Bijlage 3 - Definitieve ruimtelijke onderbouwing
Tekst van het document
RUIMTELIJKE ONDERBOUWING
Omgevingsvergunning
`Woningen achter Lageweg 11 te Blokker` Gemeente Hoorn
1 september 2020
Versie 1 september 2020, gemaakt door:
HzA stedebouw & landschap Achterstraat 26A 1621 GH Hoorn T: +31 (0)229 216757 info@hzabv.nl
2
RO Woningen achter Lageweg 11 te Blokker, september 2020
INHOUDSOPGAVE
1. 1.1 1.2 1.3 1.4 1.5
INLEIDING------------------------------------------------------------------------------------------ 5 Aanleiding tot planopstelling ------------------------------------------------------------------- 5 Ligging en begrenzing plangebied ------------------------------------------------------------ 5 Planologische regeling--------------------------------------------------------------------------- 6 Doel -------------------------------------------------------------------------------------------------- 7 Leeswijzer ------------------------------------------------------------------------------------------ 8
2. 2.1 2.2
HUIDIGE SITUATIE EN BEOOGDE ONTWIKKELING --------------------------------- 9 Huidige situatie ------------------------------------------------------------------------------------ 9 Beoogde ontwikkeling-------------------------------------------------------------------------- 10
3. 3.1 3.2 3.3 3.4 3.5
AFWEGING RELEVANT BELEIDSKADER --------------------------------------------- 13 Rijksbeleid ---------------------------------------------------------------------------------------- 13 Beleid provincie Noord-Holland ------------------------------------------------------------- 14 Regionaal beleid -------------------------------------------------------------------------------- 16 Beleid gemeente Hoorn ----------------------------------------------------------------------- 17 Conclusie afweging relevant beleidskader------------------------------------------------ 19
4. 4.1 4.2 4.3
AFWEGING RUIMTELIJKE INPASSING IN DE OMGEVING ---------------------- 20 Context: landschap en cultuurhistorie------------------------------------------------------ 20 Ruimtelijke inpassing en beeldkwaliteit ---------------------------------------------------- 23 Conclusie ruimtelijke inpassing in de omgeving ----------------------------------------- 25
5. 5.1 5.2 5.3 5.4 5.5 5.6 5.7 5.8 5.9 5.10 5.11 5.12 5.13 5.14
AFWEGING MILIEU- EN OMGEVINGSASPECTEN ---------------------------------- 26 Duurzaamheid en energie -------------------------------------------------------------------- 26 Watertoets ---------------------------------------------------------------------------------------- 27 Bodemsituatie ------------------------------------------------------------------------------------ 29 Cultureel Erfgoed ------------------------------------------------------------------------------- 31 Natuurtoets --------------------------------------------------------------------------------------- 32 Geluidhinder-------------------------------------------------------------------------------------- 33 Verkeer en parkeren --------------------------------------------------------------------------- 35 Bedrijven en milieuzonering ------------------------------------------------------------------ 35 Luchtkwaliteit------------------------------------------------------------------------------------- 36 Externe veiligheid ------------------------------------------------------------------------------- 36 Kabels en Leidingen---------------------------------------------------------------------------- 39 Bezonning, privacy en uitzicht----------------------------------------------------------------- 39 M.e.r.-beoordeling ------------------------------------------------------------------------------ 39 Conclusie toets
van de omgevingsaspecten --------------------------------------------- 41
6. 6.1 6.2
AFWEGING MAATSCHAPPELIJKE EN ECONOMISCHE HAALBAARHEID - 42 Maatschappelijke haalbaarheid ------------------------------------------------------------- 42 Economische en financiële haalbaarheid ------------------------------------------------- 43
7.
CONCLUSIE VAN DE AFWEGINGEN ---------------------------------------------------- 44
RO Woningen achter Lageweg 11 te Blokker, september 2020
3
Bijlagen Bijlage 1. Bijlage 2. Bijlage 3a. Bijlage 3b. Bijlage 3c. Bijlage 4. Bijlage 5. Bijlage 6. Bijlage 7. Bijlage 8.
4
Definitief Ontwerp, MH Architectuur, 21 februari 2020 Digitale watertoets 12 juli 2019 Verkennend bodemonderzoek, Landview, 13 juni 2019 Nader bodemonderzoek, Landview, 21 juli 2010 Asbestonderzoek, Landview, 21 juli 2010 Toetsing in het kader van de Wet natuurbescherming, Groot Eco Advies, 19 juni 2019 Stikstoftoets, HzA stedebouw & landschap, 6 december 2019 Akoestische onderzoek wegverkeerslawaai, HGO advies, 20 mei 2020 Bezonningsstudie, MH Architectuur, 4 februari 2020 Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling, HzA stedebouw & landschap, 18 februari 2020
RO Woningen achter Lageweg 11 te Blokker, september 2020
1.
INLEIDING
1.1
Aanleiding tot planopstelling
Initiatiefnemer wil op de agrarische grond achter de woning Lageweg 11 in Hoorn een tweeonder-een-kap woning realiseren. De gemeente Hoorn is in principe akkoord met het ontwerp voor de locatie door MH Architectuur (zie bijlage 1). Op basis van het geldende bestemmingsplan ‘Kersenboogerd’ (onherroepelijk 11 maart 2010) is de beoogde ontwikkeling niet toegestaan voor wat betreft het gebruik (wonen, verkeer) en het bouwen (woningen, ontsluitingsweg, situering gebouwen en gewenste bouwhoogte). De gemeente Hoorn is bereid medewerking te verlenen aan de planontwikkeling via een uitgebreide omgevingsvergunning procedure. Om de beoogde ontwikkeling mogelijk te maken is een afwijkingsbesluit, als bedoeld in artikel 2.12, eerste lid, onder a, sub 3 Wabo, van het vigerende bestemmingsplan noodzakelijk. De ruimtelijke onderbouwing motiveert waarom op basis van het criterium goede ruimtelijke ordening afgeweken kan worden van het bestemmingsplan. Deze ruimtelijke onderbouwing maakt onderdeel uit van de omgevingsvergunningaanvraag.
1.2
Ligging en begrenzing plangebied
Het bouwplan is gelegen achter de woning Lageweg 11 in Blokker. De planlocatie wordt begrensd door belendende percelen aan de Robert Stolzhof. De planlocatie achter Lageweg 11 zijn kadastraal bekend als een gedeelte van het perceel gemeente Hoorn, sectie K, perceel 3802 en heeft een omvang van ca. 1800 m2. De totale voetprint van het bouwplan, inclusief aanbouwen, is ca. 218 m2.
afb.1 Ligging van het plangebied (plangrens indicatief, bron: googlemaps)
RO Woningen achter Lageweg 11 te Blokker, september 2020
5
1.3
Planologische regeling
Voor de projectlocatie gelden de volgende bestemmingsplannen: • Bestemmingsplan Kersenboogerd • Paraplubestemmingsplan Archeologie • Paraplubestemmingsplan parkeren & laden & lossen Bestemmingsplan Kersenboogerd Het bestemmingsplan Kersenboogerd van de gemeente Hoorn is onherroepelijk sinds 11 maart 2010. In het vigerende bestemmingsplan heeft de hele planlocatie de enkelbestemming ‘Agrarisch – Onbebouwd’, met een functieaanduiding ‘kas’. Gronden met de bestemming ‘Agrarisch – Onbebouwd’ zijn bestemd voor cultuurgrond, sloten, bermen en beplantingen. Ter plaatse van de aanduiding ‘kas’ (aan de oostzijde van het perceel, op 4,5 m van de tuinen van de aangrenzende woningen), mag een kas worden gerealiseerd met een bouwhoogte van 6 m, breedte van 7 m en lengte van 44 m.
afb.2 Uitsnede uit het vigerende bestemmingsplan Binnenstad, plangrens indicatief
Paraplubestemmingsplan Archeologie (vastgesteld 2017-03-17) Het parapluplan Archeologie legt voor de plangebieden van alle geldende bestemmingsplannen binnen de gemeente Hoorn, met uitzondering van de gebieden waarvoor een nieuw bestemmingsplan in voorbereiding is, het archeologiebeleid van de gemeente Hoorn vast. De planlocatie heeft de bestemming Waarde - Archeologie 5: op de beoogde woningbouwlocatie is archeologisch onderzoek noodzakelijk bij bouwwerken (grondroerende werkzaamheden) met een oppervlakte van meer dan 10.000 m2 en dieper dan 0,4 m. Voor de beoogde ontwikkeling is er daarom geen onderzoeksplicht. Paraplubestemmingsplan parkeren & laden en lossen Het paraplubestemmingsplan parkeren & laden en lossen is vastgesteld op 13 november 2018.
