven veel tuinvogels en er komen ook veel trekvogels langs. Dat er hier veel vogels zijn is ook een van de redenen waarom wij hier zijn gaan wonen. Verder is uit verschillende onderzoeken gebleken dat 85
woningen waar dichtbij een windmolen (ook een kleinere) wordt geplaatst ook flink in waarde kunnen dalen en minder verkoopbaar worden. Dit brengt voor de bewoners financiële schade mee. Hoe gaan deze bewoners hiervoor gecompenseerd worden? Door de betreffende agrariër of door de gemeente?
Reacties binnengekomen bij alle 7 Westfriese gemeenten Reactienummer, reactie van wie 1. Alle 7 gemeenten Zienswijze ingediend namens de volgende Westfriese organisaties: • Stichting West-Friesland Kantelt • Grootouders voor het Klimaat afdeling West-Friesland • Buurtwarmte Hoorn • Zonnecoöperatie WestFriesland • Operatie Klimaat WestFriesland Deze zienswijze is ingediend bij alle 7 Westfriese gemeenten.
Reactie op beleidskader 1. Breed kader verbindt zon en wind met biodiversiteit en meer bos, maar ook ingepast in dorp en streek 2. Zonnepanelen op en in combinatie met kassen 3. Nadruk op goede borging van inspraak via kernraden, buren, omwonenden en gebied 4. Opdeling van WF in 5 types landschap, dus maatwerk in principe mogelijk (maar vervolgens gebeurt er met die indeling weinig) 5. Ambitieus: productie van schone energie van 0.23 tWh nu naar 0.7 tWh in 2030 is een grote sprong
Reactie vanuit gemeenten
1. Een belangrijk principieel bezwaar is dat het agrarisch karakter van WF als vaststaand wordt aangenomen: voedsel en bollen. Terwijl bodem en grondwater ernstig vervuild zijn door chemische middelen, de meeste boeren en tuinders weinig toekomst zien en intussen bio-based producten deze eigenaars betere kansen bieden, o.a. als natuurlijke bouwmaterialen. Veranderingen in grondgebruik lijken dus waarschijnlijk en daarmee zijn er meer kansen voor zonneweides. Het stuk gaat niet uit van een visie op West-Friesland in 2050. Hoe leven we? Hoe ziet onze economische bedrijvigheid eruit? Men neemt de huidige invulling van het
Deze reactie vraagt geen aanpassing van het beleidskader.
Deze reactie vraagt geen aanpassing van het beleidskader.
Het beleidskader is voor grootschalige duurzame opwek van zon- en windenergie op land. De genoemde punten vallen 86
landschap als uitgangspunt. De status quo wordt bevroren. Een zeer zwak punt want een dynamisch beleid wordt zodoende onmogelijk gemaakt.
buiten de reikwijdte van dit beleidskader Onderwerpen als waterkwaliteit, stikstof en dergelijke worden verder uitgewerkt in het Nationaal Programma Landelijk Gebied.
1. Ook de landschappelijke inpassing in combinatie met zichtlijnen, recreatievoorzieningen, vogelbroedplaatsen en biodiversiteit moeten een rol spelen in de gewenste/toegestane omvang van zon op land. Sowieso moet meer gekeken worden naar criteria voor inrichting van zon op land, raadpleeg daarvoor actuele studies van Universiteit Wageningen. Duidelijk moet zijn waar procesparticipatie verplicht is voor de initiatiefnemer; in stedelijke gebieden moet financiële èn procesparticipatie een voorwaarde zijn. Maar ook een aantoonbare inspanning in de vorm van een verslag van die inspanning, met wie, wanneer etc. en ondertekend door alle betrokkenen dat ze instemmen met de wijze van participatie. Die moet vanaf het begin duidelijk zijn: dus opgenomen als een artikel in de anterieure overeenkomst.
Het beleidskader wordt als volgt aangepast: (zie SED 1 en Opmeer 1)
In hoofdstuk 3 zullen we ook de volgende richtlijnen opnemen als voorbeeld waarop kan worden getoetst: - de Kwaliteitsimpuls zonneparken - de Richtlijnen van de Universiteit Wageningen (WUR) voor vergroten biodiversiteit zonneparken (Zie ook reactie 1 SED)
Procesparticipatie is in alle gevallen een verplicht onderdeel. Een uitgewerkt participatieplan is onderdeel van het proces. Daarbij is verslaglegging, een goede betrokkenheid van 87
2. Bureaucratisch gebruik van grond; over-regulering dus trage procedures terwijl urgentie is geboden om met spoed schone energie te kunnen produceren in 2030.
