CConstaterende datHoorn
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2 - Verkenning van een toekomstbestendige exploitatie- en beheeropzet voor de zwembaden, de ijsbaan en de binnensportaccommodaties

Gemeenteraad 28 oktober 2025, gemeente HoornBij agendapunt: Toekomstige exploitatie en beheer zwembaden, ijsbaan en binnensportaccommodaties (Portefeuillehouder Bennis)12.716 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Verkenning van een toekomstbestendige exploitatie- en beheeropzet voor de zwembaden, de ijsbaan en de binnensportaccommodaties. Concept

A. Timmerman Management 24 december 2024

1

Inhoudsopgave Hoofdstuk 1 Inleiding

3

Hoofdstuk 2 De accommodaties en sportstimulering

4

2.1

Een kunstijsbaan in Hoorn

4

2.2

Twee zwembaden

4

2.3

Vier Sporthallen

5

2.4

Twee Sportzalen

6

2.5

Zeven gymlokalen

6

2.6

Sportstimulering

7

Hoofdstuk 3 Organisatie sport en organisatieomgeving

9

3.1

Plaats van Sport in de gemeentelijke organisatie

9

3.2

Beheer en exploitatie Sportcafé De Opgang en Zwaag

10

3.3

De organisatieomgeving

10

3.4

Afstemming en maatwerk

11

3.5

Toegankelijkheid financiële gegevens

11

Hoofdstuk 4 Bezetting en gebruik binnensportaccommodaties

13

4.1

Bezetting binnensportaccommodaties

13

4.2

Bezetting en gebruik zwembaden

16

4.3

Bezetting en gebruik ijsbaan

17

4.4

Exploitatie

18

4.5

Maatschappelijk rendement/benchmark

19

4.6

Externe ontwikkelingen

22

Hoofdstuk 5 Conclusies analyse

24

5.1

Inleiding

24

5.2

Bezetting, openstelling en tarieven.

24

5.3

Beheer

25

5.4

Organisatie en organisatieomgeving

25

5.5

Toegankelijkheid financiële gegevens

26

5.6

Exploitatie

26

5.7

Maatschappelijk rendement

27

5.8

Externe ontwikkelingen

27

Hoofdstuk 6 Beheervormen

28

6.2

De beheervormen

28

6.3

Beoordelingscriteria

32

6.4

Workshop beheervormen

35

Hoofdstuk 7 De aanbeveling

39

7.1

Optimaliseringskansen en aandachtspunten

39

7.2

Opties voor de beheervorm

39

7.3

De keuze

40

Hoofdstuk 8 Het vervolg; de businesscase

41

8.1

De businesscase

41

8.2

Rapportage

44

8.3

Planning

45

2

3

Hoofdstuk 1

Inleiding

In de Gemeente Hoorn worden zwembad de Waterhoorn en zwembad de Wijzend, evenals schaatsbaan de Westfries geëxploiteerd door Optisport. Het contract met deze marktpartij loopt in september 2026 af. De gemeente wil tijdig verkennen op welke wijze het beheer en de exploitatie van deze accommodaties toekomstbestendig kan worden voortgezet met een optimaal evenwicht tussen het maatschappelijke en het financiële rendement. Bij deze verkenning dienen ook de gemeentelijke binnensportaccommodaties te worden betrokken. Het doel van de verkenning is het vaststellen van de doelmatigheid van de sportaccommodaties ten behoeve van de inwoners van de gemeente Hoorn, het benoemen van optimaliseringskansen en een verkenning naar een efficiënte en toekomstbestendige vorm(en) van eigendom, exploitatie en beheer. Daarbij is een belangrijk uitgangspunt de OGSM 2024; Elke inwoner uit Hoorn heeft de mogelijkheid om dagelijks voldoende te sporten en bewegen, en zo een bijdrage levert aan een gezonde en actieve leefstijl. Dat vertaalt zich naar een kwalitatief goede en toegankelijke infrastructuur van speel-, sport- en beweegactiviteiten, naar een breed en divers aanbod van sport- en beweegactiviteiten en ook het stimuleren van de talentontwikkeling van jongs af aan.

4

Hoofdstuk 2

De accommodaties en sportstimulering

2.1 Een kunstijsbaan in Hoorn

De ijshal heeft een 30x60 meter baan en een 400 meterbaan. Exploitatie is uitbesteed aan Optisport.

2.2 Twee zwembaden 2.2.1 Overdekt zwembad in Hoorn

Het overdekte zwembad De Waterhoorn heeft vier zwembaden: een wedstrijdbad, doelgroepenbad, recreatiebad met wellness en een apart peuterbadje. Exploitatie is uitbesteed aan Optisport.

2.2.2 Openluchtbad de Wijzend in Zwaag

Het openluchtbad heeft een 50-meter bad met een springplank en startblokken, een recreatiebad met speelelementen en glijbanen, een peuterbadje en een grote ligweide met speeltoestellen. Exploitatie is uitbesteed aan Optisport.

5

2.3 Vier Sporthallen

2.3.1 Sportcentrum De Opgang in Zwaag Afmeting 44x29x9 meter Verhuurbaar als 1/2 zaal of 1/3 zaaldeel Horeca commercieel aanwezig Beheer en schoonmaak uitbesteed aan horecaondernemer.

2.3.2 Sporthal Zwaag Afmeting 44x25x7 meter Vehuurbaar in 2 zaaldelen Horeca commercieel aanwezig Beheer en schoonmaak uitbesteed aan horecaondernemer.

2.3.3 Sporthal De Kers in Hoorn Afmeting 44x25x7 meter 3 zaaldelen Horeca commercieel aanwezig Beheer en schoonmaak gemeente Hoorn.

2.3.4 Sporthal de Kreek Beheer, schoonmaak, exploitatie, verhuur: Hey Day facility management bv. Geen gemeentelijke bemoeienis, alleen de gymzaal wordt gebruikt voor onderwijs.

6

2.4 Twee Sportzalen

2.4.1 Sportzaal De Huesmolen in Hoorn Afmeting 32x22x7 meter Salto KS sleutel systeem (betreden met pincode) schoonmaak gemeente Hoorn.

2.4.2 Sportzaal De Grote Beer in Hoorn Afmeting 28x22x7 meter Salto KS sleutel systeem (betreden met pincode) schoonmaak gemeente Hoorn.

2.5 Zeven gymlokalen

2.5.1 Gymlokaal De Kers in Zwaag Afmeting 16x21x5,5 Salto KS sleutel systeem (betreden met pincode) schoonmaak gemeente Hoorn.

2.5.2 Gymlokaal Gerritsland in Hoorn Afmeting 12x21x5,7 meter Salto KS sleutel systeem (betreden met pincode) schoonmaak gemeente Hoorn.

7

2.5.3 Gymlokaal De Bres in Hoorn Afmeting 16x28x6,6 meter Salto KS sleutel systeem (betreden met pincode) schoonmaak gemeente Hoorn.

2.5.4 Gymlokaal Julianalaan in Zwaag Afmeting 12x21x5,7 meter Salto KS sleutel systeem (betreden met pincode) schoonmaak gemeente Hoorn.

2.5.5 Gymlokaal Westerblokker in Blokker Afmeting 12x21x5,7 meter schoonmaak gemeente Hoorn.

2.5.1 Gymlokaal Tweeboomlaan in Hoorn Afmeting 12x21x5,7 meter schoonmaak gemeente Hoorn.

2.5.1 Gymlokaal de Kreek in Hoorn Alleen roostering schoolgebruik. Buitenschoolse verhuur is primaat van de exploitant van de Kreek.

Een 8e gymzaal, de Spelzaal Charlotte van Pallandthof, is buiten gebruik gesteld en wordt momenteel nog als opslag gebruikt.

8

2.6 Sportstimulering Hoorn heeft in dit kader in totaal 33 personen werkzaam bij gemeente, sportverenigingen, primair onderwijs (PO) en voorgezet onderwijs (VO). Alle functionarissen hebben een rol/ zijn werkzaam binnen een themalijn van het overkoepelende Sportakkoord. Een zichtbare en aantoonbare inzet is namelijk een verplichting binnen de gelieerde BRC Rijksregeling. Allen zetten zich derhalve in als verbinder tussen Hoorn Sportakkoord II 20232026 en de verschillende betrokkenen. In Hoorn zijn de volgende functionarissen werkzaam; Combinatiefunctionaris PO (beweegmanagers) De scholen zijn vanaf 2000 gestart met het gefaseerd aannemen van bevoegde vakleerkrachten bewegingsonderwijs om een kwaliteitsimpuls te geven aan de gymlessen. Op dit moment zijn 26 vakdocenten werkzaam, verdeeld over 1 of meer basisscholen. Zij verzorgen de twee wettelijk verplichte gymlessen aan groep 3 t/m 8 op alle basisscholen. - Alle salariskosten voor de gymdocenten t.b.v. de gymlessen worden niet betaald uit de BRC bijdrage maar zijn voor 100% opgenomen in de begroting van de schoolbesturen-. Daarnaast faciliteert de gemeente alle scholen met tenminste 4,5 klokuren beweegmanagement per school per week. De beweegmanager en de vakdocent zijn dezelfde persoon. Bij beweegmanagement ligt de nadruk op het tegengaan van beweegarmoede en motorische achterstanden.