6
RO Woningen achter Lageweg 11 te Blokker, september 2020
In de regeling van het parapluplan wordt een koppeling gelegd met het beleid ‘Parkeernormennota Hoorn’. Bij het verlenen van een omgevingsvergunning, geldt de regel dat voldoende parkeergelegenheid voor auto’s en fietsen wordt gerealiseerd. Het bevoegd gezag kan hiervan afwijken voor zover op andere wijze in de benodigde parkeervoorzieningen wordt voorzien. Hieraan zijn voorwaarden gekoppeld. Planologische strijdigheid De bestaande situatie is in het bestemmingsplan positief en vrij gedetailleerd bestemd. Gebouwen, anders dan de geduide kas, zijn niet toegestaan, en ook het gebruik ten behoeve van het wonen is niet toegestaan. Het plan is hierdoor strijdig met het vigerende bestemmingsplan. Het onderhavige plan betreft de realisatie van een twee-onder-een-kap woning op de agrarische gronden achter Lageweg 11. De woningen worden aan de westzijde ontsloten vanaf de Robert Stoltzhof. Qua massa en situering sluit de bebouwing op het achtererf aan op de omliggende woningen (zie hoofdstuk 4). De beoogde ontwikkeling is in strijd met de bouwregels uit het bestemmingsplan Kersenboogerd, omdat: • het gebruik voor woningbouw binnen de huidige bestemming niet is toegestaan; • buiten het bouwvlak woningen worden gerealiseerd; • de toegestane hoogte wordt overschreden door de nieuwbouw.
De woning heeft een bouwhoogte van 9,50 m en een goothoogte van 2,90 m; • er een aansluiting op de Robert Stolzhof wordt gerealiseerd. Omgevingsvergunning Op grond van artikel 12 lid 1 onder a, sub 3 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (verder: Wabo) kan voor het gebruiken van gronden of bouwwerken in strijd met een bestemmingsplan een omgevingsvergunning worden verleend mits dat gebruik niet in strijd is met een goede ruimtelijke ordening en de motivering van het besluit een goede ruimtelijke onderbouwing bevat. Burgemeester en wethouders zijn pas bevoegd deze omgevingsvergunning te verlenen, nadat de gemeenteraad heeft verklaard dat hij daartegen geen bedenkingen heeft: een verklaring van geen bedenkingen (vvgb). De gemeenteraad mag deze verklaring alleen weigeren in het belang van een goede ruimtelijke ordening.
1.4
Doel
Deze ruimtelijke onderbouwing dient ter afweging voor het verlenen van een omgevingsvergunning ex artikel 2.12 lid 1 onder a, sub 3 van de Wabo, waarmee de realisatie van de nieuwe woningen achter Lageweg 11 mogelijk wordt gemaakt. Het plan betreft de realisatie van een twee-onder-een-kap woning, een aansluiting op de Robert Stolzhof en een nieuwe kavelsloot. De aanvraag omgevingsvergunning omvat de volgende activiteiten: • het gebruiken van gronden en/of bouwwerken in strijd met het bestemmingsplan, als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder c Wabo; • het bouwen van een bouwwerk, als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder a Wabo.
RO Woningen achter Lageweg 11 te Blokker, september 2020
7
1.5
Leeswijzer
Om de afwijking van het bestemmingsplan te kunnen motiveren is een ruimtelijke onderbouwing noodzakelijk. Hierin dient uiteengezet te worden of er vanwege de voorgenomen ontwikkeling sprake is van een goede ruimtelijke ordening. In voorliggende ruimtelijke onderbouwing is de uitvoerbaarheid van het planvoornemen in het kader van de goede ruimtelijke ordening aangetoond. De ruimtelijke onderbouwing vormt de toelichting op het afwijkingsbesluit. Deze toelichting bestaat uit 7 hoofdstukken. Na dit inleidende hoofdstuk volgt in hoofdstuk 2 een planbeschrijving waarin de huidige situatie en de gewenste ruimtelijke ontwikkeling aan bod komen. Hoofdstuk 3 beschrijft op hoofdlijnen de op het plangebied relevante beleidskaders van het Rijk, de provincie Noord-Holland, de regio Westfriesland en de gemeente Hoorn. Hoofdstuk 4 onderbouwt de wijze waarop het bouwplan zich voegt in de structuur van de stad. Hoofdstuk 5 onderbouwt waarom het bouwplan op het gebied van milieu- en omgevingsaspecten uitvoerbaar is en wordt voldaan aan de wet- en regelgeving op het gebied van o.a. duurzaamheid, water, bodem, archeologie, flora en fauna, geluid, parkeren, milieuhinder, luchtkwaliteit en externe veiligheid. Tot slot gaat hoofdstuk 6 in op de economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid van het planvoornemen.
Bij de maatschappelijke uitvoerbaarheid wordt de procedure voor de omgevingsvergunning omschreven. Hoofdstuk 7 vormt de conclusie van de afwegingen.
8
RO Woningen achter Lageweg 11 te Blokker, september 2020
2.
HUIDIGE SITUATIE EN BEOOGDE ONTWIKKELING
2.1
Huidige situatie
De planlocatie maakt onderdeel uit van een (voormalig) agrarisch perceel aan de Lageweg. Langs de weg staat een verouderde woning met een tweetal vervallen schuren. Het agrarisch perceel loopt de wijk Kersenboogerd in, en snijdt de Robert Stolzhof in tweeën. De kavel is ruim 100 m diep. IN het verleden stond op de locatie een zeer grote kas (zie foto p.21). Het bestemmingsplan staat deze mogelijkheid nog steeds toe. De woning en het achterliggende agrarische perceel worden ontsloten vanaf de Lageweg, de parallelweg van de provinciale weg N507.
2
afb.3 Bestaande situatie (bron: MH Architectuur)
afb.4 Huidige bebouwingsbeeld Lageweg
afb.5 Ingesloten agrarisch perceel achter huidige woning
RO Woningen achter Lageweg 11 te Blokker, september 2020
9
2.2
Beoogde ontwikkeling 1
Het initiatief betreft het scheiden van de locatie Lageweg 11 in een voor- en een achterperceel. Tussen beide percelen wordt een nieuwe kavelsloot gerealiseerd. De voorste woning Lageweg voegt zich in de bestaande lintbebouwing langs de Lageweg, de achterste woningen sluiten aan op de stedenbouwkundige structuur van de omliggende woonwijk Kersenboogerd. De bestaande woning zal te zijner tijd gerenoveerd worden of worden gesloopt, waarbij een nieuwe woning zal worden terug gebouwd. De aanwezige schuren zullen worden gesloopt. Hierachter zal een twee-onder-een-kapwoning worden gerealiseerd. De woning heeft een mansardekap met nok- en goothoogte gelijk aan de typologie van de Robert Stolzhof. Voorliggende aanvraag omgevingsvergunning betreft alleen de ontwikkeling op het achterperceel. De woning aan de Lageweg valt buiten deze vergunningaanvraag. De nieuwe twee-onder-een-kap woning ligt achter de lintbebouwing aan de Lageweg en is georiënteerd op de (doorgetrokken) ontsluitingsweg van het Robert Stolshof. Het is een diepe kavel, waardoor de woningen een diepe achertuin krijgen. De stenen gevels en het pannendak hebben natuurlijke kleuren, de kozijnen zijn donker. De dubbele woning voegt zich met het opvallende mansardedak, een goothoogte van 6,3 m en een nokhoogte van 9,5 m binnen de stedenbouwkundige context van de Robert Stolzhof (zie ook paragraaf 4.2).
