Bijlage 3 - Nota van zienswijzen en wijzigingen
Tekst van het document
NOTA VAN ZIENSWIJZEN EN WIJZIGINGEN Ontwerpbestemmingsplan Rozenbuurt juli 2021
Zaaknummer 1867463
Inhoudsopgave 1. Inleiding 2. Zienswijzen en beantwoording 3. Wijzigingen in het bestemmingsplan Rozenbuurt
Bijlagen a. Publicatie van de terinzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan en het ontwerpbeeldkwaliteitsplan in het Hoorns Nieuwsblad en de Staatscourant d.d. 16 april 2021 b. Geactualiseerde stedenbouwkundig plan d.d. 31 mei 2021 c. Gewijzigde situering woongebouwen d. Reactie op second opinion ontwikkeling Rozenbuurt d.d. 1 juli 2021
2
1. Inleiding
VOF Rozenbuurt heeft een plan ontwikkeld voor de invulling van de locatie Rozenbuurt. Het plan voorziet in grondgebonden woningen, appartementen (langs de Oostergouw) en maatschappelijke voorzieningen. Omdat het realiseren van wonen en voorzieningen in strijd is met het geldende bestemmingsplan is een nieuw bestemmingsplan opgesteld. Daarnaast is ook een beeldkwaliteitsplannen voor de architectuur en de openbare ruimte opgesteld.
Ter inzage ligging
Het ontwerpbestemmingsplan en het ontwerpbeeldkwaliteitsplan lagen van 19 april tot en met 30 mei 2021 voor iedereen ter inzage. De kennisgevingen daarvan zijn gepubliceerd in het Hoorns Nieuwsblad en in de Staatscourant. De ontwerpen zijn ook geplaatst op de website van de gemeente en op de landelijke voorziening (www.ruimtelijkeplannen.nl). Aan de overleginstanties is een kennisgeving gestuurd.
2. Zienswijzen en beantwoording
Over het ontwerpbestemmingsplan zijn zienswijzen ingediend. Voorafgaand aan de ter inzagelegging zijn, naar aanleiding van behandeling van het voorstel over het ontwerpbestemmingsplan en het ontwerpbeeldkwaliteitsplan in de algemene raadscommissie en in de gemeenteraad, een aantal reacties op het bestemmingplan ontvangen. Deze reacties zijn ook als zienswijze aangemerkt. In deze nota zijn alle ingediende reacties en zienswijzen over het ontwerpbestemmingsplan samengevat en van een reactie voorzien. Over het ontwerpbeeldkwaliteitsplan zijn geen zienswijzen ingediend. ZIENSWIJZE 1 1.1 Verkeer Indiener vreest bij 450 nieuwe woningen met gemiddeld 2 auto's een significante toename van dagelijkse verkeersbewegingen. Daarbovenop komen nog eens de bezoekers van de SV Westfriezen. Indiener maakt zich zorgen of de huidige structuur dit aankan.
Reactie gemeente In het kader van het bestemmingsplan is een verkeerskundig onderzoek uitgevoerd door Goudappel. Dit onderzoek is als bijlage bij het bestemmingsplan gevoegd. De ontwikkeling zorgt inderdaad voor een toename van de verkeersintensiteit op de Oostergouw en de Dorpsstraat. Het onderzoek gaat uit van de situatie in 2030. Verder is een verkeersmodel gebruikt, waarin ook andere ontwikkelingen die in Hoorn spelen, zijn opgenomen. Bovendien houdt het model rekening met autonome groei (de toename aan auto’s die de komende jaren te verwachten is). Uit het onderzoek blijkt echter dat het effect als gevolg van de te realiseren woningen op de kwaliteit van de verkeersafwikkeling beperkt is, omdat het verkeer goed afgewikkeld kan worden op de omliggende wegen. De verkeersontsluiting tussen de Rozenbuurt en het terrein van De Oude Veiling heeft voldoende capaciteit om de verkeerstoename ten gevolge van de ontwikkeling van de Rozenbuurt af te wikkelen. Ten behoeve van de verkeersveiligheid wordt in het rapport voorgesteld het kruispunt met De Oude Veiling te verkleinen door de rechtsaf voorsorteerstrook op de Oostergouw naar De Oude Veiling te verwijderen. Dit verhoogt de verkeersveiligheid en heeft geen effect op de kwaliteit van de verkeersafwikkeling. Dit is echter geen voorwaarde voor de ontwikkeling van de Rozenbuurt.
Het heeft namelijk geen effect op de verkeersafwikkeling en zou in de huidige situatie al aangepast kunnen worden. 1.2 Wegverkeerslawaai Aangegeven wordt dat het wegverkeerslawaai zal toenemen. Aanpassingen aan asfalt zullen niet genoeg zijn. De nieuw te bouwen huizen zullen aanpassingen krijgen. Het huis van indiener ligt nabij de Oostergouw en heeft een beperkte geluidsisolatie. Indiener heeft dit is ook
3
aangegeven in de keukentafel-gesprekken en in de online meeting. Dit werd door de ontwerpers afgedaan dat dit niet hun zaak is en zij zich enkel focussen op de nieuwe wijk. Wat gaat de gemeente Hoorn doen aan de bestaande bebouwing om de te verwachten en ingeschatte geluidshinder te beperken?
Reactie gemeente
Omdat op de Oostergouw een 50 km/u-regime geldt, is dit volgens de Wet geluidhinder een gezoneerde weg. Als nieuwe woningen in de onderzoekszone van deze weg gerealiseerd worden, moet akoestisch onderzoek gedaan worden. Als de geluidbelasting hoger is dan de voorkeursgrenswaarde, kan het college van burgemeester en wethouders hogere waarden verlenen. Daarmee wordt een hogere geluidbelasting geaccepteerd. Omdat de geluidsbelasting op de nieuwe woningen hoger is, maar niet zo hoog dat dove gevels nodig zijn, worden voor deze woningen hogere waarden verleend. Dit komt bij veel projecten voor. Het wegverkeerslawaai neemt echter niet toe. Als vuistregel geldt dat de geluidbelasting met meer dan 1dB zal toenemen als de verkeersintensiteit op een weg of wegvak als gevolg van de ontwikkeling met 20 tot 40% toeneemt. Een toename van 3dB is voor het menselijk oor pas hoorbaar. In het verkeerskundig onderzoek is aangegeven wat de verschillen in verkeersintensiteiten zijn ten gevolge van de ontwikkeling. De hoogste toename van de verkeersintensiteit is 12%. Dit betreft de Oostergouw tussen De Oude Veilig en de Dorpsstraat. Dit blijft ruim onder de grens van 20 tot 40%. De geluidbelasting zal dan ook niet met meer dan 1dB toenemen. De toename aan geluid ten gevolge van het wegverkeer zal dus niet hoorbaar zijn.
Maatregelen aan de bestaande bebouwing in het kader van de ontwikkeling Rozenbuurt zijn dan ook niet nodig. 1.3 Fijnstof Indiener geeft aan dat de fijnstof navenant zal toenemen. Indiener is benieuwd hoe de gemeente Hoorn hiermee omgaat.
Reactie gemeente
In de toelichting van het bestemmingsplan is het aspect luchtkwaliteit beschreven. De ontwikkeling van maximaal 450 woningen blijft ruim onder de genoemde grens van 1500 woningen uit het ‘Besluit niet in betekenende mate’, waarbij luchtkwaliteitsonderzoek verplicht is. De ontwikkeling draagt niet in betekenende mate bij aan de luchtkwaliteit ter plaatse. Dit wordt ook bevestigd door de Aerius-berekening. 1.4 Bouwhoogten Het plan maakt bebouwing tot 30 meter (6 tot 8 bouwlagen) mogelijk. Indiener is van mening dat dit een inbreuk op de privacy is, zowel vanwege de vervuiling door de hoge torens als ook de inkijk die mensen op 20-30 meter hebben. Er wordt gesproken over aanpassingen voor de woningen die grenzen aan de woningen aan de Dorpsstraat en een 'vriendelijke' uitstraling naar de Koewijzend, maar er wordt niets gezegd over aanpassingen richting de woningen aan de overkant van de Oostergouw. Hoewel dit overwegend industriegebied is, vindt indiener dat het niet zo kan zijn dat het huidige woongenot teniet wordt gedaan en wordt genegeerd.