3. Meer centrale sturing door de overheid, bijvoorbeeld energiegebruik reguleren via dalurencontracten met het bedrijfsleven
4. In WF géén extra windmolens? Wel microwindturbines (max 15 meter hoog) op particulier gebied. De sterke voorkeur voor zonne-energievelden vermindert de beleidsopties. Op bedrijventerreinen kunnen ook kleinere windturbines worden geplaatst
belanghebbenden die passend is bij de omvang van de ontwikkeling een voorwaarde. Deze reactie vraagt geen aanpassing van het beleidskader De 7 Westfriese gemeenten hebben er gezamenlijk voor gekozen om één beleidskader op te stellen. Daarmee wordt duidelijkheid voor initiatiefnemers geschapen. En zoveel mogelijk een gelijk speelveld binnen de 7 Westfriese gemeenten. Daarmee willen we juist procedures versnellen. Deze reactie vraagt geen aanpassing van het beleidskader. Het beleidskader is voor grootschalige duurzame opwek van zon- en windenergie op land. Het genoemde punt valt buiten de reikwijdte van dit beleidskader Deze reactie vraagt geen aanpassing van het beleidskader. 88
De reactie gaat niet over de inhoud van dit beleidskader, maar over de inhoud van de RES-NHN. De RES is in 2021 door de gemeenteraden vastgesteld en gaat over op welke manier en waar invulling gegeven kan worden aan grootschalige opwek. Dit beleidskader vloeit voort uit de besluitvorming binnen de RES. De RES wordt in 2024 herijkt. 5. Overbelasting van het netwerk als beheerder Alliander de bottlenecks niet opheft
Deze reactie vraagt geen
aanpassing van het beleidskader. Het genoemde punt valt buiten de reikwijdte van dit beleidskader.
6. Zonnepanelen op geluidsschermen: te beperkt, slechts 6 hectare wordt voorzien
Uiteraard zijn de beperkingen op het elektriciteitsnet een bekende bottleneck. Met Liander en andere partijen wordt gewerkt om de knelpunten zo snel mogelijk op te lossen. Deze reactie vraagt geen aanpassing van het beleidskader. 89
7. Particulieren kunnen meer doen, bijvoorbeeld isoleren, maar ook op hun daken en gevels PVs installeren. Vanwege overvloedige stroom uit PV panelen in vooral de zomer ook denken aan collectieve buurtaccu’s. Veel kleinere energieprojecten bij particulieren kunnen juist een aanvulling betekenen op de grote wind- en zonneprojecten. Denk ook aan PVs op overdekte parkeerterreinen.
Zonneweides worden vooral gepland op bedrijfsterreinen: strijdt dit met economische belangen.
De reactie gaat niet over de inhoud van dit beleidskader, maar over de inhoud van de RES-NHN. De RES is in 2021 door de gemeenteraden vastgesteld en gaat over op welke manier en waar invulling gegeven kan worden aan grootschalige opwek. Dit beleidskader vloeit voort uit de besluitvorming binnen de RES. De RES wordt in 2024 herijkt. Deze reactie vraagt geen aanpassing van het beleidskader. Het beleidskader is voor grootschalige duurzame opwek van zon- en windenergie op land. Het genoemde punt valt buiten de reikwijdte van dit beleidskader. Deze reactie vraagt geen aanpassing van het beleidskader. Er is op meerder locaties gekozen voor zonneweiden aangrenzend aan bedrijventerreinen. Dit juist 90