afb.6 Definitief ontwerp februari 2020 (bron: MH Architectuur)
1
De in deze paragraaf opgenomen tekeningen zijn illustratief. Voor de originele tekeningen wordt verwezen naar de omgevingsvergunningaanvraag
10
RO Woningen achter Lageweg 11 te Blokker, september 2020
Uitgangspunt bij de ontwikkeling op het achtererf is een logische ruimtelijke aansluiting op de omliggende stedenbouwkundige structuur, en het voorkomen van tweedelijns bebouwing. De bestaande doodlopende weg (Robert Stolzhof) aan de westzijde van het perceel wordt doorgetrokken ter ontsluiting van de te realiseren nieuwbouw. Op eigen terrein worden vier parkeerplaatsen gerealiseerd. Voor de ontsluitingsweg moet 1 boom gekapt worden (Zwarte els). Langs de nieuwe weg zullen 2 parkeervakken worden ingestraat en enkele nieuwe bomen worden geplant. De nieuwe woningen sluiten aan op de riolering van het Robert Stolzhof en maken ook gebruik van de brandweervoorzieningen en afvalvoorzieningen in die straat. Met de ontwikkeling van de twee-onder-een-kap woning worden de gebruiksmogelijkheden van de omliggende panden niet geschaad.
afb.7 Definitief ontwerp beoogde ontwikkeling (bron: MH Architectuur)
afb.8 Te kappen boom langs waterkant
RO Woningen achter Lageweg 11 te Blokker, september 2020
11
afb.9 Impressie situatie beoogde ontwikkeling (schetsontwerp, aanbouwen zijn vervallen) (bron: MH Architectuur)
afb.10 Gevelbeeld Robert Stolzhof (schetsontwerp, aanbouwen zijn vervallen) (bron: MH Architectuur)
Beleidsmatige uitgangspunten zijn verder uitgewerkt in hoofdstuk 3. De stedenbouwkundige inpassing is nader uitgewerkt in paragraaf 4.2. Milieukundige aspecten zijn nader/verder uitgewerkt in hoofdstuk 5.
12
RO Woningen achter Lageweg 11 te Blokker, september 2020
3.
AFWEGING RELEVANT BELEIDSKADER
Op diverse bestuurlijke niveaus zijn beleidsuitspraken geformuleerd die relevant zijn voor de planlocatie. In dit hoofdstuk volgt een korte samenvatting van de betreffende nota's. Hierbij wordt ingegaan op het rijks-, provinciaal en gemeentelijk beleid. Vervolgens wordt aangetoond dat het initiatief past binnen de beleidskaders van de verschillende overheden.
3.1
Rijksbeleid
3.1.1 Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte is op 13 maart 2012 in werking getreden. Deze structuurvisie vormt het nieuwe integrale kader voor de ruimtelijke en mobiliteitsontwikkeling van Nederland tot 2028, met een doorkijk naar 2040. Het rijksbeleid richt zich op het versterken van de internationale positie van Nederland en het behartigen van de nationale belangen, zoals de hoofdnetwerken voor personen en goederenvervoer, energie, natuur, waterveiligheid, milieukwaliteit en bescherming van het werelderfgoed. Het beleid met betrekking tot verstedelijking, groene ruimte en landschap laat het Rijk, onder het motto ‘decentraal wat kan, centraal wat moet’, over aan provincies en gemeenten. Gemeenten krijgen daarbij de ruimte voor natuurlijke groei en voor het bouwen van huizen die aansluiten bij de woonwensen van mensen. Alleen in de stedelijke regio’s rond de mainports Amsterdam en Rotterdam maakt het Rijk afspraken met decentrale overheden over de programmering van verstedelijking. Overige sturing op verstedelijking, zoals afspraken over binnenstedelijk bouwen, rijksbufferzones en doelstellingen voor herstructurering, laat het Rijk los. Er is enkel nog sprake van een ‘ladder’ voor duurzame verstedelijking (gebaseerd op de ‘SER-ladder’), die is vastgelegd in het Besluit ruimtelijke ordening.
3.1.2 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) stelt regels omtrent de 13 aangewezen nationale belangen zoals genoemd in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR). Dit bouwplan raakt geen rijksbelangen uit het Barro. 3.1.3 Toets aan de ladder voor duurzame verstedelijking De ladder voor duurzame verstedelijking (art.3.1.6. lid 2 Besluit ruimtelijke ordening) is ingericht voor een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle nieuwe stedelijke ontwikkelingen. Het wordt gebruikt om ervoor te zorgen dat de ruimte in het stedelijk gebied zo goed mogelijk benut wordt. Hiermee wordt voorkomen dat het buitengebied in Nederland wordt volgebouwd. Per 1 juli 2017 geldt de volgende, nieuwe, Laddersystematiek: “De toelichting van een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan de voorgenomen stedelijke ontwikkeling. Indien blijkt dat de stedelijke ontwikkeling niet binnen het bestaand stedelijk gebied kan worden voorzien, bevat de toelichting een motivering daarvan en een beschrijving van de mogelijkheid om in die behoefte te voorzien op de gekozen locatie buiten het bestaand stedelijk gebied.”
RO Woningen achter Lageweg 11 te Blokker, september 2020
13
Afweging Op basis van recente jurisprudentie geldt dat voor woningbouwplannen van 12 of meer woningen er sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Alleen nieuwe stedelijke ontwikkelingen dienen te worden getoetst aan de Ladder voor duurzame verstedelijking. Het plan beoogt de realisatie van 2 nieuwe woningen. Dit betreft geen nieuwe stedelijke ontwikkeling. Om deze reden is een toets aan de ladder voor duurzame verstedelijking niet aan de orde.
3.2
Beleid provincie Noord-Holland
3.2.1 Omgevingsvisie Noord-Holland 2050 Op 19 november 2018 hebben de Provinciale Staten van Noord-Holland de Omgevingsvisie Noord-Holland 2050 vastgesteld. Hierin staat de visie op de fysieke leefomgeving beschreven. De Omgevingsvisie vervangt de Structuurvisie Noord-Holland 2040, het Provinciaal Verkeersen Vervoerplan, het Provinciaal Milieubeleidsplan 2015-2018 en de Agenda Groen. De leidende hoofdambitie in de Omgevingsvisie NH2050 is de balans tussen economische groei en leefbaarheid. Een gezonde en veilige leefomgeving, die goed is voor mens, plant én dier, is een voorwaarde voor een goed economisch vestigingsklimaat. Tegelijkertijd is duurzame economische ontwikkeling een voorwaarde voor het kunnen investeren in een prettige leefomgeving. Dit betekent dat in heel Noord-Holland een basiskwaliteit van de leefomgeving wordt gegarandeerd. Er zijn randvoorwaarden geformuleerd hoe om te gaan met klimaatverandering. De provincie ontwikkelt zoveel mogelijk natuurinclusief en met behoud van (karakteristieke) landschappen, clustert ruimtelijke economische ontwikkelingen rond infrastructuur en houdt rekening met de ondergrond. Afweging De woningbouw wordt vooral in en aansluitend op de bestaande verstedelijkte gebieden gepland, in overeenstemming met de kwalitatieve behoeftes en trends. Duurzaamheid van de totale voorraad is uitgangspunt. De beoogde ontwikkeling sluit hier op aan.
3.2.2 Provinciale Ruimtelijke Verordening Het beleid van de voormalige Structuurvisie Noord-Holland 2040 is, voor zover het een bindende werking moet hebben, neergelegd in de Provinciale Ruimtelijke Verordening (PRV). De provinciale ruimtelijke verordening stelt regels waaraan bestemmingsplannen, wijzigings- en uitwerkingsplannen, beheersverordeningen en omgevingsvergunningen waarbij wordt afgeweken van het bestemmingsplan dienen te voldoen. Er zijn regels voor het gehele provinciale gebied en regels en regels voor het landelijke gebied, water, groene ruimte e.d. Afhankelijk van de ligging van het plangebied zijn de regels uit de PRV al dan niet van toepassing. Sinds de vaststelling van de PRV in 2010 is deze verschillende keren op onderdelen gewijzigd. De laatste wijziging van de PRV is op 14 januari 2019 door Provinciale Staten vastgesteld en op 1 februari 2019 in werking getreden. De planlocatie ligt binnen het bestaand stedelijk gebied. Artikel 5a uit de PRV is van toepassing: ‘Een bestemmingsplan kan uitsluitend voorzien in een nieuwe stedelijke ontwikkeling als deze ontwikkeling in overeenstemming is met de binnen de regio gemaakte schriftelijke afspraken.’ Voor het borgen van het provinciale hoofdbelang van duurzaam ruimtegebruik worden aan de regionale afspraken via nadere regels inhoudelijke en procedurele voorwaarden gesteld. Dit
14
RO Woningen achter Lageweg 11 te Blokker, september 2020
betreft alle nieuwe stedelijke ontwikkelingen met gemeentegrensoverschrijdende consequenties. Voor woningbouw gaat het bijvoorbeeld om de regels voor het opstellen van een Regionaal Actie Programma (RAP) Woningbouw. In artikel 33 van de PRV (energie en duurzaam bouwen) staat dat in een bestemmingplan beschreven moet worden op welke wijze invulling wordt gegeven aan energiebesparing en inzet van duurzame energie. Afweging In paragraaf 5.1 wordt nader ingegaan op het regionale afsprakenkader woningbouw en op welke wijze er sprake is van een duurzame ruimtelijke ontwikkeling. Met de bouw van een nieuwe twee-onder-een-kapwoning is er weliswaar sprake van een stedelijke functie (wonen), maar geen sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. 3.2.3 Provinciale woonvisie De Provincie Noord-Holland draagt bij aan het realiseren van voldoende en passende huisvesting (woningtype) op de best mogelijke plek (woonmilieu) voor huidige en toekomstige bewoners van Noord-Holland. De Provincie Noord-Holland heeft hiervoor een provinciale woonvisie opgesteld die het kader biedt voor de door de regio’s op te stellen regionale actieprogramma’s. In de regionale actieprogramma’s wordt het woningbouwprogramma zowel kwalitatief als kwantitatief uitgewerkt. Uitgangspunt is om deze woningvraag zoveel mogelijk te realiseren binnen het Bestaand Bebouwd Gebied.