Reactie gemeente
De woongebouwen komen aan de zijde van de Oostergouw. Het plan is in lijn met de (op 20 april 2021 door de gemeenteraad) vastgestelde kadernotitie Intensiverings- & Hoogbouwvisie. De kadernotitie benoemt basishoogten voor drie gebieden (binnenstad en historische linten, intensiveringsgebieden en de woonwijken). In het gebied ‘woonwijken’ (waarin de Rozenbuurt valt) bedraagt de basishoogte twee tot drie bouwlagen. Langs invalswegen is dit maximaal vijf bouwlagen en incidenteel acht lagen. De woongebouwen in de Rozenbuurt komen langs de invalsweg Oostergouw en zijn gemiddeld vijf bouwlagen hoog. Vanaf de vierde bouwlaag wordt een gevarieerde schuine kap aangebracht waardoor de woongebouwen deels hoger en deels lager zijn dan genoemde vijf bouwlagen. Dit beeld is verankerd in het beeldkwaliteitsplan dat voor de Rozenbuurt is gemaakt en dat gelijktijdig met het bestemmingsplan wordt
4
vastgesteld. De Rozenbuurt kent voorts twee accenten. Deze zijn respectievelijk zeven en acht bouwlagen hoog. Ook deze accenten worden vanaf de respectievelijk vijfde en zesde bouwlaag voorzien van een schuine kap. Deze zijn passend binnen de in het bestemmingsplan opgenomen maximale bouwhoogte. Om rekening te houden met de belangen van omwonenden zijn bouwvlakken aangegeven waarin de woongebouwen toegestaan zijn. De afstand van deze bouwvlakken tot bestaande woningen bedraagt ruim 100 meter. Initiatiefnemer heeft (mede naar aanleiding van de zienswijzen) het plan aangepast. Het meest noordelijk gelegen woongebouw is 17 meter in zuidelijke richting verschoven en iets gedraaid. Hier is sprake van een zodanige afstand tot woningen in de omgeving dat de privacy van de huidige bewoners niet in het geding is. De ligging van de andere woongebouwen is ook iets aangepast. Daarnaast zijn van alle bouwblokken schaduwberekeningen en uitzichtbeelden gemaakt. Deze staan in het geactualiseerde stedenbouwkundig plan d.d. 31 mei 2021. Daaruit blijkt voldoende dat voornoemde hoogten niet leiden tot aantasting van privacy en/of zonlichtverlies. 1.5 Participatie Er is gesteld dat de direct en indirect omwonenden zijn geïnformeerd door middel van keukentafel-gesprekken en onlinemeeting, en dat hieruit geen grote bezwaren naar voren zijn gekomen. Indiener wil zich hiervan distantiëren.
Ze hebben inderdaad deze gesprekken gehad en diverse bezwaren aangegeven. Echter de bezwaren zijn niet meegenomen en genegeerd. Verder was de onlinemeeting een éénrichtingsmonoloog waar via de chat vragen konden worden gesteld. Echter het was niet mogelijk om daarop te reageren. Vragen zijn derhalve niet naar tevredenheid beantwoord. Ook werd gesteld dat bezwaren en overlast aan omwonenden niet de verantwoordelijkheid van de initiatiefnemers is.
Reactie gemeente
Het participatieproces bestond uit keukentafelgesprekken begin 2020 bij de direct omwonenden, (vanwege corona) een online informatieavond voor de buurt op 4 juni 2020 en een online informatieavond bij het ter visie leggen van het ontwerpbestemmingsplan op 7 april 2021. De onlinebijeenkomsten waren niet bedoeld als éénrichtingsmonologen. Om tijdens een onlinemeeting structuur te geven aan de avond zijn vragen via de chat beantwoord. Gedurende de avond konden, in verband met de tijd, niet alle vragen worden beantwoord. Daarom zijn later op de website van de Rozenbuurt de vragen met antwoorden geplaatst om zo ook de onbeantwoorde vragen te behandelen. Daarnaast zijn er meerdere individuele gesprekken met (vertegenwoordigers) van omwonenden geweest. In het participatieverslag is aangegeven welke onderdelen in het plan zijn aangepast naar aanleiding van deze gesprekken. Dit zijn o.a. de verlaging van de hoogte van de woongebouwen van maximaal 10 naar 8 lagen, het voorzien van de woongebouwen van kappen, het terugbrengen van het aantal woongebouwen (van 7 naar 6), het vervallen van de doorgang naar de Dibbitsstraat, het toevoegen van een sloot achter de woningen van de Dorpsstraat voor afstand tot de woningen, de plaats van de hofwoningen met een lagere gooten nokhoogte aan de noordzijde (achter de Dorpsstraat) in plaats van vrije kavels (met een hogere goot- en nokhoogte).
Daarnaast is het meest noordelijk gelegen woongebouw met ongeveer 17 meter in zuidelijke richting verschoven en iets gedraaid. Hiermee is getracht om tegemoet te komen aan bezwaren vanuit de omgeving. Het participatieproces is zorgvuldig doorlopen. Conclusie De zienswijze niet tot aanpassing van het bestemmingsplan. ZIENSWIJZE 2 Indieners uiten hun bezorgdheid over de te verwachten toename van de verkeersdrukte op de aan- en afvoerwegen rondom de bedrijventerreinen De Oude Veilig en Westfrisia. Daarvoor stelt zij de volgende vragen:
5
1. Welke alternatieven zijn mogelijk om de te verwachten extra verkeersdruk te voorkomen? 2. Welke maatregelen neemt u om de te verwachten extra verkeersdruk te voorkomen binnen de huidige plannen en op basis van welke berekeningen doet u dat? 3. Hoe kunt u garanderen dat de ondernemers op deze bedrijventerreinen geen extra verkeersdrukte zullen ondervinden? 4. Hoe zorgt u ervoor dat de HOC, conform eerder gemaakte afspraken, vroegtijdig geïnformeerd en betrokken wordt bij planologische ontwikkelingen rondom de bedrijventerreinen?
Reactie gemeente 1. Er zijn geen alternatieve ontsluitingsmogelijkheden onderzocht, omdat de woningbouwontwikkeling in de Rozenbuurt niet leidt tot verkeerskundige knelpunten ten aanzien van de bereikbaarheid en/of verkeersveiligheid. De verkeersontsluiting tussen de Rozenbuurt en het terrein van De Oude Veiling heeft voldoende capaciteit om de verkeerstoename ten gevolge van de ontwikkeling van de Rozenbuurt af te wikkelen. Ten behoeve van de verkeersveiligheid wordt in het rapport voorgesteld het kruispunt met de Oude Veiling te verkleinen door de rechtsaf voorsorteerstrook op de Oostergouw naar De Oude Veiling te verwijderen. Dit verhoogt de verkeersveiligheid en heeft geen effect op de kwaliteit van de verkeersafwikkeling. Dit is echter geen voorwaarde voor de ontwikkeling van de Rozenbuurt. Het heeft namelijk geen effect op de verkeersafwikkeling en zou in de huidige situatie al aangepast kunnen worden. 2. De kwaliteit van de verkeersafwikkeling is beoordeeld met behulp van het gemeentelijke verkeersmodel. Het verkeersmodel kent een basisjaar en een toekomstig prognosejaar 2030. In dit prognosejaar is rekening gehouden met autonome verkeersgroei als gevolg van reeds vastgestelde geplande ontwikkeling en landelijke economische groei (door het Rijk vastgestelde scenario’s).
De verkeersgeneratie (totale hoeveelheid aankomend en vertrekkend verkeer als gevolg van de geplande ontwikkeling) is in het prognosejaar hieraan toegevoegd als een planvariant. Vervolgens is met gangbare verkeerskundige tools de kwaliteit van de verkeersafwikkeling op het kruispunt geanalyseerd. In het verkeerskundig rapport staat dat in het ochtendspitsuur de verliestijd op alle richtingen in alle scenario’s zeer beperkt is: 6 tot maximaal 8 seconden op De Oude Veiling. Tot circa 40 seconden is sprake van een goede kwaliteit van de verkeersafwikkeling. Verkeer kan eenvoudig het kruispunt oprijden en van een wachtend voertuig is nagenoeg geen sprake. Als gevolg van de planontwikkeling neemt de verliestijd (zeer) beperkt toe. Ook in de avondspits is sprake van een goede verkeersafwikkeling. De verliestijd neemt in het avondspitsuur, als gevolg van de ontwikkeling, het meeste toe op De Oude Veiling, namelijk van 21 tot 34 seconden. Dit is een logische toename, omdat in het avondspitsuur vooral sprake is van aankomend verkeer naar de Rozenbuurt dat zich bevindt op de Oostergouw. Het bedrijventerrein loopt leeg en vertrekkend verkeer vanaf De Oude Veiling dient hier voorrang te verlenen. De verliestijden blijven binnen acceptabele waarden.