8. Selectie van bedrijven op bedrijfsterreinen: kop/staartprocessen en duurzaamheidseisen.
9. Wat ontbreekt is een project voor (drijvende) zonnepanelen op Markermeer/IJsselmeer. De suggestie van een dergelijk veld Oost van Wieringen is te vrijblijvend. Daar wil het Beleidskader zich (nog) niet aan branden, helaas
om vraag en aanbod op korte afstand van elkaar aan elkaar te koppelen. Hierdoor zijn de benodigde investeringen in het elektriciteitsnet minder. Deze reactie vraagt geen aanpassing van het beleidskader. Het beleidskader is voor grootschalige duurzame opwek van zon- en windenergie op land. Het genoemde punt valt buiten de reikwijdte van dit beleidskader. Deze reactie vraagt geen aanpassing van het beleidskader. De reactie gaat niet over de inhoud van dit beleidskader, maar over de inhoud van de RES-NHN. De RES is in 2021 door de gemeenteraden vastgesteld en gaat over op welke manier en waar invulling gegeven kan worden aan grootschalige opwek. Dit beleidskader vloeit voort uit de besluitvorming binnen de RES. De RES wordt in 2024 herijkt. 91
10. Het water wordt niet in beeld gebracht als mogelijkheid om energie op te slaan; belangrijk voor de energietransitie
11. Het evenwicht tussen zon en wind ontbreekt. Dus energievoorziening op sombere dagen en 's winters als het maar kort licht is, komt in gevaar. Meer aandacht nodig voor decentrale opslag van energie, zoals buurtbatterijen
12. Over participatie in de vorm van meepraten, die is beperkt tot de min of meer direct-belanghebbenden met het gevaar van Not In My Backyard. Er zou een burgerraad duurzaamheid West-Friesland moeten komen die veel meer naar het algemeen/grotere belang kan kijken. Participatie moet worden geborgd, anders krijgen de projectontwikkelaars het voor het zeggen.
Deze reactie vraagt geen aanpassing van het beleidskader. Het beleidskader is voor grootschalige duurzame opwek van zon- en windenergie op land. Het genoemde punt valt buiten de reikwijdte van dit beleidskader. Deze reactie vraagt geen aanpassing van het beleidskader. De reactie gaat niet over de inhoud van dit beleidskader, maar over de inhoud van de RES-NHN. De RES is in 2021 door de gemeenteraden vastgesteld en gaat over op welke manier en waar invulling gegeven kan worden aan grootschalige opwek. Dit beleidskader vloeit voort uit de besluitvorming binnen de RES. De RES wordt in 2024 herijkt. Dit valt buiten de reikwijdte van dit beleidskader.
92
Reactie 2 voor alle 7 gemeenten WES
13. De verbinding met andere energiebronnen, zoals aardwarmte en water (aquathermie) ontbreekt
Dit valt buiten de reikwijdte van dit beleidskader.
14. Over waterstofproductie op locatie staat er nog niets in de RES althans niet qua vergunningen
Dit valt buiten de reikwijdte van dit beleidskader.
15. Ook zou mogelijk zijn: warmtecoöperaties op wijkniveau en stroom coöperaties (Small Grids)
Dit valt buiten de reikwijdte van dit beleidskader.
16. Ontbreekt: het gebruik van restwarmte van met name bedrijven, denk bijvoorbeeld aan de IJsbaan de Westfries
Dit valt buiten de reikwijdte van dit beleidskader.
• Het beleidskader Wind en Zonne Energie WestFriesland expliciet verwijst naar ruimtelijke uitgangspunten van de Provincie NH (H 3.2) om tot een vergunbaar project te komen. Het advies en de inspiratie van “Ruimtelijke handreiking wind op land, 2020” van de provincie Noord-Holland, beperkingen kent die niet als strenge vergunningskaders bedoeld zijn (H 4.1: rust versus onrust en Richtlijn masthoogte – rotordiameter 1:1); • Dat er met het huidige beleidskader een goed raamwerk ligt om succesvol Wind- en Zonne-energie te realiseren. Dat wij bij de uitvoering o.a. in Koggenland hebben ervaren dat er een knelpunt kan ontstaan bij de uitvoering van vergunningverlening. Een knelpunt wat met een ad-hoc ontheffing is opgelost. Dit kan voortschrijdend worden voorkomen met onze zienswijze en hiermee de verduurzaming met Boerenerfmolens een goede start te geven.
Het beleidskader wordt als volgt aangepast:
Wij vragen, namens onze (toekomstige) klanten in West-Friesland, als windmolenfabrikant uit West-Friesland, onze collega leveranciers, ervaringen deskundige, om: In het nieuwe “Beleidskader Wind- en Zonne Energie West-Friesland” expliciet een ontheffing op te nemen voor de genoemde adviezen van de Provincie NH, te weten: 1. Ontheffing voor het provinciaal advies over een beperking van 2 of 3 wieken; 2. Ontheffing voor het provinciaal advies over verhouding masthoogte tot rotordiameter.
Microturbines met een grotere diameter, die niet de genoemde 1:1 verhouding hebben, worden toegestaan.