(tegenwoordig: Bestaand Stedelijk Gebied) De planlocatie is een binnenstedelijk gebied en valt volgens de Provinciale Ruimtelijke Verordening binnen het 'Bestaand Stedelijk Gebied' (BSG). Met het oog hierop is de voorgenomen ontwikkeling niet in strijd met het provinciaal beleid. Afweging De realisatie van het voorgenomen woningbouwplan beantwoordt aan de toenemende, en diverse, vraag naar woningen in een stedelijke omgeving. 3.2.4 Ontwikkeling van OV-knooppunten In Noord-Holland zijn alle 60 treinstations en 4 grote busstations aangewezen als OVknooppunten. De OV-knooppunten zijn de entrees van binnensteden en omliggende wijken of toegangspoorten naar natuur- of recreatiegebieden. De provincie wil stationsomgevingen beter benutten en in samenhang met elkaar ontwikkelen. Omdat stations belangrijke schakels zijn in de reis van mensen op weg naar werk, naar voorzieningen of recreatieve bestemmingen, stimuleert de provincie nieuwbouw van woningen en bedrijvigheid rondom stations. In de strategie wordt uitgegaan van een afstand van 1.200 m rondom de treinstations. Mocht nieuwbouw van woningen niet mogelijk zijn binnen 1.200 m, dan liefst binnen 10 minuten fietsafstand vanaf het treinstation. Afweging De planlocatie ligt binnen 10 minuten fietsafstand vanaf het station Kersenboogerd (de afstand is ca. 1.300 m).
Het benutten van bestaande ruimte in het stedelijk gebied is een belangrijke keuze voor kansrijke ontwikkelingen binnen OV-knooppunten. Hoorn is in de knooppuntenstudie Maak plaats! beoordeeld als regionaal centrum, met rond het station o.a. wonen in gemiddelde tot hoge dichtheid in centrum stedelijk of kleinstedelijk woonmilieu. De beoogde ontwikkeling past herbinnen.
RO Woningen achter Lageweg 11 te Blokker, september 2020
15
3.3
Regionaal beleid
3.3.1 Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier heeft samen met haar partners haar waterbeleid op lange termijn (Deltavisie) en op middellange termijn (Waterprogramma 20162021) opgesteld. In het Waterprogramma 2016-2021 (voorheen waterbeheersplan) zijn de programma's en beheerstaken van het hoogheemraadschap opgenomen met de programmering en uitvoering van het waterbeheer. Het programma is nodig om het beheersgebied klimaatbestendig te maken, toegespitst op de thema’s waterveiligheid, wateroverlast, watertekort, schoon en gezond water en crisisbeheersing. Door het veranderende klimaat wordt het waterbeheer steeds complexer. Alleen door slim samen te werken is integraal en doelmatig waterbeheer mogelijk. Bij de ontwikkeling van het Waterprogramma is hieraan invulling gegeven door middel van een partnerproces en de ontwikkeling van gezamenlijke bouwstenen. Keur en Uitvoeringsregels Op grond van de Waterwet is het Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier als waterschap bevoegd via een eigen verordening, de Keur, regels te stellen aan handelingen die het watersysteem beïnvloeden.
De Keur geeft vorm aan de inhoud van de Waterwet met concrete doelstellingen, te weten: voorkoming en waar nodig beperking van overstromingen, wateroverlast en waterschaarste, in samenhang met (a) bescherming en verbetering van de chemische en ecologische kwaliteit van watersystemen, en (b) vervulling van maatschappelijke functies door watersystemen. In de Keur 2016 van het Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier staan de geboden en verboden die betrekking hebben op watergangen en waterkeringen. Voor het uitvoeren van werkzaamheden kan een vergunning nodig zijn. De werkzaamheden in of nabij de watergangen en waterkeringen worden getoetst aan de beleidsregels die op de website van het hoogheemraadschap te vinden zijn (https://www.hhnk.nl/portaal/keur_41208/). De aansluiting van het voorliggend plan op de keur (de watertoets) is nader uitgewerkt in paragraaf 5.2. 3.3.2 Regio Westfriesland De gemeenten Drechterland, Enkhuizen, Hoorn, Koggenland, Medemblik, Opmeer en Stede Broec vormen samen de bestuurlijke regio Westfriesland. De regio heeft de ambitie binnen enkele jaren tot de top 10 van meest aantrekkelijke regio’s van Nederland te behoren. Het gezamenlijk ‘zorgen voor woonruimte voor de Westfriese bevolking en vraaggericht bouwen voor mensen van buiten de regio.
De ambities van voorliggend plan, prettige wonen in een aantrekkelijke omgeving, sluiten aan op regionale ambities uit de structuurschets Westfriesland en de regionale woonvisie Westfriesland. Structuurschets Westfriesland In de structuurschets Westfriesland zijn ambities en doelstellingen geformuleerd die er voor zorgen dat de regio aantrekkelijk en vitaal blijft, met een sterke economische structuur, een goed bereikbaar voorzieningenniveau en leefbare kernen. De zeven regiogemeenten willen gezamenlijke keuzes maken die de kwaliteiten en potentie van de regio volop benutten. Dit is nodig omdat demografische stabilisatie, de veranderende bevolkingssamenstelling en het samenvoegen en/of afbouwen van (publieke) voorzieningen kunnen ertoe leiden dat het voorzieningenniveau en de leefbaarheid onder druk komen te staan. De structuurschets is een
16
RO Woningen achter Lageweg 11 te Blokker, september 2020
ruimtelijke vertaling van de Westfriese ambities. Het is de bouwsteen voor het regionaal ruimtelijk beleid en de inbreng vanuit Westfriesland voor de provinciale omgevingsvisie. De intentie is dat de zeven gemeenten zelf aan de slag gaan en onderling afspraken maken over regionale samenwerking. De structuurschets is daarnaast vooral een uitnodiging aan initiatiefnemers, ondernemers en bewoners: • samen vormgeven aan de toekomst van Westfriesland; • de gemeenten bieden ruimte aan initiatieven die Westfriesland versterken. Vanuit dit perspectief zijn vijf arrangementen geschetst. In de structuurschets Westfriesland is Hoorn de ‘veranda van de Randstad’: centrumstad van Westfriesland, recreatief voorzieningenniveau, stedelijk woonmilieu. De regionale woonvisie Westfriesland 2017 is een strategisch en overkoepelend kader voor de gewenste ontwikkelingen op regionaal niveau. Speerpunten vormen het verbeteren van de aantrekkelijkheid en de kwaliteit van de woningvoorraad. Ook ligt er een grote opgave voor het verduurzamen van de bestaande voorraad. De regionale woonvisie kijkt verder naar huisvesting van bijzondere doelgroepen en het betaalbaar houden van de woningvoorraad. Iedereen, ongeacht de grootte van de portemonnee, moet in Westfriesland aan passende huisvesting kunnen komen.
