Bijlage 3 - Definitieve ruimtelijke onderbouwing
Tekst van het document
In 2010 is reeds een asbestonderzoek conform NEN 5707 op de locatie uitgevoerd, waarbij geen asbest is aangetroffen (zie bijlage 3c) . Verder asbestonderzoek wordt door Landview BV daarom niet noodzakelijk geacht. De planlocatie is niet specifiek op PFAS onderzocht. Gezien de locatie en het historisch gebruik van de gronden valt een meetwaarde hoger dan de achtergrondwaarde niet te verwachten. De grond zal ten behoeve van de ontwikkeling niet van de bouwlocatie worden verwijderd. Er is dan geen probleem. Betekenis voor dit project: Ten aanzien van het aspect bodemkwaliteit zijn er, op grond van de resultaten van het verkennend bodemonderzoek, geen belemmeringen voor de beoogde ontwikkeling. Er zijn geen risico's voor de volksgezondheid of de ecologie bij het beoogde gebruik, wonen met tuin. In het kader van artikel 28 van de Wet bodembescherming (Wbb) gelden randvoorwaarden voor het grondverzet en vergraven van vervuilde grond.
30
RO Woningen achter Lageweg 11 te Blokker, september 2020
5.4
Cultureel Erfgoed
Het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) verplicht gemeenten om rekening te houden met cultuurhistorische waarden en in de grond aanwezige of te verwachten archeologische monumenten. Archeologie is sinds 1 juli 2016 geregeld in de Erfgoedwet. De uitgangspunten uit het Verdrag van Valletta (Malta) blijven in de Erfgoedwet de basis van de Nederlandse omgang met archeologie. Onderdelen van de Monumentenwet 1988 die op termijn naar de Omgevingswet over gaan, blijven van kracht tot die wet in werking treedt. Ze zijn opgenomen in het overgangsrecht van de Erfgoedwet. Dit hoofdstuk gaat nader in op de effecten op de archeologie, cultuurhistorie en monumenten in en direct bij de planlocatie. Archeologische waarden De projectlocatie ligt buiten het beschermd stadsgezicht van Hoorn en heeft een lage verwachtingswaarde op het gebied van archeologie. Deze onderzoeksplicht is vastgelegd in het paraplu bestemmingsplan Archeologie van de gemeente Hoorn. Alleen bij grootschalige bodemingrepen is het van belang dat er een Quickscan wordt vervaardigd. ‘Grootschalig’ betreft in dit geval werkzaamheden meer dan 10.000 m² en dieper dan 0,4 m. Voor de beoogde ontwikkeling is er daarom geen onderzoeksplicht.
Landschappelijke en cultuurhistorische waarden Op grond van het Besluit ruimtelijke ordening moeten naast de in de grond aanwezige of te verwachten monumenten, ook cultuurhistorische waarden in het plangebied worden meegewogen bij het vaststellen van (een afwijking van) een bestemmingsplan in het kader van de Wro. De cultuurhistorische waarden van het lint van de Lageweg heeft de gemeente uitgewerkt in het “Beeldkwaliteitsplan De Linten”. De ruimtelijke waarden van de bebouwing, de open plekken en de beplanting in het lint worden met het bestemmingsplan Kersenboogerd beschermd. De Lageweg is van oorsprong een ontginningslint waarvandaan de gronden ten noorden (waar nu de wijk Kersenboogerd ligt) van het lint zijn ontgonnen. Tegenwoordig ligt de Provincialeweg gedeeltelijk parallel aan het lint en gedeeltelijk in de plaats van het oorspronkelijke lint. Hierdoor is het oorspronkelijke karakter van het lint voor een groot deel verloren gegaan. De nog aanwezige woonbebouwing wordt gekenmerkt door de kleinschaligheid. Tussen de bebouwing zijn enkele doorzichten naar de achterliggende woonwijk Kersenboogerd ontstaan. De ontginning van het land voor de landbouw en tuinderijen is begonnen vanaf de linten. Hierdoor is er een sterke relatie tussen de gebezigde bouwstijl en het landschap zoals bijvoorbeeld stolpen, tuinderswoningen, wegsloten, bruggen e.d..
De zichtbaarheid van deze relatie bepaalt de cultuurhistorische waarden van de linten. De waarde van de linten ligt in de cultuurhistorische en landschappelijk betekenis en de kwetsbare kleinschaligheid en diversiteit. Het stedenbouwkundig plan doet recht aan de identiteit van de locatie. De kavel Lageweg 11 houdt een acceptabele diepte van 38 m. De kavel wordt door een nieuwe achtersloot en begeleidende groenstrook gescheiden van het achterliggende ontwikkelingsgebied. Op de planlocatie wordt de woning zoveel mogelijk aan de zuidzijde gesitueerd, waardoor er een zeer lange, open, achtertuin aanwezig blijft, die de oorspronkelijke kavelrichting accentueert. In het plangebied zijn nog duidelijk de sporen zichtbaar van de geschiedenis en de oorspronkelijke functie van het gebied. De sloten, die de oorspronkelijke grenzen van de oude perceelindelingen markeerden, laten nog steeds de eenheid van het gebied zien en de herleidbaarheid naar het verleden. Zij vertegenwoordigen dan ook cultuurhistorische waarden. Behoud van het patroon van de sloten op deze locatie is dan ook van belang en moet als vorm herkenbaar blijven in het landschap. Oorspronkelijke kavelsloten houden hun huidige uitstraling. Deze liggen aan weerszijden van de nieuwe woningen. De achtererfsloot en de nieuwe kavelsloot aan de achterzijde van de kavel
RO Woningen achter Lageweg 11 te Blokker, september 2020
31
Lageweg 11 zullen wel de door het hoogheemraadschap gewenste minimum breedte van 6 m krijgen. Hiermee worden de cultuurhistorische waarden in het gebied geborgd.
afb.20 Historische waterstaatskaart laat ontginningspatroon zien
5.4.3 Monumenten Binnen de planlocatie zijn geen rijksmonumenten, provinciale of gemeentelijke monumenten aanwezig. Ook zijn er op de planlocatie geen bomen aanwezig met monuentale waarde. Betekenis voor dit project: • Cultureel erfgoed, zoals archeologie en cultuurhistorische waarden, vormen geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling. • De beoogde ontwikkeling bewaart de cultuurhistorische waarden in het gebied, zoals de lintbebouwing langs de Lageweg en het karakteristieke patroon van ontginningssloten.
