Bijlage 3 - Motivering TAM plan
Tekst van het document
Deze capaciteit op de Strip wordt door verschillende factoren belemmerd. Denk hierbij aan het aantal voetgangersoversteekplaatsen en verkeerslichten. Deze factoren zijn ingesteld om de voorrangssituaties te regelen. Door deze factoren is de kans op stagnatie van verkeer op de Strip vergroot. Tijdens de twee spitsmomenten per dag ziet de gemeente dit dan ook al. Dit vastlopen is niet vast te binden aan één project. Dit is wederom een samenkomst van redenen. Zo is er altijd autonome groei in het autogebruik, zijn er functies als scholen en een winkelcentrum in de nabijheid en heeft de Strip een verbindende functie voor de gemeente. Dit betekent echter niet dat de Strip het verkeersaanbod van de nieuw te bouwen wijken niet kan afwikkelen, slechts dat het wat langer duurt tijdens de spitsmomenten. Hoe de gemeente deze factoren kan inperken en hoe de weg tijdens de spitsmomenten het verkeersaanbod zo vlot mogelijk kan afwikkelen, wordt onderzocht in een gemeentebrede bereikbaarheidsstudie. Tijdens deze studie wordt onderzocht waar, wanneer en waarom het verkeer vastloopt en hoe dit verbeterd kan worden. Parkeren In de verkaveling van fase 5B Zuid en fase A Zuid zijn de parkeernormen aangehouden die tot nu toe in heel Bangert en Oosterpolder gebruikt zijn.
Deze zijn momenteel van rechtswege niet meer geldig vanwege het later van kracht geworden paraplubestemmingsplan Parkeren & laden en lossen met daarbij horende nieuwe parkeernormen. Een toets op basis van deze nieuwe parkeernormen geeft een theoretisch tekort van 14 parkeerplaatsen, verdeeld over geheel fase 5B Zuid en fase A Zuid. Dit theoretische tekort ligt volledig in het openbaar gebied. Omdat de parkeernormen van Bangert en Oosterpolder echter afwijken van de geldende parkeernormen (uit het geldende paraplubestemmingsplan Parkeren & laden en lossen), kunnen deze alleen gerealiseerd worden met een aanvullend collegebesluit. Er is een collegebesluit genomen om deze afwijkende normering te hanteren. Aldus zijn het vertrekpunt bij het bepalen van het aantal parkeerplaatsen de normeringen die in het bestemmingsplan zijn opgenomen. Bij de realisatie van de woningen moet worden voldaan aan deze parkeernormen. Deze staan aangegeven in Bijlage 5 Parkeernormeringen van de planregels en zijn gespecificeerd per woningtype. Het benodigde aantal parkeerplaatsen zal aan deze normen moeten voldoen (aantal woningen per type x de norm = het aantal parkeerplaatsen). Voor vrijstaande en twee-onder-een-kapwoningen is voor Bangert en Oosterpolder fase A Zuid en 5B Zuid een afwijking op deze bijlage geformuleerd.
In fase A Zuid en 5B Zuid gelden de volgende aanvullende voorwaarden (aanvullend op Bijlage 5 Parkeernormeringen) bij vrijstaande en twee-onder-een-kapwoningen: twee parkeerplaatsen worden op eigen terrein gerealiseerd; de parkeerplaatsen dienen naast elkaar te worden gesitueerd en zijn afzonderlijk vanaf de openbare weg bereikbaar; de afmetingen van de parkeerplaatsen bedragen ten minste 2,5 m breed en 5 m diep;
47
TAM-omgevingsplan Bangert en Oosterpolder, fase 5B Zuid
indien de parkeerplaats grenst aan een harde barrière (zoals een muur, schutting of garage), wordt aan deze zijde de parkeerplaats met 0,45 m verbreedt of 0,50 m verlengd. Dit is als zodanig in de planregels geregeld. 4.10.3
Conclusie
Er is sprake van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties wat betreft het aspect verkeer en parkeren.
4.11 Mer-beoordeling 4.11.1
Wettelijk kader
Onderdeel van de motivering bij een wijziging van het omgevingsplan, is een toets aan de regels over een milieueffectrapportage. Dit gebeurt overeenkomstig paragraaf 16.4.2 van de Omgevingswet en afdeling 11.2 van het Omgevingsbesluit. 4.11.2
Toetsing
Of een besluit over een project-mer-plichtig of mer-beoordelingsplichtig is, kan worden afgeleid uit bijlage V bij het Omgevingsbesluit, in samenhang met de artikelen 11.6 en 11.8 van het Omgevingsbesluit. Bijlage V heeft als ingang (eerste kolom) de omschrijving van het project van de initiatiefnemer. In kolom 4 staan de besluiten genoemd waarvoor dan de mer-verplichtingen gelden. Het gaat dan om besluiten waarmee de toestemming voor het project wordt verleend. In dit geval is dat de omgevingsvergunning. Het betreft dan overigens altijd een omgevingsvergunning voor een milieubelastende activiteit (of een ontgrondingenactiviteit, wateractiviteit e.d.). Daarnaast kunnen de mer-verplichtingen nog gelden voor enkele bijzondere besluiten uit andere wetten, zoals de vergunning op basis van de Kernenergiewet. Of er voor het besluit een mer .-plicht of een mer -beoordelingsplicht geldt, volgt uit de tweede en derde kolom. Als het project voldoet aan de voorwaarden van kolom 2, geldt een mer-plicht. Anders geldt een mer-beoordelingsplicht, tenzij ook in kolom 3 nog voorwaarden staan. Project-mer-beoordeling Het initiatief behoort in bijlage V in het Omgevingsbesluit tot nummer J11: 'Stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra en de aanleg van parkeerterreinen'. Hiervoor geldt een mer-beoordelingsplicht.