De uitvoering van de regionale woonvisie vindt plaats door middel van het Regionaal Actieprogramma Wonen 2017-2021 (RAP). Hierin is aangegeven hoe de uitvoering van de kaders uit de regionale woonvisie plaatsvindt. Op grond van afspraken met de provincie hebben de regiogemeenten een woningbouwprogrammering vastgesteld. De beoogde ontwikkeling past binnen de vrije ruimte die de afzonderlijke gemeenten hebben voor plannen buiten het programma. Regionale afstemming is niet noodzakelijk gezien de geringe omvang van de ontwikkeling. Dit is nader uitgewerkt in paragraaf 5.1.
3.4
Beleid gemeente Hoorn
3.4.1 Structuurvisie Hoorn (2012) Op 10 juli 2012 is de Structuurvisie Hoorn vastgesteld. De structuurvisie is een uitwerking van de Stadsvisie uit 2005. De Structuurvisie onderscheidt acht belangrijke maatschappelijke opgaven: (1) bouwen en transformeren voor de vergrijzing, (2) vasthouden van jonge gezinnen, (3) ontwikkelen van aantrekkelijke stad in een complete regio, (4) bestaande woningvoorraad aantrekkelijk houden, (5) balans wonen en werken, (6) economie verbreden, (7) compleet pakket aan voorzieningen bieden, en (8) branding en profilering van Hoorn verbeteren. In de structuurvisie wordt aangegeven dat Hoorn een andere fase in gaat: van groeikern naar volwassen stad. De laatste uitbreidingsplannen worden afgerond en de aandacht verschuift naar de bestaande stad. De toekomstige behoeften moeten daarbij worden opgevangen via de herstructurering en de inbreiding in de bestaande stad. Afweging De ambitie is om Hoorn gemeenschappelijker en ondernemender te maken. Dit gebeurt enerzijds door constante aandacht voor de kwaliteit van de stad (duurzaam, historisch, leefbaar, met een breed aanbod van voorzieningen), anderzijds door enkele cruciale projecten in de stad (o.a. gekleurde wijken en versterking binnenstad). De ‘kleur’ van de Kersenboogerd-Zuid is dat van een ‘rustige woonwijk’, ingericht op een rustige woonwens, ideaal voor gezinnen.
Wonen in de luwte, waarbij de huidige groene sfeer wordt gecontinueerd. De beoogde woningbouwontwikkeling past binnen deze ambities.
RO Woningen achter Lageweg 11 te Blokker, september 2020
17
3.4.2 Woonvisie Hoorn 2013-2020 herziening 2015 De gemeente kent een lokale woonvisie die een basis vormt voor lokale prestatieafspraken. In de woonvisie streeft de gemeente Hoorn een passende en betaalbare woning voor iedereen na. Nieuwbouw is noodzakelijk om woonmilieus te bieden die niet in de bestaande voorraad kunnen worden gerealiseerd. Bij nieuwbouw streeft de gemeente naar functiemenging en een gevarieerd woningaanbod. In het algemeen is er binnen de gemeente Hoorn een overschot aan (grotere) grondgebonden gezinswoningen. Als de mogelijkheid zich voordoet is de gemeente voorstander van gestapelde bouw, maar dan moet het wel passend zijn in de omgeving. Daarnaast mag de ontwikkeling een grotere ontwikkeling (bijvoorbeeld een omvangrijke herstructurering) niet in de weg staan. Nieuwe woningen zijn bij voorkeur geschikt om langer zelfstandig in te kunne blijven wonen, door ze goed toegankelijk en doorgankelijk te maken, bijvoorbeeld zodanig gebouwd dat een aantal voorzieningen gelijkvloers zijn of op eenvoudige wijze gelijkvloers kunnen worden gemaakt. Afweging De beoogde ontwikkeling past binnen deze ambities. De locatie aan de Lageweg 11 leent zich niet voor gestapelde bouw en staat evenmin een grotere ontwikkeling in de weg.
De ontwikkeling sluit aan bij het beleid van de gemeente Hoorn om ook in de toekomst voldoende passende, aantrekkelijke en betaalbare woningen te realiseren. De woningtypologie sluit aan bij de nadruk op het rustige wonen in de wijk. Op basis van het voorgaande kan geconcludeerd worden dat het plan in overeenstemming is met het gemeentelijk beleid. 3.4.3 Welstandsnota 2017 De Commissie voor Monumenten en Welstand toetst een concreet bouwplan aan de criteria zoals opgenomen in de Welstandsnota van de gemeente Hoorn. Hoorn kent een aantal historische dorpslinten die zich in de 20e eeuw van landelijke linten met voornamelijk agrarische bebouwing hebben ontwikkeld tot meer gesloten dorplinten. Deze linten liggen in de voormalige zelfstandige dorpen Zwaag en Blokker en langs de historische toevoerswegen van Hoorn. Op basis van de welstandsnota 2017 ligt de beoogde planlocatie in het welstandsgebied 2F Linten, Lageweg. Voor dit gebied is een bijzonder welstandsniveau van toepassing: Uitgangspunt is behoud en waar nodig de versterking van het karakter van de langgerekte lintbebouwing als geheel. Extra aandacht gaat uit naar hoogtebreedte verhoudingen, positionering, transparantie naar het achterliggende gebied, detaillering, kleur- en materiaalgebruik. Bij voorkeur met gebruikmaking van het aanwezige scala van min of meer traditionele middelen, materialen en kleuren.
Dat betekent niet dat imitatie van historische of andere bestaande elementen vereist is. Soms kan een eigentijdse vormgeving juist de bestaande karakteristieken benadrukken. Afwijkende invullingen kunnen bijvoorbeeld plaatsvinden op een stedenbouwkundige geëigende locatie, waardoor wordt bijgedragen aan de herkenbaarheid van het lint en stedelijk weefsel. Afweging Nieuwe bebouwing moet voldoen aan het algemeen welstandsbeleid uit de Welstandnota, aangevuld met specifiek welstandbeleid voor de linten. Deze hebben betrekking op het behoud van het gegroeide in beginsel kleinschalige karakter, zonder wijzigingen en nieuwbouw onmogelijk te maken.
18
RO Woningen achter Lageweg 11 te Blokker, september 2020
Bij het ontwerp van de woningen is rekening gehouden met de geldende welstandscriteria. Evenwel zal het pand hieraan getoetst worden.
3.5
Conclusie afweging relevant beleidskader
Het project is in overeenstemming met de relevante beleidsuitgangspunten en veroorzaakt geen conflicten met sectorale wet- en regelgeving. Het initiatief is op basis van het nationaal-, provinciaal-, regionaal- en gemeentelijk beleid nader onderzocht op de aspecten bodem, archeologie, flora & fauna, geluid en water (resultaten zie hoofdstuk 5).
RO Woningen achter Lageweg 11 te Blokker, september 2020
19
4.
AFWEGING RUIMTELIJKE INPASSING IN DE OMGEVING
4.1
Context: landschap en cultuurhistorie
Historische ontwikkeling De stad Hoorn is ontstaan rond 1300 bij de monding van de waterloop de Gouw in de Zuiderzee. De oudste straten, de Oost en het West, zijn op een dijk aangelegd. Deze straten maken nog steeds onderdeel uit van de historische loop van de Westfriese Omringdijk. In de 14e eeuw ontstond de Oosterpolder toen Hoorn, Westerblokker en Zwaag met elkaar werden verenigd om samen het gebied te bemalen. Ontginning van het gebied vond plaats vanaf de historische linten die nu nog in het stedelijke weefsel van Hoorn te herkennen zijn: deze linten liggen in de voormalige zelfstandige dorpen Zwaag en Blokker en langs de historische toevoerswegen naar Hoorn. In de Gouden Eeuw was Hoorn een welvarende stad. De VOC brengt grote rijkdom. De stad wordt hoofdstad van West-Friesland. Na een periode van verval breekt na de Tweede Wereldoorlog voor Hoorn een nieuwe periode van bloei aan. Hoorn krijgt in de jaren ‘70 opdracht het overvolle Amsterdam te ontlasten. Nieuwe woonwijken worden gebouwd. Hoorn groeit snel. Nog geen 18.500 inwoners in 1970 tellend, zijn het er 50.000 in 1984. Tot die tijd is er een zeer grote woningproductie in de wijken Grote Waal, Risdam en Kersenboogerd. In de wijk Kersenboogerd wonen ongeveer 20.000 mensen.