5.5
Natuurtoets
Per 1 januari 2017 is de Wet Natuurbescherming in werking getreden. In deze zijn de oude Boswet, Natuurbeschermingswet en de Flora- en faunawet samengevoegd tot één Natuurwet. Uitgangspunt van de wet is dat geen schade mag worden gedaan aan beschermde dieren of planten, tenzij dit nadrukkelijk is toegestaan. In de praktijk betekent dit dat bij een ruimtelijke ingreep of voorgenomen activiteit bekeken moet worden of er sprake is van effecten of beschermde dieren en planten (soortenbescherming) en in bepaalde gevallen op natuurgebieden (gebiedsbescherming).De op de planlocatie aanwezige natuurwaarden zijn door Groot Eco Advies als volgt beoordeeld (zie bijlage 4): Soortenbescherming Op basis van deze quickscan wordt geconstateerd dat de locatie geen potenties heeft voor beschermde soorten, behoudens krachtens de PRV vrijgestelde amfibieënsoorten. Er zijn er geen effecten op beschermde soorten te verwachten.
32
RO Woningen achter Lageweg 11 te Blokker, september 2020
Gebiedsbescherming Er zijn geen negatieve effecten te verwachten op gebieden die onder de gebiedsbescherming van Natura 2000, NNN en weidevogelleefgebied vallen. De voorgenomen ontwikkeling van de locatie heeft geen negatieve ruimtelijke effecten. Naast de aard van de werkzaamheden en de tijdelijkheid ervan, is er een ruime afstand tot het Natura 2000-gebied en de percelen van het NNN. Weidevogelleefgebied kent geen externe werking. Het verkeerslawaai van de N506 zal eventuele verstoring in de vorm van geluid tijdens de bouw veelal overstemmen. Stikfstofdepositieonderzoek Aangezien de planlocatie binnen een afstand van 10 km tot Natura 2000-gebieden ligt, is, om bovenstaande aanname te ondersteunen, een berekening van de stikstofdepositie via het AERIUS programma uitgevoerd. Op basis van verkeersaantrekkende werking, bouwfase en gebruiksfase van het initiatief is de stikstofdepositie op nabijgelegen Natura2000-gebieden beoordeeld (zie bijlage 5). De ontwikkeling is verantwoord. Uit de berekeningen blijkt dat de beoogde ontwikkeling zowel in de realisatiefase als in de ontwikkelingsfase niet leidt tot een stikstofdepositie boven de 0,00 mol/ha/j. Een ontheffing is dan niet nodig. Hieruit volgend kan geconcludeerd worden dat er voor het aspect stikstofdepositie geen belemmeringen zijn geconstateerd voor de realisatie van het plan.
Betekenis voor dit project: • Gebiedsbescherming in het kader Natura 2000, weidevogelleefgebied en NNN is niet aan de orde. De ontwikkeling is verantwoord. Uit de berekeningen blijkt dat de beoogde ontwikkeling zowel in de realisatiefase als in de ontwikkelingsfase niet leidt tot een stikstofdepositie boven de 0,00 mol/ha/j. Een ontheffing is dan niet nodig. • Er is vooralsnog geen conflict met de Wet Natuurbescherming. Voor beschermde soorten zijn geen potenties aanwezig. Ten aanzien van de gebiedsbescherming worden effecten op de instandhoudingsdoelen uitgesloten. • Daarnaast is een belangrijk aspect van de flora- en faunawet het voorzorgsbeginsel. Van grondeigenaren en gebruikers mag worden verwacht dat ingrepen en handelingen die negatieve effecten kunnen hebben op planten- of diersoorten, zodanig worden uitgevoerd dat schade tot een minimum beperkt blijft.
5.6
Geluidhinder
Ten aanzien van de geluidhinder is de Wet geluidhinder van kracht. Doel van deze wet is het terugdringen van hinder als gevolg van geluid en het voorkomen van een toename van geluidhinder in de toekomst. De Wet geluidhinder kent drie geluidsbronnen: wegverkeer, spoorweg- en industrielawaai. Indien geluidgevoelige functies worden toegestaan, stelt de Wet geluidhinder de verplichting een akoestisch onderzoek te verrichten naar de geluidsbelasting. Wonen is een geluidsgevoelige functie. De beoogde twee nieuwe woningen liggen in de geluidszone van de provinciale weg HoornEnkhuizen. Binnen deze zone moet het effect van het wegverkeerslawaai op nieuwe geluidgevoelige ontwikkelingen worden beoordeeld. Naast de geluidsbelasting ten gevolge van het wegverkeer wordt het plangebied niet belast door geluid ten gevolge van railverkeer of industrielawaai. Onderzoek wegverkeerslawaai In opdracht van HzA stedebouw & landschap is door HGO Advies een akoestisch onderzoek uitgevoerd voor het aspect wegverkeerslawaai in het kader van de Wet geluidhinder voor het plan voor de realisatie van twee woningen achter Lageweg 11 (zie bijlage 6).