Op basis van de verliestijden is geconcludeerd dat de restcapaciteit op basis van de huidige vormgeving in het avondspitsuur relatief beperkt is. Om de verkeersveiligheid in de toekomst, door het drukker worden van het kruispunt, te vergroten, wordt in het onderzoeksrapport, bij behoud van de vormgeving als voorrangskruispunt, geadviseerd het kruispunt te verkleinen door de rechtsaf voorsorteerstrook op de Oostergouw naar De Oude Veiling te verwijderen. Dit verhoogt de verkeersveiligheid en heeft geen effect op de kwaliteit van de verkeersafwikkeling. De linksaf voorsorteerstroken richting De Oude Veiling en het plangebied dragen bij aan de doorstroming op de hoofdrijbaan in geval van een afslaand voertuig. Geadviseerd wordt deze te handhaven. In het rapport is onderzocht wat de impact op het verkeer is tot en met het kruispunt Oostergouw/Dorpsstraat. Ter hoogte van dit kruispunt wordt geconcludeerd dat de impact van de planontwikkeling op de kwaliteit van de verkeersafwikkeling beperkt is. De verkeersgeneratie van de woningbouwontwikkeling bedraagt circa 234 motorvoertuigen per avondspitsuur. Bij een cyclustijd van 60 seconden bedraagt de extra verkeersbelasting als gevolg van de planontwikkeling circa 4 voertuigen per minuut, waarvan slechts een deel
6
(grofweg 50%) het kruispunt met de Dorpsstraat passeert. Dit is een geringe toename. Daarmee kan ook worden geconcludeerd dat de toename ter hoogte van het bedrijventerrein gering is. 3. Dit kan niet gegarandeerd worden. De ondernemers op het bedrijventerrein De Oude Veiling zullen, als gevolg van de geplande woningbouwontwikkeling aan de Rozenbuurt, enige extra verkeersdrukte ondervinden in de vorm van extra verliestijd op het kruispunt tussen De Oude Veiling en de Oostergouw. Ook kunnen er geen garanties worden gegeven over het voorkomen van extra verkeersdrukte op De Oude Veiling. Omdat De Oude Veiling niet als doorgaande route gebruikt kan worden, is het niet aannemelijk dat de verkeersintensiteit op het wegvak toeneemt als gevolg van de woningbouw in de Rozenbuurt. 4. Alle brieven die naar de omwonenden zijn/worden verstuurd, zijn (door initiatiefnemer) ook aan het parkmanagement verstrekt. Deze zullen in het vervolg ook rechtstreeks aan het HOC verstrekt worden. Conclusie De zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan. ZIENSWIJZE 3 In het raadsvoorstel en in de besluitenlijst van het college dd. 23-02-2021 staat dat “De initiatiefnemer de omgeving heeft betrokken bij de voorgenomen planontwikkeling” en “Vanuit de omgeving zijn geen grote bezwaren naar voren gekomen”.
Indiener stelt dat de conclusies van het college prematuur zijn gelet op de diverse reacties die door de bewoners van de Dorpsstraat, overkant van de Oostergouw, Wieringstraat, Pinxterstraat, Dibbitsstraat, Kerkelaan en Julianalaan bij de griffie zijn ingediend. Indiener heeft tijdens het eerste gesprek al aangegeven dat de online presentatie verre van professioneel was en dat het vervolg mede gelet op de diverse reacties van de bewoners niet aan de verwachtingen heeft voldaan. Er zijn in de gesprekken voorstellen gedaan door de bewoners. Naar aanleiding van een aantal besprekingen zijn de voorstellen geleidelijk veranderd.
Reactie gemeente
Het participatieproces bestond uit keukentafelgesprekken begin 2020 bij de direct omwonenden, (vanwege corona) een online informatieavond voor de buurt op 4 juni 2020 en een online informatieavond bij het ter visie leggen van het ontwerpbestemmingsplan op 7 april 2021. De onlinebijeenkomsten waren niet bedoeld als éénrichtingsmonologen. Om tijdens een onlinemeeting structuur te geven aan de avond zijn vragen via de chat beantwoord. Gedurende de avond konden, in verband met de tijd, niet alle vragen worden beantwoord. Daarom zijn later op de website van de Rozenbuurt de vragen met antwoorden geplaatst om zo ook de onbeantwoorde vragen te behandelen. Daarnaast zijn er meerdere individuele gesprekken met (vertegenwoordigers) van omwonenden geweest. In het participatieverslag is aangegeven welke onderdelen in het plan zijn aangepast naar aanleiding van deze gesprekken. Dit zijn o.a. de verlaging van de hoogte van de woongebouwen van maximaal 10 naar 8 lagen, het voorzien van de woongebouwen van kappen, het terugbrengen van het aantal woongebouwen (van 7 naar 6), het vervallen van de doorgang naar de Dibbitsstraat, het toevoegen van een sloot achter de woningen van de Dorpsstraat voor afstand tot de woningen, de plaats van de hofwoningen met een lagere gooten nokhoogte aan de noordzijde (achter de Dorpsstraat) in plaats van vrije kavels (met een hogere goot- en nokhoogte).
Daarnaast is het meest noordelijk gelegen woongebouw met ongeveer 17 meter in zuidelijke richting verschoven en iets gedraaid. Hiermee is getracht om tegemoet te komen aan bezwaren vanuit de omgeving. Het participatieproces is zorgvuldig doorlopen. Conclusie De zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan.
7
ZIENSWIJZE 4 Indiener vraagt waar, bij wie en hoe een eventueel verzoek voor planschade ingediend moet worden. Ook is de vraag wat de procedure is.
Reactie gemeente Nadat het bestemmingsplan onherroepelijk is geworden, kan degene die in de vorm van een inkomensderving of een vermindering van de waarde van een onroerende zaak schade lijdt als gevolg van het bestemmingsplan, bij de gemeente een verzoek tot tegemoetkoming van planschade indienen. Op de website van de gemeente is hiervoor een formulier beschikbaar. Conclusie De zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan. ZIENSWIJZE 5 5.1 Participatie Veel bewoners (minimaal 47) uit de omgeving van de Rozenbuurt geven aan ontevreden te zijn over de wijze van communiceren; het is meer informatieverstrekking geweest en veelal sporadisch. Ook het bestuur van de ondernemersvereniging HOC- en dus de ondernemers op de Oude Veiling- is zeer ontevreden over de miscommunicatie. Een brief van het bestuur van HOC is inmiddels naar college/raad gestuurd. De indiener geeft aan dat volgens het college er vanuit de omgeving geen grote bezwaren naar voren zijn gekomen. De vraag is waarop dit is gebaseerd. Het college had informatie moeten opvragen bij omwonenden zelf. Daarmee is ook het besluit van de raad gebaseerd op onjuiste informatie. Indiener vindt dat de bewoners door de politiek zijn weggezet als een stel lastpakken. Niet één van de leden van het college heeft contact gehad met de bewoners en dat geldt ook voor het merendeel van de raad.
Men is alleen maar afgegaan op de informatieverstrekking door de initiatiefnemer.
Reactie gemeente
Het participatieproces is vormgegeven door keukentafelgesprekken begin 2020 bij de direct omwonenden, (vanwege corona) een online informatieavond voor de buurt op 4 juni 2020 en een online informatieavond bij het ter visie leggen van het ontwerpbestemmingsplan op 7 april 2021. De onlinebijeenkomsten waren niet bedoeld als éénrichtingsmonologen. Om tijdens een onlinemeeting structuur te geven aan de avond zijn vragen via de chat beantwoord. Gedurende de avond konden, in verband met de tijd, niet alle vragen worden beantwoord. Daarom zijn later op de website van de Rozenbuurt de vragen met antwoorden geplaatst om zo ook de onbeantwoorde vragen te behandelen. Daarnaast zijn er meerdere individuele gesprekken met (vertegenwoordigers) van omwonenden geweest. In het participatieverslag is aangegeven welke onderdelen in het plan zijn aangepast naar aanleiding van deze gesprekken. Dit zijn o.a. de verlaging van de hoogte van de woongebouwen van maximaal 10 naar 8 lagen, het voorzien van de woongebouwen van kappen, het terugbrengen van het aantal woongebouwen (van 7 naar 6), het vervallen van de doorgang naar de Dibbitsstraat, het toevoegen van een sloot achter de woningen van de Dorpsstraat voor afstand tot de woningen, de plaats van de hofwoningen met een lagere gooten nokhoogte aan de noordzijde (achter de Dorpsstraat) in plaats van vrije kavels (met een hogere goot- en nokhoogte).