In het beleidskader wordt de “Ruimtelijke handreiking wind op land, 2020” als één van de uitgangspunten genoemd. Hierin staat de richtlijn masthoogte-rotordiameter van 1:1 genoemd. In het Koggenlandse “toetsingskader Wind op (Koggen)land” is dit uitgangspunt eveneens opgenomen. In de praktijk 93
bleek dit inderdaad voor bepaalde typen microturbines te beperkend te zijn. Juist de microturbines met een grotere rotordiameter wekken een stuk meer energie op. In Koggenland is daarom besloten om ook microturbines met een grotere diameter, die niet de genoemde verhouding hebben, toe te staan. Dit omdat de landschappelijke impact van een dergelijke turbine weliswaar groter is, maar de opwek ook veel groter is. Dit is vooral voor de grotere (boeren)bedrijven met een grotere elektriciteitsvraag een stuk aantrekkelijker. Voor een relatief grote melkveehouderij kan een dergelijke turbine al een erg grote stap richting energieneutraal duurzame opwek zijn. Vanwege deze grotere opwek is besloten om, in afwijking van het provinciale beleid, als Westfriese gemeenten mee te werken.
94
Reactie 3 alle 7 gemeenten LTO
LTO Noord ziet in de duurzame energietransitie een unieke kans om het oligopolie op de energiemarkt te doorbreken en om de energiemarkt voor een relevant deel (weer) op een lokaal schaalniveau te organiseren. LTO Noord benadrukt dat de agrarische ondernemers hierbij een belangrijke rol kunnen vervullen. Met de beschikbare ruimte op de agrarische daken en erven zijn de agrariërs, mits goed gefaciliteerd, in staat om een significante bijdrage aan de energievoorziening te leveren. Het mes snijdt hier wat ons betreft aan twee kanten. Enerzijds kan met zeer beperkte ruimtelijke gevolgen een bijdrage aan de (lokale) energievoorziening geleverd worden. Anderzijds biedt het de agrariërs in deze roerige en onzekere tijden een zeer welkome versterking van de financiële basis, hetgeen de toekomstbestendigheid van de bedrijven en daarmee ook de leefbaarheid van de buitengebieden vergroot. De praktijk blijkt echter weerbarstig: steeds meer leden van LTO Noord luiden de noodklok, waarbij de strekking van hun signaal is dat zij te weinig gefaciliteerd en zelfs tegengewerkt worden in de energietransitie. Vanuit dit perspectief juicht LTO Noord dan ook een helder beleidskader voor winden zonne-energie toe. Wel menen wij dat het conceptbeleidskader te weinig recht doet aan de weerstand die onze leden ondervinden en te weinig aanhaakt bij het potentieel dat de agrarische sector te bieden heeft.
Onderstaand lichten wij dit graag toe. De praktijk blijkt echter weerbarstig: steeds meer leden van LTO Noord luiden de noodklok, waarbij de strekking van hun signaal is dat zij te weinig gefaciliteerd en zelfs tegengewerkt worden in de energietransitie. Vanuit dit perspectief juicht LTO Noord dan ook een helder beleidskader voor winden zonne-energie toe. Wel menen wij dat het conceptbeleidskader te weinig recht doet aan de weerstand die onze leden ondervinden en te weinig aanhaakt bij het potentieel dat de agrarische sector te bieden heeft. Onderstaand lichten wij dit graag toe.
Deze reactie vraagt geen aanpassing van het beleidskader. De regio Westfriesland waardeert dat de LTO meedenkt bij het beleidskader. Daarbij moet wel opgemerkt worden dat dit beleid gericht is op het toetsen van initiatieven voor duurzame opwek op land. Daarbij gaat het om grotere initiatieven, zoals zonneweiden. Maar ook kleinere vormen, zoals erfturbines bij agrarische bedrijven. De afweging of, en zo ja, waar eventueel zonneweiden en windturbines komen, vindt plaats in het kader van de RES. De RES is in 2021 door de gemeenteraden vastgesteld en gaat over op welke manier en waar invulling gegeven kan worden aan grootschalige opwek. Dit beleidskader vloeit voort uit de besluitvorming
95
Concurrentie met/prijsopdrijving landbouwgrond Zonneweiden vragen ruimte en vormen daarmee buiten andere (natuur/stedelijke) functies een ruimtelijke concurrent voor landbouwgrond: de druk op de agrarische productiegronden (beschikbaar areaal) wordt vergroot. Dit leidt, ook met het oog op de met zonneweiden te behalen rendementen, tot een prijsopdrijvend effect.