De beweegmanagers zijn tevens verantwoordelijk voor een actief sportklimaat op de scholen en werken nauw samen met sportverenigingen en sportaanbieders. Zo wordt er gericht, doelmatig en vakkundig gewerkt aan beweging van kinderen, zowel tijdens de gymlessen als aansluitend na schooltijd. Combinatiefunctionaris VO De 2 combinatiefunctionarissen begeleiden kinderen en jongeren in de combinatie van onderwijs en talentontwikkeling om zo een sterke verbinding te bewerkstelligen tussen sport, bewegen met andere domeinen en programma’s (hoofdzakelijk VO onderwijs). Buurtsportcoach Er zijn 3 buurtsportcoaches in Hoorn werkzaam. De Buurtsportcoach richt zich met name op preventieve activiteiten en projecten voor 18+, maar zet ook activiteiten op voor kinderen. De BSC, Coacht, begeleidt, motiveert, informeert en adviseert betrokkenen (cliënten en partners), zorgt voor afstemming tussen vraag en aanbod en zet zich in als verbinder tussen Hoorn Sportakkoord II 2023-2026 en de verschillende betrokkenen. Combinatiefunctionaris Sportvereniging Bij 5 sportverenigingen geeft de trainer van de vereniging, ook clinics tijdens de gymlessen op basisscholen. Doel van de clinics is kennismaking met de tak van sport, kinderen enthousiast te maken en bevordert de toeleiding van kinderen naar de sportvereniging.

Coördinator Sport en Preventie Vanaf 2023 zijn gemeenten verplicht om een lokale functionaris te hebben voor het Sportakkoord. Deze coördineert en begeleidt het proces van de herijking en uitvoering. De coördinator Sport en Preventie heeft een haal- en brengfunctie voor sport naar het overkoepelend gesprek.

9

Hoofdstuk 3

Organisatie sport en organisatieomgeving

3.1 De ontwikkeling van Sport in de gemeentelijke organisatie Tot 2006 bestond het bureau “Sport en recreatie” waarin alle sporttaken eenduidig waren ondergebracht. Het bureauhoofd was het eerste aanspreekpunt en gaf sturing aan de eenheid. Daarna zijn alle facilitaire taken ondergebracht bij het toenmalige bureau Facilitaire zaken. Door latere herinrichtingen en reorganisatie zijn deze Fte’s grotendeels verdwenen. Het eigenaarschap opdrachtgever/nemer van (deel)processen is geheel bij andere afdelingen ondergebracht en de exploitatie van de zwembaden en de ijsbaan is vanwege personele problemen bij de voormalige exploitatiestichting, gekoppeld aan een bezuinigingsopdracht geprivatiseerd naar een marktpartij. Op dit moment heeft “Sport” geen plaats meer in het gemeentelijke organisatieplaatje, terwijl juist “Sport” ook de wettelijke taak heeft om bewegingsonderwijs te faciliteren. Sport is geen team, sectie of bureau maar de medewerkers die nog sporttaken uitvoeren zijn ondergebracht bij het bureau “Onderwijs, Doelgroepenvervoer en Leisure”. Daarmee is Sport geen eigenstandig organisatorisch geheel meer. De taken die de verschillende sportmedewerkers uitvoeren en gericht zijn op “hardware” van gebouwen en velden volgen de themalijn “Duurzame infrastructuur: Ruimte voor sport”: •

een toekomstbestendige en beweegvriendelijke leefomgeving die gezonde leefstijlkeuzes makkelijk maakt en bewegen & ontmoeten faciliteert;

•

Voor iedereen bereikbare, toegankelijke en kwalitatief goede sport- en beweegvoorzieningen in een

•

verbinding met andere werkvelden (zoals sociaal domein);

•

multifunctionele voorzieningen;

•

efficiënt gebruik om de maatschappelijke waarde te verhogen.

aantrekkelijke omgeving (groen);

Hoewel Sport geen eigen “gezicht” heeft is er wel organisatorische samenhang tussen de medewerkers die als volgt is te beschrijven.

10

Toelichting: •

de twee beleidsadviseurs, de bewegingsconsulent, coördinator “Team Sportuitvoering” en de verenigingsadviseur vallen direct onder de teammanager ODL dat voor 0,4 FTE belast is met de aansturing van ” Sport”.

•

de coördinator Team Sport Uitvoering stuurt in functionele zin de drie buurtsportcoaches aan.

•

de bewegingsconsulent stuurt in functionele zin de medewerkster verhuur en de sporthalbeheerder aan en is verantwoordelijk voor de uitvoering van het beweegmanagement van de combinatiefunctionarissen PO en VO. (Voor de dagelijkse aansturing en uitvoering is via de BRC regeling sinds 2023 ter ondersteuning van de beweegconsulent een coördinator combifuncties PO aangesteld, die de coördinerende taken uitvoert.) Daarnaast heeft hij echter nog enkele andere taken met betrekking tot de sportaccommodaties: o

eerste aanspreekpunt voor de gebruikers van de binnensportaccommodaties;

o

eerste aanspreekpunt voor de horecapachters/beheerders van de sporthallen de Zwaag en de Opgang;

o

accounthouder voor Optisport, de exploitant van de ijsbaan en de zwembaden.

11

3.2 Afstemming en maatwerk in de gemeentelijke organisatie In algemene zin is het voor ondersteunende afdelingen van een gemeentelijke organisatie lastig om maatwerk te (kunnen) leveren voor een operationele afdeling binnen het concern. Het is ook kenmerkend voor een gemeentelijke organisatie dat de ondersteuning en processen voornamelijk generiek zijn en afgestemd op het concern waarbij verantwoordelijkheden en bevoegdheden over verschillende afdelingen verdeeld zijn. Consequente afstemming met de betreffende ondersteunende afdelingen is noodzakelijk zodat aanpassingen in -of aanvullingen op- systemen, processen of budgetten zonodig en tijdig kunnen plaatsvinden. Het gaat om het goed afstemmen van de deelprocessen met ieders rollen en taken daarin. Ook de wijze van aansturing, mondeling of schriftelijk en beschikbaarheid van een workflow/ statuschart van de werkprocessen zijn mede bepalend.

3.3 De verantwoordelijkheden van de medewerkers sport in relatie tot de binnensportaccommodaties De sportmedewerkers hebben in meer of mindere mate te maken met de andere gemeentelijke bureaus. De mate waarin gebruik gemaakt wordt van ondersteunende diensten verschilt uiteraard van discipline tot discipline. De ondersteuning van andere bureaus heeft een algemeen of een projectmatig karakter. Vanuit de afdeling Bedrijfsvoering en Dienstverlening hebben de bureaus Planning en Control (P&C) en Facilitaire zaken Gebouwenbeheer (Gebouwbeheer) echter een eigenstandige rol en verantwoordelijkheid voor onderdelen van het beheer en de exploitatie van de sportaccommodaties: • • • •

bureau P&C voert de administratie van de sportaccommodaties en stelt begrotingen en rapportages op. gebouwbeheer is de contractpartner voor de extern ingehuurde partijen zoals Optisport en de externe beheerders, exploitanten van de binnensportaccommodaties. gebouwbeheer is ook verantwoordelijk voor raming en uitvoering van het onderhoud van de accommodaties, duurzaamheid en energievoorziening. het budgethouderschap van de sporthallen ligt bij de “bewegingsconsulent” terwijl veel kosten door team gebouwenbeheer worden geboekt.

3.4 Toegankelijkheid financiële gegevens Mede doordat verantwoordelijkheden over de gemeentelijke organisatie verdeeld zijn is er ook qua financiële gegevens sprake van een versnipperd geheel. Een integraal overzicht over de financiële exploitatie van de binnensportaccommodaties ontbreekt: •

vanuit het financieel systeem is een overzicht gedraaid van inkomsten en uitgaven 2023 per binnensportaccommodatie. Dit overzicht binnensport is moeilijk toegankelijk omdat diverse posten door elkaar lopen en veel boekingen niet zijn te herleiden zonder nadere toelichting. Met name bij de MFA’s is vaak niet duidelijk of de boeking de binnensportaccommodatie betreft of een ander deel van de accommodatie.

•

ook zijn er grote verschillen tussen budget en werkelijk, ook in het voorgaande jaar 2022. Het (b)lijkt dat de begrotingsposten niet jaarlijks worden afgestemd op de werkelijk te verwachten inkomsten en uitgaven.