Daarnaast is het meest noordelijk gelegen woongebouw met ongeveer 17 meter in zuidelijke richting verschoven en iets gedraaid. Hiermee is getracht om tegemoet te komen aan bezwaren vanuit de omgeving. Het participatieproces is zorgvuldig doorlopen. 5.2 Bezwaren Veel bewoners (minimaal 47) hebben op zich geen problemen met woningbouw. Wel hebben ze moeite met: a. bouwhoogte: De hoogte van de appartementsgebouwen is niet passend in de omgeving.
8
b. verkeer en parkeren: Bewoners maken zich zorgen over de toename van de verkeersintensiteit op de Oostergouw en de Dorpsstraat en het parkeren en over de verkeersontsluiting Rozenbuurt / Oude Veiling terrein c. bodemverontreiniging: De mate van bodemverontreiniging
Reactie gemeente
a. De woongebouwen komen aan de zijde van de Oostergouw. Het plan is in lijn met de (op 20 april 2021 door de gemeenteraad) vastgestelde kadernotitie Intensiverings- & Hoogbouwvisie. De kadernotitie benoemt basishoogten voor drie gebieden (binnenstad en historische linten, intensiveringsgebieden en de woonwijken). In het gebied ‘woonwijken’ (waarin de Rozenbuurt valt) bedraagt de basishoogte twee tot drie bouwlagen. Langs invalswegen is dit maximaal vijf bouwlagen en incidenteel acht lagen. De woongebouwen in de Rozenbuurt komen langs de invalsweg Oostergouw en zijn gemiddeld vijf bouwlagen hoog. Vanaf de vierde bouwlaag wordt een gevarieerde schuine kap aangebracht waardoor de woongebouwen deels hoger en deels lager zijn dan genoemde vijf bouwlagen. Dit beeld is verankerd in het beeldkwaliteitsplan dat voor de Rozenbuurt is gemaakt en dat gelijktijdig met het bestemmingsplan wordt vastgesteld. De Rozenbuurt kent voorts twee accenten. Deze zijn respectievelijk zeven en acht bouwlagen hoog. Ook deze accenten worden vanaf de respectievelijk vijfde en zesde bouwlaag voorzien van een schuine kap. Deze zijn passend binnen de in het bestemmingsplan opgenomen maximale bouwhoogte. Om rekening te houden met de belangen van omwonenden zijn bouwvlakken aangegeven waarin de woongebouwen toegestaan zijn. De afstand van deze bouwvlakken tot bestaande woningen bedraagt ruim 100 meter.
Initiatiefnemer heeft (mede naar aanleiding van de zienswijzen) het plan aangepast. Het meest noordelijk gelegen woongebouw is 17 meter in zuidelijke richting verschoven en iets gedraaid. Hier is sprake van een zodanige afstand tot woningen in de omgeving dat de privacy van de huidige bewoners niet in het geding is. De ligging van de andere woongebouwen is ook iets aangepast. Daarnaast zijn van alle bouwblokken schaduwberekeningen en uitzichtbeelden gemaakt. Deze staan in het geactualiseerde stedenbouwkundig plan d.d. 31 mei 2021. Daaruit blijkt voldoende dat voornoemde hoogten niet leiden tot aantasting van privacy en/of zonlichtverlies. b. In het kader van het bestemmingsplan is een verkeerskundig onderzoek uitgevoerd door Goudappel. Dit onderzoek is als bijlage bij het bestemmingsplan gevoegd. De ontwikkeling zorgt inderdaad voor een toename van de verkeersintensiteit op de Oostergouw en de Dorpsstraat. Het onderzoek gaat uit van de situatie in 2030. Verder is een verkeersmodel gebruikt, waarin ook andere ontwikkelingen die in Hoorn spelen, zijn opgenomen. Bovendien houdt het model rekening met autonome groei (de toename aan auto’s die de komende jaren te verwachten is).
Uit het onderzoek blijkt echter dat het effect als gevolg van de te realiseren woningen op de kwaliteit van de verkeersafwikkeling beperkt is, omdat het verkeer goed afgewikkeld kan worden op de omliggende wegen. De verkeersontsluiting tussen de Rozenbuurt en het terrein van De Oude Veiling heeft voldoende capaciteit om de verkeerstoename ten gevolge van de ontwikkeling van de Rozenbuurt af te wikkelen. Ten behoeve van de verkeersveiligheid wordt in het rapport voorgesteld het kruispunt met De Oude Veiling te verkleinen door de rechtsaf voorsorteerstrook op de Oostergouw naar De Oude Veiling te verwijderen. Dit verhoogt de verkeersveiligheid en heeft geen effect op de kwaliteit van de verkeersafwikkeling. Dit is echter geen voorwaarde voor de ontwikkeling van de Rozenbuurt. Het heeft namelijk geen effect op de verkeersafwikkeling en zou in de huidige situatie al aangepast kunnen worden. c. De vervuiling betreft een vervuiling van grondwater met een waarde boven de streefwaarde en is veroorzaakt door het gebruik van bemesting voor de rozenteelt in het verleden. Er is geen gevaar voor de volksgezondheid en de Omgevingsdienst Noord-Holland Noord heeft dit in een besluit vastgelegd door Wonen met tuin toe te staan. De betreffende waarden nemen in de loop van de tijd af. Dat is recent bevestigd door een nieuwe bemonstering.
De resultaten hiervan worden toegevoegd aan de bijlagen bij de toelichting. Voor het eerste
9
gebruik door de nieuwe bewoners zullen de waarden nog verder zijn gedaald, mogelijk al onder de streefwaarden. De rapportage van de nieuwe bemonstering wordt als bijlage aan de toelichting toegevoegd. De resultaten ervan worden verwerkt in de toelichting van het bestemmingsplan. 5.3 Hoogbouwvisie Het college anticipeert voor op de vaststelling van de Hoogbouwvisie, terwijl deze niet door de raad is geaccordeerd.
Reactie gemeente Het ontwerpbestemmingsplan is voorafgaand aan ter inzagelegging op 23 maart 2021 voorgelegd aan de gemeenteraad. De gemeenteraad heeft in haar overwegingen meegenomen dat niet alle bouwplannen kunnen wachten op vaststelling van de Hoogbouwvisie en heeft ingestemd met de voorgestelde bouwhoogten. Zij zijn akkoord met de ter inzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan en daarmee met de in het plan opgenomen bouwhoogten. Op 20 april 2021 is de Kadernotitie Intensiverings- en Hoogbouwvisie door de gemeenteraad vastgesteld. De woongebouwen komen aan de zijde van de Oostergouw. Het plan is in lijn met de (op 20 april 2021 door de gemeenteraad) vastgestelde kadernotitie Intensiverings- & Hoogbouwvisie. De kadernotitie benoemt basishoogten voor drie gebieden (binnenstad en historische linten, intensiveringsgebieden en de woonwijken). In het gebied ‘woonwijken’ (waarin de Rozenbuurt valt) bedraagt de basishoogte twee tot drie bouwlagen. Langs invalswegen is dit maximaal vijf bouwlagen en incidenteel acht lagen. De woongebouwen in de Rozenbuurt komen langs de invalsweg Oostergouw en zijn gemiddeld vijf bouwlagen hoog. Vanaf de vierde bouwlaag wordt een gevarieerde schuine kap aangebracht waardoor de woongebouwen deels hoger en deels lager zijn dan genoemde vijf bouwlagen.
Dit beeld is verankerd in het beeldkwaliteitsplan dat voor de Rozenbuurt is gemaakt en dat gelijktijdig met het bestemmingsplan wordt vastgesteld. De Rozenbuurt kent voorts twee accenten. Deze zijn respectievelijk zeven en acht bouwlagen hoog. Ook deze accenten worden vanaf de respectievelijk vijfde en zesde bouwlaag voorzien van een schuine kap. Deze zijn passend binnen de in het bestemmingsplan opgenomen maximale bouwhoogte. 5.4 Inspraakverordening De inspraakverordening is ook op het project Rozenbuurt van toepassing.