RO Woningen achter Lageweg 11 te Blokker, september 2020
33
De verkeersgegevens voor de N506 zijn aangeleverd door de provincie Noord-Holland. Voor de 30 km/h wegen heeft de gemeente Hoorn geen verkeersgegevens beschikbaar. Hiervoor is een verkeersverdeling van vergelijkbare 30 km/h wegen genomen. Ten behoeve van de beoogde ontwikkeling zijn de in onderstaande tabel genoemde maximale gevelbelastingen berekend ten gevolge van de onderzochte wegen (voor de N506 incl. Art. 110g Wgh). Uit de berekeningen blijkt dat de hoogst berekende waarde, ten gevolge van het verkeer op de N506 53 dB bedraagt op de voorgevel van de nieuw te realiseren woningen incl. Art 110g Wgh.De berekende waarden op de woningen overschrijden voor de N506 de voorkeursgrenswaarde voor wegverkeerslawaai (48 dB). De maximale hogere grenswaarden worden niet overschreden. Voor de nieuw te realiseren woningen dienen hogere grenswaarden te worden vastgesteld.
afb.21 Tabel maximaal berekende gevelbelastingen per weg
Uit de berekeningen blijkt dat de woningen in het bezit zijn van een geluidsluwe (achter)gevel. De maximale gevelbelasting op de achtergevel bedraagt 42 dB ten gevolge van de N506. Cumulatief bedraagt deze 45 dB. Gelet op het feit dat er sprake is van een overschrijding van de voorkeursgrenswaarde voor wegverkeerslawaai zijn akoestische maatregelen overwogen. Deze blijken om meerdere redenen niet toepasbaar (zie bijlage 6). Dit is gelegen in het doorgaande karakter van de N506, het feit dat het hier slechts twee woningen betreft, en de gewenste stedenbouwkundige en landschappelijke inpassing van de locatie. De maximaal benodigde gevelisolatie op basis van de geluidsbelasting ten gevolge van alle wegen bedraagt 23 dB. Deze gevelisolatie voldoet niet aan de wettelijk voorgeschreven isolatieeis van 20 dB. Hiervoor dient een nader onderzoek plaats te vinden. Betekenis voor dit project: • De uitvoering van het plan wordt niet belemmerd door het wegverkeerslawaai. • Op basis van het akoestisch onderzoek van HGO Advies dient het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Hoorn een besluit hogere waarden Wet geluidshinder (ten behoeve van de Omgevingsvergunning woningen achter Lageweg 11 te Blokker) te nemen vanwege het wegverkeer op de provinciale weg N506. De hoogste geluidbelasting bedraagt voor beide woningen 55 dB incl.
Art 110g Wgh, waarmee de maximale ontheffingswaarde van 63 dB niet wordt overschreden. • Bij de aanvraag omgevingsvergunning, onderdeel bouwen, dient aangetoond te worden dat het binnenniveau voldoet aan de voorkeursgrenswaarden voor wonen. Bij het bouwkundig ontwerp kan rekening worden gehouden met voldoende geluidsisolatie om een aanvaardbaar binnenklimaat te waarborgen (maximaal 33 dB binnen).
34
RO Woningen achter Lageweg 11 te Blokker, september 2020
5.7
Verkeer en parkeren
De bestaande doorlopende weg (Robert Stolzhof) gelegen ten westen van het perceel zal worden doorgetrokken ter ontsluiting van de te realiseren nieuwbouw. Op eigen terrein zullen vier parkeerplaatsen worden gerealiseerd. De aspecten verkeer en parkeren vormen geen belemmeringen voor het creëren van het benodigde bouwvlak. Verkeer De planlocatie is voor het verkeer toegankelijk via de Robert Stolzhof. Dit is een 30 km/u weg. De doodlopende straat wordt ten behoeve van de twee nieuwe woningen enkele tientallen meters doorgetrokken. De autobereikbaarheid van de woningen is daarmee beperkt. De huidige verkeersintensiteit op de Robert Stolzhof is ca. 500 mvt/etmaal. Volgens de CROW_normen (Kencijfers parkeren en verkeersgeneratie, publicatie 317) is het aantal motorvoertuigbewegingen voor een twee-onder-een-kap koopwoning in de rest bebouwde kom van een sterk stedelijk gebied gemiddeld 7,8 per woning per weekdagetmaal. Het aantal extra verkeersbewegingen ten behoeve van de woningen is beperkt en vormt geen probleem voor de doorrijdbaarheid van de Robert Stolzhof en de omliggende wegen. Het doodlopende stukje Robert Stolzhof waar op wordt aangesloten bestaat nu uit een rijweg met parkeervakken. Daarnaast vormt het een toegang tot de aanliggende woningen. Dit verandert niet met de beoogde ontwikkeling.
Parkeren Om parkeernormen te kunnen bepalen, maakt de gemeente gebruik van de ‘CROW-publicatie 317: Kencijfers parkeren’. Op basis van de CROW-normen geldt voor de woningen een parkeernorm van (gemiddeld) 2 plaatsen per woning, waarvan 0,3 als bezoekersparkeren. Voor de beoogde ontwikkeling zijn op basis van de normen 4 parkeerplaatsen noodzakelijk. Per woning mag, conform de parkeernota Hoorn, 1,8 parkeerplaats op eigen erf worden meegerekend in de afweging (garage met dubbele oprit). In het plan vindt het parkeren ten behoeve van de woningen plaats op eigen erf, 2 parkeerplaatsen per woning. Op het erf is voldoende ruimte om deze naast elkaar te situeren. Daarnaast is er ruimte voor langsparkeren langs de toegangsweg. Hiertoe worden twee parkeervakken aangeduid in de bestrating. In totaal zijn er voor 2 woningen 6 parkeerplaatsen. Er is sprake van een sluitende parkeerbalans. Betekenis voor dit project: Per woning kunnen in het plan voldoende parkeervoorzieningen worden gerealiseerd. Het project heeft geen negatief effect op de doorstroming van en de parkeercapaciteit op de Robert Stolzhof.