Voor het planvoornemen is daarom een notitie mer-beoordeling opgesteld. De notitie is als Bijlage 3 aan deze motivering toegevoegd. Uit de notitie blijkt dat het initiatief geen significant nadelige milieugevolgen tot gevolg heeft die het doorlopen van een mer-procedure noodzakelijk maakt. 4.11.3
Conclusie
Het aspect mer -beoordeling vormt geen belemmering voor het project.
4.12 Duurzaamheid, klimaatadaptatie, gezondheid Deze paragraaf kijkt naar het aspect duurzaamheid, klimaatadaptatie en gezondheid. Eerst wordt ingegaan op wat de gemeentelijke Omgevingsvisie van Hoorn stelt over dit onderwerp. 4.12.1
Wettelijk kader
Omgevingsvisie Hoorn Schone, duurzame energie Nederland wil in 2050 volledig klimaatneutraal zijn, wat inhoudt dat we geen broeikasgassen meer uitstoten. Dit is onderdeel van het 'Klimaatakkoord'. Hiermee willen we voorkomen dat de aarde verder opwarmt. Hoorn wil in 2040 energieneutraal zijn en alle energie binnen de regio opwekken. Om deze doelstelling waar te maken gaan we binnen Hoorn op zoek naar schone energiebronnen, voor het
48
TAM-omgevingsplan Bangert en Oosterpolder, fase 5B Zuid
verwarmen van onze huizen, voor ons vervoer en voor onze industrie. Deze duurzame energie krijgen we bijvoorbeeld van windmolens, zonnepanelen en aardwarmte. We kijken samen in de regio naar de beste mogelijkheden. Dit noemen we de 'Regionale Energie Strategie'. Ook in de gemeente Hoorn zoeken we naar ruimte voor duurzame, schone energie. We kijken hierbij vooral naar de mogelijkheden om zonnepanelen te plaatsen, op daken en als zonneveld aan de randen van de stad. Omdat bedrijventerreinen een grote bijdrage kunnen leveren aan energiebesparing en -opwekking werken we aan het verduurzamen van deze gebieden. Ook onderzoeken we de kansen die er liggen op het gebied van aardwarmte. We gaan in Hoorn alle wijken en buurten aardgasvrij maken. Hiervoor onderzoeken we op dit moment de optie om een warmtenet aan te leggen. Dit is een soort CV-installatie in het groot, waardoor veel woningen verwarmd kunnen worden. De warmte kan afkomstig zijn verschillende duurzame bronnen, zoals aardwarmte of restwarmte van industrie. Met buizen gaat het warme water van de centrale ketel naar de woningen. Deze verandering leidt ertoe dat er veel nieuwe kabels in de ondergrond en transformatorhuisjes gaan komen, zodat de energie ook naar de juiste plek kan worden vervoerd en opgeslagen. Dit vraagt om extra ruimte in de boven- en ondergrond.
Naast een duurzame warmtebron is het vooral belangrijk dat woningen goed geïsoleerd zijn (dit bespaart energie) en dat er eventueel zonnepanelen op het dak liggen. Dit wordt vooral in de historische binnenstad en de oudere woonwijken nog een flinke opgave, omdat de (monumentale) panden hier vaak erg oud zijn en vaak een laag energielabel hebben. Daarbij is de historische binnenstad een beschermd stadsgezicht waar specifieke regels gelden ten aanzien van zonnepanelen. Circulaire economie In 2040 wil Hoorn een 'Circulaire stad' zijn. Dit is een stad met een houdbaar economisch systeem zonder afval en schadelijke uitstoot naar het milieu. We willen dat doen in harmonie met de natuur, op een manier dat de waarde van grondstoffen, materialen en producten behouden blijft door kringlopen. In de fysieke leefomgeving wordt veel gebruikt gemaakt van grondstoffen en materialen, bijvoorbeeld bij de inrichting van de openbare ruimte en bij gebouw- en gebiedsontwikkeling. De gemeente wil bij beleidsontwikkeling en projecten een aanjagers- en voortrekkersrol vervullen en zet in op een zo hoog mogelijke mate van circulariteit. Hierbij wordt zoveel mogelijk gebruik gemaakt bio-grondstoffen. Doelen zijn het verlagen van de milieueffecten en het stimuleren van innovatie. Groen voorbereid op het veranderende klimaat Het klimaat verandert, ook in Nederland.
Dit heeft als gevolg dat in de toekomst regenbuien heviger worden, hittegolven steeds vaker voorkomen en de kans op overstromingen of juist erg droge perioden groter wordt. Het is belangrijk dat we de samenleving en onze omgeving hierop voorbereiden. Dit heet een 'klimaatadaptieve leefomgeving'. Hiervoor is het belangrijk dat er meer groen en water komt in plaats van stenen in onze woonwijken, bedrijventerreinen en de oude binnenstad. Voldoende groen en water draagt er namelijk aan bij dat de omgeving minder snel opwarmt tijdens hete dagen, bijvoorbeeld doordat bomen zorgen voor schaduw. Ook neemt een groene ondergrond, bijvoorbeeld gras, het regenwater op en houdt het langer vast. Dit voorkomt wateroverlast tijdens hevige regenbuien of juist verdroging tijdens warme perioden. Tot slot draagt bloemrijk groen bij aan het verbeteren van de biodiversiteit. Dit laatste is gericht op het behoud en de versterking van verschillende soorten planten en dieren. De biodiversiteit is in de afgelopen jaren namelijk sterk afgenomen. We gaan dan ook aan de slag met het vergroenen van de openbare ruimte in de gemeente Hoorn. We planten nieuw groen, zoals bomen, struiken en heesters en breiden de bestaande bomenlanen en parken/plantsoenen in de stad uit. De verschillende groene en blauwe gebieden verbinden we met elkaar, denk daarbij bijvoorbeeld aan groene lanen en sloten tussen parken.