Reactie gemeente
In het voortraject is een uitgebreid participatietraject met belanghebbenden doorlopen. Hierin hebben belanghebbenden al kunnen reageren op de voorgenomen ontwikkeling. Het participatieproces is vormgegeven door keukentafelgesprekken begin 2020 bij de direct omwonenden, (vanwege corona) een online informatieavond voor de buurt op 4 juni 2020 en een online informatieavond bij het ter visie leggen van het ontwerpbestemmingsplan op 7 april 2021. Daarnaast zijn er meerdere individuele gesprekken met (vertegenwoordigers van) omwonenden geweest. Conclusie De zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan. ZIENSWIJZE 6 6.1 Inspraakprocedure Indiener geeft aan dat de gevolgde inspraakprocedure niet in lijn is met de ambities uit de Omgevingswet. Er zijn wel degelijk bezwaren.
Reactie gemeente
Het participatieproces is vormgegeven door keukentafelgesprekken begin 2020 bij de direct omwonenden, (vanwege corona) een online informatieavond voor de buurt op 4 juni 2020 en
10
een online informatieavond bij het ter visie leggen van het ontwerpbestemmingsplan op 7 april 2021. De onlinebijeenkomsten waren niet bedoeld als éénrichtingsmonologen. Om tijdens een onlinemeeting structuur te geven aan de avond zijn vragen via de chat beantwoord. Gedurende de avond konden, in verband met de tijd, niet alle vragen worden beantwoord. Daarom zijn later op de website van de Rozenbuurt de vragen met antwoorden geplaatst om zo ook de onbeantwoorde vragen te behandelen. Daarnaast zijn er meerdere individuele gesprekken met (vertegenwoordigers) van omwonenden geweest. In het participatieverslag is aangegeven welke onderdelen in het plan zijn aangepast naar aanleiding van deze gesprekken. Dit zijn o.a. de verlaging van de hoogte van de woongebouwen van maximaal 10 naar 8 lagen, het voorzien van de woongebouwen van kappen, het terugbrengen van het aantal woongebouwen (van 7 naar 6), het vervallen van de doorgang naar de Dibbitsstraat, het toevoegen van een sloot achter de woningen van de Dorpsstraat voor afstand tot de woningen, de plaats van de hofwoningen met een lagere gooten nokhoogte aan de noordzijde (achter de Dorpsstraat) in plaats van vrije kavels (met een hogere goot- en nokhoogte). Daarnaast is het meest noordelijk gelegen woongebouw met ongeveer 17 meter in zuidelijke richting verschoven en iets gedraaid.
Hiermee is getracht om tegemoet te komen aan bezwaren vanuit de omgeving. Het participatieproces is zorgvuldig doorlopen. 6.2 Aantal woningen Het aantal getoonde woningen op dat plan en de daarbij behorende CO2 uitstoot is veel te hoog en dient te worden gereduceerd.
Reactie gemeente
In het plan komen maximaal 450 woningen. Daarmee wordt een bijdrage geleverd aan de grote woningbouwbehoefte in Hoorn. In het bestemmingsplan is onderbouwd dat deze ontwikkeling ruimtelijk inpasbaar is. In de toelichting is het aspect luchtkwaliteit beschreven. Er is geen sprake van een te hoge CO2 uitstoot; de ontwikkeling van maximaal 450 woningen blijft ruim onder de genoemde grens van 1500 woningen waarbij luchtkwaliteitsonderzoek verplicht is. De ontwikkeling draagt niet in betekenende mate bij aan de luchtkwaliteit ter plaatse. Dit wordt ook bevestigd door de Aeriusberekening. Daarnaast worden de woningen gasloos gebouwd, waardoor geen sprake is van CO2 uitstoot van de woningen zelf. 6.3 Flora en fauna Er is geen enkele rekening gehouden met de huidige Flora en Fauna in dat gebied.
Reactie gemeente
In de toelichting van het bestemmingsplan wordt het aspect ecologie beschreven. Er zijn reeds diverse onderzoeken verricht naar het eventueel voorkomende van beschermde dier- en plantensoorten. Het aanvullend ecologisch onderzoek vleermuizen, vogels met jaarrond beschermde nesten en rugstreeppad is in juni 2021 afgerond. Uit de rapportage blijkt dat het onderzoek voldoende is uitgevoerd. Het plangebied is voldoende onderzocht op het voorkomen van beschermde flora en fauna. Bij het uitvoeren van de werkzaamheden zullen geen verbodsbepalingen uit de Wet natuurbescherming worden overtreden. Het aspect ecologie vormt dan ook geen belemmering voor de ontwikkeling. De rapportage van dit aanvullende ecologische onderzoek wordt als bijlage aan de toelichting toegevoegd. De resultaten van het onderzoek worden verwerkt in de toelichting van het bestemmingsplan. 6.4 Begraafplaats Indiener heeft een plan gezien waarin rekening was gehouden met een afstand van 50 meter tot de begraafplaats. Deze zone komt voort uit een wet uit 1984 en dient volgens indiener als veiligheidszone en als toekomstige uitbreiding, de Wet op de lijkbezorging. Hoewel deze
11
bepaling nu niet meer in de Wet op de lijkbezorging staat, mag ervan uitgegaan worden dat het College hiermee rekening zal houden. In een recent plan is deze groenstrook namelijk niet meer opgenomen.
Reactie gemeente De richtafstanden van gevoelige functies (zoals wonen) staan beschreven in de VNG-publicatie Bedrijven en Milieuzonering. Een begraafplaats valt onder milieucategorie 1. Voor deze categorie geldt een richtafstand van 10 meter in een ‘rustige woonwijk’. Het plangebied wordt echter aangemerkt als ‘gemengd gebied’, omdat in de omgeving van het plangebied woningen, bedrijven en een sportpark gevestigd zijn. Voor een gemengd gebied mag (zoals aangegeven is in de VNG-publicatie) in de richtafstand een stap terug worden gedaan. De richtafstand komt daarom uit op 0 meter. De afstand tussen de grens van de begraafplaats en het bouwvlak van de dichtstbijzijnde woning bedraagt 10,6 meter. Dit is in onderstaand tekening weergegeven. Gelet op de richtafstand van 0 meter wordt geconcludeerd dat wordt voldaan aan de richtafstand. Als extra afscheiding wordt een houtopstand aangebracht tussen de eerste woning en de begraafplaats. Bij de inrichting van het plan wordt dit onderdeel nader uitgewerkt.
6.5 Elzensingel Indiener vraagt waarom de elzensingel niet in het plan is opgenomen.
Reactie gemeente
De sloot is als slag in het landschap als cultuurhistorisch waardevol bestempeld, juist in relatie tot de zichtlijn op de kerk. De staat van onderhoud, de leeftijd en restlevensduur van de elzensingel hebben ertoe geleid dat de huidige plek van de sloot niet leidend is en dat de elzensingel in de vorm van een nieuwe opstand in het plan wordt teruggebracht. Bijkomend
12
(cultuurhistorisch) voordeel is dat door de nieuwe locatie van de slagsloot de zichtlijn op de kerktoren extra tot zijn recht komt. 6.6 Sloot In het plan komt een sloot van 6 meter breed. Er is geen uitspraak gedaan wie verantwoordelijk is voor het onderhoud van de watergang en de walkanten. Volgens de ontwikkelaar ligt die verantwoordelijkheid bij het Hoogheemraadschap, maar uit navraag blijkt dat niet zo te zijn.
Reactie gemeente
De sloot tussen het plan Rozenbuurt en de achtertuinen van de bestaande woningen wordt onderhouden door het Hoogheemraadschap. De watergang ter plaatse van de ‘nieuwe elzensingel’ wordt onderhouden door de gemeente. Conclusie De zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan. Zienswijze 7 Aanvullend op eerder ingediende bezwaren maken indieners bezwaar tegen de te grote bouwhoogten in het plan. Zij stellen dat een hoogte van maximaal 13 meter acceptabel is.