5.8
Bedrijven en milieuzonering
Om hinder tussen bedrijven en woningen te voorkomen is een goede afstemming noodzakelijk. Milieuzonering zorgt ervoor dat nieuwe bedrijven een passende locatie ten opzichte van woningen krijgen en dat nieuwe woningen op een verantwoorde afstand van bedrijven gesitueerd worden. De Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) doet in de publicatie ‘Bedrijven en milieuzonering’(editie 2009), een handreiking ten behoeve van de afstemming tussen ruimtelijke ordening en milieu op lokaal niveau. De publicatie heeft bedrijven ingedeeld in categorieën met bijbehorende gewenste afstand tot milieugevoelige functies voor de aspecten gevaar, stof, geur en geluid. De adviesafstanden hangen samen met gebiedskenmerken. De aanwezige agrarische functie kan mogelijk hinder veroorzaken voor de omliggende woningen.
RO Woningen achter Lageweg 11 te Blokker, september 2020
35
Afweging In de omgeving van het projectgebied zijn over het algemeen uitsluitend woningen aanwezig. Woningen zijn geen milieuhinderlijke functie. Omdat de agrarische functie komt te vervallen speelt het aspect milieuhinder hier geen rol. De nieuwe functie is in overeenstemming met de omliggende percelen. Betekenis voor dit project: Ten aanzien van het aspect milieuzonering zijn er geen belemmeringen voor deze ontwikkeling.
5.9
Luchtkwaliteit
Op 15 november 2007 is de Wet luchtkwaliteit in werking getreden. Hiermee wordt de wijziging van de Wet milieubeheer op het gebied van luchtkwaliteitseisen (hoofdstuk 5 titel 2) bedoeld. Deze wet vervangt het Besluit luchtkwaliteit uit 2005 en is een implementatie van de Europese kaderrichtlijn luchtkwaliteit en de vier dochterrichtlijnen waarin onder andere grenswaarden voor de luchtkwaliteit ter bescherming van mens en milieu zijn vastgesteld. De wet- en regelgeving noemt “gevoelige bestemmingen”(zoals scholen en kinderdagverblijven) en maakt onderscheid tussen projecten die “in betekende mate” (IBM) en “niet in betekende mate”(NIBM) leiden tot een verslechtering van de luchtkwaliteit. Tevens is voorzien in het zogenaamde Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL). Met de projecten “niet in betekende mate” van de Wet luchtkwaliteit is in de NSL rekening gehouden. In de NSL is het begrip “niet in betekenende mate” gedefinieerd als 3% van de grenswaarde voor fijn stof en stikstofdioxide. De huidige luchtkwaliteit ter plaatste / in de omgeving van het plangebied is op basis van de meeste recente lokale gegevens zoals te vinden op de site www.nsl-monitoring.nl goed. De toetspunten in de omgeving blijven onder de 35 μg/m3. Dit ligt ruim onder de grenswaarde van 40 μg/m3.
Samengevat kan worden gesteld dat de huidige lokale luchtkwaliteit (ruim) voldoet aan de wettelijke normen. Op grond van de Regeling niet in betekende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen) zijn (onder andere) woningbouwprojecten met minder dan 1.500 woningen vrijgesteld van toetsing. Betekenis voor dit project: Het realiseren van een twee-onder-een-kapwoning valt buiten de scope van een mogelijke zodanige achteruitgang van de luchtkwaliteit dat een onderzoek hiernaar nodig is. Luchtkwaliteit vormt geen belemmering voor het afgeven van de omgevingsvergunning.
5.10
Externe veiligheid
Bij een locatiekeuze moet rekening worden gehouden met risico’s die veroorzaakt kunnen worden door bedrijven in de omgeving of door de nabijheid van transportroutes van gevaarlijke stoffen over wegen, spoor, door leidingen en over water. Het betreft risico’s zoals ontploffingen of vrijkomen van giftige gassen. Het beleid voor inrichtingen is vastgelegd in het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) en de Regeling externe veiligheid inrichtingen (Revi). Voor het transport van gevaarlijke stoffen geldt de Handreiking Risicoanalyse Transport (HART) en het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb). Elk nieuw ruimtelijk plan moet volgens de Wet ruimtelijke ordening getoetst worden aan de normen voor plaatsgebonden risico en groepsrisico. De locaties van
36
RO Woningen achter Lageweg 11 te Blokker, september 2020
risicobronnen en risicocontouren zijn terug te vinden op www.risicokaart.nl. De planlocatie ligt in de nabijheid van een transportroute voor gevaarlijke stoffen (de N506). Transportzone voor gevaarlijke stoffen over wegen Voor het transport van gevaarlijke stoffen over de N506 is het Bevt van toepassing. Het plangebied bevindt zich op ongeveer 62 meter van het hart van de N506. Wanneer een ruimtelijk plan binnen 200 m van een transportroute gelegen is, dient ook aandacht te worden geschonken aan de volgende aspecten: • dichtheid van personen en de verwachte veranderingen; • hoogte van het groepsrisico; • maatregelen ter beperking van het groepsrisico (waaronder stedenbouwkundige opzet bouwkundige voorzieningen en voorzieningen met betrekking tot de inrichting van de openbare ruimte); • mogelijkheden voor ruimtelijke ontwikkelingen met een lager groepsrisico en de voor- en nadelen daarvan. Er is echter sprake van een uitzondering wanneer: • het groepsrisico niet hoger is dan 0,1 maal de oriëntatiewaarde; • het groepsrisico niet meer dan tien procent toeneemt en de oriëntatiewaarde niet wordt overschreden. Personendichtheid in het gebied De gebruik wijzigt van Agrarisch onbebouwd (met functie aanduiding kas) naar wonen (2 woningen). In de huidige situatie bedraagt de personendichtheid in het plangebied ca. 0-2 personen.