afb.11 Historische kaart Oosterpolder (ca. 1880)
Stedenbouwkundige context
20
RO Woningen achter Lageweg 11 te Blokker, september 2020
De planlocatie ligt langs de zuidelijke dijk van de Blokweeren, Ooster- en Westerblokker. De plaatsnaam. De plaatsnaam Blokker is de 'verbasterde' naam voor Blokweer(en). Die benaming is een verwijzing naar het rechthoekige en vierkante land dat gevormd werd door de twee sloten die aan weerszijden van het land zijn gelegen. De Lageweg is van oorsprong een ontginningslint waarvandaan de gronden ten noorden (waar nu de wijk Kersenboogerd ligt) van het lint zijn ontgonnen. Tegenwoordig ligt de Provincialeweg gedeeltelijk parallel aan het lint en gedeeltelijk in de plaats van het oorspronkelijke lint. Hierdoor is het oorspronkelijke karakter van het lint voor een groot deel verloren gegaan. De nog aanwezige woonbebouwing wordt gekenmerkt door de kleinschaligheid. Tussen de bebouwing zijn enkele doorzichten naar de achterliggende woonwijk Kersenboogerd ontstaan.
planlocatie
afb.12 Lageweg 11 historische situatie: bedrijfswoning met agrarische gebouwen (bron: bing.com/maps)
De Kersenboogerd is qua verschijningsvorm in tweeën op te delen. Het westelijk deel, dat vóór 1990 werd gerealiseerd is vergelijkbaar met Risdam, zowel qua stedenbouwkundige opzet als qua woningtypen. Het merendeel van de woningen in dit deel van de Kersenboogerd bestaat uit rijenwoningen van twee lagen en een zadeldak opgebouwd uit baksteen in verschillende lichtere tinten en donkere betonnen dakpannen. In het oostelijke deel is de ruimtelijke structuur minder bepaald door het onderliggende polderlandschap maar meer door de vormgeving van de ontwerpers. In de bebouwing is sprake van een grote diversiteit aan vormen, kleur en materiaal. Een buurt bestaat hierdoor uit een aantal woningtypen die qua verschijningsvorm, dakvorm en leurstelling verschillen van de omliggende buurten. Hierdoor is elke buurt onderscheidend. De wijk bestaat grotendeels uit ruime koopwoningen. De maat van de vrije kavels in de wijk is klein in relatie tot de woningen die er op staan. Op de illustratieve uitwerking van de grondgebruikskaart van de Kersenboogerd is duidelijk te zien hoe de historische agrarische percelen soms tot diep de wijk in reiken. Ook illustreert het de dichtheidsverschillen in de woonmilieus in de Kersenboogerd (zie afb.11).
RO Woningen achter Lageweg 11 te Blokker, september 2020
21
afb.13 Plankaart Kersenboogerd: illustratieve uitwerking grondgebruik (bron: bureau F.J. Zandvoort/ HzA stedebouw & landschap)
DNA van de plek Lageweg 11 is een (voormalige) agrarische kavel. Een deel van de agrarische bedrijfsbebouwing is nog aanwezig. De kavel is diep en loopt tot ver het Robert Stolzhof in. De locatie is binnen de stedenbouwkundige structuur van de Kersenboogerd van waarde vanwege het open zicht de wijk in, en de lintbebouwing langs de Lageweg.
afb.14 Planlocatie achter de lintbebouwing.
22
afb.15 Ingesloten door de Robert Stolzhof.
RO Woningen achter Lageweg 11 te Blokker, september 2020
4.2
Ruimtelijke inpassing en beeldkwaliteit
Stedenbouwkundig is de massa van de nieuwbouw goed inpasbaar in de omgeving en kan op deze locatie een nieuwe twee-onder-een-kap woning worden toegestaan. De verkeerskundige aansluiting zorgt voor een goede ruimtelijke afronding van de Robert Stolzhof. Karakter lintbebouwing Lageweg De stedenbouwkundige randvoorwaarden van de gemeente zijn als volgt: • op het voorperceel (Lageweg) mag een woning worden opgericht welke passend is bij de aanwezige lintbebouwing aan de Lageweg, en hierbij aansluit; • op het achterperceel (omgeven door de Robert Stolzhof) is een woning of twee onder een kapwoning aanvaardbaar. Door de woning aan de zuidzijde van het perceel te situeren blijft de rest van de kavel onbebouwd en kan als achtertuin functioneren. De beoogde ontwikkeling sluit aan op deze randvoorwaarden 2. De randvoorwaarden staan het splitsen van de kavel toe. De huidige woning blijft bestaan, evenals de zichtrelatie in de diepte van de kavel. Hierdoor verandert de uitstraling van de lintbebouwing langs de Lageweg niet.
afb.16 Inpassing twee-onder-een-kapwoning in bestaande stedenbouwkundige structuur, zicht vanaf N506 (schetsontwerp, aanbouwen zijn in bouwaanvraag komen te vervallen) (bron: MH Architecten)
Historische perceelstructuur Water is een belangrijk thema in de wijkopzet van de Kersenboogerd. In de waterstructuur is de historische perceelstructuur herkenbaar. In de ruimtelijke voorwaarden om tot ontwikkeling van het achtergelegen gebied over te gaan is een scheidingssloot tussen de kavel aan het lint (de bestaande woning aan de Lageweg) en het achterliggende gebied genoemd. Aan deze voorwaarde wordt voldaan. De scheidingssloot tussen de kavel aan het lint (de bestaande woning aan de Lageweg) en het achterliggende gebied functioneert als nieuwe randsloot voor de lintbebouwing langs de Lageweg. Samen met de groenzone vormt de sloot een duidelijke rand. De noordelijke en zuidelijke sloot van het perceel zijn oorspronkelijke ontginningssloten. Deze zullen niet worden verbreed, waardoor ze hun huidige karakter behouden. De historische perceelstructuur blijft zo behouden.
2
De bestaande woning op perceel Lageweg 11 blijft buiten de aanvraag omgevingsvergunning
RO Woningen achter Lageweg 11 te Blokker, september 2020
23
afb.17 Historische waterstructuur herkenbaar in het plan (bron: MH Architectuur)
Ontsluiting De ontsluiting van het gebied ondersteunt de ruimtelijke structuur. De woning aan de Lageweg blijft vanaf de Lageweg bereikbaar, en voegt zich hierdoor in de bestaande lintbebouwing. De nieuwe twee-onder-een-kap woningen worden aan de westzijde ontsloten vanaf de Robert Stolzhof. De bestaande weg wordt doorgetrokken. Op deze wijze voegen de nieuwe woningen zich in de stedenbouwkundige structuur van de wijk.
afb.18 Ontsluiting ondersteunt de ruimtelijke structuur (bron: MH Architectuur)
Ruimtelijke inpassing in omgeving De gebouwvorm, met het markante mansardedak, sluit aan op de karakteristieke woningtypologie in het grootste deel van de Robert Stolzhof. Aan de oostzijde grenst deze direct aan de planlocatie. De stenen gevels en het pannendak hebben overeenkomstige natuurlijke kleuren. De dubbele woning voegt zich met het opvallende mansardedak, een goothoogte van 6,3 m en een nokhoogte van 9,5 m binnen de stedenbouwkundige context van de Robert Stolzhof.
24
RO Woningen achter Lageweg 11 te Blokker, september 2020
De kavelsloten rond het perceel hebben een breedte van 2,7 m. De gemeente Hoorn hecht waarde een de historische context van deze sloten. Door de woning vooral in de diepte te ontwikkelen blijft ruimte aan beide zijkanten van de woningen over ten opzichte van de rand van de aanwezige sloot. In het ontwerp is de afstand van het hoofdgebouw tot de tuinen van de omliggende woningen ca. 10,5 m. De ruimte tussen de beoogde woning en de rand van de sloot is ca. 8 m. Binnen de stedelijke context van de nieuwbouwwijk is er daarmee voldoende afstand tot de omliggende woningen. Commissie voor Monumenten en Welstand In de Welstandsnota wordt de Lageweg getypeerd als ‘lint’. Welstandstoetsing richt zich op het behoud van het gegroeide in beginsel kleinschalige karakter, zonder wijzigingen en nieuwbouw onmogelijk te maken. Het initiatief is passend in de omgeving. In de nota zijn toetsingscriteria voor bouwplannen opgenomen. De toetsing van het bouwplan op deze aspecten vindt plaats door de Commissie voor Monumenten en Welstand. Voor een verdere beschrijving en gebiedscriteria voor het gebied verwezen naar de Welstandsnota Hoorn (2017).