Reactie gemeente
De woongebouwen komen aan de zijde van de Oostergouw. Het plan is in lijn met de (op 20 april 2021 door de gemeenteraad) vastgestelde kadernotitie Intensiverings- & Hoogbouwvisie. De kadernotitie benoemt basishoogten voor drie gebieden (binnenstad en historische linten, intensiveringsgebieden en de woonwijken). In het gebied ‘woonwijken’ (waarin de Rozenbuurt valt) bedraagt de basishoogte twee tot drie bouwlagen. Langs invalswegen is dit maximaal vijf bouwlagen en incidenteel acht lagen. De woongebouwen in de Rozenbuurt komen langs de invalsweg Oostergouw en zijn gemiddeld vijf bouwlagen hoog. Vanaf de vierde bouwlaag wordt een gevarieerde schuine kap aangebracht waardoor de woongebouwen deels hoger en deels lager zijn dan genoemde vijf bouwlagen. Dit beeld is verankerd in het beeldkwaliteitsplan dat voor de Rozenbuurt is gemaakt en dat gelijktijdig met het bestemmingsplan wordt vastgesteld. De Rozenbuurt kent voorts twee accenten. Deze zijn respectievelijk zeven en acht bouwlagen hoog. Ook deze accenten worden vanaf de respectievelijk vijfde en zesde bouwlaag voorzien van een schuine kap. Deze zijn passend binnen de in het bestemmingsplan opgenomen maximale bouwhoogte. Om rekening te houden met de belangen van omwonenden zijn bouwvlakken aangegeven waarin de woongebouwen toegestaan zijn. De afstand van deze bouwvlakken tot bestaande woningen bedraagt ruim 100 meter.
Initiatiefnemer heeft (mede naar aanleiding van de zienswijzen) het plan aangepast. Het meest noordelijk gelegen woongebouw is 17 meter in zuidelijke richting verschoven en iets gedraaid. Hier is sprake van een zodanige afstand tot woningen in de omgeving dat de privacy van de huidige bewoners niet in het geding is. De ligging van de andere woongebouwen is ook iets aangepast. Daarnaast zijn van alle bouwblokken schaduwberekeningen en uitzichtbeelden gemaakt. Deze staan in het geactualiseerde stedenbouwkundig plan d.d. 31 mei 2021. Daaruit blijkt voldoende dat voornoemde hoogten niet leiden tot aantasting van privacy en/of zonlichtverlies. Conclusie De zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan. ZIENSWIJZE 8 De kerk is het oudste bakstenen gebouw binnen onze gemeente en voor de voormalige gemeente Zwaag het belangrijkste gebouw uit hun rijke historie. De kerk, maar vooral de setting waarin deze zich manifesteert, vraagt daarom extra aandacht. In het plan voor de Rozenbuurt is vanaf de Oostergouw een zichtlijn naar de kerk opgenomen. Deze wordt door
13
indiener als te smal ervaren. Verder is en moet de kerk het belangrijkste gebouw van Zwaag blijven, daarom pleit indiener ervoor om de goot en nokhoogtes van de bebouwing langs de Oostergouw ruim onder de goothoogtes te houden van de kerk.
Reactie gemeente Het stedenbouwkundig plan is gebaseerd op de aansluiting op de bestaande kern met respect voor de kerk. Dit is gedaan door een plantsoen voor de kerk te projecteren en diverse zichtlijnen naar de kerktoren te ontwerpen via de verlengde Kerkelaan, een sloot vanaf de Oostergouw en lage nokhoogten van de hofwoningen aan de noordzijde. Tevens draagt het verschuiven van het meest noordelijk gelegen woongebouw met ongeveer 17 meter in zuidelijke richting bij aan het zicht op kerk vanaf de Oostergouw. De hofwoningen tussen de Oostergouw en de kerk hebben een maximum goothoogte van 4 meter en een maximum bouwhoogte van 9 meter. De kerk is 35 meter hoog, waardoor deze zichtbaar blijft vanaf de Oostergouw. Conclusie De zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan. ZIENSWIJZE 9 9.1 Participatie a. In het raadsvoorstel geeft hetgeen aangegeven is onder het punt Inspraak een te rooskleurig beeld. Volgens de indieners is geen sprake geweest van een zorgvuldig participatieproces. Er zijn wel gesprekken gevoerd, maar die zijn niet van invloed geweest op het plan dat nu voorligt. De opmerking ‘dat vanuit de omgeving geen grote bezwaren naar voren zijn gekomen’ klopt niet, omdat er wel degelijk grote bezwaren zijn geuit. b.
Naar aanleiding van de keukentafelgesprekken zou de beplantingsstrook zijn toegevoegd, maar deze zou enkel worden aangelegd nadat de ontwikkelaar een vaststellingsovereenkomst met de desbetreffende bewoners heeft gesloten met als essentie: geen bezwaar en beroep aantekenen tegen het plan en geen verzoek om planschade indienen. c. De woningen die achter de woningen van de Dorpstraat worden gerealiseerd zullen volgens het raadsvoorstel woningen worden met “één verdieping met kap” Inderdaad is dit op deze wijze gepresenteerd. Door de ontwikkelaar is aangegeven dat deze woningen een nokhoogte van 6 meter zullen krijgen maar eveneens is aangegeven dat volgens het bestemmingplan een nokhoogte van 9 meter mogelijk is. d. Indiener geeft aan dat het aantal appartementsgebouwen is verminderd, dat dit op zich geen resultaat van de inspraak is maar is ingegeven door de stedenbouwkundige supervisor.
Reactie gemeente
a. Het participatieproces is vormgegeven door keukentafelgesprekken begin 2020 bij de direct omwonenden, (vanwege corona) een online informatieavond voor de buurt op 4 juni 2020 en een online informatieavond bij het ter visie leggen van het ontwerpbestemmingsplan op 7 april 2021. De onlinebijeenkomsten waren niet bedoeld als éénrichtingsmonologen. Om tijdens een onlinemeeting structuur te geven aan de avond zijn vragen via de chat beantwoord. Gedurende de avond konden, in verband met de tijd, niet alle vragen worden beantwoord. Daarom zijn later op de website van de Rozenbuurt de vragen met antwoorden geplaatst om zo ook de onbeantwoorde vragen te behandelen. Daarnaast zijn er meerdere individuele gesprekken met (vertegenwoordigers) van omwonenden geweest. In het participatieverslag is aangegeven welke onderdelen in het plan zijn aangepast naar aanleiding van deze gesprekken. Dit zijn o.a.
de verlaging van de hoogte van de woongebouwen van maximaal 10 naar 8 lagen, het voorzien van de woongebouwen van kappen, het terugbrengen van het aantal woongebouwen (van 7 naar 6), het vervallen van de doorgang naar de Dibbitsstraat, het toevoegen van een sloot achter de woningen van de Dorpsstraat voor afstand tot de woningen, de plaats van de hofwoningen met een lagere goot- en nokhoogte aan de noordzijde (achter de Dorpsstraat) in plaats van vrije kavels (met een hogere goot- en nokhoogte). Daarnaast is het meest noordelijk gelegen woongebouw met ongeveer 17 meter in zuidelijke richting verschoven en
14
iets gedraaid. Hiermee is getracht om tegemoet te komen aan bezwaren vanuit de omgeving. Het participatieproces is zorgvuldig doorlopen. b. De beplantingsstrook is toegevoegd naar aanleiding van de keukentafelgesprekken. De overeenkomst die de indiener aanstipt, is niet gesloten. Het was de bedoeling om het gebruik van deze gronden door middel van een vaststellingsovereenkomst te borgen. Op 24 mei 2021 heeft de vertegenwoordiger van de bewoners aangegeven dat ze de beplantingsstrook niet in eigendom willen ontvangen vanwege een andere opvatting van de waarde. Er komt daarmee ook geen vaststellingsovereenkomst. De beplantingsstrook wordt nu aan de zuidzijde van de sloot geprojecteerd en de sloot wordt meer noordwaarts geprojecteerd. De verbeelding wordt dan ook overeenkomstig aangepast. c. Om flexibiliteit te geven in de uitwerking van de ontwerpen is inderdaad een maximum bouwhoogte van 9 meter opgenomen. De maximum goothoogte betreft 4 meter. Hiermee is een woning met één verdieping en een kap mogelijk. De initiatiefnemer geeft aan nimmer een nokhoogte van 6 meter te hebben aangegeven, maar altijd één laag met een kap te hebben gecommuniceerd. d. Het verminderen van het aantal appartementengebouwen is een wijziging als gevolg van ruimtelijke inzichten tijdens het ontwerpproces. Deze is daardoor op punten gewijzigd. Het is ook voortgekomen vanuit de inspraakreacties.
9.2 Verkeer Het is voor de bewoners onduidelijk wat de inhoud is van het ontwerpbestemmingsplan en de voorschriften. Dat geldt ook voor het verkeerskundig aspect. Het verkeersonderzoek is niet besproken met de bewoners aan de Dorpsstraat en naar nu blijkt ook niet met het bestuur van de HOC en de ondernemers op De Oude Veiling. Aangezien de ervaring leert dat de resultaten, conclusies en aanbevelingen van een verkeersonderzoek vaak niet stroken met de realiteit overwegen de bewoners een second opinion te laten uitvoeren.