In de nieuwe situatie kunnen 2 woningen worden gerealiseerd. Uitgaande van het kental van 2,4 personen per woning geeft dit een personendichtheid van max. 4,8 personen in de nachtperiode en 2,4 in de nachtperiode. Door de voorgenomen wijziging neemt de personendichtheid ten opzichte van de bestaande (bestemde) situatie toe. Deze beperkte wijziging van de personendichtheid zal geen zichtbaar effect hebben op het groepsrisico ten opzichte van de bestaande situatie. Aantal transporten Het plangebied bevindt zich in de nabijheid van een transportroute voor gevaarlijke stoffen over wegen. De N506 is een basisnetroute en opgenomen in de Regeling basisnet. De as van de weg ligt op ca. 70 m van de planlocatie en minimaal 80 m vanaf beoogde woningen. De weg ligt buiten de bebouwde kom en is eenzijdig bebouwd.. Volgens opgave van de Omgevingsdienst NHN dient voor de toetsing aan de vuistregels voor het groepsrisico uitgegaan te worden van 500 GF3 transporten. Het transport van gevaarlijke stoffen over de N506 is getoetst aan de vuistregels in de HART. Toetsing aan vuistregels plaatsgebonden risico De N506 maakt geen deel uit van het basisnet weg. De N506 heeft geen PR=10-6 risicocontour of plasbrandaandachtsgebied die zich naast de weg bevindt. Het plan wordt niet gehinderd door de aanwezigheid van een plaatsgebonden risicocontour of plasbrandaandachtsgebied.
Vuistregel 1: De N506 heeft geen 10-5 risicocontour. Vuistregels 2/3: De weg heeft geen 10-6 risicocontour.
RO Woningen achter Lageweg 11 te Blokker, september 2020
37
Toetsing aan vuistregels groepsrisico Vuistregel 1: De vervoersstroom gevaarlijke stoffen in tankwagens (bulkvervoer) stoffen bestaat niet uit de categorieën LT3, GT4 of GT5. RBM II hoeft niet te worden toegepast Vuistregel 2: GF3 is minder is dan de drempelwaarde in tabel 5 (eenzijdige bebouwing) op pagina 15. Het groepsrisico is lager dan 10% van de oriëntatiewaarde. Met de bouw van de 2 woningen neemt het aantal personen in het gebied beperkt toe. De personendichtheid en daarmee het groepsrisico neemt zeer beperkt toe. De gemiddelde bevolkingsdichtheid per hectare zal als gevolg van het planvoornemen niet onevenredig toenemen. Het gemiddelde blijft gelijk. Conclusie groepsrisico: Er hoeven geen berekeningen te worden uitgevoerd. Uit toetsing aan de vuistregels uit het HART blijkt dat het groepsrisico lager is dan 0,1 maal de oriëntatiewaarde. Transport van gevaarlijke stoffen over de N99 vormt dan ook geen belemmering voor de realisatie van het project. Hulpverlening en zelfredzaamheid Het plangebied wordt aan de westzijde ontsloten door de Robert Stolzhof. Via deze weg is het plangebied goed bereikbaar voor hulpdiensten en kan van de bron af worden gevlucht. Bij calamiteiten is de locatie ook vanaf de oostzijde bereikbaar (Robert Stolzhof), en vanaf de zuidzijde (erf bestaande woning Lageweg 11). Deze percelen worden met een bescheiden sloot van de planlocatie gescheiden.
De gebouwen zullen worden gebruikt voor reguliere bewoning. De aanwezige personen zullen daarom over het algemeen zelfredzaam zijn. Aanwezige kinderen, ouderen en gehandicapten worden wel beschouwd als verminderd zelfredzame personen. Hierbij wordt ervan uitgegaan dat de ouders/verzorgers de verminderd zelfredzame personen kunnen begeleiden. Advies Veiligheidsregio Op 8 oktober 2019 is de ruimtelijke onderbouwing ter advies doorgestuurd naar de VR NHN. Op 16 oktober 2019 is door de VR NHN advies uitgebracht. De inhoud van het advies van de VR NHN geeft wat externe veiligheidsaspecten betreft geen aanleiding tot het treffen van maatregelen ten aanzien van de indeling van het plangebied of maatregelen bij gebouwen in het plangebied. Betekenis voor dit project: De planlocatie ligt binnen het invloedsgebied van de N506, maar niet binnen het invloedsgebied van inrichtingen of transport over water, spoor of door buisleidingen. De risico’s als gevolg van het vervoer van gevaarlijke stoffen over de N506 vormen geen belemmering van de ontwikkeling. Het planvoornemen is niet in strijd met de gemeentelijke Beleidsvisie externe veiligheid. Externe veiligheid vormt geen belemmering voor het afgeven van de omgevingsvergunning.
38
RO Woningen achter Lageweg 11 te Blokker, september 2020
5.11
Kabels en Leidingen
Ten behoeve van het plan dient rekening te worden gehouden met de aanwezigheid van ondergrondse kabels en planologisch relevante leidingen. In de bodem van het plangebied liggen voor zover bekend geen primaire hoofdleidingen die beperkingen kunnen opleggen aan het gebruik in de omgeving. Betekenis voor dit project: In en rondom de planlocatie zijn bestaande kabels en leidingen in kaart gebracht. Het huidige plan wordt aangesloten op de bestaande kabels en leidingen. Er zijn geen belemmeringen voor de planontwikkeling.