We gebruiken divers en bloemrijk groen en onderhouden het groen zonder chemische bestrijdingsmiddelen. Dit versterkt de biodiversiteit en het ziet er ook gewoon aantrekkelijker uit. Op dit moment werken we al aan een parkachtige ontwikkeling aan de zuidrand van de Westfrisiaweg. In de parken en andere groengebieden in onze gemeente vinden we het belangrijk dat inwoners er prettig kunnen verblijven op hete zomerdagen. Voldoende schaduwplekken, bankjes waar mensen kunnen uitrusten en mogelijkheden om te spelen en bewegen dragen bij aan een prettig verblijf.
49
TAM-omgevingsplan Bangert en Oosterpolder, fase 5B Zuid
Tot slot maken we ook inwoners bewust van het belang van groen. We moedigen hen aan om hun steentje bij te dragen (of eigenlijk hun steentjes weg te doen). Bijvoorbeeld door de tegels uit de tuin te halen en gras/bloemen in te planten (Operatie Steenbreek), regenwater op te slaan in een regenton of het aanleggen van groene daken of gevels op hun woning. Het 'vergroenen' van onze gemeente is nadrukkelijk een gezamenlijke taak. Blauw voorbereid op het veranderende klimaat Naast het vergroenen van de omgeving, is het ook belangrijk om te werken aan een goede waterberging en -afvoer. Daarom verhogen we het vermogen van ons riool en zorgen we ervoor dat het gehele rioolsysteem straks is losgekoppeld (gescheiden riool). Hierin vindt de afvoer van regenwater en de afvoer van afvalwater apart van elkaar plaats. Ook maken we op verschillende plekken in de gemeente ruimte voor wateropvang in de vorm van groene overloopzones of 'wadi's'. Hier kan regenwater tijdens hevige regenbuien tijdelijk worden opgevangen en de bodem intrekken. Ook zorgen we voor extra ruimte voor waterberging, op daken, in tuinen en in de openbare ruimte. Denk bijvoorbeeld ook aan nieuwe sloten en grachten. Toekomstbestendig bouwen Toekomstbestendige nieuwbouw vraagt om integraal werken. Samen opzoek gaan naar gebiedsspecifieke kansen en uitdagingen, en zo vroeg mogelijk het goede gesprek voeren.
Van ingebouwde nestkasten tot aan het aanbieden van deelmobiliteit. Maatregelen neemt de gemeente graag zo vroeg mogelijk in het ontwerp. Want hoe eerder, hoe beter, hoe makkelijker en goedkoper het eindresultaat. Convenant Toekomstbestendig Bouwen Bij gebiedsontwikkeling hanteert de gemeente Hoorn het Convenant Toekomstbestendig Bouwen. Niveau Brons van het toetsingskader is hierbij het vertrekpunt. Het toetsingskader bestaat uit zes duurzaamheidsthema's. Per thema wordt afgewogen welke maatregelen er worden getroffen. Toetsingskader De doelen en indicatoren van het convenant zijn zo gekozen dat bestaande meetmethoden, normeringen en andere instrumenten goed bruikbaar blijven zodat plannen hieraan kunnen worden getoetst in ontwerp en realisatie. Voor een aantal van de indicatoren bestaan wettelijke eisen. Bijvoorbeeld voor de MPG score en de BENG. Bovenop de wettelijke eisen stelt dit convenant op alle indicatoren een extra ambitie (brons, zilver of goud). De indicatoren en ambitieniveaus dienen als een instrument om de gevraagde ambitie per nieuwbouwproject door de gemeente zelf te toetsen.
50
TAM-omgevingsplan Bangert en Oosterpolder, fase 5B Zuid
Figuur 4.1: Aanpak toekomstbestendig bouwen 4.12.2
Toets
In 2010 zijn er al afspraken gemaakt tussen ontwikkelaren en de gemeente Hoorn. Duurzaamheid is geen onderdeel van deze afspraken. Dit maakt het uitdagend om met ontwikkelaren bovenwettelijke maatregelen te treffen op gebouwniveau. Ontwikkelaars stellen daarom in beginsel een plan op dat voldoet aan alle geldende wetgeving. Aanvullend is in het beeldkwaliteitsplan een duurzaamheidsparagraaf opgenomen. De duurzaamheidsambities die zijn opgenomen, scheppen randvoorwaarden voor de inrichting van het gebied gebaseerd op klimaatadaptatie, natuurinclusiviteit en duurzaam bouwen. Bij klimaatadaptatie is het belangrijk om rekening te houden met de toekomstige toename van neerslag en hitte. Dit betekent dat het effect van de materialisatie en ontwerp van de buitenruimte, op de accumulatie van hitte in de zomer en de afstroming van het water tijdens heftige regenbuien ingecalculeerd moet worden. Bij natuurinclusief bouwen en ontwikkelen is het uitgangspunt dat ecologie en biodiversiteit als volwaardige functies in het ontwerp mee worden gekoppeld. Hiervoor is een lijst van 40 punten opgesteld door de Koninklijke Nederlandse Natuurhistorische Vereniging. Dit betekent het natuur gericht ontwerpen van de groenzones en bouwwerken, met aandacht voor verschillende soorten planten en dieren, wat ook weer een gevarieerd beeld oplevert.