Reactie gemeente
In de toelichting van het bestemmingsplan is beschreven welke ontwikkelingen mogelijk worden gemaakt. Mocht er iets niet duidelijk zijn in deze toelichting of in de regels of plankaart van het bestemmingsplan, kan contact worden opgenomen met de gemeente. Het verkeersonderzoek is door een onafhankelijk adviesbureau uitgevoerd. De uitgangspunten van het onderzoek zijn gebaseerd op het gemeentelijk verkeersmodel. Het staat de indiener uiteraard vrij een second opinion te laten uitvoeren. Deze opmerking wordt verder ter kennisgeving aangenomen. 9.3 Hoogbouwvisie Indiener stelt dat het opvallend is dat in het voorstel al wordt voorgesorteerd op de nog op te stellen Hoogbouwvisie en gemakshalve het navolgende wordt geconcludeerd: “De in de Rozenbuurt geplande woongebouwen vertonen geen overschrijding van de effecten voor hoogbouw”. De bewoners stellen voor de Hoogbouwvisie af te wachten.
Reactie gemeente Het ontwerpbestemmingsplan is voorafgaand aan ter inzagelegging op 23 maart 2021 voorgelegd aan de gemeenteraad. De gemeenteraad heeft in haar overwegingen meegenomen dat niet alle bouwplannen kunnen wachten op vaststelling van de Hoogbouwvisie en heeft ingestemd met de voorgestelde bouwhoogten. Zij zijn akkoord met de ter inzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan en daarmee met de in het plan opgenomen bouwhoogten. Op 20 april 2021 is de Kadernotitie Intensiverings- en Hoogbouwvisie door de gemeenteraad vastgesteld. De woongebouwen komen aan de zijde van de Oostergouw. Het plan is in lijn met de (op 20 april 2021 door de gemeenteraad) vastgestelde kadernotitie Intensiverings- & Hoogbouwvisie. De kadernotitie benoemt basishoogten voor drie gebieden (binnenstad en historische linten, intensiveringsgebieden en de woonwijken). In het gebied ‘woonwijken’ (waarin de Rozenbuurt valt) bedraagt de basishoogte twee tot drie bouwlagen. Langs invalswegen is dit maximaal vijf
15
bouwlagen en incidenteel acht lagen. De woongebouwen in de Rozenbuurt komen langs de invalsweg Oostergouw en zijn gemiddeld vijf bouwlagen hoog. Vanaf de vierde bouwlaag wordt een gevarieerde schuine kap aangebracht waardoor de woongebouwen deels hoger en deels lager zijn dan genoemde vijf bouwlagen. Dit beeld is verankerd in het beeldkwaliteitsplan dat voor de Rozenbuurt is gemaakt en dat gelijktijdig met het bestemmingsplan wordt vastgesteld. De Rozenbuurt kent voorts twee accenten. Deze zijn respectievelijk zeven en acht bouwlagen hoog. Ook deze accenten worden vanaf de respectievelijk vijfde en zesde bouwlaag voorzien van een schuine kap. Deze zijn passend binnen de in het bestemmingsplan opgenomen maximale bouwhoogte. Conclusie De zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan. ZIENSWIJZE 10 Deze brief gaat over het proces, niet over de inhoud van het bestemmingsplan.
Reactie gemeente
Deze brief wordt voor kennisgeving aangenomen. ZIENSWIJZE 11 11.1 Verkeer Kerkelaan Indiener maakt bezwaar met de toename van de verkeersbelasting op de monumentale Kerkelaan. De woning van de indiener staat op zeer korte afstand van de Kerkelaan.
Reactie gemeente
De Rozenbuurt wordt ontsloten via de bestaande inrit op de Oostergouw. De Kerkelaan dient als langzaam-verkeersontsluiting. Er komt geen directe verbinding voor autoverkeer. De Kerkelaan dient wel als calamiteitenontsluiting. In geval van een calamiteit waarbij de ingang aan de Oostergouw is gestremd, kunnen de hulpdiensten de Rozenbuurt via de Kerkelaan bereiken. Er zal een voorziening komen in de vorm van een wegklapbare paal die alleen door de hulpdiensten kan worden bediend. Auto’s kunnen niet via deze weg rijden. De exacte ligging van deze ontsluitingen wordt nog nader uitgewerkt. Daarbij wordt rekening gehouden met de woning van indiener. 11.2 Hoogbouw De hoogbouw zal ervoor zorgen dat het vrije uitzicht en het bewegen in huis ernstig wordt beïnvloed.
Reactie gemeente
De woongebouwen komen aan de zijde van de Oostergouw. Het plan is in lijn met de (op 20 april 2021 door de gemeenteraad) vastgestelde kadernotitie Intensiverings- & Hoogbouwvisie. De kadernotitie benoemt basishoogten voor drie gebieden (binnenstad en historische linten, intensiveringsgebieden en de woonwijken). In het gebied ‘woonwijken’ (waarin de Rozenbuurt valt) bedraagt de basishoogte twee tot drie bouwlagen. Langs invalswegen is dit maximaal vijf bouwlagen en incidenteel acht lagen. De woongebouwen in de Rozenbuurt komen langs de invalsweg Oostergouw en zijn gemiddeld vijf bouwlagen hoog. Vanaf de vierde bouwlaag wordt een gevarieerde schuine kap aangebracht waardoor de woongebouwen deels hoger en deels lager zijn dan genoemde vijf bouwlagen. Dit beeld is verankerd in het beeldkwaliteitsplan dat voor de Rozenbuurt is gemaakt en dat gelijktijdig met het bestemmingsplan wordt vastgesteld. De Rozenbuurt kent voorts twee accenten. Deze zijn respectievelijk zeven en acht bouwlagen hoog. Ook deze accenten worden vanaf de respectievelijk vijfde en zesde bouwlaag voorzien van een schuine kap. Deze zijn passend binnen de in het bestemmingsplan opgenomen maximale bouwhoogte. Om rekening te houden met de belangen van omwonenden zijn bouwvlakken aangegeven waarin de woongebouwen toegestaan zijn. De afstand van deze bouwvlakken tot bestaande woningen bedraagt ruim 100 meter.
16
Initiatiefnemer heeft (mede naar aanleiding van de zienswijzen) het plan aangepast. Het meest noordelijk gelegen woongebouw is 17 meter in zuidelijke richting verschoven en iets gedraaid. Hier is sprake van een zodanige afstand tot woningen in de omgeving dat de privacy van de huidige bewoners niet in het geding is. De ligging van de andere woongebouwen is ook iets aangepast. Daarnaast zijn van alle bouwblokken schaduwberekeningen en uitzichtbeelden gemaakt. Deze staan in het geactualiseerde stedenbouwkundig plan d.d. 31 mei 2021. Daaruit blijkt voldoende dat voornoemde hoogten niet leiden tot aantasting van privacy en/of zonlichtverlies. Conclusie De zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan. ZIENSWIJZE 12 Indiener maakt bezwaar tegen de bouwhoogte van 30 meter. Ze stelt dat een flat van 30 meter te hoog is en vraagt om laagbouw met een dorps accent.
Reactie gemeente
De woongebouwen komen aan de zijde van de Oostergouw. Het plan is in lijn met de (op 20 april 2021 door de gemeenteraad) vastgestelde kadernotitie Intensiverings- & Hoogbouwvisie. De kadernotitie benoemt basishoogten voor drie gebieden (binnenstad en historische linten, intensiveringsgebieden en de woonwijken). In het gebied ‘woonwijken’ (waarin de Rozenbuurt valt) bedraagt de basishoogte twee tot drie bouwlagen. Langs invalswegen is dit maximaal vijf bouwlagen en incidenteel acht lagen. De woongebouwen in de Rozenbuurt komen langs de invalsweg Oostergouw en zijn gemiddeld vijf bouwlagen hoog. Vanaf de vierde bouwlaag wordt een gevarieerde schuine kap aangebracht waardoor de woongebouwen deels hoger en deels lager zijn dan genoemde vijf bouwlagen. Dit beeld is verankerd in het beeldkwaliteitsplan dat voor de Rozenbuurt is gemaakt en dat gelijktijdig met het bestemmingsplan wordt vastgesteld. De Rozenbuurt kent voorts twee accenten. Deze zijn respectievelijk zeven en acht bouwlagen hoog. Ook deze accenten worden vanaf de respectievelijk vijfde en zesde bouwlaag voorzien van een schuine kap. Deze zijn passend binnen de in het bestemmingsplan opgenomen maximale bouwhoogte. Om rekening te houden met de belangen van omwonenden zijn bouwvlakken aangegeven waarin de woongebouwen toegestaan zijn. De afstand van deze bouwvlakken tot bestaande woningen bedraagt ruim 100 meter.