Agrariërs worden vanuit de maatschappij mede gewaardeerd als hoeder van het landschap. De aanleg van zonneakkers ondermijnt deze waardering. Zonneweiden blijken, ook wanneer de ruimtelijke voorwaarden van een goede ruimtelijke inpassing opgevolgd worden, een grote ruimtelijke impact te hebben en de openheid en de kwaliteit van het landelijk gebied aan te tasten. Dit straalt negatief af op de agrarische sector.
binnen de RES. De RES wordt in 2024 herijkt. Deze reactie vraagt geen aanpassing van het beleidskader. De afweging om ergens (grote) zonneweiden toe te staan, wordt niet in dit afwegingskader gemaakt, maar vindt in het kader van de RES plaats. Wel biedt het beleidskader de mogelijkheid om bij (agrarische) bedrijven erfturbines en zonneweides te realiseren. Hier is een extra stap ingebouwd. Eerst moeten er zonnepanelen op daken gerealiseerd worden. Of er moet aangetoond worden dat dit niet mogelijk is. Pas dan wordt er ruimte geboden om een zonneweide te realiseren. Daarmee wordt een zorgvuldig ruimtegebruik in het beleidskader geborgd. Deze reactie vraagt geen aanpassing van het beleidskader.
96
Daar waar veel ruimte vragende functies goed met elkaar te combineren zijn, ligt dit nog altijd anders voor agrarische gronden. Het combineren van functies op agrarische gronden heeft veelal een direct negatief effect op de agrarische productie van deze gronden. De (beprijzing op de) grondmarkt leidt er tevens toe dat heromzetting naar agrarische functies vaak financieel niet aantrekkelijk is en dat er een groot risico bestaat op een onomkeerbare ruimtelijke invulling. LTO Noord staat voor het principe dat landbouwgrond primair bedoeld is voor (voedsel)productie en dat de primaire functie van de agrariër binnen de maatschappij geënt is op het voortbrengen van agrarische producten. Het gebruik van landbouwgronden voor zonneakkers beïnvloedt direct en in een bepaalde mate (ook bij meervoudig grondgebruik) de plaatsingsruimte voor mest. De grotere zonnevelden zijn, gezien de capaciteitsproblemen op het net, een directe concurrent van kleinschaliger initiatieven op de agrarische daken en erven. De aansluiting van zonnevelden blijkt een dusdanig grote capaciteitsdruk op het elektriciteitsnetwerk te veroorzaken dat voor kleinere initiatieven geen ruimte meer is. Dit terwijl deze kleinere initiatieven een kleinere ruimtelijke impact hebben, minder maatschappelijke weerstand kennen, direct ten gunste komen van de agrarisch ondernemer en daarmee bijdragen aan de lokale gemeenschap.
Daarbij worden de zonnevelden meestal aangelegd op tijdelijke basis, terwijl de kleinere initiatieven langer in gebruik zullen zijn; het concept van kleinere initiatieven is daarmee ook veel duurzamer. Zeker gezien het feit dat de verwerking van afgedankte zonnepanelen nog een probleem blijkt te zijn.
De afweging om ergens (grote) zonneweiden toe te staan, wordt niet in dit beleidskader gemaakt, maar vindt in het kader van de RES plaats. Bij de totstandkoming van de RES zijn verschillende stakeholders betrokken. Deze reactie vraagt geen aanpassing van het beleidskader. De afweging om ergens (grote) zonneweiden toe te staan, wordt niet in dit beleidskader gemaakt, maar vindt in het kader van de RES plaats. Deze reactie vraagt geen aanpassing van het beleidskader. De problemen op het elektriciteitsnet zijn een punt van zorg in de energietransitie. De aanpak van netcongestie ligt niet binnen de reikwijdte van dit beleidskader. Wel is er rekening gehouden met de krapte op het net. Bijvoorbeeld door het 97
LTO Noord wijst erop dat de elektriciteit die door grote zonnevelden geleverd wordt niet goed aansluit bij de vraag van elektriciteit, hetgeen ook zeker geldt in relatie tot de energievraag bij agrarische bedrijven. De elektriciteitsbehoefte van veel agrarische bedrijven wordt gekenmerkt door piekmomenten en dalen. Deze piekmomenten lopen niet synchroon met de perioden waarin zonnevelden een hoge opbrengst genereren. Op basis van bovenstaande argumenten pleit LTO Noord voor aanpassing van het beleid ten aanzien van zonnevelden, met dien verstande dat de aanleg van zonnevelden niet langer ruimtelijk mogelijk gemaakt wordt.