5.12
Bezonning, privacy en uitzicht
Bestaande woningen aan de Robert Stolzhof hebben een achtertuin georiënteerd op de planlocatie. Tot enkele jaren geleden stond er op de locatie een grote kas (zie afb.12), tegenwoordig ligt het terrein braak. Op basis van het geldende bestemmingsplan is herbouw van de kas mogelijk. Bezonning De woningen liggen op een ruime kavel. Voor wat betreft lichtinval zullen gezien de locatie van de woningen en de weg die de zon aflegt, alleen de woningen Robert Stolzhof 82 t/m 85 kunnen in de namiddag enige beperking van lichtinval in de achtertuin ervaren. Voor de beoogde ontwikkeling is een bezonningsstudie uitgevoerd (zie bijlage 7). Privacy Qua privacy gaan de meeste omwonenden er op vooruit, aangezien alle omwonenden nu bij elkaar in de tuin kunnen kijken door het ‘open landschap’ en in de nieuwe situatie de ‘inkijk’ wordt doorbroken door de twee-onder-een kapwoning en er alleen ‘inkijk’ zijn vanuit de tuin van een van de nieuwe woningen. De plattegronden en gevels van de woningen zijn zodanig vormgegeven dat geen hinderlijke ‘inkijk’ in omliggende woningen ontstaat. Uitzicht Het uitzicht vanuit de tuinen van de Robert Stolzhof zal veranderen. De agrarische restkavel wordt ingevuld met een bescheiden ontwikkeling. De woning wordt zodanig op de kavel gesitueerd dat de grote openheid aan de achterzijde blijft bestaan.
Ten opzichte van de planologische situatie, met een langgerekte kas op de kavel, verbetert zowel de ruimtelijke kwaliteit als de milieukwaliteit in het woongebied. Betekenis voor dit project: Er zijn met onderhavige ontwikkeling geen belangrijke nadelige gevolgen voor de bezonning, privacy en uitzicht van omliggende woningen. Er is sprake van een geringe toename van schaduwwerking op de achtererven van de woningen aan de Robert Stolzhof 82 t/m 85, maar dit is in binnenstedelijk gebied aanvaardbaar.
5.13
M.e.r.-beoordeling
Voor activiteiten die zijn genoemd in lijst C en D in de bijlage bij het Besluit m.e.r. moet worden nagegaan of er sprake is van een geval waarin een m.e.r.- beoordelingsbesluit moet worden genomen (D-lijst) of een MER moet worden opgesteld en een m.e.r.-procedure moet worden doorlopen (C-lijst). Voor elke activiteit zijn in het Besluit m.e.r. drempelwaarden opgenomen. Onderdeel D.11.2 bijlage bij het Besluit m.e.r. noemt de activiteit “aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject“. De realisatie van een twee-onder-een-kap woning
RO Woningen achter Lageweg 11 te Blokker, september 2020
39
achter Lageweg 11, met een footprint van ca. 218 m2, blijft ruim binnen deze drempelwaarden, maar een ‘vormvrije m.e.r.-beoordeling’ is wel verplicht. Hiervoor is een aanmeldingsnotitie opgesteld (zie bijlage 8). In de sectorale toelichting bij de diverse milieuaspecten in hoofdstuk 5 is geanticipeerd op de vorm-vrije m.e.r.-beoordeling door zowel de milieueffecten van de referentiesituatie als de plansituatie te beschrijven. De referentiesituatie beschrijft de huidige situatie inclusief de autonome ontwikkelingen. Autonome ontwikkelingen zijn ontwikkelingen die ook zullen plaatsvinden indien de uitvoering van dit plan geen doorgang vindt. Uit de onderzoeken die zijn uitgevoerd voor de sectorale aspecten en waarvan de resultaten zijn weergegeven in hoofdstuk 5 wordt het volgende geconcludeerd: • Nader onderzoek heeft plaatsgevonden naar de bodemkwaliteit. Ook is het plan beoordeeld op het aspect flora & fauna en milieuhinder. Daarnaast is het plan via een digitale watertoets aangemeld bij het hoogheemraadschap. • De bodemkwaliteit en de flora & fauna vormen geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling. • Uit de watertoets blijkt dat met het hoogheemraadschap nader overleg zal moeten plaatsvinden over de in het plangebied aanwezige nieuwe en aanwezige waterlopen, en het onderhoud daarvan.
• Uit de akoestische berekeningen blijkt dat de hoogst berekende waarde, ten gevolge van het verkeer op de N506 55 dB bedraagt op de voorgevel van de nieuw te realiseren woningen incl. Art 110g Wgh. Hiermee wordt niet voldaan aan de voorkeursgrenswaarde voor wegverkeerslawaai. De maximale geluidnorm zijnde 63 dB voor de N506 wordt echter niet overschreden. Voor de N506 is een besluit hogere waarden Wet geluidshinder noodzakelijk. Bij de aanvraag omgevingsvergunning, onderdeel bouwen, dient aangetoond te worden dat het binnenniveau voldoet aan de voorkeursgrenswaarden voor wonen. Bij het bouwkundig ontwerp kan rekening worden gehouden met voldoende geluidsisolatie om een aanvaardbaar binnenklimaat te waarborgen (maximaal 33 dB binnen). • Voor de andere milieuthema's zijn geen relevante negatieve milieueffecten te verwachten. Op basis van de toets op Bijlage III van de Europese m.e.r.-richtlijn, op basis van de milieubeoordelingen en op basis van de aanmeldingsnotitie kan het college besluiten dat aanzienlijke potentiële milieugevolgen als gevolg van de ontwikkeling van de beoogde woningbouwontwikkeling aan de Lageweg 11, op basis van de aard van de activiteiten en gebiedskenmerken zich naar alle waarschijnlijkheid niet zullen voordoen. De aanmeldnotitie is bij de omgevingsvergunningaanvraag gevoegd (zie bijlage 8), zodat deze procedureel wordt verankerd.
Betekenis voor dit project: Gelet op de criteria zoals genoemd in bijlage III van de EEG-richtlijn en de effecten van de ontwikkelingsmogelijkheden in het bestemmingsplan, in samenhang met de autonome ontwikkelingen, is het opstellen van een m.e.r. niet noodzakelijk.