4.3
Conclusie ruimtelijke inpassing in de omgeving
Op de grens tussen het bebouwingslint van de Lageweg en de woonwijk Kersenboogerd wordt met onderhavig plan een zorgvuldige kwalitatieve stedenbouwkundige inpassing voorgesteld. Het planvoornemen voorziet in de splitsing van het huidige (agrarische) perceel Lageweg 11 in een voorperceel en in een achterperceel. Een stevige nieuwe kavelsloot met begeleidend groen vormen de nieuwe grens. In de opzet van het plan wordt de nog aanwezige karakteristieke structuur van de Lageweg gerespecteerd. Het plan voegt zich binnen de bestaande karakteristiek van de bebouwing aan de Robert Stolzhof. Het initiatief past binnen de eisen zoals opgenomen in de Welstandsnota Hoorn.
RO Woningen achter Lageweg 11 te Blokker, september 2020
25
5.
AFWEGING MILIEU- EN OMGEVINGSASPECTEN
Op basis van de wetgeving moeten bestemmingen en wijzigingen daarvan getoetst worden aan een goede ruimtelijke ordening. Milieu- (geluidhinder, bodemkwaliteit, bedrijfszonering etc.) en omgevingsaspecten (duurzaamheid, flora en fauna, cultureel erfgoed etc.) spelen bij deze toets een belangrijkere rol. Uit de afweging in dit hoofdstuk komt naar voren of het gebruik maken van de wijzigingsbevoegdheid in het bestemmingsplan vanuit het oogpunt van milieu- en omgevingsaspecten realiseerbaar is.
5.1
Duurzaamheid en energie
5.1.1 Duurzaam ruimtegebruik Voorliggend plan maakt een twee-onder-een-kap woning mogelijk binnen het bestaand stedelijk gebied ter vervanging van een bestaande woning. Er is sprake van een binnenstedelijke herontwikkelingslocatie en derhalve een duurzame ruimtelijke ontwikkeling. In het kader van de geactualiseerde Woonvisie en de nieuwe RAP heeft de regio Westfriesland een Afwegingskader vastgesteld op basis waarvan nieuwe woningbouwplannen (kunnen) worden beoordeeld. Getoetst aan dit Afwegingskader voldoet het plan aan de gestelde eisen. Formeel hoeft toetsing niet plaats te vinden omdat minder dan 10 woningen worden toegevoegd, en het plan in regionaal opzicht dus een beperkte ontwikkeling is. In het rapport Onderzoek vraaggestuurd bouwen 19 september 2012 van de provincie (pag. 15 van de bijlage bij het rapport) staat dat er een flinke behoefte aan woningen in het centrumkleinstedelijke woonmilieu is. Laagbouw in een stedelijke setting sluit goed aan bij de Hoornse woonwens. Hierin voorziet het plan. Ook in kwalitatieve zin is er dus behoefte. 5.1.2 Duurzaam bouwen Duurzaam bouwen vertaalt zich in de zorg voor het milieu, zoals het energiezuinig bouwen, het bevorderen van zonne-energie, duurzaam materiaal gebruik en gescheiden afvalverwerking. De eisen aan de particuliere woningbouw staan beschreven in het Bouwbesluit.
Het is van belang om reeds in een vroeg stadium duurzaamheid te zien als integraal onderdeel van de nieuwbouw en de duurzaamheidsambities vanuit het gemeentelijk beleid over te brengen aan de initiatiefnemer. Voor vragen op het gebied van duurzaam (verbouwen, energiebesparing of energie opwekken kunnen inwoners en ondernemers tegenwoordig bij het Duurzaam Bouwloket terecht. De gemeente Hoorn participeert hierin. Het plan voorziet in de bouw van woningen. Deze worden gebouwd volgens de laatste duurzaamheidsnormen. In 2020 mogen alleen nog energieneutrale of energieopwekkende woningen worden gebouwd (EPC 0). Sinds 2015 moeten woningen al bijna energieneutraal (maximaal EPC 0,4) worden gebouwd. Aardgasloos bouwen is vereist voor bouwaanvragen na 1 juli 2018. In aanvulling hierop is van de zijde van de opdrachtgever aangegeven dat op de volgende wijze energiezuinig en duurzaam wordt gebouwd: • er wordt gebouwd met gebruikmaking van duurzame bouwmaterialen; • de plattegrond van de woning wordt zodanig gepositioneerd dat optimaal gebruik wordt gemaakt van passieve zonne-energie.
26
RO Woningen achter Lageweg 11 te Blokker, september 2020
Betekenis voor dit project: Geconcludeerd wordt dat in onderhavige situatie sprake is van een duurzame stedelijke ontwikkeling. Het voornemen past binnen de regionale woningbouwafspraken. Verdere afstemming is niet noodzakelijk gezien de beperkte omvang van het plan en het feit dat het hier geen nieuwe stedelijke ontwikkeling betreft.
5.2
Watertoets
Voor elk plan wordt in het kader van de watertoets bepaald wat het effect is op de waterhuishouding. De watertoets is een procesinstrument dat is verankerd in de Wet ruimtelijke ordening (Wro), het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) en het Nationaal Bestuursakkoord Water (NBW) 2011. De bedoeling van het instrument is om wateraspecten van meet af aan mee te nemen bij ruimtelijke plannen en besluiten. Het gaat hierbij om zes thema's: waterkwantiteit, waterkwaliteit, waterkeringen, wegen, afvalwaterketen en beheer & onderhoud van nieuw en bestaand oppervlaktewater. Het plangebied valt binnen het beheersgebied van het Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier (HHNK). Het waterbeleid van HHNK is beschreven in paragraaf 3.3. Via de Digitale Watertoets is aan het Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier (HHNK) op 12 juli 2019 gevraagd een reactie te geven op het plan. Het resultaat van deze watertoets is als bijlage 2 aan deze toelichting toegevoegd. Bestaande situatie De planlocatie wordt begrensd door kavelsloten van bescheiden omvang, die op dit moment in het beheer zijn bij het hoogheemraadschap. De kavelsloten hebben een directe relatie met de ontginningsstructuur van het gebied. Volgens de legger wateren van het hoogheemraadschap gaat het om een secundaire waterloop.
afb.19 Bestaande waterstructuur (bron: legger wateren HHNK)
Resultaten watertoets Op de locatie van de geplande nieuwbouw stonden tot voor kort een oude kas en enkele vervallen agrarische schuren. De voorgenomen ingreep behelst de sloop van de resterende
RO Woningen achter Lageweg 11 te Blokker, september 2020
27
agrarische schuren, de bouw van een twee-onder-een-kap woning, het verbreden van de achterste kavelsloot en het graven van een nieuwe kavelsloot. Totaal wordt in het plan ca. 286 m2 extra water gegraven. Er is slechts een ‘beperkte toename’ van de hoeveelheid verharding. Het bouwplan inclusief alle potentiële aanbouwen heeft een voetprint van ca. 218 m2. Ten behoeve van de nieuwe ontsluitingsweg wordt de huidige straat ca. 25 m verlengd (5m breed, ca. 125 m2). Het perceel heeft een omvang van ca.1.310 m2. Voor particulieren houdt het hoogheemraadschap een percentage van 50% verharding van het onbebouwde erf aan. Dat is ca. 546 m2. Hoewel het hoogheemraadschap een stelregel aanhoudt van 50% verharding van het erf, wordt dat in dit geval niet verwacht. De achtertuin heeft een diepte van ca. 22 m. Voor de watertoets wordt uitgegaan van een totale toename van de verharding van ca. 700 m2 in het gebied. Uit de watertoets komt naar voren dan het plan een beperkte invloed heeft op de waterhuishouding en dat hiermee de ´korte procedure´ gevolgd kan worden. In het plan dient rekening te worden gehouden met de standaardmaatregelen die het Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier adviseert. Wateradvies Op dit moment worden de watergangen door het hoogheemraadschap onderhouden. Het onderhoud wordt vanaf de kant uitgevoerd.