12

•

het overzicht geeft geen inzicht in de personele lasten Deze worden op diverse plaatsen in de sportbegroting onderverdeeld. Onderstaand de toedeling 2023: o beheerder (1 FTE) wordt toegerekend aan 111020 Beheer sportaccommodaties o beleidsmedewerker (2FTE), Beleidsondersteuner (0,67FTE), Sportleider/bewegingsadviseur (1FTE) en verenigingsadviseur (0,89FTE) worden toegerekend aan product 111010 Sport Algemeen o projectcoördinator (1FTE), Projectleider (0,83FTE), Medewerker Sportopbouwwerk/speelpleinmedewerker (3 FTE), Administratief medewerker Sportopbouwwerk/speelpleinen (0,65FTE), Medewerker algemene dienst/fitnesstrainer (0,97 FTE), Reclamevormgever/DTP’er (0,67FTE) worden toegerekend aan product 111030 Gemeentelijk sportopbouwwerk-algemeen o beleidsmedewerker (0,08FTE) wordt toegerekend aan product 111017 beheer en exploitatie zwembaden o medewerker reserveringen (0,22FTE) wordt toegerekend aan product 111018 exploitatie zwembaden en kunstijsbaan.

Samenvattend kan worden geconcludeerd dat het overzicht geen bedrijfsmatige managementinformatie op accommodatieniveau genereert, goeddeels door de systematiek van boeking, maar ook omdat de begroting niet aansluit op de te verwachten werkelijkheid en veel ramingen en posten op verschillende plaatsen tot stand komen en geboekt worden. Het is organisatiebreed complex om de overhead/ interne dienstverlening concreet te maken en toe te rekenen via eerder genoemde ondersteunende bureaus met fte’s en producten. Het is niet mogelijk om de budgetten van “Sport” concreet toe te rekenen naar de accommodaties. Daar is de diversiteit van boekingen te groot voor. Ook de afwijkingen van de begroting zijn veelvuldig en dermate fors dat het nauwelijks mogelijk is om structurele en incidentele uitgaven uit te filteren. De focus op de exploitatie van de sportaccommodaties ontbreekt daardoor omdat ook de verantwoordelijkheden versnipperd zijn over verschillende personen en bureaus en verschillende budgetten door elkaar heenlopen.

3.5 Beheer en exploitatie Sportcafé De Opgang en Zwaag Voor beheer en schoonmaak van deze beide accommodaties en de exploitatie van de sportcafés heeft in 2021 een aanbesteding plaatsgevonden. De prijs was in deze aanbesteding meegegeven en de inschrijver moest aangeven welke huur zij voor het Sportcafé konden betalen. Voor beide sportcafés kwam de gunning uit op een relatief lage huursom. De beide overeenkomsten lopen tot juli 2026 en kunnen éénmaal voor 5 jaar verlengd worden. Bij de aanbesteding zijn de volgende uitgangpunten gehanteerd: •

dat de overeenkomst een dienstverlenings- en exploitatieovereenkomst betreft en partijen geen ander soort overeenkomst (zoals een huurovereenkomst) beogen te sluiten.

•

Dat het voor een goed functioneren van de Sportaccommodatie essentieel is dat het beheer en de schoonmaak van de sporthal en de exploitatie van het sportcafé door dezelfde partij worden uitgevoerd.

•

dat het beheer en de schoonmaak van de Sporthal vooropstaan en de exploitatie van het Sportcafé daaraan ondersteunend en ondergeschikt is en enkel wordt opgedragen in het kader van het beheer

•

en de schoonmaak van de Sporthal. contractant het Sportcafé voor uw eigen rekening en risico exploiteert.

13

Hoofdstuk 4

Bezetting en gebruik binnensportaccommodaties

4.1 Bezetting binnensportaccommodaties 4.1.1 Inleiding Sporthallen en zalen worden met name gebouwd en in stand gehouden met het oog op de wettelijke taak van het faciliteren van bewegingsonderwijs Sporthallen worden gemiddeld circa 2.000 uur op jaarbasis gebruikt, waarbij het merendeel van de sporthallen tussen de 1.750 uur en 2.500 uur wordt gebruikt. De sporthallen worden overwegend voor sportdoeleinden gebruikt (gemiddeld 60% van het totale gebruik). De mate waarin de sporthallen voor het bewegingsonderwijs worden gebruikt, is sterk afhankelijk van de lokale context, zoals de ligging van de sporthal ten opzichte van onderwijslocaties en de aanwezigheid van (inpandige) gymzalen bij scholen. Een gymzaal voor het basisonderwijs heeft 26 uur capaciteit. Bij 40 weken is dat maximaal 1040 uur onderwijsgebruik. Sportzalen worden met een gemiddeld jaargebruik van circa 1.800 uur, gemiddeld 13 procent minder gebruikt dan sporthallen. De meeste sportzalen worden overwegend gebruikt voor sportdoeleinden, maar in veel gevallen is het aantal uur bewegingsonderwijs dat in de sportzaal plaatsvindt redelijk vergelijkbaar met het aantal sporturen. Van de drie type binnensportaccommodaties worden gymzalen over het algemeen het minst gebruikt op jaarbasis. Het gemiddelde jaargebruik van gymzalen bedraagt circa 1.400 uur.

In tegenstelling tot sporthallen en sportzalen worden de meeste gymzalen overwegend voor het bewegingsonderwijs gebruikt. (bron; Mulier 2020)

4.1.2 Sporthallen en sportzalen De benaming “Sport > 10 weken” en “Sport < 10 weken” staat daarbij voor de duur van het huurcontract. “Intern gemeente” is met name het gebruik van Team Sport voor activiteiten met doelgroepen, maar ook voetbal voor gemeentepersoneel en activiteiten voor speciale doelgroepen. Dit zijn interne boekingen en worden intern verrekend. Er is ook capaciteit ingeregeld voor het naschools beweegmanagement. De sporthallen/ zalen worden na 16 uur vrijgegeven voor ander gebruik. Bij een schoolrooster is de sporthal tussen 14/15 en 16 uur geblokt voor beweegmanagement. De drie sporthallen in Hoorn hebben de volgende bezetting (2023);

14

sporthallen

de Opgang

Zwaag

de Kers

2023

2023

2023

Verhuur sport> 10 weken

848

891

745

sport< 10 weken

43

15

24

beweegmanagement

128

26

132

primair onderwijs

480

919

606

voortgezet onderwijs

157

42

74

speciaal onderwijs

0

0

0

1.019

931

901

637

961

680

totaal

1.657

1.892

1.581

gemiddelde normbezetting

2.000

2.000

2.000

bezettingsgraad

83%

95%

79%

totaal sport totaal onderwijs

Geconstateerd kan worden dat de hallen een redelijke bezetting hebben met een goede verdeling tussen onderwijs- en sportgebruik.

sportzalen

Huesmolen de Grote Beer 2023

2023

Verhuur sport> 10 weken

322

159

sport< 10 weken

174

74

beweegmanagement

158

358

primair onderwijs

902

862

voortgezet onderwijs

380

49

speciaal onderwijs

0

0

totaal sport

653

591

totaal onderwijs

1.282

911

totaal

1.935

1.502

gemiddelde normbezetting

1.800

1.800

bezettingsgraad

107%

83%

De beide sportzalen hebben een goede onderwijsbezetting. Gymzaal de Grote Beer blijft iets achter qua verhuur aan verenigingen.

15

Gymzalen Gymzaal Julianalaan heeft een hoog buitenschools gebruik en daarmee een uitstekende bezetting. Gymzaal Westerblokker en Tweeboomlaan blijven juist achter in de bezetting van buitenschools gebruik. De Bres, de Kers, Tweeboomlaan en Gerritsland hebben een hoge onderwijsbezetting waardoor ook een hoge bezetting wordt gerealiseerd. De “tijdelijke” Gymzaal Tweeboomlaan heeft geen buitenschools gebruik. Hierover zijn afspraken gemaakt met de direct omwonenden Het buitenschools gebruik van de gymzaal van de Kreek is in handen van de exploitant van de Kreek. Hierover zijn geen gegevens bekend. .

gymzalen

Julianalaan

Gerritsland

Westerblokker

Bres

de Kers

Tweeboomlaan

de Kreek

2023

2023

2023

2023

2023

2023

2023

Verhuur sport> 10 weken

853

254

137

301

519

sport< 10 weken

128

60

64

10

41

5

beweegmanagement

15

77

108

99

144

201

primair onderwijs

609

1139

780

1260

747

580

voortgezet onderwijs

916

296

speciaal onderwijs

683

totaal sport

996

totaal onderwijs

392

309

410

704

206

0

609

1.139

780

1.260

1.044

1.263

916

totaal

1.605

1.531

1.088

1.670

1.748

1.468

916

gemiddelde normbezetting

1.400

1.400

1.400

1.400

1.400

2.000

2.001

bezettingsgraad

115%

109%

78%

119%

125%

73%

46%

4.1.3 Tarieven De tarieven voor de binnensportaccommodaties in de gemeente Hoorn zijn zeer gematigd. Voor de huur van een hele sporthal wordt in den lande aan tarief gevraagd tussen de € 45 en € 65. Hoorn blijft daar met € 42,73 onder. De sportzalen ( 32,97 in de avond en weekend) en de gymzalen ( € 16,47 in de avond en het weekend) kennen ook een dagtarief van respectievelijk € 20,76 en € 10,37. Het avond en weekendtarief is redelijk marktconform, het dagtarief blijft daar ver onder. De tarieven worden jaarlijks geïndexeerd. Indien daarvan wordt afgeweken kan dat alleen in overleg met B&W in casu de verantwoordelijke wethouder.