De gemeente gaat onderzoeken welke van deze maatregelen passend een plaats kunnen krijgen in de openbare ruimte, maar wil ook bewoners en ontwikkelaars stimuleren te kijken wat zij kunnen doen in en rondom hun woning. Hierbij kan gedacht worden aan groene daken (vooral bij de gemeentelijke kavels), geïntegreerde nestkasten, bloembakken bij appartementen, klimplanten langs muren, voorkomen van geheel verharde (voor) tuinen, inheemse planten in de tuin, afkoppeling hemelwater en composteren van biologisch afbreekbaar afval. De kwalitatief hoogwaardige vormgeving van de woningen mag de duurzaamheidsambities niet hinderen. Vandaar dat (bijna-)energieneutraal bouwen het uitgangspunt van de woningen moet zijn. BENG is het uitgangspunt. Het toetsingskader Toekomstbestendig Bouwen niveau brons is het vertrekpunt. Het toetsingskader bestaat uit zes duurzaamheidsthema's. Per thema wordt afgewogen welke maatregelen er worden getroffen. Doel is om samen kansen te signaleren en te benutten. Voor de inrichting van de openbare ruimte ligt de verantwoordelijkheid bij de gemeente, waarbij rekening dient te worden gehouden met het financiële kader van de grondexploitatie. Hiervoor is een
51
TAM-omgevingsplan Bangert en Oosterpolder, fase 5B Zuid
Kwaliteitshandboek Bangert en Oosterpolder opgesteld. Dit is een kaderstellend beleidsdocument met inrichtingseisen voor de openbare ruimte. Op het gebied van energie en circulariteit zijn geen inrichtingseisen in het kwaliteitshandboek opgenomen. Met betrekking tot klimaatadaptatie wordt gestreefd naar een vertraagde afvoer van hemelwater via de straat. Duurzaamheid zal daarnaast op integrale wijze worden meegenomen in het inrichtingsplan, waarbij verdere afstemming volgt. De vertraagde afvoer via de straat is in het concept-inrichtingsplan verwerkt, zie ook de waterparagraaf 4.2. Het inrichtingsplan gaat voldoen aan de LIOR (paragraaf 3.5.5) met naast water, aandacht voor groen. In het inrichtingsplan en in het woningontwerp wordt ook met duurzaamheid e.a. rekening gehouden en indien nodig wordt een onderzoek uitgevoerd. Op basis van het kader toekomstbestendig bouwen is het onduidelijk in hoeverre het plan hieraan gaat voldoen. In beginsel wordt een plan opgesteld dat voldoet aan de wettelijke eisen. In de openbare ruimte worden maatregelen getroffen zodat het gebied klimaatbestendig is. Uitgangpunt hiervoor is MRA klimaatbestendige Nieuwbouw. 4.12.3
Conclusie
Het project voldoet aan de geldende wet- en regelgeving en volgt de afspraken uit 2010 tussen ontwikkelaars en de gemeente Hoorn. Hoewel duurzaamheid destijds geen onderdeel was, biedt het beeldkwaliteitsplan nu handvatten voor toekomstbestendig bouwen op niveau brons. Voor de openbare ruimte ligt de focus op klimaatadaptatie, met vertraagde afvoer van hemelwater als uitgangspunt. Ondanks het ontbreken van eisen voor energie en circulariteit in het Kwaliteitshandboek Bangert en Oosterpolder, wordt duurzaamheid integraal meegenomen in het inrichtingsplan. Verdere uitwerking is nodig om de duurzaamheidsambities te waarborgen. Er is vanuit het onderwerp klimaat, energie en circulariteit geen aanleiding tot het wijzigen en/of toevoegen van regels aan het omgevingsplan.
4.13 Conclusie evenwichtige toedeling van functies aan locaties Voor de wijziging van het omgevingsplan gelden de beoordelingsregels uit het Bkl. Dat betekent dat het omgevingsplan enkel mag worden gewijzigd als: Er sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties (artikel 8.0a, tweede lid van het Bkl); Als daarbij voldaan wordt aan de beoordelingsregels uit hoofdstuk 5 van het Bkl. Op grond van artikel 4.2 Ow moet het omgevingsplan, dan wel een afwijking daarop, er in ieder geval toe leiden dat voor het gehele grondgebied van de gemeente functies evenwichtig aan locaties zijn toegedeeld. Deze taak vormt een voortzetting van het criterium van een goede ruimtelijke ordening uit de Wro, maar dan in de bredere strekking van de fysieke leefomgeving. Het zorgen voor een evenwichtige toedeling van functies aan locaties wordt in het omgevingsplan bereikt door activiteiten onderling evenwichtig over locaties te reguleren. Evenwichtig reguleren van activiteiten, impliceert een locatiegerichte benadering waarbij de schaarse ruimte binnen de fysieke leefomgeving op een zo goed mogelijke wijze wordt verdeeld, ingericht en benut. Een evenwichtige toedeling van functies aan locaties moet als resultante worden beschouwd van alle regels in het omgevingsplan. Met het planvoornemen worden nieuwe woningen in de gemeente Hoorn mogelijk gemaakt.