40
RO Woningen achter Lageweg 11 te Blokker, september 2020
5.14
Conclusie toets van de omgevingsaspecten
Gelet op de onderzoeksresultaten in dit hoofdstuk blijkt dat er geen belemmeringen zijn in het kader van duurzaamheid, waterhuishouding, bodemkwaliteit, cultureel erfgoed, flora & fauna, verkeer en parkeren, milieuhinder, luchtkwaliteit, externe veiligheid en schaduwwerking om medewerking te verlenen aan de voorgenomen realisatie van de twee-onder-een-kap woning, met dien verstande dat: • Op basis van het akoestisch onderzoek van HGO Advies dient het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Hoorn een besluit hogere waarden Wet geluidshinder (ten behoeve van de Omgevingsvergunning woningen achter Lageweg 11 te Blokker) te nemen vanwege het wegverkeer op de provinciale weg N506. De hoogste geluidbelasting voor beide woningen bedraagt 53 dB incl. Art 110g Wgh., waarmee de maximale ontheffingswaarde van 63 dB niet wordt overschreden. • Bij de aanvraag omgevingsvergunning, onderdeel bouwen, dient aangetoond te worden dat het binnenniveau voldoet aan de voorkeursgrenswaarden voor wonen. Bij het bouwkundig ontwerp kan rekening worden gehouden met voldoende geluidsisolatie om een aanvaardbaar binnenklimaat te waarborgen (maximaal 33 dB binnen). • Nader overleg met het hoogheemraadschap is noodzakelijk over het onderhoud van de sloten omdat deze vanwege de historische waarde niet verbreed worden in dit plan.
Het in de voorgaande paragrafen beschreven onderzoek naar milieuaspecten geeft aan dat (andere) belangrijke nadelige milieugevolgen, als gevolg van de in deze ruimtelijke onderbouwing beschreven voorgenomen ontwikkeling, zijn uitgesloten. Op basis van de vormvrije m.e.r.-beoordeling is een m.e.r.(-beoordeling) niet noodzakelijk.
RO Woningen achter Lageweg 11 te Blokker, september 2020
41
6.
AFWEGING MAATSCHAPPELIJKE EN ECONOMISCHE HAALBAARHEID
De gemeente Hoorn geeft de omgevingsvergunning pas af als de economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid goed geregeld is. Omdat in dit geval de risico’s bij de opdrachtgever liggen, verwachten wij op dit gebied geen belemmeringen.
6.1
Maatschappelijke haalbaarheid
Proces In het voortraject van het stedenbouwkundige plan is er intensief overleg geweest tussen initiatiefnemer en de afdeling ruimtelijke ontwikkeling van de gemeente Hoorn. Hierbij zijn de hoofdlijnen van het plan vastgelegd. De aanvraag om omgevingsvergunning is ingediend nadat er een informeel positief standpunt vanuit het HIP is gekomen. Voor de omwonenden is eind november 2019 een informatiebijeenkomst georganiseerd, waarbij 13 omliggende adressen aanwezig konden zijn. Bewoners hebben vragen gesteld en hun zorg geuit over de ontsluiting vanaf de Robert Stolzhof (overlast, parkeren), het water (onderhoud, erfgoed, aanleg nieuwe sloot) Aanwezigen gaven in het algemeen aan de situatie liever bij het oude te houden, en ontsluiting vanaf de Lageweg te prefereren. Door initiatiefnemers is er op gewezen dat het bestemmingsplan op dit moment agrarisch gebruik en de realisatie van een kas toestaat (met hieraan verbonden milieuhinder). Naar aanleiding van de informatiebijeenkomst hebben er geen aanpassingen in het plan plaatsgevonden. Wel is afgesproken de verantwoordelijkheid voor het beheer van de omliggende sloten volledig bij de eigenaren van de nieuwe woningen te leggen. Procedure Deze omgevingsvergunningaanvraag betreft de realisatie van een twee-onder-een-kap woning.
Voorliggend document inclusief verbeelding is een ruimtelijke onderbouwing voor de uitgebreide afwijkingsprocedure als bedoeld in artikel 2.12, eerste lid, onder a, sub 3. Op basis van deze ruimtelijke onderbouwing kan de gemeente het besluit tot afwijking van het bestemmingsplan nemen. Burgemeester en wethouders zijn pas bevoegd deze omgevingsvergunning te verlenen, nadat de gemeenteraad heeft verklaard dat hij daartegen geen bedenkingen heeft: een verklaring van geen bedenkingen (vvgb). Inmenging van de raad is nodig omdat er sprake is van een project dat herontwikkeling van een locatie inhoudt, waarbij aanpassing van de ruimtelijke en stedenbouwkundige structuur plaatsvindt. De gemeenteraad mag deze verklaring alleen weigeren in het belang van een goede ruimtelijke ordening. De Wabo schrijft voor dat de ontwerp omgevingsvergunning met ruimtelijke onderbouwing gedurende 6 weken ter inzage wordt gelegd, afdeling 3:4 Awb. Tijdens deze ter inzage termijn kan een ieder een zienswijze indienen. Ingeval er zienswijzen worden ingediend worden de indieners in de gelegenheid gesteld om hun zienswijze mondeling toe te lichten. Vervolgens neemt het college onder afweging van de zienswijzen een besluit of zij al dan niet verder gaat met de planologische procedure.
42
RO Woningen achter Lageweg 11 te Blokker, september 2020
6.2
Economische en financiële haalbaarheid
Het voorliggende plan is een initiatief van de eigenaar van het perceel Lageweg 11 in Blokker. Het betreft hier een private ontwikkeling waarbij het risico geheel gedragen wordt door de initiatiefnemer. Sinds het in werking treden van de Wet ruimtelijke ordening (1 juli 2008) is ook de Grondexploitatiewet van toepassing. De wet regelt het kostenverhaal, binnenplanse verevening en enkele locatie-eisen bij particuliere grondexploitatie. Een van de belangrijkste items in de wet is het verplichtende karakter van kostenverhaal. Een gemeente moet de kosten verhalen en mag er niet meer van afzien. Het verhalen van kosten kan op basis van de publiekrechtelijke als de privaatrechtelijke weg. De privaatrechtelijke weg heeft de voorkeur. Tussen initiatiefnemer en de gemeente Hoorn wordt vooraf een anterieure overeenkomst ondertekend.