4.2 Bezetting en gebruik zwembaden 4.2.1 Bezoek De exploitatie van de beide zwembaden is in handen van Optisport en de verstrekte gegevens gaan over het jaar 2022. In dat jaar was er nog sprake van een beperkte sluiting wegens Corona in januari en een hersteleffect gedurende het gehele jaar. Het totale bezoek van beide zwembaden in dat jaar bedroeg ca. 240.000, waarvan 150.000 recreatieve zwemmers ( 110.000 in de Waterhoorn en 40.000 in de Wijzend). Het animocijfer is de mate waarin de inwoners van het verzorgingsgebied gebruik maken van de zwembaden, Afgezet tegen het inwonersaantal van Hoorn, 74.298 in 2022, is dit een animocijfer van 3,23. De bandbreedte ligt tussen de 3 en 4 voor gemeenten met vergelijkbare inwonersaantallen.

16

Rekening houdend met het hersteljaar 2022 past het animocijfer redelijk goed binnen deze bandbreedte. Optisport streeft naar herstel van het bezoek in de Waterhoorn naar het niveau van 2017 met 245.000 bezoekers.

4.2.2 Tarieven De tarieven voor de beide zwembaden zijn in januari 2022 met 7% en in september 2022 met 10% verhoogd. Dit zijn forse verhogingen, maar overal in den lande zijn de zwemtarieven fors gestegen. De huidige tarieven zijn marktconform. Optisport hanteert daarnaast nog kortingen in de vorm van abonnementen en 12 en 25badenkaarten. Met de gezins- en jaarabonnementen heeft men daarnaast toegang tot beide baden. Met name deze abonnementen maken de entreekosten voor de regelmatige zwemmer laagdrempelig. De tarieven voor de verenigingen liggen gemiddeld rond de € 100,- per uur (wedstrijdbad) en zijn daarmee eveneens marktconform.

4.2.3 Openstelling De Wijzend opent haar deuren rond 1 mei tot na de zomervakantie. De openstelling is maar in beperkte mate weersafhankelijk. Bij temperaturen beneden de 22 graden is het ondiepe (piraten)bad op doordeweekse dagen gesloten en het wedstrijdbad op maandag en donderdag tussen 11.00 en 18.00 uur. De reguliere openstelling is ruim; door de week van 7.00-20;.00 uur en in het weekend van 10.00-17.00 uur De Waterhoorn biedt elke ochtend door de week banenzwemmen aan van 7.30-9.00 uur en op maandag t/m de donderdag ook op de avond . In totaal is er een ruim aanbod van ca. 28 uur banenzwemmen per week. Het recreatief zwemmen wordt aangeboden op de doordeweekse daguren, maar niet meer na 18.00 uur. Het leszwemmen en doelgroepzwemmen vindt plaats op de gebruikelijke tijden. De uren voor de zwemverenigingen zijn in de vroege ochtend op dinsdag, donderdag, vrijdag en zaterdag en ‘s avonds tijdens en na de prime time uren geprogrammeerd. Vrijdagavond is het bad tot 20.00 uur verhuurd aan de zwemverenigingen en daarna gesloten.

4.3 Bezetting en gebruik ijsbaan 4.3.1 Bezoek: Het gemiddeld recreatief bezoek aan ijsbaan Westfries bedraagt 87.600 en het verenigingsbezoek tussen 120.000 en 140.000. Totaal circa 210.000 bezoekers. Uitgaande van het verzorgingsgebied - West Friesland met ca. 218.000 inwoners- is dit een prima aantal met een animocijfer van rond de 1,0. Als spiegeling: Jaap Eden in Amsterdam trekt > 500.000 bezoekers maar heeft een zeer groot verzorgingsgebied. He animocijfer van de Jaap Edenbaan ligt rond de 0,5. Echter, de verenigingsbezoeken zijn waarschijnlijk hoog ingeschat. Dit leidt namelijk tot een gemiddelde opbrengsten van € 2,50 per verenigingsbezoek. Dat kan alleen als men met veel schaatsers tegelijkertijd op de baan staat. In werkelijkheid zal het effectieve verenigingsbezoek wat lager zijn.

17

4.3.2 Tarieven Het tarief voor recreatief schaatsen € 8,90 voor volwassenen en € 7,50 t/m 16 jaar is marktconform en vergelijkbaar met de banen in Haarlem en Amsterdam. Alleen de baan is Alkmaar is beduidend goedkoper dan de drie bovengenoemden. Ook voor de ijsbaan heeft Optisport kortingkaarten in de vorm van een 10, 20 of 40 rittenkaart en een scholierenschaatspas. Optisport bepaalt deze tarieven zelf met uitzondering van die voor de georganiseerde gebruikers. Daarvoor geldt uitsluitend een indexering.

4.3.3 Openstelling: In het algemeen is er sprake van een herkenbaar en regulier openstellingsrooster. Een enkele opmerking hierover: • Op maandagmiddag en -avond is de baan voor publiek gesloten. Maandagavond is de verenigingsavond. • Zaterdag is de baan pas om 11.30 uur open voor publiek. Voor die tijd is er verenigingsbezoek.

4.4 Exploitatie Optisport Hoorn BV heeft in 2022 met alle drie de accommodaties een gezamenlijk verlies geleden van € 351.000,-. In haar jaarrekening geeft Optisport het volgende aan; Aanvullend op de coronacrisis kregen we vanaf 2022 te maken met de energiecrisis. De gevolgen in 2023 van de energiecrisis worden aangemerkt als gebeurtenissen na balansdatum die geen nadere informatie geven over de feitelijke situatie per balansdatum en zijn derhalve niet in de jaarrekening over 2022 verwerkt. In het kader van de energiecrisis is ook in 2023 gebruik gemaakt van de diverse regelingen van de overheid ter ondersteuning van de zwembaden. Hoewel er inmiddels sprake is van herstel, zijn de resultaten nog niet op het begrote niveau. In 2023 heeft Optisport nog wel een overheidscompensatie t.b.v. de energielasten ( MEOZ) ontvangen van € 335.000,-, hetgeen niet in de jaarrekening 2022 is opgenomen en dus ten gunste van het resultaat 2023 zal komen. Uit het verstrekte overzicht valt op te maken dat de zwembaden in 2022 een dekkingspercentage hadden van ca 75% excl. de huurlasten en nakomende energiecompensatie. Dat is alleszins redelijk omdat ook het eigenaarsonderhoud in de lasten is opgenomen. De ijsbaan is in dit overzicht 100% kostendekkend/winstgevend exclusief de huur.

Of de gemeentelijke bijdrage tot einde contract voldoende is, hangt uiteraard mede af van de mate van herstel in 2024 en de ontwikkeling van de energielasten. Ook is er bij de onderhandelingen over de CAO zwembaden voor 2025 en 2026 een loonsverhoging van 3,5% + index voor beide jaren afgesproken. Voor 2025 is dat 6,1%. Op het gebied van onderhoud zijn er inmiddels vervangingsinvesteringen die de contractdatum overschrijden zoals de beweegbare bodem van de Waterhoorn en de vervanging van het zout-electrolysesyteem. De gemeente investeert daarbij naar rato de kosten van de overschrijdende afschrijvingstermijn. Voor zwembad de Wijzend is een grote renovatie van de zwembadwaterinstallatie en het leidingenwerk op handen. Al met al zal een nieuwe exploitatieperiode van de betreffende accommodaties -in welke vorm dan ook- duurder worden dan het huidige contract.

18

4.5 Maatschappelijk rendement 4.5.1 Visie op Sport en Bewegen De gemeente Hoorn heeft de ambitie dat elke inwoner uit Hoorn de mogelijkheid heeft dagelijks voldoende te sporten en bewegen, en zo een bijdrage levert aan een gezonde en actieve leefstijl. Dat vertaalt zich naar een kwalitatief goede en toegankelijke infrastructuur van speel-, sport- en beweegactiviteiten, naar een breed en divers aanbod van sport- en beweegactiviteiten en ook het stimuleren van de talentontwikkeling van jongs af aan.