In de voorgaande hoofdstukken is getoetst aan relevant beleid en aan de regels van het Bkl. Op alle onderdelen wordt voldaan aan de standaardwaarden zoals opgenomen in het Bkl en is er geen aanleiding om op onderdelen hiervan af te wijken. Geluid is hier een uitzondering op. Deze voldoet niet aan de standaardwaarden, maar wel aan de grenswaarden. In paragraaf 4.5 is gemotiveerd afweken van de standaardwaarde. Op basis van alle resultaten kan worden geconcludeerd dat ten aanzien van deze ruimtelijke ontwikkeling voldaan kan worden aan een evenwichtige toedeling van functies aan de betreffende locatie. Hierbij is voldaan aan de beoordelingsregels uit artikel 8.0b tot en met 8.0 e van het Bkl. Geconcludeerd wordt dat de vergunning voor onderhavige ruimtelijke ontwikkeling verleend kan worden.
52
TAM-omgevingsplan Bangert en Oosterpolder, fase 5B Zuid
Hoofdstuk 5
Juridische vormgeving
5.1
Wijziging omgevingsplan
5.1.1
Omgevingsplan van rechtswege
Op 1 januari 2024 is het omgevingsplan van rechtswege ontstaan. Dit omgevingsplan bestaat uit alle ruimtelijke plannen, waaronder bestemmingsplannen en wijzigingsplannen, en uit de Bruidsschat die de gemeente van het Rijk heeft ontvangen. In deze Bruidsschat zitten onder meer regels voor milieubelastende activiteiten en bouwactiviteiten. Ook twee bodemkaarten en de hogere waarde besluiten maken deel uit van het omgevingsplan van rechtswege. Gemeenten krijgen tot 1 januari 2032 de tijd om het omgevingsplan van rechtswege en andere regels over de fysieke leefomgeving om te zetten naar een nieuw omgevingsplan. Op grond van artikel 2.4 en 22.6 van de Omgevingswet kan de gemeenteraad het omgevingsplan van rechtswege (laten) wijzigen. 5.1.2
Toepassing TAM-IMRO
De Omgevingswet integreert wetgeving en regels voor ruimte, wonen, infrastructuur, milieu, natuur en water. Het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO) ondersteunt bij de uitvoering van de wet en bestaat uit lokale systemen van overheden en de landelijke voorziening (DSO-LV), zoals Regels op de kaart en het Omgevingsloket. Er zijn tijdelijke alternatieve maatregelen (TAMs) ontwikkeld voor organisaties die nog geen gebruik kunnen maken van lokale of landelijke onderdelen van het DSO. Een van deze TAMs is TAM-IMRO. Bij TAM-IMRO wordt het omgevingsplan gewijzigd via de - onder de Wet ruimtelijke ordening gebruikte IMRO-standaard (Informatiemodel Ruimtelijke Ordening) en de voorziening ruimtelijkeplannen.nl. Het gebruik van TAM-IMRO is toegestaan tot en met 31 december 2025. Het ministerie van Binnenlandse Zaken en Klimaat geeft aan dat TAM-IMRO plannen uiterlijk voor 1 januari 2032 moeten worden omgezet naar de nieuwe Standaard officiële publicaties (STOP) met de bijbehorende Toepassingsprofielen omgevingsdocumenten (TPOD). De Vereniging Nederlandse Gemeente (VNG) gaat uit van twee varianten van een TAM-IMRO omgevingsplan: de Basisvariant en de Crisis- en herstelwet-variant. Voorliggend TAM-IMRO omgevingsplan is opgezet volgens de Basisvariant. Deze blijft qua vorm en inhoud zo dicht mogelijk bij een bestemmingsplan.
Daarbij wordt uiteraard wel aan alle eisen van de Omgevingswet en bijbehorende Algemene Maatregelen van Bestuur (AMvB's) voldaan. 5.1.3
Werkingsgebied
De regels in dit TAM-IMRO omgevingsplan zijn van toepassing op de locatie van dit TAM-omgevingsplan Bangert en Oosterpolder, fase 5B Zuid, waarvan de geometrische bepaalde planobjecten zijn vervat in het GML-bestand [NL.IMRO.0405.TAMBOfase5Bzuid-va01] zoals vastgelegd op https://www.ruimtelijkeplannen.nl. In paragraaf 1.2 is een overzichtskaart van het werkingsgebied c.q. plangebied opgenomen. 5.1.4
Overzicht wijzigingen
De planregels van het omgevingsplan van rechtswege worden met dit TAM-IMRO omgevingsplan gewijzigd. Hiermee vervallen de onderliggende bestemmingsplannen, voor zover deze vervangen wordt door het TAM-omgevingsplan. De regels in dit TAM-omgevingsplan komen hiervoor in de plaats.
53
TAM-omgevingsplan Bangert en Oosterpolder, fase 5B Zuid
5.2
Artikelsgewijze toelichting
Preambule De preambule is direct zichtbaar boven de regels. In de preambule staat dat het TAM-IMRO omgevingsplan gelezen moet worden als hoofdstuk en de artikelen als paragrafen van dat hoofdstuk. Dit om onduidelijkheden met het omgevingsplan van rechtswege te voorkomen. HOOFDSTUK 1 INLEIDENDE REGELS Toepassingsbereik 1.
2. 3.
De besluiten op grond van artikel 22.1, onder a, van de Omgevingswet zijn niet van toepassing voor zover het gaat over regels opgenomen in het geldende bestemmingsplan(nen) op de locatie, bedoeld in het derde lid en voor zover die regels in strijd zijn met regels in dit TAM-plan. De Bruidsschat blijft van toepassing op de locatie. Indien de regels uit het TAM-plan in strijd zijn met de Bruidsschat, gaat de Bruidsschat voor. Het TAM-plan wordt van toepassing verklaard op de planlocatie.