Initiatiefnemer heeft (mede naar aanleiding van de zienswijzen) het plan aangepast. Het meest noordelijk gelegen woongebouw is 17 meter in zuidelijke richting verschoven en iets gedraaid. Hier is sprake van een zodanige afstand tot woningen in de omgeving dat de privacy van de huidige bewoners niet in het geding is. De ligging van de andere woongebouwen is ook iets aangepast. Daarnaast zijn van alle bouwblokken schaduwberekeningen en uitzichtbeelden gemaakt. Deze staan in het geactualiseerde stedenbouwkundig plan d.d. 31 mei 2021. Daaruit blijkt voldoende dat voornoemde hoogten niet leiden tot aantasting van privacy en/of zonlichtverlies. Conclusie De zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan. REACTIE 13 13.1 Hoogbouw Indiener uit ongenoegen over de bouwhoogtes in de Rozenbuurt. Gebouwen van 25 en 30 meter hoog passen niet in een wijk met een dorps karakter.
Reactie gemeente De woongebouwen komen aan de zijde van de Oostergouw. Het plan is in lijn met de (op 20 april 2021 door de gemeenteraad) vastgestelde kadernotitie Intensiverings- & Hoogbouwvisie.
17
De kadernotitie benoemt basishoogten voor drie gebieden (binnenstad en historische linten, intensiveringsgebieden en de woonwijken). In het gebied ‘woonwijken’ (waarin de Rozenbuurt valt) bedraagt de basishoogte twee tot drie bouwlagen. Langs invalswegen is dit maximaal vijf bouwlagen en incidenteel acht lagen. De woongebouwen in de Rozenbuurt komen langs de invalsweg Oostergouw en zijn gemiddeld vijf bouwlagen hoog. Vanaf de vierde bouwlaag wordt een gevarieerde schuine kap aangebracht waardoor de woongebouwen deels hoger en deels lager zijn dan genoemde vijf bouwlagen. Dit beeld is verankerd in het beeldkwaliteitsplan dat voor de Rozenbuurt is gemaakt en dat gelijktijdig met het bestemmingsplan wordt vastgesteld. De Rozenbuurt kent voorts twee accenten. Deze zijn respectievelijk zeven en acht bouwlagen hoog. Ook deze accenten worden vanaf de respectievelijk vijfde en zesde bouwlaag voorzien van een schuine kap. Deze zijn passend binnen de in het bestemmingsplan opgenomen maximale bouwhoogte. Om rekening te houden met de belangen van omwonenden zijn bouwvlakken aangegeven waarin de woongebouwen toegestaan zijn. De afstand van deze bouwvlakken tot bestaande woningen bedraagt ruim 100 meter. Initiatiefnemer heeft (mede naar aanleiding van de zienswijzen) het plan aangepast. Het meest noordelijk gelegen woongebouw is 17 meter in zuidelijke richting verschoven en iets gedraaid.
Hier is sprake van een zodanige afstand tot woningen in de omgeving dat de privacy van de huidige bewoners niet in het geding is. De ligging van de andere woongebouwen is ook iets aangepast. Daarnaast zijn van alle bouwblokken schaduwberekeningen en uitzichtbeelden gemaakt. Deze staan in het geactualiseerde stedenbouwkundig plan d.d. 31 mei 2021. Daaruit blijkt voldoende dat voornoemde hoogten niet leiden tot aantasting van privacy en/of zonlichtverlies. 13.2 Verkeer Indiener uit bezorgdheid over de toenemende verkeersdruk op de Oostergouw en de gevolgen hiervan. De Oostergouw is nu al een drukke weg en zal mede door het bijkomende verkeer het woongenot van de burgers langs de weg negatief beïnvloeden. Dat uit zich in geluidoverlast en luchtvervuiling.
Reactie gemeente
In het kader van het bestemmingsplan is een verkeerskundig onderzoek uitgevoerd door Goudappel. Dit onderzoek is als bijlage bij het bestemmingsplan gevoegd. De ontwikkeling zorgt inderdaad voor een toename van de verkeersintensiteit op de Oostergouw en de Dorpsstraat. Het onderzoek gaat uit van de situatie in 2030. Verder is een verkeersmodel gebruikt, waarin ook andere ontwikkelingen die in Hoorn spelen, zijn opgenomen. Bovendien houdt het model rekening met autonome groei (de toename aan auto’s die de komende jaren te verwachten is). Uit het onderzoek blijkt echter dat het effect als gevolg van de te realiseren woningen op de kwaliteit van de verkeersafwikkeling beperkt is, omdat het verkeer goed afgewikkeld kan worden op de omliggende wegen. De verkeersontsluiting tussen de Rozenbuurt en het terrein van De Oude Veiling heeft voldoende capaciteit om de verkeerstoename ten gevolge van de ontwikkeling van de Rozenbuurt af te wikkelen. Ten behoeve van de verkeersveiligheid wordt in het rapport voorgesteld het kruispunt met De Oude Veiling te verkleinen door de rechtsaf voorsorteerstrook op de Oostergouw naar De Oude Veiling te verwijderen. Dit verhoogt de verkeersveiligheid en heeft geen effect op de kwaliteit van de verkeersafwikkeling. Dit is echter geen voorwaarde voor de ontwikkeling van de Rozenbuurt.
Het heeft namelijk geen effect op de verkeersafwikkeling en zou in de huidige situatie al aangepast kunnen worden. De aspecten geluid en luchtkwaliteit zijn onderzocht in het kader van de voorgenomen ontwikkeling. Voor beide aspecten geldt dat de waarden binnen de wettelijke grenzen blijven vallen. Hiermee is sprake van een goed woon- en leefklimaat.
18
Conclusie De zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan. ZIENSWIJZE 14 Indiener ziet een aantal verbeteringen aan de aansluitingen van de Rozenbuurt. De ingetekende bruggen leiden naar de smalle Koewijzend, een geliefd voetpad waar geen fietsverkeer gewenst is. Ook het onderhoud in de winter is hier lastiger. Indiener suggereert de paden iets te verleggen zodat een betere aansluiting ontstaat met bestaande hoofdroutes en fietspaden. Een voorbeeld is een langere zwaardere brug bij de Karwei. Dit levert ook een goede aansluiting nabij de centrale brandweerkazerne op. Indiener vindt de aansluiting op de Kerkelaan minder wenselijk, ook voor hulpvoertuigen, gezien het smalle profiel en het kronkelige tracé en de afstand tot de brandweerkazerne. Indiener suggereert de brug te verplaatsen naar de Dibbitsstraat en de sloot dichterbij de kerk te leggen. Hiermee ontstaat een goede aanrijdbare route en zelfs een extra kavel.
Reactie gemeente
De initiatiefnemer onderzoekt nog of het fietspad naar de Koewijzend in westelijke richting verplaatst kan worden. De locatie van de calamiteitenroute is zorgvuldig gekozen. Deze was eerder gepland als aansluiting bij de Dibbitsstraat. In verband met een zeer smal bestaand wegprofiel en vanuit de koffietafelgesprekken viel deze af. Vervolgens is gekozen de calamiteitenroute op de huidige positie te leggen. De exacte ligging van deze ontsluiting wordt nog nader uitgewerkt. Conclusie Om verplaatsing van het fietspad mogelijk te maken, worden ‘fiets- en voetpaden’ toegevoegd in de omschrijving van de bestemming Wonen – Woongebouw. Op die manier kan er flexibel omgegaan worden om de aansluitingen zo goed als mogelijk aan te laten sluiten op de bestaande situatie. Voor het overige leidt de zienswijze niet tot aanpassing van het bestemmingsplan. ZIENSWIJZE 15 Indiener stelt dat er in Hoorn vooral behoefte is aan woningen voor sociale huurders en voor starters op de woningmarkt. Er is geen behoefte aan woningen met prijzen boven € 300.000,-. Uit informatie van Funda blijkt dat er in deze categorie al voldoende aanbod is. Indiener stelt dat het aandeel sociale huur en goedkope koopwoningen van 30% opgerekt dient te worden naar zeker 75%. Daarbij dienen goedkope koopwoningen gemiddeld minder dan € 200.000,- te gaan kosten.