4.5.2 Doelen Het hoofddoel is het streven naar een groter % inwoners dat aan de nationale beweegnorm voldoet dan het landelijk gemiddelde (45,2%) - 64,3% van de inwoners voldoet aan de beweegrichtlijn. Daaronder liggen nog een aantal ‘nevendoelen’ •

90% van de jongeren tot 18 jaar voldoet aan de beweegnorm;

•

90% van de kinderen 4-12 jaar is motorisch vaardig;

•

% leden aangesloten bij sportvereniging is gelijk aan landelijke gemiddelde (25,2%)

•

70% van de gesubsidieerde sportverenigingen in Hoorn hebben het predicaat ‘vitaal’;

•

70% van de inwoners van Hoorn zijn 'tevreden' over het aanbod van sportaccommodaties; o

50% gemeentelijke sportcomplexen met brede maatschappelijke functie

o

De gemeente moet financieel in balans zijn (lees: sluitende begroting)

Strategische lijn: Wij creëren de juiste condities om te kunnen voldoen aan de beweegrichtlijnen door de inrichting van een beweegvriendelijke omgeving waarbij wordt ingezet op hard-, soft- en orgware elementen (conform BVO model Kenniscentrum Sport en Bewegen), ter vergelijking “je kunt een plant niet dwingen om te groeien, je kunt wel de juiste condities creëren”).

4.5.3 Bezetting en gebruik Er is in de meeste hallen en zalen nog ruimte voor groei van de bezetting. Dat laat overigens onverlet dat op verschillende momenten sprake kan zijn van piekbelasting. Het gebruik van de accommodaties door Team Sport voor beweegmanagement bedraagt in 2023 totaal 1.445 uur. Het meeste worden hiervoor de beide sportzalen, gymzalen de Grote Beer, de Kers en de Tweeboomlaan benut. De bezetting zegt overigens nog niet alles over het rendement van het buitenschools gebruik. Maatschappelijk rendement (SROI) via deelnemersaantal per activiteit is ook een factor en verschilt per tak van sport. (badminton 2 of 4 spelers per veld versus zaalvoetbal 10 spelers per veld.) Ook is de diversiteit van verschillende soorten sport die gefaciliteerd wordt een factor van maatschappelijk rendement. (bijvoorbeeld niet alle avonden voor korfbal of zaalvoetbal, maar een breder aanbod) Daarnaast is ook de diversiteit van de huurders een aspect dat onderdeel is van het optimaliseren van de maatschappelijke benutting. (zoals specifieke uren alleen voor dames). In de gemeente Hoorn is dit beleidskader opgenomen in de Sport en beweegnota: Presteren in de breedte. Concrete uitwerking loopt via de OGSM.

19

4.5.4 Benchmark De maatschappelijke waarde van Sport en Bewegen in een gemeente kan door het Kenniscentrum Sport & Bewegen worden berekend. (zie tabel 1). De voor deze rapportage belangrijkste indicatoren zijn onderstaand weergegeven (jaar 2020) en vergeleken met het landelijk gemiddelde en de gemeenten Alkmaar (112.000 inwoners), Purmerend (95.000 inwoners) en Teylingen ( 38.000 inwoners). Hoorn heeft 73.261 inwoner per 1-1-2020. Tabel 1:

indicator SROI gemiddeld aantal sportaccommodaties gemiddelde afstand tot sporthal beweegvriendelijke omgeving sportaccommodaties beweegrichtlijn 18-64 jaar beweegrichtlijn 65+ uitgaven Sport en bewegen per inwoner

Hoorn landelijk Alkmaar Purmerend Teylingen 2,62 2,7 2,48 2,53 2,48 19,3 21,5 21.6 14,5 22,6 1,1 km 1,6 km 1.3 1,2 1,0 75 60 59 75 60 54,2 54,2 20,3 45,3 49,7 39,2 38,2 6,4 31,4 43,3 € 88,30 € 83,50 € 143,80 € 95,30 € 77,30

SROI (social return on investment); Dit is het verhoudingsgetal tussen kosten en opbrengsten. Het geeft aan hoeveel hoger de maatschappelijke opbrengsten zijn dan de kosten. Een SROI boven de 1 betekent dat er sprake is van maatschappelijke meerwaarde. Gemiddeld aantal sportaccommodaties Deze indicator geeft het aantal recreatieve sportaccommodaties per 10.000 inwoners weer. Er is rekening gehouden met de verschillen in de diversiteit en capaciteit van de accommodaties. Gemiddelde afstand tot sporthal De gemiddelde afstand via de weg van de inwoners van de gemeente of in Nederland naar de dichtstbijzijnde sporthal, in kilometers. Score beweegvriendelijke omgeving De indicator beweegvriendelijke omgeving gaat van 0 tot 100 en laat zien in hoeverre de openbare ruimte mogelijkheden biedt voor mensen om te sporten en te bewegen. De veronderstelling is dat een beweegvriendelijke omgeving (dus een hogere score) het beweeggedrag positief beïnvloedt. Uitgaven gemeente sport en bewegen per inwoner Uitgaven aan sportbeleid en -activering en -accommodaties door gemeente per inwoner. Dit betreft een bewerking van Rebel en het Mulier Instituut t.b.v. de SROI-berekening. Beweegrichtlijn Percentage mensen dat minstens 150 minuten matig intensief beweegt per week en minimaal twee keer per week bot- en/of spierversterkende oefeningen doet. Voor ouderen horen hier ook balansoefeningen bij.

20

4.6 Externe ontwikkelingen In deze paragraaf worden trends en ontwikkelingen die impact (kunnen) hebben op de exploitatie van sportaccommodaties in kaart gebracht. Hiervoor is de DESTEP-analyse gebruikt om de omgevingsfactoren waarop de exploitanten geen directe invloed hebben, maar die wel van belang zijn voor het succes, in kaart te brengen. DESTEP is een afkorting van een zestal factoren: 1. demografisch, 2. economisch, 3. sociaal-cultureel, 4. technologisch, 5. ecologisch en 6. politiek-juridisch.

4.6.1 Demografische ontwikkeling Toenemende vergrijzing vraagt op termijn om aanpassing van accommodaties en (verdere) ontwikkeling van aanbod voor een oudere doelgroep.

4.6.2 Economische ontwikkeling de oplopende kosten vragen om oplossing in het exploitatiemodel in de vorm van hogere opbrengsten/exploitatiebijdrage of lagere kosten om de voorzieningen betaalbaar en daarmee toegankelijk te houden voor iedereen. Maatschappelijk gezien juist ook voor doelgroepen met een beweegachterstand. Daarnaast moeten exploitanten een aantrekkelijke werkgever zijn onder andere door flexibele combinatiefuncties aan te bieden en intern op te leiden,

4.6.3 Sociaal/ culturele ontwikkeling de naar verwachting toenemende vraag naar sport- en bewegen vraagt om heldere spelregels voor toewijzing van schaarse ruimte en om investeringen in sportaccommodaties en een beweegvriendelijke omgeving om de vraag te faciliteren.

4.6.4 Technologische ontwikkeling Ontwikkelingen rondom de inzet van technologie in accommodaties nauwgezet volgen en waar kansen gezien worden een businesscase opstellen om tot afgewogen investeringsbeslissingen te komen.

4.6.5 Ecologische ontwikkeling Verregaande verduurzaming van accommodaties richting 2050.

4.6.6 Politieke/ wettelijke ontwikkeling De inzet zowel landelijk als lokaal blijft onverminderd gericht op het bevorderen van sport en bewegen. Dat vraagt om blijvende aandacht voor passende accommodaties en een beweegvriendelijke omgeving. In de bedrijfsvoering blijft aandacht nodig voor het blijven voldoen aan veranderende wet- en regelgeving.

21

Hoofdstuk 5

Conclusies analyse

5.1 Inleiding In de voorafgaande hoofdstukken is een analyse gemaakt van de huidige situatie. In dit hoofdstuk worden conclusies, eventuele aandachts- en verbeterpunten uit de analyse puntsgewijs verwoord.

5.2 Bezetting, openstelling en tarieven. •

De Hoornse binnensportaccommodaties worden over het algemeen goed bezet. De hallen en zalen hebben een redelijke bezettingsgraad, maar er is nog ruimte voor een verdere groei van het gebruik. Het maatschappelijk rendement is moeilijker te bepalen omdat sommige huurders 1/3 zaal gebruiken of de accommodatie met een klein groepje huren. Vanuit Team Sport wordt ruim 1.400 uur per jaar gebruik gemaakt van de diverse accommodaties in het kader van beweegmanagement.