mogelijk maken van erfturbines bij agrariërs. Deze kunnen een grote bijdrage leveren voor het opwekken van duurzame energie. Ook als er geen ruimte is op het net, kan een erfturbine hieraan een substantiële bijdrage leveren. Deze reactie vraagt geen aanpassing van het beleidskader. Het plaatsen van erfturbines is voor veel agrariërs inderdaad gunstiger dan zonnepanelen. Dit is ook de reden dat hier in het beleidskader ruimte voor is opgenomen. De afweging of er wel of geen zonneweiden toegestaan worden, vindt plaats in het kader van de Regionale Energiestrategie.
LTO Noord juicht de mogelijkheid voor het oprichten van kleine windturbines op de agrarische erven toe. Kleine windturbines hebben een beperkte ruimtelijke impact, kennen een opwekprofiel dat beter aansluit bij het verbruik van agrariërs (in deze regio) en bieden de agrariërs een goede mogelijkheid om te verduurzamen en om de noodzakelijke extra inkomsten te generen. LTO Noord onderschrijft daarbij het gestelde in de zienswijze van Wind Energy Solutions: regelgeving moet relevant en eenduidig zijn en niet tot onevenredige gevolgen leiden. Uit een beleidsanalyse van Wind Energy Solutions blijkt dat er regels/aanbevelingen bestaan voor het aantal wieken van een molen en de verhouding
Het beleidskader wordt als volgt aangepast: (zie reactie 2 alle 7
gemeenten van WES) Microturbines met een grotere diameter, die niet de 98
rotordiameter/ ashoogte. De ruimtelijke relevantie van deze regels/aanbevelingen is gering, terwijl de uitwerking op rendement en daarmee het effect op verduurzaming enorm is. LTO Noord pleit ervoor om deze regels te schrappen en om ruimte te bieden aan de meest optimale windturbine. Daarbij ziet LTO Noord niet in waarom de restrictie geldt dat een agrariër uitsluitend een windturbine voor eigen gebruik mag oprichten. De vraag is waarom, uitgaande van gelijke ruimtelijke omstandigheden, niet een kleinschalige turbine geplaatst kan worden met een hoger vermogen, waardoor ook nabije ondernemers/particulieren van elektriciteit voorzien kunnen worden? LTO Noord verzoekt u om deze beperkende regel nader te beschouwen en om ook (kleinschalige) collectieve initiatieven toe te staan.
Eerder benoemden wij de signalen van onze leden. Steeds vaker vernemen wij dat onze leden geconfronteerd worden met het capaciteitsprobleem van het elektriciteitsnetwerk. Dit capaciteitsprobleem belemmert de verduurzaming van de agrarische sector. Ondernemers willen graag investeren in duurzame energie, maar krijgen nul op het rekest. Sterker, bij diverse ondernemers is de aansluiting afgewaardeerd en worden bijvoorbeeld zonnepanelen afgekoppeld. Anderzijds bereiken ons berichten dat voor andere (tijdelijke) initiatieven wel capaciteit en aansluitingsmogelijkheden gevonden worden. LTO Noord pleit voor een toereikend netwerk en voor gelijke kansen en verzoekt de gemeenten om zich hier hard voor te maken.
genoemde 1:1 verhouding hebben, worden toegestaan. Deze reactie vraagt geen aanpassing van het beleidskader. In het beleidskader is uitgegaan van het beleid van de provincie Noord-Holland. Dat wil zeggen één erfturbine per (agrarisch) bedrijf. Eventuele grotere initiatieven of collectieve ontwikkelingen kunnen, indien gewenst, via de RES mogelijk gemaakt worden. Dat valt dus niet binnen de reikwijdte van dit beleidskader. Deze reactie vraagt geen aanpassing van het beleidskader. Zoals eerder aangegeven zijn de problemen op het elektriciteitsnetwerk bekend. De gevolgen voor inwoners en ondernemers zijn merkbaar. Gemeenten werken, samen met provincie en Liander, hard om de problemen op te lossen. Ook bij initiatieven of ontwikkelingen die bijdragen 99
aan oplossingen in de netcongestie, denken wij graag met de LTO en de agrarische sector mee.
100