In de nieuwe situatie zal het grasland worden omgevormd tot tuin. Hierdoor is onderhoud vanaf de kant alleen mogelijk wanneer een onderhoudsstrook van 5 meter breed wordt vrijgehouden. Omdat de watergang circa. 4 meter breed is, kan de watergang niet varend worden onderhouden. Wanneer de watergang tot minimaal 6 meter zal worden verbreed en tot 1 meter verdiept (met een talud van 1:2) is dit wel mogelijk. Om ruimte te besparen is verbreding van de watergang tot 6 meter te prefereren. Tevens biedt het plan de mogelijkheid om aan de achterzijde een natuurvriendelijke oever te realiseren. Hierbij mag de waterloop echter niet versmallen en dient de minimale breedte van 6 meter te worden aangehouden. HHNK geeft in een reactie op de watertoets nog de volgende, aanvullende, adviezen mee: • graag het hemelwater en huishoudelijk afvalwater gescheiden aanbieden. Het hemelwater kan direct afgekoppeld worden naar de bestaande en nieuw te graven watergangen binnen het plangebied. Voor een lozing op het oppervlaktewater moet op grond van de Waterwet een vergunning worden aangevraagd of moet een melding worden gedaan; • in verband met de waterkwaliteit graag geen koper, lood en niet‐gecoat zink toepassen, anders een zuiverende voorziening plaatsen; • graag aandacht voor een klimaatadaptieve inrichting, bijvoorbeeld in de vorm van groene tuinen en waterdoorlatende verharding.
De uitgangspunten ten aanzien van 'waterkwaliteit', 'afvalwaterketen' en ‘klimaatadaptieve inrichting’ uit het resultaat van de watertoets zullen bij de bouw van de woningen in acht genomen worden. Verwerking wateradvies in plan Hoewel het hoogheemraadschap een stelregel aanhoudt van 50% verharding van het erf, wordt dat in dit geval niet verwacht. De woningen hebben een zeer diepe achtertuin, waardoor een groene inrichting meer voor de hand ligt. Dit sluit ook goed aan bij het klimaatadaptief ontwerpen. Overigens wordt wel extra water gegraven ten behoeve van de planontwikkeling, waardoor er voor de waterhuishouding geen probleem zal ontstaan.
28
RO Woningen achter Lageweg 11 te Blokker, september 2020
Daarnaast adviseert het hoogheemraadschap ten behoeve van het onderhoud een waterbreedte van minimaal 6 m aan te houden, of ten behoeve van onderhoud vanaf de wal een obstakelvrije zone aan te houden. Tussen initiatiefnemer, gemeente Hoorn en hoogheemraadschap heeft nader overleg plaatsgevonden over het onderhoud van de kavelsloten. In het plan is de ruimte tussen de sloot en de gevel van de woning ca. 3,80 m. De bestaande sloten aan de zijkant en achterkant zullen op verzoek van de gemeente niet worden verbreed vanwege het cultuurhistorische belang van de sloten (zie paragraaf 5.4). Ook de nieuwe kavelsloot zal deze breedte krijgen. De sloten zullen door de bewoners van de percelen Lageweg 11 worden onderhouden. HHNK hoeft alleen periodiek een schouw te houden. Bureau Erfgoed en het Hoogheemraadschap zijn positief over dit voorstel. Het onderhoud zal met de nieuwe bewoners contractueel worden geregeld. Betekenis voor dit project: • Met inachtneming van de adviezen van het waterschap vormt het aspect waterhuishouding geen belemmering voor de ontwikkeling van dit project. • Tussen initiatiefnemer, gemeente Hoorn en hoogheemraadschap heeft nader overleg plaatsgevonden over het onderhoud van de kavelsloten. Er is overeenkomst over een voorstel waarbij de kavelsloten de historische breedte behouden en het onderhoud geregeld wordt door de bewoners van de percelen Lageweg 11.
• Voor werkzaamheden in, onder, langs, op, bij of aan oppervlaktewater, waterkeringen en wegen in het beheer van het hoogheemraadschap en het aanleggen van ≥800 m² verharding is een watervergunning of ontheffing van het hoogheemraadschap nodig.
5.3
Bodemsituatie
In het kader van de onderzoeksplicht dient onder andere de bodemgesteldheid in het plangebied in kaart gebracht te worden. Onderzocht moet worden wat de huidige bodemkwaliteit is en of deze bodemkwaliteit geen belemmering vormt voor het huidige en toekomstige gebruik. Een nieuwe bestemming mag pas worden opgenomen als is aangetoond dat de bodem geschikt is voor de nieuwe of aangepaste bestemming. Daarbij is wettelijk bepaald dat een omgevingsvergunningplichtig bouwwerk niet mag worden gebouwd op een zodanig verontreinigd terrein, dat schade of gevaar is te verwachten voor de gezondheid van de gebruikers en het milieu. Ook voor het verkrijgen van een omgevingsvergunning is het dan ook noodzakelijk dat de kwaliteit van de bodem wordt vastgelegd. Naar aanleiding van de aanvraag van een omgevingsvergunning is door Landview BV een verkennend bodem/ en asbestonderzoek uitgevoerd op de beoogde woningbouwlocatie (zie bijlage 3a, 3b). Het bodemonderzoek is uitgevoerd volgens de NEN 5740 richtlijnen voor een niet-verdachte locatie. De hypothese voor het onderzoek is echter, dat er licht verhoogde gehalten van zware metalen en of PAK in de mogelijk puin houdende grond aanwezig zijn. Het veldwerk is, door KIWA gecertificeerde medewerkers, uitgevoerd onder het procescertificaat BRL SIKB 2000, conform de VKB protocollen 2001 en 2002.
Resultaten en advies bodemonderzoek In de bovengrond is een lichte verhoging van som PAK geconstateerd. In de ondergrond zijn geen verhogingen van de onderzochte stoffen aangetroffen. In het grondwater is een lichte verhoging van barium aangetroffen. De hypothese dat in de grond licht verhoogde gehalten verontreinigende stoffen aanwezig zijn, wordt in het onderzoek bevestigd.
RO Woningen achter Lageweg 11 te Blokker, september 2020
29
De hypothese dat in het grondwater geen verhoogde concentraties aanwezig zijn, behalve mogelijk van nature verhoogde concentraties, wordt in het onderzoek bevestigd. De verhoogde gehalten van PAK in de grond kunnen worden verklaard door de aanwezigheid van puinfragmenten in de grond. In puin houdende grond worden regelmatig verhoogde gehalten aan dergelijke stoffen aangetroffen. De geconstateerde gehalten voldoen aan de te verwachte kwaliteit in vergelijkbare omstandigheden. Voor het instellen van een vervolgonderzoek wordt daarom geen aanleiding gezien. In (delen van) Nederland worden in het grondwater veelvuldig verhoogde concentraties arseen en of barium geconstateerd, waarvoor een natuurlijke oorzaak wordt verondersteld. In het kader van verkennend bodemonderzoek op niet-verdachte locaties wordt aan een vervolgonderzoek geen hoge prioriteit gegeven. De aangetroffen verhogingen zijn dusdanig gering of verklaarbaar uit omgevingsfactoren, dat voor het instellen van een vervolgonderzoek geen aanleiding wordt gezien. Op de locatie bestaan, op grond van de resultaten van dit onderzoek, geen risico's voor de volksgezondheid of de ecologie bij het beoogde gebruik, wonen met tuin. In 2010 is ter plaatse van de voormalige brandstoftank een sterke verontreiniging met minerale olie aangetroffen die nader onderzocht is.
Uit het nader onderzoek blijkt dat in de kern van de verontreiniging een sterke verontreiniging met minerale olie in de ondergrond en een lichte verontreiniging met olieproducten in het grondwater aanwezig is. Horizontaal is de verontreiniging in vier windrichtingen afgeperkt. Geconcludeerd kan worden dat de verontreiniging voldoende is afgeperkt. De omvang van de sterke verontreiniging in de grond wordt ingeschat op 5 m3, waardoor er op de locatie geen sprake is van een geval van ernstige bodemverontreiniging. Derhalve is er gen formele saneringsplicht aanwezig. Op basis van een risicobeoordeling wordt de verontreiniging niet als spoedeisend beschouwd. De Omgevingsdienst NHN onderstreept deze conclusie. Bij graafwerkzaamheden op het terrein kunnen er beperkingen in de mogelijkheid tot hergebruik van eventueel vrijkomende grond buiten de locatie bestaan. Voor hergebruik van grond buiten de locatie is het Besluit Bodemkwaliteit van toepassing. Tijdens het onderzoek is zintuiglijk op het maaiveld en in de bodem geen asbestverdacht materiaal aangetroffen. Tijdens een verkennend bodemonderzoek (NEN 5740) wordt de bodem niet specifiek op asbest onderzocht. In de grond zijn alleen enkele baksteen fragmenten aangetroffen en deze worden niet als asbestverdacht aangemerkt.