Aanvraagvereisten Als een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een BOPA wordt ingediend, moet de aanvrager informatie over de activiteit aanleveren bij het bevoegd gezag. De aanvraagvereisten uit de Bruidsschat (paragraaf 22.5.2 van het omgevingsplan) zijn van overeenkomstige toepassing op een omgevingsvergunning die is vereist op grond van het TAM-plan. Daarnaast moet de aanvrager motiveren waarom hij/zij van oordeel is dat voldaan wordt aan de beoordelingsregels van de gevraagde omgevingsvergunning. Algemene begripsbepalingen In dit artikel is een verwijzing opgenomen naar de algemeen geldende begrippen. Aanvullende begripsbepalingen In dit artikel zijn begrippen opgenomen die specifiek gelden voor het TAM-IMRO omgevingsplan. Meet- en rekenbepalingen Het omgevingsplan van rechtswege bevat in artikel 22.24 al meetbepalingen. In dit artikel zijn alleen meeten rekenbepalingen opgenomen die specifiek gelden voor het TAM-IMRO omgevingsplan. HOOFDSTUK 2 FUNCTIES EN ACTIVITEITEN Groen De functie Groen is voor onder andere groenvoorzieningen. Er zijn beoordelingsregels voor het bouwen geformuleerd. Water De functie Water is voor onder andere water en waterhuishoudkundige voorzieningen. Er zijn beoordelingsregels voor het bouwen geformuleerd. Wonen De functie Wonen is voor onder andere woningen. Het zijn grotere gele 'vlekken' waarbinnen de nieuwe woonwijken worden gebouwd.
De functie omvat dan ook het inrichten van de openbare ruimte. Er zijn beoordelingsregels voor het bouwen geformuleerd. Voor het uitoefenen van een aan-huis-verbonden beroep of consumentverzorgende bedrijfsactiviteit gelden voorwaarden, evenals voor het uitoefenen van een bed & breakfast of andere vormen van logiesverstrekking. Tot slot zijn een aantal verboden
54
TAM-omgevingsplan Bangert en Oosterpolder, fase 5B Zuid
gebruiksactiviteiten geformuleerd. Beeldkwaliteitsplan Voor voorliggend woningbouwproject is eveneens een koppeling met het BKP opgenomen. Voor het bouwen van bouwwerken dient tevens te worden voldaan aan de eisen voor gebouwen, (erf)inrichting, aanzichten, kleur, materiaal en duurzaamheid uit het BKP. Gezamenlijk geluid op de gevel (artikel 4.103 Bbl) Uit het akoestisch onderzoek blijkt dat niet voor alle woningen wordt voldaan aan de standaardwaarden uit artikel 5.78t Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl). Op grond van artikel 5.78u Bkl kan het omgevingsplan dat een nieuw geluidgevoelig gebouw toelaat, erin voorzien dat het geluid op dat gebouw hoger is dan de standaardwaarde, bedoeld in 5.78t. Artikel 5.78ad Bkl bepaalt vervolgens dat bij het toepassing van artikel 5.78u het gezamenlijke geluid op de gevel van geluidgevoelige gebouwen in het omgevingsplan wordt vastgelegd. Dit artikel voorziet in het vastleggen van dit gezamenlijk geluid. Het artikel verwijst naar het opgestelde akoestische rapport. Dit rapport is opgenomen als bijlage bij het wijzigingsbesluit. In de genoemde tabel uit het akoestisch rapport is weergegeven voor welke woningen een hogere waarde dan de standaardwaarde is berekend. Dit artikel geldt enkel voor deze woning(en). Deze woning(en) moeten voldoen aan de waarden zoals opgenomen in het akoestisch rapport.
De overige woning(en) die wél aan de standaardwaarde voldoen, moeten aan de standaardwaarde voldoen. Artikel 4.103 Besluit bouwwerken leefomgeving bepaalt dat de karakteristieke geluidwering van een uitwendige scheidingsconstructie van een verblijfsgebied niet kleiner is dan het verschil tussen het in het omgevingsplan toegestane geluid door activiteiten, bedoeld in paragraaf 5.1.4.2.2 van het Besluit kwaliteit leefomgeving, en 35 dB(A). Op basis van dit verschil kan de geluidwering worden berekend. HOOFDSTUK 3 ALGEMENE REGELS Anti-dubbeltelregel In de anti-dubbeltelregel is aangegeven dat grond die één keer in beschouwing is genomen voor het toestaan van gebouwen, niet een tweede keer mag meetellen voor de toelaatbaarheid van andere gebouwen, als die grond inmiddels tot een ander bouwperceel is gaan behoren. Algemene regels bouwactiviteiten In de algemene regels voor bouwactiviteiten wordt de doorvaarthoogte en -breedte van bruggen en duikers en hoogte van beschoeiingen geformuleerd. Ook is een uitzondering geregeld voor het overschrijden van bouw- of bestemmingsvlakken door duurzaamheidsmaatregelen. Tot slot is een verbod op datacenters opgenomen.