•

De tarieven van de binnensportaccommodaties zijn laag in verhouding tot het landelijk gemiddelde; voor het huren van een sporthal rekenen gemeenten gemiddeld tussen de € 45 en € 65 . Hoorn blijft daarbij achter met € 42,72.

•

De sportzalen (32,97 in de avond en weekend) en de gymzalen (€ 16,47 in de avond en het weekend) kennen ook een dagtarief van respectievelijk € 20,76 en € 10,37. Het avond en weekendtarief is redelijk marktconform, het dagtarief blijft daar ver onder.

•

Zwembad de Waterhoorn heeft qua bezoek een animocijfer dat binnen de bandbreedte van vergelijkbare accommodaties ligt; 3,23 ten opzichte van de bandbreedte die tussen de 3 en 4 ligt. De openstelling is evenwichtig.

•

Ook zwembad de Wijzend heeft met ca 40.000 bezoekers een goede maatschappelijke functie. De openstelling van het openluchtbad is maar zeer beperkt weersafhankelijk en kent een ruime openstelling.

•

De tarieven voor de zwembaden zijn marktconform en door het aanbieden van abonnementen die in

•

De ijsbaan Westfries heeft qua bezoek een goed animocijfer ronde de 1,0, uitgaande van het

beide baden geldig zijn, is zwemmen in Hoorn laagdrempelig voor de regelmatige zwemmer. verzorgingsgebied West Friesland. •

De tarieven van de ijsbaan zijn marktconform en de openstelling is evenwichtig.

5.3 Beheer •

De buitensportaccommodaties zijn geen onderdeel van dit onderzoek.

•

De gemeente heeft een goed- en goed onderhouden- voorzieningenniveau met haar binnensportaccommodaties, een overdekt zwembad, een openluchtzwembad en een ijsbaan. In algemene zin is vraag en aanbod in Hoorn van de binnensportaccommodaties in evenwicht, met wat kleine verschillen tussen de verschillende accommodaties voor wat betreft het buitenschools gebruik. Voor wat betreft de wettelijke onderwijstaak om deze voorzieningen te hebben kan worden gesteld dat deze in de behoefte voorzien. Het exploiteren van zwembaden en een ijsbaan is geen wettelijke

22

taak voor de gemeente, maar het gebruik is goed. Daarbij heeft de ijsbaan een bovenlokale functie voor de regio. De beide zwembaden hebben een lokaal verzorgingsgebied. •

Exploitatie en beheer van diverse binnensportaccommodaties is geheel of gedeeltelijk uitbesteed; o

De zwembaden de Waterhoorn en de Wijzend; Optisport Hoorn BV risicodragende exploitatie inclusief het eigenaarsonderhoud.

o

IJsbaan de Westfries; Optisport Hoorn BV risicodragende exploitatie inclusief het eigenaarsonderhoud

o

MFA de Kreek Beheer, schoonmaak, exploitatie, verhuur: Hey Day facility management bv. Geen gemeentelijke bemoeienis alleen de gymzaal wordt gebruikt voor onderwijs.

o

Sportcentrum de Opgang Beheer en schoonmaak en exploitatie van het sportcafé door Sportcafé De Opgang.

o

Sportaccommodatie Zwaag Beheer en schoonmaak en exploitatie van het sportcafé door Sportcafé Zwaag.

o

Sporthal de Kers Horeca verpacht. Beheer en schoonmaak gemeente.

o

MFA Huesmolen Alleen beheer en schoonmaak van de sportzaal.

Bij een dergelijke diversiteit aan beheervormen is het van groot belang dat het accounthouderschap vanuit de gemeente adequaat is ingericht. Binnen de gemeente moet duidelijk en eenduidig zijn geregeld wie opdrachtnemer is en wie opdrachtgever. Dat is op dit moment niet het geval.

5.4 Organisatie en organisatieomgeving •

•

•

De sportmedewerkers Sport vallen onder het bureau “Onderwijs, Doelgroepenvervoer en Leisure”. De teammanager ODL heeft 0,4 FTE beschikbaar om de “sport” aan te sturen. In de praktijk is dit een beperkt tijdsbeslag om sturing te geven aan de medewerkers met sporttaken en de wettelijke facilitering van bewegingsonderwijs, temeer omdat sinds 2006 de sport in Hoorn sterk gegroeid is. De bewegingsconsulent is naast zijn verantwoordelijkheid voor de BRC regeling, waar de beweegmanagers en combinatiefunctionarissen onderdeel van zijn, ook het eerste aanspreekpunt voor de gebruikers van de binnensportaccommodaties, de horecapachters/beheerders van de sporthallen de Zwaag en de Opgang en is accounthouder voor Optisport, de exploitant van de ijsbaan en de zwembaden. Dit is een -door de jaren heen gegroeide- maar geen formele en gestructureerde invulling van het accountmanagement Vanuit de afdeling Bedrijfsvoering en Dienstverlening hebben de bureaus Planning en Control (P&C) en Facilitaire zaken Gebouwenbeheer (Gebouwbeheer) een eigenstandige rol en verantwoordelijkheid voor onderdelen van het beheer en de exploitatie van de sportaccommodaties: Er is sprake van “versnipperd beheer”.

23

5.5 Toegankelijkheid financiële gegevens •

Mede doordat verantwoordelijkheden over de gemeentelijke organisatie verdeeld zijn is er ook qua financiële gegevens sprake van een versnipperd geheel. Een integraal overzicht over de financiële exploitatie van de binnensportaccommodaties ontbreekt;

•

Diverse posten lopen in de budgetoverzichten door elkaar. met name bij de MFA’s is vaak niet duidelijk of de boeking de binnensportaccommodatie betreft of een ander deel van de accommodatie.

•

Er zijn grote verschillen tussen budget en werkelijk, ook in het voorgaande jaar 2022. Het (b)lijkt dat de begrotingsposten niet jaarlijks worden afgestemd op de werkelijk te verwachten inkomsten en uitgaven.

• •

•

Het overzicht geeft geen inzicht in de personele lasten Deze worden op diverse plaatsen in de sportbegroting onderverdeeld. Het overzicht genereert geen bedrijfsmatige managementinformatie op accommodatieniveau, deels door de systematiek van boeking, maar ook omdat de begroting niet aansluit op de te verwachten werkelijkheid en veel ramingen en posten op verschillende plaatsen tot stand komen en geboekt worden. De focus op de exploitatie van de sportaccommodaties ontbreekt als de verantwoordelijkheden versnipperd zijn over verschillende personen en bureaus en verschillende budgetten door elkaar heenlopen.

5.6 Exploitatie •

Het is niet mogelijk om de budgetten van Sport concreet toe te rekenen naar de binnensportaccommodaties. Daar is de diversiteit van boekingen te groot voor. Ook de afwijkingen van de begroting zijn veelvuldig en dermate fors dat het nauwelijks mogelijk is om structurele en incidentele uitgaven uit te filteren.

•

Optisport Hoorn BV heeft in 2022 met alle drie de accommodaties een gezamenlijk verlies geleden van € 351.000,-. Maar In 2023 heeft Optisport nog wel een overheidscompensatie t.b.v. de energielasten ( MEOZ) ontvangen van € 335.000,-, hetgeen niet in de jaarrekening 2022 is opgenomen en dus ten gunste van het resultaat 2023 zal komen.

•

Het is daarmee nog niet met zekerheid te zeggen of Optisport tot einddatum september 2026 zonder aanvullende bijdrage kan exploiteren. Dat hangt mede af van de mate van herstel in 2024 en de ontwikkeling van energielasten.

•

Uit het door Optisport verstrekte overzicht valt op te maken dat de zwembaden in 2022 een dekkingspercentage hadden van ca 75% excl. de huurlasten en nakomende energiecompensatie. Dat is alleszins redelijk omdat ook het eigenaarsonderhoud in de lasten is opgenomen. De ijsbaan is in dit overzicht 100% kostendekkend, dus winstgevend, exclusief de huur.

•

Al met al zal een nieuwe exploitatieperiode van de zwembaden -in welke vorm dan ook- duurder worden dan het huidige contract, mede vanwege de stijgende onderhoudslasten en de verwachte hogere energie- en personeelslasten.