RO Woningen achter Lageweg 11 te Blokker, september 2020
43
7.
CONCLUSIE VAN DE AFWEGINGEN
Door middel van de ruimtelijke onderbouwing zijn de ruimtelijke, beleidsmatige, milieukundige en haalbaarheidsaspecten van de voorgenomen realisatie van een twee-onder-een-kap woning, inclusief een aansluiting op de Robert Stolzhof en aanpassingen in de waterstructuur, beoordeeld. De woningbouw past binnen de Woonvisie van de gemeente Hoorn. Regionale afstemming is niet noodzakelijk maar de beoogde ontwikkeling past binnen de regionale ambities op het gebied van bouwen voor de lokale vraag en versterking van het OV-knooppunt. Op de grens tussen het bebouwingslint van de Lageweg en de woonwijk Kersenboogerd wordt met onderhavig plan een zorgvuldige kwalitatieve stedenbouwkundige inpassing voorgesteld. Het planvoornemen voorziet in de splitsing van het huidige (agrarische) perceel Lageweg 11 in een voorperceel en in een achterperceel. De woningen worden ontsloten vanaf de Robert Stolzhof, waardoor de woningen in de stedenbouwkundige structuur van de Robert Stolshof worden geïntegreerd en tweedelijns bebouwing aan de Lageweg wordt voorkomen. Een stevige nieuwe kavelsloot met begeleidend groen vormt de nieuwe grens. In de opzet van het plan wordt de nog aanwezige karakteristieke structuur van de Lageweg gerespecteerd. Het plan voegt zich binnen de bestaande karakteristiek van de bebouwing aan de Robert Stolzhof.
Het initiatief past binnen de eisen zoals opgenomen in de Welstandsnota Hoorn. Tussen initiatiefnemer, gemeente Hoorn en hoogheemraadschap heeft nader overleg plaatsgevonden. zal plaatsvinden over het onderhoud van de kavelsloten. Er is overeenkomst over een voorstel waarbij de kavelsloten de historische breedte houden en het onderhoud geregeld wordt door de bewoners van de percelen Lageweg 11. Er zijn met onderhavige ontwikkeling geen belangrijke nadelige gevolgen voor de bezonning, privacy en uitzicht van omliggende woningen. Er is sprake van een geringe toename van schaduwwerking op de achtererven van de woningen aan de Robert Stolzhof 82 t/m 85, maar dit is in binnenstedelijk gebied aanvaardbaar. De beoogde ontwikkeling vormt een verbetering in milieusituatie ten opzichte van de bestaande planologische ruimte in het bestemmingsplan: de planlocatie heeft een agrarische bestemming met een bouwaanduiding kas. behoudt van deze situatie kan betekenen dat er een kas gerealiseerd wordt (ook ’s nachts verlicht) en dat er geluid- en stank overlast kan ontstaan van zowel grote voertuigen als dieren. Per woning kunnen in het plan voldoende parkeervoorzieningen worden gerealiseerd. Het project heeft geen negatief effect op de doorstroming van en de parkeercapaciteit op de Robert Stolzhof.
De ontwikkeling is in overeenstemming met het ruimtelijke beleid van Rijk, provincie NoordHolland en gemeente Hoorn voor de planlocatie. Na onderzoek zijn er uit oogpunt van milieu geen belemmeringen gebleken ten aanzien van deze ontwikkeling. Op basis van het akoestisch onderzoek van HGO Advies dient het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Hoorn een besluit hogere waarden Wet geluidshinder (ten behoeve van de Omgevingsvergunning woningen achter Lageweg 11 te Blokker) te nemen vanwege het wegverkeer op de provinciale weg N506. De hoogste geluidbelasting bedraagt 55 dB incl. Art 110g Wgh., waarmee de maximale ontheffingswaarde van 63 dB niet wordt overschreden.
44
RO Woningen achter Lageweg 11 te Blokker, september 2020
Tussen initiatiefnemer, gemeente Hoorn (bureau erfgoed) en hoogheemraadschap heeft nader overleg plaatsgevonden over het onderhoud van de kavelsloten. Er is overeenkomst over een voorstel waarbij de kavelsloten de historische breedte behouden en het onderhoud geregeld wordt door de bewoners van de percelen Lageweg 11. Gebiedsbescherming in het kader Natura 2000, weidevogelleefgebied en NNN is niet aan de orde. Uit de berekeningen blijkt dat de beoogde ontwikkeling zowel in de realisatiefase als in de ontwikkelingsfase niet leidt tot een stikstofdepositie boven de 0,00 mol/ha/j. Een ontheffing is dan niet nodig. Het planvoornemen zal gezien het bovenstaande niet leiden tot overwegende planologische bezwaren. Het bouwen van de woning betekent, na een afweging van de verschillende belangen, een goede invulling van de planlocatie. Het nemen van een afwijkingsbesluit, als bedoeld in artikel 2.12, eerste lid, onder a, sub 3 Wabo, van het vigerende bestemmingsplan in combinatie met het verlenen van een omgevingsvergunning voor het bouwplan is daarom aanvaardbaar. Uit de ruimtelijke onderbouwing volgt dat het voorgenomen project voldoet aan de eis van een goede ruimtelijke ordening.
RO Woningen achter Lageweg 11 te Blokker, september 2020
45
Plangebied achter Lageweg 11 te Blokker
Besluitvlak Besluitvlak
Verklaring topografische en kadastrale gegevens
datum
01-09-2020
schaal
1 : 1000
formaat
A4
project nr.
-
blad
1/1
gemeente
Hoorn
P l a n k a a r t stedenbouwkundig tekenwerk
M 06 123 987 02 - info@plankaart.nl
w w w . p l a n k a a r t . n l
omgevingsvergunning
achter Lageweg 11 te Blokker planid : NL.IMRO.
planstatus : ontwerp