Algemene regels voor functies en gebruiksactiviteiten Het algemene gebruiksverbod luidt dat het verboden is om locaties of bouwwerken te gebruiken anders dan overeenkomstig de aan de locatie toegedeelde functies en toegestane gebruiksactiviteiten. De specifieke gebruiksverboden formuleren een aantal gebruiksregels. Waaronder een voorwaardelijke verplichting voor het gebruik van de woningen uit Artikel 8 Wonen. Het gebruik ten behoeve van de woningen is alleen toegestaan indien per gerealiseerde woning in het openbaar toegankelijk gebied van het plangebied 1,3 bomen per woning worden geplant. Deze bomen dienen volledig in stand te worden gehouden. Deze bomen dienen uiterlijk binnen een termijn van 18 maanden na de ingebruikname van de gronden onder Artikel 8 Wonen in zijn geheel te zijn geplant. Tot slot is kleinschalige duurzame energiewinning toegestaan. Aanvullende beoordelingsregels bouwwerken De omgevingsvergunning in de zin van artikel 22.26 wordt ook verleend onder de voorwaarde dat geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan het straat- en bebouwingsbeeld, de woonsituatie, de
55
TAM-omgevingsplan Bangert en Oosterpolder, fase 5B Zuid
verkeerssituatie, de milieusituatie en de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden en bouwwerken, in een aantal gevallen. Algemene vergunningplichtige overige activiteiten Deze regels bevatten algemene vergunningplichtige aanlegactiviteiten. Algemene aanduidingsregels Er ligt een molenbiotoop over een deel van het plangebied. Deze is bestemd voor het instandhouden van een vrije windvang ten behoeve van de nabijgelegen molen. Er gelden aanvullende beoordelingsregels voor bouwen en aanlegactiviteiten. Regels met betrekking tot parkeren Deze regels bevatten de parkeergelegenheid.
parkeernormen, om te
waarborgen dat sprake
is
van voldoende
HOOFDSTUK 4 OVERGANGSREGELS Overgangsregels In dit hoofdstuk zijn de regels voor het overgangsrecht opgenomen. Er wordt onderscheid gemaakt tussen bouwwerken en functioneel gebruik.
Hoofdstuk 6 Economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid 6.1
Economische uitvoerbaarheid
In deze motivering is onderbouwd dat met het voorliggende besluit tot wijziging van het omgevingsplan een evenwichtige toedeling van functies aan locaties wordt bereikt en dat de toegekende functies binnen een redelijke termijn kunnen worden gerealiseerd. Gelet hierop kan, in het verlengde daarvan, aangenomen worden dat de realisatie economisch uitvoerbaar is. Op voorhand is er geen reden om aan te nemen dat de toegekende functies om financiële redenen niet binnen een redelijke termijn kunnen worden gerealiseerd. Kostenverhaal Op grond van artikel 13.11 Omgevingswet is de gemeente verplicht tot kostenverhaal, indien sprake is van een of meerdere aangewezen bouwactiviteiten. Het gaat hier om kostenverhaalsplichtige activiteiten als genoemd in artikel 8.13 Omgevingsbesluit, (hierna: 'een aangewezen bouwactiviteit'). Dit houdt in dat de gemeenteraad kostenverhaalsregels dient vast te stellen in het omgevingsplan, tenzij middels gemeentelijke gronduitgifte en/of een anterieure overeenkomst, co-financiering, subsidies, gemeentelijk krediet, de kosten die het vanwege artikel 8.15 Omgevingsbesluit maakt, anderszins verzekerd zijn dan wel vrijstelling wordt/is verleend voor de kosten in de gevallen genoemd in artikel 8.14 Omgevingsbesluit (Ob). Nadeelcompensatie In artikel 8.15 Ob worden de kostensoorten in de tabellen A en B van bijlage IV aangewezen als verhaalbare kostensoorten.
In onderdeel A11 staat “Nadeelcompensatie aan derden als bedoeld in hoofdstuk 15 van de wet”. Nadeelcompensatie is een regeling voor schadevergoeding voor rechtmatig overheidsoptreden. Het gaat over schade boven het normale maatschappelijke risico en het bedrijfsrisico die iemand onevenredig zwaar treft. Het kan gaan om directe of indirecte schade. Directe schade is het gevolg van inperking van bestaande rechten van de eigenaar. Indirecte schade wordt veroorzaakt door activiteiten in de omgeving. In titel 4.5 Algemene wet bestuursrecht (Awb) staan de grondslagen, inhoudelijke eisen en procedurele bepalingen over toekenning van nadeelcompensatie. Toetsing
56
TAM-omgevingsplan Bangert en Oosterpolder, fase 5B Zuid
Alle gronden in fase 5B zuid, voor de nieuwe woningbouw, zijn of komen op korte termijn (2025) in bezit bij de gemeente Hoorn. De gemeente heeft met de OMH (ontwikkelingsmaatschappij Hoorn) en de EWF (Exploitatiemaatschappij West-Friesland) een bouwclaimovereenkomst. Door middel van verkoop van bouwrijpe gronden aan deze partijen is het kostenverhaal daar anderszins verzekerd. Op basis van bovenstaande kan worden geconcludeerd dat de economische uitvoerbaarheid van het plan is gewaarborgd en dat de maatschappelijke belangen zorgvuldig zijn meegewogen.