24

5.7 Maatschappelijk rendement •

•

•

De hallen en zalen hebben een redelijk tot goede bezetting hebben met een goede verdeling tussen onderwijs- en sportgebruik. Er is nog ruimte voor groei van de bezetting. (Dat laat overigens onverlet dat op verschillende momenten sprake kan zijn van piekbelasting.) De tariefstelling voor de binnensportaccommodatie is gematigd. Een beleidskader voor een optimale maatschappelijke benutting van de (binnen)sportaccommodaties is opgenomen in de Sport- en Beweegnota. Met concrete uitwerking in de business OGSM. Hoewel de berekening van de Maatschappelijke waarde van Sport & Bewegen gebaseerd is op alle sportaccommodaties in Hoorn, zijn de uitkomsten ook relevant voor de binnensportaccommodaties, de zwembaden en de ijsbaan. De Gemeente Hoorn scoort prima op deze berekening in vergelijking met het landelijke beeld en enkele gemeenten waarmee is vergeleken: o de SROI benadert het landelijk gemiddelde en scoort beter dan bij de vergeleken gemeenten; o het gemiddeld aantal sportaccommodaties is iets lager dan het landelijk gemiddelde en de vergeleken gemeenten, met uitzondering van Purmerend, maar de gemiddelde afstand tot een sporthal scoort samen met Teylingen het beste. o Hoorn scoort met de beweegrichtlijn samen met Purmerend het hoogste. De verdeling tussen de twee leeftijdscategorieën komt vrijwel overeen met het landelijk gemiddelde.

o Hoorn besteed € 88,30 per inwoner aan Sport en Bewegen; dat is iets hoger dan het landelijk gemiddelde maar lager dan bijvoorbeeld Alkmaar en Purmerend. Teylingen is een wat kleinere gemeente en besteedt wat minder per inwoner.

5.8 Externe ontwikkelingen Kijkend naar de externe ontwikkelingen die impact (kunnen) hebben op beheer en exploitatie van sportvoorzieningen kan samenvattend worden gesteld dat er een steeds groter beroep zal worden gedaan op de kennis en expertise van exploitanten als het gaat om het productaanbod, optimalisering van financieel en maatschappelijk rendement en werkgeverschap. Ook gemeenten in hun rol als beleidsbepaler en opdrachtgever deze ontwikkelingen zullen nadrukkelijk en in samenhang met elkaar moeten monitoren. Naast de brede externe ontwikkelingen zijn er voor sportaccommodaties nog enkele specifieke trends zichtbaar waarvoor de hierboven genoemde kennis en kunde essentieel is om een optimaal resultaat te bereiken: •

ontwikkelingen als individualisering, toenemende diversiteit (de uitbreiding van de multiculturele samenleving_ en mobiliteit en nieuwe vormen van communicatie zorgen ervoor dat maatschappelijke verbanden ‘losser’ én wijk of dorp overstijgend worden. Dat betekent dat sportactiviteiten steeds meer in ongeorganiseerd verband en lang niet altijd binnen de eigen directe omgeving plaatsvinden. Steeds vaker wil men zelf tijd en tijdsduur bepalen van de sportactiviteit waaraan men deelneemt. Als sportaccommodaties hierop weten in te spelen, biedt dat een kans voor ze.

•

Ondanks – of wellicht dankzij – de individualisering en soortgelijke ontwikkelingen is er nog steeds behoefte aan ontmoeting en sociale verbondenheid. Sportaccommodaties spelen hier soms op in door een plek te zijn waar men niet alleen kan sporten, maar ook ontmoeten. Dat geldt zowel tijdens de sport- of zwemactiviteit, als na afloop daarvan in de horecavoorziening.

•

Zwem- en schaatsverenigingen hebben over het algemeen met afnemende ledenaantallen te kampen. Dit heeft op diverse plaatsen in het land tot fusies en een afname van het verenigingsbezoek geleid.

25

Daarbij moet worden opgemerkt dat er regionaal en lokaal, bij individuele verenigingen, grote verschillen bestaan. •

de toegenomen taken van gemeenten op het gebied van het sociaal domein bieden kansen voor sportaccommodaties. Zo kan de dagbesteding van senioren bijvoorbeeld in het zwembad of een sporthal plaatsvinden, of kunnen subsidiegelden voor combinatiefunctionarissen of buurtsportcoaches worden gebruikt.

•

In de jaren tachtig en negentig van de vorige eeuw is door menig gemeente fors geïnvesteerd in recreatieve zwembaden en combibaden. In het afgelopen decennium heeft echter een verschuiving van recreatief zwemmen naar begeleide doelgroepactiviteiten en banenzwemmen plaatsgevonden. Daarnaast hebben demografische ontwikkelingen, gewenning aan recreatieve zwemfaciliteiten en uitbreiding van andersoortige recreatieve voorzieningen een rol gespeeld.

•

Leszwemmen blijft een kerntaak van zwembaden, maar ook hieraan stellen bezoekers steeds hogere eisen. Dat betreft vooral de kwaliteit van de instructeurs en de communicatie. Krapte op de arbeidsmarkt zet in veel zwembaden het aanbod van zwemlessen en doelgroepzwemmen onder druk.

26

Hoofdstuk 6

Beheervormen

6.1 De beheervormen Om een weloverwogen keuze te kunnen maken ten aanzien van een passend beheermodel is goed inzicht nodig in de “ins en outs” van de verschillende mogelijkheden die er zijn om bijvoorbeeld bepaalde taken uit te besteden c.q. te verzelfstandigen en de voor- en nadelen daarvan. Het onderzoek naar een passende beheervorm dient niet alleen gestoeld te zijn op financiële motieven. Het is van belang om ook de consequenties en risico’s te duiden op het gebied van effectiviteit, efficiëntie, kwaliteit, innovatie, maatschappelijk draagvlak en de balans tussen commercieel en maatschappelijk rendement. Zo kan het uitbesteden van de beheertaken consequenties hebben voor de rechtspositie van medewerkers en de positie van de (vaste) gebruikers. De verschillende beheervormen hebben verschillende voor- en nadelen, financiële consequenties en risico’s. In dit hoofdstuk wordt op de mogelijke beheervormen ingegaan die toegepast kunnen worden voor de exploitatie van de sportaccommodaties en de daarbij behorende voor- en nadelen. Vooralsnog beperkt de verkenning zich tot de zwembaden, de ijsbaan en de binnensportaccommodaties. Onderstaande beheervormen worden hieronder toegelicht: 1. gemeentelijk beheer; 2. interne verzelfstandiging; 3. privatisering naar een marktpartij of lokale ondernemer; 4. externe verzelfstandiging (quasi-inbesteding); 5. publiek publieke samenwerking.

6.1.1 Gemeentelijk beheer De gemeente kan exploitatie en beheer van de betreffende accommodaties uiteraard geheel weer in eigen beheer nemen. Dat betekent dat de ambtelijke organisatie daarvoor specifiek (her)ingericht moet worden en de benodigde expertise daarvoor vrijgemaakt of geworven moet worden. Het personeel van de zwembaden en de ijsbaan komt dan in gemeentelijke dienst. Bestuurlijke en maatschappelijke invloed De gemeentelijke bemoeienis is in alle opzichten groot, zowel bij het bepalen van het beleid (openstelling, productenaanbod, tarieven, subsidie) als op het gebied van exploitatie-technische zaken (onder andere administratie, onderhoud, schoonmaak, verhuur en promotie). Financiële risico’s De gemeente blijft bij tegenvallende exploitatieresultaten voor 100% financieel verantwoordelijk. Opbouw van een voldoende groot weerstandsvermogen is slechts mogelijk, indien met de gemeente afspraken worden gemaakt om eventuele niet-bestede exploitatiebudgetten binnen het programma “sport” als een te maximeren exploitatiereserve te kunnen reserveren. In de praktijk komt dit zelden voor. Deze keuze heeft voor- en nadelen;

27

Voordelen: •

niet aanbestedingsplichtig;

•

geen winstoogmerk;

•

maximale borging maatschappelijke taken.

Nadelen: •

besluitvorming over meerdere schijven;

•

specifieke expertise moet worden geworven/aangesteld;

•

gemeentelijk beheer heeft hogere personele lasten (CAO Gemeenten);

•

er zal verwevenheid ontstaan tussen de opdrachtgevende- en de opdrachtnemende rol (tenzij gekozen wordt voor interne verzelfstandiging).

6.1.2 Publiekrechtelijke ofwel interne verzelfstandiging Interne verzelfstandiging houdt in dat de verantwoordelijkheid voor het beheer en de exploitatie van de sportaccommodaties - met een eigen budget en eigen verantwoordelijkheden en bevoegdheden - aan een verbijzonderd organisatieonderdeel van de gemeente wordt overgedragen. Er is dan dus sprake van decentralisatie. Dit kan door middel van contractmanagement en budgetfinanciering. Bij contractmanagement worden op basis van een overeenkomst tussen de gemeente en de contractmanager taakstellende afspraken gemaakt over de inzet van middelen en de daarmee te realiseren prestaties. Budgetfinanciering heeft als kenmerk dat een bepaalde taakstelling is gekoppeld aan een budget, waarbinnen de opgelegde taken dienen te worden gerealiseerd. Een gemeentelijk organisatieonderdeel, belast met het beheer en de exploitatie van de sportaccommodaties, beschikt niet over een eigen rechtspersoonlijkheid en kan dus niet los van de gemeente worden gezien. De gemeente blijft eindverantwoordelijk voor de exploitatierisico’s. Indien het betreffende organisatieonderdeel een verbintenis aangaat, doet zij dat voor de gehele gemeente en is de gemeente ook verantwoordelijk voor het nakomen van de verplichtingen uit die verbintenis.