6.2
Participatie
Omdat Bangert en Oosterpolder fase 5B en A Zuid gelijktijdig worden ontworpen (zij het dat twee losse TAM-IMRO procedures worden gebruikt voor beide deelgebieden), heeft participatie altijd gezien op de twee deelgebieden in samenhang. Bewoners rondom het plangebied weten sinds het vaststellen van het moederbestemmingsplan in 2006 dat fase 5B Zuid en fase A Zuid in beeld zijn als woningbouwlocaties. De informatieavonden voor fase 5 begonnen al op 30 november 2016, 6 november 2017 en 5 januari 2019. Op 4, 5 en 18 juli 2023 zijn omwonenden van de plangebieden fase A Zuid en fase 5B Zuid in Bangert en Oosterpolder wederom uitgenodigd voor een informatieavond over de verkavelingen en plannen die in de maak zijn. Op 4 juli was fase A Zuid het hoofdonderwerp. Op deze avond waren circa 40 genodigden aanwezig. Op 5 juli was fase 5B Zuid het hoofdonderwerp waarbij circa 15 huishoudens aanwezig waren. Op 18 juli waren nog enkele bewoners rondom fase A Zuid uitgenodigd die per abuis niet waren uitgenodigd voor de eerste sessie. Hier waren circa 6 huishoudens en bedrijven vertegenwoordigd. De opkomst was groot, bijna iedereen die uitgenodigd is, was aanwezig op een van deze avonden. Op 9 juli is nog een bijeenkomst voor fase A Zuid. De verslagen van de participatieavonden die in juli 2023 plaatsvonden, zijn opgenomen in Bijlage 26. Tijdens de bijeenkomst werd een presentatie gegeven.
Er werd teruggeblikt op het eerdere proces en eerdere informatieavonden en het meest recente ontwerp werd gepresenteerd. Ook werd ingegaan op de toekomstige planning van de woningbouwontwikkeling. Vervolgens was er plenair gelegenheid tot het stellen van vragen. Er is grotendeels positief gereageerd op de plannen, en er zijn kritische vragen gesteld. Waar mogelijk zijn meningen en wensen meegenomen voor de uitwerking van fase 5. Op 9 december 2024 heeft nog een participatieavond voor fase 5 plaatsgevonden. Er was een hoge opkomst, er waren circa 80 omwonenden en belanghebbenden aanwezig. De avond verliep positief. De gemeente heeft weer gekeken waar zij wensen mee kan nemen in de uitwerking van de plannen. In 2024 is het verkavelingsplan van fase A Zuid aangepast om aan de wensen van een deel van de bewoners van de Zuiderhout tegemoet te komen. De grondwal tussen fase A Zuid en Zuiderhout blijft behouden en de helft daarvan blijft in eigendom in beheer bij de gemeente, zoals dat nu ook het geval is. Ook komt er een weg tussen de grondwal en de nieuwe woningen . Verder is na de inloopbijeenkomst van 9 december 2024 het appartementengebouw met 13 appartementen (geschikt voor onder andere senioren) in de categorie middelduur (appartementen) in fase 5B Zuid omgezet naar 10 rug-aan-rugwoningen in de categorie middelduur laag en 4 rijwoningen in de categorie middelduur hoog.
Dit om tegemoet te komen aan de wensen van omwonenden. Nadere updates over Hoornse bouwprojecten, https://bouwprojecten.hoorn.nl/project/
6.3
waaronder
deze,
zijn ook raadpleegbaar
via:
Vooroverleg ketenpartners
Conform artikel 2.2 van de Omgevingswet houdt het bestuursorgaan bij de uitvoering van zijn taken rekening met de taken en bevoegdheden van andere bestuursorganen. Waar nodig vindt hierover afstemming plaats. In het kader van dit vooroverleg zijn onder meer ProRail, de GGD en de Veiligheidsregio betrokken. ProRail ProRail heeft op 6 juni 2025 laten weten geen aanleiding te zien opmerkingen te maken op het plan. ProRail gaat akkoord met de plannen.
57
TAM-omgevingsplan Bangert en Oosterpolder, fase 5B Zuid
GGD De GGD adviseert in haar reactie de gemeente om bij de verdere ontwikkeling rekening te houden met de basisadviezen op het gebied van een gezonde leefomgeving, zoals opgenomen in de GGD-richtlijn 'Leefomgeving - Hoorn'. In het bijzonder wordt gewezen op de gezondheidskundige richtwaarden voor geluid. Voor de hoogst belaste gevels geldt een richtwaarde van 50 dB Lden voor de som van wegverkeer, railverkeer en bedrijven, en 40 dB Lnight voor nachtelijke geluidbelasting. Voor de binnenwaarde geldt een maximale richtwaarde van 33 dB Lden. Veiligheidsregio De Veiligheidsregio heeft zich eveneens uitgesproken over het plan. Uit hun beoordeling blijkt dat de geplande woningen buiten het brandaandachtsgebied liggen dat volgt uit een scenario met een fakkelbrand op een buisleiding. Binnen blijven wordt in geval van een calamiteit als de veiligste optie beschouwd, waarbij ook vluchtmogelijkheden aanwezig zijn. De kans op een dergelijk incident wordt als klein ingeschat. De bereikbaarheid van het gebied wordt als voldoende beoordeeld, mede doordat er meerdere toegangswegen zijn en geen sprake is van doodlopende straten. De bluswatervoorzieningen worden verwerkt in de woningontwerpen (appartementen) en het inrichtingsplan.
6.4
Zienswijzen op het ontwerp
Het ontwerp-wijzigingsbesluit is van 19 december 2025 tot en met 30 januari 2026 gedurende zes weken ter inzage gelegd. Gedurende deze periode heeft iedereen de mogelijkheid om een zienswijze in te dienen. Tijdens de terinzagelegging zijn drie zienswijzen ingediend op het TAM omgevingsplan. Deze zienswijzen zijn besproken en beantwoord in Bijlage 1 Nota zienswijzen. Indien de zienswijze leidt tot een aanpassing van het TAM omgevingsplan, is dit bespreken in de Nota zienswijzen. Deze wijzigingen zijn doorgevoerd waar aan de orde.
58