Het toekennen van eventuele vrijheidsgraden aan het gemeentelijke organisatieonderdeel dient via bestuursrechtelijke instrumenten plaats te vinden. Gezien het voorgaande is de term contractmanagement eigenlijk niet geheel juist. De contracten die worden afgesloten, zijn in juridische zin namelijk geen afdwingbare overeenkomsten. De partijen die de contracten sluiten, hebben ook niet dezelfde rechtspositie. Hoewel er sprake is van een verzakelijking van de onderlinge verhoudingen, blijft de manager sportaccommodaties hiërarchisch ondergeschikt aan het gemeentebestuur. Bij interne verzelfstandiging wijzigt de rechtspositie van het personeel niet. Voordelen: •

niet aanbestedingsplichtig;

•

geen winstoogmerk;

•

maximale borging maatschappelijke taken;

•

bedrijfsmatiger en eenduidiger in te richten dan gemeentelijk beheer.

28

Nadelen: •

besluitvorming over meerdere schijven;

•

specifieke expertise moet worden geworven/aangesteld;

•

gemeentelijk beheer heeft hogere personele lasten (CAO Gemeenten);

•

persoonsgebonden.

6.1.3 Privatisering naar een marktpartij Er kan gekozen worden voor de heraanbesteding van de exploitatie van de zwembaden en de ijsbaan naar een marktpartij (privatisering) en daar desgewenst binnensportaccommodaties aan toevoegen. Overigens kan dit ook een lokale ondernemer zijn zoals in Hoorn bijvoorbeeld in de sporthallen. Er is een beperkt aantal exploitatiemaatschappijen of ondernemingen die interesse in het exploiteren van maatschappelijk vastgoed hebben. Deze partijen hebben een winstoogmerk waardoor exploitatieoverschotten als winst naar de ondernemer gaan. De (enige) twee voorbeelden van landelijke partijen zijn momenteel Optisport en Sportfondsen. Exploitatie door een lokale ondernemer zal vaak gepaard gaan met de exploitatie van de horeca in combinatie met beheertaken. (zoals in Zwaag) Het is echter voor de gemeente wel zaak om zich te realiseren, dat de exploitatierisico’s door de exploitant worden gedragen ter hoogte van het lokaal ingebrachte en opgebouwde vermogen. In dat opzicht blijft er altijd een onvervreemdbaar risico bij de gemeente aanwezig. Bestuurlijke en maatschappelijke invloed Marktpartijen werken met lokale Bv’s. Er dienen overeenkomsten met de gemeente te worden opgesteld, die garanties bieden voor de maatschappelijke en financiële doelstellingen.

Het bestuur van de exploitatie BV kan zowel verantwoordelijk kan worden gesteld voor de instandhouding van de accommodatie, als voor een (risicodragende) exploitatie met taakstellende openingstijden, goedgekeurde tarieven en financiële budgetten. Binnen deze taakstelling bestaat vervolgens een grote mate van vrijheid in de bedrijfsvoering. De gemeente heeft weinig sturingsmogelijkheden. Financiële risico’s De commerciële marktpartij is in beperkte mate bereid om op voorhand risicodragend weerstandsvermogen in de lokale onderneming te brengen. Daardoor blijft het financiële risico voor de gemeente bij tegenvallende exploitatieresultaten groot. (onvervreemdbaar risico). Ook deze keuze heeft voor- en nadelen; Voordelen: •

professionele en risicodragende exploitatie;

•

efficiënt en effectief;

•

(beperkte) Inbreng extern weerstandsvermogen;

•

ontzorging van de gemeente.

Nadelen: •

de kosten van een aanbesteding;

•

zeer beperkte marktwerking;

•

beperkte gemeentelijke invloed;

•

focus ligt op verdienmodel en niet op de maatschappelijke (beheer)taken;

29

•

hoge kosten management fee;

•

geen invloed op keuze directie/management;

•

beperkte transparantie.

6.1.4 Externe verzelfstandiging (quasi-inbesteding) Externe verzelfstandiging betekent de inrichting van een exploitatie BV (of NV) of stichting, die in opdracht van de gemeente uitvoering geeft aan het beheer en de exploitatie van de sportaccommodaties en eventuele toegevoegde taken. Het realiseren van externe verzelfstandiging is -onder bepaalde voorwaarden- niet aanbestedingsplichtig. Bestuurlijke en maatschappelijke invloed Er dienen overeenkomsten tussen de exploitatie BV c.q. stichting en de gemeente te worden opgesteld, die garanties bieden voor de maatschappelijke en financiële doelstellingen. Het bestuur van de exploitatie BV c.q. stichting kan hierbij zowel verantwoordelijk worden gesteld voor de instandhouding van de accommodaties als publieke functie, maatschappelijke prestaties en vaste financiële budgetten. Binnen deze taakstelling bestaat vervolgens een grote mate van vrijheid in de bedrijfsvoering. Afspraken ten aanzien van onderhoud worden vastgelegd in een meerjaren onderhoudsplan. Controle op de uitvoering kan plaatsvinden door accountantscontrole en een jaarlijkse schouw. Als gevolg van eerdergenoemde overeenkomsten behoudt de gemeente voldoende zeggenschap over gebruik, tarieven, openstelling en instandhouding van de accommodaties.

Financiële risico’s De gemeente blijft bij tegenvallende exploitatieresultaten uiteindelijk voor 100% financieel verantwoordelijk, ook al is er sprake van een gesloten eindfinanciering. Opbouw van een voldoende groot weerstandsvermogen is echter mogelijk indien er in het overeen te komen exploitatiebudget enige speelruimte zit en met de gemeente afspraken worden gemaakt om eventuele niet-bestede exploitatiebudgetten binnen de BV/stichting te kunnen reserveren als een te maximeren exploitatiereserve. Voordelen: •

niet aanbestedingsplichtig;

•

geen winstoogmerk;

•

borging maatschappelijke taken;

•

bedrijfsmatige organisatie;

•

toegesneden CAO;

•

lagere kosten dan bij een marktpartij.

Nadelen: •

beperkte gemeentelijke invloed bij een Stichting. Deze is autonoom;

•

de onzekerheid van de stichtingsvorm in relatie tot de Btw-vrijstelling; Indien de btw-compensatie onverhoopt mocht vervallen dan kan een BV winstbeogendheid claimen en BTW -belast gaan exploiteren. Een Stichting kan dat niet.

30

6.1.5 Publiek-publieke samenwerking Een aparte vorm van externe verzelfstandiging is een publiek publieke samenwerking. Hierbij wordt als uitgangspunt gehanteerd dat de gemeente samen met een in sportbeheer en -exploitatie gespecialiseerde publiekrechtelijke instelling overgaat tot het oprichten van een Sportbedrijf met privaatrechtelijke rechtspersoonlijkheid. In de aanbestedingswet (artikel 2.24b) wordt de samenwerking tussen een overheid en een publiekrechtelijke instelling gezien als quasi inbesteding en dus niet aanbestedingsplichtig. In ons land bestaan diverse publiekrechtelijke instellingen die aan de definitie van de Aanbestedingswet voldoen, namelijk het merendeel van de sportbedrijven die zijn voortgekomen uit externe verzelfstandigingen van voormalige gemeentelijke taken. Deze sportbedrijven beschikken over een privaatrechtelijke rechtspersoonlijkheid maar voldoen op alle aspecten aan de definitie “publiekrechtelijke instelling”. SRO Amersfoort is momenteel de enige aanbieder van deze vorm van samenwerking (Joint Venture). Bestuurlijke en maatschappelijke invloed Een Joint Venture werkt met een lokale BV waar de gemeente voor 50% mede-eigenaar van is. Er worden overeenkomsten met de gemeente opgesteld, die garanties bieden voor de maatschappelijke en financiële doelstellingen. Het bestuur van de BV wordt geleverd vanuit SRO Amersfoort.

Ook de Raad van Commissarissen is de RVC van Amersfoort. De gemeente heeft hier geen invloed op. De dienstverlening vanuit SRO is een - niet onderhandelbaar- vast gegeven voor een joint Venture. Financiële risico’s Het inbrengen van weerstandsvermogen komt voor rekening van de lokale BV in casu (voor 50%) de gemeente. Het financiële risico voor de gemeente is bij tegenvallende exploitatieresultaten groot; indien het weerstandsvermogen tot 0 is gedaald, is het de gemeente die moet bijspringen. Voordelen: •

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Hoorn&id=602f0dc6-ce9a-4e95-9020-b875d39f17c9